CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

1387953 Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO Toelichting

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO'14.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

geluid geen belemmering voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Er wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.

4.6

Water

In de beoogde situatie wordt het oppervlak verharding uitgebreid. Conform het beleid van het Waterschap Vallei en Veluwe dient ter compensatie van deze verharding een waterberging te worden gerealiseerd. Omdat het watersysteem bij een T=100 neerslaggebeurtenis moet blijven functioneren is het uitgangspunt dat de neerslag die valt tot deze T=100 geen extra belasting mag veroorzaken dan dat er bij een onverharde situatie zou zijn geweest. Dit betekent vertaald naar een hoeveelheid dat er 60 mm neerslag over de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden door extra waterberging. In het plangebied is een waterpartij bestaande uit een poel en een aansluitende sloot voorzien waarmee de toename aan verhard oppervlak wordt gecompenseerd.

4.7

Natuur

Dit natuuronderzoek, (zie Bijlage 3) uitgevoerd op 12 september 2023 door Ecofect B.V., heeft als doel het inzichtelijk maken van het vergunningen traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in soortenbescherming en gebiedsbescherming. 4.7.1

Soortenbescherming

Uit de ecologische quickscan (zie Bijlage 3) is naar voren gekomen dat in de buurt van de voorgenomen ontwikkeling verschillende beschermde diersoorten voorkomen. Dit betreffen: vogels, vleermuizen. De aanwezigheid van beschermde flora, vissen, vlinders en libellen, overige ongewervelden en bepaalde beschermde zoogdieren, namelijk: bever, otter, hamster, beschermde muisachtigen, eekhoorn, haasachtigen en vos, zijn op basis van de ecologische quickscan uitgesloten. Hieronder wordt per soort ingegaan op het mogelijke effect van voorgenomen ontwikkeling op deze soort. Hierbij wordt ook ingegaan op mogelijke mitigerende maatregelen die getroffen kunnen worden om negatieve effecten te voorkomen. Vogels Huismus Ten aanzien van de huismus zijn daken of overige holten waar de huismus zich zou kunnen vestigen niet aanwezig in de te slopen woning. De daken met dakbeschot hebben fauna werende maatregelen en bieden geen openingen waar de huismus potentieel kan nestelen. Het habitat in de omgeving (tuinen en erven) is wel geschikt voor de huismus door de aanwezigheid van (groenblijvende) struiken, straatgras, zandbaden en water. De overige daken hebben geen dakbeschot waardoor het ongeschikt is voor verblijfplaatsen. Een nader onderzoek naar huismus wordt niet noodzakelijk geacht. Gierzwaluw De gierzwaluw maakt gebruik van menselijke bebouwing als nestplaats.

Deze 90- dagenvogel broedt veelal onder dakpannen. Het is aannemelijk dat de gierzwaluw broedt in de nok van de te slopen woning, vanwege de aanwezigheid van invliegopeningen bij de gevels. Nader onderzoek gierzwaluw wordt dan ook noodzakelijk geacht. Vogels uit categorie 5 In de omgeving kunnen een aantal vogels uit categorie 5 worden verwacht: vink, pimpelmees, koolmees, ekster en spreeuw. Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en landelijk gebied broeden zoals de merel, heggenmus en winterkoning en overige vogels die broeden in

32

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen, zoals de kauw. Tijdens het veldbezoek zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Wel is zijn waarneming gedaan van de zwarte kraai, roodborstje, houtduif, huiszwaluw en koolmeesje op de planlocatie. Spechten en Holtebroeders Nabij de planlocatie zijn bomen met holtes aanwezig die onderdeel uitmaken van de planontwikkeling. Spechten of holtebroeders kunnen daarmee met voorgenomen mogelijk verstoord worden. Uilen en Roofvogels Er is tijdens het veldbezoek geen nestplaats waargenomen er is echter grote potentie voor steenuil binnen het plangebied. Tevens is deze soort recent waarneming geregistreerd in het NDFF.De schuur bij nummer 45 heeft een opening. De omgeving is uitermate geschikt als foerageergebied. Bij de werkzaamheden kunnen mogelijk potentiële verblijfplaatsen verloren gaan. Daarom wordt nader onderzoek steenuil noodzakelijk geacht. Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In het plangebied bevinden zich bij de te slopen woning openingen tussen de gevel en de boeiboorden die mogelijk als verblijfsplaats gebruikt kunnen worden door vleermuizen. Nabij het plangebied zijn ook bomen aanwezig met eventuele vleermuispotentie. Hierbij kan gedacht worden aan holten en loshangende schors.

Eventueel aanwezige soorten kunnen mogelijk verstoord raken van de geplande ontwikkeling, waardoor er mogelijke verblijfplaatsen verloren kunnen gaan. Nader onderzoek gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Vanuit de ecologische quickscan worden significante negatieve effecten op essentiële vliegroutes en foerageergebied uitgesloten. Een nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroute is niet noodzakelijk. Zoogdieren Bepaalde beschermde zoogdieren konden op basis van de quickscan worden uitgesloten. Dit waren: de bever, otter, hamster, beschermde muisachtigen, eekhoorn, haasachtigen en vos. Beschermde zoogdieren die mogelijk wel voorkomen in het plangebied en hinder ondervinden zijn: egel en marterachtigen. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op deze soorten. Egel Binnen het NDFF is waarneming naar voren gekomen van de egel. Deze soorten zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Er is geen nader onderzoek nodig voor de egel. Marterachtigen Op het perceel zijn sporen van marterachtigen aangetroffen. In een van de schuren zijn vraatsporen gevonden. Daarnaast is de planlocatie rondom de woningen habitatgeschikt door de aanwezigheid van schuil- en rommelhoeken en verbindingszones.

