1387953 Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO Gemeente Epe
NL.IMRO.0232.OENE005Parkeert-VBP1 VASTGESTELD 20 november 2025
Contactpersoon Arcadis T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doelstelling
7
1.2
Plangebied
7
1.3
Vigerende bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Bestaande situatie
11
2.3
Toekomstige situatie
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
17
3.1
Rijksbeleid
17
3.2
Provinciaal en regionaal beleid en normstelling
19
3.3
Gemeentelijk beleid
21
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
24
4.1
Inleiding
24
4.2
Bodem
24
3
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
4.3
Geluid
26
4.4
Externe veiligheid
30
4.5
Milieuzonering
31
4.6
Water
32
4.7
Natuur
32
4.8
Cultuurhistorie en archeologie
37
4.9
Verkeer en parkeren
39
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
44
5.1
Algemene plansystematiek
44
5.2
De bestemmingen
44
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
46
6.1
Inleiding
46
6.2
Economische uitvoerbaarheid
46
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Onderzoek bodemkwaliteit
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
Bijlage 3
Quickscan ecologie
Bijlage 4
Nader onderzoek marterachtigen
Bijlage 5
Nader onderzoek gierzwaluw
Bijlage 6
Nader onderzoek steenuil
Bijlage 7
Nader onderzoek vleermuis
Bijlage 8
Onderzoek stikstof 4
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Bijlage 9
Bureauonderzoek archeologie
Bijlage 10
Onderzoek verkeer en parkeren
Bijlage 11 opinion
Aanvulling verkeeronderzoek op basis van second
Bijlage 12
Landschapsinrichtingsplan
Bijlage 13
Participatielogboek
5
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
6
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
ARO Holding B.V. (hierna ARO) heeft de wens om haar parkeerterrein uit te breiden. ARO is een kledingwinkel gelegen in het buitengebied van Epe. De afgelopen jaren is het aantal klanten van ARO sterk toegenomen. Als gevolg hiervan is in 2018 de winkel uitgebreid, maar bij de laatste uitbreiding van de winkel is het parkeerterrein niet uitgebreid. Door het toegenomen klantenbestand is er een tekort aan parkeerplaatsen op de gemiddelde zaterdag en op andere piekdagen. Daarnaast wordt verwacht, op basis van uitgevoerde prognoses voor ARO en de gemiddelde groei binnen de detailhandel (cbs, 2020), dat het aantal klanten bij ARO blijft toenemen en er daarmee een steeds groter tekort aan parkeerplaatsen ontstaat. Om meer parkeergelegenheid te bieden is ARO voornemens haar parkeerterrein op eigen terrein uit te breiden, waardoor onveilige verkeersituaties worden voorkomen. Het parkeerterrein is voorzien op de agrarische percelen rondom het bestaande parkeerterrein van ARO. Om de uitbreiding mogelijk te maken dient de woning aan de Houtweg 45 geamoveerd te worden. De woning is eigendom van ARO en in gebruik als directiewoning. Hiervoor in de plaats zal aan de overkant van de Houtweg, tussen Houtweg 54 en 56, een nieuwe woning worden gebouwd.
Binnen het plangebied voor de uitbreiding van het parkeerterrein (zie paragraaf 1.3), vigeert het bestemmingsplan 'Buitengebied Epe' vastgesteld op 23 maart 2017. Op basis van dat plan is voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Het opstellen van een herziening van het geldende bestemmingsplan is daarom noodzakelijk.
1.2
Plangebied
Het gebied voor de uitbreiding van het parkeerterrein van ARO bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Epe, ten noorden van het dorp Oene. Het projectgebied grenst aan het gebouw van ARO, oftewel de winkel. Het omvat een kavel dat begrensd wordt door de Ooster Oenerweg in het noorden en de Houtweg in het zuiden. Binnen het projectgebied valt ook een agrarische kavel ten zuiden van de Houtweg. Tussen het parkeerterrein en de Houtweg bevinden zich de woningen 'Houtweg 47' en 'Houtweg 45', die eigendom zijn van ARO. Om de uitbreiding van het parkeerterrein mogelijk te maken, zal de woning op Houtweg 45 worden verplaatst naar de kavel ten zuiden van de Houtweg, tussen Houtweg 54 en 56. Deze locatie wordt momenteel als grasland gebruikt. Ten noorden van het huidige parkeerterrein bevindt zich ook een woning, namelijk Ooster Oenerweg 28. Aan de westkant van het parkeerterrein liggen agrarische percelen die hoofdzakelijk als grasland worden gebruikt. In de toekomstige situatie is het plan om een deel van het bestaande parkeerterrein aan de voorkant van de winkel van ARO opnieuw in te richten als parkeerterrein. De uitbreiding van het parkeerterrein zal zich dan ten westen van het bestaande terrein bevinden.
7
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Afbeelding: Satellietbeeld ARO (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Vigerende bestemmingsplan
Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan Buitengebied Epe (vastgesteld door de gemeenteraad van Epe op 23 maart 2017). Onderstaand een korte opsomming waar het vigerende bestemmingsplan strijdig is met de voorgenomen ontwikkeling.
8
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Afbeelding: Vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Epe' met ARO als 'Bedrijf bestemming en de voorgenomen uitbreiding van het parkeerterrein in de bestemming 'Agrarisch'.
Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch' en 'Wonen'. Daarnaast geldt er ook een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduidingen 'Overige zone - dekzandruggen en oude bouwlanden' en 'Overige zone - droge bos- en heideontginningen'. De enkelbestemmingen Agrarisch staat het realiseren van het parkeerterrein en de ontwikkeling van de woning niet toe. Daarnaast staat de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 het planologisch niet toe dat er werkzaamheden worden uitgevoerd met betrekking tot het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheid en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 500 m2 of meer bedraagt. Ook op de locatie van de nieuwe woningen geldt een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Vanuit de dubbelbestemming is het verboden om bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 centimeter te bouwen. In beide gevallen kan een omgevingsvergunning worden verleend indien wordt aangetoond dat de voorgenomen (bouw)werken en werkzaamheden niet leiden tot een verstoring van de archeologische waarden. De voorgenomen uitbreiding van het parkeerterrein en de daarbij behorende 'vervangende woning', zijn in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan staat de beoogde ontwikkeling planologisch niet toe.
