369077 Bijlage Programmaplan 2020-2022
Tekst van het document
PROGRAMMAPLAN WMO EN JEUGDHULP 2020-2022
Datum: 19 december 2019
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 2. Doelen ................................................................................................................................................. 4 3. Van doelen naar inspanningen en resultaten ..................................................................................... 5 4. Gezamenlijke opgaven ........................................................................................................................ 5 4.1 Regionaal Zicht houden op de totale uitgaven aan de Wmo en Jeugdhulp zodat de inwoners de hulp krijgen die ze nodig hebben ............................................................................................................ 5 4.2 Borgen en verbeteren afspraken en producten integrale raamovereenkomst ................................ 6 4.3 Inwoners krijgen kwalitatief goede zorg en de zorg wordt rechtmatig verleend ............................. 7 4.4 Administratieve lasten beperken ...................................................................................................... 8 5.
Opgaven WMO .................................................................................................................................... 9 5.1 Kennisdeling omtrent de algemene voorzieningen in relatie tot maatwerkvoorzieningen ............. 9 5.2 Kennisuitwisseling/samenwerken met betrekking tot het grensvlak Wmo-Wlz .............................. 9 5.3 Inzicht in effecten van het abonnementstarief en beperken van de aanzuigende werking .......... 10 5.4 Kennisdeling over de Inbedding van respijtzorg in de regio ........................................................... 11 6.
Opgaven Jeugd .............................................................................................................................. 12
6.1 Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien .......................................................................... 12 6.2 Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen ......................................................................... 13 6.3 Scheiden zonder schade .................................................................................................................. 13 6.4 Kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden .................................................. 14 Team ED............................................................................................................................................. 14 Toekomstplan .................................................................................................................................... 15 6.5 Samenwerken gemeenten en zorgaanbieders................................................................................ 16 Jeugdbeschermingstafel .................................................................................................................... 16 Verwijsindex ...................................................................................................................................... 17 6.6 Regionale afspraken over de doorontwikkeling van de lokale toegang .........................................
18 Algemene voorzieningen ................................................................................................................... 18 Samenwerking huisartsen ................................................................................................................. 19 Afschalen ........................................................................................................................................... 19 Regievoering en zorg coördinatie...................................................................................................... 20 Veiligheid ........................................................................................................................................... 20 Doorontwikkeling Regionale samenwerking ..................................................................................... 21 7. Randvoorwaarden en afbakening ..................................................................................................... 21 7.1 Randvoorwaarden ....................................................................................................................... 21 7.2 Afbakening................................................................................................................................... 21 Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 2
8. Governance ....................................................................................................................................... 21 8.1 Programmaorganisatie ................................................................................................................ 21 8.2 Organisatie en aansturing van het regioteam ............................................................................. 21 8.3 Overleggen rollen en taken ......................................................................................................... 22 8.4 Communicatie ............................................................................................................................. 24 Bijlage 1 Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien.................................................................. 26 Startfoto monitoring uithuisplaatsingen ........................................................................................... 26 #Opladers .......................................................................................................................................... 27 Pleegzorg maatwerk GGZ ..................................................................................................................
27 Shelter ............................................................................................................................................... 28 Bijlage 2 Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen ................................................................. 29 Versterken van het pedagogisch klimaat .......................................................................................... 29 IDEE, innovatie dyslexiezorg.............................................................................................................. 30 Move it! ............................................................................................................................................. 30 Bijlage 3 Scheiden zonder schade ......................................................................................................... 31 Relatiedesk ........................................................................................................................................ 31
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 3
1. INLEIDING In de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe werken de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen samen op de beleidsterreinen Jeugd en Wmo met betrekking tot o.a. de volgende onderwerpen: • Aansturing en organisatie van de inkoop van individuele voorzieningen voor Jeugd en de maatwerkvoorzieningen Wmo en MO/BW1 • Toezicht • Accountmanagement • Kwaliteitscontrole • Monitoring en resultaatsturing • Contractbeheer De afgelopen jaren is er veel energie gestoken in de totstandkoming van een integrale raamovereenkomst Jeugd, Wmo en MO/BW. In 2019 is ook de coördinatie van de regionale samenwerking met betrekking tot de Wmo formeel bij de Zorgregio belegd. In onderhavig programmaplan beschrijven we de doelen, inspanningen en beoogde resultaten waar de Zorgregio zich voor 2020-2022 gaat inzetten.
2. DOELEN Vanuit de huidige ontwikkelingen is het overkoepelende doel voor de Zorgregio:
Een toekomstbestendige Wmo en Jeugdhulp. Een toekomstbestendige Wmo en Jeugdhulp betekent uitvoering geven aan de Wmo en Jeugdhulp door: • • • • • •
1
Het versterken van het gewone leven. Verandering in te zetten vanuit de inhoud. Ambulantisering als oplossing. Te staan voor kwalitatief goede zorg. Gericht te zijn op ontwikkeling en ruimte te bieden aan innovatie bij aanbieders. Buiten de kaders te denken, bestaande zorgstructuren kritisch te bekijken en te doorbreken waar nodig.
De gemeenten Lochem en Zutphen organiseren de MO/BW via de centrumgemeente Deventer.
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 4
3. VAN DOELEN NAAR INSPANNINGEN EN RESULTATEN Een toekomstbestendige Wmo en Jeugdhulp is een abstract begrip, in onderstaande hoofdstukken is beschreven aan welke (sub)doelen de Zorgregio de komende drie jaar gaat werken en welke inspanningen en resultaten daarbij horen. In hoofdstuk 4 beschrijven we de gezamenlijke opgaven, in hoofdstuk 5 staan de opgaven voor de Wmo en in hoofdstuk 6 sluiten we af met de opgaven voor Jeugdhulp. Hoewel het geen doel op zich is zullen al deze inspanningen leiden tot minder uitgaven aan de jeugdhulp, Wmo en MO/BW. Het programmaplan is een levend document wat betekent dat er doelen afgerond worden en dat er nieuwe doelen bij kunnen komen.
4. GEZAMENLIJKE OPGAVEN 4.1 REGIONAAL ZICHT HOUDEN OP DE TOTALE UITGAVEN AAN DE WMO EN JEUGDHULP ZODAT DE INWONERS DE HULP KRIJGEN DIE ZE NODIG HEBBEN Doel Een goede monitor levert beleidsinformatie op die essentieel is voor de gemeentelijke sturing en regie op het gebruik van hulp en ondersteuning en de relatie met en tussen aanbieders. Het gaat dan om effecten en kwaliteit van hulp, maar ook om inzicht in de besteding van het budget. Door de toenemende tekorten bij de acht gemeenten is het van groot belang meer zicht te krijgen op de uitgaven en de eventuele mogelijkheden om bij te sturen. Naast de periodieke monitor voor toewijzingen en declaraties Wmo en Jeugd, is in 2019 een regionale zorgkostenanalyse voor jeugd uitgevoerd. Gedurende 2019 zijn nadere analyses gestart op de jeugd-GGz en uithuisplaatsingen. Zowel de periodieke monitor als de aanvullende analyses vragen vanaf 2020 de volgende inspanningen: Inspanningen/projecten 4.1.1. Levering van regionale en gemeentelijke halfjaarlijkse rapportages voor jeugd en Wmo. 4.1.2. Periodiek of op verzoek in kaart brengen van trends en ontwikkelingen: ▪ Analyse van de uitgaven aan jeugdhulp en Wmo per gemeente en totaal als regio. ▪ Analyse van de instroom van nieuwe cliënten en de aard van de geleverde hulp. ▪ Analyse van de ontwikkeling van de duur van hulptrajecten. ▪ Analyse van uitstroom en/of doorstroom (zorgpaden).
