CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport effectmeting Buurtteam Stevenfenne (def).pdf

Stadsdeelcommissie West 29 november 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Informerend: Buurtteam Stevenfenne18.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buurtteam Stevenfenne Effecten, kosten en baten onderzocht

Colofon

Auteurs: Jasper van de Kamp, Hanneke Mateman, Yara Noordewier Foto’s: Instagram / Sigrid Binksma Oktober 2022, © Movisie in opdracht van de stuurgroep Buurtteam Stevenfenne en de Gemeente Enschede

Movisie: kennis en aanpak van sociale vraagstukken Movisie is hét landelijk kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken. Samen met de praktijk ontwikkelen we kennis over wat echt goed werkt en passen we die kennis toe. De unieke rol van Movisie is het versnellen van leerprocessen. We zijn alleen tevreden als we een duurzame positieve verandering voor mensen in een kwetsbare positie realiseren. Kijk voor meer informatie op www.movisie.nl

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

2

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

3

Inleiding

4

1.1 Maatschappelijke context

4

1.2 Het Buurtteam

5

1.3 Doel en doelgroepen

5

1.4 Onderzoeksvragen

6

1.5 Onderzoeksmethodiek

6

1.6 Betrokkenen

7

Buurtteam Stevenfenne – doel, werkwijze en opbrengsten

8

2.1 Werken met een verandertheorie

8

2.2 De verandertheorie van Buurtteam Stevenfenne

8

Verhalen uit Stevenfenne

16

3.1 Inleiding

16

3.2 Casus 1: Knokken

17

3.3 Casus 2: Muziek doet leven

21

3.4 Casus 3: Foute mannen

26

3.5 Casus 4: Luisterend oor

31

3.6 Casus 5: Alles voor de kinderen

34

Kosten en baten van het buurtteam Stevenfenne

39

4.1 Financieel

39

4.2 Effecten voor inwoners en voor de buurt Stevenfenne

40

4.3 Kenmerken van de Buurtteam-aanpak op basis van de casusanalyse

41

4.4 Organisatorische vraagstukken

43

Conclusies en aanbevelingen

44

5.1 Waarde van het Buurtteam Stevenfenne

44

5.2 Doorontwikkeling

46

5.3 Beleid

48

Bronnenlijst

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

50

3

1

INLEIDING

1.1

MAATSCHAPPELIJKE CONTEXT

In 2015 kregen gemeenten nieuwe taken en verantwoordelijkheden in het sociaal domein voor jeugdzorg via de Jeugdwet, zorg en ondersteuning via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en economische zelfredzaamheid van inwoners via de Participatiewet. Het idee achter deze transitie van taken en verantwoordelijkheden van rijk naar gemeenten was dat de lokale overheid dichterbij burgers staat, hen goed kent en daarom bij uitstek in staat is om inwoners te activeren en ondersteunen in hun eigen omgeving. Taken rond zorg en ondersteuning gericht op economische en maatschappelijke zelfredzaamheid en participatie werden daarom, in één hand, bij de gemeente gelegd. Tevens werd er daarbij vanuit gegaan dat een groter beroep gedaan zou kunnen worden op de zelfredzaamheid van inwoners. De verzorgingsstaat werd een participatiesamenleving. Dit alles zou, zo was de verwachting, moeten leiden tot effectievere zorg en ondersteuning en kostenbesparing/-beheersing.

Terugkijkend zien we dat de praktijk in gemeenten een stuk weerbarstiger is: gemeenten moesten dezelfde taken als het rijk gaan uitvoeren met beduidend minder geld, demografische en economische ontwikkelingen zorgden voor een stapeling van problematiek bij bepaalde bevolkingsgroepen, de zelfredzaamheid van grote groepen burgers bleek beperkt en het beroep op voorzieningen bleek groter dan vooraf ingeschat met kostenstijgingen tot gevolg. Ook de beoogde integrale aanpak kwam slechts moeizaam van de grond door wettelijke, organisatorische en praktische obstakels. De oplossing waar Enschede - net als veel andere gemeenten - voor koos was het inrichten van sociale wijkteams met generalistische professionals die werken volgens het één-gezin-één-plan-één-regisseur principe. Movisie heeft in opdracht van de VNG de afgelopen jaren vier peilingen uitgevoerd naar de stand van zaken rondom sociale (wijk)teams. Uit de laatste peiling1 bleek dat er sinds de start in 2015 veel veranderd is in de samenstelling van de teams, de aansturing en de samenwerking met andere partijen. Deels worden de doelstellingen om meer regie te voeren en hulp en ondersteuning effectiever te organiseren gehaald.

Maar de oorspronkelijke ambitie van veel gemeenten om vanuit de sociale (wijk)teams dichtbij, laagdrempelig aan te sluiten bij de inwoners, outreachend te werken en inwoners te activeren wordt nog steeds onvoldoende waargemaakt. Elke peiling laat zien dat de meeste (wijk)teams onvoldoende toekomen aan preventief werken en vroegsignalering. Ook het ontwikkelen van collectieve voorzieningen wordt herhaaldelijk genoemd als taak waar onvoldoende tijd voor is. Op diverse plekken (o.a. Utrecht en Eindhoven) ontstonden daarom in de loop der jaren andere typen wijkof buurtteams die zich nadrukkelijker richten op inwoners die (nog) geen zware zorg of ondersteuning nodig hebben en het netwerk in de wijk rond inwoners proberen aan te boren of te versterken. Collectieve interventies en individuele ondersteuning op maat gaan daarbij hand in hand. Het Buurtteam Stevenfenne is een goed voorbeeld van een dergelijk team.

1

Arum, S. van e.a. (2020) Sociale wijkteams vijf jaar later – vierde landelijke peiling onder gemeenten. Utrecht: Movisie

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

4

1.2

HET BUURTTEAM

Stevenfenne is een buurt in de gemeente Enschede die onderdeel uitmaakt van de wijk Stadsveld. Het is een oude arbeidersbuurt die zich kenmerkt door een sterk verstedelijkte woonomgeving en een groot aantal inwoners met een laag inkomen. Er is sprake van veel gezondheids- en schuldenproblematiek en er zijn veel alleenstaanden in de buurt. De migratieachtergrond van de inwoners is gemêleerd. Circa vier jaar geleden is het Buurtteam Stevenfenne ontstaan. De directe aanleiding voor de vorming van het Buurtteam was de hoge zorgvraag in het gebied Stevenfenne (onderdeel van de wijk Stadsveld), met name rond jeugd, in combinatie met problematiek rond leefbaarheid, gezondheid en armoede. Tevens was er sprake van een gebrekkige sociale cohesie in de buurt. Onder regie van stadsdeelmanagement West hebben het bestaande wijkteam en de welzijnspartijen SVEN Incluzio en Alifa daarom het Buurtteam gevormd met als doel meer beweging in het voorveld te creëren en de sociale basis te versterken. Opdrachtgever van het Buurtteam is een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van deze samenwerkende partijen.

1.3

DOEL EN DOELGROEPEN

De stuurgroep van de pilot Buurtteam Stevenfenne heeft door Movisie een effectmeting laten uitvoeren om de opbrengsten en effecten van de pilot in beeld te brengen met het oog op doorontwikkeling en beleid; onderdeel van deze effectmeting is een analyse van de maatschappelijke kosten en baten. Bij de betrokken partijen was er sprake van meerdere invalshoeken voor de effectmeting: 

bij het Buurtteam is dat de behoefte om na vier jaar Buurtteam de resultaten en effecten van deze aanpak onder de loep te nemen en daarop te reflecteren met het oog op eventuele bijsturing en kwaliteitsverbetering.

de stuurgroep wil de aanpak goed beschrijven en de werkzame elementen identificeren met het oog op een mogelijke uitrol naar andere wijken in de gemeente Enschede.

de gemeenteraad wil in 2022 met welzijnspartijen in gesprek te gaan over wat werkt in de aanpak van vraagstukken van inwoners en wijken, teneinde input te leveren voor de verdere ontwikkeling van de sociale basis en het daarbij horende beleid.

