Wethouder Beversstraat 12 voor vaststelling_Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12
Status: Vastgesteld
Wethouder Beversstraat 12
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 3 5 7 7
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
9 9 10 13
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie
18 18 19 19
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Beleidsmatige uitgangspunten nieuwe ontwikkeling 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Stedenbouwkundig plan 4.4 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.5 Welstand en beeldkwaliteit 4.6 Duurzaamheid
21 21 21 23 25 25 26
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
29 29 36 38
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
41 41 41 42 48
Hoofdstuk 7
49
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Op het perceel Wethouder Beversstraat 12 is al jaren het Geert de Leeuwhuis gevestigd. Het Geert de Leeuwhuis is een zorgvoorziening voor begeleid wonen voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Het voornemen is om het perceel te gaan herontwikkelen. De bestaande bebouwing, die stamt uit de jaren 80 van de vorige eeuw is technisch en functioneel verouderd. Om goede 24-uurszorg voor de toekomst te blijven garanderen is herontwikkeling van het perceel nodig. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en er wordt een nieuw gebouw gerealiseerd met bijbehorende voorzieningen zoals parkeergelegenheid en tuin. Om het bouwplan uit te kunnen voeren is een herziening van het geldende bestemmingsplan vereist. Onderliggend bestemmingsplan geeft het juridisch-planologisch kader voor de nieuwbouw.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan “Wethouder Beversstraat 12”betrekking heeft wordt globaal begrensd door de Wethouder Beversstraat in het noorden, de Londenstraat in het oosten, de Wethouder Gerbertstraat in het zuiden en wethouder Elhorststraat in het westen en ligt in het stadsdeel West, in de wijk Boswinkel. Het plangebied is gelegen in een gebied met voornamelijk woningen. Aan de oostzijde van het plangebied is winkelcentrum Boswinkel gelegen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied binnen Enschede weergeven. Op afbeelding 1.2 is de ligging meer gedetailleerd weergegeven.
Afbeelding 1.1: ligging planlocatie ter hoogte van rood kruis (b ron: atlas van overijssel)
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
3
Afbeelding 1.2: plangeb ied Wethouder Beversstraat 12 (met rode belijning aangegeven) Het gebied aan de zuidoostzijde van Wethouder Beversstraat 12 wordt in de ontwikkeling betrokken. Hier wordt met name parkeergelegenheid gerealiseerd. In afbeelding 1.3 is het perceel van bovenaf weergegeven.
4
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
Afbeelding 1.3: vogelvluchtafb eelding op b estaande bebouwing in noordelijke richting
Afbeelding 1.4: zicht op Geert de Leeuwhuis vanaf zijde wethouder Beversstraat
1.3
Geldende juridische regelingen
Het plangebied valt onder het bestemmingsplan 'Boswinkel 2018', dat op 12 november 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Binnen dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming 'Maatschappelijk' en de functieaanduiding 'zorginstelling'. De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, die zijn bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
5
genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep 'Maatschappelijk' van de bij die regels behorende Lijst van Bedrijfstypen (bijlage 1 van het bestemmingsplan), bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'zorginstelling' is een woonzorgcomplex toegestaan. Een woonzorgcomplex is gedefinieerd in het bestemmingsplan en betreft een woongebouw, waarin de hoofdfunctie wonen wordt gecombineerd met zorg- en welzijnsvoorzieningen en waarbij tevens ter ondersteuning van deze functies kleinschalige, ondergeschikte detailhandel, dienstverlening en/of horeca kan voorkomen. De maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt 10 meter, de maximaal toegestane goothoogte 7 meter. De gronden rondom het perceel zijn aangemerkt als 'Verkeer-verblijfsgebied'. Deze gronden zijn bestemd voor erftoegangswegen, woonerven, pleinen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, speelvoorzieningen, straatmeubilair, (openbare) nutsvoorzieningen en verkeersvoorzieningen en bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken.
Afbeelding 1.3: huidige b estemmingsregeling Wethouder Beversstraat 12 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Het bouwplan kent een hogere hoogte dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan en daarnaast wordt er gedeeltelijk buiten het bouwvlak en op grond met de bestemming 'Verkeer-verblijfsgebied' gebouwd. Daarnaast gelden de paraplubestemmingsplannen 'Onzelfstandige bewoning', 'Cultuurhistorie', 'Bedrijven met milieuzones, parkeren en 'kwalitatief sturen op appartementen' voor het plangebied. De regels van deze (paraplu)bestemmingsplannen zijn deels relevant en vinden waar nodig hun doorwerking in onderliggend bestemmingsplan.
