Visie Landelijk Gebied Enschede v11 april 2021.pdf
Tekst van het document
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
gebiedspartner, van bevoegd gezag tot eigenaar van gronden en uitvoerder van maatregelen. Gebiedsgericht werken vraagt om maatwerk, vanuit een herkenbare en vergelijkbare aanpak. Deze aanpak ontwikkelt de gemeente vanuit een expertisecentrum, waarin kennis wordt samengebracht en medewerkers elkaar helpen bij het ontwikkelen van de benodigde vaardigheden. De toepassing is telkens aangepast aan de kenmerken van het gebied, de opgaven die spelen, de inwoners en andere betrokkenen, de deelname van buurgemeenten, provincie en waterschap.
Gids buitenkans: nieuwe editie op basis van de Visie De Gids buitenkans is het instrument dat de gemeente benut om aanvragen voor een omgevingsvergunning en nieuwe initiatieven te beoordelen die buiten het kader van de bestemmingsplannen vallen. De Gids werkt als houvast voor initiatiefnemers en als leidraad bij de gemeentelijke beoordeling. De meest recente versie van de Gids dateert van 2014 en moet worden herzien en aangepast aan het beleid in deze Visie.
Vorige
De Gids buitenkans geeft invulling aan de hoofdlijnen uit deze Visie. De Gids pakt de vier ontwikkelingsprincipes (hoofdstuk 4) op en geeft daarop -waar nodig- een toelichting en werkt de aanpak voor de verschillende thema’s uit (hoofdstuk 5). In elk geval bevat de Gids regels voor: • Waardestelling en hergebruik van vrijkomende agrarische gebouwen (VAB) • Waardestelling en bouwen en slopen in het buitengebied (Rood voor Rood) • Stichting van landhuizen op nieuwe landgoederen (Rood voor Groen) • Afwijkingen van het algeheel verbod op onzelfstandige bewoning en woningsplitsing • Definities van inwoning, mantelzorg(woning), gastenverblijf en ‘bed and breakfast’ • Toevoegen van toeristische verblijfsaccommodatie, (kleinschalige) horeca en leisure-concepten • Ontwerp, beheer en de landschappelijk verantwoorde inpassing van energiemaatregelen • Omzetting van recreatiewoningen in een woonbestemming • Bepalen of niet-agrarische bedrijvigheid qua aard, schaal en impact past in het landelijk gebied • Omzetting van (agrarische) bedrijfswoning in een woonfunctie, omzetting naar een plattelandswoning en
70
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
bouw van een tweede agrarische bedrijfswoning • Initiatieven voor voedselbossen De leidraad voor de Gids blijft het principe dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk is onder de voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke opgaven daarmee gediend zijn. De Gids gaat in op de verhouding tot de instrumenten van de Omgevingswet, zoals het omgevingsplan.
Natuur- & Landschapsplan: inrichting en beheer landschap en natuur De Groene Pijler heeft een belangrijke plek in deze Visie (hoofdstuk 5): versterken van natuur en biodiversiteit, behoud en ontwikkeling van landschap, oog voor cultuurhistorie, beheersing van het water, een rijker bodem en schone lucht. Deze inzet leidt (hoofdstuk 6) tot opgaven waarvoor de gemeente maatregelen wil treffen en middelen gaat inzetten. Het gaat onder meer om de aanplant van bomen, bermbeheer, bloemrijke akkers, voedselbos, water vasthouden en het beheer van landschapselementen. In het Natuur- & Landschapsplan legt de gemeente vast hoe en met welke partners deze
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
opgaven invulling krijgen. Het plan geeft een kader voor de inzet van de gemeentelijk middelen voor natuur en landschap in brede zin. Daar horen ook de beleving van cultuurhistorie (toegankelijkheid en educatie) en het herstel van landschappelijk erfgoed bij. Het Natuur- & Landschapsplan kijkt ook naar de financiering van de opgaven. Veelal zijn middelen van Rijk en provincie beschikbaar, onder de voorwaarde dat de gemeente ook zelf bijdraagt. Private financiering van publieke opgaven kan door verevening en financiële compensatie voor ontwikkelruimte (Gids Buitenkans en instellen Fonds Landelijk Gebied). Het Natuur- & Landschapsplan biedt daar het kader voor. Inzet van vrijwilligers, werkervaringsplekken in het groen, sponsoren zijn andere mogelijke middelen om opgaven voor natuur en landschap te verwezenlijken. Ook daar gaat het Natuur- & Landschapsplan op in.
Fonds landelijk gebied: delen voor kwaliteit Het ontbreekt aan voldoende publieke middelen om de kwaliteit van het landelijk gebied structureel op het -in deze Visie beschreven- gewenste hoge
Vorige
niveau te brengen en te houden. Maatregelen in het landelijk gebied met een specifiek doel, zoals energiemaatregelen en gebouwen en infrastructuur, doen bovendien vaak afbreuk aan de kwaliteit van het landelijk gebied. Net als in het stedelijk gebied kan een vorm van verevening bijdragen aan een betere balans tussen beschermen (van de kwaliteiten) en benutten (het gebruik). Op basis van art 6.12, lid 1 Wro moet de gemeente kostenverhaal toepassen bij bouwplannen die ingepast moeten worden middels planologische besluiten. 47 In aanvulling daarop heeft de gemeente de mogelijkheid gebruik te maken van de regeling voor “Publiekrechtelijke afdwingbare financiële bijdragen (afdeling 3.17 van de Omgevingswet)”. Deze regeling is gericht op het leveren van een financiële bijdrage voor ontwikkelingen welke bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In artikel 8.21 van de Omgevingswet zijn de categorieën aangewezen waarvoor de gemeente een financiële bijdrage kan verhalen.
71
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Door gebruik te maken van de regeling voor “publiekrechtelijke afdwingbare financiële bijdragen” komen middelen beschikbaar voor de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied. De middelen zullen worden gestort in een Fonds landelijk gebied. De bijdrage aan het fonds ontslaat de initiatiefnemer niet van zijn plicht om de eigen maatregelen zorgvuldig in te passen in het landelijk gebied met oog voor de impact op de ruimtelijke kwaliteit. Het Fonds landelijk gebied zal worden gevuld met o.a. bijdragen die de gemeente ontvangt voor: • Maatregelen in het landelijk gebied voor bouwen (woningen, stadsuitbreiding, recreatie en toerisme), • Energievoorzieningen (windturbines, zonnevelden, biovergassing), • Infrastructuur (wegen, elektriciteits- en gasnetwerk). De aanwending van middelen uit het Fonds landelijk gebied zal betrekking hebben op de opgaven die in deze Visie zijn genoemd voor natuur en landschap en die in het Natuur- & Landschapsplan worden uitgewerkt. Het gaat daarbij in ieder geval om de aanplant van 170.000 bomen, de uitbreiding en herstel van houtwallen en bosjes, het structureel beheer en onderhoud van
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
landschapselementen, bloemrijke akkerranden, voedselbos, inrichting van Twentse erven en de verbetering en aanvulling van het Rondje Enschede. De juridische uitwerking van het Fonds landelijk gebied is onderdeel van de Nota kostenverhaal van de gemeente Enschede.
