2024-03-27 notulen Gemeenteraad, getekend
Tekst van het document
Dat zoeken we nog even op, hoe dat zit. Maar ga uw gang. Mevrouw Baltus: Voorzitter, het is bijzonder en ik voel me wederom heel vereerd, om hier in het huis der gemeente Epe te staan. De aanleiding, dat ik hier sta is zoals u weet, minder rooskleurig. Mijn fractie-collega Jan Willem van der Baan ondervindt namelijk al langdurig problemen met zijn gezondheid. En ondanks, dat ik mijn taak uiteraard met enthousiasme wederom zal vervullen, hoop ik van harte, dat zijn vervanging van korte duur zal zijn. En voorzitter, ik ga ervan uit, dat u mij toestaat, om hem hier vanaf deze plek, als eerste voordat ik overga naar de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan aan de Griseeweg Epe, hem een spoedig herstel toe te wensen. De Griseeweg Epe. Tijdens de commissie van 14 maart hebben wij met name over het achtergebleven percentage sociale huur, vragen gesteld. De wethouder gaf onder andere toen aan, dat in eerste instantie slechts achtentwintig procent sociale huur was opgenomen. Na overleg met de initiatiefnemer ligt dit percentage inmiddels op, drieëndertig komma drieëndertig procent. Dat is mooi en daar zijn we als fractie als groen, als fractie van GroenLinks, blij mee. Maar tegelijkertijd, ook weI weer een beetje teleurgesteld. In de nieuwe Woonagenda wordt namelijk gesproken, over vijfendertig procent sociale huur.
Wat in dit plan betekent, een plan van vijfenveertig woningen, dat er vijftien komma 17
vijfenzeventig sociale huurwoningen gebouwd zouden moeten worden. Vijfentwintig procent dure koop en dat betekent, elf komma vijfentwintig woningen. Uiteindelijk, leidt die vijftien komma vijfenzeventig, tot vijftien sociale huur. En die elf komma vijfentwintig, tot twaalf dure koop. Ik heb het mijnheer Boon vanavond ook horen zeggen. Als ik dit in mijn les zou zeggen, zouden er ongetwijfeld vijfentwintig vingers omhoog gaan met de opmerking, mevrouw, mevrouw, u hebt het onjuist afgerond. En ik zou mijn leerlingen gelijk moeten geven, want rekenkundig gezien is het ook onjuist afgerond. Maar dat even, terzijde. Wonen is een grondrecht en iedereen heeft recht op een goede woning. Nu begrijpen wij als fractie ook wel, dat nul komma vijfenzeventig sociale huurwoning betekent, dat je nog steeds geen dak boven je hoofd hebt. En toch vinden we het als fractie jammer dat, zoals in onze ogen, vaak, te vaak het kwartje de verkeerde kant opvalt. Want we zien ook in onze gemeente, dat de verkoop van dure woningen op dit moment, niet altijd gemakkelijk gaat. Als voorbeeld, de moeizame verkoop van de appartementen in het dure segment, in hartje Epe. Voorzitter, u kent onze fractie als een kritische fractie, maar altijd positief en opbouwend. Dat zijn wij en dat blijven wij. Want we vinden het fijn, dat Epe binnenkort weer vijfenveertig woningen rijker wordt.
Maar ja, wij blijven kritisch toetsen aan de percentages in de nieuwe Woonagenda, die vastgesteld is door de raad. En indien, en indien nodig, zullen we ons zoals u weet, ook laten horen. Maar we laten ons ook horen, als het kwartje in de ogen van de fractie van GroenLinks, de goede kant opvalt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Ruiter, SGP-ChristenUnie, aan u het woord. De heer De Ruiter: Voorzitter, dank u wel. Vijfenveertig woningen aan de Griseeweg. Weer wordt er een pareltje gehecht aan de mooie oplossingen, om de woningnood in Epe en omgeving te ledigen. Mooi. Ik ga even een klein beetje in op, mevrouw Baltus’ betoog. Ik had ook niet anders verwacht, dat u als GroenLinks en misschien ook nog mijnheer Van Nuijs, over die procenten gaat praten. Ik wou niet zeggen, zeuren. Ik zie hier toch wel een toekomst, ik zie een toekomstige samenwerking nu al zitten daar. Maar even alle gekheid op een stokje. Wethouder, die nu op zijn telefoon zit. Nou, uw voorganger in de raad deed, of in de raad, in de Tweede Kamer deed dat ook met enige regelmaat, ik vak K. Maar, één komma zevenenzestig procent te weinig en één komma zevenenzestig procent te veel, sociaal, dure koop. Foute boel, wethouder. Humoristisch, natuurlijk bedoeld. Wij zijn ontzettend blij met dit plan, dus dat is ook al een soort stemverklaring.
Wat ons ook ontzettend positief overkwam, was het hele participatieproject. Door de initiatiefnemer mooi uitgewerkt, in informatieavonden met een participatielogboek. Een voorbeeld wat ons betreft, voor andere projecten. Zo kan het en zo moet het misschien ook wel een beetje. En het resultaat uiteindelijk was, geen zienswijzen. Nou, dat is alleen maar om dankbaar voor te zijn. Wij willen dan ook afsluiten met de initiatiefnemer, maar ook de toekomstige bewoners van deze mooie woningen, alle succes toe te wensen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos, Nieuwe Lijn en daarna mevrouw Doorn, D66. Aan u het woord, de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank je wel, voorzitter. Griseeweg Epe, inderdaad een prachtig plan, vijfenveertig hele mooie woningen. Daar hebben wij op zich ook helemaal niks op tegen. We zijn het wel, wat we heel erg jammer vinden is, dat het college de afspraken die we gemaakt hebben samen, in de Woonagenda niet respecteert. Men kiest blijkbaar voor de onderkant te laten gaan hè, bijna één woning minder voor de sociale huur. En bijna één woning extra voor de dure koop. Dat vinden we heel jammer. Dus misschien kan het college ons uitleggen, waarom dat die keuze gemaakt is. Dus waarom wordt de raad niet gerespecteerd met de keuze van de Woonagenda? Dank je wel, voorzitter. 18
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Doorn, D66. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik ga in herhaling vallen, want we hebben het onderwerp percentages te pakken. Dus ik zal daar ook wat over zeggen. En ik zal het daarin grotendeels zijn met mevrouw Baltus eens zijn, is, dat we natuurlijk jammer vinden, dat die vijfendertig procent hier, sociale huur hier niet gehaald wordt. In de commissievergadering hebben we daar vragen over gesteld en is daar ook een hele heldere uitleg over gekomen. Ik zal die hier niet herhalen. Want de vraag is net gesteld door mijnheer Vos, dus ik ga ervan uit, dat de wethouder dit zo meteen gaat toelichten, namens het college. Dat betekent, dat we hier wel zien, dat er alsnog vijftien sociale huurwoningen aan onze voorraad worden toegevoegd. Dit in combinatie met het feit, dat deze initiatiefnemer al zeer lange tijd met het plan bezig is. met andere percentages in het verleden heeft moeten werken, een bijna ideaal participatietraject heeft verlopen, waarbij alle gesprekken zijn gevoerd, die daar nodig zijn. En natuurlijk de woningnood die we momenteel kennen hè, waar onze jongeren en ook onze senioren, zoals we gisteren op de inloopavond hier hebben gehoord, veel moeite hebben met het zoeken en het vinden van een passende woning. Daar boven op het feit, dat we in de hele gemeente naar de zevenentwintig procent sociale huur gaan.
Kiezen wij voor, om dit plan goed te keuren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik nog het woord geven in eerste termijn over de Griseeweg? Niet, aan de kant van de raad. Dan vraag ik namens het college, de heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Ja, dank, voorzitter. Er zijn al een aantal mooie woorden ook gesproken, maar ook een aantal kritische noten geslagen. En die hadden we ook verwacht. Dat is ook de reden, dat we gekozen hebben om dat in kanttekening 2.1, heel duidelijk uit te leggen. Laat ik even met het positieve beginnen. Want de heer De Ruiter geeft namens de SGP-ChristenUnie aan, blij te zijn met dit plan. Er zijn, en dat delen wij uiteraard. Dat is ook de reden, dat we hier nu staan en waarbij we hopelijk straks, tot vaststelling overgaan. Maar waar we mee te maken hebben in het plan is wel een redelijk unicum, als we kijken naar, hoe snel het proces doorlopen is, op welke wijze de participatie doorlopen is. Waardoor er inderdaad, geen zienswijzen binnengekomen zijn en waarbij we hopen na vaststelling over zes weken, een onherroepelijk bestemmingsplan te hebben liggen. Dat betekent en dat is initiatiefnemer ook van plan, om dan ook door te gaan pakken. En in Q2, dus we praten dan over maximaal drie maanden, de verkoop in te gaan met dit plan.
