CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

369077 Bijlage Programmaplan 2020-2022

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken 27 januari 202211.291 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

▪

▪

▪

▪

▪

▪

die met bedrijfsvoering te maken hebben en het organiseren van voldoende menskracht worden in dit overleg besproken. Beleidsoverleg Jeugd, deelnemers zijn de beleidsadviseurs Jeugd van alle acht gemeenten onder voorzitterschap van de programmamanager, zij komen 1 x per 14 dagen bijeen. De lokale beleidsadviseurs zijn verantwoordelijk voor de verbinding tussen de lokale gemeente en de regio op uitvoerend niveau én de interne communicatie met betrokkenen uit eigen gemeente. Daarnaast zijn zij inhoudelijk verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling van de eigen gemeente en daaruit voortvloeiende werkzaamheden. Zij ontwikkelen regionaal beleid met betrekking tot de inzet van de individuele voorzieningen samen met het regioteam. Zij stemmen af over de taken van de toegang en de inzet van de algemene voorzieningen. Knelpunten in de uitvoering van de werkzaamheden m.b.t. de individuele voorzieningen worden in het overleg besproken en er wordt steeds gezamenlijk met het regioteam gezocht naar oplossingen. De lokale beleidsadviseurs participeren in werkgroepen rondom activiteiten voor de regio en leveren een bijdrage aan de transformatieopdracht. Zij ondersteunen inhoudelijk de portefeuillehouder Jeugd in de eigen gemeente.

Beleidsoverleg Wmo, deelnemers zijn de beleidsadviseurs Wmo van alle acht gemeenten onder voorzitterschap van de regionaal coördinator Wmo, zij komen 1 x per maand bijeen. De lokale beleidsadviseurs zijn verantwoordelijk voor de verbinding tussen de lokale gemeente en de regio op uitvoerend niveau én de interne communicatie met betrokkenen uit eigen gemeente. Daarnaast zijn zij inhoudelijk verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling van de eigen gemeente en daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De lokale beleidsadviseurs participeren in werkgroepen rondom de uitwerking van het regionaal jaarplan Wmo. Zij ondersteunen inhoudelijk de portefeuillehouder Wmo in de eigen gemeente. Beleidsoverleg Wmo en Jeugd, deelnemers zijn de beleidsadviseurs Wmo en jeugd van de acht gemeenten onder voorzitterschap van de programmamanager, komen 1 per maand bijeen. Alle regionale onderwerpen die zowel Jeugd als Wmo aangaan worden hier besproken. De beleidsadviseurs zorgen voor de verbinding met de eigen gemeente. Bedrijfsvoeringsoverleg, (voorheen contractmanagersoverleg), deelnemers zijn de contractmanager van de acht gemeenten en regionale accountmanagers. Zij komen tien keer per jaar bijeen. De deelnemers hebben kennis van de administratie en monitoring rond de uitvoering van Jeugd en Wmo.

De deelnemers zijn in staat informatie over de uitvoering van jeugdhulp en Wmo bij de verschillende afdelingen van de gemeente (toegang, realisatie, facturatie) op te halen. Daarnaast hebben de deelnemers aan dit overleg ook een rol om te zorgen dat regionale uitvoeringsafspraken lokaal worden geïmplementeerd en uitgevoerd. Dit overleg evalueert periodiek de uitvoering van de huidige inkoopcontracten door gemeenten en aanbieders en geeft aan waar aanpassingen nodig zijn. Zij geven input voor de doorontwikkeling van huidige inkoopcontracten en implementatie van landelijke standaarden. Zij geven de regio gevraagd en ongevraagd advies over uitvoeringsvraagstukken die samenhangen met (te nemen) regionale besluiten over inkoop en uitvoering van jeugdhulp en Wmo. Financialsoverleg, deelnemers zijn financials van de acht gemeenten, De deelnemers hebben inzicht in hun gemeentelijke financiële verantwoording als gevolg van de regionale inkoop Jeugd en Wmo. Zij komen 5 of 6 x per jaar bij elkaar om ervaringen met elkaar uit te wisselen en ideeën uit te werken over hoe we de financiële verantwoording kunnen verbeteren. Er worden in het financialsoverleg geen besluiten genomen. Financials adviseren gevraagd of ongevraagd het regioteam, de gemeentelijke lijnmanagers en beleidsmedewerkers en mogelijk wethouders bij hun gemeente.

