CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

3 1 Kadernota VNOG 2023-2026

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente EpeBij agendapunt: 4. Vaststelling Lijst ingekomen stukken13.998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2023-2026

22 november 2021

Inhoudsopgave 1. Inleiding / samenvatting

3

1.1. Effect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage 1.2. Leeswijzer

2. Wat doet de VNOG?

4

2.1. Toekomstvisie VNOG 2.2. Monitoring voortgang Toekomstvisie

3. Beleidsontwikkelingen

7

3.1. Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden 3.2. Opgave 1. Zelfredzaam & (risico)bewust 3.3. Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig 3.4. Opgave 3. Sterke informatiepositie 3.5. Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers 3.6. Overkoepelend

4. Ramingsgrondslagen begroting 2023

12

4.1. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie 4.2. Financiële kaders

5. Voortzetting ingezette beleidslijnen

14

5.1. Programma Zelfredzaam & Risicobewust 5.2. Regionale uitrol dashboard brandweer 5.3. Vastgoed

6. Geïnventariseerde autonome ontwikkelingen

17

6.1. Versnellingsprogramma BIO en AVG 6.2. Later betrekken nieuw hoofdkantoor en mogelijke tussenoplossing 6.3. Ontwikkelingen materieel/materiaal, kapitaallasten, etc. 6.4. Kapitaallasten, egalisatiereserve afschrijvingen en gemeentelijke bijdragen 6.5. Duurzaamheid

7. Beleidsregels risico’s, reserves en weerstandscapaciteit

21

7.1. Risicomanagement 7.2. Reserves 7.3. Weerstandscapaciteit

8. De uitgevoerde risico-inventarisatie

23

9. Risico’s versus weerstandscapaciteit

26

9.1. Omvang huidige reserves en weerstandscapaciteit 9.2. Beschikbare weerstandscapaciteit 9.3. Conclusies

10. Financieel meerjarenperspectief 2023-2026

28

Bijlagen

29

Bijlage 1. Gemeentelijke bijdragen 2023 (voorlopig) Bijlage 2. Overzicht programma 8. Bijlage 3. Overzicht reserves Bijlage 4. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s

Pagina 2 van 34

1. Inleiding / samenvatting Voor u ligt de Kadernota 2023 – 2026 van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). De Kadernota bevat zoals gebruikelijk de (technische) uitgangspunten voor de komende begroting en gaat daarnaast in op (komende) beleids- en autonome ontwikkelingen. De Kadernota volgt de Toekomstvisie van de VNOG, die in januari 2020 door het algemeen bestuur van de VNOG is vastgesteld. Deze Toekomstvisie is de basis voor het beleid van de VNOG voor de komende jaren en wordt in de periode 2020-2026 uitgevoerd. In de Toekomstvisie staan de Opgaven die de VNOG uitvoert, als antwoord op de vragen die de samenleving aan de VNOG stelt. De gemeentelijke bijdrage vanaf 2023 zal toenemen als gevolg van de toegepaste loon- en prijsindex, de voortzetting van de ingezette beleidslijnen uit de Toekomstvisie en autonome ontwikkelingen. Het uitgangspunt is: géén nieuw beleid en daarmee gepaard gaande kostenstijgingen. Daarmee wil de VNOG ook oog hebben voor de financiële situatie bij de gemeenten; zo heeft de herverdeling van het Gemeentefonds voor bepaalde gemeenten forse effecten. Gelet op de wereldwijde stijging van prijzen (energie, katoen, chips) valt niet uit te sluiten dat de werkelijke stijging van de prijzen de komende jaren hoger zal zijn dan het nu gehanteerde prijsindexcijfer, dat conform beleid is ontleend aan de septembercirculaire van het Gemeentefonds.

De voortzetting van de in de Toekomstvisie ingezette beleidslijnen betreft onder andere eerdere besluitvorming door het AB waar tijdelijke financiering voor was toegekend, in afwachting op tussenresultaten. Nu die tussenresultaten positief zijn, kan tot de definitieve financiering worden besloten. Voor het jaar 2023 e.v. worden verder enige autonome ontwikkelingen opgenomen met een effect op de gemeentelijke bijdrage. De Kadernota is geschreven terwijl het covid-19 virus nog rondwaart. In de Kadernota is rekening gehouden met de stand van zaken, zoals die op het moment van schrijven voorligt. Hoewel de covid19 crisis een andere fase is ingegaan, is niet exact te voorspellen of covid-19 in 2022/2023 mogelijk nog zal opleven, of inhoudelijke gevolgen voor de VNOG krijgt en wat het effect hiervan kan zijn op de plannen en taakuitvoering van de VNOG. Via de P&C-cyclus wordt de voortgang gemonitord en wordt het bestuur over mogelijke afwijkingen of bijstellingen in plannen geïnformeerd. 1.1. Effect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage* Effect gemeentelijke bijdragen Loon- en prijscompensatie Formatieplaats vastgoed structureel Autonome ontwikkelingen (informatiebeveiliging) Totaal

2023 970.000 75.000 169.000 1.214.000

*Bedragen t.o.v. begroting 2022

1.2. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft wat de VNOG doet, in antwoord op de vragen van de samenleving. In hoofdstuk 3 worden de beleidsontwikkelingen op hoofdlijnen gememoreerd. Hoofdstuk 4 gaat in op de technische uitgangspunten. Hoofdstuk 5 behandelt de voortzetting van eerder vastgestelde beleidslijnen. Hoofdstuk 6 bevat enkele autonome ontwikkelingen. In hoofdstuk 7 worden de beleidsregels en werkwijzen ten aanzien van risico’s en het weerstandsvermogen beschreven. Hoofdstuk 8 bevat de inventarisatie van de inhoudelijke en financiële risico’s en de waardering daarvan. In hoofdstuk 9 worden deze risico’s tegenover de beschikbare weerstandscapaciteit gezet en wordt de weerstandsratio vergeleken met de daarvoor bepaalde streefwaarde. De Kadernota sluit af met hoofdstuk 10 over het meerjarenperspectief en enkele bijlagen. Pagina 3 van 34

2. Wat doet de VNOG? Vragen van de samenleving aan de VNOG en het antwoord daarop:

Brand

Crisis Ik heb hulp nodig!

Ongeval

Ramp

Beperkt en bestrijdt Is vakbekwaam en deskundig Werkt vanuit een sterke informatiepositie VNOG levert:

Brandweer

GHOR

Crisisbeheersing

VNOG heeft: - Compacte en slagvaardige brandweer, GHOR en multidisciplinaire crisisorganisatie. - Passend materieel met bijbehorend goed opgeleide en getrainde medewerkers. - Duidelijke informatie, die VNOG verzamelt, duidt en verspreidt waardoor zorg en hulp verbeteren. Pagina 4 van 34

Veilig recreëren

Veilig wonen

Leer mij gevaar te voorkomen. Veilig werken

Voorkomt risico’s Stimuleert zelfredzaamheid en risicobewustzijn Is deskundig Werkt vanuit een sterke informatiepositie VNOG levert:

Voorlichting en Bezoek

Risico-analyse/-duiding

Advisering

Informatie en systemen

VNOG: - Informeert en stimuleert inwoners, bedrijven en organisaties. - Biedt handelingsperspectief (wat kan ik zelf doen). - Verzamelt, duidt en verspreidt duidelijke (veiligheids) informatie.

