Toelichting bp Varvik-Diekman
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Varvik-Diekman
Status: Vastgesteld
Varvik-Diekman
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 3 4 6 6
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
9 9 10 14
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving- huidige situatie 3.1 Historie en ontstaansgeschiedenis 3.2 Ruimtelijke- en functionele structuur plangebied Varvik-Diekman 3.3 Welstand 3.4 Cultuurhistorie 3.5 Archeologie
19 19 20 24 25 26
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Stedenbouwkundig plan 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Cultuurhistorie in relatie tot beoogde ontwikkeling in Varvik-Diekman 4.4 Welstand 4.5 Duurzaamheid
28 28 31 32 33 33
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
37 37 43 45
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
49 49 49 51 57
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
58
Hoofdstuk 8
Participatie
59
2
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
In het kwadrant Kuipersdijk, Varviksingel, Dr. Wagenaarstraat en de J.J. van Deinselaan bevindt zich een complex van 190 zgn. 'Airey-woningen' *). Deze woningen zijn kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd en zijn aan het einde van hun technische levensduur gekomen. Woningcorporatie Domijn heeft het voornemen om dit woningcomplex te gaan slopen en hiervoor in de plaats 169 nieuwe, duurzame woningen terug te bouwen. Het gaat hierbij om 131 eengezinswoningen in de categorie 'sociale huurwoningen', 22 eengezinswoningen in de categorie middeldure huurwoningen' en 16 studio's. Uiteindelijk zullen er in dit gebied dus minder woningen aanwezig zijn dan nu het geval is. Het plan voor de beoogde nieuwbouw van woningen is in strijd met het geldende bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman". Zo wijkt o.a. de situering van de beoogde nieuwbouw van woningen af van het geldende bestemmingsplan als ook voor wat betreft de maatvoering. Ook is het wenselijk om voor de beoogde sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en studio's specifieke regels in het bestemmingsplan op te nemen. Om aan het plan van Domijn medewerking te kunnen verlenen is een herziening van het geldende bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman" noodzakelijk geacht. Het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" is daarvan het resultaat.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" betrekking heeft is gelegen in de buurt VarvikDiekman in de wijk Hogeland. Het [plangebied van dit bestemmingsplan wordt globaal begrensd door achterperceelsgrenzen van bestaande woningen ten noorden van de Van Deinselaan, de achterperceelsgrenzen van bestaande woningen ten westen van de Dr. Wagenaarstraat, de achterpeelsgrenzen van bestaande woningen ten zuiden van de Varviksigel en tenslotte door de westelijke begrenzing van de Ruischenborchstraat aan de westzijde.
Fig. 1.1 : Situering plangebied bestemmingsplan "Varvik-Diekman"
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
3
Fig. 1.2.: Luchtfoto met planbegrenzing bestemmingsplan.
1.3
Geldende juridische regelingen Het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman"
Het plangebied van het bestemmingsplan “Varvik-Diekman” valt nu nog onder het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman". Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de wijkdelen Hogeland Zuid, Varvik en Diekman. Het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman" is op 24 juni 2013 door de gemeenteraad van Enschede vastgesteld en op 16 augustus 2013 onherroepelijk van kracht geworden. In dit onherroepelijke bestemmingsplan hebben de gronden gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" de bestemmingen "Groen", "Verkeer- Verblijfsgebied" en "Wonen". Gronden met de bestemming "Groen" zijn in het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman" bestemd voor: groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing; in- en uitritten, wandel- en fietspaden; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen, zoals geluidschermen of geluidswallen; ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' is detailhandel toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' is een ondergronds waterbassin toegestaan ten behoeve van de opvang van overtollig rioolwater; bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.
Gronden met de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" zijn in het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman" bestemd voor: gebiedsontsluitingswegen; erftoegangswegen; pleinen; woonerven; pleinen; voet- en fietspaden; tunnels, bruggen en viaducten; parkeervoorzieningen; overige verkeersvoorzieningen; groenvoorzieningen;
4
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
geluidwerende voorzieningen; waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; speelvoorzieningen; straatmeubilair; nutsvoorzieningen bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken. Gronden met de bestemming "Wonen" zijn in het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman" bestemd voor: het wonen, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen, zoals woningen, bergingen, trappenhuizen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Daarnaast gelden voor woningen in dit bestemmingsplan, althans voor zover gelegen binnen de planbegrenzing van voorliggend bestemmingsplan "Varvik-Diekman", een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter.
