2024-05-30 Gemeente Epe Gemeenteraad
Tekst van het document
De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Hendriks, CDA. Mevrouw Hendriks: Mijnheer Van Nuijs, dat weet ik natuurlijk dat u dat heeft gedaan en dat is ook heel goed. Volgens mij, of deze motie is eigenlijk vooral bedoeld om richting, niet om die vraag te herhalen en om weer aan het college te vragen: ga in gesprek, want daar gaat het helemaal niet om. Deze motie is echt bedoeld om met name richting de provincie en de terreinbeherende organisatie een soort statement te maken namens de raad van: kijk eens partijen, dit vinden wij en kijk of je mee wil werken. Dus hoe kijkt u daartegenaan dat, dat vooral de reden is dat we deze motie nu indienen en niet om het college extra aan het werk te zetten? De heer Van Nuijs: Voorzitter, het beleid is opgesteld door de provincie met de particuliere grondeigenaren waaronder, wat u ook zegt, de gemeente. Ik weet niet of…De gemeente wist van niks, dus die is er wellicht misschien niet bij betrokken, maar misschien wel. Het is in ieder geval een 32
overleg op provinciaal niveau daarover altijd en ik denk dat het weinig uitmaakt of wij hier nog een motie indienen en dat richting de Staten gaan sturen. Wat wel van belang is, daar lopen nu ook de organisatoren van de activiteiten tegenaan, dat ze wanneer ze bij een grondeigenaar komen dat er wordt gezegd: nee het kan niet. Dus het is nu een kwestie van, wat u ook zegt, van gewoon met elkaar in goed overleg komen of het wel of niet kan en ook de consequenties eventueel voor de natuur daarbij te betrekken. Ik heb alle vertrouwen in mevrouw Van Loon dat zij dat op een uitstekende manier gaat doen. We zien wel wat eruit komt. Ik wil maar zeggen: het is zoals het is. Want, wat u ook al zegt: het zijn weer twee botsende belangen waar we hier mee te maken hebben en dan zal er een misschien een tussenweg gevonden worden en misschien ook niet. De voorzitter: Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij zijn we het grotendeels met elkaar eens, mijnheer Van Nuijs, maar u zegt van: zullen ze in Arnhem niet onder de indruk zijn van onze motie. Ik denk dat wij als gemeente Epe natuurlijk wel voor de provincie ook een belangrijke toeristische plaats zijn. Dus ik denk dat het wel uitmaakt en ik hoop dat u daar misschien nog de komende paar minuten over na wil denken en wellicht nog mee wil stemmen. Dank u wel.
De voorzitter: Mijnheer Van Nuijs, gaat u verder met uw betoog. De heer Van Nuijs: Voorzitter, het is duidelijk dat…Dit beleid is in overleg ook met de grondeigenaren bepaald. Ik denk dat het op zich niet terug te draaien is. Dus het is een gegeven waar we mee moeten dealen en dat dealen dat laat ik graag over aan het college nu. Die toezegging heb ik en de raad heeft die toezegging, die staat in de besluitenlijst van de raad van 27 april was het. Dus we wachten af en ik ben ook heel benieuwd naar het verhaal van mevrouw Van Loon. Misschien heeft ze al een keer gesproken. De voorzitter: U krijgt ongetwijfeld straks daar antwoord op. Mevrouw Baltus, GroenLinks. Mevrouw Baltus: Dank u, voorzitter. De Veluwe is populair om haar prachtige natuur, maar de natuur, ook op de Veluwe, we hebben het immers de afgelopen weken weer kunnen lezen dat de achteruitgang van de natuur, met name op de Veluwe gigantisch is. Eigenlijk nog extremer als dat we tot nu toe gedacht hebben. Die staat dus onder grote druk, maar zijn veel oorzaken voor: stikstof, droogte, maar ook recreatie. Weliswaar allemaal door de mens veroorzaakt. Er zal dus een betere balans moeten komen tussen recreatie en natuur. Wat is onze beleving overigens wezenlijk iets anders is dan het samengaan van mens en natuur, zoals in de motie genoemd.
De negatieve gevolgen van recreatie zijn ook helemaal niet nieuw, want recreatie zorgt naast positieve effecten helaas ook voor verstoring van de natuurwaarde. We zien namelijk al vele jaren een enorme afname van bijvoorbeeld vogels, reptielen, vlinders, insecten. Maar ook een pilot van de provincie Gelderland onder inwoners geeft aan dat 50 procent van onze inwoners van de Veluwe de recreatie en de druk en de toerisme, dat ze het te druk vinden worden. En het is wat ons betreft dan ook mosterd na de maaltijd. Immers, tot en met 31 maart 2022 konden zienswijzen over dit onderwerp ingediend worden. Er waren honderdzestien zienswijzen van mensen en organisaties. De zienswijzen zijn van een reactie voorzien en ruim veertig zienswijzen hebben tot aanpassing van het plan geleid. Provincie, gemeenten, grondeigenaren terreinbeheerders en inwoners hebben dit samen ontworpen. In het belang van transparantie en het serieus nemen van inwoners moeten we hier niet direct weer aan willen sleutelen. Laat het plan eerst zijn werk doen. Maar één en ander betekent dan ook automatisch dat we niet gisteren, of dat we gisteren en eigenlijk al niet meer nu keuzes moeten maken. Dat is echt helemaal niet gemakkelijk. En ja, dat doet echt wel pijn. De fractie van GroenLinks kiest voor een 33
leefbare toekomst en zal de motie dan ook niet steunen. Bovendien blijkt dat na overleg met de provincie er vanuit het provinciebestuur nog best mogelijkheden kunnen zijn om binnen het vastgestelde beleidskader activiteiten in de bossen mogelijk te maken. En als dat zo is, is er ook helemaal geen motie nodig, want daarmee is het doel van de motie immers al bereikt. We zouden het niet hebben over de Paardenvierdaagse, maar wij zouden als fractie van GroenLinks de Paardenvierdaagse de volgende tip mee willen geven: er is onder andere gesuggereerd om het evenement te verplaatsen naar september, wetende dat er dan een vergelijkbaar evenement in Drenthe is. Maar we zien op meerdere plekken in den landen dat afspraken tussen organisaties gemaakt worden. Organisaties komen dan vaak overeen om het evenement tweejaarlijks te organiseren, om op deze manier het succes van beide evenementen te kunnen garanderen. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Boon, SGP/ChristenUnie. De heer Boon: Dank u wel, voorzitter. U houdt een zeer goed betoog. Dat zijn we ook van u gewend natuurlijk. Ik zat even te denken van: ik ben, voor alle duidelijkheid, ik ben niet zo’n fan van de wolf om het zo even te zeggen, maar in het kader van de wolf zeggen ze vaak van: mensen en dieren moeten met elkaar samenleven.
Tijdens uw betoog zat ik daar ook een beetje aan te denken van: moeten mensen en dieren ook niet gewoon leren met elkaar samen te leven? Dus er zit een vogeltje te broeden daar en er loopt een paard over dat pad en die moeten gewoon, die zitten elkaar niet dwars ofzo. Hoe ziet u dat? Want eigenlijk zou ik zeggen: die kant moeten we een beetje op, we moeten niet te veel belasten. Aan de andere kant, als je samenleeft, moet je toch ook wel wat ruimte kunnen vinden. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: Mevrouw Baltus. Mevrouw Baltus: Dank u, voorzitter. Het antwoord is niet zo moeilijk, als iedereen zo zou denken als u nu voorstelt, dan is het volgens mij over en uit. Dan is het heel erg duidelijk en dan zal het heel erg goed gaan. Maar de praktijk is echt veel weerbarstiger. Als je ziet, ik fiets zelf heel veel over de Veluwe en ik zie echt meermalen mensen die van hun fiets of uit hun auto komen, de tuinstoeltjes bij zich hebben, genieten van de natuur. Dat is mooi. Maar niet als je dat tuinstoeltje midden in het heideveld zet. Dat zie ik niet één keer, dat zie ik echt heel vaak. Dus mijnheer Boon, ik ben het helemaal met u eens. Maar de praktijk is helaas echt anders. De voorzitter: Mijnheer Boon. De heer Boon: Voorzitter, dan komen we toch weer bij het onderwijs uit, denk ik. Opvoeden is hier belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Baltus, gaat u door.