6
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.
Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.
Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Wethouder Beversstraat 12” is het erkende wijkorgaan 'bewonersteam Boswinkel' actief. Gevraagd is om advies uit te brengen op het bestemmingsplan. Er is per email advies uitgebracht. Het advies is positief. Daarbij heeft het bewonersteam nog enkele aanbevelingen gegeven. Deze hebben betrekking op het kiezen van een type zonnepaneel dat geen schittering veroorzaakt voor omwonenden en het voorkomen van geluidsoverlast door technische installaties. Vooroverleg bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
7
In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Geen vooroverleg bestemmingsplan “Wethouder Beversstraat 12”. Het bestemmingsplan “Wethouder Beversstraat 12” maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen, de provincie Overijssel of het Rijk in het geding zijn. Daarom is voor dit bestemmingsplan afgezien van het plegen van vooroverleg.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Wethouder Beversstraat 12” in voorbereiding te nemen op 10 juni 2020 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede. Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet.
De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Wethouder Beversstraat 12” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 9 september 2020 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in de Staatscourant. Zienswijzen Er zijn geen zienswijzen ingediend. Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand- en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke- en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen.
Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Het gaat hierbij om de volgende doelstellingen: - Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; - Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; - Efficiënt gebruik van de ondergrond; - Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's, inclusief de achterlandverbindingen; - Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; - Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; - Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; - Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; - Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; - Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; - Ruimte voor militaire
terreinen en activiteiten; - Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
9
2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Onderhavig bestemmingsplan houdt rekening met/is in overeenstemming met de rijksregels.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
10
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
Afbeelding 2.1: uitvoeringsmodel provincie Overijssel
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
11
kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Middels onderhavig bestemmingsplan wordt de herontwikkeling van een perceel in bestaand stedelijk gebied mogelijk gemaakt. Er kan worden gesproken van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, één van de uitgangspunten van de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Overijssel. De bestaande locatie wordt herontwikkeld, waarbij er meer woonzorgappartementen worden ontwikkeld op het perceel. In de huidige situatie zijn er 30 appartementen aanwezig, in de toekomstige situatie 87. Door in meer bouwlagen te bouwen wordt dit gerealiseerd. Tegelijkertijd zorgt dit voor afname van het bebouwde oppervlak op het perceel. In de huidige situatie heeft het perceel reeds een maatschappelijke bestemming en wordt het gebruikt voor de activiteiten van initiatiefnemer. Met de nieuwbouw wordt invulling gegegeven aan de wensen en behoefte van initiatiefnemer en cliënten om verouderde bebouwing te vernieuwen en kwalitiatief goede woonruimte en zorg te kunnen blijven bieden aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel, een lichamelijke beperking of chronische ziekte. Ook op de lange termijn heeft de uitvoering van het plan toegevoegde waarde. Zo zal het aantal mensen met niet-aangeboren hersenletsel de komende jaren -helaas- toenemen (onder meer door de vergrijzing). Het nieuwe gebouw biedt plaats aan meer bewoners dan voorheen en kunnen voorzien in de gewenste zorgbehoeft.
De herontwikkeling komt daarmee tegemoet aan een behoefte. Aan de bepalingen uit de provinciale verordening ten aanzien van toekomstbestendigheid (artikel 2.1.4) wordt voldaan. Ontwikkelingsperspectief Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Voor dit perspectief geldt dat herstructurering en transformatie de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu, aantrekkelijk moeten houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Bij de herontwikkeling worden energie-efficiënte maatregelen genomen (welke) en er wordt geanticipeerd op klimaatverandering door voldoende ruimte voor groen te reserveren en rekening te houden met de relevante wateraspecten ter plaatse.
