CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: Projectafwijkingsbesluit (PAB) circulaire parkeergarage Capitool t.h.v. nummer 2511.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Enschede, Capitool ong. Realisatie parkeergarage

Maart 2023

Status: Definitief

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ENSCHEDE, CAPITOOL ONG. REALISATIE PARKEERGARAGE

Datum: Versie: Opsteller:

Maart 2023 Definitief BJZ.nu

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING EN BEGRENZING PROJECTGEBIED ......................................................................................................... 3 GELDEND BESTEMMINGSPLAN ........................................................................................................................ 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 5

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ................................................... 6 2.1 2.2

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 6 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 7

HOOFDSTUK 3 TOETSING AAN HET RUIMTELIJK BELEID ............................................. 10 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 10 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 12 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 16

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 21 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 21 BODEM.................................................................................................................................................... 21 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 22 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 25 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 26 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 28 WATERHUISHOUDING ................................................................................................................................. 28 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 29

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 31 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG ........................................................................... 32 6.1 6.2 6.3

HET RIJK .................................................................................................................................................. 32 PROVINCIE OVERIJSSEL ............................................................................................................................... 32 WATERSCHAP VECHTSTROMEN .................................................................................................................... 32

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 33 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

VERKENNEND (WATER)BODEM ONDERZOEK ............................................................................................ 33 AERIUS BEREKENING ......................................................................................................................... 34 QUICKSCAN NATUURTOETS .................................................................................................................. 35 WATERTOETS .................................................................................................................................... 36

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Herstructurerings Maatschappij Overijssel (HMO) trekt samen met de gebiedsorganisatie Kennispark en de gemeente Enschede om het gebied ten zuiden van de Institutenweg en het oostelijke deel van het Capitool op om Kennispark Twente te transformeren tot innovatiedistrict. Het voornemen is om ter plaatse een aantal kavels te transformeren tot een zogenaamde “Tech-area” met volop ruimte voor techniek en bedrijvigheid. Onderdeel van de plannen zijn onder meer het realiseren van een Techbank en het transformeren van kantoorpanden tot een bedrijfsverzamelgebouw voor technische bedrijven. Vanwege vorenstaande ontwikkelingen zullen er meer arbeidsplaatsen ontstaan binnen het gebied. Dit brengt met zich mee dat de behoefte aan parkeerplaatsen en fietsenstallingen zal toenemen. Om in deze behoefte te kunnen voorzien is het voornemen op een onbebouwd perceel, kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie S, nummer 4144, een circulaire en duurzame parkeergarage te realiseren. De nieuwe parkeergarage biedt ruimte aan 334 auto’s, met plekken voor elektrisch laden. Tevens komt er een fietsenstalling in de garage. Tot slot worden op het dak zonnepanelen geplaatst en krijgt de parkeergarage groene gevels. Het realiseren van de parkeergarage is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Kennispark 2013”, vanwege het feit dat het perceel een groenbestemming heeft.

Binnen deze bestemming ontbreken bouw- en/of gebruiksmogelijkheden voor een dergelijke voorziening. In voorliggend geval kan worden afgeweken van het bestemmingsplan “Kennispark 2013” middels een omgevingsvergunning zoals wordt bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied

Het projectgebied ligt op het bedrijventerrein Kennispark Twente, binnen de gemeente Enschede. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Lonneker, sectie S, nummer 4144. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven. Het projectgebied is hierin aangegeven met respectievelijk de rode ster en rode contour.

Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Geldend bestemmingsplan

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van onder meer de bestemmingsplannen ‘Kennispark 2013’ en ‘Parkeren Enschede’, die door de gemeenteraad van de gemeente Enschede zijn vastgesteld op 20 april 2015 en 11 maart 2019. Daarnaast gelden er nog diverse bestemmingsplannen (parapluplannen) en voorbereidingsbesluiten. Gelet op de aard zijn deze plannen niet relevant en worden dan ook niet nader behandeld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. Hierin is het projectgebied met de rode contour aangegeven.

