361292 bijlage 1 Rapport Afronding Van der Jagt-Van Arkel
Tekst van het document
6.3. De VNOG heeft consistentie en focus Met het vaststellen van de Toekomstvisie in januari 2020 is een gezamenlijke visie en strategie vastgesteld. De Toekomstvisie vormt de basis van alle belangrijke beleidsdocumenten (regionaal beleidsplan, de begrotingen, etc.) en bij elk nieuw beleidsdocument wordt altijd de link met de Toekomstvisie gemaakt. Daarmee is er meer consistentie bij de VNOG gekomen: documenten sluiten op elkaar aan, beleid is onderling verbonden en versterkt elkaar. De voortgang op de Toekomstvisie wordt periodiek gemeten. Op die manier houdt de organisatie focus op de grotere opgaven die achter de dagelijkse (kleinere) beslommeringen schuil gaan. De begrotingen zijn, vanwege al het voorbereidende werk voor de Toekomstvisie (in de zgn. “bouwstenen”), meer dan voorheen gebaseerd op kengetallen, volumes, etc. (“PxQ”) en daarmee is het inzicht vergroot. Deze aanzet zal in de komende jaren verder worden doorontwikkeld.
Pagina 20 van 21
7. Vervolg Met het afronden van Van der Jagt/Van Arkel is de organisatie niet ‘af’. Een organisatie is nooit ‘af’ en moet zich altijd blijven doorontwikkelen om passend te blijven bij veranderende omstandigheden. Dit is op diverse manieren geborgd in de VNOG. Ten eerste wordt de Toekomstvisie geïmplementeerd. In 2026 moet dit gerealiseerd zijn. Het huidige regionale beleidsplan dat gebaseerd is op de Toekomstvisie, loopt eerder af, namelijk in 2024. Dat biedt een gelegenheid om in 2024 een tussenbalans op te maken en waar nodig bij te sturen, op weg naar 2026. Het nieuwe beleidsplan zal, indien gewenst, nieuwe accenten kunnen gaan leggen. Conform de wet zal voor het nieuwe regionaal beleidsplan te zijner tijd eerst weer input bij de raden worden opgehaald. Ten tweede gaat de ontwikkeling van de medewerkers permanent door, ook na afronding van de lopende organische organisatieverandering ‘De Expeditie’ (duurzame ontwikkeling, leiderschap, cultuur, etc.). Ten derde is voor een doorontwikkeling van de organisatie een goede monitoring en interne beheersing nodig (beleidsmatig-inhoudelijk, financieel, personeel, zowel intern gericht, als extern). De VNOG heeft stappen gezet op dit terrein, wat de accountant ook heeft beaamd. Maar ook hier wil de VNOG zich blijven ontwikkelen.
De VNOG beschouwt daarom periodiek de werkwijzen en het beschikbare instrumentarium en bekijkt of er verbeteringen mogelijk zijn, zowel in instrumenten als in procedures, processen en de P&C-cyclus zelf. De VNOG wil daarnaast ook op aansprekende manieren de raden tijdig betrekken en haar instrumenten hiervoor doorontwikkelen en/of in nieuwe vormen aanbieden. Nieuwe initiatieven zullen nog volgen om in contact te blijven met de raden, hun visie en wensen op te halen en ze goed/tijdig te blijven betrekken. Te denken valt aan periodieke bijeenkomsten, nieuwe vormen van rapportage, etc. De accountant heeft daarnaast ook nog diverse verdere verbeterpunten aangedragen, die de VNOG wil gaan uitvoeren. Voorstellen voor de doorontwikkeling van de P&C-cyclus zullen volgen, met als doel om nog beter te kunnen rapporteren: inhoudelijk, aansprekend, relevant, actueel en in een zuivere rolverdeling van de diverse betrokkenen.
Pagina 21 van 21