Het doel van de gemeente en samenwerkingspartners in Enschede is om te leren en verbeteren in de opgave van het versterken van de sociale basis. De uitkomsten van de effectmeting - gericht op werkwijze (proces), uitkomsten (resultaten en effecten) en werkzame elementen van de pilot Buurtteam Stevenfenne – dragen bij aan kwaliteitsverbetering en doorontwikkeling van de aanpak Buurtteam en leveren input voor gemeentelijke beleidsontwikkeling voor de versterking van de sociale basis in de stad Enschede. De einddoelgroep van het onderzoek zijn uiteraard de inwoners die baat hebben/gebruik maken van de ondersteuning door en activiteiten van het Buurtteam Stevenfenne.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

5

1.4

ONDERZOEKSVRAGEN

De centrale onderzoeksvraag voor de effectmeting van Buurtteam Stevenfenne was: Wat betekent de aanpak van het Buurtteam voor de sociale en fysieke leefbaarheid van de buurt Stevenfenne, vanuit het perspectief van inwoners en andere betrokkenen; in welke mate slaagt het Buurtteam Stevenfenne erin inwoners te betrekken en te activeren en de sociale basis in de buurt te versterken? We beantwoorden deze vraag aan de hand van een aantal deelvragen: 

Uit welke stappen en onderdelen bestaat de aanpak Buurtteam? Welke methoden en activiteiten worden ingezet? Hoe krijgt de participatie van inwoners vorm?

Wat is de achterliggende verandertheorie aangaande de bijdrage van het Buurtteam in het versterken van de sociale basis (waarom werkt het?) en welke werkzame elementen zijn verantwoordelijk voor de gewenste effecten?

Welke partijen zijn betrokken bij de aanpak Buurtteam, hoe krijgt de samenwerking vorm en hoe wordt de samenwerking gewaardeerd?

Wat zijn de resultaten en bedoelde en onbedoelde effecten van de aanpak Buurtteam voor de buurt (sociale cohesie, veiligheid, leefbaarheid), voor inwoners (betrokkenheid, onderling contact, kwaliteit van leven, e.d.) en voor organisaties in de buurt (afstemming, samenwerking, e.d.)?

Welke randvoorwaarden (financieel, contextueel, organisatorisch en inhoudelijk) zijn van belang om de beoogde effecten te realiseren?

Hoe waarderen betrokkenen de effecten en wat is de verhouding tussen de maatschappelijke kosten en baten van de aanpak?

Welke leerpunten levert het onderzoek op voor de doorontwikkeling en eventuele uitrol van de aanpak Buurtteam?

Welke inzichten levert het onderzoek op voor het gemeentelijk beleid voor het versterken van de sociale basis?

1.5

ONDERZOEKSMETHODIEK

We maakten bij deze effectmeting gebruik van een ‘mixed methods’ aanpak, wat wil zeggen dat we op verschillende manieren uit diverse bronnen informatie ophalen, namelijk door het uitvoeren van een documentanalyse ter voorbereiding op het onderzoek, een opstellen van een zogenaamde verandertheorie en casusonderzoek met behulp van de Effectencalculator. De eerste stap in het proces was het opstellen van een verandertheorie (theory of Change) door het Buurtteam. In deze verandertheorie beschrijven de Buurtteamprofessionals welke effecten ze verwachten van de aanpak door het Buurtteam en hoe ze denken dat deze effecten tot stand komen.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

6

Deze manier van werken levert een aantal zaken op: a. door de oorzaak en gevolgrelaties met elkaar te bespreken en te beschrijven ontstaat een duidelijk beeld van de werkwijze van het Buurtteam en wat daarin versnellers zijn. b. het gezamenlijk opstellen van een verandertheorie heeft als niet onbelangrijk neveneffect dat teamleden met elkaar kennis, visies en ervaringen uitwisselen en zo een gemeenschappelijke taal ontwikkelen. Zo levert dit proces een positieve bijdrage aan de teamontwikkeling. c. de professionele kennis en ervaring wordt vervolgens in samenwerking met de onderzoekers gespiegeld aan wetenschappelijke inzichten over wat werkt. Dit levert inzicht in relevante indicatoren op en dient tevens als input voor kwaliteitsverbetering van de aanpak Buurtteam. Daarna zijn deze algemene inzichten en vooronderstellingen getoetst aan de hand van concrete casuïstiek met behulp van de Effectencalculator – de Effectencalculator is een dialoogmethodiek waarmee uitspraken gedaan kunnen worden over de effectiviteit en efficiëntie van aanpakken in het sociaal domein. Maatschappelijke opbrengsten en financiële informatie worden in dit instrument op een natuurlijke manier bij elkaar gebracht. Het instrument is gekozen omdat het zich leent om preventie en substitutie (verplaatsing van ondersteuningsgelden) inzichtelijk te maken.

In een casusgesprek aan de hand van een effectencalculator staan drie vragen centraal: 1)

Wat gebeurt er in het leven van de inwoner?

2)

Welke ondersteuning is hiervoor nodig, door wie wordt die geleverd en wat levert dit op?

3)

Wat is het prijskaartje daarvan?

De waarde van de aanpak wordt duidelijk door dezelfde drie vragen ook te stellen voor een referentiesituatie: wat zou er zijn gebeurd als de huidige aanpak er niet was geweest, of de oude aanpak of een alternatieve aanpak was gehanteerd? Na een reconstructie van levensgebeurtenissen en ondersteuningsactiviteiten op een tijdlijn, worden met behulp van de Maatschappelijke Prijslijst2 en betrokken professionals de kosten van de verschillende scenario’s in beeld gebracht.

1.6

BETROKKENEN

Bij de effectmeting zijn de volgende partijen betrokken: -

management en uitvoerend medewerkers van de organisaties in de stuurgroep

-

inwoners van Stevenfenne

-

samenwerkingspartners in de buurt Stevenfenne

-

beleidsmedewerkers van de gemeente Enschede

2

De Maatschappelijke Prijslijst is onderdeel van de digitale Effectencalculator-applicatie (alleen beschikbaar voor gecertificeerde gebruikers). De lijst bevat uurtarieven en kosten voor de inzet van verschillende professionals of middelen. De bedragen in deze prijslijst zijn tot stand gekomen met medewerking van inhoudelijk experts en financieel deskundigen in het sociaal domein.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

7

2

BUURTTEAM STEVENFENNE – DOEL, WERKWIJZE EN OPBRENGSTEN

2.1

WERKEN MET EEN VERANDERTHEORIE

Met hulp van een tool, ontwikkeld door de onderzoekers van Movisie, hebben de leden van het Buurt-team Stevenfenne de methodiek van het Buurtteam beschreven. Vertrekpunt daarbij is het probleem of de situatie die om verandering vraagt en daarna wordt de werkwijze stap voor stap beschreven. Gedurende het proces is bij elke stap steeds de vraag: of en waarom deze aanpak leidt tot de gewenste verandering. Daarom noemen we het eindresultaat een verandertheorie of veranderverhaal; waarom doe je iets, wat doe je en met welk resultaat en hoe leidt dat tot of draagt dat bij aan de gewenste verandering?

2.2

2.2.1

DE VERANDERTHEORIE VAN BUURTTEAM STEVENFENNE

Uitgangssituatie

In de buurt Stevenfenne (onderdeel van de wijk Stadsveld in de gemeente Enschede) wonen veel mensen in relatief kleine, deels oude, woningen. Sommige straten in de buurt zijn mooi tot redelijk onderhouden en tonen het fraai gerestaureerde industriële erfgoed uit de tijd van de bloeiende textielindustrie. Andere delen van de wijk kenmerken zich door slecht onderhouden tuinen en een rommelig straatbeeld. Het is een oude arbeidersbuurt die zich kenmerkt door een behoorlijk aantal inwoners met een laag inkomen, veel alleenstaanden en een gemêleerde samenstelling qua culturele achtergrond. De buurt kenmerkt zich door een verhoudingsgewijs hoge zorgvraag, met name rond jeugd, in combinatie met problematiek rond leefbaarheid, gezondheid en armoede. Tevens is er sprake van een gebrekkige sociale cohesie in de buurt; inwoners nemen weinig initiatief en in het recente verleden was er sprake van spanningen tussen groepen in de buurt.

2.2.2

Samenstelling buurtteam Stevenfenne

Het Buurtteam Stevenfenne bestaat uit de volgende personen/partijen: •

Wijkcoaches (Wijkteams Enschede - SMD)

•

Opvoedingsondersteuning (Alifa)

•

Jongerenwerk (Alifa)

•

Netwerkcoaches (Incluzio SVEN)

Het Buurtteam werkt samen met verschillende partners in de buurt en de stad vanuit huisvesting, zorg, geestelijke gezondheidszorg, onderwijs, politie, sport en cultuur.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

8

2.2.3

Doelstellingen van het Buurtteam

•

Terugdringen van het zorggebruik en verlaging van de zorgkosten

•

Vergroten van de leefbaarheid in de buurt

•

Vergroten van de sociale cohesie in Stevenfenne

•

Vergroten van de betrokkenheid van inwoners bij de buurt

2.2.4

Activiteiten van het Buurtteam

Buurtteam Stevenfenne (BTS) onderneemt de volgende activiteiten: A.

