431790 NL.IMRO.0232.VAA026Torenstr29-OBP1
Tekst van het document
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6(één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations.
In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan indien het gaat op een verplaatsing van een bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde.
In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd zelfredzame personen zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd. Situatie plangebied De woningen en de supermarkt zijn relevant in het kader van externe veiligheid. Het is een (beperkt) kwetsbaar object (conform artikel 1, lid 1 sub b en I van het Besluit externe veiligheid inrichtingen). Stationaire risicobronnen In de directe omgeving van de planlocatie zijn twee stationaire risicobronnen gevestigd: LPG tankstation - Laan van Fasna Vaassen - op circa 680 m ten zuidoosten vanaf het plangebied. Deze inrichting is een Bevi-inrichting en heeft een invloedsgebied van 160 meter vanaf het vulpunt. Hierdoor liggen de nieuwe (beperkte) kwetsbare objecten in het plangebied niet binnen het invloedsgebied van het groepsrisico of binnen een 10-6 PR-contour van de inrichting. Vaassen Flexible Packaging - Dorpsstraat 88 Vaassen - op circa 225 m ten zuiden van het plangebied.
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Dit is geen BEVI inrichting. De interne opslag van dit bedrijf valt onder de richtlijn van de CPR 15 en heeft een 10-6 risicocontour van 0 meter. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied va de inrichting. Mobiele risicobronnen Er zijn geen mobiele risicobronnen in de directe nabijheid van het plangebied die een belemmering kunnen vormen. Er is sprake van een (beperkt) kwetsbaar object, maar er zijn geen risicobronnen in de nabijheid die een belemmering geven. Er hoeft dus geen toetsing van het groepsrisico plaats te vinden. Ook hoeft er geen advies gevraagd te worden aan de VNOG.
4.4
Water
4.4.1
Waterbeleid
Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe Vanaf 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma van het Waterschap Vallei en Veluwe van kracht. Het is bewust neergezet als een programma en niet meer als een waterbeheerplan. De maatregelen zijn op hoofdlijnen uitgewerkt, het “hoe” volgt bij het jaarlijks vaststellen van de begroting. De zorg voor de kerntaken “beschermen tegen overstroming”, “schoon en voldoende oppervlaktewater” en “zuiveren van afvalwater” blijft voorop staan. Daarbij wil het waterschap wel meer toe naar een integrale benadering van de gezamenlijke opgave. Het waterschap wil haar ambities en doelen steeds sterker bereiken samen met de waterpartners. De ambities zijn: We beschermen ons gebied tegen overstromingen. We zorgen voor de juiste hoeveelheid water. We zorgen voor de goede oppervlaktewaterkwaliteit. Schoon en vuil water worden zo veel mogelijk gescheiden. We halen de hoogst mogelijke waarde uit water. We beheren afvalwaterketen en watersysteem als één geheel samen met onze partners. Samen met gemeenten wil het waterschap schoon hemelwater en afvalwater zoveel mogelijk aan de bron scheiden. Dit om de negatieve effecten van extreme buien (lagere waterkwaliteit door overstorten) en droogte (lagere waterkwaliteit door geen watertoevoer, hittestress), als gevolg van klimaatverandering, te voorkomen.
Hiertoe stelt het waterschap een beleidsplan op en voert dit uit. Binnen de verantwoordelijkheden van de waterpartners voor grondwaterbeheer wil het waterschap de samenwerking initiëren en als grondwaterloket fungeren. De start betreft het vormen van een gezamenlijk grondwaterkennisteam. Binnen de jaarcyclus wordt door het waterschap verantwoording afgelegd over de inhoudelijke doelen en resultaten. In de cyclus wordt een moment ingebouwd om op collegiale basis met de waterpartners de programmering voor het komende jaar af te stemmen. Waterplan Epe De gemeente ligt op het overgangsgebied van de stuwwal van de Veluwe naar de IJssel. Het water van de Veluwe komt aan de flanken van de stuwwal aan de oppervlakte en watert af richting de lager gelegen IJssel. Op de Veluweflank loopt dit watersysteem van west naar oost. In de IJsselvallei loopt het watersysteem van zuid naar noord. Deze twee stroomgebieden hebben een grote invloed op de waterhuishouding in de gemeente Epe. Het Waterplan Epe beschrijft hoe de gemeente Epe de komende jaren wil omgaan met het water in de gemeente. De gemeente stelt dat er op het eigen terrein 25 mm dynamische waterberging geborgen dient te worden.
26
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
4.4.2
Watertoets
Bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen moet de watertoets worden doorlopen. Dit houdt in dat alle ruimtelijke plannen een waterparagraaf moeten bevatten. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het kader van de watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 2 april 2021 is via www.dewatertoets.nl de watertoets ingediend. Hieruit is naar voren gekomen dat de korte procedure van toepassing is. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.
Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hierbij verder helpen.
Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. Meer informatie over de grondwaterfluctuatiezone kunt u vinden op de website van de Provincie Gelderland.
4.5
Ecologie
Op 1 januari 2017 is de 'Wet natuurbescherming' in werking getreden. De 'Boswet', de 'Flora en faunawet' en de 'Natuurbeschermingswet 1998' zijn per die datum ingetrokken. De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de soortenbescherming en gebiedsbescherming.