Afbeelding 1.2 : Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3.2

Beschrijving bestemming

Het projectgebied is voorzien van de enkelbestemming ‘Groen’. Daarnaast gelden er ter plaatse van het projectgebied de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie’ en ‘milieuzone – geurzone’. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing en in- en uitritten, wandel- en fietspaden. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van deze bestemming, zoals straatmeubilair, nutsvoorzieningen en speelvoorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone – industrie’ mogen op gronden gelegen binnen deze zone, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd en geen geluidsgevoelige terreinen worden aangelegd. Opgemerkt wordt dat ter aanzien van de aanduiding ‘milieuzone – geurzone’ geen bepalingen zijn opgenomen in de regels.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing 1.3.3

Strijdigheid

Op basis van het geldende bestemmingsplan is het voornemen in strijd met het bestemmingsplan. Het realiseren van een parkeergarage past niet binnen de geldende gebruiks- en bouwregels. Ook bevat het geldende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid om dit mogelijk te maken. Een separate planologische procedure zal doorlopen moeten worden om het voornemen mogelijk te maken. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. een verantwoording van de gemaakte keuzen; 2. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.8; 3. de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; 4. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; 5.

een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; 6. de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5. Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.7. 8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 4 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

1.5

Leeswijzer

De ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 5 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige en gewenste situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het beleidskader, waarna in hoofdstuk 4 de uitvoerbaarheid van het plan wordt aangetoond aan de hand van relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE

Huidige situatie

Zoals reeds in de inleiding is benoemd, ligt het projectgebied aan het Capitool, op Kennispark Twente. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Lonneker, sectie S, nummer 4144. Hierna wordt de ruimtelijke functionele structuur van de omgeving kort toegelicht. Het projectgebied wordt begrensd door bedrijfspercelen (onderdeel van Tech-area) aan de noord- en oostzijde, het Capitool aan de zuidzijde en de Institutenweg aan de westzijde. De functionele structuur van de omgeving wordt voornamelijk gekarakteriseerd door bedrijven en kantoorpanden. Het gaat met name om science bedrijven, waarbij veel bedrijven een samenwerking hebben met Universiteit Twente of andere onderwijsinstellingen in de regio. Het projectgebied zelf bestaat in de huidige situatie uit een groenvoorziening met een vijver en wandelpaden. In afbeeldingen 2.1 is de huidige situatie middels een luchtfoto weergegeven. Het projectgebied is hierin met de rode contour aangegeven. Afbeelding 2.2 toont een straatbeeldfoto van het projectgebied.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2: Straatbeeldfoto projectgebied. Zicht op de groenvoorziening met vijver (Bron: Google Streetview, mei 2022)

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Het initiatief

Zoals beschreven in de aanleiding trekt HMO samen met de gebiedsorganisatie Kennispark en de gemeente Enschede op om Kennispark Twente te ontwikkelen tot innovatiedistrict. Het voornemen is om een aantal kavels te transformeren tot een zogenaamde “Tech-area” met volop ruimte voor techniek en bedrijvigheid. Onderdeel van de plannen zijn onder meer het realiseren van een Techbank en het transformeren van kantoorpanden tot een bedrijfsverzamelgebouw voor technische bedrijven. Het vorenstaande is weergegeven in afbeelding 2.3.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.3: Toekomstig bovenaanzicht (bron: HMO)

Vanwege vorenstaande ontwikkelingen zullen er meer arbeidsplaatsen ontstaan binnen het gebied. Dit brengt met zich mee dat de behoefte aan parkeerplaatsen en fietsenstallingen zal toenemen. Om in deze behoefte te kunnen voorzien is het voornemen om ter plaatse van een bestaande groenvoorziening een circulaire en duurzame parkeergarage te realiseren. De nieuwe parkeergarage zal bestaan uit 5 parkeerniveau ’s en ruimte bieden aan 334 parkeerplaatsen. Hiervan worden er 20 gereserveerd voor elektrische voertuigen, 6 voor invalide parkeerplaatsen en 4 voor motorfietsen. Ook komt er een fietsenstalling in de garage. Tot slot worden op het dak zonnepanelen geplaatst en krijgt de parkeergarage groene gevels. Het bebouwde oppervlakte van de parkeergarage bedraagt circa 1.800 m2. Het bruto vloeroppervlakte (bvo) van het gebouw zal ca. 9000 m2 bedragen. Door het realiseren van de parkeergarage wordt zowel voorzien in de parkeerbehoefte en resteert op de betreffende bedrijfskavels meer ruimte voor groen en waterretentie. In afbeelding 2.4 is een impressie van het aanzicht opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.4: Toekomstige vogelvluchtimpressie met de parkeergarage op de voorgrond (bron: HMO)