Toezicht en handhaving: gepast gedrag en check op het nakomen van afspraken Op drie manieren is toezicht en handhaving nodig om de Visie uit te voeren. Ten eerste vraagt een aantal inwoners, veehouders en landgoedeigenaren om toezicht op het gedrag van bezoekers. Het gaat van (relatief) milde overtredingen van de openbare orde, om dump van afval, loslopen van honden, betreden van niet-openbaar terrein tot aan criminaliteit in de vorm van ondermijning. Gemist worden de ogen en oren van de toezichthouder, zoals de Bijzondere Opsporings Ambtenaar. De gemeente hoeft geen nieuw instrument te ontwikkelen, maar zal om aan deze wens tegemoet te komen wel meer prioriteit moeten geven aan het landelijk gebied bij de inzet van haar toezichthouders en handhavers.
Vorige
Het tweede punt gaat om vervolg geven aan afspraken en voorwaarden die in het bestemmingsplan en in vergunningen worden vastgelegd. Als na zorgvuldige afweging volgens de regels van de Gids buitenkans ontwikkelruimte is verstrekt in de vorm van een omgevingsvergunning of herziening van een bestemmingsplan/omgevingsplan, dan moet ook de andere zijde van de balans (de voorgeschreven bijdrage aan de maatschappelijke opgave) worden nagekomen. De afgelopen jaren heeft de gemeente weinig werk gemaakt van de controle op de naleving van de afspraken. Achteraf blijkt dat goede en evenwichtige afspraken niet altijd zijn nagekomen. Dan komt de gewenste en afgesproken kwaliteit niet tot stand en wordt onrecht aangedaan aan de omgeving. De gemeente gaat daarom zowel de voorwaarden in overeenkomsten, vergunningen en bestemmingsplannen (en de opvolger: het omgevingsplan) duidelijker vastleggen als systematisch checken of in de uitvoering en daarna aan de voorwaarden wordt voldaan. Het derde punt sluit hierop aan. Doordat toezicht en handhaving over verschillende instanties is verdeeld ontbreekt overzicht en vallen in de praktijk wel eens zaken tussen wal en schip. Meer inspanning -en dus ook meer capaciteit- is nodig voor verbetering van de coördinatie tussen de bevoegde overheden. Dat
72
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
versterkt de effectiviteit van toezicht en handhaving met een hogere ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied tot gevolg.
Welstandseisen zorgen voor behoud van een eigen identiteit De Groene Parel van Enschede ontleent een deel van haar waarde aan de Twentse identiteit en karakteristiek van gebouwen. De gemeente wil die identiteit ook voor nieuwe en te verbouwen bouwwerken vasthouden, niet op de manier van ‘vroeger’ maar op een moderne eigentijdse wijze. De twee welstandscategorieën die nu voor het landelijk gebied bestaan bieden daarvoor niet voldoende houvast en geven aan initiatiefnemers niet voldoende richting bij hun ontwerp. De gemeente zal welstandscriteria voor het landelijk gebied ontwikkelen die zorgen voor bouwwerken die passen in het Enschedese landschap.
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
Spelregels voor de inzet van gemeentelijke grond voor de ambities uit deze Visie De gemeente is eigenaar van enkele tientallen hectaren grond in het buitengebied. Deze grond wordt in de regel tijdelijk verpacht in afwachting van een definitieve functie of verkoop. De grond komt tijdelijk in gebruik bij een agrarische ondernemer die de gevraagde marktconforme pachtprijs wil betalen. De maatschappelijke meerwaarde van het gebruik is geen overweging bij de uitgifte in pacht. Dat gaat de gemeente veranderen. Spelregels zijn nodig om bij het verpachten van gemeentelijke gronden voorwaarden te stellen die invulling geven aan publieke doelen uit deze Visie. Te denken valt aan innovatie en verduurzaming in de landbouw, versterking van landgoederen, natuurontwikkeling, landschapsbeheer of klimaatadaptatie. Ook bij een gebiedsgerichte aanpak kan de gemeentelijke grond als smeerolie fungeren bij het tot stand komen van een gebiedsplan. De keerzijde van het stellen van voorwaarden is dat de pachtopbrengst lager uitvalt.
Vorige
Inhoudsopgave
De gemeente werkt een protocol uit waarin de spelregels voor de uitgifte staan opgenomen. Deze spelregels zijn nodig om de uitgifte van gronden transparant en eerlijk te laten plaatsvinden. Deze spelregels zullen ruim zijn, waardoor voldoende mogelijkheden bestaan om tot maatwerk te komen.
Monitoring: worden de doelen gehaald Bij het opstellen van deze Visie is gebleken dat beperkt informatie beschikbaar is om tegemoet te komen aan de wens van de Gemeenteraad om de resultaten van het ‘oude’ beleid te evalueren. Daarom is het voornemen in deze Visie om voor de toekomst wel informatie te verzamelen over de ontwikkelingen in het landelijk gebied en het bereiken van de doelen van de Visie. De gemeente wil daarbij gebruik maken van andere informatiebronnen bij andere overheden en bij maatschappelijke groeperingen. Bij dat laatste kan gedacht worden aan natuurgroeperingen die tellingen uitvoeren of aan agrariërs met kennis over hun eigen land. De gemeente zal een eenvoudig systeem opzetten om systematisch te monitoren.
73
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Inhoudsopgave
Vorige
Ontwikkelen van de instrumenten, budget en uitvoeringsorganisatie Instrumenten ontwikkelen De genoemde instrumenten zijn nog niet beschikbaar of nog niet actueel gemaakt. Daarvoor bevat deze Visie een kort overzicht met een planning en de benodigde middelen en/of menskracht om de instrumenten samen te stellen of te actualiseren. Met ‘reguliere taak’ wordt bedoeld dat geen extra menskracht nodig is, ervan uitgaande dat de personele bezetting op adequaat niveau is.