Pagina 5 van 34

2.1. Toekomstvisie VNOG De samenleving stelt grofweg twee vragen aan de VNOG: • Ik heb hulp nodig! • Leer mij gevaar te voorkomen. Burgers, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan de VNOG. Op 15 januari 2020 heeft het algemeen bestuur van de VNOG in de Toekomstvisie VNOG vastgelegd hoe de VNOG deze vragen beantwoordt, namelijk: − −

−

De VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan de inwoners en bezoekers van de regio. Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. De VNOG speelt in op demografische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. De VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio. De VNOG heeft de volgende Opgaven:

0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) 1. Zelfredzaam & risicobewust 2. Vakbekwaam & deskundig 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) − −

De VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten met goed getrainde vrijwilligers vanuit een versterkte informatiepositie. Dit alles moet leiden tot een solide veiligheidsregio voor de lange termijn.

De Toekomstvisie is verder uitgewerkt in het regionaal beleidsplan; dit is het strategisch beleidskader van de VNOG. Het beleidsplan is vastgesteld in december 2020 en beschrijft de koers voor een periode van vier jaar (2021-2024). 2.2. Monitoring voortgang Toekomstvisie De Toekomstvisie loopt tot en met 2026. Het VNOG bestuur monitort periodiek de voortgang van de Toekomstvisie tijdens de reguliere P&C-cyclus. De Toekomstvisie vormt de basis van elke komende begroting en is daarin integraal verwerkt. De Opgaven uit de Toekomstvisie vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van de VNOG.

Pagina 6 van 34

3. Beleidsontwikkelingen Dit hoofdstuk behandelt de beleidsontwikkelingen die spelen op de Opgaven van de VNOG, daarnaast worden overkoepelende ontwikkelingen geschetst. 3.1. Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises Drie afdelingen zijn primair met deze Opgave bezig: Brandweerzorg, Risico- & Crisisbeheersing en de GHOR. De afdeling Brandweerzorg staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week paraat om incidenten in het verzorgingsgebied van de VNOG af te handelen. De afdeling voorziet in adequaat, veilig en betrouwbaar materieel en materiaal, de vakbekwaamheid van de medewerkers en de logistiek. De afdeling Risico- & Crisisbeheersing voorziet bij incidenten, rampen en crises in de crisisorganisatie die flexibel, slagvaardig en outputgericht optreedt. De GHOR is een netwerkorganisatie en coördineert de geneeskundige zorg bij incidenten, rampen en crises. Dit gebeurt door de hulpverlening tijdens incidenten te laten functioneren als één (witte) keten. De GHOR draagt bij aan de voorbereiding van deze geneeskundige hulpverleningsorganisatie. Dit vereist veel afstemming met ketenpartners uit de zorgsector, met de gemeenten en andere diensten, onder regie van het openbaar bestuur.

Ontwikkelingen − Landelijke en wereldwijde omstandigheden hebben invloed op de uitvoering van deze Opgave, zoals onder andere de gestegen grondstofprijzen op de toekomstige aanschaffen van materieel en materiaal en het onderzoek naar de toekomst van de huidige inrichting van het vrijwillige brandweerbestel. − Er komen nieuwe innovatieve technologische mogelijkheden, zoals de mogelijke inzet van drones voor luchtsurveillance op de Veluwe. Vanuit het VBC (Veluws Bosbrandweer Comité) loopt een onderzoek om bij de bewaking van de Veluwe tegen natuurbrand de huidige vliegtuigen te vervangen door drones. Dit kan de effectiviteit van de luchtsurveillance verhogen. Het daadwerkelijk vervangen is aan het VBC en afhankelijk van de resultaten van het onderzoek. Het VBC is een stichting en heeft een eigen begroting. Dat neemt niet weg dat de rekening bij de deelnemers aan het VBC (o.a. de Veluwse gemeenten en de VNOG) kan komen te liggen. − De corona-bestrijding uit 2020/2021 wordt regionaal eind 2021/begin 2022 geëvalueerd. De geleerde lessen worden gecombineerd met een terugblik op rode draden die de VNOG de afgelopen jaren heeft getrokken t.a.v. het functioneren van de crisisorganisatie en geeft inzicht in ontwikkelmogelijkheden voor de crisisorganisatie voor 2023 e.v. − Er wordt daarbij ook gekeken naar de mogelijke consequenties die de landelijke evaluaties (bijv.

evaluatie Wet veiligheidsregio’s) hebben op de regionale en landelijke crisisstructuur. − De evaluaties kunnen komende jaren tevens van invloed zijn op de verdere doorontwikkeling van de GHOR. 3.2. Opgave 1. Zelfredzaam & (risico)bewust De VNOG stimuleert burgers, instellingen en bedrijven tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crisis en het voorkomen daarvan. De VNOG informeert inwoners en bezoekers over risico’s en biedt handelingsperspectieven bij incidenten. De afdeling Risico- & Crisisbeheersing is primair met deze Opgave bezig.

Pagina 7 van 34

Ontwikkelingen − De omgeving van risico- en crisisbeheersing verandert in snel tempo. Er is sprake van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die de aandacht voor (brand)veiligheid zeer noodzakelijk maken. Verarming, vergrijzing en het toenemen van het aantal andere talen in het land verhoogt risico’s en vermindert de snelheid van de respons van de betrokken personen, van omstanders en van de meldkamer. In het programma Zelfredzaam & Risicobewust zal de VNOG deze ontwikkelingen meenemen. − Het programma Zelfredzaam & Risicobewust is gestart in 2021 en heeft financiering tot en met 2022. Het dient te worden voortgezet. Via dit programma is de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van de inwoners in de regio vergroot; het programma kent positieve resultaten. Structurele dekking gaat de VNOG binnen de bestaande begroting zoeken. − Cruciaal voor de uitvoering van het programma is tevens de verdere uitrol van het dashboard. Voor de verdere uitvoering van het programma is de content / input van het dashboard van groot belang. − Een andere maatschappelijke ontwikkeling is de terugtredende overheid, die zich meer richt op coördinerende dan op uitvoerende taken. In lijn daarmee speelt het van kracht worden van de Omgevingswet. Ook de aanhoudende aandacht voor prestatieverbetering van de overheid heeft invloed.

