Voorontwerp Projectbesluit 3.0
Tekst van het document
61/176
Artikel 12.16 (omgevingsvergunning grondwaterbescherming) [p.m.: ex OV Overijssel] § 12.2.3 – Aanvulling van beoordelingsregels Artikel 12.17 (omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwen, in stand houden en gebruik van een bouwwerk) In aanvulling op de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning in de omgevingsplannen die zijn genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit projectbesluit moet[en] de volgende beoordelingsregel[s] bij de beoordeling van de aanvraag in acht te worden genomen: a. [p.m.]. Artikel 12.18 (omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid) In aanvulling op de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning in de omgevingsplannen die zijn genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit projectbesluit moet[en] de volgende beoordelingsregel[s] bij de beoordeling van de aanvraag in acht te worden genomen: a. [p.m.]. § 12.2.4 – Aanvulling van aanvraagvereisten Artikel 12.18 (omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwen, in stand houden en gebruik van een bouwwerk) In aanvulling op de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning in de omgevingsplannen die zijn genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit projectbesluit moet[en] de [het] volgende aanvraagvereiste[n] voor de aanvraag van de omgevingsvergunning in acht te worden genomen: a. [p.m.].
Artikel 12.19 (omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid) In aanvulling op de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning in de omgevingsplannen die zijn genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit projectbesluit moet[en] de [het] volgende aanvraagvereiste[n] voor de aanvraag van de omgevingsvergunning in acht te worden genomen: a. [p.m.]. § 12.2.5 – Wijziging van regels over verbinden van voorschriften aan omgevings-vergunning Artikel 12.20 (omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwen, in stand houden en gebruik van een bouwwerk) In aanvulling op de regels over het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning in de omgevingsplannen die zijn genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit projectbesluit moet[en] de volgende regel[s] in acht te worden genomen: a. [p.m.]. Artikel 12.21 (omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid)
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
62/176
In aanvulling op de regels over het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning in de omgevingsplannen die zijn genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit projectbesluit moet[en] de volgende regel[s] in acht te worden genomen: a. [p.m.].
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
63/176
Hoofdstuk 13 - Uitwerking van het projectbesluit Afdeling 13.1 – Uitwerking regels in omgevingsplannen Artikel 13.1 (Uitwerking projectbesluit met oog op [p.m.]) 1. Het bevoegd gezag kan dit projectbesluit uitwerken, als bedoeld in artikel 5.54 van de Omgevingswet, met het oog op [p.m.] [tevens: {GEOMETRISCHE BEPALING: [p.m.]}]. 2. De bevoegdheid als genoemd in het eerste lid wordt uitgeoefend onder de volgende voorwaarden: a. [p.m.]. [Bij de opstelling van dit concept van het projectbesluit was het nog onduidelijk of van de bevoegdheid gebruik zal worden gemaakt om in dit projectbesluit te bepalen dat het besluit met inachtneming van de daarbij gestelde randvoorwaarden door het bevoegd gezag kan worden uitgewerkt. Deze bevoegdheid is gegeven in artikel 5.54 van de Omgevingswet. Van deze uitwerkingsmogelijkheid kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt als duidelijk is hoe het project er uit gaat zien, maar over één onderdeel nog geen duidelijkheid is. Het uitwerkingsbesluit volgt dezelfde procedure als de procedure voor het projectbesluit, met uitzondering van kennisgeving voornemen of voorkeursbeslissing]
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
64/176
Hoofdstuk 14 - Financiële bepalingen Afdeling 14.1 – Kostenverhaal [Bij de opstelling van dit concept van het projectbesluit wordt ervan uitgegaan dat er geen kostenverhaalplichtige activiteiten zullen plaatsvinden als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Onder bepaalde voorwaarden moeten exploitatieregels worden opgenomen in een projectbesluit op grond van artikel 13.14, derde lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet.]
Afdeling 14.2 – Aanvullende regels nadeelcompensatie Artikel 14.2 (procedure aanvraag nadeelcompensatie) [p.m.].
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
65/176
Hoofdstuk 15 - Overige en slotbepalingen Afdeling 15.1 – Regels monitoring [p.m.] Artikel 15.1 ([p.m.]) 1. [p.m.].
Afdeling 15.2 – Regels handhaving [p.m.] Artikel 15.2 ([p.m.]) 1. [p.m.].
Afdeling 15.3 - Slotbepalingen Artikel 15.3 (inwerkingtreding) 1. Dit projectbesluit treedt in werking vier weken na de dag van bekendmaking ervan. 2. In afwijking van het eerste lid treden de [onderdelen] in werking op [OPTIE]. Artikel 15.4 (citeertitel) Dit projectbesluit wordt aangehaald als: Projectbesluit Duurzaamheidsroute A35.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
66/176
BIJLAGEN VAN DE REGELS
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
67/176
Bijlage I – Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: [VOORLOPIGE LIJST:] 1. aanleggen: de omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid, zoals geregeld in het omgevingsplan; 2. bouwen: de omgevingsplanactiviteit voor het bouwen, in stand houden en gebruik van een bouwwerk, zoals geregeld in het omgevingsplan; 3.
landmark: een kunstwerk dat [p.m.];
4. locatie: het geometrisch bepaalde werkingsgebied als onderdeel van de technische standaard die is aangewezen in artikel 2 van de Regeling standaarden publicaties Omgevingswet; 5. Omgevingsplan Almelo: het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, van de gemeente Almelo; 6. Omgevingsplan Borne: het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, van de gemeente Borne; 7. Omgevingsplan Enschede: het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, van de gemeente Enschede; 8. Omgevingsplan Hellendoorn: het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, van de gemeente Hellendoorn; 9. Omgevingsplan Hengelo: het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, van de gemeente Hengelo; 10. Omgevingsplan Wierden: het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, van de gemeente Wierden; 11.
peil: [p.m.]
12. project: het project Projectbesluit Duurzaamheidsroute A35 waarvoor dit projectbesluit is genomen en waarvan het doel is vastgelegd in artikel 2.3 van dit projectbesluit; 13. projectbesluitgebied: het gebied waarin meerdere locaties in verband met hun onderlinge samenhangende eigenschappen of geografische samenhang zijn gegroepeerd; 14. veldopstelling: installatie voor de opwekking van zonne-energie die niet gecombineerd wordt met bebouwing, maar zelfstandig is opgesteld in het vrije veld; 15. zonnepaneel: een paneel met aan elkaar gekoppelde fotovoltaïsche zonnecellen waarmee elektriciteit kan worden opgewekt.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
68/176
Bijlage II – Verschijningsvormen installaties Voor de toepassing van dit projectbesluit worden de volgende verschijningsvormen voor de in de regels van hoofdstukken 3 tot en met 8 toegelaten installaties aangewezen: I.
Verschijningvorm veldopstelling
(indicatieve illustratie veldopstelling) De bouweisen en aanlegeisen voor een veldopstelling van zonnepanelen zijn: a. maximale bouwhoogte: 2 m; b. maximale bedekkingsgraad: 80% van het perceel; c. per aansluiting/knooppunt eenzelfde (symmetrische) oriëntatie; d. hellingshoek per aansluiting/knooppunt gelijk; e. percelen in nabijheid van elkaar dienen in onderlinge samenhang zijn ontworpen; f. er mogen geen verspringingen in paneelrijen op eenzelfde perceel zijn; g. de paneelrijen moeten zodanig zijn uitgelijnd dat verrafeling is voorkomen; h. waar mogelijk moet gebruik gemaakt worden van natuurlijke barrières in plaats van hekwerk. [TOE TE VOEGEN: risico-reducerende maatregelen Brandweer Twente] II.