74
Hoofdstuk:
Tijdplanning voor samenstellen
Instrument
1
2
3
4
5
6
8
Inzet gemeente Financieel
Menskracht Eenmalig: reguliere taak Toepassing: 0,6 fte per gebied per jaar
Integrale gebiedsaanpak
Begin 2021
Gids buitenkans
Eind 2021
Eenmalig € 60.000
Eenmalig: 0,2 fte Toepassing: regulier taak
Natuur- & Landschapsplan
Begin 2022
Eenmalig: € 40.000
Eenmalig: 0,2 fte Toepassing: regulier taak
Fonds landelijk gebied
Medio 2021
Eenmalig: 0,2 fte Toepassing: reguliere taak
Toezicht en handhaving
Vanaf 2022
Toepassing: reguliere taak
Welstand Landelijk gebied
Begin 2021
Spelregels gronduitgifte
Eind 2021
Eenmalig: 0,2 fte Toepassing: reguliere taak
Overlegstructuur
Medio 2021
Eenmalig 0,1 fte Toepassing: reguliere taak
Monitoring
Eind 2021
Visie landelijk gebied Enschede
7
Eenmalig: € 25.000
Toepassing: € 5.000 per jaar
Eenmalig: 0,2 fte Toepassing: reguliere taak
Eenmalig: 0,2 fte Toepassing: reguliere taak
Vorige
Uitvoeringsorganisatie op sterkte Om de Visie uit te kunnen voeren moet de gemeente beschikken over voldoende menskracht. De gemeente moet kennis over de vraagstukken in het landelijk gebied hebben. De medewerkers moeten beschikken over contacten met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in het landelijk gebied van Enschede, met de vakwereld over thema’s die spelen in het landelijk gebied en met de andere overheden over beleid en subsidieregelingen. Voldoende omvang en continuïteit in de bezetting zijn nodig om de Visie succesvol uit te voeren. Dit volgt ook op de vraag van diverse partners in het landelijk gebied om een goed aanspreekpunt bij de gemeente te hebben.
Budget: boter bij de Visie – programmering met provincie, waterschap en rijk De Visie voorziet de ambities van een overzicht van benodigde inzet (geld en capaciteit). Het gaat om indicaties, die enigszins inzichtelijk maken wat het realiseren van de ambities aan inspanning vergt in aanvulling op de capaciteit die de gemeente al beschikbaar heeft. Alle ambities zijn opgehaald in gesprek met de Gemeenteraad, met andere overheden, maatschappelijke organisaties, partners en inwoners.
75
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
In de Visie zijn daar de benodigde instrumenten en concrete opgaven aan toegevoegd. Met dat inzicht is het mogelijk om keuzes te maken: ambities afzwakken of boter bij de Visie geven. Een belangrijke constatering is dat de gemeente niet alleen staat bij de investering in het landelijk gebied. Sterker nog Rijk, provincie en waterschap willen ook forse beleidsinspanningen doen in het landelijk gebied. Dat kan Enschede echt vooruithelpen. Voorwaarde is wel cofinanciering. De gemeente moet zelf ook bijdragen. Grofweg kan met elke gemeentelijke Euro wel twee tot vier Euro van andere overheden naar Enschede worden toegehaald. Bij de inschatting van de gemeentelijke inzet om ambities te verwezenlijken is ingecalculeerd dat die cofinanciering beschikbaar komt. Dat verschilt overigens per thema. Voor klimaatadaptatie is bijvoorbeeld veel extern geld. Voor beheer landschap minder. Door over een flexibel in te zetten eigen gemeentelijk budget te beschikken, kan de gemeente aanhaken en stimulansen bieden waar zich kansen voordoen. Daarbij is het ook van belang om de financieringsstromen beter te bundelen. Voor vrijwel elk thema in het landelijk gebied bestaat afzonderlijk beleid
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
met eigen doelen en middelen. Bovendien gelden voor elk thema en beleidsinstrument eigen voorwaarden voor het beschikbaar komen van middelen met daarbij ook eigen termijnen, die veelal niet op elkaar aansluiten. De gemeente ziet het als een belangrijke voorwaarde voor succes in de uitvoering dat beleid en de daarbij behorende middelen meer gebundeld beschikbaar komen. Vooral de provincie Overijssel kan helpen om over te gaan op een programmering die de losse financieringsstromen bundelt. En tenslotte, tegenover de kosten staan heel veel opbrengsten. Niet alleen in financieel (energie, recreatie en toerisme, nieuwe inwoners, voedselproductie) opzicht, maar ook in (onschatbare) maatschappelijke waarden; schone lucht, natuur, beleving, mooi landschap, gezondheid en welzijn.
Vorige
76
Inhoudsopgave
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Voetnoten
6. Evaluatie landelijk gebied Enschede, gemeente Enschede, februari 2021.
1. H et landelijk gebied is 10.000 ha groot. De landbouw benut daarvan bijna de helft. De landgoederen beslaan een derde van het grondgebied. Wel is er overlap: op de landgoederen komt ook landbouw voor.
7. De Gids buitenkans geeft regels voor de afweging van initiatieven, waar het bestemmingsplan niet voldoende in voorziet. Het Bijlagerapport ‘De Visie landelijk gebied in het gemeentelijk beleid’ en de beschrijving van de instrumenten in hoofdstuk 8 geven meer informatie over de Gids buitenkans.
2. D e Omgevingswet bepaalt met het motto ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen van kwaliteit’ in grote lijn op welke onderwerpen de visie betrekking heeft. De Visie gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het landelijk gebied. De leefomgeving bestaat uit water, bodem en lucht en omvat natuur, landschap en cultureel erfgoed. De Visie gaat ook over -wat de Omgevingswet noemt- het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. Denk aan de functies in het landelijk gebied: landbouw, wonen, niet-agrarisch werken, recreatie, verkeer, etc. Ook de leefbaarheid voor de bewoners en gebruikers van het landelijk gebied komt in de Visie aan bod. 3. Waarderingskaart landschap Enschede, H+N+S, mei 2019 (kaart bijgesteld december 2020) 4. Landbouwanalyse Enschede - een onderzoek naar de huidige en toekomstige situatie van de landbouw in het landelijk gebied van Enschede, Kadaster en Wageningen University & Research (Wageningen Economic Research), mei 2019 5.
