CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bp Varvik-Diekman

Raadsvergadering 15 mei 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Varvik-Diekman” en Wijziging 129 van de “Welstandsnota Enschede, bouwen aan identiteit”25.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

23

Bodem en grondwater: Het plangebied bevindt zich op de helling van de westelijke flank van de stuwwal Enschede-Oldenzaal op ca. 40- 42 meter +NAP. Het terrein loopt in westelijke richting af. Het westen van het plangebied kent een fijne zandlaag van ongeveer 3 meter diep. Dit loop richting het oosten omhoog naar een diepte van ongeveer een meter. Daaronder zit een kleilaag variërend van 6 tot 8 meter diep. In het gebied zijn twee peilbuizen aanwezig. Deze geven RHG aan van 40,17 m NAP en 40,03 m NAP. Dit geeft een onwateringsdiepte van 0,82 meter en 1,00 meter. Echter zijn er recente metingen die een hogere waterstand aangeven waardoor en een nog lagere onwateringsdiepte is van 0,55 meter.

Riolering: Er is een gemengd riool aanwezig in het gebied. Een aantal strengen zijn recent aangelegd (noorden van het gebied in 1993) of gerelined (zuiden van gebied in 2009) maar het meeste riool heeft een aanlegjaar van 1950

Waterhuishouding: In de huidige situatie is geen 'regenwaterstructuur' aanwezig en wordt al het regenwater afgevoerd middels het gemengd rioolstelsel.

3.3

Welstand

Fig. 3.7.: uitsnede welstandskaart Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" geldt volgens de "Welstandsnota Enschede, bouwen aan identiteit" de welstandscategorie "Stratenrijtjes". Op de welstandskaart behorende bij de 'Welstandsnota Enschede, bouwen aan identiteit' is deze categorie middels een roze kleur aangegeven (zie figuur: uitsnede welstandskaart'.

Identiteit gebieden met de welstandscategorie "Stratenrijtjes": Na de Tweede Wereldoorlog was de woningnood groot. Daarom werden aan alle kanten van Enschede nieuwe wijken gebouwd. Voor sommige van die wijken werden stedenbouwkundigen en architecten aangetrokken die gedreven gingen werken aan ‘het nieuwe wonen’. In dit modernistisch ideaal was ‘licht, lucht en ruimte’ het credo, als reactie op de benauwde en soms ongezonde traditionele woningbouw van voor de oorlog. Dit heeft geresulteerd in wijken waarin een ontworpen ‘stempel’ van verschillende bouwblokken in een rechtlijnige compositie letterlijk is herhaald; de wijk is ‘gestempeld’. De gebouwen lopen in volume uiteen. Binnen een stempel worden portiekgebouwen van drie of vijf lagen afgewisseld met flats van zes tot twaalf lagen. Er komen ook complexe volumes van één laag voor met scholen of andere voorzieningen. Gebouwen zijn gestandaardiseerd en prefab gebouwd. Vandaar dat dit soort wijken in heel Nederland sterk op elkaar lijken en vooral karakteristiek zijn voor die tijd. In Enschede zijn sommige stempels fraai vormgegeven, met mooi gedetailleerde gebouwen. De uniformiteit van de bouwblokken is hier de kracht van de wijk. Mekkelholt en Deppenbroek zijn daar voorbeelden van.

24

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

Andere stempels bestaan uit sobere, utilitaire bouwblokken waarbij de uniformiteit in een nadeel omslaat. De bouwblokken in de stempelwijken zijn van alle kanten zichtbaar, er is in hun plaatsing en architectuur geen verschil tussen ‘voorkant’ en ‘achterkant’. Een continu en openbaar groen ‘landschap’ vloeit aan alle zijden rond de gebouwen en soms zelfs er onderdoor. De verkeersstructuur daarin bestaat uit een spel van paden, pleinen, straten en hoofdwegen. De paden zijn belangrijke, informele ontsluitingsroutes die door grasvelden en plantsoenen tussen en om de gebouwen slingeren. Tegenwoordig worden veel tuintjes uitgegeven aan de bewoners van de onderste lagen van de gebouwen. Zij schermen hun tuinen soms met schuttingen en hoge hagen af. Er ontstaan daardoor ‘dode achterkanten’ aan de openbare ruimte waar die nooit waren bedoeld. Zo komt het voor dat openbare pleintjes die van oorsprong werden omringd door alzijdige gebouwen nu zijn omringd door schuttingen. Dit levert onprettige ruimtes op. Veel bewoners van de stempelwijken wonen er met plezier. Sommige wijken zijn door vandalisme, sociale spanningen en groot verloop echter tot de ‘onderkant’ van de stad gaan horen. De gemeente en woningbouwcorporaties willen deze neerwaartse trend stoppen door sloop, nieuwbouw en renovatie. Ook worden veel corporatiewoningen aan particulieren verkocht.

Dat staat in potentie op gespannen voet met de collectiviteit en uniformiteit in de bouwblokken.