9
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de regels voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de planregels het bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting voor deze herziening komen de volgende aspecten aan de orde: In hoofdstuk 2: 'Planbeschrijving' worden de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven; In hoofdstuk 3: 'Beleidskader' volgt een beschrijving van het beleidskader dat van toepassing is op deze herziening; In hoofdstuk 4: 'Omgevingsaspecten' worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; In hoofdstuk 5: 'Juridische planbeschrijving' wordt ingegaan op de juridische aspecten van deze herziening; In hoofdstuk 6: 'Uitvoerbaarheid' komen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan bod.
10
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie en een doorkijk naar de toekomstige situatie.
2.2
Bestaande situatie
ARO Fashion Gear is een kledingwinkel in het buitengebied in Oene. In 2017 is de winkel verbouwd en uitgebreid, wanneer deze in 2018 in gebruik is genomen. De winkel beslaat in totaal 3 verdiepingen met circa 10.000 m2 winkeloppervlak. In de winkel wordt kleding verkocht voor dames, heren en kinderen. Daarnaast wordt werkkleding verkocht. Toen de winkel in 2018/2019 is uitgebreid zijn de parkeergelegenheden niet uitgebreid. In totaal beschikt ARO over 190 parkeerplaatsen op eigen terrein. Uit berekeningen van Goudappel Coffeng is naar voren gekomen dat voor een gemiddelde werkdag de parkeercapaciteit toereikend is. Op een gemiddelde (of bovengemiddelde) zaterdag of piekdag ontstaat echter een tekort. Wanneer de groeicijfers toegepast worden op de situatie in 2019 ontstaat richting 2025 een steeds groter tekort aan parkeerplaatsen. In de huidige situatie parkeren bezoekers op het moment dat er geen parkeerplaatsen meer beschikbaar zijn hun auto langs de Houtweg en op het terrein aan de overzijde van de Houtweg. Deze situatie is onwenselijk. Dit veroorzaakt een onveilige verkeerssituatie. Om meer parkeergelegenheid te bieden is ARO voornemens haar parkeerterrein op eigen terrein uit te breiden, waardoor onveilige verkeersituaties worden voorkomen.
2.3
Toekomstige situatie
ARO is voornemens om haar parkeerterrein te herontwikkelen en uit te breiden. Hierbij wordt rekening gehouden met een gemiddelde toestroom (gemiddelde werkdag) aan klanten en de hierbij benodigde parkeervoorziening. In totaal zullen hiervoor 380 reguliere parkeerplaatsen worden aangelegd. Een deel van de reguliere parkeerplaatsen wordt volledig verhard (380 parkeerplaatsen, op P1 en P2) en een deel (170 parkeerplaatsen op P3) wordt half verhard (grasbeton in combinatie met gebakken klinkers). Een deel van de parkeervoorziening wordt vormgegeven binnen het ruimteslag van het huidige parkeerterrein. Het andere deel (deels P2 en P3) wordt mogelijk gemaakt met de uitbreiding van het parkeerterrein op het voormalige perceel met grasland. Voor de landschappelijke inpassing is ervoor gekozen om een deel van het huidige parkeerterrein aan de voorzijde van ARO (P1) in de toekomst niet meer als parkeerterrein te gebruiken maar in te richten als boomgaard. Hiermee wordt het agrarische, landelijke karakter versterkt en wordt bijgedragen aan een impuls van de groene leefomgeving (zie ook paragraaf 2.3.1). Tussen ARO en het parkeerterrein P2 is een wadi voorzien voor de waterberging van regenwater. Voor de zaterdagen en andere piekdagen zijn meer parkeervoorzieningen nodig dan op reguliere dagen.
Om te voldoen aan deze parkeerbehoefte worden er 170 overloop parkeerplaatsen gerealiseerd (op P3). P3 krijgt een groen karakter omdat hier niet continu auto's hoeven te parken. Daarnaast kunnen er op de piekdagen 200 auto's parkeren in het grasland (gestabiliseerd gras) ten westen van P3, die hiervoor speciaal wordt ingericht. De minder validen-, motor- en fietsparkeerplekken zijn nabij de ingang van de winkel gelegen. Ook zal de in- en uitrit naar het parkeerterrein van ARO worden aangepast. Waar men in de huidige situatie de parkeerplaats oprijdt, zijn boomgaarden, hagen en grasstroken voorzien. De toegangsweg voor ARO wordt meer naar het westen verplaatst en krijgt een laanbeplanting met een losliggend fietspad. Tussen het fietspad en de winkel wordt een fietsenstalling gerealiseerd. In de huidige situatie ligt er een strook met grasland tussen het parkeerterrein en de woning aan Ooster Oenerweg 28. Om het parkeerterrein meer landschappelijk in te passen en het zicht op het
11
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
parkeerterrein vanaf de woning te ontnemen, zal de tussenliggende groenstrook worden behouden en met bomen en struiken worden aangevuld. Op deze manier wordt het aanzicht op het parkeerterrein verbeterd. Ook wordt aan de west- en zuidzijde het parkeerterrein ingepast met groen in de vorm van boomgaarden, singels, verspreide bomen en hagen op de parkeerplaats. Naast het parkeerterrein wordt de woning aan de Houtweg 45 verplaatst. Hiervoor zal de bestaande woning worden geamoveerd en wordt ter vervanging een woning (locatie D op onderstaande afbeelding) tussen de Houtweg 54 en 56 (tegenover ARO) gerealiseerd. De landschappelijke inpassing van het plan wordt doorgetrokken naar de overkant weg. De nieuwe woning komt tussen twee boomgaarden te liggen. Hiermee krijgt de omgeving een veel groener karakter.