Mevrouw Baltus: Mijnheer Boon, u zou toch eigenlijk…Kort antwoord, want ik was aan het eind van mijn betoog. U zou toch uiteindelijk als onderwijzer, als leraar toch beter moeten weten dat, dat inderdaad datgene wat u zegt helemaal juist is. Dat kan ik niet meer dan ondersteunen. Maar dat er duidelijk ook een taak bij ouders thuis ligt. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan is het woord aan de heer Halkers, VVD. Aan u het woord. De heer Halkers: Dank u wel, voorzitter. Zoals u van mij gewend bent, zal het niet vijf A4’tjes zijn.
34
De voorzitter: U moet even uw pasje, uw pasje is niet helemaal goed overgekomen. U staat nog te boek als GroenLinks. Zo kennen we u weer, gaat uw gang. De heer Halkers: Ik schrik er van. Wij als VVD-fractie, zoals zo net gezegd is, gaan zeker deze motie mede indienen. Heel simpel, wij zijn van mening namelijk dat de bossen en de natuur in onze gemeente essentiële functies voor mens dier en milieu. Uiteraard zijn we daar mee eens. Maar ook dat een groot deel van onze economische zaken in onze gemeente samenhangen met deze prachtige natuur en omgeving. En daar hoort toch echt een bijbehorende activiteiten bij, zoals fietstochten, wandeltochten, of je nou in je eentje fietst of met een groep, en de Vierdaagse met de paarden ervoor. Deze activiteiten zijn best van groot economisch belang wat ons betreft voor onze gemeente. Denk hierbij aan de bijkomende toerisme, overnachtingen, mensen moeten een hapje eten, moeten boodschappen doen. Ik denk dat het allemaal bij elkaar optelt. Wij realiseren ons best wel dat het een en ander al geregeld is met de provincie aan de voorkant, maar hechten toch van groot belang dat alsnog overleg plaatsvindt wat de mogelijkheden zijn om toch activiteiten, onder voorwaarden, toe te staan in de zones C en D. Daarom heeft de VVD-fractie besloten om deze motie mede in te dienen. Dank u wel, voorzitter De voorzitter: Dank.
Dan ga ik naar mevrouw Doorn, D66. Aan u het woord. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval de dank aan fracties van de CDA en VVD om dit op de agenda te zetten en bespreekbaar te maken. Met bijzondere dank voor de toelichting van mevrouw Hendriks, want dat maakt een en ander wel wat duidelijker wat uw intentie, wat uw bedoelingen zijn in deze. Waar we eigenlijk, ik denk allemaal, mee worstelen als raadslede, dat geldt niet alleen over de balans tussen toerisme en natuur, dat geldt over de balans, we hebben net gehoord tussen wonen en energie. We zijn continu bezig met dingen tegen elkaar af te wegen uiteindelijk voor het grotere goed van alles wat er in onze gemeente allemaal moet gebeuren. Waarbij wij ook graag nog een stap hoger willen kijken, dan sluit ik me enigszins aan bij mevrouw Baltus wat ze net zegt, uiteindelijk gaat het ook groter nog dan onze gemeente. Waar we ook erg benieuwd naar zijn is: u vraagt om potentiële maatwerkoplossingen, binnen de regelgeving die er al door GS is gesteld, want als dat wet- en regelgeving is dan moet het daar binnenvallen. Dus we zijn heel erg benieuwd naar het antwoord van de portefeuillehouder hierover: kunnen maatwerkoplossingen binnen dat kader überhaupt? Dat is denk ik stap één, want als het niet kan dan hoef je er ook niet over te praten met iemand.
En, misschien na het antwoord van de wethouder over dit onderwerp, stel dat het kan, zouden de indieners wellicht iets aan ideeën kunnen geven wat we dan aan maatwerkoplossing zouden moeten verstaan? Want volgens mij is er al gesproken over verschuiven van data, verschuiven van de C naar de B zone, dat soort zaken. Paden, minder paden in hetzelfde C-gebied. Maar wellicht is het handig als dan de wethouder eerst antwoord geeft of het wettelijk überhaupt mogelijk is. Maar dat laat ik graag aan de fractie van het CDA. Dank u wel. De voorzitter: U krijgt toch een interruptie van mevrouw Hendriks, CDA. Mevrouw Hendriks: Dank u wel, voorzitter. U vroeg: is er wel ruimte voor maatwerk en dat is denk ik een heel terechte vraag. Kijk, er is geen enkel beleid wat zwart-wit is en waar je precies weet waar je aan toe bent. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld, dat noemde ik ook in de inleiding, is dat sommige bossen dus gesloten zijn in het broedseizoen, dus tot 15 juli en dat in sommige gevallen dat broedseizoen dan verlengd wordt tot 1 september. Dat is zo’n moment, dat is zo'n ruimte waarvan je denkt van: wellicht kun je dan extra onderzoek doen of goed kijken van: is het inderdaad nodig om dat te verlengen tot 1 september of kun je zeggen van: kan ook tot eind juli of tot…Daar zit natuurlijk wel ruimte in, dus daar, dus er is ruimte voor maatwerk. Want geen enkel beleid is zwart-wit.
En in de 35
motie had ik, hadden wij ook wel een aantal voorbeelden opgegeven dat dan zou kunnen. Je kan bijvoorbeeld ook denken, kijk zo'n mountainbiketocht die we vroeger hier hadden, dan gingen duizenden mountainbikers over hetzelfde pad. Je kan ook zeggen: we doen er maximaal vijfhonderd en klaar is klaar. Dan is dat ook iets waarbij we met elkaar in balans komen. Ik vind het idee van mevrouw Baltus ook niet zo slecht, dat je zegt van: je doet om het jaar bijvoorbeeld iets organiseren. Dus daar zoeken we naar mogelijkheden. Nogmaals, het is echt een signaal, niet naar het college, maar echt naar, met name naar de provincie toe van: wij willen graag als gemeente Epen hier enige flexibiliteit in om te kijken of wij toch een bijdrage kunnen leveren aan een toeristisch profiel. De voorzitter: Mevrouw Baltus. Het kan ook te laat worden. Mevrouw Doorn. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. Even als antwoord, of als reactie op mevrouw Hendriks, dan is inderdaad de vraag, dan zou moeten onderzocht worden is vijfduizend mountainbikers versus vijfhonderd, gaat dat echt verschil opleveren? Dat soort zaken allemaal. Maar ik begrijp uw punt. Daarbij haak ik toch ook een beetje aan op het punt van mevrouw Baltus van dat deze zaken in mijn beleving allemaal al zijn doorgesproken, afgesproken in de hele participatie, inspraaksessies, samenwerking tussen diverse partijen et cetera.
Dus ik ben erg, ik ben nog, we zitten nog enigszins op de wip. Maar we horen ook graag even het antwoord van het college hierover. Maar het grotere goed vind ik hier, vinden wij hier in ieder geval heel erg belangrijk ook. Laatste punt nog, ook richting mevrouw Hendriks, misschien voor een volgende keer en u weet dat ik deze ronde van de raadsvergadering niet zoveel tijd had om me voor te bereiden en met u hierover in gesprek te zijn, maar als u niet iets aan het college mee zou willen geven, maar meer iets naar de provincie als stelling of als uitspraak dan is dat misschien een goed idee dat we dat de volgende keer ook zo verwoorden in de motie van: de raad spreekt uit dat, wenst dat of iets in die trant. Maar dat is meer voor als we zoiets nog eens een keer doen. De voorzitter: Dat lokt weer een opmerking uit van mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Goed punt, mevrouw Doorn. Absoluut. Wij overwegen ook nog, daar kunnen we het misschien ook wel met elkaar over hebben om deze motie ook nog naar de leden van Provinciale Staten te sturen om te kijken of de motie daar, iets mee gedaan kan worden. Dus ik deel uw mening. De voorzitter: Mevrouw Doorn. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank. Dan was ik door mijn lijstje heen. Mijnheer Boermans, Fractie Boermans. Aan u het woord. De heer Boermans: Dank u wel. Mevrouw Hendriks, ik verbaas me een beetje over uw motie.