3.4

Cultuurhistorie

Er zijn in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten aanwezig. Cultuurhistorisch onderzoek: Met het oog op de beoogde ontwikkeling in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" is door woningcorporatie Domijn opdracht gegeven om in dit gebied een cultuurhistorisch onderzoek te verrichten. Dit door Het Oversticht uitgevoerde onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Cultuurhistorisch onderzoek "Varvik-Diekman" De woningen in Varvik Diekman hebben cultuurhistorische waarde gelet op het belang van de woningen als representatief voorbeeld van de ontwikkelingen in de vroeg-naoorlogse volkshuisvestelijke woningbouw in Enschede. Het maakte deel uit van ‘Plan Zuid’, een uitwerking van het grotere Uitbreidingsplan van bureau W. Bruyn - J.B. baron van Asbeck uit 1949. In Varvik Diekman komen de voor die tijd innovatieve principes van de wijkgedachte, gestoeld op het principe van ‘licht, lucht en ruimte’, tot uiting. Er is sprake van een scheiding van functies, rigide stratenpatronen en herhalende wooneenheden met diepe achtertuinen. Die achtertuinen boden ruimte aan families om hun eigen groenten te verbouwen, wat zou bijdragen aan de gezondheid. De toepassing van systeembouw voor een gedeelte van de buurt reflecteert bovendien de cultuurhistorische context van de enorme woningnood in de wederopbouwperiode. De systeemwoningen hebben voor die periode een belangrijke bijdrage geleverd; het waren ruime woningen, technisch volledig uitgekristalliseerd en konden met sterke vermindering van de arbeid op de bouwplaats gerealiseerd worden.

Stedenbouwkundige waarden De buurt heeft een heldere stedenbouwkundige opzet met rechte straten en parallel daarlangs geplaatste, iets in de rooilijn verspringende blokken van geschakelde woningen. De buurt wordt begrensd door wat stevigere, in rode baksteen opgetrokken woonblokken aan de randen van het onderzoeksgebied. Kenmerkend is het brede straatpatroon langs deze randen, met brede groenstroken langs de J.J. van Deinselaan en Kuipersdijk en een groengebied aan de Dr. Wagenaarstraat. Al is met name de groenstrook langs de Kuipersdijk enigszins sleets geworden. In verhouding tot andere wederopbouwwijken is de toepassing van publieksgroen in de kern van Varvik Diekman relatief summier. Dat maakt de weinige groenstroken aan de Diekmanstraat en op de hoeken van de ontsluitingswegen stedenbouwkundig waardevol. Ook voortuinen met betonpalen en betontegelpaden naar de entree, de diepe achtertuinen met schuurtjes en de padenstructuur tussen en achter de woonblokken zijn van waarde. De in rode baksteen opgetrokken bouwblokken aan de randen hebben ook waarde als onderdeel van een groter stedenbouwkundig geheel. De woningen aan de J.J. van Deinselaan vormen een sterke eenheid met de andere bouwblokken verder oostwaards langs de J.J. van Deinselaan evenals met de woningen langs de Dr. Wagenaarstraat. De blokken vertonen grote overeenkomsten in bouwhoogte, vorm en materialisering.

De doorgaande groenstroken langs de J.J. van Deinselaan versterken dit gevoel van eenheid en zijn daarom van

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

25

grote waarde. De woningblokken langs de Kuipersdijk maken onderdeel uit van een meer gevarieerd, stedelijker bebouwingslint langs deze brede hoofdontsluitingsweg. De groenstroken langs de Kuipersdijk zijn van belang als overgang van stad naar buitengebied; het zijn vanuit het stadscentrum gezien de eerste groenstroken, die ‘de weg naar buiten’ markeren.

Architectuurhistorische waarden De seriematige bouw in de kern bepaalt de sterke visuele eenheid in de buurt. De gevelgeleding wordt bepaald door een ritmische verdeling van ramen en deuren en oorspronkelijk waren de betonpanelen, de vlak in de gevel geplaatste kozijnen en slanke raamprofielen kenmerkend voor de N.-A. woningen. In de loop van de tijd zijn veel van deze kenmerken verloren gegaan. De grootste kwaliteit van de architectuur van de woningen is dan ook niet gelegen in de afzonderlijke woningen of afzonderlijke blokken, maar juist in de uniformiteit en in het totale ensemble. De woningen hebben architectuurhistorische waarde gelet op het typologische belang van de woningen voor de systeembouw, in dit geval van het Nemavo-aireysysteem dat werd ontwikkeld uit het Engelse prefab montage-systeem Airey

Aanbevelingen: In het door Het Oversticht uitgevoerde cultuurhistorisch onderzoek worden voor het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" aanbevelingen gedaan . Bij het ontwerpen van het nieuwe stedenbouwkundig plan voor het "Varvik-Diekman" is hiermee rekening gehouden.

3.5

Archeologie

Figuur 3.8.: Archeologische beleidskaart gemeente Enschede. Ter bescherming en behoud van archeologische waarden en artefacten in de Enschedese ondergrond is door de gemeente een archeologische beleidskaart opgesteld waarin gebieden zijn aangegeven die, in meer- of mindere mate, kansrijk worden geacht op archeologische vondsten. Volgens deze archeologische beleidskaart geldt voor het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" het gebiedstype 'Onderzoeksgebied B'. Dit gebiedstype is op de beleidskaart aangegeven met een lichte okergele kleur (zie bovenstaande figuur). Voor gronden met het gebiedstype B geldt dat indien voorgenomen werkzaamheden leiden tot een verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 centimeter en een oppervlakte van meer dan 2.500 m2, het voornemen dient te worden voorgelegd aan de archeologische adviseur van de Gemeente Enschede om te kunnen oordelen of er wel of geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Gelet op de hiervoor omschreven criteria heeft de archeologische adviseur van de gemeente Enschede geadviseerd om voor het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" een archeologisch onderzoek te laten uitvoeren.