In de toekomstige situatie wordt de bebouwde oppervlakte verminderd ten opzichte van de huidige situatie (van circa 2700 m2 circa 1900 m2 bebouwing). De bebouwing wordt in een parkachtige, groene setting gerealiseerd waarbij in de tuin middels een wadi de waterbergingsopgave wordt ingevuld. Wateroverlast wordt hierdoor voorkomen, evenals hittestress. De mogelijkheden voor realisatie van een sedumdak worden onderzocht. Gebiedskenmerken De kenmerken van de Natuurlijke laag en de Laag van het agrarisch cultuurlandschap zijn vanwege de ligging in bestaand stedelijk gebied niet meer aanwezig. In de Stedelijke laag is het plangebied aangemerkt als 12
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
'woonwijken 1955-nu'. De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Herstructurering van de wijk borduurt voort op de bestaande kwaliteiten van de bebouwing en het stedenbouwkundig ontwerp. Het gebouw van het Geert de Leeuwhuis vormt een afsluiting van de hogere bebouwing van het winkelcentrum en de portiekflats. Door het ontwerp gaat het gebouw ook een relatie aan met de kleinere schaal van de dorpse bebouwing in de directe omgeving. Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie is ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand.
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
13
2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
Afbeelding 2.2: het 'RAR kompas'
2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor
14
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid.
Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. In 2019 is vervolgens de nieuwe Woonvisie vastgesteld door de raad. Dit betreft een herijking van de Woonvisie uit 2012. De nieuw Woonvisie betreft geen structuurvisie. De herijking is er om meerdere redenen gekomen; in 2018 zijn vijf nieuwe strategische thema's geïntroduceerd (talent aantrekken en vasthouden, bereikbaarheid van banen vergroten, duurzame groene stad, inclusieve samenleving en goed bestuur). Daarnaast zijn in het coalitieakkoord “Met trots en lef bouwen aan kansrijk Enschede” een groot aantal uitspraken opgenomen waarmee richting wordt gegeven aan de uitwerking van deze thema's, onder meer in het woonbeleid. Ten derde is het instrument van de Woonvisie sinds 2015 in de Woningwet opgenomen: via een woonvisie kan een gemeente richting geven aan het beleid van de woningcorporaties. De woonopgave in Enschede is volop in ontwikkeling.
Enschede zet als de kennisstad in High Tech regio Twente in op een groei richting 170.000 inwoners. Eerste inzet is om met een hoogstedelijk woonmilieu in en rond het centrum van de stad de aantrekkingskracht op talent te vergroten, en talent vast te houden door ook buiten de binnenstad in aantrekkelijk woonaanbod te voorzien. Daarnaast zijn er andere grote uitdagingen die raken aan het stedelijke woonbeleid, zoals het vormgeven van een inclusieve stad door in wijken en buurten te voorzien in woningen en voorzieningen voor inwoners met een zorg en/of ondersteuningsvraag. En aan de ambitie om de woningvoorraad te verduurzamen en het woon- en leefklimaat te verbeteren door het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie). Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn:
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
15
Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.
Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. 2.3.5
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Wethouder Beversstraat 12" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Overig beleid Ten aanzien van de Woonvisie geldt dat dit bestemmingsplan een toekomstbestendige zorgvoorziening mogelijk maakt binnen de wijk Boswinkel. Met de herontwikkeling van het perceel en de realisatie van meer zorgeenheden kan worden gesproken van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Vanuit de Woonvisie is het beleid om doelgroepen met een zorgvraag in de wijken te huisvesten en hiervoor een passend aanbod aan te bieden. Het (blijven) gebruiken van het perceel voor het geven van zorg en de huisvesting van mensen met niet-aangeboren hersenletsel past in dit beleid en draagt bij aan de inclusieve samenleving. Op 9 december 2019 is de beleidsregel 'Ruimtelijk sturen op maatschappelijke functies' vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. In voorliggend plan is de maatschappelijke functie in lijn met deze beleidsregel bestemd. Op basis van het bestemmingsplan 'Boswinkel 2018' zijn er verschillende maatschappelijke functies mogelijk op het perceel, bijvoorbeeld een school of een kerkgebouw e.d. Vooral als een pand leeg staat en/of verkocht wordt biedt dit onzekerheid voor de omgeving over de nieuwe invulling.
Door deze panden specifieker te bestemmen kunnen ongewenste functies en daarmee ongewenste effecten voor de omgeving worden voorkomen. Deze werkwijze wordt in de beleidsregel omschreven. In het bestemmingsplan 'Wethouder Beversstraat 12' is er wederom sprake van een maatschappelijke bestemming, maar er worden minder functies toegestaan dan op grond van het geldende bestemmingsplan mogelijk is. In onderliggend bestemmingsplan wordt de bestemming 'Maatschappelijk-Zorginstelling' opgenomen. Op basis daarvan is een zorginstelling toegestaan, met bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Maatschappelijke basisfuncties (zoals een huisarts en een apotheek) kunnen middels een binnenplanse afwijking worden toegestaan, mits voldaan wordt aan bepaalde criteria.