Pop Up acties

Deze methodiek werd in coronatijd ontwikkeld om contact te houden, te creëren en signalering te faciliteren. Wijkbewoners en BTS ontmoeten elkaar letterlijk op straat in de wijk. BTS zet een party-tent met koffie/thee neer in een straat op Stevenfenne, kondigen dit aan met flyer week voorafgaande en delen iets (bloem, cadeautje) uit tijdens de Pop Up actie. Doel van deze activiteit is om op te halen van wat er leeft in de buurt, contact te maken met inwoners en de zichtbaarheid van het Buurtteam te vergroten. Zo dragen de pop-up acties bij aan de herkenbaarheid en vindbaarheid van het Buurtteam, B.

Speel- en leertas

Driemaal per jaar deelt BTS aan de deur speel- en leertassen met spelen, knutselmaterialen, leesboeken, opvoedtips, links naar educatieve sites, e d. uit aan kinderen (en hun ouders) uit de wijk. BTS krijgt de adressen van de kinderen op basis van eigen contacten, via basisscholen (na toestemming) en via eigen aanmelding door ouders. Deze activiteit draagt bij aan een positief opvoed- en ontwikkel-klimaat voor kinderen en brengt het BTS in contact met jeugd en ouders in de buurt. C.

De Letters van FC Twente

Dit project gaat over leesplezier en preventie van laaggeletterdheid; het richt zich speciaal op jongens uit groep 5, omdat uit onderzoek blijkt dat deze groep rond deze leeftijd vaak stopt met lezen. Door middel van spellen rond letters en lezen bij FC Twente, in de bibliotheek en in de buurt (o.a. letter-voetbal, letterspeurtocht, spandoek maken en boekpresentatie houden) worden de jongens en hun ouders aangemoedigd om te lezen. D.

Sociaal tuinieren

Wijkbewoners uit Stevenfenne die door fysieke of mentale problemen niet in staat zijn de voortuin van hun huurhuis te onderhouden krijgen hulp van vrijwilligers om samen hun tuin weer netjes te maken. Vrijwilligers zijn bij voorkeur eveneens afkomstig uit de buurt. Het project draagt bij aan leefbaarheid van de buurt, versterkt de onderlinge contacten tussen buurtbewoners en biedt een mogelijkheid aan buurtbewoners om zich actief in te zetten voor hun buurt en buurtgenoten. E.

Sociaal Groen

Ouderen met dementie woonachtig in het Stevenfennehuis en kinderen van basisschool CBS De Koning ontmoeten elkaar door middel van groene activiteiten; planten en bomen planten, samen bloembakjes beschilderen en dergelijke. Ook is er een gezamenlijke lunch in de speeltuin Stevenfenne. De activiteit draagt bij aan een prettig leefklimaat in de buurt en een respectvolle omgang met elkaar. F.

Politiekids

Groepsactiviteit voor kinderen van de basisscholen in samenwerking met de politie, waarbij gedurende 3 maanden elke week in een bijeenkomst of activiteit gewerkt wordt aan fysieke en mentale weerbaarheid, samenwerking en mentale weerbaarheid in groep, fysieke fitheid en tevens gaan de kinderen op pad met de

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

9

politie. Er wordt gewerkt op basis van door kinderen zelf opgestelde gedragsregels die met de politie worden vastgelegd. De activiteit zorgt ervoor dat de politie meer kinderen in de buurt kent en hen makkelijker kan aanspreken. Kinderen leren anders en beter met elkaar omgaan, weerstand bieden aan sociale druk en komen op een positieve manier in contact met de politie. Daardoor kan mogelijk escalatie van problemen in de toekomst voorkomen worden. G.

Spreekuur Buurtteam:

Wekelijks inloopspreekuur voor allerlei vragen, waarbij speelgelegenheid is voor kinderen en tevens veel informatie over allerlei sociale activiteiten die in de wijk te doen zijn. Deze activiteit draagt bij aan vertrouwen van buurtbewoners in het BTS, verlaagt de drempel om vroegtijdig) om hulp te vragen en daagt buurtbewoners uit om deel te nemen aan buurtactiviteiten. H.

Buitenbikkels

Met ‘Buitenbikkels’ werkt BTS gericht aan het stimuleren van een positief speelklimaat. BTS benadert de kinderen en hun ouders, maar ook de verschillende partners die in de wijk werkzaam zijn. BTS is wekelijks zichtbaar aanwezig in de buurt. Daarbij worden gericht thema-activiteiten georganiseerd met en voor de kinderen en hun ouders. Waar mogelijk wordt aangesloten bij al bestaande activiteiten en voorzieningen in Stevenfenne. I.

Samenwerking in de buurt

Casusoverleg, samen erop af, gezamenlijke activiteiten met wijk-teammedewerkers, jongerenwerk Alifa, opvoedingsondersteuning Alifa, netwerkcoaches SVEN, samenwerking met zorg, vrijwilligersorganisaties, welzijn, onderwijs, woningcorporatie en politie

2.2.5 •

Resultaten Pop up-acties > 4 acties per jaar, contact met 100 bewoners, 9 nieuwe vrijwilligers voor sociaal

groen project, vragen/thema’s (individueel en collectief) opgehaald: eenzaamheid, gebrekkige sociale cohesie, overlast auto’s, slecht onderhoud speeltuin, behoefte dagbesteding •

Speel- en leertas > 3 x tas aan 268 adressen (ruim 40% zelf aangemeld, overige adressen via

scholen en netwerkpartners), 804 contactmomenten, 15 adressen gemeld aan wijkteam-medewerker of instanties i.v.m. zorgen, schoolzaken gemeld aan stadsdeelmanagement voor scholenoverleg. •

Letters van FC Twente > 5 bijeenkomsten (van elk 1 dagdeel) met 13 jongens, kinderen hebben

kennisgemaakt met bibliotheek, gratis bibliotheek-lidmaatschap voor alle deelnemers, kinderboeken en FC Twente voetbal cadeau voor alle deelnemers, samenwerking met FC Twente en de Bibliotheek Enschede, basisscholen CBS de Koning en OBS het Pathmos •

Sociaal Tuinieren > 22 tuinen van kwetsbare inwoners, waar 4 x per jaar aan gewerkt wordt, 7

vrijwilligers, Samenwerkingspartners: Wijkbewoners, vrijwilligers, stichting Present, stichting Surplus, Zone College, Diekmancollege, CBS de Koning •

Sociaal Groen > samenwerking met Stevenfennehuis en basisschool CBS De Koning

•

Spreekuur BTS > elke week vrije inloop met sterk wisselende opkomst

•

Politiekids > 49 kinderen en 25 actieve ouders verdeeld over 2 trajecten van 3 maanden met

wekelijkse bijeenkomsten van 45 min tot 90 min per week. •

Buitenbikkels > wekelijks 15 kinderen, 2 ouders

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

10

•

Samenwerking algemeen > elke 2 weken overleg met partners gericht op casuïstiek bespreking en

methodiekontwikkeling, whatsapp- en mailgroep Buurtteam, concrete samenwerking wijkteam, Alifa en SVEN in Buurtteam

2.2.6

Effecten

Als belangrijkste effecten van al deze activiteiten kunnen worden benoemd: •

Vraagstukken die in de buurt bij bewoners leven zijn verzameld en samen met bewoners is gekeken

hoe deze aangepakt kunnen worden •

Wijkbewoners zijn gestimuleerd en/of gemotiveerd om zelf actief te worden in bestaande of nieuwe

activiteiten •

Door een outreachende aanpak (huisbezoek, aan de deur acties, pop-up acties) worden zorgmijders

en/of eenzame mensen bereikt en zijn signalen over zorgen en ondersteunings-behoefte opgehaald en opgepakt voordat het komt tot escalatie •

De outreachende aanpak en laagdrempelige activiteiten leiden tot meer onderling contact tussen

inwoners en dragen bij aan het terugdringen van eenzaamheid •

De laagdrempelige aanpak leidt tot meer bekendheid van het BTS bij bewoners en groeiend

vertrouwen in de professionals van het Buurtteam •

Onderhoud van verwaarloosde tuinen en andere groenactiviteiten verbeteren de uitstraling van de

buurt en dragen bij aan leefbaarheid en woonplezier in de wijk •

Er is een beter contact van de jeugd met politie en opbouwwerkers, waardoor signalen over

probleemgedrag eerder kunnen opgepakt worden •

Het zelfvertrouwen van kinderen is gegroeid waardoor ze meer nieuwe dingen durven en kunnen

•

Bij groepsactiviteiten spreken kinderen elkaar onderling steeds beter aan op het niet nakomen van

afspraken en gedragsregels •

De betrokkenheid van ouders bij de activiteiten in de buurt is toegenomen (in tijd en intensiteit)

•

De samenwerking van verschillende professionals in het Buurtteam maakt dat er snel geschakeld

kan worden; daardoor voelen inwoners zich sneller en beter geholpen.

