200569.01 ROB Hoofdstraat 117 Epe 22 mei 2023
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Epe, Hoofdstraat 117
Gemeente Epe Datum: 22 mei 2023 Projectnummer: 200569.01
INHOUD 1
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging en begrenzing van het besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 7 8
2
Het project
9
2.1 2.2
Huidige situatie Toekomstige situatie
9 10
3
Beleid en regelgeving
15
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
15 16 19 22
4
Haalbaarheid van het project
23
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Milieueffectrapportage Geluid Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Bodem Natuur Water Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren
23 27 27 30 33 36 36 38 41 46 47
5
Uitvoerbaarheid
52
5.1 5.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52 52
6
Conclusie
53
3
Bijlagen − − − − − − − − − − − − − −
Bijlage 1: Toets ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Onderzoek naar de geluidwering van de gevels Bijlage 6: Quickscan natuur Bijlage 7: Nader soortenonderzoek Bijlage 8: Provinciale ontheffing Wet natuurbescherming Bijlage 9: Stikstofberekening Bijlage 10: Digitale watertoets Bijlage 11: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 12: Archeologisch verkennend booronderzoek Bijlage 13: Archeologisch Programma van Eisen Bijlage 14: Participatieplan
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de Hoofdstraat 117 te Epe bevinden zich een winkelruimte en woning. Het voornemen bestaat om deze locatie te herontwikkelen tot 22 appartementen en 98 m2 winkelruimte. Het plan valt binnen het bestemmingsplan ‘Centrum Epe’ op grond waarvan een bestemming ‘Detailhandel’ voor de locatie geldt. De voorgestelde herontwikkeling naar appartementen en detailhandel past niet binnen deze bestemming. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om, ondanks de strijdigheid met het bestemmingsplan, toch een omgevingsvergunning te verlenen voor de ontwikkeling. In artikel 2.12 onder lid 1 wordt omschreven dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De gemeente is bereid om in principe medewerking te verlenen aan een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure ter afwijking van het bestemmingsplan om het initiatief mogelijk te maken. Verlening van de vergunning is slechts mogelijk indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Om aan te kunnen tonen dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld.
Deze ruimtelijke onderbouwing heeft als doel om het voorliggende initiatief inzichtelijk te maken, aan te tonen dat deze aansluit bij de huidige beleidskaders en om de ruimtelijke en maatschappelijke haalbaarheid te onderbouwen.
1.2
Ligging en begrenzing van het besluitgebied Het besluitgebied is gelegen op de gronden aan de Hoofdstraat 117 te Epe, in het centrum van de kern Epe. Op de locatie bevindt zich een verouderd pand dat voorheen een boekhandel huisvestte en een woning. Het besluitgebied wordt begrenst door de Gildenweg aan de zuidzijde, de Hoofdstraat aan de westzijde, het Gruttersplein aan de oostzijde en detailhandel en appartementen aan de noordzijde. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het besluitgebied te zien.
5
Topografische kaart met globale ligging besluitgebied (rode cirkel) (Bron: PDOK Viewer).
Luchtfoto met globale aanduiding besluitgebied (in rood) bij benadering (Bron: PDOK Viewer).
6
1.3
Vigerend bestemmingsplan Voor het besluitgebied geldt het bestemmingsplan ‘Centrum Epe’. Dit bestemmingsplan is op 20 juni 2013 door de gemeenteraad van Epe vastgesteld. Het besluitgebied heeft hierin de bestemming ‘Detailhandel’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 1’. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan. De rode contour geeft globaal aan waarbinnen het besluitgebied is gelegen.
Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale aanduiding besluitgebied (rood) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
De gronden aangewezen voor ‘Detailhandel’ zijn bestemd voor: − dienstverlening op de begane grond, tussenvloer, souterrain of in kelder; − wonen op de eerste verdieping of daarboven, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, beperkt tot het bestaande aantal woningen; − zakelijke en maatschappelijke dienstverlening, uitsluitend op de bestaande locatie; met daarbij behorende: − gebouwen; − bouwwerken, geen gebouw zijnde; − werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen. Gebouwen moeten binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. Ter plaatse van het besluitgebied is een bouwvlak opgenomen. Er geldt een maximum bouwhoogte van 9 meter en een maximum goothoogte van 7 meter.
7
De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Op deze gronden geldt een onderzoeksplicht wanneer bouwwerken worden gerealiseerd die groter dan 100 m² en dieper dan 30 centimeter zijn. 22 woningen (appartementen) passen niet binnen de gebruiksmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast passen de afmetingen van het gewenste appartementengebouw niet binnen de geboden bouwmogelijkheden. Het is daarom noodzakelijk om van het bestemmingsplan af te wijken.
1.4
Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en toekomstige situatie van het besluitgebied. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het project moet voldoen. Hoofdstuk 4 bespreekt de haalbaarheid voor wat betreft de omgevings- en milieuaspecten. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid komen aan bod in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 volgt tot slot de eindconclusie.