▪ Analyse van het verwijsgedrag van de huisartsen, toegang, GI’s en medisch specialisten naar jeugdhulp. ▪ Onderzoek naar de samenhang tussen de kosten, de geleverde kwaliteit en het behaalde resultaat. ▪ Per gemeente zal de bedrijfskundig adviseur twee tot drie keer per jaar langskomen om met contractmanagers/toegang/beleid om tafel te zitten om de monitor door te spreken. Resultaat ▪ Zicht op de uitgaven van jeugdhulp en Wmo geeft de gemeente de kans om daar waar het kan bij te sturen op het budget. ▪ Instroomcijfers helpen gemeenten te beoordelen of preventief beleid effect heeft en waar mogelijk aanpassingen nodig zijn in verwijsgedrag, lokaal beleid of voorzieningen. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 5
▪
▪
▪
Inzicht in de duur van trajecten. Als trajecten langer duren dan voorheen of ten opzichte van andere aanbieders kan dit een teken zijn dat de hulpvraag van cliënten zwaarder is dan was ingeschat. Dit kan aanleiding zijn om nader onderzoek te doen naar de verwijzing. Ook geeft de ontwikkeling van de trajectduur inzicht in het functioneren van de gecontracteerde aanbieders. Trajecten die langer dan gemiddeld duren, kunnen tekenen zijn van inefficiënte hulpverlening. Er wordt niet tijdig op- of afgeschaald. Analyse van de uitstroom en doorstroom van cliënten bij aanbieders geeft inzicht in zorgpaden. Zicht op veel voorkomende combinaties van hulpvormen of betrokken aanbieders helpen gemeenten om de samenwerkingsafspraken met en tussen deze aanbieders gericht te versterken. Inzicht in de verwijzingen maakt het voor gemeenten mogelijk om meer gerichte afspraken met verwijzers in jeugdhulp te maken en zo te sturen op de instroom van cliënten.
4.2 BORGEN EN VERBETEREN AFSPRAKEN EN PRODUCTEN INTEGRALE RAAMOVEREENKOMST Doel Per 1 januari 2019 zijn er nieuwe, integrale contracten afgesloten met aanbieders. Een constante doorontwikkeling van sturing op kwaliteit en een doorontwikkeling van de zorgproducten vraagt om blijvende samenwerking tussen gemeenten, toegangen en zorgaanbieders. We blijven kritisch op de manier waarop we hebben ingekocht en de bekostiging die daarbij hoort. In 2019 is het werken met resultaatindicatoren ingevoerd voor de 25 grootste aanbieders van jeugdhulp. Vanaf 2020 geldt dit ook voor de grootste Wmo aanbieders. In eerste instantie staat vooral de werkwijze en het interne proces bij aanbieders centraal. Na verloop van tijd nemen de data en de kwaliteit ervan toe en ontstaat er ruimte voor inhoudelijke sturing. Naast het maken van regionale afspraken met aanbieders zijn we als regio actief in een landelijk ontwikkel en lobbytraject, met als doel een versnelling te creëren in het werken met resultaatindicatoren. Samen met andere regio’s werken we aan eenduidige werkafspraken, zodat de administratieve last voor aanbieders beperkt blijft, maar tegelijkertijd de druk om mee te werken aan resultaatindicatoren groter wordt. Daarnaast creëren we massa om van onderop invloed uit te oefenen op landelijke regelgeving en instanties t.b.v. het werken met resultaatindicatoren.
Te denken valt aan: landelijk laten uitvoeren van een Privacy Impact Assessment (PIA) op de ontwikkelde werkafspraken, de mogelijkheden van het opnemen van resultaten in het berichtenverkeer laten onderzoeken, landelijk aandacht vestigen op resultaatindicatoren voor Wmo. Inspanningen/projecten 4.2.1 Structureel monitoren van resultaat en kwaliteit in co-creatie met zorgaanbieders, in het kader van meet- en verbetercyclus om te kunnen sturen op resultaat en kwaliteitsverbetering. 4.2.2 Doorontwikkeling zorgproducten en afspraken met aanbieders hierover door toegang, beleid (Jeugd, Wmo en MO/BW) en accountmanagers. 4.2.3 Deelnemen aan landelijke en bovenregionale overlegstructuren over resultaatsturing. Resultaat ▪ De mogelijkheden van het huidige contract optimaal benutten. ▪ Zicht op de voor en nadelen van andere contract- en bekostigingsvormen. ▪ Landelijk worden dezelfde resultaatindicatoren gebruikt. ▪ Verbetert inzicht in cliënttevredenheid, uitval en doelrealisatie. ▪ Producten blijven voldoen aan de zorgvraag van inwoners. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 6
4.3 INWONERS KRIJGEN KWALITATIEF GOEDE ZORG EN DE ZORG WORDT RECHTMATIG VERLEEND Doel Cliënten krijgen de zorg en ondersteuning die nodig is, geld voor zorg wordt ook aan zorg besteed. Er zijn drie toezichthouders aangesteld, twee voor rechtmatigheid en één voor kwaliteit. Het calamiteitenonderzoek is volledig belegd bij de GGD Noord- en Oost-Gelderland. Daarnaast voert de GGD voor een deel kwaliteitsonderzoeken uit onder coördinatie van de toezichthouder kwaliteit. Kwaliteit van zorg gaat om de overeenkomst van criteria voor goede zorg (wenselijke zorg) met de praktijk van de zorg (feitelijke zorg). Rechtmatigheid gaat om het oneigenlijk gebruik of misbruik van de Wmo en Jeugdwet. Het uitgangspunt is vertrouwen in de aanbieders van Jeugdhulp, Wmo en beschermd wonen. We stimuleren aanbieders en cliënten om zelf het gewenste resultaat te bereiken, maar grijpen in wanneer de situatie dit vereist. Bij het constateren van tekortkomingen, krijgt de aanbieder de mogelijkheid tot een verbetertraject, tenzij de situatie dermate ernstig is dat direct ingrijpen noodzakelijk is. Inspanningen/projecten 4.3.1. Kwaliteitsonderzoek (signaal gestuurd en thematisch). 4.3.2. Rechtmatigheidsonderzoek (signaal gestuurd en thematisch). 4.3.3. Afgestemde werkwijze tussen accountmanagers en toezichthouders en gemeenten. 4.3.4. Taakverdeling toezichthouder Wmo GGD NOG en toezichthouder kwaliteit.
4.3.5. Fraudealertheid binnen betrokken gemeenten/afdelingen vergroten. 4.3.6. Meewerken aan de herziening van de verordeningen en beleid rondom toezicht en handhaving. 4.3.7. Ontwikkelen van document over de inzet van handhavingsmogelijkheden voor gemeenten. 4.3.8. Transparante werkwijze door toe te werken naar openbaar maken rapporten. Resultaat ▪ Cliënten ontvangen kwalitatief goede zorg. ▪ Zorggeld wordt rechtmatig besteed. ▪ De kwaliteit van de gecontracteerde aanbieders is goed. ▪ Door het openbaar maken van rapporten, is de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders zichtbaar en is de werkwijze van de toezichthouders transparant. ▪ Ongewenste situaties worden eenduidig en proportioneel aangepakt.
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 7
4.4 ADMINISTRATIEVE LASTEN BEPERKEN Doel De grote variëteit in werkprocessen en administratieve afhandeling zorgt regelmatig voor verwarring en verhoogt de administratieve regeldruk bij aanbieders en gemeentelijke toegang. Daarmee gaat kostbare tijd en geld verloren voor de zorg voor inwoners, kind en gezin. Door het verlagen van administratieve lasten kan zoveel mogelijk budget van de hulp en ondersteuning aan de daadwerkelijke zorgverlening worden besteed. Inspanningen/projecten 4.4.1. Het regionaal administratieprotocol actueel houden en in lijn met landelijke standaarden. 4.4.2. Regionaal afstemmen van implementatie van wijzigingen die voortkomen uit aanpassingen van landelijke standaarden en het regionaal administratieprotocol. 4.4.3. Signaleren van vermijdbare administratieve lasten via account- en contractmanagement. En op verzoek van gemeenten en aanbieders ondersteunen bij het terugdringen van vermijdbare administratieve lasten. 4.4.4. De (administratieve) wijzigingen in het woonplaatsbeginsel voor jeugd regionaal afstemmen en uitvoeren volgens landelijke aanpak. 4.4.5. Regionaal afstemmen om het toepassen van het landelijke accountantsprotocol financiële productieverantwoording WMO en Jeugd af te schaffen. Gemeenten kunnen afspraken maken met hun accountant om voor het aantonen van de levering van zorg geen gebruik te maken van het landelijk protocol.