Overige regelingen. Naast het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman" gelden voor het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" een aantal 'paraplu'-bestemmingsplannen. Dit zijn bestemmingsplan die veelal een bepaalde thema regelen en als een 'paraplu' boven bestaande bestemmingsplannen liggen. Veelal gelden deze plannen voor het gehele stedelijke gebied van de stad maar kan het voorkomen dat, afhankelijk van de thema, een dergelijk bestemmingsplan ook voor het grondgebied van de gehele gemeente geldt.
Bestemmingsplan Kwalitatief sturen op appartementen Het 'paraplu'-bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen" heeft betrekking op het stedelijk gebied van de stad Enschede en heeft als doel dat de juiste appartementen voor de juiste doelgroepen op de juiste locaties te realiseren. Het realiseren van kwalitatief goede appartementen is nodig om belangrijke doelgroepen, voor de stad vast te kunnen houden. Dit bestemmingsplan is op 30 september 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Op het moment van het schrijven van deze plantoelichting is er een herziening van dit bestemmingsplan in procedure gebracht. Laatstgenoemde geactualiseerde bestemmingsplan, het bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen 2022", zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023 door de gemeenteraad worden vastgesteld. In het nu nog geldende 'paraplu'-bestemmingsplan 'Kwalitatief sturen op appartementen' ligt het plangebied in het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" in een gebied dat is aangemerkt als 'Wetgevingszone afwijkingsgebied 2'. Dit houdt in dit gebied, onder voorwaarden, appartementen voor de middenhuur zijn toegestaan met een minimum gebruiksvloeroppervlakte van 75 m 2..
Hierbij dient te worden opgemerkt dat er in dit bestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid is opgenomen die burgemeester en wethouders bevoegd verklaren om in specifieke gevallen kleinere appartementen met een kleiner gebruiksvloeroppervlak dan 75 m 2 toe te staan.
Bestemmingsplan Parkeren Enschede Het paraplu-bestemmingsplan "Parkeren Enschede", zorgt ervoor dat de beleidsregel Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. Dit bestemmingsplan is op 11 maart 2019 door de gemeenteraad vastgesteld.
Bestemmingsplan "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)". Dit op 18 november 2011 door de gemeenteraad van Enschede vastgestelde bestemmingsplan bepaalt dat voor het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" de aanwezigheid en vestiging van risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven worden uitgesloten.
Bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning 2022" Daarnaast is voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan het 'paraplu'-bestemmingsplan bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
5
"Onzelfstandige bewoning 2022" in procedure gebracht maar is nog niet door de gemeenteraad vastgesteld. Vaststelling van dit bestemmingsplan door de gemeenteraad zal naar verwachting begin 2023 plaatsvinden. Dit bestemmingsplan beoogd een goed woon- en leefklimaat in het stedelijke gebied van de stad te bewerkstelligen door regelgeving ten aanzien van 'onzelfstandige bewoning' zoals het wonen in kamerverhuurpanden.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro). Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.
Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Varvik-Diekman” is het erkende wijkorgaan Zuid Oost Enschede actief. De Wijkraad Zuid Oost Enschede is gevraagd met betrekking tot het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" te adviseren. Per email van 5 januari 2023 heeft de wijkraad Zuid Oost Enschede met betrekking tot dit bestemmingsplan positief geadviseerd. 6
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. De provincie Overijssel is van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" in kennis gesteld. Per email van 30 november 2022 heeft zij aangegeven dat dit bestemmingsplan binnen het provinciaal ruimtelijk beleid valt en verder geen belemmeringen zien. Ook de Brandweer/Veiligheidsregio Twente is van het bestemmingsplan in kennis gesteld.
In een periodiek overleg met deze instantie dat op 1 december 2022 heeft plaatsgevonden hebben zij aangegeven dat zolang de stedenbouwkundige structuur, en daarmee de bereikbaarheid voor de Brandweer niet wezenlijk wijzigt, een nader advies achterwege kan blijven. Tenslotte is het Waterschap Vechtstromen op 12 december 2022 met betrekking tot het bestemmingsplan "varvik-Diekman" in kennis gesteld. Met het Waterschap Vechtsromen bestaat de afspraak dat indien zij niet binnen een termijn van twee weken na onze in kennisstelling reageren, zij met het bestemmingsplan kunnen instemmen. Tot op heden is van het waterschap geen reactie terug ontvangen. Geconcludeerd kan worden dat het waterschap geen aanleiding heeft gezien om tegen dit bestemmingsplan opmerkingen te maken.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Varvik-Diekman” in voorbereiding te nemen op 14 september 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede. Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet.
