CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

454075 Jaarstukken 2021 (oud)

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Jaarstukken 2021 Gemeente Epe40.261 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

0,6% 1,3% 2,3%

Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Externe inhuur Werkelijk *

18,8% 20,3% 30,8%

Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Demografische druk

84,5% 85,7% 85,3%

De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. * In 2021 is er meer ingehuurd dan in de vorige jaren. We hebben in 2021 te maken gehad met een aantal factoren wat maakt dat de externe inhuur noodzakelijk was: 1. Krapte op de arbeidsmarkt wat maakt dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. De doorlooptijd van vacatures is lang, waardoor er ingehuurd moet worden om het werk door te laten gaan. 2. Stijging in de klantvraag, wat opgevangen moet worden door tijdelijke medewerkers (inhuur). 3. Incidentele middelen voor tijdelijke taken zorgt vaak voor tijdelijk opvulling door middel van inhuur. 4. Er was bij meerdere teams sprake van langdurige ziekte van medewerkers. Daarvoor moest personeel worden ingehuurd. Dit brengt aanzienlijk hogere kosten met zich mee.

Wat willen we bereiken Strategische doelen: 1. Ontwikkelen van een klantgerichte organisatie die gericht is op een snelle, correcte en integere dienstverlening. 2. Ontwikkelen van een op de samenleving gerichte organisatie die de dialoog aangaat met burgers en flexibel en slagvaardig inspeelt op ontwikkelingen en behoeftes. 3. Ontwikkelen van een organisatie waarbij het resultaat voorop staat en alles draait om het willen bereiken van de afgesproken doelen met een efficiënte en rechtmatige inzet van middelen.

28

Wat hebben we daarvoor gedaan Planning en Control Activiteit programmabegroting

Portefeuillehouder: M.B. Heere Uitgevoerd? Toelichting

1. Verbeteren planning en control cyclus.

Ja

Voorbereidingen zijn getroffen voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording (2022), waaronder de opzet van een plan van aanpak voor doorontwikkeling van ‘control’; Stappen zijn gezet ter verbetering van het ‘inzicht in de financiën’ voor het management en op het gebied van optimalisatie van het budgethouderschap; er zijn nieuwe toepassingen geïmplementeerd met gebruikmaking van Pepperflow.

2. Uitvoeren jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van (delen van) programma’s en paragrafen en van (onderdelen van) de organisatieeenheden.

Ja

Binnen de processen in de gemeentelijke organisatie zijn diverse verbeteringen volgens de lean principes doorgevoerd. Dit is een continu proces bij het herontwerp van processen.

Ja

Uitvoering is gegeven aan het door de raad vastgestelde beleidskader herstel- en stimuleringsagenda coronacrisis en met regelmaat is de raad geïnformeerd over de voortgang.

Ja

Onderzoek is uitgevoerd, de resultaten hebben in overleg met de recreatiesector geleid tot een aanpassing van het systeem (raadsbesluit 27 mei 2021); vanuit de sector was er waardering voor hun betrokkenheid bij de totstandkoming van dit besluit.

3. Ondersteunen samenleving bij de negatieve effecten als gevolg van de coronacrisis. Collegeprogramma 2018-2022: 4. Een uitgevoerd onderzoek naar een ander systeem voor toeristenbelasting, waarbij de recreatiesector wordt betrokken.

Burger en bestuur Activiteit programmabegroting

Portefeuillehouder: A.H.M. van Loon Uitgevoerd? Toelichting

Collegeprogramma 2018-2022: 1. Inwonerparticipatie is geborgd in de daarvoor in aanmerking komende werkprocessen.

Nee

Een uitgangspunt bij het actieplan inwonerparticipatie is om al werkenderwijs in kleine stappen, daar waar mogelijk, de borging te laten plaatsvinden. Verder is dit onderwerp een onderdeel van het uitvoeringsplan dat voortvloeit uit de brede beleidsvisie, zie hieronder bij 3.

2. De inzet van een actueel instrumentarium is geborgd in de organisatie

Nee

Het onderzoek naar een adequaat instrumentarium heeft eerder plaatsgevonden. De verdere borging is onderdeel van het uitvoeringsplan dat voortvloeit uit de brede beleidsvisie, zie hieronder bij 3.

3. Een gerealiseerd actieplan om verbinding tussen samenleving en gemeente te verstevigen.

Ja

In afstemming met de raad is gekozen om eerst een brede beleidsvisie voor communicatie en participatie op te stellen. Deze beleidsvisie is besproken in de raadscommissie, maar de besluitvorming daarover is daarna uitgesteld. Eerst is de verbeteragenda en het uitwerkingsplan van de raad besproken.

4. Het faciliteren van de uitwerking van de raadsagenda voor deze bestuursperiode.

Ja

De inzet is met name geweest op de trajecten omgevingswet/ omgevingsvisie en Regionale Energietransitie.

Organisatie Activiteit programmabegroting

Portefeuillehouder: T.C.M. Horn Uitgevoerd? Toelichting

1. Actualiseren van het informatieveiligheid.

Nee

Het informatiebeleid volgt op de te actualiseren visie op dienstverlening. Deze visie wordt begin 2022 vastgesteld. Vervolgens start het actualiseren van het informatiebeleid. Dit is gemeld bij de voortgangsrapportage.

2. Uitwerken informatieveiligheid

Nee

Na vaststelling van het informatiebeleid volgt het uitwerken van de jaarplannen.