2.2.2

Verkeer en Parkeren

Het realiseren van de parkeergarage maakt onderdeel uit van een grotere ontwikkeling (Tech-area). De parkeergarage is met name bedoeld om de parkeerbehoefte te vervullen van de nieuwe kantoren en te transformeren bedrijfspanden. 2.2.2.1 Verkeer De parkeergarage kent geen eigen verkeersgeneratie en voorziet enkel in de toekomstige parkeerbehoefte van omliggende bedrijven. Wel kan het realiseren van een parkeergarage effect hebben op het omliggende wegennet. De garage wordt ontsloten aan het Capitool, waarop een maximum snelheid van 50 km/u geldt. Vanaf het Capitool wordt het verkeer ontsloten via de Auke Vleerstraat (oostelijke richting) danwel de Hengelosestraat (noordelijke richting). Beide wegen zijn gebiedsontsluitingswegen waarbij het wegverkeer is gescheiden van het fietsverkeer (aparte fietspaden). De hiervoor genoemde wegen zijn van voldoende capaciteit om de verkeersafwikkeling snel en veilig te laten verlopen. Bij het inrichten van het gebied zal extra rekening worden gehouden met het aanwezige fietspad. 2.2.2.2 Parkeren De parkeergarage kent geen eigen parkeerbehoefte en voorziet enkel in de toekomstige parkeerbehoefte van omliggende bedrijven. Het toetsen van het initiatief aan parkeernormeringen kan om deze reden achterwege blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

TOETSING AAN HET RUIMTELIJK BELEID

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Algemeen

Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.2

Vier prioriteiten

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.4

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Toetsing NOVI Onderhavig plan voegt parkeergelegenheid toe aan Kennispark Twente. Dit is nodig om nieuwe ontwikkelingen op het bedrijventerrein te kunnen toestaan die bijdragen aan de verandering naar een innovatiedistrict. Hiermee draagt het plan dan ook bij aan de ambities op het gebied van duurzaam economische groeipotentieel. Daarnaast betreft het een duurzame en circulaire parkeergarage die aan de gevel wordt afgewerkt met groen en waarbij op het dak zonnepanelen worden geplaatst. De garage draagt dan ook bij aan het opwekken van duurzame energie, het versterken van de biodiversiteit op het bedrijventerrein en houdt rekening met klimaatadaptie. De parkeergarage draagt op deze manier dan ook bij aan de ambities genoemd onder 1, 2 en 3 van de NOVI. Toetsing Ladder voor duurzame verstedelijking Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige omgevingsvergunning wordt een parkeergarage van 1800 m2 en een bruto vloeroppervlakte van 7200 m2 vergund. Ontwikkelingen die in meer dan 500 m2 (bruto vloer)oppervlakte voorzien en een functiewijziging vormen ten opzichte van de oude planologische situatie worden in beginsel gezien als een stedelijke ontwikkeling.

De parkeergarage wordt gebouwd ter ondersteuning van de bedrijven die onderdeel gaan uitmaken de Techarea. Het gebruik van de garage staat dan ook in dienst van de nieuwe danwel te transformeren bedrijfs- en kantoorfuncties in het gebied. Gelet op het vorenstaande bestaat dan ook grote behoefte aan de te realiseren parkeervoorziening. Opgemerkt wordt dat het projectgebied gelegen is in een radarverstoringsgebied. De bouwhoogte van de parkeergarage benaderd de maximale toegestane hoogte niet en vormt dan ook geen belemmering. 3.1.5

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het rijksbeleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de omgevingsvisie en omgevingsverordening. Op 16 november 2022 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen in acht genomen moeten worden. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie (bron: Provincie Overijssel).