Afbeelding: Nieuw inrichtingsplan ARO te Oene
2.3.1
Landschappelijke inpassing
De huidige inrichting van het buitenterrein vraagt om een kwaliteitsimpuls. Het ARO terrein dient een ontwikkeling te doorlopen, waarbij de inrichting een bijdrage gaat leveren aan het landschap en de groene leefomgeving. De huidige plannen en het parkeervraagstuk zijn een aanleiding geweest om het gebied rondom ARO aan te pakken om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Historische landschappelijke achtergrond Het plangebied is gelegen in een cultuurhistorisch landschap, namelijk de Ooster Oenerenk. De Ooster
12
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Oenerenk is een enk ontginning met een specifiek karakter dat voortkomt uit de agrarisch ontwikkeling van de afgelopen eeuwen. Er is een eenduidige opbouw met wegen en weteringen als bebouwingslinten en grootschalige (open) enkgronden met bouwland. Sloten zijn schaars en houtopstanden begeleiden wegen en omzomen de kleine weidepercelen en boomgaarden rondom de erven. De enken zijn de wat hogere gronden. Dit zijn aaneengesloten gebieden zonder bebouwing. De historische structuur is nog aanwezig. Ondanks het hedendaagse grondgebruik en de sterke toename van bebouwing, is het herkenbaar voor bewoners en bezoekers en verleent de Ooster Oenerenk agrarische schoonheid. Landschappelijke uitgangspunten De huidige plannen en het parkeervraagstuk zijn een aanleiding geweest om het gebied rondom ARO aan te pakken om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Gewenst is een landschapsgerichte opzet en uitvoering, in een hedendaagse setting, met in functionele zin binding tussen gebouw en omliggende grond. Oene was en is een agrarisch landschap. De bebouwing en inrichting van het buitengebied moet een weerspiegeling daarvan zijn. Het gaat er dan om het karakter en de beleefbaarheid van de locatie te versterken.
Hiervoor zijn de volgende landschappelijke uitgangspunten geformuleerd: Versterking van het agrarische, landelijke karakter, door: herstel van de binding bij de oorspronkelijkheid van de plek, namelijk een boerderij aan de Ooster Oenerweg; herkenbare opbouw en terreininrichting, dat wil zeggen een patroon met een voor- en achterzijde; herkenbare verkaveling: verdichting langs de wegen (erf), open in het middengebied (enk); bedrijfsgebouwen met een verwijzing naar hedendaagse, functionele agrarische ontwikkelingen terugbrengen van historisch agrarische elementen, zoals erfinrichtingen, kleinschalige landschapselementen zoals knotbomen en andere inheemse beplantingsvormen, houten hekwerken, hagen, hoogstamfruit (IJsselboomgaard).
Versterking van de groene leefomgeving, door: aanbrengen kleinschalige landschapselementen zoals knotbomen en andere inheemse beplantingsvormen, houten hekwerken, hagen, hoogstamfruit (IJsselboomgaard); meer groen in en rond de entree; verrijken van de biodiversiteit met bloemrijke grasvegetaties, bijenmengsels, groene parkeerplaatsen, inheemse singels, inheemse bomen, kruidenrijke stroken gericht op insecten/vlinders, steenuil, bijen en kleine marterachtigen; klimaatadaptief: ontstening (minder bestrating), trage afvoer hemelwater (wadi's), groene daken/zonnepanelen, schaduwbomen (hittebuffering), soortkeuze (inheems, gevarieerd); ruimte voor recreatie en kleinschalige buitenactiviteiten, speel- en belevingsaanleidingen, zoals picknickplekken (boomstammen), imkerijen valkeniersdemonstraties, kleinvee-weide met boerderijdieren (kippen, lammeren, etc.), oogstdagen, natuurlijke speelplaats, struinpad. Landschapsplan Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een complete herinrichting nodig van het terrein (zie Bijlage 12). Op deze manier kan het plan voor de uitbreiding van het parkeerterrein bijdragen aan de verbetering van de omgevings- en landschappelijke kwaliteiten. Voor het parkeerterrein is een landschapsplan met ontwerp gemaakt door Ruimte voor Advies (2023). De eerste verandering is de entree van het terrein van ARO.
Waar men nu de parkeerplaats oprijdt, komen boomgaarden, hagen en grasstroken. De entree wordt meer naar het westen verplaatst en krijgt een laanbeplanting met een losliggend fietspad. Tussen het fietspad en de winkel wordt een fietsenstalling gerealiseerd. Parkeren vindt plaats op het middenterrein, uit het directe zicht van de Houtweg en door een haag omzoomd. Tussen het parkeerterrein en de entree van de winkel is de inrichting hedendaags, modern met zitelementen en buitenvoorzieningen. Bomen en plantenborders geven sfeer en zorgen in de zomer voor schaduw. Dit gedeelte (P1) dient als 'plein', dat wil zeggen: een centraal punt in de buitenruimte waar alle aangrenzende gedeelten samenkomen en waar de bezoekers zich verzamelen.
13
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Afbeelding: Gecombineerd zitelement geven sfeer en zorgen voor schaduw in de zomer
Het 'plein' zet zich voort in noord-zuidrichting, conform de vroegere belijning. Op het erf vindt ook de waterafvoer zichtbaar plaats. Regenwater verzamelt zich via open goten in een wadi die is voorzien van avontuurlijke speelelementen (keien/houtstammen). Hier wordt voor de bezoekers aanschouwelijk gemaakt hoe het water van de gebouwen en verharding in de ondergrond kan infiltreren. Het erf is verhard met fraaie klinkers en water doorlatende verharding (P2); de parkeerplaats is dat ook maar veel soberder. Voor de parkeervakken(P3) wordt gebruik gemaakt van grasbeton, zodat de parkeervakken halfverhard zijn. Meer naar de buitenrand toe, hoger op de enk, liggen de overloop-parkeerplaatsen. De uitstraling is daar veel landelijker met gestabiliseerd gras voor het overloopparkeren op piekdagen: het parkeerterrein wordt ingezaaid met een kort, bijenvriendelijk, gras-kruidenmengsel en de toegangsweg met gras ingezaaide ritterplaten/grasbetonstenen. De ruimte is open en grootschalig, daarmee worden de bezoekers gewezen op de vroegere functie als bouwland. Alleen de voorste delen zijn frequent in gebruik; maar meestal is de ruimte vrij van auto's. Op piekdagen staat dit gedeelte van het parkeerterrein wel vol. Zonder auto's is de parkeerplaats het fraaist, want tussen de parkeerstroken is het gras langer en hier en daar is een lindeboom geplaatst.