8
2
Het project
2.1
Huidige situatie Epe Centraal in Epe staat de dorpskerk uit de 15e eeuw, op het kruispunt van de Hoofdstraat, Stationsstraat en Beekstraat. Langs deze wegen ontstond het centrum van Epe. In eerste instantie was er vooral lintbebouwing. De bebouwing is overwegend kleinschalig. In de loop der jaren zijn op veel plekken inbreidingen gerealiseerd. Eerst werd er vooral gewoond in het centrum, later ligt de nadruk vooral op ambachten en detailhandel. Omgeving Het besluitgebied is gelegen aan de Hoofdstraat 117 in het centrum van Epe. Langs de Hoofdstraat bestaat de bebouwing hoofdzakelijk uit twee bouwlagen met kap. Deze bestaat voornamelijk uit winkelruimtes op de begane grond en woonruimte op de verdieping. Ten zuiden van het besluitgebied ligt het Gruttersplein. Aldaar is de verdeling aan functies vergelijkbaar aan de Hoofdstraat, maar hier bestaat de bebouwing hoofdzakelijk uit 3 bouwlagen. Het Gruttersplein vormt de verbinding tussen het winkelcentrum ‘de Veluwe Poort’ en de Hoofdstraat. De omgeving van het besluitgebied is hierdoor levendig met gemengde functies. Direct ten noorden van het besluitgebied zijn een bloemist, een telefoonwinkel en woningen aanwezig. Het besluitgebied In het besluitgebied zijn een winkelpand en woning met bijgebouwen aanwezig. In het winkelpand bevond zich tot 2019 op de begane grond een boekhandel.
Nadat het pand tijdelijk leeg heeft gestaan, werd tot in het voorjaar 2022 een tijdelijke invulling gevonden met een etalage van een schildersbedrijf. De woning wordt sinds het vertrek van de boekhandel antikraak bewoond. Het besluitgebied is momenteel volledig verhard. De huidige situatie typeert zich door een stenig karakter. Op onderstaande afbeeldingen wordt de huidige situatie weergegeven.
9
Impressie huidige situatie besluitgebied – vanuit het zuiden (Gildenweg) Bron: Google Maps
Impressie huidige situatie besluitgebied – vanuit het westen (Hoofdstraat) Bron: Google Maps
2.2
Toekomstige situatie Planbeschrijving De aanwezige bebouwing in het besluitgebied wordt geheel gesloopt. Op de vrijgekomen gronden wordt een woongebouw gerealiseerd, met op de begane grond een winkelruimte van 98 m2. In de volgende afbeeldingen zijn een inrichtingstekening en twee impressies van de toekomstige situatie weergegeven.
10
Impressie toekomstige situatie
Impressie gevels vanaf de Hoofdstraat en de oostzijde (bron: Architectenbureau van Erken Calandt
11
Impressie toekomstige inrichting besluitgebied
Stedenbouwkundige setting Het nieuwe appartementengebouw bevat 22 appartementen en wordt ontsloten vanaf de Hoofdstraat door middel van een kenmerkende hoofdentree naar de appartementen en een inrit naar de parkeerkelder. Op de hoek Hoofdstraat/Gruttersplein is een winkelruimte beoogd van 98 m2. Wanneer er bij startbouw geen huurders zijn voor de winkelruimte, kunnen hierin twee appartementen gerealiseerd worden. De vormgeving van het bouwplan is geïnspireerd op de kenmerkende panden aan de Hoofdstraat en het Gruttersplein. De appartementen vormen een welkome begrenzing van het nu ondergewaardeerde Gruttersplein. Daarmee schikken de appartementen zich goed in haar omgeving. Het wordt door de bebouwing een echt plein. Het gebouw bestaat uit 3 lagen en heeft een maximale bouwhoogte van circa 9 meter. De hoek Hoofdstraat/Gruttersplein wordt gemarkeerd met verhoogde bouwlagen ten opzichte van de rest van het gebouw, waardoor de bouwhoogte hier circa 10 m bedraagt. Het ensemble krijgt verschillende daktypologieën. Langs het grootste deel van het Gruttersplein en op de hoek krijgt de bebouwing een plat dak. Om de overgang naar andere gebouwen te accentueren, krijgt de bebouwing aan de Hoofdstraat een kap met een goothoogte van circa 6,5 m. De indeling van de appartementen is gericht op wonen aan de Hoofdstraat en het Gruttersplein. De slaapkamers bevinden zich aan de achterzijde.
Het hoogteverschil tussen de lager gelegen Hoofdstraat en het Gruttersplein biedt de mogelijkheid de appartementen deels op te tillen. Hier wordt een groene aansluiting gemaakt met het plein. Het wonen met balkons op het zuiden aan het Gruttersplein biedt woonkwaliteit. De materialen zijn divers om voor afwisseling te zorgen. De gevels bestaan grotendeels uit rode bakstenen. Op de hoek zijn deze zandkleurig, zodat deze wordt bena-
12
drukt. Balkons en relingen hebben donkere tinten. De voetgangersentrée aan de Hoofdstraat krijgt ongeveer twee bouwlagen van glas om de ingang te markeren. De daken zijn voorzien van zinkmaterialen. In het besluitgebied wordt een ondergrondse parkeergarage met 25 parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze parkeergarage wordt ontsloten vanaf de Hoofdstraat. De ingang van deze parkeergarage bevindt zich op trottoirniveau. Om het in en uitrijden van de kelder te optimaliseren zal de nabije boom met groenperk worden verplaatst. Dit gaat niet ten koste van de aanwezige parkeerplaatsen. Met circa 11,35 meter is er voldoende ruimte om hier met twee voertuigen te kunnen blijven parkeren. Doordat het parkeren ondergronds wordt opgelost, kan het gehele terrein rondom het appartementengebouw groen worden ingericht. In de huidige situatie is het hele perceel verhard. In de toekomstige situatie wordt een gemeenschappelijke groene binnentuin ingericht. Dit betekent dat op het terrein in zijn geheel meer groen gerealiseerd. Aangezien in de omgeving van het besluitgebied zowel woningen voorkomen als detailhandel, sluit de ontwikkeling van een appartementengebouw met winkelruimte ook functioneel aan bij haar omgeving. Functioneel programma In het appartementengebouw worden 22 koopwoningen gerealiseerd.