Ja

Ook in 2021 zijn er meerdere DPIA’s uitgevoerd. DPIA = data protection impact assessment, oftewel er is kritisch gekeken welke persoonsgegevens op welke wijze verwerkt worden in een proces en wat de risico’s daarvan zijn. Verder is er gewerkt aan privacybewustwording, zijn AVG inzageverzoeken

3. Invullen gevolgen Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming.

29

4. Invoeren Wet Generieke Digitale Infrastructuur (WGDI).

Ja

Het project Gegevensmanagement is verder uitgevoerd. De activiteiten lopen door in 2022.

5. Vernieuwing technische apparatuur raadzaal

Ja

De nieuwe apparatuur is geïnstalleerd.

6. Actualiseren nota verbonden partijen

Nee

De concept-nota is opgesteld. Begin 2022 ligt de nota ter inzage en volgt daarna de besluitvorming.

Ja

a. De noodzakelijke trainingen zijn veelal digitaal gegeven. Een aantal zijn uitgesteld vanwege corona omdat die niet digitaal konden. b. Procesmatig en projectmatig werken is onderdeel van onze organisatie. Dit blijven we continu verbeteren en door ontwikkelen. c. Het gemeentehuis is gerenoveerd en toekomstbestendig. In 2022 worden nog een aantal restpunten aangepakt (bv invalidentoiletten en de toegang).

Collegeprogramma 2018-2022: 7. Het programma voor organisatieontwikkeling is geïmplementeerd met als resultaat: a. de medewerkers zijn getraind invulling te geven aan een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie b. de organisatie werkt procesmatig voor reguliere taken en projectmatig voor enkelvoudige opgaven c. het gemeentehuis is toekomstbestendig

Dienstverlening

Portefeuillehouder: T.C.M. Horn

Activiteit programmabegroting

Uitgevoerd? Toelichting Ja

Het plan van aanpak voor het aansluiten/vormen van een e-depot is opgesteld. Het onderzoek naar de mogelijkheden is uitgevoerd. In 2022 wordt de keus gemaakt hoe we het e-depot gaan organiseren.

2. Een geactualiseerde visie op dienstverlening inclusief servicenormen is opgesteld.

Nee

Het opstellen van deze visie is doorgeschoven naar 2022, zoals in de voortgangsrapportage gemeld. Daarmee kan er afstemming plaatsvinden met de resultaten uit een analyse van de gemeentelijke dienstverlening dat n.a.v. de verbeteragenda Quick scan en het uitwerkingsplan van de raad. Ook kan er afstemming plaatsvinden met de beleidsvisie communicatie/ participatie nadat er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.

3. Een geactualiseerd implementatieplan KCC is opgesteld.

Nee

Op basis van de uitkomst van de analyse van Rijnconsult en de nog te actualiseren visie wordt een geactualiseerd implementatieplan KCC opgesteld.

1. Bewaren van documenten in een e-depot. Collegeprogramma 2018-2022

Wat heeft dat gekost Bedragen x € 1.000 Begroting 2021

Begroting 2021 na wijziging

Werkelijk 2021

Verschil 2021

Lasten

3.300

3.273

3.374

-101

Baten

404

404

438

34

-2.896

-2.869

-2.936

-67

Saldo

30

Paragrafen 1 | Lokale heffingen 1.1 Inleiding De paragraaf lokale heffingen beschrijft het beleid en de uitvoering daarvan ten aanzien van de lokale heffingen en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). 1.2 Beleidskaders Naast landelijke regelgeving is het gemeentelijk beleid vastgelegd in onderstaande documenten. • belastingverordeningen • tarieventabel 2021 • collegeprogramma 2018-2022 • regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen • beleid arrangementen toeristenbelasting Tribuut heeft uitvoeringsbeleid vastgelegd in de volgende documenten: • Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen • Leidraad invordering • Incassoreglement • Regeling elektronisch berichtenverkeer • Beleidsregels hoorzittingen en proceskosten • Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige of belanghebbende • Beleidsregels fiscaal bestuurlijke boeten 1.3 Beleidsverantwoording Algemeen Tribuut belastingsamenwerking heeft de belastingen en WOZ uitgevoerd. De coronamaatregelen hebben wederom flinke impact gehad op de uitvoering. Voor bedrijven heeft Tribuut op verzoek bijzonder uitstel van betaling verleend, gevolgd door maatwerkafspraken over betalingsregelingen. Hieronder wordt per specifieke taak een korte verantwoording gegeven. In het overzicht algemene dekkingsmiddelen zijn de bedragen van de geraamde en gerealiseerde belastingopbrengsten tegen elkaar afgezet.

Wet waardering onroerende zaken In februari zijn de WOZ-waarden bekend gemaakt. In 96% van de gevallen is geen bezwaar gemaakt tegen de waarde. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de WOZ was voldoende. Tribuut werkt planmatig aan verbeteringen om eind 2021 als algemeen oordeel 'goed' te krijgen. Dat is in 2021 nog niet gelukt, mede omdat de Waarderingskamer steeds strengere eisen stelt aan de uitvoering. In een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Tribuut zal deze norm opnieuw afgewogen tegen de daarmee samenhangende (extra) lasten. Onroerende-zaakbelastingen De WOZ-waarde is de grondslag voor dit algemene dekkingsmiddel. Bij de niet-woningen blijft de opbrengst wat achter bij de raming. Dit heeft te maken met autonome lagere waarde-ontwikkelingen. Reinigingsheffingen Deze heffingen dekken de kosten voor het inzamelen en verwerken van huisvuil en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval. Uitgangspunt is een kostendekkende heffing. 2021 was het eerste jaar waarin het vastrechtdeel van diftar in rekening is gebracht. Het variabele deel dat afhankelijk is van het aantal ledigingen of inworpen wordt wel in 2021 verantwoord, maar is met de aanslagoplegging in 2022 bij de inwoners en bedrijven in rekening worden gebracht. Het aantal malen dat inwoners gebruik hebben gemaakt van de vuilophaaldienst ligt hoger dan geraamd.