Het beheer is simpel: niet te vaak maaien, niet alles maaien en het maaisel afvoeren. Dit leidt tot schrale, bloemrijke vegetaties. Om de toegankelijkheid te garanderen (en ongemakken te voorkomen), krijgen de parkeerstroken een smalle strook verharding, breed genoeg als voetpad.
14
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Afbeelding: Parkeren op grasbetonstenen (P3) voor landelijke uitstraling en bloemrijke vegetatie
Naar achter toe staan steeds meer lindebomen -en steeds minder parkeervakken-, zodat een langzame overgang naar het omringende landschap ontstaat. Uiteindelijk gaat het parkeren over in een brede strook lang gras. Dit is het terrein waar vogels als boerenzwaluw of steenuil kunnen foerageren. Het is een bloemrijke, maar vooral muizenrijke, strook gras. De openheid staat in contrast met de zuidzijde, waar een afschermende singel is gepland. Op de kadastrale kaart zijn de zuidelijke stroken nog te herkennen als restanten van de vroegere houtopstanden. Waarschijnlijk waren het hakhoutstroken, voor de boeren als geriefhout of brandhout, maar dit is lastig te achterhalen. In dit plan worden het in ieder geval singels met inheemse bomen en struiken.
15
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Afbeelding: Bloemrijke strook lang gras zorgt voor overgang naar het omringende landschap
16
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie is de Rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Aan de hand van een toekomstperspectief tot 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationaal belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur (biodiversiteit). In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.
Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en breidt deze uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-)infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar er vraag is. Om het netwerk als geheel te benutten, zijn goede verbindingen tussen de stedelijke regio's nodig. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van de integrale verstedelijkingsstrategie op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet-stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezond leefstijl en maatschappelijke participatie bevorderd en versterkt het aanbod en
17
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
de kwaliteit van het groen in de stad. Daarbij worden steden en regio's klimaatbestendig ingericht. ad 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het landgebruik moet meer afgestemd worden op zoetwaterbeschikbaarheid en -gebruik. Middels een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van wateroverlast en tekorten. Het Rijk maakt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal wordt duurzaam benut. Het Rijk zet in op het versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Hierbij wordt het omgevingsbeleid landschapsinclusief. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.
3. Afwentelen wordt voorkomen. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: 1. 2. 3. 4.
We werken als een overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven.
Relatie met het voorliggend plan De ontwikkeling die met bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijk beleid van het Rijk. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het landelijk gebied van de toekomst, doordat ARO bijdraagt aan de regionale economie en de lokale werkgelegenheid. Ook worden landschappelijke kwaliteiten in de landelijk gebied versterkt ten opzichte van de huidige situatie. Barro De nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte die juridische borging vragen, zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en provinciale inpassingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Met het Barro geeft het Rijk aan dat ingezet wordt op zuinig ruimtegebruik, bescherming van kwetsbare gebieden en bescherming van het land tegen overstroming en wateroverlast. In het Barro staat aan welke regels (rijksbelangen) de gemeenten en provincies zich moeten houden, bijvoorbeeld bij het opstellen van een bestemmingsplan. In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Relatie met het voorliggend plan In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
Ladder van duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzaam ruimtegebruik heeft als doel om zorgvuldig en duurzaam om te gaan met de beschikbare ruimte, rekening houdend met toekomstige ruimtebehoeften en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder richt zich op het aantonen van de nut en noodzaak van een project. Volgens artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening moet de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt ook een beschrijving bevatten van de behoefte aan deze ontwikkeling. Als de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet ook worden gemotiveerd waarom de behoefte niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden vervuld. Nationaal Water Programma Op 18 maart 2022 is het Nationaal Water Programma 2022-2027 vastgesteld. Dit programma geeft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren. In het programma
18
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
wordt proactief ingespeeld op de grote opgaven op het terrein van water in Nederland met het oog op klimaatverandering. Er wordt gewerkt aan een goede bescherming tegen overstromingen en wateroverlast en aan een robuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor een goede waterkwaliteit en een duurzame drinkwatervoorziening komt in dit programma naar voren. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden open te laten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Met dit Nationaal Water Programma wordt een ambitieuze stap gezet in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem in Nederland, gericht op een goede bescherming tegen o.a. overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte, het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In Nederland komen veel opgaven voor de leefomgeving bij elkaar op een klein oppervlak. Niet alles kan, soms moeten keuzes worden gemaakt. Daarvoor zijn in het NWP een aantal afwegingsprincipes voor het waterbeleid en -beheer opgenomen. Relatie met het voorliggend plan Het bestemmingsplan wordt afgestemd met het waterschap, zie paragraaf 4.6, en is via deze weg indirect getoetst aan het Nationaal Water Programma.
De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan het beleid zoals beschreven in het Nationaal Water Programma.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid en normstelling
Omgevingsvisie gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (vastgesteld op 19 december 2018) schetst de toekomst van Gelderland, om tot een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland te komen. Dit doet Gelderland door bij de uitoefening van de taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities wordt daar richting aan gegeven. En door vier 'spelregels' of 'DOE-principes' "DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN" wordt hier werking aan gegeven. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt. De zeven ambities zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers en duurzaam
Relatie met het voorliggend plan ARO is een bedrijf uit de regio die is begonnen als een klompenmakerij op deze locatie. Het is nu uitgegroeid tot een grote modewinkel die een aantrekkingskracht van bezoekers ook buiten de regio. De provincie streeft naar behoud van kansrijke bedrijven en heeft de doelstelling dat bedrijven zich verder kunnen ontwikkelen. Door het uitbreiden van het parkeerterrein sluit de parkeergelegenheid weer aan bij de behoefte en draagt het bij aan de aantrekkelijkheid van ARO als bedrijf. De ontwikkeling van het parkeerterrein die mogelijk wordt gemaakt past binnen het provinciaal beleid zoals dat is beschreven in de Omgevingsvisie Gelderland. Omgevingsverordening De omgevingsverordening bevat alle regels die van toepassing zijn op de buitenruimte en leefomgeving. Deze regels gelden voor iedereen. De omgevingsverordening treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt. Het doel van de omgevingsverordening is om een samenhangend en duidelijk kader te bieden voor het beheer, de bescherming en de ontwikkeling van onze leefomgeving. Het bevat onder andere voorschriften met betrekking tot ruimtelijke ordening, bouwen, milieu,
19
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
waterbeheer, natuur en landschap. Door middel van de omgevingsverordening worden de regels en procedures vereenvoudigd en geïntegreerd, waardoor het voor iedereen gemakkelijker wordt om te begrijpen welke regels van toepassing zijn en hoe ze moeten worden nageleefd. In de Omgevingsverordening Gelderland 2023 zijn de juridische regels opgenomen ten aanzien van provinciale thema's waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. Thema's voor deze specifieke locatie waar rekening mee gehouden moet worden zijn: De locatie ligt binnen het Nationaal landschap. Dit Nationaal landschap is een gebied met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang met daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Uitgangspunt is dat de kernkwaliteiten in deze gebieden worden behouden en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geen afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap. Wel is het mogelijk om bij een goed ontwerp en een goede landschappelijke inpassing juist een bijdrage te leveren aan de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten voor de locatie zijn te vinden in ''Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen'' op pagina 28. De locatie ligt buiten het Gelders natuurnetwerk en buiten de Groene ontwikkelingszone.
