Planregels bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019
Tekst van het document
Specifieke gebruiksregels Opslag op onbebouwde gronden ten dienste van bedrijven is toegestaan, mits deze niet plaatsvindt vóór een naar de openbare weg of het openbaar groen gekeerde gevel en mits de opslag voor het overige in overeenstemming is met het ter plaatse toegestane gebruik. Geen opslag van goederen mag plaatsvinden binnen een afstand van minder dan 3,5 meter van een niet langs een openbare weg of openbaar groen gelegen zijdelingse perceelsgrens en binnen een afstand van minder dan 5 meter van een niet langs een openbare weg of openbaar groen gelegen achterste perceelsgrens, tenzij de opslag van goederen uit het oogpunt van rampenbestrijding geen gevaar oplevert. Bestaande bedrijfsmatige opslag, die afwijkt van het bepaalde in lid 6.4, onder a en/of b, mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
27
6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 6.1 voor het toestaan van een bedrijfsactiviteit die niet is genoemd in de hoofdgroep Bedrijven van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1) dan wel genoemd is in één of ten hoogste twee categorieën hoger, mits die bedrijfsactiviteit, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de volgens lid 6.1, op die locatie toegestane bedrijfsactiviteiten; lid 6.1 voor het toestaan van ondergeschikte detailhandel, met uitzondering van het bedrijventerrein Josink Es.
28
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 7
7.1
Centrum
Bestemmingsomschrijving
De voor “Centrum” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
d. e.
f.
g.
h.
detailhandel, met dien verstande dat het verkoop vloeroppervlak uitsluitend is toegestaan op de begane grond en een eventueel aanwezige winkelverdieping in een onderbouw; dienstverlening, met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond; horeca, met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond en beperkt is tot horecabedrijven die zijn genoemd in categorie 1 uit de hoofdgroep "Horeca" van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1); maatschappelijke basisfuncties, met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond bedrijven, met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond en beperkt is tot bedrijven die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep "Bedrijven" van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1); het wonen in een woning, met uitzondering van kamerverhuurpanden, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat de functie wonen niet is toegestaan op de begane grond en in een eventueel aanwezige kelderverdieping; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals bergingen, trappenhuizen, ontsluitingswegen, laden en lossen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
Het bepaalde onder f ten aanzien van kamerverhuurpanden is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
7.2 a. b.
Bouwregels op de voor “Centrum" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 7.1 worden gebouwd. voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29.
7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 onder a, voor het toestaan van het verbouwen van een woning of wooneenheid tot kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. 7.4
Specifieke gebruiksregels
Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen, gelden de algemene gebruiksregels van artikel 30.2. 7.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 7.1 onder c, voor het toestaan van een horeca-activiteit die niet is genoemd in de hoofdgroep Horeca van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1), dan wel in die hoofdgroep is genoemd in één categorie hoger, mits die horeca-activiteit gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de volgens lid 7.1 onder c op die locatie toegestane horeca-activiteiten. lid 7.1 onder d, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
29
c.
d.
lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76. lid 7.1 onder e, voor het toestaan van een bedrijfsactiviteit die niet is genoemd in de hoofdgroep Bedrijven van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1), dan wel in die hoofdgroep is genoemd in één categorie hoger, mits die bedrijfsactiviteit gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de volgens lid 7.1 onder e op die locatie toegestane bedrijfsactiviteiten. lid 7.1, onder f, voor het toestaan van het gebruik van een woning of wooneenheid als kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Het bepaalde in dit lid (7.5 onder d) is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
30
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 8
8.1
Cultuur en ontspanning - Speeltuin
Bestemmingsomschrijving
De voor "Cultuur en ontspanning - Speeltuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
8.2 a. b. c.
speeltuinen en parken,met daaraan ondergeschikt, niet zelfstandige horeca; ter plaatse van de aanduiding "waterberging" voor een ondergrondse waterberging; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Bouwregels op de voor “Cultuur en ontspanning - Speeltuin” aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 8.1; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29; in aanvulling op het bepaalde onder b geldt dat ter plaatse van de aanduiding "waterberging" een ondergrondse waterberging mag worden gebouwd danwel aangepast.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
31
Artikel 9
9.1
Detailhandel
Bestemmingsomschrijving
De voor “Detailhandel” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
detailhandel, waarbij het verkoop vloeroppervlak: 1. uitsluitend is toegestaan op de begane grond en een eventueel aanwezige winkelverdieping in een onderbouw; 2. maximaal 500 m 2 per winkelunit bedraagt; dienstverlening; wonen in een woning, niet zijnde een kamerverhuurpand, op de (overige) verdieping(en), al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, laden en lossen ,groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Het bepaalde onder c ten aanzien van kamerverhuurpanden is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
b. c. d. e.
9.2 a.