De werkzaamheden voor de ontwikkeling van het parkeerterrein en de woning zouden mogelijke verblijfplaatsen of foerageergebieden kunnen vernietigen of verstoren. Hiervoor is een nader onderzoek gedaan naar materachtigen (zie Bijlage 4). Voor het nadere onderzoek zijn wildcamera's en struikrovers geplaatst. De struikrover is een onderzoeksinstrument speciaal ontworpen buis waarmee alle in Nederland voorkomende marters en andere roofdieren met een wildcamera gefotografeerd of gefilmd kunnen worden. Van 25 september t/m 24 oktober 2023 heeft het onderzoek plaatgevonden. Tijdens deze onderzoeksperiode zijn geen marterachtigen waargenomen. In de zomer van 2024 is opnieuw onderzoek uitgevoerd door middel van het plaatsen van 2 cameravallen met 2 wildcamera's en struikrovers en sporenbuizen (juni-augustus). Deze zijn geplaatst op locaties die

33

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

vrij zijn van menselijke activiteit en in potentie geschikt zijn als (migratie)route voor kleine marterachtigen en nabij ecologische verbindingszones zoals struwelen en ruigtes met voldoende voedselmogelijkheden, dekking en veiligheid. Ook tijdens deze onderzoeksperiode zijn geen marterachtigen geconstateerd. In combinatie met het ontbreken van overige aanwijzingen (verblijfplaatsen, krabsporen, prooiresten of uitwerpselen) en het ontbreken van verbindingszones en schuilhoeken, leidt het er toe dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat de (kleine-) marterachtigen gebruik maken van de planlocatie. Conclusie Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden op vogels (steenuil en gierzwaluw), gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen niet worden uitgesloten. Voor deze soorten is een nader soortgericht onderzoek vereist. Dit onderzoek moet nog plaatsvinden en wordt aan het bestemmingsplan toegevoegd bij vaststelling. In het soortgericht onderzoek zal het daadwerkelijk voorkomen van de soort onderzocht worden en worden waar mogelijk mitigerende maatregelen voorgeschreven. Voor algemene/niet-jaarrond broedvogels geldt wel dat met de werkzaamheden rekening gehouden moet worden met het broedseizoen, omdat deze werkzaamheden de vogels kunnen verstoren. Hiervoor dienen mitigerende maatregelen te worden toegepast.

Deze mitigerende maatregelen zijn: Verwijder vegetatie buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt globaal van maart t/m augustus) om vestiging van nesten te voorkomen. Kort houden van de vegetatie gedurende werkzaamheden, zodat dekking of broedgelegenheid voor grond broedende vogels minimaal is. Controleer regelmatig of soorten die op kale bodems broeden aanwezig zijn en verjaag deze zo nodig voor de start van het broedseizoen. Er worden geen negatieve effecten op de voorkomende algemene/niet-jaarrond broedvogels verwacht, zolang de genoemde mitigerende maatregelen worden toegepast. Aanvullende onderzoeken Nadat het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, hebben nog enkele aanvullende onderzoeken plaatsgevonden. Gierzwaluw Uit dit nader onderzoek (zie Bijlage 5), waarin 3 onderzoeksrondes hebben plaatsgevonden in de periode van 4 juni tot en met 15 juli 2024, blijkt dat er binnen het plangebied tijdens de veldbezoeken geen vluchten zijn waargenomen op dakgoot-, nok- en huishoogte. Er zijn nabij de bebouwing geen waarnemingen gedaan van laag vliegende gierzwaluwen. Er zijn geen waarneming gedaan van gierzwaluwen die verdwenen onder de boeilijst / overhangende kantpannen van de te slopen opstallen en op de verdere planlocatie. Tijdens het onderzoek zijn in de nabije omgeving relatief veel waarnemingen gedaan van de gierzwaluw.

Door de ingreep gaan geen nesten verloren, omdat die niet binnen het plangebied aanwezig zijn. Door de ingreep blijft de functie als leefgebied behouden. Steenuil Uit dit nader onderzoek (zie Bijlage 6), waarin 3 veldbezoeken hebben plaatsgevonden in de periode van 29 maart 2023 tot en met 8 maart 2024, blijkt dat er waarnemingen van steenuilen gedaan binnen de grenzen, maar buiten de invloedsfeer van het plangebied. Tevens zijn er waarnemingen bekend rondom de planlocatie (NDFF). Op basis van de ervaringen tijdens de veldbezoeken wordt gesteld dat het plangebied geen essentiële functie vervult voor de steenuil wanneer gelet wordt op de nestplaats en verstoring. In de QuickScan is aangegeven dat de opstal een potentiële nestgelegenheid voor de steenuil kan zijn. Tijdens de veldbezoeken zijn er geen nest indicatieve waarnemingen gedaan. In de nabije omgeving zal de functie