Dat betekent, dat we dus op hele korte termijn hier te maken hebben met, een toevoeging van vijfenveertig woningen aan de woningvoorraad van de gemeente Epe, waar echt de behoefte toe is. Daar heb ik al vaak genoeg voor gepleit. Dus dat ga ik niet verder, nogmaals, uitleggen, hoe groot die woningnood is. Echter, hebben we hier wel te maken, dat met een wat kleinschaligere uitbreidingslocatie. Dat heeft er ook mee te maken dat inderdaad, er werd al aan gerefereerd, dat in de commissie, de vergadering er ook over gehad, in eerste instantie er een plan gepresenteerd werd, waar zevenentwintig komma zeven procent, zeventwintig komma acht procent, iets in die orde van grootte, aan sociale huurwoningen zat. Dat plan is in eerste instantie, bij mij als portefeuillehouder aangeboden en hebben we samen met de ambtelijke organisatie besloten, om het, de gesprekken nog een keer aan te gaan. Het zijn ingewikkelde gesprekken geweest. Die gesprekken hebben ook best wel even een tijd geduurd. Want de initiatiefnemer gaf aan, ja, ik ga het niet redden. Vervolgens hebben wij weer aangegeven, ja, wij hebben nou eenmaal beleid met de raad vastgesteld. En mijnheer Vos, dat respecteren wij absoluut, maar we stellen hier inderdaad een afwijking voor. Dat is dan uiteraard, de keuze aan u als raad.
Maar die gesprekken zijn gevoerd en daar hebben we echt alles op alles gezet, om daar een zo hoog mogelijk aantal sociale huurwoningen toe te voegen aan de woon, aan het woonprogramma van de gemeente Epe. Ja, en voorzitter, dit was echt het uiterste. Op een gegeven moment wordt dan de keuze voorgelegd, het is of dit, of we trekken de stekker eruit. Ja, en dan komen we wel op een punt, 19
dat we toch een keuze moeten gaan maken. En, vinden wij het verantwoord gelet op dit plan, zoals het stedenbouwkundig akkoord bevonden is. Een extra woning in dit plan is, werd stedenbouwkundig afgeschoten. Want ook daarvoor geldt, dat dat uiteraard ook net moet kloppen en dat we ook mooie leefbare wijken neer willen zetten. Dat heeft ermee te maken, dat we uiteindelijk dit voorstel gedaan hebben. En naar u als raad toe hebben gebracht met inderdaad, die één komma zevenenzestig procent afwijking. Dan praten we in... net niet over een hele woning, waarin we afwijken. Dat is het voorstel, wat nu bij u als raad voorligt. En ik hoorde net een aantal fracties aangeven, daarin positief op te reageren. Uiteraard hopen we op een positief besluit van u als raad, zodat we ook daadwerkelijk in Q2, deze woningen in de verkoop kunnen gaan zetten. Even voor de beeldvorming. We hadden het net over vijftig geïnteresseerden bij Eekterveld IV. De initiatiefnemer heeft mij aangegeven, dat hij hier tussen de vierhonderdenvijftig en de vijfhonderd geïnteresseerden voor dit plan heeft. Nou, dat toont nogmaals, die nood aan. Laten we hopen, dat daar in ieder geval tien procent van kan gaan wonen aan de Griseeweg. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. In tweede termijn, wie mag ik daar het woord op geven? De heer Vos, Nieuwe Lijn, aan u het woord.
De heer Vos: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, ik had het misschien even in de interruptie moeten doen, maar schiet me nou ineens even te binnen. De initiatiefnemer, die geeft aan van joh, als dit niet kan, dan trek ik de stekker eruit. Betekent dit, dat we dus blijkbaar dan regie in handen geven van de initiatiefnemer en als college dus niet meer in lead zijn? En betekent dit dan ook, dat we in de toekomst dit vaker kunnen verwachten? Daar lijkt het wel op. Dank je wel. De voorzitter: Dank. Wie nog in tweede termijn? Niemand meer in tweede termijn. Dan vraag ik de heer Kerkmans, daarop in te gaan. Dank. De heer Kerkmans: Ja, dank, voorzitter. Ja, de heer Vos. Ik denk, dat u er ook zeker van op de hoogte bent, dat wij in deze gemeente nou eenmaal heel weinig grondposities hebben en wij echt die afhankelijkheid van onze projectontwikkelaars hebben. Dat neemt niet weg, dat wij uiteindelijk natuurlijk kijken naar een, mevrouw Doorn refereerde daaraan, die satéprikker. En als we kijken naar de totale sociale huurwoningen, die we gaan toevoegen met de plannen, die wij op dit moment in harde, semi-harde en zachte plan capaciteit hebben tot 2030. We vanavond ook een plan vastgesteld met honderd procent sociale huur. Dat is dan wel van Triada, die dat volledig ontwikkelt. Maar ook daarvoor kan gekozen worden, op het moment, dat die een plan indienen met één penthouse.
Dan mag dat, in theorie. Gaan we uiteraard niet voor, maar het gaat uiteindelijk om het totaal aandeel. En wij zien hier een dusdanig minimale afwijking, dat wij vanwege moverende redenen toch besloten hebben, om dit aan u als raad aan te bieden. De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Baltus, GroenLinks. Mevrouw Baltus: Dank u wel, voorzitter, Ik ben het compleet met u eens, als we kijken naar het plan wat plaatsvindt in de Smutsstraat vanuit Triada, waar we honderd procent sociale huurwoningen hebben. Een fantastisch plan. Maar ik vind het een beetje flauw, dat u tekortkomingen in een project van de particuliere initiatiefnemer, probeert op deze manier een beetje te compenseren, met een project wat van Triada is. We hebben namelijk die Woonagenda vastgesteld, per project. En we gaan niet uit van, over het hele jaar hebben we het gemiddelde van de percentages wel gehaald. Dus ik zou graag willen, dat u houdt bij hetgene, waar we het vanavond over hebben. Dat gaat over de Griseeweg en niet over het fantastische project van de Smutsstraat. Dank u wel.
20
De voorzitter: Vindt u ook niet, mijnheer de wethouder. De heer Kerkmans: Ja, dat vindt de wethouder ook. Het was even puur een vergelijking om aan te geven, dat we echt ook heel hard bezig zijn, om die sociale woningvoorraad te vergroten. Maar ik zal daar niet verder op ingaan en het puur bij de Griseeweg houden. Daarbij wil ik nogmaals aangeven, dat we hier, dat we werkelijk een dusdanig mooi plan zien. Dat we wel zien, dat dat opweegt tegen de kleine afwijking waarmee we praten, rondom het aandeel sociale huur in dit plan. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Vos, Nieuwe Lijn. Ga uw gang. De heer Vos: Ja, dank je wel, voorzitter. Nou, mooi. Oh ja, daar ben ik, heel mooi. Volgens mij, moet ik nog een antwoord krijgen op, of nou de initiatiefnemer in lead is, of dat wij in de lead zijn? Want dat hebben we nog niet helemaal gehoord en of dit dus in de toekomst, vaker gaat gebeuren. De voorzitter: De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Ja, voorzitter. Daar begon ik dacht ik, mijn tweede termijn mee door aan te geven, dat wij als gemeente geen grondeigenaar zijn en afhankelijk zijn, van een initiatiefnemer. Oftewel, de regie hebben, wij hebben uiteraard beleid als gemeente. Daar gaan we met de initiatiefnemer over in gesprek. Dat is ook het traject, wat ik net aangaf. Dat zijn soms ingewikkelde gesprekken.