Regioteamoverleg, deelnemers zijn de leden van het regioteam, komen tweewekelijks bij elkaar onder voorzitterschap van de programmamanager. De taken van het regioteam zijn alle voorbereidende werkzaamheden om te komen tot inkoop, de daadwerkelijke inkoop, het accountmanagement, het contractbeheer, monitoring van de uitgaven en de geleverde zorg,

Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 23

▪

▪

▪

▪

zicht op de kwaliteit en rechtmatigheid van het zorgaanbod en ingrijpen indien aan de orde voor Jeugd en Wmo. Voor jeugd worden ook de regionale werkzaamheden m.b.t. de transformatie van individuele voorzieningen vanuit dit team georganiseerd. AMT overleg, deelnemers zijn regionaal werkende medewerkers die betrokken zijn bij accountmanagement, inkoop, beleid, toezicht en monitoring. Komen 1 x per 2 weken bijeen onder voorzitterschap van de programmamanager. Bestuurlijk opdrachtgever, treedt op als bestuurlijk opdrachtgever namens de acht gemeenten van het programma, is voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg, vertegenwoordigt de regio naar de pers, is aanspreekpunt voor ministerie en VNG, heeft mandaat om de regio naar buiten toe te vertegenwoordigen. Ambtelijk opdrachtgever en opdrachtnemer, de opdrachtgever vervult richting de overige deelnemers de rol van ambtelijk opdrachtnemer, stuurt als ambtelijk opdrachtgever de programmamanager inhoudelijk aan. Heeft een volmacht per contracteringsronde om voor de andere colleges contracten met zorgaanbieders te ondertekenen, aanbieders in gebreke te stellen en contracten te beëindigen.

Regionale programmamanager, stuurt het regioteam zowel hiërarchisch als functioneel aan, met uitzondering van de accountmanagers, die worden alleen functioneel aangestuurd door de programmamanager, is verantwoordelijk voor het budget van de regionale samenwerking. Bestuurlijk trekker

Programmamanager

Bestuurlijk opdrachtgever

8.4 COMMUNICATIE Doelstellingen De communicatie vanuit het programmateam naar bestuurders, professionals en medewerkers van jeugdhulpaanbieders en gemeenten is erop gericht om bewustwording te creëren voor de noodzaak van verandering en tools aan te reiken om de transformatie vorm te geven. De communicatie naar bestuurders, beleidsadviseurs en opdrachtgevers van gemeenten is erop gericht om hen goed te informeren over ontwikkelingen in het (regionale) zorglandschap en hen tijdig te betrekken bij knelpunten. De beleidsmedewerkers, financiële medewerkers en de toegangsmedewerkers krijgen ondersteuning en tools om de gewenste veranderingen vorm te geven. Communicatiestrategie Dit vraagt om een communicatiestrategie waarbij informeren, inspireren, leren en verbinden centraal staat. Een open communicatiestijl, oftewel tweerichtingsverkeer (zowel brengen als halen) is daarbij een voorwaarde voor succes. Middelen ▪ Persoonlijk overleg en begeleiding (o.a. accountmanagement) ▪ Website www.zorgregiomijov.nl Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 24

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Reguliere overleggen, afstemmingsgesprekken en werksessies Relatiedagen met aanbieders Helpdesk voor zorgaanbieders en gemeenten (toegang, persoonlijk contact) Landelijke bijeenkomsten & politieke lobby Social media (professionele netwerken), fora, kennisportals en andere (online) platformen etc. Digitale nieuwsbrieven