En dat was eigenlijk al ten eerste omdat de heer Van Nuijs inderdaad exact deze vraag heeft gesteld. Ten tweede gaf u net in uw verdediging aan, ik beschouw het maar even als verdediging, dat het niet gezien moet worden als een oproep naar het college. Maar als ik de motie lees, dan staat er letterlijk: verzoekt het college puntje, puntje, puntje in gesprek te gaan met. Dan is dat toch een oproep aan het college? Dus wat u net zei in de reactie op mevrouw van Doorn, dan moet de dictie aanpassen van deze motie. Want dit is gewoon een beetje een raar verhaal. De voorzitter: U krijgt de interruptie van mevrouw Hendriks. De heer Boermans: Ik had hem al verwacht. 36
Mevrouw Hendriks: Dank u wel. Beetje raar verhaal, dat is jammer. Maar ik ben het met u eens, er is al een toezegging gedaan en als het anders verwoord kan worden, dan met alle plezier. Dit is zoals ik dacht dat het zou moeten, maar als we een andere dictum kunnen maken. Het gaat ons erom dat wij als raad een statement maken, dat is dat is ons punt. De voorzitter: Mijnheer Boermans. De heer Boermans: Maar dat ben ik dan helemaal met u eens, dat we als raad een statement moeten maken. Maar dan moet dat op een goede wijze in de motie worden vertaald en op deze manier geven de indieners van de motie aan het college aan: u doet uw werk niet goed genoeg. We roepen op om nog meer te gaan doen. Terwijl mevrouw Van Loon al heeft aangegeven: ik ga in gesprek. Ze is volgens mij ook al in gesprek geweest, dus volgens mij is het college hier actief mee aan de slag, maar dat zullen we dan zo meteen wel horen. Maar ik denk eigenlijk dat u toch de dictie iets moet aanpassen. De voorzitter: Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Maar dan is mijn vraag: wat zou uw voorstel zijn? Want wat, heeft u een idee? Want ik kwam niet verder dan dit, omdat mijn idee is dat de motie altijd iets op moet roepen naar het college, maar als u zegt van: dat kan op een andere manier, dan hoor ik dat heel graag.
De heer Boermans: Maar volgens mij is het niet aan mij om hier u aan te geven hoe u uw motie moet aan gaan passen. Dat is toch een beetje de omgekeerde wereld. Dus ik wil u heel graag helpen. Daar gaat het niet om, maar het lijkt me een beetje zonde om nu een schorsing van een half uur te gaan maken of te gaan voorstellen om deze motie beter te gaan maken. Dus ik ga u daar niet in een half uur bij helpen. Dat lijkt me een beetje overdreven. Ook vervelend voor de mensen thuis. U heeft over deze motie nagedacht. U geeft net in uw eigen verhaal aan van: het is geen oproep aan het college om iets te gaan doen, want ze doen al heel veel. Ik lees alleen, in uw motie staat letterlijk datgene wat ik net voorlees dus dat vind ik gewoon tegenstrijdig met elkaar en dat had ik eerlijk gezegd niet van u verwacht. De voorzitter: Als uw voorzitter zou ik voorstellen om eerst even de beantwoording van het college af te wachten, misschien dat, dat wat licht werpt op de zaak. Wie nog in eerste termijn? Zo niet, dan gaan we naar het college in eerste termijn. Namens het college, mevrouw Van Loon. Mevrouw Van Loon: Dank, voorzitter. Hier wordt weer maatwerk geleverd, wordt er gezegd, met het op hoogte stellen van het spreekgestoelte. Dank voor de motie en hier ga ik heel graag op reageren.
Natuur die is kwetsbaar, het is al mooi verwoord door mevrouw Baltus van GroenLinks, en het zoeken tussen dat evenwicht natuur, recreatie, dat is een soms wel wat spannende. Ik wil jullie toch even nog meenemen in wat we hier al in gedaan hebben, want er is ook gezegd van: we hebben een provinciaal beleid, dat wordt over ons uitgestort. Er zijn al verschillende rollen van gemeente Epe hier genoemd en daar wil ik eigenlijk ook mee beginnen. Wij als gemeente Epe hebben ook een stuk natuurgebied, wij zijn dus een zogenaamde TBO, een terreinbeherende organisatie. En de terreinbeherende organisaties in onze gemeente en op de hele Veluwe, die zijn in het voortraject om te komen tot dat recreatiezoneringplan aan zet geweest. We zijn nog steeds aan zet, maar op basis daarvan is dat beleid gemaakt. Dus als terreinbeheerder, en die hebben we nogal wat in deze gemeente. We hebben Landgoed Welna, we hebben Landgoed Tongeren, we hebben Gelderse landschappen en kastelen en ook nog een stukje Staatsbosbeheer. En nog wat kleine stukjes, die laat ik even achterwege. Dus wij zijn als terreinbeheer zijn we hier al bij betrokken. De heer Van Nuijs 37
die heeft het ook al aangegeven. Dat beleid is vastgesteld en daar gaan we nu mee aan de slag inderdaad. Dit, 2024 is nog een overgangsjaar. Dat hebben we ook al aangegeven. En wij starten de tweede helft van dit jaar met een participatietraject om ervoor te zorgen dat we handen en voeten kunnen gaan geven aan die recreatiezonering. Dan gaan we hem verder invullen. En dat het nodig is, dat is voor ons allemaal wel duidelijk. Er werd al aangegeven van: mensen ervaren het als heel druk. Dat is nou net niet wat je wil als je de natuur in gaat natuurlijk. Stond laatst ook nog een stuk in de krant over Giethoorn, daar word je, file varen is het zo ongeveer. Ik zal de Mount Everest er niet helemaal bijhalen, maar zelfs daar is het al file lopen. En dat de natuur, dat iedereen daar altijd een gevoel van vrijheid wil ervaren, uiteindelijk komen we er toch op neer dat daar ook regels gesteld moeten gaan worden. Daar zijn we dus hard mee bezig. Wie gemeente Epe zegt, zegt ook natuurlijk de Veluwe. De Veluwe is meer dan Natura 2000. Dus laten we dat ook helder hebben. Die recreatiezonering heeft alleen betrekking op Natura 2000 gebieden en daarbuiten is ook nog heel veel te beleven.
Dan wil ik toch meteen nog iets roepen over flexibiliteit ook bij, en daar gaan we ook over in gesprek met organisatoren, met bezoekers van onze natuurterreinen: hoe kan het ook anders? Want zoals we het doen, kan het niet meer. Het hoeft niet allemaal anders, maar vanuit een andere basis. Met die A,B,C,D zonering gaan we het op een andere manier doen. Dat recreatiezoneringplan wil ik toch even noemen, heeft betrekking op recreanten, op evenementen en op verkeer. Er werd aangegeven: in het broedseizoen, dan gaan bossen dicht. Voor evenementen. Dus niet alles gaat dicht, het gaat niet allemaal dicht. Ik weet wel dat aan de andere kant van de Veluwe ligt een Hulshorsterzand en daar staat dan ook een touw omheen. Wij gaan ook zaken afsluiten. Daar komen we allemaal op, dat gaan we allemaal nog uitwerken. Maar het bos gaat niet op slot. Dus dat even voordat er allerlei angstbeelden ontstaan van: er kom een hek omheen, we mogen er niet meer in, dat is niet het geval. Wanneer wij onze uitwerking hebben gemaakt, participatietraject hebben doorlopen, dan gaan we het ook makkelijk maken. Want dat willen wij ook voor onze organisatoren, want het is heel erg lastig voortaan om een evenement te organiseren en je wilt weten waar je aan toe bent. Vinden we heel belangrijk.