Denk hierbij aan de wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) waarin kwaliteitscriteria zijn opgenomen die van toepassing zijn op het gehele vlak van het omgevingsrecht, inclusief veiligheid. Dit vraagt nieuwe vaardigheden en competenties van de medewerkers. − Er zijn tenslotte ook ontwikkelingen op de vraag van de samenleving aan de VNOG: naast kennis over regelgeving worden nieuwe adviesvaardigheden en bekwaamheden gevraagd voor het zien van integraliteit, samenhang en het beschikken over een helikoptervisie. De VNOG zal haar medewerkers hierop scholen en trainen (zie ook Opgave 2). 3.3. Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig Voor alle afdelingen van de VNOG is het kunnen beschikken over vakbekwame en goed opgeleide en getrainde medewerkers van groot belang. De inspanningen met betrekking tot vakbekwaamheid zijn gericht op het versterken van de kwaliteit van de vrijwillige- en de beroepsmedewerkers. Ontwikkelingen − De impuls op vakbekwaamheid, zoals opgenomen in de Toekomstvisie van de VNOG, wordt uitgevoerd. − Voor het op peil houden van de vakbekwaamheid van de medewerkers binnen de crisisorganisatie worden binnen het Multi Opleiden Trainen en Oefenen (MOTO) gericht opleidingen en oefeningen georganiseerd, waarbij de risico’s uit het regionaal risicoprofiel leidend zijn.

− Voor dit MOTO zullen traditionele trainingen worden gecombineerd en aangevuld met digitale trainingsmogelijkheden, zodat operationele functionarissen ook zelf regie kunnen nemen in het vakbekwaam blijven op een breed terrein van onderwerpen. − Om de professionaliseringsslag met expertteams binnen Bevolkingszorg te ondersteunen wordt onderzocht of het mogelijk is om gebruik te gaan maken van een functionarisvolgsysteem zoals bijv. het Veiligheidspaspoort dat gebruikt wordt bij de brandweer. − Ook binnen de ‘koude’ organisatie kent de VNOG een systeem van vakbekwaamheid, dat voortborduurt op het traject van de organische organisatieontwikkeling (‘De Expeditie’) dat in 2022 eindigt. Het accent op persoonlijke ontwikkeling, het voeren van ontwikkelgesprekken en mogelijkheden voor scholing, training en opleiding zal uiteraard blijven. − Informatietechnologie zal zich in snel tempo ontwikkelen. Voor het benutten van de mogelijkheden is permanente scholing essentieel (link met Opgave 3).

Pagina 8 van 34

−

Specifiek vanwege de komst van de Omgevingswet worden medewerkers toegerust, zodat zij integrale veiligheidsadvisering conform de Omgevingswet aan gemeenten kunnen verlenen, die zo vroegtijdig ondersteund worden bij ontwikkelingen in het fysieke domein.

3.4. Opgave 3. Sterke informatiepositie Door het verzamelen, duiden en verspreiden van duidelijke informatie worden veiligheid en het optreden van de VNOG verbeterd. Voor inwoners betekent dit dat zij weten waar zij de juiste informatie over veiligheid kunnen vinden en wat zij zelf, of samen met anderen, kunnen doen (link met Opgave 1.). Daarnaast gaat het hier ook om de interne informatievoorziening van de VNOG en de informatie, verantwoording en communicatie naar de diverse stakeholders, belanghebbenden en dragers van de VNOG. Ontwikkelingen − De VNOG adviseert en acteert op basis van een actueel informatiebeeld, zowel bij risicoadvisering, voorbereiding op inzetten als gedurende inzetten en heeft inzicht in daar waar de meeste veiligheidswinst te behalen valt door gegevens te verzamelen, te koppelen en te analyseren. − De VNOG past op meerdere manieren en momenten het principe van het scenariodenken1 toe. Op basis van deze scenario’s/dashboards kan praktisch worden nagedacht over de aspecten waar de veiligheidsregio proactief kan proberen het risico te verkleinen en welke handelingsperspectieven er geboden kunnen worden. − Team Crisisbeheersing ontwikkelt een Veiligheid Informatie Centrum (VIC) ten behoeve van informatiesturing bij onze crisispartners. Dashboards met onderwerpen uit ons multi-risicoprofiel vormen hierbij een basis.

Inmiddels is naar aanleiding van de coronacrisis een model dashboard en beheercyclus ontworpen, waarvan onderzocht wordt of dit prototype toe te passen valt voor andere multi-doeleinden. − Het scenariodenken wordt ook toegepast bij crises. Door tijdens het verloop van een crisis gestructureerd en systematisch vooruit te denken proberen we ons, met inzet van de beschikbare informatie, de aanwezige kennis en een brede ervaring en deskundigheid, zo goed mogelijk een voorstelling te maken van het mogelijke verloop van de crisis. Dat inzicht wordt op basis van de beschikbaar komende informatie steeds bijgesteld. − De VNOG zal uiterlijk 1 januari 2023 op een hoger niveau moeten voldoen aan de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid) en de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Hiervoor zijn diverse inspanningen nodig. − De VNOG wil de verbinding met de deelnemende gemeenten en andere stakeholders verder versterken. Er komen daartoe onder andere nieuwe vormen van presentatie, communicatie en verantwoording, bijvoorbeeld de nieuwe prestatiekaart per 2023. 3.5. Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Deze Opgaven wordt door alle afdelingen van de VNOG uitgevoerd, waarbij de afdeling Bedrijfsvoering de organisatie ondersteunt met een scala van diensten.

Ontwikkelingen − De bestuurlijke opdracht is voor de komende jaren vastgesteld in de Toekomstvisie: de regionale visie, de financiële gevolgen en de uitvoeringsafspraken lopen door tot circa 2026 en krijgen continue monitoring.

1

Een voorbeeld hiervan is het tijdens de coronacrisis ontwikkelde en toegepaste coronadashboard.

Pagina 9 van 34

− −

Verdere stappen worden gezet met de prestatieafspraken en een resultaatgerichte programmabegroting. Communicatie en verantwoording richting gemeenten en andere belanghebbenden kunnen daarbij aanhaken. De vorming van de nieuwe meldkamer, waarbij de VNOG het werkgeverschap voor alle brandweercentralisten op zich zal nemen, betekent ook de zorg als werkgever voor 20 tot 25 nieuwe collega’s die bij de VNOG in dienst komen. Dit is een uitbreiding van circa 7% van de huidige beroepsorganisatie.

3.6. Overkoepelend Er spelen tenslotte nog diverse ontwikkelingen die alle Opgaven en afdelingen van de VNOG raken: Samenwerken, vernieuwen en verbeteren Samenwerken wordt steeds belangrijker en biedt kansen. De VNOG gaat de verbinding met Oost-5 (vijf veiligheidsregio’s in het oosten van het land) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV2) verder intensiveren. Het is mooi als medewerkers “halen en brengen” in landelijke overleggen en deelnemen in landelijke netwerken. Ook de samenwerking met bijv. financiële ambtenaren en vastgoedbeheerders bij de gemeenten wordt steeds intensiever. Een proces van continue vernieuwing en verbetering is de verantwoordelijkheid van de gehele organisatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van ervaringen van andere veiligheidsregio’s, van gemeenten en andere partners. Duurzaamheid De wereld staat voor een grote opgave voor de leefbaarheid op onze planeet. Vanuit overheden zijn duurzaamheidsdoelstellingen verwoord en eisen gesteld, waar ook de VNOG minimaal aan moet voldoen. Op het gebied van duurzaamheid worden er binnen de VNOG al geruime tijd de nodige stappen gezet; een overkoepelende beleidsvisie is opgesteld om de diverse initiatieven te stroomlijnen en die wordt verder uitgewerkt in een strategie.