Hierdoor is er geen sprake van nadelige gevolgen voor de voorgenomen ontwikkelingen. De locatie ligt naast een Molenbiotoop. Een molenbiotoop is een gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen. Dit betekent vaak dat er geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk is als daardoor de windvang van de molen wordt beperkt. De locatie ligt echter net buiten de biotoop, waardoor dit geen gevolgen heeft voor de ontwikkelingen. Relatie met het voorliggend plan Doordat er bij de uitbreiding van het parkeerterrein meer aandacht is voor landschappelijke inpassing en groen, zal de kwaliteit op locatie toenemen. Bij de landschappelijke inpassing dient rekening te worden gehouden met de landschappelijke kernkwaliteiten. In het landschapsplan wordt ingespeeld op het kleinschalige, besloten en groen landschap die het landschap in de Oenerenk kenmerkt. Dit wordt gecombineerd door het grootschalige open landschap terug te laten komen met daarbij kenmerkende houtsingels (uit de 19de eeuw). Hiermee wordt ingespeeld op zichtbare overgang van besloten flanken in de omgeving naar het open landschap, dit is kenmerkend voor het gradiënt Oost-Veluwe (zie ook paragraaf 2.3.1 landschappelijke inpassing). De voorgenomen ontwikkeling is hiermee in lijn met de omgevingsverordening.
Regionale structuurvisieDe Voorlanden 2030 De Regionale Structuurvisie De Voorlanden fungeert als een richtinggevend beleidskader voor de betrokken gemeenten en provincies op verschillende gebieden. Daarnaast dient deze structuurvisie als richtinggevend kader voor de betrokken gemeenten bij het opstellen van gemeentelijke structuurvisies, bestemmingsplannen en lokale gebiedsvisies, evenals voor de uitvoering van concrete projecten. In de Regionale structuurvisie De Voorlanden zijn een aantal ambities opgesteld waar rekening mee gehouden moet worden, namelijk: Het versteken van de rode kernwaliteiten (wonen en leefbaarheid). Het regionale beleid voor De Voorlanden legt de nadruk op het stimuleren van kwaliteitsverbetering op het niveau van belangrijke kernen zoals Lochem, Epe, Vaassen, Eerbeek en Brummen, met betrekking tot bedrijvigheid in en rondom steden en dorpen. Waar mogelijk is het streven om niet-verstorende lokale bedrijvigheid in de dorpen zelf te hebben, wat bijdraagt aan de levendigheid en leefbaarheid van deze gebieden. De hoogwaardige bedrijventerreinen bij de grotere kernen spelen ook een belangrijke rol in de regionale economie. Het is van groot belang dat er een goede programmatische afstemming plaatsvindt tussen de bedrijventerreinen in de hele regio, om een evenwichtige opbouw van het bedrijvenbestand.
Inzetten op ontwikkelingen die bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van natuur en landschap in De Voorlanden. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. Zij gaat
20
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, vindt uitbreiding plaats aan de randen van steden of dorpen. Regionale samenwerkingsverbanden stimuleren. Relatie met het voorliggend plan De kwaliteit van natuur en landschap op locatie zal toenemen doordat er bij de uitbreiding van het parkeerterrein meer aandacht wordt besteed aan landschappelijke inpassing en groenvoorzieningen. Verder wordt met de ontwikkeling een kwaliteitsimpuls gegeven op het niveau van belangrijke kernen met betrekking tot bedrijvigheid. De ontwikkeling van het parkeerterrein voldoet aan het provinciale beleid zoals uiteengezet in Regionale structuurvisie De Voorlanden 2030.
3.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Epe In de Omgevingsvisie (vastgesteld op 7 maart 2022) geeft de gemeente Epe richting aan de toekomstplannen van Epe tot 2030. Deze visie is door de gemeente Epe opgesteld om alvast vooruit te lopen op de Omgevingswet. De omgevingsvisie schetst hoe de gemeente Epe er in de toekomst uit zal zien. Het bepaalt welke plannen en initiatieven op welke plek passen en welke aspecten van waarde beschermd, behouden of ontwikkeld moeten worden. De visie begint met het benadrukken van de waardevolle leefomgeving, waaronder de natuur, het landschap en het unieke karakter van de dorpen en gebieden. Deze waardevolle leefomgeving vormt het DNA van de gemeente en is verweven in alle beslissingen en afwegingen, variërend van maatwerk in de landbouw tot voldoende woningbouw. Daarnaast worden de vier pijlers van de gemeentelijke visie beschreven: 'duurzame toekomst', 'gezondheid, zorg en welzijn', 'goed wonen' en 'ondernemen'. Ten slotte worden er keuzes gemaakt met betrekking tot doelstellingen, ontwikkelingsrichtingen en ruimtelijke inrichting voor de verschillende gebieden en dorpen, waaronder de Veluwe, Veluweflank, IJsselvallei, Emst, Epe, Oene en Vaassen.