Vanuit de provincie wordt er ook een dashboard gemaakt en op dat dashboard daar zijn simpelweg, als je aangeeft dan en dan wil ik iets organiseren de randvoorwaarden die komen je tegemoet als het ware. Dan weet je precies welk pad kan ik wel en geen gebruik van maken. Het is nogal wat inhoudelijk nu, maar we gaan het makkelijker maken. Dus we gaan al op zoek naar die verschillende mogelijkheden. In die balans wil ik ook nog even noemen, we het over het broedseizoen, maar ja, het is ook wel kip met de gouden eieren natuurlijk, dus die balans die is gewoon heel erg belangrijk. Ik merk weleens, met enige groene achtergrond, dat er wel wat makkelijk over wordt gedacht. En ik heb de heer Boon ook heel hoog natuurlijk, maar het is meer dan van: we leren die vogel gewoon om stil te blijven zitten als er een paard langskomt. Er komt nou net even iets meer bij kijken. Wat wilde ik hier nog ver...Ja, natuurlijk. Of wij al in gesprek zijn? Ik heb die belofte gedaan. Sterker nog, deze ochtend is er nog een heel mooi gesprek geweest, ook met Gedeputeerde Staten over van: hoe gaan we daar verder invulling aan geven? Het is inderdaad, we hebben nu te maken met de kaders die er zijn, die zijn klip en klaar. Daar gaan we verder invulling aan geven en we gaan ook in gesprek met de organisatoren.
Hebben we deze ochtend ook nog gedaan, maar wel binnen de nieuwe kaders die er zijn en dan zijn er gewoon best wel wat mogelijkheden. Ik roep het toch nog even: in onze gemeente hebben we ook honderdvijftig kilometer aan zandwegen aan…Niet alles hoeft in dat natuur 2000 gebied. De maatwerkoplossingen. D66 vraagt naar de verschillende maatwerkoplossingen. Ik dreig in herhaling te vallen, we gaan aan het uitwerken. Wat houdt het allemaal in? We zullen sommige paden moeten gaan afsluiten en dat lijkt als een belemmering. Ik heb laatst met onze bosbeheerder ook nog gesproken en die zegt van: we moeten niet vergeten dat, dat ook heel veel kansen met zich meebrengt. Dat de wildzichtbaarheid op bepaalde stukken wordt gewoon veel groter. Ik ken een aantal plekken bij, de Asselsche Heide haal ik er maar even bij, een groot uitgestrekt heidegebied. Loopt geen pad doorheen, maar als je aan de rand staat gegarandeerd dat je wild ziet. Dat zijn 38
allemaal opbrengsten die het natuurlijk met zich meebrengt. En natuurlijk die Veluwe die ligt er niet alleen voor de recreant, dat heeft nog een veel grotere waarde dan alleen maar onze prachtige achtertuin te zijn. Terug naar de motie. Ik denk dat ik het al wel heb…De oproep natuurlijk. We zijn een terreinbeherende organisatie, maar er wordt toch duidelijk opgeroepen dat toeristisch profiel en ook dat economisch profiel, hoe behartigen we dat? Ik denk in belangrijke mate ook door duidelijkheid te bieden, door het gesprek aan te gaan, door organisatoren en recreanten letterlijk ook de weg te wijzen. En in dat participatietraject, participeren dat houdt meer in dan alleen maar de wegwijzen natuurlijk. Dat is ook goed luisteren, want we kunnen heel goed gebruik maken van de gebiedskennis, de ervaringen van bezoekers van onze terreinen. Van hoe kunnen we dit nu het best vorm gaan geven? We willen er ook echt aandacht aan schenken. Ik kreeg al verschillende opties te horen van: onze parkeerplaatsen langs de bossen bijvoorbeeld, heleboel zaken zien er nog wat minder uitnodigend uit. Er zijn gewoon heel veel verbeterpunten om de aantrekkingskracht niet te verkleinen, juist te vergroten en we houden het niet hetzelfde, we gaan het gewoon anders doen. Ik heb er heel veel vertrouwen in en zelfs heel veel zin in om dat zo op te pakken. We gaan het allemaal al doen.
Als de raad deze motie aanneemt dan kan ik daar, kan dit college daar prima mee uit de voeten. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor dit uitgebreide betoog. Is er iemand die in tweede termijn het woord wil voeren over deze motie vreemd aan de orde van de dag? Ik kijk even naar mevrouw Hendriks. Want er is door het college gezegd dat die uitvoerbaar is, maar ook uitgevoerd wordt. Mevrouw Hendriks, CDA. Mevrouw Hendriks: Dank u wel. Ga ik niet doen. Ik hoorde aan mijn linkeroor: zullen we gaan schorsen om het dictum aan te passen? Overwegen we wel, maar waar het ons eigenlijk om gaat is dat we blij zijn dat het college zegt: we kunnen leven met deze motie. Wat wij dan belangrijk vinden als deze motie, dat wij deze motie wel willen laat staan om in ieder geval een signaal, echt een signaal aan te geven, zowel naar de diverse organisatoren, als naar de provincie van: jongens, wij zijn de gemeente Epe, wij zijn belangrijk een belangrijk toeristisch profiel. En hou daar rekening mee. Maar dank, college, voor het antwoord. Volgens mij zitten we redelijk op één lijn, maar voor ons gaat het echt om die signaalfunctie. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Is er nog iemand die in tweede termijn het woord wil voeren? Mijnheer Boermans, Fractie Boermans. De heer Boermans: Voorzitter, dank u wel. Ik hoorde de wethouder zojuist echt een vlammend betoog houden waar ze allemaal mee bezig is.
En eigenlijk kan ik geen andere conclusie trekken dan, heel sympathiek dat ze zegt van: we kunnen met emotie leven, dat snap ik, want ze is hem ook al gewoon aan het uitvoeren. Daarmee, ik herhaal toch eigenlijk uw eigen woorden, is het eigenlijk gewoon een overbodige motie. Dus om die reden zal ik tegen de motie stemmen terwijl ik het niet oneens ben met het feit dat er wel gewerkt moet worden op deze terreinen. De voorzitter: Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Dank u, voorzitter. Snap ik, mijnheer Boermans. Wij waren ter voorbereiding op deze motie kwamen we ook tot de conclusie dat dit waarschijnlijk uiteindelijk de uitkomst zal zijn, dat het een overbodige motie is en dat wij in principe altijd zeggen: overbodige moties trekken we terug. Ben ik helemaal met u eens. Maar wij wilden toch dat signaal geven. Daar gaat het ons om. Dus vandaar dat we hem laten staan. Maar ik snap wel dat u zegt van: overbodige motie, hoeft eigenlijk
39
niet. Maar het gaat ons echt om de signaalfunctie, dat we met deze motie onder de arm naar de provincie kunnen gaan: jongens, let op de gemeente Epe en hoe wij met natuur en toerisme omgaan. De voorzitter: Mijnheer Boermans. De heer Boermans: Ik denk juist dat het zonde is als u een motie indient en dat er een aantal tegen stemmen zijn, dan zwakt juist de motie af. Dus in die zin heb ik daar een andere mening over. Maar het is aan u. U kunt interrumperen, maar volgens mij is het duidelijk. De voorzitter: Mevrouw Hendriks wil toch nog iets zeggen. Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Het gaat ons erom dat wij gedaan hebben wat we kunnen doen. Dank u wel. De voorzitter: Als uw voorzitter zou ik u nog in overweging geven om misschien de motie aan te houden of in te trekken en dan volgende keer met een wat duidelijker motie komen. Dat zou misschien iedereen helpen, maar het is maar een suggestie van uw voorzitter. Die kunt u zo naar u neerleggen. De heer Boermans: U zegt het. Ik heb het bij een ander onderwerp al voorgesteld, dus ik dacht: ik ga het niet nog een keer doen. Maar ik heb volgens mij mevrouw Hendriks duidelijk gemaakt dat het zeker niet op de inhoud van het verhaal is, maar wel op de dictum van de motie. De voorzitter: Wie nog in tweede termijn? Er zijn geen vragen meer gesteld aan het college, zoals dat hoort.