Een beproefd alternatief is het uitvoeren van een beperkte steekproef op de levering. Het in 2015 ingevoerde landelijke accountantsprotocol was een tijdelijke noodmaatregel. Resultaat ▪ Verminderen administratieve druk voor aanbieders door meer eenduidigheid in de regio. ▪ Zowel bij aanbieders als bij gemeenten wordt er zo min mogelijk geld uitgegeven aan administratieve werkzaamheden. ▪ Instellingen hoeven minder kosten te maken als er geen accountsverklaring meer overhandigd hoeft te worden. Voor met name de middelgrote instellingen zijn de accountantskosten boven proportioneel (kan oplopen tot 10% van hun omzet/productie).
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 8
5. OPGAVEN WMO Voor de Wmo is in 2019 een gezamenlijk plan opgesteld waarin vier onderwerpen worden opgepakt en uitgewerkt in het licht van het doel ‘Een toekomstbestendige Wmo’. Deze onderwerpen zijn: 1. 2. 3. 4.
Kennisdeling omtrent de algemene voorzieningen in relatie tot maatwerkvoorzieningen. Kennisuitwisseling/samenwerken met betrekking tot het grensvlak Wmo-Wlz. Inzicht in effecten van het abonnementstarief en beperking van aanzuigende werking. Kennisdeling over de inbedding van respijtzorg in de regio.
5.1 KENNISDELING OMTRENT DE ALGEMENE VOORZIENINGEN IN RELATIE TOT MAATWERKVOORZIENINGEN Doel Bij de invoering van de Wmo 2015 zijn de gemeenten verplicht om te zorgen voor de maatschappelijke ondersteuning van hun inwoners. Om uitvoering te geven aan deze maatschappelijke ondersteuning moet de gemeente voor specifieke groepen en/of voor alle inwoners algemene voorzieningen treffen en aan individuen, voor wie dat noodzakelijk is, maatwerkvoorzieningen verstrekken. Iedere gemeente heeft zijn eigen keuzen gemaakt met betrekking tot de inrichting van deze algemene – en maatwerkvoorzieningen. In het licht van de financiële tekorten en het belang van een toekomstbestendige Wmo is het goed om binnen de Zorgregio kennis te delen en een overzicht te krijgen over de huidige algemene voorzieningen. In verband met de noodzaak om de uitgaven te verlagen is behoefte aan nieuwe ideeën over vermindering van maatwerk voorzieningen en eventueel het uitbreiden en/of herschikken van algemene voorzieningen in het kader van een toekomstbestendige Wmo. Inspanningen/projecten 5.1.1. Kennis delen over huidige algemene voorzieningen met betrekking tot: - inhoud - effect op de vraag naar maatwerkvoorziening. 5.1.2. Brainstormen over nieuwe ideeën m.b.t. algemene voorzieningen. 5.1.3. Ter inspiratie kennis ophalen buiten de regio m.b.t. algemene voorzieningen.
Resultaat Gemeenten kunnen opnieuw de eigen gemaakte keuzes met betrekking tot de inrichting van de algemene – en maatwerkvoorzieningen beoordelen en eventueel aanpassen. Ook kan worden bezien of er in gezamenlijkheid voorzieningen kunnen worden ontwikkeld.
5.2 KENNISUITWISSELING/SAMENWERKEN MET BETREKKING TOT HET GRENSVLAK WMOWLZ Doel In de Wet maatschappelijke ondersteuning is opgenomen dat indien een cliënt in aanmerking komt voor een indicatie Wet langdurige zorg er geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo geïndiceerd hoeft te worden. De Wet langdurige zorg is voorliggend op de Wmo.
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 9
Door de extramuralisering en vergrijzing blijven steeds meer kwetsbare ouderen zelfstandig thuis wonen. Er doen zich daardoor situaties voor dat de zorg en ondersteuning als maatwerk wordt geleverd vanuit de Wmo terwijl er sprake kan zijn van een Wlz zorgvraag. Het effect is dan: 1. De cliënt ontvangt niet de benodigde zorg; 2. Het Wmo budget wordt ingezet waarvoor het niet is bedoeld (Wlz zorg) (niet passende financiering bij zorgvraag); 3. Toename budgetoverschrijding Wmo. Een voorwaarde voor Wlz is dat de zorgvrager 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen. Kennis uitwisseling over hoe wordt gehandeld in dergelijke situaties; blijft de gemeente Wmo aanvragen honoreren ondanks vermoeden dat er een Wlz zorgvraag prevaleert of weigert de gemeente de beschikking maatwerkvoorziening af te geven? Inspanningen/projecten 5.2.1. Kader inzichtelijk maken wanneer Wmo-Wlz. 5.2.2. Kennisuitwisseling over samenwerking met CIZ (toegang Wlz) verder vormgeven op dat inwoners de juiste zorg ontvangen (en juiste financiering). 5.2.3. Afspraken maken binnen gemeenten en ketenpartners hoe een soepele overgang te creëren van Wmo naar Wlz. 5.2.4. Kennisuitwisseling tussen gemeenten over het handelen van de toegang. 5.2.5. Samenvatting van de kennisdeling en het kader wordt schriftelijk en mondeling gedeeld in het regionaal beleidsoverleg.
Resultaat Een goede overgang tussen de Wmo en Wlz heeft als resultaat dat de cliënt de juiste zorg ontvangt en dat het Wmo budget wordt ingezet waarvoor het is bedoeld. De financiering is passend bij de zorgvraag. De verwachting is een reductie van de budgetoverschrijding op de Wmo. Dit dient het doel van een toekomstbestendige Wmo.
5.3 INZICHT IN EFFECTEN VAN HET ABONNEMENTSTARIEF EN BEPERKEN VAN DE AANZUIGENDE WERKING Doel In april 2019 is het voorstel tot wijziging van de Wmo 2015 inzake de bijdrage voor de maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening (hierna: ‘wetswijziging abonnementstarief’) door het parlement aangenomen. Deze wetswijziging wordt met ingang van 1-1-2020 definitief van kracht. De wetswijziging heeft consequenties voor het beleid van en de uitvoering door de gemeente. Het doel is om de effecten van het abonnementstarief inzichtelijk te maken en ideeën te ontwikkelen om de aanzuigende werking van het abonnementstarief te beperken. Inspanningen/projecten 5.3.1. Delen van gemaakte beleidskeuzes per gemeente m.b.t. abonnementstarief ten behoeve van de Verordening/nadere beleidsregels. 5.3.2. Monitoren en bewaken van het implementatieproces t.b.v. invoering abonnementstarief 2020. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 10
5.3.3. Afstemmen van processen die regionale afspraken/ de overeenkomst raken en daarover ook afstemming zoeken met het regionale bedrijfsvoeringsoverleg. 5.3.4. Verzamelen van gegevens over- en monitoren van het effect van de invoering van het abonnementstarief per 01-01-2019 en hier in regionaal verband actie op ondernemen. 5.3.5. Inventariseren/bespreken/presenteren van mogelijke beperkende maatregelen om de stijging van de zorgkosten door de invoering van het abonnementstarief te beperken. Afbakening: Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor de implementatie van het abonnementstarief. Resultaat Mondeling en schriftelijk de in kaart gebrachte effecten van het abonnementstarief presenteren in het regionaal beleidsoverleg en bepalen welke ideeën geschikt zijn voor verdere uitwerking.