2.2.7

Werkzame elementen in de aanpak door het Buurtteam

Vanzelfsprekend en dichtbij aanwezig zijn Door in de buurt zichtbaar aanwezig te zijn en in gesprek te komen met buurtbewoners zonder dat er onmiddellijk een hulpvraag ligt worden nieuwe doelgroepen bereikt. Ontmoetingen vinden plaats op straat (bijvoorbeeld Pop-up acties) of aan de voordeur (bijv. Speel en leertassen). Zo komt het BTS in contact met bewoners. Bewoners hoeven dus niet zelf de drempel van een instantie of wijkcentrum over. Ook het spreekuur van BTS is in de eigen buurt en daardoor makkelijk toegankelijk voor bewoners. Vanzelfsprekend aanwezig zijn in de eigen omgeving van mensen vormt de kern van de presentietheorie van Baart (Beurskens, 2019; Schlatmann, z.d.); het gaat om aandacht voor wat mensen bezighoudt, voor wat echt belangrijk is voor hen.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

11

De presentiebenadering is relatiegericht en niet op voorhand gericht op verandering, het gaat er om in contact te blijven, ook als er geen problemen of oplossingen zijn. Deze manier van werken kenmerkt zich door het flexibel werken (niet volgens een vaste routine), breed (integraal) kijken en werken, geduld hebben, fouten tolereren en investeren in duurzame relaties. Professionele nabijheid en continuïteit (“de lange adem” van professionals of organisaties) die zorgt voor veiligheid en aandacht voor zowel individu als groep is daarin onmisbaar. Werken aan vertrouwen In een wijk met inwoners waarvan een groot deel wantrouwend staat tegenover overheid en hulpverleners of negatieve ervaringen met hulp en ondersteuning heeft, is het van groot belang om te werken aan (herstel van) vertrouwen. In het dossier Wat werkt bij outreachend werken (Omlo, 2017) worden een aantal factoren benoemd die helpen om te bouwen aan vertrouwen: •

tijd en geduld door aan te sluiten bij het tempo van de inwoner

•

mensen meerdere kansen geven

•

werken met kleine stappen en haalbare doelen

•

het snel bieden van concrete praktische ondersteuning

Inwoners voelen zich daardoor serieus genomen en doen kleine succeservaringen op, waardoor hun vertrouwen in zichzelf en de hulpverlener groeit. BTS medewerkers en hun samenwerkingspartners zijn door alle activiteiten vaak zichtbaar in de buurt aanwezig. Het worden daardoor vertrouwde gezichten die bewoners bij naam kennen. Activiteiten zoals popup acties laten het initiatief tot hulp vragen bij de bewoner; je mag ook gewoon komen koffiedrinken. Vaak komt een eerste contact tot stand naar aanleiding van dergelijke acties en wordt er in eerste instantie praktische ondersteuning geboden (bijv. bij tuinonderhoud, huis opruimen, regelen van toeslagen, e.d.) De echte vragen komen na verloop van tijd vanzelf op tafel als het vertrouwen gegroeid is. Aansluiten op de buurtcontext Van der Lans (2010) beschrijft dat professionals zich moeten verhouden tot de context van de situatie of buurt. In wijken waar bewoners hechte netwerken onderhouden, actief betrokken zijn op de wijk en elkaar en veel sociale initiatieven ontplooien, kan veel aan mensen zelf overgelaten worden. In achterstandswijken met relatief veel inwoners met meervoudige problematiek moeten professionals meer sturen, oplossingsgericht werken, hulpbronnen activeren en perspectief te bieden. Kwetsbare inwoners nemen vaak niet zelf het initiatief om professionele hulp in te schakelen voor de aanpak van hun problemen.

Juist bij dergelijke doelgroepen is het belangrijk dat sociale professionals het initiatief nemen om mensen op te zoeken, zodat problemen voorkomen of vroegtijdig aangepakt kunnen worden. Door de huisbezoeken, acties aan de deur, via de scholen en op straat bereikt het BTS ook de groepen die minder in beeld zijn. Activeren van inwoners door motivatie van mensen aan te boren en te vergroten Een individuele benadering vormt in Stevenfenne de sleutel om een ‘wij’ in deze buurt te creëren. De veelheid en zwaarte van sociale problemen waar mensen op Stevenfenne mee te maken hebben vraagt om een investering in persoonlijke ondersteuning. Voordat bewoners zich in kunnen zetten voor een gedeeld algemeen belang is het nodig dat de eigen problematiek verlicht wordt. Deci en Ryan (2000) beschrijven in hun zelfdeterminatietheorie dat de motivatie van mensen om te kiezen voor bepaald gedrag, om in actie te komen, beïnvloed wordt door drie psychologische basisbehoeften van elk mens: competentie, autonomie en verbondenheid. De behoefte aan competentie gaat om het gevoel de

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

12

capaciteiten te hebben om goed te kunnen functioneren en daarbij is het ordenen en aanpakken van eigen problematiek vaak een randvoorwaarde. De behoeften aan autonomie gaat om de controle om zelf keuzes te maken en tot op zeker hoogte zelfstandig te kunnen handelen. De behoeften aan verbondenheid gaat om geaccepteerde en gewaardeerde relaties met anderen. Deze drie factoren beïnvloeden zaken als doorzettingsvermogen, creativiteit, betrokkenheid en betere prestaties. Kwetsbare inwoners hebben vaak een laag zelfbeeld en weinig vertrouwen in eigen kunnen. Uitgaan van hun eigen talenten, vragen en aansluiten bij hun interesses en inwoners zelf mee laten denken over wat zij zouden willen en kunnen bijdragen in de buurt in combinatie met veiligheid en vertrouwen door een goed contact met de professionals stimuleren dat inwoners zelf actief worden. De activiteiten van BTS zijn laagdrempelig; niemand is verplicht om mee te doen, maar de activiteiten nodigen wel uit tot meedoen omdat het gezellig (pop-up acties, sociaal tuinieren) of uitdagend (Politiekids, De letters van FC Twente) is. De ideeën en mogelijkheden van inwoners zijn leidend in de verbindingen die uiteindelijk ontstaan.

Sociale cohesie vergroten / samenwerking versterken In een buurt met veel verschillende culturele groepen en veel kwetsbare huishoudens ligt het risico op sociaal isolement, polarisatie en versnippering op de loer. In de verschillende activiteiten van BST worden mensen en organisaties met elkaar in contact gebracht, maar contact leidt niet automatisch tot meer verbinding. De contacttheorie (van der Maat, 2016) biedt inzicht in de voorwaarden om tot positievere onderlinge verhoudingen te komen: •

Gelijkwaardigheid in communicatie en invloed; ieders stem doet ertoe, samen maken we plannen en

besluiten we voor een bepaalde aanpak of activiteit •

Een gemeenschappelijk doel; mensen en organisaties moeten elkaar nodig hebben om een

gemeenschappelijk doel te bereiken, anders is er geen reden om samen op te trekken. Waar kunnen we elkaar versterken? •

Samenwerken zonder competitie; door competitie worden verschillen juist uitvergroot. Focus dus

meer op het proces, op betekenisvolle interactie, dan op het eindresultaat. •

Ondersteuning vanuit een autoriteit; mensen moeten zich gesteund voelen door een persoon of

organisatie met gezag. Dat kan door afspraken met elkaar te maken over hoe je samen wilt werken of door een manager of leidinggevende die leidinggeeft aan het proces of de werkwijze openlijk steunt. Deze voorwaarden gelden overigens in dezelfde mate voor succesvolle samenwerking tussen organisaties op buurtniveau. Gelijkwaardigheid, samen werken aan een gemeenschappelijk doel en vanuit gedeelde belangen en de steun vanuit het management zijn cruciaal om integrale samenwerking daadwerkelijk vorm te geven. De samenwerking van de partners in het BTS krijgt concreet vorm in de gezamenlijk casusoverleg en gezamenlijk huisbezoek. Uit een evaluatie van de Buurtteams in Utrecht (De Meere, e.a., 2013) bleek dat dit het meest belangrijke werkzame element was in de aanpak; alleen door samen casuïstiek te bespreken kun je komen tot een echt integrale en generalistische aanpak. De intensieve samenwerking en korte lijnen in het Buurtteam dragen tevens bij aan snellere besluitvorming en effectieve (maatwerk) ondersteuning, doordat samen een beter inschatting gemaakt kan worden over wat wel/niet werkt