16
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
17
Hoofdstuk 3 3.1
Gebiedsbeschrijving
Ruimtelijke structuur
Het perceel van het Geert de Leeuwhuis ligt in de stadswijk Boswinkel. De stadswijk Boswinkel wordt samengesteld uit de deelgebieden (buurten) De Braker, Cromhoff / Louwersterrein, Ruwenbos, Boswinkel en Kotmanpark. Daarnaast bevindt zich in het zuidelijk deel van de wijk, aangrenzend aan het tracé van de A35, een relatief brede, groene bufferzone (zone A35). Het perceel van het Geert de Leeuwhuis grenst aan de noord- en westzijde aan het deelgebied De Braker. De Braker is het oudste gedeelte van de stadswijk met een compact stedelijk woonmilieu, waar de bebouwing langs oude landwegen is bebouwd. De bebouwing stamt veelal uit de interbellumperiode (1920-1940). Kenmerken zijn de dakpannen schilddaken, overstekken en erkers, gebouwd op strokenverkaveling. Het deelgebied Boswinkel is eind jaren vijftig en begin jaren zestig gebouwd. Er is sprake van een orthogonale 'stempelwijk' waarin de verkavelingsopzet als een 'stempel' over het gebied is uitgerold. De bebouwing bestaat hier uit o.a. bouwblokken van 4 lagen gestapelde woningen en grondgebonden woningen met kleine tuinen. Deze ruimtelijke opzet is goed zichtbaar aan de Wethouder Beversstraat. Tussen de Wethouder Elhorststraat en de Burgemeester van Veenlaan zijn in de negentiger jaren, ten noorden van de Drenthestraat, patiowoningen en een aantal appartementencomplexen met een grotere korrel gerealiseerd.
De Wethouder Gerbertstraat is een historische landweg die vroeger een geheel was met de Wethouder Elhorststraat. Waar de oude landweg een bocht maakte is het perceel van het Geert de Leeuwhuis gelegen. Dat dit een oude structuur betreft, is nog terug te zien aan de lintbebouwing aan de Wethouder Gerbertstraat die aansluit op de verkaveling in de Braker. In de wijk speelt groen een belangrijke rol. Boswinkel heeft een groen karakter door een groot aantal groene ruimtes die door de hele wijk te vinden zijn. Het oogt als een stadswijk met dorpse kwaliteiten, ook omdat de ruimtes op vele plekken verbonden zijn door groen langs de wegen. Zo doordringt groen heel Boswinkel op verschillende manieren. Het Geert de Leeuwhuis maakt onderdeel uit van deze opzet. Door de groene structuurdrager Wethouder Beversstraat is het perceel verbonden met Park Cromhoff, de belangrijke structuur langs de Utrechtlaan en daardoor met het groen langs de snelweg. Ook voegt het Geert de Leeuwhuis met hun tuin een extra groene ruimte aan het weefsel van Boswinkel toe. De toevoeging van een aantal nieuwe bomen in de tuin als ook op het parkeerterrein van het perceel ondersteunen dit aspect. Verkeersstructuur Het Geert de Leeuwhuis ligt in de wijk Boswinkel welke verkeerskundig gezien vrijwel in zijn totaliteit een verblijfsgebied - 30 km-zone - is.
Uitzonderingen binnen deze wijk zijn de gebiedsontsluitingswegen Burgemeester Van Veenlaan en Wethouder Beversstraat welke door de wijk lopen en de Haaksbergerstraat, Getfertsingel, Zuiderval die de wijk begrenzen. Deze gebiedsontsluitingswegen maken onderdeel uit van het stedelijk hoofdwegennet waar de doorstroming van het verkeer prioriteit heeft. Deze wegen kennen dan ook een maximumsnelheid van 50 km/uur. Aan de zuidzijde wordt de wijk begrensd door de (stads)autosnelweg A35. Dit is een stroomweg met een maximum snelheid van 100 km/u en is een schakel in het landelijk hoofdwegennet. De Wethouder Elhorststraat en Belgielaan zijn ingericht als fietsstraat en vormen een belangrijke noord-zuid-route voor fietsverkeer in dit gebied; deze route sluit aan op een tunnel onder de A35 en geeft zo verbinding met enerzijds het centrum van Enschede en anderzijds met de zuidelijke woonwijken van de stad. Ten aanzien van het openbaar vervoer geldt dat een stadsbuslijn (lijn 1) via de Burgemeester Van Veenlaan en Wethouder Beversstraat rijdt en een halte heeft bij het nabijgelegen winkelcentrum Boswinkel. Deze lijn rijdt in de spitsen zes keer per uur en daarbuiten vier keer per uur. In de avonduren wordt een halfuurdienst gereden.