Het programma bestaat uit twee- en driekamerappartementen, waarvan: − 6 in de categorie goedkope koop; − 5 in de categorie middeldure koop, en; − 11 in de categorie dure koop. Een winkelruimte van 98 m2 vult bovenstaand programma aan. Wanneer er voor de start van de bouw geen huurder(s) voor de winkelruimte zijn gevonden, dan kan deze worden ingeruild voor twee extra appartementen.
13
Maatschappelijke meerwaarde en duurzaamheid Het project beschikt over een aantal kwaliteiten die een meerwaarde leveren voor de (directe) omgeving: − het project geeft een impuls aan de omgeving en de bewoners zorgen met hun aanwezigheid voor een levendige woonomgeving. Dit is ook in het kader van de sociale veiligheid van belang; − de woningen zijn zeer geschikt voor starters, senioren en minder validen; − door het bouwen van nieuwe woningen kunnen inwoners wooncarrière maken. Door te verhuizen komt er doorstroming op gang en volgt er een impuls in de woningmarkt; − er zullen diverse duurzaamheidsprincipes worden toegepast bij het project, onder meer wat betreft het materiaalgebruik, energiegebruik en de behandeling van regenwater. Er zal worden voldaan aan de GPR-gebouw score die de gemeente hanteert; − parkeren vindt in de toekomstige situatie ondergronds plaats. De omgeving van de bebouwing kan hierdoor groen worden ingericht; − regenwater wordt geïnfiltreerd op eigen terrein door middel van infiltratiekratten. Dit is positief voor de waterhuishouding en vermindering van de opwarming van de omgeving.
14
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) & Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, wordt bij het NNN en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in ruimtelijke plannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.
Toetsing Onderhavig project ziet op de realisatie van 22 woningen (appartementen) en een winkelruimte van 98 m2 in het besluitgebied. Het voorgenomen project raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het rijksbeleid.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.
15
Toetsing Onderhavig project ziet op de realisatie van 22 woningen (appartementen) en een winkelruimte van 98 m2 in het besluitgebied. Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Bij elke stedelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro de ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Aangezien voorliggend project met in totaal maximaal 24 appartementen in een ontwikkeling van meer dan 12 woningen voorziet, zal onder meer moeten worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte aan de woningen. Daarom is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen 1, welke als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. In deze toets wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte en binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Daarmee wordt de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking. De realisatie van 98 m2 aan winkelruimte wordt niet beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In 2014 liet een uitspraak van de Raad van Staat zien dat detailhandel van 400 m2 geen stedelijke ontwikkeling is 2. Het project beoogt een kleinere winkeloppervlakte dan 400 m2. Bovendien ziet het project op de sloop van een bestaande winkelruimte, waardoor er per saldo sprake is van een afname van oppervlakte ten behoeve van winkelruimte.
Daarmee is het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking niet vereist voor de winkelfunctie. Conclusie Voorgenomen project is niet in strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. De provincie Gelderland zet een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. − Gezond en veilig. Dat betekent een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat betekent daarnaast voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat houdt in aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat betekent een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functione1
Toets ladder voor duurzame verstedelijking Hoofdstraat 117 te Epe, SAB, projectnummer 2005696.01, 18 mei 2022.
z
ABRvS 3 december 2014; ECLI:NL:RVS:2014:4409: ECLI:NL:RVS:2014:4409, Raad
van State, 201402314/1/R1 (rechtspraak.nl) 16
rende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat houdt ook in: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En tevens betreft dit het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. − Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Onderhavig project ziet op de realisatie van 22 woningen (appartementen) en een winkelruimte van 98 m2 in het besluitgebied. Het project is niet strijdig met de provinciale omgevingsvisie en -verordening. Het project betreft een herontwikkelingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied. Wat betreft locaties binnen bestaand stedelijk gebied geven de omgevingsvisie en -verordening veel beleidsruimte. Verder strookt het project met de in de Omgevingsvisie geformuleerde ambities om de aantrekkelijkheid van de woon- en leefomgeving op duurzame wijze te versterken. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig Onderhavig project voorziet in de realisatie van appartementen, waarbij diverse duurzaamheidsmaatregelen worden toegepast.
Op deze wijze is er aandacht voor het niet toebrengen van schade aan het milieu, hetgeen vervolgens zorgt voor een gezondere leefomgeving.