34

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

van nestplaats wel aanwezig moeten zijn aangezien de soort tijdens de veldbezoeken eenmalig is waargenomen (roep) nabij de planlocatie. Braakballen, schijtstrepen of prooiresten zijn niet gevonden. De vogels hebben relatief kleine territoria. Derhalve kan gesteld worden dat de planlocatie geen vaste rust- en verblijfplaatsen heeft daar de steenuil het hele jaar in hun territorium verblijven. Er behoeven geen maatregelen genomen te worden ter compensatie van het mogelijk wegvallen van functioneel leefgebied. Het leefgebied blijft intact omdat er voldoende voedselmogelijkheden behouden blijven in de directe omgeving. De ingreep heeft geen negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de steenuil. Op termijn zal het effect zo mogelijk zelfs positief zijn, indien met de herinrichting van de planlocatie begroeiing aanplanten die geschikt zijn voor rust- en verblijfplaatsen dan wel voedsel- en dekkingsmogelijkheden bieden. Aanvullend heeft ARO vrijwillig meerdere uilenkasten opgehangen in het gebied, zodat de steenuil hierin kan vestigen, als meerwaarde voor de steenuil. Hiervoor is ook een Omgevingsvergunning Flora & Fauna verleend.

Vleermuis Uit dit nader onderzoek (zie Bijlage 7), waarin 5 veldbezoeken hebben plaatsgevonden in de periodes 23 augustus tot en met 13 september 2023 en 29 mei tot en met 11 juli 2024, blijkt dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen in de (te slopen) bebouwing. Ook zijn er geen essentiële vliegroutes dan wel zwermlocaties van vleermuizen aangetroffen in en nabij de (te slopen) bebouwing. Voorts zijn er zijn geen paarroepjes en baltsgedrag waargenomen, waardoor er ook geen opnames zijn gemaakt. Het plangebied zelf heeft geen belangrijke waarde als jachtgebied of onderdeel van een vliegroute: Het plangebied wordt in de toekomstige situatie niet veranderd waardoor er geen essentiële lijnelementen verloren gaan. Er gaan geen verblijfplaatsen verloren door of tijdens de geplande ingreep. Eindconclusie Het aspect natuur staat niet aan de realisatie van het initiatief in de weg. Voor de realisatie van het voornemen is tevens door de provincie Gelderland een Omgevingsvergunning Flora & Fauna verleend.

4.7.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden dat tot doel heeft bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving te beschermen en de biodiversiteit te behouden. Binnen Natura 2000-gebieden speelt Rijkswaterstaat twee belangrijke rollen, namelijk die van voortouwnemer en waterbeheerder. In Nederland zijn er meer dan 160 Natura 2000-gebieden die gezamenlijk een oppervlakte van meer dan 2,2 miljoen hectare beslaan. Ongeveer 85% van deze gebieden bestaat uit water, terwijl het overige deel uit land bestaat. Deze gebieden maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. De selectie van alle Natura 2000-gebieden is gebaseerd op de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, en ze worden aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Deze selectie is gebaseerd op de aanwezigheid van specifieke habitats en soorten die van Europees belang zijn voor de natuur. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot effecten op de aangewezen instandhoudingsdoelstellingen. Er is geen sprake van ruimtebeslag in de Natura 2000-gebieden. Wel is er mogelijk sprake van een indirect effect door een toename van stikstofdepositie door de inzet van materieel in de aanlegfase of toenemende verkeersbewegingen in de gebruikersfase.

Er dient middels een AERIUS-berekening gekeken te worden naar de mogelijke effecten van stikstofdepositie door dkeizerse werkzaamheden op Natura 2000-gebieden. Stikstof

35

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Op 15 oktober 2025 is door Ecofect B.V. voor de voorgenomen ontwikkeling de meest recente stikstofdepositieberekening uitgevoerd (zie Bijlage 8). De belasting van de Natura 2000-gebieden rondom de emissiebronnen is berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de online-applicatie Aerius-Calculator. Aerius-Calculator is een rekenprogramma om de verspreiding van stoffen in de lucht te simuleren. Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare terechtkomt (depositie). De memo uit Bijlage 8 geeft een toelichting op de gehanteerde uitgangspunten. Aanlegfase Uit de Aerius berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr op omliggende Natura 2000-gebied. Dit houdt in dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect stikstof voor de aanlegfase. Gebruiksfase Ten behoeve van de toekomstige gebruiksfase is geen rekening gehouden dan wel een vergelijking gemaakt met het bestaande gebruik. De nieuwe woning zal voldoen aan de geldende voorschriften en gasloos worden gebouwd. Voor het stikstof onderzoek voor de gebruiksfase dient de stikstofemissie na realisatie van het parkeerterrein en de bijbehorende landschappelijke inpassing te worden vergeleken met de situatie zonder realisatie van het parkeerterrein en de bijbehorende landschappelijke inpassing.