Bouwregels op de voor “Detailhandel” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 9.1 worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel', is een luifel toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3,80 meter; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29.
b. c.
9.3 a.
Specifieke gebruiksregels Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen gelden de algemene gebruiksregels van artikel 30.2; Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt, in aanvulling op het bepaalde in lid 30.1, in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel volumineuze goederen; 2. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een autoherstelbedrijf.
b.
9.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. b.
lid 9.1, onder a sub 2, voor het toestaan van een winkelunit met meer dan 500 m 2 verkoop vloeroppervlak. lid 9.1, onder c, voor het toestaan van het gebruik van een woning of wooneenheid als kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Het bepaalde in dit lid (9.4, onder b) is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
32
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 10
10.1
Detailhandel - Tuincentrum
Bestemmingsomschrijving
De voor "Detailhandel - Tuincentrum" aangewezen gronden zijn bestemd voor; a.
b. c.
10.2 a. b. c.
10.3
de uitoefening van een tuincentrum, waarbij geldt: 1. de oppervlakte ten behoeve van detailhandel in het nevenassortiment met inbegrip van de gangpaden, exclusief huis- en hobbydieren, mag ten hoogste 20 % van de winkelverkoopvloeroppervlakte bedragen; 2. de oppervlakte ten behoeve van detailhandel in huis- en hobbydieren mag, met inbegrip van de gangpaden, ten hoogste 2 % van de winkelverkoopvloeroppervlakte bedragen; niet zelfstandige horeca met een maximum oppervlakte van 3 % van de winkelverkoopvloeroppervlakte; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Bouwregels op de voor "Detailhandel - Tuincentrum" aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 10.1. voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29.
in afwijking van het bepaalde onder b mag geen bebouwing worden opgericht binnen een afstand van 3,5 meter van een niet langs een openbare weg of openbaar groen gelegen zijdelingse perceelsgrens en binnen een afstand van 5 meter van een niet langs een openbare weg of openbaar groen gelegen achterste perceelsgrens, tenzij het oprichten van bebouwing uit het oogpunt van rampenbestrijding geen gevaar oplevert; Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt, in aanvulling op het bepaalde in lid 30.1, in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e.
gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in volumineuze goederen, met uitzondering van detailhandel in tuininrichtingsartikelen; gronden en opstallen voor een andere tak van handel (inclusief detailhandel), bedrijf of dienstverlening dan is toegestaan volgens het bepaalde in artikel 10.1; gronden en opstallen voor de uitoefeining van detailhandel in het nevenassortiment voorzover de in artikel 10.1 genoemde maximum percentages worden overschreden; gronden en opstallen voor de uitoefening van detailhandel in huis- en hobbydieren voorzover het in artikel 10.1 onder a sub 2 genoemde maximum percentage wordt overschreden; van gronden en opstallen voor de uitoefening van niet zelfstandige horeca, voor zover het in artikel 10.1 onder b genoemde maximum percentage wordt overschreden.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
33
Artikel 11
11.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing; in- en uitritten, wandel- en fietspaden; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - openbare dienstverlening' is tevens opslag en stalling ten behoeve van openbare dienstverlening mogelijk, zoals opslag van bouwmaterialen, beplanting, hout en grond en stalling van werktuigen en bouwketen; ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' is parkeren van (motor)voertuigen en fietsen toegestaan; bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.
b. c. d. e.
f. g.
11.2 a.
Bouwregels op de voor “Groen” aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 11.1 worden gebouwd; gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van speelvoorzieningen als bedoeld onder d; in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein' een fietsenstalling worden gebouwd met een afmeting van maximaal 5 meter breed, 20 meter lang en 3 meter hoog. Deze mag alleen worden gebouwd als ook wordt voldaan aan het bepaalde in lid 11.3. Voor het bouwen van speelvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: 1. de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 4 meter; 2. de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 20 m²; voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29.
b. c.
d.
e.
11.3
Specifieke gebruiksregels
Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' is het gebruik als bedoeld in lid 11.1 onder f enkel toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
het terrein is aan alle zijden ingepast met beplanting en aan alle zijden is deze (gedeeltelijk) opgaand; zowel aan de randen van het terrein als binnen op het terrein zijn meerdere bomen aanwezig; als gevolg van het bepaalde onder a en b heeft het terrein een groene/natuurlijke uitstraling aan alle zijden van het terrein.
34
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 12
12.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor "Horeca" aangewezen gronden zijn, bestemd voor: a. b. c. d.
12.2 a. b.
12.3
horecabedrijven, die zijn genoemd in categorie 1 uit de hoofdgroep Horeca van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1), met uitzondering van hotels en/of congrescentra; wonen in een woning, niet zijnde een kamerverhuurpand, op de (overige) verdieping(en), al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Het bepaalde onder b ten aanzien van kamerverhuurpanden is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
Bouwregels op de voor "Horeca" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 12.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden verder de algemene bouwregels in artikel 29.