De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Varvik-Diekman” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen wordt gepubliceerd in de plaatselijke "Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede, de Staatscourant en het Gemeenteblad. Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Gewijzigde vaststelling De naar voren gebrachte zienswijzen kunnen leiden tot een voorstel aan de gemeenteraad tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Ook kunnen er alsnog ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan worden aangebracht die tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad kunnen leiden. Rechtsbescherming
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
7
Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Deze prioriteiten zijn: Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
9
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Voorliggend plan voorziet in een nieuwe ruimtelijke kwaliteit voor een bestaande woonomgeving met technisch gedateerde woningen. Deze ontwikkeling draagt mede bij aan verbeterde woon- en leefomgeving voor het Varvik-Diekman en de stad. De realisatie van 169 nieuw te bouwen woningen ter vervanging van 190 nu nog bestaande en te slopen woningen, valt niet onder één van de in het beleid en de regels van het Rijk genoemde nationale belangen. De ladder duurzame verstedelijking, die voortvloeit uit het Bro, wordt nader behandeld in paragraaf 4.2. Er is in dit plan veel aandacht voor de diverse thema's, waaronder duurzaamheid, leefbaarheid en cultuurhistorie. In navolgende hoofdstukken worden deze thema's nader toegelicht.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
10
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Fig. 2.1.: Generieke beleidskeuzes (of)
Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. 2.2.2
OmgevingsverordeningOverijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
11
genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Het plangebied omvat een gebied dat een transformatie zal ondergaan. De huidige 190 verouderde woningen zullen verdwijnen en zullen hiervoor 169 nieuwe woningen worden teruggebouwd. Toets Generieke beleidskeuzes. Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De generieke beleidskeuzes komen terug in de beleidskeuzes integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Integraliteit De beleidskeuze 'Integraliteit' is voor het opstellen van een bestemmingsplan al vereist vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toekomstbestendigheid Dit betekent dat initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat dan om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden. De nieuwe ontwikkelingen moeten ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. In de Omgevingsverordening (artikel 2.1.4) komt de eis van toekomstbestendigheid terug als een motiveringseis. Het aspect duurzaamheid is nader beschreven in paragraaf 4.6. Hiermee wordt voldaan aan de motiveringseis.
Concentratiebeleid Het concentratiebeleid is in de omgevingsverordening in artikel 2.1.2 verankerd. Hierin staat dat het sturen op ruimtelijke kwaliteit dient plaats te vinden door stedelijke opgaven zoveel mogelijk te concentreren in stedelijke netwerken. Het ontwikkelingsplan vindt plaats in bestaand bebouwd gebied. Bestaand bebouwd gebied is gedefinieerd als de gronden die op grond van geldende bestemmingsplannen benut kunnen worden voor stedelijke functies. Hiermee wordt voldaan aan concentratieopgave. (Boven)regionale afstemming De verplichting tot (boven)regionaal afstemmen van het aanbod voor wonen, werken en voorzieningen is geregeld in enkele specifieke bepalingen in de Omgevingsverordening (artikel 2.2 wonen, 2.3 werklocaties en artikel 2.4 detailhandel). Zo is in artikel 2.2.2 van de Omgevingverordening Overijssel aangegeven dat bestemmingsplannen voorzien in de totstandkoming van nieuwe woningbouwlocaties voor zover de nieuwe woningbouwlocatie naar aard, omvang en locatie in overeenstemming dient te zijn met een woonvisie waarover overeenstemming is bereikt met de buurgemeenten en met Gedeputeerde Staten van Overijssel. Bij voorliggend plan is hier sprake van, zie ook de toetsing aan het gemeentelijke beleid. Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. Die visie is aangevuld met het vaststellen van de Woonvisie op 17 juni 2019.