26

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd en ter beoordeling voorgelegd aan de regio-archeoloog van Het Oversticht. Dit archeologisch onderzoek (het Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek plangebied Varvik-Diekman, BAAC-rapport V-22.0405 september 2022) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Samenvatting en conclusies archeologisch onderzoek: Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied vermoedelijk een hoge zwarte enkeerdgrond en een beekeerdgrond op dekzand op fluvioglaciale afzettingen voorkomt. Bij de aanleg van funderingen van de huidige bebouwing in het plangebied is de bodem tot zeker 82 cm -mv verstoord. In de directe nabijheid hebben vier hoeves gestaan, waarvan één zou terug gaan tot 1500. Het plangebied zelf is tot de huidige bebouwing uit de jaren '50 in gebruik geweest als bouw- en grasland. Binnen een straal van 500 m rondom het plangebied zijn geen archeologisch vondsten bekend. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge kans op het aantreffen van archeologisch resten in onverstoorde delen van het plangebied. Dit betreffen resten van tijdelijke kampementen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en van bewoning en landgebruik uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd, met in het bijzonder de late middeleeuwen en nieuwe tijd op basis van de nabijheid van historisch bekende boerenerven. Uit het veldonderzoek blijkt dat in vrijwel het gehele plangebied de bodem tot gemiddeld ongeveer 1 m -mv recent geroerd is , waarbij de geroerde grond direct overgaat in dekzand of fluvioglaciale afzettingen (C-horizont).

Vanwege de natuurlijke helling in het terrein en het ontbreken van een referentieprofiel is niet te bepalen hoe diep de bodem daadwerkelijk geroerd en/of hoeveel grond is opgebracht. Uit een NAP hoogte vergelijking uit 1950 en nu blijkt dat de maaiveld ongewijzigd is. Dit indiceert diepe vergravingen. Ten gevolge van de aftopping van de bodem zullen eventuele archeologische sporen vernietigd zijn. Dit geldt ook voor diepere sporen en sporen die te relateren zijn aan bebouwing uit de middeleeuwen of later. De verwachting op het aantreffen van archeologische resten is klein. Vanwege de diepe bodemverstoringen en de daarmee samengaande lage kans op het aantreffen van insituarcheologische resten wordt een vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.

Advies regio-archeoloog aan de gemeente Enschede: Het onderzoek bestond uit een bureauonderzoek om de archeologische verwachting van het plangebied te bepalen en een verkennend booronderzoek om deze verwachting te toetsen. Gebleken is dat het plangebied gekenmerkt wordt door een verstoorde bodemopbouw. Op grond van het veldonderzoek concludeert het onderzoeksbureau BAAC dat de kans op het aantreffen van intacte archeologische resten in het plangebied gering is en dat daarom geen vervolgonderzoek dient plaats te vinden. De regioarcheoloog onderschrijf deze conclusies. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek geldt er binnen het plangebied een lage archeologische verwachting voor het aantreffen van relevante archeologische resten. De kans is klein dat er bij de geplande werkzaamheden een behoudenswaardige vindplaats wordt geschaad. Om deze reden wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. In de beschikking dient wel benadrukt te worden dat indien bij de graafwerkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen er een meldingsplicht geldt, volgens de Erfgoedwet, art. 5.10. Deze melding kan worden gedaan bij de gemeente Enschede (namens haar de regioarcheoloog) of de RCE.

Conclusie: Gelet op de uitkomsten van het uitgevoerde archeologisch onderzoek en de beoordeling van dit onderzoek door de regioarcheoloog van Het Oversticht, bestaat er voor de gemeente Enschede geen aanleiding om hiervan af te wijken. Het plangebied kan hierbij worden vrijgegeven voor wat betreft het onderdeel archeologie.

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

27

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

De realisatie van de beoogde woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman is in overeenstemming mat de Woonvisie waarin o.a. ingezet wordt op woningen voor starters (jongeren) als ook voor gezinnen met lage- en middeninkomens. De realisatie in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" van sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en een beperkt aantal sociale huurwoningen specifiek bedoeld voor de doelgroep jongeren, zal naar verwachting bijdragen aan de gewenste doorstroming op de woningmarkt en op een inclusief Enschede, waarbij gestreefd wordt naar een passend woningaanbod voor de verschillende doelgroepen .

4.1

Stedenbouwkundig plan

Figuur 4.1: Impressie- stedenbouwkundig plan beoogde ontwikkeling.

Algemeen: Bij het ontwerpen van het gebied dat voor vervangende nieuwbouw in aanmerking komt is rekening gehouden met de bestaande structuren in dit wijkdeel, e.e.a. als resultaat van het door Het Oversticht uitgevoerde cultuurhistorisch onderzoek en de daarin opgenomen aanbevelingen (zie ook bijlage Cultuurhistorisch onderzoek dat als bijlage bij deze plantoelichting is gevoegd.)

