Oost Boswinkel_Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
27
Op de kruising van de Burgemeester Van Veenlaan en Wethouder Beversstraat komt een appartementenblok van vier à vijf lagen. De appartementen zijn georiënteerd op de straatzijde. Aan weerszijde wordt de stedelijke rand gecomplementeerd door een appartementengebouw van vier verdiepingen aan de oostelijke zijde ter hoogte van de Utrechtlaan. Het appartementengebouw heeft een gallerij-ontsluiting die gesitueerd is aan de binnenkant. De woningen hebben een balkon hebben aan de straat- en parkzijde. Bij de entree van de wijk komt een tweede appartementencomplex met galerij-ontsluiting. De woningen krijgen een balkon aan de straat- en parkzijde. Tevens komt er een kleiner appartementenblok aan het park te staan. Deze woningen worden via een portiek (met lift) ontsloten en hebben de balkons georiënteerd op het park. Vanzelfsprekend vormen de huidige bewoners van de te slopen woningen in Oost Boswinkel een zeer belangrijke doelgroep. Andere belangrijke doelgroepen zijn gezinnen, senioren en een- en eepersoonshuishoudens. In de vernieuwde wijk worden veel verschillende woningtypes gerealiseerd, zodat er voor elke doelgroep een geschikte woning is. Ongeveer 50% van de woningen zijn niet grondgebonden. Langs de Burgemeester Van Veenlaan staan voornamelijk beneden-bovenwoningen van drie tot vier verdiepingen.
De vier appartementencomplexen staan op diverse locaties in de nieuwe wijk, zodat de bewoners kunnen kiezen. De hoekappartementen staan aan het kruispunt van de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat en zijn op de straat georiënteerd. De galerij-ontsluiting bevindt zich aan de binnenkant van het blok. Deze opzet geld voor hetzelfde voor het appartementen blok ter hoogte van de Utrechtlaan. Een derde, kleiner appartementenblok staat in het park aan de Noordhollandstraat/Utrechtlaan. Hier zijn alle appartementen op het park georiënteerd en ontsloten via een portiek. De entree van de wijk wordt gemarkeerd door een vierde appartementenblok. Ook hier bevindt zich de galerij aan de binnenzijde. De woningen zijn ofwel georiënteerd op de Burgemeester Van Veenlaan of op het park. In het middengebied zijn drie types grondgebonden woningen voorzien. Aan de Wethouder Beversstraat staan de grotere rijwoningen. Deze zijn aan de straatzijde drie verdiepingen hoog. Verder kent elk bouwblok een mix van middelgrote en kleinere rijwoningen. De middelgrote rijwoningen hebben twee verdiepingen met een kap. De kleine rijwoningen hebben een begane grond met een kap. De meeste grondgebonden woningen hebben een tuin van minstens negen meter (middelgrote woning) of zeven meter (kleine woning) diep. De positie en diepte van de achtertuinen variëren.
Daarnaast is er voor de grondgebonden woningen variatie in een stoep of een voortuin. Dit alles draagt bij aan een zo breed mogelijk palet aan keuzemogelijkheden voor de toekomstige bewoners.
4.1.3
Verkeer, bereikbaarheid en parkeren
De bestaande verkeersstructuur van Oost Boswinkel wordt zo veel mogelijk gehandhaafd. Een van de randvoorwaarden was om de bestaande straten te handhaven. Er zijn enkel een aantal kleine aanpassingen die het gebruik van de bestaande structuur optimaliseren. De bestaande parallelweg aan de Wethouder Beversstraat wordt een volwaardige woonstraat die voor beide richtingen toegankelijk is. De parkeerhoven zijn vanuit een interne structuur via twee aansluitingen aangetakt op de woonstraten. Vanuit de bewoners is aangegeven dat er sprake is van sluipverkeer in de wijk. Automobilisten vermijden het kruispunt van de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat door hun route via de Overijssellaan en de Gelderlandstraat voort te zetten. Toch is niet gekozen om een 'knip' in verkeersstructuur te maken omdat het van belang is om de wijk als een geheel te laten functioneren. De straten rondom het park - de Noordhollandstraat en een gedeelte van de Gelderlandstraat - worden anders gematerialiseerd om verkeer te ontmoedigen en rustig rijgedrag te stimuleren. De verkeersfunctie blijft behouden.De entree naar de wijk, de Overijssellaan, wordt versmald van negen naar zes meter. Tevens zijn de aansluitingen op de Wethouder Beversstraat onderzocht. Er is gekozen om twee van de drie aansluitingen te behouden.