Bij de uitwerking van de woonvisie is nadrukkelijk rekening gehouden met de eisen uit de Omgevingsverordening Overijssel en is tevens overleg gevoerd met de provincie Overijssel en buurgemeenten. Het plan maakt het mogelijk om minder woningen terug te bouwen dan de bestaande situatie. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de regionale woningbouwafspraken. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik In het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) is het van belang dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Voorliggend plan voldoet aan het streven van de provincie naar bouwen in bestaand bebouwd gebied, zoals dat onder andere is uitgewerkt in het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De beoogde herstructurering in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" ligt in bestaand stedelijk gebied. Extra ruimtebeslag op de groene omgeving is niet aan de orde. In verband hiermee is het voorliggende plan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Toets Ontwikkelingsperspectieven (waar) De provincie heeft in zes ontwikkelingsperspectieven op hoofdlijnen haar beleidsambities neergelegd ten aanzien van de sociaal-economische en maatschappelijke ontwikkelingen die leiden tot claims op de fysieke
12
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
leefomgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 4. is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Fig. 2.2.: Kaart Ontwikkelingsperspectieven van de Omgevingsverordening (Bron: Provincie Overijssel). Gele cirkel geeft de locatie van het plangebied "Varvik-Diekman" weer.
Het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" valt binnen het ontwikkelingsperspectief 'woon-en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Hieronder wordt verstaan: Ontwikkelingsperspectief 'woon-en werklocaties Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie- efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten)." Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woonen werklocaties binnen de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In voorliggend geval is er sprake van een herstructureringsopgave.
Door de ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien in een beperkt deel van de woningbehoefte in de stad Enschede. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling goed aansluit op de ambities binnen het perspectief en een versterking van de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving oplevert en dit ontwikkelperspectief binnen de stedelijke netwerken' zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling.
Toets gebiedskenmerken (hoe) Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is het van belang dat de locatie is gelegen in een stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven, aangezien deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van de beleving" geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve buiten beschouwing worden gelaten. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
13
"Bebouwingsschil 1900-1955”: " De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken. De schil is op te delen in wijken met indviduele panden, gekenmerkt door veel variatie in bebouwing en veel (individueel en openbaar) groen. De wijken op basis van de fabrieksdorp-/tuindorp-principes zijn juist herkenbaar aan een hechte stedenbouwkundige en architectonische eenheid op basis van collectieve principes. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing.
Conclusie: Met het realiseren van de nieuwe woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. De hoofdstructuur bij de nieuwe opzet van het plangebied is voor een groot deel al vastgelegd met de randvoorwaarde behoud van bestaande infrastructuur. Het versterken van de aanwezige kwaliteiten en het behoud van het geometrische stratenpatroon vormt het belangrijkste structurerende element in het plan. De voorgenomen invulling van het plangebied is in overeenstemming met het ter plaatse geldende gebiedskenmerk van de 'Stedelijke laag'. Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan "Varvik-Diekman" besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad een Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt.
14
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
Fig. 2.3.: het 'RAR kompas' 2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
15
bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.
Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. De Enschedese woonopgave is volop in ontwikkeling. De stad gonst van de bouwactiviteiten, kavels raken uitverkocht, huizenprijzen stijgen fors en grote projecten staan op stapel. Het zijn ontwikkelingen die passen bij de ambities van Enschede: een stad die door blijft groeien naar 170.000 inwoners. Op de achtergrond van deze ontwikkeling ligt een veelheid van uitdagingen. Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld.
Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: 16
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. Specifiek voor de gebiedsontwikkeling van de voormalige militaire vliegbasis Twenthe heeft de raad op 14 december 2009 de Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. vastgesteld. Op verzoek van Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen. Deze commissie onderzoekt de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en welke rol de voormalige luchthaven Twente daarbij kan spelen. Energievisie (2021) In 2015 kwam het Klimaatakkoord van Parijs tot stand.
Daarin is vastgelegd dat de opwarming van de aarde tot 2 graden dient te worden beperkt ten opzichte van het pre-industriële tijdperk en dat er naar gestreefd moet worden om die opwarming tot 1,5 graad te beperken. Het akkoord van Parijs is inmiddels door bijna 200 landen ondertekend, waaronder Nederland. De afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs zijn voor Nederland uitgewerkt in een nationaal Klimaatakkoord. Dit nationale akkoord, dat op 29 november 2019 namens de Nederlandse gemeenten door de VNG werd ondertekend, beschrijft welke maatregelen Nederland in de gebouwde omgeving, in de industrie, in de landbouw en met betrekking tot mobiliteit en het opwekken van elektriciteit moet treffen om de uitstoot aan koolstofdioxide (CO2) in 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Enschede draagt bij aan de oplossing en ziet ook ruimte voor kansen Enschede wil een aantrekkelijke en leefbare gemeente zijn voor iedereen die er woont, werkt of op bezoek komt. Nu en in de toekomst. Daarom maakt de stad zich sterk voor maatregelen die de opwarming van de aarde beperken.