Toelichting (ontwerp)
27
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
4.5.1
Gebiedsbescherming
Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen die een hoge wettelijke bescherming kennen. Hiervoor zijn Natura 2000 en gebieden onderdeel uitmakend van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen. Situatie plangebied Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk Om de mogelijke effecten op het Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming en beschermde gebieden behorend tot het Gelders Natuurnetwerk in beeld te brengen, is een verkennend natuuronderzoek (bijlage 9) uitgevoerd. Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Op circa 150 meter ten noorden van het plangebied ligt een vertakking van het Natura 2000-gebied Veluwe. Het stikstofgevoelige gedeelte van de Veluwe ligt op circa 1,7 km afstand van het plangebied. De voorgenomen herontwikkeling leidt – los van het aspect stikstofdepositie – niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.
Ten aanzien van stikstofdepositie geldt dat aan de hand van een stikstofberekening moet worden vastgesteld of sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden en of dit kan leiden tot significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De stikstofdepositie als gevolg van het slopen van de bestaande bebouwing en het realiseren van de nieuwe supermarkt, horeca en de appartementen en de daarbij behorende verkeersgeneratie is in beeld gebracht. De stikstofemissie in de realisatiefase en gebruiksfase is weggezet tegen de referentiesituatie (verschilberekening). Uit deze AERIUS-calculatie (bijlage 10) blijkt dat: De gebruiksfase ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden (niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar). Uit de berekeningen is gebleken dat als gevolg van de realisatiefase een stikstofdepositie van maximaal 0,04 mol/ha/j op het Natura 2000-gebied Veluwe en maximaal 0,01 mol/ha/j op het Natura 2000-gebied Rijntakken optreedt.
Rijk en provincies hebben een beleidslijn afgesproken dat project met tijdelijke stikstofdeposities van transport en mobiele werktuigen in de aanlegfase kleiner of gelijk aan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan, bijvoorbeeld maximaal 1 jaar 0,1 mol/ha/j) niet vergunningsplichtig zijn voor de Wet natuurbescherming. Kleine en tijdelijke deposities leiden op voorhand niet tot significant negatieve effecten. De provincie Gelderland heeft aangegeven deze beleidslijn te hanteren. Op basis van deze beleidslijn is dit project niet vergunningsplichtig voor de Wet natuurbescherming op het gebied van stikstof. Gelders Natuurnetwerk De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk. Verdere toetsing in de vorm van een "Nee, tenzij-toets" is niet aan de orde. 4.5.2
Soortenbescherming
Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Situatie plangebied
28
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Om de mogelijke effecten op beschermde soorten flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen, is een verkennend natuuronderzoek (bijlage 9) uitgevoerd. Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd: De bebouwing van de Dekamarkt bevat geen potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats zoals huismus en gierzwaluw of van gebouwbewonende vleermuizen. Voor de sloop van deze bebouwing is geen nader onderzoek of een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De bebouwing op het perceel Torenstraat 31 (woning en garage) bevat wel potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (huismus) en van gebouwbewonende vleermuizen. Voor de sloop van deze bebouwing is wel nader onderzoek nodig. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen van huismus of vleermuizen aanwezig zijn, is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Verder bevat het onderzoeksgebied geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna. Wel dient rekening gehouden te worden met aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden.
In 2021 is er een aanvullend natuuronderzoek (bijlage 11) uitgevoerd, om vast te stellen of er huismussen en/of vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing op het perceel Torenstraat 31. Uit dit aanvullend natuuronderzoek blijkt het volgende: Uit het aanvullend vleermuisonderzoek blijkt dat er in de te slopen bebouwing geen vaste rust- en verblijfplaatsen (zomer-/kraam-, paar- of winterverblijven) van vleermuizen aanwezig zijn. De ingreep leidt derhalve niet tot een aantasting van vaste rust- en verblijf-plaatsen van vleermuizen. Daarnaast gaat er geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen verloren en zijn geen vliegroutes van vleermuizen aanwezig. Een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen is niet aan de orde. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Uit het aanvullend veldonderzoek blijkt dat er geen nestplaatsen van huismus aanwezig zijn in de onderzochte bebouwing en dat het onderzoeksgebied geen essentieel foera-geergebied voor de huismus vormt. De voorgenomen herontwikkeling leidt niet tot een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.6
Verkeer en parkeren
De ontwikkeling dient een goede verkeersafwikkeling te hebben en voldoende parkeerruimte te bevatten zodat een goede leefbaarheid in de omgeving gehandhaafd blijft. Verkeer De verkeersafwikkeling zal met de voorgenomen ontwikkeling in geringe mate toenemen. In de huidige situatie bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie 538 motorvoertuigen per etmaal aan licht verkeer, 4 motorvoertuigen per etmaal aan zwaar verkeer en 4 motorvoertuigen per etmaal aan middelzwaar verkeer. Uitgaande van de volgende uitgangspunten: Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk Ligging: centrum Categorie: fullservice-supermarkt (718 m2) en vrijstaande woning Bij de voorgenomen ontwikkeling bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie 1.339 motorvoertuigen per etmaal aan licht verkeer, 4 motorvoertuigen per etmaal aan zwaar verkeer en 4 motorvoertuigen per etmaal aan middelzwaar verkeer. Uitgaande van de volgende uitgangspunten: Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk Ligging: centrum
Toelichting (ontwerp)
29
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen Categorie: fullservice-supermarkt (1.647 m2) en 30 appartementen De toename bedraagt 801 motorvoertuigen per etmaal aan licht verkeer. Ten noorden, zuiden en westen van de supermarkt zijn de parkeerplaatsen beoogd. Deze grotendeels bestaande parkeerplaatsen zijn te bereiken middels de Margrietweg. De ontsluiting middels de Margrietweg wordt voortgezet. Deze weg sluit direct aan op een doorgaande weg in Vaassen, de Julianalaan. Uit de tellingen op de Margrietweg (2019) is gebleken dat de vervoersbewegingen 891 per etmaal bedraagt. In 2022 houdt dit in dat er in totaal 1.719 verkeersbewegingen (telling 2019 + autonome groei 1% per jaar + 801) zijn over de Margrietweg. De Margrietweg is zo ingericht dat dit de toename van het aantal vervoersbewegingen in de toekomst aan kan. De Margrietweg maakt onderdeel uit van de parkeerroute en is als zodanig ingericht. In de structuurvisie Centrum Vaassen is dit ook als zodanig beleidsmatig vastgesteld en ten behoeve daarvan en mede vooruitlopend op de huidige ontwikkeling is de Margrietweg jaren geleden doorgetrokken, waardoor in het centrum van Vaassen een parkeerruit is ontstaan, zoals ook was beoogd. De Margrietweg is te typeren als een 'erftoegangsweg' en daar binnen als een 'buurtontsluitingsweg'.