Maar daarbij wordt wel aangegeven, dat wij verwachten dat die aantallen gehaald worden. En dan ga ik mezelf herhalen. Maar nee, hier is uiteindelijk dit de uitkomst geweest. Of dat in de toekomst vaker gaat gebeuren. Als we kijken naar de grotere uitbreidingslocaties. Dat zijn initiatiefnemers waarmee wij ook intentieovereenkomsten pas zijn gaan sluiten, op moment dat deze percentages al gelden. Dat zijn ook de projecten, waarvan het mij alles aan gelegen is en ik ook niet hier deze discussie wil hebben, dat die aandeel, of dat dat aandeel betaalbaarheid niet gehaald wordt. Dus daar wordt op dit moment door de projectontwikkelaars heel hard over, heel hard aan gewerkt samen met de initiatiefnemers aldaar. Daar staan de seinen gewoon op groen, om die betaalbaarheid te halen. Mocht dat op een of andere reden anders zijn, bent u uiteraard de eerste die dat hoort. Maar daar ga ik niet vanuit. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Volgens mij, voldoende beantwoord. Kijk ik of er iemand nog in tweede termijn, het woord wil voeren? Zo niet, dan denk ik, dat we aan de stemmingen toe zijn. Dat gaat over de Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Griseeweg Epe. Is er iemand, die een stemverklaring wil geven? De heer Vos, stemverklaring. Had ook voor uw plaats gemogen, maar een wandeling is nooit verkeerd. De heer Vos: Kom ik aan mijn metertjes. Dank je wel, voorzitter.
Dat hele verhaal over dat wel of niet halen van de aantallen, dat gaan we zeker vervolgen de komende tijd. Daar zullen we zeker kritisch op zijn. Samen met een paar andere partijen, denk ik zeker. Neemt niet weg, dat wij dit plan toch een heel goed plan gaan vinden en we gaan voorstemmen. Dank je wel. De voorzitter: Dank. Nog anderen voor een stemverklaring? Zo niet, dan vraag ik de griffier de stemming open te zetten, over de Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Griseeweg Epe. De stemming is gesloten. En is aangenomen met tweeëntwintig voor en nul tegen, unaniem. Dank u wel. Dat was nummer 16 van de agenda.
21
16a.
Motie vreemd aan de orde van de Dag Fractie Boermans over Noodopvang De voorzitter: Dan komen we aan agendapunt zestien A, de Motie vreemd aan de orde van de dag, de fractie Boermans over de noodopvang. Aangezien ik daar de portefeuillehouder van ben namens het college, vraag ik de plaats van het voorzitter, om de vergadering over te nemen. Voorzitterswissel naar: de heer Vos. De voorzitter: Ja, dank je wel, voorzitter, voor het overdragen van de voorzitterschap aan de plaatsvervangend voorzitter. Dank je wel. Dan komen wij zoals gezegd, op agendapunt zestien A en dat is de Motie vreemd aan de orde van de dag, door fractie Boermans over de noodopvang. Heer Boermans. De heer Boermans: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik geloof, dat de echte voorzitter van vanavond het zojuist had over een maiden speech, die wellicht aan de orde is. Dat weet ik ook niet. Maar als u wilt, mag u en anderen uiteraard mij gewoon interrum peren. Dus voelt u zich vrij. Aan de orde is de Motie vreemd aan de orde van de dag, een onderwerp over de noodopvang. Voorzitter, daar is de afgelopen weken inmiddels, nou, ik zou zeggen, het nodige, veel te doen geweest rondom de noodopvang. Ik moet zeggen dat, laat denk ik, velen hier in de zaal niet onbelet en heeft velen hier geraakt. En ik wil toch even persoonlijk woord uitspreken, voorzitter. Dat is heel kort.
Maar ik wil eenieder, die mij in de afgelopen weken heeft gesteund, vanaf deze plaats ontzettend bedanken voor die steun. Dat gezegd hebbende, voorzitter. Constaterende dat, de huidige asielketen in Nederland, dat die instroom, die kunnen wij niet aan. Daarom is noodopvang noodzakelijk. En het college heeft in week tien besloten, om onder voorwaarden, medewerking te verleden aan de inzet van het Fletcher hotel te Epe, Zwolle door het CDA, voor de opvang van asielzoekers. Het betreft een tijdelijke opvang, noodopvang voor maximaal tweehonderdzesenzeventig asielzoekers voor de duur van een halfjaar, met de mogelijkheid tot verlenging. Verlenging van de inzet van het hotel vindt plaats na instemming van het college. Voorzitter, ik constateer, dat de raad geïnformeerd is over deze verlenging. En dat de raad geïnformeerd is, dat deze verlenging technisch onbeperkt herhaald kan worden. En ik constateer ook, dat het collegebesluit en het college constateert dat zelf ook, want ze hebben dat in een persbericht verklaard, dat het collegebesluit heeft gezorgd voor de nodige maatschappelijke onrust. Een andere constatering, die ik in dit kader doe is, dat we sinds 2002 de Wet dualisering kennen in dit land. Ik overweeg met deze motie, voorzitter, dat de gemeente met betrekking tot noodopvang haar verantwoordelijkheid dient te nemen.
En het is goed, dat de gemeente ook haar verantwoordelijkheid neemt. Noodopvang is ook in de ogen van het CDA, een tijdelijke maatregel, die in een acute behoefte voorziet. Het college heeft een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit verleend voor deze noodopvang. En de staatssecretaris heeft recent via de capaciteitsraming, althans recent, eind januari, 31januari om precies te zijn, aangegeven, dat de gemeente Epe vermoedelijk honderdnegenentachtig asielzoekers diende op te vangen. En ik constateer ook, voorzitter of ik overweeg ook, voorzitter, dat de raad niet in de gelegenheid is gesteld, om vooraf een kader te stellen met betrekking tot nood of gewone opvang van asielzoekers. Zo, u dat niet gewoon vindt. Verder overweeg ik, dat een tijdelijke transformatie van hotels directe gevolgen heeft voor ondernemers, gelet op recreatie en toerisme en op de omgeving. Voorzitter, daarom ben ik van mening, dat daarom of mede daarom ben ik van mening, dat gemeenten in Nederland de plicht hebben of de maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, om de opvang van mensen in nood in een acute kwetsbare situatie, te helpen. Daarom is het ook positief te waarderen, dat het college gehoor heeft gegeven aan de oproep van de crisis- of de noodopvang.
En het is belangrijk om een perspectief te bieden aan, onder andere de omgeving, de ondernemers recreatie en toerisme, zo noem ik daar maar even bij, omtrent het duur van de opvang van noodopvang, van de opvang van ,
22
deze groep mensen. Maar het allerbelangrijkste, voorzitter, is structurele oplossingen. Daarnaast heeft de en dat is mijn oordeel, heeft de gemeenteraad een volksvertegenwoordigende, een kaderstellende en een controlerende taak. En die dienen wij uit te oefenen. Daarom, voorzitter, verzoek ik het college om de gemeenteraad v6ôr september 2024, een voorstel met betrekking tot kaders rondom de noodopvang van asielzoekers, voor te leggen. En ik verzoek het college, om de gemeenteraad openbaar te consulteren voorafgaande een eventueel besluit, omtrent verlenging van de huidige noodopvang. En gaat over, tot de orde van de dag. De voorzitter: Ja, dank je wel, heer Boerman. Daar is de getekende versie. Ja, dank je wel. En hoort dit stuk nu bij de beraadslagingen, wordt het toegevoegd. En voor de mensen thuis, de stukken staan nu openbaar, dus u kunt dit nog nalezen op de site van de gemeente Epe. Ja. Kan ik iemand nog het woord geven hierover in de eerste termijn? Oh, kijk eens aan, mijnheer De Ruiter. De heer De Ruiter: Voorzitter, dank u wel. Er staat wel fractievoorzitter SGP-ChristenUnie, maar ik sta hier op persoonlijke titel. Het indienen van deze motie wil ik inhoudelijk niet op ingaan. Ik vind het, de gevoeligheid op dit moment dermate hoog. Vind ik het persoonlijk ongepast en ongewenst, om op dit moment daar in stemming te brengen.