Dit betekent onder meer een overstap van fossiele naar duurzame vormen van energie, de 'energietransitie'.Deze transitie is niet alleen noodzakelijk om de opwarming van de aarde te beperken, zij biedt ook allerlei kansen, zoals een verbetering van de luchtkwaliteit, op meer comfortabele en zuiniger woningen, op werkgelegenheid en kansen voor onze bedrijven. De visie is van toepassing op dit bestemmingsplan door de pijler 3.1: Benutten van daken en onbebouwde ruimtes binnen de bebouwde kom voor het opwekken van zonne-energie. De voorkeur van de gemeente is dat zonnepanelen te leggen op locaties waar ze zo min mogelijk uit de toon vallen. In de meeste gevallen gaat het daarbij om situaties waarbij de grond dubbel wordt gebruikt (zoals daken, parkeerterreinen, water, bermen). bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
17
Dit bestemmingsplan weerhoudt de realisatie van zonnepanelen op daken niet. Water- en klimaatadaptatieplan gemeente Enschede 2022-2026 De gemeenteraad heeft 25 oktober 2021 unaniem het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 aangenomen. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Doorwerking in het bestemmingsplan: In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Paragraaf Water 6.2 gaat in op oa. de waterbergingsaspecten.
Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" binnen het gemeentelijk relevant beleid past.
18
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving - huidige situatie
Woningcorporatie Domijn bezit in het kwadrant dat begrensd wordt door de Kuipersdijk, Varviksingel, Dr. Wagenaarstraat en de Diekmanstraat, 270 woningen. Het ligt in de bedoeling om een in dit kwadrant gelegen complex van 190 verouderde woningen te gaan slopen. Het gaat hierbij om woningen die aan het einde van hun technische levensduur zijn gekomen. Hiervoor in de plaats zullen er in totaal 169 nieuwe woningen worden teruggebouwd. Het gaat hierbij om een mix van: 131 eengezinswoningen in de categorie 'sociale huur': 22 eengezinswoningen in de categorie 'midden huur'; 16 studio's. Uiteindelijk zullen in het plangebied van dit bestemmingsplan "Varvik-Diekman" dus minder woningen aanwezig zijn dan nu het geval is.
3.1
Historie en ontstaansgeschiedenis
Vóór de sterke groei van de stad Enschede van vóór 1900, werd het gebied van het Varvik-Diekman gekenmerkt door een landschap van meerdere hoger gelegen essen met daarom heen een aantal boerenerven. De wijk is vernoemd de erven "Varvik" en "Diekman" die zich in in de onmiddelijke omgeving van het plangebied bevonden. Tot het midden van de twintigste eeuw bestond dit gebied voornamelijk uit hooi- en akkerland. Het terrein was door de essenstructuur niet helemaal vlak.
Fig. 3.1.: Erve Diekman ca. 1953 Door de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog was de oorlogsschade in Enschede groot. Vooral in de binnenstad en ook in het gebied ten zuidoosten daarvan waren veel panden verwoest. Het geheel bood een desolate aanblik. Het wederopbouwplan uit 1946 moest de Enschedese binnenstad doen herrijzen. Prioriteit één was het zo snel mogelijk bouwen van zo veel mogelijk sociale woningen. In 1949 volgde een uitbreidingsplan voor de aanleg van nieuwe buitenwijken, opgesteld door bureau W. de Bruyn - J.B. baron van Asbeck. Op dat moment was er sprake van een naoorlogse geboortegolf en een trek naar de steden die de al aanwezige woningnood aanmerkelijk deed toenemen. De aanleg van een nieuwe woonwijk Varvik-Diekman maakte onderdeel uit van dit uitbreidingsplan uit 1949. In dit uitbreidingsplan was ten zuiden van het Varvik-Diekman ook de realisatie van een nieuw stadion (Het Diekman) en een sportpark opgenomen. De huidige woningen binnen de wijk komen van de hand van architect J.F. Berghoef. Na ontwerpen in de meer oostelijk gelegen wijk Velve, kreeg hij ook opdracht invulling te geven aan de kern van Varvik Diekman. Berghoef stond bekend om het toepassen van de zogenoemde bouwsysteem ''Nemavoaireysysteem''
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
19
Fig. 3.2.: Uitbreidingsplan 1949 met de geplande wijk Varvik-Diekman (linksboven) en het voormalige stadion Het Diekman (rechtsonder)
3.2
Ruimtelijke- en functionele structuur plangebied Varvik-Diekman Situering plangebied in Enschede:
Het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" bevindt zich op een afstand van ca. 900 meter ten zuiden van de binnenstad van Enschede en is gelegen in het binnengebied van het kwadrant dat wordt omsloten door de Varviksingel, de Kuipersdijk, de J.J. van Deinselaan en de Dr. Johan Wagenaarstraat. Het plangebied heeft hoofdzakelijk een woonfunctie.
