CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting bestemmingsplan Haverkampweg 157

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Haverkampweg 15722.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Haverkampweg 157

Status: Vastgesteld

Haverkam pweg 157

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 6 8 8

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

10 10 11 16

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie

23 23 24 25

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Omschrijving plan Haverkampweg 157 en Hogeveldweg 111 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.4 Welstand en beeldkwaliteit 4.5 Duurzaamheid

27 27 30 31 31 32

Hoofdstuk 5 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

Omgevingsaspecten

35 35 39 41

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

45 45 45 46 52

Hoofdstuk 7

53

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

T oelichting Indien status vooroverleg: Dit bestemmingsplan is digitaal beschikbaar gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl in het kader van het vooroverleg met (overheids)instanties. Indien u geen verzoek tot vooroverleg hebt ontvangen is het nog niet mogelijk om inhoudelijk op het bestemmingsplan te reageren. De gelegenheid voor een ieder tot het indienen van een zienswijze zal te zijner tijd worden aangekondigd in het plaatselijke Huis-aan-huisblad en de Staatscourant.

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Er is door initiatiefnemer een verzoek ingediend om een nieuwe woning te mogen realiseren op het perceel Haverkampweg 157. Op basis van de Gids Buitenkans 2014 wordt sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Hogeveldweg 111 ingezet om een bouwkavel mogelijk te maken aan de Haverkampweg 157. Dit bestemmingsplan maakt op deze locatie de bouw van een woning met een inhoud van maximaal 750 m3 en een bijbehorend bouwwerk van maximaal 100 m2 mogelijk. Daarnaast worden middels dit bestemmingsplan ook de landschappelijke inpassing en inrichtingsmaatregelen van zowel de bouwlocatie en de slooplocatie vastgelegd.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Haverkampweg 157” betrekking heeft ligt in het buitengebied van de gemeente Enschede wordt globaal begrensd door agrarische grond in het noorden en het oosten, ecozone Derkinksmaten in het zuiden en de Haverkampweg in het westen. De locatie ligt in het stadsdeel Oost. Het perceel is gelegen binnen de stadsrandzone. De woonbebouwing van Glanerbrug ligt op korte afstand (circa 100 meter).

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

3

Afbeelding 1.1: ligging plangebied Haverkampweg 157 en Hogeveldweg 111, percelen rood omlijnd (bron: geo.overijssel.nl)

4

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

Afbeelding 1.2: vogelvluchtfoto op Haverkampweg 157

Het perceel aan de Hogeveldweg 111 is eveneens gelegen in stadsdeel Oost. Deze locatie wordt omringd door agrarische gronden. In afbeelding 1.3 is een vogelvluchtfoto van het perceel te zien.

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

5

Afbeelding 1.3: vogelvluchtfoto Hogeveldweg 111

1.3

Geldende juridische regelingen

Het perceel Haverkampweg 157 is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan buitengebied Zuidoost. Daarin heeft het de bestemming 'Agrarisch'. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor het weiden van vee en de exploitatie van een grondgebonden agrarisch bedrijf, alsmede het behoud van landschapselementen, met daaraan ondergeschikt het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden, agrarisch natuurbeheer, extensieve recreatie, ondergrondse infrastructurele voorzieningen (hoogspanningsverbindingen en hoge druk aardgastransportleidingen uitgezonderd) Tenslotten zijn deze gronden bestemd voor sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden en bergen van water; Het perceel heeft de daarnaast de functieaanduiding 'bomenteelt' (waarmee de explotatie van een bomenteelbedrijf is toegestaan) en de gebiedsaanduidingen 'geluidzone-weg', 'archeologisch onderzoeksgebied b' en 'stadsrandzone'. De gronden die gelegen zijn in de stadsrandzone zijn (mede) bestemd voor het versterken van de belevingswaarde, het versterken van de landschappelijke waarde, het beter inrichten van de stadsrand voor recreatief gebruik, natuur en water en een goed beheer van de stadsrand.