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 12.1 onder a, ten behoeve van de vestiging van een horecabedrijf dan wel wijziging of aanpassing van een bestaand horecabedrijf in een horecabedrijf, dat niet is genoemd in de hoofdgroep Horeca van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1) dan wel is genoemd in één categorie hoger van die hoofdgroep, mits dat horecabedrijf, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de volgens lid 12.1 onder a, op die locatie toegestane horecabedrijven. lid 12.1, onder b, voor het toestaan van het gebruik van een woning of wooneenheid als kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Het bepaalde in dit lid (12.3, onder b) is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
35
Artikel 13
13.1
Kantoor
Bestemmingsomschrijving
De voor “Kantoor” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
kantoren; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
13.2 a. b.
Bouwregels op de voor “Kantoor” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 13.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29.
36
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 14
14.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor “Maatschappelijk” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
14.2 a. b.
14.3
maatschappelijke basisfuncties; ter plaatse van de aanduiding "kantoor" zijn kantoren toegestaan; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Bouwregels op de voor "Maatschappelijk" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 14.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29. Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.1 onder a, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
37
Artikel 15
15.1
Maatschappelijk - Onderwijs
Bestemmingsomschrijving
De voor "Maatschappelijk - Onderwijs" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
onderwijs; maatschappelijke basisfuncties; kinderopvang; ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - a' is wonen in een woning, niet zijnde een kamerverhuurpand, toegestaan op de bovenste verdieping, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, terreinen en voorzieningen zoals fietsenstallingen, gymnastieklokalen, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Het bepaalde onder d ten aanzien van kamerverhuurpanden is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
e. f.
15.2 a.
Bouwregels op de voor "Maatschappelijk - Onderwijs" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 15.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29.
b.
15.3
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 15.1 onder b, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76. lid 15.1, onder d, voor het toestaan van het gebruik van een woning of wooneenheid als kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Het bepaalde in dit lid (15.3, onder b) is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
b.
15.4
Wijzigingsbevoegdheid
15.4.1
Wijzigingsb evoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - 1' te wijzigen in de bestemming 'Wonen'. 15.4.2
Toepassingscriteria
Een wijzigingsplan, als bedoeld in lid 15.4.1 kan alleen worden vastgesteld als: a. b. c.
de toegestane bouwhoogte van de woningen maximaal 10 meter bedraagt; voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 31, artikel 34 en artikel 35; voor het overige het bepaalde in artikel 24 ten aanzien van de bestemming “Wonen” van overeenkomstige toepassing is.
38
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 16
16.1
Maatschappelijk - Religie
Bestemmingsomschrijving
De voor "Maatschappelijk - Religie" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c.
16.2 a. b.
16.3
een maatschappelijke voorziening voor het houden van religieuze diensten, uitvaart- en rouwdiensten, het voltrekken van huwelijken en het houden van activiteiten op maatschappelijk, cultureel en sociaal gebied, als onderdeel van de maatschappelijke-religieuze voorziening; maatschappelijke basisfuncties; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Bouwregels op de voor "Maatschappelijk - Religie" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 16.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29. Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.1 onder b, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
39
Artikel 17
17.1
Maatschappelijk - Verenigingsleven
Bestemmingsomschrijving
De voor "Maatschappelijk - Verenigingsleven" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
een maatschappelijke voorziening voor het verenigingsleven; maatschappelijke basisfuncties; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
17.2 a.
Bouwregels op de voor "Maatschappelijk - Verenigingsleven" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 17.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29.
b.
17.3
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.1 onder b, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76.
40
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 18
18.1
Maatschappelijk - Zorginstelling
Bestemmingsomschrijving
De voor "Maatschappelijk - Zorginstelling" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e.
18.2 a. b.
18.3
een zorginstelling; maatschappelijke basisfuncties; kinderopvang; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - openbare dienstverlening' is tevens toegestaan: 1. openbare dienstverlening; 2. kantoor ten behoeve van hulpdiensten; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Bouwregels op de voor "Maatschappelijk - Zorginstelling" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 18.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29. Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.1 onder b, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
41
Artikel 19
19.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor “Sport” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
sportvoorzieningen, die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Sport van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1), met uitzondering van risicovolle inrichtingen; een veldsportcomplex met verlichting, voor zover legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; een sporthal, voor zover legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; niet zelfstandige horeca, met uitzondering van muziekcafé en discotheek; niet zelfstandige detailhandel die naar aard, omvang en openingstijden ondergeschikt en ondersteunend is aan de hoofdfunctie sport; maatschappelijke basisfuncties; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, terreinen en voorzieningen, zoals kantines, kleedruimtes, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
b. c. d. e. f. g.
19.2 a.