De ambitie van de VNOG is om de landelijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de (financiele) mogelijkheden dat toestaan en de VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoeren. De hoofdbestanddelen van het duurzaamheidsbeleid betreffen: − het vastgoed, hierbij is nauwe samenwerking met de gemeenten nodig, die immers het vastgoed in bezit hebben en daar de investeringen in doen; − de inkoop, duurzaam inkopen wordt al jaren toegepast bij de VNOG en krijgt een verdere impuls omdat hierbij meer en meer door de veiligheidsregio’s gezamenlijk wordt opgetreden; − de mobiliteit, hierbij gaat het om alternatieve brandstoffen en elektrische voertuigen, alsmede de (laad) infrastructuur hiervoor; − de bewustwording en het gedrag van de medewerkers en partners van de VNOG zijn uiteraard cruciaal voor het succes van beleid op duurzaamheid. De duurzaamheidsacties kunnen voor 2023 binnen de bestaande budgetten worden opgevangen, dan wel worden zij meegenomen als onderdeel van andere ontwikkelingen elders in deze Kadernota. Veilige Energie Transitie In het verlengde van de ontwikkelingen op duurzaamheid is de energietransitie in de samenleving in volle gang. Zonneparken worden aangelegd, er vinden pilots plaats met nieuwe energiedragers (waterstof, buurtaccu’s), etc. Dit beïnvloedt het werk van de VNOG.

Dan gaat het zowel om de adviserende rol van de VNOG ten aanzien van voornemens, als de bestrijdende rol van de VNOG als zich bij de nieuwe middelen calamiteiten voordoen en de wijze waarop de VNOG zich hierop voorbereid. De VNOG heeft gekozen voor een “volgend” ambitieniveau op dit onderwerp. Hierbij sluit de VNOG, in 2

Per 1 januari 2022 is ‘Nederlands Instituut Publieke Veiligheid’ de nieuwe naam van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV).

Pagina 10 van 34

afstemming en samenwerking met de andere veiligheidsregio’s, aansluiting bij reeds bestaande processen en activiteiten. Feitelijk moet iedereen zijn reguliere werk blijven doen met een accentverschuiving richting de energietransitie. Op dit moment kan dit binnen de bestaande middelen worden uitgevoerd. VNOG volgt actief en nauwgezet de ontwikkelingen. Veranderende wetgeving − De VNOG monitort de gevolgen van de evaluatie/aanpassing van de Wet veiligheidsregio’s en Wet gemeenschappelijke regelingen en past zaken aan waar dit nodig is. − De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) is voor de veiligheidsregio’s uitgesteld. De precieze toepassing van de WNRA (en daarmee ook de gevolgen) zijn nog niet duidelijk. VNOG monitort en beweegt waar nodig. − Veranderende financiële wetgeving (Besluit begroting en verantwoording, BBV) leidt o.a. tot een veranderende rol van het dagelijks bestuur, dat vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid een rechtmatigheidsverklaring moet afgeven, hetgeen nieuwe eisen stelt aan de organisatie.

Pagina 11 van 34

4. Ramingsgrondslagen begroting 2023 Dit hoofdstuk beschrijft de financiële uitgangspunten voor de begroting 2023. 4.1. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2023 verschilt niet van degene welke is toegepast voor de begroting 2022. Deze is als volgt: 1. Looncompensatie: De looncompensatie voor 2023 wordt berekend op basis van het percentage, dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2021 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen zowel als gevolg van de afgesloten CAO alsook als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). 2. Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2022 is dit de beschikking die de VNOG ontvangt in december 2021 voor 2022. De BDUR bedraagt ongeveer 16% van de inkomsten van de VNOG.

Als de uitkering in 2022 en 2023 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire. Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. 4.2. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2021 plus de mutaties voor 2022 en 2023 uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; c. de laatst bekende cao-afspraken (huidige cao liep tot eind 2020); d. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid”.

Voor 2023 is dit, na correctie, 2,2% (zie in de tabel de berekening); e. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2021. Over 2022 en 2023 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. gedurende het begrotingsjaar 2023 wordt bij de financiële verkenningen en de jaarrekening een begrotings-brede toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; g. het opleidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom; h. de begroting 2023 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2023. Pagina 12 van 34

3. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2022 genomen vermeerderd met de gevolgen van de laatste caoafspraken; b. plus 2,3% (“loonvoet sector overheid”) voor de loonindex in 2023 (na correctie is dat 2,2%, zie in de tabel hierna de berekening); c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.355. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht; d. de begroting 2023 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2023. 4. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2022) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2021, die nog niet in de primitieve begroting 2022 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2023; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2023: 1,5%; d. de begroting 2023 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. 5.

Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toekomstvisie, die is verwerkt in het jongste Meerjaringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT. Voor investeren & activeren gelden als uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve kapitaallasten materieel gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). 6. Het rente-omslagpercentage voor de begroting 2023 is berekend op 0,8%. Voor de berekening van de kapitaallasten voor de overgenomen kazernes wordt uitgegaan van de percentages van de voor de financiering afgesloten geldleningen. 7. Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. 8. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt.

Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG voor 2021 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren. De loon- en prijscompensaties voor het jaar 2023 zijn als volgt: Loon- en prijscompensatie 2023 looncompensatie septembercirculaire septembercirculaire 2020 2021 verschil 2021 1,80% 0,70% -1,10% 2022 1,50% 2,50% 1,00% 2023 2,30% 2,30% opnemen voor 2023 inclusief correcties 2021 en 2022 2,20% Loon- en prijscompensatie 2023 € 750.000

prijscompensatie septembercirculaire 2021

1,50% € 220.000

Pagina 13 van 34

5. Voortzetting ingezette beleidslijnen Dit hoofdstuk beschrijft hoe de eerder ingezette beleidslijnen in 2023 e.v. worden voortgezet. Het betreft onder andere vastgesteld beleid uit de Toekomstvisie, waaronder het vervolg op pilots waar eerder over besloten is. Nu de resultaten positief zijn, kunnen deze structureel geborgd worden. Verder gaat het om het vastgoed. 5.1. Programma Zelfredzaam & Risicobewust Voor de financiering van het programma Zelfredzaam & Risicobewust heeft het AB in juni 2021 middelen beschikbaar gesteld voor de jaren 2021 en 2022. De resultaten van de geëvalueerde bewustwordingscampagnes van het programma zijn zeer positief, zodat het in 2023 (en verder) een structureel vervolg kan krijgen. De programma activiteiten lopen door. De duurzame financiering ter ondersteuning van de pijler Zelfredzaam en Risicobewust gaat de VNOG binnen de Meerjarenbegroting 2023-2026 zoeken. Het betreft de volgende bedragen: 2023: € 145.000 structureel 2024 daarop aanvullend: € 62.000 structureel (totaal € 207.000) 2025 e.v. daarop aanvullend: € 25.000 structureel (totaal € 232.000) Deze bedragen worden benut om de regionale risicobewustwordingscampagnes en projecten te kunnen opzetten en uitvoeren. De regionale campagnes worden risicogericht ingezet op basis van de uitkomsten van het (prototype) dashboard (zie ook hierna).