Verschijningsvorm opstelling op talud
(indicatieve illustratie opstelling op talud) De bouweisen en aanlegeisen voor een opstelling op talud van zonnepanelen zijn: a. maximale bouwhoogte: 0,75 m t.o.v. maaiveld (ondergrond talud) en 0,75 m boven bovenzijde talud;
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
69/176
b. c. d. e. f. g. h.
maximale bedekkingsgraad: 80% van het perceel; oriëntatie in lijn met oriëntatie van talud; hellingshoek gelijk aan talud; percelen in nabijheid van elkaar dienen in onderlinge samenhang zijn ontworpen; er mogen geen verspringingen in paneelrijen op een zelfde perceel zijn; de paneelrijen moeten zodanig zijn uitgelijnd dat verrafeling is voorkomen; waar mogelijk moet gebruik gemaakt worden van natuurlijke barrières in plaats van hekwerk.
III.
Verschijningsvorm opstelling op wand
(indicatieve illustratie opstelling op wand) De bouweisen voor een opstelling op wand van zonnepanelen zijn: a. maximale bouwhoogte wand en zonnepanelen: 6,50 m; b. oriëntatie: voorzijde zonnepanelen gericht op de weg; c. percelen in nabijheid van elkaar dienen in onderlinge samenhang zijn ontworpen; d. er mogen geen verspringingen in paneelrijen op een zelfde perceel zijn; e. de paneelrijen moeten zodanig zijn uitgelijnd dat verrafeling is voorkomen. IV.
Verschijningsvorm opstelling op geluidscherm
(indicatieve illustratie opstelling op geluidscherm) De bouweisen voor een opstelling op geluidscherm van zonnepanelen zijn: a. maximale bouwhoogte: 1 m boven het bestaande geluidscherm; b. oriëntatie in lijn met oriëntatie van geluidscherm; c. hellingshoek gelijk aan geluidscherm; d. percelen in nabijheid van elkaar dienen in onderlinge samenhang zijn ontworpen; e. er mogen geen verspringingen in paneelrijen op een zelfde perceel zijn;
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
70/176
f.
de paneelrijen moeten zodanig zijn uitgelijnd dat verrafeling is voorkomen. V.
Verschijningsvorm opstelling op water
(indicatieve illustratie opstelling op water) De bouweisen voor een opstelling op water van zonnepanelen zijn: a. maximale bouwhoogte: 1 m boven waterniveau; b. maximale bedekkingsgraad: 50% van het projectbesluitgebied; c. per aansluiting/knooppunt eenzelfde (symmetrische) oriëntatie; d. hellingshoek per aansluiting/knooppunt gelijk; e. er mogen geen verspringingen in paneelrijen op een zelfde perceel zijn; f. de paneelrijen moeten zodanig zijn uitgelijnd dat verrafeling is voorkomen. VI.
Verschijningsvorm opstelling Solar Carport
(indicatieve illustratie opstelling Solar Carport) De bouweisen voor een opstelling Solar Carport van zonnepanelen zijn: a. maximale bouwhoogte: 6 m; b. percelen in nabijheid van elkaar dienen in onderlinge samenhang zijn ontworpen; c. er mogen geen verspringingen in paneelrijen op een zelfde perceel zijn; d. de paneelrijen moeten zodanig zijn uitgelijnd dat verrafeling is voorkomen. VII.
Verschijningsvorm landmark
De bouweisen voor een landmark zijn: a. maximale bouwhoogte: 6 m.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
71/176
Bijlage III – Aanduidingen en codes van Geografische Informatie Objecten [VOORBEELD VAN INVULLING:] LEGENDA: Noemer Artikel Indicatief/exact GIO-id 1 Functie-aanduidingen: 3.3, eerste lid Geometrische begrenzing van de functie Duurzaamheidsroute A35 – gemeente Almelo Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_duurzaamheidsroute_A35_almelo/nld@2024-0000 4.3, eerste lid Geometrische begrenzing van de functie Duurzaamheidsroute A35 – gemeente Borne Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_duurzaamheidsroute_A35_borne/nld@2024-00-00 5.3, eerste lid Geometrische begrenzing van de functie Duurzaamheidsroute A35 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_duurzaamheidsroute_A35_enschede/nld@202400-00 6.3, eerste lid Geometrische begrenzing van de functie Duurzaamheidsroute A35 – gemeente Hellendoorn Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_duurzaamheidsroute_A35_hellendoorn/nld@202400-00 7.3, eerste lid Geometrische begrenzing van de functie Duurzaamheidsroute A35 – gemeente Hengelo Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_duurzaamheidsroute_A35_hengelo/nld@2024-0000 8.3, eerste lid Geometrische begrenzing van de functie Duurzaamheidsroute A35 – gemeente Wierden Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_duurzaamheidsroute_A35_wierden/nld@2024-0000 Projectbesluitgebieden: 3.5, eerste lid Geometrische begrenzing talud – locatie 6 – gemeente Almelo Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_6_almelo/nld@2024-00-00
3.6, vierde lid Geometrische begrenzing talud – locatie 29 – gemeente Almelo Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_29_almelo/nld@2024-00-00 4.5, eerste lid Geometrische begrenzing veld – locatie 107 – gemeente Borne Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_107_borne/nld@2024-00-00 5.5, eerste lid Geometrische begrenzing herplant – locatie 37 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_37_enschede/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing veld – locatie 1-80-92 – gemeente Enschede
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
72/176
5.6, eerste lid 5.7, eerste lid
5.8, eerste lid
5.9, eerste lid
5.10, eerste lid
Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_1-80-92_enschede/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing water – locatie 79 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_79_enschede/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing water – locatie 79 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_79_enschede/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing veld – locaties 81-82-12-7-26-27-30 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_81-82-12-7-26-2730_enschede/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing talud – locatie 10 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_10_enschede/nld@2024-00-00
5.11, eerste lid
Geometrische begrenzing landmark – locatie 91 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_91_enschede/nld@2024-00-00
5.12, eerste lid
Geometrische begrenzing landmark – locatie 91 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_91_enschede/nld@2024-00-00
5.13, eerste lid
Geometrische begrenzing wand – locatie 19 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_19_enschede/nld@2024-00-00
5.14, eerste lid
Geometrische begrenzing veld – locatie 34 – gemeente Enschede
5.15, eerste lid
Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_34_enschede/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing talud – locatie 32 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_32_enschede/nld@2024-00-00
5.16, eerste lid
Geometrische begrenzing landmark – locatie 90 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_90_enschede/nld@2024-00-00
5.17, eerste lid
Geometrische begrenzing landmark – locatie 90 – gemeente Enschede Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_locatie_90_enschede/nld@2024-00-00
[etc.]
[etc.]