Op een dergelijke buurtontsluitingsweg is een (indicatie van) intensiteit van circa 1.000-2.500 mvt/etm acceptabel. De Margrietweg kent een andere inrichting en woonbebouwing dan de Torenstraat. De Torenstraat is getypeerd als een 'woonstraat' waar diverse woningen dicht op de rijbaan staan. 1.719 verkeersbewegingen over de Margrietweg betreft een aanname en worst-case scenario. In werkelijkheid rijdt niet al het toenemende verkeer vanuit de voorgenomen ontwikkeling alleen over de Margrietweg, maar neemt het ook andere routes. Daarnaast Ieidt de uitbreiding van de supermarkt met meer dan 100% en het realiseren van de 30 appartementen en horeca vermoedelijk niet tot een dubbel aantal vervoersbewegingen. Er wordt een toename van het verkeer op de Margrietweg verwacht. Verkeerskundig is deze toename acceptabel voor dit type weg. Parkeren Op het plangebied is het Parapluplan Parkeren (vastgesteld 8-11-2018) van toepassing. Hierin is voorgeschreven dat bij bouwplannen de parkeernormen dienen te worden gevolgd uit de Nota Parkeernormen 2018 van de gemeente Epe. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een memo parkeren opgesteld (bijlage 12). In deze memo is onderbouwd hoeveel parkeerplaatsen er benodigd zijn. Het totaal aantal benodigde parkeerplekken in het plan bedraagt afgerond 157 parkeerplaatsen. Er zijn in het plangebied 153 parkeerplaatsen opgenomen.
Dit betekent een tekort van 4 parkeerplaatsen. Als overloop wordt in de huidige situatie het parkeerterrein aan de Julianalaan (tegenover kasteel de Cannenburch ingezet). Hier is in de huidige situatie een overcapaciteit op acceptabele loopafstand (conform de richtlijnen) voor de winkels/horeca aan het Marktplein/Dorpsstraat. Er zijn echter concrete plannen voor herinrichting van dit gebied. In de toekomstige situatie dient er daarom 4 parkeerplekken te worden behouden als overloop naar het centrum. Deze overloop-locatie ligt op circa 300 meter van het Marktplein en is daarmee qua loopafstand voor winkelen/horeca acceptabel.
4.7
Kabels en leidingen
Kabels en (buis)leidingen in de grond in of nabij het plangebied kunnen van belang zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling en dienen derhalve planologisch geregeld te worden. Het gaat dan om kabels en leidingen met een veiligheidsrisico of een belangrijke maatschappelijke functie, zoals (ondergrondse) hoogspanningskabels, gasleidingen of buisleidingen voor brandbare en vergiftigde stoffen. In en rondom het plangebied liggen geen belangrijke kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.
30
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
4.8
Molenbiotoop
Met het oog op de voorgenomen ontwikkeling vanwege de in het centrum van Vaassen aanwezige ‘Daams’ Molen’ dient ook de z.g. molenbiotoop worden bezien. Bij een molenbiotoop is de ruimte die vrij wordt gehouden voor een goede windvang van cruciaal belang. Conclusie mag zijn dat de voorgenomen ontwikkeling de vrije windvang voor het functioneren van de in centrum Vaassen aanwezige ‘Daams’ Molen’ niet (verder) beperkt. Daams’ Molen ‘Daams’ Molen’ ligt op circa 240 m van het plangebied. De molen is in 2012 met maar liefst 4,90 meter opgehoogd. Dit is gedaan naar aanleiding van de belemmeringen die deze molen vormde voor nieuwe ontwikkelingen in Vaassen. Als gevolg van deze ophoging zijn er in beginsel geen belemmeringen meer bij de ontwikkeling van bebouwing in het centrum van Vaassen voor onder meer bouwplannen met een ‘hogere’ bouwhoogte, gezien vanuit de ontwikkeling van het centrum van Vaassen en bezien vanuit het gegeven dat de windvang op de molen niet onevenredig wordt benadeeld. Omgevingsverordening Gelderland Op grond van de Omgevingsverordening Gelderland geldt de volgende molenbiotoopregeling (artikel 2.64): 1.
Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop (gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen) geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de molens in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. Om een monumentale molen met een vrije windvang te laten functioneren, geldt dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen, hoogtebeperkingen moeten worden gesteld aan het oprichten van bebouwing en beplanting. Verder dient rekening te worden gehouden met de belevingswaarde en het historisch karakter van de omgeving van de molen. Door maatwerk/compensatie wordt de belevingswaarde en het functioneren van de molen door middel van windvang niet beperkt. Met name in een bebouwde omgeving kunnen ook andere belangen in het geding zijn waarbij zekere beperkingen ten aanzien van de windvang of de belevingswaarde niet altijd zijn uit te sluiten.