Als die in stemming wordt gebracht, dan verzoek ik de voorzitter mij toe te staan, dat ik de zaal verlaat. Ik vraag ook de voorzitter toe te staan, om iemand anders van mijn fractie, mogelijk het woord te geven. Dank u. De voorzitter: Ja, dank je wel. Mevrouw Baltus. Mevrouw Baltus: Voorzitter, naar aanleiding van de motie, zou ik graag een aantal opmerkingen willen plaatsen. En als u mij toestaat, een aantal verduidelijkende vragen voor mij, naar aanleiding van de motie. Noodopvang. Noodopvang is compleet iets anders als een AZC. Nood breekt wet. Begrijp me goed, daarmee bedoel ik beslist geen vrijbrief. Dat is echt heel iets anders. Maar wellicht denken we nu met zijn allen, gezien de noodopvang en de hectiek die afgelopen weken in onze mooie gemeente is, heeft plaatsgevonden. Misschien zeggen we wel achteraf, misschien hadden we sommige dingen iets anders moeten doen. Ook wij zijn en ik hoop ook vooral dat we dat blijven, een lerende organisatie. De fractie van GroenLinks wil wel een compliment geven aan ons college. Want wij vinden, dat dat compliment het waard is. Hoe snel hier gehandeld is, door het college in eigenlijk geen tijd, moeilijke beslissingen genomen moesten worden. En hoe ongelooflijk veel capaciteit vanuit het ambtenarenapparaat, per direct beschikbaar is gesteld en dus ook is ingezet. Vragen naar de heer Boermans naar aanleiding van uw motie.
Dan wil ik het eigenlijk eerst hebben over de, over het eerste verzoek, de kaders in relatie tot de noodopvang. Ik kan er moeilijk iets bij verzinnen. Met name ook, omdat het om noodopvang hier gaat. Maar wellicht kunt u zo een voorbeeld, u hoeft echt niet onuitputtelijk te zijn, te geven, wat dan bijvoorbeeld volgens uw inzicht, een mogelijk kader zou kunnen zijn. Mijn tweede vraag heeft daar ook mee te maken. U verwacht, dat die kaders van het college komen. Je zou de rollen ook om kunnen draaien. De raad stelt de kaders, waarbinnen het college dan moet manoeuvreren. Maar vraag is dan ook, waarom heeft u hier niet voor gekozen? En de tweede, dat gaat dan om het tweede verzoek. Bent u het met mij eens, dat het tweede verzoek wat in uw motie vermeld staat, inmiddels ingehaald is door de antwoorden die gegeven zijn, in uw artikel 34? Want volgens mij, zijn daar bij punt 6f en 6g een en ander al behandeld, beantwoord, wat in tweede verzoek staat. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Vermaas, ga uw gang. De heer Vermaas: Ja, voorzitter, dank u wel. Ook dank aan de fractie Boermans, voor het agenderen van dit onderwerp, onderwerp noodopvang middels deze motie. Ja, en gefeliciteerd met de eerste 23
motie van de fractie Boermans, zeg ik dan maar even. Ja, grootschalige opvang van asiel heeft natuurlijk een enorme impact op nou ja, op heel Nederland, maar natuurlijk ook op Epe. Kansarme asielzoekers hebben ja, niet alleen impact op het gebied van onze welvaart hè. Het holt de verzorgingsstaat uit, het leidt tot verloedering van ons onderwijs, onveiligheid op straat. Nou goed, ik hoef het allemaal niet op te noemen. Dat weten we allemaal. De kosten zijn ook enorm. En zeker, als natuurlijk asielzoekers in een luxe hotel worden ondergebracht. Ja, en dan zie je ook dat ondernemers, die zullen natuurlijk ook miljoenen kosten of, miljoenen opbrengsten missen. Het is ook volgens mij al, zijn al rechtszaken, die daar ook lopen. Ja, ik vraag ook wel aan het college van, wie gaat dat, wie gaat dat allemaal betalen al die miljoenen, die de ondernemers gaan mislopen door deze beslissing? Ja, helaas kunnen wij als gemeente het ook natuurlijk niet zelf alleen oplossen. Onze landelijke collega’s, die zijn eigenlijk daarvoor, om de regels aan te passen. Ondertussen zie ik een interruptie. De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Baltus. Mevrouw Baltus, ga uw gang. Mevrouw Baltus: Ja, dank u, voorzitter. Begin aardig warm te lopen, moet ik zelf zeggen. Mijnheer Vermaas, ik heb eigenlijk één vraag aan u.
En het zou heel fijn zijn, als u zou beantwoorden, als u als antwoord alleen de keus zou maken uit, ja of nee. Het antwoord is uiteraard aan u. Bent u het met me eens, de volgende stelling. Ieder mens heeft recht op een eigen mening, maar niet op zijn eigen fabels. Dank u wel, voorzitter. De heer Vermaas: Ja, voorzitter. De voorzitter: De heer Vermaas. De heer Vermaas: Ik ben natuurlijk voor vrijheid van meningsuiting, dus mensen mogen inderdaad een eigen mening hebben. Over feiten. Die zijn soms ook op verschillende manier te bekijken, maar feiten zijn feiten. Ik ben wel benieuwd, wat mevrouw Baltus hiermee bedoelde, met deze opmerking. Wat zij dan als fabels ziet. De voorzitter: Mevrouw Baltus gaat dat toelichten. Mevrouw Baltus: Geeft niet. Nou, ik ga ze niet allemaal herhalen, maar wat u net noemde. Het gaat ondernemers miljoenen kosten, het gaat de verzorgingsstaat uithollen, ik noem maar een paar dingen. Ik ben heel erg benieuwd, op basis waarvan u dat baseert. En zo’n soort vragen, zoals vaker gesteld door de fractie van het CDA. Dan mag ik eigenlijk wel hopen vandaag, dat u niet zegt, Google, maar een iets beter antwoord zou kunnen formuleren. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Vermaas, ga uw gang. De heer Vermaas: Ja. Ik neem toch aan, voorzitter, dat mevrouw Baltus ook wel weet, dat, wat de problemen zijn in Nederland met alle asiel en alle opvang.
Dat hoef ik toch niet weer te gaan uitleggen, wat voor een problemen dat oplevert? Dat lijkt mij, ik heb het genoemd, ik ga, ik vind het geeneens een serieuze vraag, kan daar niet verder op ingaan. Nee, en dat het inderdaad miljoenen kost. Dat is pek, dat is ook gewoon een simpel rekensommetje. Ik hoorde mevrouw Baltus bijvoorbeeld net bij een ander agendapunt, een rekensom maken over procenten en zo. Kijk, je kunt natuurlijk ook wel uitrekenen, dat als je een hotel hebt met tweehonderdzesenzeventig plekken en daar zitten ofwel toeristen, die geld uitgeven in de gemeente of daar zitten asielzoekers, dat dat een heel groot verschil is. En als je dat driehonderdvijfenzestig dagen per jaar hebt, nou ja, een
24
bezettingsgraad van een bepaald percentage, ja, dan kom je gewoon op een bedrag wat in de miljoenen loopt. Het is niet voor niks, dat die ondernemers nu ook juridische stappen ook zetten. Het is echt, het is echt niet niks. Dus ook dat is geen fabel. Maar goed, laten, we kunnen altijd nog een keer uitgebreid over praten. Ja, wat ik, waar ik gebleven was. We kunnen in Epe natuurlijk daar niet zo heel veel aan oplossen. We hebben te maken met landelijke regels en internationale verdragen, die wij hier in Epe niet kunnen opzeggen, dus dat is niet anders. Maar wat we wel kunnen doen hier in Epe is ons, ja, binnen de kaders van de wet uiteraard, wel maximaal verzetten. Daarom ook complimenten aan inwoners, die wel de juridische stappen hebben genomen. Soms met succes hè. Bijvoorbeeld bij opvang Hertenkamp zien we daar ook iets over. Dus dat is een manier, om daar iets tegen te doen. Nou goed, dan ga ik concreet nog even naar de motie. Wat Forum voor Democratie betreft, ja, maar iets dat zo ingrijpend is als het inruilen van toerisme voor asielzoekers, dat mag nooit ja, een bevoegdheid zijn van het college. Dat moet echt, het moet echt iets zijn, wat we hier in de raad bespreken en waar we ook hier inderdaad, over beslissen. Dus het consulteren vind ik dan eigenlijk nog een beetje een lichte vorm, want eigenlijk zouden wij daar gewoon de beslissing in moeten nemen.