Tijdelijke maatregelen: [p.m.] [p.m.] Mitigerende maatregelen: [p.m.] [p.m.] Doelregels projectbesluit: 2.3 Geometrische begrenzing doelregels projectbesluit Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_doelregels/nld@2024-00-00 Doelregels per functie:
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
73/176
[p.m.] [p.m.] Algemene regels over activiteiten: Geometrische begrenzing specifieke zorgplicht 2.4 Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_specifieke_zorgplicht/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing milieunormen geluid 2.5 Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_geluid/nld@2024-00-00 Geometrische begrenzing milieunormen trillingen 2.6 Exact /join/id/regdata/……/2024/pb_trillingen/nld@2024-00-00 Regels over uitvoeringsbesluiten: [p.m.] [p.m.] 1 Het GML-bestand voor de werkingsgebieden van dit projectbesluit is via Internet raadpleegbaar door
de URL https://identifier.officielebekendmakingen.nl voor /join/.. te zetten (bijvoorbeeld [p.m.]).
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
74/176
DEEL C – MOTIVERING VAN HET PROJECTBESLUIT
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
75/176
Samenvatting Sinds 2018 werken gemeenten Hellendoorn, Wierden, Almelo, Borne, Hengelo en Enschede samen met de provincie Overijssel, regionale- en Rijkspartners aan het project Duurzaamheidsroute A35. Door zonnepanelen en zonnevelden te realiseren langs de A35/N35 en een deel van de A1 willen het Rijk, de provincie en gemeenten invulling geven aan de toezegging van het Rijk om waar mogelijk Rijksgronden beschikbaar te stellen voor de energietransitie. Het project vindt zijn basis in het Klimaatakkoord en de uitwerking daarvan in de Regionale Energiestrategie Twente (RES Twente 1.0) en vormt een bijdrage aan de regionale opgave om duurzame energie op te wekken. De Duurzaamheidsroute A35 is een pilot project in het kader van het programma OER, dat door Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in opdracht van het ministerie EZK wordt uitgevoerd. Het traject van de duurzaamheidsroute N35/A35 loopt tussen Nijverdal en de Duitse grens, en de A1 tussen knooppunt Buren en Hengelo Noord. Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt een opwek van 0,075 TWh tot 0,1 TWh aan duurzame energie beoogd. Het project draagt daarmee in grote mate bij aan de doelstelling van de RES Twente (1,5 TWh duurzaam op wekken in 2030).
Omdat de planologische regels van de betrokken gemeenten de aanleg van zonnepanelen op dit moment niet toestaan, het project Duurzaamheidsroute A35 ruimtelijk complex is (dubbel ruimtegebruik) en het een gemeentelijk overstijgend karakter kent, heeft de Stuurgroep van het project de provincie verzocht de juridisch-planologische vastlegging met het provinciaal instrumentarium te regelen. Om deze reden is ervoor gekozen om voor de Duurzaamheidsroute A35 een projectbesluit op te stellen. Door middel van dit projectbesluit wordt de uitvoering, het inwerking hebben en het in stand houden van het project juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Het projectbesluit bestaat uit het vaststellingsbesluit, de regels en de onderhavige motivering. Het projectbesluit wijzigt de omgevingsplannen die liggen op de gronden waarop het project zal worden gerealiseerd. In tegenstelling tot het voormalige instrument provinciaal inpassingsplan, waarmee werd afgeweken van de regels van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen, vormt het projectbesluit een zelfstandig stukje omgevingsplan dat in het bestaande omgevingsplan wordt ingevoegd. Wel mag het projectbesluit alleen de regels van het omgevingsplan wijzigen met regels uit dat besluit indien en voor zover die regels nodig zijn voor de realisering van het project.
Omdat dit projectbesluit als uitgangspunt de regels van een omgevingsplan wijzigt, zijn de regels die de omgevingsplannen wijzigen verdeeld over zes hoofdstukken. Voor elke gemeente is de wijziging van haar omgevingsplan te zien in het hoofdstuk dat haar omgevingsplan betreft. Deze hoofdstukken zijn de hoofdstukken 3 tot en met 8 van de regels van dit projectbesluit. Daarnaast zijn regels voor tijdelijke maatregelen (hoofdstuk 9 van de regels) en mitigerende maatregelen (hoofdstuk 10) opgenomen die de omgevingsplannen wijzigen. Dit geldt ook voor de (aanvullende of afwijkende) beoordelingsregels, aanvraagvereisten en regels voor het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als zijnde een uitvoeringsbesluit van dit projectbesluit (hoofdstuk 12). Op het moment van vaststellen van dit projectbesluit hadden alle zes betrokken gemeenten nog geen volwaardig omgevingsplan vastgesteld voor de gronden waarop dit projectbesluit ziet. De gemeenten hebben voor hun grondgebied een voorlopig omgevingsplan van kracht dat met het overgangsrecht van de Omgevingswet van rechtswege is ontstaan.
Dit is het zogenoemde tijdelijk deel van het omgevingsplan waarin alle bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen zijn opgenomen die zijn voorbereid en vastgesteld op grond van de wetgeving die gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Daarnaast zijn in dat tijdelijke deel voormalige regels van het Rijk opgenomen (de zogenaamde bruidsschat) en enkele andere besluiten met betrekking tot ruimtelijke ordening en milieu.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
76/176
De gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd gekregen om het tijdelijke deel van het omgevingsplan te vervangen door een vast deel: het volwaardig volgens de Omgevingswet ingerichte omgevingsplan. Dit is de zogenaamde overgangsfase. Zolang een gemeente nog geen volwaardig omgevingsplan heeft vastgesteld kan een projectbesluit het omgevingsplan niet wijzigen. In principe geldt dit voor de duur van de overgangsfase, maar als een gemeente voor de gronden van het projectbesluit eerder een volwaardig omgevingsplan heeft vastgesteld kan het projectbesluit dat omgevingsplan wel wijzigen. Omdat een projectbesluit een omgevingsplan niet kan wijzigen zolang dat nog geen volwaardig omgevingsplan is, wordt het projectbesluit in dat geval van rechtswege aangemerkt als omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Met een omgevingsvergunning kan immers alleen worden afgeweken van het omgevingsplan en na een bepaalde tijdsduur dient die omgevingsvergunning te zijn verwerkt in het omgevingsplan. Omdat de zes gemeenten nog geen volwaardig omgevingsplan op de gronden van het projectbesluit van kracht hebben, wordt ook dit projectbesluit aangemerkt als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Aangemerkt als zodanig, gelet op de werking richting het tijdelijk deel van het omgevingsplan, namelijk door daarvan af te wijken, en gelet op de verplichting om dit projectbesluit te verwerken in het omgevingsplan. Dit projectbesluit wordt om overgangsrechtelijke redenen aangemerkt als omgevingsvergunning maar is dat qua inrichting en opbouw niet. Daarom is dit projectbesluit volgens de regels voor een projectbesluit opgesteld. Wel is rekening gehouden met het feit dat in deze overgangsrechtelijke fase geen stukje omgevingsplan kan worden opgesteld voor het project. Daarom is in de regels verwezen naar de regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Om na te gaan of het project Duurzaamheidsroute A35 binnen het vigerende beleid van de betrokken overheden en organisaties past, heeft er een beleidsanalyse plaatsgevonden. Hieruit komt naar voren dat alle betrokken overheden en organisaties de opwekking van hernieuwbare energie noodzakelijk achten voor het behalen van energiedoelstellingen. De provincie Overijssel heeft in 2024 een voorbereidingsbesluit genomen waarin het realiseren van zonneparken op agrarische- en natuurgronden niet meer is toegestaan. Voor de Duurzaamheidsroute A35 geldt hiervoor een uitzondering. Participatie heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het project.