3.2.3.1 Of-generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar-ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing 3.2.3.4 Hoe-gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4

Toetsing aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Wanneer het voorliggende initiatief getoetst wordt aan het Uitvoeringsmodel uit de omgevingsvisie van de provincie Overijssel ontstaat het volgende beeld: 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.2 (Principe van concentratie) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De parkeergarage maakt deel uit van een omvangrijker plan, namelijk het veranderen van Kennispark Twente naar een innovatiedistrict. De parkeergarage is noodzakelijk vanwege de ontwikkelingen die ter plaatse gaan plaatsvinden, waaronder nieuwbouw van de Techhal/-bank en het transformeren van panden naar bedrijfsverzamelgebouwen. Alle bedrijven hebben een link met innovatief/duurzaam ondernemen en science. De parkeergarage kent dan ook een directe link met omliggende (te realiseren) gebouwen. Daarmee wordt dan ook voldaan aan het principe van concentratie.

Geconcludeerd wordt dat de in deze onderbouwing besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelperspectieven Het projectgebied behoort tot het ontwikkelperspectieven ‘Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken’, ‘Stadsassen binnen de stedelijke netwerken’ en ‘Topwerklocaties’. ‘Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken’ Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energieefficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het ontwikkelen van de parkeergarage is onderdeel van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die het transformeren van een gebied naar een aantrekkelijk nieuw werkklimaat ondersteund door het centreren van parkeerplaatsen. De parkeergarage zelf is circulair en wordt met groene wanden bekleed. Het centreren van het parkeren maakt dat er in de omgeving meer ruimte is voor groen en waterretentie. Het plan houdt hiermee in voldoende mate rekening met de uitgangspunten van het ontwikkelperspectief ‘Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken’. ‘Stadsassen binnen de stedelijke netwerken’ Stadsassen zijn de hoofdverbindingen tussen intercitystations en auto(snel)wegen. De goede bereikbaarheid maakt de stadsassen tot voorkeurslocaties voor ontwikkelingen die bovenlokale mobiliteit met zich meebrengen. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelperspectief Kennispark Twente is goed bereikbaar, zowel met de auto, de fiets en via trein- en busverbindingen. Onderhavig plan voorziet het plan in het toevoegen van een parkeergarage die de parkeerbehoefte voor omliggende bedrijven opvangt evenals fietsparkeren. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief past binnen het ontwikkelperspectief ‘Stadsassen binnen de stedelijke netwerken’.

‘Topwerklocaties’ Topwerklocaties zijn werklocaties met bijzondere vestigingscondities voor bedrijven die zich richten op een (inter)nationaal en (boven)regionaal verzorgingsgebied en die een stuwende functie hebben voor de regionale economie. Om te zorgen dat Overijssel ook in de toekomst aantrekkelijk blijft als vestigingslocatie voor ondernemingen die een stuwende kracht zijn voor de regionale economie, zet de provincie in op de (door)ontwikkeling van enkele onderscheidende topwerklocaties. Het aanwijzen van de topwerklocaties is de eerste stap in de doorontwikkeling van bijzondere werklocaties. Kennispark Twente is aangewezen als één van de Topwerklocaties in Overijssel. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelperspectief De Topwerklocatie van het Kennispark is gericht op innovatieve ontwikkeling. Voorliggend initiatief voorziet in het ondersteunen van de betreffende bedrijven door in de parkeerbehoefte te voorzien en tevens ruimte te bieden voor fietsparkeren. Geconcludeerd wordt dat het initiatief bijdraagt aan het ontwikkelperspectief ‘Topwerklocaties’. 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor wat betreft de natuurlijke laag en laag van het agrarisch-cultuurlandschap wordt opgemerkt geldt dat in het projectgebied geen gebiedskenmerken meer waarneembaar zijn. De kenmerken uit deze lagen zijn niet meer aanwezig. Ook gelden er ten aanzien van de ‘Laag van de beleving’ geen bijzondere kenmerken. Verder toetsing aan deze lagen wordt daarom achterwege gelaten. 1.