Afbeelding 4.2: uitsnede uit kaartbeeld ‘Regels Erfgoed’, provinciale verordening (plangebied zwart omcirkelt)
Toelichting (ontwerp)
31
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Bestemmingsplangebied Centrum Vaassen Voor het plangebied geldt dat het is gepositioneerd binnen de afstand van 325 meter van het middelpunt van ‘Daams’ Molen’ en dat op het plangebied de (in het bestemmingsplan Centrum Vaassen opgenomen) molenbiotoopregeling van toepassing is zoals die in het bestemmingsplan is aangegeven. In de regeling, opgenomen in artikel 19.1 van het bestemmingsplan, staat dat binnen een straal van 325 m, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, in beginsel geen bebouwing mag worden opgericht of bomen mogen worden geplant hoger dan 11,0 m. Deze genoemde hoogtemaat mag vervolgens worden verhoogd op basis van de toenemende afstand tot de molen. De bouwhoogtemaat van 11,0 m mag worden vermeerderd met 1/50 m voor elke meter dat de bouwwerken buiten de straal van 325 m worden gebouwd, tenzij een grotere bouwhoogte aanwezig is, in welk geval de bouwhoogte, gehandhaafd mag worden. Verder is in artikel 19.1.2 bepaald dat kan worden afgeweken ten behoeve van het bouwen van hogere bouwwerken, waarbij het behoud van het goed functioneren door middel van windvang aangetoond moet worden, waartoe burgemeester en wethouders gehouden zijn aan de Ruimtelijke Verordening.
Beoordeling aan de provinciale verordening en het gemeentelijk beleid Bij het opstellen van dit bestemmingsplan dient dus rekening te worden gehouden met deze molenbiotoopbepaling en de daarin opgenomen belangenafweging. Het plangebied is gelegen op circa 240 m van het middelpunt van de molen. Het onderhavige bouwplan betreft een gebouw in verschillende bouwhoogtes, met een maximale bouwhoogte van 14,5 m hoog. De derde bouwlaag gaat de toegestane bouwhoogte van 11 meter gedeeltelijk te boven. Er is een windvang onderzoek (bijlage 13) uitgevoerd. Dit om aan te tonen of er wel of geen sprake is van het behoud van het goed functioneren van de molen door middel van windvang. De berekeningen laten zien dat een gebouw ter plaatse van het plangebied, met een horizontale afstand van 240 meter van de molen, met een nokhoogte van 16 – 17 meter boven maaiveld in bepaalde scenario’s de wind op het gehele gevlucht van de molen zal reduceren. In de zomermaanden is de reductie vrijwel nihil. Gebouwen met een nokhoogte van 19 – 20 meter boven maaiveld zullen in een situatie zonder bomen en in de wintermaanden een reductie van één maaldag veroorzaken. Eveneens is de belemmering in de zomermaanden vrijwel nihil. Pas bij gebouwen met een nokhoogte van boven de 25 meter boven maaiveld is er sprake van een belemmering in de zomermaanden omdat de gebouwen boven de boomtoppen uitsteken.
In de praktijk zullen gebouwen met een nokhoogte tussen de 20 – 25 meter een reductie veroorzaken in de zomer omdat de dichtheid van bomen boven bij de kroon minder is dan onder. Op basis van de bovenstaande conclusies is het advies voor het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling, met een maximale bouwhoogte van 14,5 meter boven maaiveld, positief. De eventuele belemmering veroorzaakt door voorgenomen ontwikkeling is verwaarloosbaar.
4.9
Besluit milieueffectrapportage
4.9.1
Wettelijk kader
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het indicatief maken van de gevalsdefinities (de
32
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.9.2
Situatie plangebied
Dit bestemmingsplan voorziet in principe in directe eindbestemmingen voor de binnen de planonderdelen aanwezige activiteiten. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. De voorgenomen ontwikkeling maakt een toevoeging van een gebouw met 30 wooneenheden en een bedrijfsvloeroppervlakte van in totaal 1.816 m2 binnen de bebouwde kom mogelijk. Dat betekent, dat het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt, zoals dat is bedoeld in categorie D.11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Deze activiteit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Een stedelijk project valt onder een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien deze drempelwaarden niet worden overschreden geeft het Besluit milieueffectrapportage aanleiding om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. 4.9.3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Voor voorgenomen ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 14) opgesteld. Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Het voorstel is om de gemeente Epe op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is. Omgevingsdienst Veluwe IJssel heeft namens Burgemeester en Wethouders van Epe hierover op 14 december 2021 een besluit genomen (zie bijlage 15). Burgemeesters en wethouders van Epe besluiten dat bij de voorbereiding van het plan ‘herontwikkeling Dekamarkt Vaassen’, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening voor het; slopen en vergroot herbouwen van een supermarkt, het toevoegen van extra parkeerplekken, het realiseren van een kleinschaligehorecafunctie en het toevoegen van 30 appartementen, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen MER hoeft te worden opgesteld.
Toelichting (ontwerp)
33
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijk uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan zal overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) gedurende zes weken ter inzage liggen en worden toegestuurd aan overleginstanties. Tijdens deze periode wordt de mogelijkheid geboden voor het indienen van zienswijzen. Verder komt ten aanzien van de omgevingsaspecten, de uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
5.2.1
Grondexploitatiewet
Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. Het bouwplan is aan te merken als bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit omgevingsrecht. Met de initiatiefnemer is een ontwikkelingsovereenkomst afgesloten waarin kostenverhaal is geregeld. Hierdoor zijn de kosten anderszins verzekerd en kan worden afgezien van een exploitatieplan.
