Visie Landelijk Gebied Enschede v11 april 2021.pdf
Tekst van het document
Visie landelijk gebied Enschede april 2021
Inhoudsopgave
Vorige
Inhoudsopgave 1. Waarover gaat deze Visie landelijk gebied?
4
2. Het landelijk gebied 15 3. Ambitie 20 4. Ontwikkelingsprincipes 25 5. Thema’s 34 6. Opgaven
50
7. Gebieden 60 8. Instrumenten
2
67
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Visiekaart - landelijk gebied Enschede Legenda Versterken groenblauwe structuur
2
Groenblauwe structuur Blauwe dooradering
Vanuit het landschap Inpassen Aanpassen Tranfsormeren Overig
Verbinding stad-land
3
Stadsrandzone Groene verbindingen stad-land
Deelgebieden
1
2
4
1
West
2
Stadsrand
3
Usseleres
4
Eschmarke
5
Zuid
5 N
0
500
1000
01 april 2021
2000m
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Waarover gaat deze Visie landelijk gebied? Dit hoofdstuk geeft aan waarom de gemeente Enschede nieuw beleid voor het landelijk gebied heeft opgesteld en wat in deze Visie te lezen valt. De Visie is gebaseerd op vier onderzoeken en is opgesteld in drie formele stappen. Het overleg met een groot aantal betrokkenen levert een gedeeld beeld en drie grote dilemma’s op. Tot slot staat beschreven hoe de Visie past in het gemeentelijke beleid en wordt uiteengezet dat samenwerking nodig is voor de realisatie van de Visie.
4
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Aanleiding voor de Visie: richting geven aan de vele ontwikkelingen Het landelijk gebied van Enschede verandert. Dat is te zien bij de grootste grondgebruikers in het Enschedese buitengebied: de landbouw en de landgoederen. 1 Het aantal agrarische bedrijven krimpt en de landbouw staat voor de overgang naar een circulaire bedrijfsvoering. Landgoederen -met vaak een achtergrond in de textielindustrie- zijn op zoek naar een nieuwe bestaansbasis. Ook het karakter van het buitengebied en de kenmerkende plattelandscultuur veranderen onder meer door de nabijheid van de stad en de komst van niet-agrarische bewoners, recreanten en toeristen.
Inhoudsopgave
Verandering biedt ook kansen. De gemeente wil met de Visie landelijk gebied richting geven aan de verandering, houvast bieden bij keuzen en actief bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. Enschede kent met haar hoogwaardige groene buitengebied én het grote stedelijk gebied een unieke combinatie van kwaliteiten. De gemeente neemt die unieke combinatie als uitgangspositie voor haar Visie landelijk gebied. De Visie brengt balans in het behoud en de ontwikkeling van de Groene Pijler en de benutting door (agrarische) bedrijven, bewoners en bezoekers.
Het landelijk gebied van Enschede heeft een hoge ‘groene’ kwaliteit. Kenmerkend zijn de afwisseling in het grondgebruik, het kleinschalige landschap, de gevarieerde natuur, hoogteverschillen en beken. Zorgen bestaan over de afgenomen biodiversiteit en de verschraling van het landschap. Steeds vaker komt extreme droogte voor, afgewisseld met pieken van wateroverlast. De stedelijke druk is hoog en de energietransitie leidt tot een zoektocht naar ruimte voor zonnevelden en windturbines.
5
Hoofdstuk:
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Opbouw volgens een piramide: van ambitie tot aan de slag met goed gereedschap h3. Ambitie daar willen we naartoe De Visie gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving 2 in het landelijk gebied. De kenmerken van het landelijk gebied van Enschede staan beschreven in hoofdstuk 2. De Visie volgt verder de opbouw van een piramide met in de top de ambitie. Via ontwikkelprincipes, thema’s en opgaven staan tot slot gebieden en instrumenten aan de basis.
h4. Ontwikkelingsprincipes uitgangspunten
h5. Thema’s beschermen en benutten
De hoofdtekst van de Visie is beknopt. In de tekst is op veel punten aangegeven waar meer uitleg en onderbouwing is te vinden. De informatie is in de digitale versie van de Visie te vinden via een ‘klik’ en in de papieren versie met eindnoten en met verwijzing naar losse bijlagen en rapporten. Bij de Visie hoort de Visiekaart met de verbeelding van drie van de vier ontwikkelingsprincipes (zie hoofdstuk 4) en de aanduiding van de vijf deelgebieden met prioriteit voor een integrale gebiedsaanpak (zoals uitgewerkt in hoofdstuk 7).
6
h6. Opgaven meetbare resultaten
h7. Gebieden meetbare resultaten h8. Instrumenten het gereedschap
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vier nieuwe onderzoeken vormen de basis van de Visie Om de Visie op te stellen zijn de volgende vier onderzoeken uitgevoerd:
Waarderingskaart landschap Enschede 3 De landschapsstudie is opgezet om nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied af te kunnen stemmen op de kwaliteit van het landschap. De studie inventariseert de ontstaansgeschiedenis van het landschap en waardeert de kwaliteit van elk deelgebied in de klassen: zeer hoog, hoog en basiskwaliteit. De studie legt de basis voor een manier van denken vanuit het landschap en biedt een uitgangspunt en handelingsperspectief voor toekomstige ontwikkelingen. De studie maakt geen indeling van het landschap op kavelniveau. Gewerkt is vanuit grotere eenheden waarbij de verschillende landschapstypen in de gemeente als uitgangspunt zijn genomen.
jonge ontginningsgronden oude hoevenlandschap boslandschap Aamsveen overig gebied
Landschapstypen in Enschede
7
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
Binnen de grote eenheden komen enclaves voor met afwijkende waarden, zowel historisch als natuurlijk. Bij initiatieven zal het landschap altijd ter plekke nader moeten worden bekeken. Aan de waardering van het landschap is een strategie gekoppeld die verschilt per waarderingsklasse. Zie hiervoor hoofdstuk 4 onder ‘vanuit het landschap ontwikkelen’. De waarderingskaart staat aan de basis van het ontwikkelingsprincipe ‘Vanuit het landschap ontwikkelen’ (hoofdstuk 4) en geeft mede invulling aan het thema Groene Pijler (hoofdstuk 5).
zeer hoog hoog basis overig gebied
De kwaliteit van het landschap (Landschapsstudie)
8
Visie landelijk gebied Enschede
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Landbouwanalyse Enschede 4 De landbouwstudie is uitgevoerd om inzicht te krijgen in aard, samenstelling en toekomst van de agrarische sector in Enschede. De studie geeft een objectieve beschrijving van het grondgebruik en de verkaveling, de structuur van de sector en de bedrijfssituatie. Vervolgens schetst de studie relevante ontwikkelingen: milieubeleid, consumentenwensen, verbreding, ontwikkelingen in het landbouwbeleid en in de fysieke omgeving. In een afzonderlijk hoofdstuk komt het gebied zelf aan het woord: wat zijn de verwachtingen van de betrokken agrariërs. De onderzoekers doen op basis van al die informatie een aantal constateringen en schetsen perspectieven. De studie geeft informatie en inzichten die onder meer zijn verwerkt in hoofdstuk 5, thema landbouw.
Grond in gebruik bij de landbouw
9
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Inventarisatie van landgoederen in Enschede 5 De gemeente is ook opdrachtgever van de landgoederenstudie . Het inventariserende deel van het rapport geeft een compleet overzicht van de landgoederen in Enschede: aantal, omvang, ligging, historie en kenmerken. Het tweede deel gaat over de maatschappelijke waarde van de landgoederen en de zorgen van de landgoedeigenaren. De studie geeft aan hoe de eigenaren naar de gemeente kijken en welke kansen en mogelijkheden zij voor de toekomst van de landgoederen zien. De studie is onder meer benut bij de invulling van het thema landgoederen in hoofdstuk 5 van deze Visie.
historische landgoederen nieuwe landgoederen
Landgoederen in Enschede
10
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Evaluatie landelijk gebied Enschede 6 Bij de behandeling van de Nota van uitgangspunten voor de Visie landelijk gebied (vastgesteld op 30 juni 2020) hebben leden van de Gemeenteraad verzocht om een ‘evaluatie’ van het bestaande beleid en daarbij de ervaringen met de toepassing van de Gids buitenkans (2014) 7 te betrekken. De gemeente heeft gevolg gegeven aan deze oproep door zowel de situatie in het landelijk gebied te beschrijven en te beoordelen als de rol van de gemeente onder de loep te nemen. De evaluatie is benut bij het opstellen van hoofdstuk 2 van deze Visie, waarin het landelijk gebied wordt beschreven.