18
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
3.2
Functionele structuur
De wijk Boswinkel heeft hoofdzakelijk een woonfunctie. Centraal in het gebied van deze wijk bevindt zich het winkelcentrum Boswinkel en deze vervult een belangrijke rol in de dagelijkse behoeften (boodschappen) van de wijkbewoners. Naast detailhandel zijn er ook ook horeca- en dienstverlenende functies aanwezig. Het winkelcentrum is gelegen ten oosten van het plangebied. Direct ten zuiden van dit winkelcentrum is een verkooppunt van motorbrandstoffen aanwezig. Daarnaast zijn er binnen de wijk een aantal locaties aan te wijzen die een maatschappelijke functie vervullen. Het gaat hierbij onder meer om woonzorgcomplexen en onderwijsdoeleinden. Het Geert de Leeuwhuis is hier een voorbeeld van en ligt direct naast het winkelcentrum. Rondom het Geert de Leeuwhuis ziijn veelal woningen gelegen. De huidige situatie op het perceel bestaat uit bebouwing die begin jaren 80 van de vorige eeuw gerealiseerd is. De bebouwing is functioneel en technisch verouderd. De entree van het gebouw bevindt zich aan de zijde van de Wethouder Beversstraat, waar zich ook enkele parkeerplaatsen bevinden. In de nabijheid van het perceel zijn openbare parkeerplaatsen aanwezig waarvan gebruik gemaakt wordt door bezoekers en personeel van het Geert de Leeuwhuis. De hoogte van de bestaande bebouwing varieert en bedraagt voor een groot gedeelte van de bebouwing circa 4 meter.
De hoogste bebouwing op het perceel heeft een hoogte van circa 7,50 meter. Op grond van het geldende bestemmingsplan is reeds hogere bebouwing toegestaan dan nu aanwezig is; het geldende bestemmingsplan staat een bouwhoogte van 10 meter toe, met een maximale goothoogte van 7 meter.
3.3
Cultuurhistorie
Monumenten in het plangebied Er zijn geen monumenten in het plangebied of in de nabije omgeving van het plangebied aanwezig. Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied Er zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en bouwwerken zonder monumentstatus in het plangebied of in de nabije omgeving van het plangebied aanwezig. Archeologisch erfgoed in het plangebied Er zijn in het plangebied geen aanwezige archeologische vindplaatsen en/of monumenten aanwezig. Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Wethouder Beversstraat 12" zijn geen beschermwaardige bomen aanwezig. De bescherming van bomen is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op het bij de APV behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de APV. Het bij de APV behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede.
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
19
Afbeelding 3.1: fragment interactieve b omenkaart Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten wordt in bestemmingsplannen zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt.
20
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Beleidsmatige uitgangspunten nieuwe ontwikkeling
Woonvisie In de Woonvisie is opgenomen dat Enschede een inclusieve stad wil zijn. Dat betekent dat inwoners ongeacht eventuele beperkingen naar vermogen mee kunnen blijven doen en erbij blijven horen. Belangrijke onderdelen van de inclusieve opgave liggen op het terrein van het woonbeleid. Met de Woonvisie dragen we onder meer bij aan de volgende ambities: samen de stad en de inwoners in hun kracht zetten, de kosten van zorg betaalbaar houden en waar mogelijk nieuwe problemen voorkomen. Het centrale doel is dat iedere inwoner passend kan wonen met wanneer nodig (tijdelijke) ondersteuning en zorg. Dat betekent dat inwoners zo lang (of zo snel) mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Het sociale beleid is er meer en meer op gericht om kwetsbare groepen en/of mensen met een zorgvraag in de buurt of wijk op te vangen (extramuralisering van de zorg). Dat stelt zowel eisen aan de afstemming tussen alle relevante zorgpartijen als aan de draagkracht van een wijk of buurt en aan het aanbod van woningen die passend zijn voor de doelgroep. De ontwikkeling hangt samen met de scheiding van wonen en zorg. Die scheiding vraagt om een nieuw samenspel tussen gemeenten, corporaties, zorginstellingen en bewoners om passende woon-, zorg-, en dienstenarrangementen te ontwikkelen. Het Geert de Leeuwhuis is een zorgvoorziening die al decennia gelegen is binnen en onderdeel uitmaakt van de wijk Boswinkel.