De omgeving en verschillende samenwerkingspartners zijn nauw betrokken geweest bij het proces, door middel van onder andere online en fysieke bijeenkomsten, een enquête en een digitale kaart. Uit het participatieproces zijn acht bouwstenen naar voren gekomen, waarmee zonne-energie opgewekt kan worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om zonnepanelen op een geluidsscherm, of een opstelling op talud. Participanten hebben ook de mogelijkheid gekregen om op kaarten aan te geven waar ze welke bouwstenen voor ogen hadden. Deze bouwstenen zijn: veldopstelling, taludopstelling, wandopstelling, geluidsschermopstelling, wateropstelling, solar carport opstelling en landmarks. In het kader van het projectbesluit, en de daar aan gerelateerde project-mer-beoordeling, zijn de effecten van de permanente en tijdelijke maatregelen op de fysieke leefomgeving vastgesteld. Daaruit is gebleken dat het project niet [p.m. een aantal onderzoeken moeten nog plaatsvinden] leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het voorontwerp projectbesluit van de Duurzaamheidsroute A35 wordt ter consultatie voorgelegd aan de vooroverlegpartners. Aan de hand van deze consultatiefase wordt het voorontwerp aangepast en verder uitgewerkt, waarna het ontwerp projectbesluit voor de Duurzaamheidsroute A35 volgt.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
77/176
1. Inleiding Sinds 2018 werken gemeenten Hellendoorn, Wierden, Almelo, Borne, Hengelo en Enschede samen met de provincie Overijssel, regionale- en Rijkspartners aan het project Duurzaamheidsroute A35. Door zonnepanelen en zonnevelden te realiseren langs de A35/N35 en een deel van de A1 willen het Rijk, de provincie en gemeenten invulling geven aan de toezegging van het Rijk om waar mogelijk Rijksgronden beschikbaar te stellen voor de energietransitie. Het project vindt zijn basis in het Klimaatakkoord en de uitwerking daarvan in de Regionale Energiestrategie Twente (RES Twente 1.0). Het project vormt een bijdrage aan de RES Twente en draagt bij aan de regionale opgave om duurzame energie op te wekken. Het project is onderdeel van het programma OER (Opwek Energie op Rijksvastgoed) dat door Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in opdracht van het ministerie EZK wordt uitgevoerd.
1.1.
Aanleiding voor het vaststellen van dit projectbesluit
De Duurzaamheidsroute A35 beoogt het opwekken van duurzame, zonne-energie en landschapsbehoud langs het traject van de A35/N35 en een deel van de A1. Het traject strekt zich uit over de gemeenten Hellendoorn, Wierden, Almelo, Borne, Hengelo en Enschede. Op dit moment staan de planologische regels van de gemeenten de aanleg van zonnepanelen niet toe. Door middel van dit projectbesluit wordt de uitvoering, het inwerking hebben en het in stand houden van het project juridischplanologisch mogelijk gemaakt.
1.2.
Waarom voor een projectbesluit is gekozen
Het project Duurzaamheidsroute A35 is ruimtelijk complex (dubbel ruimtegebruik) en heeft een gemeente overstijgend karakter. De Stuurgroep van het project Duurzaamheidsroute A35 heeft de provincie daarom verzocht om de planologisch-juridische vastlegging van het project met het provinciaal instrumentarium te realiseren. Gedeputeerde staten van de provincie Overijssel hebben toen besloten om op dit verzoek in te gaan (brief aan provinciale staten van 4 juli 2023 inzake Voorbereiden Projectbesluit Duurzaamheidsroute A35). Omdat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden zal voor de planologischjuridische verankering van het project het nieuwe instrument projectbesluit worden gebruikt. Het provinciaal inpassingsplan dat onder de Wet ruimtelijke ordening mogelijk was, is niet meer teruggekomen onder de Omgevingswet. Op grond van artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet zijn gedeputeerde staten bevoegd om een projectbesluit vast te stellen. Gedeputeerde staten zijn daarmee het bevoegd gezag. De uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet wordt in principe aan de bestuursorganen van een gemeente overgelaten (artikel 2.3, eerste lid, van de Omgevingswet). Het projectbesluit betreft de gronden van zes gemeenten.
Gelet op dit aantal gemeenten en daarmee het aantal omgevingsplannen, heeft de provincie geoordeeld dat het belang van het project niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door de betrokken gemeentebesturen kan worden behartigd (voornoemd artikel 2.3, tweede lid, aanhef en onder a). Tevens vormt het project een provinciaal belang. Met dit oordeel worden de grenzen van artikel 2.3 bij de vaststelling van dit projectbesluit in acht genomen, een en ander als voorgeschreven in artikel 5.44, derde lid, van de Omgevingswet.
1.3.
Leeswijzer
Onderhavig document betreft de motivering van het projectbesluit Duurzaamheidsroute A35, als bedoeld in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze motivering bevat daardoor een inhoudelijke onderbouwing van dit besluit.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
78/176
In hoofdstuk 2 wordt het project Duurzaamheidsroute A35 nader uiteengezet, inclusief een beschrijving van de verkenningsfase en de samenhang met andere projecten. Hoofdstuk 3 bevat een overzicht van relevante beleidskaders en randvoorwaarden van alle betrokken overheidspartijen. Hoofstuk 4 bevat een overzicht van randvoorwaarden die worden gehanteerd door de netbeheerders. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van maatregelen, zowel permanente als tijdelijke, die geregeld zijn in dit projectbesluit om het project te kunnen realiseren, in stand te houden en te gebruiken. Dit hoofdstuk bevat kaarten waarop de ligging van de voorgenomen zonnevelden en andere vormen van installatie van zonnepanelen te zien is. In hoofdstuk 6 worden de gevolgen beschreven van de maatregelen voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 7 staat de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen centraal. In hoofdstuk 8 wordt de mer-procedure doorlopen voor dit project. Hoofdstuk 9 bevat een samenvatting van het participatieproces dat heeft plaatsgevonden in het kader van het project. In hoofdstukken 10, 11 en 12 vindt de juridische beschrijving van dit projectbesluit plaats.
In hoofdstuk 10 wordt het instrument projectbesluit beschreven en de status van dat instrument verklaart, als dat wordt vastgesteld tijdens de overgangsfase voor omgevingsplannen als bedoeld in artikel 22.16, eerste lid, in verbintenis met artikel 22.17 van de Omgevingswet. Vervolgens worden de opbouw en de inhoud van de regels beschreven die de regels van de respectieve omgevingsplannen wijzigen met het oog op de permanente maatregelen van het projectbesluit. Tot slot wordt het projectbesluit getoetst aan de instructieregels voor omgevingsplannen als voorgeschreven in artikel 9.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In hoofdstuk 11 wordt ingegaan op de voor het realiseren van het project benodigde uitvoeringsbesluiten zoals omgevingsvergunningen. Vervolgens wordt de opbouw van de regels beschreven die de regels van de respectieve omgevingsplannen aanvullen of wijzigen in verband met een omgevingsvergunning voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit. Deze aanvullingen of wijzigingen betreffen de beoordelingsregels, de aanvraagvereisten en de regels voor het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning. In hoofdstuk 12, tot slot, worden de overige regels van dit projectbesluit beschreven.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
