522766 (B) R01-D02-31096213-ksf - Variantenstudie ontsluiting 't Slath - 08-11-2021
Tekst van het document
Dit verkeer maakt gebruik van de bestemde route via de centrumring. Verkeerskundige inpasbaarheid aspect Verkeerskundige haalbaarheid
Tabel 5.6
Variant 0+
Variant 1
Variant 2a
Variant 2b
Variant 3a
Variant 3b
Variant 4
Variant 5
0
0
++
++
-
-
+
--
Beoordeling verkeerskundige haalbaarheid
Kijkend naar de verkeerskundige inpasbaarheid is gekeken in hoeverre en hoe makkelijk de benodigde infra maatregelen inpasbaar zijn ten opzichte van de huidige situatie. Variant 2A en 2B scoren hierbij het hoogste (++), omdat de aard en omvang van de maatregelen het kleinste is. Variant 4 scoort iets minder goed (+), omdat de maatregelen op de Dijkhuizerweg/Oenerweg wat omvangrijker zijn, zoals het verbreden van het wegprofiel. De varianten 0+ en 1 scoren een 0, omdat er ten opzichte van variant 2A/2B ook maatregelen op de Dijkhuizerweg nodig zijn ten opzichte van variant 4 zowel op de Oenerweg als Heerderweg maatregelen nodig zijn, die ook ruimtelijk inpasbaar lijken. De varianten 3A en 3B scoren dan weer iets minder (-) dan variant 0+ en 1, omdat er meer maatregelen nodig zijn door o.a. knips en de kruispuntmaatregel Pr. Julianalaan. Variant 5 scoort het minst goed (--), omdat dit de meest grootschalige maatregel is op grond die bovendien niet in eigendom is van de gemeente.
42
R01-D02-31096213-ksf
Kosten
aspect
Variant 0+
Variant 1
Variant 2a
Variant 2b
Variant 3a
Variant 3b
Variant 4
Variant 5
Kosten
++
+
+
-
-
--
0
--
Tabel 5.7
Beoordeling kosten
De kosten zijn een afgeleide van het aantal en de omvang van maatregelen die per variant getroffen moeten worden. Daarbij zijn kosten voor aanpak van de centrumring ook indicatief meegenomen. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat er aanvullende maatregelen getroffen moet worden, om verkeerdeelnemers meer eigen ruimte te geven. Nader onderzoek moet uitwijzen wat voor maatregelen exact noodzakelijk zijn. Variant 0+ kent de minste kosten en scoort daarom ++. Er zijn beperkt maatregelen noodzakelijk in/om het plangebied en ook de centrumring hoeft voor ontwikkeling van ‘t Slath niet aangepakt te worden. In variant 1 hoeft de centrumring ook niet aangepakt te worden, maar zijn met de fietsstraat op de Slathstraat wel wat meer kosten in het plangebied gemoeid (score +). Ook variant 2A scoort een +, omdat er zowel in het plangebied als op de centrumring beperkt maatregelen getroffen moeten worden. De noodzakelijke investeringen op de centrumring in variant 2B en 3B zijn fors, waar in variant 3B ook meer maatregelen rondom het plangebied moeten worden toegepast. Variant 2B scoort daarom een - en variant 3B een --. Variant 3A scoort vergelijkbaar met variant 2B (-), met het verschil dat de investeringen in variant 3A vooral rondom het plangebied zijn en in variant 2B op de centrumring.
Variant 4 scoort iets minder dan variant 2A, omdat de maatregelen door de lengte/omvang uitgebreider zijn. Doordat er in variant 5 een nieuwe verbinding van circa 500 m aangelegd moet worden en hier ook nog gronden voor aangekocht moeten worden, scoort deze variant het slechtste (--).
5.3
KANSRIJKE VARIANTEN
Op basis van voorgaande uitwerking en beoordeling van de autonome situatie en de ontsluitingsvarianten voor ’t Slath zijn is een aantal conclusies te trekken. Belangrijkste conclusie is dat er in de autonome situatie al een ongewenst hoge verkeersdruk op met name de centrumring is voorzien. De centrumring zit in de situatie zonder ’t Slath in 2040 al aan de maximaal wenselijke capaciteit van rond de 8.000 mvt/etmaal en/of gaat daar al overheen. Dit betekent dat ’t Slath alleen ontsloten kan worden met varianten waarbij de toename op de centrumring tot een minimum beperkt wordt. Nader inzicht in het (toekomstig) gebruik en mogelijkheden voor de vorm (maatregelen) op de centrumring moet meer duidelijkheid verschaffen welke variant hierbij de meeste potentie heeft. Voor nu is de conclusie dat op basis van bovenstaande een aantal varianten als ‘niet kansrijk’ beschouwd kan worden en bij voorbaat afvallen. Daarnaast is er een aantal varianten die op basis van de huidige inzichten nog als ‘kansrijk’ gedefinieerd kunnen worden. Kansrijke ontsluitingsvarianten, die nader onderzoek behoeven zijn: • Variant 0+: opwaarderen Brinkgreverweg; • Variant 1: opwaarderen Brinkgreverweg met knip Slathstraat; • Variant 2A: ontsluiting via Heerderweg met knip op zuidelijke Brinkgreverweg; • Variant 5: ontsluiting via Oenerweg met nieuwe verbinding.