Daarnaast zijn deze gronde (mede) bestemd voor het ontwikkelen, bevorderen en toelaten van passende functies, zoals natuureducatie, kunst, cultuur, landart, lichte vormen van horeca en plattelandswinkel. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuur' (deze is gelegen vlak boven de rode pijl in onderstaande afbeelding) zijn de gronden tevens bestemd voor de instandhouding van een schuur, waarvan de oppervlakte mag niet groter zijn dan de functieaanduiding, de goothoogte maximaal 3,5 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen. De schuur mag niet worden verplaatst.

6

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

Afbeelding 1.4: uitsnede www.ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan

buitengebied

Zuidoost

Haverkampweg

157

(bron:

Het perceel Hogeveldweg 111 is eveneens gelegen in het buitengebied Zuidoost en heeft daarin de bestemming 'Wonen' (met bouwvlak) en 'Agrarisch'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, met daaraan ondergeschikt de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, bed and breakfast en mantelzorg. Binnen het bouwvlak is een woning toegestaan van maximaal 750 m3. Bij de woning zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan, met een maximale oppervlakte van 100 m2 in dit geval. In afbeelding ... is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven.

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

7

Afbeelding 1.5: uitsnede bestemmingsplan buitengebied Zuidoost Hogeveldweg 111 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.

Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Haverkampweg 157” is geen erkend wijkorgaan actief.

Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de

8

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het plan is voor vooroverleg voorgelegd aan de Provincie. De Provincie heeft aangegeven dat het plan past in het provinciaal beleid.

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Haverkampweg 157” in voorbereiding te nemen op 24 november 2021 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Haverkampweg 157” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op (datum) gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede, in de Staatscourant en het Gemeenteblad.

Zienswijzen In (voor)ontwerpplan: Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Bij vaststelling (indien geen zienswijzen): Er zijn over dit bestemmingsplan geen zienswijzen naar voren gebracht bij de gemeenteraad.

optionele variabele: Gewijzigde vaststelling De naar voren gebrachte zienswijzen hebben wel/niet geleid tot een voorstel aan de gemeenteraad tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Daarnaast (indien ook ambtshalve wijzigingen) / Wel (indien geen wijzigingen n.a.v. zienswijzen maar wel ambtshalve wijzigingen) is de gemeenteraad voorgesteld het bestemmingsplan ambtshalve op een aantal onderdelen van ondergeschikte aard gewijzigd vast te stellen. (optionele variabele)

Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

9

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.

Deze prioriteiten zijn: - Naar een ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; - Naar sterke en gezonde steden en regio's; - Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro.

10

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.

2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

De ontwikkeling die middels dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt heeft betrekking op de uitvoering van een rood voor rood project in het buitengebied, waarbij in ruil voor de sloop van landschapsontsierende bebouwing een nieuwe woning mogelijk wordt gemaakt. Deze ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid c.q. past binnen een toekomsbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

11

Afbeelding 2.1 : uitvoeringsmodel provincie Overijssel Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

12

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Generieke beleidskeuzes In heel Overijssel is een aantal beleidskeuzes van toepassing op nagenoeg alle thema’s en locaties. Dit zijn: - integraliteit - toekomstbestendigheid - concentratiebeleid - (boven)regionale afstemming - zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Hieronder wordt ingegaan op de van toepassing zijnde beleidskeuzes integraliteit, toekomstbestendigheid en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De eis van integraliteit houdt in dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Met deze wettelijke eis die verankerd is in het Besluit ruimtelijke ordening wordt een goede ruimtelijke ordening verzekerd. De eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn, houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat dan om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en van het beheer van natuurlijke voorraden.

