CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma Laaggeletterdheid 2021-2025

Stedelijke commissie 6 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma laaggeletterdheid15.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

“Samen optrekken” Uitvoeringsprogramma laaggeletterdheid 2021-2025

Aanleiding

Inhoudsopgave

Er is steeds meer aandacht voor laaggeletterdheid. Basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen, en digitale vaardigheden zijn noodzakelijke voorwaarden om mee te kunnen blijven doen in onze veranderende samenleving. De aanpak van laaggeletterdheid raakt meerdere beleidsterreinen vandaar dat een integrale aanpak nodig is.

Aanleiding 1. Inleiding 1.1 Wat is laaggeletterdheid? 1.2 De leefwereld van de laaggeletterde 1.3 Wat gaan we doen? 2. Iedereen een sterke start 2.1 De jeugd heeft de toekomst 2.1.2 Zo vroeg mogelijk beginnen 2.1.3 Extra steun waar nodig 2.1.4 De ketenbenadering versterken 2.1.5 De Twentse Belofte & het jongeren actieteam 2.2 Nieuwe Nederlanders op weg helpen 2.2.2 Het belang van participatie 2.2.3 Nieuwe instrumenten testen 3. Werken aan basisvaardigheden 3.1 Volwassenen-educatie 3.1.2 Het bereik vergroten 3.1.3 Kwaliteitsbewaking en -bevordering 3.1.4 Verbeteren van de ketenaanpak 3.2 Ontwikkeling van vakkrachten 3.2.2 Entree en vakopleidingen 3.2.3 Werkgeversbenadering 3.2.4 Sociale werkvoorziening DCW 4. Iedereen kan meedoen 4.1 Een warm ontvangst 4.1.2 Wijkteams en Wijkwijzers 4.2 Gemeentelijke communicatie 4.2.2 Direct Duidelijk 4.2.3 Pilot digipanel 4.2.4 Ondersteunen via video 4.2.5 Chatten in plaats van zoeken 4.2.6 Informatiepunt digitale overheid 4.3 Geldzaken op orde 4.4 Goede gezondheid 4.5 Enschede studentenstad 5. Doelstellingen & indicatoren Bijlagen Bijlage 1 - Overzicht activiteiten Huis voor Taal en meedoen Bijlage 2 - Matrix dekking aanbod Huis voor Taal en Meedoen Bijlage 3 - Verschil Direct Duidelijk en voorschriften laaggeletterdheid Bronnenlijst

De wereld verandert, soms pijlsnel zoals in deze coronatijd pijnlijk duidelijk wordt. Veranderingen bieden kansen en uitdagingen. Voor laaggeletterden kunnen zulke veranderingen grote gevolgen hebben. Hoe moet je thuiswerken of online winkelen wanneer je de computer niet kunt bedienen? En hoe weet je nog wat waar is over corona als de informatie moeilijk is en steeds verandert? In Enschede is laaggeletterdheid een belangrijk onderwerp. We moeten er vanuit gaan dat er veel mensen mee worstelen. In Twente zijn we koploper. Het zou in Enschede om 24% van de inwoners gaan¹. Daar is ons textielverleden in terug te zien: we zijn van oudsher een stad met veel praktische arbeiders en een grote aantrekkingskracht voor migranten. Ook landelijk staan we in de top 3. Vanuit lokale partners en de politiek is al jaren de wil om laaggeletterdheid en de bijkomende problemen terug te dringen. De gemeenteraad vroeg het College daarom in 2021 om met een plan te komen. In Twente kijken we naar elkaar om, helpen we elkaar, stimuleren wij elkaar en werken we met elkaar. Dit past in onze traditie van noaberschap. Ook voor onze Enschedese aanpak van laaggeletterdheid geldt: Samen optrekken!

2

Wat wordt er van ons gevraagd? De gemeenteraad nam op 1 februari 2021 een initiatiefvoorstel aan. Dat draagt het college op om een uitvoeringsplan laaggeletterdheid te ontwikkelen. Dat plan moet voldoen aan de volgende uitgangspunten: ▶ Taal als bindmiddel van de samenleving en daarbij aanpak laaggeletterdheid met hoge prioriteit. ▶ De ketenaanpak en gezinsaanpak centraal stellen. ▶ De integrale aanpak zo veel mogelijk budgetneutraal door te voeren. ▶ Over de uitvoering van het plan jaarlijks te rapporteren naar de Raad.

—2 —4 —4 —4 —5 —8 —8

—14

—16 —16

—23

—26 —26 —28

—31 —32 —32 —34 —37 —37 —38 —41 —43

3

1. Inleiding 1.1 Wat is laaggeletterdheid? Laaggeletterdheid is een overkoepelende term voor volwassenen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben laaggeletterden ook moeite met digitale vaardigheden. We spreken daarom in plaats van laaggeletterdheid ook over problemen met de basisvaardigheden. In Nederland gaat het om ongeveer 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder. We hebben het dan over 1 op de 6 Nederlanders². In Enschede gaat het naar schatting over 24% van de inwoners¹ ⁵. Volgens de definitie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zijn mensen tot het niveau 2F laaggeletterd. Dit niveau is ongeveer gelijk aan het eindniveau van het VMBO of MBO niveau2/3. Volwassenen met een taal- en/of rekenniveau onder 2F zijn dus onvoldoende geletterd of laaggeletterd. Voor personen die Nederlands als tweede taal leren, wordt een andere schaal gehanteerd. Hier gaat het dan om niveau B1. De bijgevoegde tabel geeft een overzicht van de schalen. Wanneer we in Enschede spreken over laaggeletterdheid spreken we over inwoners die een taalniveau hebben lager dan 2F/B2. Zij hebben daardoor moeite met lezen, schrijven, rekenen, of digitale vaardigheden. Taal is een bindmiddel van de maatschappij. Laaggeletterdheid belemmert mensen om mee te doen in de maatschappij. Deze groep kan moeite hebben om

zelfstandig toeslagen aan te vragen, formulieren in te vullen, te reizen met het openbaar vervoer, kinderen met hun schoolwerk te helpen, informatie te begrijpen over hun gezondheid, of hun eigen geldzaken (online) te regelen. Laaggeletterde ouders kunnen moeite hebben om hun kinderen te helpen tijdens de schoolperiode. Daardoor is de kans groot dat laaggeletterdheid wordt doorgegeven naar toekomstige generaties³. Laaggeletterdheid kan ook de aanleiding zijn voor het ontstaan van verschillende andere problemen op het gebied van werk, geld, gezondheid, en gezin⁴. Wanneer deze problemen ontstaan, kan het de maatschappij veel geld kosten. Laaggeletterdheid aanpakken loont dus voor de mensen zelf, maar is ook een investering die zich terug betaald. Binnen laaggeletterdheid bestaat er een onderscheid tussen ‘mild’ en ‘sterk’ laaggeletterd. Ruim de helft van de laaggeletterden in Enschede (58%) valt in de categorie ‘mild’ laaggeletterd¹. Dit onderscheid is van belang. Mild laaggeletterden kunnen namelijk een hoger niveau van geletterdheid bereiken dan sterk laaggeletterden. Door trainingen kan vaak een verbetering van geletterdheid bereikt worden tot wel 1 opleidingsniveau. Een deel van de groep kan zich dus via training ontwikkelen tot een startkwalificatie en daarmee een stevige positie in de maatschappij bereiken.

Voor een ander deel is het mee kunnen doen in de maatschappij het hoogst haalbare doel.