Groen raamwerk: De nieuwe woonwijk is rondom voorzien van groen aan de randen. Het plan gaat uit van het vergroenen van de wijkstructuur middels groene straatprofielen en daaraan centraal gelegen buurtplantsoentjes. Zo ontstaat meer verbinding tussen binnen en buiten. Het nieuwe groen draagt enerzijds bij aan de ruimtelijke kwaliteit, anderzijds refereert het groen in de straatprofielen onder andere aan de oorspronkelijke 'wijkgedachte', waarin het gebruikelijk was om groen in het profiel te positioneren. Parkeermogelijkheden worden zoveel mogelijk in combinatie met 'groen' aangelegd waardoor het beeld van de auto's in het straatbeeld zoveel mogelijk visueel ondergeschikt blijft. De uiteindes in de straten worden daarom zoveel mogelijk vrij gehouden van parkeren.

28

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

Bestaande bomen zijn opgenomen in de groenzones van het straatprofiel alsook aanplant van nieuwe bomenrijen die het straatprofiel een groenere uitstraling geven en bijdrage aan sfeer en intimiteit. Het wijkje kent twee centraal gelegen buurtplantsoentjes welke gekoppeld zijn aan de secundaire assen. Deze plantsoentjes bieden ruimte aan wadi's maar is ook ruimte voor spelen en ontmoeting. Tussen de bouwblokken liggen groene pleintjes welk schakels vormen naar de achterpaden. De pleintjes worden elk verbijzonderd met een meerstammige boom.

Parkeren In het nieuwe plan wordt niet geheel voldaan aan de in de Parkeernormennota Enschede opgenomen parkeernormen. Er is gekozen om voor de sociale huurwoningen een parkeernorm van 1,4 aan te houden in plaats van 1,6. Dit betekent een afname van 26 parkeerplekken ten opzichte van de normale parkeernorm. Voor de keuze van een lagere parkeernorm zijn een aantal redenen te benoemen. Argumenten voor afwijking parkeernorm: Minder woningen en toch meer parkeerplaatsen, niet logisch! Het totaal aantal woningen neemt af van circa 270 naar circa 250 woningen. Voor de parkeerbalans gaat het aantal woningen van 222 naar 201. Met de huidige parkeernorm moet het aantal parkeerplekken stijgen van circa 212 naar circa 272. Dit is niet logisch. Parkeeronderzoek toont aan dat de hoogste bezetting circa 66% is. Er is een laag autobezit van circa 0,9 per huishouden. De doelgroep/bewoners gaat niet veranderen dus er is na de sloop nieuwbouw geen hoger autobezit. Ook de nieuwe doelgroep van jongeren tot 23 jaar heeft geen hoger autobezit dan de huidige doelgroep. Dit alles betekent dat 272 parkeerplekken niet nodig zijn. In de directe omgeving is daarbij voldoende restcapaciteit om een eventuele piek op te vangen. Deze parkeerplekken zijn op acceptabele loopafstand van de woningen. Klimaatadaptatie Er is behoefte aan ruimte voor maatregelen voor klimaatadaptatie.

Door minder parkeerplaatsen te maken is er meer ruimte voor maatregelen voor klimaatadaptatie. Deze maatregelen (groen en water) zijn belangrijke belangen die in het gedrang komen met de huidige parkeernorm (272 plekken) terwijl dat aantal plekken niet nodig is. Locatie van de wijk. De wijk ligt nabij het stadscentrum. Het is voor de bewoners vanzelfsprekender en duurzamer om vaker de fiets te kiezen. Naast de wijk loopt de Dr. Wagenaarstraat. Deze straat is in de fietsvisie aangewezen als een 'doorfietsroute'. Dit is een directe fietsroute naar het centrum. Al met al is de behoefte aan het bezit van een auto minder. Daarnaast is de wijk aan de westzijde middels het openbaar vervoer goed ontsloten. trend naar minder behoefte aan bezit van een auto bij de jongere generatie Er is een trend naar minder behoefte aan bezit van een auto bij de jongere generatie. Wel hebben zij behoefte aan goede mobiliteit. Dit geeft kans voor bijvoorbeeld deelauto’s. Voor 1 deelauto kunnen conform beleid 4 parkeerplaatsen vervallen. Domijn onderzoekt of er gestart kan worden met 2 deelauto’s in het gebied. Dan kunnen er 8 parkeerplaatsen vervallen.

Hieronder staat de berekende parkeerbalans voor het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" afgebeeld. Hierin is te zien dat voor 201 woningen, 246 parkeerplekken zijn berekend. Het gaat hierbij om de berekende parkeerbehoefte ten behoeve van de 169 nieuw te bouwen woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman", inclusief de 32 buiten het plangebied gelegen beneden- bovenwoningen langs de J.J. van Deinselaan die in de huidige situatie langs deze laan niet over eigen parkeermogelijkheden beschikken, dit in tegenstelling tot de buiten het plangebied gelegen woningen ten westen van de Ruischenborchstraat.