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

13

2.2.8

Randvoorwaarden

De activiteiten kunnen alleen tot de gewenste effecten leiden als een aantal zaken in de context goed geregeld zijn: 

het samenwerkingsconvenant inclusief AVG reglement als basis voor gezamenlijk casuïstiekbespreking

tijd maken voor teambuilding van het Buurtteam

kennis van elkaars deskundigheid; weten wie je waarvoor kunt inschakelen

korte lijnen en laagdrempelig contact met netwerkpartners

kennis van sociale kaart in Enschede West

geld en faciliteiten

tijd en een lange adem

draagvlak/support vanuit het management van alle betrokken organisaties en de gemeente

een intuïtief registratieprogramma om ook op langere termijn resultaten inzichtelijk te krijgen

heldere regie met duidelijke afspraken over taakverdeling in de vorm van een coachende regiehouder van binnen het buurtteam die het voortouw neemt en de vinger aan de pols houdt

aansluiten van andere partners als de situatie erom vraagt, ook AVG technisch mogelijk maken met toestemming van de bewoner.

2.2.9

Impact van het Buurtteam

Door haar laagdrempelige, uitnodigende en verbindende activiteiten draagt het Buurtteam bij aan een vrolijke, groene en gezonde buurt Stevenfenne met actieve, meer zelfredzame inwoners die respectvol met elkaar omgaan, elkaar helpen, buurtprofessionals weten te vinden als het nodig is en zich medeverantwoordelijk voelen voor de leefbaarheid in hun eigen buurt. Door de inzet van het Buurtteam ontstaat meer sociale samenhang in de buurt, worden enkelvoudige vragen samen opgelost en worden complexere problemen sneller gesignaleerd door de samenwerkende buurtprofessionals waardoor escalatie voorkomen wordt.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

14

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

15

3

VERHALEN UIT STEVENFENNE

3.1

INLEIDING

Met behulp van de Effectencalculator zijn 5 cases geanalyseerd; elke casus is typerend voor de werkwijze van het Buurtteam Stevenfenne. In een gezamenlijk gesprek met de inwoner, betrokken professionals en twee onderzoekers is het verhaal van de inwoner en de inzet van het Buurtteam besproken. Tevens is gekeken naar wat een realistische alternatief scenario geweest zou zijn als het Buurtteam niet ingeschakeld was. Op basis van de richtbedragen uit de Maatschappelijke Prijslijst (onderdeel van de Effectencalculator applicatie) en informatie van de betrokken professionals zijn de kosten en baten van de verschillende scenario’s in beeld gebracht. Dit leidt tot inzicht in de effectiviteit en kosten/baten verhouding van de inzet van het Buurtteam Stevenfenne. In dit hoofdstuk volgen de vijf geanonimiseerde casusbeschrijvingen. In de beschrijvingen hanteren we een vast stramien: a.

een schets van de startsituatie op het moment dat het eerste contact was met het buurtteam.

b.

een beschrijving van de gebeurtenissen in het leven van de inwoner en de ondersteuning door het

buurtteam. Aan het eind wordt de eindsituatie en het toekomstperspectief geschetst. c.

een beschrijving van het meest realistische alternatieve scenario volgens de aanwezigen, met

daarbij de gebeurtenissen en ondersteuning geëxpliciteerd d.

een korte analyse van de inhoudelijk werkzame elementen in de aanpak in deze casus

e.

een overzicht van de kosten voor de uitvoering in het scenario mét en zonder aanpak van het

buurtteam, met het bijbehorende saldo (positief = besparing, negatief = extra kosten). In dit overzicht is ook zichtbaar bij welke partij(en) de meeste kosten/baten terechtkomen3. Bij collectieve interventies zijn de totale kosten omgerekend naar de kosten per deelnemer. Tevens is een inschatting gemaakt van de kosteneffectiviteit en inhoudelijke effectiviteit van beide scenario’s op korte en lange termijn.

3

NOTA BENE: Doordat bij de bespreking van de cases niet alle partnerorganisaties uit het Buurtteam aanwezig waren, kon in de referentiescenario’s helaas maar beperkt worden uitgewerkt hoe de verdeling van kosten en baten over de afzonderlijke organisaties er zonder inzet van het Buurtteam had uitgezien. Het was soms lastig om een inschatting te maken van de in het alternatieve scenario benodigde tijd en doorlooptijd of om een onderscheid te maken tussen inzet via het Buurtteam en inzet vanuit de eigen organisatie. Movisie adviseert de partnerorganisaties SVEN Incluzio, Alifa en SMD om zelf aan de hand van de casusbeschrijvingen verder uit te zoeken.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

16

3.2

CASUS 1: KNOKKEN

3.2.1

Het verhaal van Tanja

Beginsituatie Tanja woont al 15 jaar in de buurt Stevenfenne. Ze woont op zichzelf, maar heeft een partner die in de buurt woont. Haar halfzusje woonde ook in Stevenfenne en heeft haar veel van de buurt laten zien. Ze hadden een nauwe band, maar helaas is haar halfzusje in 2007 overleden. De rest van haar familie woont verder weg. Tanja heeft regelmatig contact met haar zoon die in Brabant woont, en spreekt haar moeder en zussen die in Noord-Holland wonen via de familie app. Haar vorige partner mishandelde Tanja. Vlak voor zijn overlijden heeft hij ook nog zijn schulden van in totaal € 35.000,- op haar naam gezet. Ze zit daardoor in de schuldsanering en de afgelopen 10 jaar is Tanja bezig geweest om de schulden af te lossen. Het is haar inmiddels bijna gelukt. Tanja heeft veel gezondheidsproblemen. Van haar 18e tot haar 24e heeft ze in een rolstoel gezeten, waar ze zichzelf heeft uitgeknokt. Door haar toenemende gewicht is het belangrijk dat Tanja zo veel mogelijk blijft bewegen. Ze is in het ziekenhuis behandeld, omdat haar lichaam te veel vocht vasthield. In 2020 is bij Tanja tijdens een MRI scan een aneurysma ontdekt. Door de coronapandemie moest ze lang wachten op haar operatie. Haar moeder, zoon en vriend waren in deze tijd afwisselend bij Tanja thuis om op haar te letten.

Inmiddels is ze succesvol geopereerd aan het aneurysma en aan lekkende hartkleppen, maar haar gezondheid blijft wankel. Ze kan niet werken en krijgt een WIA-uitkering. Thuis vermaakt ze zich met de computer, tv kijken en haar haakwerk. Op Facebook heeft ze een pagina aangemaakt om haar haakwerk te verkopen. Mede door haar fysieke beperkingen is haar tuin erg rommelig. De bovenburen hebben hierover een klacht ingediend bij de woningcorporatie. Haar woonomgeving levert Tanja de nodige stress op door de rommel en overlast van hangjeugd op het naburige schoolplein. Scenario Ondersteuning van het Buurtteam (april 2020 – juni 2022) In april 2020 gaat Tanja naar een pop-up actie van het buurtteam Stevenfenne om koffie te drinken. Ze krijgt een plantje mee en raakt met medewerkers van het buurtteam in gesprek, onder andere over haar rommelige tuin. Als kort daarna een aneurysma wordt ontdekt bij Tanja en ze vanwege corona moet wachten om geopereerd te worden ontvangt ze ondersteuning van het buurtteam omdat haar eigen sociale netwerk beperkt is. Het buurtteam doet boodschappen voor haar en steunt haar bij onverwachte gebeurtenissen, zoals het baanverlies van haar partner. Ook gaan zij regelmatig mee naar doktersbezoeken, omdat Tanja vaak naar de arts moet voor controles en niet in aanmerking komt voor de regiotaxi.