In stappen naar de formeel vastgestelde Visie landelijk gebied De Visie landelijk gebied is in stappen opgesteld. Eerst is een Discussienota 8 gemaakt (juni 2019), die ook gaat over de Energievisie. Vervolgens heeft de Gemeenteraad een Nota van uitgangspunten 9 vastgesteld (30 juni 2020), waarna de ontwerp-Visie (februari 2021) is opgesteld. Het ontwerp heeft van 10 februari tot en met 23 maart 2021 ter inzage gelegen.
11
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Op het ontwerp zijn 42 zienswijzen ingediend. Deze zijn van een reactie voorzien in een Reactienota met per zienswijze een reactie van het College van Burgemeester en Wethouders. In de Reactienota staat dat de zienswijzen tot verschillende aanpassingen van het ontwerp hebben geleid. Ook zijn ambtshalve wijzigingen toegelicht. De stappen van de Visie landelijk gebied lopen parallel aan het opstellen van de gemeentelijke Energievisie 10 die gaat over de energietransitie. Hierdoor zijn beide visies goed op elkaar afgestemd. De Visie landelijk gebied is formeel een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening 11 . De gemeenteraad stelt de Visie vast. De Visie heeft als zichtjaar 2030. Op basis van de uitgevoerde m.e.r.beoordeling is geoordeeld dat het niet nodig is deze Visie met een plan-MER te onderbouwen.
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
Overleg met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties: drie dilemma’s Gedeeld beeld over de uitgangspunten De gemeente heeft op tal van manieren de samenleving geraadpleegd en overleg gevoerd om tot een Visie te komen die aansluit bij het beleid van andere overheden en bij de behoeften en wensen van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De participatie volgt de drie formele stappen op weg naar de ontwerpVisie. Het rapport ‘Overleg en participatie over de Visie landelijk gebied Enschede’ doet verslag van het overleg en geeft inzicht in de hoofdpunten van de participatie.
Vorige
Gesprekspartners bij de besluitvorming en de participatie Gemeenteraad: hoorzitting op 24 februari 2020 / advies Commissie omgevingsbeleid van 11 mei 2020 / vaststelling Nota van uitgangspunten met amendement en motie Nijhuis op 30 juni 2020 Publieksbijeenkomsten: fysieke bijeenkomst op 8 mei 2019, digitale bijeenkomst op 18 november 2020 / bijeenkomsten van Stawel op 18 en 24 februari 2020 Overleggen maatschappelijke organisaties: Landschap Overijssel & Natuurmonumenten, Overijssels Particulier Grondbezit, Stawel, LTO Zuid-Twente, Groenberaad Overleggen andere overheden: waterschap Vechtstromen, provincie Overijssel en buurgemeenten Losser, Haaksbergen, NOTgemeenten, Oldenzaal en Hengelo.
12
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Uit het rapport ‘Overleg en participatie’, dat is opgesteld bij de ontwerp-Visie komt naar voren dat een gedeeld beeld bestaat over de grote waarde van het landelijk gebied van Enschede. Dat beeld komt ook in de Nota van uitgangspunten (30 juni 2020) tot uitdrukking. In het rapport is verder vermeld op welke wijze de ontwerpVisie op de gemaakte opmerkingen ingaat. Op de ontwerp-Visie zijn 42 zienswijzen ingediend. De opgestelde Reactienota vat deze zienswijzen samen en geeft aan hoe het College van Burgemeester en Wethouders de zienswijzen heeft betrokken bij de voorliggende Visie, die voor vaststelling aan de Gemeenteraad is aangeboden.
Dilemma’s Op drie punten komt een stevig dilemma naar voren over de te volgen koers. De dilemma’s zijn hierna geschetst en aangegeven is hoe de Visie op de dilemma’s inspeelt. 1. Boter bij de Visie De kwaliteit van het landelijk gebied staat onder druk van tal van invloeden en wensen voor het gebruik. De gemeente legt in deze Visie veel ambities vast, maar beschikt over beperkte slagkracht met krappe budgetten,
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
weinig menskracht en instrumenten. De beschikbare middelen zijn niet afdoende om de ambities waar te maken. De Visie geeft een richting aan en daarbij past dat het wat verder gaat dan direct in praktijk waar kan worden gemaakt. Het gat tussen ‘droom en daad’ moet echter niet te groot worden. Dan is de gemeente geen betrouwbare overheid en geen realistische partner in het landelijk gebied. Daarom is opgenomen hoe de gemeente ‘boter bij de vis(ie) kan doen. Hoofdstuk 6 beschrijft ‘opgaven’ met meetbare resultaten die invulling geven aan de ambities. Daarbij staat een inschatting van de benodigde gemeentelijke inzet aan menskracht, financiën en instrumenten. Als deze middelen niet of in mindere mate beschikbaar komen, kunnen de resultaten niet, beperkter of later in de tijd worden bereikt. Deze wijze van presentatie geeft de Gemeenteraad de mogelijkheid van een afweging en een keuze te maken waarin ambities en middelen met elkaar in balans zijn. Het slot van dit hoofdstuk 1 stelt dat ‘samenwerking’ de gemeentelijke polsstok kan verlengen. 2. Van regie tot handhaving De gemeente krijgt vanuit de samenleving de vraag om beter aanspreekbaar te zijn en actief regie te nemen
Vorige
in het landelijk gebied. Als accountmanager voor de landgoederen, aanspreekpunt voor de landbouw, als betrouwbare en deskundige partner en als regisseur bij gebiedsontwikkelingen. Maar ook in de rol van toezichthouder en handhaver waar dat nodig is. Met de beschikbare personele capaciteit en de huidige instrumenten zijn die rollen en taken niet goed in te vullen. Ook hier heeft de Gemeenteraad de keuze om het gemeentelijke apparaat beter in staat te stellen de regierol, als aanspreekpunt en partner en bij toezicht en handhaving zwaarder in te vullen. Hoofdstuk 8 geeft een overzicht van te ontwikkelen instrumenten en de toerusting van het ambtelijk apparaat. 3. Meer claims dan grond Vanuit vrijwel alle thema’s en gebruiksvormen is vraag om over meer grond te kunnen beschikken. Voorbeelden zijn de kringlooplandbouw, waarin extensiever grondgebruik essentieel is, de nieuwe vraag om grond voor duurzame opwek van elektriciteit, om maatregelen te treffen tegen de verdroging, voor aanplant van bomen etc. Ook voor de stedelijke functies zoals wonen, werken, recreatie en infrastructuur is in de toekomst grond nodig.
13
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Aan de omvangrijke claims om grond kan deze Visie niet voldoen. De grond is niet beschikbaar, het grondgebied van Enschede kan niet toenemen. Wel zoekt deze Visie naar oplossingen, die mogelijk zijn met de ‘gebiedsaanpak’ (zie hoofdstuk 7). Daarin gaat het niet gaat om ‘ieder voor zich’ maar om het bereiken van een gezamenlijke oplossing met meervoudig grondgebruik in slimme combinaties. Dat is een complexe route, die een forse inzet van de gemeente en alle betrokkenen vraagt. De Visie gaat verder in op het gebruik van de eigen gemeentelijke grond voor maatschappelijke doelen. Een oordeel over de claims zelf geeft deze Visie niet. Wel biedt de Visie met de ontwikkelingsprincipes in hoofdstuk 4 een handvat om tot een afweging te komen. Algemeen belang gaat daarbij boven het private belang. De vernieuwde Gids buitenkans werkt de wijze van integrale belangenafweging verder uit.