De oostelijke aansluiting wordt voor autoverkeer afgesloten, maar bliijft voor langzaam verkeer toegankelijk. De Utrechtlaan is nu al een belangrijke fietsroute. De gemeente Enschede heeft de ambitie om deze fietsroute richting de binnenstad door te trekken als fietsstraat door het Cromhoffpark. In het stedenbouwkundig plan wordt hierop voorgesorteerd door de aansluiting in het verlengde van de Utrechtlaan te behouden voor fietsers. Ook wordt de Utrechtlaan ter hoogte van het park ingericht als vrijliggend fietspad.
28
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Figuur 4.3 Themakaart Verkeer 4.1.4
Groenstructuur
Oost Boswinkel kenmerkt zich door haar nadrukkelijke groene uitstraling. In het stedenbouwkundig ontwerp komt dit op verschillende niveaus terug. Ten eerste wordt het bestaande park van Oost Boswinkel vergroot en doorgetrokken tot aan de Burgemeester Van Veenlaan. Vanaf de doorgaande weg krijgt het park een nieuw gezicht. De woningen aan de noordzijde van het park worden op enige afstand gepositioneerd, waardoor het park niet alleen groter wordt, maar waardoor er ook meer woningen op het park georiënteerd zijn. Daarnaast krijgt elk bouwblok een groen hof. In het hof is voldoende ruimte voor waterberging en speelvoorzieningen voor kleine kinderen. De hoven zijn verbonden met de woonstraten maar ook met het park. Vanuit je achtertuin wandel je zo via het hof naar het park toe.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
29
Figuur 4.2 groenstructuur plangebied Oost Boswinkel
4.2
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwwlannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" gelden de volgende de welstandsidentiteiten: 1. Stempelwijk – wederopbouw 2. Modern Enschede 3. Nieuwbouw Oost Boswinkel / deelgebied De Woonplaats Door de herstructurering en sloop zal de identiteit van Oost Boswinkel nu geheel veranderen. In het deelgebied De Woonplaats is de nieuwbouw aan de Van Burgemeester M. gebaseerd op de identiteit “Modern Enschede”. Het ligt voor de hand het gebied tussen het woonzorgcentrum Livio aan de Bleekhofstraat en de nieuwbouw van De Woonplaats als één geheel te behandelen en hiermee deze hoofdstructuur van de wijk en de verbinding met de zuidwijken als Modern Enschede vorm te geven. De Woonplaats heeft gekozen om aan te sluiten bij de identiteit “Dorpse Linten”, de gewenste dorpse sfeer. De insteek van Ons Huis is hierbij aan te sluiten maar toch op een samenhangend beeld in architectuur te sturen. Hierbij past het meest de identiteit “Tuinstedelijk ensemble”. Om zowel aan te sluiten bij de opzet en architectuur van De Woonplaats en tevens een eigen invulling te geven is het goed mogelijk om de gezamenlijkheden van beide identiteiten te beschrijven.
30
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
4.3
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.
Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet.Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Woningbouw De Stedelijke Koers is mede gebaseerd op de uitgangspunten van de Woonvisie. Iedere woning moet 'raak' zijn, dat wil zeggen dat de woning onder meer toekomstgeschikt moet zijn. In het beleid richten we ons op (het verbeteren van) de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Kwaliteit houdt in dat woningen moeten worden verbeterd of vervangen, indien de woning niet meer toekomstgeschikt is. Daarnaast is het in het beleid de bedoeling om van binnen naar buiten te bouwen; eerst zo veel mogelijk in het binnenstedelijk gebied, en dan pas naar buiten.
Vanuit het Rijk is in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) een instrument voor effiecient ruimtegebruik opgenomen. Het doel van het instrument sluit ook aan bijde gemeentelijke Stedelijke Koers. Ingevolge de Ladder duurzame verstedelijking moeten nieuwe stedelijke ontwikkelingen gemotiveerd worden met behulp van drie opeenvolgende stappen: 1. beschrijven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; 2. indien blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, beschrijven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien, door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; 3. indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig wordt ontwikkeld. In de eerste trede van de ladder moet de regionale behoefte worden aangetoond. De Woonvisie Enschede 2025 is afgestemd met omliggende gemeenten in Twente, en in de Woonvisie is ook de behoefte van het project omschreven. Conform de Woonvisie vindt monitoring plaats van het woningbouwprgramma, zodat kan worden bijgestuurd.