Inventarisatie van landgoederen in Enschede – een inventarisatie ten behoeve van de Visie landelijk gebied, Overijssels Particulier Grondbezit, december 2020
77
8. De eerste stap op weg naar de Visie was de Discussienota van 11 juni 2019. In de Discussienota heeft het College een aantal onderwerpen aan de Raad(scommissie) voorgelegd om de gedachten te scherpen en opinies te horen. De Discussienota is besproken in de Stedelijke Commissie van 24 juni 2019. 9. Met de resultaten van het gesprek over de Discussienota is een Nota van uitgangspunten opgesteld. Hierin doet het College een voorstel voor de hoofdlijnen van de op te stellen Visie landelijk gebied. De Gemeenteraad heeft de Nota op diepgaand besproken, met input van maatschappelijke partijen en na voorbereiding in de Commissie Omgevingsbeleid (11 mei 2020) en de Stedelijke Commissie (22 juni 2020). De Raad heeft de uitgangspunten op 30 juni 2020 vastgesteld en gevraagd om natuur als op zichzelf staand uitgangpunt mee te nemen; In de Visie en de daaropvolgende Gids buitenkans een samenhangende aanpak uit te werken voor extensieve landbouw, natuur en landgoederen. De gemeente moet daarover het gesprek aangaan met betrokkenen in Enschede én spreken over de inzet van financiële en andere middelen met rijk en provincie; De ervaringen die tot nu toe in het landelijk gebied zijn opgedaan goed te gebruiken.
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
10. Tegelijk met de Visie landelijk gebied heeft de gemeente Enschede een Energievisie voorbereid. De inhoud van beide visies kent overlap. Maatregelen voor de duurzame opwekking van energie komen voor een belangrijk deel in het landelijk gebied terecht. De opgaven op energiegebied staan in de Energievisie, de inpassing van maatregelen is ook onderwerp van de Visie landelijk gebied.
van het gemeentelijk beleid plaats over de gemeentegrens heen, zoals de gebiedsontwikkeling Twekkelo (met Hengelo) en in Zuid (met Haaksbergen). Met de gemeenten Almelo en Hengelo bereidt de gemeente Enschede een Visie op bodem en ondergrond voor. In Mineral Valley Twente werken regionale partijen samen aan een gezonde bodem.
11. De formele status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening brengt een paar eisen met zich mee, zoals publicatie op de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl en het voeren van overleg met provincie, waterschap en buurgemeenten. Ook legt de gemeente de visie gedurende zes weken als ontwerp ter inzage en kunnen zienswijzen worden ingediend. De Gemeenteraad stelt de visie vervolgens vast en betrekt daarbij de ingediende zienswijzen. De vaststelling als structuurvisie op grond van de Wro maakt het mogelijk een ‘Fonds landelijk gebied’ in te stellen met financiële middelen voor een kwaliteitsimpuls in het landelijk gebied.
14. De begrenzing van het landelijk gebied in de Visie landelijk gebied volgt uit een samenstel van de volgende criteria: - Het feitelijke gebruik van de gronden. Tot het landelijk gebied horen gebieden met aaneengesloten gebruik voor landbouw, bos, natuur, landgoed, openluchtrecreatie en ook bijzondere functies als golfbaan, zandwinning en wegen. - Als het geldende bestemmingsplan een afwijkende stedelijke bestemming aangeeft, dan wordt per gebied bekeken of die andere bestemming nog steeds wordt nagestreefd. Als dat niet het geval is, wordt het gebied in deze Visie tot het landelijk gebied gerekend. Dat geldt bijvoorbeeld voor delen van de Usseler Es en een deel van het Vliegveldterrein. - Het landelijk gebied is waar mogelijk aaneengesloten gebied; elk deel heeft liefst een ruimtelijke verbinding met de rest van het landelijk gebied. Kleine enclaves worden vermeden. Het kan daardoor voorkomen dat kleinere gebieden toch niet als landelijk gebied wordt aangemerkt. - Aaneengesloten bebouwing wordt, waar dat een logische aansluiting heeft met ander stedelijk gebied, buiten de omgrenzing van het landelijk gebied gebracht De op te stellen Omgevingsvisie onder de Omgevingswet en andere toekomstige beleidskeuzen kunnen tot een aanpassing van de grens stad-land leiden.
12. Nadat de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking treedt, gaat de gemeente in de daaropvolgende jaren de bestaande bestemmingsplannen omvormen tot één omgevingsplan voor de hele gemeente. 13. Het beleid voor bijvoorbeeld landbouw en natuur komt voor een groot deel van de Europese, nationale en provinciale overheid. De provincie Overijssel stelt kaders met haar ruimtelijk beleid en ontwikkelt net als de gemeente bijvoorbeeld een bomenplan en kent een gebiedsgerichte aanpak voor stikstof. Het waterschap Vechtstromen is een belangrijke partner in de strijd tegen de verdroging. In de Groene Metropool Twente worden regionale spelregels ontwikkeld voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Met buurgemeenten vindt afstemming
78
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
15. In de Ontwikkelingskoers ‘Enschede groeit uit het hart’ staat het als volgt: ‘Het landschap rond Enschede is waardevol door zijn verscheidenheid, de grote historische en ecologische waarden en een sterke eigen identiteit als gevolg van de mix van robuuste landgoederen en natuurgebieden met typisch Twents, voor het merendeel kleinschalig, agrarisch cultuurlandschap. Het is een gebied om te recreëren, tot rust te komen, natuur en ruimte te beleven, te sporten, fietsen en wandelen.’ 16. De gemeente voert wettelijke taken uit en voert daarbij eigen beleid (bijvoorbeeld bij ruimtelijke plannen, vergunningen, toezicht en handhaving) en verleent medewerking aan beleid en uitvoering van andere overheden en partijen. Bij een deel van de taken benut de gemeente de Gids buitenkans voor het afwegen van initiatieven. Verder beheert en onderhoudt de gemeente eigen gronden en gebouwen, wegen en bijvoorbeeld de openbare verlichting. De gemeente heeft over ontwikkelingen in het landelijk gebied overleg met inwoners en bedrijven. De gemeente coördineert of neemt als partner deel aan samenwerkingsprojecten. Daarnaast int de gemeente diverse vormen van belastingen en heffingen en treedt de gemeente op als toezichthouder en handhaver, om toe te zien op de naleving van gemaakte afspraken en regels.