Deze praktische hulp van het buurtteam maakt dat Tanja meer vertrouwen krijgt in de professionals van het Buurtteam. Daardoor staat ze open voor meer ondersteuning. Na haar operatie ontvangt Tanja via de Wmo huishoudelijke hulp en is daar erg blij mee. In het najaar van 2020 wordt haar tuin opgeruimd en opgeknapt door vrijwilligers; studenten van een groenopleiding in Enschede. Een aantal maanden later wordt door de woningcorporatie een voortuin-actie opgezet, samen met het buurtteam. Alle heggen worden weggehaald en de voortuintjes worden netjes gemaakt door de bewoners en vrijwilligers. Tanja wil graag meehelpen, maar dat lukt haar fysiek helaas niet. Ze is wel erg blij met de actie en moedigt alle vrijwilligers aan.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

17

Tijdens de tuinactie raakt Tanja weer met medewerkers van het buurtteam in gesprek en zij constateren dat ook haar woning erg vol en rommelig is. Hierdoor heeft ze beperkte bewegingsruimte binnenshuis, terwijl het gezien haar conditie belangrijk is om in beweging te blijven. Bovendien levert de rommel een risico op valincidenten op. Een medewerker van het buurtteam biedt Tanja aan om haar te helpen haar woning op te ruimen. Tanja is blij met dit aanbod en samen gaan ze aan de slag. De medewerker van het buurtteam legt haar ook het “3 bakken systeem (weggooien-weggeven-opruimen)” uit om haar woning netjes te houden. De opgeruimde woning geeft haar letterlijk en figuurlijk lucht. Dit motiveert Tanja om dit systeem op te pakken om haar woning netjes te houden. Door haar gezondheid heeft ze hier echter moeite mee. De medewerker van het buurtteam komt eens per maand langs om de volle bakken te legen als stok achter de deur. Tanja heeft vaak last van de jongeren die ’s avonds op het schoolplein naast haar woning rondhangen. Tanja vraagt de schoolleiding om het pleinhek op slot te doen, maar dat helpt helaas niet. Ze wordt er angstig van en het Buurtteam vreest dat zij in haar paniek risico’s zal nemen. Daarom fungeert het Buurtteam nu als uitlaatklep en nemen zij voor Tanja het contact met de school en de politie over.

Ook ondersteunt het buurtteam Tanja bij het uitproberen van een driewielfiets. Twee stagiaires gaan daarvoor met Tanja naar Oldenzaal en begeleiden haar tijdens de trial. Ze vraagt bij de gemeente een driewielfiets aan zodat ze meer bewegingsvrijheid heeft en haar conditie kan opbouwen. De aanvraag wordt echter afgewezen, omdat ze niet voldoet aan de eisen om 8 kilometer te kunnen fietsen en 10 minuten te wandelen. Tanja moet echter wel meer bewegen. Ze rijdt nu rondjes door de buurt op haar scootmobiel, want wandelen met haar rollator vindt ze saai. Daarom helpt het buurtteam haar om op zoek te gaan naar een wandelmaatje door haar aan te melden bij een wandelgroep. Tanja wil allerlei activiteiten oppakken, maar het buurtteam probeert haar hierin af te remmen zodat ze niet over haar grenzen gaat. Eindsituatie (juni 2022) Momenteel gaat het, vooral emotioneel, veel beter met Tanja. Ze maakt een dagplanning om meer structuur te houden. Ze heeft er plezier in om haar huis netjes te houden, wat ze ook belangrijk vindt voor de verkoop van haar haakwerkjes. Nu ze haar huis opgeruimd houdt komen ook haar zoon en vriend vaker bij haar thuis. Tanja heeft meer beweegruimte en het valrisico is beperkt. Het buurtteam monitort haar situatie. Ze stimuleren haar om te bewegen en denken samen met haar na over participatiemogelijkheden.

Het buurtteam betrekt haar bij buurtactiviteiten, zodat ze ook haar sociale netwerk verder kan uitbouwen. Dit is ook gunstig voor het buurtteam, Tanja stapt namelijk makkelijk op mensen af en vormt zo voor het Buurtteam een ingang om met andere bewoners in contact te komen. Referentiescenario zonder ondersteuning van het buurtteam Omdat Tanja door haar lichamelijke conditie en corona-risico’s niet zelfstandig boodschappen kan doen en een klein en weinig belastbaar sociaal netwerk heeft, vraagt ze boodschappenhulp aan bij Alifa. Na haar operatie krijgt ze via de Wmo huishoudelijke hulp. De woningcorporatie besluit om de voortuinen in de straat onderhoudsarm te maken; de planten en heggen maken plaats voor grind en metalen hekwerken. Hierdoor wordt de leefomgeving van Tanja een stuk minder groen, wat een weerslag heeft op haar humeur. Ondanks de huishoudelijke hulp staan haar huis en tuin vol met spullen, omdat Tanja het erg moeilijk vindt iets weg te gooien. Ze krijgt een boete van de woningcorporatie vanwege de rommel in haar tuin en Tanja’s zoon en vriend komen steeds minder vaak bij haar thuis. Hier wordt ze erg verdrietig van

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

18

Tanja moet vaak naar de dokter voor controles, maar heeft problemen met het regelen van vervoer omdat ze niet in aanmerking komt voor de regiotaxi. Omdat ze bijna uit de schuldsanering is en geen nieuwe schulden wil maken ziet ze af van de controles in het ziekenhuis; daardoor gaat haar conditie verder achteruit. Tanja heeft vaak last van de jongeren die ’s avonds op het schoolplein naast haar woning rondhangen. Tanja vraagt de schoolleiding om het pleinhek op slot te doen, maar dat helpt helaas niet. Ze wordt er angstig van en weet niet bij wie ze terecht kan. Uit paniek stapt zij zelf op de hangjongeren af. De politie en jongerenwerk moet meerdere keren wordt ingeschakeld. Tanja voelt zich alleen en zou graag een wandelmaatje willen om mee door de buurt te lopen, maar het lukt haar niet dit te regelen. In haar eentje rondjes lopen door de wijk met de rollator vindt ze maar saai, dus gebruikt ze vaak de scootmobiel. Tanja moet echt meer bewegen. Om meer bewegingsvrijheid te hebben en haar conditie op te bouwen vraagt ze een driewielfiets aan, maar dit wordt afgewezen omdat ze niet aan de eisen voldoet. Tanja wil graag van alles oppakken, maar is erg beperkt in haar mogelijkheden en betaalt vooral fysiek de prijs. Ze kwakkelt erg met haar gezondheid en door het gebrek aan beweging blijft haar conditie achteruitgaan.

Door alle stress krijgt Tanja last van serieuze angsten en depressieve klachten en wordt behandeld in de GGZ. De vraag is hoelang ze nog zelfstandig kan blijven wonen.

3.2.2

Werkzame elementen

In deze casus zien we een aantal werkzame elementen uit de verandertheorie terug, die verantwoordelijk zijn voor de positieve effecten: •

Drempel verlagen: door de outreachende werkwijze van het buurtteam (pop-up acties, tuinenactie)

wordt de drempel om hulp te vragen verlaagd en worden ondersteuningsbehoeften tijdig opgemerkt. Daarbij is er sprake van wederkerigheid doordat het contact met Tanja het buurt-team een ingang biedt voor contact met andere bewoners. •

Vertrouwen winnen: door praktische hulp te bieden wordt Tanja gemotiveerd zelf ook aan de slag te

gaan, met name met betrekking tot het opruimen van het huis en tuin. De gezamenlijke aanpak helpt haar om daadwerkelijk aan de slag te gaan omdat het haar een succeservaring biedt; ze merkt wat het met haar doet als haar woonomgeving leger en netter is. Daarnaast is deze praktische hulp een laagdrempelige vorm van contact die de basis legt voor voldoende vertrouwen om achterliggende problematiek te kunnen aanpakken en te zorgen dat zij niet over haar grenzen gaat. •

Monitoring door vanzelfsprekend contact: de contactmomenten met het buurtteam rond de hulp bij

huis, tuin en vervoer fungeren tevens als monitormomenten. Een natuurlijke, niet opdringerige manier om vinger aan de pols te houden bij een vrouw die fysiek en psychisch kwetsbaar is. •

Op tijd hulp bieden: door op tijd hulp te bieden of te organiseren (en waar nodig haar beperkte

sociale netwerk te ontlasten) wordt voorkomen dat het contact met haar naasten verminderd of dat zij zwaardere extra ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld via de Wmo, GGZ of woningcorporatie. •

Een luisterend oor: de frequente contacten met het Buurtteam geven Tanja tevens de gelegenheid

om haar hart te luchten en zorgen of angsten te uiten. Dit voorkomt escalatie en draagt bij aan het verminderen van gevoelens van eenzaamheid.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