Nou, goed, even voor wat betreft sommige overwegingen en meningen. Er is wel een hele grote afstand, met wat, hoe wij daarin staan. We vinden het helemaal niet te waarderen, dat het college meewerkt hieraan. Dus ja, ondanks dat het eerst op, het ene verzoek zeg maar, wel een klein stapje in de goede richting natuurlijk is hè, want natuurlijk moeten wij als raad betrokken zijn en geconsulteerd worden. Ja, wordt het voor ons al heel lastig, om het gezien al die overwegingen, zo te steunen. Maar het is goed, dat we daar, dat we erover praten in ieder geval. Dank u wel. De voorzitter: Wie kan ik nog, mevrouw Hendriks, ga uw gang. Mevrouw Hendriks: Ja, voorzitter, dank u wel. Mijnheer Boermans, ook dank voor uw motie. Wij maken er geen geheim van, dat we het altijd prettig vinden, als er moties ingediend worden. Het is goed om een actieve gemeenteraad te hebben, dus dat we onze rol goed kunnen vervullen als gemeenteraad. In de motie wordt de noodopvang en de structurele opvang van asielzoekers, een beetje door elkaar gehaald. En in sommige vallen staat nood ook tussen haakjes. Volgens ons, hebben wij over noodopvang, dus echte noodopvang zoals gebeurd is afgelopen week in het Fletcher hotel in Epe, hebben wij als gemeenteraad volgens mij, geen rol. Een BOPA wordt vastgesteld door het college en niet door de gemeenteraad.
Dus in die zin, nou ja, vraag ik me af, of deze motie, of dat allemaal kan zoals u het op heeft geschreven. Dat wij vooraf kaders kunnen stellen voor noodopvang, omdat wij daar eigenlijk niet over gaan. Maar natuurlijk wel over de structurele opvang van asielzoekers in onze gemeente. En in de motie wordt, roept u op aan het college om kaders te maken. Wij lezen deze motie als een veel bredere vraag, meer nog dan kaders, maar meer een plan maken als gemeente, voor de toekomstige opvang van asielzoekers. Dat is zoals wij hem graag zouden willen lezen en daar willen we graag met u over in gesprek. Wat ons betreft, zou er in die kaders beschreven dienen te worden, dat er een of een nou, dat het een plan is of een visie, hoe we naar een structurele oplossing gaan voor opvang asielzoekers. Zoals u ook in uw motie heeft gezegd, hebben wij een opgave straks, in het kader van de Spreidingswet. Wij zouden heel graag als gemeenteraad ook willen spreken met het college van, hoe gaan we dat dan doen? Ja, welk, we moeten ons niet laten overvallen op het moment, dat dat gebeurt. Dus nou ja, welke oplossingen zijn er, welke mogelijkheden zijn er, hoe zien wij dat als raad, hoe zien de inwoners dat? Nou, zo’n plan zouden wij heel graag willen zien vô5r nou ja, september 2024. Als dat haalbaar is, maar die vraag is aan het college. Op deze manier hebben wij deze motie geïnterpreteerd.
Nou, dan willen we toch nog wel iets zeggen over de noodopvang. Want we hebben in de commissie twee weken geleden of anderhalve week geleden ook aangegeven, dat wij graag een even, nou, er wordt een evaluatie aangegeven of we gaan verlengen. Nou, wij hebben ook aan het college gevraagd, goh, waar zou die evaluatie dan uit moeten bestaan? En op basis waar, zodat we weten op basis waarvan de keuze 25
gemaakt wordt, om de tijdelijke dus de noodopvang in Fletcher te verlengen. Dus daar zouden we toch wel graag, nog een keer over in gesprek willen met elkaar. En het tweede is, dat wij ook heel graag en dat staat ook in uw motie, een perspectief zien, een termijn zien van, goh, is er ook een maximumtermijn, dat we zeggen van goh, dit is daarna, een termijn waarbij we zeggen van nou, laten we de asielzoekers in Fletcher opvangen. En daarna als, in het kader van noodopvang en daarna overgaan naar een meer structurele opvang. Dus dat zijn wel onderdelen, die in uw motie terugkomen. Dus vandaar, dat ik ze nog noem. En tenslotte, en dat is meer een vraag aan het college. Nu ik hier toch sta, wou ik toch nog weer even zwemschool Christien onder de aandacht brengen. Daar hebben we het, anderhalve week geleden hebben we ook vragen over gesteld. Er is nog steeds geen duidelijkheid, of zwemschool Christien kan blijven zwemles geven, in het zwembad van het Fletcher hotel. IK weet, dat de gemeente daar geen rol in speelt, formeel. Maar het zou toch wel heel fijn zijn, als er op korte termijn duidelijkheid kan komen voor de kinderen, die zwemles hebben en die zwemles willen krijgen. Maar dat was eventjes, off topic. Maar ik denk, nu ik hier toch sta en het gaat over het onderwerp, wil ik hem weer onder de aandacht brengen. Dank u wel.
De voorzitter: Wie kan ik nog in de eerste termijn? Mevrouw Tibben. Mevrouw Tibben: Dank u wel, voorzitter. We kennen allemaal de problematiek in ter Apel en we wisten ook, dat wij als gemeente ergens een keer aan de beurt zouden zijn, om asielzoekers te huisvesten. Dus dat is geen verrassing. Toch leek het ons ergens wel even een beetje te verrassen. We merkten in het begin een soort haast wat eigenlijk over ons heen kwam, om dit zo snel mogelijk dan dus wel uiteindelijk uit te gaan rollen. We zijn dan ook blij, dat uiteindelijk door die vergunning dat dat vertraagd is, om ook echt die gesprekken te gaan voeren met omwonenden. Wij zijn het niet volledig eens met de motie zelf, er staan wat dingen in wat soms een beetje suggestief wel over kan komen. Maar we zijn het echter wel eens met het dictum. Wij vertrouwen er volledig op, dat het CDA de zorgplicht voor asielzoekers zelf serieus neemt, maar wij als gemeente hebben die zorgplicht voor onze inwoners en voor ondernemers. Wij vinden dan ook, dat in die kaders ook echt goed die behoefte van onze inwoners en ondernemers geïnventariseerd moet worden. Wat hebben zij nodig, wat komen zij op dit moment tekort, waar zitten hun zorgen? Om dat uiteindelijk in een plan op te nemen, voordat deze termijn van noodopvang eventueel verlengd wordt.
En we zijn dan ook benieuwd, want in deze motie staat september, of dit eventueel v6& het zomerreces gerealiseerd kan worden. De voorzitter: Dank je wel. Mijnheer Boon, voor u de microfoon. De heer Boon: Dank u wel, voorzitter. Even korte reactie op de motie. In eerste instantie zijn we dus ook benieuwd naar de reactie van het college, maar dat zullen we zo meteen horen. Toen wij de motie zagen, toen ja, toen dachten we ook van, ja, toch wel enige sympathie, om het zo te zeggen. Iedereen heeft behoefte aan heldere kaders en dat geldt ook voor dit onderwerp. Dus wat dat betreft, is dat gewoon helemaal prima. De raad consulteren, dat is natuurlijk ook wat ons betreft, wel goed. Alleen, soms dan kun je denken van, ja, moeten wij dan nu dezelfde haast maken, als die het college ook moest maken, omdat er in één keer noodopvang nodig was? Dus misschien zou je ook kunnen zeggen van, ja, de motie is wel, wijst wel de goede richting op, maar is nog niet helemaal gerijpt. Misschien kun je het ook vergelijken met een fles wijn. Je zegt van, nou, hij moet nog even liggen en dan wordt hij waarschijnlijk wel wat beter. Dus ik zou mijn geachte buurman in deze raad, mijn kersverse buurman, de overweging willen meegeven van, misschien is het nog aardig om de motie nog even aan te houden of in te trekken. Of hoe je dat formeel dan ook noemt.