Bouwregels op de voor “Sport” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 19.1 worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de algemene bouwregels in artikel 29. in afwijking van het bepaalde onder b geldt voor een veldsportcomplex als bedoeld in lid 19.1 onder b: 1. de maximum bouwhoogte van lichtmasten bedraagt 18 meter; 2. de maximum bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 8 meter.
b. c.
19.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt, in aanvulling op het bepaalde in 30.1 (algemeen gebruiksverbod), in ieder geval gerekend: het gebruik van gebouwen ten behoeve van een muziekcafé en/of discotheek. 19.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 19.1, onder a, voor het toestaan van een sport-activiteit of voorziening die niet is genoemd in de hoofdgroep Sport van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1), dan wel in die hoofdgroep is genoemd in één categorie hoger, mits die sport-activiteit of voorziening, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de volgens artikel 19.1, onder a op die locatie toegestane sport-activiteiten en voorzieningen. lid 19.1 onder f, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76.
42
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 20
20.1
Sport - Manege
Bestemmingsomschrijving
De voor “Sport - Manege" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c. d. e.
f.
20.2 a. b. c.
d.
e. f. g.
20.3
het bedrijfsmatig exploiteren van een manege met daaraan ondergeschikt: 1. het opvangen en stallen van paarden en/of pony's in de vorm van een paardenpension; 2. een kantine; 3. een bedrijfswoning, niet zijnde een kamerverhuurpand, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; het herstel, behoud en de ontwikkeling van landschappelijke, natuurwetenschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden en landschapselementen; voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 02' is tevens een fok- en rijpaardenhouderij toegestaan. bij deze doeleinden behorende bouwwerken (waaronder paardrijbakken), wegen en paden, erven en terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Het bepaalde onder a sub 3 ten aanzien van kamerverhuurpanden is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
Bouwregels op de voor “Sport - Manege” aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 20.1; voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de algemene bouwregels in artikel 29; aanvullend op het bepaalde onder b geldt dat per bestemmingsvlak de bouw van één kantine is toegestaan, onder de voorwaarde dat de oppervlakte - inclusief bijbehorende voorzieningen, zoals een keuken, vergaderruimte en een theorielokaal - ten hoogste 100 m 2 is; aanvullend op het bepaalde onder b geldt dat per bouwvlak de bouw van één bedrijfswoning is toegestaan met dien verstande dat: 1. de inhoud van een bedrijfswoning ten hoogste 900 m³ mag bedragen, met dien verstande dat de in de bedrijfswoning aanwezige ruimten die ten dienste staan van het bedrijf onverkort meetellen; 2. de goothoogte maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen; 3. voor bestaande bedrijfswoningen, die onderdeel uitmaken van een (groter) hoofdgebouw, geldt dat zij mogen worden gehandhaafd, vernieuwd en vergroot, met dien verstande dat voor die bedrijfswoningen een afwijkende maximale inhoudsmaat van toepassing is van 750 m³; 4.
voor bijgebouwen en overkappingen die horen bij de bedrijfswoning geldt dat deze: uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gerealiseerd; een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m² mogen hebben; een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter mogen hebben. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag maximaal 10 meter bedragen; de bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 8 meter bedragen. Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. b.
lid 20.2 onder c, voor wat betreft de oppervlakte van een kantine tot een maximum van 200 m 2; lid 20.2 onder e, voor een bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tot maximaal 3 meter.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
43
20.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt, in aanvulling op het bepaalde in lid 30.1, in ieder geval gerekend: a.
het niet onder een dak opslaan van zand, stenen en naar aard daarmee gelijk te stellen materialen langer dan zes maanden per jaar; het niet onder een dak opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten buiten het bouwvlak langer dan zes maanden per jaar; opslag op onbebouwde gronden ten dienste van bedrijven.
b. c. 20.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. b.
lid 20.1 voor het gebruik van opstallen ten behoeve van de stalling van campers en caravans; lid 20.1 onder a sub 3 voor het toestaan van het gebruik van een (bedrijfs)woning of wooneenheid als kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Het bepaalde in dit lid (20.5, onder b) is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden.
44
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 21
21.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wegen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; laden en lossen; groenvoorzieningen; waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; geluidwerende voorzieningen; nutsvoorzieningen; straatmeubilair; bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken.
21.2
Bouwregels
21.2.1
Algemeen
Op de voor “Verkeer” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde in overeenstemming met het bepaalde in lid 21.1 worden gebouwd. 21.2.2 a. b.
De maximum bouwhoogte van een gebouw bedraagt 4 meter. De maximum inhoud van een gebouw bedraagt 50 m³ .
21.2.3 a. b. c.
