Quick scan gem. regelingen 2022
Tekst van het document
Stadsbank Oost Nederland (SON)
De Stadsbank Oost Nederland verzorgt voor 22 gemeenten in Twente en de Achterhoek schuldhulpverlening. In 2021 is op een begroting van € 11,4 mln. een tekort van € 0,1 mln. gerealiseerd. Vanuit financieel perspectief is er over de jaarrekening 2021 weinig op te merken. Wel zijn er inhoudelijke aandachtspunten waar u als gemeenteraad lokaal aandacht voor kunt vragen. In de eerste plaats is positief dat de gemiddelde schuld van burgers die bij de Stadsbank aankloppen daalt (p. 63). Het kan zijn dat hier net als vorig jaar vertekening in zit als gevolg van corona. Hoe dat doorwerkt zal de toekomst leren. De Stadsbank gaf vorig jaar in reactie op een soortgelijke opmerking aan dat zij de ontwikkelingen als gevolg van corona actief volgt en daarover de colleges informeert. Uit de beschikbare informatie is ook af te leiden dat er een verschuiving lijkt op te treden naar jongere generaties (tot 40 jaar) met schulden (p. 65). De laatste bevinding is dat er sprake is van een daling van het percentage burgers dat na 3 jaar weer zelfredzaam is (p. 16). Deze trend zet zich ten opzichte van 2020 door. Deze bevindingen tezamen roepen de vraag op of er wellicht lokaal aanleiding is om aanvullende beleidsmaatregelen te nemen.
Reactie college: De SON geeft bovengenoemde signalen af aan de ketenpartners (waaronder de gemeenten) en heeft deze en andere ontwikkelingen meegenomen in de met gemeenten vernieuwde strategie voor de toekomst van de SON. Hierbij wordt een doorontwikkeling ingezet naar meer klanten resultaatgericht werken en integrale samenwerking en aansluiting tussen de financiële dienstverlening van de SON en de overige maatschappelijke en gemeentelijke ondersteuning van de klant. Hoe dat eruit ziet, is lokaal verschillend en heeft ook te maken met het gewenste ambitieniveau van de betreffende gemeente. De Stadsbank zegt in de paragraaf over bedrijfsvoering in te zetten op digitalisering van processen. In de reactie op de quick scan van 2021 stelt de Stadsbank dat de organisatie altijd zorgt voor alternatieve mogelijkheden voor dienstverlening, op basis van een scan van iemands vaardigheden. Van onder andere de Sociale Verzekeringsbank is bekend dat zij afspraken hebben gemaakt met bibliotheken om mensen die minder digitaal vaardig zijn te helpen in hun contact met de SVB.8 Is er aanleiding om bij SON en mogelijk ook andere GRn over soortgelijke aanpak na te denken of is de politieke keuze dat de desbetreffende GR daar zelf verantwoordelijkheid voor moet nemen? Reactie college: In de dienstverlening van de SON is er altijd een vorm van persoonlijk contact.
Waar aanvullend digitale dienstverlening wordt ingezet, zorgt de SON voor een alternatieve mogelijkheid als klanten onvoldoende digitaal vaardig zijn. De SON neemt hierin haar verantwoordelijkheid, maar we willen altijd meedenken over een brede(re) aanpak als die wens er is. Rondom de begroting van de Stadsbank zijn drie opmerkingen te maken. In de eerste plaats het uittreden van Aalten. Aalten betaalt in een keer een bedrag van € 0, 4 mln. om te kunnen uittreden. In de begroting (p. 5) staat dat de uittreding is verwerkt in de meerjarenbegroting, maar dat is niet echt transparant gemaakt. Kort gezegd: krijgen gemeenten eenmalig een meevaller in 2023 in de gemeentelijke bijdrage vanwege de betaalde compensatie of is de compensatie in de tijd gespreid verwerkt?