Uitvoering & planning Communicatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het gehele regioteam. Communicatie met verschillende doelgroepen is nodig om de programmadoelstellingen te behalen. Bij een aantal programmadoelstellingen is op hoofdlijnen aangegeven op welke manier de communicatie wordt vormgegeven. Communicatiewerkzaamheden bestaan uit: ▪ Redigeren nieuwsberichten ▪ Advisering over strategie en middeleninzet ▪ Coördinatie middelenproductie (bijvoorbeeld het regelen van film of fotografie)

ONDERTEKENING

Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 25

BIJLAGE 1 MEER KINDEREN ZO THUIS MOGELIJK LATEN OPGROEIEN STARTFOTO MONITORING UITHUISPLAATSINGEN Doel Het is van belang om na afloop van het actieplan te kunnen bepalen of onze inspanningen ook daadwerkelijk effect hebben gehad. Met de startfoto wordt specifiek ingezoomd op het onderdeel uithuisplaatsingen. De belangrijkste informatiebron voor informatie is de gemeentelijke back office. De monitoring van uithuisplaatsingen zal een extra inspanning van gemeenten vereisen. Deze proberen we tot een minimum te beperken door als volgt te werk te gaan: We maken onderscheid tussen administratieve gegevens en inhoudelijke gegevens. Inspanningen/projecten Administratieve gegevens De administratieve gegevens vragen we zo uit dat deze aansluit bij de gegevens uit onze eigen backoffices. Daarbij gaat het om de volgende gegevens: - Datum toewijzing - Datum start zorg - Datum einde zorg - Verwijzer - Maatregel ja/nee - Zorgproduct(en) Deze gegevens verwerken we in een monitor op regio niveau, waardoor privacy problemen zoveel mogelijk vermeden worden. Op basis van bovenstaande gegevens zijn aanvullende gegevens uit het BRP nodig. Met deze gegevens bepalen we uit welke gemeente de cliënt afkomstig is, voordat deze werd geplaatst in verblijf. Deze handeling moet door een functionaris met juiste bevoegdheden binnen de betreffende gemeente gebeuren.

Verdieping Naast de administratieve gegevens voegen we een verdiepend deel aan het onderzoek. Voor 30 casussen brengen we de volgende gegevens in kaart: - Clientkenmerken: (leeftijd, geslacht) - Gezinssamenstelling - Problematiek - Type verblijf - Type behandeling - Perspectief Gezien omvang en privacyaspecten wordt voorgesteld om deze analyse uit te voeren met een steekproef uit Apeldoorn en Zutphen. Het verdiepende onderzoek kan door gemeenten zelf worden uitgevoerd, of extern worden belegd. Resultaat ▪ Een overzicht van belangrijkste feiten en cijfers aan de hand van bovenstaande acties (afgezet tegen eerdere periodes). ▪ Een vergelijking met landelijke cijfers. ▪ Een analyse: duiding van de cijfers n.a.v. gesprekken met toegang/GI en aanbieders.

▪

Een overzicht van 2 á 3 meest recente onderzoeken over (het voorkomen van) uithuisplaatsingen