Gebouwen
Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde
De maximum bouwhoogte van infrastructurele kunstwerken en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; De maximum bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van beeldende kunst bedraagt 15 meter; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
45
Artikel 22
22.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor “Verkeer - Verblijfsgebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
erftoegangswegen; woonerven; pleinen; voet- en fietspaden; laden en lossen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; i. speelvoorzieningen; j. straatmeubilair; k. nutsvoorzieningen; l. bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken. m. ter plaatse van de aanduiding "bijgebouwen", is opslag ten behoeve van de bestemming Wonen toegestaan. n. ter plaatse van de aanduiding "brug" zijn loopbruggen toegestaan die gebruikt worden als verbinding tussen gebouwen. 22.2
Bouwregels
22.2.1
Algemeen
Op de voor “Verkeer - Verblijfsgebied” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde in overeenstemming met het bepaalde in lid 22.1 worden gebouwd. 22.2.2 a. b.
De maximum bouwhoogte van een gebouw bedraagt 4 meter. De maximum inhoud van een gebouw bedraagt 50 m³ .
22.2.3 a. b. c. d.
Gebouwen ten b ehoeve van openb aar vervoer of wegverkeer
Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde
De maximum bouwhoogte van infrastructurele kunstwerken en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; De maximum bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van beeldende kunst bedraagt 15 meter; ter plaatse van de aanduiding "brug" zijn loopbruggen toegestaan als verbinding tussen gebouwen, waarbij de bruggen niet hoger mogen zijn dan de gebouwen die door de bruggen worden verbonden; De maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen.
22.2.4
Speelvoorzieningen
Voor het bouwen van speelvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. b.
de bouwhoogte van bouwwerken mag maximaal 4 meter bedragen; de oppervlakte van bouwwerken mag per bouwwerk maximaal 20 m² bedragen.
46
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Artikel 23
23.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor “Water” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
23.2 a. b.
waterhuishouding; waterbeheer en waterberging; bescherming van landschaps- en natuurwaarden; extensieve recreatie; nutsvoorzieningen; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en voorzieningen, zoals bruggen, dammen en/of duikers, oeverbeschoeiingen, aanlegsteigers en groenvoorzieningen. Bouwregels Op de voor “Water” aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd en alleen voor zover in overeenstemming met het bepaalde in lid 23.1; De maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
47
Artikel 24
24.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
het wonen in een woning, met uitzondering van kamerverhuurpanden, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn bestaande kamerverhuurpanden toegestaan en is ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur' een kamerverhuurpand toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' is een bedrijf toegestaan dat is genoemd in categorie 1 en 2 uit de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1) met uitzondering van risicovolle inrichtingen, vuurwerkbedrijven en geluidzoneringsplichtige inrichtingen; d. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' is dienstverlening toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' is detailhandel en tevens dienstverlening toegestaan, met dien verstande dat het verkoop vloeroppervlak uitsluitend is toegestaan op de begane grond en een eventueel aanwezige winkelverdieping in een onderbouw; f. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' zijn garageboxen toegestaan; g. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' zijn horecabedrijven toegestaan die zijn genoemd in categorie 1 uit de hoofdgroep Horeca uit de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1); h. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' zijn kantoren toegestaan; i. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' zijn maatschappelijke basisfuncties toegestaan; j.
ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte' is een praktijkruimte toegestaan; k. ter plaatse van de aanduiding 'verenigingsleven' is gebruik ten behoeve van verenigingsleven toegestaan; l. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' zijn maatschappelijke basisfuncties en dienstverlening toegestaan; m. bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen en activiteiten, zoals woningen, bergingen, trappenhuizen, in- en uitritten, voetpaden, parkeervoorzieningen, laden en lossen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en voorzieningen in het kader van de waterbeheersing. 24.2
Bouwregels
24.2.1 a. b.
c. d. e. f.
Algemeen
Op de voor “Wonen” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 24.1 worden gebouwd; het maximum bebouwingspercentage bedraagt per bouwperceel: 1. 80% voor percelen met een oppervlakte tot 150 m 2; 2. 60% voor percelen met een oppervlakte van 150 m 2 tot 300 m 2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 120 m 2 mag worden bebouwd; 3. 50% voor percelen met een oppervlakte van 300 m 2 tot 500 m2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 180 m 2 mag worden bebouwd; 4. 40% voor percelen met een oppervlakte groter dan 500 m2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 250 m2 mag worden bebouwd en maximaal een oppervlakte van 300 m 2 mag worden bebouwd. het bepaalde onder b is niet van toepassing op bouwpercelen met woongebouwen; ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het weergegeven aantal woningen niet worden overschreden; bestaande woningen mogen niet bouwkundig worden gesplitst in meerdere woningen, zelfstandige wooneenheden of appartementen; het realiseren van appartementen en / of woongebouwen is alleen toegestaan wanneer wordt voldaan aan de regels in lid 29.3.