De ‘Stedelijke laag’

Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Bedrijventerreinen”. De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een 'no nonsense' karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. Als ontwikkelingen plaats vinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ De beoogde ontwikkeling is in onderhavig plan bestaat uit het toevoegen van een kwalitatieve, circulaire parkeergarage ter plaatse van het projectgebied. De parkeergarage draagt bij aan de vitaliteit van het Kennispark door de bereikbaarheid te verbeteren, te voorzien in de parkeerbehoefte (auto’s en fietsen), voertuigen uit het straatbeeld te verwijderen en ruimte op de omliggende bedrijfskavels beschikbaar te houden voor een groene invulling en waterretentie. Met de groene uitstraling van de parkeergarage wordt tevens bijgedragen aan de profilering van Kennispark dat ruimte maakt voor aantrekkelijke ontmoetingsruimten in buitenruimten. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Stedelijke laag". 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

De gemeente heeft diverse beleidsdocumenten ontwikkeld specifiek ter ondersteuning van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Kennispark Twente. Het gaat hierbij om de volgende beleidsstukken: • • • • • • • •

Gebiedsstrategie Kennispark (2018) Structuurvisie kennispark (september 2019) Economische Visie (2019) Beeldkwaliteitskader Business en Science Park (juni 2019) Stedenbouwkundig plan Kennispark Twente (2020) Beleidsregel ontwikkelprincipes Kennispark (2021) Mobiliteitsplan Kennispark (2020) Watervisie Enschede 2012 – 2025 (2013) & Water- en klimaatadaptatieplan 2022 – 2026 (2022)

Opgemerkt wordt dat toetsing aan het gemeentelijk beleid aan het einde van deze paragraaf is opgenomen. 3.3.1

Gebiedsstrategie Kennispark

Kennispark Twente is één van de acht belangrijke innovatiecampussen in Nederland. Het kernteam wil van het Kennispark een co-creatie maken waarin de 4 O’s ( onderwijs, onderzoek, ondernemers en overheden) samenwerken aan een duurzame economische toekomst. De gebiedsstrategie is opgesteld om de kwaliteiten en potentie van Kennispark te benutten, om te komen tot een vooruitstrevende, dynamische innovatiecampus met sterke internationale concurrentiepositie. De strategie voor de gebiedsontwikkeling staat op de volgende twee pijlers: 1. versterken internationaal profiel en merk; 2. bouwen aan een dynamische toplocatie De tweede pijler gaat in op het ruimtelijke aspect van Kennispark. Kennispark moet in 2030 een bruisende hoogwaardige leefomgeving zijn die zowel goed is verbonden met het buitengebied als de stad. Het ontmoeten wordt gestimuleerd door meer verblijfsruimten toe te voegen en goede bereikbaarheid van het gebied wordt zeer belangrijk geacht. Ook bij de ontwikkeling van Kennispark wordt gestreefd naar het bieden van een ‘living lab’ locatie. Niet alleen worden nieuwe producten technieken en diensten getest, in de openbare ruimte en in de bouw en verbouw van vastgoed worden innovaties uitgeprobeerd. 3.3.2

Kennispark Structuurvisie 2030

Kennispark huisvest de meest ondernemende universiteit van Nederland, ruim 400 bedrijven en een broedplaats voor startups die het verschil kunnen maken. Kennispark biedt nog niet het gewenste verblijf- en werkklimaat. Plekken voor ontmoeting zijn schaars en er is weinig te beleven. Er ontbreekt nog een vruchtbaar ecosysteem van samenwerkende bedrijven die elkaar ontmoeten en zichtbaar verbonden zijn.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing De structuurvisie geeft op deze punten uitzicht en stelt doelen om de samenhang tussen de bedrijven te stimuleren. Voor het projectgebied specifiek is een droombeeld geformuleerd. In de structuurvisie wordt dit gebied omschreven als een geschikte plek om te werken aan het mobiliteitsvraagstuk en ruimte te bieden aan een parkeergebouw voor 300 tot 250 auto’s. De bestaande bomen in het gebied zijn de drager van de nieuwe openbare verblijfsruimten, waar de bedrijven hun voorgevel naar gericht hebben. Ten slotte zijn in het droombeeld delen van het projectgebied in gebruik door startups en zijn er voorzieningen. Er wordt tevens ruimte gezien voor het ontwikkelen van bijzonere woon-werkconcepten, van ongeveer 20 tot 40 eenheden, die extra kwaliteit bieden aan het gebied. Het innovatiepad dat al deels gerealiseerd is, wordt in de structuurvisie langs het projectgebied gerealiseerd. Op straat worden openbare ruimte en privé zijn minder gescheiden. Het verschil tussen de twee is in het droombeeld nauwelijks van elkaar te scheiden. Dit wordt in stand gehouden door een uitnodigende inrichting van de openbare ruimte, de betrokken partijen stellen het benodigde materiaal en beheer van de openbare ruimte op elkaar af.