Voor een aantal gevallen waarin sprake was van een extreem hoog aantal inworpen in de ondergrondse container heeft het college de hardheidsclausule toegepast. Dit is verwerkt in de jaarrekening. De lasten zijn ook wat hoger en de vergoeding voor kunststof valt hoger uit dan geraamd. Er resteert een

31

exploitatieoverschot van € 156.000. Dit bedrag wordt in de egalisatiereserve gestort. Bedragen x € 1.000 verhaalbare lasten

Taakveld

baten

2.1 - verkeer en vervoer

61

-

6.3 - inkomensregelingen

-

- 104

3.505

4.650

0.4 overhead

177

-

BTW

636

-

4.390

4.546

7.3 - afval

totaal

Rioolheffingen Samen met het rioolaanleggeld dekken de rioolheffingen de kosten die verbonden zijn aan de watertaken van de gemeente. In onderstaand overzicht zijn de geraamde en gerealiseerde lasten en baten. opgenomen Vanwege boekhoudvoorschriften worden lasten en baten bij deze heffing gescheiden verwerkt in reserves en voorzieningen. Het nadeel van € 15.000 bij de baten wordt aan de reserve riolering onttrokken. Het voordeel op de lasten van € 135.000 is aan de voorziening riolering toegevoegd. Bedragen x € 1.000 verhaalbare lasten

Taakveld

baten

begroot

werkelijk

begroot

2.1 - verkeer en vervoer

86

93

-

-

6.3 - inkomensregelingen

11

11

- 22

- 21

7.2 - riolering

2.377

2.225

2.846

2.830

0.4 - overhead

99

81

-

-

BTW

315

343

-

-

2.888

2.753

2.824

2.809

totaal

werkelijk

Hondenbelasting Deze belasting dekt de kosten van voorzieningen voor hondenbezitters binnen de bebouwde kom. Het buitengebied is daarom vrijgesteld. Deze belasting is met ingang van 2022 afgeschaft. Hieronder het overzicht van gerealiseerde lasten en baten. Het exploitatietekort van € 3.000 wordt aan de reserve hondenbelasting onttrokken. Bedragen x € 1.000 verhaalbare lasten

baten

1.2 - openbare orde en veiligheid

32

-

0.64 - belasting overig

17

66

0.4 - overhead

12

-

BTW

8

-

69

66

Taakveld

totaal

Forensenbelasting Dit betreft de belastingheffing op (tweede) woningen van mensen die niet in Epe wonen. De opbrengst is een inschatting, omdat de aanslagen na afloop van het jaar worden opgelegd. De verwachte opbrengst valt € 27.000 hoger uit dan geraamd als gevolg van autonoom hogere waarde van de objecten en als gevolg van aanslagen die zijn opgelegd over eerdere jaren . Toeristenbelasting In 2021 is besloten tot een andere systematiek voor de heffing van toeristenbelasting. De recreatiesector is daarbij betrokken geweest. De nieuwe systematiek gaat in per 2022 en heeft dus geen invloed op de opbrengst in 2021. De recreatiesector heeft in 2021 een uitstekend jaar gehad. Er waren meer overnachtingen dan geraamd. Dit heeft geleid tot een extra opbrengst van € 62.000.

32

Precariobelasting Dit is de belasting op voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond. In de loop van 2021 heeft de raad besloten om het tarief voor terrassen en uitstallingen voor heel 2021 op € 0 te zetten vanwege de coronamaatregelen. Verder valt de opbrengst lager uit doordat sommige marktkooplieden vanwege de coronamaatregelen hun marktplaats tijdelijk niet hebben ingenomen. De opbrengst op kabels en leidingen over 2021 staat onherroepelijk vast en is conform eerdere besluitvorming in de reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen gestort. Begraafrechten Met deze heffing zijn de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen gedekt. Er is een egalisatievoorziening waaruit de onderhoudskosten worden gedekt van in het verleden afgekochte graven. Hieronder het overzicht van gerealiseerde lasten en baten. In 2021 zijn er meer baten uit de heffing gerealiseerd dan begroot. Het exploitatieoverschot van € 202.000 is in de voorziening begraven gestort en is nodig om in de toekomst de kosten te dekken van graven die nu zijn uitgegeven of verlengd. Bedragen x € 1.000 verhaalbare lasten

baten

7.5 - begraafplaatsen

817

1.104

0.4 - overhead

85

-

902

1.104

Taakveld

totaal

Leges De opbrengst Wabo valt € 539.000 hoger uit dan geraamd. Er zijn meer en meer grote bouwprojecten aangevraagd. Bij de waboleges is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Daar is gemiddeld genomen sprake van 'subsidiëring' van dure bouwwerken aan goedkope bouwwerken. Een deel van de opbrengst wordt conform bestaand beleid in de reserve gestort om daarmee in de toekomst (tijdelijk) de verwachte hogere lasten als gevolg van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen te kunnen dekken. Bij de overige legesproducten is geen sprake van beleid om te subsidiëren tussen producten. Hieronder is de begrote en gerealiseerde kostendekking per product weergegeven. De legesverordening was in het geheel voor 113% kostendekkend. Product