In deze Omgevingsvisie staat het volgende wat betrekking heeft op het gebied en de beoogde ingrepen: Het toevoegen van groen wordt gezien als meekoppelkans om de biodiversiteit, hitestress en het groene karakter te verbeteren. Met het toevoegen van groen wordt gedoeld op het verminderen van verharding. Bij het selecteren van nieuwe woningbouwlocaties geldt als uitgangspunt dat transformatie van bestaande gebouwen voorrang heeft op inbreiding, en inbreiding heeft op zijn beurt voorrang op uitbreiding. Echter, deze regel is niet altijd van toepassing. Soms voldoet de transformatie van bestaande gebouwen niet aan de gewenste woningbouwdoelen. Inbreidinglocaties zijn vaak bestaande groene en/of waterrijke structuren die behouden moeten worden. Daarnaast wordt er gestreefd naar een duurzame energievoorziening van alle woningen in Epe inclusief het besparen va verbruik en het zelf duurzaam opwekken van energie. Relatie met het voorliggend plan De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan het beleid zoals beschreven in de Omgevingsvisie Epe. Parapluplan parkeren Het parapluplan parkeren dient als juridische waarborg voor het gemeentelijke parkeerbeleid. Het zorgt ervoor dat nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de geldende parkeernormen en hieraan moeten voldoen.
Het uitgangspunt van deze normen is dat bij de realisatie van een project het benodigde aantal parkeerplaatsen op eigen terrein wordt gerealiseerd. Dit voorkomt dat de parkeerdruk op openbaar gebied wordt verplaatst, wat tot problemen kan leiden. De parkeernormen worden gebaseerd op de parkeerkencijfers van het Nationaal kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte (CROW). Deze CROW-publicatie geeft per functie een bandbreedte aan voor de te hanteren parkeernorm (minimaal - maximaal), afhankelijk van het soort gebied. Er zijn mogelijkheden om af te
21
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
wijken van deze normen of extra eisen te stellen. De plannen van ARO hebben grotendeels betrekking op het uitbreiden van het parkeerterrein op eigen terrein, om aan te sluiten op de parkeerbehoefte en parkeerknelpunten in de openbare ruimte te voorkomen (op te lossen). Relatie met het voorliggend plan Bij het bepalen van de het aantal benodigde parkeerplaatsen is rekening gehouden met de parkeernormen van de gemeente. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten op de uitgangspunten uit het Parapluplan Parkeren. Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 De gemeente Epe heeft in haar woonagenda, die is vastgesteld op 4 juni 2019, een dynamisch en op behoefte gericht woonbeleid geformuleerd, waarbij de lokale opgave centraal staat. De woonagenda heeft een visie waarin de gemeente streeft naar een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad die aansluit bij de behoeften van haar inwoners. Er wordt gestreefd naar voldoende betaalbare woningen, zowel koop als huur, voor diverse doelgroepen, waaronder starters, gezinnen en ouderen. Daarnaast is er aandacht voor duurzaamheid, leefbaarheid en het bieden van goede voorzieningen in wijken en dorpen. De woonagenda is gebaseerd op zes uit uitgangspunten voor het gemeentelijke woonbeleid: 1. Omgevingsbeleid: Woningbouw wordt altijd geïntegreerd in de fysieke leefomgeving en moet toekomstbestendig zijn. 2.
Duurzaam voortbouwen op kwaliteit: Woningbouw is nauw verbonden met ruimtelijke kwaliteit en het behoud en versterking van de leefbaarheid in de kernen. 3. Beschikbaarheid van betaalbare woningen: Woningen, zowel huur als koop, moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Nieuwbouw moet zich richten op het goedkope en betaalbare segment, maar er zijn ook kansen in het duurdere segment, vooral voor levensloopbestendige woningen voor senioren. 4. Ruimte voor groei: De gemeente wil de groei van Epe blijven faciliteren, vooral wat betreft huisvesting voor gezinnen, omdat zij bijdragen aan het behoud van voorzieningen. 5. Ruimtelijke kwaliteit en behoud van groen karakter: Transformatie van leegstaande panden wordt gestimuleerd omdat dit de leefomgeving aanzienlijk verbetert. Bij inbreiding wordt rekening gehouden met het groene karakter van wijken, terwijl uitbreiding van woningbouw ook als een reële optie wordt beschouwd. 6. Kwaliteitsimpuls buitengebied: Beleid gericht op het hergebruik van gebouwen in het buitengebied en de ontwikkeling van landgoederen om het landschap met zijn specifieke kenmerken te behouden en versterken. Deze uitgangspunten zijn verdeeld over vijf thema's in de woonagenda: de groeiende bevolking, betaalbaar wonen in de huursector, de vraag naar woningen in de koopsector, wonen met zorg en welzijn, en duurzaamheid van woningen en woonomgeving.
Bij de beoordeling van woningbouwinitiatieven worden deze uitgangspunten en de ruimtelijke kwaliteit in overweging genomen. De gemeente erkent dat de woningmarkt voortdurend verandert en dat woonwensen en -vormen evolueren. De lokale woningbouwopgave staat centraal in het gemeentelijk woonbeleid. De gemeente benadrukt dat er ruimte moet zijn voor diverse initiatieven en dat zij goede initiatieven de kans wil geven, mits deze passen binnen de uitgangspunten. Over het bouwen in het buitengebied geeft de gemeente het volgende aan: Het is belangrijk om het groene karakter van het platteland te behouden en te blijven investeren, aangezien het platteland onder druk staat door leegstand en verpaupering. Hoewel deze trends niet kunnen worden gestopt, is het van belang om ze goed te begeleiden en maatregelen te nemen om het aantrekkelijke woonklimaat te behouden. Er worden twee categorieën onderscheiden in het buitengebied: hergebruik en/of functieverandering van vrijkomende (agrarische) gebouwen en de ontwikkeling van nieuwe landgoederen verhogen de kwaliteit van het buitengebied. Beide categorieën moeten voldoen aan voorwaarden om in aanmerking te komen voor woningbouw. Een initiatief, zoals het voornemen van ARO, moet liggen binnen de Structuurvisie Veluweflank om in aanmerking te komen voor woningbouw. Voorwaarden om mee te werken zijn opgenomen in het afwegingskader.