Voor deze vergelijking is het aantal verkeersbewegingen met personenauto’s relevant. De bestaande detailhandsactiviteiten van ARO zijn bepalend voor de omvang van de verkeer aantrekkende werking. Met voorliggend plan wijzigen de detailhandelsactiviteiten van ARO niet en daarmee wijzigt de verkeer aantrekkende werking niet. In de situatie zonder realisatie van het parkeerterrein wordt de parkeerbehoefte die ontstaat door de detailhandelsactiviteiten van ARO ingevuld met het bestaande parkeerterrein. Indien het bestaande parkeerterrein vol is beschikt Aro over een overloop terrein aan de overzijde van de Ooster Oenerweg. In de situatie na realisatie van het parkeerterrein zal geen gebruik meer worden gemaakt van het overloopterrein. De realisatie van het parkeerterrein en de bijbehorende landschappelijke inpassing heeft daarmee geen effect op het aantal verkeersbewegingen en op de emissie van stikstof vanwege verkeer. Op de planlocatie is reeds een woning aanwezig welke binnen het plan wordt verplaatst. Ook dit zal dus geen wijzigingen veroorzaken ten opzichte van de huidige gebruiksfase. Wel zal een kleine winst behaald worden aangezien de huidige opstal (gasgestookte woning) zal worden vervangen door een nieuwe woning zonder gasaansluiting. Een berekening voor de nieuwe gebruiksfase is daarmee overbodig gezien het gelijk blijvend gebruik.

Een berekening ten aanzien van de nieuwe gebruiksfase is niet noodzakelijk aangezien de detailhandelsactiviteiten niet wijzigen dan wel uitbreiden. Uit een Aerius berekeningen van de gebruiksfase zal blijken dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan de huidige gebruiksfase. Daarnaast is de berekening van de gebruiksfase meegenomen in de berekening van de aanlegfase. Deze uitkomsten zijn 0,0 mol/ha/jaar stikstofdepositie. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er tijdens de aanlegfase en in de nieuwe gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr niet wordt overschreden. Er is met de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase geen sprake van een significante verslechtering. Een vergunning of een Voortoets Stikstof is niet noodzakelijk voor deze fasen. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Effecten op deze gebieden zijn dan ook uitgesloten. Houtopstanden

36

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

4.8

Cultuurhistorie en archeologie

Op 28 september 2023 voerde Transect b.v. in opdracht van Vorsselman b.v. een archeologisch vooronderzoek uit in het plangebied gelegen aan de Ooster Oenerweg 32 in Oene, gemeente Epe (zie Bijlage 9). Dit onderzoek is uitgevoerd om te onderzoeken of voorgenomen ontwikkeling, van het parkeerterrein en de woning, mogelijk effect heeft op archeologische waarden. De bestaande graslanden worden omgevormd tot een parkeerterrein, groenstroken en waterpartijen voor de landschappelijke inpassing , gelegen op het terrein van een winkelpand in het plangebied. Daarnaast wordt ook gesloopt: de bijgebouwen op het adres Houtweg 47 en de woning op het adres Houtweg 45. Het voornemen is om een nieuwe woning te bouwen tussen de woningen Houtweg 54 en 56, ten zuiden van de Houtweg. Het bestaande winkelpand aan de Ooster Oenerweg 32 blijft behouden. Voor toekomstige werkzaamheden waarbij de grond geroerd wordt, is een omgevingsvergunning vereist. Bureauonderzoek Het bureauonderzoek wees uit dat het plangebied ligt op een dekzandrug of een welving van sneeuwsmeltwaterafzettingen, waarschijnlijk deel van dezelfde rug als onder de historische kern van Oene. Er zijn weinig bekende archeologische resten in de omgeving, maar het gebied werd ontgonnen in de 12e-13e eeuw en werd onderdeel van de kampontginningen van Ooster Oene.

Op historische kaarten is te zien dat er in het vroege 19e-eeuwse een erf aan de noordzijde lag, op deze locatie ligt het winkelpand van ARO . Gezien de ligging en ouderdom van de afzettingen, wordt er een hoge verwachting gesteld op de aanwezigheid van archeologische resten van het Laat-Paleolithicum tot de Midden Nieuwe tijd, en een zeer hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de Late Nieuwe Tijd (erf) in het noordelijke deel van het plangebied. Booronderzoek Het veldonderzoek bevestigde dat het plangebied in overeenstemming met het bureauonderzoek op een dekzandrug ligt, waarbij sneeuwsmeltwaterafzettingen werden aangetroffen. De top van het dekzand bevindt zich op 35-45 cm onder het maaiveld (3,2-3,5 m boven NAP). In het gehele plangebied werd in de top van het dekzand zowel een intacte bodemopbouw, een aangetaste bodemopbouw (begraven Ab en BC horizont; Cg-horizont) als een verstoorde bodemopbouw (abrupte overgang bouwvoor-C-horizont) waargenomen. De dekzandlaag is ongeveer 15-60 cm dik voordat deze overgaat in de sneeuwsmeltwaterafzettingen. De top van het dekzand vormt het archeologisch relevante niveau binnen het plangebied, waarbij deze vanwege sporen van bodemvorming intact wordt geacht. Hier kunnen resten worden aangetroffen uit de periode van het Neolithicum tot de Midden Nieuwe tijd.

Op locaties waar enkel een Cg-horizont aanwezig is, wordt een middelhoge verwachting gesteld op de aanwezigheid van grondsporen uit het Neolithicum tot en met de Midden Nieuwe tijd. Op locaties waar een abrupte overgang van de moderne bouwvoor naar de C-horizont plaatsvindt, wordt een lage verwachting gesteld op de aanwezigheid van archeologische resten. Voor het parkeerterrein kon de verwachting niet worden getoetst vanwege de ondoordringbaarheid van een puinlaag. Echter, op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat het parkeerterrein vermoedelijk verstoord is tot ongeveer 2,6 m boven NAP, waarbij ongeveer 60 cm van de oorspronkelijke bodemopbouw verloren is gegaan, gezien de maximale diepte van de intacte bodemopbouw op ongeveer 3,2 m boven NAP ligt. Daarom wordt de verwachting voor het parkeerterrein bijgesteld naar een lage verwachting.