Kostendekking raming

werkelijk

Kopieën

100%

100%

Huwelijken

90%

52%

Akten en afschriften

87%

36%

BRP-verstrekkingen

50%

93%

Rijbewijzen

86%

89%

Reisdocumenten

104%

114%

APV/bijzondere wetten

82%

75%

Kapvergunningen

35%

29%

Wabo

83%

135%

1.4 Kostendekking Bij de toepasselijke heffingen zijn de lasten-batenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, zijn overheadkosten en btw toegerekend. De methodiek hiervoor is vastgelegd in de Financiële verordening 2017. 1.5 Kwijtschelding Van rioolheffing voor gebruikers en afvalstoffenheffing is onder voorwaarden kwijtschelding mogelijk. Er is € 125.000 aan belastingschuld kwijtgescholden. Dit is € 26.000 minder dan geraamd. Bij ruim 400 huishoudens is de belastingschuld (gedeeltelijk) kwijtgescholden. In ruim twee derde van deze

33

gevallen was daarvoor geen aanvraag nodig en kon geautomatiseerd kwijtschelding worden verleend. 1.6 Woonlasten De gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een eigen woning bedroegen in 2021 € 679 (bron: COELO). Dit is inclusief de € 50 woonlastenverlichting. Epe behoorde hiermee tot de 30 goedkoopste gemeenten van Nederland qua woonlasten.

34

2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2.1 Inleiding Effecten van de Covid-19 uitbraak: Sinds het voorjaar van 2020 zijn we geconfronteerd met het COVID-19 virus. Dat heeft op wereldwijde schaal grote gevolgen en daarmee ook voor de Nederlandse samenleving, de burgers en bedrijven in onze gemeente en de gemeentelijke organisatie. De coronacrisis die ontstaan is als gevolg van het virus, heeft een grote impact op de samenleving gehad, ook in 2021. De coronacrisis trof de zorg, de economie en het maatschappelijk leven en leidde tot tal van ongewenste maatschappelijke effecten. Diverse partijen, inwoners en gemeente hebben een rol in het beperken dan wel tegengaan van die ongewenste maatschappelijke effecten. Voor de gemeente geldt de vraag waar zij zich in de bestrijding van die ongewenste effecten op richt. In de coronacrisis zijn drie fases te onderscheiden: acuut, overbrugging en herstel/stimuleren. De eerste acute fase vanaf maart 2020, waarin direct handelen centraal stond, is inmiddels afgerond. We bevonden ons in 2021 in de overbruggingsfase. Het accent lag in deze fase op het aanpassen aan de nieuwe situatie met de beperkende corona-maatregelen. Na deze fase gaat de herstel- en stimuleringsfase meer naar maatregelen gericht op opbouw en stimuleren als gevolg van de economische recessie die uit de coronacrisis volgt.

Gemeenten hebben in 2021 te maken gekregen met stijgende kosten en daling van verschillende inkomsten Een verdere toelichting is te vinden in Paragraaf 10: Covid-19. Algemeen Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces. Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren. Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico manifest wordt is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. Gezien de toename van de onzekerheden is (de norm voor) de algemene reserve verhoogd naar € 2,5 mln. waardoor het eigen vermogen en de weerstandscapaciteit van de gemeente zijn versterkt. De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen: 1.

Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. 2. Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

35

2.2 Beleidskaders In februari 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en het weerstandsvermogen. De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd: a. Het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd. b. De risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting. c. De weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien. d. De ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1). e. De verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1). 2.3 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien.

De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven. Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit

2021

karakter

Algemene reserve

2.740

incidenteel

2.027

incidenteel

Jaarrekeningresultaat 2021 Totaal

4.767

De stand van de algemene reserve op 31 december 2021 bedraagt € 2,74 miljoen. Dit bedrag is € 240.000 hoger dan de benodigde stand. 2.4 Risico's Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd. Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd.

De risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet. Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.

36

Risicokaart:

Toelichting risico’s. Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd. Corona en Economische crisis Zoals in de inleiding bij deze paragraaf geschreven heeft de Corona crisis gevolgen op het maatschappelijk vlak in de gemeente maar ook op de gemeentefinanciën. De gemeente voert een continue monitor uit op de ontwikkeling van deze inkomsten en uitgaven (incidenteel en structureel). Met de in de begrotingen opgebouwde en ingezette financiële buffers wil de gemeente zo veel mogelijk de effecten van de Coronacrisis opvangen en mogelijkheden creëren voor herstel en stimulering. Hiermee wordt ook ingespeeld op de verwachte druk op de gemeentefinanciën. Deze aanpak is conform het gemeentelijk risicomanagement waarbij voor risico's die zich met grote zekerheid zullen voordoen risicoreserves worden gevormd om het effect op de reguliere bedrijfsvoering van de gemeente zo veel mogelijk te reduceren. Een nadere toelichting is te vinden Paragraaf 10 Covid-19 Sociaal Domein De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein verstrekt het Rijk via de algemene uitkeringen en integratie-uitkeringen. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken aanzienlijke financiële risico’s.

Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De jaarcijfers 2021 laten een positief resultaat zien van rond de € 1,4 mln. (2020 gaf een positief resultaat van € 1,8 mln.). Doordat het Rijk voor de komende jaren extra middelen aan de gemeenten heeft toegekend kan het tekort in het sociaal domein vooralsnog op begrotingsbasis worden opgevangen. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en financieel. Via het project Grip op zorg moet in de komende jaren een structurele besparing worden gerealiseerd worden. Er wordt een eenmalige investering van € 1,7 miljoen ingezet om deze ombuiging in gang te zetten. De resultaten van Grip op zorg zal na 2021 voor een deel zichtbaar moeten gaan worden. Daarnaast wordt door de Coronapandemie gezien dat zorgtrajecten zwaarder worden en dat zorg langer nodig is. Dit zorgt wel voor een grotere groei binnen de jeugdzorg. Met de reserve Risico’s Sociaal Domein worden de financiële risico’s opgevangen die de gemeente loopt als gevolg van de uitvoering van de taken in het sociaal domein. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Paragraaf 9 Sociaal Domein. Grondexploitatie De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid.

Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend. Hiermee worden de risico's voor

Risico kenmerken Kansklasse: Zeer Groot Effectklasse na maatregel: onbekend Restrisico: onbekend Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel / Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: onbekend

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein

37

de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.

Verbonden partijen (excl. Lucrato) De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen. Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden. Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie. Lucrato Lucrato voert de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) uit voor de in Lucrato participerende gemeenten: Epe, Apeldoorn en Heerde.

Daarnaast biedt Lucrato in opdracht van gemeenten dienstverlening aan mensen die onder de Participatiewet vallen en een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt (tot 1 jaar) hebben. De deelnemende gemeenten kunnen ook aanvullende dienstverlening bij Lucrato inkopen voor de doelgroep die vanuit de gemeenten wordt bediend: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt langer dan een jaar of mensen uit de doelgroep participatie. Uit de vastgestelde Meerjarenbegroting 2022-2025 van Werkbedrijf Lucrato blijkt dat het financiële eindresultaat voor de komende jaren negatief is begroot. De bezuinigingen van het Rijk en de stijgende gemiddelde loonkosten per SWmedewerker hebben een negatief subsidieresultaat tot gevolg. Het macrobudget voor de Rijksbijdrage Wsw staat voor de komende jaren vast en wordt alleen nog aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast is door de Coronapandemie het genereren van omzet lastiger geworden. In 2020 is was de reserve binnen Lucrato niet meer toereikend. Het aandeel van de gemeente Epe voor het tekort van Lucrato is als taakstelling opgenomen in de begroting 2021 voor een bedrag van € 240.000. Het uiteindelijke aandeel van gemeente Epe in het gerealiseerde tekort over 2021 komt uit op € 12.000.

In overeenstemming met het gemaakte beleid in 2019 is deze bijdrage gecompenseerd binnen de gebundelde uitkering en daarmee financieel afgedekt via de reserve BUIG. Juridische risico's en aansprakelijkheid De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn. 1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie. 2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.). Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden.

Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen. Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen. Financiële claims: Op dit moment loopt er een schadeclaim en een schadestaatprocedure bij de

Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 262.300 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 52.000

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 637.000 Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risicokarakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 208.000

38

rechtbank. Voor de eventuele financiële gevolgen van de schadestaatprocedure heeft de gemeente, conform het beleid, risico reserveringen getroffen. Borg en garantstellingen De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 98 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn. Algemene uitkering Er lopen momenteel 2 trajecten in het kader van de herziening van de algemene uitkering. Het betreft de herverdeling van het klassieke en sociaal domein.

Het rijk heeft eind januari 2021 inzage gegeven in de nieuwe verdeelvoorstellen. Deze voorstellen vallen minder nadelig uit voor Epe dan verwacht werd bij het opstellen van de begroting 2021-2024. Echter het betreft een voorlopige verdeling, waarbij de minister vorig jaar al kanttekeningen plaatste. In juni en in december 2021 zijn de voorlopige voorstellen verder verfijnd. Hierdoor is het nadeel van Epe gestegen naar € 14 per inwoner. Ondanks de verfijning hebben het ROB en de VNG nog steeds kritiekpunten op de herverdeling. In de meicirculaire 2022 zijn de voorlopige verdeel voorstellen doorgerekend naar 2023 en enigszins verbeterd. Dat resulteert in een voordeel van € 6 per inwoner. Er volgen nog vervolg onderzoeken op een aantal onderwerpen (sociaal domein, ozb). Het is niet te sluiten dat het nu gepresenteerde voordeel weer omslaat in een nadeel.

Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 980.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 196.000

Risico kenmerken Kansklasse: Zeer groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

Daarnaast speelt de onzekerheid ten aanzien van het structurele karakter (vanaf 2023) van de aanvullende uitkering van het rijk voor de stijging van de jeugdzorgkosten. Een extern onderzoek naar de toereikendheid van het jeugdbudget is medio 2021 afgerond. De middelen voor 2022 zijn inmiddels in de septembercirculaire 2021 opgenomen en de vorige regering heeft een voorlopige inschatting gemaakt van een toename van het rijksbudget voor de komende jaren. Vervolgens is in het regeerakkoord is een structurele verlaging van het jeugdhulpbudget opgenomen. Voor beide onderwerpen zal nog verdere besluitvorming plaatsvinden door de nieuwe regering. In de meicirculaire 2022 is alleen voor 2023 de aanvullende uitkering geraamd. Voor al deze risico’s is in de begroting 2022-2025 rekening gehouden met een daling van de algemene uitkering oplopend van € 350.000. Gezien de voorlopige uitkomst van de nieuwe verdeling is de verwachting dat de daling van de algemene uitkering lager uitvalt dan de € 350.000 die opgenomen is in de begroting 2022-2025. Het effect na 2023 blijft onzeker en zal vanaf 2026 met alle waarschijnlijkheid de € 350.000 overschrijden. Het regeerakkoord heeft ook andere effecten op de hoogte van de algemene uitkering.