8 https://pers.svb.nl/bibliotheekloket-helpt-mensen-bij-contact-met-digitale-overheid/
20 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
Reactie college: De compensatie is in de tijd gespreid verwerkt in de jaarschijven van de meerjarenbegroting. Ten tweede valt op dat nergens in de begroting iets is gezegd over actuele ontwikkelingen rondom energiearmoede en of gevolgen van inflatie. Het ligt in de rede dat juist een organisatie als SON hier direct de gevolgen van gaat zien. Wellicht een punt voor tussentijdse terugkoppeling vanuit het Algemeen Bestuur later in 2022. Ten tweede valt op dat nergens in de begroting iets is gezegd over actuele ontwikkelingen rondom energiearmoede en of gevolgen van inflatie. Het ligt in de rede dat juist een organisatie als SON hier direct de gevolgen van gaat zien. Wellicht een punt voor tussentijdse terugkoppeling vanuit het Algemeen Bestuur later in 2022. Reactie college: De mogelijke impact van de hogere energieprijzen en inflatie op een toename van het beroep op de schuldhulpverlening en de effecten in de uitvoeringspraktijk voor mensen die al schulden hebben, is bestuurlijk onder de aandacht gebracht. Onzeker is nog op welke termijn dit tot een extra beroep op de SON leidt. Over het algemeen zijn deze effecten niet direct, maar met een vertraging zichtbaar. De SON volgt de ontwikkelingen en problematiek nauwgezet, hier is ook landelijk aandacht voor gevraagd, en communiceren actief aan alle deelnemende gemeenten in de SON.
In de voortgangsrapportages (Voorjaarsnota, Najaarsnota, Jaarverslag 2022) wordt hierover verslag gedaan. Een eventuele meerjarige impact hiervan zal worden meegenomen in de primaire begroting 2023, die in het najaar van 2022 wordt opgesteld. De laatste opmerking raakt de personele bezetting. In 2021 was de formatie volgens het jaarverslag (p. 25) 137 fte. In de meerjarenbegroting is de geraamde formatie 125 fte (Begr., p. 24). Elders in de begroting staat een claim voor € 0,3 mln. extra personeel (Begr., p. 9). Dat lijkt niet te sporen met de hiervoor genoemde krimp in de formatie. Bovendien lijkt met deze claim een soort van voorschot te worden genomen op de op pagina 4 genoemde vernieuwing van het financiële model van de organisatie. Reactie college: De omvang van de personele formatie is in overeenstemming gebracht met de huidige omvang van de dienstverlening. Dit houdt onder meer in dat de in 2021 aangehouden personele overcapaciteit, is teruggebracht. De extra capaciteit is aangehouden vanwege een landelijke, verwachte toename van dienstverlening door Corona, die niet optrad. Ook is de uittreding van Aalten hierin verwerkt. De extra investering in personeel heeft betrekking op de borging van de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening (adequate vervanging bij uitval of vertrek van medewerkers), waarvoor in de voorliggende begroting een bijdrage wordt gevraagd.
Op welke wijze we dit willen invullen wordt in de primitieve begroting nader toegelicht op pagina 8/9. Hiervoor is in totaal een bedrag van 295.000 euro structureel nodig. 5.7
Veiligheidsregio Twente (VRT)
Net als Samen Twente heeft de Veiligheidsregio een visuele samenvatting van prestaties gemaakt. Dat werkt richting burgers en ook raadsleden om snel inzicht te krijgen. In dit geval is die samenvatting pas aan het slot in plaats van aan het begin van de jaarrekening geplaatst en is er nog ruimte voor verbetering door ook kort iets over financiën te zeggen. De VRT heeft in 2021 een positief resultaat gerealiseerd van € 1,3 mln. op een totale begroting van € 61 mln.. Het overgrote deel van die middelen (circa € 53 mln. exclusief safety campus) zijn bestemd voor de brandweer. In de toelichting bij de verschillende onderdelen van de jaarrekening is het incidentele of structurele karakter van mee- en tegenvallers duidelijk gemaakt. Dit kan als inspiratiebron dienen voor andere GRn. Inhoudelijk is relevant dat in de jaarrekening is gerapporteerd dat er bij de brandweer sprake is van een verschuiving in de hulpverlening van traditioneel brand bestrijden naar andere vormen van hulpverlening zoals rondom water- en stormschade (JV, p. 23). Wellicht is dat een punt om nader bij stil te staan en de consequenties op termijn daarvan voor de organisatie en de betrokken gemeenten te doordenken. Reactie college: In elke gemeente in Twente wordt jaarlijks een multidisciplinaire systeemoefening gehouden.