Bij toekomstbestendigheid gaat het ook om de effecten van ingrepen op verschillende schaalniveaus (van directe buren tot ver over de grens) en over de vraag of het project over 20 of 30 jaar nog steeds toegevoegde waarde heeft. In de Groene Omgeving gelden net zoals voor de bebouwde omgeving de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Eerst moet zoveel mogelijk eerst de ruimte benut worden binnen bestaande erven, voordat beslag mag worden gelegd op de onbebouwde Groene Omgeving. Dit geldt niet alleen voor agrarische bedrijven, maar voor alle functies in de Groene Omgeving. Ook bij/voor hergebruik en transformatie geldt dat zij moet bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik kan betekenen dat bij een nieuwvestiging of uitbreiding de eis gesteld wordt dat elders in de Groene Omgeving opstallen gesloopt worden en verharding wordt verwijderd. Dit zorgt ervoor dat het buitengebied niet verder versteent. Toetsing generieke beleidskeuzes In deze toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de verschillende omgevingsaspecten en geldend beleid. Hieruit blijkt de zorgvuldige afweging van belangen en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van toekomstbestendigheid geldt dat dit plan bijdraagt aan een duurzame benadering van het buitengebied.

Sloop van landschapsontsierende bebouwing zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Daarnaast verdwijnt op de locatie van de nieuwe woning aan de Haverkampweg 157 de mogelijkheid tot bomenteelt, vinden landschappelijk ingrepen plaats en wordt de ecologische waarde vergroot. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de huidige en toekomstige generaties of op de verschillende schaalniveaus (van directe buren tot ver over de grens). In hoofstuk 4 is een specifieke omschrijving van de plannen beschreven. Hergebruik van een bestaand erf heeft de voorkeur boven de realisatie van een nieuw erf is het uitgangspunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In dit geval is sprake van de bouw van een nieuwe woning in de stadsrand. In de stadsrand kunnen verschillende functie een plek krijgen, waaronder wonen. Er is in dit geval geen sprake van een bestaand erf. Wel wordt een bestaande paardenstal afgebroken en wordt een bestaande bouwmogelijkheid voor een paardenstal buiten een erf niet benut (vergunning is verleend maar tot op heden niet gebruikt). Tegenover de realisatie van dit nieuwe erf staat de afbraak van landschapsontsierende bebouwing aan de Hogeveldweg 111 en verschillende investeringen in ruimtelijke kwaliteit, vergroting van de landschapswaarde en

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

13

ecologische waarde op de slooplocatie en locatie van de nieuwe woning aan de Haverkampweg 157. Thematische beleidskeuzes Een gedeelte van het plangebied is aangemerkt als Natuurwerk Nederland (NNN). Zie hiervoor afbeelding 2.2. Het betreft de randen van de locatie Haverkampweg 157. Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN: de natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en de beleving van rust. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de andere belangen in het gebied. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij wordt het principe gehanteerd dat de kwaliteit, samenhang en het areaal van het NNN er niet op achteruit mogen gaan. Instrumenten hiervoor zijn herbegrenzing van het NNN en compensatie van negatieve effecten. Er is ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee het NNN versterkt kan worden. De locatie van de nieuwe woning (en andere bebouwing) is buiten de NNN en behoeft om die reden geen nadere toetsing. De -passende- landschappelijke ingrepen vinden wel in en aansluitend aan de NNN plaats.

De waarden van de NNN worden hierdoor versterkt en aan de uitgangspunten van beleid ten aanzien van de NNN wordt voldaan. Ontwikkelingsperspectief Het plangebied van de Haverkampweg 157 is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Daarnaast is de locatie gelegen in het perspectief 'stadsrandzone'. Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. Dit betekent ook het behoud van de diverse woonmilieus die voor verschillende groepen aantrekkelijk zijn: buurtschappen, landgoederen, bedrijfswoningen, (knoop)erven.