#OPLADERS Doel Gemeente Zutphen, Lochem en Heerde starten een pilot om samen met scholen een beweging op gang te brengen die ervoor zorgt dat ouders, indien nodig, elkaar ondersteunen om overbelasting in gezinnen te voorkomen. Het project richt zich op de kracht van het normale leven en probeert de drempel om hulp te geven én hulp te ontvangen zo laag mogelijk te maken. Resultaat ▪ In drie gemeenten is een lokale structuur voor het werken met #Opladers opgezet. ▪ Voor de andere gemeenten is er een stappenplan/handreiking ontwikkeld. ▪ Er is een innovatieve wervingscampagne geweest. ▪ Er zijn in totaal 15 opladers geworven. ▪ Er is een laagdrempelige monitoring ingericht, waarmee de voortgang m.b.t. #Opladers per gemeente, maar ook regionaal in beeld wordt gehouden. PLEEGZORG MAATWERK GGZ Doel Karakter en Timon gaan gezamenlijk een pilot uitvoeren specifiek voor cliënten uit de jGGZ. Met deze pilot is het streven dat meer kinderen met complexe problematiek een plek vinden of behouden in een zo gewoon mogelijk gezin - begeleiding en behandeling vormen zich rond het gezin in plaats van in de instelling. Resultaat ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Beschrijving werkwijze en primair proces integrale levering Pleegzorg Maatwerk GGZ en borging daarvan in de werkprocessen en beschrijvingen. Specifieke werving en training van 12 pleegouder-gezinnen en betrokken medewerkers. Communicatie naar en aansluiting met jeugdveld. (Wetenschappelijk) Onderzoek naar het effect van de inzet van de nieuwe, gezamenlijke werkwijze. Gerelateerd aan genoemde output in het innovatievoorstel. Tussentijdse rapportage met advies m.b.t. integrale zorglevering. Borging van de werkwijze in de staande organisatie en bij verwijzers. Eind 2020 zijn 12 kinderen afgeschaald vanuit een residentiële voorziening of ingestroomd vanuit een crisis naar een plek binnen een GGZ pleeggezin.

Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 27

SHELTER Doel Shelter is een Time-Out voorziening voor gezinnen waarvan het kind reeds in zorg is bij een ambulante zorgaanbieder. Doel is om de leemte in te vullen tussen kostbare en (sinds de transformatie) meer schaarse klinische voorzieningen en complexe ambulante situaties die steeds verder vast kunnen lopen waardoor er uithuisplaatsing of gedwongen opname nodig is. Uiteindelijk zou het moeten lukken om hiermee de zorg in het gezin langer en beter vol te houden en een extra trauma van opname/uitsluiting te voorkomen. Primair zal het de kwaliteit van leven in een lastige fase van een gezin/kind bevorderen, secundair kan het op casusniveau een besparing aan kosten opleveren. Ook kan het de afbouw van een klinische opname versnellen als tussenfase terug naar huis en bij opbouw van steunstructuren. Resultaat ▪ Een zorgvorm waar de ambulante zorg bij een crisis gebruik van kan maken zonder hoge drempels. ▪ Een voorziening welke voorziet in een ondersteuning bij crisissituaties voor kinderen die al in ambulante zorg zijn en dat ook kunnen blijven. ▪ Een nieuwe kijk op crisiszorg bij kinderen. ▪ Een werkwijze die als basis kan dienen voor meerdere lokale voorzieningen. ▪ Een zorgvorm die door andere aanbieders kan worden benut.

Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 28

BIJLAGE 2 ALLE KINDEREN DE KANS BIEDEN ZICH TE ONTWIKKELEN VERSTERKEN VAN HET PEDAGOGISCH KLIMAAT De gemeenten Zutphen, Voorst, Brummen en Lochem starten eind 2019 met de pilot ‘versterken van het pedagogisch klimaat’ middels drie pilots. Pilot 1: Integraal arrangeren Komen tot een (regionale) werkwijze van integraal arrangeren, passend binnen de lokale inrichting van de (toegang tot) jeugdhulp. Onder integraal arrangeren wordt verstaan: het gezamenlijk bedenken en uitvoeren van een aanpak die werkt voor leerling, leerkracht en ouders. De aanpak is een combinatie van onderwijs4, zorg en jeugdhulp5 waarin zowel ouders als leerkrachten gebruik kunnen maken van de betreffende hulpverlener zodat er een lijn ontstaat tussen school en thuis en alle betrokkenen tegelijk meer handvatten krijgen aangereikt en daarin samen optrekken. Pilot 2: Het versterken van het pedagogisch klimaat op school: hulp en ondersteuning in het regulier onderwijs Als kinderen, ouders en leerkrachten vragen hebben over opvoeden en opgroeien is het wenselijk dat deze vragen laagdrempelig beantwoord worden. Het versterken van informele netwerken in de scholen is nodig. Evenals directe verbinding met het ‘voorliggende veld’ en algemene voorzieningen. Het moet daarom voor leerkrachten, kinderen en ouders ‘normaal’ voelen dat een hulpverlener op school aanspreekbaar is.