De Visie past in het beleid van de gemeente De Visie landelijk gebied sluit aan op andere structuurvisies van de gemeente Enschede en bij de ruimtelijke ontwikkelingskoers ‘Enschede groeit uit het
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
hart’. Vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet werkt de gemeente aan een omgevingsvisie voor het hele grondgebied. Deze Visie landelijk gebied geldt tot die nieuwe omgevingsvisie is vastgesteld. Bij de vaststelling daarvan wordt bepaald welke beleidsuitspraken uit de Visie landelijk gebied onderdeel uit gaan maken van de omgevingsvisie. De Visie landelijk gebied werkt tot dat moment door in al het gemeentelijk beleid voor het landelijk gebied en in de uitvoering daarvan. Voorlopig blijven bestaande bestemmingsplannen buitengebied 12 gelden. De gemeente heeft daarnaast de Gids buitenkans 2014 voor de afweging van initiatieven waar het bestemmingsplan niet voldoende in voorziet. Deze Visie landelijk gebied maakt het nodig de Gids buitenkans te herzien. Regels voor de realisatie en het beheer van ‘groene’ maatregelen en projecten komen in een nieuw op te stellen Natuur- & Landschapsplan te staan. Het Bijlagerapport ‘De Visie landelijk gebied in het gemeentelijk beleid’ geeft een nadere toelichting.
Samenwerken om vooruit te komen De gemeente Enschede werkt samen met andere overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en
Vorige
bewoners. De samenwerking met overheden is gericht op het afstemmen van visies en plannen en op het verkrijgen van meer slagkracht in de uitvoering. 13 Die samenwerking is nodig om drie samenhangende redenen. Ten eerste zijn veel opgaven in het landelijk gebied (boven)regionaal. De verandering waar de landbouw voor staat speelt in heel Nederland, verdroging houdt niet op bij de gemeentegrens. De tweede reden is dat de gemeente Enschede de grote opgaven in het landelijk gebied niet alleen aankan. Daarvoor ontbreken de instrumenten, menskracht en middelen. Ten derde is sprake van veel verschillende initiatieven, stuk voor stuk met een eigen goede motivatie. Zolang echter al dat beleid, met eigen doelen, instrumenten, middelen en tijdpaden naast elkaar wordt ingezet dreigt verwarring of zelfs chaos in de uitvoering. Regie en samenwerking tussen overheden is nodig voor succes en efficiëntie. Deze Visie geeft aan wat de inzet is van de gemeente Enschede in de samenwerking met de andere overheden.
14
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Door samen te werken met maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners zet de gemeente in op het verkrijgen van draagvlak en betrokkenheid. De gemeente wil daarvoor het overleg en contact met diverse partners in het landelijk gebied versterken. Bij het opstellen van deze Visie is daarin een eerste stap gezet door op diverse manieren met de betrokken overheden, organisaties, bedrijven en bewoners te spreken. In het rapport ‘overleg en participatie’ staat daar meer over. De gemeente ziet graag initiatieven uit het landelijk gebied tegemoet. Deze Visie maakt duidelijk welke kant de gemeente op wil. Initiatiefnemers kunnen aan de hand daarvan een idee krijgen hoe de gemeente een initiatief zal beoordelen. Het beginsel ‘’Ja, Mits’ is daarbij het uitgangspunt.
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 2
Het landelijk gebied Dit hoofdstuk beschrijft het onderwerp van deze Visie: het landelijk gebied van Enschede. Na de gebiedsbegrenzing volgen een beknopt overzicht met cijfers, een beschrijving van de ruimtelijke opbouw en de kwaliteiten. Daarna wordt de balans opgemaakt van pluspunten en kansen en van minpunten en bedreigingen. Tot slot komt de huidige rol van de gemeente Enschede in het landelijk gebied aan bod. Voor meer informatie en toelichting wordt verwezen naar de opgestelde evaluatie .
15
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
De Visie landelijk gebied gaat over het grondgebied van de gemeente Enschede buiten het bebouwde stedelijke gebied. De grens tussen stad en landelijk gebied is in Enschede op de meeste plaatsen scherp: het is vaak duidelijk waar de stad ophoudt en het landelijk gebied begint (en omgekeerd). De dorpen zijn niet aangemerkt als onderdeel van het landelijk gebied. De gemeente onderkent dat de dorpen een eigen karakter hebben en dat in de dorpen vraagstukken spelen die kunnen afwijken van wat speelt in zowel het landelijk gebied als in de stad. Deze Visie landelijk gebied is niet de plek om daarop in te gaan. Diverse dorpen zijn bezig met Dorpsplannen, die wel een goed aanknopingspunt zijn om de karakteristiek van elk dorp te belichten. Natuurlijk verandert de ligging van de grens tussen stad en land in de loop van de tijd. De stad groeit uit het hart. Die groei kan ten koste gaan van het landelijk gebied. Toch komt ook het omgekeerde voor, zoals bij de Usseler Es. De kaart geeft de begrenzing weer die is gebruikt in deze Visie landelijk gebied. 14 Deze begrenzing geldt op het moment van vaststelling van deze Visie. De grens kan door toekomstige besluiten worden aangepast, zoals bij de vaststelling van de op te stellen omgevingsvisie onder de Omgevingswet.
16
landelijk gebied gemeentegrens
Landelijk gebied
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Kerncijfers over oppervlakte, grondgebruik, inwoners en woningen Het landelijk gebied van Enschede omvat ongeveer 10.000 ha op een gemeentelijke oppervlakte van 14.272 ha. De gemeente Enschede telt in totaal 158.918 inwoners (1 augustus 2020, bron: CBS). Enschede is de grootste stad van Overijssel en naar inwoneraantal de veertiende gemeente van Nederland. In het landelijk gebied van Enschede wonen 4.740 inwoners (3%). De grootste grondgebruikers in het landelijk gebied (naar oppervlakte) zijn de landbouw, de landgoederen en de natuur. Deels is sprake van overlap tussen deze gebruikers, doordat de landgoederen zowel natuur, bos als landbouw kennen. Volgens de stadspeiling bezoekt ongeveer de helft van de inwoners van Enschede tenminste wekelijks het buitengebied. Ruim 4.700 ha is cultuurgrond (weiland en akkers) in gebruik bij 327 agrarische bedrijven, waarvan de helft buiten Enschede is gevestigd. In Enschede zijn 56 voltijds agrarische bedrijven (cijfers 2017). Enschede telt 2.150 ha bosgebied. De grootste eigenaar en beheerder in Enschede met rond 1.000 ha natuurgrond is Landschap Overijssel. Historische en nieuwe landgoederen beslaan samen circa 3.500 ha.
17
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Gevarieerde opbouw met hoge kwaliteit Kenmerkend voor de ruimtelijke opbouw van Enschede is de ligging van de stad op de stuwwal en de kleinschalige opbouw van het landelijk gebied met afwisselend landbouw, landgoederen en kleine kernen. De stapsgewijze ontginning door de landbouw is bepalend geweest voor de vorming van uiteenlopende landschapstypen: het oude hoevenlandschap met essen en de latere veldontginningen.
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
In de 19e en begin 20e eeuw hebben eigenaren van de Twentse textielindustrie in Enschede veel landgoederen gesticht. De landgoederen zijn met hun afwisseling van bos, landschapselementen, landbouw en landhuizen nog steeds beeldbepalend voor een groot deel van het landelijk gebied rond Enschede en vormen een bron van natuurlijke diversiteit. De kleinschalige afwisseling van bodemsoorten, hoogteligging en hydrologie heeft geleid tot een gevarieerd landschap en grondgebruik. Enschede kent een vrij rijke biodiversiteit. De lange en duidelijk herkenbare stadsrand en de vele laat 19e en begin 20e -eeuwse landgoederen en oudere ‘erven’ geven het landelijk gebied een uniek karakter met verwijzing naar de ontstaansgeschiedenis. 15
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Stad in het groen
Pluspunten en kansen
Enschede is een grote stad midden in een kleinschalige en groene omgeving. Die combinatie van stad en land is een onderscheidende kwaliteit en zorgt voor een aantrekkelijke woon- en vestigingsklimaat. Het groene buitengebied is omvangrijk en draagt bij aan welzijn en gezondheid van alle bewoners. Door de scherpe overgang en de lange stadsrand is het landelijk gebied nooit ver weg. Het landelijk gebied is, naast aantrekkelijk woongebied voor mensen die van oudsher een band hebben met het buitengebied, ook in toenemende mate in trek bij nieuwe inwoners die bijvoorbeeld vrijkomende boerderijen betrekken.