Naarmate de mogelijkheden van het dashboard toenemen kunnen de campagnes meer specifiek worden ingericht. 5.2. Regionale uitrol dashboard multi In de vergadering van juni 2021 is € 185.500 incidenteel beschikbaar gesteld voor de regionale uitrol dashboard voor het thema ‘wonen’. Hiertoe is een projectleider geworven en is een plan van aanpak opgesteld. De uitvoering van het project loopt tot in 2022 door. Deze gespecificeerde dashboards zijn bijvoorbeeld input voor onder het programma Zelfredzaam en Risicobewust, voor risicogericht oefenen (vakbekwaamheid) en risicogericht adviseren. De medewerkers die betrokken zijn bij de doorontwikkeling van de dashboards hebben zeer specialistische kennis. Voldoende capaciteit is noodzakelijk om de informatieproducten de komende jaren verder door te ontwikkelen over de andere thema’s dan wonen. Doordat de VNOG en haar partners meer informatiegestuurd gaan werken wordt voorzien dat de vraag naar dit type informatieproducten toe gaat nemen. Dit betekent een doorontwikkeling naar meerdere (multi)thema's, zoals: uitval vitale voorzieningen, droogte, hoog water etc. Deze toekomstige multi dashboards zijn vervolgens weer de basis voor het verdere implementeren van het programma zelfredzaam en risicobewust, maar dan op multi thema's.

Deze multi-uitwerking is ook de basis voor gemeenten om integrale veiligheidsthema's uit te werken en is voeding voor omgevingsvisies en plannen van gemeenten. Om de informatieproducten (zoals de dashboards) te kunnen beheren, leveren en door te kunnen ontwikkelen dient wellicht de capaciteit op dit thema te worden vermeerderd per 2023. Gedacht wordt aan een flexibele schil, afhankelijk van gevraagde competenties (projectleider, marketing, data analist, risicoanalist). In 2022 wordt bezien wat er nodig is en of dit binnen de bestaande formatie kan worden opgelost. Bedrag: p.m.

Pagina 14 van 34

5.3. Personele begeleiding vastgoed (€ 75.000 (S) + € 75.000 (I) voor 3 jaar ten laste van Bedrijsvoeringsreserve) In de vorige Kadernota 2022-2025 is het onderwerp vastgoed aangekondigd. Er zijn inmiddels vervolgstappen gezet en de richting en het eindbeeld zijn duidelijk geworden. Het betreft hier onder andere de zogenaamde demarcatie in de kazernes. De demarcatie geeft aan welke partij, gemeente of VNOG, voor welke facilitaire dan wel huisvestingstaak (bijv. onderhoud) in de kazernes verantwoordelijk is en deze bekostigt. De hoofdlijn is dat de gemeenten al het onderhoud van de kazernes plannen, uitvoeren en betalen, waarbij de VNOG bijdraagt in de kosten van regionale kantoren en werkplaatsen onderhoud en ademlucht. De VNOG plant, organiseert en betaalt de faciliteiten voor de medewerkers, die in de kazernes werkzaam zijn. In de vorige Kadernota was een p.m. post opgenomen voor een personele uitbreiding van het team Vastgoed, Services en Projecten in aansluiting op de demarcatie. Gelet op bovenstaande uitwerking blijkt dat deze uitbreiding beperkt kan worden tot 1 structurele formatieplaats vastgoed. Dit is aanzienlijk lager dan eerder begroot. Deze personele uitbreiding is bestemd om vanuit de gebruikersrol het benodigde overleg en afstemming met de gemeenten als eigenaar in te kunnen vullen.

In de eerste jaren zal dit overleg intensief zijn, gelet op de te maken inhaalslag om binnen enkele jaren alle kazernes aan de Arbo-eisen te laten voldoen, terwijl ook de ontwikkeling van de 1postgedachte/centraal kantoor/tijdelijke verhuizing in die periode speelt, alsook de overdracht van een aantal facilitaire taken. Daarom is een tijdelijke fte voor 3 jaar (2022-2024) opgenomen. De facilitaire kosten blijven in deze Kadernota buiten beschouwing. De denklijn is namelijk, dat deze kosten worden opgenomen in de VNOG-begroting en dus tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden. Hier staat echter een daling van de kosten voor dit doel in de gemeentelijke begrotingen tegenover. Verwacht wordt dat dit voorstel in 2022 in het algemeen bestuur aan de orde komt waarna de rest van het jaar 2022 wordt gebruikt voor de praktische taakoverdracht, het bezien van bestaande contracten, etc. De nieuwe werkwijze gaat dan in per 2023. Het onderhoud of de vervanging van de inventaris, waarvoor de afgelopen jaren geen voorstellen zijn ontwikkeld, doordat er nog geen duidelijkheid bestond of deze taak bij gemeenten of VNOG lag en het toegangsbeheer3, worden ook meegenomen in bovengenoemd voorstel. Voor nu staan deze onderwerpen op PM.

3

De VNOG gaat bezien of er een uniform toegangssyssteem voor alle kazernes (thans 56) kan komen. Nu zijn er diverse sleutelsystemen bij de gemeenten in omloop. Voor de toegankelijkheid van de VNOG en beveiliging (zowel fysieke als informatieveiligheid) zou één systeem wenselijk zijn.

Pagina 15 van 34

6. Geïnventariseerde autonome ontwikkelingen Dit hoofdstuk beschrijft de autonome ontwikkelingen. 6.1. Versnellingsprogramma BIO en AVG (€ 169.000 (S)) De VNOG zal uiterlijk 1 januari 2023 op een hoger niveau moeten voldoen aan de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid) en de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Een Plan van Aanpak wordt opgesteld, dat nog nader geprioriteerd en gefaseerd moet worden. In het kader van BIO is het noodzakelijk de volgende zaken uit het plan van aanpak op korte termijn te regelen. - De informatie verwerkende omgeving wordt gemonitord door een SIEM (Security information and event management, Beveiligingsinformatie en gebeurtenisbeheer) en/of SOC (Security operations center, een gecentraliseerde eenheid die zich bezighoudt met beveiligingsvraagstukken op organisatorisch en technisch niveau) middels detectie-voorzieningen, zoals het Nationaal Detectie Netwerk (alleen voor rijksoverheidsorganisaties). Deze worden ingezet op basis van een risico-inschatting, mede aan de hand van de aard van de te beschermen gegevens en informatiesystemen, zodat aanvallen kunnen worden gedetecteerd. Voortzetting hiervan kost structureel € 140.000. Voor het komende jaar worden deze kosten incidenteel in een begrotingswijziging 2022 meegenomen.