17. De capaciteit die de gemeente Enschede in de jaren rond 2020 speciaal voor het landelijk gebied beschikbaar heeft bedraagt 1 tot 1,5 fte en € 80.000 per jaar. Die inzet betreft 10.000 ha buitengebied, ofwel 70% van het grondgebied. 18. Voorbeelden van behaalde resultaten in het buitengebied (veelal in samenwerking met derden) zijn:
79
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
- Beleid voor groene diensten en een lokaal uitvoerend landschapsfonds. Een kwart van de kleine landschappelijke elementen in het buitengebied is onder langjarig beheer gebracht. - Rondje Enschede: 53 km fiets en wandelroute langs de rand van Enschede (kans om veel meer recreatieve/economische voorzieningen aan vast te knopen) - Vernieuwend ruimtelijk beleid met de Gids buitenkans - Twee landinrichtingen hebben gezorgd voor extra natuur, verbeterde inrichting waterlopen, herverkaveling en recreatieve ontsluiting. - Ecozone Eschmarke, Kristalbad - Natuurkansenkaart 19. Gerichte aandacht bij incidenten kan snel tot resultaat leiden, zoals bij het uitbannen van het bestrijdingsmiddel glyfosaat bij het scheuren en opnieuw inzaaien van gras in weilanden. 20. De Omgevingswet benoemt in artikel 1.3 twee maatschappelijke doelen: de gezonde en veilige fysieke leefomgeving én een doelmatig beheer, gebruik en ontwikkeling. De gemeentelijke overheid krijgt met de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden en bevoegdheden om in het spanningsveld van leefomgeving en gebruik eigen keuzen te maken. Artikel 1.3. Omgevingswet (maatschappelijke doelen van de wet) Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a.
bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving
Visie landelijk gebied Enschede
8
Vorige
Inhoudsopgave
en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. 21. Robuuste structuren vragen niet alleen om een samenhangende bestemming en inrichting. Ook het beheer moet gericht zijn op continuïteit. Voor de natuurgebieden zorgen terreinbeherende organisaties, zoals Landschap Overijssel, met publieke financiering voor beheer dat is gericht op de lange termijn. Voor blauwe structuren vormt het waterschap een continue factor, zoals ook blijkt uit Vergroeningsstrategie 2020-2024 ‘Blauwgroen denken, blauwgroen doen’. In Enschede is veel natuur en bos in particuliere handen, vaak bij landgoederen. Deze eigenaren streven naar het voortzetten van hun beheer, maar de economische draagkracht daarvoor is niet altijd verzekerd. Verbindende schakels in het natuur- en waternetwerk, die in gebruik zijn voor andere hoofdfuncties vormen eveneens een onzekere factor. Voor het op natuur en water gerichte beheer van landbouwgronden en houtsingels, zijn weinig waarborgen voor voortzetting aanwezig. Om die reden vragen deze schakels in het netwerk om nadere aandacht. 22. De inzet op natuurgebieden gaat uit van het idee van ’scheiding’, waarin de functie natuur voorop staat en alle andere functies (landbouw, recreatie) daaraan ondergeschikt zijn.
Bij scheiding van functies is een perceel óf landbouwgrond óf natuurterrein óf recreatiegebied, liefst met buffergebieden daar tussenin. De scheiding van landbouw en natuur is in het verleden sterk doorgevoerd. Daarnaast staat het streven naar verweving, waarin functies samengaan en elkaar versterken. Dergelijk meervoudig grondgebruik lijkt heel efficiënt (twee of meer doelen op één stuk grond), maar leidt in praktijk ook dikwijls tot teleurstelling. Bij agrarisch natuurbeheer komen de bijzondere soorten vaak niet voldoende tot hun recht.
80
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Om die reden wordt vastgehouden aan gebieden waar de natuur voorop staat, maar dan in combinatie en wisselwerking met landbouwgebieden die daar natuurlijke kwaliteiten aan toevoegen. Kringlooplandbouw geeft meer ruimte aan de natuur binnen de agrarische bedrijven. Door minder diepe ontwatering verdrogen ook natuurgebieden minder snel, met maatregelen kan de ammoniakuitstoot verminderen en dat is gunstig voor de natuur. Agrarische bedrijven die houtwallen beheren of bepaalde percelen extensief gebruiken, geven ook invulling aan deze kijk op verweving. Zo ontstaat een stabiele ecologische structuur in een veel groter omgeving die ook bijdraagt aan de natuurlijke kwaliteit. Omgekeerd wordt natuurlijke variatie gezien als waardevol voor de landbouw: een rijk bodemleven, natuurlijke bestrijding van plagen, schaduwplekken voor het vee etc. 23. De manier waarop het landschap doorwerkt begint bij het landschapstype. De inpassing van een initiatief in een jonge veldontginning vraagt andere inpassingsmaatregelen dan in het oude hoevenlandschap. De strategie hangt af van de aanwezige kwaliteit en gaafheid van het landschap. Inpassen is het motto als het landschap een zeer hoge kwaliteit heeft, aanpassen als de kwaliteit hoog is en transformeren past bij de basiskwaliteit. 24. Een voorbeeld is een initiatief voor een zonneveld. Altijd wordt de landschapsstrategie gevolgd.
Zonder op voorhand harde blokkades aan te brengen, is in de gebieden met een zeer hoge landschappelijke waarde -met de strategie ‘inpassen’- een zonneveld minder voorstelbaar dan in gebieden met een basiskwaliteit - met de strategie ‘transformeren’. Een klein zonneveld is eerder in een gebied met een (zeer) hoge kwaliteit inpasbaar dan een groot
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
zonneveld. Schaal speelt mee. Voor een zonneveld groter dan 2 ha wordt -in aansluiting op de provinciale zonneladder- altijd een gebiedsaanpak gevolgd, waarin verschillende opgaven worden samengebracht. Naast de opgave voor het duurzaam opwekken van elektriciteit zijn dat bijvoorbeeld de verduurzaming van de landbouw, wateropgaven, of opgaven voor natuur en landschap. Bij een dergelijke gebiedsaanpak zijn de belanghebbenden in het gebied altijd intensief bij de planvorming betrokken. 25. De Ontwikkelkoers stelt: ‘Het landelijk gebied strekt zich aan alle kanten van de stad ver uit en dringt via de groene lobben en stadsparken ook diep de stad in. Daarmee is groen, natuur en ruimte voor bijna alle bewoners van Enschede binnen handbereik. De aanwezigheid van een mooi en bereikbaar buitengebied draagt zo bij aan de aantrekkingskracht van de stad.’ 26. Kennis over het landelijk gebied en de aanwezige waarden vergroot de interesse en draagt bij aan de zorg voor behoud. Het ‘besef van waarde’ kan gaan over natuur, landschap of over de landbouw: waar komt ons voedsel vandaan? Ook het verband tussen de landgoederen in het buitengebied en de textielindustrie in de stad geeft interessante achtergrondkennis bij een bezoek aan het landelijk gebied. Net als het verband tussen de aanpak van verdroging met stedelijke wateroverlast.