Enschede heeft een bijzonder buitengebied. Aan de goede kant van de balans staan het kleinschalige fraaie landschap, de vrij goede kwaliteit van water, bodem en lucht, de aanwezigheid van zeer veel landgoederen, de grote hoeveelheid bos, houtwallen en natuur, afgewisseld met weilanden voor de (melk)veehouderij. Concentraties van intensieve veehouderij ontbreken. Het buitengebied kent een goede recreatieve ontsluiting met paden voor wandelaars en fietsers. Het landelijk gebied vormt nog steeds het rustige en groene contrast met de drukke en bebouwde stad. Het landelijk gebied maakt de stad Enschede compleet. De hoge kwaliteit van het landelijk gebied is een waarde in zichzelf en biedt kansen voor Enschede als woon-, werk-, en recreatiestad.
Minpunten en bedreigingen Aan de andere kant staat ook veel druk op het landelijk gebied. Dat uit zich in een geleidelijke achteruitgang, die niet altijd wordt opgemerkt. De grote zorgpunten zijn hierna samengevat.
18
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
De waterhuishouding is uit balans. Landbouw en natuur worden telkens meer geplaagd door (gort)droge perioden. Heftige buien leveren lokaal wateroverlast op, vooral in stedelijk gebied. De natuurlijke variatie wordt schraler. Bijzondere soorten hebben het moeilijk, algemene soorten komen daarvoor in de plaats. Dat komt door het intensieve landgebruik, de versnippering, de stikstofbelasting en de verdroging. Door het intensieve gebruik komt ook de eigenheid van het Twentse landschap minder tot uiting. Enschede is nog steeds aantrekkelijk, maar dreigt af te glijden naar een landschap dat doorsnee is voor het hele oostelijke zandgebied. De belangrijke dragers van het landschap, de landgoederen en de landbouw maken zich zorgen over hun voortbestaan. De landgoederen kunnen hun beheer niet op niveau houden. In de landbouw komen de verduurzaming, de verbreding en het verkorten van de ketens tussen productie en consumptie te langzaam op gang. Ondanks het succesvolle beleid om de verstening van het landelijk gebied te beperken, behoort de woningdichtheid in het landelijk gebied tot de hoogste van Overijssel. Stedelijke voorzieningen leggen druk op het landelijk gebied, zoals in de vorm van verharde
Vorige
wegen, leidingen, zonnepanelen en windturbines, recreatievoorzieningen en zandwinning. De bezoekers uit Enschede zijn overwegend positief over hun bezoek aan het buitengebied. Toch is het toeristisch-recreatief potentieel van het landelijk gebied nog niet voldoende benut en zijn weinig nieuwe voorzieningen tot stand gekomen. De leefbaarheid krijgt te maken met ondermijning (achteruitgang van de landbouw, vrijkomende gebouwen), overlast van bezoekers (ontoereikend toezicht) en vergrijzing. Gronddruk is hoog, waardoor grote concurrentie om grond optreedt en de hoogste bieder bepalend is voor het toekomstige grondgebruik. Dat hoeft niet altijd de maatschappelijk meest gewenste gebruiksvorm te zijn. Meervoudig grondgebruik komt niet vanzelf tot stand, omdat de samenwerking en de investeringen die daarvoor nodig zijn veel organisatie en inspanning vergen.
19
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
De huidige rol van de gemeente Enschede in het landelijk gebied De gemeente heeft een veelheid aan taken in het landelijk gebied, onder te verdelen in beleid, beheer, toezicht en overleg. 16 De gemeente beschikt niet over de mogelijkheden en de middelen 17 om structureel sturing te geven aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied. Toch zijn bijzondere resultaten behaald, veelal in samenwerking met derden. 18 Een deel van de aandacht is gericht op incidenten. 19 De incidenten drukken het reguliere beleid verder naar de achtergrond. Het gemeentelijk apparaat is beperkt toegerust voor het landelijk gebied en heeft weinig mogelijkheden om de kennis over het landelijk gebied op peil te houden. De gemeente mist daardoor kansen om aan te haken bij samenwerkingsprojecten en om via cofinanciering beschikbare subsidiegelden naar Enschede te halen. De capaciteit en prioriteit voor begeleiding van initiatieven, toezicht en handhaving in het landelijk gebied is gering. De versnippering van toezicht en handhaving over verschillende instanties beperkt de effectiviteit.
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
De Gids buitenkans (2014) blijkt een goede manier om initiatieven af te wegen. Wel is actualisatie van de Gids nodig. De Gids heeft nog meer effect als alle stappen van initiatief tot uitvoering consequenter worden gevolgd met controle en handhaving over de gemaakte afspraken als sluitstuk. De inwoners van het landelijk gebied voelen zich niet altijd gezien en gehoord door de gemeente. De gemeente heeft immers weinig menskracht om op een zorgvuldige wijze met de mensen in het landelijk gebied te overleggen en vervolg aan afspraken te geven. De gemeente beschikt niet over een eigen vaste overlegstructuur met de inwoners en bedrijven in het landelijk gebied.
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 3
Ambitie De gemeente geeft met deze Visie landelijk gebied richting aan een ontwikkeling die evenwicht houdt tussen beschermen en benutten en die voortbouwt op de ontwikkelingskoers ‘Enschede groeit uit het hart’. De Groene Pijler, het gevarieerde gebruik en de nabijheid van de stad maken samen de ambitie.
20
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Balans tussen beschermen en benutten De gemeente streeft bij de ontwikkeling van het landelijk gebied naar evenwicht tussen bescherming van de kwetsbare groene kwaliteiten en benutting voor wonen, werken, recreëren etc. Die evenwichtige ontwikkeling sluit aan bij de werkwijze in de Gids buitenkans met een integrale afweging van belangen.. Ook de nieuwe Omgevingswet stelt balans tussen beschermen en benutten centraal. 20
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Het bereiken van de gewenste inrichting en gebruik van het landelijk gebied is in de kern een permanente zoektocht naar de juiste balans en het inzetten van instrumenten voor correctie. De balans gaat over het behoud en de versterking van de fysieke leefomgeving. Die moet in evenwicht zijn met ruimte voor maatschappelijk en economisch gebruik. Correctie is nodig als de balans verstoord dreigt te raken, als het gebruik de kwaliteiten te ver terugdringt of als de ene functie de andere letterlijk geen ruimte laat. De gemeente wil dan instrumenten hebben om te corrigeren.
1
2
3
4
5
6
7
8
Stedelijke opgaven uit de ruimtelijke ontwikkelingskoers ‘Enschede groeit vanuit het hart’ 1. Talent aantrekken en vasthouden 2. Bereikbaarheid van banen 3. De inclusieve stad 4. Een duurzame groene stad 5. Goed bestuur
Aansluiting bij ‘Enschede groeit uit het hart’ De ruimtelijke ontwikkelingskoers ‘Enschede groeit uit het hart’ maakt de Visie landelijk gebied onderdeel van de gemeentebrede opgaven. De ruimtelijke ontwikkelingskoers kent vijf opgaven.
21
Visie landelijk gebied Enschede
Deze Visie wil met de kwaliteiten in het landelijk gebied ‘talenten’ een aantrekkelijke woon- en leefomgeving bieden. Door de verbinding stad-land zet de Visie in op de inclusieve stad met een versterkte band tussen het bestuur en het landelijk gebied. De Visie landelijk gebied gaat bij uitstek over de duurzame, groene stad. Alleen aan de bereikbaarheid van banen draagt de Visie beperkt bij.