79/176
2. Doelstelling en beschrijving van het project 2.1.
Doelstelling
Binnen de RES-regio Twente werken gemeenten, waterschap en provincie samen aan de overgang naar duurzame energie. Binnen deze regio zijn de gronden rondom de Rijkswegen A35, N35 en A1 beschreven als kansrijke locaties voor de opwekking van hernieuwbare energie en deze locaties zijn vastgesteld als zoekgebied door de gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap Vechtstromen. Het project, Duurzaamheidsroute A35, is een project binnen het OER programma. Het primaire doel van het OER-programma is om de Regionale Energie Strategieën (RES) te ondersteunen in hun streven om tegen 2030 35 TWh aan duurzame energie op te wekken. Daartoe zet het Rijk haar eigen gronden waar mogelijk en geschikt in. Het afgeleide projectdoel van de Duurzaamheidsroute A35 is het mogelijk maken en realiseren van opwek van duurzame energie door middel van zonne-energie. Daartoe is in samenwerking tussen partijen en omgeving zowel gekeken naar de rijksgronden aan en nabij de A35 als die van andere overheden en eventueel derden die gronden ook willen inzetten voor dit doel. Vanuit de RES Twente wordt verwacht dat het haalbaar is om 1,5 TWh duurzaam op te wekken in 2030. Daarmee draagt het in ruime mate bij aan het landelijke doel (RES Twente, 2021). Met het project Duurzaamheidsroute A35 wordt een opwek van 0,075 TWh tot 0,1 TWh aan duurzame energie beoogd.
Het project draagt daarmee in grote mate bij aan de doelstelling van de RES Twente. Provinciale Staten van Overijssel heeft in 2024 een voorbereidingsbesluit genomen waarmee het benutten van gronden buiten het bestaand bebouwd gebied voor het opwekken van zonne-energie is stopgezet. De Duurzaamheidsroute A35 geldt hierop als uitzondering (Provinciale Staten van Overijssel, 2023).
2.2.
Beschrijving van het project
De Duurzaamheidsroute A35 is een onderdeel van het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de Rijksoverheid – waar mogelijk – de gronden die in haar bezit zijn, beschikbaar stelt voor het duurzaam opwekken van hernieuwbare energie. In de OER wordt daarmee de grootschalige opwekking van energie op Rijksgronden verkent. Het programma treft de voorbereidingen voor daadwerkelijke realisatie van energieprojecten door ontwikkelaars. Het programma heeft als doel om de uitvoering van de Regionale Energiestrategieën in Nederland te ondersteunen. Het traject van de duurzaamheidsroute N35/A35 loopt tussen Nijverdal en de Duitse grens, en de A1 tussen knooppunt Buren en Hengelo Noord. Het zoekgebied betreft de strook van 250 meter aan weerszijden van de weg. Figuur 1 geeft de ligging van de Duurzaamheidsroute A35 in de zes gemeenten weer.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
80/176
Figuur 1. Ligging van de Duurzaamheidsroute.
2.3.
Resultaten verkenning
In februari 2022 is een verkenningenrapport (Rijkswaterstaat, 2022) gepubliceerd in opdracht van Rijkswaterstaat. In het rapport zijn er gronden aangewezen binnen het zoekgebied die beschikbaar zijn voor de aanleg van zonnepanelen of zonnevelden. Deze gronden zijn zorgvuldig gekozen op basis van gesprekken met betrokken partijen (gemeenten, provincie, waterschap, Rijkswaterstaat en Enexis), waarbij er rekening gehouden is met de randvoorwaarden die elke partij naar voren heeft gebracht. Hierbij moet men denken bijvoorbeeld aan landschappelijk waardevolle gebieden die door een gemeente uitgesloten zijn van deelname aan dit project. Ten aanzien van de selectie van gronden zijn er twee varianten uit de verkenning voortgekomen: een ‘landschappelijke variant’ (81 ha) die nadruk legt op het behoud van het groene karakter van de regio, en een ‘maximum variant’ (104 ha) die maximaal inzet op de opwekking van zonne-energie. Uit de twee participatieronden die hebben plaatsgevonden in het kader van het verkenningenrapport is gebleken dat de landschappelijke variant op het meeste maatschappelijke draagvlak kan rekenen. Daarop heeft de Stuurgroep besloten de landschappelijke variant verder uit te werken. Tijdens de verkenning is tevens een ontwerpfilosofie voor de Duurzaamheidsroute ontwikkelt.
Het doel van deze ontwerpfilosofie is om de zonne-energie, net als de weg, zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de omgeving. In het verkenningenrapport zijn diverse voorbeelduitwerkingen te vinden van verschijningsvormen (later in het stuk ook wel bouwstenen genoemd) van zonnepanelen en zonnevelden die elk op hun eigen manier aansluiten op het bestaande landschap. Gedurende de planfase zijn de locaties en verschijningsvormen van de zonnepanelen en zonnevelden tezamen met betrokken partijen nader uitgewerkt. Onderdeel van deze nadere uitwerking was een derde participatieronde die plaats heeft gevonden in oktober en november 2023. Daarbij hebben bewoners nogmaals hun mening hebben kunnen geven over de maatregelen die doorgevoerd worden in het project. Tijdens participatieronde drie is aan derden de mogelijkheid geboden om gronden aan te dragen. Participatieronde drie heeft uiteindelijk geleidt tot een definitieve selectie van gronden en verschijningsvormen, wat zich vertaald heeft in de maatregelen die gepresenteerd zijn in hoofdstuk 5. De uitkomsten van het gehele participatieproces dat heeft plaatsgevonden in het kader van het project, zijn in meer detail beschreven in hoofdstuk 9.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
81/176
2.4.
Samenhang met andere projecten
2.4.1. Verbreding N35 tussen Nijverdal en Wierden De voorgenomen ontwikkelingen in dit project – de zonnepanelen en zonnevelden – zijn onder andere gelegen langs de N35 tussen Nijverdal en Wierden. De N35 verbindt de belangrijke economische regio’s Zwolle/Kampen en Twente. Voor een betere doorstroming is beoogd om de N35 tussen Nijverdal en Wierden op te waarderen tot een autoweg met gescheiden rijbanen en 2x2 rijstroken, met een maximumsnelheid van 100 km/u. Om dit juridisch-planologisch mogelijk te maken heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 19 december 2018 het Tracébesluit N35 Nijverdal – Wierden vastgesteld. Op 30 december 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter dit tracébesluit vernietigd, aangezien het gebaseerd was op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) wat sinds mei 2019 niet meer mag worden gebruikt als onderbouwing bij ruimtelijke besluiten (uitspraak 201900677/1/R3). Op 23 juni 2023 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de Tweede Kamer via de MIRT-brief op de hoogte gesteld over de stand van zaken van een aantal wegen- en vaarwegenprojecten. Hieruit is naar voren gekomen dat met het oog op stikstof de verbreding van de N35 gepauzeerd is, net als meerdere andere wegen- en vaarwegenprojecten.
Binnen de regio wordt overlegd of er voldoende stikstofruimte beschikbaar gemaakt kan worden om het project in de toekomst door te laten gaan. Vooralsnog is er geen nieuw besluit genomen over de verbreding N35 tussen Nijverdal en Wierden. [p.m. Nagaan planning planvorming Verbreding N35.] 2.4.2. XL Business Park 2 in Almelo De gemeente Almelo heeft het voornemen om een nieuw bedrijventerrein te realiseren naast het bestaande bedrijventerrein XL Business Park Twente. De locatie van het nieuwe bedrijventerrein (Figuur 2) is opgenomen in de Omgevingsvisie van de gemeente Almelo als zoekgebied voor toekomstige uitbreiding van bedrijventerreinen in Almelo. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een wijziging omgevingsplan (wijzigingsbesluit) voorbereid (RHO Adviseurs, 2024).