43 43
R01-D02-31096213-ksf
In variant 0+ zorgt ’t Slath verkeer ten opzichte van de autonome situatie vooral voor extra verkeersdruk op de (opgewaardeerde) Brinkgreverweg en Dijkhuizerweg en mindere mate op de Slathstraat. Ten opzichte van variant 0+ zorgt de knip op de Slathstraat (= variant 1) voor wat extra verkeersbelasting op het noordelijk deel van de Brinkgreverweg en Heerderweg/Hoofdstraat, maar deze wegen hebben voldoende restcapaciteit. Dit geldt in grotere mate ook voor variant 2A, waarbij de verkeersbelasting op de benoemde wegen nog wat groter is, maar tegelijk de verkeersdruk op het zuidelijk deel van de Brinkgreverweg substantieel afneemt. Variant 5 zorgt enerzijds voor een toename op de (opgewaardeerde) Brinkgreverweg, maar daarbij ook voor een afname op de Oenerweg, Lange Veenteweg, Dijkhuizerweg en oostelijke centrumring. De varianten 2B, 3A, 3B en 4 zijn niet kansrijk en behoeven dan ook geen nader onderzoek. Hierbij geldt dat de combinatie van knips op de Brinkgreverweg en éénrichtingsverkeer op de Lange Veenteweg (variant 2B en 3B), ervoor zorgt dat verkeer vanuit het noorden naar het zuiden een onwenselijke hoge verkeersdruk op het westelijk deel van de centrumring veroorzaakt. In de varianten 3A en 4 zorgen de knips in de Brinkgreverweg voor een onwenselijk hoge verkeerdruk op het oostelijk deel van de centrumring.
44
R01-D02-31096213-ksf
6. CONCLUSIES & AANBEVELINGEN 6.1
CONCLUSIES
Op basis van voorgaande variantenstudie voor ‘t Slath volgen onderstaande conclusies: • De ontwikkeling van ’t Slath brengt in het worst-case scenario qua woningbouwprogramma een verkeersgeneratie van circa 2.250 mvt/werkdag met zich mee; • Op basis van de situering van het plangebied van ’t Slath zijn acht ontsluitingsvarianten gedefinieerd, waarvoor de verkeersbelasting op het wegennet is doorgerekend; • De autonome situatie in 2040 (zonder ontwikkeling van ’t Slath) leidt vanuit doorstroming en indirect ook verkeersveiligheid en leefbaarheid al tot een onacceptabele verkeersdruk op de centrumring; • De benoemde verkeersmaatregelen in de verschillende varianten zijn per definitie niet altijd noodzakelijk vanuit de verkeerafwikkeling, maar ook deels ingegeven vanuit verkeersveiligheid voor met name (kwetsbare) verkeersdeelnemers.
• Op de Slathstraat is een knip voor gemotoriseerd verkeer ten westen van de Lange Veenteweg vanuit de verkeersafwikkeling niet mogelijk, omdat dit de route via de Lange Veenteweg onmogelijk maakt, waardoor de centrumring nog eens extra belast gaat worden; • Op basis van de autonome situatie zijn voor de ontsluiting van ’t Slath alleen varianten kansrijk die beperkt effect hebben op de verkeersbelasting op de centrumring; • De volgende ontsluitingsvarianten worden ‘kansrijk’ beschouwd: o Variant 0+: opwaarderen Brinkgreverweg; o Variant 1: opwaarderen Brinkgreverweg met knip Slathstraat; o Variant 2A: ontsluiting via Heerderweg met knip op zuidelijke Brinkgreverweg; o Variant 5: ontsluiting via Oenerweg met nieuwe verbinding.
• De volgende ontsluitingsvarianten worden als ‘niet kansrijk’ beschouwd vanwege te grote verkeerdruk op delen van de centrumring: o Variant 2B: ontsluiting via Heerderweg met knip op zuidelijke Brinkgreverweg en éénrichtingsverkeer Lange Veenteweg; o Variant 3A: ontsluiting via Heerderweg en Oenerweg met knip op centrale Brinkgreverweg; o Variant 3B: ontsluiting via Heerderweg en Oenerweg met knip op centrale Brinkgreverweg en éénrichtingsverkeer Lange Veenteweg; o Variant 4: ontsluiting via Oenerweg met knip noordelijke Brinkgreverweg; • Nader onderzoek moet inzicht geven in het (toekomstig) gebruik en de mogelijkheden voor de vorm (maatregelen) die (reeds in de autonome situatie) noodzakelijk zijn op de centrumring. In dit aanvullend onderzoek dienen de kansrijke varianten ook meegenomen te worden; • Na afronding van het aanvullend onderzoek voor de centrumring is het pas mogelijk om een verkeerskundige voorkeursvariant voor ’t Slath te benoemen.
6.2
AANBEVELINGEN
In navolging op voorgaande conclusies volgt de aanbeveling om nader onderzoek uit te voeren naar de (toekomstig) gebruik en de benodigde vormgeving van de centrumring. Hierbij dienen de verschillende kansrijke ontsluitingsvarianten voor ’t Slath ook meegenomen te worden.
45
R01-D02-31096213-ksf
46
R01-D02-31096213-ksf 1.300 2.500 2.600 300 1.600 6.200 5.900 4.300 5.100 300 2.400 9.500 8.900 8.700 7.600 8.300 5.800 7.700 9.000 2.900 7.900 7.800 8.800 1.700
700 1.300 1.400 -600 -900 -200 -1.000 700 0 -300 -300 500 200 200 -300 400 200 400 400 400 0 200 0 1.700
0 100 2.900 2.700 4.700 8.100 8.100 3.700 6.200 1.400 3.400 9.300 9.000 8.700 9.800 8.500 6.300 7.600 8.800 2.700 7.900 7.600 8.800 -
-600 -1.000 1.800 1.800 2.200 1.700 1.100 100 1.100 700 700 300 300 100 1.900 600 600 400 200 200 0 0 0 -
0 1.600 1.500 1.600 2.500 8.300 6.000 3.700 4.600 100 1.700 9.600 11.100 11.000 9.200 8.600 7.200 9.500 10.800 3.400 9.200 8.400 9.400 -
-600 400 400 700 -100 2.000 -900 100 -600 -500 -1.000 600 2.400 2.400 1.300 700 1.600 2.200 2.200 900 1.300 800 600 -
0 1.600 1.500 1.300 3.300 8.200 7.500 3.700 5.700 1.500 3.600 9.600 10.100 9.700 9.200 8.600 7.200 7.700 9.100 2.900 7.900 7.800 8.800 -
-600 400 400 400 800 1.900 600 100 600 900 900 600 1.400 1.100 1.300 700 1.600 400 400 400 0 200 0 -
0 2.900 100 200 1.000 7.100 5.800 3.700 4.400 100 1.700 9.600 11.900 11.800 8.700 8.200 8.400 9.800 10.800 3.400 8.900 8.400 9.500 -
-600 1.700 -1.000 -700 -1.500 800 -1.200 0 -700 -500 -1.000 600 3.300 3.300 800 300 2.700 2.500 2.200 900 1.000 800 800 -
0 2.900 100 200 2.000 7.100 7.300 3.700 5.400 1.200 3.300 9.600 10.900 10.800 8.700 8.200 8.400 8.300 9.300 2.900 7.900 7.900 9.000 -
-600 1.700 -1.000 -1.000 -500 800 300 0 300 600 600 600 2.300 2.300 800 300 2.700 1.000 700 400 0 300 300 -
0 3.200 2.300 2.000 3.600 6.600 7.600 4.300 5.700 600 2.700 9.500 10.000 9.900 8.000 7.400 6.900 7.700 9.000 2.900 7.900 7.800 8.800 -
-600 2.000 1.100 1.100 1.100 200 700 700 600 0 0 500 1.300 1.300 100 -500 1.200 400 400 400 0 200 0 -
1.300 2.100 2.100 1.800 3.400 6.400 7.600 4.300 5.100 600 2.700 9.500 8.900 8.700 7.800 8.500 6.000 7.700 9.000 2.900 7.900 7.800 8.800 -
700 900 900 900 900 100 700 700 0 0 0 500 200 200 -100 600 400 400 400 400 0 200 0 -
600 1.200 1.100 900 2.500 6.300 6.900 3.600 5.100 600 2.700 9.000 8.700 8.600 7.900 7.900 5.700 7.300 8.600 2.500 7.900 7.600 8.800 -
0 0 0 0 0
300
300 0
300 0 0 0 0 0
300
300
300
300
300 0
300 0
300 -
Brinkgreverweg noord
Brinkgreverweg zuid
Dijkhuizerweg
Laatste stukje Lange Veenteweg
Oenerweg (Sint Antonieweg - Dijkhuizerweg)
Oenerweg (Dijkhuizerweg - rotonde)
Paasvuurweg
Lange Veenteweg
Heerderweg Noord
Heerderweg (Brinkgreverweg-Paasvuurweg)
Heerderweg (Officiersweg-Paasvuurweg)
Sint Antonieweg
Prinses Julianalaan
Hoofdstraat noord (Julianalaan - Officiersweg)
Quickbornlaan
Loohuizerweg
Emmastraat
Sint Jorisweg
Nieuwe verbinding
Hoofdstraat zuid
Tongerenseweg
De Meent
Oenerweg (rotonde - Oene)
Variant 5 Effect 5
Variant 4
Effect 4
Effect 3b Variant 3b
Effect 3a Variant 3a
Effect 2b Variant 2b
Effect 2a Variant 2a
Variant 1
Effect 1
Effect 0+ Variant 0+
autonoom 2040
Effect Zuukerenk
Slathstraat
I. UITGEBREIDE RESULTATEN DOORREKENING VARIANTEN