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Groene Pijler - Gevarieerd gebruik - Nabij de grootste stad van Oost-Nederland Drie onderdelen bepalen samen de ambitie in deze visie: de Groene Pijler, het gevarieerde grondgebruik en de nabijheid van de grootste stad van Oost-Nederland.
Beschermen: Groene Pijler De Groene Pijler staat voor de unieke kwaliteiten van het buitengebied. Het hoofdelement is ‘groen’. ‘Groen’ is een levensbehoefte voor elk mens, zowel bewoner als bezoeker. Aan de basis van de Groene Pijler staat de bodem. Die is -op de stuwwal van Enschede- heel divers, net als de waterhuishouding. Die variatie heeft veel invloed gehad op de eerste bewoning. Bij de vroege ontginning is een kleinschalig patroon ontstaan van verkaveling met veel houtwallen en boerderijen rond of bij essen. Dit historische landschap is nog steeds herkenbaar. De landgoederen werden begin vorige eeuw voor een deel gesticht op wat minder aantrekkelijke bodems: de nog niet ontgonnen gronden. Ook zijn vorige eeuw minder aantrekkelijke gronden in gebruik
22
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
genomen voor de landbouw: de veldontginningen. De Groene Pijler omvat al met al een divers en waardevol landschappelijk erfgoed met de daarbij passende rijke biodiversiteit. De Groene Pijler staat ook voor de beleving van rust en stilte. In de nacht is het op veel plekken donker, in tegenstelling tot de stad. Samenvattend staat de Groene Pijler voor het gevarieerde samenstel van landschap, bodem, water, lucht, natuur, cultuurhistorie, beleving van stilte en duisternis.
1
2
3
4
5
6
7
8
deel van het gevarieerde gebruik is goed afgestemd op de fysieke situatie; vooral de meer stedelijke functies zijn ook ‘los’ van de fysieke kenmerken van landschap, hoogte, hydrologie en bodem gesitueerd.
Benutten: gevarieerd gebruik Het gevarieerde gebruik van het landelijk gebied met als grootste grondgebruikers in volgorde van oppervlakte de landbouw, de landgoederen en de natuurgebieden. Het grondgebruik op de landgoederen bestaat uit landbouw, bos en natuur, met vaak ook wonen en recreatie binnen zijn grenzen. Enschede kent tal van recreatieve voorzieningen met het Rutbeek, golfterreinen, campings, wandel en fietspaden. Een bijzondere functie is het Kristalbad met wateropvang en -zuivering, natuur en (extensieve) recreatie ineen. Daarnaast zijn in het buitengebied vanzelfsprekend woonhuizen, wegen en waterlopen en nutsvoorzieningen. Nieuw zijn zonnevelden. Een groot
23
Visie landelijk gebied Enschede
Buren: nabijheid van stad en land Het derde onderdeel is de nabijheid van de ‘buren’ stad en land. Het landelijk gebied dringt via groene longen op veel plaatsen de stad in met gunstige effecten voor de leefomgeving in bebouwd gebied. Het landelijk gebied is altijd in de buurt van de stadsbewoner. Omgekeerd zijn de stedelijke voorzieningen vanuit het landelijk gebied snel en makkelijk te bereiken. De grens tussen stad en land is vrij duidelijk en scherp. Enschede
Vorige
heeft relatief weinig rommelzones in de stadsrand. Die fysieke scheiding is een groot goed. Met een krachtig landelijk gebied wil de gemeente de harde grens bewaken. In sociaaleconomisch opzicht wenst de gemeente versterking van de band, omdat stad én land daar beide beter van worden: meer recreatie vanuit de stad; rust en bewegen in het landelijk gebied. Enschede kan toeristen een totaalconcept bieden met een stedelijke én groene component. Het landelijk gebied kan economisch voordeel behalen door met recreatieve voorzieningen én agrarische producten de stedelijke consument beter te bedienen.
24
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
Toekomstbeeld landelijk gebied Het landelijk gebied van Enschede onderscheidt zich: • Door balans tussen (1) behoud van het historische agrarische cultuurlandschap, het rijke verleden met textiellandgoederen en natuur (2) ontwikkeling met kringlooplandbouw, nieuwe landgoederen innovatief waterbeheer, goed ingepaste bebouwing en energieopwekking in eigentijdse landschappen; • Door de nabijheid van de drukke stad en de Groene pijler van het buitengebied; • Door de variatie in grondgebruik, hoog-laag, nat-droog, oude en nieuwe architectuur; verstilde plekken en ontmoeting in druk bezochte gebieden.
Visie landelijk gebied Enschede
De hoge kwaliteit van het groene buitengebied reikt met de groene lobben tot ver in de stad en sluit aan op de groenstructuren van parken, singels, radialen en beken in het stedelijk gebied. Dit samenstel maakt Enschede tot een zeer aantrekkelijke woon-, werk- en verblijfsplaats. Deze unieke kwaliteit wordt nog sterker ontwikkeld en benut. De gemeente is permanent in gesprek met de bewoners en gebruikers van het landelijk gebied. Die nemen zelf initiatief, zorgen voor een duurzame economische basis en vormen een levendige gemeenschap in een open samenleving met de bewoners van de stad
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 4
Ontwikkelingsprincipes De “vier V’s” geven aan of ontwikkelingen bijdragen aan de ambitie van de gemeente voor het landelijk gebied van Enschede.
25
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
De “vier V’s”. De ambitie (hoofdstuk 3) geeft de gewenste richting aan als een vergezicht voor het landelijk gebied van Enschede. De ontwikkelprincipes helpen om in het ‘hier en nu’ te kunnen beoordelen of een project, een maatregel of ander initiatief bijdraagt aan dat vergezicht. De ontwikkelprincipes geven houvast bij het ontwerpen van beleid, het ontwikkelen van plannen en het beoordelen van initiatieven. In grote lijn geldt dat een ontwikkeling is toegestaan als voldaan wordt aan de “vier V’s”. Een ontwikkeling draagt bij aan de Enschedese ambitie voor het landelijk gebied als deze: • Leidt tot versterking van een robuuste regionale structuur voor natuur en water • Uitgaat van de kwaliteit van het landschap • De band tussen stad en landelijk gebied versterkt • Ruimtelijke inrichting, economie, sociale verbanden en de band gemeente-samenleving vernieuwt
26
Ontwikkelingsprincipe: de vier V’s
Versterken
Verbinden
groenblauwe
stad - land
structuur
Vanuit het
Vernieuwen:
landschap
ruimtelijk,
ontwikkelen
economisch, sociaal en bestuurlijk
Visie landelijk gebied Enschede
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
Groenblauwe structuur en grotere beken
Versterken groenblauwe structuur Enschede vormt geen eiland. Het landelijk gebied is onderdeel van de Twentse regio. Voor de Groene Pijler van Enschede zijn dat de regionale verbanden voor natuur en water. Natuur is geen geïsoleerde potplant. Water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Behoud van biodiversiteit, van natuur en landschap vergt stevige ecologische netwerken en een duurzaam natuurlijk watersysteem: een robuuste groenblauwe structuur. Daar komt bij dat een goed verankerde groenblauwe structuur planologische weerstand biedt aan de uitbreiding van het stedelijk gebied. Dat geldt voor de landgoederen, die als een ring om de stad Enschede liggen, en voor de ecologische noordzuid verbindingen tussen de stedelijke gebieden van Hengelo - Enschede en Enschede - Gronau.
27
groenblauwe structuur blauwe dooradering
Visie landelijk gebied Enschede
8
Vorige
Het stabiel vastleggen van de groenblauwe structuur kan met planologische instrumenten, door eigendom, inrichting en beheer. 21 Vaak gaat het om een combinatie. Denk bijvoorbeeld aan het opnemen van een natuurfunctie in het bestemmingsplan (planologisch) en het overdragen van eigendom en/ of beheer aan natuurorganisaties. Grote delen van de groenblauwe structuur in Enschede behoort tot het Natuur Netwerk Nederland.