- Om conflicterende taken en verantwoordelijkheden te scheiden om de kans op onbevoegd of onbedoeld wijzigen of misbruik van de bedrijfsmiddelen van de organisatie te verminderen zal er een logische toegangsbeveiliging moeten komen: fysieke toegang, Identity Acces Management (IAM), Roll Based Acces Management (RBAC) in de vorm van licenties, structureel € 10.000 vanaf 2023. Nutsvoorzieningen: Apparatuur behoort te worden beschermd tegen stroomuitval en andere verstoringen die worden veroorzaakt door ontregelingen in nutsvoorzieningen. Momenteel is dit alleen op hoofdlocatie en aantal kantoorlocaties geregeld. Andere locaties dienen hierin te worden voorzien. Dit brengt structureel kapitaallasten van 19.000 met zich mee vanaf 2023. Hiervoor moet een krediet worden verleend van € 75.000 met een afschrijvingstermijn van 4 jaar. 6.2. Later betrekken nieuw hoofdkantoor en mogelijke tussenoplossing (p.m.) De VNOG moet het huidige hoofdkantoor aan de Europaweg te Apeldoorn verlaten. De politie heeft een brief aan de VNOG gestuurd, waarin zij aangeeft ervan uit te gaan dat de VNOG uiterlijk 1 december 2023 het pand aan de Europaweg verlaat. Als nieuwe locatie wordt gekeken naar mogelijkheden binnen de 1-post-gedachte in Apeldoorn.

In Apeldoorn wordt namelijk onderzocht om drie posten samen te voegen in één nieuw gebouw en daar zou een hoofkantoor van de VNOG bij kunnen worden ondergebracht. Als de nieuwbouw niet voor 1 december 2023 klaar is, zal de VNOG een tijdelijke huisvesting moeten betrekken als tussenoplossing. Momenteel wordt overwogen hoe een tussenoplossing voor de ‘hoofdkantoor’-functies die nu op de Europaweg gehuisvest zijn, eruit komt te zien; mogelijkheden zijn een herverdeling over bestaande kantoorlocaties, of tijdelijke centrale huisvesting in een ander pand, bijvoorbeeld in overleg met de politie. De te realiseren tussenoplossing bepaalt mede de datum van een vertrek uit de Europaweg. Wat de kosten van een tussenoplossing zijn, is niet aan te geven. Hierbij moet worden gedacht aan kosten voor ICT, verhuiskosten, inrichtingskosten, e.d. De tussenoplossing kan mogelijk ook leiden tot een (tijdelijk) inverdieneffect (besparing). 6.3. Ontwikkelingen materieel/materiaal, kapitaallasten, etc. De komende jaren staat de vervanging van het voertuigenpark (143 eenheden inclusief bepakkingsonderdelen) op de planning. Door toegenomen levertijden van leveranciers en prijstoenames door de instabiele markt kan het vervangingsplan niet conform planning en binnen de beschikbare financiële Pagina 16 van 34

middelen worden uitgevoerd. Er is een prijsstijging van zo’n 30% (van 51,2 miljoen euro (zonder inflatiecorrectie) naar 66,4 miljoen euro). De genoemde bedragen zijn de totale investeringskosten (inclusief inflatie en rente) van blusvoertuigen, bepakkingsonderdelen en specialistische voertuigen. Bij het zoeken naar oplossingsrichtingen zijn een aantal uitgangspunten aangehouden: − Uitvoering geven aan de vastgestelde bestuursopdracht (materieelspreidings- en dekkingsplan/Toekomstvisie); − De voertuigen zijn sober en doelmatig (voertuigen zijn functioneel toegerust, het kwaliteitsniveau kan niet naar beneden worden bijgesteld zonder de functionele ondergrens te doorbreken); − Een bijdrage leveren aan de Opgave Vakbekwaam en deskundig (om op een goede manier uitvoering te geven aan het brandweervak zijn de juiste materialen essentieel). Eén oplossingsrichting, namelijk het aanpassen van de planning, komt als meest realistisch naar voren met de minste nadelen. In deze oplossing wordt de vervanging van de bepakking in de planning naar voren gehaald en in één jaar uitgevoerd (2022). Het volume is voor leveranciers dan groot genoeg; bovendien hebben leveranciers aangegeven niet in te schrijven op aanbestedingen die meerdere uitleverjaren beslaan.

Door de bepakkingsonderdelen in één keer aan te besteden zijn leveranciers in staat een bedrijfseconomisch verantwoord aanbod te doen en ontstaat binnen de VNOG uniformiteit. De nieuwe blusvoertuigen volgen dan in 2024, 2025 en 2026. De specialistische voertuigen worden gespreid in de periode 2022-2026 aanbesteed. De einddatum waarbinnen de totale vervanging plaatsvindt blijft staan op 31 december 2026, conform de Toekomstvisie. De oplossingsrichting levert een extra werkdruk op voor team Materieel & Logistiek. Zeker de ombouw van alle bestaande blusvoertuigen met de nieuwe bepakking is een omvangrijke incidentele klus die extra capaciteit vraagt. Dit is geraamd op twee keer € 100.000 in 2022 en 2023. Dit kan worden gedekt uit de Bedrijfsvoeringsreserve via een begrotingswijziging in deze jaren. Ook is de prognose dat tijdelijk (tot en met 2026) vier extra reserve blusvoertuigen nodig zijn om uitvoering te kunnen geven aan de noodzakelijke taken en de ombouw van de bestaande blusvoertuigen te kunnen realiseren (er zijn ter overbrugging van een ombouwperiode reserve blusvoertuigen nodig ter vervanging van voertuigen die van de nieuwe bepakking worden voorzien). Verwezen wordt naar het voorstel Incidentele middelen voertuigvervanging. De aanschaf wordt geregeld via een krediet en de kapitaallasten zijn meegenomen in de doorberekeningen in deze Kadernota. 6.4.