1.2 De leefwereld van de laaggeletterde

Vergelijking schalen taalniveaus Taalniveau Nederlands primaire taal

4

Taalniveau Nederlands secundaire taal A1

Vergelijkbaar schoolniveau

A2

Eind primair onderwijs

1F

B1

Eind vmbo of MBO-2/3

2F

B2

Eind havo of MBO-4

3F

C1

Eind vwo

4F

C2

Laaggeletterdheid raakt een zeer diverse groep mensen. Wanneer er over taalvaardigheden gesproken wordt, denkt men snel aan mensen met een migratieachtergrond die Nederlands als tweede taal hebben geleerd. Deze groep duiden we in vaktaal aan als NT2. Het klopt dat er taalproblemen zijn in deze groep. Maar ook mensen die Nederlands als moedertaal hebben (NT1) worstelen soms met taalproblemen. Ongeveer

65% van de laaggeletterden in Nederland valt in de groep NT1⁵. Laaggeletterdheid kan er voor beide groepen anders uit zien. Ook worden beiden door andere dingen gemotiveerd om alsnog aan hun vaardigheden te werken. Verder zien we dat oudere mensen, mensen die minder onderwijs hebben gehad (bijvoorbeeld alleen basisonderwijs), mensen met een praktisch(e) opleiding of beroep, en langdurig werklozen oververtegenwoordigd zijn onder laagggeletterden³ ⁶. Laaggeletterde inwoners zijn niet hulpeloos. Ongeveer de helft, 57% om precies te zijn, heeft een betaalde baan⁴. Meestal doen deze mensen werk waar ze maar beperkt hoeven te lezen, schrijven, rekenen of te werken met een computer. Sectoren als industrie, bouw, zorg, welzijn, horeca en detailhandel zijn erg in trek bij laaggeletterden⁴. Door daarnaast gebruik te maken van hun creativiteit en netwerk weten laaggeletterden zich vaak lange tijd prima te redden. Voor sommigen vormt het zelfs helemaal nooit een probleem. Toch bestaat de kans op problemen. Vooral als de bekende wereld snel verandert. Bijvoorbeeld als er veranderingen op het werk plaatsvinden, nieuwe ontwikkelingen in de samenleving worden ingevoerd (internetbankieren, digitale overheid, OV-chipkaart etc.), de gezinssituatie wijzigt, of de gezondheidssituatie verandert waardoor contact met de medische wereld belangrijk wordt.

Het is daarom toch belangrijk om inwoners te helpen hun positie te versterken. Ook moet laaggeletterdheid zo veel mogelijk worden teruggedrongen, om het niet van ouder op kind door te geven³. Waar thuis weinig aandacht is voor taalvaardigheden, of ouders hun kinderen onvoldoende kunnen ondersteunen in de ontwikkeling, hebben kinderen meer kans om (ook) laaggeletterd te worden. In zulke gevallen hebben ouders misschien al hun weg gevonden, maar bestaat de kans dat de kinderen alsnog in de problemen raken. In veel gevallen gaat laaggeletterdheid niet alleen over taalvaardigheden in de vorm van lezen en schrijven, maar ook over rekenen of digitale vaardigheden³ ⁷. In 2016 had 22% van de Nederlanders van 12 jaar of ouder moeite met hun digitale vaardigheden⁷. Binnen de groep van laaggeletterden is de kans op problemen met digitale vaardigheden 3 keer hoger dan bij geletterde mensen⁷. Deze situatie ontstaat omdat mensen taalvaardigheden nodig hebben om digitale vaardigheden voldoende te ontwikkelen⁷.

1.3 Wat gaan we doen? In de komende hoofdstukken presenteren we wat we gaan doen om tot 2025 tot een samenhangende en effectieve aanpak te komen. Concreet willen we met onze aanpak het volgende bereiken: ▶ Een integrale aanpak organiseren, waar ook in omliggende beleidsterreinen en organisaties aandacht bestaat voor laaggeletterdheid. ▶ Een ketenaanpak waarin verschillende organisaties samenwerken om de inwoners de best mogelijke hulp aan te bieden. ▶ Het bereik van onze preventieve en educatieve activiteiten vergroten. ▶ Een warm ontvangst voor laaggeletterden bij belangrijke dienstverlenende instanties. We zijn ons ervan bewust dat we laaggeletterdheid niet kunnen oplossen. Wel willen we zo veel mogelijk mensen de kans geven hun basisvaardigheden te ontwikkelen. Zodat ook zij zo veel mogelijk zonder problemen zelfstandig kunnen functioneren. Ook willen we zorgen dat iemands niveau van geletterdheid minder snel tot verdere problemen leidt. Om deze dingen te bereiken gaan we aan de slag op met 3 interventielijnen: ▶ We gaan laaggeletterdheid zoveel mogelijk voorkomen. Dit doen we door onze jeugd en onze nieuwe inwoners zo goed mogelijk te helpen bij de ontwikkeling van hun basisvaardigheden. Hiermee geven we zoveel mogelijk inwoners de beste kansen in de samenleving. Dit staat in hoofdstuk 2.

▶ We bieden laaggeletterden goede mogelijkheden om alsnog aan hun basisvaardigheden te werken. Hiermee kunnen mensen hun zelfstandigheid en zelfvertrouwen verhogen. Dit staat in hoofdstuk 3. ▶ We gaan aan de slag om problemen in het dagelijks leven als gevolg van laaggeletterdheid te minimaliseren. We nemen zo veel mogelijk drempels weg om zo toch mee te kunnen doen. Zo geven we mensen een waardig bestaan, ook als vaardigheden verhogen niet (meer) lukt . Dit staat in hoofdstuk 4. We willen in onze aanpak dus ondersteuning bieden aan inwoners in alle fases van hun leven. We proberen

5

eerst laaggeletterdheid te voorkomen, dan weg te werken, en ten slotte te deproblematiseren. Zo bieden we iedereen zo veel mogelijk vrijheid om de regie op hun eigen leven te voeren. Het stimuleren van participatie loopt hier als rode draad doorheen.

Integrale blik Binnen deze 3 lijnen houden we rekening met de thema’s waar laaggeletterden de meeste problemen ervaren. Dat zijn werk, geld, gezin en gezondheid. We pakken het onderwerp hiermee breed aan. Samen met onze partners in Enschede en in Twente voeren we een breed scala van activiteiten uit om laaggeletterdheid te voorkomen, te verminderen, en minder als een beperking te laten voelen. Daar zijn we al mee bezig. Door al deze activiteiten zichtbaar te maken in dit plan kunnen verbindingen tot stand komen die wellicht nog niet ten volle worden benut. We willen toe naar een integrale werkwijze waar meerdere partijen samenwerken om mensen te stimuleren zich zo ver mogelijk te ontwikkelen, en anders goed op te vangen. Vanwege de integrale aanpak verwijzen we regelmatig naar andere beleidsstukken die dieper op een onderwerp in kunnen gaan.

naar participatie een afweging te maken waar de inzet het beste tot zijn recht komt. Door het onderwerp breder onder de aandacht te brengen en meer samen te werken gaan we winst behalen. Het belang voor extra inzet kan ontstaan door ons eigen succes. Er kunnen wachtlijsten ontstaan voor preventieve of educatieve activiteiten. Ook kan het extra onder de aandacht brengen van het onderwerp leiden tot waardevolle projecten waar eerder nog niet aan gedacht was.

Proces Met dit uitvoeringsprogramma hebben we het spits afgebeten in het betrekken van de nieuwe ‘Bewoners Adviesraad Sociaal’ (BAS). Dit is een groep van 18 inwoners die advies geven over onderwerpen uit het Sociaal Domein van de gemeente bij het ontwikkelen van beleid. Zij hebben in enkele weken met verschillende organisaties en stadsgenoten gesproken over laaggeletterdheid. Enkelen hadden zelf ervaring met instrumenten die onderdeel zijn van dit uitvoeringsprogramma. In de onderbouwing van de verschillende onderdelen verwijzen we dan ook naar de adviezen van de BAS.

Bijhouden van succes In het voorliggende uitvoeringsprogramma hebben we geprobeerd ontwikkelingen op zo veel mogelijk gebieden samen te brengen. Er zijn nog veel mooie initiatieven die niet volledig beschreven zijn. Deze zijn niet vergeten, en worden erg gewaardeerd. Ook bestaat er de kans dat er binnen de stadsdelen of bij samenwerkingspartners - geïnspireerd door het uitvoeringsprogramma of spontaan - nog aanvullende initiatieven ontstaan.

Financiën In de afgelopen jaren zijn verschillende beleidsterreinen en organisaties direct of indirect aan de slag geweest met het onderwerp. Het gaat hier om de inzet van een breed scala aan budgetten. Van onderwijsachterstandenbudget tot cultuurbudget. Daarnaast hebben organisaties ook nog de beschikking over geld dat zij direct van de Rijksoverheid of via landelijke fondsen of subsidies krijgen. Zo heeft bijvoorbeeld het Rijk recentelijk nog 8,5 miljard euro vrijgemaakt voor scholen voor het wegwerken van onderwijsachterstanden.