Inhoudsopgave
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
De kern van de groenblauwe structuur bestaat uit natuurgebied. Daar staat de natuurfunctie voorop. Maar dat is niet voldoende. Het agrarische cultuurlandschap moet met een fijnmazige groene dooradering met beken en houtwallen ook bijdragen aan de biodiversiteit. Net als recreatieterrein, bermen en slootkanten. Deze Visie streeft een robuuste groenblauwe structuur na die verweven is met ander gebruik. 22
28
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Landschapstypen in Enschede
Vanuit het landschap ontwikkelen Bij het inrichten en beheren van het landelijk gebied is het landschap altijd een belangrijk vertrekpunt. Voor deze Visie zijn, zoals in hoofdstuk 1 is toegelicht, de kenmerken van het landschap én de aanwezige kwaliteiten in beeld gebracht in de landschapsstudie (H+N+S, 2019, aangevuld in 2020). jonge ontginningsgronden oude hoevenlandschap boslandschap Aamsveen overig gebied
29
Visie landelijk gebied Enschede
Vorige
Inhoudsopgave
De Visie onderscheidt -in vervolg op de landschapswaardering- drie strategieën vanuit het landschap. De eerste strategie heeft betrekking op landschappen met een zeer hoge kwaliteit en de bijpassende strategie ‘’inpassen’ gaat dan ook uit van het behoud van het veelal gave landschap. Elk initiatief moet zorgvuldig worden ingepast in aansluiting op de gebiedskenmerken. De tweede strategie ‘aanpassen’ hoort bij een landschap met een hoge waardering. Dit landschap vraagt om herstel en het weer herkenbaar maken van structuren en lijnen die het landschapstype versterken. Bij het landschap met een basiskwaliteit is de oude landschappelijke identiteit geen uitgangspunt bij de vormgeving van nieuwe ontwikkelingen. Hier geldt een ontwerpopgave voor het maken van een nieuw landschap met een eigen identiteit en samenhang. In de gebieden met basiskwaliteit liggen veruit de meeste mogelijkheden voor grootschalige ontwikkelingen van verschillende aard. Grootschalige (kringloop)landbouw, waterberging, natuurontwikkeling, zonnevelden, recreatieve ontwikkelingen etc.
1
Inpassen
Aanpassen
Transformeren
De landschapswaardering maakt geen keuze voor de functie, maar geeft aan wat landschappelijk gezien mogelijk is in dit type gebied.
30
Hoofdstuk:
Visie landelijk gebied Enschede
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
De landschapswaardering en de daarbij horende strategie is uitgangspunt bij de ontwikkeling van eigen plannen en beleid voor het landelijk gebeid en bij het beoordelen van alle initiatieven die aan de gemeente worden voorgelegd. Op deze wijze werkt landschapsstrategie overal in deze Visie door. 23
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
Strategie vanuit het landschap
De wijze waarop de landschapsstrategie doorwerkt verschilt naar de zwaarte van de beoogde verandering. Voor kleine ingrepen in het landelijk gebied volstaat afweging en realisatie op basis van de (aangepaste) Gids buitenkans. Voor grotere ingrepen zal een gebiedsgerichte benadering nodig zijn: een gebiedsproces waarin diverse opgaven worden betrokken en waaraan alle gebiedspartijen meedoen. Bij zowel kleine als grote ingrepen is de landschapsstrategie het uitgangspunt. 24
inpassen aanpassen transformeren overig gebied
31
Visie landelijk gebied Enschede
7
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
Stadsrandzone en verbinding stad-land
Verbinden stad-land De ruimtelijke ontwikkelingskoers 25 uit 2018 signaleert dat de aanwezigheid van stedelijkheid in combinatie met een mooi en omvangrijk platteland grote waarde heeft. Die nabijheid kan beter worden benut. Voor de stedelijke bewoners is het landelijk gebied overal dichtbij. Te voet en op de fiets is het rustige groene buitengebied onder handbereik. De Coronacrisis (vanaf maart 2020) vergroot de belangstelling voor het ‘ommetje’ - een kortere wandeling of fietstocht in de directe omgeving. stadsrandzone
Het ‘besef van waarde’ 26 , de kennis bij de stedelingen over de kenmerken en kwaliteiten van het eigen buitengebied is echter vaak beperkt. Dat werkt
32
groene verbindingen stad-land
Visie landelijk gebied Enschede
8
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
mogelijk de overlast in de hand die de bewoners en bedrijven in het buitengebied ervaren: loslopende honden, vuilstort, lawaai, vreemde mensen op het land. Deze overlast en irritatie werkt niet gunstig voor onderling begrip en contact. Meer kennis over de waarden in het landelijk gebied bevordert het draagvlak voor het behoud ervan. De bewoners van het buitengebied hebben stedelijke voorzieningen binnen handbereik: onderwijs, zorg, cultuur, horeca, openbaar vervoer, sport, winkels etc. Dat de bedrijven in het landelijk gebied daarmee vlakbij ook een grote stedelijke markt aantreffen, lijkt minder te worden beseft. Kansen ontstaan door de stedeling te zien als consument van landbouwproducten en als recreant, die horeca bezoekt of als deelnemer aan educatie. De Visie zet in op het versterken van de interactie tussen stad en buitengebied. Dat kan op veel manieren inhoud krijgen: met fysieke projecten, 27 in economische zin en met kennis, waardering en betrokkenheid. De aangegeven stadsrand is de zone waar stad en land elkaar het meest intensief ontmoeten. Vooral daar is ruimte voor recreatieve ontwikkeling en interactie.
33
Vernieuwen: ruimtelijke, economisch, sociaal en bestuurlijk Om de kwaliteit en de leefbaarheid te behouden is vernieuwing nodig in ruimtelijk, economisch, sociaal en bestuurlijk opzicht. Het landelijk gebied moet niet blijven steken in het verleden. 28 Vernieuwing is nodig, met behoud van wat goed en waardevol is maar dan aangepast aan de huidige tijd. 29
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
Hoe nieuwe oplossingen er uit zien, is niet op voorhand te zeggen. Daarvoor zijn experimenten nodig: nieuwe routes proberen die kansrijk zijn en waarvan de uitkomst niet bij voorbaat vaststaat. De gemeente gaat de vernieuwing, die bijdraagt aan maatschappelijke doelen (milieu, natuur, zorg, klimaatadaptatie etc.) aanjagen waar dat kan: naar inhoud en aanpak. De vernieuwing gaat ook over de bestuurlijke organisatie en over de samenwerking tussen inwoners en gemeente. De overlegstructuur van gemeente met inwoners en bedrijven in het landelijk gebied is versnipperd en veelal gericht op stedelijke vraagstukken. Een nieuwe aanpak is nodig, onder meer met gebiedsgericht werken. De gemeente staat open voor experimenten en pilots. Initiatieven uit de samenleving, die kwaliteit toevoegen aan het landelijk gebied, zijn welkom. Voorwaarde is wel dat wij er ‘allemaal’ op vooruit gaan in sociaal, economisch en ruimtelijk opzicht. De vernieuwing is geen vrijbrief om alles toe te staan, wel een middel om met de tijd mee te gaan. Experimenten zijn in beginsel eenmalig en openen niet de weg naar herhaling in gelijke of gelijksoortige vorm.
Vorige
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 5
Thema’s Dit hoofdstuk geeft per thema weer welke ontwikkeling de gemeente Enschede in het landelijk gebied voor ogen staat. De tekst volgt de vaste indeling: analyse, ambitie en aanpak. De paragraaf ‘analyse’ vat samen wat er aan de hand is binnen het thema en welke trends zichtbaar zijn. De ‘ambitie’ geeft aan welke kant de gemeente met dit thema op wil. De derde paragraaf ‘aanpak’ gaat over de bijdrage van de gemeente om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. De ‘opgaven’ in hoofdstuk 6 gaan over de resultaten die de gemeente de komende jaren voor de verschillende thema’s wil bereiken. Elke opgave is in hoofdstuk 6 voorzien van een schatting van de middelen (financieel, menskracht, instrumenten) die nodig zijn voor de uitvoering. De opgaven zijn niet uitsluitend met één thema verbonden en om die reden in een apart hoofdstuk neergezet.