24.2.2
Gebouwen b innen het b ouwvlak
Voor het bouwen en/of uitbreiden van gebouwen gelden in aanvulling op het bepaalde in lid 24.2.1 de volgende bepalingen:
48
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
a. b. c. d. e.
ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” mag de maximale bouwhoogte niet worden overschreden; ter plaatse van de aanduiding “maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)” mag de maximale goothoogte en de maximale bouwhoogte niet worden overschreden; ter plaatse van de aanduiding "maximum volume" mag het volume van het hoofdgebouw niet worden overschreden; de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw of een blok van twee of meer aaneengesloten hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 3 meter; de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen is 5 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
24.2.3
Gebouwen b uiten het b ouwvlak
Voor gebouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a. b.
c.
achter de voorgevelrooilijn mag de bouwhoogte maximaal 5 meter bedragen en mag de goothoogte maximaal 3 meter bedragen; voor de voorgevelrooilijn zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van een erker of portaal aan de voorgevel van een woning onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte mag maximaal 6 m 2 bedragen of de breedte mag maximaal 2/3 van de gevellengte bedragen; 2. de diepte (horizontaal) mag maximaal 1,5 meter bedragen; 3. de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen; 4. de bouwhoogte mag maximaal 4,5 meter bedragen; 5. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij er sprake is van twee aan elkaar gekoppelde erkers bij twee aaneengesloten woningen. in aanvulling op het bepaalde onder a en b geldt dat bij ieder hoofdgebouw van een woongebouw de totale oppervlakte aan gebouwen buiten het bouwvlak maximaal 50 m2 mag bedragen.
24.2.4
Garageb oxen
ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' mogen in afwijking van het bepaalde in de artikelen 24.2.1, 24.2.2 en/of 24.2.3 garageboxen worden gebouwd en gelden de volgende bepalingen: a. b.
de maximum oppervlakte van een garagebox bedraagt 20 m²; de maximum bouwhoogte van een garagebox bedraagt 4 meter.
24.2.5
Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g.
de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt 1 meter; de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn bedraagt 2 meter; de maximum bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt 6 meter; voor overkappingen gelden de bouwregels voor gebouwen als opgenomen in dit artikel 24; voor de bouw danwel aanpassing van een paardrijbak gelden de regels in lid 29.1.3 onder c en lid 29.1.4 onder b en c; in aanvulling op het bepaalde onder e geldt dat de maximum bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van een paardrijbak 6 meter bedraagt; andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd, met een maximum bouwhoogte van 5 meter.
24.3
Afwijken van de bouwregels
24.3.1
Afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 24.2.1, onder a, voor het toestaan van het verbouwen van een woning of wooneenheid tot kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel; lid 24.2.2 onder d, voor het bouwen van hoofdgebouwen tot op de zijdelingse perceelsgrenzen;
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
49
c.
lid 24.2.2 onder e, voor de uitbreiding of realisatie van een vrijstaand bijgebouw tot een bouwhoogte van meer dan 5 meter, mits de bouwhoogte van het vrijstaand bijgebouw ook na uitbreiding lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; lid 24.2.3 onder a, voor het buiten het bouwvlak uitbreiden van een gebouw dat binnen het bouwvlak aanwezig is tot een bouw- en goothoogte die maximaal gelijk is aan de aanwezige bouw- en goothoogte van het uit te breiden gebouw binnen het bouwvlak; lid 24.2.3 onder b voor het bouwen van een gebouw of overkapping voor de voorgevelrooilijn, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de voorgevelrooilijn mag met ten hoogste 3 meter worden overschreden; 2. de afstand tot openbaar toegankelijk gebied bedraagt minimaal 2 meter; 3. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter.
lid 24.2.3 onder b voor het uitbreiden van een hoofdgebouw voor de voorgevelrooilijn en/of het verlengde daarvan, met toepassen van de bouwregels in lid 24.2.3 onder a (bouwhoogte maximaal 5 meter; goothoogte maximaal 3 meter) en c, indien de situering van het bouwperceel ter plaatse zodanig is dat feitelijk geen of maar in zeer geringe mate sprake is van ruimte achter de voorgevelrooilijn en/of het verlengde daarvan en er stedenbouwkundig geen bezwaar is voor het realiseren van bebouwing voor de voorgevelrooilijn en/of het verlengde daarvan; lid 24.2.3 onder c, voor een gezamenlijk oppervlak van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak tot maximaal 75 m² per hoofdgebouw van een woongebouw, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel van het woongebouw niet meer bedraagt dan 50%; lid 24.2.5, onder a, voor een bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn tot een maximum van 2 meter; lid 24.2.5, onder b, voor een bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn tot een maximum van 3 meter; lid 24.2.5, onder c, voor een bouwhoogte van vlaggenmasten tot een maximum van 10 meter; lid 24.2.5, onder g, voor het realiseren van een bouwwerk ten behoeve van beeldende kunst met een maximum bouwhoogte van 6 meter.
d.
e.
f.
g.
h. i. j. k.