Kapitaallasten, egalisatiereserve afschrijvingen en gemeentelijke bijdragen De VNOG beschikt over een egalisatiereserve materieel. Een voordeel of nadeel op de kapitaallasten in enig jaar wordt, conform bestaand beleid, bij het opmaken van de jaarrekening (en het samenstellen van de begroting) gestort of onttrokken aan deze egalisatiereserve. Daarnaast wordt ook de opbrengst van de verkoop van materieel gestort in deze reserve en mogelijke resterende boekwaarden bij afstoten onttrokken. Met de egalisatiereserve worden stijgingen in de kapitaallaten afgedekt, zodat stijging van de gemeentelijke bijdrage kan worden voorkomen. In eerdere Kadernota’s is aangekondigd dat de kapitaallasten dusdanig stijgen dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de egalisatiereserve, waardoor een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op termijn noodzakelijk wordt. In de vorige Kadernota is aangekondigd dat dit met ingang van 2026 waarschijnlijk aan de orde zou zijn. De genoemde uitputting van de egalisatiereserve ter dekking van de kapitaallasten komt nu echter eerder in zicht door de stijging van de prijzen op de wereldmarkt (zie hiervoor). Om dit te voorkomen kan bij de bestemming van het resultaat van de Jaarrekening 2021 worden overwogen een substanPagina 17 van 34

tieel deel (bijvoorbeeld: 5 miljoen) van een te verwachten positief saldo 2021 toe te voegen aan deze reserve. Gelet op de grote onzekerheid over de marktontwikkelingen is het namelijk voorbarig om nu een stijging van de gemeentelijke bijdrage te ramen. Bovendien wil de VNOG geen grote verwervingen doen bij de huidige onvoorspelbare marktontwikkelingen. Het materieel spreidingsplan is met een prognose van de nieuwe verwachte prijzen en vervangingsjaren doorgerekend. Daarbij is ook rekening gehouden met 100% van de kapitaallasten. In voorgaande jaren werd voor de begroting op grond van ervaringen uit het verleden gerekend met 85% van de berekende kapitaallasten. Dit beleid wordt nu losgelaten omdat de planning en de bedragen noodzakelijk zijn voor de investeringen, vooral voor het aan te schaffen materieel op basis van het materieel spreidingsplan. Over dit plan is gedetailleerd gecommuniceerd met de posten. Het investeringsplan is doorgerekend met naast de voertuigen uit het materieel spreidingsplan ook de voertuigen voor het mobiliteitsplan en de overige investeringen. De overige investeringen zijn gelijk gehouden aan de meerjarenbegroting 2022. De aanbestedingsprocedures worden opgestart. In de loop van 2022 worden de daadwerkelijke prijzen helder. Als deze informatie beschikbaar is, kan een nieuwe doorrekening worden gemaakt.

De besluitvorming over de bestemming van het resultaat 2021 (en daarbij de overweging van een mogelijke storting van (een deel van) het resultaat in de egalisatiereserve), kan dan beter onderbouwd worden. De bestemming van het resultaat 2021 zal voorliggen in het AB van juni 2022. Twee ontwikkelingen kunnen nog een effect hebben op de kapitaallasten. De pijler ‘Informatiegestuurd werken’ uit de Toekomstvisie leidt ertoe dat de VNOG meer gaat investeren in innovatieve IT oplossingen. Het beschikbaar komen van nieuwe oplossingen kan daarbij een kostenverhogend effect hebben (technology push). Daarnaast leidt een wijziging van het BBV ertoe dat kosten van software verschoven worden van kapitaallasten naar exploitatiekosten. In de doorrekening van de kapitaallasten is geen rekening gehouden met uitkomsten van de demarcatie. De investeringen en dus de kapitaallasten in kazernes om te komen tot arbeidsomstandigheden die aan de eisen voldoen, zullen door de gemeenten gedaan worden. De kapitaallasten in de meerjarenbegroting van de VNOG voor 2022 bedragen € 6,0 miljoen oplopend naar 2025 tot € 6,9 miljoen, waarbij dekking wordt onttrokken aan de egalisatiereserve. De meest recente berekeningen van de kapitaallasten laten een stijging zien tot € 9,4 miljoen (structureel) in 2030.

Onderstaande tabel geeft het verloop van de verwachte kapitaallasten weer op basis van de huidige berekeningen: jaar kapitaallast

2022 € 5,6

2023 € 6,0

2024 € 6,4

2025 € 8,0

2026 € 10,7

2027 € 10,1

2028 € 9,6

2029 € 9,5

2030 € 9,4

*Bedragen in miljoenen **De hoge last in 2026 is het gevolg van extra-afschrijvingen in dat jaar.

Hierna is weergegeven wat de gevolgen voor de begroting zijn als gevolg van bovengenoemde stijging van de kapitaallasten en een mogelijke dekking van de tekorten in de begroting. Gelet op de grote onzekerheden tot 2025 voor met name de uitkomsten van de aanbestedingen als de ontwikkelingen op de wereldmarkt, is in onderstaande berekening nog niet uitgegaan van een stijging van de gemeentelijke bijdragen voor de tijdshorizon van de Kadernota en de komende meerjarenbegroting 2023-2026.

Pagina 18 van 34

De stijging van de kapitaallasten wordt opgevangen door middel van onttrekkingen aan de egalisatiereserve. Om dit te kunnen doen, dient wel een substantieel deel van het jaarrekeningresultaat 2021 in de egalisatiereserve te worden gestort. Zoals aangegeven: besluitvorming hierover volgt in juni 2022, als de definitieve bedragen uit de aanbestedingen bekend zijn en een actuele nieuwe doorrekening is gemaakt. Daarna is, bij gelijkblijvende omstandigheden, een stijging van de gemeentelijke bijdragen naar verwachting noodzakelijk om de stijging van de kapitaallasten te dekken. In de Kadernota 2024 (eind 2022) vindt herijking van bovenstaande plaats om te voorkomen dat te vroeg een stijging van de gemeentelijke bijdragen wordt ingezet. In onderstaand overzicht is wel weergegeven hoe de ontwikkeling van de kapitaallasten en de dekking daarvan op basis van de huidige inzichten eruit zou kunnen zien, waarbij ook de stijging van de gemeentelijke bijdragen op termijn is meegenomen. Meerjarenbegroting 2022 - 2025

Kadernota 2023 - 2026 mutaties egalisatiereserve

kapitaallasten inclusief mutaties egalisatiereserve

nieuwe berekening kapitaallasten

2021

toevoeging

onttrekking

extra verhoging storting uit stand gemeentelijke jaarrekening egalisatiereserve bijdrage saldo 2021