Afbeelding 2.2: ontwikkelingsperspectief wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap (bron: www.overijssel.nl) Het toevoegen van een woonfunctie past binnen de uitgangspunten van het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' en 'stadsrandzone', waarin verschillende functies naast elkaar een plek hebben. Naast de woonfunctie wordt geinvesteerd in natuur, ecologie en landschap. De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied (zie beschrijving 'stads- en dorpsranden' in Catalogus gebiedskenmerken). Hier is sprake van 2 elkaar overlappende invloedssferen. De randen zijn bepalend voor de identiteit van zowel de steden- en dorpen als het landschap eromheen. De (potentiële) kwaliteit is die van het beste van beide 'werelden'; stedelijke voorzieningen, verspreid liggende woon- en werkfuncties, padennetwerk in een landschappelijk raamwerk.

14

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

Ambities voor de stads- en dorpsranden zijn onder meer het verbinden van ontwikkeling van woon-, werk- en recreatiemilieus met landschappelijke structuren en routes aan de omgeving. Daarnaast is het tegengaan van verrommeling in de randzones en het bijdragen aan aantrekkelijke mix woon-, werk en recreatiemilieus van belang. Door de ontwikkeling wordt de bomenteelt op de locatie gestaakt en daarmee verrommeling tegen gegaan en worden landschappelijke en ecologische structuren versterkt. Het plan past binnen daarmee binnen de uitgangspunten van de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Haverkampweg 155/157 In de gebiedskenmerken heeft de locatie Haverkampweg 155/157 binnen de laag van het Agrarisch cultuurlandschap' het kenmerk 'jong heide- en broekontginningslandschap'. De grote oppervlakte aan –voormalige– natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw).

Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. De locatie aan de Haverkampweg 155/157 heeft een kleinschalige inrichting. De ingrepen in het landschap vinden binnen deze kleinschaligheid plaats, waaronder verbetering van de singels (bestaande beplanting uitdunnen, omvormen van uitheems naar inheems assortiment), de aanleg van extensieve natuurlijke weide en de realisatie van boomkikkerbiotopen waar poelen deel van uit maken.

Tegelijkertijd wordt het erf daarmee ingekleed met een stevige landschappelijke jas. In de 'Natuurlijke laag' heeft de planlocatie de aanduiding 'stuwwallen'. Het landschap met stuwwallen aan de oostzijde van Enschede is van oudsher gevormd door landijs tijdens de ijstijden. Het wordt gekenmerkt door reliëf en een kleinschalig landschappelijke structuur met bossen op zowel hogere als lagere delen in het landschap. De locatie ligt op de overgang van hoog naar laag in een natte ontginning en tevens ecozone Derkinksmaten. Hierin wordt de zeldzame boomkikker aangetroffen en er zijn veel waterpoelen aanwezig. Middels dit plan wordt bijgedragen aan versterking van de natuurlijke kwaliteiten van de 'natte voet' van de stuwwal. Hogeveldweg 111 De Hogeveldweg 111 is gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (zie de hierboven genoemde tekst voor de uitgangspunten van dit perspectief). De sloop van de landschapsontsierende bebouwing, de ontwikkeling naar een woonerf die heeft plaatsgevonden en aanvullende landschappelijke maatregelen die zorgen voor een landschappelijke verbetering passen binnen de doelstellingen van dit perspectief. De locatie Hogeveldweg 111 is ten aanzien van de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap' gelegen in het 'jonge heide- en broekontginningslandschap'.

Met de landschappelijke ingrepen die worden uitgevoerd wordt deze landschappelijke structuur versterkt met aanbrengen van een bosstrook en laanbeplanting. In de Laag van de beleving heeft het perceel het kenmerk 'stads- en dorpsrandgebied'. Door functieverandering van het erf naar wonen en versterking van het landschap wordt het landschap ter plaatse verbeterd en daarmee de aantrekkelijkheid van het buitengebied vergroot.

Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

15

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

16

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

Afbeelding 2.3: het 'RAR kompas'

2.3.4

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.

Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

17

flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Hieronder zijn de relevante structuurvisies in het kader van dit bestemmingsplan genoemd. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. Op 17 juni 2019 is een nieuwe Woonvisie vastgesteld. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken.

Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Water- en klimaatadaptatieplan gemeente Enschede 2022-2026 De gemeenteraad heeft 25 oktober 2021 unaniem het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed.

Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. Visie Landelijk gebied Op 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Visie Landelijk gebied vastgesteld. De visie geeft aan welke ontwikkeling de gemeente wenst in het buitengebied en wat de gemeente daaraan zelf wil bijdragen. Speerpunten zijn de Groene

18

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

Pijler, een levendig en duurzaam gebruik en de versterking van de band tussen stad en land. Vier ontwikkelprincipes geven daarbij aan welke kant de gemeente op wil met het buitengebied: Versterken groenblauwe structuur: stevige ecologische netwerken en een duurzaam natuurlijk watersysteem t.b.v. behoud van biodiversiteit, natuur en landschap. Vanuit het landschap ontwikkelen: ontwikkelstrategie a.d.h.v. kwaliteit van landschap: inpassen, aanpassen of transformeren. Verbinden stad-land: versterken interactie tussen stad en buitengebied. Kan op veel manieren inhoud krijgen: fysieke projecten, economisch, met kennis, waardering en betrokkenheid. In stadsrand ontmoeting stad en land meest intensief met ruimte voor recreatieve ontwikkeling en interactie. Vernieuwen: ruimtelijke, economisch, sociaal en bestuurlijk. Vernieuwing is nodig, met behoud van wat goed en waardevol is, aangepast aan de huidige tijd. Experimenten nodig om te zien hoe nieuwe oplossingen er uit zien. Gaat vooral om procesbeschrijving/ gebiedsgericht werken. Onderstaande Visiekaart verbeeldt drie van deze vier ontwikkelingsprincipes. De ontwikkelprincipes geven enige richting aan hoe naar de wenselijkheid van ontwikkelingen wordt gekeken: om in het 'hier en nu' te kunnen beoordelen of een project, een maatregel of ander initiatief bijdraagt aan het vergezicht.

In de visiekaart zijn geen concrete ontwikkelingen aangegeven. Het is een afwegingskader voor beoordeling van latere projecten.

Afbeelding 2.4: Visiekaart Visie landelijk gebied De aanduiding van de vijf deelgebieden op de kaart betekent niet dat hier inhoudelijke keuzes voor concrete ontwikkelingen worden gemaakt in de visie. Het gaat om gebieden met prioriteit voor een integrale gebiedsaanpak (hoofdstuk 7 van de visie). Daarin draait het om het bereiken van een gezamenlijke oplossing (met inwoners en andere belanghebbenden), meervoudig grondgebruik in slimme combinaties en afweging van algemeen belang versus het private belang op een 'weegschaal' vernieuwde Gids buitenkans). Daarmee zijn de ontwikkelingsprincipes en de deelgebieden op zichzelf geen concreet kader waar rechtstreeks milieueffecten of latere besluiten/projecten met mogelijke milieueffecten aan verbonden kunnen worden. Wel zijn de ontwikkelprincipes in combinatie met de uitspraken in het vervolg van de visie relevant. Daarin worden per thema de ambities voor het buitengebied van Enschede beschreven en vervolgens een lijst met concrete opgaven/prestaties. Ten aanzien van onderliggend bestemmingsplan zijn met name de thema's 'groene pijler' en 'wonen' relevant. Groene Pijler van Enschede Behoud, versterking en vernieuwing van natuur, landschap en cultuurhistorie. Water, bodem en lucht zijn