In de tweede trede van de ladder moet worden beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
31
bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering en/of, transformatie. De strategie van om binnen naar buiten te bouwen, past binnen de Ladder duurzame verstedelijking. Oost Boswinkel is gelegen in bestaand stedelijk gebied; het plangebied van dit bestemmingsplan is in de Structuurvisie Enschede aangewezen als bestaand stedelijk gebied. Het gebied ondergaat de komende jaren een transformatie. De bestaande woningen, die niet meer voldoen aan de huidige woonwensen, worden gesloopt. Voor de huidige ruim 384 woningen, komen 281 nieuwe woningen. Stap 3 is in dit proces niet aan de orde. De sloop van ruim 384 woningen, en de realisatie van 281 nieuwe woningen, waarvan het grootste gedeelte gondgebonden woningen betreffen, past uitstekend binnen de Ladder duurzame verstedelijking en binnen de beleidsdoelstellingen en ontwikkelingsrichtingen van de gemeente Enschede. Oost Boswinkel draagt bij aan een toekomstgeschikte woningvoorraad, met aandacht voor differentiatie, veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Ook zonder dat de ladder doorlopen wordt hoeft bij nieuwbouw in voorkomend geval niet getoetst te worden aan de ladder. Zie jurisprudentie uitspraak 201310222/1/R6, er niet altijd sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro.
Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. In deze betreft het geen commerciele ruimte maar aantal woningen.
4.4
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Tot voor kort werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.4.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
Energie Verhogen van het op eigen grondgebied opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie.
Eigen organisatie Zelf het goede voorbeeld geven.
Biodiversiteit Groene groei Behoud en versterken van de verscheidenheid aan Groei van de economie zonder dat dit nadelig is dier- en plantsoorten in de leefomgeving voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit. Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door Negatieve gevolgen die gepaard gaan met afvalpreventie en het beter scheiden van restafval. klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
32
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal Bewoners in Enschede dragen in collectief aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik verband actief bij aan een of meer van de van het openbaar vervoer en stimuleren van het duurzame gebruik van elektrische auto's. doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de voorgestane aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.4.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, c.q. aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van windturbines of zonnepanelen op maaiveldniveau en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woonbestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
33
en leefomgeving. Dit bestemmingsplan sluit aan bij de Energevisie waarmee de mogelijkheden tot het oprichten van zonnepanelen op daken door dit bestemmingsplan niet worden belemmerd. Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden, het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en inrichtingen voor de verwerking van afval.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.
Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet van invloed zijn op de kwaliteit van de woonen leefomgeving. De beleidslijn van het Actieplan Duurzaamheid wordt in de op 20 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Energievisie bestendigd. Tijdens de bijeenkomst van 12 oktober 2016 hebben Ons Huis en gemeente samen de concept ambities op het gebied van duurzaamheid voor Oost Boswinkel (plandelen Ons Huis) geformuleerd. Voor het vaststellen van de concept ambities maakten we gebruik van de DCBA methode: deze methode maakt het mogelijk om in een kort tijdsbestek ambities vast te stellen voor tien duurzaamheidsthema’s. De methode maakt gebruik van de DCBA keuzematrix: per duurzaamheidsthema kan gekozen worden uit vier ambitieniveaus. Niveau D is de laagste ambitie (minst duurzaam, voldoen aan wet- en regelgeving), niveau A geeft de hoogste ambitie weer (meest duurzaam). Deze ambities zijn bestendigd en vastgelegd in PvE die onderdeel uitmaakt van de anterieure overeenkomst die beide partijen samen hebben gesloten. De ambitie komt naar voren op de volgende onderdelen:
Iniatiefnemer gaat de duurzaamheidsdoelstellingen op haalbaarheid onderzoeken. Het onderzoek zal specifiek gericht zijn op de volgende aspecten: presteren boven de BENG-norm en daarmee het duurzaamheidsniveau zoals dat is vastgelegd in het Bouwbesluit; alle woningen in Oost Boswinkel worden aangesloten op een duurzaam warmtenet (gevoed met warmte afkomstig van de afvalverbrandingscentrale/biomassa-centrale van Twence). woningen worden goed geïsoleerd en voorzien van zonnepanelen. bewoners worden gestimuleerd om extra maatregelen te treffen (bijv. aanschaf van energiezuinig witgoed). In de openbare ruimte wordt LED verlichting toegepast. ter voorkoming van hittestress door groen en waterberging te combineren en groene daken aanleggen; (deels) uitvoeren als Nul op de Meter (NOM)/Nul op de Rekening-niveau (NOR) woningen; De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Op 1 juli 2021 wordt de milieuprestatie voor nieuwe woningen (niet voor kantoren) aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Voor Oost Boswinkel wordt gestreefd naar 0,5; Bio-based materialen zijn materialen die afkomstig zijn uit de levende natuur. Dit zijn grondstoffen uit veeteelt, tuin-, land- en bosbouw. En materialen die tijdens de levensduur van een gebouw opnieuw kunnen groeien.