Deze persoon is als het ware voor een aantal uur per week onderdeel van het schoolteam. Pilot 3: Beschikkingsvrije jeugdhulp in het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs De bestaande beschikkingen van de leerlingen worden per school in beeld gebracht. Door een vergelijking te maken tussen de geïndiceerde zorg (in te zetten op school) en de verzilverde zorg (ingezet op school) kan de gemeente inzicht krijgen in het bedrag per school dat vrij gemaakt moet worden uit het budget voor individuele voorzieningen. De hoogte van dit bedrag wordt middels een subsidie ter beschikking gesteld aan één of meerdere zorgaanbieders. Zij leveren op de betreffende school alle benodigde zorg. Zowel ouders als leerkrachten kunnen gebruik maken van de betreffende hulpverlener zodat er een lijn ontstaat tussen school en thuis en alle betrokkenen tegelijk meer handvatten krijgen aangereikt en daarin samen optrekken. De wijze waarop deze zorg geleverd wordt (per kind, in groepjes, middels ondersteuning van de leerkracht etc.), wordt bepaald in overleg tussen de zorgaanbieder en de school. Resultaat ▪ Inzet op het belang van de school als oefenplaats en ‘medeopvoeder’: van zorgperspectief naar versterken van het pedagogisch klimaat. ▪ Kinderen, maar ook ouders en leerkrachten worden beter en sneller ondersteund. ▪ Problematiek wordt eerder gesignaleerd, gespecialiseerde hulp wordt voorkomen.

▪ Tijdige en meer passende ondersteuning leidt tot minder zwaardere jeugdhulptrajecten en bespaart kosten.

4 Onder ‘onderwijs’ wordt verstaan: basisondersteuning en extra ondersteuning op het regulier primair, en gespecialiseerd (so, sbo) onderwijs en arrangementen van het samenwerkingsverband. 5 Onder ‘zorg en jeugdhulp’ wordt verstaan: (preventief) welzijnsaanbod, jeugdgezondheidszorg, vrij toegankelijke zorg zoals zorg geleverd door lokale teams, 1e en 2e lijns (geïndiceerde) jeugdhulp, wet langdurige zorg (Wlz).

Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 29

IDEE, INNOVATIE DYSLEXIEZORG Met de werkwijze van IDEE wordt de volgorde van zorg omgedraaid: er wordt niet gestart met diagnostiek, maar met 12 behandelingen. Uit eerdere ervaringen is gebleken dat de behandelingen heel effectief zijn en vaak meer informatie geven over het al dan niet aanwezig zijn van dyslexie, dan een diagnostiektraject. Na 12 behandelingen worden de resultaten van de evaluatie geanalyseerd en afgezet tegen de verwachtingen. Kinderen die beter presteren dan verwacht mag worden van kinderen waarbij het vermoeden van dyslexie bestaat, worden direct terugverwezen naar school. Samen met school, ouders het kind en Marant wordt bekeken hoe de stijgende lijn thuis en op school voortgezet kan worden. Het kind wordt nog een tijdje in de klas gevolgd (monitoring) en samen met de andere betrokkenen wordt bekeken hoe onderdelen uit de behandeling in het onderwijs kunnen worden verweven. Kinderen die bij de evaluatie niet beter presteren dan verwacht mag worden, krijgen een diagnostisch onderzoek. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er bij het kind weinig of geen kenmerken van ernstige dyslexie te zien zijn, wordt het kind alsnog ook terugverwezen naar school. Ook in dit geval wordt het kind nog een tijdje gevolgd (monitoring) op eenzelfde manier als bij bovenstaand scenario staat beschreven.