En op enig moment als die nog wat verbeterd is, misschien nog weer hier terug te brengen. Maar dat is zomaar een
26
gedachte, zoals wij erin staan. Nogmaals, wat ik net zei, we zijn ook heel benieuwd naar de reactie van het college en die willen we ook eerst even afwachten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Verder nog iemand in de eerste termijn? Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank u wel, voorzitter. Een tijd geleden kreeg ik van iemand het advies, houd de ogen op de bal, wat er ook gebeurt. Let daarbij, op de inhoud en op het proces. Met dat in het achterhoofd, kijkt de fractie van D66 naar de inhoud van de motie en een proces, dat daarbij is gevolgd. De inhoud. De constateringen, de overwegingen en de meningen lijken geen verband te houden, met het verzoek aan het college. Het zijn nou ja, het wekt in bepaalde gevallen suggesties op. En nou ja, als voorbeeld. De fractie Boermans wil perspectief bieden voor de omgeving en de ondernemers in onze gemeente. En hoewel dat heel begrijpelijk is en misschien ook wel of misschien, perspectief is nodig. Het is voor ons onduidelijk, hoe je dat met een consultatie doet. Zou je dan niet beter een einddatum kunnen bepalen? En daarnaast, hoe ziet de fractie Boermans de kaders over de noodopvang voor zich? Voor zover wij weten, is het een college of misschien zelfs een burgemeesters bevoegdheid. Dan, voorzitter, het proces. Politiek zou verhandelen, is voor de fractie van D66 van essentieel belang.
Daarbij hoort onder meer, dat iedere schijn van belangenverstrengeling voorkomen moet worden. Aangezien de heer Boermans zelf in de directe omgeving van de noodopvang locatie woont, is deze schijn wel zeker aanwezig. Dit maakt, dat wij tegen deze motie stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank je wel. Verder nog iemand in de eerste termijn? Dat is niet het geval. Dan denk ik, dat we eerst even mijnheer Boermans de gelegenheid geven, om te reageren op de vragen die gesteld zijn en daarna de reactie van het college. Mijnheer Boermans. De heer Boermans: Voorzitter, ik zei, het oog op de bal houden is inderdaad het belangrijkste. Laten we dat dan ook vooral doen. Ik ga maar even vanachter, van voor naar achter, want zo heb ik het allemaal genoteerd. Dank overigens iedereen, die deze motie heeft gelezen en heeft gedaan of heeft beoordeeld. Ja, Forum voor Democratie, u feliciteert mij. Ik weet, dat u dat bij iedereen doet, die een motie indient, dus ik plaats hem maar even in dat kader. Ik vind hetgene wat de afgelopen week is gebeurd, persoonlijk geen felicitatie waard. Maar ik geloof ook niet, dat die op die manier bedoeld is. Dus, dat. Mevrouw Baltus van GroenLinks. U vraagt en dat doen meerderen van, hoe zit het nou met de kaders? En waarom heeft u het niet omgedraaid? Ja, dat omdraaien, dat is een hele mooie.
Maar er zijn, de meeste gemeentes waar kaders ook voor noodopvang overigens worden voorgesteld, daar Ik komt het college met een voorstel naar de raad en dan gaat het college daarbij op die manier ben het allerliefste bereid, om het initiatiefvoorstel te maken, geen enkel probleem. Maar, het is op zich de normale weg, de gang, de normale gang van zaken, dat het college met een voorstel komt voor kaders. Dat doen we bij alle consultaties, die we doen. Maar nogmaals, als ik u meekrijg om op die manier een initiatiefvoorstel te maken, vind ik het ook goed. Maar ik hoop ook dat u begrijpt, dat ik met alles wat er is gebeurd, niet in twee dagen tijd, ook nog even een initiatiefvoorstel kon maken. Dit onderwerp, mevrouw Baltus, ligt mij om allerlei redenen zwaar of nader aan het hart. Dat heeft u volgens mij, ook wel gemerkt. Dat is een van de redenen, waarom ik het ontzettend belangrijk vond, juist om hier ook iets over te zeggen vanavond en een motie over in te dienen. Want in mijn optiek, mevrouw Baltus, ligt het primaat over dit soort onderwerpen, behoort bij de raad te liggen. En u weet dat als geen ander. En er zitten nog een aantal in deze zaal, die dat als geen ander weten, dat het primaat op heel veel onderwerpen bij de raad hoort te liggen. Dat wil niet zeggen, dat het college niet snel mag handelen hè. Helemaal prima, heb ik ook in mijn motie aangegeven.
Maar door een raad ook aan de bal te laten zijn en aan zet te laten zijn, neem je ook de verantwoordelijkheid die de raad heeft, serieus. Dat was, wat betreft die opmerking over de kaders, kom ik zo meteen nog even, want ...
27
daar hebben meerdere fracties over gevraagd, om wat voorbeelden te noemen. Dan kom ik bij de fractie van het CDA, als ik de juiste volgorde heb gehanteerd. Ja, u vindt het belangrijk en ik met u, dat wij onze rol goed vervullen. Dat ben ik helemaal met u eens. In het kader van de noodopvang en ik weet, dat ik daar een andere opvatting over heb dan het college. Althans, ik verwacht, dat de burgemeester of de portefeuillehouder moet ik volgens mij, formeel zeggen, in de beantwoording zo meteen, want dat is denk ik, als portefeuillehouder en niet als burgemeester. Maar dat terzijde. Ik verwacht, dat de portefeuillehouder van mening is, dat noodopvang alleen een collegeverantwoordelijkheid is. Maar ik kan u de voorbeelden noemen van gemeentes, die ook voor noodopvang gewoon naar de gemeenteraad gaan. Soms zelfs een extra vergadering roepen, bijzondere raadsvergadering, om met de raad van gedachten te wisselen over de aanpak, over het proces en dergelijke. En dat kan ook snel. Dus nogmaals, het gaat er mij helemaal niet om, dat een, dat het alleen maar over opvang gaat of over, alleen maar over noodopvang. In die zin, kan je dat als beide zien. De voorzitter: Mijnheer Boermans, u krijgt een interruptie van mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks, ga uw gang. Mevrouw Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mijnheer Boermans.
Daar twijfel ik niet aan hoor, dat er andere gemeenten zijn, die op andere manieren werken. Maar u gaf aan, dat er met de raad, dat er met de raad gespard wordt, over kaders wordt gesproken. Maar uiteindelijk ligt het besluit toch bij het college? Of is dat in, bij andere gemeenten wel zo, dat het besluit voor noodopvang bij de gemeenteraad ligt? Het is meer een verhelderende vraag. De voorzitter: Mijnheer Boermans. De heer Boermans: Ja, het besluit voor noodopvang ligt bij gemeentes, ook in die gemeentes. Mevrouw Hendriks: Bij de raad. De heer Boermans: Bij het college. Het college neemt het besluit, om iets toe te staan. Alleen, de gemeenteraad geeft, neemt het besluit over de kaders, dus de voorwaarden waaronder je dat besluit kan nemen. Mevrouw Hendriks: Helder. Ja, dank u wel. De heer Boermans: Zo moet u het zien. Ja. En u had een opmerking gemaakt en ik moet eerlijk zeggen, dat ik hem uit mijn aantekeningen, moet ik he, even proberen terug te halen. Dus vergeef mij, als ik dat, als ik u dan toch nog even vraag, om daar eventueel nog voor terug te komen. U zegt, ons niet laten overvallen. Het laatste wat ik heb gepoogd, is de gemeenteraad op welke wijze dan ook, overvallen met dit onderwerp. Maar ik weet niet, of u het op mij doelde? De voorzitter: Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Nee, ik doel, ik verwees niet naar u.
Maar ik verwees meer naar, ook een klein beetje wat mevrouw Tibben zei van, het voelde alsof we overvallen werden af en toe. Ik denk, als we vooraf kaders hebben, in ieder geval over structurele opvang van asielzoekers, dan hebben we dat gevoel in ieder geval niet meer, dat we overvallen worden. Dus vandaar, sloeg niet op deze motie.
28
De heer Boermans: Dan ben ik het helemaal met u eens. En nou ja, we kunnen in de geschiedenis natuurlijk al helaas al ver terug kijken, dat er al vanuit allerlei gemeentes noodoproepen werden gedaan of worden gedaan, werden en worden, want ze worden nog steeds gedaan, om bij te dragen aan de asielopvang. En laat duidelijk zijn, daar sta ik ook achter, want ik vind dat ook belangrijk dat dat gebeurt. Maar ook dan hoor je de ogen op de bal te houden. Dan ja, voorzitter, nee, deze, die leg ik nog heel eventjes neer, want de SGP-ChristenUnie-fractie had ook nog een paar opmerkingen gemaakt, even los van de persoonlijke opmerking van de heer De Ruiter. Ik denk dat u begrijpt, dat ik daar verder niet op inga voor nu. Is volgens mij, ook niet aan de orde. Ik respecteer uw standpunt hierin zeer. Mijnheer Boon, u heeft het al, u vindt het een sympathieke motie. En vaak, als iemand op die wijze begint, dan begint mijn politieke hart een beetje, nou ja, ik zal niet zeggen te draaien, maar wel voor nou, dan weet ik al waar het naartoe gaat. U gaf ook aan van, ja, er wordt haast gemaakt. Nou, ook hierin is het niet zozeer, dat ik de haast heb gemaakt.