Woningtype

Aantal woningen

Parkeernorm

Parkeerplaatsen

Studio's

16

0.45

7.2

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

29

Eengezinswoningen sociale 131 huur

1.4

183.4

Eengezinswoningen middel 16 dure huur 2 laags

1.6

25.6

Eengezinswoningen middel 6 dure huur 3 laags

1.7

10.2

Beneden- bovenwoningen

32

0.6

19.2

Totaal

201

246

Waterhuishouding: Ten behoeve van de hemelwaterafvoer wordt een geheel nieuwe structuur gerealiseerd. In de oude situatie is geen regenwaterstructuur aanwezig en wordt al het regenwater afgevoerd middels een gemengd stelsel. In de nieuwe situatie worden de volgende maatregelen getroffen om de hemelwaterafvoer te waarborgen: hemelwaterafvoer: De nieuwe woningen worden gerealiseerd met een waterbergingseis van 55 mm/m2 verhard oppervlak op eigen terrein. Deze voorzieningen dienen na uiterlijk 24 uur geleegd te zijn. Wooncorporatie Domijn kiest zelf de methode(n) hoe invulling wordt gegeven aan deze waterberginseis. Voor de ruimtelijke openbare ruimte geldt een waterbergingseis van 35 mm/m2 verhard oppervlak. Deze voorzieningen dienen na uiterlijk 24 uur geleegd te zijn. De waterbergingseis wordt gerealiseerd middels een aantal nieuw te realiseren wadiconstructies waarmee het water in de bodem wordt geïnfiltreerd. De wadiconstructies worden met elkaar verbonden middels een regenwaterstelsel en oppervlakkige overloopmogelijkheden. Deze worden nader uitgewerkt. Overtollig hemelwater wordt aan de zuidwesthoek van het plangebied geloosd op het gemengde stelsel aan de J J van Deinselaan. vuilwaterafvoer: In het plangebied is momenteel een gemengd stelsel aanwezig. Dit gemengde stelsel blijft in gebruik en het vuilwater wordt aangesloten op dit gemengde stelsel.

grondwater en ontwatering Er is geen sprake van grondwaterproblematiek in het projectgebied. afwatering: Zoals reeds eerder staat vermeld, geldt voor de percelen een bergingseis van 55mm/m2 verhard oppervlak. Het overtollige water dient bovengronds te worden aangeboden op de perceelsgrens. Daarnaast geldt een advies om de vloerpeilen van de nieuwe bebouwing minimaal 0,30m boven het dichtstbijzijnde wegpeil (kruin van de weg) aan te leggen.

Bomen: Zoals reeds in het vorige hoofdstuk staat vermeld is de bescherming van bomen geregeld in de Verordening Kwaliteit Leefomgeving. Op het bij deze verordening behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten worden in bestemmingsplannen zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt. Naast de in het plangebied aanwezige en van gemeentewege beschermwaardige bomen heeft Woningcorporatie Domijn onderzoek laten verrichten naar de levensvatbaarheid van overige in het plangebied aanwezige bomen die qua beeld en beleving belangrijk zijn. Bij het ontwerpen van de herontwikkeling in dit gebied is met de aanwezige beschermwaardige bomen rekening gehouden.

30

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

4.2

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.

Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak en/of woningen wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.

Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.

In het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Ten aanzien van deze ontwikkeling is nagegaan of daarbij sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Zoals de Afdeling in haar overzichtsuitspraak van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724 heeft overwogen, bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

31

moet bij de beantwoording van de vraag of een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. In het nog geldende bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman", hebben betreffende gronden de bestemming "Wonen". Het gaat hierbij om een bestemming ten behoeve van bestaande woningen in dit gebied en is, in vergelijking met het voorliggende nieuwe bestemmingsplan "Varvik-Diekman", geen sprake van een functieverandering. De beoogde nieuwe ontwikkeling gaat daarbij uit van het slopen van 190 bestaande- en verouderde woningen. Hiervoor worden in totaal 169 nieuwe woningen teruggebouwd. In de toekomst zullen in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" dus minder woningen aanwezig zijn dan nu het geval is. Daarnaast betreft het plan een ontwikkeling in het bestaande stedelijke gebied van Enschede en heeft geen extra ruimtebeslag tot gevolg. Met het woningprogramma wordt in dit plan overigens voldaan aan de doelen van de Woonvisie. Hierbij wordt o.a.

gestuurd op een goed aanbod van woningen in Enschede waarbij het volgen van een 'wooncarrière' tot de mogelijkheden behoort. Met de realisatie van deze woningen wordt tevens voldaan aan de Woonvisie waarin o.a. ingezet wordt op woningen voor starters (jongeren) als ook voor gezinnen met lage- en middeninkomens. De realisatie in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" van sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en een beperkt aantal sociale huurwoningen specifiek bedoeld voor de doelgroep jongeren, zal naar verwachting bijdragen aan de gewenste doorstroming op de woningmarkt en op een inclusief Enschede, waarbij gestreefd wordt naar een passend woningaanbod voor de verschillende doelgroepen . De beoogde ontwikkeling in het plangebied van dit bestemmingsplan kan in beginsel dan ook niet als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' worden aangemerkt. Ondanks dat de ontwikkeling niet als 'stedelijke ontwikkeling' hoeft te worden aangemerkt, kan de behoefte daartoe wel worden aangetoond. De ontwikkelaar is een woningbouwcorporatie (Domijn) waarmee prestatieafspraken zijn gemaakt. Het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" is in overeenstemming met de gemaakte afspraken door hier grondgebonden woningen in de sociale huur en middeldure huurwoningen terug te bouwen.