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

19

randvoorwaarden. Stilte en donkerte horen bij de beleving en zijn van belang voor de natuur. Het huidige en toekomstige gebruik van het landelijk gebied moeten in overeenstemming zijn met de draagkracht van de Groene Pijler. Meer concreet geeft de visie het volgende aan: verder invullen van de groenblauwe structuur, zowel de robuuste hoofdstructuur als de fijne dooradering van het hele landelijk gebied. Het gaat niet om grote uitbreiding van de oppervlakte natuurgebied, maar meer om: 1. Aanleg, herstel en goed beheer van kleine landschapselementen, zoals bosjes en houtwallen en (boeren)erven t.b.v. landschap en natuur. 2. Natuurlijke akkerranden, natuurherstel langs beken en natuurgericht beheer van wegbermen en slootkanten voor verdere dooradering en meer biodiversiteit. Waar mogelijk beperken verlichting in de openbare ruimte om lichtvervuiling en negatieve invloed op flora en vooral fauna te voorkomen. Het kan gaan om wegverlichting en licht van bedrijfsterrein, stallen en evenementen. Het aantal bomen in de gemeente uitbreiden. 170.000 bomen in de hele gemeente (incl. bebouwde kom). Er zijn geen locaties of projecten aangewezen. Waterhuishouding: Vooral tegengaan van verdroging. Water beter vasthouden door waterstanden te verhogen, waterlopen bij het beheer minder uitdiepen, de keuze van gewassen meer op de hydrologie afstemmen, het humusgehalte van de bodem verhogen etc.

Door beken te laten meanderen en natuurvriendelijke oevers aan te leggen dragen ze -naast de aanpak van verdroging- bovendien meer bij aan natuur /biodiversiteit. Wonen Ten aanzien van wonen geldt dat de gemeente de groene kwaliteit wil behouden en versterken en om die reden de verstening van het landelijk gebied tegengaan. Dat is al jaren het beleid en die lijn zet de Visie voort. Het landelijk gebied wordt echter niet op slot gezet. Hergebruik van landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen is onder voorwaarden mogelijk. Initiatiefnemers kunnen via sloop een beperkt deel van het volume van agrarische schuren worden benut voor de bouw van een nieuwe woning of uitbreiding van een bestaande woning. Daarmee wordt beperkt ruimte geboden voor nieuwe woningen die bijdragen aan de kwaliteit van het landelijk gebied. Dat kan door natuur en landschap te versterken, economische of maatschappelijke vitaliteit toe te voegen. Belangrijke uitgangspunten zijn het behoud van cultuurhistorische waardevolle gebouwen en structuren (zoals erven) en de beperking van het gebouwde volume. Hergebruik en nieuwe bebouwing moet passen in en bijdragen aan de kwaliteit het landelijk gebied. De exacte regels voor onder andere rood voor rood worden nader uitgewerkt in de (te vernieuwen) Gids Buitenkans. 2.3.5

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de Woonvisie is de beleidslijn opgenomen dat er alleen woningen mogen worden toegevoegd in het buitengebied, als sprake is van een bijdrage aan de hoofdopgaven van de stad. Dit betreft vooral situaties waarin woningbouw ruimschoots wordt gecompenseerd door investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. In onderhavig plan wordt een nieuwe woning toestaan. Daar tegenover staat de investering in ruimtelijke kwaliteit middels sloop van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied en een goede inpassing van de bouw- en slooplocatie. Het plan is daarmee in lijn met de Woonvisie. De waarderingskaarten in de Visie landelijk gebied geven aan dat het plangebied en omgeving een zeer hoge landschapswaardering kennen. Dit betekent dat nieuwe initiatieven ingepast moeten worden. De verandering van het landschap door een ontwikkeling dient daarbij minimaal te zijn. De ontwikkeling dient aan te sluiten op bestaande structuren. De landschappelijke waarde wordt behouden en waar mogelijk verrijkt en er wordt gebruik gemaakt van de gebiedskenmerken. De locatie aan de Haverkampweg 157 wordt op een wijze ingepast die passend is bij de gebiedskenmerken. De nieuwe woning heeft daardoor een zeer geringe impact op het landschap. Het plan is in lijn met de Visie landelijk gebied.