5.4 KENNISDELING OVER DE INBEDDING VAN RESPIJTZORG IN DE REGIO Doel In de raamovereenkomst 2019 wordt voorzien in respijtzorgproducten in de vorm van logeeropvang (thuis en elders). Diverse zorgaanbieders hebben hierop ingeschreven maar indien de vraag zich voordoet is er vaak geen plek beschikbaar. Hier liggen meerdere oorzaken aan ten grondslag, o.a. omdat de bedden vaak langdurig bezet zijn door cliënten met een Wlz indicatie en een korte periode van respijtzorg daardoor moeilijk in te plannen is. Inzet van respijtzorg in de vorm van logeeropvang kan van grote meerwaarde zijn voor de cliënt en diens mantelzorger, en kan hiermee ook kostenbesparend werken (preventief voorkom je een crisis). Daarnaast kan logeeropvang een soepelere overgang naar Wlz mogelijk maken voor de cliënt, door de ervaring van logeeropvang is de stap naar een Wlz opname mogelijk kleiner geworden. De gemeenten gaan informatie uitwisselen over de stand van zaken wat betreft de respijtzorgproducten en beoordelen welk onderdeel op korte termijn opgepakt kan worden voor verdere beleidsontwikkeling. Inspanningen/projecten 5.4.1. Kennisdeling over huidige invulling respijtzorg. Iedere gemeente werkt met eigen zorgaanbieders. Er kan verschil zitten in zorg die de zorgaanbieders leveren waardoor de zorgaanbieders verschillende doelgroepen aanspreken.
Kennisdeling over welke zorg aansluit bij welke doelgroep en waar het meeste vraag naar is, geeft richting aan toekomstig beleid. Een onderdeel van de kennisdeling is ook het verloop van de samenwerking met zorgaanbieders en de interne processen van de gemeente. Hier zullen bij iedere gemeente nuanceverschillen zijn. 5.4.2. Analyseren en aanpakken van knelpunten. Sinds zorgaanbieders zich hebben ingeschreven op respijtzorgproducten zijn er in iedere gemeente knelpunten opgetreden waardoor het aanbod van respijtzorg niet aansluit bij de vraag. Een veel voorkomend probleem is het gebrek aan beschikbaarheid van respijtzorg op het moment dat er een melding is. Ook blijkt het aanbod op inhoudelijk vlak niet altijd aan te sluiten bij de vraag. De knelpunten die uit de inventarisatie komen, worden eerst geanalyseerd. Zo komt er meer inzicht in de oorzaak van de knelpunten. Tevens wordt er gezocht naar oplossingen om de knelpunten aan te pakken. 5.4.3. Verkenning van beleidskeuzes. Om respijtzorg verder te ontwikkelen worden beleidskeuzes verkend. Op basis van de informatie en ervaringen van de regiogemeenten kan er richting gegeven worden aan toekomstig beleid. 5.4.4. Ter inspiratie kennis ophalen buiten de regio m.b.t. respijtzorg. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 11
Resultaat Knelpunten op gebied van respijtzorg worden aangepakt met passende oplossingen en een advies wordt geformuleerd voor toekomstig beleid waardoor respijtzorg optimaal wordt ingezet.
6. OPGAVEN JEUGD De Zorgregio zet zich in om uitvoering te geven aan abstracte begrippen als normaliseren, ontzorgen en demedicaliseren. Onder normaliseren verstaan we de kracht van gezinnen en hun sociale netwerk versterken en opvoedvragen niet onnodig problematiseren, uitgaan van het kind en al zijn behoeften en daar in de context op acteren.
6.1 MEER KINDEREN ZO THUIS MOGELIJK LATEN OPGROEIEN Preventie, gezinsvormen en veranderingen zorglandschap Elk kind heeft recht op een liefdevolle en stabiele omgeving om in op te groeien. We gaan er voor om geen enkel kind meer uit huis te plaatsen. Mocht er echt geen andere optie zijn dan uithuisplaatsen dan wordt het kind zoveel mogelijk in kleinschalige, gezinsgerichte en in perspectief biedende voorzieningen geplaats waar veel ruimte is voor contact met ouders en het eigen netwerk. Een belangrijk aandachtspunt is tevens dat we kritisch zijn om kinderen en hun ouders een hulpverleningstraject aan te bieden. Hiermee bedoelen we dat er eerst wordt ingezet op oplossingen in het eigen gezin en waar nodig het gezin te ondersteunen. Indien het eigen gezin het niet met ondersteuning redt wordt er gezocht naar ondersteuning door het eigen netwerk (zoals een informele mentor). Indien ook het netwerk niet voldoende steun kan bieden wordt er gekeken naar ondersteuning vanuit de ambulante hulpverlening. Met de gelden vanuit het transformatiefonds Actieplan Zorg voor de jeugd zijn er in 2019 verschillende projecten gestart waar ‘meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien’ een van de uitgangspunten van is. Meer informatie over deze projecten staat in bijlage 1.
Daarnaast zijn we met het lectoraat jeugd van het Windesheim gestart met een participatief actie onderzoek (PAO) voorkomen van uithuisplaatsingen. Doel van dit onderzoek is om meer kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien, dit willen we samen met onze ketenpartners vormgeven, ondersteund door wetenschappelijke kennis en onderzoek. PAO houdt in dat samen met alle betrokkenen gewerkt wordt aan een gemeenschappelijk gedeelde praktijkverandering. In een PAO vindt een praktijkverandering plaats en wordt tegelijkertijd kennis ontwikkeld en terug gebracht in de praktijk aan de hand van een cyclisch model. PAO biedt veel ruimte aan verschillende vormen van kennis en aan het intensief samenwerken van álle betrokkenen: jongeren, ouders, professionals, toegangsmedewerkers. Inspanningen/projecten 6.1.1. Onderzoeken hoe jeugdigen uit de regio MIJ/OV zo snel en zo goed mogelijk uit de residentiele instelling terug naar huis kunnen of naar een gezinsgerichte woonvorm. 6.1.2. Onderzoeken welke factoren bepalend zijn bij de beslissing om al of niet over te gaan tot een uithuisplaatsing. 6.1.3. Onderzoeken of het regionale aanbod van ambulante interventies kwalitatief en kwantitatief voldoende is om uithuisplaatsingen te voorkomen.
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 12
Resultaat ▪ De kern van het actieonderzoek is dat er een continue verbinding gelegd wordt tussen onderzoek en praktijk. Dat wil zeggen dat bestaande kennis wordt gevalideerd, nieuwe kennis wordt toegevoegd en nieuwe praktijken worden ontwikkeld. Het aangeven wat de opbrengst is van actieonderzoek is daarmee ongewis. ▪ De opbrengsten en uitkomsten van het onderzoek zullen in verschillende dialoogsessies en interactief met het praktijkveld besproken worden. ▪ Advies hoe de ondersteuning via deskundigheidsbevordering en een vervolgplan stevig ingebed kan worden in bijvoorbeeld een meerjarenplan voor het jeugddomein.
6.2 ALLE KINDEREN DE KANS BIEDEN ZICH TE ONTWIKKELEN Als gemeenten willen wij een efficiënte, ‘drempelloze’ samenwerking en inzet van partners mogelijk maken, ondersteunen en begeleiden. Partners werken integraal, signaleren en handelen vroegtijdig om het ontstaan van (zwaardere) problemen te voorkomen. De activiteiten gaan leiden tot concrete samenwerkingsafspraken voor een flexibele inzet van onderwijs en zorg(middelen). Met als resultaat een stevige basis voor de duurzame samenwerking van professionals werkzaam op het snijvlak onderwijs-jeugdhulp. Denk hierbij aan het samenwerkingsverband primair onderwijs, scholen, FERM, RMC, gezinscoaches, het toegangsteam jeugdhulp, zorgaanbieders, algemene voorzieningen en gemeenten. Het resultaat wordt duurzaam doordat de integrale inzet ook resulteert in het versterken van het pedagogisch handelen op de scholen. Vroegtijdige samenwerking en het verstevigen van het pedagogisch klimaat, naar het gedachtegoed van de pedagogische civil society, leidt tot minder verwijzingen naar jeugdhulp. Onze gemeenschappelijke opbrengst is bruikbaar voor lokale situaties en kan worden vertaald naar andere gemeenten en samenwerkingsverbanden. Met de gelden vanuit het transformatiefonds Actieplan Zorg voor de jeugd starten er twee projecten waar ‘alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen’ een van de uitgangspunten is.