Van de geplande 169 nieuwe woningen zullen 16 woningen in het segment sociale huur als studio's worden uitgevoerd, specifiek bedoeld voor de doelgroep jongeren. Daarnaast heeft de gemeente met de lokale corporaties afgesproken dat de voorraad sociale huurwoningen in Enschede niet mag uitbreiden. Wel mogen de corporaties gesloopte woningen vervangen door nieuwbouw. Deze vervanging mag ook op andere locaties in de stad worden gerealiseerd, indien op de slooplocatie een ander of kleiner terugbouwprogramma wordt gerealiseerd. Bij de voorliggende ontwikkeling is dus sprake van een vervanging te slopen sociale huurwoningen. Dit aantal woningen is dus vervanging en telt niet mee in de uitbreidingsbehoefte, zoals vastgelegd in het kader van de regionale woonafspraken met de provincie.

4.3

Cultuurhistorie in relatie tot beoogde ontwikkeling in Varvik-Diekman

In opdracht van woningcorporatie Domijn heeft Het Oversticht een cultuurhistorische analyse en waardestelling met uitgangspunten voor transformatie opgesteld voor de buurt Varvik Diekman in Enschede. Deze buurt ten zuiden van de historische binnenstad is gebouwd in de wederopbouwperiode. Om een goede afweging te maken tussen renovatie of sloop en vervangende nieuwbouw (of een combinatie daarvan) heeft dit cultuurhistorisch onderzoek plaatsgevonden en is bouwkundig onderzoek gedaan naar de technische staat van de woningen. Door middel van dit cultuurhistorische onderzoek is inzicht verkregen in de cultuurhistorische waarden van de wijk, de buurt en de bebouwing. Het Oversticht heeft de historie en betekenis van de plek in beeld gebracht en uitgangspunten opgesteld voor een advies op meerdere aspecten vanuit een cultuurhistorisch perspectief. Zo komen aanbevelingen aan bod aangaande het behoud of verbetering van de bestaande routing, oriëntatie, toepassing van groen en hoogte en vorm van de eventueel her te ontwikkelen bouwvolumes. Hiervoor is onderzoek gedaan naar de bouwgeschiedenis, zowel via literatuur- en archiefonderzoek als onderzoek ter plekke. Het veldwerk heeft 32

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

plaats gevonden op 14 januari 2021. Uit het onderzoek zijn bepaalde kwaliteiten en kansen van de plek naar voren gekomen. In het daarbij behorende rapport wordt onderbouwd over welke kwaliteiten en kansen het precies gaat en waar deze zich manifesteren. Deze aanbevelingen kunnen worden gebruikt als onderlegger voor de herontwikkeling van deze buurt en dienen ter inspiratie voor de architectonische/stedenbouwkundige vormgeving van eventuele nieuwe bouwblokken, aansluitend bij de cultuurhistorische ontwikkeling en karakteristieken van de buurt. Bij het ontwerpen van het stedenbouwkundig plan en de beoogde architectuur in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" is rekening gehouden met de in dit cultuurhistorisch onderzoek opgenomen aanbevelingen. Het door het Oversticht uitgevoerde cultuurhistorisch onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. (Rapport Varvik-Diekman, het Oversticht provincie Overijssel, Zwolle 25 april 2021)

4.4

Welstand

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" is het wenselijk geacht om voor dit gebied een beeldkwaliteitsplan op te stellen met daarin specifieke welstandseisen en om hier tot een gewenste beeldkwaliteit te komen. Met het opstellen van dit beeldkwaliteitsplan is rekening gehouden met de in het door het Het Oversticht vervaardigde cultuurhistorisch onderzoek Varvik-Diekman en daarin opgenomen aanbevelingen. Het beeldkwaliteitsplan "Varvik-Diekman" is als bijlage bij deze plantoelichtichting gevoegd. Middels de wijziging 129 van de "Welstandsnota Enschede, bouwen aan identiteit" zal het beeldkwaliteitsplan "Varvik-Diekman" en de daarin opgenomen welstandseisen in de plaats treden van de nu nog geldende welstandseisen uit de welstandsnota (Stratenrijtjes).

Procedure wijziging Welstandsnota De wijziging 129 van de 'Welstandsnota Enschede, bouwen aan identiteit' en het daarbij behorende beeldkwaliteitsplan " Varvik-Diekman " zullen gedurende een termijn van zes weken als ontwerp ter visie worden gelegd. De bekendmaking van ter visie legging wordt bekend gemaakt in de plaatselijke Huis-aan-Huis en Gemeenteblad. Gedurende de termijn van het als ontwerp ter visie liggen van deze wijziging van de welstandsnota bestaat voor eenieder de mogelijkheid om hiertegen zienswijzen in te dienen. Van de eventueel binnengekomen zienswijzen zal een zienswijzenverslag worden vervaardigd en de zienswijzen door ons worden beantwoord. De Raad is daarbij het bevoegde gezag de wijziging van de welstandsnota en het beeldkwaliteitsplan vast te stellen. De door de Raad vastgestelde wijziging en beeldkwaliteitsplan zullen wederom gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Tegen het vaststellingsbesluit van de Raad staan overigens geen beroepsmogelijkheden open bij de Raad van State.