19

3.2.3

Maatschappelijke baten en kosten

Bij het invullen en begroten van het referentiescenario zijn we terughoudend geweest, maar zelfs in dit voorzichtige scenario wordt door inzet van het buurtteam over de 2 jaar van deze casus ruim €4.400 bespaard (met name op de kosten voor woningcorporatie, boodschappendienst en huishoudelijke hulp Alifa, politie, huisarts en GGZ). Casus 1: Knokken Uitvoerende partij

Aanpak Buurtteam

Referentie

Saldo Buurtteam

Domijn

€

1.300

€

8.480

€

7.180

Buurtteam Stevenfenne

€

5.849

€

0

€

-5.849

Bewindvoerder

€

4.050

€

4.050

€

0

UWV

€ 24.300

€ 24.300

€

0

Gemeente – WMO

€

4.600

€

4.999

€

399

Huisarts

€

0

€

120

€

120

Alifa

€

0

€

972

€

972

Politie

€

0

€

440

€

440

GGZ

€

0

€

962

€

962

Taxi

€

0

€

200

€

200

€ 44.523

€

4.424

€ 40.099

Op de langere termijn is de verwachting dat zonder de inzet van het buurtteam met name de psychische gesteldheid van Tanja in hoog tempo zal verslechteren; met als gevolg sociaal isolement en mogelijke noodzaak tot opname of begeleid wonen. Tevens valt niet uit te sluiten dat Tanja opnieuw in financiële problemen dreigt te komen door de kosten voor o.a. taxivervoer naar het ziekenhuis; mogelijk leidt dat in haar geval tot afzien van doktersbezoek en verslechtering van haar gezondheid. Het valt daarom te verwachten dat zonder de inzet van het Buurtteam ook de zorgkosten de pan uit zullen rijzen en mogelijk ambulante begeleiding of huisvestingskosten aan de orde zijn. De inzet van het Buurtteam lijkt daarom zowel op de korte als op de langere termijn zowel inhoudelijk als qua kosten effectiever dan het alternatieve scenario zonder Buurtteam.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

20

3.3 3.3.1

CASUS 2: MUZIEK DOET LEVEN Het verhaal van Paul

Beginsituatie Paul woont alleen. Hij heeft een dochter uit een eerdere relatie, die ook een eigen kamer in zijn huis heeft. Zijn ex-vrouw heeft hem met veel schulden achtergelaten, waardoor hij in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) terecht is gekomen. Hij hoopt dit traject eind 2022 af te ronden. Hij woonde eerder enige tijd samen met zijn nieuwe vriendin, maar ze zijn op advies van de bewindvoerder apart gaan wonen (vanwege de voordeurdelersnorm). (Mede) daardoor is de relatie bekoeld. Paul heeft veel lichamelijke problemen; hij heeft een groeistoornis aan zijn rechtervoet, waar hij al meermalen aan geopereerd is. Helaas blijft dat een zwakke plek en daardoor moet hij zich regelmatig ziekmelden op zijn werk. Daardoor is hij in het verleden enkele malen ontslagen of is zijn contract niet verlengd. Hij werkte als drukker. Momenteel krijgt hij een WIA-uitkering. Zijn huidige woning is aangepast zodat hij daar ondanks zijn beperkte mobiliteit kan blijven wonen. Hij is muziekliefhebber en zijn woonkamer wordt gedomineerd door zijn uitgebreide LP-collectie en enkele elektrische gitaren. Hij voelt zich door zijn huidige gezondheidssituatie erg depressief, maar vindt het niet makkelijk om hulp te vragen of die te accepteren.

Scenario met ondersteuning van het buurtteam (januari 2020 – juni 2022) Paul zit begin 2020 in het WSNP-traject en krijgt ongeveer 60 euro leefgeld. Daarvoor heeft hij contact met zijn bewindvoerders. Daarnaast krijgt hij een WIA-uitkering vanwege langdurig ziekteverzuim als gevolg van diverse operaties aan zijn voet. Daarover heeft hij contact met een consulent van Werk & Inkomen van de gemeente Enschede.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

21

Paul wordt halverwege 2020 diverse malen door een medewerker van de woningcorporatie aangesproken op het achterstallige onderhoud van zijn tuin. Hij krijgt te horen dat hij moet verhuizen naar een woning zonder tuin, als de situatie niet verbetert. Paul ziet geen kans om het tuinonderhoud zelf op te pakken, gezien zijn lichamelijke beperking en heeft ook geen sociaal netwerk waar hij een beroep op kan doen. Hij voelt zich echter thuis in de buurt met zijn stamkroeg om de hoek en wil liever niet verhuizen. De beheerder van de woningcorporatie geeft Paul daarop het advies om eens binnen te lopen bij wijkcentrum de Boei en hulp te vragen aan het buurtteam. Paul neemt het advies ter harte en gaat naar het wijkcentrum. Daar spreekt hij met een medewerker van het buurtteam. Zij belooft bij hem langs te komen om naar zijn tuin te kijken en samen een plan van aanpak te maken. Korte tijd later, nog in juni 2020, komt de medewerkster op huisbezoek. Paul schaamt zich voor zijn vervuilde huis en tuin, maar vindt het moeilijk om hulp te accepteren. Na enige aarzeling vindt hij het goed dat de tuin door het buurtteam wordt aangepakt. Enkele tijd later, eind juni, wordt de tuin door vrijwilligers schoon gemaakt, in het kader van het project Sociaal Tuinieren van het buurtteam. Dit doen leerlingen van het vakcollege (groen).

Na deze goede ervaring stemt Paul ermee in dat vrijwilligers zijn tuin regelmatig komen onderhouden, ongeveer vier keer per jaar. Het buurtteam coördineert dit. De rommel in het huis is er nog wel en ook die groeit Paul boven het hoofd. Dit beïnvloedt zijn gezondheid en zijn relatie met zijn dochter. De medewerker van het buurtteam maakt (om te laten zien wat mogelijk is) vast een begin met het samen opruimen en schoonmaken. Dit behoeft extra aandacht; daarom vindt er in juli een gesprek plaats met Paul over extra hulp in het huishouden en de administratie. Op 1 augustus wordt daarom een beschikking voor één keer in de week huishoudelijke hulp afgegeven. Ook krijgt Paul één keer in de week hulp bij de administratie van de welzijnsorganisatie. Na zijn operaties durfde Paul niet meer te fietsen. Hij gebruikte zo nu en dan de oude scootmobiel van z’n moeder, maar dat kostte veel geld door reparaties. Samen met de medewerker van het buurt-team oefent hij een uurtje onder begeleiding met fietsen. Daarna durft hij weer zelfstandig te fietsen, waardoor hij meer van de buurt kan zien. Al deze acties hebben tot gevolg dat Paul langzaam uit zijn depressie klimt, en met hulp beter voor zichzelf en z’n huis kan zorgen. Zijn dochter komt ook weer regelmatig bij hem thuis nu het daar (beter) opgeruimd is.

Dit leidt er toe dat Paul graag weer wil werken, dus start hij in februari 2022 een re-integratie traject bij sociale werkplaats DCW. Het gaat echter zo goed bij DCW dat besloten wordt dat Paul in staat is om regulier werk te doen. Het traject wordt dus beëindigd. Via het UWV vindt Paul in mei 2021 zitten productiewerk met fijne collega’s. Hij werkt 20 uur per week en gaat op de fiets naar zijn werk. Eind 2021 valt Paul uit door nieuwe problemen met zijn voet en kan hij niet meer werken. Desondanks wordt zijn contract verlengd. In januari 2022 gaat hij weer aan het werk, maar hij blijft klachten houden. In februari vraagt Paul bij de gemeente een driewieler aan omdat hij door zijn ziekte te zwak en instabiel is om een gewone fiets te kunnen gebruiken. Deze wordt toegekend. Daardoor kan hij makkelijker naar zijn werk of naar zijn stamkroeg. Eindsituatie (juni 2022) In juni 2022 zit Paul opnieuw thuis vanwege een infectie aan zijn voet, maar verwacht snel zijn werk te kunnen hervatten. Zijn werkgever heeft hem verzekerd dat zijn contract verlengd wordt en hij na herstel weer terug kan komen.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