17
Schoon en welvarend Onderhavig project, welke voorziet in de realisatie van appartementen en een winkelruimte, heeft als doel om het woon- en leefklimaat in Epe te versterken. Tevens worden diverse duurzaamheidsmaatregelen toegepast, waardoor schadelijke uitstoot wordt voorkomen middels de toepassing van alternatieve vormen van energie. Conclusie Het voorgenomen project is niet in strijd met het provinciale beleid. 3.2.2
Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: − Past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: − Hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Elke ruimtelijke ontwikkeling dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen de locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
De Gelderse ladder is daarentegen wel opgenomen in de Omgevingsvisie en biedt op enkele aspecten een aanvulling op de rijksladder. Eén van de aanvullende speerpunten betreft het prioriteren van hergebruik, transformatie en revitalisering van de bestaande voorraad aan gebouwen boven het benutten van nog open plekken in stedelijk gebied. Toetsing Ten aanzien van de rijksladder geeft de provincie Gelderland met haar Gelderse ladder extra richting op het gebied van duurzaam ruimtegebruik. Daarbij vraagt de provincie om extra aandacht voor het toevoegen van kwaliteit aan de leefomgeving. De provincie acht het van belang dat er een goede match ontstaat tussen de kwaliteiten van het ruimtelijk initiatief en de kwaliteiten van de locatie en het omliggende gebied. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt past de ontwikkeling van het appartementengebouw qua aard en schaal binnen de kenmerken en karakteristieken van het straatbeeld van de Hoofdstraat te Epe. Verder is de vormgeving van de appartementen gebaseerd op strakke en rechte lijnen zoals op het Gruttersplein voorkomt. De bouwhoogte sluit goed aan bij de appartementencomplexen langs dit plein. Daarmee schikken de appartementen zich goed in haar omgeving. Het project komt de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving daarmee ten goede, mede gelet op het feit dat een pand
18
dat in onbruik is geraakt zal verdwijnen uit het straatbeeld. Bovendien wordt een groene binnentuin gerealiseerd. Op de daken van de bergingen komt mos sedum dakbedekking, wat vanuit het oogpunt van het vasthouden van water en het voorkomen van hittestress gunstiger is. Naast het feit dat het project bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse, voorziet de voorgenomen ontwikkeling in duurzaam ruimtegebruik. Een pand dat in onbruik is geraakt wordt gesloopt en hier komen appartementen voor terug, waarvoor geldt dat de vraag naar de appartementen reeds is aangetoond. Zodoende komt het project ten goede aan het hergebruik van de beoogde locatie, overeenkomstig de aanvullende speerpunten uit de Gelderse ladder, betreft het prioriteren van hergebruik, transformatie en revitalisering van de bestaande voorraad aan gebouwen boven het benutten van nog open plekken in stedelijk gebied. Daarmee wordt gesteld dat onderhavige ontwikkeling past binnen de doeleinden van de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik en het toevoegen van extra kwaliteit aan het gebied. Conclusie Voorgenomen project is niet in strijd met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Epe Op 9 december 2021 is door de gemeente Epe een omgevingsvisie vastgesteld. In deze omgevingsvisie zijn de ambities van de gemeente bepaald voor het behouden en versterken van de identiteit. De thema’s zijn georganiseerd per deelgebied. Het besluitgebied is in het deelgebied ‘Epe’ gesitueerd. Er zijn vier opgaven voor het hele gemeentelijke grondgebied: 1 Duurzame toekomst; 2 Gezondheid, zorg en welzijn; 3 Goed wonen; 4 Ondernemen. Deze thema’s zijn aangevuld met een specifiek thema voor het deelgebied ‘Epe’: verbinding met waardevolle leefomgeving’. De opgaven zijn vervolgens onderverdeeld in doelstellingen per thema’s. In de kern Epe worden voor alle doelgroepen woningen gebouwd en ingezet op nieuwe woontypologieën. Bij nieuwbouw wordt ook ingezet op klimaatbestendigheid, groen (bomenstructuur en een groene ondergrond) en blauw (ruimte voor water). Daarnaast wordt gestreefd naar een vitaal compact centrum met focus op horeca en detailhandel. Het doel is het behoud van een sterke centrumfunctie van Epe en de profilering ervan. Voor nieuwe commerciële voorzieningen wordt een plek gezocht in het centrumgebied.
19
Toetsing Voorliggend project sluit aan op de opgaven en doelstellingen uit de Omgevingsvisie. De appartementen voorkomen leegstand in de binnenstad. De levensloopbestendigheid van de woningen zorgt voor een duurzame toekomst van het plangebied. Door de realisatie van woningen in uiteenlopende categorieën (duur, middelduur en goedkoop), wordt de ontwikkeling zowel voor starters als senioren aantrekkelijk. Verder wordt ingezet op het aspect ‘groen’. Het perceel is momenteel geheel verhard, zonder ruimte voor groene elementen en waterberging. De initiatiefnemer hecht belang aan een gemeenschappelijk(e) binnentuin. Dit voornemen zorgt voor een klimaatbestendiger perceel. Daarnaast voorziet het plan in een winkelruimte. Dit kan helpen om de centrumfunctie te versterken. Tot slot zal het besluitgebed efficiënter gebruikt worden dan de huidige situatie. Het project zorgt voor een verdichting van het centrumgebied, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan een vitaal compact centrum.
3.3.2
Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 De gemeenteraad van Epe heeft op 20 juni 2019 de Woonagenda 2019-2023 MIJN THUIS vastgesteld. De woonagenda is een herijking van de Woonagenda 2016 2020. In de Woonagenda wordt aan de hand van verschillende thema’s beschreven op welke wijze de gemeente Epe richting geeft aan de woningbouwopgave in haar gemeente. In het afwegingskader staat beschreven waaraan initiatieven concreet worden beoordeeld. In de Woonagenda is de prioriteit voor de gemeente verdeeld in vijf thema's. Deze vijf thema's monden uit in de uitgangspunten voor woningbouw in de gemeente Epe. Het gaat om de volgende thema's: 1. Groeiend aantal huishoudens Het aantal huishoudens is de afgelopen jaren fors gegroeid. Dit heeft ertoe geleid dat in de Woonagenda Cleantechregio 2018 aan Epe 180 woningen extra zijn toegekend. Dit vestigingsoverschot komt voornamelijk van gezinnen en senioren. De komende jaren streeft de gemeente Epe naar een verhoging van de woningbouwproductie op de korte termijn. 2. Betaalbaar wonen en de huur Er moeten de komende jaren extra sociale huurwoningen gerealiseerd worden. Ook vindt de gemeente de betaalbaarheid van de sociale woningvoorraad voor vooral jongeren en senioren belangrijk. Bij inbreiding en uitbreiding zet de gemeente in op een substantieel aandeel sociale huurwoningen. 3.