Een omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend onder voorwaarde dat voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 34.2. 24.4 a.
Specifieke gebruiksregels Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen gelden de algemene gebruiksregels van artikel 30.2. Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt, in aanvulling op het bepaalde in lid 30.1, in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor iedere vorm van bewoning, anders dan als huisvesting in verband met mantelzorg; 2. het gebruik van gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige wooneenheid; 3. het gebruik van garageboxen voor iedere vorm van bewoning.
b.
24.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
c.
lid 24.1, onder a, voor het toestaan van het gebruik van een woning of wooneenheid als kamerverhuurpand, mits wordt voldaan aan de criteria uit de beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Het bepaalde in dit lid, 24.5 onder a, is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden. lid 24.1, onder c, voor het toestaan van een bedrijfsactiviteit die niet is genoemd in de hoofdgroep Bedrijven van de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfstypen (Bijlage 1) dan wel in die hoofdgroep is genoemd in één categorie hoger, mits die bedrijfsactiviteit, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de volgens artikel 24.1, onder c, op die locatie toegestane bedrijfsactiviteiten. lid 24.1 onder i, voor het toestaan van een andere maatschappelijke basisfunctie die niet is genoemd in lid 1.76, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met het bepaalde in lid 1.76.
Een omgevingsvergunning voor het afwijken wordt uitsluitend verleend onder voorwaarde dat voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 34.2.
50
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
24.6
Wijzigingsbevoegdheid
24.6.1
Wijzigingsb evoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door het toevoegen en/of het veranderen of verwijderen van een bouwvlak. 24.6.2
Toepassingscriteria
In aanvulling op het bepaalde in artikel 34.2 (algemene procedureregels) geldt dat een wijzigingsplan als bedoeld in lid 24.6.1 alleen kan worden vastgesteld als: a. b. c.
d. e. f.
voldaan wordt aan het bepaalde in artikelen 31 en artikel 35; de toegestane bouwhoogte van de woningen maximaal 10 meter bedraagt; het plan is getoetst aan de beleidsregel 'Geluidnota Enschede' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. is aangetoond dat de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de woonfunctie en dat noodzakelijke bodemsaneringen technisch en financieel kunnen worden uitgevoerd; is aangetoond dat het plan financieel uitvoerbaar is; voor het overige het bepaalde in artikel 24 ten aanzien van de bestemming “Wonen” van overeenkomstige toepassing is.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
51
Artikel 25
25.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van bovengrondse hoogspanningsverbindingen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 25.2 a.
Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemming(en) mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming; Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bovengrondse hoogspanningsverbinding geldt een maximum bouwhoogte van 50 meter.
b.
25.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 25.2, onder a en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde bebouwing wordt gebouwd, mits: a.
hierdoor geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding; hierdoor geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende hoogspanningsverbinding, en; er vooraf positief schriftelijk advies is verkregen van de betreffende leidingbeheerder(s).
b. c. 25.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze dubbelbestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van onbebouwde gronden als permanente opslag-, stort- of bergplaats, voor zover dit tot gevolg heeft dat de betreffende hoogspanningsverbinding niet eenvoudig bereikbaar is voor de leidingbeheerder(s) en/of er aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding.
25.5
Afwijken van de gebruiksregels
25.5.1
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 25.4 onder a, en het gebruik van onbebouwde gronden als permanente opslag-, stort-, of bergplaats toestaan. 25.5.2
Toepassingscriteria
De in lid 25.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. b. c. d. e.
de activiteit niet tot gevolg heeft dat de betreffende hoogspanningsverbinding niet eenvoudig is te bereiken voor de betreffende leidingbeheerder; geen sprake is van het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen veroorzaken; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding; geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende hoogspanningsverbinding, en; er vooraf positief schriftelijk advies is verkregen van de betreffende leidingbeheerder(s).
52
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
25.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
d.
25.7
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen: 1. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting en/of bomen; 2. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur; 3. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld- en weghoogte. Het onder a bedoelde verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer van de hoogspanningsverbinding betreffen, of die reeds is uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de hoogspanningsverbinding en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, is vooraf positief advies nodig van de betreffende leidingbeheerder.
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door: a.
b.
het verwijderen van de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding", indien er sprake is van het verwijderen dan wel het permanent buiten gebruik stellen van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding; het wijzigen van de situering van de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding", indien er sprake is van het verplaatsen van een bestaande hoogspanningsverbinding.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
53
Artikel 26
26.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor “Waarde - Cultuurhistorie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van cultuurhistorische waarden (inclusief buitenruimte), waarbij de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' voorrang heeft ten opzichte van andere daar voorkomende bestemming(en). 26.2 a.