Cliënten hebben hun netwerk in de omgeving. Met de herontwikkeling en nieuwbouw wordt een passende zorgvoorziening voor de toekomst gerealiseerd en wordt kwalitatief goede zorg voor de toekomst blijvend mogelijk gemaakt, mede door de schaalvergroting/de realisatie van een groter aantal zorgeenheden. Door de herontwikkeling wordt uitvoering gegeven aan het beleid omtrent de inclusieve stad.
4.2
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.
Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
'Stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
21
stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn. Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden.
Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.
'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Wethouder Beversstraat 12" In het bestemmingsplan "Wethouder Beversstraat 12" worden diverse ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Onderstaand wordt per ruimtelijke ontwikkeling nagegaan of daarbij sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. De ontwikkelingen die als 'stedelijke ontwikkeling' moeten worden aangemerkt worden vervolgens getoetst aan de Ladder Duurzame Verstedelijking. In de huidige situatie is op het perceel Wethouder Beversstraat 12 een woonzorgcomplex aanwezig (30 appartementen). De oppervlakte aan bebouwing op het perceel bedraagt circa 2600 m2. In de toekomstige situatie zal ook een zorginstelling aanwezig zijn. De oppervlakte aan bebouwing/het ruimtebeslag vermindert en zal circa 1900 m2 gaan bedragen. In het gebouw zullen 87 zorgeenheden met bijbehorende voorzieningen aanwezig zijn. De bebouwing bestaat in de toekomstige situatie, anders dan in de bestaande situatie waar sprake is van bebouwing bestaande uit één bouwlaag met een kap, uit meerdere verdiepingen. Het geldende bestemmingsplan maakt meer zorgeenheden mogelijk dan op dit moment aanwezig zijn. Er is hieraan binnen het geldende bestemmingsplan geen maximum gesteld.
Met de toegestane goothoogte van 7 meter en bouwhoogte van 10 meter zou binnen de geldende bestemmingsregeling ook bebouwing in meerdere bouwlagen en meer zorgeenheden gerealiseerd kunnen worden. Kijkend naar jurisprudentie in relatie tot de kenmerken van de ontwikkeling merken wij de ontwikkeling niet aan als een stedelijke ontwikkeling. Desalniettemin dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de behoefte aan een ontwikkeling te worden gemotiveerd. Behoefte De huidige bebouwing op het perceel is functioneel en technisch verouderd. De wooneenheden zijn te klein en de omvang van het aantal appartementen op deze locatie is te gering om ook voor de toekomst goede 24-uurszorg te kunnen blijven garanderen. De realisatie van meer en kwalitatief betere appartementen is daarom noodzakelijk. Er is veel behoefte aan een woonzorgvoorziening voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Gezien de vergrijzing zal het aantal mensen met deze aandoening en daardoor ook de behoefte aan passende zorg, de komende jaren stijgen. Naarmate men ouder wordt, wordt de kans op hersenletsel groter. Daarmee kan worden vastgesteld dat er een behoefte is aan het realiseren van meer zorgeenheden voor het verlenen van deze zorg.