De woningvraag in de koopsector De gemeente zet in op een substantieel deel goedkope en middeldure woningen in de koopsector. Ook wil de gemeente ruimte geven aan innovatieve concepten (dat ook voor de huursector geldt). Voor wat betreft de kwalitatieve wensen blijkt dat de vraag in de koopsector zich voor een belangrijk deel richt op vrijstaande woningen (dure segment). Er is ook een duidelijke vraag naar rij- en hoekwoningen in het middeldure segment (vooral afkomstig van starters, 1 en 2 persoonshuishoudens tussen 30 en 50 jaar en gezinnen). De grote vraag naar ruime eengezinswoningen
20
in de koopsector komt mede door de afnemende verhuisgeneigdheid van senioren. Zij wonen relatief vaak in dergelijke woningen en blijven langer in deze woningen wonen (eventueel met aanpassingen). Daardoor komen deze woningen in de bestaande voorraad minder snel beschikbaar voor gezinnen dan voorheen. In de Woonagenda wordt aangegeven dat de vraag naar appartementen lastiger te kwalificeren is dan de vraag naar grondgebonden woningen. Wel laat de praktijk zien dat als een goed product aangeboden wordt, de vraag naar appartementen aanzienlijk is, te meer als deze woningen in en rondom de centra gerealiseerd worden. 4. Wonen met zorg en welzijn Epe vergrijst Senioren moeten langer zelfstandig thuis wonen en mensen vanuit een intramurale instelling stromen steeds vaker door naar een reguliere woning. Ook het scheiden van wonen en zorg heeft daarop zijn invloed. Gelet daarop gaat de gemeente in 2019 de Woonzorgagenda maken, samen met alle betrokkenen. Verder loopt al het traject “Thuis wonen nu en later”, gericht op het langer thuis kunnen wonen van senioren. In 2019 wordt ook de Blijverslening ingevoerd. 5. Duurzaam van woningen en woonomgeving Voor de sociale huursector liggen er op landelijk niveau afspraken over het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Verder moeten gemeenten in 2021 een warmteplan hebben over de wijze waarop woningen van het gas afkunnen.
Voor nieuwbouw stelt de gemeente dat deze energieneutraal is. Ook streeft de gemeente naar klimaat adaptief bouwen en zet zij in op het behoud van groen in de wijken. 6. Uitgangspunten voor woningbouw Woningbouw draagt bij aan het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en voorziet in een behoefte. De gemeente focust zich daarbij op het betaalbare- en middeldure segment. Bij nieuwbouw hanteert de gemeente drie stappen, te weten: van transformatie naar inbreiding en van daaruit naar uitbreiding. Toetsing Onderhavig project draagt bij aan het beleid in de Woonagenda. In de Woonagenda wordt onder meer gesteld dat gestreefd wordt naar een uitbreiding van het aantal gelijkvloerse of levensloopbestendige woningen door middel van nieuwbouw, in en direct rond de centra van Epe en Vaassen. Met onderhavig project worden 22 appartementen nabij het centrum van Epe gerealiseerd. Dit is een locatie waar hoofdzakelijk vraag is naar appartementen. De appartementen zijn door de levensloopbestendigheid en ligging nabij het centrum geschikt voor senioren als ook voor starters. Een doelgroep waar de gemeente zich op wil richten gezien het vestigingsoverschot en het langer thuis wonen van senioren.
Met de realisatie van 50% van de appartementen in het goedkope en middeldure segment, wordt aangesloten bij de doelstelling van de gemeente om een substantieel deel aan koopwoningen in deze segmenten te realiseren. De Ladder voor duurzame verstedelijking heeft bovendien aangetoond dat dit project voorziet in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Tot slot sluit het project met de herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie aan bij de prioritering van de gemeente van nieuwe woningbouwlocaties. Door de trans-
21
formatie van deze locatie wordt daarnaast bijgedragen aan de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in de omgeving van het besluitgebied. Conclusie Het voorgenomen project is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.
3.4
Conclusie Gesteld kan worden dat de gewenste ontwikkeling, zoals beschreven in voorliggende onderbouwing, past in het beleid op zowel landelijk-, provinciaal- als gemeentelijk niveau.
22
4 4.1
Haalbaarheid van het project Milieueffectrapportage Inleiding De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan. Pas na het uitvoeren van deze vormvrije m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een m.e.r. moet worden doorlopen. Toetsing Onderhavig plan is te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject, dat wordt genoemd als activiteit in het Besluit m.e.r. Aangezien het project ver onder de drempelwaarden blijft is een vormvrije m.e.r.-beoordeling voldoende.