Afbeelding 3.2: Droombeelden van de functies van het projectgebied uit de Structuurvisie (bron: Kennispark Structuurvisie 2030).

Naast de ruimtelijke component, zijn tevens ambities uitgesproken over duurzaamheid. Ook Kennispark zal bijdragen aan de gemeentelijke duurzaamheidsambities. Er is gekozen voor een gerichte verduurzaming in het gebied aan de hand van de BREEAM aanpak. BREEAM staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method. 3.3.3

Economische visie

In de Economische visie zijn de economische ambities van de gemeente die nog zijn verwoord in diverse documenten gebundeld en samengebracht tot één beleidsstuk. Zo is ook de Gebiedsstrategie Kennispark verwerkt in deze visie. Met de Economische visie worden randvoorwaarden geschept met als doel: • • •

als stad economisch te groeien en werkgelegenheid te waarborgen op alle niveaus; het voorzieningen niveau in stand te houden; de ondersteuning te kunnen blijven bieden aan de inwoners die dat nodig hebben.

Om dit te behalen zijn drie speerpunten aangegeven in de visie: 1. meer talent aantrekken en vasthouden 2. betere bereikbaarheid van banen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing 3. betere verbinding van kennis en innovatie met het mkb en de (grote) maatschappelijke vraagstukken. 3.3.4

Beeldkwaliteitskader Business en Science Park

Om ervoor te zorgen dat het Kennispark zich ontwikkeld zoals in de gebiedsstrategie beoogd, zijn in een beeldkwaliteitsplan spelregels geformuleerd voor de ruimtelijke kwaliteit. Om de balans te houden tussen regels en flexibiliteit zijn de spelregels beperkt tot die onderdelen die essentieel zijn voor het realiseren en behouden van de hoge ambities van het plan. In het beeldkwaliteitsplan gaat het niet alleen om de uiterlijke uitstraling maar ook over de samenhang, samenwerken en de zin van een community met een gemeenschappelijke zorg en verantwoordelijkheid voor het gebied. In grote lijnen gaat het om de volgende zeven spelregels: 1. Altijd af: het gebied is altijd af. Braakliggende terreinen krijgen een tijdelijke inrichting, eventueel met een tijdelijke functie. 2. Clusteren: de structuur wordt vooral gericht op voetgangers en fietsers. Gebouwen worden zodanig georiënteerd en geclusterd dat deze gericht zijn op openbare/groene ontmoetingsruimte. 3. Uitnodigend: de open beleving van de buitenruimte loopt door in het gebouw met een extra hoge en open plint. Gebouwen hebben niet één entree, maar zijn 'doorgankelijk'. 4. Collectief: eigendomsgrenzen spelen geen rol meer, faciliteiten worden gedeeld. 5. De menselijke maat: de vormgeving is afgestemd op de voetganger. In de openbare ruimte en in de plinten van de gebouwen is op ooghoogte veel te beleven.

Er ontstaan kleinere plekken, plekken met afwisseling om te verblijven en ontmoeten. 6. Nieuwe expressie: de bebouwing kenmerkt zich door compacte en alzijdige volumes (m.u.v. logistieke functies) met eenduidige hoofdvorm alles is in de hoofdvorm opgenomen, geen aanbouwen en uitbouwen. De expressie van een gebouw wordt verkregen door bijzonder materiaalgebruik en details. 7. Huis op Orde: in dit hoofdstuk worden de welstandscriteria genoemd waaraan minimaal getoetst wordt. 3.3.5