Ik merk nog enig overleg bij de CDA-fractie. Is er nog…U houdt de motie in stand, dan gaat hij ook in stemming worden gebracht. Is er iemand die een stemverklaring wil geven? De heer Boermans, Fractie Boermans. De heer Boermans: Zoals juist betoogd, het dictum is volstrekt overbodig en daarom stem ik tegen. De voorzitter: Nog iemand anders? Mijnheer Van den Berg van D66. De heer Van den Berg: Dank u wel voorzitter. Inhoudelijk prima, maar ook in lijn van de heer Boermans, het is overbodig en daarom stemmen wij tegen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Vermaas, Forum voor Democratie. De heer Vermaas: Voorzitter, dank u wel. Ik ben altijd voorstander van natuurlijk ook af en toe naar de provincie signalen geven, want er zijn heleboel onderwerpen waar wij natuurlijk soms last hebben van regels die daar worden bedacht. Dus dat vind ik wel een heel goed punt. Als een motie overbodig is, is het normaal gesproken inderdaad ook zoiets van: hoeft voor mij niet. Ik heb hier toch een beetje over getwijfeld, want dat hele idee van een signaal geven, dat hoop ik dat we dat vaker gaan doen. Dus ik geef het voordeel van de twijfel, ik stem voor. Maar ik begrijp de argumenten van de tegen stemmers ook. De voorzitter: Mijnheer Vos, Nieuwe Lijn. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter.
Ondanks dat het lijkt een overbodig voorstel te zijn, willen we toch dit ondersteunen als extra signaal naar onze provincie toe. Dus wij zullen dit steunen. Dank u wel. 40
De voorzitter: Dank. Is er nog iemand die…Mevrouw Baltus, GroenLinks. Mevrouw Baltus: Wij vinden nog steeds de motie overbodig, zeker na de aanvulling van de wethouder. Ondanks, ik heb het ook al genoemd, dat het pijn doet zien wij als fractie van GroenLinks ook hier weer, en dat zien we heel vaak, dat economie altijd weer boven natuur gaat. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Als iedereen een stemverklaring heeft geven die dat wil, dan vraag ik de griffier de stemming open te zetten. Dan gaat het over de motie vreemd van recreatiezonering en activiteit in de bossen. Mijnheer Van Nuijs, u moet nog stemmen. Het wordt laat. De stemming is gesloten. De motie vreemd is aangenomen met zeventien voor en zes tegen. Dank u wel. 14b. 20240530 motie vreemd CDA e.a. wonen en zorg voor ouderen De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt 14b, motie vreemd aan de orde van de dag wonen en zorg voor ouderen. Motie die zal worden toegelicht en ingediend door mevrouw Van Elst. Gaat uw gang. Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Dank u wel, voorzitter. Ik zie u al denken: de woonagenda wordt volgende maand behandeld. En waarom dan nu wonen en zorg voor ouderen als motie vreemd op deze agenda? Ik snap de verwarring, want ook wij als lokaal CDA hebben er toch wel lang over na moeten denken of wij deze motie vreemd nu zouden gaan indienen. Maar de noodzaak is er.
En als je kijkt naar het aantal geplande initiatieven om te bouwen voor ouderen in onze gemeente, gaan er velen niet van door. Ondertussen verandert wel de samenstelling van onze bevolking. Er zijn steeds meer hulpbehoevende ouderen, waarvan 80 procent van de oudere een mens is met dementie, terwijl het aantal mensen dat in de zorg kan werken of mantelzorger wil of kan zijn, steeds verder afneemt. Dus de noodzaak van het bouwen van geclusterde woonvormen met een ontmoetingsfunctie is meer dan noodzakelijk. En je kunt de opname in een verpleeghuis hiermee verantwoord vertragen, maar dan moet je de ambitie wel om willen zetten in het bouwen voor hulpbehoevende ouderen. Als gemeente ga je dan van een faciliterende rol, naar een initiatief rol. Met het indienen van deze motie vreemd willen wij aandacht vragen voor de behoefte peiling van zorg in de gemeente, dus voor de zorg in de gemeente. Met deze uitkomst, daarmee geef je richting aan, aan de ene kant je bouwopgave, maar aan de andere kant ook aan de woonagenda van de gemeente. Niet alleen praten over percentages en bedragen, maar ook over onze menselijke maat, de maatschappelijke behoefte binnen onze gemeente. Want als gemeente vragen we nogal iets van onze inwoners. Blijf zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen, in een veilige en vertrouwde omgeving, met zorg en ondersteuning nabij.
Wie wil dat nou niet? Maar het is niet een vanzelfsprekendheid. Het scheiden van wonen en zorg vereist echt een andere manier van organiseren van de zorg en ondersteuning. Het Rijk stuurt daarom ook aan op het realiseren van nultredenwoningen, geclusterde woonvormen voor ouderen en verpleeghuizen plaatsen. De uitwerking hiervan, dat moeten we lokaal realiseren. Deze zul je dus moeten meenemen in je woonagenda. En wij hebben wel bouwplannen in Epe en we bouwen ook wel nieuwe wijken, maar daar wordt geen richting aangegeven voor wie wij nu het hardst moeten bouwen. Terwijl er een noodzaak is aan een bouw van geclusterde woonvormen voor deze doelgroep. Natuurlijk waren er wel plannen gepland om te bouwen voor deze hulpbehoevende doelgroep, maar die zijn niet van de grond gekomen of ze gingen niet door. En een nieuw plan hebben wij tot nu toe nog niet gezien. Dus met deze motie vreemd vragen wij aan het college om de zorg hierin centraal te zetten en in beeld te brengen wat de zorgbehoefte is in onze gemeente. Want ook in onze gemeente kent, ook onze gemeente kent een groeiende groep ouderen en ouderen met dementie. Daarmee een ambitie te formuleren en deze mee te nemen in de bouwopgave en de bouwagenda en daarmee dus ook weer de beweging te maken van de faciliterende rol naar een initiatiefnemende rol. Ik heb me voor dit stuk 41
laten inspireren door een ontwikkeling in de regio West-Overijssel. Daar is een eerste Woonzorgvisie 2030, ondertekend door maar liefst elf gemeenten, een groot aantal zorgaanbieders wooncorporaties en zorgkantoren en zij maken zich gewoon keihard, zetten zij zich in voor een ambitie om tot 2030 ruim zesduizend geschikte woningen voor ouderen te realiseren. De vergrijzing vraagt om veel meer passende en aantrekkelijke woningen voor ouderen. Het in interessant om dit artikel eens na te lezen. West-Overijssel, daar kunt u het op googelen. Maar we lazen ook een mooi stuk in de krant, en we hebben er ook een bezoek aangebracht, aan een prachtig artikel over een groot terrein dat omgevormd wordt tot een nieuw woonwijk Royal Vaassen. Als bedrijf zien zij af van de mogelijkheid om uit te breiden, maar zijn ze voornemens dit terrein aan de Vaassenaren te gunnen. Ze willen de bestemming formeel veranderen van industrie naar wonen en er een geweldige woon- en leefomgeving van maken. Bij dit soort initiatieven kan de gemeente de initiatief rol weer pakken en de ambitie meegeven, bijvoorbeeld het bouwen van levensloopbestendige bouw. Ik kan er uren over doorpraten, maar tot slot wil ik nog even dit meegeven: ouderen die vroeger in een verzorgingstehuis woonden, die moeten nu thuis zelfstandig blijven wonen. Voor velen van hen gaat dit goed.
Maar dat komt omdat er een goed sociaal netwerk omheen staat. Maar er is ook een groep die geen sociaal netwerk heeft en echt die extra hulp nodig heeft. Deze hulp kun je onder andere weer aanbieden bij geclusterde woonvormen. Laten wij in Epe ervoor zorgen, voor een toekomst waarin al onze ouderen, ongeacht hun zorgbehoeften, prettig en veilig kunnen wonen in hun eigen dorpskern of in hun eigen gemeente. En daarom ga ik over tot het indienen van de motie vreemd wonen en zorg voor ouderen. Die dien ik samen met het lokaal CDA in met Nieuwe Lijn en SGP/ChristenUnie. En ik ga over tot het lezen van waar we toe oproepen. Verzoekt het college: actief aan de slag te gaan met een integrale analyse en visievorming specifiek voor de woonvraag voor hulpbehoevende ouderen. Het sociaal domein en het fysiek domein proactief samen op te laten trekken bij nieuwe woonprojecten en hierbij een zorgaanbieder aan tafel uit te nodigen. Vroeg bij een projectontwikkelaar aan tafel te zitten om afspraken te maken om woningen te bouwen voor hulpbehoevende ouderen. En gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee maakt ook deze motie vreemd onderdeel uit van de beraadslagingen. Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Griep, daarna de heer Boon. Mevrouw Griep, GemeenteBelangen. Daarna de heer Boon en daarna mevrouw Baltus. Aan u het woord.