Hierna is een korte vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Conform de MER-richtlijn wordt achtereenvolgens kort ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project Algemeen Het project betreft de realisatie van een nieuw appartementencomplex op een transformatielocatie binnen de kern van Epe. Op de begane grond wordt een winkelruimte van 98 m 2 beoogd. Omvang van het project Het plangebied is ca. 0,11 ha groot. Het plan betreft de realisatie van maximaal 24 appartementen en één winkelruimte in een complex van maximaal 3 bouwlagen hoog. Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen Afgezien van de tijdelijke aanlegfase is geen sprake van een betekenisvolle productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook brengt het plan geen bijzondere risico’s voor ongevallen met zich mee. De nieuwe functies hebben een verkeersaantrekkende werking. Dit heeft onder meer ook consequenties voor de aspecten verkeer, lucht en geluid.
23
Plaats van het project Het bestaande grondgebruik In het besluitgebied zijn een winkelpand en woning met bijgebouwen aanwezig. In het winkelpand bevond zich tot 2019 op de begane grond een boekhandel. Nadat het pand tijdelijk leeg heeft gestaan, werd tot in het voorjaar 2022 een tijdelijke invulling gevonden met een etalage van een schildersbedrijf. De woning wordt sinds het vertrek van de boekhandel antikraak bewoond. Het besluitgebied is momenteel volledig verhard. De huidige situatie typeert zich door een stenig karakter. Planologisch is een grotere oppervlakte aan bebouwing toegestaan, dan feitelijk aanwezig. Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een korte analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, of gebieden die krachtens nationale en provinciale regels zijn aangewezen. Hieruit ontstaat het volgende beeld: •
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn): In de omgeving van het plangebied liggen Natura 2000-gebieden die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn.
•
Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid: Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
•
Landschappen van archeologisch of cultureel belang (Verdrag van Valetta, Erfgoedwet): Voor het plangebied geldt een archeologische verwachtingswaarde.
•
Ecologische Hoofdstructuur / Natuurnetwerk Nederland (Provinciale verordening): Onderhavig plangebied ligt niet binnen de EHS/NNN dan wel de provinciale GNN of GO.
•
Gebied geschikt voor beschermde soorten (Wet natuurbescherming): Het is denkbaar dat zich binnen het plangebied beschermde soorten hebben ontwikkeld.
Kenmerken van het potentiële effect Algemeen Het project betreft de realisatie van een appartementencomplex op een herontwikkelingslocatie in de bebouwde kom van Epe. De omgeving van het projectgebied kent een beperkt aantal kwetsbaarheden. Gezien voorgaande zijn de milieugevolgen voor de volgende aspecten nader beoordeeld: •
archeologie: er kan sprake zijn van negatieve effecten op de archeologische waarden in het projectgebied.
•
verkeer: het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op de verkeerssituatie (doorstroming, congestie, etc.).
•
geluid: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van geluid veroorzaakt door onderhavig project;
•
lucht: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, veroorzaakt door onderhavig project;
•
natuur: flora en fauna: het project kan voor wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna en voor wat betreft gebiedsbescherming tot negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden.
24
Voor de overige milieuaspecten geldt dat op voorhand geen negatieve effecten hoeven te worden verwacht. Hierover kan heel kort het volgende worden gesteld: •
externe veiligheid: onderhavig plan brengt geen activiteiten met zich mee die leiden tot externe veiligheidsrisico’s op de omgeving.
•
bodem: bij onderhavig plan zal nieuwbouw van woningen plaatsvinden. Er hoeft niet te worden verwacht dat deze bouwactiviteiten bodemverontreiniging met zich meebrengen.
•
water: bij onderhavig plan neemt de verhardingsoppervlakte af en ook is geen sprake van activiteiten die mogelijk bedreigend zijn voor de waterhuishouding; er zijn hiermee geen negatieve effecten op water.
•
Landschap en cultuurhistorie: ter plaatse zijn geen specifieke landschappelijke of cultuurhistorische waarden aanwezig.
Archeologie Ter plaatse van het besluitgebied is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat er archeologische waarden in het besluitgebied worden verwacht. Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat er mogelijk archeologische waarden aanwezig zijn en wordt vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Vervolgens is dit inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de hand van zes boringen. Uit dit archeologisch verkennend booronderzoek volgt dat archeologische begeleiding of het opstellen van een Programma van Eisen nodig is. Gekozen is voor het opstellen van een Programma van Eisen, waarin randvoorwaarden en aanvullende eisen aangaande vervolgwerkzaamheden zijn geformuleerd. Verkeer In paragraaf 4.11 van de ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd dat het plan een verkeersgeneratie met zich meebrengt van maximaal 181 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Aangezien in de huidige situatie ook een winkel en woning in het plangebied aanwezig zijn, zal de daadwerkelijke toename kleiner zijn. Verwacht kan worden dat deze beperkte verkeersgeneratie zonder gevolgen voor de veiligheid en doorstroming inpasbaar is in het heersende verkeersbeeld. Er is geen sprake van negatieve effecten op het gebied van verkeer.
Geluid Onderhavig plan kan leiden tot meer geluidshinder op de bestaande omgeving als gevolg van het geluid van wegverkeer van en naar het onderhavige plangebied. De toename van de geluidshinder zal evenwel naar verwachting slechts beperkt zijn. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). In paragraaf 4.11 van de ruimtelijke onderbouwing is een tabel met de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen in het prognosejaar 2030 opgenomen. Op de omliggende wegen die overwegend gebruikt zullen worden voor de afwikkeling van het verkeer vanuit het plangebied (namelijk de Hoofdstraat) is de verkeersintensiteit minimaal 11.532 verkeersbewegingen per etmaal. In 2030 is de verkeersgeneratie van de omliggende 30 km/uur-wegen 749 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeerstoename van 181 motorvoertuigbewegingen is hoe dan ook veel lager dan 40%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename. Hiermee is ook geen sprake van een negatief milieueffect. Lucht Onderhavig plan zou kunnen leiden tot meer luchtverontreiniging in de omgeving als gevolg van het lawaai van wegverkeer van en naar het onderhavige plangebied.