Daarbij worden al enkele jaren, naast de wettelijk verplichte traditonele’ generieke 21 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
scenario’s, ook actuele scenario’s beoefend, zoals; maatschappelijke onrust, stroomuitval, cyber, klimaat, (hoog water/slecht weer), terrorisme gevolgbestrijding en dergelijke. Hierin wordt ook samengewerkt met ketenpartners van gemeenten en de VRT. Hiermee worden gemeenten en hulpdiensten optimaal voorbereid op dit soort scenario’s en worden nieuwe werkwijzen en instructies opgesteld. Deze worden in de praktijk beoefend binnen het reguliere opleidings- en trainingsprogramma. Water- en stormschade inzet horen tot de tradiditionele hulpverlening van de VRT. In de begroting valt op dat de meerjarenbegroting een andere doorlooptijd kent dan de investeringsplanning. De meerjarenbegroting voldoet aan de wettelijke eisen en kijkt tot en met 2026, de investeringsbegroting gaat niet verder dan 2024. De vraag is op welke manier deze keuze gevolgen heeft voor de kapitaallasten in het meerjarendeel van de begroting vanaf 2025. Daarnaast valt op dat de investeringsambities hoger liggen dan de realisatie: er is sprake van vertraagde levering van voertuigen en ook van vertraagde oplevering van gebouwen (JV, p. 70). Reactie college: De investeringsplanning heeft een kortere horizon omdat het complex is voor bepaalde uitgaven om in dit stadium een reële doorkijk te maken tot en met 2026.
Afgaand op gegevens uit de boekhouding (wat is per 2025 afgeschreven en zal moeten worden vervangen) is het duidelijk dat de kapitaallasten na 2024 een stijgende tendens zal laten zien vanwege een bestaand en voortschrijdend BTW-nadeel. In de beschouwde periode tot en met 2026 gaan die BTW-lasten met ca. 200.000 euro stijgen. De insteek is om dat nadeel op termijn te ondervangen met een te verwachten rentevoordeel. Dit is toegelicht in de kadernotitie die begin dit jaar in het AB is behandeld (pagina 5). https://www.vrtwente.nl/sharepoint/Vergaderstukken%20Algemeen%20Bestuur/Archief/20220217%20 Vergadering%20AB%20VRT%2017%20februari%202022/20220217%20E06a%20AB%20kadernotitie%2 0ontwerpbegroting%202023.pdf Het klopt dat er planningsoptimisme zit bij de investeringsprojecten. Ook om redenen van ‘aanbesteding en treasury’ is het van belang om dat verschil tussen plan en realisatie terug te brengen. Er staan de nodige acties op stapel om hier verbetering in aan te brengen. Op pagina 27 van de begroting staat het voornemen om een aanbesteding voor natuurbrandvoertuigen voor te bereiden. Dat valt op omdat in 2019 zes soortgelijke nieuwe voertuigen in gebruik zijn genomen (JV2019, p. 22). Is hier sprake van uitbreidings- of vervangingsinvesteringen en wat betekent dit dan voor toekomstige begrotingen? Reactie college: Het natuurbrandspecialisme is een bestaand specialisme.
De betreffende voertuigen zijn dan ter vervanging van bestaand materieel (tankautospuiten en watertransportsystemen). Een eerste serie is aangeschaft in 2019 voor een deel van het verzorgingsgebied. De ervaringen die inmiddels zijn opgedaan met dit type voertuig, zijn zodanig positief dat is besloten om deze wijziging in het wagenpark voor het gehele verzorgingsgebied door te voeren. De 2e serie van voertuigen staat dan ook gepland voor 2024 (voor te bereiden in 2023). In budgettair opzicht maakt deze aanpassing onderdeel van een totale beschouwing c.q. modernisering van het wagenpark voor uitoefening van de basisbrandweertaken. De effecten daarvan zijn in totaliteit nagenoeg neutraal. Op onderdelen is wel sprake van voor- en nadelen. Op pagina 8 van de begroting staat een passage over cyberweerbaarheid. Onduidelijk is of dit een beleidswens van het bestuur van VRT is of dat er landelijke richtlijnen voor zijn om hier ook in veiligheidsregio’s aan te werken. Verderop komt bij GHOR dit thema ook terug (Begr., p. 18) maar lijkt het meer over de interne organisatie dan over hulpverlening te gaan. Het roept de vraag op of dit onderwerp een thema is voor het wettelijk voorgeschreven beleidsplan en hoe zich dit verhoudt tot de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s.