We willen kunnen bijhouden of we succes boeken met onze inzet. Dat zien we niet terug in landelijke onderzoekscijfers van het aantal laaggeletterden in Enschede. Deze zijn namelijk gebaseerd op een schatting door middel van inwonersprofielen. Het aandeel personen met bijvoorbeeld een praktische opleiding, migratie-achtergrond, of oudere leeftijd bepalen het percentage in zulke onderzoeken. Om toch grip te houden op de voortgang, bouwen we hiervoor controlemechanismen in. We hanteren doelstellingen en indicatoren (zogenaamde KPI’s) die we jaarlijks evalueren. Daarnaast onderbouwen we bij ieder onderwerp in het uitvoeringsprogramma waarom dit bijdraagt aan de aanpak van laaggeletterdheid. In hoofdstuk 5 van dit uitvoeringsprogramma geven we een overzicht van alle doelstellingen en indicatoren. Dit is onze kapstok voor een jaarlijkse evaluatie. We vullen de evaluatie aan met een duiding van de resultaten, en voortgang op de thema’s waar nu nog geen doelstellingen of indicatoren voor vastgesteld zijn. Waar nodig stellen we het uitvoeirngsplan bij. We delen de jaarlijkse evaluatie met de gemeenteraad.

Binnen de bestaande budgetten zien wij ruimte om nog extra in te zetten. Dit doen we door vanuit de hele keten

6

7

2. Iedereen een sterke start

Vergelijking basisvaardigheden 15-jarigen Nederland versus EU

Voorkomen is beter dan genezen, is een bekend gezegde. We moeten dus voorkomen dat onze jongeren onvoldoende geletterd het onderwijs verlaten. Ook moeten we zorgen dat statushouders hun inburgeringstraject met voldoende taalniveau afronden. Zo kunnen ook zij meedoen in de samenleving en op de arbeidsmarkt.

2.1 De jeugd heeft de toekomst Waarom doen we dit? Het zoveel mogelijk verminderen van laaggeletterdheid begint met het voorkomen dat kinderen laaggeletterd het onderwijs verlaten. Ook de BAS ziet dit als een hoge prioriteit. In 2020 stelde de Inspectie van het Onderwijs de Staat van het Onderwijs 2020 op⁸. Daarin uitte ze haar zorgen over de afnemende leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarige leerlingen, afgezet tegen het Europese gemiddelde (afbeelding rechts boven). Wanneer we kijken naar de resultaten van Enschedese leerlingen, zien we dat de prestaties op het vlak van begrijpend lezen onder het Nederlandse gemiddelde (de blauwe stippellijn) liggen (afbeelding rechts onder).

vergelijking met de Enschedese situatie is lastig. De cijfers van de Inspectie zijn namelijk gebaseerd op een specifieke steekproef. Daarnaast is schrijfvaardigheid geen onderdeel van de reguliere eindtoets. Meer dan 90% van de Enschedese leerlingen in groep 8 behaalt minimaal niveau 1F voor zowel taalverzorging (spelling, interpunctie en gebruik van hoofdletters) als lezen. Meer dan 75% behaalt niveau 2F/1S voor lezen, en ongeveer 45% van de leerlingen behaalt dit niveau ook voor taalverzorging.

Bron: Staat van het Onderwijs 2020, Inspect van het Onderwijs

Niveau begrijpend lezen Enschedese basisschoolleerlingen

Voor de volledigheid: uit dezelfde opgestelde monitor blijkt dat de prestaties van Enschedese leerlingen op het vlak van technisch lezen en spelling respectievelijk “ruim boven” en “boven” het landelijk gemiddelde liggen. Ook bij taal en rekenen voor kleuters wordt in Enschede volgens de monitor “ruim boven” het landelijk gemiddelde gepresteerd. In de Staat van het Onderwijs 2021 bevestigt de Inspectie van het Onderwijs de aanhoudende zorg over (begrijpend) lezen⁹. Zij voegen daaraan toe dat leerlingen in groep 8 de landelijk gestelde streefniveaus voor schrijven en rekenen niet halen. De Inspectie schrijft dat 73% van de leerlingen uit groep 8 niveau 1F voor schrijven behaalt, terwijl het streefpercentage 85% is. En 28% beheerst het niveau 2F, terwijl het streefpercentage 65% is. Een

8

Bron: Monitor taal- en rekenprestaties in Enschede 2018/2019, Oberon

9

Er is dus voldoende aanleiding om in Enschede vroegtijdig te investeren in het voorkomen van laaggeletterdheid in de taalontwikkeling bij kinderen. In de vastgestelde strategie kansengelijkheid zijn hier al ambities voor geformuleerd. Namelijk: 1. zo vroeg mogelijk beginnen (voorschoolse educatie); 2. extra steun waar nodig; 3. versterken van de ketenbenadering.

2.1.2 Zo vroeg mogelijk beginnen Aandacht voor taalontwikkeling begint al bij - of zelfs voor - de geboorte. Bij verloskundigenpraktijken kunnen we de informatie over het belang van voorlezen al onder de aandacht brengen. En de Bibliotheek ontwikkelt Boekstart waarmee op het consultatiebureau ouders en professionals bewust gemaakt worden van de waarde van (voor)lezen. Peuters kunnen vanaf de leeftijd van 2 jaar al gebruik maken van een voorschoolse voorziening. Ieder kind kan hier dankzij gemeentelijke subsidie of kinderopvangtoeslag tegen een redelijk tarief 8 uur per week gebruik van maken. Peuters met een risico op een taalachterstand kunnen nog 8 uur extra per week gebruik maken van de peuteropvang. Zonder extra kosten voor de ouders. Juist voor die kinderen is voorschoolse educatie met het oog op een goede start op de basisschool belangrijk. Nog niet alle ouders maken gebruik van het aanbod. Van alle 2- en 3-jarige peuters met een risico op taalachterstand (“VVEgeïndiceerd”) maakt ruim 74% gebruik van het voorschoolse aanbod. Een deel van de niet-gebruikers is overigens al wel ingeschreven bij een kinderopvanglocatie. Namelijk 85% van de 2- en 3jarige VVE-geïndiceerde peuters is ingeschreven. In de strategie kansengelijkheid staat dat we het bereik willen vergroten naar 85% deelname en 90% inschrijving in 2024.

Dit willen we bereiken door: ▶ betere informatievoorziening aan ouders, in samenwerking met de GGD en kinderopvangorganisaties; ▶ de inzet van ambassadeurs uit doelgroepen; ▶ en betere monitoring. We blijven ook investeren in de kwaliteit van de voorschoolse educatie. We doen dit door samen met de kinderopvangorganisaties en onderwijsbesturen kennissessies aan te bieden voor pedagogisch

10

Wat willen we bereiken? DOEL: Het gebruik van de VVE door geïndiceerde kinderen in 2025 verhogen tot 85%. KPI: Percentage geïndiceerde kinderen dat gebruik maakt van de VVE. KPI: Aantal kenissessie aangeboden aan pedagogische medewerkers van IKC’s.

medewerkers. Deze sessies gaan bijvoorbeeld over omgaan met opvallend gedrag, executieve functies voor peuters en kleuters en diversiteit in opvoedingsstijlen. We monitoren het aantal georganiseerde kennissessies en het aantal deelnemers.

2.1.3 Extra steun waar nodig In de strategie kansengelijkheid hebben we al een aantal initiatieven beschreven die in meer algemene zin bedoeld zijn om extra ondersteuning te bieden op locaties waar relatief veel kinderen zijn met een (risico op een) taalachterstand. Genoemd zijn: ▶ extra budget voor peuterspeelzalen met een hoog aandeel VVE-geïndiceerde kinderen; ▶ de inzet van pedagogisch medewerkers in groepen 1 en 2 op sommige scholen; ▶ de organisatie van zomerscholen, en; ▶ het aangaan van een partnerschap met het Jeugdeducatiefonds. Extra steun betekent ook dat we zorg dragen voor deskundigheidsbevordering op het gebied van lezen en tweetaligheid. Daarnaast stimuleren we de invoering van het concept de ‘Bibliotheek op School’. Het concept de Bibliotheek op School is nu nog maar op een paar scholen beschikbaar, maar verdient het om op veel meer scholen toegepast te worden. De Bibliotheek op School gaat niet alleen over een passende collectie boeken. Het gaat ook over monitoring van leesplezier, het actief werken aan (voor)leesbeleid en het organiseren van activiteiten, bijvoorbeeld voor ouders. In 2020 waren er 5 Enschedese basisscholen met een

Bibliotheek op School. We willen dat uitbreiden met 10 extra scholen per jaar. Ook vanuit het VO is belangstelling voor het concept. Voor de kinderopvang is er ‘Boekstart in de kinderopvang’. Ook dat verdient een bredere toepassing, Op het gebied van deskundigheidsbervordering rondom lezen zijn we al gestart met een (digitale) ‘Markt voor Leesplezier’. Op die markt werden diverse vormen van ondersteuning gepresenteerd die scholen kunnen helpen om het leesplezier bij leerlingen te vergroten. Afhankelijk van de behoefte en ervaringen, willen we dit een structureel onderdeel laten zijn van het Onderwijsachterstandenbeleid. In de subsidiëring gaan we uit van ongelijk investeren om meer gelijkheid te bereiken. Scholen met een hoge CBS-weging krijgen een hogere subsidie dan scholen met een lage CBSweging. De CBS-weging wordt gebaseerd op de populatie van de school en het risico op onderwijsachterstanden. We stimuleren ook het gebruik van de gesubsidieerde onderwijsbegeleiding. Daarbij plaatsen wede kanttekening dat deze onderwijsbegeleiding vaak veel breder is dan het verbeteren van de taalvaardigheid. De Raad heeft bij vaststelling van de strategie kansengelijkheid een motie aangenomen. Daarin werd ons gevraagd om te verkennen hoe zoveel mogelijk aanvragen toegekend kunnen worden.