Onderhavig plan brengt, zoals bij het onderwerp ‘Verkeer’ is besproken, op zijn hoogst
25
slechts 181 extra verkeersbewegingen met zich mee. Ook is het plan met maximaal 24 woningen en één winkelruimte een plan dat op grond van de ministeriële regeling ‘NIBM’ is aan te merken als project dat ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan (een verslechtering van) de luchtkwaliteit (zie ook paragraaf 4.5 van de ruimtelijke onderbouwing). Dit is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het gebied van luchtkwaliteit. Natuur Algemeen Er is onderzoek gedaan inzake flora en fauna. Hier is zowel ingegaan op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. In paragraaf 4.7 van de ruimtelijke onderbouwing is hier nader op ingegaan. Gebiedsbescherming Een AERIUS-berekening is uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase van de ontwikkeling. Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de voorgenomen ontwikkeling tijdens de aanlegfase sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is namelijk in de aanlegfase sprake van een depositie van 0,01 mol/ha/jr. op het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Om deze reden is intern salderen toegepast. Uit de rekenresultaten van de salderingsberekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat per saldo geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig. Soortenbescherming In een quick scan natuur is gekeken naar beschermde soorten. Uit het onderzoek blijkt dat er voor de meeste beschermde soorten geen effecten worden verwacht. Wel is mogelijk sprake van de verstoring van vleermuizen en de gierzwaluwen. Hiernaar is nader soortonderzoek uitgevoerd dat in september 2020 werd afgerond. De werkzaamheden en ontwikkelingen leiden mogelijk tot het verstoren van een belangrijke vliegroute en niet-essentieel foerageergebied van vleermuizen. In het te slopen pand bevinden zich geen gierzwaluwen. Op 8 september 2021 is de provinciale ontheffing verleend voor de gewone dwergvleermuis. Mitigerende maatregelen zijn vereist. De permanente mitigatie is het aanbrengen van acht inmetselkasten van het type Vivara IB Vl 06 of 08 in combinatie met IB VL 07 in de spouw van de nieuwbouw. Daarnaast dienen geen belemmerende elementen in de in- en uitvliegroute gebouwd te worden zoals bomen, vlaggenmasten, steigers, etc. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er slechts sprake van een zeer beperkt negatief milieueffect, dat evenwel niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd.
Conclusie Uit de voorgaande vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen of een zeer beperkt effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
26
4.2
Geluid Algemeen De Wet geluidhinder regelt de mate waarin geluid bepaalde functies mag belasten. Indien geluidgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting een akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van wegen en spoorwegen. Wonen, zoals in het besluitgebied, is bijvoorbeeld een geluidgevoelige functie. De geluidbelasting op woningen mag in principe de 48 dB niet overschrijden. Wegen met een 30 km/u zone zijn formeel uitgezonderd van akoestisch onderzoek, maar vanuit een goede ruimtelijke ordening kan onderzoek toch wenselijk zijn. Toetsing In het besluitgebied wordt een gevoelige functie mogelijk gemaakt (woningen). Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd ten behoeve van dit project3. Uit de resultaten blijkt dat vanwege de Hoofdstraat de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt overschreden. Vanwege de Hoofdstraat dienen daarom hogere waarden te worden vastgesteld. De aan te vragen hogere waarde bedraagt ten hoogste 62 dB ter plaatse van de westgevel. Vanwege de 30 km/uur weg Gildenweg bedraagt de geluidsbelasting ten hoogste 50 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Formeel heeft een 30 km/uur weg conform de Wet geluidhinder geen geluidszone. Hogere waarden vanwege de Gildenweg zijn daarom niet van toepassing.
Overwogen wordt dat het treffen van verdere maatregelen aan de wegen zelf of in de vorm van een afscherming redelijkerwijs niet mogelijk zijn. Daarmee resteert het vaststellen van hogere waarden en het zorgen voor voldoende geluidswering zodat in de woningen sprake is van een aanvaardbaar binnenniveau. Een onderzoek naar de geluidswering van de gevels is uitgevoerd 4. Daaruit blijkt dat maatregelen genomen dienen te worden om de geluidbelasting te verminderen en voldoen aan het Bouwbesluit. Bijvoorbeeld het plaatsen van bepaalde isolatiematerialen. Conclusie De uitgevoerde akoestische onderzoeken geven aan dat het project uitvoerbaar is wat betreft geluid. Wel dient er een hogere grenswaardenprocedure te worden gevolgd, dienen de gevels te worden voorzien van de benodigde geluidswering en moeten de benodigde maatregelen worden genomen ter beperking van de galm. Aan deze voorwaarden zal worden voldaan.
4.3
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een project nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een mi3 Alcedo (2020) Ontwikkeling Appartementen Hoofdstraat 117 te Epe Akoestisch onderzoek
wegverkeerslawaai Rapportnummer: 20-07899.R01.V01 4 september 2020 4 Alcedo (2020) Ontwikkeling Appartementen Hoofdstraat 117 te Epe Akoestisch onderzoek
naar de geluidswering van de gevels 20-07899.R02.V01 4 september 2020 27
lieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’5 als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één stap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel.