Toepassing zal onderdeel zijn van het onderzoek.
34
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
35
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
5.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. 2. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; 3. m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; 4.
vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen. Toetsing bestemmingsplan "Oost Boswinkel" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan “Oost Boswinkel 2020” maakt de realisatie van 281 nieuwe woningen mogelijk, op de locatie waar nu nog ruim 384 woningen staan. Dit is een activiteit waarvoor geen verplichting geldt om te beoordelen of het uitvoeren van een milieueffectrapportage noodzakelijk is, omdat de activiteit (ruim) onder de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden blijft (Categorie D11.2). Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven.
Conclusie Besluit m.e.r. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het Besluit m.e.r. geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. 5.1.2
Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen kan worden gezien als een gemengd gebied, gezien de doorgaande verbindingen als gemengd gebied. Voor de geplande bebouwing, niet gepotioneerd aan de doorgaande linten geldt dat deze liggen in een rustige woonwijk.
36
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
In verband met de planontwikkeling (sloop bestaande woningen en vervangende nieuwbouw) voor het gebied Oost Boswinkel heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van bestaande bedrijvigheid en voorzieningen in de omgeving van het plangebied (binnen ca. 150 m van het plangebied), die van invloed kunnen zijn op de planontwikkeling. Er is onderzoek gedaan naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijven en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende contouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. Verder is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en zijn voor de bedrijven en voorzieningen de wenselijke afstanden (indicatieve hindercontour) aangegeven.
Milieuhinder van bestaande bedrijfsactiviteiten rondom het plangebied voor woningen in het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijven gelegen (zie bijlage 1). Het betreffen bedrijven die ingedeeld worden in categorie 1 of 2. Aan de hand van de plattegrondtekening VO Oost Boswinkel is getoetst of deze bedrijven in de omgeving belemmeringen opleveren voor de planontwikkeling. Hierbij is getoetst of er woningen gepland zijn binnen de indicatieve hindercontouren van deze bedrijven. Uit de toetsing is gebleken dat dit niet het geval is.
Adres
Naam
Omschrijving activiteit
Cat
Milieuaspect Indicatieve afstand (in m 1)
Afstand tot Invloed op geplande plangebied woningen plangebied
Bleekhofstraat 1-248/300-381
Livio
Verpleeghuis
2
Geluid
30 m
Ca. 30 m
Nee
Praktijk voor 1 Fysio- en Manuele therapie
Geluid
10 m
> 35 m
Nee
Burgemeester Van Winkel-centru Detailhandel en 1 Veenlaan/ m Boswinkel* horecabedrijven Wethouder Beversstraat/ Wethouder Gerbertstraat
Geluid, geur en gevaar
10 m
> 35 m
Nee
Burgemeester van Esso Veenlaan 130
Tankstation
2
Geluid en geur
30 m
Ca. 35 m** Nee
Burgemeester van Cafetaria Veenlaan 250 Alexander
Cafetaria
1
Geluid, geur en gevaar
10 m
> 25 m
Nee
Burgemeester van Oude Bruinink Kapsalon Veenlaan 256a
1
Geluid
10 m
> 35 m
Nee
Noordbrabantstraat Drum- en 29 showband D.V.S.