Het gebruik van onderwijsbegeleiding is in de loop der tijd toegenomen, maar mag in de toekomst nog verder groeien. Het College komt hier in de loop van 2021 met een voorstel voor.

2.1.4 Versterken van de ketenbenadering Kinderen brengen maar een beperkt deel van de dag door op school of de kinderopvang. Het is daarom belangrijk dat ouders hun kind(eren) ook thuis stimuleren en ondersteunen in de ontwikkeling van hun basisvaardigheden. Om ouders daarin te helpen zijn er verschillende instrumenten: ▶ VVE Thuis; ▶ de Voorleesexpress; ▶ het Ei van Columbus. Er zijn daarnaast nog diverse andere activiteiten zoals Spel aan Huis van Alifa. Dat is enigszins vergelijkbaar met de Voorleesexpress, maar richt zich meer op spelen

Wat willen we bereiken? DOEL: We betrekken de taalontwikkeling van ouders bij de taalontwikkeling van hun kinderen. Dit doen we door het gebruik van gezinsgerichte instrumenten uit te breiden. KPI: Aantal gebruikers Voorleesexpress. KPI: Aantal gebruikers Ei van Columbus.

in plaats van voorlezen. ‘VVE Thuis’ is sinds 2020 een vast onderdeel van het Enschedese aanbod in voorschoolse educatie. Ouders krijgen in een aantal sessies uitleg over voorschoolse activiteiten en hoe zij daarbij kunnen helpen. De sessies hebben telkens een bepaald thema. De ouders krijgen materialen en suggesties mee en worden gestimuleerd om activiteiten met hun kinderen te ondernemen. VVE Thuis kan ook in de onderbouw van het basisonderwijs worden gebruikt. De ‘Voorleesexpress’ zorgt er voor dat kinderen van 2 tot 8 jaar extra aandacht krijgen. Een vrijwilliger bezoekt gedurende een periode van 20 weken een gezin om samen met de ouders voor te lezen en taalspelletjes te gaan doen. Door corona is de uitvoering van de Voorleesexpress de afgelopen periode gehinderd. We hopen dat de uitvoering zo snel mogelijk weer opgepakt kan worden. We zullen het aanbod van de Voorleesexpress extra onder de aandacht brengen van scholen en kinderopvang met de bedoeling het gebruik zo mogelijk en nodig uit te breiden boven de min of meer reguliere 50 gezinnen die nu jaarlijks worden bediend. Op 2 scholen met veel anderstalige ouders gebruiken we al langere tijd de aanpak ‘Ei van Columbus’. Anderstalige ouders krijgen in kleine groepjes Nederlandse les op school. De ouders leren daarmee de taal parallel aan hun kind en kunnen daardoor ook hun kind beter begeleiden.

Dit aanbod bestaat bij IOK De Globe en bij de Windroos. Op beide locaties kunnen per jaar 20 ouders meedoen. Ten slotte gaan we ook medewerkers van scholen en kinderopvanglocaties trainen in het herkennen en

11

bespreekbaar maken van laaggeletterdheid bij ouders. Hoe we dit aanpakken staat beschreven in hoofdstuk 4.1.

2.1.5 De Twentse Belofte & het jongeren actieteam Het is van groot belang dat jongeren hun schoolperiode met een erkend diploma afronden en niet voortijdig de school verlaten. Laaggeletterdheid wordt uiteindelijk ook gedefinieerd in termen van een behaald diplomaniveau. Het diploma vormt vaak ook weer de basis voor een vervolgopleiding(“een leven lang leren”). Het Rijk wil dat alle jongeren in Nederland van 12 tot 23 jaar zonder startkwalificatie goed worden ondersteund. Voor Twente is dit uitgewerkt in De Nieuwe Twentse Belofte 2020 – 2024, waarin concreet op de 3 landelijke ambities voor 2024 wordt ingegaan: ▶ aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters (VSV-ers) terugbrengen (20.000 in heel Nederland); ▶ percentage VSV-ers verhogen dat na 1 jaar weer terug op school of aan het werk is; ▶ en het ondersteunen van jongeren voor wie de overstap naar vervolgonderwijs en/of arbeidsmarkt extra lastig is door hun achtergrond en dus meer risico lopen. Met de ‘Twentse Belofte’ zijn schoolverlaters goed in beeld en is de samenwerking in Enschede en Twente goed georganiseerd. Er is 1 arbeidsmarktregio, 1 jeugdzorgregio, 1 veiligheidsregio en het onderwijs is ook als 1 partner georganiseerd. De landelijke ambitie is als volgt naar vertaald: ▶ Het aantal VSV-ers is al jaren relatief laag (nu 1,6%) en dat willen we, ondanks verminderde financiële middelen, zo houden.

In Twente streven we naar 1,6% in 2023/2024, wat overeenkomt met de landelijke doelstelling. ▶ Nu gaat 25% van de jongeren die een jaar eerder stopten weer terug naar school. De afgelopen 2 jaar hebben de scholen en gemeentes een aanpak ontwikkeld om meer jongeren te motiveren om weer naar school te gaan. De komende jaren verwachten we als effect daarvan dat het percentage jongeren dat weer naar school gaat stijgt naar 30%.

12

Wat willen we bereiken? DOEL: We willen dat zo weinig mogelijk jongeren het onderwijs verlaten voordat zij een startkwalificatie hebben behaald. In 2023/2024 streven binnen de regio Twente naar een percentage van maximaal 1,6%. DOEL: De komende jaren verhogen we in Twente het percentage jongeren zonder startkwalificatie dat we terug naar school begeleiden tot 30%. DOEL: Alle jongeren uit VSO, PRO, en Entree onderwijs die stoppen met school voordat ze een diploma behalen zijn per 1 oktober 2021 bekend bij de gemeente. KPI: Aantal jongeren dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie. KPI: Percentage jongeren zonder startkwalificatie dat we terug begeleiden naar school.

instrumenten van de participatiewet. ▶ We kijken niet alleen of ze terug naar school gaan, maar ook of ze een diploma halen. Om school echt af te maken is blijvende ondersteuning van school en gemeente nodig (een coach op meerdere leefgebieden). Daarom hebben we een langere periode nodig om te bepalen of die aanpak succesvol is. ▶ We richten ons ook op jongeren die langer dan 1 jaar geleden voortijdig van school zijn gegaan. ▶ We bekijken tot slot de optelsom van terug naar school en terug naar werk. Op die manier blijven we aandacht houden voor de jongeren die maatschappelijk uitvallen. In Twente ligt dat percentage relatief hoog en dat willen we absoluut verlagen. In 2019 en 2020 heeft het LeerWerkLoket samen met de 14 Twentse gemeentes 300 jongeren in beeld. Het gaat om jongeren die toen tussen de 18 en 27 jaar waren. Ze hadden geen uitkering, verdienden meer dan €300,- en hadden geen startkwalificatie. Ruim 75 van deze jongeren en hun werkgevers zijn gesproken. Opvallend was dat de meeste werkgevers geen beeld hadden bij het begrip ‘startkwalificatie’, maar dat zij

zeker wilden bijdragen aan het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van de jongeren. Het valt op dat de kwetsbaarheid van deze groep jongeren minder groot was dan vooraf gedacht. Een deel van de jongeren doet dit als een tussenjaar, of zoekt de mogelijkheid om de bijbaan om te zetten in een volledige baan. De jongeren die wel een opleidingstraject zijn ingegaan kiezen voor VAVO, BBL of maatwerktrajecten.