37

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Afbeelding: Kaart met boorpunten terrein ARO

Afbeelding: Resultaten- en verwachtingenkaart

38

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Conclusie In het gebied met een lage archeologische verwachting worden waterpartijen aangelegd, waardoor aanvullend archeologisch onderzoek niet nodig is. Echter, als er tijdens de grondwerkzaamheden onverwacht archeologisch waardevolle vondsten worden ontdekt, moeten deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 gemeld worden bij de gemeente Epe. Voor de sloop van de bestaande woning en bijgebouwen op Houtweg 45 en 47 geldt dat het gebied een lage archeologische verwachting heeft, waardoor aanvullend onderzoek niet vereist is. Daarentegen bevindt de nieuwbouw van een woning tussen Houtweg 54 en 56 zich in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Voordat de woningen worden gerealiseerd, is aanvullend archeologisch onderzoek nodig. Dit omvat een inventariserend en proefsleuven onderzoek. De aanleg van parkeerterreinen en boomgaarden vindt plaats in verschillende verwachtingszones. Aangezien de exacte dieptes van deze ingrepen nog niet bekend zijn, wordt geadviseerd om in overleg te treden met de gemeente om de concrete verstoringen te bepalen. Dit kan resulteren in de noodzaak van een proefsleuvenonderzoek in de zones met een hoge verwachting. In deze zones zal de ondergrond tot een diepte van meer dan 35 cm -Mv verstoord worden, wat ongeveer 1,2 hectare beslaat. Er worden geen ingrepen gepland bij het bestaande winkelpand.

Het advies is om de bestaande dubbelbestemming te behouden in voorliggend bestemmingsplan, waardoor op dit moment geen aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

4.9

Verkeer en parkeren

Parkeren In het verkeersonderzoek (zie Bijlage 10), uitgevoerd door Goudappel op 9 juni 2023, wordt een doorkijk van de parkeer- en verkeerssituatie gegeven naar de komende vijf jaar, op basis van de groeiverwachtingen van ARO. ARO heeft momenteel beschikking over 190 parkeerplaatsen op eigen terrein, maar wil dit graag uitbreiden. Enerzijds om zo klaar te zijn voor de groei die verwacht wordt en anderzijds om daarmee de parkeerproblematiek en daarmee samenhangende verkeersonveilige situatie op de Houtweg op te lossen. De groei van ARO wordt onderbouwd met de kassatransacties op basis van historische gegevens en vormen een goede indicator van de stijging van het aantal bezoekers (zie Bijlage 11). Enkele kanttekeningen die hierbij te plaatsen zijn, waarom kassa-aanslagen niet één op één terug te vertalen zijn naar parkeerders, zijn: Bezoekers die niets kopen, zijn geen onderdeel van de kassa-aanslagen. Een modewinkel in een winkelgebied kent een conversieratio (percentage klanten dat daadwerkelijk koopt) van circa 15-30%. ARO is een winkel waar mensen niet spontaan langskomen, maar er doelgericht naartoe gaan. Dit zorgt voor een hogere conversieratio. Er komen ook voertuigen bij ARO die niet aan een kassaticket kunnen worden gekoppeld. Voorbeelden hiervan zijn bedrijven uit de omgeving die werkkleding op rekening kopen bij ARO.

Personeel dat met de auto komt en zakelijk bezoek (niet inbegrepen in de kassaaanslagen). Daarom is ervoor gekozen om het parkeeronderzoek als basis te nemen en niet de kassa-aanslagen.

39

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld) Afbeelding: Verwachte groei in parkeerbehoefte (2022 = basisjaar op basis van tellingen 2019)

Kassa-aanslagen zijn echter wel een goede indicator van de groei van het aantal bezoekers. Het is aannemelijk dat wanneer het aantal kassa-aanslagen toeneemt, ook de hiervoor beschreven doelgroepen evenredig toenemen. Tussen het moment van publicatie van het onderzoek ‘Vervolgonderzoek parkeren en verkeer’ en deze reactie op de second opinion, kan nu ook de daadwerkelijke groei in kassaaanslagen (tickets) in 2023 en 2024 worden meegenomen. Deze groei is gebaseerd op daadwerkelijk gerealiseerde groei (tot en met 2024) en prognoses (vanaf 2025).

Afbeelding: Groei in kassa-aanslagen per jaar (werkelijk en prognose)

In onderstaande tabel is een berekening van de parkeerbehoefte gemaakt op basis van kassa-aanslagen (inclusief twee werkelijk gerealiseerd jaren).