Meer informatie over deze projecten staat in bijlage 2.
6.3 SCHEIDEN ZONDER SCHADE Doel Het maatschappelijk belang en de urgentie om de ondersteuning aan kinderen in scheidingssituaties te verbeteren staat inmiddels niet meer ter discussie. De omvang van de groep kinderen die hiermee te maken krijgt is fors; ▪ Jaarlijks maken zo’n 70.000 thuiswonende kinderen mee dat hun ouders uit elkaar gaan. ▪ Zo’n 16.000 daarvan ondervinden ernstige last van de gevolgen van een scheiding. ▪ Ongeveer 7.200 scheidingen kunnen getypeerd worden als conflictueuze of vechtscheiding. De maatschappelijke opdracht is om kinderen en ouders beter voor te bereiden op en te begeleiden in scheidingssituaties, zodat escalatie zoveel mogelijk voorkomen kan worden. Het landelijke actieprogramma ‘Scheiden… en de kinderen dan?’ benoemt concrete actielijnen om deze maatschappelijke opdracht in te vullen. De Gelderse jeugdregio’s werken in de werkgroep ‘Echtscheidingen’ samen aan deze actielijnen om het ondersteuningsaanbod rond echtscheidingen te verbeteren. Gezamenlijke ambitie is om alle gemeenten in Gelderland ‘scheidingsproof’ te maken. De onderstaande inspanningen/projecten zullen samen met de Gelderse regio’s verder worden uitgewerkt. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 13
Inspanningen/projecten 6.3.1. Periodiek overleg met vertegenwoordigers van belangrijke ketenpartners: Rechtbank Gelderland, Raad voor de Kinderbescherming, advocatuur en jeugdhulpaanbieders. 6.3.2. Relatiedesk, de relatiedesk is een professionele dienst om inwoners met vragen rond relatie en scheiding de weg te wijzen en te ondersteunen. Dit project wordt uitgevoerd i.h.k.v. het transformatiefonds Actieplan Zorg voor de jeugd. Zie bijlage 3 voor meer informatie. 6.3.3. Uniformeren van hulpaanbod, een knelpunt is dat het hulpaanbod versnipperd is, waardoor niet meer duidelijk is wat er per gemeente beschikbaar is en wat bijvoorbeeld alternatieven zijn bij wachtlijsten. Op G7 niveau wordt er gewerkt aan een omschrijving van de hulp categorieën. Daarnaast wordt een verwijsproces omschreven. Resultaat ▪ Werkafspraken over de inzet van hulpaanbod met alle ketenpartners, waardoor de rechtbank beter kan verwijzen. Ouders en kinderen krijgen daardoor betere hulp.
6.4 KWETSBARE JONGEREN BETER OP WEG HELPEN ZELFSTANDIG TE WORDEN Doel De overstap van de jeugdhulp naar de volwassenzorg (18-/18+) en de voorbereiding daar naartoe sluiten op elkaar aan. Hiervoor is het nodig dat iedere jongere die zorg krijgt (in een instelling of gezinsvorm) merkbaar beter wordt voorbereid op de overgang naar de volwassenheid, met afspraken op maat. Op deze manier ontvangen minder zelfredzame jongeren begeleiding in hun weg naar huisvesting, onderwijs, werk of andere zinvolle dagbesteding en het behoud daarvan. Er is een soepele overgang in het bieden van ondersteuning en zorg: iedere jongere die dat wil, kan in zorg blijven bij een vertrouwde zorgverlener en ondervindt geen belemmering om zorg en ondersteuning op maat te krijgen. Bestaande mogelijkheden van verlengde jeugdhulp worden beter benut. TEAM ED Team ED bestaat uit leden die in het verleden zelf ook ervaring met (jeugd)hulp hebben gehad. De ED's hebben zelf de overstap naar zelfstandigheid al gemaakt en ondersteunen de jongeren vanuit hun eigen ervaring. Team ED helpt daar waar jongeren het nodig hebben. De ervaringsdeskundigen zijn gezien hun ervaringskennis beter in staat de kloof tussen de systeemwereld en leefwereld te overbruggen dan professionals.
De ervaring leert dat cliënten de ondersteuning van ervaringsdeskundigen als anders ervaren dan die van professionals en zich daardoor geholpen voelen. De doelgroep waar team ED zich op richt is erg kwetsbaar, daarnaast is het vertrouwen in de hulpverleners vaak geschaad, team ED neemt hier een heel belangrijke rol in om het vertrouwen terug te winnen en de jongeren weer te motiveren voor hulpverlening en bijvoorbeeld terug te gaan naar school. Inspanningen/projecten 6.4.1. Werkwijze team ED2 continueren en een duurzame organisatorische oplossing zoeken voor de verdere ontwikkeling van team ED. 6.4.2. Team ED onderhoudt contact met alle gemeenten voor zichtbaarheid en herkenbaarheid. 6.4.3. Een tweede team wordt ontwikkeld zodat uit alle acht gemeenten jongeren die het nodig hebben een beroep op een ED kunnen doen.
2
TeamED wordt vanuit het Actieplan gefinancierd tot en met 2020 en wordt begin 2020 geëvalueerd, deze evaluatie is bepalend voor het vervolg. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 14
6.4.4. Een gedegen evaluatie, thema’s van de evaluatie zijn onder andere: het bereik van de ED’s, het effect van de hulp van de ED’s, het aantal jongeren per gemeente die hulp ontvangen van de ED’s. 6.4.5. Team ED biedt onafhankelijk en gratis ondersteuning op maat 6.4.6. Team ED geeft voorlichting over hun werkwijze in de hele Zorgregio. 6.4.7. Team ED werkt samen met de hulpverlening en het netwerk. 6.4.8. Team ED is bekend bij de zorgaanbieders, scholen en andere professionals binnen de Zorgregio. 6.4.9. Team ED geeft vorm aan de doorlopende zorglijn 18-18+, de ondersteuning door ED wordt gecontinueerd na het bereiken van de meerderjarigheid. 6.4.10. Team ED hanteert geen wachtlijsten. 6.4.11. Signalen worden snel en adequaat opgepakt. 6.4.12. Team ED is breed inzetbaar. 6.4.13. Deskundigheidsbevordering van de ED’ss wordt beschikbaar gesteld. Resultaat ▪ Alle gemeenten kennen TeamED ▪ TeamED is bekend bij aanbieders en scholen in de Zorgregio ▪ Jongeren wordt binnen zeven dagen aan een ED gekoppeld ▪ Jongeren worden gemotiveerd terug te gaan naar school ▪ Jongeren worden gemotiveerd voor hulpverlening ▪ Jongeren vinden een luisterend oor ▪ Kwetsbare jongeren zijn in staat om weer een plek te krijgen in de maatschappij
TOEKOMSTPLAN Het toekomstplan helpt om toekomstgericht en integraal te werken aan de begeleiding van jongeren naar zelfstandigheid. Professionals maken zo’n toekomstplan zo tijdig mogelijk samen met de jongere. Het plan sluit aan bij de motivatie en leefwereld van een jongere en benoemt welke ondersteuning er nodig is op de verschillende leefdomeinen: wonen, school, werk, inkomen, vrienden, relaties, vrije tijd en zorg. Om een integrale aanpak te realiseren werken alle professionals die bij een jongere betrokken zijn met hetzelfde toekomstplan. Gemeenten kunnen hierop sturen door hier een bewuste keuze voor te maken. Inspanningen 6.4.14. Het toekomstplan wordt een structureel agendapunt tijdens de accountgesprekken met de GI. 6.4.15. Aanbieders, GI’s, gezinsvormen en toegang werken samen met iedere kwetsbare jongere (en diens ouders) aan een toekomstplan. De vorm van het toekomstplan sluit aan bij de belevingswereld van de cliënt. 6.4.16. Jeugdhulp- en Wmo aanbieders dragen samen met gemeenten zorg voor een warme overdracht wanneer een jongere na zijn achttiende jaar aanspraak doet op hulpverlening. Resultaat ▪ Kwetsbare jongeren krijgen een op maat gemaakt toekomstplan zodra ze 16 zijn om de juiste vormen van zorg te borgen zodra deze 18 worden. ▪ Er is (tijdige) aandacht voor de overstap naar de WLZ en er worden hierover afspraken gemaakt met de zorgverzekeraars.