Hoe ziet de VRT de rol van de gemeenteraden in de besluitvorming over aanpassingen in het takenpakket van de organisatie? Reactie college: Cyberweerbaarheid is een maatschappelijk thema. Organisaties dienen beleid en instrumenten te ontwikkelen om cyberdreiging te kunnen weerstaan. De Veiligheidsregio investeert in 2023 extra in informatieveiligheid. Hiervoor worden middelen opgenomen in de begroting en in het 22 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
kader van nieuw beleid is hiervoor een verzoek neergelegd bij gemeenteraden. Informatieveiligheid is overigens een onderdeel van de (reguliere) bedrijfsvoering. Bij ODT is al iets gezegd over de invoering van de Omgevingswet. Op p. 44 van de begroting van VRT staat een claim van structureel € 0,8 mln. opgenomen voor de taken van VRT in relatie tot de Omgevingswet. Mede in het licht van de toenemende werkzaamheden van ODT en de financiële gevolgen daarvan is het te overwegen om afstemming te zoeken tussen ODT en VRT over de benodigde financiële middelen. Reactie college: Over de wijze waarop de gevolgen van de Omgevingswet moet worden bekostigd, bestaat nu nog onduidelijkheid. Het is wachten op uitwerking van eerder gemaakte afspraken tussen het Rijk en de VNG. De financiële consequenties voor uitvoering van de Omgevingswet worden voorlopig gedekt uit het oplopende rentevoordeel van de VRT. Zodra landelijke afspraken over de gevolgen van de Omgevingswet met het Rijk zijn gemaakt en deze verwerkt zijn in het Gemeentefonds, kan deze voorlopige dekkingswijze worden omgezet in een structurele oplossing. Voor de VRT wordt voor de uitvoering van de Omgevingswet de nadruk gelegd op risico- en objectinformatie als randvoorwaarde voor uitvoering.
23 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
6
Gemeenschappelijke regelingen met enkele deelnemers
Tot slot, op dezelfde manier als in het vorige hoofdstuk, enkele opmerkingen bij de gemeenschappelijke regelingen waar slechts een beperkt aantal gemeenten bij betrokken is. 6.1
Businesspark XL Almelo
De provincie en de gemeenten Almelo, Borne, Hengelo en Enschede werken samen bij de totstandkoming van een groot bedrijventerrein tussen de A35 en de zijtak Almelo van het Twentekanaal. Dit project loopt al sinds 2005 en kende veel aanloopproblemen. In 2017 publiceerde de Rekenkamer OostNederland een rapport over dit bedrijvenpark. Destijds waren de vooruitzichten niet positief en werden verbetermaatregelen voorgesteld. Per 1 januari 2017 was nog een verlies van ruim € 24 mln. op Netto Contante Waarde (NCW) 9 berekend en zou het project doorlopen tot 2036. Per 1 januari 2022 ziet de wereld er heel anders uit. Inmiddels is 62% van het gebied uitgegeven aan bedrijven, voor 35% is sprake van overeenkomsten tot uitgifte in de komende jaren en voor de resterende 3% zijn gesprekken gaande. In financiële termen van een verlies van € 24 mln. NCW in 2017 (jaarverslag 2016 Businesspark XL) naar een geraamde winst van ruim € 7 mln. bij laatste gronduitgifte in 2025 met een marge van plus of min € 4 mln. In het accountantsrapport dat bij de stukken is gevoegd kunt u lezen dat de accountant deze berekeningen aanvaardbaar acht (p. 10). In 2021 moet op grond van boekhoudregels een deel van de genoemde € 7 mln. winst in de rekening van baten en lasten terechtkomen. De berekening daarvan vindt u terug op pagina 23 van de jaarrekening.