34
Visie landelijk gebied Enschede
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
Vorige
Groene Pijler van Enschede Analyse De Groene Pijler [de gecombineerde kwaliteit van landschap, bodem, water, lucht, natuur, cultuurhistorie, beleving van stilte en duisternis] komt voort uit het unieke samenspel van fysieke kenmerken en gebruik van het landelijk gebied. De fysieke kenmerken bestaan uit de variatie van hoogteligging, bodemsoort, hydrologie en de daarmee samenhangende biodiversiteit. Het historische
35
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
gebruik vanuit de landbouw sloot aanvankelijk nauw bij deze fysieke kenmerken aan. Zo ontstond het kleinschalige cultuurhistorisch waardevolle landschap met houtwallen tussen de weilanden en akkers op de essen. Vanaf circa 1800 ontstonden de ‘textiel’landgoederen met bos, landbouw en landhuizen met aangelegde tuinen. Dit kenmerkende Twentse landschap wordt in de huidige tijd hoog gewaardeerd om in te wonen en te verblijven. Het huidige gebruik past echter op veel punten niet meer bij de wijze van ontstaan. De landbouw is inmiddels grootschaliger en intensiever met groter percelen en minder ruimte voor natuurlijke variatie. De lage waterstanden en de klimaatverandering leiden tot verdroging. In de lucht zit meer stikstof dan de natuur kan verdragen. De landgoederen missen hun historische bestaansbasis. Stedelijke functies, zoals wonen, verkeer, recreatie, energieopwekking leggen beslag op ruimte. Natuur en landbouw zijn veelal van elkaar gescheiden en beheren eigen deelgebieden. Het buitengebied is niet meer stil en donker. In het landschap ten westen van Enschede herinneren kleine karakteristieke zouthuisjes aan de zoutwinning die daar in 1919 begon. Onder de grond zijn cavernes – holtes- aanwezig. De stabiliteit van de cavernes
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
wordt in de gaten gehouden. Andere aspecten van de zoutwinning komen aan de orde in de nieuw op te stellen Visie op bodem en ondergrond. Het complexe samenspel en evenwicht tussen alle genoemde factoren is op veel plekken verstoord. De economische activiteiten zijn losgeraakt van het beheer van de groene kwaliteiten. De Groene Pijler van Enschede verliest een deel van haar kwaliteit. Ook zijn tegenstellingen ontstaan tussen de verschillende vormen van gebruik en tussen gebruikers. Dat leidt tot strijdige claims op grond en tot juridische regels om het grondgebruik te reguleren en de groene kwaliteiten te beschermen.
Ambitie Deze Visie kiest voor de kwaliteit van de Groene Pijler van Enschede. Die keuze betekent behoud, versterking en vernieuwing van natuur, landschap en cultuurhistorie. Water, bodem en lucht zijn randvoorwaarden. Stilte en donkerte horen bij de beleving en zijn van belang voor de natuur. Het huidige en toekomstige gebruik van het landelijk gebied, zoals landbouw, landgoederen, recreatie, wonen, verkeer en energieopwekking, moeten in overeenstemming zijn met de draagkracht van de Groene Pijler.
Vorige
Inhoudsopgave
De Vier ontwikkelingsprincipes zijn voluit van toepassing: het versterken van de groenblauwe structuur zorgt voor een gunstige ontwikkeling van de biodiversiteit. Vanuit het landschap ontwikkelen is overal uitgangspunt. De landschapsstrategie geeft aan waar inpassen, waar aanpassen en waar vernieuwen van toepassing is. Verbinding van stad en land komt tot uiting in het beleefbaar maken van het landelijk gebied voor alle inwoners van Enschede. Het besef dat de Groene Pijler bijdraagt aan het woon- en leefklimaat staat aan de basis van behoud en ontwikkeling ervan. Tot slot geldt dat de kwaliteiten, die in de loop van de eeuwen zijn ontstaan, alleen blijven bestaan als ze passen bij de huidige en toekomstige samenleving. De Groene Pijler moet zich aanpassen en vernieuwen om duurzaam te blijven bestaan.
Hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
LEGENDA Boomkikker leefgebied versterken leefgebied maken leefgebied verbinden knelpunten oplossen (potentieel) leefgebied
Kamsalamander leefgebied versterken leefgebied maken leefgebied verbinden knelpunten oplossen (potentieel) leefgebied
IJsvogel leefgebied versterken leefgebied maken leefgebied verbinden (potentieel) leefgebied
Kleine ijsvogelvlinder leefgebied versterken leefgebied maken (potentieel) leefgebied
Aanpak
Heideblauwtje en levendbarende hagedis
Waar zich kansen voordoen wil de gemeente bijdragen aan het verder invullen van de groenblauwe structuur, zowel de robuuste hoofdstructuur als de fijne dooradering van het hele landelijk gebied. De Natuurkansenkaart, die de gemeente heeft ontwikkeld, kan daarbij een leidraad vormen en inspiratie geven bij het vinden van de juiste maatregelen.
leefgebied versterken leefgebied maken leefgebied verbinden knelpunten oplossen
Slanke sleutelbloem standplaats uitbreiden
Das leefgebied verbinden knelpunten oplossen
36
Visie landelijk gebied Enschede
8
Vorige
Bij de versterking van de Groene Pijler gaat het niet om grote uitbreiding van de oppervlakte natuurgebied. De gemeente wil vooral meer kwaliteit van de Groene Pijler bereiken in combinatie met de benutting van het landelijk gebied. Dat zal vaak het agrarische gebruik zijn, waar kringlooplandbouw kan bijdragen aan het herstel van de bodemkwaliteit en de biodiversiteit. Maar ook historische en nieuwe landgoederen ondersteunen het behoud en ontwikkeling van natuur en landschap. Recreatie heeft direct belang bij een hoge kwaliteit en goede toegankelijkheid van de Groene Pijler. Waar dat kan beperkt de gemeente de verlichting in de (openbare) ruimte om lichtvervuiling en negatieve invloed op flora en vooral fauna te voorkomen. Het kan gaan om wegverlichting en licht van bedrijfsterrein, stallen en evenementen. Door aanleg, herstel en goed beheer van kleine landschapselementen zoals bosjes en houtwallen en (boeren)erven worden landschap en natuur versterkt. Natuurlijke akkerranden, natuurherstel langs beken en natuurgericht beheer van wegbermen en slootkanten zorgen voor een verdere dooradering en meer biodiversiteit.
37
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
Als onderdeel van de Groene Pijler (natuur, landschap), maar ook voor het versterken van de landgoederen, de recreatieve aantrekkingskracht en de klimaatopgave (vastleggen van C02 en verkoeling) wil de gemeente in de planperiode 170.000 bomen toevoegen in stad en landelijk gebied samen. Dat sluit aan bij landelijk en provinciaal beleid om in Nederland 37.000 ha nieuw bos te planten. De aanplant kan plaatsvinden in de vorm van solitaire bomen, laanbomen, houtwallen, bosjes en mogelijk ook wat omvangrijker bos. Bomen kunnen ook onderdeel zijn van de groenstructuur, die rond zonnevelden wordt vereist. Het kan ook gaan om de vervanging en herstel van al aanwezige lanen, houtwallen of bosjes. Voor zover de gemeente betrokken is zullen bij het besluit tot aanplant van enige omvang telkens de voor- en nadelen worden afgewogen in overleg met de omgeving. Voor het waterbeheer is de grote opgave gericht op het tegengaan van verdroging. Het water kan beter worden vastgehouden door de waterstanden te verhogen, waterlopen bij het beheer minder uit te diepen, de keuze van de gewassen meer op de hydrologie af
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
te stemmen, het humusgehalte van de bodem te verhogen etc. Door beken te laten meanderen en natuurvriendelijke oevers aan te leggen dragen ze -naast de aanpak van verdroging- bovendien meer bij aan natuur /biodiversiteit. Deze aanpak sluit nauw aan bij de Vergroeningsstrategie van het waterschap Vechtstromen. Het nieuw op te stellen Natuur- & Landschapsplan legt vast hoe en met welke partners en volgens welke financiering maatregelen voor versterking van de Groene Pijlers worden getroffen. Een deel van de financiering komt uit het nieuw te vormen Fonds landelijk gebied. De herziene Gids buitenkans geeft aan welke bijdrage aan de Groene Pijler tegenwicht vormt voor initiatieven die gebruik maken van de natuurlijke omgeving.