Stedenbouwkundig plan Kennispark

Het stedenbouwkundig plan is opgesteld na het vaststellen van de gebiedsstrategie en de structuurvisie voor het bedrijventerrein. Waar deze strategieën en visies gaan over het richten, gaat het stedenbouwkundig plan over het inrichten. De zeven bouwstenen voor Kennispark uit de structuurvisie worden uitgewerkt in een uitnodigend droombeeld en worden concrete ontwikkelingsprincipes geformuleerd voor de geplande ontwikkelingen in Kennispark. Daarnaast wordt in het Stedenbouwkundig plan aangegeven hoeveel bruto vloeroppervlak nodig is om genoeg draagvlak te realiseren voor de geplande gedeelde voorzieningen, het retailaanbod, levendigheid in de openbare ruimte en andere functies. Naast een uitwerking van de geplande gebiedsontwikkeling zijn in het Stedenbouwkundig plan ook duurzaamheidsambities uitgewerkt. Bij de ontwikkeling van Kennispark wordt ingezet op een integrale duurzame ontwikkeling middels BREEAM. Dit wordt gedaan aan de hand van zes duurzaamheidsthema's: Energie, Gezondheid&Klimaatadaptatie, Biodiversiteit, Collectiviteit/sociale cohesie, Materiaalbewustheid en Mobiliteit. 3.3.6

Beleidsregel ontwikkelprincipes Kennispark

De Beleidsregel ontwikkelprincipes dient als toetsingskader voor de beoordeling van vergunning aanvragen en voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan. In dit document worden de gewenste ontwikkelingen zoals hierboven uiteengezet kort beschreven. Vervolgens zijn ontwikkelprincipes beschreven die in het huidige bestemmingsplan voldoende zijn om af te wijken van de huidige regels. De basishouding vanuit de beleidsregel is ‘ja, mits’, wanneer het initiatief past binnen de kwalitatieve ontwikkelprincipes. De concrete afwijkingen van het bestemmingsplan die de beleidsregel mogelijk maakt zijn: • • •

Bouwhoogte; bebouwingspercentage; toevoegen van ondersteunende diensten en functies zoals detailhandel, dienstverlening, sportvoorzieningen en horeca; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing •

lagere parkeernorm.

3.3.5

Mobiliteitsplan Kennispark Twente

In het Mobiliteitsplan is onderzocht hoe de mobiliteit er in de toekomst uit kan zien wanneer de plannen uit voorgaande beleidsstukken tot realisatie komen. Over de mobiliteit zijn de volgende doelen opgenomen: • • • • •

Modaliteiten in balans Kennispark autoluw Hengelosestraat wordt een oversteekbare kennisboulevard Mobipunten versterken het Kennispark Parkeren minder in zicht.

Om dit te bereiken is het nodig om de infrastructuur te veranderen. Minder aandacht voor de auto en meer voor lopen, fietsen en het openbaar vervoer. Daarvoor wordt het verkeersnetwerk aangepast. Een groot deel van de wegen in het projectgebied bestaat in de huidige situatie uit 50 km/u wegen. Deze zullen veranderen naar 30km/u wegen. Zo worden meer voetgangers en fietsersverbindingen mogelijk, waardoor het makkelijker wordt om tussen bedrijven, de universiteit, horeca en mobipunten te lopen of te fietsen. Parkeren Uit het onderzoek blijkt onder andere dat er op het B&S park geen sprake is van een probleem in de parkeercapaciteit. Er is voldoende parkeerruimte, echter de verdeling van deze parkeerruimte is niet optimaal. Daar kan het een en ander in worden verbeterd. Door het parkeren anders in te richten (gebeurt nu nog voornamelijk op het maaiveld op eigen terrein), kan ruimte gecreëerd worden voor de gewenste gebiedstransformatie. Doordat bedrijven op dit moment geen parkeerproblemen ervaren, is er geen noodzaak is om hier in te investeren. 3.3.6

Watervisie Enschede 2012 – 2025 & Water- en klimaatadaptatieplan 2022 – 2026

Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013 - 2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: • • •

Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.