Jongeren Actieteam In Enschede worden jongeren zonder startkwalificatie besproken in het ‘Jogeren Actieteam’. Dit is een multidisciplinair overleg onder leiding van het RMC. Het RMC is het regionale meld- en coördinatiepunt voor voortijdig schoolverlaters. Hiermee is het onderdeel van de afdeling Leerplicht van de gemeente Enschede. Binnen het Jongeren Actieiteam wordt bepaald wie het beste de coach kan worden van de jongere. Het overleg schat in op welke leefgebieden de jongere problemen ervaart. Is de afstand tot school of werk niet heel groot, dan komt de begeleiding bij RMC of gemeentelijke werkzoekendebegeleider. Is de afstand groter en zijn er problemen op meerdere leefgebieden, dan kan een

Budgetten preventie laaggeletterheid jeugd 2021 ▶ Over het aantal jongeren, dat een jaar later weer aan het werk is, valt met de huidige coronacrises lastig een realistische inschatting te maken. De coronacrisis raakt de arbeidsmarktpositie van jongeren. Als inschatting houden we de cijfers van de afgelopen jaren aan. ▶ Voor de laatste ambitie van het Rijk kijken we liever naar de manier waarop we jongeren uit VSO, PRO en Entree ondersteunen, in plaats van naar een percentage of een aantal. We willen dat op 1 oktober 2021 alle jongeren van het VSO, PRO en Entree, als ze stoppen met school, bekend zijn bij de gemeente. Ook willen we dat er contact is met deze jongeren en hun ouders over de vervolgstappen. De komende tijd voegen we aan deze basisdoelstelling aanvullende doelstellingen toe. De maatschappelijke positie van deze groep wordt eerst goed gemonitord. Daarnaast geldt dat Twente op een aantal punten een grotere ambitie heeft: ▶ We richten ons ook op jongeren tussen de 23 en 27 jaar. Dit past in de lijn van het IBO en de kabinetsreactie daarop. De VSV-middelen zetten we hier niet voor in, maar we kijken naar de

Activiteit

Bedrag

Budget

VVE arrangementen

€4,2 miljoen

Onderwijs Achterstanden Budget

Extra inzet pedagogisch medewerkers in groepn 1 en 2 van het basisonderwijs

€175.000

Onderwijs Achterstanden Budget

Zomerscholen

€100.000

Onderwijs Achterstanden Budget

Bijdrage aan het Jeugdeducatiefonds

€18.000

Onderwijs Achterstanden Budget

De Bibliotheek op School / bevordering Leesplezier

€250.000

Onderwijs Achterstanden Budget

VVE Thuis

€75.000

Onderwijs Achterstanden Budget

Voorleesexpress en Voorleesdagen

€25.000

Onderwijs Achterstanden Budget

Ei van Columbus

€50.000

Onderwijs Achterstanden Budget

RMC-taken

€275.000

Regionaal budget RMC

Maatregelen vroegtijdig school verlaters

€121.000

Regionaal budget Vroegtijdig Schoolverlaters

13

wijkcoach of jongerencoach begeleiden. De jongerencoach is bedoeld voor jongeren waarvan we denken dat die school af kunnen maken en/of aan het werk te gaan, maar daar nu nog teveel problemen voor hebben. De jongerencoach onderscheidt zich van andere medewerkers doordat deze een breed beeld heeft van de jongere én doordat hij de vaste contactpersoon blijft. Ook als de jongere tijdelijk een traject volgt bij andere medewerkers of organisaties. De vaste contactpersoon blijft actief contact zoeken, heeft persoonlijke aandacht en houdt regie over het geheel aan ondersteuning op alle leefgebieden. Dit blijft totdat de jongere dat zelf kan of tot deze 27 jaar wordt. De jongerencoach kan afwijken van de strenge uitvoering van regels, en zo voor een doorbraak zorgen bij de jongere. De toekomst van de jongere staat daarbij centraal. In september 2019 is de eerste jongerencoach gestart, in juni 2020 de tweede. We zijn nu aan het werven voor meerdere jongerencoaches. ▷ Nadere achtergrondinformatie is te vinden in de strategie kansengelijkheid en de Twentse Belofte.

2.2 Nieuwe Nederlanders op weg helpen Bij inburgering en integratie is taal bij uitstek het bindmiddel voor nieuwkomers met de voor hen nieuwe samenleving. Wij zetten daarbij in op de ketenbenadering. Dat wil zeggen het versterken van participatie naast en door betere taalvaardigheid. Een effectieve inburgering gericht op participatie draagt bij aan het voorkomen van laaggeletterdheid. Het doel is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland, liefst via betaald werk. Als gemeente zijn wij blij met de invoering van de nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022. Daarbij komt de regie op inburgering weer bij de gemeentes te liggen. Wij zijn samen met de andere Twentse gemeentes volop bezig met de voorbereidingen op de nieuwe wet. Met de nieuwe wet verwachten we dat de inburgering effectiever wordt. Hierdoor sluiten meer nieuwe inwoners dit traject af met voldoende taalvaardigheden. Vooruitlopend op de invoering van de wet pakken we in Enschede al zoveel mogelijk de regie op de

14

Wat willen we bereiken? DOEL: We verbeteren het rendement van het inburgeringstraject op taal en participatie. KPI: Aantal statushouders begeleid door het Regieteam Integratie.

inburgering. Dit doen we met het ‘Regieteam Integratie’. Zij begeleiden nieuwe inwoners die hier als statushouder zijn. Vanuit het Regieteam Integratie werden, in 2020 560 statushouders begeleid. We verwachten dat dit er in 2021 ongeveer 600 zullen zijn. Tijdens het inburgeringstraject stimuleren wij dat mensen naast formeel taalonderwijs nog andere activiteiten ondernemen. Bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of het gebruiken van andere oefenmogelijkheden met de taal. Van de medewerkers bij het Regieteam Integratie zijn er 2 specifiek bezig met de begeleiding naar werk. Dit is succesvol. In 2020 zijn 36 statushouders van een uitkering overgegaan op betaald werk, 28 zijn met parttime werk gestart in combinatie met een gedeeltelijke uitkering, en 13 zijn begonnen met een voltijd studie. Tenslotte beoordeelt het Regieteam of de nieuwe Nederlander een hoger taalniveau kan bereiken dan binnen het inburgeringstraject kan worden aangeboden. Daarvoor kan een vervolgtraject onder het educatiebudget (‘WEB’) worden ingezet. Zo bieden we iedereen de ontwikkeling die past bij diens vaardigheden en ambitie.

2.2.2 Het belang van participatie Voor de maatschappelijke begeleiding werken we samen met Vluchtelingenwerk Oost-Nederland en MPact om de nieuwe Nederlanders wegwijs te maken in onze Enschedese samenleving. We stimuleren participatie zo snel mogelijk nadat duidelijk wordt dat iemand een leven gaat opbouwen in Enschede. Dit gebeurt met het programma ‘Doe Mee in Enschede’. Door dit programma hebben 115 deelnemers in 2020 de landelijke participatieverklaring kunnen ondertekenen. Daarnaast tekenden 60 niet-uitkeringsgerechtigden ook de participatieverklaring na het volgen van een verkort

programma. In de afgelopen periode hebben we mooie ideeën en initiatieven gezien van werkgevers die zich willen inzetten voor nieuwe Nederlanders. In de periode tot 2025 willen we de motivatie en energie van deze werkgevers benutten. En hiermee vooral andere werkgevers inspireren om te kijken naar mogelijkheden voor taal-/ en werkstages en betaalde werkplekken voor nieuwe Nederlanders. Hierbij zoeken we de samenwerking met de taalscholen. Die kunnen mogelijk op locatie lesgeven en scholing in vaktaal geven.

2.2.3 Nieuwe instrumenten testen We voeren samen met de Twentse gemeentes 3 pilots uit om nieuwe instrumenten en werkwijzen uit te testen. Dit doen we in het kader van de ‘Veranderopgave Inburgering’, en in voorbereiding op het nieuwe inburgeringsstelsel. In Enschede voeren we de pilot uit voor de Z-route. De Z-route is bedoeld voor mensen die binnen het inburgeringstraject niet het taalniveau B1 of A2 kunnen halen. Om ervoor te zorgen dat ze mee kunnen doen in de samenleving, zetten we in op het aanleren van praktijkgerichte taalkennis. De nadruk wordt gelegd op participatie. De route bevat veel inzet op het doen van vrijwilligerswerk, praktische themalessen, en sport activiteiten met een talige component. De taallessen vinden bij het ROC van Twente plaats. De praktische componenten worden begeleid door M-Pact en Sportaal. Enschede doet van november 2019 tot juli 2021 mee aan een landelijk onderzoek naar de bevordering van de arbeidsmarktpositie van niet-westerse migranten. Het gaat om mensen die na hun inburgeringstraject niet goed mee zijn gekomen op de arbeidsmarkt (“lange afstand tot de arbeidsmarkt”). We willen kennis ontwikkelen over hoe we deze groep beter kunnen helpen. Dat is belangrijk om laaggeletterdheid aan te pakken, omdat in dit geval participatie ook de taalvaardigheden van deze inwoners kan verbeteren.