27. De waterhuishouding vormt een (fysiek) voorbeeld, waar samenwerking tussen stad en land voor iedereen gunstig kan uitpakken. In de stad ontstaat bij stortbuien wateroverlast. Het landelijk gebied heeft te maken met verdroging. De wateroverlast en de verdroging kunnen beide worden geholpen door het overschot uit stedelijk gebied te bergen en vast te houden in het landelijk gebied. Het Kristalbad aan
81
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
de westzijde van de stad laat zien waartoe dat kan leiden. De Visie sluit op deze punten aan bij de inspanningen van het waterschap Vechtstromen om het watersysteem aan te passen aan de klimaatverandering met extreme perioden van droogte afgewisseld met hoosbuien. 28. In de landbouw is de roep om vernieuwing alom aanwezig: productie met minder input van buiten (kunstmest, veevoer, beregening), minder uitstoot van onder meer stikstof en meer inspelend op landschap, natuur en waterhuishouding. Naast bulkproductie voor de wereldmarkt, ook ruim baan voor Twentse kwaliteitsproducten voor een meer lokale markt. In de energievoorziening nemen zonnevelden veel ruimte in beslag. Naarmate meer slimme combinaties ontstaan met bijvoorbeeld natuur, landbouw en waterhuishouding zal dat ruimtebeslag minder bezwaar opleveren. Nieuwbouw draagt bij aan de ‘verstening’ van het buitengebied en leidt tot een afnemend onderscheid tussen stad en land. Deze Visie houdt vast aan de rem op huizenbouw, tenzij die huizen een bijdrage leveren aan de kwaliteiten van het landelijk gebied. Het gaat vooral om pilots met nieuwe bouwvormen of doeleinden. Pilots zijn eenmalig. Schuren die niet meer in gebruik zijn bij de landbouw, moeten verdwijnen of een nieuwe functie krijgen, ook om illegaal gebruik voor te zijn.
Noaberschap is een manier van samenleven die nog steeds functioneert, doordat de invulling wordt aangepast aan de huidige tijd. Nieuwe bewoners zijn vaak welkom, sociale media (buurtapp) worden als communicatiekanaal toegevoegd. 29. Denk aan de rijke historie van landgoederen in Enschede. Veel van de landgoederen, die de textielfabrikanten meer dan een eeuw geleden hebben gesticht, zijn toe aan vernieuwing. Soms heel direct omdat laanbeplanting na
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
100 tot 150 jaar aan het einde van de levensduur is. Voor diverse landgoederen zijn nieuwe economische dragers nodig om beheer en onderhoud op de langere termijn te bekostigen. De gemeente staat welwillend tegenover geheel nieuwe landgoederen, die het concept een eigentijdse invulling geven. Voorwaarde is wel dat die nieuwe ‘rood-voor-groen’ landgoederen -net als de historische landgoederen- kwaliteit toevoegen aan het landelijk gebied. Een publiek belang is randvoorwaarde. De landbouw staat voor grote opgaven. Ook daar is vernieuwing nodig. De ondernemers zullen dat zelf moeten oppakken, met steun van de gemeente waar dat kan. Pilots zijn een mogelijke sleutel. Dat geldt ook voor wonen. De gemeente is terughoudend met nieuwbouw in het landelijk gebied, maar kan een uitzondering maken voor pilots met nieuwe woonvormen. Een experiment is eenmalig. Het opbouwen van robuuste structuren voor water, natuur en landschap, maar ook het verweven van deze structuren met agrarisch gebruik zijn vormen van vernieuwing, net als de zoektocht naar energiemaatregelen met meervoudig ruimtegebruik. De energietransitie zet de hele samenleving voor een nieuwe uitdaging. Zonnevelden vragen bijvoorbeeld veel ruimte en passen lang niet altijd goed in het landschap.
Is functiecombinatie mogelijk met landbouw, klimaatmaatregelen? Zijn andere technieken toe te passen voor mestverwerking, die bijdragen aan de energietransitie én behoud van bodemvruchtbaarheid? 30. De ‘Landbouwanalyse Enschede’ (Kadaster en Wageningen Economic Research, mei 2019) geeft informatie over de landbouw in Enschede. Ruim 4.700 ha van de 10.000 ha landelijk gebied van Enschede is als cultuurgrond (weiland en akkers) in gebruik bij 327 agrarische bedrijven (cijfers 2017). De helft van de bedrijven (164) is
82
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
gevestigd buiten de gemeente Enschede en heeft 1.231 ha grond in gebruik binnen Enschede. Omgekeerd gebruiken de 163 Enschedese bedrijven 276 ha grond buiten de gemeentegrens. Enschede telt volgens de studie 56 voltijds agrarische bedrijven. Dat zijn allemaal veehouders, 52 melkveehouders en 4 intensieve veehouders. Dat waren er rond 2000 nog twee keer zoveel. Het grondgebruik bestaat uit grasland (80%) en maisteelt (18%) ten behoeve van de veehouderij. De CBS-landbouwtelling geeft als vijfjarig gemiddelde (2012-2016) in de gemeente Enschede een bedrijfsgrootte van de melkveehouderij van 41 ha met 68 melkkoeien. In die periode is een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf 51 ha groot met 90 melkkoeien. De kostprijs van de melk is 3 Euro per 100 kg hoger dan gemiddelde in Nederland (48 om 43 Euro/100kg). Het inkomen in de melkveehouderij in Enschede is afgeleid van deze cijfers en komt circa 20% lager uit dan gemiddeld in Nederland. De veehouderij (melkvee en overig graasdieren) levert directe werkgelegenheid van circa 220 arbeidsjaareenheden. Het aantal landbouwbedrijven dat aan agrarisch natuurbeheer doet, is lager dan elders in Nederland. Dat geldt ook voor verkoop aan huis (6% in Enschede - 14% landelijk); agrotoerisme (5% versus 10%) en zorglandbouw (1% versus 3%).
31. De ‘Landbouwanalyse Enschede’ (Kadaster en Wageningen Economic Research, mei 2019) laat zien dat het aantal landbouwbedrijven in Enschede dat aan agrarisch natuurbeheer doet, is lager dan elders in Nederland. Dat geldt ook voor verkoop aan huis (6% in Enschede - 14% landelijk); agrotoerisme (5% versus 10%) en zorglandbouw (1% versus 3%). 32. Uit het realisatieplan ‘Op weg met nieuw perspectief’ van het ministerie van LNV staat de volgende omschrijving: ‘Bij kringlooplandbouw is het doel om
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
waardevol voedsel te produceren met zo min mogelijk effecten op natuur, milieu en klimaat. De waarde van kringlooplandbouw is daardoor meer dan de som van de afzonderlijke delen: naast het verminderen van emissies, het beter benutten van biomassa voor in eerste instantie voeding of bodem en het versterken van de verbinding tussen landbouw en natuur, levert het ook een weerbaar en veerkrachtig landbouw- en voedselsysteem op, in economisch, ecologisch en sociaal opzicht. Zo kan de landbouw haar belangrijke bijdrage blijven leveren aan onze economie. In een stelsel van kringlooplandbouw gebruiken akkerbouw, veehouderij en tuinbouw in de eerste plaats grondstoffen uit elkaars ketens en reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie en de voedingsketens.’ 33. De combinatie van de leeftijd van de bomen en de droogte maakt dat veel lanen op de historische landgoederen extra onderhoud nodig hebben. Voorkomen moet immers worden dat vallende takken gevaar opleveren voor passanten. De kap van oude lanen wordt vaak uitgesteld omdat de bezoekers het fraaie aanzicht waarderen. Dat uitstel gaat ten koste van de houtopbrengst als de kap -jaren latertoch plaats moet vinden. Lage houtopbrengsten en hoge onderhoudskosten zet de exploitatie klem.