Het bestuur van de GR stelt voor om de winst uit te keren aan de samenwerkingspartners. Het belangrijkste risico bij de toekomstige exploitatie van het bedrijventerrein is het feit dat een belangrijk deel van de grond op basis van jaarlijkse erfpacht-betalingen is uitgegeven. In de nu voorliggende begroting 2023 is de boekwaarde van de erfpachtgronden voor het jaar 2023 € 5 mln. hoger dan bij de begroting 2022. Het bestuur stelt desondanks dat het risicoprofiel voor grondexploitatie erfpacht en de daarvoor opgebouwde reserve € 1 mln. voldoende is (p. 19 begroting 2023). In de begroting zijn geen verwijzingen te vinden naar de onzekerheden door de oorlog in Oekraïne die mogelijk invloed kunnen hebben op bedrijvigheid op middellange termijn. Dit kan betekenen dat het risico op tekorten bij bedrijfsbeëindiging groter is dan voorheen ingeschat. Omdat de financiering van het bedrijventerrein volledig met geleend geld plaatsvindt, zou een risicobeheersingsmaatregel kunnen zijn om de winst die op basis van de NCW-berekening is of wordt gerealiseerd te gebruiken om een deel van de schulden af te lossen in plaats van uit te keren aan de deelnemende partijen. Iets verder in de tijd volgen dan de winstuitkeringen uit de jaarlijkse erfpacht exploitatie die nu ook in de meerjarenbegroting staan.
U zou op dit punt een zienswijze kunnen indienen om het bestuur van de GR te vragen de voor en nadelen van gedeeltelijke verlaging van de schulden als risicobeheersingsinstrument in het licht van de actuele politiek omstandigheden te heroverwegen. Reactie college: In de Quick Scan worden volgens het RBT een aantal onjuiste aannames gedaan. Aangegeven wordt dat de boekwaarde van erfpachtgronden 5 miljoen euro hoger is voor 2023 dan bij de begroting 2022 en dat het bestuur ‘desondanks’ stelt dat het risicoprofiel voor grondexploitatie erfpacht en de daarvoor opgebouwde reserve € 1 miljoen voldoende is. Het risicoprofiel van de grondexploitatie is echter niet hetzelfde als de risicoreserve erfpacht. De risicoreserve is begin 2021
9 Dit is simpel gezegd een methode om in de toekomst uit te geven of te ontvangen geld terug te rekenen naar de
euro van dit moment, in dit geval dus 2017. 24 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
bepaald. Destijds is al rekening is gehouden met de in 2021 geëffectueerde uitbreiding van de erfpachtportefeuille. Toegelicht wordt dat in de begroting geen verwijzingen te vinden zijn naar de onzekerheden door de oorlog in Oekraïne die mogelijk invloed kunnen hebben op bedrijvigheid op middellange termijn en dat dit kan betekenen dat het risico op tekorten bij bedrijfsbeëindiging groter is dan voorheen ingeschat. De uitgiftefasering is echter grotendeels gebaseerd op reeds gesloten overeenkomsten, waarin risico mitigerende maatregelen zijn getroffen: • De overeengekomen grondwaarde wordt bijgesteld op basis van de CPI index tot op de datum van afname: extra rentekosten t.g.v. een eventuele vertraging worden daarmee ruimschoots gecompenseerd. • Alle partijen voldoen een reserveringsvergoeding, welke aan RBT vervalt in het uiterste geval dat partijen niet over gaan tot afname van de kavel. Wij hebben geen signalen ontvangen van bedrijven dat zij van afname willen afzien. Sterker nog: we hebben te maken met een wachtlijst en moeten nog steeds nee zeggen tegen gegadigden. In de quick scan wordt aangegeven dat het een mogelijkheid is om schulden te verlagen. Daarbij gaat men er aan voorbij dat grotendeels langlopende leningen zijn gesloten, die niet zonder boete kunnen worden afgelost. 6.2
SWB Midden Twente (Enschede is geen deelnemer.)
SWB Midden Twente is de organisatie waar mensen met afstand tot de arbeidsmarkt al dan niet onder begeleiding deel kunnen nemen aan het arbeidsproces. SWB is een GR van Borne, Hengelo en Hof van Twente en heeft daarnaast mensen uit Dinkelland en Haaksbergen in dienst. Met de invoering van de participatiewet en het afsluiten van de toegang tot de Wet Sociale Werkvoorziening in 2015 verandert de doelgroep van SWB. Volgens het bestuur vraagt de nieuwe doelgroep ‘beschut werk’ intensievere begeleiding (JV., p. 7) en wellicht andere verdienmodellen. Dit sluit aan bij opmerkingen in de quick scan die in 2021 is gemaakt. Het bestuur van SWB kondigt een nieuwe strategienota (JV, p. 6) aan. De begroting 2023-2026 is nog wel gebaseerd op de nog lopende strategienota uit 2018. In de begroting is op dit punt ook een relevante verwijzing terug te vinden: SWB vraagt zich af of de organisatie ook andere doelgroepen moet bedienen (Begr. p. 7). Voor u als raad geldt hier dat u uw college en SWB kunt vragen via een zienswijze of zelfs eerder actief betrokken te worden bij de te maken keuzes rondom de nieuwe strategienota. Het financiële resultaat is bij de jaarrekening voldoende toegelicht: ondanks corona een positief resultaat van € 0, 6 mln. bij een begroting van € 37 mln., duidelijk beter dan de oorspronkelijke begroting.