Het Rijk heeft hiervoor €250.000,- beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het onderzoek.

intensief traject richting werk of andere vormen van participatie. Aan dit onderzoek doen 120 mensen mee die in Enschede-Noord wonen. Er zijn 2 onderdelen van de werkwijze binnen dit onderzoek die afwijken van de normale aanpak in Enschede. Ten eerste wordt er op wijkniveau samengewerkt met meerdere relevante professionals. Ten tweede onderhoudt de begeleider meer contact met de inwoner. De deelnemers krijgen minimaal vier keer per jaar een gesprek met hun begeleider. Dit is intensiever in vergelijking met de reguliere aanpak voor bijstandsgerechtigden met een lange afstand tot de arbeidsmarkt, waarbij de norm is dat deze personen eenmaal per jaar bezoek krijgen van een consulent. Het onderzoek heeft ons al laten zien dat deze doelgroep nog speciale taal ondersteuning nodig heeft. We zijn alvast met een initiatief gestart om hier iets aan te doen. In mei 2021 zijn 11 deelnemers gestart met een maatwerk-taalgroep gericht op werk. Dit traject wordt verzorgd door het ROC van Twente in samenwerking met M-Pact en wordt gefinancierd vanuit de WEB. De taallessen van het ROC worden aangevuld met vakgerichte praktijkmodules en M-Pact is in dit traject verantwoordelijk voor de maatschappelijke participatie. Dit programma voorziet in een behoefte aan maatwerktrajecten richting taal en participatie.

De overige bevindingen gaan we samenbrengen met die van andere gemeentes die mee doen aan het onderzoek. Op basis van alle resultaten gaan we evaluaren hoe we in de toekomst omgaan met deze doelgroep. ▷ Met ingang van 2022 gaat de nieuwe wet inburgering in, waarbij de regie bij de gemeente komt te liggen. Over de implementatie daarvan wordt de Raad in het najaar 2021 geïnformeerd. Indicatoren die hieruit voortkomen kunnen in het overzicht van dit uitvoeringsprogramma worden opgenomen.

In het onderzoek worden langdurig bijstandsgerechtigden met een niet-westerse migratieachtergrond begeleid door middel van een

15

Taakverdeling binnen de Taalsamenwerking

3. Werken aan basisvaardigheden In het ideale geval krijgt iedereen in een Enschede een goede start. Maar ook na een minder goede start moeten mensen de kans hebben het beste uit zichzelf te halen. Ook laaggeletterden. Door cursussen en oefening kunnen zij hun zelfredzaamheid vergroten. Ook kunnen basisvaardigen versterkt worden door te participeren, bijvoorbeeld als werknemer. met deze partijen vormen we de Taalsamenwerking. Zo werken we aan een ketenbenadering.

3.1 Volwasseneneducatie

De Taalsamenwerking is sinds 2019 naar buiten toe bekend als Het Huis voor Taal en Meedoen. Dit is een fysiek loket in de centrale Bibliotheek Enschede. Hier kunnen inwoners zonder afspraak terecht met vragen over het ontwikkelen van basisvaardigheden. Het Huis van Taal en Meedoen is 5 dagen per week open tussen 10.00 en 17.00 uur. Een vrijwilliger of professional van 1 van de aangesloten organisaties staat deze inwoners te woord. Het Huis voor Taal en Meedoen is de Enschedese variant van een taalpunt of taalhuis.

Waarom doen we dit? Onderzoek laat zien dat het deelnemen aan cursussen of oefentrajecten gericht op laaggeletterdheid een waardevolle bijdrage levert aan de zelfredzaamheid van de doelgroep¹⁰. De afbeelding rechts laat zien dat de effecten zowel terug te zien zijn in de taalvaardigheden van de deelnemers, als ook op andere levensgebieden. Onderzoek onder deelnemers bij het ROC van Twente laat ook lokaal goede resultaten zien op sociale inclusie¹¹. Daarom zorgen we in Enschede voor voldoende aanbod voor laaggeletterden om zich te ontwikkelen. We werken met verschillende partijen samen aan voldoende laagdrempelig (cursus)aanbod voor taal en andere basisvaardigheden. We noemen dit aanbod ‘volwasseneneducatie’. De vaste partners zijn ROC van Twente, Alifa, De Bibliotheek, M-Pact, SIVE, Power, het LeerWerkLoket en Stichting Lezen & Schrijven. Samen

Opbrengsten educatieve cursussen voor laaggeletterden

Binnen de Taalsamenwerking hebben we ‘formeel educatieaanbod’ en ‘non-formeel educatieaanbod’. Formeel educatieaanbod gaat om cursussen die gegeven worden door gekwalificeerde vakdocenten. Ze vinden vooral plaats in groepsverband. Deelnemers doen hiervoor examen en halen een diploma. Binnen het formele onderwijs kan er gemakkelijker een doorlopende leerlijn gerealiseerd worden vanaf alfabetisering tot en met MBO-opleidingen. In Twente zetten we tot en met 2024 alle beschikbare educatiemiddelen uit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs in bij het ROC van Twente. Hiertoe is in 2018 het alleenrecht gevestigd met de verordering ‘Uitsluitend Recht Wet Educatie en Beroepsonderwijs’.

Financiële middelen Taalsamenwerking 2021

16

Taalpartner

Bedrag

Budget

Alifa

€69.000

Participatiebudget

De Bibliotheek

Onderdeel van €2.980.000

Cultuurbudget

M-Pact

€171.000

Participatiebudget, budget Asiel & Integratie, Decentralisatieuitkering Twente

Power

Onderdeel van €117.000

Wijkteams

ROC van Twente

€833.000

WEB-budget

SIVE

Onderdeel van €53.000

Participatiebudget

Bron: Factsheet Laaggeletterdheid in Nederland, Stichting Lezen & Schrijven

17

Non-formeel educatieaanbod is laagdrempelig aanbod dat gegeven wordt door getrainde vrijwilligers. De activiteiten vinden plaats in kleine groepen of 1-op-1. Ook kunnen ze plaatsvinden in laagdrempelige locaties in de wijk. Lesmaterialen worden door Stichting Lezen & Schrijven gratis beschikbaar gesteld. De BAS heeft duidelijk gemaakt dat de behoeften van inwoners nogal kunnen verschillen. De ene inwoner hecht waarde aan diploma’s en de doorlopende leerlijn. De andere inwoner geeft aan dat een schoolse omgeving weerstand oproept door negatieve schoolervaringen. Daarom bieden we een mix aan van formeel en nonformeel educatieaanbod. Zo sluiten we aan bij zoveel mogelijk verschillende behoeftes. We investeren veel in educatie. Daarmee bereiken we dat inwoners bijna het totale aanbod gratis kunnen gebruiken. In bijlage 1 geven we een totaal overzicht van activiteiten die op dit moment worden aangeboden. In de rest van hoofdstuk 3.1 vertellen we hoe we de Taalsamenwerking verder gaan ontwikkelen. We hebben hierbij 3 hoofdlijnen, elk met gerichte acties daaronder: 1. Het bereik vergroten; 2. kwaliteitsbewaking en - bevordering; 3. het verbeteren van de ketenaanpak.

3.1.2 Het bereik vergroten We kunnen laaggeletterdheid beter terugdringen als we weten welke inwoners hiermee worstelen. En hoe we hen bereiken en motiveren. Sinds 2018 worden de aantallen deelnemers bij de verschillende taalpartners centraal bijgehouden. In 2018 waren er 1.774 deelnemers, en in 2019 steeg dit naar 2.022. Helaas

Wat willen we bereiken?