4.5

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren.

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

33

4.5.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving

Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.

Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.

Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.

Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.

WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal. Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag. Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken. Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen. Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.).

Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente.

34

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

4.5.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress. Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen.

Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen.

Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval. Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren. Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Duurzaamheid betekent voor Domijn dat zij een bijdrage leveren aan het tegengaan van de opwarming van de aarde en het uitputten van aanwezige fossiele grondstoffen. Het doel hiervan is helder: voor 2050 is haar woningvoorraad CO2-neutraal. Het (ver)bouwen, circulair- en klimaatadaptief bouwen is hierbij een speerpunt. Er worden naar oplossingen gezocht om anders met energie om te gaan en deze in de praktijk toe te passen. Er wordt goed gelet op het (her)gebruik van materialen. Dit geldt ook voor oplossingen in verband met wateroverlast, hittestress en droogte die door de klimaatverandering steeds vaker voorkomen. De nieuwbouwwoningen op Varvik-Diekman zijn energiezuinig en gasloos. Ook in de leefomgeving staat duurzaam wonen en leven centraal door een ruimere en groenere opzet met bredere straten, meer bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

35

parkeerplekken en meer beplanting. Dat resulteert niet alleen een in omgeving waar huurders fijn kunnen wonen en leven maar zorgt het groen zorgt ook voor een klimaatadaptatie. Dat wil zeggen dat er rekening wordt gehouden met extremere weersomstandigheden dat steeds vaker voorkomt en overlast bij hevige regenbuien wordt tegengegaan. Het groen zorgt daarnaast ook voor verkoeling in de steeds warmere zomers.

36

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.

het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.

Toetsing bestemmingsplan "Varvik-Diekman" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Varvik-Diekman' heeft tot doel om in het plangebied 169 nieuwe, duurzame woningen te realiseren waar nu nog 190 (verouderde) woningen aanwezig zijn. Deze woningen zullen ten behoeve van de nieuwbouw worden gesloopt. De beoogde ontwikkeling is geen activiteit / project als genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. waarvoor een m.e.r. of m.e.r. beoordeling dient te worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven. 5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening en In verband met de planontwikkeling voor het gebied Varvik-Diekman (sloop bestaande woningen en vervangende nieuwbouw), heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van bestaande bedrijvigheid en voorzieningen in de omgeving van het plangebied, die van invloed kunnen zijn op de planontwikkeling. Er is onderzoek gedaan naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijven en voorzieningen op het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman". De milieubelasting en de bijbehorende contouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

37

bepaald. Verder is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en zijn voor de bedrijven en voorzieningen de wenselijke afstanden (indicatieve hindercontouren) aangegeven. Bedrijven in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijven gelegen (zie de bij deze plantoelichting gevoegde bijlage Bedrijveninventarisatie). Er is getoetst of deze bedrijven belemmeringen opleveren voor de planontwikkeling. Uit deze toets is gebleken dat deze bedrijven geen belemmeringen opleveren voor de planontwikkeling in het plangebied Varvik-Diekman. 5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.

Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" Het bestemmingsplan “Varvik-Diekman” beoogt het planologisch mogelijk te maken dat bestaande, verouderde woningen worden gesloopt en hiervoor nieuwe, duurzame woningen worden teruggebouwd. Ten behoeve van deze ontwikkeling is er in het plangebied van dit bestemmingsplan een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd . Dit onderzoek, het 'Verkennend bodem- en asbestonderzoek Varvik-Diekman te Enschede' (Adviesburo Geofox, projectnummer 20220656, d.d. 5 oktober 2022) is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd.

Figuur 5.1.: Uitgevoerde veldwerkzaamheden. Het onderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) te bepalen en deze te toetsen aan het voorgenomen functie. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is het vaststellen of de verdenking voor de parameter asbest terecht is en wat (indicatief) het gewogen gehalte 38

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

aan asbest in de grond is. Vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met zware metalen, PAK, PCB, minerale olie en asbest, vanwege de jarenlange belasting van de locatie (intensief gebruikte locaties) en de resultaten van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken. De verontreiniging is vermoedelijk diffuus, heterogeen verspreid in de bovengrond aanwezig.

Resultaten Tijdens het zintuiglijk onderzoek zijn in de bovengrond tot een maximale diepte van 1,3 m - mv bodemvreemde materialen aangetroffen in de vorm van puin, baksteen, slakken, glas, kolengruis, metaal en plastic. Bij het chemisch onderzoek zijn in de bovengrond met bodemvreemde bijmengingen verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB aangetoond in gehalten boven de achtergrondwaarde. In de grond zonder bijmenging- en zijn geen verontreinigingen aangetroffen. In het grondwater zijn nikkel, zink en barium boven de streefwaarde aangetoond. De verhoogde concentraties zijn vermoedelijk van natuurlijke oorsprong (verhoogde achtergrondconcentratie). Bij de zintuiglijke inspectie van de gegraven inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetoond (fractie >20mm). In de fijne fractie (< 20 mm) is in één mengmonster asbest aangetoond, het totaal gewogen gehalte betreft 0,3 mg/kg ds. De halve interventiewaarde (50 mg/kg ds.) word hiermee niet overschreden. Na toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond op de locatie indicatief geclassificeerd als ‘vrij toepasbaar’, klasse wonen of klasse industrie. Volgens de indicatieve toetsing van de analyseresultaten aan het handelingskader (d.d. 13 december 2021) is de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie met betrekking tot het gehalte PFAS herbruikbaar (kwaliteitsklasse ‘landbouw/ natuur’).