Alleen, er is een besluit genomen door een college en ik vind het van belang, dat we als gemeenteraad in die zin aan de bal kunnen zijn, om ook te kunnen zeggen van, wacht eventjes, als die noodopvang er is voor een periode, dat we ook kunnen zeggen onder welke voorwaarden, die dan wel of niet verlengd kan worden, als die überhaupt verlengd gaat worden. Daar zat voor mij de haast in. Het andere deel ging inderdaad van, op de langere termijn zou je kaders moeten hebben. Want die kan je niet in een dag klaar hebben. Althans, kan wel, maar dan moet ik even copy paste doen van een andere gemeente. Ja, en de fles wijn. Ik ben gek op wijn, u weet dat volgens mij. Volgens mij, is dat een andere gemeenschappelijke passie, die wij kunnen hebben. Maar in dit geval, vond ik het belangrijk om deze ook te ontkurken. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Boon. De heer Boon: Ja, voorzitter, dat kan kort. Maar ik vroeg me even af van, ja, je hebt natuurlijk dat spreekwoord van, haastige spoed is zelden goed. En ja, u hebt die motie ook met een bepaalde, met een bepaald tempo in elkaar moeten zetten. Sommige fracties hebben aangegeven, ja, bepaalde punten zou die misschien nog wat verbeterd kunnen worden. Dus misschien is dan de suggestie die ik deed, toch nog wel aardig om daar even naar te kijken. Maar dat is uiteraard uw eigen afweging.
En we horen natuurlijk ook de reactie van het college. Maar dus, soms als je iets meer tijd neemt, kan het ook aan kwaliteit winnen. Dat wilde ik eigenlijk daarmee zeggen. Dus dat nog even als aanvulling, voorzitter. De voorzitter: Heer Boermans, ga uw gang. De heer Boermans: Ja, dank, dank u wel voor uw aanvulling. U, ik denk, dat u begrijpt, dat ik het vaak met u eens kan zijn, maar op uw laatste opmerking daar net iets anders tegenaan kijk. En dat ik inderdaad in dit geval, wel van belang, van belang vind, dat er vanavond een besluit wordt gemaakt door de gemeenteraad, over hoe we hier verder mee gaan. En laat duidelijk zijn, als we het hebben over de kaders, is dat natuurlijk niet iets, die we vanavond vaststellen. Want we vragen het verzoek aan, via de motie aan het college, om daar een voorzet te doen, toe te doen. Dan kom ik bij de WD fractie. U geeft aan, dat u of dat, we zijn ook overvallen. Ik denk, iedereen. Het college is zelf ook overvallen, u geeft dat ook terecht aan. Dat klopt. U geeft ook aan, dat er goede gesprekken zijn met de omgeving. Nou, we hebben net van de D66-fractie al gehoord, dat ik de omgeving ben. Ik hoor er ook andere geluiden over. Maar ik wil elk, eerlijk gezegd, helemaal niet in die discussie treden. Ik vind het het meest belangrijke, dat er dingen beter gaan plaatsvinden, dan zijn gebeurd. Verder, stelt u ook één vraag aan mij.
Dat in september, is dat niet wat laat? Als u de motie goed leest, staat daar v6ôr september. En v66r, is alles vanaf vandaag tot september. Dus wat mij betreft, graag eerder. Maar ik dacht, laat ik naar het college toe ook in die zin, de gelegenheid ge... ruimhartig zijn en daar ook de tijd voor te kunnen nemen. Maar dat is aan de reactie zo meteen van het college. Dus in die 29
zin, is dat daarin opgenomen. Ja, voorzitter, de D66-fractie heeft het over, politiek zuiver houden. Ik vind dat hele zware worden eerlijk gezegd, die hier zo worden uitgesproken. Ik ben haast geneigd, om daar van alles over te gaan zeggen. Maar ik denk, dat het verstandig is, om dat maar bij de woorden van de D66-fractie te houden in Epe. Ik heb als een D66-lid een heel andere mening, dat Want als ik hier beticht word, dat ik hier iets politiek niet zuiver hou, dan vind ik dat heel erg fout. Sterker nog, ook de heer Van den Berg heeft aangegeven namens de D66-fractie, dat hij het prima vond, dat ik die vraag indiende, stelde. Dus ik vind, dat over politiek zuiver houden een totaal ongepaste opmerking. Tot zover, volgens mij, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw toelichting, de heer Boermans. Dan gaan we nu over naar de beantwoording van het college. Heer Horn, ga uw gang. De heer Horn: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen, met dat ik namens de college zeg, dat het goed is dat de gemeenteraad hierover spreekt. Want het is natuurlijk een maatschappelijk zwaar onderwerp en dat is typisch iets, wat hier in de gemeenteraad met elkaar gedeeld moet worden. Dus laat ik daar vooral mee beginnen. Ik probeer een paar dingen te schetsen en hoop daarmee ook een paar vragen te beantwoorden. En nou, ik ga kijk... aan het einde even kijken, of ik alle vragen dan ook heb meegenomen.
Verrassing, ja. Ja en nee. Daar kun je natuurlijk heel helder in zijn, want iedereen die natuurlijk de televisie, het Journaal kijkt of de krant openslaat, weet natuurlijk, dat er een opvangcrisis is in Nederland. Dus weet, dat er mensen opgevangen moet worden, maar dat er te weinig plaatsen zijn. Dus, daar spreek ik ook regelmatig over, ook in het, ook met de regio. In het kader van de Provinciale Regietafel, het is de voortafel van de Provinciale Regietafel, moet ik dan zeggen. Dus is de verrassing, dat er een crisis is en dat er een opvanglocatie ook hier in Epe zou komen? Nee. Maar we hebben het hier over een noodopvang en een noodopvang is iets, waar het CDA verantwoordelijk voor is. En dat dus ook in dit geval gebeurt. Het CDA heeft met Fletcher, ieder geval dit Fletcher hotel in Epe, een overeenkomst gesloten, een afspraak gemaakt, om daar gebruik te maken voor asielzoekers, opvang ervan, maximaal honderdtweeënzeventig of sorry, ik zeg het verkeerd, tweehonderdzesenzeventig gedurende een halfjaar. Dus die vraag, die of die verrassing kwam er vanuit het feit, dat wij op vrijdag 1 maart, ik heb het u eerder geschreven, vrijdag 1 maart laat op de middag vanuit de commissaris van de Koning, die als Rijksheer hier een coördinerende taak in heeft, die vraag aan ons gesteld is. Aan mij, via de burgemeester gesteld is aan het college, om medewerking te verlenen aan.
En wel zodanig, dat er zo snel mogelijk een noodopvang zou konden worden geregeld. De eerste inzet van het CDA was, dat het op 8 maart open zou moeten gaan, een week later dan het bericht, dat wij gekregen hebben. Daar kunnen we alles van vinden, maar dat is typisch wel een karakteristiek van noodopvang. En we weten allemaal, dat als noodopvang, als er niet voldoende noodopvang is, dan wordt er gebruik gemaakt van crisis noodopvang. Dat betekent, dat er gewoon bussen gaan rijden naar verschillende plekken in Nederland. En dat wij bijvoorbeeld, de PWA Hal hadden moeten ontruimen en daar veldbedjes hadden neer moeten zetten, om daar een week lang mensen daar te laten verblijven. Dat is geen humane oplossing, dat is ook niet, wat het college voorstaat. Dus toen die vraag werd gesteld, of wij daar medewerking aan konden verlenen op vrijdag 1 maart laat, hebben wij snel gehandeld door maandag meteen alle informatie te verzamelen, die daarvoor nodig was. Het verzoek van de commissaris van de Koning was een kort mailtje. Nadat we alle informatie hadden verzameld, hebben wij, op dinsdag hebben wij een eerste zeg maar even mondeling, besluit genomen om medewerking te verlenen, Ik heb ook u, de meesten, of één heb ik niet kunnen bereiken, maar alle fractievoorzitters ook diezelfde middag gebeld.