Resultaten Huis voor Taal en Meedoen 2019

DOEL: Per 2022 herstellen van het aantal deelnemers aan het educatie aanbod zoals voor COVID-19. Daarna organiseren we een jaarlijkse groei van 10%. DOEL: Het Huis voor Taal en Meedoen vergroot haar bereik en toegankelijkheid voor de doelgroep. KPI: Totaal aantal deelnemers Huis voor Taal en Meedoen.

zien we in 2020 het aantal deelnemers door COVID-19 dalen naar 1.271. In 2021 laten we zoveel mogelijk activiteiten doorgaan. We verwachten vanaf 2022 weer op het niveau van 2019 uit te komen. Daarna werken we aan een jaarlijkse groei van 10% van het aantal deelnemers. Om deze groei te behalen gaan we het volgende doen: ▶ promotie van het Huis van Taal en Meedoen; ▶ uitgaan van wat deelnemers aanspreekt, en zo meer NT1-deelnemers aantrekken; ▶ het relatienetwerk vergroten en versterken (zie hoofdstuk 2.1.4 en hoofdstuk 4); ▶ er voor zorgen dat activiteiten voldoende bereikbaar en zichtbaar zijn . Hierbij kijken we of het aanbod en het loket laagdrempelig genoeg zijn voor inwoners van de hele stad. Als het nodig is gaan we activiteiten aanbieden op meer locaties.

Resultaten Huis voor Taal en Meedoen 2020

We lichten enkele van deze acties hierna nader toe.

Groei aantal deelnemers Huis voor Taal en Meedoen

18

Jaar

Aantal deelnemers Huis voor Taal & Meedoen

2018

1.774

2019

2.022

2020

1.271

2021

1.300 (verwacht)

2022

2.020

2023

2.220

2024

2.440

19

Promotie van het Huis voor Taal en Meedoen Mensen kunnen pas gebruik maken van het educatieaanbod als ze weten dat het bestaat. De BAS heeft aangegeven dat hier nog winst te behalen is. De volgende acties lopen: ▶ Er is een gezamenlijke Facebook-pagina gestart, waar we de komende tijd een gezamenlijke communicatiestrategie voor ontwikkelen. ▶ We ontwikkelen een gezamenlijke website, waar we het totale aanbod laten zien. We zorgen er voor dat deze website gebruiksvriendelijk is voor laaggeletterde inwoners. ▶ We hebben een promotiefilm laten maken. We kijken of we dit willen en moeten aanvullen met meer nieuw filmmateriaal. ▶ We ontwikkelen flyers en posters die we laten aansluiten op de behoeften van de doelgroep. Deze kunnen dan verspreid worden bij bijvoorbeeld Wijkwijzers, supermarkten en huisartsenposten. ▶ We gaan een deel van de informatie over het Huis voor Taal en Meedoen in andere talen aanbieden om de toegankelijkheid voor NT2-ers te vergroten. ▶ We maken gebruik van ervaringsdeskundigen om de informatie over het aanbod goed over te brengen.

Denken vanuit de inwoner en meer NT1-ers bereiken Veel laaggeletterden hebben een weg gevonden om zich te redden, en zien laaggeletterdheid niet als een groot probleem. Sommigen schamen zich, en hebben geen behoefte om “ontmaskerd” te worden als laaggeletterde. Toch zijn laaggeletterden kwetsbaar als de wereld om hen heen verandert. Op die momenten is er behoefte aan hulp. Dat is hét moment om in gesprek te gaan over het verbeteren van basisvaardigheden. Een goede timing is dus belangrijk voor het bespreekbaar maken van laaggeletterdheid. Die doet zich voor wanneer: • Iemand toe is aan een volgende stap; • de omgeving verandert waardoor geletterdheid een knelpunt wordt; • samen aan de slag wordt gegaan in een veilige omgeving. Laaggeletterdheid moet ook op een goede manier bespreekbaar worden gemaakt. Door het onderwerp uit

20

Wat willen we bereiken? DOEL: We gaan de aantrekkingskracht voor NT1deelnemers van het educatieaanbod vergroten en laten daarmee het aandeel NT1-deelnemers binnen het aanbod groeien. We streven eind 2021 naar 50 NT1-ers in en daarna jaarlijks 20% erbij. KPI: Aantal NT1 versus NT2-deelnemers binnen het Huis voor Taal en Meedoen.

de taboesfeer te halen, wordt de drempel om er iets aan te doen lager. Dit gaan we doen door met het aanbod meer aan te sluiten bij de leefwereld en interesses van de inwoners. De BAS onderstreept dat passend aanbod nodig is om meer mensen te motiveren en het taboe te doorbreken. Dit is belangrijk voor alle laaggeletterden, maar vooral voor NT1-deelnemers. We voeren de volgende acties uit: ▶ Bij de intake van het Huis voor Taal en Meedoen gebruiken we de methodiek ‘Wat wil ik leren en doen?’. We bekijken de vraag achter de vraag, en kijken hoe de verschillende partners daarin een rol kunnen vervullen. Zo zetten we al snel de eerste stap, en waar mogelijk meerdere stappen tegelijkertijd. ▶ We bieden meer praktische cursussen aan. Dit past beter bij de NT1- deelnemers. Goede voorbeelden zijn Swoesj en Scoren met Gezondheid. Net als praktijklessen in combinatie met vaktaal voor techniek, zorg en dienstverlening, of horeca en logistiek. ▶ De Taalsamenwerking zet in op minimaal 50 NT1deelnemers bij het einde van 2021. ▶ We trainen vrijwilligers en professionals binnen andere werkvelden die veel contact hebben met laaggeletterden om laaggeletterdheid te herkennen en bespreekbaar te maken (zie hoofdstuk 4).

3.1.3 Kwaliteitsbewaking en -bevordering

duidelijk: zorg dat alle betrokken professionals en vrijwilligers voldoende gekwalificeerd zijn om goede cursussen te geven. De komende jaren gaan we daarom het volgende doen: ▶ We zorgen voor een goede training van de vrijwilligers die het non-formele aanbod verzorgen. ▶ We gaan resultaten beter monitoren en klanttevredenheid bijhouden. ▶ Het Huis voor Taal en Meedoen doorloopt het landelijke audit- en certificeringstraject. Dit traject zorgt ervoor dat een taalhuis aan landelijke kwaliteitsnormen voldoet.

Goed getrainde vrijwilligers De formele educatie wordt gegeven door gekwalificeerde vakdocenten. Bij de non-formele educatie wordt gewerkt met ‘taalvrijwilligers’ die een basistraining hebben gekregen. Daarnaast bieden we de taalvrijwilligers intervisiebijeenkomsten aan om hun kennis en kunde op peil te houden of te verbeteren. Het aanbod van basistrainingen en intervisiebijeenkomsten wordt verzorgd door M-Pact in samenwerking met de Stichting Lezen & Schrijven. Het standaard scholingsprogramma bevat de volgende elementen: ▶ Balietraining Stichting Lezen & Schrijven; ▶ motiverende gesprekstechnieken; ▶ klantgericht werken; ▶ omgaan met agressie en geweld. Om kwaliteitsverlies te voorkomen door COVID-19 is er inmiddels een digitaal alternatief voor de basistraining. Daarnaast zijn er in 2020 aanvullende digitale intervisiebijeenkomsten georganiseerd met de volgende onderwerpen: ▶ taalcoaching op afstand; ▶ taal in de praktijk; ▶ SpreekTaal methode;

Wat willen we bereiken?

▶

webinar interculturelecompetenties.

Stichting Lezen & Schrijven biedt daarnaast gratis lesmateriaal aan speciaal voor laaggeletterden. Alle partners kunnen dit in hun cursussen gebruiken. Het Huis voor Taal en Meedoen werkt aan een digitale bibliotheek waar materialen met elkaar gedeeld kunnen worden. Zo bewaken we ook de kwaliteit van de materialen die door de taalvrijwilligers gebruikt worden. We gaan de komende jaren door met het trainen en ontwikkelen van alle taalvrijwilligers.

Resultaatmeting & klanttevredenheid We willen weten wat het resultaat is van de activiteiten. Ook willen we weten wat de deelnemers van de activitieten vinden. Binnen de formele educatie houden we de resultaten bij door niveautoetsen aan het begin en aan het einde van de cursus af te nemen. Hierdoor weten we hoeveel vooruitgang er via de activiteiten geboekt wordt. Verder willen we ook bijhouden wat het educatie aanbod doet voor de maatschappelijke positie van deelnemers. Denk hierbij aan de afbeelding aan het begin van het hoofdstuk. We willen daarom de Sociale Inclusie Meting van Maurice de Greef stapsgewijs invoeren. We beginnen bij het formele educatieaanbod. Daarnaast gaat het Huis voor Taal en Meedoen een

Wat willen we bereiken? DOEL: We hebben grip op de effectiviteit en kwaliteit van de beschikbare educatieve activiteiten. Voor het formele onderwijs verlangen we dat 70% van de taaldeelnemers bij het afronden één of meer niveaustijgingen heeft gerealiseerd.