Dit komt overeen met de kwaliteit die is aangegeven in de Bodemkwaliteitskaart PFAS. Volledigheidshalve dient opgemerkt te worden dat onderhavig onderzoek weliswaar een betrouwbare indicatie geeft van de milieukundige kwaliteit van de grond, maar formeel niet beschouwd kan worden als een partijkeuring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.

Conclusie Aangezien de overschrijdingen beneden de interventiewaarden liggen, wordt ervan uitgegaan dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Op basis hiervan bestaat geen reden om nader onderzoek uit te voeren. De aangetroffen concentraties leveren geen milieuhygiënische risico's op voor de gebruikers of voor het milieu. Het referentiekader ten behoeve van de omgevingsvergunning is afdoende vastgelegd. 5.1.4

Wet geluidhinder

In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen.

Wegverkeerslawaai- toetsingskader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

39

Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De binnen het plangebied te realiseren woningen zijn gelegen in stedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op woningen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wgh). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh). Voor vervangende woningen bedraagt de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 68 dB (artikel 83, vijfde lid Wgh). Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld.

Bij de beoordeling van het geluid van 30 km-wegen wordt aangesloten bij de grenswaarden en systematiek van de Wet geluidhinder en het hogere waarde beleid uit de Geluidnota.

Situatie plangebied In de directe omgeving van het plangebied zijn de Kuipersdijk, Varviksingel en J.J. van Deinselaan gelegen Op deze wegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur en is de Wgh van toepassing. Voor de overige in de directe omgeving van het plangebied en binnen het plangebied gelegen wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km//uur. Op 30 km-wegen is de Wgh niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet, ondanks dat de Wgh niet van toepassing is, wel aandacht worden besteed aan het wegverkeerslawaai van 30 km-wegen. Akoestisch onderzoek Door Noorman Bouw- en milieu-advies is ten behoeve van het bestemmingsplan Varvik-Diekman een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Nieuwbouw woonwijk Varvik-Diekman te Enschede, Akoestisch onderzoek wegverkeer; rapportnummer 22210185.R01a; d.d. 12 december 2022". Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege de afzonderlijke 50 km-wegen, de Kuipersdijk, Varviksingel en J.J. van Deinselaan, op de nieuw te bouwen woningen kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) uit de Wgh. Voor de nieuw te bouwen woningen hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld.

Ook vanwege de afzonderlijke 30 km-wegen kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De cumulatieve geluidsbelasting vanwege alle wegen samen bedraagt op vrijwel alle woningen 53 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh) of lager. Op twee woningen is de cumulatieve geluidsbelasting hoger dan 53 dB en bedraagt ten hoogste 55 dB. Binnenniveau: In de Geluidnota is bepaald dat in gevallen waarin geen hogere waarde mogelijk is, hetgeen het geval is, een binnenwaarde van 33 dB wordt gehanteerd. In het Bouwbesluit is voor de gevelwering van woningen een minimale eis van 20 dB opgenomen. Daarmee is voor woningen die vanwege wegverkeer een cumulatieve geluidsbelasting ondervinden van ten hoogste 53 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh) gegarandeerd dat aan het binnenniveau van 33 dB wordt voldaan. Dit betekent dat voor woningen die een gecumuleerde geluidsbelasting van meer dan 53 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh) ondervinden en waarvoor geen hogere waarde is vastgesteld het binnenniveau niet is gegarandeerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat dit voor twee woningen het geval is. Op deze woningen bedraagt de cumulatieve geluidsbelasting ten hoogste 55 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh). Om ervoor te zorgen dat het binnenniveau in deze twee woningen ten hoogste 33 dB bedraagt is een gevelwering nodig van ten minste 22 dB.

Het gaat hier om nieuwbouwwoningen waarvan de geluidwering van de gevel over het algemeen tussen de 23 en 27 dB bedraagt. Voor de twee nieuwbouwwoningen met een geluidsbelasting van meer dan 53 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh) mag er dan ook zondermeer van worden uitgegaan dat het binnenniveau niet hoger zal zijn dan 33 dB. Daarmee is het niet noodzakelijk om in de regels van het bestemmingsplan voor deze twee

40

bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)

woningen aanvullende eisen voor de gevelwering op te nemen. Conclusie wegverkeer Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wegverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Varvik-Diekman is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Varvik-Diekman is niet gelegen in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden. Luchtvaartlawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Varvik-Diekman is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en ook niet binnen de geluidszone van het vliegveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=91498abf-ce6b-461f-95d8-ff067cda128e