Huidige Voorzieningen: Zoals hiervoor staat omschreven heeft het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" hoofdzakelijk een woonfunctie. Er zijn in het plangebied dan ook geen andere voorzieningen zoals bijv. detailhandel, horeca, bedrijvigheid, maatschappelijke voorzieningen etc. Wel zijn er in de directe omgeving van het plangebied meerdere voorzieningen aanwezig in de vorm van sportvoorzieningen, recreatie en maatschappelijke voorzieningen etc. Voor de dagelijkse boodschappen zijn de bewoners vooral aangewezen op de winkelvoorzieningen aan het Spaanseland ten westen van het plangebied, het winkelcentrum in de wijk Stroinkslanden en winkelvoorzieningen aan de Kuipersdijk ten noorden van de Varviksingel. Ten zuiden van de J.J. van Deinselaan bevindt zich het sportpark 'Het Diekman' met sportvoorzieningen zoals een overdekt zwembad en een buitenbad (Aquadrome), een klimhal, sporthal, voetbalvelden, tennisvelden, indoorhal voor (sportieve) avctiviteiten, etc. Ten westen van het plangebied bevindt zich aan de Kuipersdijk de markante bebouwing van de locatie Diekman van het Stedelijk Lyceum met daar tegenover een bouwlocatie van een nog te realiseren moskee. Ten oosten van het plangebied aan de Dr. Wagenaarstraat bevindt zich een brede groenstrook./plantsoen met daarin maatschappelijke voorzieningen zoals een school, kinderopvang en speelvoorzieningen.
Bestaande bebouwing Varvik-Diekman. De woningen in het plangebied van dit bestemmingsplan bestaan uit meerdere woonblokken van aaneengesloten woningen en zijn parallel aan de woonstraten gesitueerd. De woningen bestaan allen uit twee bouwlagen met een kap dat gekenmerkt wordt door een zeer flauwe dakhelling. De woningen zijn allen gelijk in hun verschijningsvorm en vertellen het verhaal van de wederopbouwgeschiedenis van de stad Enschede na de Tweede Wereldoorlog. De randen van de wijk worden gemarkeerd door stevige woonblokken die de woonbebouwing in het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" van de hoofdroutes van de stad afgrenzen.
Groen. De groenstructuur in het plangebied zelf wordt hoofdzakelijk gevormd door voortuinen van woningen, althans voor zover zij niet zijn verhard. De enige grotere waardevolle groene openbare ruimte is terug te vinden aan de 20
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Diekmanstraat. In deze groene ruimte staan enkele stevige volgroeide bomen op de hoeken en kleine bomen in het midden. Ook is hier een kleine speelruimte gepositioneerd. Het grotendeels ontbreken van groen in het straatprofiel, de betegelde voortuinen of het ontbreken van voortuinen zorgt ervoor dat de wijk stenig oogt. Langs de randen manifesteren zich grote groene plantsoenen; langs de J J van Deinselaan en Doctor Wagenaarstraat. Het groen aan de randen in combinatie met de stevige bomen zorgen voor een prettig aanzicht op de wijk. Hierbij dient vermeld te worden dat in het plangebied van dit bestemmingsplan een viertal bomen aan de Ruischenborchstraat en een drietal bomen in een plantsoen aan de Diekmanstraat staan die volgens de gemeentelijke bomenkaart als 'beschermwaardig' zijn aangemerkt. De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening Kwaliteit Leefomgeving. Op het bij deze verordening behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de Verordening Kwaliteit Leefomgeving.