Dmdat wij afgesproken hadden, dat als er zoiets zich zou voordoen, dat we dan ook iedereen daar meteen de mededeling ook zo over zouden geven. Toen heb ik ook gemeld, wat de volgende stappen zouden zijn. Inclusief, dat op woensdag de brieven naar in de buurt zouden worden verspreid. Dat op donderdag we een besloten 30
raadsinformatiesessie zouden hebben, om de raad de gelegenheid te geven om alle vragen te stellen aan het college, maar ook aan CDA, die aanwezig was. Dat op vrijdag of op maandag, wij hadden het liever op vrijdag gewild, maar CDA kon niet zo snel leveren. Maar op maandag erop, dat we dan ook een inloopavond zouden organiseren. Een informatiemarkt, of welke term u daar ook voor wil gebruiken. En dat is ook zo gebeurd. Dat zegt ook precies waar het over gaat, het ging over noodopvang. Dat uiteindelijk wij ook na inwinning van nog additioneel advies, besloten hebben om toch de voorwaarden aan te sterken, aan te ver.., sterker te maken door te eisen, dat eerst de vergunning verleend zou worden, dat heeft CDA ons niet in dank afgenomen. Dat begrijpt u en hen alleen maar in nog meer problemen gebracht, om alle mensen te huisvesten. Maar goed, wij vonden het toch nodig, om dat traject netjes af te wandelen? Er zijn ook gemeenten en burgemeesters geweest, colleges geweest, die daar op een andere manier mee om zijn gegaan. Maar wij hebben dat uiteindelijk toch zo besloten. Dat heeft ons enige rust gegeven om de stappen te zetten, die we gezet hebben en de tijdelijke omgevingsvergunning ook netjes af te ronden en te verlenen. Een tijdelijke omgevingsvergunning is bevoegdheid van het college.
Dat is ook datgene, wat wij ook in de antwoorden van, die door de heer Boermans zijn gesteld ook en vandaag aan u zijn, de antwoorden zijn vandaag aan u toegezonden, ook uitgebreid hebben toegelicht. Dat is, een tijdelijke omgevingsvergunning, bevoegdheid college. Dat, gecombineerd met het feit, dat we noodopvang hebben moeten organiseren of niet, wij niet, CDA wil dat organiseren in het Fletcher hotel. Daarvoor is die snelheid ook van belang geweest. Willen we daarom niet of kunnen we daarom niet verder in gesprek met inwoners? Jazeker. Er staat ook binnenkort een gesprek gepland met de omwonenden, los van het feit, dat er ook een omwonendenoverleg plaatsvindt. Dat zijn twee losse dingen. Want ik vind, dat wij als het college het gesprek moeten voeren over het proces, wat tot nu toe gelopen is. Maar uiteindelijk gaan we in een omwonendenoverleg en ik weet, dat er al heel veel mensen zich opgegeven hebben, dus we gaan even kijken, hoe we dat het beste gaan doen. Maar dat is dat omwonendenoverleg, waar niet alleen het gemeente aanwezig is, maar ook CDA, politie. Nou, alle mensen en alle instanties, die nodig zijn om het beeld op te halen van, hoe loopt het, waar zijn eventueel problemen op te lossen.
Nou, gewoon alles wat mensen ook kwijt willen aan ons, om gezamenlijk te kijken hoe wij ook, de leefomgeving van de mensen die daar wonen, om die niet negatief te laten beïnvloeden door de noodopvang. Hetzelfde geldt voor ondernemers. Dus wij hebben, ook ik heb samen met de wethouder van Economische Zaken met de Dndernemersvereniging Epe gesproken en de horeca. Dok met hen, natuurlijk geconcludeerd, dat dit ook een effect kan hebben op het toeristisch profiel. Op, tenminste, ook met, op hun nou, op hun omzet. Maar daar hebben we al vrij snel geconcludeerd, dat nadat ze vele vragen hebben gesteld, maar dat we ook gegeven de situatie, dat we ook gewoon verder moeten. Dat we ook moeten zorgen, dat we juist ten positieve keren en niet ten negatieve. Want we kunnen elke keer blijven zeggen, dat het een groot probleem is en dat er miljoenen worden, kwijt raken in de zin van de omzet. Maar dat is een selffulfilling prophecy, ga ik u verzekeren. Als wij gaan zeggen, dat het hier allemaal, dat het niet meer leuk is in Epe om hier als toerist te komen, dan weten we zeker dat dat aan de orde is. Dat waren ze met ons eens. Tenminste, ze concludeerden dat zelf ook.
Dat is ook de reden, waarom we met hen het gesprek verder voeren over, hoe kunnen we dat ondanks of misschien wel dankzij, toch zorgen, dat wij hier het toeristische profiel hoog houden en de omzet van iedereen, ook op peil weten te houden. Dus dat gesprek gaat zeker verder gevoerd worden. Ik wacht even, voorzitter. De voorzitter: Heer Vermaas met een interruptie. Ga uw gang. De heer Vermaas: Ja, voorzitter, Ik vind het toch wel eerlijk gezegd, wel een hele vreemde opmerking van, selifulfilling prophecy. Het feit is toch gewoon, dat een hotel met tweehonderdzesenzeventig plaatsen is, als je dat gaat gebruiken voor iets anders dan toerisme, dan is, die plek is er niet meer. 31
Dus die tweehonderdzesenzeventig mensen, die kunnen daar toch niet komen? Dat is toch logisch, dat dat geld scheelt. Dat gaat toch niet, omdat die mensen er zitten. Tuurlijk, dat kan ook een reden zijn, dat er mensen zijn uit het land, die denken, oh, nou, die gemeente wil ik niet meer, want daar zijn asielzoekers. Dat zou kunnen, maar dat is, dat staat er los van. Alleen al direct, die tweehonderdzesenzeventig plekken, dat is toch, dat is toch gewoon een verschil? De voorzitter: Heer Horn, ga uw gang. De heer Horn: Dank u, voorzitter. Ja, zeker is dat een verschil, maar we moeten het ook relativeren. Dat heeft ook de wethouder van Economische Zaken en Toerisme ook uitgelegd. Het gaat maar om een beperkt aantal van de totale overnachtingen hier in de gemeente. En dan moeten we ook nog rekenschap geven van het feit, dat er ook veel zakelijke overnachtingen zijn. Dat zijn niet de mensen, die hier net zoals de andere toeristen veel geld uitgeven. Want die zitten daarvoor een cursus, voor een nacht, krijgen een lunch en een ontbijt. In de goede volgorde, een ontbijt en een avondeten en vertrekken dan weer. Dat ontkennen wij ook niet, dat daar natuurlijk wel een effect van kan uitgaan. Alleen, wij zeggen, dat als wij nou met zijn allen en dat zegt gelukkig ook de toeristische sector zelf, met name de ondernemers en de horeca.
Als wij nou met zijn allen gaan zeggen, dat het niet meer leuk is om hier in Epe te komen, dan komen we er nog minder mensen. Dan blijven echt de mensen weg, waar wel aan verdiend wordt. Dus dat het een effect zal hebben, maar we moeten het wel relativeren. En we moeten het niet groter maken dan het is. Dat was mijn opmerking. Dank u, voorzitter. De voorzitter: De heer Vermaas, ga uw gang. De heer Vermaas: Ja, voorzitter. Helemaal mee eens, dat we het leuk moeten houden in Epe. Maar goed, grote problemen zijn soms gewoon groot en niet groter maken, dan het is. Ja, dit is ook echt wel een heel groot iets hè, voor al die mensen daar, voor die ondernemers. Dus wij maken ons er echt zorgen om. De voorzitter: De heer Horn, gaat u verder. De heer Horn: Dank, voorzitter. Het gesprek met de inwoners en de omwonenden en de ondernemers en de horeca gaat gewoon voort. En we proberen daar met zijn allen, het beste van te maken. Wat nogmaals, de noodopvang is er niet voor niets, dat is om mensen op een humane manier op te vangen. En nou, dat is een situatie, die in heel Nederland aan de orde is. Dan ga ik toch even naar het dictum van de motie. Ik zal niet te veel zeggen over de constateringen en de overwegingen, want er zitten een aantal dingen bij, die wij zonder meer kunnen onderschrijven.