In de toelichtende paragrafen zijn twee opmerkelijke zaken te benoemen. In de eerste plaats benoemt SWB de samenwerkingspartners die van belang zijn bij de dienstverlening maar niet formeel als verbonden partij kwalificeren (JV, p. 8-9). Dat past bij de opmerkingen in hoofdstuk 4 waarin aandacht is gevraagd voor bestuurlijk relevante samenwerkingen die buiten de definitie van verbonden partij vallen. Het tweede punt gaat over de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’. In de tekst staat (JV, p. 8) dat er geen voorziening voor onderhoud kapitaalgoederen bestaat. Uit de balans valt af te leiden dat er voor circa € 2,4 mln. vastgoed en installaties (JV, p. 18) in bezit van SWB is. Dat roept de vraag op of de keuze voor onderhoud uit de lopende budgetten betalen houdbaar is. In 2019 heeft de commissie BBV een notitie over vaste activa geschreven met regels over dit onderwerp. Wellicht aanleiding om die notitie mede te gebruiken bij de keuzes die SWB bij de komende strategische nota gaat maken. In financiële zin zijn er twee opmerkingen bij de begroting te plaatsen. In de eerste plaats is dat het signaal van het bestuur van SWB dat onduidelijk is hoe hoog de budgetten voor de participatiewet volgend jaar zullen zijn (Begr., p. 8) en het bijbehorende signaal van de oplopende inflatie die extra onzekerheid met zich meebrengt (Begr., p. 13).
Gegeven dat er voor 2023 al een tekort van € 0,6 mln. is ingeboekt en voor 2024 nog een keer € 0,4 mln. (Begr., p. 16) kunnen extra tegenvallers het eigen 25 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
vermogen verder aantasten. Het bestuur brengt de tekorten in 2023 en 2024 ten laste van de algemene reserve (Begr., p. 17). Terugkijkend op de begroting 2022 stond er destijds voor 2022 een tekort van € 0,4 mln. geraamd. Dat tekort is volgens de inschatting in de begroting 2023 opgelopen naar € 1,4 mln. (Begr., p. 17). Mocht een soortgelijke ontwikkeling zich ook in 2023 voordoen, dan blijft er relatief weinig van de algemene reserve en weerstandsvermogen over. De jaarrekening 2021 liet overigens zien dat het resultaat in dat jaar uiteindelijk beter was dan verwacht. Wellicht is er vanwege de grote verschillen tussen oorspronkelijke begroting en de nu verwachte realisatie 2022 aanleiding voor tussentijdse informatievoorziening van de colleges richting gemeenteraden. Het tweede financiële punt betreft de investeringen. SWB maakt zoals het zelf zegt (Begr., p. 17) geen integrale meerjarenbalans. Hierboven is al gebruik gemaakt van de meerjarenprognose voor het eigen vermogen. Uit de meerjarengegevens is ook af te leiden dat op jaarbasis tot en met 2024 investeringen van € 1,8 mln. zijn geraamd en daarna jaarlijks € 1,2 mln. (Begr., p. 22). Uit meerjarengegevens bij de begroting is ook af te leiden dat de afschrijvingen op jaarbasis onder de bedragen voor investeringen liggen. Dat betekent dat er geld van elders moet komen om de investeringen te financieren.