Bouwregels Op de als “Waarde - Cultuurhistorie” aangewezen gronden is het niet toegestaan om bij een omgevingsvergunning bouwkundige wijzigingen aan te brengen in de bestaande bebouwing die aanwezig is in of zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied. Het verbod onder a geldt niet voor wijzigingen aan bebouwing: 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3. die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen. In afwijking van het bepaalde onder a kunnen burgemeester en wethouders toestaan dat bij een omgevingsvergunning overeenkomstig de bouwregels behorende bij de andere daar voorkomende bestemming(en) wijzigingen worden aangebracht in de bestaande bebouwing, mits het uitwendig karakter van het bouwwerk niet wordt veranderd voor wat betreft: 1. de hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen; 2. de dakvorm; 3. de nokrichting; 4. de dakhelling; 5. de gevelindeling door ramen, deuropeningen, geveldetails en erkers; 6. tuinmuren en hekken, voor zover mee-ontworpen met de oorspronkelijke bebouwing. In aanvulling op het bepaalde onder c kan een omgevingsvergunning als bedoeld onder c tevens verleend worden in de volgende gevallen: 1.
De kenmerken van het uitwendig karakter als bedoeld onder c zijn niet langer aanwezig of kunnen niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand worden hersteld; 2. De kenmerken van het uitwendig karakter als bedoeld onder c zijn in redelijkheid niet langer te handhaven; 3. Het betreft (delen van) bebouwing, die op zichzelf niet bijdragen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied dat is aangewezen als "Waarde-Cultuurhistorie", en door wijziging daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de kenmerken van het uitwendig karakter als bedoeld onder c. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, c en d wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
b.
c.
d.
e.
26.3 a. b.
c.
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen. Het verbod onder a geldt niet voor sloopwerkzaamheden: 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3. die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; 4. die niet zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied danwel niet zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied zijn te maken door het rooien van beplanting of het weghalen van een erfafscheiding. . Sloop van bebouwing kan worden toegestaan, indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het uitwendig karakter van het bouwwerk voor wat betreft: 1. de hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen; 2. de dakvorm;
54
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
d.
e.
3. de nokrichting; 4. de dakhelling; 5. de gevelindeling door ramen, deuropeningen, geveldetails en erkers; 6. tuinmuren en hekken, voor zover mee-ontworpen met de oorspronkelijke bebouwing. In aanvulling op het bepaalde onder c kan een omgevingsvergunning als bedoeld onder a tevens verleend worden in de volgende gevallen: 1. De kenmerken van het uitwendig karakter als bedoeld onder c zijn niet langer aanwezig of kunnen niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand worden hersteld; 2. De kenmerken van het uitwendig karakter als bedoeld onder c zijn in redelijkheid niet langer te handhaven; 3. het betreft (delen van) bebouwing, die op zichzelf niet bijdragen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied dat is aangewezen als "Waarde-Cultuurhistorie", en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de kenmerken van het uitwendig karakter als bedoeld onder c. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder onder a, c en d wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
d.
e.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren voor zover de volgende omstandigheden beide van toepassing zijn: 1. de werken of werkzaamheden zijn aanwezig in of zijn zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied danwel hebben een invloed die zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied; 2. het betreft typen werken of werkzaamheden die aanwezige cultuurhistorische waarden kunnen aantasten. Daarbij gaat het in ieder geval om: het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, paden of andere (half)verhardingen; het vellen, rooien of verwijderen van bomen, hagen en andere houtopstanden; het graven en/of dempen van waterlopen (met uitzondering van greppels). De onder a bedoelde verboden zijn niet van toepassing op werken of werkzaamheden: 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale gebruik, onderhoud en beheer betreffen, zoals vervanging van bestaande verharding en het snoeien van hagen en struiken.
De omgevingsvergunningen, zoals genoemd onder a, worden geweigerd indien door de uitvoering van de aldaar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de aanwezige cultuurhistorische waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast, tenzij er een noodzaak bestaat vanuit zwaarwegende (andere) maatschappelijke belangen en er in dat geval geen redelijke alternatieven voorhanden zijn. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de cultuurhistorische waarde van het gebied dat is aangewezen als "Waarde-Cultuurhistorie" is ter plaatse van het werk als bedoeld onder a niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen worden hersteld danwel is in redelijkheid niet langer te handhaven; 2. het betreft delen van het gebied dat is aangewezen als "Waarde-Cultuurhistorie", die op zichzelf niet (relevant) bijdragen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied dat is aangewezen als "Waarde-Cultuurhistorie"; 3. de aantasting van de cultuurhistorische waarden, als bedoeld onder c, wordt voldoende weggenomen door werken (zoals herplant van houtopstanden) die de herkenbaarheid en opzet van de oorspronkelijke structuur respecteren.