Vorige
Landbouw Analyse De (melk)veehouderij is in Enschede de agrarische sector met de meeste grond in gebruik en de grootste invloed in het landelijk gebied. 30 De bedrijven kennen veelal een gangbare bedrijfsvoering, die past in het landelijk en Europees landbouwbeleid. Daarnaast telt Enschede enkele biologische melkveehouders en ontwikkelen diverse bedrijven nieuwe manieren van productie en afzet. De veranderingen in het landbouwbeleid brengen grote uitdagingen met zich mee voor de landbouw, ook in Enschede.
38
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
• Het aantal agrarische bedrijven krimpt al jaren, maar de economische omvang daalt niet in hetzelfde tempo. Al tientallen jaren neemt de schaal van de bedrijven toe in zowel aantal stuks vee als in oppervlakte grond. Het huidige beleid en de regelgeving (kringlooplandbouw en onder meer de Wet grondgebonden groei) sturen de melkveebedrijven op verlaging van de veebezetting (extensivering: minder grootvee-eenheden per ha). Om dan toch een inkomen te kunnen behalen is het nodig dat de bedrijfsoppervlakte groeit. Als dat niet mogelijk is neemt de vitaliteit van de sector af. Een minder sterke melkveehouderij heeft gevolgen voor het beheer van het kenmerkende Twentse landschap en voor de plattelandscultuur. • Sinds WOII is het landbouwbeleid gericht op meer en efficiënter produceren. Eind vorige eeuw werd steeds duidelijker dat deze wijze van produceren nadelige effecten heeft op natuur, landschap, bodem, water en lucht. In de huidige tijd leggen overheid en samenleving telkens meer nadruk op natuur, milieu en dierenwelzijn. In die richting heeft de landbouw, ook in Enschede, de laatste decennia stappen gezet. Daarmee voldoen de bedrijven aan regelgeving. De ondernemers zijn zelf ook bezig met vernieuwing in studiegroepen, met afzet direct aan de consument,
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
agrarisch natuurbeheer en andere vormen van verbreding van hun bedrijfsvoering. • De landbouw en de stad maken beperkt gebruik van elkaars nabijheid. 31 Ook op dit punt nemen de laatste jaren telkens meer agrarische bedrijven het initiatief om voor een -vaak nog beperkt deel van hun productie- een meer directe afzet te vinden bij de stedelijke consument.
Ambitie De gemeente ziet ook in de toekomst een belangrijke rol in het buitengebied voor de grondgebonden landbouw. Daarbij heeft de gemeente voorkeur voor een landbouw met: (a) Een duurzame bedrijfsvoering met kringlooplandbouw 32 als uitgangspunt. De productie van veevoer en de afzet van mest vindt in lokale samenwerking plaats. De melkveehouderijbedrijven maken gebruik van de omvangrijke schil aan kleinere nevenbedrijven die in Enschede aanwezig zijn. (b) E en verbrede bedrijfsvoering met een landbouw die naast de agrarische productie bijdraagt aan bijvoorbeeld waterbeheer, ecologie (natuurinclusieve landbouw) , landschap, recreatie, educatie en energieproductie.
Vorige
(c) E en meer op de stad betrokken bedrijfsvoering, met meer directe afzet van lokale en regionale kwaliteitsproducten aan de stedelijke bevolking. De korte transportafstanden zijn duurzaam, de korte keten maakt hogere opbrengsten voor de producent mogelijk en versterkt de onderlinge betrokkenheid van stad en land. De stedeling krijgt ook meer kennis en begrip voor de agrarische sector. De verkorting van de ketens vraagt om samenwerking tussen de agrarische bedrijven. Het is echter niet aan de gemeente om deze keuzen te maken. Dat is aan de agrarische ondernemer zelf.
Aanpak De gemeente steunt de agrarische ondernemers die invulling geven aan deze ambitie. De gemeente heeft beperkte mogelijkheden, maar staat niet langs de zijlijn. De aanpak van de gemeente omvat: • Wegnemen van belemmeringen voor innovatie en pilots die gericht zijn op vernieuwing. Daarbij geeft de gemeente prioriteit aan vernieuwing die zich richt op kringlooplandbouw, lokale samenwerking, verbreding en een versterkte relatie met de stad. • In haar contacten met andere overheden, maatschappelijke organisaties binnen en buiten Enschede de lobby ondersteunen of aanjagen die bijdraagt aan genoemde doelen. Daarbij zal de
39
Inhoudsopgave
Hoofdstuk:
gemeente zich inzetten om geldstromen van de rijksoverheid en de provincie naar Enschede toe te halen, waar nodig en mogelijk door als co-financier of anderszins bij te dragen. • Bij de gebiedsaanpak de landbouw volwaardig meenemen. De gemeente zal helpen om op die manier ook de bestaansbasis van de landbouw te verbreden en tot evenwichtige keuzen te komen, waar landbouw in past. • Inzet van gemeentelijke grond voor landbouwers uit Enschede die meegaan in de hiervoor genoemde gemeentelijke ambities. De omvang van de gemeentelijke gronden is overigens klein in vergelijking tot het aantal hectaren dat nodig is voor het sluiten van de kringlopen. Planmatige kavelruil kan ook een middel zijn om de agrarische structuur goed te houden. • Verbindingen leggen, contact onderhouden en helpen om vernieuwing uit te dragen. Dat kan onder meer door ambassadeur te zijn van de goede voorbeelden, kennisoverdracht te bevorderen en te zorgen dat van elkaar geleerd wordt. • Nieuwe grondgebonden agrarische bedrijven of verplaatste Enschedese bedrijven vestigen zich bij voorkeur op bestaande locaties (agrarische bouwblokken).
Visie landelijk gebied Enschede
1
2
3
4
5
6
7
8
• Om ‘verstening’ van het landelijk gebied tegen te gaan geldt voor de bouw van nieuwe agrarische schuren het motto ‘nieuw voor oud’. De gemeente beperkt geen bestaande rechten, maar wil bij nieuwbouw in afwijking van het bestemmingsplan als voorwaarde stellen dat sloop plaatsvindt tenzij: • De schuur nog een functie blijft houden en van nut is voor de agrarische bedrijfsvoering. • De schuur van betekenis is voor de cultuurhistorische waarde van het erf. • De gemeente is terughoudend bij de bouw van een tweede bedrijfswoning bij agrarische bedrijven. In de Gids buitenkans worden hiervoor nadere regels uitgewerkt. • Het tot stand komen van een of meer voedselbossen past zowel in het beleid voor vernieuwing van de voedselproductie, de verbreding van de landbouw als in een meer op de stad betrokken agrarische bedrijfsvoering. De Gids buitenkans en het Natuur- & Landschapsplan gaan nader in op de realisatie en inpassing.
Inhoudsopgave
Vorige
Landgoederen Analyse Geen Nederlandse gemeente kent zoveel landgoederen als Enschede. Een deel daarvan ligt als een ring rond de stad. Het landelijk gebied bestaat voor een kwart uit historische landgoederen (2.500 ha). Op Hof te Boekelo na vinden deze hun oorsprong in de textielindustrie. Veel landgoederen zijn ook nu nog eigendom van nazaten van de textielfabrikanten. Ongeveer eenderde is eigendom van natuurorganisaties, vooral van Landschap Overijssel. Op nog eens 10% van het grondgebied (1.000 ha) zijn na 1960 nieuwe landgoederen gesticht.