34. Bij een locatie met relatief weinig groene kwaliteiten is de benodigde compensatie minder dan bij een gebied met veel natuur, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit. Dit beginsel stuurt mee bij de locatiekeuze. Hierop kan de nog op te stellen omgevingsvisie onder de Omgevingswet nader ingaan. 35. De gemeente kent volgens de Gids buitenkans (2014) drie categorieën van agrarische bebouwing in het landelijk gebied: waardevolle schuren (met toegang
83
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
tot de regeling Vrijkomende Agrarische Bebouwing - VAB), landschapsontsierende schuren (met toegang tot de Rood voor Rood regeling - RvR) en de tussencategorie, die waardevol noch landschapsontsierend is (waar geen nadere regeling voor geldt). 36. De gemeente Enschede overweegt over te gaan van drie naar twee groepen van agrarische bedrijfsgebouwen zonder agrarische functie: - Cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle gebouwen. Dit zijn de schuren, stallen, overkappingen etc. die bijdragen aan de gewenste beeldkwaliteit van het landelijk gebied. Het gaat om gebouwen met een architectuur, groepering op het erf en situering in het landschap die de gebouwen waardevol maken om te behouden. - Overige gebouwen. Alle overige agrarische bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied, die geen bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarde hebben. Het is aan de eigenaar van het gebouw om aan te tonen of een gebouw al dan cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol is. Dat doet de eigenaar door een deskundige, zoals het Oversticht, te vragen om een waardestelling uit te voeren. Dat is een rapport dat met een deskundigenoordeel navolgbaar aangeeft dat het gebouw zelf en de ligging in zijn omgeving cultuurhistorisch en landschappelijk van waarde zijn. De gemeente werkt de criteria voor de waardestelling nader uit in de Gids buitenkans.
De ouderdom (bijvoorbeeld voor 1945) is geen doorslaggevend criterium. Ook gebouwen uit de Wederopbouw of later kunnen voldoen aan de criteria, gebouwen van voor WOII zijn niet vanzelfsprekend waardevol. Een als cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol gebouw kan met de regeling Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB-regeling) een nieuwe invulling krijgen voor wonen en/of werken, waaronder recreatie en toerisme. De Gids buitenkans
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
werkt de regels verder uit. Een niet-waardevol gebouw valt onder de regeling Rood voor Rood (RvR-regeling). Hoofdlijn is dat sloop een bouwkavel oplevert. De regels van de Gids buitenkans worden daarmee op veel meer gebouwen toegepast dan voorheen het geval was. De regeling wordt daarvoor zo aangepast dat zeker wordt gesteld dat per saldo de beeldkwaliteit verbetert. Deze aanpak vermindert onnodig en ongebruikt bouwvolume in het landelijk gebied. Een schuur van tenminste 850 m2 verdwijnt en een woonhuis van maximaal 750 m3 komt daarvoor terug. Dat betekent dat het bouwvolume sterk vermindert. De regeling voorkomt ook verrommeling (geen functie betekent veelal geen geld voor onderhoud) en voorkomt dat een ‘leegstaand gebouw een nieuwe functie zoekt’. Die functie zal vaak niet goed passen in het landelijk gebied of zelfs illegaal en ondermijnend zijn. De regeling biedt een uitweg: sloop en beperkte nieuwbouw. De gekozen tweedeling is verder helder en eenvoudig. De bestaande tussencategorie (tussen waardevol en landschapsontsierend), waar de meeste gebouwen in vallen, verdwijnt. Het oordeel tot welke categorie een gebouw hoort wordt overgelaten aan deskundigen.
37. Bij bijzondere doelgroepen en pilots die nu geen plek in het buitengebied hebben kan onder meer gedacht worden aan: Knarrenhof: Een voorbeeld van een bijzondere doelgroep zijn ouderen, die nu nog niet in het landelijk gebied wonen. Dat kan in een bijzondere woonvorm of groepsverband, zoals een “knarrenhof”. Aan een dergelijke pilot worden dan wel eisen gesteld aan de locatie, omvang en de benodigde extra investeringen voor versterking van de landschappelijke kwaliteit. Tiny house: Een aantal mensen wil op duurzame ecologische wijze leven. Dat kan in een heel klein huis, dat zelfvoorzienend is en niet op nutsvoorzieningen is
84
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
aangesloten. Een experiment in het buitengebied is mogelijk als binnenstedelijk geen geschikte locatie kan worden gevonden. Nieuw landgoed: Enschede biedt-met de ‘rood-voor-groen’-regeling op beperkte schaal ruimte voor welgestelden die willen investeren in een bijzondere woonplek in het landelijk gebied. Deze kleine categorie sluit aan bij de traditie van landgoederen die zijn ontstaan vanuit de textielindustrie. 38. De pluspunten van recreatie en toerisme 1. Toerisme is een belangrijke economische drager. Zowel indirect (via bestedingen en banen) als direct voor de gemeente via de toeristenbelasting. 2. ‘Het kunnen proeven’ aan de gemeente. Een kortdurend verblijf is een laagdrempelige manier voor toekomstige bewoners/talenten om kennis te maken. 3. De leefbaarheid. De aanwezige horeca, cultuur, natuur en de mogelijkheden voor dagrecreatie behoren tot het aandachtsgebied. 4. Het op peil houden van het voorzieningenniveau. Toeristen en bezoekers geven dynamiek en sfeer. Het aantrekken ervan is belangrijk voor het behoud van het lokale voorzieningenniveau. Daar profiteren bewoners van. 5. De werkgelegenheid. Vooral voor Mbo’ers, omscholers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Anders dan in andere sectoren zijn deze banen lokaal gebonden en niet verplaatsbaar naar het westen of buitenland. 6. Verbindende kracht. De sector Toerisme en Recreatie staat nooit alleen.
Hij overstijgt en verbindt meerdere sectoren. Dankzij die verbindende kracht ontstaan veel cross-sectorale initiatieven. 7. Versterken van de profilering en positionering. Technische innovaties rechtstreeks geïntroduceerd en/of toegepast worden.
