CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

361352 Bijlage 1 mobiliteitsplan 2022-2032 - verdiepingsdocument

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente EpeBij agendapunt: 8. Definitieve vaststelling mobiliteitsplan: 'veilig, gezond en duurzaam'34.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

- Uitbreiding bedrijventerrein Eekterverveld IV. 1 Veilige mobiliteit: V&V-fietsroute biedt kansen om fietsknelpunten aan te pakken: Veilige mobiliteit is een basisvoorwaarde. Nederland is inmiddels op het gebied van verkeersveiligheid haar koppositie in West-Europa kwijt en raakt achterop. Nieuwe (e-)fietsen vragen om een hernieuwde kijk op veilige fietsinfrastructuur. Als gemeente Epe zien we met de realisatie van de V&V-fietsroute volop kansen om onveilig (ervaren) fietssituaties aan te pakken, zoals de oversteek van de Laan van Fasna, de rotonde Deventerstraat-Laan van Fasna en de oversteek met de Eekterweg. 2-3 Duurzame en gezonde mobiliteit: Om te komen tot duurzame en gezonde mobiliteit willen we eerst inzetten op lopen en fietsen. Het principe is dat lopen en fietsen de meeste beleidsmatige voordelen bieden: het is kosten-efficiënt, het ruimtebeslag is beperkt, het is duurzaam en veilig, het biedt gezondheidsvoordelen, het kost de gebruiker geen/weinig geld.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

98

4 Verbeteren leefbaarheid in dorpskernen (dorpenroute): In de huidige situatie ervaren de inwoners van Epe, Emst en Vaassen overlast van snelheid en intensiteit van doorgaand (vracht)verkeer. De dorpenroute tussen Epe en Apeldoorn is qua functie niet bedoeld voor regionaal (vracht)verkeer. Het regionale verkeer dient zich af te wikkelen via de snelweg A50 (de A50 heeft een nationale en regionale verkeersfunctie). Door de realisatie van de V&V-fietsroute willen we automobilisten stimuleren de overstap te maken van de auto naar de fiets. 5 Netwerkaanpak: verleiden tot duurzaam mobiliteitsgedrag: Binnen een netwerkaanpak gaat het ook om flankerend beleid. Dit zijn niet-fysieke maatregelen erop gericht om bewustwording bij bewoners te creëren en ze te verleiden om te kiezen voor een duurzamere en gezondere mobiliteitsvorm, zoals lopen en fietsen en het gebruik van de V&V-fietsroute.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

99

BIJLAGE 10 VOORKEURSKENMERKEN EN OPBOUW GEACTUALISEERD FIETSNETWERK Deze bijlage begint met een samenvatting van de wijze waarop het nieuwe fietsnetwerk is opgebouwd (10.1). Daarna zijn in onderdeel 10.2 de voorkeurskenmerken beschreven die behoren bij dit fietsnetwerk en de verschillende type fietsroutes. 10.3 bevat een overzicht van de opgenomen fietsroutes en een beknopte onderbouwing waarom deze zijn opgenomen. 10.4 bevat een overzicht van de huidige status van het fietsnetwerk op basis van de fietsnota 2010. 10.1 Samenvatting opbouw fietsnetwerk Onderstaand is een samenvatting weergegeven vanuit de Ontwerpwijzer Fietsverkeer van het CROW. Daarin zijn de verschillende onderdelen beschreven van waaruit een fietsnetwerk wordt opgebouwd, namelijk: samenhang, directheid, verkeersveiligheid, aantrekkelijkheid en comfort. - Samenhang en maaswijdte De samenhang van een netwerk wordt sterk bepaald door de combinatie van maaswijdte en verknoping. De maaswijdte is de afstand tussen (min of meer) parallel lopende verbindingen in een netwerk. De mate van verknoping wordt bepaald door het aantal uitwisselpunten (kruispunten) tussen de takken van het netwerk:  Binnen de bebouwde kom wordt meestal uitgegaan van een maaswijdte van 300 tot 500 m.

 Buiten de bebouwde kom dienen de belangrijkste voorzieningen, zoals dorpscentra, scholen, bedrijventerreinen en ov-knooppunten te zijn verbonden met een maaswijdte van 1.000 tot 1.500 m  Verknoping met de netwerken voor auto, openbaar vervoer en voetganger (bushaltes, carpoolplaats, etc.)  Fietsers dienen centrumgebieden en voetgangerszones zo dicht mogelijk te kunnen naderen en gebruiken - Directheid Reistijd is een relatief begrip. Als de fietser over zo direct mogelijke routes kan beschikken en de automobilist moet omrijden, zal de fiets sneller zijn dan de auto en daardoor vaker de aantrekkelijkste vervoerwijze zijn. Directe routes voor fietsers waarbij autoverkeer moet omrijden, zijn bijvoorbeeld te realiseren door:  het toepassen van autoknips (hierbij kunnen fietsers een barrière wel passeren, auto’s niet); 

het instellen van eenrichtingsverkeer voor auto’s;

 het creëren van passages en bruggen voor uitsluitend langzaam verkeer. De omrijfactor is de verhouding tussen de kortste afstand over de weg en de hemelsbrede afstand. Het belang van de omrijfactor is gerelateerd aan de afstand van de verplaatsing. Voor een goed ontworpen hoofdfietsnetwerk binnen de bebouwde kom moet daarom voor de gemiddelde omrijfactor over het netwerk een streefwaarde van 1,2 worden gehanteerd. Voor de kilometers buiten het hoofdfietsnetwerk om mag de gemiddelde omrijfactor 1,3 à 1,4 bedragen. Bij een goed gebruikt hoofdfietsnetwerk leidt dit tot een overall omrijfactor van maximaal 1,26. - Verkeersveiligheid Op netwerkniveau gelden wat betreft de verkeersveiligheid voor fietsers de volgende eisen:

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11061098/1