Afbeelding: Prognose parkeerbehoefte op basis van tickets (kassa-aanslagen)

Uit de tabel blijkt dat de eerdere inschatting van de parkeerbehoefte (2023) accuraat is. Doordat de groei in kassa-aanslagen iets hoger was dan verwacht komen de prognoses iets hoger uit. Dit onderschrijft de prognose die in het onderzoek (zie Bijlage 10) is weergegeven. Met het oog op parkeren worden de volgende conclusies getrokken: Gemiddelde werkdag: er zijn op dit moment voldoende parkeerplaatsen om tot 2028 in de parkeerbehoefte te voorzien op gemiddelde werkdagen. Gemiddelde zaterdag: zijn op dit moment onvoldoende parkeerplaatsen om in 2028 in de parkeerbehoefte te voorzien op een gemiddelde zaterdag. Een uitbreiding van de parkeercapaciteit met ongeveer 190 parkeerplaatsen is vereist. Bovengemiddelde zaterdag (inclusief vakantie- en actiedag): wanneer ARO voldoende parkeercapaciteit op eigen terrein wil hebben om op een bovengemiddelde (inclusief vakantie- en actiedagen) zaterdag in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien is een uitbreiding met ongeveer 360

40

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

parkeerplaatsen vereist. Piekdag: wanneer ARO voldoende parkeercapaciteit op eigen terrein wil hebben om op een piekdag in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien is een uitbreiding met ongeveer 560 parkeerplaatsen vereist. Met het in balans brengen van parkeervraag en -aanbod (toevoegen van parkeerplaatsen) in combinatie met het snel kunnen vinden van een vrije parkeerplaats, kan de parkeer- en verkeersproblematiek aan de Houtweg worden opgelost. Het advies voor parkeren luidt om de benodigde parkeerplaatsen voor gemiddelde werkdagen, gemiddelde zaterdagen en bovengemiddelde zaterdagen (inclusief vakantie- en actiedagen) in 2028 op eigen terrein te realiseren. Dit betekent dat er ongeveer 360 extra parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd, bovenop de bestaande 190. Hiermee zal ARO op 98% van de dagen voldoende parkeercapaciteit op eigen terrein hebben. Er wordt uitgegaan van gemiddelde werkdagen, gemiddelde zaterdagen en bovengemiddelde zaterdagen (inclusief vakantie- en actiedagen) omdat de hoogste geregistreerde parkeerdruk representatief is voor de hoogste bezetting in de winkel (zie ook Bijlage 11). De hoogste bezetting in de winkel zorgt ook voor een langere verblijftijd: meer mensen in de winkel betekent meer druk op het personeel, de paskamers en de kassa’s. Gesteld kan daarom worden dat drukte in de winkel cumulerend werkt op de parkeerbezetting.

Vanzelfsprekend probeert ARO klanten zo spoedig mogelijk te helpen en de wachttijden zo laag mogelijk te houden. Echter, het is bekend dat de gemiddelde klant op een bovengemiddelde zaterdag of piekdag meer koopt en daardoor langer in de winkel verblijft. Het drukste uur is hierbij maatgevend voor de parkeerbehoefte. Uit de kassagegevens blijkt echter dat de piek bij ARO zich ook langdurig voordoet, ongeveer tussen 12.00 en 16.00 uur op een zaterdag. Uitgaan van een gemiddelde parkeerbezetting doet geen recht aan de te verwachten parkeersituatie. Pieken doen zich langdurig voor en zorgen voor een langere periode van overlast langs de Houtweg en een verminderde klantervaring. Daarbij is het niet gebruikelijk om de parkeerbehoefte te dimensioneren op een gemiddelde. Conclusie Het ontwerp omvat een beoogde parkeersituatie die rekening houdt met het gebruik van het parkeerterrein: 380 reguliere parkeerplaatsen worden verhard aangelegd. 170 overloopparkeerplaatsen en 200 piekparkeerplaatsen worden met grasbetonklinkers in een groene omgeving aangelegd. Door dit ontwerp te realiseren, ontstaat een robuuste parkeersituatie die ook in de toekomst voldoet. Het is essentieel dat parkeerplaatsen voor alle typen dagen (reguliere en piekdagen) in het ontwerp worden opgenomen, aangezien er geen alternatieve mogelijkheid in de directe omgeving beschikbaar is.

Dit voorkomt dat er direct parkeerproblemen ontstaan bij tekorten. Bezoekers zullen in eerste instantie een parkeerplaats bij ARO zoeken, aangezien de meeste bezoekers daar kunnen parkeren. Als er geen parkeerplaats beschikbaar is, zullen ze hun auto langs de Houtweg in de berm parkeren, wat leidt tot verkeersonveilige situaties. Daarom is er in het ontwerp rekening gehouden met meer parkeerplaatsen. Het parkeerterrein kent flexibele parkeerplaatsen die (deels) onverhard zijn en daarmee ruimte bieden voor piekmomenten, zodat het een oplossing biedt voor parkeerproblemen en de verkeersveiligheid. Door voorgenomen ontwikkeling wordt de parkeersituatie ten opzichte van de huidige situatie verbeterd, hiermee wordt voorkomen dat er onwenselijke en onveilige situatie op de weg en in de omgeving ontstaan. Het plan draagt bij aan het voorzien van een goede parkeergelegenheid. De ontwikkeling staat hiermee een goede ruimtelijke ordening niet in de weg. Verkeer

41

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Een toenemende parkeerbehoefte als gevolg van meer bezoekers bij ARO leidt ook tot meer verkeersbewegingen. Ieder type weg kan een maximaal aantal verkeersbewegingen op een veilige manier verwerken. Met gebruik van een Wegenscan is bepaald hoeveel verkeer op een verkeersveilige manier over de Houtweg kan rijden. Door de uitkomsten van deze Wegenscan te vergelijken met de (toekomstige) verkeersintensiteiten op de Houtweg kunnen er conclusies worden getrokken over de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op wegvakniveau. De intensiteitsgegevens zijn gebaseerd op een avondspitsperiode tijdens een maatgevende werkdag.