Prioriteit wordt altijd gegeven aan het behoud van de kwaliteit van het buitengebied, terwijl overige nieuwe burgerwoningen in het buitengebied worden
22
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
uitgesloten. Relatie met het voorliggend plan De voorgenomen ontwikkeling die een woning vervangt in het buitengebied past binnen de woonagenda van de gemeente. De woonagenda geeft aan dat het belangrijk is om het groene karakter va het platteland te behouden en te blijven investeren. Het toevoegen van overige nieuwe burgerwoningen in het buitengebied wordt uitgesloten, met uitzondering van vrijkomende (agrarische) bedrijven of nieuwe landgoederen die worden omgezet naar een woonfunctie. In dit geval wordt er geen extra woning toegevoegd, maar wordt een bestaande woning vervangen. In totaliteit komt er geen nieuwe woonfunctie bij, daarmee wordt aangesloten op de uitgangspunten van de woonagenda.
23
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
Binnen deze planherziening zijn alleen onderzoeken uitgevoerd die relevant zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Bodem
Dit bodemonderzoek, (zie Bijlage 1) uitgevoerd op 24 oktober 2023 door Boluwa Eco System B.V., heeft als doel het vaststellen van eventuele verontreiniging van grond en grondwater van de locatie en een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats en concentratie van eventuele verontreinigende stoffen. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Norm NEN 5725:2017 (strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Bij het verzamelen van de beschikbare informatie is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de werkwijze zoals beschreven in de NEN 5725. Op basis van deze norm bepaalt de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. Resultaat Toekomstige parkeerplaats Er is een sterke verontreiniging met asbest aanwezig in de druppelzone van het pand houtweg 45. Deze vormt een geval van ernstige bodemverontreiniging. Om de parkeerplaats mogelijk te maken moet dit geval van ernstige bodemverontreiniging worden gesaneerd (bijvoorbeeld met een BUS-melding. De provincie Gelderland is hiervoor het bevoegd gezag). In de exploitatiekosten moet hiervoor rekening worden gehouden met saneringskosten. De saneringskosten moeten gebaseerd zijn op een (te overleggen) kostenraming, opgesteld (na afronding en onze beoordeling van de bodemonderzoeken) door een daarvoor deskundig adviesbureau of aannemer.
De asbest verdachte platen in gaten G68 en G69 dienen mee genomen te worden bij de ernstige asbestsanering van de druppelzone. Het sterke verhoogde gehalte van koper in één peilbuis ter hoogte van de toekomstige parkeerplaats is geen bezwaar voor de bestemmingsplanwijziging.
24
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Afbeelding: Kaart met boorpunten terrein ARO
Toekomstige woning De boven en ondergrond zijn niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties koper en cadmium. Er geen bezwaren voor de bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar wonen.
25
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Afbeelding: Kaart met boorpunten terrein ARO
4.3
Geluid
In het kader van de wijziging van het bestemmingsplan dient het geluid dat wordt veroorzaakt door het verkeer dat van en naar ARO rijdt inzichtelijk te worden gemaakt. Het betreft hier enerzijds het geluid veroorzaakt door het rijden op de parkeerplaats en het dichtslaan van autoportieren en anderzijds het geluid veroorzaakt door het komen en gaan van het verkeer op de openbare weg (indirecte hinder). Aangegeven zal worden of er sprake is van een toename van het geluid. In opdracht van ARO heeft TAUW een akoestisch onderzoek uitgevoed. Voor de uitgangspunten van het onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 2. Resultaat Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT Uit de rekenresultaten blijkt dat het geluid afhankelijk van de ligging van de woning toeneemt. Alleen bij de woning gelegen aan de Ooster Oenerweg 28 wordt op de eerste verdieping de grenswaarde behorende bij stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ en het Activiteitenbesluit met 1 dB overschreden. Maatgevend voor het geluid op de woning zijn de reeds aanwezige technische installaties op het maaiveld. Maatregelen of maatwerkvoorschriften zijn nodig om de uitbreiding te realiseren.
26
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
Tabel: Geluidbelasting LAr,LT vanwege de parkeeractiviteiten op het eigen terrein van ARO
Maximale geluidniveaus LAmax Uit de resultaten volgt dat er met de voorgenomen vernieuwing en uitbreiding van het parkeerterrein sprake is van zowel toenames als afnames van de maximale geluidniveaus die worden veroorzaakt door het verkeer dat op het parkeerterrein van ARO rijdt, één en ander afhankelijk van waar een woning zich
27
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
ten opzichte van parkeerterrein bevindt. Op alle dagen wordt voldaan aan de richtwaarde van stap 2 van de VNG-publicatie. Hiermee wordt dus ook voldaan aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. Voor zover het de maximale geluidniveaus betreft is er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmering voor het vernieuwen en uitbreiden van het parkeerterrein.
Tabel: Geluidbelasting LAmax vanwege de parkeeractiviteiten op het eigen terrein van ARO
Indirecte hinder Uit de resultaten volgt dat er met de voorgenomen vernieuwing en uitbreiding van het parkeerterrein
28
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
sprake is van toenames van de gemiddelde geluidniveaus die worden veroorzaakt door het verkeer dat van en naar ARO rijdt. Op alle dagen wordt voldaan aan de grenswaarden van stap 3 van de VNG en de grenswaarde uit de Schrikkelcirculaire. Voor zover het gemiddelde geluidniveau veroorzaakt door het verkeer dat van en naar ARO rijdt betreft is er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmering voor het vernieuwen en uitbreiden van het parkeerterrein.
Tabel: Geluidbelasting LAeq vanwege de verkeer dat van en naar ARO rijdt
Mogelijke maatregelen Als mogelijk te treffen maatregelen om de overlast te verminderen is een scherm langs de koelinstallaties en een scherm op de erfgrens tussen de woning en het terrein van ARO onderzocht. Uit de berekeningen blijkt dat bij het plaatsen van een scherm langs de koelinstallaties het geluid op de gevel met 4 tot 5 dB afneemt en dat er voldaan kan worden aan stap 2 van de VNG-publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Wanneer een scherm tussen het parkeerterrein en de woningen wordt toegepast neem het langtijdgemiddelde geluid op de gevel aan de zijde van de parkeerplaats op de begane grond met 3 dB af en voor het maximale geluidniveau met 9 dB af. Op de eerste verdieping is het effect beperkt. Nog steeds zal er sprake zijn van een overschrijding van stap 2 van de VNG-publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit waardoor maatwerkvoorschriften noodzakelijk zijn. Conclusie Zonder het treffen van maatregelen wordt er voldaan aan stap 3 van de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. Hiermee kan gesteld worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat
29
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
voor de omwonenden. Er zijn wel maatwerkvoorschriften nodig voor de woning aan de Ooster Oenerweg 28 voor de overschrijding van de grenswaarde van het Activiteitenbesluit op de eerste verdieping. In voorliggend bestemmingsplan wordt het plaatsen van van de voorgestelde schermen mogelijk gemaakt. Bij het realiseren van de voorgenomen schermen wordt voldaan worden aan stap 2 van de VNG-publicatie.