34
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Hoofdstuk 6
Juridische regeling
In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende planregels van een nadere toelichting voorzien. Qua vormgeving en planregels is voor zover mogelijk aangesloten bij de SVBP2012 en de binnen de gemeente Epe gehanteerde bestemmingsplanregels en begripsbepalingen.
6.1
Inleiding
Het bestemmingsplan 'Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen’ dient te voldoen aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Daarnaast dient het bestemmingsplan te voldoen aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Deze ministeriële regeling heeft met name invloed op de vorm van het bestemmingsplan. Zo zijn in deze ministeriële regeling hoofdgroepen van bestemmingen opgenomen en worden er standaard regels voor de begrippen en de wijze van meten gegeven. In dit hoofdstuk worden de van het bestemmingsplan deel uitmakende voorschriften van een nadere toelichting voorzien. De bij dit plan behorende voorschriften zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 1 worden in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 worden de op de plankaart aangegeven gedetailleerde bestemmingen omschreven en worden per bestemming de bouwregels vermeld. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels die gelden voor het gehele bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.
6.2
Plansystematiek
6.2.1
Verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. 6.2.2
Regels
6.2.2.1 Inleidende regels Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP2012 worden ook conform de SVBP2012 overgenomen. 6.2.2.2 Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreft onder meer het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met erkers, luifels en dergelijke. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing worden deze één op één overgenomen.
Toelichting (ontwerp)
35
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
6.2.2.3 Bestemmingsregels Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels. Bestemmingsomschrijving: De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming en eventueel daaraan verbonden voorwaarden. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Niet hier genoemd gebruik is strijdig met de bestemming. Bouwregels: In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij het afwijken van de bouwregels kan onder voorwaarden worden afgeweken van hetgeen is geregeld. Bijvoorbeeld in het toestaan van een grotere hoogte of het uitbreiden van het bouwvlak. Specifiek e gebruiksregels: In de specifieke gebruiksregels staat in aanvulling op de bestemmingsomschrijving expliciet beschreven wat wel of niet wordt toegestaan. Het gaat dan vaak om functies of activiteiten waarover onduidelijkheid kan bestaan. Ook hier kan onder voorwaarden van af worden geweken.
6.3
Bestemmingen
In het bestemmingsplan 'Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen' komen de volgende bestemmingen voor: 6.3.1
Detailhandel
Binnen de bestemming detailhandel is detailhandel op de begane grond toegestaan en wonen op de eerste verdieping of daarboven. Daarnaat wordt horeca mogelijk gemaakt door de aanduiding 'horeca' op de verbeelding. 6.3.2
Verkeer - Verblijfsgebied
De straten en parkeerplaatsen hebben de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied' gekregen. Binnen de bestemming vallen fietspaden, voetgangersgebieden, pleinen, parkeerterreinen, wegen, alsmede groenvoorzieningen, bermen en water.
36
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Hoofdstuk 7 7.1
Inspraak
Participatie
Initiatiefnemer heeft op 7 april 2021 een informatiebijeenkomst georganiseerd. Tijdens de informatiebijeenkomst heeft de intiatiefnemer het plan gepresenteerd en was er de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan over het ontwerp. In verband met corona vond de avond digitaal plaats en werd deze gedurende de avond in verschillende tijdsblokken in kleine groepen gehouden. Er waren 22 aanmeldingen voor de avond. Het evaluatieverslag van deze bijeenkomst is te lezen in bijlage 16. In dit evaluatieverslag is omschreven welke input en zienswijze zijn ontvangen van de aanwezigen van de informatiebijeenkomst. Tevens wordt in dit evaluatieverslag aangegeven welke afwegingen gemaakt zijn met betrekking tot de input van de aanwezigen en hoe dit in het projectplan is geïmplementeerd. Uit de informatiebijeenkomst kan worden geconcludeerd dat het projectplan door de omwonenden positief is ontvangen. Omwonende zijn voornamelijk tevreden met de wijzigingen ten opzichte van het eerdere ontwerp uit 2020. Ook is er positief gereageerd op de duurzaamheidsslag welke gemaakt is en zijn de omwonenden erg tevreden over de hoeveelheid groen welke in het projectplan is opgenomen. Vanuit de participatie zijn er ook al veel geïnteresseerde voor de huurwoningen naar voren gekomen. Met name de verkeersdrukte is een zorg voor de omwonenden.
Tevens zijn er veel zorgen geuit over het ontwerp van het projectplan ter hoogte van de Torenstraat. Met de invulling welke is gegeven aan de informatiebijeenkomst welke zijn verwerkt in het ontwerp en omschreven in het evaluatieplan heeft initiatiefnemer de overtuiging voldoende invulling te hebben gegeven aan de input van de omwonenden. Inrichting openbaar gebied, wijze van parkeren en de verkeersontsluiting Naast het gesprek over het gebouw zijn er tijdens de bijeenkomst ook een aantal opmerkingen gegeven met betrekking tot de inrichting van het openbaar gebied, de wijze van parkeren en de verkeersontsluiting. Dit zijn onderwerpen die weliswaar nauw samenhangen met de ontwikkeling, maar onderdeel uitmaken van de integrale afweging en de motivatie daarvan als het gaat om het kunnen vaststellen van het bestemmingsplan en het kunnen afgeven van de omgevingsvergunning. Door de gemeente Epe is een verslag opgesteld naar aanleiding van de informatiebijeenkomst op 7 april, zie hiervoor bijlage 17. In dit document legt de gemeente Epe uit waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en geven aan welke aanpassingen zijn gedaan naar aanleiding van de informatiebijeenkomst van 7 april 2021.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ................ gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Tijdens deze periode zijn er <aantal> / geen zienswijzen binnengekomen.