Figuur 2. Ligging plangebied XL Business Park 2 in Almelo (bron: Notitie Reikwijdte en Detailniveau XL Business Park 2, RHO Adviseurs, 2024).
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
82/176
Bij de verkenningsfase van het project Duurzaamheidsroute A35 is rekening gehouden met de ontwikkeling van het XL Business Park 2. Er zijn geen zonnevelden of zonnepanelen voorzien binnen het plangebied van het nieuwe bedrijvenpark. Ten noorden van het bestaande XL Businesspark Twente zijn twee projectlocaties (zie Figuur 12 in hoofdstuk 5, in dit hoofdstuk is een compleet overzicht van de projectlocaties weergegeven) voor zon op talud gelegen buiten de grens van het plangebied van XL Business Park 2. De ontwikkeling van XL Business Park 2 levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het project Duurzaamheidsroute A35. 2.4.3. Project Vloedbeltverbinding (nieuwe randweg Borne) Het project Vloedbeltverbinding is gericht op het verminderen van het lokale verkeer op de bajonet A1/A35 en het leveren van een bijdrage aan het robuuster maken van het wegennet tussen Almelo en Hengelo. De vaststelling van het Provinciaal Inpassingsplan door Provinciale Staten heeft 27 maart 2024 plaatsgevonden. In Figuur 3 is het plangebied van het project Vloedbeltverbinding aangegeven. Er zijn geen zonnevelden of zonnepanelen voorzien binnen dit plangebied. De ontwikkeling van de Vloedbeltverbinding levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het project Duurzaamheidsroute A35.
Figuur 3. Plangebied Vloedbeltverbinding (bron: provinciaal inpassingsplan Vloedbeltverbinding (NL.IMRO.9923.ipVbeltverbinding-on01).
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
83/176
2.4.4. Herziening Natura 2000 beheerplan Lonnekermeer Het Natura 2000-gebied Lonnekermeer is één van de 24 Natura 2000-gebieden in de provincie Overijssel en behoort tot de grondgebieden van onder andere de gemeenten Enschede en Hengelo (Figuur 4). Voor elk Natura 2000-gebied geldt de verplichting om een beheerplan op te stellen, met onder andere de te behalen instandhoudingsdoelstellingen. Het eerste beheerplan voor Lonnekemeer is op 8 april 2016 door de Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel vastgesteld. Op 29 maart 2022 is het beheerplan door de provincie Overijssel met maximaal zes jaar verlengd. Binnen de duur van deze verlenging wordt het beheerplan voor Lonnekermeer herzien. Hiervoor is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld, waarmee de mer-procedure is opgestart (Tauw, 2024). Vooral verdroging, versnippering, klimaatverandering en stikstofdepositie worden benoemd als bedreigingen en knelpunten voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Lonnekermeer. Het beheerplan, dat onder andere maatregelen zal bevatten die de bovenstaande bedreigingen en knelpunten kunnen mitigeren of herstellen, wordt vastgesteld nadat het MER is afgerond. In paragraaf 6.1.2.1. wordt het effect van de voorziene ontwikkelingen op de Natura 2000gebieden, waaronder Lonnekermeer, nader beschreven.
Figuur 4. Natura 2000-gebied Lonnekermeer.
2.4.5. Zoekgebied windturbines [p.m. Nader uitwerken relatie project Duurzaamheidsroute A35 met aangewezen gebieden ten behoeve van de opwek van windenergie. Betreft Provinciaal voorkeursgebied zoals bedoeld in Provinciaal Programma Energiestrategie en door gemeente aangewezen zoekgebieden.]
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
84/176
3. Beleidskaders en randvoorwaarden 3.1.
Algemeen
In deze beleidsanalyse worden alle relevante beleidskaders beschreven, om zo te kunnen toetsen of de voorgenomen ontwikkelingen passen binnen de bestaande kaders. Hiertoe is achtereenvolgens Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschouwd.
3.2.
Nationaal beleid
3.2.1. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI; Rijksoverheid, 2020) komt voort uit de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt. In de NOVI wordt richting gegeven aan grote opgaven die de inrichting van ons land de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen en schetst een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Voorbeelden van deze opgaven zijn het bouwen van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en ombouw naar kringlooplandbouw. Op het gebied van energie is dat de ambitie dat Nederland in 2050 100 procent circulair is en dat we duurzame energie zo goed mogelijk in onze leefomgeving ingepast hebben. Om dit te bereiken wordt onder andere ingezet op windenergieparken en veel meer zonnedaken. Hoewel de voorkeur vanuit de NOVI uit gaat naar het aanleggen van zonnepanelen op daken, wordt ook het benutten van stukken grond in de bebouwde omgeving of het landelijk gebied benoemd als mogelijkheid. Een klimaat neutrale samenleving vraagt veel ruimte, waardoor grootschalige landschappen beïnvloed zullen worden. Dit wordt in de NOVI als onvermijdelijk gezien voor het behalen van de klimaatdoelen. 3.2.2.
Klimaatakkoord In het klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. In het Klimaatakkoord (Rijksoverheid, 2019) heeft Nederland haar nationale doelen op het gebied van duurzaamheid opgesteld om zo te kunnen voldoen aan de opgestelde afspraken. Het centrale doel van het klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Dit is in de eerste plaats een maatschappelijk transitie, waar burgers en bedrijven voor een reeks beslissingen staan en op elkaar en de overheid aangewezen zijn. Om de gestelde doelen in het klimaatakkoord te behalen, moet er worden ingezet op duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie. Ook de ontwikkeling van zonnevelden wordt in het klimaatakkoord benoemd. Hierbij wordt duidelijk vermeld dat er goed moet worden omgegaan met conflicterende ruimteclaims, bijvoorbeeld tussen zonnevelden en natuurontwikkeling. Hierbij is het bijvoorbeeld belangrijk dat gemeenten functies toewijzen aan gebieden in omgevingsplannen. 3.2.3. Opwek van Energie op Rijksvastgoed In het programma ‘Opwek van Energie op Rijksvastgoed’ (OER) verkent de Rijksoverheid hoe en waar ze met steun van de omgeving grootschalig energie kunnen opwekken op Rijksgronden. Het gaat dan bijvoorbeeld om gronden langs rijkswegen.
Het programma OER is een samenwerking tussen Rijkswaterstaat, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het Rijksvastgoedbedrijf, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het programma treft de voorbereiding voor daadwerkelijke realisatie van energieprojecten door ontwikkelaars. Het doel van het programma OER is om de uitvoering van de Regionale Energiestrategieën te ondersteunen, en meters te maken om de klimaatdoelen te halen. Meerdere RESregio’s hebben zoekgebieden op Rijksgronden opgenomen in hun plannen. Het Rijk bezit meer dan 4.000 km2 grond en 10.000 km2 wateroppervlakte, die bedoeld zijn voor maatschappelijke doelen zoals
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
85/176
bereikbaarheid. Een deel van deze gronden is ook geschikt voor energieproject (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, z.d.). 3.2.4. Beslisnota Voorkeursvolgorde zon Het Rijk, provincies (IPO), gemeenten (VNG) en waterschapen (UvW) hebben afspraken gemaakt over het multifunctioneel gebruiken van locaties voor de opwekking van zonne-energie. Er is een aangescherpte voorkeursvolgorde zon opgesteld, de ‘zonneladder’ (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2023). Eerst wordt er gekeken of plaatsing op daken en gevels mogelijk is. Daarna wordt er naar andere locaties gekeken, zoals onbenutte terreinen in bebouwd gebied. Dit kunnen bijvoorbeeld parkeerplaatsen of stortplaatsen zijn. Vervolgens wordt er gekeken naar onbenutte terreinen in landelijk gebied. Gezien het grote beslag op de schaarse ruimte in Nederland zijn zonneweides en zonneparken op landbouw- en natuurgronden, met enkele uitzonderingen, niet langer toegestaan. Het nakomen van de RES-afspraken blijft daarbij wel het uitgangspunt.