22
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
4.3
Stedenbouwkundig plan
De bestaande gedateerde bebouwing op het perceel wordt gesloopt. Het nieuwe gebouw van het Geert de Leeuwhuis heeft meer bouwmassa dan de bestaande bebouwing en de structuur sluit aan op de bebouwing van Boswinkel uit de wederopbouwperiode, zoals de naastgelegen 4-laagse bebouwing van het winkelcentrum. De oriëntering van de bebouwing haakt in op de bestaande lijnen van de hoogbouw van het winkelcentrum. Het nieuwe gebouw bestaat uit drie vleugels die orthogonaal op elkaar inhaken. De vleugels aan de Wethouder Beversstraat bestaan uit 4 lagen, net als de bebouwing aan de andere zijde van de Wethouder Beversstraat. De zuidelijke vleugel bestaat uit drie lagen, aansluitend bij de dorpse lintbebouwing van de Wethouder Gerbertstraat en Wethouder Elhorststraat. Door de bouwstructuur en de ligging van het perceel aan drie doorgaande wegen (wethouder Beversstraat, Wethouder Elhorststraat en Wethouder Gerbertstraat) is het gebouw alzijdig te noemen. Zowel de langs- als de kopgevels zijn goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte en zorgvuldig ontworpen. Het gebouw heeft aan de zijde van de Wethouder Beverstraat zijn hoofdingang. Hier is ook het bezoekersparkeren gelegen en vindt het halen en brengen plaats. De overige parkeergelegenheid is gesitueerd tussen de nieuwbouw en het winkelcentrum.
Dit binnengebied is in de ontwikkeling heringericht als fietsstraat met parkeerplekken voor het Geert de Leeuwhuis. Aan de zijde van de Wethouder Gerbertstraat wordt er tuin en groen gerealiseerd. Door de realisatie van tuin en groen zowel aan de noord- en zuidwestzijde, ligt de nieuwe bebouwing in een parkachtige setting. Het Geert de Leeuwhuis voegt met hun tuin een extra groene ruimte aan het weefsel van Boswinkel toe. De toevoeging van een aantal nieuwe bomen in de tuin als ook op het parkeerterrein van het perceel ondersteunen dit aspect.
Afbeelding 4.1: impressie b eb ouwing vanuit vogelvlucht Zuid-West (bron: Croonen architecten)
bestemmingsplan Wethouder Beversstraat 12 (vastgesteld)
23
Afbeelding 4.2: impressie b eb ouwing Noord-Oost (bron: Croonen architecten) Verkeer en parkeren De ontwikkeling betekent een vergroting van het aantal bewoners/eenheden ten opzichte van het bestaande gebouw. Om deze reden wordt de hoeveelheid parkeerplaatsen voor zowel langzaam verkeer als gemotoriseerd verkeer uitgebreid. Bij de hoofdingang zal de parkeergelegenheid worden uitgebreid met 6 fietsstallingsplaatsen en 8 parkeerplaatsen (waaronder invalidenparkeergelegenheid). In het binnengebied worden daarnaast 20 fietsstallingsplaatsen en 32 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan beide zijden van de entree zijn in de huidige situatie 2 parkeerplaatsen, dus in totaal 4 parkeerplaatsen, aan de Wethouder Beversstraat gelegen. Deze blijven gehandhaafd. Aan de Wethouder Elhorststraat zullen 9 parkeerplaatsen aanwezig zijn (na herindeling, in de huidige situatie betreffen dit nog 6 parkeerplaatsen). Voor de bereikbaarheid geldt dat het bezoekersparkeren voor zowel langzaam als gemotoriseerd verkeer aan de Wethouder Beversstraat is gesitueerd. Het fietsverkeer heeft daarbij via de Wethouder Beversstraat een directe aansluiting op de fietsstraat Wethouder Elhorststraat-Belgiëlaan. Het gemotoriseerd verkeer heeft via de Wethouder Beversstraat aansluiting op het stedelijk hoofdwegennet (Burgemeester Van Veenlaan en het vervolg van de Weth. Beversstraat).
Via Wethouder Beversstraat en Zuiderval is aansluiting op de A35 als onderdeel van het landelijk hoofdwegennet. Het overige parkeren voor langzaam en gemotoriseerd verkeer wordt via de Wethouder Gerbertstraat ontsloten. Het langzaam verkeer kan via deze weg aansluiten op de eerdergenoemde fietsstraat Wethouder Elhorststraat-Belgiëlaan. Het gemotoriseerd verkeer heeft via de Wethouder Gerbertstraat aansluiting op het stedelijk hoofdwegennet (Burgemeester Van Veenlaan). Het Geert de Leeuwhuis ligt centraal in de wijk Boswinkel, naast het winkelcentrum waar een bushalte aanwezig is en is daarmee goed bereikbaar met het openbaar vervoer. In afbeelding 4.2 is een impressie van de terreininrichting van het perceel en de parkeergelegenheid weergegeven. Deze is ook als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.