Toelichting (ontwerp)
37
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
38
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Bijlagen bij toelichting
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
39
bestemmingsplan Herontwikkeling Torenstraat 29 Vaassen
Bijlage 1 Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
40
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
I
Archeologisch
Adviesbureau ENTE EPE INGFKOMEN OP:
datum: poststempel ons kenmerk: 080664.brf behandeld door: Secretariaat uw brief van: uw referentie: bijlage(n): 1
Aan het College van B&'
15 JULI 2 0 1
betreft: Toezending eindrapportage
Geacht College,
Hierbij ontvangt u de eindrapportage van een archeologisch onderzoek dat RAAP Archeologisch Adviesbureau in uw gemeente heeft uitgevoerd. De monumentenwet verplicht ons van projecten waarbij veldwerk is verricht, binnen een termijn van 2 jaar na afloop van het veldwerk een rapportage te sturen aan het College van B&Wvan de gemeente waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u natuurlijk te allen tijde contact met ons opnemen.
*2010-17884*
Met vriendelijke groet,
llllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllll Het secretariaat van v RAAP Archeologisch Adviesbureau
RAAP Hoofdkantoor Leeuwenveld5eweg 5b 1382LVWeesp Postbus 5069 1380GBWeesp www.raap.nl
T 0294-491500 F 0294-491519 E raap@raap,nl KvK 34137810 ING 4895648 ABN AMR0 540269581
RAAP Noord-Nederland De Klelll 9206 BG Drachten T0512 589140 F 0512 539 860 Eraapnnl@raap.nl
RAAP Oost-Nederland Postbus 222 7200AEZutpben T0575 567 876 F0575 567 085 Eraaponl@raap.nl
RAAP Zuid-Nederland De S. Lohmanstraat 11 6004 AM Weert T0495 5135 55 F0495 513540 Eraapznl@raap.nl
RAAP West-Nederland Postbus 4025 2301 RA Leiden T071576 8118 F0715318269 E raapwnl@raap.nl
RAAP-NOTITIE 3500
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen Gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Colofon Opdrachtgever: Nikkeis projecten bv. Titel: Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek Status: eindversie Datum: juni 2010 Auteur: drs. R.M. Brouwer Projectcode: EPKV Bestandsnaam: NO3500_EPKV Projectleider: drs. R.M. Brouwer Projectmedewerker: drs. R. den Boer ARCHIS-vondstmeldingsnummers: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummers: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: niet van toepassing Bewaarplaats documentatie: RAAP Oost-Nederland Autorisatie: drs. S.W. Jager Bevoegd gezag: Gemeente Epe
ISSN: 0925-6369
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Leeuwenveldseweg 5b
telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
telefax: 0294-491 519
Postbus 5069
E-mail: raap@raap.nl
1380 GB Weesp
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2010 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R Ä
Ä P l_j
Samenvatting In opdracht van Nikkeis projecten bv. heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 21 en 22 Juni 2010 een bureauonderzoek (aangevuld met een summiere terreinverkenning) uitgevoerd in verband met geplande bodemgrepen ten behoeve van nieuwbouw in Vaassen in de gemeente Epe. Het onderzoek had tot doel een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen voor de plangebieden Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat. Op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting en de voorgenomen bodemingrepen in het plangebied is vervolgens een advies met betrekking tot archeologisch vervolgonderzoek geformuleerd. Op basis van de onderzoeksresultaten is voor beide plangebieden een hoge verwachting gedefinieerd voor de aanwezigheid van waardevolle (intacte) archeologische overblijfselen uit de tijdspanne Middeleeuwen-Nieuwe tijd en een middelmatige verwachting voor resten uit de Romeinse tijd. Gezien de gespecificeerde archeologische verwachting en de voorgenomen ingrepen in het plangebied is geconcludeerd dat bij de uitvoering hiervan waarschijnlijk archeologische waarden zullen worden verstoord. Op basis hiervan wordt aanbevolen om in de plangebieden aanvullend archeologisch vooronderzoek te laten verrichten.
Geadviseerd wordt om dit vervolgonderzoek plaats te laten vinden in de vorm van inventariserend veldonderzoek (IVO) karterende fase, bestaande uit een proefsleuvenonderzoek. Met betrekking tot de bevindingen van dit bureauonderzoek dient contact opgenomen te worden met de gemeente Epe.
RAAP-notitie 3500 / eindversie 14-07-2010
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R A A P o
1 Inleiding 1.1 Kader en doelstelling In opdracht van Nikkeis projecten bv. heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 21 en 22 Juni 2010 een bureauonderzoek (aangevuld met een summiere terreinverkenning) uitgevoerd in verband met geplande bodemgrepen ten behoeve van nieuwbouw te Vaassen in de gemeente Epe. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Vaassen en maakt als zodanig deel uit van de historische kern van het dorp. De gemeente Epe heeft de ondergrens voor archeologisch onderzoek voor dit gebied vastgesteld op 500 m2 met een maximale verstoringsdiepte van 50 cm. Voor de realisatie van de plannen is derhalve archeologisch vooronderzoek verplicht (Tauw bv, 2010). Het onderhavige onderzoek bestond uit het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden, aangevuld met een visuele inspectie en enkele verkennende boringen, en had tot doel een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen voor beide plangebieden. Op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting en de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen is vervolgens in hoofdstuk 3 een advies geformuleerd met betrekking tot eventueel archeologisch vervolgonderzoek.