Voor het overige zijn er in de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisiesvoor het plangebied van het bestemmingsplan "Haverkampweg 157" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. 2.3.6

Overig beleid

Gids Buitenkans 2014 De Gids Buitenkans biedt het kader om te kunnen beoordelen of nieuwe initiatieven in het buitengebied wenselijk zijn. Het uitgangspunt bij het toetsen van initiatieven is de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het tegengaan van verdere verstening is daarbij een belangrijk principe. Daarbij zijn, los van het feit dat bestaande bouwrechten gerespecteerd worden, een aantal uitzonderingen mogelijk,. Een daarvan is de rood voor roodregeling. De Gids gaat na of er bij nieuwe ideeën, wensen en ontwikkelingensprake is van een kwaliteitsimpuls. Hierbij hanteert de gemeente de weegschaal: is er sprake van een evenwicht tussen privébelang van individuele bewoners en gebruikers van het buitengebied en het publieke belang? De weegschaal is gebaseerd op het gedachtengoed van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De KGO is ontstaan binnen de Omgevingsvisie Overijssel en biedt de mogelijkheid tot initiatieven in de Groene Omgeving,

20

bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

zolang ze bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De weegschaalgedachte is voor een aantal veel voorkomende initiatieven uitgewerkt in enkele al langer bestaande en bekende regelingen, zoals de rood voor rood regeling en de regeling voor vrijkomende agrarische bebouwing (vab). Daarnaast geeft de Gids Buitenkans 2014 de mogelijkheid om, naast de uitgewerkte regeling, ook enige flexibiliteit in de gestelde regelingen te zoeken om in bepaalde gevallen maatwerk te kunnen leveren. Er is bewust voor gekozen om de uitkomsten van de regelingen niet verder te kwantificeren. Het proces is meer gericht op kwaliteit en minder op kwantitatieve normen. Dit zorgt voor meer flexibiliteit en maatwerk om de juiste initiatieven op de juiste plek te laten plaatsvinden. Maar ook om initiatieven die een te grote negatieve invloed op belangrijke waarden hebben, te kunnen weren. Bij elke initiatief gaat het om beantwoording van de vragen: - Past het initiatief bij het karakter van het gebied? - Hoe groot zijn de plannen en hun invloed op de omgeving? - Hebben de plannen alleen een eigen belang of ook een maatschappelijk belang? De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt middels dit bestemmingsplan past niet als geheel binnen één van de uitgewerkte regelingen. Bij toepassing van rood voor rood gelden er randvoorwaarden voor de locatie van de nieuwe (compensatie)woning.

De nieuwe woning kan komen te liggen op: - het boerenerf waar de bedrijfsgebouwen worden afgebroken of op een ander boerenerf voorzover het karakter van dat erf niet wordt aangetast. - Aansluitend op bestaande nederzettingen zoals dorpskernen en lintbebouwing - Op een buitenplaats, mits passend bij de historische structuur van de buitenplaats - In het stedelijk gebied Van bovengenoemde situaties is geen sprake. Het erf wordt wel in de directe nabijheid van het bestaand stedelijk gebied (afstand circa 100 meter) gerealiseerd. Deze locatie van de nieuwe woning is gelegen in de stadsrandzone, nabij de woonbebouwing van Glanerbrug. De stadsrandzone direct gelegen rondom stedelijk gebied, waar sprake is van een overgangsgebied tussen stad en land. Hier is sprake van elkaar overlappende invloedssferen waar stedelijke voorzieningen, verspreid liggen woon- en werkfuncties, recreatieve netwerken en landschappelijke raamwerken een plek hebben. De stadsrandzone is ook genoemd in de Gids Buitenkans 2014, gids voor het buitengebied. De ambitie van deze zone is onder meer de aanleg van een recreatieve route rond de stad en het versterken van de belevingswaarden en landschappelijke waarden. De stadsrandzone kan worden beschouwd als een "groene zoom" van het buitengebied.