Onduidelijk blijft hoe SWB dat denkt te realiseren en welke gevolgen dat voor de voorliggende begroting heeft. Tot slot een opmerking over presentatie. De begroting (Begr., p. 15-16) en de jaarrekening maken in de kosten een onderscheid tussen ambtelijk (professioneel) personeel en WSW-personeel. De verhouding tussen die twee is ongeveer € 13 mln. professionals en € 13 mln. WSW. De gekozen opstelling roept vragen op over de kosten van de medewerkers die onder ‘nieuw beschut’ kwalificeren. Daarnaast wekt deze opstelling de indruk dat er veel ondersteunend personeel binnen SWB beschikbaar is. Pas uit de verdeling naar taakvelden blijkt dat de zogenaamde overhead (JV, p. 32) en de bijlage A in de begroting is iets terug te vinden over de verhouding directe en indirecte kosten en personeelsleden. Wellicht is hier ruimte voor verdieping op het onderdeel ‘beschut werk’. 6.3
Technology Base Twente (TBT)
Enschede en de provincie Overijssel zijn partners in de ontwikkeling van het gebied rond het voormalige militair vliegveld in Enschede. Het project bestaat feitelijk uit drie onderdelen: • Grondexploitatie voor woningbouw; • Grondexploitatie voor bedrijven; • Luchtvaart gerelateerde diensten. Het onderdeel grondexploitatie woningbouw verloopt goed. Uit de stukken blijkt dat de verwachting is dat in 2025 het laatste perceel zal zijn verkocht (Grondexploitatie, openbaar, p. 17; Begr., p. 29). De grondexploitatie voor bedrijventerreinen kent knelpunten. In het programmaplan (Begr, p. 6-7) is vermeld dat het bestemmingsplan zoals het er nu ligt geen productie-activiteiten toestaat. Reactie college: Van ‘geen productie-activiteiten’ is geen sprake. Bovenaan pagina 7 wordt toegelicht dat de definitie van hightech bedrijvigheid rond Advances Materials and Manufacturing (HTSM/AMM) zoals gehanteerd in het bestemmingsplan ‘Voormalige Vliegbasis Twenthe – Noord’ een belemmering vormt, omdat productie daarbinnen slechts beperkt is toegestaan. Daarom wordt ingezet op een wijziging van het bestemmingsplan teneinde de definitie Advances Materials and Manufacturing (HTSM/AMM) in lijn te brengen met het advies van de commissie Van Wijzen (testen + ontwikkelen + produceren).
Daarnaast is er sprake van problemen rondom het verwerven van rechten om stikstof uit te stoten (Begr, p.7) en zijn andere bestemmingsplannen vernietigd of liggen nog bij de rechter. Reactie college: Niet het verwerven van rechten om stikstof uit te stoten vormt een probleem, maar het feit dat de provincie Overijssel heeft moeten besluiten om het instrument extern salderen tijdelijk op te schorten. In afwachting daarvan is het door Technology Base verwerven van stikstofrechten on hold gezet. Het bestuur van TBT heeft in 2021 besloten om de looptijd van de grondexploitatie voor het bedrijventerrein met twee jaar te verlengen naar 2031 (Begr, p. 17). Uit de meerjarenraming bij de grondexploitatie (p. 9-10) blijkt dat het merendeel van de opbrengsten pas in dat laatste jaar is 26 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
ingeboekt. De accountant noemt in haar verslag (p. 22) die inschatting van het bestuur optimistisch, maar wel onderbouwd met een extern rapport van een vastgoedspecialist. Reactie college: Dat is niet juist en komt in de meerjarenraming bij de grondexploitatie ook niet naar voren. Zie grafiek op pagina 17 van de begroting (en pagina 5 van het openbaar deel van de grondexploitatie) voor de gehanteerde uitgiftefasering. Tot 2026 is gekozen voor een behoedzame uitgifteprognose en in de jaren daarop is uitgegaan van een gelijkmatige uitgifte, gebaseerd op marktonderzoek van Cushmann & Wakefield. Wel is in het laatste jaar (2031) de opbrengst uit verkoop van verhuurde panden ingeboekt. Op pagina 18 van de begroting en pagina 6 van de grondexploitatie wordt toegelicht dat strategie van TB en uitgangspunt in de grondexploitatie is dat de verhuurde panden en terreinen op het bedrijvenpark na afronding van de gebiedsontwikkelingen worden verkocht. Dat uitgangspunt is gelijk aan voorgaande jaren en staat volledig los van het besluit om de looptijd met twee jaar te verlengen. Het derde onderdeel bestaat uit de aan de luchtvaart gerelateerde diensten. Enerzijds is er meer vliegverkeer in 2021 geweest dan in het jaar daarvoor (JV, p. 14), anderzijds speelt hier ook het stikstof debat en andere juridische kwesties. Uit de begroting (p.