Afbeelding: Verdeling bezoekers ARO

Op basis van camerabeelden is de verkeersverdeling geanalyseerd, waarbij twee soorten verkeersstromen zijn geïdentificeerd: Doorgaand verkeer: Dit is het verkeer dat langs ARO rijdt zonder daar naartoe te gaan. Op een zaterdagmiddag (het meest representatieve moment) blijkt ongeveer 50% van het doorgaande verkeer richting Oene te gaan, terwijl de andere 50% richting de Ooster Oenerweg rijdt. Bezoekers van ARO: Deze categorie omvat de verkeersbewegingen van bezoekers van ARO, waarbij er zowel een aankomende als een vertrekkende beweging is. Logischerwijs vertrekken de meeste bezoekers in de richting waar ze vandaan zijn gekomen. Uit de camerabeelden blijkt dat 65% van de voertuigen van of naar zuidwestelijke richting rijdt, terwijl het resterende deel (35%) vanuit noordoostelijke richting gaat of komt.

Afbeelding: Toekomstige situatie verkeersafwikkeling op wegvakniveau (op basis van groei tot 2025)

Conclusie Uit de vergelijking van de verkeersintensiteiten op de Houtweg voor verschillende dagen met de maximaal wenselijke verkeersintensiteit volgens de Wegenscan, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Tijdens reguliere dagen (gemiddelde werkdagen, gemiddelde zaterdagen en bovengemiddelde zaterdagen) blijft de verkeersintensiteit ruim onder de maximaal wenselijke intensiteit voor dit type

42

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

weg. Dit betekent dat het verkeer goed en veilig kan worden afgehandeld. Tijdens piekdagen wordt de maximaal wenselijke intensiteit licht overschreden. Piekdagen komen zeven keer per jaar voor en vormen geen reguliere situatie. In 2023 was het aantal piekdagen 10. Het is niet gebruikelijk om een weg te dimensioneren op basis van dergelijke piekdagen. De bovengemiddelde zaterdag (inclusief vakantie en actiedagen) komt ongeveer 20 keer per jaar voor. Het is niet gebruikelijk om een weg te dimensioneren op een niet reguliere dag. Daarnaast is de 3.000 motorvoertuigen een indicatieve grens en geen harde grens. Bij enkele voertuigen meer ontstaat namelijk niet direct een probleem. Kortom, de huidige wegenstructuur kan de verkeersintensiteiten van de voorgenomen ontwikkeling voor het overgrootte deel aan, behalve op piekdagen. Deze dagen komen maar een enkele keren per jaar voor. Er zijn daarvoor geen aanpassingen aan de wegenstructuur nodig.

43

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Algemene plansystematiek

Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover deze daaraan in de regels wordt gegeven. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (bijvoorbeeld kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers). Regels De regels zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin begripsbepalingen en de wijze van meten die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken. Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met per bestemming een bestemmingsomschrijving, bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijkingsbevoegdheden en eventueel bepalingen omtrent een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn opgenomen.

Hoofdstuk 3 (algemene regels), waarin een anti-dubbeltelbepaling en algemeen geldende bouw- en gebruiksregels, algmene aanduidingsregels, afwijkingsbevoegdheden, algemene procedureregels en parkeerregels zijn opgenomen. Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), waarin het overgangsrecht en de slotregel, zijn opgenomen. Dit bestemmingsplan heeft de volgende opzet: Aan de gebruiker van gronden en opstallen worden zo veel mogelijk vrijheden gegeven om zijn eigen beleid te voeren, zonder dat de overheid daarin regels stelt. Deze vrijheden worden zonder beperking als recht in het plan geformuleerd. Indien een mogelijke beschadiging van de belangen van andere burgers wordt verwacht, geeft het plan als recht iets beperktere mogelijkheden. Voor uitzonderingssituaties biedt het plan in dat geval wel verruimde mogelijkheden, maar deze zijn voorwaardelijk in het plan opgenomen, in de vorm van een afwijkingsbevoegdheid of, voor zwaardere gevallen, een wijzigingsbevoegdheid. In dit soort situaties is het niet goed mogelijk om vooraf te bepalen onder welke voorwaarden en in welke situatie deze extra mogelijkheid zal kunnen worden toegekend dan wel de extra beperking noodzakelijk zal zijn.

5.2

De bestemmingen

Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Wonen' en 'Waarde Archeologie 4'.