22

De vooruitzichten zijn volgens Paul goed. Binnenkort is hij schuldenvrij, zijn huis is relatief netjes, zijn tuin wordt vier keer per jaar gedaan door vrijwilligers, hij heeft werk en zijn dochter komt regelmatig op bezoek. Hij is optimistisch over de toekomst en heeft vrijwel geen ondersteuning van het buurtteam meer nodig. Referentiescenario zonder ondersteuning van het buurtteam In het alternatieve scenario is de beginsituatie van Paul hetzelfde. Hij ziet geen kans het onderhoud van huis en tuin zelf op te pakken en heeft geen sociaal netwerk dat hierbij iets kan betekenen. Hij is er nog niet aan toe hierbij hulp te vragen. Er komen bij de woningcorporatie klachten binnen van buurtbewoners over de staat van onderhoud van de tuin van Paul. De woningcorporatie stuurt daarom een officiële brief met opdracht tot acties. Paul ervaart hierdoor veel stress en is bang dat hij gedwongen moet verhuizen. Hij heeft goede contacten met zijn buren en woont vlak bij zijn stamkroeg en wil deze buurt niet verlaten. De situatie escaleert verder en de woningcorporatie besluit dat Paul moet verhuizen naar een woning zonder tuin, omdat ze ervan uitgaan dat hij niet in staat zal zijn om zijn tuin te onderhouden. Na zijn verhuizing moet de woning nog worden aangepast aan zijn lichamelijke beperking, zodat hij binnenshuis met een rollator uit de voeten kan.

De nieuwe woning is niet in zijn vertrouwde buurt. Daardoor vereenzaamd Paul omdat hij door zijn beperkte mobiliteit geen contacten kan opbouwen in zijn nieuwe woonomgeving. Het lukt het daarom niet om zijn leven op orde te krijgen en hij blijft depressief. Via zijn huisarts krijgt hij medicijnen en wordt doorverwezen naar een psycholoog voor verdere hulp. Op langere termijn bestaat het risico dat hij zijn motivatie om weer aan het werk te gaan verliest en zich ziekmeldt vanwege zijn depressie en daardoor alsnog zijn baan kwijtraakt.

3.3.2

Werkzame elementen

In deze casus zien we een aantal werkzame elementen uit de verandertheorie terug, die verantwoordelijk zijn voor de positieve effecten: •

Op tijd hulp bieden: Door op tijd hulp te bieden wordt voorkomen dat het leven van Paul ontwricht

wordt en hij in een depressie belandt. •

Drempel verlagen: Door de outreachende manier van werken van het buurtteam wordt de drempel

om hulp te vragen verlaagd en worden signalen over zorgbehoeftes goed opgemerkt. •

Praktische hulp: Door praktische hulp te bieden wordt Paul verleid om ook andere hulp aan te

nemen. •

Korte lijntjes binnen buurtteam: Door korte lijntjes binnen het buurtteam kan snel een indicatie

worden afgegeven. •

Luisterend oor: Door een luisterend oor te bieden en letterlijk te helpen het leven op orde te krijgen,

wordt verdere psychische problematiek voorkomen en wordt Paul gestimuleerd om zelf weer actief te worden, bijvoorbeeld met werk.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

23

3.3.3

Maatschappelijke baten en kosten

Bij het invullen en begroten van het alternatieve scenario zijn we terughoudend geweest. Daarom hebben we daarom de kosten van een (zeer waarschijnlijke) langdurige depressie en werkloosheidsuitkering niet meegerekend. Desondanks is er sprake van een forse besparing in 2 ½ jaar tijd van ruim 24.000 euro door de inzet van het Buurtteam, omdat een gedwongen verhuizing en daarmee gepaard gaande woningaanpassing voorkomen worden. Met name de kosten voor de woningcorporatie Domijn, kosten voor het UWV en diverse zorgkosten stijgen flink in het scenario zonder inzet van het buurtteam. Casus 2: Muziek doet leven Uitvoerende partij

Aanpak Buurtteam

Referentie

Saldo Buurtteam

Domijn

€

80

€

16.080

€

16.000

SVEN

€

140

€

0

€

- 140

Gemeente – Werk & Inkomen

€

970

€

840

€

- 130

Buurtteam Stevenfenne

€

1.429

€

0

€

- 1.429

Bewindvoerder

€

4.130

€

4.080

€

- 50

UWV

€ 16.600

€ 33.750

€

17.150

Gemeente – WMO

€

4.500

€

0

€

- 4.500

Huisarts

€

0

€

306

€

306

Stichting Present

€

325

€

0

€

- 325

Vakcollege Diekman

€

40

€

0

€

- 40

Buurtvrijwilligers

€

72

€

0

€

- 72

ZaZ welzijn

€

400

€

0

€

- 400

Thuiszorg

€

1.771

€

0

€

- 1.771

DCW (sociale werkplaats)

€

840

€

0

€

840

GGZ

€

0

€

636

€

636

€ 55.992

€

24.695

€ 31.297

We zien dat de huidige aanpak ten opzichte van het alternatieve scenario veel goedkoper is, en meer effect heeft. Op de langere termijn wordt de kosteneffectiviteit van het scenario met Buurtteam iets lager; dat is te verklaren uit het feit dat de woningaanpassing bij gedwongen verhuizing op korte termijn plaatsvindt en er daarna op dit vlak geen grote uitgaven meer te verwachten zijn. Wel zijn naar verwachting op de lange termijn meer zorgkosten en kosten voor een uitkering te verwachten.

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

24

Movisie • Buurtteam Stevenfenne

25

3.4 3.4.1

CASUS 3: FOUTE MANNEN Het verhaal van Thea

Beginsituatie – januari 2021 Thea is een jonge moeder met twee kinderen in de basisschool leeftijd; een zoon en een dochter. Ze kwam dertien jaar geleden in Enschede wonen, en woont sinds tien jaar in de buurt Stevenfenne. Haar hele familie woont in de Randstad, dus daar kan ze niet op terug vallen. Alhoewel het haar goed bevalt in Enschede, mist ze het contact met haar familie erg. Sinds het verbreken van de relatie met de vader van haar kinderen enkele jaren geleden heeft ze veel kortdurende relaties; ze is op zoek naar geborgenheid. Dat maakt haar kwetsbaar voor foute mannen en labiel; elke verbroken relatie leidt tot mentale problemen en ziekmelding op haar (tijdelijke) werk. Momenteel heeft Thea daarom geen werk en krijgt ze alweer sinds één jaar een bijstandsuitkering. Vanwege het ontbreken van diploma’s komt ze eigenlijk steeds in werk onder haar niveau (met name schoonmaakwerk) terecht, waardoor ze het nergens lang volhoudt omdat ze er onvoldoende uitdaging in vindt. Haar behoefte aan geborgenheid uit zich ook in het feit dat ze moeilijk dingen weg kan gooien. Ze hecht grote emotionele waarde aan allerlei spullen en prullen. Daardoor zijn haar huis en schuur overvol en ongeorganiseerd. Ze heeft twee vriendinnen met wie ze veel optrekt maar die in dezelfde situatie verkeren. Daardoor heeft ze vanuit haar sociale netwerk weinig steun om problemen aan te pakken.

Scenario met ondersteuning van het buurtteam (januari 2021 – juni 2022) De zoon van Thea meldt zich via zijn basisschool aan voor deelname aan het project Politiekids. Politiekids is een preventieprogramma van Buurtteam Stevenfenne, gericht op de mentale en fysieke weerbaarheid van kinderen van de basisschoolleeftijd. Haar zoon is laaiend enthousiast en doet mee met programma in de periode januari tot en met juni 2021. Thea wordt als ouder betrokken bij bijeenkomsten rond het programma. In februari wordt ze door Domijn, de woningcorporatie, aangesproken op de rommel in haar voor- en achtertuin. Het onderhoud van haar huis en tuin groeit haar echt boven het hoofd. Tijdens een bijeenkomst van Politiekids raakt Thea in gesprek met een medewerker van het buurtteam, en vertelt over haar problemen met orde in het tuin en in het huis. Daarom wordt een afspraak gemaakt om de tuin van Thea aan te pakken. In februari 2021 wordt de tuin opgeruimd, opgeknapt en wordt grofvuil verwijderd door inzet van Stichting TRAI (ex-gedetineerden). Aan haar zoon is te merken dat hij meedoet aan het programma Politiekids: hij maakt makkelijker contact met buurtwerkers en andere kinderen. In de volgende ronde van Politiekids mag de dochter van Thea ook meedoen. Zij bloeit daar op in het contact met andere meiden. Dit programma loopt van september tot en met november 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=ab7bd07d-9639-4102-92e5-ec88e84bd00e