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 15
▪
▪
▪
▪
Jongeren (16 t/m 23-jarigen) met problemen op meerdere levensgebieden die jeugdhulp ontvangen, hebben een steunend netwerk dat verder gaat dan de periode van jeugdhulp, bijvoorbeeld middels inzet van een JIM. Contact met professionals dat helpend is voor de jongere, zou gecontinueerd moeten worden na het 18de jaar en/of volwassenzorg zou al voor het 18de jaar bij de jongere betrokken moeten worden. Het is belangrijk dat hiervoor de zorg en ondersteuning 18-/18+ op elkaar aansluiten. De integrale producten uit de Inkoop 2019 zijn hier helpend in. Daarnaast moeten hierover afspraken gemaakt worden met zorgverzekeraars (ook mbt WLZ). GI’s zorgen ervoor dat de jeugdbeschermer de lokale toegang vroegtijdig betrekt in het toekomstplan, zodat deze op tijd naar de lokale mogelijkheden kan kijken met betrekking tot wonen, werken/onderwijs en dagbesteding. De mogelijkheden van de perspectiefregeling blijven benutten.
6.5 SAMENWERKEN GEMEENTEN EN ZORGAANBIEDERS JEUGDBESCHERMINGSTAFEL Doel De essentie van de Jeugdbeschermingstafel (JBT) is dat er niet óver maar mét ouders (en jongere) gesproken wordt over een onveilige opvoedsituatie en de mogelijkheden om deze te verbeteren. De primaire taak van de JBT is de toeleiding naar de Raad voor de Kinderbescherming. Als toeleider heeft de JBT regionaal de taak meegekregen om de mogelijkheden binnen het vrijwillige kader te onderzoeken. Voor en tijdens een gesprek aan de JBT wordt gekeken of de vrijwillige hulp uitgeput is of dat er nog mogelijkheden zijn om een raadsonderzoek af te kunnen wenden. Dit blijft aandacht vragen en zien wij ook de komende jaren als een belangrijke focus van ons werk. De JBT heeft zich ontwikkeld als een orgaan waar organisatie overstijgend samengewerkt wordt aan veiligheidskwesties rondom het kind. Juist het verkennen van de mogelijkheden binnen het vrijwillige kader als de inschatting van de veiligheid van een kind en haar gezin, vraagt een goede samenwerking binnen de keten. Kortom, veiligheid kan alleen samen met het gezin en de veilgheidspartners gecreëerd worden. Dit vraagt naast korte lijnen binnen de keten ook kennisgeving op het gebied van veiligheid. De rol van VT en de GI’s in de keten, als experts op het gebied van veiligheid, is essentieel.
We zullen blijven aansturen dat hulpverleners deze experts (tijdig) betrekken, voor consultatie of onderzoek, in veiligheidsvraagstukken. Bij jongeren waar zowel beschermende- als justitiële inzet gevraagd wordt, zijn er mogelijkheden om het professionele netwerk te versterken. Daarvoor zoekt de JBT intensieve samenwerking met de veiligheidskamers Apeldoorn en Zutphen (onderdeel van Veiligheidshuis NOG). Naast deze samenwerking en kennisdeling, is er binnen een gezinssysteem meer mogelijk door het netwerk te betrekken. Omdat dit nog niet voldoende in het DNA van onze hulpverlening zit, zien wij dit als kans om gezinnen te versterken in hun kracht en hierdoor de veiligheid te kunnen vergroten en hulpverlening beter te laten aansluiten. Sinds de start van de JBT is er informatie verzameld over o.a. besluiten, terugmeldingen en doorlooptijd naar de RvdK. Een grondige analyse van deze data is nodig om de taak van de JBT als toeleider van de RvdK te verantwoorden. Daarnaast zal deze data een beeld geven van de Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 16
doorlooptijd in de veiligheidsketen binnen de regio. We zullen deze kennis en de ervaringen aan de JBT actief gaan delen. Zowel als mogelijke bron voor beleid als ook als input voor scholing en ontwikkeling. Inspanningen/projecten 6.5.1. Mogelijkheden binnen het vrijwillige kader blijven verkennen en aanboren, zowel tijdens de gesprekken als in het voorbereidende traject. Dat wil zeggen; van hulpverleners consequent blijven vragen dat zij organisatie overschrijdend overleggen (MDO met toegangen) naar de mogelijkheden voor een gezin. 6.5.2. Aansturen op samenwerking binnen de veiligheidsketen en het delen van expertise rondom veiligheid. In een verzoek aan de JBT (VTB) wordt dit (consultatie VT en GI) als voorwaarde opgenomen alvorens een gesprek geagendeerd zal worden. 6.5.3. Aansturen op betrekken van netwerk van het gezin, door dit in het VTB te benadrukken. 6.5.4. Veiligheidskamers Apeldoorn en Zutphen en de JBT verkennen een intensivering van de samenwerking tot een gezamenlijk Jeugdplein. 6.5.5. Analyse data, best practices, begeleiding stagiaires en voorlichting op vakopleidingen. Resultaat Het resultaat van deze inspanningen zal, binnen de invloedssfeer van de JBT, zijn dat de veiligheid voor een kind en zijn gezin beter gewaarborgd wordt en dat de mogelijkheden binnen het vrijwillige kader beter benut worden.
Te verwachten valt dat dit naast normaliserend ook kostenbesparend werkt. Daarnaast wordt door een intensieve samenwerking en het delen van kennis, de veiligheidsketen binnen de regio versterkt. VERWIJSINDEX Doel De Verwijsindex Risicojongeren (VIR) is een hulpmiddel waardoor professionals die werken met kinderen en jongeren met elkaar in contact komen, waarna zij informatie kunnen delen om de hulp beter af te stemmen. De Verwijsindex is opgenomen in de Jeugdwet en één van de instrumenten waarmee professionals legitiem over de grenzen van hun eigen domein heen met elkaar in contact kunnen komen. Het gebruik van de Verwijsindex draagt eraan bij dat betrokken professionals tijdig in beeld zijn en samen met de jeugdige en/of ouders afspraken maken over één plan, de onderlinge afstemming en regie. Vroegsignalering staat daarbij voorop. In de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe heeft iedere gemeente een contract met Multisignaal als digitaal systeem voor de Verwijsindex. In 2019 is in onze regio een herstart gemaakt met de Verwijsindex. Door het aansluiten van regionaal gecontracteerde zorgaanbieders jeugdhulp en het activeren van al aangesloten instanties op de Verwijsindex. Dit is een continu proces dat ook in 2020 aandacht vraagt.
Naast de regionale inzet, is ook op gemeenteniveau blijvend inzet nodig om lokale organisaties (onderwijs, kinderopvang en voorliggende voorzieningen) aan te sluiten. In 2019 hebben gemeenten zich gericht op de interne organisatie, in 2020 verschuift de aandacht van gemeenten naar het aansluiten van lokale organisaties op de Verwijsindex. In juni 2020 presenteert het ministerie van VWS de resultaten van een grootschalige, landelijke evaluatie naar de Verwijsindex. De resultaten van deze evaluatie kunnen leiden tot bijstelling van de geplande activiteiten.