3.3.
Provinciaal beleid
3.3.1. Omgevingsvisie provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is in 2017 vastgesteld. In deze visie worden de kwaliteiten van de provincie benoemd en wordt er een beeld geschetst van een aantal actuele maatschappelijke ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor hoe de ruimte in Overijssel gebruikt kan worden. Het gaat om de thema’s klimaat, energie, regionale economie en natuur. Daarnaast zijn er in de Omgevingsvisie negen beleidsthema’s vertaald naar negen beleidsambities Deze worden benaderd vanuit duurzaamheid en ruimtelijke en sociale kwaliteit. Over het onderwerp van energie geeft de provincie Overijssel aan een belangrijke rol te spelen bij de ruimtelijke keuzen die samenhangen met de opwekking van hernieuwbare energie en het bij elkaar brengen van partijen. Daarnaast is één van de Duurzame kwaliteitsambities van de provincie het beschikbaar en betaalbaar maken van hernieuwbare energie voor iedereen. In de Omgevingsvisie wordt geambieerd dat in 2030, 30% van de energiebehoefte uit hernieuwbare bronnen bestaat. Zonne-energie en tijdelijke zonnevelden passen vanuit het perspectief van ruimtelijke kwaliteit ook in het grootschalige landschap van de provincie. Voor het beleid op het gebied van zonnevelden wordt verwezen naar de Omgevingsverordening en de Handreiking zonnevelden.
Daarnaast wordt er momenteel gewerkt aan een nieuwe Omgevingsvisie voor de provincie Overijssel. In het rapport ‘Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie (2022)’ wordt de basis gevormd voor de nieuwe Omgevingsvisie van Overijssel. Hierin worden de ambities van de provincie Overijssel op het gebied van de energietransitie besproken. Voor zowel wind- als zonne-energie heeft de provincie een ‘ladder’ opgesteld, waarin de voorwaarden en voorkeuren voor het opwekken van deze vormen van energie geborgd worden. Voor het opwekken van zonne-energie wordt er per gebied bekeken wat waar kan. 3.3.2. Voorbereidingsbesluit Zonneparken 2024 In 2024 heeft de provincie Overijssel, vooruitlopend op een daartoe strekkende aanpassing van de Omgevingsverordening, een voorbereidingsbesluit genomen. In dit voorbereidingsbesluit Zonneparken 2024 is bepaald om geen nieuwe zonnevelden toe te staan op agrarische- en natuurgronden, om zo zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik te borgen. De Duurzaamheidsroute A35 valt onder de uitzondering van dit besluit. 3.3.3. Omgevingsverordening De Omgevingsverordening bevat de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor deze fysieke leefomgeving.
In de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel worden bepaalde onderwerpen uit de Omgevingsvisie van Overijssel juridisch geborgd, waaronder de instructieregels ‘kwaliteitsimpuls zonnevelden’. De kwaliteitsimpuls zonnevelden is gebaseerd op vier principes uit het provinciaal ruimtelijk beleid: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik;
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
86/176
Passendheid in of bijdragend aan het landschap; Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie; Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde.
In relatie tot het voorbereidingsbesluit Zonneparken 2024, gelden de nieuwe instructieregels. Deze zijn opgenomen in de ontwerp-Omgevingsverordening. 3.3.4. Handreiking zonnevelden In de ‘Handreiking zonnevelden’ van de provincie Overijssel (2020) wordt de zonneladder zoals benoemd in het rapport ‘Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie’ verder uitgewerkt. Aan de hand van ruimtelijk beleid wordt er richting gegeven aan de ontwikkeling van duurzame energie en de eisen die aan het opwekken van deze vormen van energie gesteld worden. Drie hoofdvragen zijn van belang bij het realiseren van zonnevelden. Dit is ten eerste ‘of’; Zijn de zonnevelden nodig? De volgende vraag is ‘waar’? En tenslotte ‘hoe’? De provincie wil het realiseren van zonne-energie in de bebouwde omgeving stimuleren. Ook het gebruik van de bebouwde omgeving, zoals op bedrijventerreinen. Daarnaast wordt de ontwikkeling van goed ingepaste en kleine velden op agrarische erven en stads- en dorpsranden gestimuleerd. Dit moet gecombineerd worden met gebiedsopgaven in stads- en dorpsranden. Door verschillende opgaven onder, tussen en rond de panelen te realiseren wordt de ruimte multifunctioneel gebruikt. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. De provincie wil monofunctionele zonnevelden op agrarische grond of water limiteren.
Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. Omdat meervoudig ruimtegebruik ontbreekt, wordt dit gecompenseerd met investeringen in maatschappelijke opgaven buiten het project. Bij locatiekeuzes worden goede landbouwgronden ontzien. Daarnaast komen bij de realisatie van zonnevelden drie rode draden uit de Omgevingsvisie samen: verduurzaming van de energieproductie, op een wijze die ruimtelijke kwaliteit behoudt en versterkt, met een grote betrokkenheid van bewoners en gebruikers.
3.4.
Regionaal beleid
3.4.1. Regionale Energiestrategie Twente 1.0 In 2021 is de ‘Regionale Energiestrategie 1.0’ (RES 1.0) van Twente (RES Twente, 2021) gefinaliseerd, in opdracht van de Twentse gemeenten, waterschap Vechtstromen, de Provincie Overijssel en de Stuurgroep RES Twente. In dit document is uitgewerkt hoe er invulling wordt gegeven aan de afspraken uit het Nationaal Klimaatakkoord. Het document beschrijft de strategie van de regio op het gebied van het opwekken van duurzame energie en het voldoen aan de warmtevraag. In de RES 1.0 wordt beschreven dat er draagvlak is voor het opwekken van energie langs onder andere rijkswegen, zoals de A35. Daarom wordt de mogelijkheid verkend om langs de rijkswegen een energielandschap te ontwikkelen.