Met de uitvoering van dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan het verbeteren van de landschappelijke en ecologische waarden in de stadsrand. Het gebruik van deze locatie voor de bouw van een woning past binnen het provinciale beleid ten aanzien van de doelstellingen voor stadsranden; het realiseren van een mix van functies, waaronder landbouw, natuur en landschap en wonen. Met de uitvoering van de ontwikkeling zoals in dit bestemmingsplan is opgenomen wordt het buitengebied en de stadsrand meer aantrekkelijk gemaakt. De te verrichten investeringen in ruimtelijke kwaliteit zijn zodanig dat kan worden gesproken van een ontwikkeling die overeenkomt met de uitgangspunten van de Gids Buitenkans, namelijk dat privaat en publiek belang, in evenwicht zijn.

Ten aanzien van de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit bestaat het plan uit de volgende onderdelen: - sloop van 911 m2 landschapsontsierende bebouwing op de Hogeveldweg 111, - inrichtingsmaatregelen in het landschap aan de Hogeveldweg 111 en omliggende gronden - sloop van een paardenstal en verwijderen van de bijbehorende aanduiding 'schuur' op Haverkampweg 155 - verdwijnen van de aanduiding (en mogelijkheid tot) 'boomteelt' op Haverkampweg 157, kerstbomenteelt verdwijnt - investeringen in landschaps- en natuurmaatregelen op Haverkampweg 157 - storting van € 25.000 in het Landschapsfonds Opgemerkt wordt dat, behalve ten aanzien van de locatie van de woning, voor het overige wel voldaan wordt aan de voorwaarden uit de regeling rood voor rood. Volledigheidshalve wordt hieronder ingegaan op deze voorwaarden. Regeling rood voor rood Rood voor Rood is gebaseerd op het volgende principe: als in het buitengebied landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken, kan de eigenaar het recht op een bouwkavel krijgen. Uit de waarde van de bouwkavel worden de sloopkosten, kosten van verwijdering van asbest en bepaalde advies-, onderzoeksenplankosten betaald. Dertig procent van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de gesloopte gebouwen mag de eigenaar behouden.

Het restant van de opbrengst van de bouwkavel moet worden besteed aan maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Op een voormalig (meestal agrarisch) bedrijf moeten alle landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken. Dit moet in principe 850 m2 zijn. Minimaal 75% van de oppervlakte aan af te breken landschapsontsierende schuren moet zijn gelegen op één of twee erven binnen de gemeente Enschede, waarbij op beide erven alle landschapsontsierende schuren moeten worden afgebroken. De overige 25% kan eventueel elders bestemmingsplan Haverkampweg 157 (vastgesteld)

21

binnen de gemeente worden gesloopt. Het college van burgemeester en wethouders kunnen toestemming geven bedrijfsgebouwen te handhaven die van belang zijn voor het karakter van een erf. Beeldbepalende, cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke bedrijfsgebouwen en gebouwen die van essentieel belang zijn voor het karakter van een erf, mogen niet worden afgebroken. Om te voorkomen dat op een locatie waar de bedrijfsgebouwen worden afgebroken opnieuw agrarische bedrijfsgebouwen worden gebouwd, wordt de bestemmingsregeling voor deze locaties aangepast. De waarde van de kavel dient in evenwicht te zijn met de kosten van de sloop van de schuren en de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. De investering in ruimtelijke kwaliteit moet worden verantwoord in een erfinrichtingsplan en beeldkwaliteitsplan. Wat betreft de te bouwen bebouwing mag zijn een woning van 750 m3 met bijbehorende bouwwerken van maximaal 100 m2 toegestaan. Toetsing plan Aan de Hogeveldweg 111 is sprake van de sloop van ruim voldoende landschapsontsierende bebouwing (911 m2 waar minimaal 850 m2 benodigd is). Deze bebouwing is reeds in 2006 gesloopt met toestemming van de gemeente, in verband met een bouwvallige staat van de schuren. De toestemming voor sloop is gegeven met behoud van de slooprechten. Deze slooprechten worden ingezet om de bouw van de nieuwe woning aan de Haverkampweg 157 mogelijk te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=046711b8-1bb6-4fce-b63d-11d992c02414