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 17
Inspanningen/projecten 6.5.6. Periodiek de nieuw regionaal gecontracteerde zorgaanbieders Jeugdhulp aansluiten op de Verwijsindex. 6.5.7. Bevorderen gebruik Verwijsindex door workshops, gesprekken met aangesloten partijen, communicatie & pr. Actief contact onderhouden met de contactpersoon van de aangesloten organisatie. 6.5.8. Gemeentecoördinator ondersteunen bij aansluiten van lokale organisaties. Door onder andere informatiebijeenkomsten, communicatie & pr. Resultaat ▪ Samenwerking tussen professionals in één gezin/rondom één jongere is bevorderd. ▪ Verwijsindex staat in onze regio op de kaart en wordt ingezet als hulpmiddel in het kader van 1 gezin 1 plan.
6.6 REGIONALE AFSPRAKEN OVER DE DOORONTWIKKELING VAN DE LOKALE TOEGANG De regio ondersteunt de samenwerking tussen de lokale toegangen van de acht gemeenten. De inspanningen zullen voornamelijk door de lokale toegangen ingezet moeten worden. ALGEMENE VOORZIENINGEN Doel Voor veel gezinnen is de gemeentelijke toegang3 het eerste aanspreekpunt in de vraag naar ondersteuning en/of jeugdhulp. Ze speelt een belangrijke rol bij het zorgen voor een goede match tussen zorgvraag en –aanbod en is de toegang tot passende ondersteuning of hulp. Dat hoeft niet altijd jeugdhulp te zijn; preventieve, algemene voorzieningen kunnen soms een beter antwoord zijn op de hulpvraag van kind en ouders. Daarom is het nodig dat toegangsmedewerkers goed zicht hebben op de algemene voorzieningen in hun gemeente en de ondersteuning die, zo nodig, beschikbaar is voor kind en ouders. Daarnaast zijn goede signaleringsvaardigheden en de beschikking over de juiste kennis bij de toegangsmedewerkers essentieel om de hulpvraag samen met kind en gezin goed in beeld te krijgen. Toegangsmedewerkers zijn een belangrijke spil in het lokale samenwerkingsnetwerk; van huisartsen, zorgaanbieders, onderwijs, de GI en overige veiligheidspartners (Raad voor de Kinderbescherming en VT) en de Jeugdbeschermingstafel.
Ook daar gaat het vaak om het beste antwoord op vragen van kind en gezin, afstemming tussen betrokkenen en het borgen van veiligheid. Samenwerkingspartners moeten weten wat de toegang kan bieden. Inspanningen/projecten 6.6.1. Toegangen en beleid gaan samen in gesprek over het totale aanbod van algemene voorzieningen en jeugdhulp. 6.6.2. Vanuit clientperspectief is een zorgproductenboek ontwikkeld als wegwijzer naar passende jeugdhulp. Jaarlijks wordt er een training over het productenboek georganiseerd waarbij ook aandacht is voor algemene voorzieningen.
3
Waar toegang staat kan ook CJG, wijkteam of team voor elkaar worden gelezen.
Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 18
Resultaat ▪ De toegangen zijn goed op de hoogte van het preventief aanbod in hun gemeenten en er is afstemming met beleid over gewenste algemene voorzieningen om de jeugdhulpvraag te kunnen verminderen. ▪ Er heeft kennisoverdracht plaats gevonden van jeugdhulpaanbieders naar toegangen. ▪ Op de website van de gemeentelijke toegang zijn deskundigheid en dienst- en hulpverlening duidelijk omschreven. ▪ Er is actief gecommuniceerd met huisartsen en gecontracteerde aanbieders. ▪ Er wordt zoveel als mogelijk ingezet op ondersteuning vanuit de algemene voorzieningen. SAMENWERKING HUISARTSEN Doel Pilots waarbij toegangsmedewerkers nauw samenwerken met de huisartsen laten zien dat huisartsen meer door verwijzen naar lokale teams als ze meer zicht hebben op en vertrouwen hebben in de deskundigheid van deze teams. Samenwerking met huisartsen blijkt bovendien bij te dragen tot meer gerichte (en minder) verwijzingen naar specialistische hulp. De komende jaren gaan gemeenten hier intensief mee aan de slag. Inspanningen/projecten 6.6.3. De toegang investeert blijvend in de samenwerking met huisartsen en breidt deze, waar gewenst, verder uit. 6.6.4. Het aantal verwijzingen van huisarts naar de lokale toegang wordt hierbij gemonitord, alsmede het aantal verwijzingen naar de SGGZ. 6.6.5.
In de projectgroep hoogwaardige toegang vindt uitwisseling plaats tussen gemeenten over voortgang en resultaten. Resultaat ▪ Samenwerking met de huisartsen wordt gecontinueerd en waar mogelijk en wenselijk verder uitgebreid. ▪ Er zijn minder verwijzingen naar specialistische hulp. AFSCHALEN Doel Aanbieders en toegangen hebben samen meer zicht op mogelijkheden voor afschalen. Toegangen hebben goed zicht op de lokale mogelijkheden voor een vervolg, binnen maar ook búiten de jeugdhulp. Vanuit de Jeugd-SGGZ zijn pilots gestart waarbij de toegangen worden betrokken in de evaluatie van voortgang behandeltrajecten; samen wordt gekeken of er kan worden afgeschaald naar lichtere zorg en/of ook algemene voorzieningen kunnen worden ingezet ter ondersteuning. Doel: het verkorten van doorlooptijden SGGZ en afschalen naar lichtere hulp en ondersteuning. Inspanningen/projecten 6.6.6. Een aantal toegangen zal de komende jaren blijven investeren in samenwerking met een aantal SGGZ-aanbieders. 6.6.7. Samen wordt bij evaluaties gekeken of een vervolg in de SGGZ echt nog nodig is of dat de ondersteuning op een andere manier kan worden voortgezet. 6.6.8. Een aantal toegangen maakt hier tijd voor vrij wanneer deze inspanningen leiden tot de gewenste resultaten. Regionaal accountmanagers en toegangen trekken hierin samen op. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 19
Resultaat ▪ Pilots tussen toegang en SGGZ laten zien dat (eerder) afschalen mogelijk is (verkorting doorlooptijden SGGZ, afschalen naar lichtere hulp en ondersteuning). REGIEVOERING EN ZORG COÖRDINATIE Doel Problemen in het gezin worden nog (te) vaak geduid als kind problemen maar de oorsprong blijkt niet altijd bij het kind te liggen. Systeemgericht werken blijft een uitdaging waarbij de afstemming tussen betrokkenen en een duidelijke regievoering en zorgcoördinatie bij gezinnen met meer aanbieders en complexe problematiek voorwaarde is voor een goed resultaat. Inspanningen/projecten 6.6.9. Regiogemeenten hebben afgesproken om, wanneer nodig, te zorgen voor regievoering en zorgcoördinatie. Vanuit een gedeelde visie zullen de toegangen de werkwijze implementeren. Toegangen en beleid evalueren en stellen, waar nodig, bij. Betrokken partners worden steeds geïnformeerd. Daarnaast zullen steeds meer aanbieders zich de komende jaren aansluiten bij de Verwijsindex. 6.6.10. Het gezinsplan wordt geëvalueerd en zo nodig bijgesteld en is ondersteunend aan deze zorgcoördinatie. (Agendering in regionaal beleidsoverleg en bijeenkomsten toegang). Resultaat ▪ Regievoering en zorgcoördinatie zijn aantoonbaar geïmplementeerd en geëvalueerd. Toegangen, GI en jeugdhulpverleners werken volgens de overeengekomen werkwijze.