Toetsing Onderhavig project ziet op de realisatie van 22 woningen (appartementen) en een winkelruimte van 98 m2 in het besluitgebied. Het besluitgebied maakt gezien de omliggende functies deel uit van een ‘gemengd gebied’. De omgeving van het besluitgebied wordt namelijk gekenmerkt door een verscheidenheid aan functies; woningen, centrumfuncties en maatschappelijke functies. Hinder op de omgeving Binnen het besluitgebied wordt in de eerste plaats een functie gerealiseerd die milieuhinder veroorzaakt: de winkelruimte met een oppervlakte van 98 m2. Het is niet nader gespecificeerd waarvoor de winkelruimte gebruikt gaat worden, maar ‘Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken’ is de activiteit uit de publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ met de grootste richtafstand die hier mogelijk is. In de navolgende tabel is de minimaal aanbevolen richtafstand voor een slagerij, uitgaande van een gemengd gebied, weergegeven.
5
Functie
Omschrijving VNG
Slagerij
Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken
Richtafstanden in meters (gemengd gebied) Geur 0 (stap terug)
Stof 0
VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009. 28
Geluid 0 (stap terug)
Gemeten Afstand Gevaar 10
0m
Uit de voorgaande tabel volgt dat niet kan worden voldaan aan de richtafstand voor gevaar. Een functie zoals een slagerij betreft geen inrichting zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Dit betekent dat belangrijke milieuvoorschriften, waaronder gevaar, zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Op grond van deze weten regelgeving geldt dat de veiligheidsrisico’s dienen te worden opgelost binnen de eigen inrichting. Een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkellocatie is daarmee gewaarborgd; net als de ontwikkelingsmogelijkheden van een eventuele slager. Een nadere beschouwing is daarmee niet noodzakelijk. Hinder van de omgeving op het project In het besluitgebied wordt een hindergevoelige functie gerealiseerd (woningen). Dit betekent dat moet worden getoetst of deze functie past binnen de omgeving. De dichtstbijzijnde hinderveroorzakende functies zijn geïnventariseerd en beoordeeld (zie onderstaande tabel). Op basis van deze inventarisatie kan worden gesteld dat aan alle richtafstanden wordt voldaan en dat de nieuwe functie geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Bovendien is ter plaatse van het besluitgebied sprake van een goed woon- en leefklimaat. Adres
Hoofdstraat 115 Hoofdstraat 113 Hoofdstraat 108 Hoofdstraat 106
Hoofdstraat 104
Hoofdstraat 102 Gruttersplein 15 Gruttersplein 3 en 7 (9,11 en 13 zijn geen winkels) Gruttersplein 1
Gruttersplein 4
Omschrijving VNG6
Detailhandel voor zover n.e.g Detailhandel voor zover n.e.g Leeg Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Detailhandel voor zover n.e.g Supermarkten, warenhuizen Detailhandel voor zover n.e.g en kappersbedrijven Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Detailhandel voor zover n.e.g
Richtafstanden in meters (rustige woonwijk) Geur 0
Stof 0
Geluid 0
Gevaar 0
5 meter
0
0
0
0
23 meter
n.v.t 0
n.v.t 0
n.v.t 0
n.v.t 10
n.v.t 20 meter
0
0
0
10
22 meter
0
0
0
0
25 meter
0
0
0
10
20 meter
0
0
0
0
11 meter
0
0
0
10
13 meter
0
0
0
0
6 meter
6 Actuele activiteit zoals te vinden in het handelsregister van de KvK.
29
Gemeten afstand
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.4
Externe veiligheid Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPGtankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De orientatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en
30
geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan indien het gaat op een verplaatsing van een bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde.
In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd zelfredzame personen zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd. Toetsing Onderhavig project voorziet in de toevoeging van kwetsbare objecten (woningen). Om de risicobronnen in de omgeving van het besluitgebied te inventariseren is de risicokaart geraadpleegd (zie volgende afbeelding). In de omgeving van het besluitgebied zijn de volgende risicobronnen aanwezig: − binnen een straal van één kilometer zijn drie stationaire bronnen gevestigd: twee LPG-tankstation en een pluimveeslachterij met een koelinstallatie; − er bevindt zich één mobiele bron binnen vier kilometer van de ontwikkellocatie: de rijksweg A50. De LPG-tankstations liggen op een afstand van circa 575 m en 790 m van het besluitgebied. De plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van een LPG-tankstation is maximaal 40 m en het invloedsgebied is 150 m. Het besluitgebied ligt hiermee zowel buiten de plaatsgebonden risicocontour als buiten het invloedsgebied van het tankstation. De pluimveeslachterij ligt op een afstand van circa 345 m van het besluitgebied. De pluimveehouderij heeft geen plaatsgebonden risicocontour en geen invloedsgebied.
De rijksweg A50 (wegvak Knp. Hattemerbroek - Knp. Beekbergen) bevindt zich op meer dan 2 km van het besluitgebied. Het invloedsgebied van de A50 op dit traject is 880 m, waarmee gesteld kan worden dat het besluitgebied ook buiten het invloedsgebied van de rijksweg A50 ligt.
31
32
Uitsnede risicokaart met aanduiding inrichtingen/transport gevaarlijke stoffen (rode lijn met driehoek en gele streep) en besluitgebied (rode ster)
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig project.
4.5
Luchtkwaliteit Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichts bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht worden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diversie regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Projecten die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c.q. regio’s waar overschrijdingen plaatsvinden. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt.