CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Planregels bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019

Raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Stadsveld-Pathmos 2019"24.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, c en d wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

55

Artikel 27

27.1

Waterstaat - Watersystemen Enschede

Bestemmingsomschrijving

De voor Waterstaat - Watersystemen Enschede aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en het beschermen van essentiële van Enschede, waarbij de dubbelbestemming Waterstaat - Watersystemen Enschede voorrang heeft op de andere ter plaatse van deze dubbelbestemming voorkomende bestemming(en). 27.2

Bouwregels

Op gronden met de bestemming "Waterstaat - Watersystemen Enschede" mag enkel worden gebouwd in de volgende gevallen: a. b. c.

bouwen ten behoeve van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede; vervanging/vernieuwing van bestaande bebouwing, zonder uitbreiding op maaiveld danwel in de bodem; normaal onderhoud en/of beheer of werken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.

27.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere ter plaatse geldende bestemming(en), onder de voorwaarde dat er geen permanante belemmering ontstaat voor de aanleg, de werking of het onderhoud van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede. 27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, voor zover deze niet ten dienste staan van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede: 1. het graven en/of dempen van watergangen/waterpartijen en het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; 2. het leggen van drainagebuizen; 3. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; 4. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 5. het aanbrengen van oppervlakteverharding; 6. het vellen, rooien, of verwijderen van houtwallen, boomsingels en houtopstanden. De onder a bedoelde verboden zijn niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn dan wel het normale gebruik, onderhoud en beheer betreffen of die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.

De omgevingsvergunningen, zoals genoemd onder a, worden geweigerd, indien door de uitvoering van de aldaar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen een permanente belemmering ontstaat voor de aanleg, de werking of het onderhoud van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede.

56

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 28

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

57

Artikel 29

29.1

Algemene bouwregels, voor zover in een bestemming van toepassing verklaard

29.1.1 a. b. c. d. e. f.

g.

Algemene bouwregels

Gebouwen

gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” mag de bouwhoogte niet worden overschreden; ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" mogen de gooten bouwhoogte niet worden overschreden; ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dienen bestaande onderdoorgangen in stand te worden gehouden; bestaande woningen mogen niet bouwkundig worden gesplitst in meerdere woningen, zelfstandige wooneenheden of appartementen; in afwijking van het bepaalde onder a, zijn gebouwen ook toegestaan buiten het bouwvlak achter de voorgevelrooilijn tot een maximale oppervlakte van 50 m 2 per bouwperceel en een maximale bouwhoogte van 5 meter. de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw of een blok van twee of meer aaneengesloten hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 3 meter.

29.1.2

Afwijken van de b ouwregels voor gebouwen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

b.

c.

lid 29.1.1 onder f, voor een gezamenlijk oppervlak van gebouwen buiten het bouwvlak tot maximaal 75 m² per bouwperceel, mits het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan 50% danwel niet meer dan het bebouwingspercentage dat ter plaatse is aangeduid; lid 29.1.1 onder f, voor het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak voor de voorgevelrooilijn onder de volgende voorwaarden: 1. de voorgevelrooilijn mag met ten hoogste 3 meter worden overschreden; 2. het gebouw dient minimaal 2 meter van het openbaar toegankelijk gebied te worden geplaatst; 3. de maximum bouwhoogte bedraagt 3 meter; 4. de afwijkingsbevoegdheid mag in combinatie worden toegepast met de afwijkingsbevoegdheid onder a; lid 29.1.1 onder g, voor het bouwen van hoofdgebouwen tot op de zijdelingse perceelsgrenzen.

29.1.3 a. b. c.

d. e.

Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; de bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 10 meter bedragen; voor paardrijbakken, inclusief eventuele omheining en stapmolen, gelden de volgende voorwaarden: 1. de bouw van een nieuwe paardrijbak is niet toegestaan; 2. voor de aanpassing van een bestaande paardrijbak gelden de volgende voorwaarden: de paardrijbak mag niet verplaatst worden of qua oppervlakte vergroot worden; de bouwhoogte, inclusief eventuele omheining en stapmolen, bedraagt maximaal 2 meter; het betreft een open constructie; lichtmasten ten behoeve van de paardrijbak moeten voldoen aan de bouwregels voor lichtmasten volgens de ter plaatse geldende bestemming. voor overkappingen gelden de bouwregels voor gebouwen zoals opgenomen in lid 29.1.1 en lid 29.1.2; de bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen.

29.1.4

Afwijken van de b ouwregels voor b ouwwerken, geen gebouwen zijnde

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

lid 29.1.3 onder a, voor een bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tot maximaal 3 meter;

58

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

b.

c.

lid 29.1.3 onder c voor de bouw van een nieuwe paardrijbak danwel aanpassing van een bestaande paardrijbak, inclusief eventuele omheining en stapmolen, onder de volgende voorwaarden: 1. het betreft gronden in of in een bestemming aangrenzend aan de bestemming Agrarisch Stadsrandzone; 2. het betreft gronden in of aangrenzend aan een bouwperceel met een (bedrijfs)woning danwel een bedrijf dat zich in hoofdzaak met paarden bezig houdt, waarbij de kortste afstand tussen bouwperceel en meest nabijgelegen deel van de paardrijbak maximaal 20 meter bedraagt; 3. per (bedrijfs)woning als bedoeld onder 2 is maximaal 1 paardrijbak toegestaan; 4. de afstand tot woningen van derden bedraagt minimaal 20 meter; 5. de oppervlakte van de paardrijbak, inclusief eventuele omheining en stapmolen, bedraagt in totaal maximaal 1800 m2; 6. de bouwhoogte, inclusief eventuele omheining en stapmolen, bedraagt maximaal 2 meter; 7. het betreft een open constructie; 8. lichtmasten ten behoeve van de paardrijbak moeten voldoen aan de bouwregels voor lichtmasten volgens de ter plaatse geldende bestemming. bij een omgevingsvergunning als bedoeld onder b kan in afwijking van het bepaalde onder b sub 2 en 4 een respectievelijk grotere of kleinere afstand worden toegestaan waarbij, aanvullend op het bepaalde in artikel 34.2, de volgende voorwaarden gelden: 1.

de eigenaren van omliggende percelen zijn schriftelijk akkoord met deze afwijking; 2. burgemeester en wethouders vragen advies aan de landschapsdeskundige, voor zover dat nog niet zou volgen uit artikel 34.2.

29.2

Algemene bouwregels voor afwijkende bestaande bebouwing

29.2.1

Bouwregels

Bestaande bebouwing, die afwijkt van de bouwregels zoals bepaald in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels en/of Hoofdstuk 3 Algemene regels mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, waarbij de afwijking ten opzichte van deze bouwregels niet mag worden vergroot. 29.2.2

Afwijken van de b ouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 29.2.1 voor het vervangen en/of uitbreiden van bestaande bebouwing die afwijkt van de bouwregels zoals bepaald in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels en/of Hoofdstuk 3 Algemene regels, onder de volgende voorwaarden: a. b. c.

een eventuele vergroting van de oppervlakte bedraagt niet meer dan 15% van de oppervlakte van de betreffende bestaande afwijkende bebouwing; de eventuele uitbreiding vindt uitsluitend plaats op de begane grond; de goothoogte en de bouwhoogte mogen niet toenemen.

29.3

Algemene bouwregels voor het realiseren van appartementen

29.3.1

Bouwregels voor het realiseren van appartementen

Het realiseren van appartementen en / of woongebouwen is alleen toegestaan wanneer wordt voldaan aan de hierna genoemde criteria: a. b.

c.

wonen is toegestaan volgens de ter plaatse geldende bestemming en/of aanduiding; het betreft wonen boven winkels en/of andere commerciële ruimten dan wel boven culturele, maatschappelijke of recreatieve voorzieningen aan de Singels, mits daarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. het betreft appartementen met een eigen voordeur op de begane grond aan openbaar toegankelijk gebied; 2. maximaal 1 voordeur per gevelzijde van de begane grond van een gebouw; 3. de ruimtelijke uitstraling van de begane grond van de betreffende gevels wordt gerespecteerd; 4. het realiseren van appartementen op de begane grond is niet toegestaan ter plaatse van de geldende bestemmingen 'Centrum'. het betreft appartementen die voldoen aan de kwalitatieve criteria voor middenhuurwoningen op basis

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

59

van het landelijke woningwaarderingsstelsel voor huurwoningen; het minimum gebruiksoppervlak bedraagt 75 m 2; er is geen sprake van het realiseren van appartementen in bestaande bebouwing buiten het bouwvlak.

d. e.

29.3.2

Afwijken van de b ouwregels voor het realiseren van appartementen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

lid 29.3.1 onder b en het realiseren van appartementen en/of woongebouwen toestaan in de hierna genoemde gevallen: 1. het betreft appartementen in een monument of een met de aanduiding 'karakteristiek' aangewezen cultuurhistorisch waardevol gebouw, waarvan het behoud dan wel een toekomstbestendige herbestemming zonder het toevoegen van woningen redelijkerwijs niet realiseerbaar is; 2. het betreft appartementen en/of woongebouwen in een suburbaan / groenstedelijk woonmilieu. lid 29.3.1 onder b, c en d en het realiseren van appartementen en/of woongebouwen toestaan in de hierna genoemde gevallen: 1. het betreft een of meer appartement(en) boven winkels en/of andere commerciële ruimte dan wel boven een culturele, maatschappelijke of recreatieve voorziening waar nog geen appartement aanwezig is en de oppervlakte van de beschikbare woonruimte aantoonbaar te klein is om een appartement met een gebruiksoppervlak van tenminste 75 m 2 te realiseren en voor het overige wel kan worden voldaan aan de kwalitatieve criteria voor middenhuurwoningen op basis van het landelijke woningwaarderingsstelsel voor huurwoningen; 2. het betreft sociale huurwoningen waarover prestatieafspraken zijn gemaakt met de betreffende woningcorporatie; 3.

het betreft appartementen en/of woongebouwen voor een doelgroep met een specifieke doorstroombehoefte in een gebied waar geen (te transformeren) appartementen of woongebouwen aanwezig zijn; 4. het betreft een specifieke doelgroep met een bijzondere of dringende woonvraag.

b.

29.3.3 a.

Overgangsperiode voor het realiseren van vervangende nieuwbouw voor appartementen

Het bepaalde in de leden 29.3.1 en 29.3.2 is gedurende een overgangsperiode van 5 jaren niet van toepassing op het verlenen van een omgevingsvergunning voor vervangende nieuwbouw, onder de voorwaarde dat het aantal appartementen in de nieuwe situatie niet toeneemt ten opzichte van de voorheen aanwezige situatie. De onder a genoemde overgangsperiode van 5 jaren begint op 1 oktober 2019.

b.

29.3.4

Beleidsregel

Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 29.3.1 en 29.3.2 wordt getoetst aan de beleidsregel 'Kwalitatief sturen op appartementen' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

29.4

Algemene bouwregels voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen

29.4.1

Bouwregels

Daar waar ingevolge het bepaalde in deze planregels het bouwen of verbouwen van gebouwen is toegestaan, is het tevens mogelijk deze gebouwen geheel of gedeeltelijk te onderkelderen of van een onderbouw te voorzien, met dien verstande dat: a. b.

de bovenkant van de vloer van de kelder of onderbouw maximaal 3 meter onder het peil mag zijn gelegen; onderkelderen slechts is toegestaan tussen de boven het peil gelegen buitenwerkse gevelvlakken van het gebouw.

60

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

29.4.2

Afwijken van de b ouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 29.4.1: a. b. c.

voor het onderkelderen van gebouwen met een kelder of onderbouw waarvan de bovenkant van de vloer tot maximaal 5 meter onder het peil is gelegen; voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen met een kelder of onderbouw tot maximaal 3 meter vanuit de boven het peil gelegen buitenwerkse gevelvlakken van het gebouw; voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen met een geheel of gedeeltelijk ondergrondse parkeervoorziening ten behoeve van parkeren op eigen terrein, indien dit uit een oogpunt van functionaliteit en veiligheid noodzakelijk is.

29.5

Algemene bouwregels voor nutsvoorzieningen

Daar waar ingevolge het bepaalde in deze planregels het bouwen van nutsvoorzieningen is toegestaan, gelden voor het bouwen van nutsvoorzieningen de volgende bepalingen: a. b. c.

de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m²; de maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter.

29.6

Algemene bouwregels ter bescherming van bomen

Daar waar ingevolge het bepaalde in deze planregels het bouwen of verbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is toegestaan in de directe nabijheid van op grond van de Algemene plaatselijke verordening beschermde bomen, betrekken burgemeester en wethouders bij de besluitvorming omtrent de het verlenen van de omgevingsvergunning de als uitwerking van de algemene plaatselijke verordening vastgestelde nadere regels voor de bescherming van bomen. 29.7

Algemene bouwregels ter bescherming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen

29.7.1

Bouwen en slopen

Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning wijzigingen aan te brengen in de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van bebouwing. Daaronder wordt ook het geheel of gedeeltelijk slopen van bebouwing verstaan. 29.7.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in lid 29.7.1 geldt niet voor wijzigingen aan bebouwing: a. b. c. d.

e.

waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; die niet zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied, tenzij: 1. het wijzigingen aan bebouwing betreft die zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied zijn te maken door het rooien van beplanting of het weghalen van een erfafscheiding; 2. het wijzigingen betreft aan objecten buiten de bebouwde kom. anders dan bedoeld onder a t/m d en waarbij de cultuurhistorisch deskundige oordeelt dat er geen sprake is van een wijziging van de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van de bebouwing. Het betreft bijvoorbeeld delen van een bouwwerk die niet bijdragen aan de karakteristiek van het bouwwerk.

29.7.3 a.

Toepassingscriteria

Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in lid 29.7.1 wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

61

b.

c.

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 29.7.1 wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen zijn niet langer aanwezig en kunnen niet zonder ingrijpende wijzigingen aan de bebouwing worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen zijn in redelijkheid niet langer te handhaven; Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 29.7.1 wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders altijd advies aan de cultuurhistorisch deskundige.

29.7.4

Monumenten

De werking van de aanduiding 'karakteristiek' vervalt indien het betreffende object tevens is aangewezen als een monument danwel op het moment dat een object de status van monument krijgt.

62

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Artikel 30

30.1

Algemene gebruiksregels

Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemmingen, tenzij voor dit afwijkende gebruik een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving is verleend. Tot een strijdig gebruik met de bestemmingen wordt, tenzij anders bepaald in de betreffende bestemming, in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e. f. g.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; het gebruik van gronden en bouwwerken voor iedere vorm van wonen; indien wonen is toegestaan op basis van de daar geldende bestemming: het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor iedere vorm van bewoning, anders dan huisvesting in verband met mantelzorg; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige kantoren. de vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen (buiten een gezoneerd industrieterrein), risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven.

Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten. 30.2

Beroep of bedrijf aan huis

30.2.1

Regeling b eroep of b edrijf aan huis

Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen gelden de volgende regels: a.

b. c. d.

het maximum vloeroppervlak voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis bedraagt 30% van het totale vloeroppervlak van de woning, met inbegrip van de daarbij behorende bergruimten en bijgebouwen en met een maximum van 100 m 2; buitenopslag van goederen en bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar toegankelijk gebied, anders dan laden en lossen, zijn niet toegestaan; horeca en detailhandel zijn niet toegestaan; er is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die geheel of grotendeels zijn gebaseerd op het ontvangen van groepen klanten, tenzij wordt voldaan aan de hierna genoemde criteria: 1. tijdens de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 5 personen gelijktijdig toegestaan; 2. buiten de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 2 personen gelijktijdig toegestaan.

30.2.2

Afwijkingsregels b eroep of b edrijf aan huis

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. b. 30.3 a.

b.

c.

lid 30.2.1, onder a, voor het toestaan van een groter vloeroppervlak voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan, tot een maximum van 49%; lid 30.2.1, aanhef, in combinatie met artikel 1.20, voor het toestaan van een bed and breakfast. Verbod op verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken voor de verkoop, opslag, groothandel, verwerking en/of vervaardiging van vuurwerk. In afwijking van het bepaalde onder a is de verkoop met opslag van consumentenvuurwerk wel toegestaan op gronden met de bestemmingen 'Centrum', 'Detailhandel', 'Detailhandel - Tuincentrum' en op gronden met de functieaanduiding 'detailhandel', en 'detailhandel volumineus'. De verkoop met opslag van consumentenvuurwerk als bedoeld onder b is alleen toegestaan onder de

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

63

volgende voorwaarden: 1. voor de opslag van consumentenvuurwerk geldt een maximum van 10.000 kg; 2. er wordt voldaan aan de minimale veiligheidsafstanden tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten die genoemd zijn in het Vuurwerkbesluit. 30.4

Geluidzoneringsplichtige inrichtingen

Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als geluidzoneringsplichtige inrichting, tenzij de gronden zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. 30.5 a.

b.

Verbod op risicovolle inrichtingen Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als risicovolle inrichting. Het onder a genoemde verbod geldt niet voor reeds aanwezige risicovolle inrichtingen waarvoor in dit plan een passende planologische regeling is opgenomen.

64

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Artikel 31

31.1

Geluidzones

31.1.1 a.

b.

c.

Algemene aanduidingsregels

geluidzone - industrie

Ter plaatse van de aanduiding “geluidzone - industrie” mogen op gronden gelegen binnen deze zone, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen woningen of andere geluidgevoelige gebouwen worden gebouwd en geen geluidgevoelige terreinen worden aangelegd. Het onder a genoemde verbod geldt niet: 1. voor het vernieuwen, veranderen of vergroten van woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen overeenkomstig de regels van dit plan, mits daarbij de afstand tot het gezoneerde industrieterrein niet wordt verkleind, de bouwhoogte van het gebouw niet toeneemt, het aantal woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen niet toeneemt en wordt voldaan aan de van toepassing zijnde eisen voor de karakteristieke geluidwering uit het Bouwbesluit; 2. indien burgemeester en wethouders ten behoeve van de bouw van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen of aanleg van geluidsgevoelige terreinen een hogere grenswaarde hebben vastgesteld en wordt voldaan aan de van toepassing zijnde eisen voor de karakteristieke geluidwering uit het Bouwbesluit; 3. indien door middel van akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat door het treffen van een maatregel een situatie kan worden gecreëerd, waardoor wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde; 4.

indien de naar het gezoneerde industrieterrein gekeerde gevel van de woning of van het andere geluidsgevoelige gebouw voldoet aan de voorwaarden, zoals vermeld in artikel 1b, lid 4 van de Wet geluidhinder en door middel van akoestisch onderzoek is aangetoond, dat minimaal sprake is van één geluidluwe gevel (geluidsbelasting minder dan 50 dB(A)). Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door: 1. het wijzigen van de geluidzone - industrie, waarbij aangetoond dient te worden dat de geluidsbelasting in het gebied dat ophoudt deel uit te maken van de geluidzone - industrie lager is dan 50 dB(A); 2. het opheffen van de geluidzone - industrie, met dien verstande dat opheffing uitsluitend kan plaatsvinden wanneer de bestemming van het betrokken industrieterrein zodanig is gewijzigd dat het geen gezoneerd industrieterrein meer is.

31.2

Veiligheidszones

31.2.1

veiligheidszone - lpg

a. b.

c. d.

Ter plaatse van de aanduiding “veiligheidszone - lpg" zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan; Het onder a genoemde verbod geldt overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, lid 2 van het Bevi niet voor (de uitbreiding van) de eigen inrichting (de inrichting ten behoeve waarvan de veiligheidszone noodzakelijk is); Het onder a genoemde verbod geldt eveneens niet voor beperkt kwetsbare objecten buiten de eigen inrichting die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds rechtens aanwezig zijn; Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door: 1. het wijzigen van de veiligheidszone, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de omvang van de plaatsgebonden risicocontour (10 -6grenswaarde) als gevolg van nieuwe technische inzichten, verandering van wetgeving, nieuwe rekenmodellen of een wijziging in de LPG-installatie beperkter is geworden en zich binnen de gewijzigde zone geen kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten bevinden; 2. het opheffen van de veiligheidszone, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de ter plaatse gelegen LPG-installatie buiten werking is gesteld of het plaatsgebonden risico is opgeheven.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

65

31.3

Overige zones

31.3.1

archeologisch onderzoeksgeb ied a

a.

b.

c.

d.

Ter plaatse van de aanduiding "archeologisch onderzoeksgebied a” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 250 m². Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor de bouw van bouwwerken en/of uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden ten behoeve van de daar voorkomende bestemming(en), indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afzien van het laten uitvoeren van archeologisch vooronderzoek als bedoeld onder b indien zij van oordeel zijn dat door bodemingrepen het terrein ter plaatse reeds zodanig is verstoord dat er redelijkerwijs geen sprake meer is van mogelijke aantasting van archeologische waarden. Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door: 1.

de aanduiding "archeologisch onderzoeksgebied a” geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. aan gronden de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" toe te kennen ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie archeologische waarden aanwezig zijn waarvoor op grond van de Erfgoedwet in het bestemmingsplan een beschermende bestemmingsregeling dient te worden opgenomen.

31.3.2 a.

b.

c.

d.

31.3.3 a.

archeologisch onderzoeksgeb ied b

Ter plaatse van de aanduiding "archeologisch onderzoeksgebied b” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m². Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor de bouw van bouwwerken of uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden ten behoeve van de daar voorkomende bestemming(en), indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afzien van het laten uitvoeren van archeologisch vooronderzoek als bedoeld onder b indien zij van oordeel zijn dat door bodemingrepen het terrein ter plaatse reeds zodanig is verstoord dat er redelijkerwijs geen sprake meer is van mogelijke aantasting van archeologische waarden. Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door: 1.

de aanduiding “archeologisch onderzoeksgebied b” geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. aan gronden de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" toe te kennen ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie archeologische waarden aanwezig zijn waarvoor op grond van de Erfgoedwet in het bestemmingsplan een beschermende bestemmingsregeling dient te worden opgenomen. Cultuurhistorische structuur

Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische structuur' is het niet toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwkundige wijzigingen aan te brengen die zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied danwel bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen voor zover de te slopen delen zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied. Hieronder worden ook wijzigingen en

66

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

b.

c.

d.

e.

f.

sloop van bijgebouwen, tuinmuren en hekken begrepen, voorzover deze mee-ontworpen zijn met de oorspronkelijke bebouwing. Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische structuur' is het niet toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren, voor zover de volgende omstandigheden beide van toepassing zijn: 1. de werken of werkzaamheden zijn aanwezig in of zijn zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied danwel hebben een invloed die zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied; 2. het betreft typen werken of werkzaamheden die aanwezige cultuurhistorische waarden kunnen aantasten. Daarbij gaat het in ieder geval om: het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, paden of andere (half)verhardingen; het vellen, rooien of verwijderen van bomen, hagen en andere houtopstanden; het graven en/of dempen van waterlopen (met uitzondering van greppels). De onder a en b bedoelde verboden zijn niet van toepassing op werken of werkzaamheden: 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3.

die van geringe omvang zijn dan wel het normale gebruik, onderhoud en beheer betreffen, zoals vervanging van bestaande verharding en het snoeien van hagen en struiken; 4. anders dan bedoeld onder 1, 2 en 3 en die op basis van het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige worden uitgevoerd aan/in een onderdeel van de 'cultuurhistorische structuur' dat niet bijdraagt aan de waarde van de 'cultuurhistorische structuur'. De omgevingsvergunningen als bedoeld onder a en b worden geweigerd indien door de uitvoering van de daar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de aanwezige 'cultuurhistorische structuur' in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast, tenzij er een noodzaak bestaat vanuit zwaarwegende (andere) maatschappelijke belangen en er in dat geval geen redelijke alternatieven voorhanden zijn. De omgevingsvergunningen als bedoeld onder a en b worden in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de 'cultuurhistorische structuur' is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen worden hersteld danwel is in redelijkheid niet langer te handhaven; 2.

de aantasting van de 'cultuurhistorische structuur', als bedoeld onder d, wordt voldoende weggenomen door bouwwerken (zoals nieuwbouw na sloop) of andere werken (zoals herplant van houtopstanden) die de herkenbaarheid en opzet van de oorspronkelijke structuur respecteren. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a en b wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige. Daarbij wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

67

Artikel 32

32.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan: a.

voor het afwijken van de in het plan voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 10%; voor het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; voor het in geringe mate afwijken van de in het plan voorgeschreven maten, afmetingen, percentages, bouw- en bestemmingsgrenzen voor het realiseren van energiebesparende en/of andere voorzieningen in het kader van de klimaatadaptatie; voor het uitvoeren van een bouwplan, indien op grond van de definitieve uitmeting van het bouwperceel of in verband met de verkaveling of situering blijkt dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van de bouwgrens niet meer bedraagt dan 3 meter; voor het bouwen van antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie en overige antennes, zend- en sirenemasten, met uitzondering van antenne-installatie voor zendamateurs, tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; voor het bouwen van een antenne-installatie voor zendamateurs, tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; voor het bouwen van een ondergrondse voorziening voor het bergen van hemelwater in openbaar toegankelijk gebied en/of om te kunnen voldoen aan het bepaalde in artikel 35.2; voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen op aangekocht voormalig

openbaar groen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aangekochte terrein grenst aan het perceel waarop het hoofdgebouw is gesitueerd en is te beschouwen als 'erf'; 2. er wordt voldaan aan de bouwregels voor gebouwen van de bestemming die geldt voor het hoofdgebouw. voor het realiseren van luifels, brandtrappen, balkons, galerijen en andere ondergeschikte bouwdelen aan gebouwen, voor zover deze geheel of gedeeltelijk zijn gelegen boven een bestemming die dit niet toelaat; voor het realiseren van vlaggenmasten, tot een maximum bouwhoogte van 15 meter; voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een maximum bouwhoogte van 10 meter, met uitzondering van erf- en perceelsafscheidingen en bouwwerken als bedoeld onder h, i en j.

b. c.

d.

e.

f. g. h.

i.

j. k.

32.2 a.

b.

Toepassingscriteria Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 32.1 onder e wordt getoetst aan de volgende criteria: 1. De installatie is noodzakelijk voor het kunnen (blijven) garanderen van 100% dekking; 2. Medegebruik van bestaande installaties is redelijkerwijs niet mogelijk; 3. Plaatsing op woongebouwen is alleen toegestaan indien er redelijkerwijs geen andere geschikte hoge gebouwen beschikbaar zijn; 4. Een antennemast met bijbehorende installatie dient op een zorgvuldige wijze landschappelijk en stedenbouwkundig te worden ingepast; 5. Er wordt voor het overige voldaan aan de bepalingen in het Antenneconvenant 2010 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een nieuw convenant, aan het gewijzigde respectievelijk nieuwe convenant. De onder 32.2 onder a genoemde omgevingsvergunning wordt niet verleend voor plaatsing van een antennemast en/of antenne-installaties op de hierna genoemde locaties: 1. Op en/of nabij monumenten, indien daardoor (het zicht op) het monument wordt of kan worden geschaad; 2. In of nabij natuurgebieden; 3. In landschappelijk waardevolle gebieden en open landschappen; 4. In of nabij historische stadsparken; 5. Op of nabij begraafplaatsen.

68

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

c.

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 32.1 onder f wordt getoetst aan de beleidsregel 'Beleid Antenne Installaties Zendamateurs' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

69

Artikel 33

33.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen: a.

voor een wijziging in de situering van bestemmingsgrenzen en bouwvlakken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuivingen in verband met ingekomen bouwplannen wenselijk of noodzakelijk zijn, mits de bestemmingsgrenzen of bouwgrenzen niet meer dan 5 meter worden verschoven; door het wijzigen van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 20%; door het verwijderen van een in dit plan genoemde functieaanduiding; voor het bouwen van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie en overige antennes, zend- en sirenemasten, met uitzondering van antenne-installaties voor zendamateurs, met een maximum bouwhoogte van 50 meter; door aan een gebouw de bouwaanduiding 'karakteristiek' toe te kennen, indien op basis van cultuurhistorisch onderzoek dan wel een wijziging van het cultuurhistoriebeleid is aangetoond dat het betreffende gebouw cultuurhistorische waarde heeft.

b. c. d.

e.

33.2 a.

b.

c.

Toepassingscriteria Aan de in lid 33.1 onder c genoemde wijzigingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders uitsluitend toepassing geven indien aan tenminste één van onderstaande criteria is voldaan: 1. de betreffende activiteit ter plaatse is gedurende tenminste een jaar beëindigd en er zijn geen redenen om aan te nemen dat de activiteit zal worden voortgezet; 2. met de eigenaar is overeenstemming bereikt over het beëindigen van de betreffende activiteit. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 33.1 onder d wordt getoetst aan de volgende criteria: 1. De installatie is noodzakelijk voor het kunnen (blijven) garanderen van 100% dekking; 2. Medegebruik van bestaande installaties is redelijkerwijs niet mogelijk; 3. Plaatsing op woongebouwen is alleen toegestaan indien er redelijkerwijs geen andere geschikte hoge gebouwen beschikbaar zijn; 4. Een antennemast met bijbehorende installatie dient op een zorgvuldige wijze landschappelijk en stedenbouwkundig te worden ingepast; 5. Er wordt voor het overige voldaan aan de bepalingen in het Antenneconvenant 2010 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een nieuw convenant, aan het gewijzigde respectievelijk nieuwe convenant.

De in lid 33.1 onder d genoemde wijzigingsbevoegdheid wordt niet verleend voor plaatsing van een antennemast en/of antenne-installaties op de hierna genoemde locaties: 1. Op en/of nabij monumenten, indien daardoor (het zicht op) het monument wordt of kan worden geschaad; 2. In of nabij natuurgebieden; 3. In landschappelijk waardevolle gebieden en open landschappen; 4. In of nabij historische stadsparken; 5. Op of nabij begraafplaatsen.

70

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Artikel 34

34.1

Algemene procedureregels

Procedureregels wijziging

Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals bedoeld in deze regels, gelden de procedureregels zoals voorgeschreven in artikel 3.9a, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening, met dien verstande dat: a. b. c.

34.2

indien het een besluit op aanvraag betreft, burgemeester en wethouders de aanvrager zo nodig in de gelegenheid stellen te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen; indien tegen het ontwerp-besluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, het besluit tot het al dan niet vaststellen van het wijzigingsplan met redenen wordt omkleed; burgemeester en wethouders het besluit tot het al dan niet vaststellen van het wijzigingsplan bekend maken aan de aanvrager en eventuele indieners van zienswijzen. Afwegingskader voor afwijkingen en wijzigingen

Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of een wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld in deze regels, geldt als voorwaarde dat geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van: het woon- en leefklimaat; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de parkeersituatie in de openbare ruimte; de sociale veiligheid; de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; de milieusituatie; de cultuurhistorische waarde; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

71

Artikel 35

35.1

Parkeren

35.1.1 a.

Overige regels

Parkeerregels algemeen

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw dan wel het onbebouwd terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren van auto's; 2. het stallen van fietsen. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd.

b.

35.1.2

Afwijken van de parkeerregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 35.1.1: a.

indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

b.

35.1.3

Beleidsregels

Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 35.1.1 en 35.1.2 wordt getoetst aan de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

35.2 a.

b. c. d.

e. f.

Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de oppervlakte van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in voorzieningen voor het bergen en/of in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van bebouwing, bij voorkeur in combinatie met drainage. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op, aan of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. de minimum bergingsopgave als bedoeld onder a bedraagt 0,02 m; in aanvulling op het bepaalde onder c geldt voor vervangende nieuwbouw met een groter grondoppervlak dan de oorspronkelijke bebouwing de volgende bergingsopgave: 1. tenminste 0,02 m voor het te bebouwen oppervlak dat gelijk is aan het voorheen bebouwde oppervlak; 2. tenminste 0,04 m voor het ten opzichte van het voorheen bebouwde oppervlak aanvullend te bebouwen oppervlak.

de onder a bedoelde berging of infiltratie van hemelwater dient het (teveel aan) water af te wateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a indien berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein redelijkerwijs niet op doelmatige wijze mogelijk is.

72

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 36

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

36.1

Overgangsrecht bouwwerken

36.1.1

Overgangsbepaling

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

36.1.2

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 36.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 36.1.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 36.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 36.2

Overgangsrecht gebruik

36.2.1

Overgangsbepaling

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 36.2.2

Strijdig geb ruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 36.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 36.2.3

Verboden geb ruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 36.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 36.2.4

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 36.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

73

36.3

Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan grond en bouwwerken gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan met het oog op beëindiging op termijn van die met het plan strijdige situatie, ten behoeve van die persoon of personen bij een omgevingsvergunning van dat overgangsrecht worden afgeweken.

74

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Artikel 37

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019".

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

75

Colofon Dit is een uitgave van: Team Ruimtelijke Plannen Afdeling Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Januari 2021, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=edb94564-50fc-4352-9517-b988f7ba2f01