1.2 Administratieve gegevens Beide plangebieden liggen binnen de bebouwde kom van Vaassen, gemeente Epe. Het plangebied Kerkweg/Margrietstraat (1700 m2) ligt ten westen van de Margrietstraat en ten noorden van de Kerkweg. Het plangebied Kerkweg/Torenstraat (circa 5000 m2) ligt eveneens ten noorden van de Kerkweg, ten westen van de Torenstraat (figuur 1). De plangebieden staan afgebeeld op kaartblad 27D van de topografische kaart van Nederland (schaal 1:25.000). De percelen zijn kadastraal bekend onder gemeente Vaassen, sectie D, nummer 4386, 3661 en deels 5155 en 4853 voor plangebied Kerkweg/Torenstraat en 3863 en deels 4583 voor het plangebied Kerkweg/Margrietstraat. Plangebied Kerkweg/Margrietstraat heeft de centrumcoördinaten 194.446/477.988 en Kerkweg/Torenstraat 194.528/478.022.
1.3 Toekomstige en huidige situatie Binnen beide plangebieden zullen in de nabije toekomst bodemingrepen plaats vinden ten behoeve van de realisatie van nieuwbouw.
RAAP-notitie 3500 / eindversie 14-07-2010
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R A A P U
1.4 Onderzoeksopzet en richtlijnen Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; http://www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. RAAP beschikt over een opgravingsvergunning, verleend door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zie tabel 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-notitie 3500 / eindversie 14-07-2010
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R A A P I_J
2 Bureauonderzoek 2.1 Methoden Het bureauonderzoek is uitgevoerd om een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Daartoe zijn reeds bekende archeologische en aardkundige gegevens verzameld en is het grondgebruik in het plangebied in het heden en verleden geïnventariseerd. Geraadpleegd zijn de volgende bronnen: - het ARCHeologisch Informatiesysteem (ARCHIS); - de Archeologische Waarden en Verwachtingskaart van de gemeente Epe (Druijf e.a., 2009); - historisch en aardkundig kaartmateriaal (http://www.watwaswaar.nl); - de recente topografische kaart 1:25.000; - recente luchtfoto's uit Google Earth (http://www.earth.google.com); - het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); - het informatiesysteem Kennis Infrastructuur CultuurHistorie (KICH); - de molendatabase.
2.2 Resultaten Huidige situatie Op recente topografische kaarten 1:25.000 zijn de plangebieden afgebeeld als bebouwd of verhard. Actuele luchtfoto's uit Google Earth bevestigen dit grondgebruik. Volgens de geraadpleegde topografische kaart en het Actueel Hoogtebestand Nederland (http://www.ahn.nl) bedraagt de huidige maaiveldhoogte ter hoogte van het plangebied Kerkweg/Margrietstraat ongeveer 18,2 m +NAP. De maaiveldhoogte in het westen van plangebied Kerkweg/Torenstraat bedraagt ongeveer 14 en in het oosten ongeveer 17,8 m +NAP. Locatiebezoek Ter beoordeling van de huidige situatie in de twee plangebieden heeft een locatiebezoek plaats gevonden. Binnen het plangebied Kerkweg/Margrietstraat ligt de bibliotheek van Vaassen. In plangebied Kerkweg/Torenstraat is een supermarkt aanwezig, met aan de zuid- en oostkant parkeerplaatsen. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een woonhuis. Tijdens het locatiebezoek zijn tevens vier grondboringen gezet, waarvan boring 1 in het plangebied Kerkweg/Margrietstraat aan de noordkant van de bibliotheek is gezet en de overige drie boringen rondom de Dekamarkt (figuur 4). In het eerstgenoemde gebied werd vastgesteld dat de bodem ter plekke verstoord is tot 70 cm -Mv. Hieronder werden nog resten van een BC-horizont aangetroffen, op circa 85 cm overgaand in de C-horizont, bestaande zwak siltig, zwak grindig matig fijn geel zand.
RAAP-notitie 3500 / eindversie 14-07-2010
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R A A P l_j
Bij de boringen in het plangebied Kerkweg/Torenstraat werd vastgesteld dat zich onder de bouwvoor (25-50 cm dik) een AC-profiel bevindt. De A-horizont, die een dikte heeft van 45-60 cm, wordt gekenmerkt door zwak siltig, zwak tot sterk grindig, matig fijn, humeus, bruingrijs zand, waarin verschillende kleine fragmenten puin aanwezig waren. Deze laag kan beschouwd worden als een ophogingsdek, waarschijnlijk ontstaan als gevolg van plaggenbemesting. De C-horizont bestaat uit zwak siltig,matig fijn, licht grindig, licht geelgrijs zand. Aan het booronderzoek kunnen overigens geen vergaande conclusies worden verbonden. Daarvoor had het te weinig gewicht. Daar komt nog bij dat door het gebruik als woonerf en de latere bebouwing van de plangebieden de bodem ter plekke sterk wisselend kan zijn verstoord. Alleen een uitgebreid booronderzoek of een onderzoek met behulp van proefsleuven kan meer inzicht verschaffen omtrent de precieze bodemopbouw ter plekke en de mate van verstoring. Aardkundige situatie Geo(morfo)logie en bodem De plangebieden liggen binnen de bebouwde kom van Vaassen, om precies te zijn nabij de oude kerk ter hoogte van de oude dorpskern. Op de geomorfologie- en bodemkaart vallen ze daarom binnen een niet gekarteerde zone (figuur 2).