Mevrouw Griep-Pont: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde als GemeenteBelangen, als woordvoerster van het sociaal domein, ingaan op deze motie. Ik vind het een hele positieve, sympathieke motie. Alleen wij vinden als GemeenteBelangen Epe hem te vroeg komen. Wij zouden hem graag willen zien als de woonagenda aan de orde is. Ik zou graag met mevrouw Van Elst in gesprek gaan. Ook over de ervaringen die ik ook al heb gezien om mij heen. Wat tekortkomingen zijn. Dus het kan veel breder getrokken worden. Dat er nu al problemen spelen en waar zeker dus urgent dus op ingespeeld moet worden bij projectontwikkelaars voor de toekomst. Dus wij zullen hem nu niet steunen, maar als u hem dus later indient bij de woonagenda, zodat we hem dus breder kunnen discussie erover hebben, dan ga ik graag met u in gesprek. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik staan de heer Boon, ChristenUnie/SGP, daarna mevrouw Baltus en daarna mevrouw Doorn. Gaat uw gang. De heer Boon: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan mevrouw Van Elst voor het betoog. Ze zeggen weleens: wie als vriend hier binnengaat, komt nooit te vroeg, maar steeds te laat. Wat dat betreft, ook even naar u mevrouw Griep, wat ons betreft is de motie niet te vroeg, want er kan eigenlijk niet, wat ons betreft te veel aandacht zijn voor dit onderwerp.
Dus we zijn heel blij met dat het nu even op de agenda staat en of dat dan een maand eerder of een maand later is, dat is van minder belang. Wat 42
wij eigenlijk heel belangrijk vinden, dat is, en ook gedacht vanuit de christelijke achtergrond, dat we een oproep willen doen, niet alleen wat het college, wat die motie doet. Dat is prima. Dat is ook onze taak hier. Maar ook aan onze kerkelijke gemeenschap. We hebben natuurlijk in Oene gezien dat daar ook bouwactiviteiten zijn. Op zich mooi dat, dat gebeurt, maar ik denk juist ook de kerkelijke gemeenschappen. Er zijn een aantal kerken in onze gemeente en die hebben gewoon grond. En dus mijn oproep zou zijn vanuit de fractie van de SGP/ChristenUnie om ook aan die kerkelijke gemeenschappen te zeggen van: kijk nog eens even goed naar de mogelijkheden. Als deze motie wordt aangenomen, als dit beleid wordt uitgevoerd, dan liggen daar zeker mogelijkheden om ook gestalte te geven aan het omzien naar elkaar, een stukje naastenliefde. Dat zou wonen en zorg heel goed met elkaar kunnen combineren. Dat wou ik graag zeggen, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Baltus, GroenLinks. Mevrouw Baltus: Dank u wel, voorzitter. De tekst en de inhoud van de motie is heel erg duidelijk en we zouden het zo kunnen steunen. Maar ik hoor dingen in het betoog als menselijke maat en dat is helemaal waar, maar de menselijke maat geldt voor heel veel doelgroepen. Ik hoor u ook spreken over de inspiratie die u hebt gekregen uit West-Overijssel.
Geboren in Overijssel, daar komt echt al het goede vandaan. Maar het gaat hier om zesduizend woningen. Ik vroeg me af waar u die dan gaat plaatsen in onze gemeente? Maar dat terzijde. De vraag is dan ook: voor wie moeten we nu het hardst bouwen en waarom zijn we eigenlijk allemaal in deze ellende beland? We kunnen toch wel stellen dat wij daar niet direct verantwoordelijk voor zijn. Maar de afgelopen kabinetten vonden dat er marktwerking moest komen. Alles werd afgeschaft. En we zitten hier nu met zijn allen met een groot probleem. Dus we zouden de motie zo kunnen steunen, ware het niet dat we de woonagenda binnenkort hebben en in deze woonagenda komt het woord zorg, in verschillende combinaties weliswaar, vijfenveertig keer voor. Met de uitgebreide aandacht hiervoor lijkt het ons dat er in de woonagenda veel, en misschien kan het altijd meer, aandacht is voor het onderwerp wonen en zorg voor ouderen. Daarnaast beschikken we als gemeente tevens over een woonzorgagenda, die binnenkort overigens aangevuld en gecheckt wordt op de actualiteit. De woonagenda geeft daarnaast, volgens de fractie, dan ook voldoende ruimte in combinatie met de woonzorgagenda. Alle bouwprojecten in Epe worden nu al getoetst op deze woonagenda en deze is dus niet nodig en dus in onze beleving overbodig. Gewoon deze woonagenda naar de letter interpreteren is voldoende.
Het kost immers al moeite genoeg om de huidige woonagenda of de toekomstige woonagenda geïmplementeerd te krijgen. Laten we er nou nog niet een moeilijkheidsgraad extra toevoegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Doorn, D66, eerste termijn. Aan u het woord. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. Bedankt indieners voor deze motie. Als ik luister naar het betoog van mevrouw Van Elst en ook de aanvulling van de heer Boon als het gaat om naastenliefde, kan ik het daar alleen maar hartgrondig mee eens zijn, met die inhoud van die betogen en van die woorden. Ook hier heb ik toch weer wat last van het dictum. Sorry dat het dan misschien een semantische discussie wordt, maar de zaken waarnaar opgeroepen wordt, zijn voor mij wat…Niet helder genoeg, niet duidelijk genoeg van wat wordt er nu precies van het college verwacht wat we nu al niet hebben? Want we hebben een woonagenda, we hebben een woonzorgagenda en wat verwachten we dan daaruit te komen? Dus ik ben heel erg benieuwd, vooral ook naar de reactie van het college op deze motie om te horen hoe zij deze uitleggen. Want je moet dadelijk ook allemaal nog maar hetzelfde begrijpen wat er staat. Hoe zij deze uitleggen en wat ze daar dan precies mee willen doen? Ik heb daarbij nog wel een vraag voor het college om ook te beantwoorden in hun eerste termijn.
D66 heeft de afgelopen twee begrotingen, ook twee keren bij de technische vragen, de vraag 43
gesteld: waarom hebben we een woonagenda en een woonzorgagenda? De basis daarvan is misschien duidelijk, maar waarom worden deze continu als twee verschillende beleidsstukken behandeld? Op het moment dat deze tegelijkertijd steeds ter behandeling komen of ter update of ter verheldering, ter actualisering, je kunt er een naam aangeven. Maar op het moment dat we die koppeling kunnen maken, kan er veel makkelijker die integraliteit plaatsvinden die mevrouw Van Elst ook bedoelt te realiseren in mijn beleving. Ik denk ook dat het belangrijk is dat die tijd wel nu is, want we gaan verschillende grote woningbouwprojecten tegemoet. Dus als we iets willen vastleggen over hoe we zorgwonen en woonhofjes en ontmoetingsplekken en dat soort zaken voor ouderen willen vastleggen, dan moeten we dat denk ik nu doen. Want als we het over vier jaar doen, dan zijn we te laat, want dan gebeurt er niet zo heel veel meer de komende jaren daarna. Als laatste wil ik iedereen de tip meegeven om de documentaire op de NPO na te kijken: de toekomst is grijs. Vijf afleveringen waarvan heel duidelijk de effecten van de vergrijzing worden verbeeld. Voor wie dat nog niet gezien heeft.