DOEL: We zorgen voor voldoende kwaliteit en deskundigheid onder taalvrijwilligers bij nonformele trajecten.

KPI: Scores op de Sociale Inclusie Meting

KPI: Aantal vrijwilligers die de basistraining gevolgd hebben.

KPI: Resultaten niveautoetsen van deelnemers ROC.

KPI: Scores op klanttevredenheidsonderzoek

De opdracht van zowel de gemeenteraad als de BAS is

21

Inrichting ketenaanpak Huis voor Taal

Wat willen we bereiken? DOEL: We verbeteren de ketenaanpak en samenwerking binnen het Huis voor Taal en Meedoen. KPI: Aantal deelnemers dat gelijktijdig bij meerdere partners activiteiten volgt. KPI: Aantal deelnemers dat na afloop van een activiteit nog een vervolgtraject oppakt bij een andere partner. KPI: Aantal uitkeringsgerechtigde deelnemers dat na afloop van een activiteit (vrijwilligers)werk vindt. KPI: Jaarlijks aantal door het Huis van Taal en Meedoen georganiseerde kennissessies.

methodiek ontwikkelen voor kwaliteitsbewaking en het bijhouden van klanttevredenheid.

ook actief waren in (vrijwilligers)werk, met een Taalcoach of als lid van een vereniging.

Ten slotte willen we erachter komen of er combinaties van trajecten te maken zijn die heel effectief zijn. Dat onderzoeken we door deelnemers te volgen tijdens verschillende trajecten die zij doorlopen. We hopen zo combinaties van cursussen en trainingen te ontdekken die elkaar versterken in het resultaat. Dit kunnen we dan weer meenemen in onze adviezen aan andere deelnemers. We zijn hier in 2020 aan begonnen. Contact kon toen alleen digitaal en telefonisch plaatsvinden. De komende jaren werken we dit verder uit.

We blijven de ketenaanpak verbeteren door de volgende acties: ▶ We maken het totaalaanbod binnen het Huis voor Taal en Meedoen inzichtelijk voor alle betrokkenen en andere organisaties in de stad. Vervolgens stemmen we activiteiten beter op elkaar af. ▶ We organiseren samen kennissessies die geïnteresseerden helpen zich te verdiepen in laaggeletterdheid. Deze sessies promoten het onderlinge gesprek over de rolverdeling. ▶ We vragen onszelf doorlopend af of onze samenwerking optimaal is, en welke partijen er op welke manier deel van uit moeten maken.

3.1.4 Verbeteren van de ketenaanpak Als we het hebben over de ketenaanpak bij volwasseneducatie gaat het om de combinatie van taalontwikkeling en participatie. Ook hebben we het dan over de doorstroom van deelnemers naar een neven- of vervolgtraject bij 1 van de partners. We zijn hiermee al begonnen. Zo zijn in 2019 bijvoorbeeld 77 educatiedeelnemers van het ROC naast hun taaltraject

22

Inzichtelijk maken en coördineren aanbod We vinden het belangrijk om het aanbod van alle partijen goed op elkaar af te stemmen. Daarvoor is een overzicht van het totaalaanbod nodig. Die staat op de website van M-Pact. Deze gegevens worden elk half jaar uitgewerkt. Zodra de gezamenlijke website klaar is, presenteren we daar het totaalaanbod.

De partners zijn op dit moment het aanbod beter op elkaar af aan het stemmen. Daarvoor is een overzichtsmatrix in ontwikkeling. Die laat zien welk aanbod zich richt op welke thema’s (zie bijlage 2). De komende jaren kijken we hoe we voor elk thema het juiste aanbod krijgen. Daarbij kijken we ook naar activiteiten die buiten de Taalsamenwerking worden aangeboden. Ten slotte hebben we een formulier gemaakt die over elke activiteit verteld. Ook geeft het aan wat de doelgroep van de activiteit is. Deze formulieren worden ook centraal bijgehouden en elk halfjaar bijgewerkt. Dit helpt vrijwilligers en professionals binnen en buiten de Taalsamenwerking inwoners naar de juiste activiteit te begeleiden.

3.2 Ontwikkeling van vakkrachten Waarom doen we dit? We weten dat ruim de helft van de laaggeletterden een betaalde baan heeft. Daarom is het belangrijk om ook arbeidsmatige ontwikkeling aan te bieden. Ze verbeteren hun basisvaardigheden, maar de insteek is een beroepsopleiding of cursus op het werk. We sluiten zo aan bij de leefwereld van deze inwoners, en helpen hen direct hun arbeidsmarktpositie te versterken. Werkgevers spelen daarbij een grote rol. Zij kunnen het gesprek aangaan met hun medewerkers. Ook moeten zij hun medewerkers ruimte en middelen geven om zichzelf te ontwikkelen. Ook de BAS onderschrijft het belang hiervan.

3.2.2 Entree en vakopleidingen Basisvaardigheden kunnen ook worden verhoogd doordat vakscholing wordt gevolgd, waarmee toegewerkt wordt naar een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. De ‘Entree-opleiding’ vervult hierbij een belangrijke rol vanwege de lage toegangseis. Entreeopleidingen van het ROC van Twente zijn ook een belangrijke schakel tussen het educatieaanbod en beroepsopleidingen. Deelnemers aan de Entreeopleidingen behalen goede resultaten als we kijken naar hun vervolgopleiding en kansen op de arbeidsmarkt. In het schooljaar 2020-2021 volgen155 volwassen deelnemers vanuit Enschede een Entree-opleiding Daarvan zijn 17 deelnemers vanuit het educatieaanbod doorgestroomd. Resultaten vanuit voorgaande jaren laten zien dat ongeveer 80% het diploma behaalt en daarna 75% uitstroomt naar betaald werk en/of een vervolgberoepsopleiding op niveau 2 of hoger. De Entree-opleiding is dus een belangrijke springplank naar niveau 2. Dat is het gewenste niveau van geletterdheid. Ook nemen de kansen op de arbeidsmarkt aantoonbaar toe door de Entree-opleidingen. Beroepsopleidingen en vakmodules dragen ook bij aan

23

het verminderen van laaggeletterdheid. Het voordeel is dat de geleerde taal en andere basisvaardigheden direct worden toegepast op het werk. En dus dagelijks worden gebruikt. Beroepsopleidingen tot startkwalificatieniveau zijn voor werkenden en werkzoekenden toegankelijk via het LeerWerkLoket Twente. De opleidingen kunnen worden betaald vanuit het Twents Fonds voor Vakmanschap of de gemeentelijke reintegratiemiddelen. Het LeerWerkLoket maakt vanaf 2018 onderdeel uit van de Taalsamenwerking. Het is het geaccrediteerde loket voor de uitgifte van de scholingscheques van het Twents Fonds voor Vakmanschap. Ook voor deelnemers die basisvaardigheden willen ontwikkelen kan de scholingscheque worden ingezet.

Wat willen we bereiken? KPI: Aantal Enschedese deelnemers entreeopleidingen en modules vakopleiding gericht op het behalen van een startkwalificatie. KPI: Aantal toegewezen Enschedese aanvragen Twents Fonds voor Vakmaschap.

3.2.3 Werkgeversbenadering Werkende laaggeletterden kunnen kwetsbaar zijn wanneer hun werkgever gaat reorganiseren, vertrekt uit de omgeving, of wanneer het economisch slecht gaat. Om te voorkomen dat goede praktische arbeidskrachten buiten spel komen te staan, is het van belang dat werkgevers laaggeletterdheid in hun organisatie herkennen. Zij kunnen hun medewerkers dan helpen stappen te zetten. Dat is goed voor de medewerkers, maar ook voor het bedrijf. Zij krijgen er tenslotte sterkere arbeidskrachten voor terug. Aandacht besteden aan basisvaardigheden op de werkvloer is ook in het belang van de werkgever. Medewerkers werken veiliger, de productiviteit gaat omhoog en er worden minder fouten gemaakt¹⁴. Werkgevers die de taalvaardigheid van hun werknemers verbeteren kunnen gebruik maken van landelijke subsidieregelingen. Bijvoorbeeld ‘Tel mee met Taal’ en de Subsidieregeling ‘Leren en Ontwikkelen in het

24

te krijgen, en de werknemers eerder een passend taaltraject aan te kunnen bieden. Het doel is om zo ook laaggeletterdheid structureel onder de aandacht van de werkgever te brengen en te houden.

Wat willen we bereiken? KPI: Aantal gesprekken dat het LWL gevoerd heeft met Enschedese werkgevers over basisvaardigheden en vakscholing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=395c6165-2083-416e-9d2a-e659d3935b23