4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals opslag, verwerking en transport van deze stoffen binnen een inrichting of tijdens het transport ervan. Deze activiteiten kunnen risico's met zich meebrengen voor de leefomgeving. Daarnaast vallen ook de risico's van opstijgen en landen op vliegvelden onder het thema externe veiligheid. Deze risico's worden uitgedrukt in twee maatstaven: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op basis van criteria, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met gevaarlijke stoffen met zich kunnen brengen. Dit omvat voornamelijk grote chemische bedrijven, maar ook kleinere bedrijven zoals LPG-tankstations en opslagplaatsen voor bestrijdingsmiddelen. Daarnaast worden (hoofd)transportroutes voor gevaarlijke stoffen, zoals pijpleidingen, spoorwegen, wegen en waterwegen, ook beschouwd als potentiële bronnen van gevaar. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimumniveau van bescherming te bieden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Om dit doel te bereiken, zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op de omgeving te beoordelen. Hiervoor worden het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren, waarbij een PR-contour geldt waarbinnen die kans 10-6 bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft een indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Als er een ontwikkeling gepland is in de nabijheid van een risicobron, geldt, afhankelijk van de ontwikkeling, een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het bevi legt wettelijk vast welke risiconormen van toepassing zijn op bedrijven met gevaarlijke stoffen die als risicovol worden beschouwd. Het Bevi is van toepassing op deze specifieke bedrijven en stelt normen voor externe veiligheid.
Transport van gevaarlijke stoffen over water, spoor en weg Voor het beoordelen van de risico's met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen over water, spoor en weg is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van toepassing. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van het Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het beoordelen van de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast het toetsen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, bepaalt dit besluit ook dat er aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor het beheer en onderhoud van de leidingen. Nota milieu-veiligheid Epe
30
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)
In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid, genaamd Nota milieu-veiligheid Epe, vastgesteld. Deze visie stelt als uitgangspunt dat nieuwe risicobronnen alleen zijn toegestaan als er sprake is van verplaatsing van een bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Bovendien is in deze beleidsvisie vastgelegd dat het groepsrisico als gevolg van een risicobron niet groter mag zijn dan de oriëntatiewaarde. De beleidsvisie stelt ook dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten, zoals scholen en zorginstellingen met verminderd zelfredzame personen, binnen het invloedsgebied van een risicobron mogelijk worden gemaakt, de besluitvorming hierover expliciet aan de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd. Voorgenomen ontwikkeling Op basis van de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het plangebied meerdere kwetsbare objecten (woonverblijven) liggen. Echter is voorgenomen ontwikkeling geen categoriale inrichting vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), waardoor er geen invloeden te verwachten zijn. In de nabije omgeving van het plangebied vinden geen risicovolle bedrijfsactiviteiten en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Vanuit externe veiligheid treden er daarmee geen belemmeringen op.
4.5
Milieuzonering
Milieuzonering richt zich op milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, namelijk geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin deze milieuaspecten gelden en hoe de milieucontour wordt vastgesteld, verschilt per type bedrijvigheid. Sinds 1986 publiceert de 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'. Deze publicatie bevat een lijst met richtafstanden die moeten worden aangehouden tussen gevoelige bestemmingen en bedrijven. Als er wordt afgeweken van deze richtafstand, moet er een nadere motivatie worden gegeven waarom dat gebeurt. Het scheiden van milieubelastende en -gevoelige functies heeft twee doelen: 1. Het voorkomen of zo veel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige functies, zoals woningen, al in het ruimtelijke ontwerp. 2. Het bieden van voldoende zekerheid aan milieubelastende activiteiten, zoals bedrijven, zodat zij hun activiteiten duurzaam en onder aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen. In de 'VNG-publicatie Bedrijven Milieuzonering' is voor een autoparkeerterrein een richtafstand van 30 meter aangegeven tot een woning (gevoelig object) in een rustige woonwijk en 10 meter tot een woning in een gemengd gebied.
De volgende kenmerken worden in de rechtspraak en VNG-handreiking als indicaties genoemd voor gemengd gebied: (1) Directe nabijheid van verschillende functies, (wonen in combinatie met winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen of bedrijven, (2) lintbebouwing met bedrijvigheid (In het buitengebied, waar agrarische bedrijven en woningen door elkaar liggen) en (3) ligging langs hoofdinfrastructuur ( wegen, spoorlijnen of andere infrastructuur die zorgen voor verhoogde milieubelasting). Als er geen sprake is van een omgeving met uitsluitend woonfuncties en weinig verstoring, dan is het geen rustige woonwijk maar mogelijk een gemengd gebied. Het plangebied kan dus worden aangemerkt als een gemengd gebied in de zin van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Binnen het gebied komen immers diverse functies voor, waaronder wonen, detailhandel, agrarische bedrijven en kleinschalige bedrijvigheid. Deze functies bevinden zich in directe nabijheid van elkaar en zijn zowel planologisch toegestaan als feitelijk aanwezig. Op de locatie van ARO kan gesproken worden van een gemengd gebied. Naast verschillende bedrijven in de nabije omgeving, bevinden zich ook woningen en agrarische gronden. Met voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de richtafstanden voor een gemengd gebied tot gevoelige objecten, hierdoor kan gesproken worden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Ook wordt dit bevestigd in het akoestisch onderzoek Bijlage 2. Geluid is het maategevende aspect voor autoparkeerterreinen. Er wordt voldaan aan de VNG richtafstanden. De ontwikkeling zal niet bijdragen aan een overschrijding van de geluidswaarden. Er zijn geen bijzondere risico's op het gebied van geluid en vormt het aspect
31
bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO (vastgesteld)