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
39. Uit de citymarketingvisie: ‘Bijzonder zijn de vele stadsparken rondom het stadscentrum, de groen beplante universiteitscampus en de scherpe overgang tussen het fraaie bosrijke buitengebied en de stedelijke dynamiek van de stad. Een groot verschil van omgeving op steenworp afstand van elkaar waar dynamiek en rust naadloos in elkaar overgaan. Een stad in het groene coulissen landschap van de regio Twente.’ 40. Versterken routenetwerken voor wandelen en fietsen: • Onderhoudsniveau bestaande netwerk verhogen • Beleving vergroten (verhalen, technologie, thema’s, etc.) • Routes interessanter maken – routekansenkaart • Specifiek aandacht voor routepaden over landgoederen en ‘verborgen’ paden • Rondje Enschede via deelnemende ondernemers versterken 41. De Brandweer Twente vraagt in haar advies (7 december 2020) over de Visie landelijk gebied aandacht voor fysieke en externe veiligheidsaspecten in het landelijk gebied. De Brandweer verzoekt om (in elk geval bij de invulling in het omgevingsplan) rekening te houden met onder meer risicobronnen (zoals gasleidingen, vervoer gevaarlijke stoffen en nieuwe energievormen), met opkomsttijden, bereikbaarheid en bluswatervoorziening voor de brandweer, uiteenlopende incidenten (van natuurbrand tot paniek bij een evenement).
42. De GGD Twente heeft in een brief van 25 november 2020 gereageerd op de evaluatie en een concept van de Visie Landelijk gebied. De aandacht voor water, bodem, lucht en biodiversiteit wordt onderschreven. De GGD ondersteunt het bomenplan, is positief over de transitie in de landbouw en vraagt de kansen te
85
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
benutten voor recreëren in het groene buitengebied. Extra aandacht vraagt de luchtkwaliteit. In Nederland is 3,5% van de ziektelast toe te schrijven aan de huidige luchtkwaliteit, ook al wordt vrijwel overal voldaan aan de Europese normen. Ook geluid, veelal afkomstig van gemotoriseerd verkeer, is slecht voor de gezondheid, bij de energietransitie moet worden opgepast voor neveneffecten op de gezondheid (geluid windturbines, fijnstof bij verbranden biomassa, geluid van warmtepompen). De GGD adviseert verder om de inwoners goed te betrekken bij de plannen voor het landelijk gebied en daarbij aandacht te besteden aan leegstand en vereenzaming. 43. De opgaven geven tegenwicht aan de claims om het landelijk gebied te gebruiken voor tal van functies en daarvoor nieuwe plannen en projecten uit te voeren. Deze initiatieven hebben vaak een economische component en zijn daarmee harder te onderbouwen dan de zachte -te beschermen- kwaliteiten. Denk bijvoorbeeld aan zonnevelden en windturbines, waarmee de doelstellingen uit de Energievisie worden ingevuld of aan wonen en werken. Met de aanleg en de exploitatie van zonnevelden en windturbines of de bouw van woningen valt geld te verdienen. De economische onderbouwing is daarmee veel eenduidiger dan de kostenbatenanalyse van de versterking van natuur en landschap.
Door voor natuur en landschap ook opgaven in deze Visie op te nemen, ontstaat meer zicht op de afweging: het economisch onderbouwde doel en de ‘zachte’ maatschappelijke taakstelling staan naast elkaar. 44. Bij de inpassing van initiatieven wordt om balans gevraagd door een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het landelijk gebied. De opgaven van de gemeente geven richting aan de aard van die maatregelen, zoals bos, landschapselementen,
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
natuur, extra aandacht voor de cultuurhistorie, bodem en watermaatregelen. De opgaven geven aan welke maatregelen initiatiefnemers aan hun plan of project toe kunnen voegen om de gewenste balans te verkrijgen. De opgaven zijn ook te gebruiken om in een integraal gebiedsgericht project een evenwichtige keuze te maken. 45. Een voorbeeld van inhoudelijke samenhang is de omschakeling naar kringlooplandbouw die samen kan gaan met de versterking van de biodiversiteit, met maatregelen tegen de verdroging, verhoging van het humusgehalte in de bodem en verlaging van de emissie van ammoniak. De ene insteek helpt de andere insteek. Zo houdt grond met een hoog humusgehalte water beter vast (verdroging), is rijker aan (micro)organismen (biodiversiteit) en vruchtbaarder (landbouw). Daar hoeft het niet bij te blijven. Denkbaar is ook dat kringlooplandbouw valt te combineren met directe verkoop aan de consument, met landschapsonderhoud etc.
1
2
3
4
5
6
7
47. Op basis van art 6.12, lid 1 Wro is de gemeente verplicht kostenverhaal toe te passen bij bouwplannen die ingepast moeten worden middels planologische besluiten. Het is een wettelijke plicht om bij een planologisch besluit een exploitatieplan te voegen, tenzij het kostenverhaal anderszins (via een overeenkomst) geregeld is. De kosten die worden verhaald op een exploitant bestaan uit: 1. Gebiedseigen kosten; kosten voor de realisatie en aanpassingen in het openbaar gebied (bouw- en woonrijp maken, bodemsanering, onderzoeken e.d.), ambtelijke begeleidingskosten (inclusief de kosten voor de ruimtelijke procedure) en planschade en andere schades. 2. De gebieds-overstijgende kosten: een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling (RObijdrage).
46. Ten tijde van het opstellen van deze Visie ontwikkelen de samenwerkende overheden de Regionale Energiestrategie Twente, met een concentratiegebied voor zon en wind in het grensgebied Enschede - Haaksbergen. Voor de stikstofproblematiek neemt de provincie Overijssel het initiatief voor een regionale gebiedsaanpak, waarbij de grens van twee deelgebieden dwars door de gemeente Enschede loopt. Om verdroging tegen te gaan is het programma Zoetwater OostNederland (ZON) gestart, met gebiedsmaatregelen. In het recente verleden zijn landinrichtingsprojecten uitgevoerd.
86
Hoofdstuk:
Visie landelijk gebied Enschede
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
Colofon Visie landelijk gebied Enschede Gemeente Enschede, aangeboden aan de Gemeenteraad in april 2021 Tekeningen en kaarten: Studio Ronald van der Heide Opmaak: Digidee
Samenvatting Van de Visie is een samenvatting gemaakt
Digitale publieksbijeenkomst op 18 november 2020 vanuit de studio met tweede van links wethouder Van Houdt
87
Visie landelijk gebied Enschede
7
8