En ja, wat ik mevrouw Van Elst persoonlijk heb gezegd: ik had ook liever gezien dat we dit onderwerp bij de woonagenda behandelde, maar zij heeft een persoonlijke overweging samen met haar fractie gemaakt om dat nu te doen en daar belang aan te geven. Dat respecteer ik, maar wij zien hem ook liever later terugkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Boermans, Fractie Boermans, eerste termijn. Gaat uw gang. De heer Boermans: Voorzitter, het begint al wat laat te worden, maar ik wil mevrouw Van Elst een heel groot compliment maken. Wat een fantastisch betoog. Ik roep iedere fractie op om op die manier ook een betoog in deze raadszaal te houden. Echt fantastisch. Ik had eerlijk gezegd helemaal geen twijfel over de motie die u zou indienen. Ik vind hem fantastisch. Ik vind het moment ook hartstikke goed. Is ook helemaal niet in strijd met de woonagenda die gaat komen, want daar kunnen we hem prima bij behandelen. Maar desalniettemin kan die nu al prima gewoon worden meegenomen. Dus echt mijn grote complimenten voor u en volledige steun. De voorzitter: Dank u wel. Niemand meer in de eerste termijn? Dan gaan we naar het college en namens het college de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank u wel, voorzitter. Als eerste zal ik een oordeel geven over de motie. Oordeel tussen aanhalingstekens uiteraard.
Ik zal hem niet betitelen als onnodige motie, maar ik zie hem als een motie die ons huidige werk ondersteunt en ook aanmoedigt. Want wat in de motie staat, dat doen wij eigenlijk al. We hebben niet zo lang geleden hebben we het regiobeeld van onze regio vastgesteld. Dat is een brede regio rondom Apeldoorn en Zutphen in het kader van de IZA, het integraal zorgakkoord. Daarbij hebben we ook een regiobeeld van onze eigen regio Epe, Heerde en Hattem vastgesteld en daar komt dit punt ook al sterk in naar voren. Ook om met elkaar te bekijken van: hoe hou je nou ook de zorg betaalbaar. Hoe hou je de zorg beschikbaar en daar hoort wonen uiteraard ook bij. Dus daar zit al een deel in en daarnaast hebben wij heel veel overleg met lokale partijen en ook met het bestuurlijk platform zorg, waarin ook Triada zit, waarin zorgpartijen zitten. Van alle kanten. Ook om met elkaar in beeld te brengen van waar hebben we het nu over en wat is het grote probleem en welke kant moeten we op? Want het betekent wel dat we met elkaar ook zullen moeten veranderen en veranderen kost wel tijd helaas, en in dit geval geldt dat ook. Je kunt niet die hele woonwereld in één keer op zijn kop gooien, hoe graag je dat ook zou willen, dat kost tijd. Werd ook al gezegd vooral mevrouw Baltus gaf het aan, er komt een aanvulling op de woonzorgagenda. Daar zijn we nu ook de input voor aan het verzamelen.
Komt onder andere ook via die kanalen komt dat terug. En ook binnen het is IZA, verwijs ik dan weer naar, is ook een themagroep bezig, een thematafel: langer zelf en redzaam ouder worden. Ook daar komt dat thema naar voren. We bespreken dat regionaal, sub regionaal en ook regionaal en lokaal. Dus op verschillende manieren 44
krijgen we zo de input daarvoor. Daarnaast is er ook een regionale woonzorgagenda die op wordt gesteld. Ook daar zit, maak je regionale afspraken hoe je dat kunt doen. Want misschien is Epe wel te klein om iets te regelen en moet je het op een ander niveau doen. Dan gaan we daarnaar kijken als dat kan. En daar komt ook het fysiek en het sociaal domein ook bij elkaar. Die zitten letterlijk bij elkaar ook om daar de afspraken te maken. Dus daar gebeurt dat ook al. Het is wel lastig natuurlijk dat je ook binnen het totaalpakket moet je wel een afweging maken van alle doelgroepen. En daar wees mevrouw Baltus denk ik ook een beetje op. En dat is volgens mij ook de reden dat we te maken hebben met twee agenda's. Maar je kan wel alleen zeggen: we doen wonen voor ouderen of hulpbehoevende ouderen, zetten we in de woonagenda. Maar ja, wat doe je dan met de mensen die beschermd wonen nodig hebben of met jongelui die in de jeugdzorg zit en die nog wat apart moeten wonen. Dan moet je dat er ook allemaal inzetten. Dat wordt wat lastig. Maar met elkaar, het totale pakket wat we hebben, dus de woonagenda en de woonzorgagenda. Dat is ons totale beleid en daar kunt u ook aan toetsen of wij dat beleid ook uitvoeren. Gelukkig zijn er ook in onze gemeente een paar mooie plannen die tot ontwikkeling komen. Dat is een soort cliffhanger die ik nou neerleg.
En ik denk dat we begin, het begin van de zomervakantie, eind juni, begin juli, dat er een mooi plan gepresenteerd wordt waarin al deze onderdelen in één plan zitten. Dat wordt echt geweldig, maar dat is een cliffhanger. Volgens mij heb ik de afwegingen genoemd, mijnheer de voorzitter. Nogmaals, als u hem in stemming brengt, dan zien wij hem vooral als ondersteunend en aanmoedigend. En uw betoog, daar ga ik verder niet op in. Dat was een heel betoog. Ik ga in op wat ik voor mij heb in de motie zelf. Ik zou u ook, die inbreng die denk ik hoort dan ook thuis bij de behandeling van de woonagenda. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we in tweede termijn eerst naar mevrouw Van Elst, CDA en dan kunt u meteen ook ingaan op wat andere fracties zo her en der hebben meegegeven. Aan u het woord. Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Dank u wel, voorzitter. Ik ga eerst naar mijn grootste fan. Dank je wel voor het mooie compliment, dank je wel. Ik heb het ook vanuit mijn hart geschreven. Wat ik werkelijk niet snap is dat jullie dit zien als dat ik dit moet behandelen in de woonagenda, want als ik dit in de woonagenda ga behandelen, volgens mij zit ik dan in het fysiek domein. Waar ik hier heel nadrukkelijk een oproep voor doe is voor die zorgkant. Volgens mij moet je eerst inventariseren wat je nodig hebt, wil je weten waarvoor je zorgt.
Als je mij kent dan weet je dat als iemand inclusief denkt, ik een inclusieve denker ben. Maar voor mensen met een verstandelijke beperking, die bouwprojecten gaan gewoon wel door. Maar als ik kijk naar wat wij zouden gaan bouwen voor onze ouderen in Epe, staat allemaal, ik begin er bovenaan mee. Wat is er dan gerealiseerd? En natuurlijk zijn er allerlei redenen waarom iets niet doorgaat. Maar de Boskamp ging niet door, ‘t Waeghuys ging niet door. Het ging gewoon allemaal niet door. Allerlei redenen. Dus ik sta hier niet omdat ik vind dat ik de ouderen wil onderscheiden uit alle anderen jeugd, mensen met een beperking, de GGZ. Nee, ik sta hiervoor omdat wij hebben gezegd dat wij gingen voor ouderen bouwen. Al die projecten zijn niet doorgegaan. En als ik kijk naar de woonzorgagenda, prachtig, staan hele mooie initiatieven, maar het is allemaal niet gelukt. Dus ik sta hier heel nadrukkelijk voor een oproep voor onze ouderen waarvan wij hebben gezegd: daar gaan we voor bouwen. En wat niet gebeurd is. Als ik dan even naar de reactie kijk, ik had hier ook liever niet willen staan en gewoon over een maand bij de woonagenda willen staan Zeker. Maar ik wil tweemaal deze zorgaccent neerleggen, vandaag en over een maand. Mevrouw Baltus, zesduizend woningen. Nee, ik heb me laten inspireren. Hier hoeven geen zesduizend woningen.