3.5. 3.5.1
Gemeentelijk beleid
Beleid gemeente Almelo
3.5.1.1 Omgevingsvisie Almelo In de ‘Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo’ (september 2020) staan alle regels die gelden voor het inrichten van de omgeving in gemeente Almelo. Om de energietransitie te bevorderen wil de gemeente Almelo inzetten op 100 hectare zonneparken, en 3–5 hoge windturbines. De locaties van de zonneparken wordt niet benoemd. 3.5.1.2 Duurzame energieladder Almelo Gemeente Almelo heeft in 2020 de ’Duurzame energieladder Almelo’ vastgesteld. Met dit document geeft de gemeente Almelo duidelijkheid over haar visie op duurzame energieopwekking in de gemeente,
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
87/176
langs drie lijnen: klimaatadaptatie, energietransitie en de circulaire economie. De A35 wordt in dit document benoemd voor de opwekking van duurzame energie. Vooral het gebied rondom de Leemslagenplas, grenzend aan de A35, wordt benoemd als kansrijk gebied voor (grootschalige) duurzame energieopwekking. In de Duurzame Energieladder wordt voor zonne-energie verwezen naar de Zonneladder Almelo. 3.5.1.3
Zonneladder Almelo - Beleidskader Stimulering realisatie en allocatie opwek zonne-energie Almelo De ‘Zonneladder Almelo’ (2018) is een vastgesteld beleidskader dat ingezet wordt voor de stimulering en facilitering van de opwek van hernieuwbare energie met zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven en op grote zonneparken op locaties die daarvoor geschikt zijn. Een belangrijk onderdeel van de Zonneladder Almelo is de stimulering van de opwek en allocatie van duurzame energie met zonneparken in en rond Almelo. De handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden van de provincie Overijssel is gebruikt als leidraad bij het opstellen van de Zonneladder Almelo. De Zonneladder Almelo is geïntegreerd in de Duurzame Energieladder. 3.5.1.4 Beeldkwaliteitsplan XL Businesspark Twente 2017 Het ‘Beeldkwaliteitsplan voor het XL Businesspark Twente’ is in 2017 opgesteld met het doel om de ruimtelijke samenhang van het businesspark te borgen. Dit plan werd door de gemeente Enschede in 2017 vastgesteld, om de bestaande achterhaalde beeldkwaliteitsplannen te vervangen. De zone waar voor de Duurzaamheidsroute A35 zonnevelden worden geplaatst, heet in het Beeldkwaliteitsplan ‘de etalage’. Dit is de zichtzone van het bedrijventerrein. De bedrijven kunnen zich hier van hun beste kant laten zien en zich etaleren richting de snelweg.
De gebruikers van de snelweg mogen ervaren wat het XL Businesspark Twente inhoudt, namelijk een grootschalig en hoogwaardig bedrijventerrein. 3.5.2
Beleid gemeente Borne
3.5.2.1 Omgevingsvisie ‘Samen Borne 2024+’ Het plan van aanpak voor de ‘Omgevingsvisie van Borne’ is opgesteld met de doelstelling om een uitnodigende en verbindende visie te vormen voor de inwoners, bedrijven en andere organisaties binnen de gemeente Borne. De visie is nog niet vastgesteld. In het plan van aanpak voor de visie wordt doorverwezen naar de ‘energievisie Borne 2021’ . 3.5.2.2 Energievisie Borne 2021 In de ‘Energievisie van Borne’ (2021) wordt de visie die de gemeente heeft voor het opwekken van duurzame energie beschreven. De gemeente heeft een ‘kansenkaart zon’ laten opstellen, om beter inzicht te geven over welke gebieden geschikt zijn voor de aanleg van zonnepanelen. Zo worden daken van woningen en bedrijven gezien als geschikte locaties. De opwekking van zonne-energie is uitgesloten in gebieden met zeer hoge landschappelijke waarden, zoals gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland. Of gebieden met hoge historische waarden, zoals de kern van Borne. Daarnaast wordt in deze visie gesproken over initiatieven waarmee grootschalige duurzame energieopwekking kan plaatsvinden. Inwoners zien kansen voor grootschalige duurzame energieopwekking langs de A35. Dit sluit aan op de technische analyse van mogelijkheden voor zon en wind in combinatie met de landschappelijke waardering.
Input die vanuit de inwoners verkregen is over de voorwaarden waaraan initiatieven voor grootschalige duurzame opwek moeten voldoen is gebruikt in de formulering van de uitgangspunten voor een toetsingskader en verwerkt in de Energievisie van Borne.
A30--HS-RAP-24003581 / Proj.nr. M0005395 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 21-05-2024
88/176
3.5.3
Beleid gemeente Enschede
3.5.3.1 Toekomstvisie Enschede Het document ‘Toekomstvisie Enschede’ (2020) vormt een kader voor de Omgevingsvisie van Enschede die in 2024 verwacht wordt. Het document gaat in op de tien hoofdpunten van het toekomstbeeld voor Enschede. Daarnaast wordt omschreven waarom een omgevingsvisie wordt opgesteld, en hoe deze samenhangt met andere visies, plannen en projecten. Op het gebied van energie wordt ingezet op het opwekken van duurzame energie. Ook de zonnevelden langs de A35 zijn weergeven onder het hoofdstuk ‘Innovatief Enschede’. 3.5.3.2 Energievisie Enschede en Beleidsregels zonne-energie In de ‘Energievisie van Enschede’ wordt onder andere ingezet op grootschalige opwekking van zonneenergie. In deze visie wordt het opwekken van zonne-energie langs de A35 ook benoemd. Voor de opwekking van zonne-energie zijn ook aparte beleidsregels opgesteld (2021). Hierin staat in artikel 1 beschreven dat de gemeente Enschede de langs de A35 gelegen gronden heeft aangewezen voor de opwekking van zonne-energie, voor zover deze gronden geschikt zijn. Andere artikelen binnen deze beleidsregels gaan onder andere om de landschappelijke inpassing van zonnevelden. 3.5.3.3 Visie landelijk gebied Enschede In de ‘Visie landelijke gebied van Enschede’ (2021) heeft de gemeente haar visie uitgesproken voor de ambities en ontwikkelingsprincipes voor het landelijke gebied van Enschede.
In deze visie wordt ook de zoektocht naar ruimte voor zonnevelden en windturbines benoemd. De inpassing van deze zonnevelden en windturbines vraagt veel aandacht voor goede inpassing. De Energievisie van Enschede geeft nadere invulling aan de locaties en inpassing van zonnevelden en windturbines. 3.5.4
Beleid gemeente Hellendoorn
3.5.4.1 Omgevingsvisie ‘Natuurlijk avontuurlijk’ In de ‘Omgevingsvisie ‘Natuurlijk avontuurlijk’’ heeft de gemeente Hellendoorn haar visie voor de komende jaren opgesteld. Het document is in 2014 vastgesteld. Er ligt een focus op de identiteit, de context en de kernvisie van Helledoorn. Belangrijke thema’s zijn wonen, bedrijvigheid, voorzieningen, recreatie en toerisme, bereikbaarheid, buitengebied en milieu. In het thema milieu wordt verder ingegaan op energie. De gemeente geeft aan energiebesparende en energieopwekkende maatregelen te nemen. Helledoorn verwijst voor haar beleid op het gebied van energie naar de Regionale Energiestrategie 1.0 van Twente (RES Twente, 2021). 3.5.4.2 Landschapsrecepten voor zon Gemeente Hellendoorn heeft het document ‘Landschapsrecepten voor zon’ definitief gemaakt in 2021. In dit document wordt invulling gegeven aan de borging van ruimtelijke kwaliteit bij het realiseren van zonne-energie. Het inspireert en biedt een helpende hand bij de inpassing van zon-op-land in de gemeente Helledoorn. Het document gaat in op de verschillende landschapstypen in de gemeente en de randvoorwaarden en meekoppelkansen waar rekening mee gehouden dient te worden. Volgens de landschapstypekaart loopt de A35 door het maten- en flierenlandschap en het broek- en heideontginningslandschap. Voor beide geldt een 75/25 verhouding tussen panelen en groen.
Voor beide geldt een maximale hoogte van de opstelling in verhouding tot de menselijke maat. Bij het broeken heideontginningslandschap mag de opstelling eventueel hoger zijn als het wegvalt tegen een hogere landschappelijke rand. 3.5.5