179.000

5.000.000

-

7.471.000

-

2022

5.920.000

5.568.000

352.000

-

7.823.000

2023

5.927.000

5.972.000

-

45.000

-

-

7.778.000

2024

6.120.000

6.379.000

-

259.000

-

-

7.519.000

-

5.578.000

-

960.000

8.027.000

-

1.941.000

-

2026

10.704.000

-

4.618.000

-

2027

10.070.000

-

3.984.000

-

3.500.000

476.000

2028

9.579.000

-

3.493.000

-

3.500.000

483.000

2029

9.509.000

-

3.423.000

-

3.500.000

560.000

3.348.000

-

3.500.000

713.000

2025

2030

6.086.000

9.434.000

-

6.5. Duurzaamheid (p.m.) De VNOG wil bijdragen aan de opgave voor de leefbaarheid op onze planeet. De VNOG moet minimaal aan de wettelijke vereisten voldoen. Hier kunnen op termijn onvermijdelijke meerkosten uit volgen. Aan de andere kant zijn duurzaamheidsmaatregelen niet per definitie kostenverhogend en kunnen deze ook tot besparingen leiden (al dan niet op termijn en/of na een aanvankelijke extra investering). De vertaling van de wettelijke eisen van duurzaamheidsmaatregelen in extra en te besparen euro’s zal onder het kopje “autonoom” regulier worden meegenomen in de P&C cyclus. De VNOG heeft de ambitie, als het mogelijk is en niet ten koste gaat van haar kerntaken, verdere stappen te zetten dan de wettelijke verplichtingen. Afhankelijk van hoe ver deze aanvullende duurzaamheidsambities gaan en hoe de gemeenten hier in staan, kunnen er na 2023 aanvullende financiele consequenties zijn. Die zullen dan onder het kopje “nieuw beleid” worden voorgelegd. De VNOG trekt op dit hele onderwerp nauw samen op met haar partners, zoals gemeenten en andere veiligheidsregio’s. Voor bepaalde belangrijke onderdelen is de VNOG afhankelijk van keuzes van anderen, bijvoorbeeld van de gebouweigenaren (de gemeenten) wat betreft duurzaamheidsmaatregelen in de panden. Zaken worden de komende periode nader uitgewerkt, zoals geschetst in paragraaf 3.6. Voor nu staan dit onderwerp op PM.

Pagina 19 van 34

7. Beleidsregels risico’s, reserves en weerstandscapaciteit Dit hoofdstuk beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico’s, de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit. De beleidsregels zijn eerder vastgelegd in de begroting 2022 in de betreffende paragrafen. De lijnen uit 2022 worden voortgezet. Na vaststelling van de kadernota worden de beleidsregels opgenomen in de begroting 2023. 7.1. Risicomanagement 1. Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. 2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. 4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT.

De afdelingshoofden betrekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij het treffen en uitvoeren van de maatregelen. De afdelingshoofden rapporteren hierover in de Financiële verkenningen en de Jaarstukken. 5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%. Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich waarschijnlijk voordoet. 6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maatregelen benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. 7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandscapaciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatregelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. 7.2. Reserves 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2.

De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het AB over de resultaatsbestemming, of anderszins door AB besluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve / het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelnemende gemeenten, zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. 3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vormen samen de weerstandscapaciteit.

Pagina 20 van 34

4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of hersteld wordt. 5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 6. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel ingesteld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 8. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 9. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 10.

De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in bijlage 3 / hoofdstuk 9. 7.3. Weerstandscapaciteit 1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, zoals hiervoor reeds aangegeven, gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de post Onvoorzien. 2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet, zoals hiervoor reeds aangegeven, de (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden4. 3. De weerstandsratio =

beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit

4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”)5. 5. De beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. 6. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken.

4 BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd kán besluiten om de

bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 5 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van diverse deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van risico’s van de VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de gemeenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én gemeenten op enig moment.

Pagina 21 van 34

8. De uitgevoerde risico-inventarisatie In het kader van het uitgevoerde risicomanagement zijn in 2021 de risico's voor de bedrijfsvoering geactualiseerd. Door uitvoering van maatregelen en (externe) ontwikkelingen zijn de benodigde middelen voor de gekwantificeerde risico's in een aantal gevallen gewijzigd, ten opzichte van de Kadernota en Begroting 2022. De belangrijkste wijzigingen zijn (cijfer verwijst naar overeenkomende regel in onderstaand register): - de opschaling van de CACO-functie is onderdeel van de (toekomstige) begroting van de nieuwe meldkamer (Oost 5), hierdoor is dit risico’s t.l.v. de VNOG (en de regio) vervallen; - (1) het verkleinen van het risico dat na het wegvallen van de OMS/RBS-activiteiten, er sprake is van (achter)blijvende personeelskosten; beoogd wordt om hiervoor (deels) uit een (te vormen) reserve- ring te putten; - (2) het opnemen van een risico voor extra personele kosten, na invoering van de nieuwe Omgevingswet, omdat de verschillen tussen wat de gemeenten aan dienstverlening vragen, groot zullen/kunnen zijn (uitvoering van oude en nieuwe taken naast elkaar); - (3) het verhogen van de benodigde weerstandcapaciteit voor het moeten aantrekken van extra vrijwilligers i.v.m. een groter verloop, i.v.m.

bijkomende kosten naast de eerder berekende (toename) van opleidingskosten (vakbekwaam worden); - (5) het opnemen van het risico op prijsstijgingen voor m.n. brandstoffen en kleding (prijzen katoen), in de plaats van de eerder benoemde en berekende prijsstijging en schaarste voor brandweermateriaal en - materieel (welke inmiddels feitelijk is gebleken); - (6) aanpassing t.o.v. de eerdere inventarisatie bij de uitsplitsing tussen materiële - en personele kosten van het risico op het later realiseren van besparingen bij de vervanging van brandweermateriaal en -materieel; met daarnaast verlaging van het risicopercentage vanwege mogelijke lagere bestedingen (gedekt op basis van de besparingen); - (7) aanpassing van de uitsplitsing tussen materiële - en personele kosten (zie punt 7 hiervoor), met daarnaast een toename van het berekende bedrag bij het later realiseren van besparingen door de groeidoelstelling bij personele kosten; met daarnaast verlaging van het risicopercentage vanwege mogelijke lagere bestedingen (gedekt op basis van de besparingen); - (8) neerwaartse aanpassing mogelijk inhuur extra materieel i.v.m. aanschaf aantal 2e hands voertuigen i.v.m.

uitval bestaand materieel; - (9) risico van extra prijsstijgingen van brandweermaterieel nu gekwantificeerd opgenomen, gezien onvoorspelbaarheid van de markt; - het wegvallen van het risico van uitval van faciliteiten op (brandweer)posten i.v.m. de voortschrijdende inzichten en - afspraken tussen de VNOG en gemeenten t.a.v. de demarcatie; - (14) het verkleinen van het risico van een hack op basis van genomen maatregelen, w.o. permanente monitoring van de systemen; - (19) vergroting van het risico op een rentestijging in samenhang met een toename van de benodigde (her)financiering, mede a.g.v. toename van te investeren bedragen t.b.v. het vervangingsprogramma brandweermaterieel en -materiaal. De risico’s in de navolgende tabel zullen zich naar verwachting nooit allemaal tegelijk voordoen. Per risico is een kans berekend, waarbij sommige risico’s twee percentages kennen, omdat zij onderliggend opgesplitst zijn in diverse onderdelen (zie ook bijlage 4).

Pagina 22 van 34

Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken

Kans in %

1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet 50% kunnen inpassen medewerkers i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van 50% taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG. 3 Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding. 70% door groter verloop/uitstroom vrijwilligers. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting 30% brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie.. 70% Wereldwijde ontwikkelingen (in 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de (grondstof)prijzen stijgen. 6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële 50% kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele 50% kosten (vergoedingen/opleiding vrijwilligers en onderhoudstaken) behorende bij (nog niet gerealiseerde) besparingen vervanging materieel (vorig punt). 8 Uitval materieel repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel 30% en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11197054/1