Fig. 3.3.: fragment bomenoverzicht Enschede.
Bestaande verkeersstructuur Het projectgebied Varvik-Diekman bevind zich ten zuiden van de Varviksingel, tussen de Kuipersdijk, Dr. Wagenaarstraat en J.J. van Deinselaan in. De Kuipersdijk is de belangrijkste route vanuit de wijk richting het zuiden en naar de singel. Het verkeer maakt hierbij ook gebruik van de J.J. van Deinselaan. Het overige verkeer verplaatst zich via de Dr. Wagenaarstraat naar de singel. Vanuit het noordoosten (Varviksingel) is de Dr. Wagenaarstraat de kortste route de wijk in omdat verkeer niet linksaf kan slaan op de Kuipersdijk. Het verkeer vanuit west en zuid kan via de J.J. van Deinselaan het gebied bereiken.
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
21
Fig. 3.4.: Verkeersstructuur. Wegcategorisering Het plangebied bestaat uit 30 km/uur erftoegangswegen. De Kuipersdijk en Varviksingel zijn gebiedsontsluitingswegen met een maximale snelheid van 50 km/uur. De wijk zelf is verblijfsgebied en de Varviksingel, Kuipersdijk en J.J. van Deinselaan is stroomgebied.
Fig. 3.5.: wegcategorisering.
Fietsroute Voor fietsers is de Dr. Wagenaarstraat een belangrijke route. Dit is een doorfietsroute van noord naar zuid en andersom. Fietsers kunnen via deze route snel richting het centrum in het noorden of richting de N35 in het zuiden. 22
bestemmingsplan Varvik-Diekman (vastgesteld)
Fig. 3.6.: Fietsroute.
Parkeren. In het groter gebied met daarin het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Op het drukste moment is de bezetting circa 66%. Het autobezit in dit gebied is vrij laag. Op 1.625 huishoudens zijn er 1.503 personenauto’s. Dat is circa 0,9 auto’s per huishouden. In het plangebied van het bestemmingsplan "Varvik-Diekman" en aangrenzende gebied langs de Kuipersdijk en de J.J. van Deinselaan heeft Domijn 270 woningen. In het plangebied zelf heeft Domijn 190 woningen in haar bezit. In het randgebied van dit bestemmingsplan, tussen de Ruyschenborchstraat en de Kuipersdijk, heeft Domijn nog eens 48 beneden- bovenwoningen in haar bezit en in de aangrenzende strook ten noorden van de J.J. van Deinselaan 32 beneden- bovenwoningen. De bewoners in het gebied tussen de Kuipersdijk en Ruyschenborchstraat kunnen over parkeervoorzieningen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan beschikken. De bewoners van de boven- benedenwoningen aan de J.J. van Deinselaan zijn echter aangewezen op parkeervoorzieningen in het plangebied van dit bestemmingsplan, omdat langs de J.J. van Deinselaan geen parkeervoorzieningen aanwezig zijn. in de bestaande situatie zijn er in het plangebied van dit bestemmingsplan voor de hier aanwezige woningen en de woningen langs de J.J. van Deinselaan 222 woningen 212 parkeerplaatsen beschikbaar.
bereikbaarheid. Per openbaar vervoer is het plangebied goed bereikbaar middels buslijn 4: Centraal station-Stroinkslanden. Het gaat hierbij om een stadsdienstverbinding . Aan de Kuipersdijk ter hoogte van het plangebied bevindt zich de bushalte Aquadrome. Deze buslijn kent gedurende de dag een kwartiersdienst in beide richtingen. Het plangebied is voor het autoverkeer vanaf de Rijksweg 35, via de Zuiderval, goed bereikbaar. Ook is dit woongebied vanuit de binnenstad en de zuidwijk Stroinkslanden, voor zowel het autoverkeer als ook fietsverkeer goed te bereiken. Voor wat betreft de bereikbaarheid door ambulances en/of brandweerwagens is het plangebied van dit bestemmingsplan, vanwege de directe nabijheid tot de hoofdontsluitingswegen Kuipersdijk en Varviksingel, goed te bereiken. Hierbij dient vermeld te worden dat de brandweerkazerne Zuid op een relatief korte afstand van het plangebied is gelegen. Ook het ziekenhuis MST ligt, relatief gezien, op korte afstand van het plangebied.