▪ Het regionale gezinsplan is bijgesteld en wordt door iedereen gebruikt om deze zorgcoördinatie te ondersteunen. VEILIGHEID Doel Het herkennen van onveilige situaties rondom kind en gezin is een belangrijke vaardigheid van zowel toegang, jeugdhulpverleners en veiligheidspartners. Een gedeelde visie op veiligheid en de vaststelling van onveiligheid is voorwaarde om goed samen te kunnen werken. Inspanningen/projecten 6.6.11. Voor toegangen en veiligheidspartners zullen bijeenkomsten worden georganiseerd waarbij “kijken naar en zorgen voor veiligheid van kinderen” centraal staat. 6.6.12. Kennis van aanbieders wordt toegankelijk gemaakt voor de toegangen Resultaat ▪ Toegangen en veiligheidspartners kennen elkaars werkwijzen en instrumenten; er is uitwisseling over het inschatten van veiligheid ; beperkt aantal instrumenten wordt door iedereen gebruikt. ▪ Er is een goede samenwerking tussen de toegang en de JBT; er is helderheid over ieders taken en rollen. ▪ Toegangen en veiligheidspartners hebben meer handvatten gekregen voor systeemgerichte ondersteuning en hulpverlening aan kinderen en ouders in (v)echtscheidingssituaties. Ze werken vanuit een gedeelde visie. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 20
DOORONTWIKKELING REGIONALE SAMENWERKING De komende periode zal gebruikt worden om een regionale visie met elkaar te ontwikkelen over de inrichting van het zorglandschap en gewenst zorgaanbod, aanbieders die failliet dreigen te gaan en sturing op de uitgaven.
7. RANDVOORWAARDEN EN AFBAKENING 7.1 RANDVOORWAARDEN Om de doelen van het programma waar te kunnen maken is het van belang dat er draagvlak is bij alle acht gemeenten. Draagvlak voor de te realiseren doelen en bijkomende inspanningen. Het draagvlak is nodig om samenwerking op alle betrokken niveaus te genereren zowel ambtelijk als bestuurlijk. Daarnaast is voldoende capaciteit noodzakelijk. Het gaat dan niet alleen om de capaciteit van het regioteam maar zeker ook om voldoende lokale capaciteit. Lokaal moeten immers veel activiteiten hun beslag krijgen, hiervoor is afstemming tussen regio en gemeente cruciaal. Tenslotte moet het budget toereikend zijn om de in dit plan benoemde ambities en inspanningen te kunnen waarmaken. 7.2 AFBAKENING Dit programma richt zich op de inkoop en het transformatieproces van jeugdhulp en Wmo. Omdat er een direct verband bestaat tussen de toegang en het gebruik van de individuele voorzieningen/maatwerkvoorzieningen, faciliteert de regio de afstemming van de toegang voor jeugd tussen de acht gemeenten. De werkzaamheden die daaruit voortvloeien binnen de eigen gemeente zijn een lokale verantwoordelijkheid. Dit geldt ook voor het transformatieproces van de algemene voorzieningen. Ook voor bedrijfsvoering geldt dat er verbinding moet zijn tussen de werkzaamheden vanuit de regio en de individuele gemeenten.
Afspraken die op verzoek van de acht gemeenten regionaal gemaakt worden met aanbieders, moeten hun vertaling krijgen binnen de back office van iedere gemeente. De regio faciliteert daarom de onderlinge afstemming over vraagstukken rondom de bedrijfsvoering. De uitwerking daarvan is een lokale verantwoordelijkheid. De verbinding met de participatiewet is een lokale verantwoordelijkheid evenals het betrekken en informeren van de gemeenteraden.
8. GOVERNANCE 8.1 PROGRAMMAORGANISATIE De gemeenten in de regio Midden-IJssel / Oost-Veluwe hebben er voor gekozen om een privaatrechtelijke dienstverleningsovereenkomst af te sluiten. Deze vorm past het beste bij de huidige vorm waarin wordt samengewerkt. Als gevolg van de gekozen rechtsvorm moeten de lokale colleges van burgemeester en wethouders instemmen met de voorgestelde besluiten, willen deze geëffectueerd kunnen worden. De dienstverleningsovereenkomst voor 2020 t/m 2022 wordt in een separaat document opgemaakt. 8.2 ORGANISATIE EN AANSTURING VAN HET REGIOTEAM Het regioteam verricht alle werkzaamheden in opdracht van de portefeuillehouders Jeugd en Wmo. Het team wordt aangestuurd door een programmamanager. Vanuit de portefeuillehouders is er een bestuurlijk opdrachtgever voor Jeugd aangewezen: de wethouder van de gemeente Hattem. De vervanger van de bestuurlijk opdrachtgever is de wethouder van de gemeente Voorst. De wethouder van Apeldoorn is bestuurlijk trekker van de Wmo. Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 21
Aangezien de regionale samenwerking geen juridische entiteit heeft, kan er geen personeel in dienst genomen worden en niet op eigen titel uitgaven doen. Apeldoorn treedt in deze voor de regio op als gastheer voor de andere gemeenten. Dat betekent dat de gemeente Apeldoorn verantwoordelijk is voor de huisvesting van het regioteam. Alle leden van het regioteam zijn in (tijdelijke) dienst van, gedetacheerd naar of ingehuurd door de gemeente Apeldoorn. Consequentie hiervan is dat de gemeente Apeldoorn juridisch gezien bestuurlijk verantwoordelijk is voor het regioteam. Dit betekent dat de wethouder van Apeldoorn zowel opdrachtgever is van het regioteam (binnen de gemeente Apeldoorn) als bestuurlijk opdrachtnemer van de overige leden van het PFO. De rol van opdrachtnemer zal hij toepassen als het gaat om de kaders waarbinnen de gemeente Apeldoorn de opdracht voor personele inzet en/of kosten die namens de regio moeten worden gemaakt aanvaard. De ambtelijk opdrachtgever zowel voor Jeugd als Wmo van de regio is Remko Iedema van de gemeente Apeldoorn. De vervanger is de lijnmanager van Hattem.
8.3 OVERLEGGEN ROLLEN EN TAKEN ▪ Portefeuillehoudersoverleg Jeugd, de wethouders van alle acht gemeenten komen 1 x per maand bijeen samen met de ambtelijk opdrachtgever en de programmamanager, de voorzitter van dit overleg is de bestuurlijk trekker van jeugd. De beleidsadviseurs van de acht deelnemende gemeenten zijn ook aanwezig bij dit overleg voor de inhoudelijke ondersteuning van de eigen wethouder. De portefeuillehouders stellen de strategische kaders van de werkzaamheden van het regioteam vast en bepalen wanneer er beslisdocumenten moeten worden voorgelegd aan alle colleges. Zij zijn bestuurlijk opdrachtgever voor het regioteam. De portefeuillehouders dienen in ieder geval mandaat te hebben om namens de eigen gemeente beslissingen te kunnen nemen in het PFO. ▪ Portefeuillehoudersoverleg Wmo, de wethouders van alle acht gemeenten komen 1 x per kwartaal bijeen, samen met de regionaal coördinator Wmo. De voorzitter van dit overleg is de bestuurlijk trekker van de Wmo. De beleidsadviseurs van de acht deelnemende gemeenten zijn in principe ook aanwezig in dit overleg voor de inhoudelijke ondersteuning van de eigen wethouder. De portefeuillehouders stellen het jaarplan Wmo vast en bepalen wanneer er beslisdocumenten moeten worden voorgelegd aan alle colleges.
De portefeuillehouders dienen in ieder geval mandaat te hebben om namens de eigen gemeente beslissingen te kunnen nemen in het PFO. ▪ Ambtelijk opdrachtgeversoverleg, deelnemers zijn de lijnmanagers van de 8 gemeenten die verantwoordelijk zijn voor Jeugd en Wmo binnen hun eigen gemeente. Komen 5 x per jaar bijeen samen met de ambtelijk opdrachtgever en de programmamanager van de regio. Zij treden op als opdrachtgever van het programma binnen de eigen gemeente. Ze zijn eindverantwoordelijk voor de invoering van de werkzaamheden vanuit de regio binnen de eigen gemeente. Onderwerpen Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 22