In het Water- en klimaatadaptatieplan 2022 – 2026 zijn de onderdelen van de Watervisie uitgewerkt in maatregelen. De Enschedese waterambities zijn: • • • • • • 3.3.7

Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en - kwantiteit in Enschede. Toetsing aan het gemeentelijk beleid

De parkeergarage maakt deel uit van een omvangrijker plan, namelijk het veranderen van Kennispark Twente naar een innovatiedistrict. De parkeergarage is noodzakelijk vanwege de ontwikkelingen die ter plaatse gaan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing plaatsvinden, waaronder nieuwbouw van de Techhal/-bank en het transformeren van panden naar bedrijfsverzamelgebouwen. Alle bedrijven hebben een link met innovatief/duurzaam ondernemen en science. Het realiseren van de parkeergarage is noodzakelijk om de gewenste verandering naar een innovatiedistrict mogelijk te maken. Het plan draagt dan ook indirect bij aan de ambities gesteld aan het Kennispark en de economische vitaliteit van het gebied. Opgemerkt wordt dat het project expliciet in de structuurvisie wordt genoemd als onderdeel van het droombeeld voor dit gebied. Wat betreft de beeldkwaliteit en stedenbouwkundige randvoorwaarden wordt opgemerkt dat de parkeergarage duurzaam en circulair wordt uitgevoerd en voorzien wordt van groene gevels. Bij het ontwerpen van de parkeergarage zijn de geldende eisen ten aanzien van beeldkwaliteit en stedenbouw betrokken. Het ontwerp past binnen de uitgangspunten voor dit gebied qua bouwhoogte. Het beoogde ontwerp zal door de stadsbouwmeester worden getoetst aan de welstandscriteria. Opgemerkt wordt dat ten gevolge van dit project de overige omliggende bedrijfspercelen meer ruimte beschikbaar zullen hebben voor een groene inrichting en waterretentie. Oftewel het plan draagt dan ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit op omliggende percelen.

Wat betreft het mobiliteitsplan wordt opgemerkt dat de parkeergarage wordt gerealiseerd op een goede bereikbare locatie. Het voorziet zowel in de parkeerbehoefte van auto’s als het stallen van het fietsen. Uit het mobiliteitsplan blijkt dat ten tijde van het opstellen geen sprake is van een probleem in de parkeercapaciteit, maar dat de verdeling van deze parkeerruimte niet optimaal is. Voorgesteld wordt om het parkeren anders in te richten (gebeurt nu nog voornamelijk op het maaiveld op eigen terrein), waardoor ruimte gecreëerd kan worden voor de gewenste gebiedstransformatie. Door de ontwikkelingen op omliggende percelen zal de parkeerbehoefte in het gebied toenemen. In dat kader is het wenselijk om nu wel extra parkeergelegenheid te realiseren, waarbij het bijkomende voordeel is dat auto’s uit het straatbeeld worden gehaald en de omliggende bedrijfspercelen groener en klimaatadaptiever ingericht kunnen worden. Bij de ontwikkelingen in het projectgebied wordt waterberging meegenomen in het ontwerp. 3.3.8

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water en Besluit milieueffectrapportage.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2

Beoordeling

Onderhavig plan voorziet niet in het toevoegen van een geluidsgevoelig object zoals bedoeld wordt in de Wgh. Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het plan is hiermee uitvoerbaar op het aspect geluid. Opgemerkt wordt dat wat betreft de invloed van de functie op de omgeving wordt verwezen naar het aspect milieuzonering (par. 4.5). 4.1.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In voorliggend geval is een (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 1 bij deze onderbouwing. 4.2.2

Beoordeling

Het onderzoek concludeert dat op het maaiveld en opgeboord materiaal is gebleken dat binnen de groenvoorziening op het projectgebied geen onnatuurlijke verontreiniging is aangetroffen. Enkel het grondwater is licht verontreinigd door vermoedelijk natuurlijke processen. De lichte verontreiniging vormt geen verhoogd risico voor de volksgezondheid of het milieu. Vanuit milieutechnisch oogpunt hebben heeft de verontreiniging geen beperking aan de gebruiks- en bestemmingsmogelijkheden van het terrein. Het verkennend (water)bodemonderzoek concludeert dat de waterpartij in het projectgebied zonder aanvullende maatregelen kan worden gedempt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Enschede, Capitool ong. (realisatie parkeergarage) Ruimtelijke onderbouwing Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. 4.2.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt in niet betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging wanneer het project of de activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Concreet komt dit neer op een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. 4.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c8bdb491-370e-4737-ba60-16187ee7d8cc