U zegt vijfenveertig keer zorg komt u tegen in de woonzorgagenda, maar ik kom vooral ook tegen over dingen die gewoon niet gerealiseerd zijn. En dan maak ik me ook zorgen voor de verpleeghuiszorg. Want als de plannen van de Boskamp straks doorgaan en we weten nog helemaal niet welke oudere doelgroep daar opgevangen gaan worden en wij gaan daar geen 45
verpleeghuiszorg realiseren. Waar moeten onze verpleeghuiszorg mensen dan naartoe? Dus ik wil het niet hebben over de bouw, ik wil het hebben over de zorg en over de zorgbehoefte en daarom, wethouder Van den Berg, is het waarom ik het bij u neerleg, want anders had ik het wel in het fysieke domein neergelegd. En ja, ik geloof dat wij in deze gemeente heel hard werken. Daar zult u mij niet over horen. Dat zijn echt de woorden aan u, daar heb ik het echt niet over. We werken er hard voor. Dat zie ik ook wel en het is ingewikkeld. Want bouw voor de zorg kost veel geld en je moet met bulk. Ik snap het echt allemaal. Maar uiteindelijk zitten wij hier allemaal voor onze inwoners en om het voor hun hard te maken dat er een goede zorg is voor onze, in dit geval de ouderen. Volgens mij heb ik alles wel een beetje beantwoord, dus ik wil het vandaag niet over het fysieke stuk hebben. Ik wil het vandaag hebben over het sociale stuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de eerste tweede termijn. Is er iemand die in tweede termijn…Mijnheer Boon, SGP/ChristenUnie. De heer Boon: Voorzitter, dank u wel. Het kan even kort, want het is inderdaad al laat, zoals de heer Boermans zei. Wethouder, dank voor uw antwoord. En u hebt het even goed uitgelegd hoe het allemaal in elkaar zit. Mooi. Maar toch denk ik ook dat het goed is dat we hier met elkaar samen even over spreken.
Al is het zomaar even een kwartiertje van gedachten wisselen en we hopen ook dat er een stuk creativiteit en inventiviteit en noem het allemaal maar op, loskomt bij onze gemeente. Ik heb net een van de partners genoemd, maar er zijn meerdere partijen die zich kunnen gaan buigen over wonen en zorg. Wij als gemeenteraad, als we zo'n motie zouden aannemen, kunnen onderstrepen dat wonen en zorg belangrijk zijn. Inderdaad met een streepje onder zorg. Als we het met elkaar erover hebben, dan gaat het ook verder de gemeenschap in en dan hoop ik dat ook mensen met initiatieven komen. En dan is dit gesprek niet voor niks geweest. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Mevrouw Doorn, D66, tweede termijn. Mevrouw Doorn: Ik zou voor de zekerheid nog even een verhelderende vraag willen stellen aan de portefeuillehouder. Hebben wij nu goed begrepen dat alles waartoe, ook al ziet u het als een aanmoediging, als ik het goed heb onthouden, heb ik goed begrepen dat alles waar het dictum tot oproept dat, dat op dit moment al uitgevoerd wordt? Want iedereen maakt die opmerking over dat het heel erg laat wordt, maar ik wil graag ook wel kijken naar hoe wij onze vergaderingen doen en hoe we daarmee omgaan. Dus begrijp ik goed dat alles wat in het dictum gevraagd wordt, één, twee en drie, dat u dat allemaal nu al doet? Ja of nee? Dank u wel. De voorzitter: U krijgt straks antwoord van het college.
Wie nog in tweede termijn? Als dat niemand meer is, dan kan ik meteen de wethouder namens het college antwoord laten geven. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Het antwoord daarop is ja, maar ik geeft daar toch één toevoeging aan, want we moeten daar wel verbeterslagen in maken. Dat is ook wat mevrouw Van Elst zei, dat we meer aan de initiatief kant moeten zitten en dat moeten we met elkaar ontwikkelen. Maar ze heeft zelf ook gezegd: dan moet je wel weten waar het over gaat. Waar het over gaat, daar zijn we nu ook mee bezig. Ook naar nieuwe vormen kijken, naar aantallen kijken, wat heb je nodig en wat ga je daarvoor doen? En dan zorg je dat je ook aan de voorkant komt, aan de initiatief tafel komt. Zoals het er nu staat, doen we het. Maar we gaan beter en we gaan dieper. Dank u wel.
46
De voorzitter: Dank u wel. Lijkt me een helder antwoord. Dan hebben we volgens mij voldoende beraadslaagd over deze motie vreemd. Dan kijk ik of er iemand, want dan gaan we naar de stemming toe, of er iemand een stemverklaring wil geven. Mevrouw Doorn, D66. Mevrouw Doorn: Ondanks het feit dat we het betoog van mevrouw Van Elst gigantisch waarderen en ook belangrijk vinden en we snappen wat de wethouder zegt, vind ik ook dat het nodig is om een signaal af te geven dat moties waarvan we weten van tevoren dat dingen al gedaan worden, het dictum waartoe opgeroepen wordt, dat we daar ook wat van vinden van de structuur van de vergadering. Dank u wel. We gaan dus tegen stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Griep, GemeenteBelangen. Mevrouw Griep-Pont: Dank u wel, voorzitter. Wat ik al gezegd heb: we vinden het een hele positieve, sympathieke motie waar we graag aan mee zouden willen werken dus als de woonagenda aan de orde is. Want het stukje zorg waar we nu over spreken, is dus eigenlijk ook alweer: wanneer gaat dat in. Dus wanneer wordt er gebouwd en wanneer gaat dan…Maar nu is het ook al heel, hoe moet ik dat zeggen, noodzakelijk dat er ook al problemen opgelost worden in huidige situaties, dus in appartementen, wat ook dus niet loopt. En ik heb ook al gezien dus op de nieuwe commissievergadering dat het nieuwe complex van Triada alweer op de agenda staat.
Daar zijn ook weer bepaalde dingen die gewoon ontbreken, maar die nu hard nodig zijn. We praten nu misschien over vijf jaar, misschien zijn voor die mensen die dus nu… De voorzitter: Mevrouw Griep, we zitten in een stemverklaring. Die is kort. Mevrouw Griep-Pont: Vandaar dus dat wij dus nu niet ermee instemmen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Baltus, GroenLinks. Mevrouw Baltus: Dank u, voorzitter. Ik wil me aansluiten bij de stemverklaring van mevrouw Doorn, moet ik zeggen. Temeer ook omdat we het bij het agendapunt bij het reglement van orde gehad hebben over cultuur. En daar gaat dit mijns inziens ook over. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Is er nog iemand die…De heer Vermaas, Forum voor Democratie en daarna de heer Van Nuijs. De heer Vermaas: Voorzitter, dank u wel. Ik denk ook dat het een heel belangrijk onderwerp is en dat het goed is dat er even over gesproken is, maar inderdaad moties die oproepen tot iets wat we al doen, is voor mij ook niet nodig. Dus, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Nuijs, Partij van de Arbeid. De heer Van Nuijs: Klopt. Ik sluit me graag aan bij de vorige sprekers. Maar wij hebben een uitgebreid beleid op sociaal domein. We hebben een woonagenda, we hebben een woonzorgagenda en ik denk dat je dit soort dingen integraal met elkaar moet afwegen en het niet passend is om het nu op dit moment te behandelen. Dus wij stemmen tegen.
De voorzitter: Dank. Nog iemand een stemverklaring? Dan breng ik in stemming, dat vraag ik de griffier te doen, de motie vreemd aan de orde van de dag wonen en zorg voor ouderen van het CDA, Nieuwe Lijn en ChristenUnie/SGP. De stemming is geopend. De stemming is gesloten en de motie is aangenomen met zestien voor en zeven tegen. Dank u wel. 47
15. Sluiting De voorzitter: Dan zijn we toegekomen aan punt 15 van de agenda. Het is laat geworden vanavond, maar we hebben ook belangrijke gesprekken met elkaar gevoerd, debatten en besluiten genomen. Ik nodig u allen uit voor een drankje. Ook de mensen uit publieke tribune die het allemaal zo goed hebben…Nee, dat mag niet, dat sta ik niet toe in deze vergadering, maar dat mag u allemaal bij, onder drankje mag u dat zeker doen. Ik sluit de vergadering.
Aldus vastgesteld in de openbare 20 juni 2024, De griffier,
de voorzitter,
mw. mr. J. Kattenberg
dr. T.C.M. Horn
48