12) blijkt dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) niet kan instemmen met de kwalititeit van de bermen naast de landingsbaan. Dat punt is een nieuwe ontwikkeling – dat de kwaliteit van de bermen object van onderzoek is, was wel bekend – en is niet opgenomen in de risicoparagraaf. Reactie college: Toegelicht wordt dat indien ILT niet instemt, het niet mogelijk is om grote vliegtuigen (Wide Bodies) te laten parkeren. Punt dat daarbij wordt gemaakt is dat in dat geval de markt voor kleinere Narrow Body toestellen intact blijft c.q. dit niet fataal is voor de toekomstmogelijkheden van Twente Airport (de parkeermarkt is slechts één van de opbrengstsegmenten). In de risicoparagraaf wordt aangegeven dat het risico bestaat dat het resultaat de komende jaren hoger uitvalt dan begroot en dat dat aan de orde is indien er minder landingsgelden, parkeer- en huurinkomsten worden ontvangen. Is dus wel degelijk opgenomen in de risicoparagraaf. Ook het signaal dat de landingsbaan dringend onderhoud nodig heeft is een tegenvaller. Enkele jaren geleden (Begr, p. 12) werd nog verwacht dat pas in 2032 een investering in de orde van grootte van € 4,2 mln. nodig zou zijn. Wat dit gaat betekenen is volgens het bestuur van TBT nu nog niet te zeggen. Reactie college: Toegelicht wordt dat daartoe een aanvullend onderzoek plaatsvindt en de resultaten van dit onderzoek nog niet beschikbaar zijn.
Daarnaast loopt nog een juridische procedure rondom zogenaamde turnpads. Dit is een uitvloeisel van het tijdelijk parkeren van grote vliegtuigen ten tijde van de corona pandemie. De betrokken partijen ILT en TBT hebben afgesproken zich in deze zaak te houden aan de uitspraak van de bestuursrechter. Reactie college: Zie hiervoor. Vorig jaar is naar aanleiding van de financiële resultaten in 2020 versneld een evaluatie van het toekomstperspectief voor de luchthaven opgestart. Uit de nu voorliggende begroting blijkt dat bestuurlijke besluitvorming daarover eind 2022 is gepland (Begr, p. 10). Opvallend is dat in dezelfde begroting staat vermeld dat de directie zorgen heeft dat dit besluitvormingsproces leidt tot het mislopen van kansen voor de luchthavenontwikkeling (Begr, p. 6). Vanuit de positie van de gemeenteraad (en Provinciale Staten) is een zienswijze bij het begrotingsvoorstel TBT denkbaar. Op de deelbegroting woningbouw is geen zienswijze nodig. Op het onderdeel bedrijventerrein zou u TBT kunnen vragen welke gevolgen een vertraging in investeringen zou hebben, rekening houdend met de inflatie van dit moment en het verwachte perspectief van gronduitgiftes, mede gezien de nog openstaande juridische procedures. Reactie college: Er lopen geen juridische procedures rondom het bedrijvenpark.
In paragraaf 3.1.4 van de begroting wordt een toelichting gegeven op de gevolgen van een eventuele vertraging op het resultaat van de grondexploitatie. 27 van 28
Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen Twente 2022
Rondom de luchthaven zou u kunnen vragen de signalen over noodzakelijk onderhoud aan de landingsbaan en het standpunt van ILT rondom de bermen van de landingsbaan mee te nemen in het nog lopende evaluatie-onderzoek. Reactie college: Dit valt buiten de scope van de evaluatie. Het doel van de evaluatie is inzicht krijgen in de te maken keuzes over de resterende opgave van Technology Base. De evaluatie bestaat uit twee samenhangende onderdelen: 1. een bondige terugblik op de totale gebiedsontwikkeling, gericht op de ‘lessons learned’, en 2. een vooruitblik op de resterende opgave, gericht op het creëren van een overzicht van en een basis voor de te maken keuzes door beide colleges. Het gaat daarbij om keuzes ten aanzien van een zo succesvol mogelijke verdere gebiedsontwikkeling van Technology Base en exploitatie van Twente Airport. Daarbij lijkt ook een vraag passend of nu alle mogelijke technische tegenvallers in kaart zijn gebracht. Reactie college: Alle op dit moment bekende mogelijke tegenvallers zijn in beeld gebracht en meegenomen in de risicoanalyse.
28 van 28