Wegens de aanwezigheid van verschillende bodemtypes binnen het plangebied kan bovendien ook op grond van interpolatie het aanwezige bodemtype niet worden vastgesteld. Op grond van de resultaten van het booronderzoek kan echter worden gesteld dat we hier te maken hebben met een enkeerdgrond, waarbij lokaal het bovenste deel van het oude akkerpakket lijkt te zijn afgegraven. AHN en luchtfoto's Het raadplegen van het AHN en recente luchtfoto's uit Google Earth heeft geen concrete aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Historische situatie Het dorp Vaassen is gesitueerd op de overgang van de hoger gelegen zandgronden naar de lager gelegen gronden (lees: IJsselvallei). Dit gebied was van oudsher aantrekkelijk voor bewoning. Bovendien doorsnijden hier enkele beken de oostelijke randzone van de Veluwe, zodat er ook water voorhanden was. Er is dan ook alle reden om aan te nemen dat Vaassen is voortgekomen uit prehistorische bewoning in de directe omgeving van het dorp. De meest voor de hand liggende kandidaat is het welbekende celtic field bij de Gortelse weg even ten noordwesten van het dorp, waarvan bekend is dat de bewoning er (van het Midden of Laat Neolithicum) voortduurde tot in het begin van de Romeinse tijd.
Een tweede kandidaat is een (mogelijk) prehistorisch woongebied even ten zuidoosten van Vaassen (ter hoogte van de Hafkamperenk) waar onder meer sporen van een urnenveld zijn aangetroffen. Hoe het ook zij, de geschiedenis van Vaassen grijpt terug tot ver in de prehistorie. Naar alle waarschijnlijkheid moeten we de Romeinse voorganger in de directe omgeving van het huidige dorp zoeken en misschien zelfs onder de huidige bebouwing. De vroeg-middeleeuwse bewoning
RAAP-notitie 3500 / eindversie 14-07-2010
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R A A P u
strekt zich ongetwijfeld in de directe nabijheid van de oude kerk uit. Vaassen zelf duikt in 891-92 onder de naam Fasna op in historische bronnen wanneer een zekere Brunhilde een hoeve en een kerk aan de abdij van Lorsch (Hessen) schenkt, (mededeling Sake Jager) De twee plangebieden liggen aan de west- en oostkant van de historische dorpskern van Vaassen. Oude kaarten uit de 19e eeuw laten zien dat de plangebieden toen in gebruik waren als bouwland en bos (figuur 3). Aan de oostzijde van de plangebieden bevindt zich de Hervormde Kerk van Vaassen, die hierboven al even ter sprake is gebracht. De van oorsprong middeleeuwse kerk is in 1852 vervangen door de huidige zaalkerk (Stenvert e.a., 2000 en http://www. watwaswaar.nl) Bekende archeologische waarden ARCHIS en AMK In ARCHIS staan meerdere archeologische vindplaatsen geregistreerd uit de omgeving van het plangebied. Circa 600 m ten zuidoosten van het plangebied zijn vondsten gedaan die verband houden met een grafveld uit de Ijzertijd (urnenveld). Bovendien moet hier rekening worden gehouden met nederzettingsactiviteiten uit die tijd (ARCHIS-waarnemingsnummers 30557, 33926 en 41920). Direct ten noorden van plangebied Kerkweg/Torenstraat is door een particulier bij tuinwerkzaamheden een Romeinse denarius uit de midden-Romeinse tijd gevonden.
Het betreft hier een losse vondst waaraan geen specifieke betekenis kan worden toegekend. Even ten noorden van de plangebieden bevindt zich het van oorsprong 14e-eeuwse kasteel De Cannenburgh, een monument uit de hoogste categorie (monumentnr. 3090). Archeologische
waarden- en
verwachtingskaart
Volgens de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Epe ligt het plangebied binnen de (niet gekarteerde) bebouwde kom van Vaassen, direct ten zuiden en oosten van de op de kaart aangegeven historische kern van het dorp. De gemeente Epe heeft de ondergrens voor archeologisch onderzoek in deze zone vastgesteld op 500 m 2 met een maximale verstoringsdiepte van 50 cm (Tauw bv, 2010). KICH en molendatabase Het raadplegen van het cultuurhistorische informatiesysteem KICH (http://www.kich.nl) en de molendatabase (http://www.molendatabase.nl) heeft geen relevante archeologische informatie opgeleverd. AHN en luchtfoto's Het raadplegen van het AHN (http://www.ahn.nl) en recente luchtfoto's uit Google Earth heeft geen concrete aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische waarden in beide plangebieden. Wel is duidelijk te zien dat Vaassen op de overgang van de hoge zandgronden naar de lager gelegen gronden is gesitueerd.
RAAP-notitie 3500 / eindversie 14-07-2010
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R A A P l_j
Gespecificeerde archeologische verwachting Gezien het feit dat beide plangebieden grenzen aan de op de archeologische verwachtingskaart aangegeven historische kern van Vaassen is er alle aanleiding aan te nemen dat zich ter plaatse archeologische sporen in de ondergrond bevinden uit de tijdspanne Vroege MiddeleeuwenNieuwe tijd (= hoge verwachting). Daarbij moet allereerst gedacht worden aan de neerslag van nederzettingsactiviteiten, maar ook begravingen (in samenhang met de nabijgelegen, vroegmiddeleeuwse kerk) zijn geenszins uitgesloten. Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat in de ondergrond allerlei sporen schuilgaan die samenhangen met agrarische activiteiten (greppels e.d.). Dit geldt mutatis mutandis ook voor resten uit de Romeinse tijd. De kans hierop is echter kleiner (middelmatige verwachting).
RAAP-notitie 3500 / eindversie 14-07-2010
Plangebied Kerkweg/Torenstraat en Kerkweg/Margrietstraat te Vaassen, gemeente Epe Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
R Ä
Ä P l_i
3 Conclusies en aanbevelingen 3.1 Conclusies Op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting (§ 2.2) en de voorgenomen bodemingrepen (§ 1.3) kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen naar alle waarschijnlijkheid archeologische waarden zullen worden verstoord.