Wanneer uit het diagnostisch onderzoek blijkt dat het kind wel voldoende kenmerken van ernstige dyslexie heeft, zal het behandeltraject voortgezet worden. Deze kinderen hebben een specialistische behandeling binnen de zorg nodig. Resultaat ▪ Een plan om uit te rollen. Marant heeft een implementatieplan op basis van de eerdere ervaringen. Belangrijk is om dit plan op maat te maken naar de keuzes die in de regio MIJ/OV worden gemaakt. ▪ Aanscherping van de werkwijze. IDEE is vormgegeven in de PDCA-cyclus waardoor we behaalde resultaten steeds evalueren en meenemen om de werkwijze te evalueren en aan te scherpen. Deze ervaringen zijn o.a. meegenomen in het opstellen van dit plan. ▪ De EED-prevalentie is verlaagd op de deelnemende scholen. ▪ De handelingsvaardigheden van leerkracht voor het geven van goed lees- en spellingonderwijs zijn verbeterd. ▪ Optimale / continue samenwerking tussen onderwijs en zorg. ▪ Uitwisseling van werkzame onderdelen. ▪ Versterkte keten onderwijs-zorg. ▪ Inzichten over het verlagen van de prevalentie in de dyslexiezorg. Het liefst in een soort handreiking waarin werkzame onderdelen inzichtelijk worden gemaakt en waar scholen gebruik van kunnen maken. MOVE IT! Het idee is om op een laagdrempelige manier meiden die verslaafd zijn, maar niet meer gebruiken, te gaan laten sporten.

En hen op deze manier kennis te laten maken met verschillende sportverenigingen binnen de gemeente. Kortom hen de veiligheid bieden van de groep met structurele begeleiding, door gezamenlijk daadwerkelijk bij verschillende verenigingen te gaan sporten, zodat zij kunnen gaan ervaren welke sport het beste bij hen past. Door deze vorm in een vaste structuur aan te bieden zal het traject bijdragen aan hun herstel en daarmee aan een duurzame gedragsverandering. Dit traject streeft er naar bij te dragen aan het normaliseren van gezonde keuzes en gezond gedrag. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 30

BIJLAGE 3 SCHEIDEN ZONDER SCHADE RELATIEDESK Uit ervaring van zowel Stimenz als mediators blijkt dat veel mensen die gaan scheiden niet weten waar ze aan beginnen, en hoe ze dit sociaal, financieel of praktisch goed aan moeten pakken, met alle gevolgen van dien voor de betrokkenen zelf en met name voor hun kinderen. De relatiedesk is een laagdrempelig loket voor vragen rondom relatie en scheiding. De doelgroep is mensen die aan het begin van of vóór een scheiding staan. Bij veel bezoekers speelt er twijfel (aan de relatie werken of scheiden?), en in dit voor hen en hun kinderen cruciale en spannende stadium krijgen zij een onafhankelijk, deskundig en kosteloos adviesgesprek. In het intakegesprek met een sociaal werker en een mediator of jurist wordt de hulpvraag naar boven gehaald en wordt samen met de cliënt(en) bepaalt welke route hij/zij kan bewandelen. De Relatiedesk kijkt naar het hele gezinssysteem. Uit ervaring van de Relatiedesk en uit onderzoek blijkt dat kinderen vaak de dupe zijn. Door vroegtijdige signalering van problemen bij kinderen en snel door kunnen verwijzen naar de juiste organisaties voor ondersteuning wordt verwacht dat in de keten zwaardere zorg voorkomen kan worden.

Resultaat ▪ Eén loket waar inwoners met vragen over relatie en scheiding terecht kunnen voor informatie en advies en mogelijke doorverwijzing naar specialisten om vechtscheidingen te voorkomen. ▪ Een laagdrempelig, kosteloos en toegankelijke plek voor inwoners van Apeldoorn met vragen over relaties en scheiding waarbij eventuele problemen, ook bij de kinderen, vroeg gesignaleerd kunnen worden. ▪ Samenwerking tussen 0e, 1e en 2e lijns organisaties op het thema scheiden. ▪ Het voorkomen van zorgkosten. ▪ Kinderen hebben een onafhankelijk steunfiguur voor een langere periode of worden ondersteunt door Sociaal maatschappelijk werk of CJG.

Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10982079/1