44

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Groen Deze bestemming laat groenvoorzieningen, plantsoenen en bijbehorende voorzieningen in de zin van paden en overloopparkeren toe. Ook voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en geluidwerende voorzieningen zijn hier toegelaten. Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming heeft betrekking op de in het plangebied voorkomende dan wel daarvoor aangewezen overige wegen, voet-/fietspaden, parkeerterrein alsmede met daarbij behorende voorzieningen zoals bermen en bermsloten, taluds en groenvoorzieningen. Wonen Deze bestemming is toegeken aan de gronden waar de nieuw te bouwen woning wordt gerealiseerd. In de planregels zijn maatvoeringseisen opgenomen ten aanzien van deze woning, de bijbehorende bijgebouwen en de overige bijbehorende voorzieningen. Waarde - Archeologie 4 Deze dubbelbestemming is van toepassing vanwege de archeologische verwachtingswaarde in het plangebied. De regeling bevat een bouwverbod waarvan ontheffing kan worden verleend indien aan het behoud van de archeologische waarden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan. Uitgangspunt is dat met een rapportage inzichtelijk wordt gemaakt of al dan niet sprake is van de aanwezigheid van archeologische waarden.

Eveneens is ter bescherming van de eventueel aanwezige waarden een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden (aanlegvergunning) opgenomen voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 centimeter.

45

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 lid 1 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten (geluid, bodem, etc.), maar ook de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. In de vorige hoofdstukken is ingegaan op het geldende beleid en de milieuaspecten.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 onder 1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in het kader van de bestemmingsplanprocedure de economische uitvoerbaarheid van het plan te worden onderzocht. ARO is al eigenaar van het perceel waarop de realisatie van het parkeerterrein en de woning plaatsvindt. Er is bij dit plan sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De gemeenteraad moet hiervoor op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening in principe een exploitatieplan vaststellen. Er hoeft geen exploitatieplan vastgesteld te worden als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat het kostenverhaal voldoende anderszins is verzekerd, doordat tussen de gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst zal worden gesloten. Tevens neemt ARO de kosten op zich voor het opstellen van het bestemmingsplan, de bijbehorende onderzoeken.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor de bestemmingsplanprocedure gelden wettelijke regels die zijn vastgelegd door de wetgever. Overleg tussen de gemeente en verschillende instanties is vereist voordat het ontwerpplan ter visie kan worden gelegd. Pas daarna wordt de wettelijke procedure voor de vaststelling van het bestemmingsplan gestart (artikel 3.8 Wro). Participatie Voor voorgenomen ontwikkeling is een stakeholderanalyse uitgevoerd om te bepalen welke stakeholders en belanghebbenden betrokken moesten worden bij het participatieproces. Voor het participatieproces is als methode gekozen voor een informatieavond voor omwonenden, bedrijven in de omgeving en belangorganisaties. De informatiebijeenkomst heeft op 14 maart 2022 plaatsgevonden in het restaurant van ARO. De opzet van de informatieavond was zodanig dat de aanwezigen werden uitgenodigd te reageren op de presentatie van de plannen van ARO. De agenda was als volgt: De uitkomsten van het onderzoek naar de parkeerbehoefte De uitgangspunten voor de inrichting van het parkeerterrein Presentatie van het inrichtingsplan De procedure die moet worden doorlopen Tijdens de bijeenkomst werden er tal van vragen gesteld, die vervolgens werden beantwoord door ARO en de aanwezige adviseurs. Daarnaast werden er ook opmerkingen gemaakt, waarvan een aantal zijn meegenomen in de verdere uitwerking van het plan (zie ook Bijlage 13 Participatielogboek).

Na afloop van de informatieavond hebben er ook nog een aantal keukentafelgesprekken plaatsgevonden met

46

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

omwonenden, om hun inbreng mee te nemen in het landschapsinrichtingsplan. Bestemmingsplanprocedure Vooroverleg Het vooroverleg, zoals voorgeschreven in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), omvat het overleg tussen het bestuursorgaan verantwoordelijk voor de voorbereiding van het ruimtelijke plan (gemeente) en de besturen van betrokken waterschappen en provincies die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening of belangen hebben die relevant zijn voor het plan. De gemeente heeft er voor gekozen, in verband met de nadere inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, om het vooroverleg te combineren met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Hierover zijn de provincie Gelderland en het waterschap Vallei en Veluwe geïnformeerd door de gemeente. Vaststellingsprocedure Na ontvangst van alle reacties uit het vooroverleg wordt het ontwerpbestemmingsplan opgesteld en ter inzage gelegd. Het bestemmingsplan is gedurende deze periode voor iedereen toegankelijk volgens artikel 3.8 van de Wet op de ruimtelijke ordening. Daarnaast is het ontwerp digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Er kunnen zienswijzen worden ingediend en het ontwerp wordt vervolgens aangepast en vastgesteld. Beroep Na de vaststelling wordt het bestemmingsplan voor een tweede keer gedurende zes weken ter inzage gelegd.

Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden beroep indienen tegen het vaststellingsbesluit bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, wordt het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het in werking.

47

bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Onderzoek bodemkwaliteit

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

Bijlage 3

Quickscan ecologie

Bijlage 4

Nader onderzoek marterachtigen

Bijlage 5

Nader onderzoek gierzwaluw

Bijlage 6

Nader onderzoek steenuil

Bijlage 7

Nader onderzoek vleermuis

Bijlage 8

Onderzoek stikstof

Bijlage 9

Bureauonderzoek archeologie

Bijlage 10

Onderzoek verkeer en parkeren

Bijlage 11 opinion

Aanvulling verkeeronderzoek op basis van second

Bijlage 12

Landschapsinrichtingsplan

Bijlage 13

Participatielogboek 48

Arcadis Nederland B.V. www.arcadis.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16414371/2