Bijvoorbeeld de bekostiging van de woningbouw uit de algemene uitkering, de opschalingskorting en de wijziging in de systematiek van de berekening van het accres hebben invloed op de omvang van de algemene uitkering. Eind maart komt hiervoor een extra circulaire om deze effecten in beeld te brengen. Uitkering inkomensvoorziening Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigd de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz. In hoeverre de gemeente uit komt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden. In 2019 en 2020 (met uitloop in 2021) is extra ingezet op het voorkomen van instroom en het stimuleren van uitstroom van uitkeringsgerechtigden. Het voordeel dat is ontstaan, vangt voor nu de tekorten van de Sociale Werkvoorziening op. In de begroting 2022 zijn deze middelen voor een groot deel structureel voortgezet. De verwachtte Corona- en de daaropvolgende verwachte economische crisis heeft op dit werkveld waarschijnlijk grote

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

39

gevolgen. Deze gevolgen zijn in 2021 nog niet zichtbaar. Met de reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen. Organisatie - Personeel Een risico dat zich altijd kan voordoen is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerkers en boven formatief personeel. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen deze situaties van langdurige ziekte, boven formatief personeel en vertrek van medewerkers is een reserve gevormd waaruit deze lasten gedekt kunnen worden. Jaarlijks wordt bij de begroting het risico ingeschat van de te verwachten uitgaven en op basis hiervan wordt de reserve aangevuld. Tot nu toe was binnen de begroting niet voorzien in structurele middelen om toekomstige situaties af te dekken. In 2021 (zie voortgangsrapportage) is opnieuw gebleken dat voor langdurig zieken aanmerkelijk moest worden bij geraamd. Omdat blijkt dat deze problematiek een structureel karakter heeft, is bij de begroting 2022-2025 voor dit risico een structurele stelpost in de meerjarenbegroting opgenomen vanaf boekjaar 2023.

Omdat de uitgaven een sterke fluctuatie vertonen zal moeten blijken in hoeverre deze stelpost het risico structureel voldoende afdekt. Groot onderhoud accommodaties en sportvelden en btw-sport Uit eerder onderzoek bleek dat de kosten van het groot onderhoud van accommodaties (Koekoek/Wieken, Hezebrink en PWA) fors stijgen. Het beleidsvoornemen is dat accommodatie besturen zelf de toegenomen kosten van groot onderhoud in de eigen begroting opnemen. Het risico is echter aanwezig dat de accommodaties niet in staat blijken deze stijgende kosten op te kunnen vangen. In de gemeentelijke begroting 2022 is een aanvullende bijdrage voor groot onderhoud van de PWA en Hezebrink opgenomen. Wat betreft Koekoek/Wieken zal de vraag beantwoord moeten worden hoe structureel invulling wordt gegeven aan de locatie de Wieken. De komende jaren zullen renovatiewerkzaamheden aan natuur- en kunstgrasvelden bij diverse verenigingen aan de orde komen. Uit een onderzoeksrapport blijkt dat grootschalige renovatie nodig is. In de gemeentelijke begroting 2022 is een extra storting gedaan in de reserve renovatie natuur- en kunstgrasvelden om de verwachte bijdrage voor renovatie de komende jaren te kunnen dekken. Tegelijk blijkt dat op dit moment meer natuurgrasvelden gesubsidieerd worden voor onderhoud dan op basis van normering van de KNVB nodig is.

Door een wetswijziging is het recht op aftrek van btw voor de stichtingen en verenigingen vervallen waardoor er een fors financieel nadeel ontstaat bij de stichtingen en verenigingen. Samenvattend is er nog steeds het risico dat de in gemeentebegroting opgebouwde buffer ontoereikend is. Onderhoud Openbare Ruimte Het beheer van de Openbare Ruimte is in de gemeente uitbesteedt aan Axent via een dienstverleningsovereenkomst. Axent voert het onderhoud uit op basis van door de gemeente opgestelde specificaties. Echter de leefomgeving verandert door klimaatverandering, burgers hebben veranderde wensen/eisen ten aanzien van het onderhoudsniveau en bijvoorbeeld de biodiversiteit en verschillende onderdelen van het gemeentelijk "areaal" verouderen (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van bomen waardoor meer onderhoud nodig is). Daarnaast blijkt het contractueel afgesproken indexpercentage structureel lager te liggen dan de stijging van de werkelijke kosten die aannemers maken. Dit leidt tot het risico dat bij een nieuwe opdracht de kosten van dezelfde werkzaamheden structureel veel hoger liggen. Al met al zien we dat ook bij een gelijkblijvend niveau van onderhoud van de openbare ruimte de kosten zullen gaan stijgen de komende jaren.

In de komende jaren zal in de reguliere periodieke actualisatie van beheerplannen, financiële voorzieningen en reserves rekening gehouden worden met deze ontwikkelingen.

Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico in 2022: € 325.000 Ontwikkeling risico: Neemt af per 2023 Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 195.000

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Klein Restrisico: € 70.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: € 28.000

Risicokenmerken

Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico: € 215.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000

Vervallen risico’s. Ten opzichte van de vorige publicatie van risico's (bij de begroting 2022) is het risico ten aanzien van de omgevingswet vervallen. De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treden 1 januari 2023 in werking en hebben gevolgen voor de hele gemeentelijke organisatie en de daarmee samenhangende financiële middelen. Naar aanleiding daarvan is het 'Programma Omgevingswet' ingericht voor de implementatie van de wetten. Het gaat dan zowel om de inhoud van de (fors gewijzigde) regelgeving, als ook de ondersteuning daarvoor; digitale ondersteuning, werkwijzen en processen die moeten worden aangepast en dienstverlening en participatie gericht op

40

houding, gedrag en communicatie. De invoeringskosten van de Omgevingswet en de Wkb zijn geraamd in de begroting 2022. De structureel nadelige financiële effecten zijn op dit moment becijferd op € 150.000. Deze kunnen naar verwachting tot en met 2028 worden gedekt door een onttrekking aan de risico/egalisatie reserve voor de invoering van de Omgevingswet. In 2029 ontstaat een tekort van € 11.000 dat in 2030 oploopt tot € 150.000, doordat de reserve niet meer toereikend is. De komende jaren zal bezien moeten worden hoe de structurele effecten zich ontwikkelen en welke mogelijkheden er zijn om deze te dempen dan wel structureel te verwerken in de komende begrotingen. 2.5 Conclusie weerstandsvermogen De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien: Weerstandsvermogen

2021

Weerstandscapaciteit

4.767.000

Risico's

808.000 Weerstandsvermogen

3.959.000

Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit ultimo 2021 als volgt weergegeven: 1. Algemene reserve in relatie tot de risico’s: 3,4 2. Weerstandscapaciteit in relatie tot risico’s: 5,9 De stand van de algemene reserve bedraagt € 2,7 miljoen. De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s (5,9) is uitstekend. 2.6 Kengetallen De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven. Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

1a. Netto schuldquote

-6,7%

-1,9%

-9,6%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-15,7%

Kengetal

-12,8%

-7,7%

2. Solvabiliteitsratio

76%

74%

79%

3. Grondexploitatie

-0,7%

-0,5%

-0,2%

4. Structurele exploitatieruimte

6,2%

1,9%

6,9%

5. Belastingcapaciteit

89%

94%

84%

41

2.6.1 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Duiding Sinds 2019 zijn de langlopende (vaste) schulden van de gemeente nul. De totale kortlopende schulden en de overlopende passiva samen bedragen in de jaarrekening 2021 € 9,7 mln. Dit ligt rond het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar en iets onder het niveau van eind 2020. De financiële bezittingen (in de vorm van uitgegeven lang- en kortlopende leningen, liquide middelen en overlopende activa) van de gemeente nemen de afgelopen jaren toe. Dit leidt er eind 2021 toe dat de financiële bezittingen van de gemeente groter zijn dan de totale schulden. Dit komt tot uitdrukking in het percentage van -9,6% (resp. -15,7%) bij de jaarrekening 2021. 2.6.2 Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.

Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal. Duiding Het solvabiliteitspercentage van de gemeente is de afgelopen vier jaar redelijk stabiel met een percentage van 79% in de jaarrekening 2021. Sinds 2011 is de solvabiliteit gestegen (van 58% naar 79%) met name als gevolg van een toename van het eigen vermogen van de gemeente. 2.6.3 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve. 2.6.4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Duiding De structurele lasten zijn in 2021 lager dan de structurele baten per programma ook als daar de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves bij worden opgeteld. Dit houdt in dat de gemeente een structureel sluitende exploitatie heeft.

2.6.5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Duiding Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente onder het landelijk gemiddelde liggen.

42

3 | Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de rekening is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de rekening omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid. 3.2 Beleidskaders Het beleid van de gemeente Epe voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen.

• Wegenbeleidsplan • Gemeentelijk Watertakenplan • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan • Beleidsplan Openbare Verlichting • Beleidsplan Civiele Kunstwerken • Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen /Beheervisie begraafplaatsen • MJOP gebouwen 3.3 Stand van zaken Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de rekening. Financiële vertaling van het onderhoud in de jaarrekening (bedragen in € 1.000): Jaar vaststelling raad

Looptijd t/m

Achterstand onderhoud

Wegen

2014

2018

Riool

2021

Civiele kunstwerken

Beleids-en beheerplan

Kosten 2021

Begroting 2021

Structureel Wijze m.i.v. 2022

Nee

684

2.246

2025

Nee

721

679

808 structureel budget

2017

2022

Nee

17

17

17 storting voorziening

11

18

15 structureel budget

Bomen en groen

2010

-

Nee

930

980

944 structureel budget

Openbare verlichting

2018

2026

Nee

Gebouwen

-

-

Nee

1.997

structureel budget met egalisatiereserve

-

1

1 storting voorziening

57

57

68 structureel budget

308

283

279 storting voorziening

248

220

254 structureel budget

3.3.1 Wegen In gemeente Epe ligt ongeveer 785 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ongeveer 2.763.000 m2. De helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 27% uit elementen en 23% uit onverhard en beton. Jaarlijks wordt het wegareaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaats had. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een reserve voor de egalisatie van de onderhoudskosten. Ieder jaar worden in de hele gemeente werkzaamheden uitgevoerd om het kwaliteitsniveau constant te houden. Het actualiseren van het wegenbeleidsplan is uitgesteld naar 2022. Het opstellen van het wegenbeleidsplan dient gelijktijdig op te lopen met het mobiliteitsplan, aangezien deze plannen veel raakvlakken met hebben.

43

Het mobiliteitsplan wordt begin 2022 vastgesteld. Het gladheidbestrijdingsplan gaat deel uitmaken van het wegenbeleidsplan. 3.3.2 Gemeentelijke Watertaken In 2021 zijn het BRP en GWP (gemeentelijk watertakenplan) 2021-2025 opgesteld en door gemeenteraad vastgesteld. Eén van de kernfactoren voor het behouden van een goede leefomgeving is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben een aantal belangrijke doelen voor het dagelijks leven: • Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten; • Het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater; • Het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte; • Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater Het rioolnetwerk in de gemeente is ca 460 kilometer lang. Daarvan is ca 229 kilometer drukriolering en ca 231 kilometer vrij verval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 minigemalen en 28 rioolgemalen. Jaarlijks wordt met gedetailleerde camera-inspecties circa 7% (15 km) van het areaal geïnspecteerd. Deze wijze van inspecteren wordt de komende jaren doorgezet, hoe wordt omgegaan met de bevindingen wordt nader uitgewerkt in het Rioolbeheerplan. Eind 2021 is de kwalitatieve toestand van nagenoeg het gehele stelsel in beeld.

Hieronder volgt een opsomming van de uitgevoerde werken en werkzaamheden in 2021: - Uitvoering centrumplan fase 2, aanleg vuilwater en infiltratieriool - Vervangen persleiding in Vaassen en Emst - Voorbereiding reconstructie Krugerstraat/van Riebeeckstraat en Tuindorpweg - Vervangen defecte riolering 3.3.3 Civiele kunstwerken Een brug is een overspanning over water om twee weggedeelten te verbinden. De gemeente Epe heeft in totaal 64 bruggen en 2 tunnels in eigendom: 41 met een draagconstructie van beton en 23 met een draagconstructie van staal met een kunststof, houten of metselwerk opbouw. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan bruggen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. In 2021 zijn geen bruggen vervangen. Wel is er onderhoud uitgevoerd. 3.3.4 Bomen en groen Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden.

Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d. Het nieuwe Bomenbeleidsplan wordt in 2022 vastgesteld. Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan Axent Groen en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Daarin is vastgelegd dat Axent Groen de openbare ruimte op basisniveau onderhoudt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting waren voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

44

3.3.5 Openbare verlichting Het beleids- en beheerplan openbare verlichting is geactualiseerd in een nieuw plan met een looptijd van 2017 tot 2026. Het heeft als belangrijkste doel het leggen van een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. Eind 2021 zijn er ca 6.119 masten in beheer bij de gemeente Epe. Binnen de gemeentegrenzen zijn bij de provincie Gelderland 8 masten in beheer, bij Dorpsbelang Oene 6 stuks en bij Triada 354 stuks. Er zijn ca 6.204 armaturen, dat zijn er meer dan er lichtmasten zijn en dat komt omdat op sommige lichtmasten meer armaturen met meer lampen zijn gemonteerd. Het doel is om de komende jaren de gemeente Epe geheel uit te rusten met ledverlichting. Eind 2021 was deze vervangingsslag voor meer dan de helft uitgevoerd, zo’n 69%, en liggen de werkzaamheden op schema. Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. 3.3.6 Gebouwen Er zijn 46 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Het beheer en onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het reguliere (dagelijks) en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt onder andere uitgevoerd op basis van MJOP’s. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen.

Per jaar wordt minimaal 50% van de MJOP’s van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van max. 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. Op basis van de MJOP’s zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het Streekarchief, gemeentehuis, de buiten- en binnenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, de Ossenstal, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen en de onderkomens op de begraafplaatsen.

45

4 | Financiering 4.1 Inleiding De paragraaf financiering heeft tot doel inzicht te verschaffen in de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, ofwel: treasury. 4.2 Beleidskaders Het beleid ten aanzien van de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut (2014) 4.3 Beleidsverantwoording

4.3.1 Treasurybeheer De Wet Fido geeft twee concrete richtlijnen voor de gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 4.3.2 Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Juist voor kortere financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het begrotingsjaar. Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2021 € 7.650.000 (zie bijlage 3). Uitgangspunt is dat het financieringstekort zoveel mogelijk met kort geld wordt gefinancierd omdat het rentepercentage voor kort geld lager is dan het percentage voor leningen met een lange looptijd. In 2021 zijn geen nieuwe langlopende geldleningen afgesloten. 4.3.3 Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie.

Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet. De renterisiconorm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor herfinanciering en/of renteherziening. Voor Epe bedraagt de renterisiconorm ca. € 18 miljoen. Het werkelijke renterisico bedroeg in 2021 €0 en blijft ruim onder de renterisiconorm. 4.4 Financiering 4.4.1 Financieringspositie Voor 2021 was een financieringstekort begroot op € 3,6 miljoen (op begrotingsbasis). Dit tekort zou gefinancierd worden met kortlopende geldleningen. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van de volgende percentages: Rente kort: 1% Rente lang: 2 % In het voorjaar van 2021 is een kortlopende geldlening aangetrokken met een rentepercentage van 0,45%. In het jaar 2019 is de laatste langlopende geldlening afgelost.

46

4.4.2 Leningenportefeuille Sinds eind 2019 heeft Epe geen langlopende geldleningen schulden. In het kader van het financieel toezicht publiceert de provincie jaarlijks een overzicht van de schuldenpositie van de gemeenten in Gelderland. Uit dat overzicht blijkt dat de netto schuld per inwoner van Epe in vergelijking met de andere 54 gemeenten laag is. In de publicaties van de afgelopen jaren staat Epe op de 4e plaats van de gemeenten met de minste schulden. 4.4.3 Uitzettingen Alle decentrale overheden, waaronder gemeenten, moeten hun overtollige middelen in de schatkist aanhouden. Voor Epe betekent dat, dat in 2021 de tijdelijke overtollige middelen gestort zijn in de schatkist van het rijk. Daarnaast heeft de gemeente diverse uitzettingen/beleggingen bij o.a. de BNG en Vitens vanwege haar publieke taak. 4.5 EMU-saldo In de wet zijn bepalingen opgenomen over het maximale toegestane EMU-saldo van de overheid en eventuele mogelijke sancties bij overschrijding van de deze norm. In het bestuurlijk overleg tussen rijk en de decentrale overheden van 23 mei 2018 is afgesproken dat de EMU-tekortnorm voor 2019-2022 wordt vastgesteld op –0,4 % van het bruto binnenlands product (bbp). Ontwikkeling EMU-saldo decentrale overheden (percentage van het bruto binnenlands product) 2016

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11593380/2