Muziekoefenruimte
2
Geluid
30 m
> 90 m
Nee
Noordhollandstraat Terphoes 4
Buurthuis/ wijkcentrum
2
Geluid
30 m
30 m***
Nee
1
Geluid
10 m
> 65 m
Nee
Beroepsonderwij 2 s
Geluid
30 m
> 130 m
Nee
Burgemeester van K. van Veenlaan 86 Haeringen C.S.
Wethouder Beversstraat 104
Uitvaart-centru Uitvaartcentrum m Vredehof
Wethouder Beversstraat 165
ROC
* Winkelcentrum Boswinkel: winkelcentrum met detailhandel (o.a. een supermarkt) en horecabedrijven. Detailhandel wordt ingedeeld in categorie 1. De horecabedrijven betreffen lichte horeca (cafetaria, restaurant e.d.) en worden eveneens ingedeeld in categorie 1. ** Afstand tussen het tankstation en de dichtstbijzijnde te realiseren woningen dient 30 m te bedragen. Blijkens de plattegrondtekening VO Oost Boswinkel is de meest nabij geprojecteerde woning op ca. 35 m gesitueerd.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
37
*** Afstand tussen het buurthuuis/wijkcentrum en de dichtstbijzijnde te realiseren woningen dient 30 m te bedragen. Blijkens de plattegrondtekening VO Oost Boswinkel is de meest nabij geprojecteerde woning op ca. 30 m gesitueerd. Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.3
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.
Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" Algemeen De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond. Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van een functie. Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem speelt een rol om vast te stellen of een bestemmingsplanwijziging uitvoerbaar is. Dit is geregeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Wet bodembescherming kan hierop eveneens van toepassing zijn. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen het plangebied zijn een aantal bodemonderzoeken bekend. De meest recente heeft betrekking op het huidige plangebied: Arcadis, 22 augustus 2019, verkennend milieukundig bodemonderzoek, asbestonderzoek en kwaliteit asfalt, kenmerk 083979433. Het betreffende bodemonderzoek voldoet in tegenstelling tot wat in het rapport staat niet aan de gestelde norm (NEN5740). De onderzochte oppervlakte bedraagt circa 3,7 ha, terwijl het plangebied 6,8 ha groot is. De overige 3,1 ha komt overeen met de aanwezige bebouwing. Hoewel het rapport in de tekst meldt dat de bodem onder de bebouwing is uitgesloten, zijn al deze gebieden wel opgenomen binnen de locatiecontour op de tekening in het rapport. Uit het onderzoek blijkt dat er geen verontreinigingen binnen het plangebied aanwezig zijn die de herontwikkeling belemmerd. De kwaliteit van de grond voldoet hoofdzakelijk aan de achtergrondwaarde. Plaatselijk zijn gehalten aan PAK en PCB aangetoond die de achtergrondwaarde overschrijdt.
Conclusie bodemkwaliteit Uit het onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit naar verwachting de financiële uitvoerbaarheid van de herontwikkeling niet zodanig beïnvloedt, dat de realisatie in het geding komt. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk. Aanvullend is het
38
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
volgende noodzakelijk: Eén van de geplaatste peilbuizen (peilbuis 26) binnen het plangebied is niet volgens de gestelde richtlijnen bemonsterd. Een nieuwe bemonstering is noodzakelijk. De niet onderzochte terreindelen (bodem onder bebouwing) zal alsnog onderzocht moeten worden. Theoretisch is het mogelijk dat uit het aanvullend bodemonderzoek een bodemverontreiniging blijkt. Deze zal dan naar verwachting beperkt van omvang zijn. Met reguliere saneringsmethoden zijn dergelijke verontreinigingen normaal gesproken goed te saneren. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.4
Wet geluidhinder
In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. Het plangebied is gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de Burgemeester Van Veenlaan, Wethouder Beversstraat en diverse 30 km-wegen. Voor de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat geldt op grond van de Wet geluidhinder een onderzoeksverplichting. Voor de 30 km-wegen geldt geen onderzoeksverplichting op grond van de Wet geluidhinder.
Ondanks dat op 30 km-wegen de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad van State bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. Railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai zijn voor het plangebied niet relevant. Om de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai in beeld te brengen is door Akoestisch Buro Tideman een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Akoestisch onderzoek, Woningen Oost Boswinkel, Geluidsbelasting wegverkeerslawaai; rapportnummer 21.027.01; versie 4; d.d. 21 april 2022" (zie bijlage 12). Wegverkeerslawaai Wettelijk kader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur.
Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De binnen het plangebied te realiseren woningen zijn gelegen in stedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op woningen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wgh). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh). Voor vervangende woningen bedraagt de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 68 dB (artikel 83, vijfde lid Wgh). Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede 2009-2012 (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld.
Bij de beoordeling van het geluid van 30 km-wegen wordt aangesloten bij de grenswaarden en systematiek van de Wet geluidhinder en het hogere waarde beleid uit de Geluidnota.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
39
Resultaten akoestisch onderzoek Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het wegverkeer op de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) wordt overschreden. Vanwege het wegverkeer op de 30 km-wegen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege het wegverkeer op de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat bedraagt de geluidsbelasting ten hoogste respectievelijk 59 dB en 55 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh). Onderzocht is of door middel van bron- en of overdrachtsmaatregelen de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat kan worden gereduceerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende effect hebben of bezwaren ontmoeten van verkeerskundige, stedenbouwkundige of financiële aard. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder voor het toestaan van een hogere geluidsbelasting. Om een hogere waarde te kunnen vaststellen moeten grondgebonden woningen, op grond van de Geluidnota, over en geluidluwe gevel beschikken. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat alle woningen aan de achterzijde beschikken over een geluidluwe gevel. Aan de achterzijde zijn tevens de tuinen gesitueerd.
Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde uit de Geluidnota dat buitenruimten zo veel mogelijk aan de geluidluwe zijde zijn gelegen. Als derde en laatste voorwaarde is in de Geluidnota opgenomen dat verblijfsruimten zo veel mogelijk zijn gelegen aan de geluidluwe zijde. Omdat nog geen sprake is van een concreet bouwplan is vooralsnog onbekend waar de verblijfsruimten worden gesitueerd. Met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel biedt het bestemmingsplan wel de mogelijkheid om verblijfsgebieden aan de geluidluwe zijde te situeren. Toetsing op dit aspecten zal plaatsvinden ten tijde van de beoordeling van de aanvraag voor een Omgevingsvergunning voor het onderdeel Bouwen. Uit het voorgaande blijkt dat aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota Enschede wordt voldaan om vanwege het wegverkeer op de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat een hogere geluidsbelasting wordt ondervonden dan de voorkeursgrenswaarde, hogere waarden vast te stellen. Daarmee is tevens, op grond van het Bouwbesluit, gegarandeerd dat in de woningen het binnenniveau niet meer dan 33 dB bedraagt. Vanwege het wegverkeer op de Burgemeester van Veenlaan en Wethouder Beversstraat zal voor respectievelijk 82 en 49 woningen een hogere waarde worden vastgesteld. Daarvan zal voor 16 woningen voor beide woningen een hogere waarde worden vastgesteld.
In totaal zal voor 115 woningen een hogere waarde worden vastgesteld. Voor het bepalen van het aantal woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld is gekeken hoeveel woningen het bestemmingsplan per bouwvlak mogelijk maakt. Op de hoeken van de Wethouder Beverstraat met de Burgemeester Van Veenlaan en de Utrechtlaan zijn L-vormige bouwvlakken geprojecteerd. Omdat nog geen bouwvergunning is aangevraagd is niet duidelijk hoeveel woningen binnen de L-vormige bouwvlakken langs de Wethouder Beversstraat, Burgemeester van Veenlaan en Utrechtlaan komen te liggen. Voor alle woningen binnen de L-vormige bouwvlakken is daarom een hogere waarde vastgesteld. Ditzelfde geldt voor de te realiseren woningen in het U-vormige bouwvlak ten noorden van de Overijssellaan. Van de daarin te realiseren woningen zal een deel van de woningen een geluidsbelasting hoger dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) ondervinden vanwege het wegverkeer op de Burgemeester Van Veenlaan. Om hoeveel woningen het exact gaat is vanwege het ontbreken van een concrete bouwaanvraag nog niet bekend. In elk geval zullen dit er ruim minder zijn dan de 37 woningen die binnen het bouwvlak gerealiseerd kunnen worden. Cumulatie Voor de Wgh is sprake van cumulatie als woningen vanwege meerdere geluidsbronnen, waarop de Wgh van toepassing is, een geluidsbelasting ondervinden die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde.
Voor een deel van de woningen de gerealiseerd worden in het L-vormige bouwvlak op de hoek van de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat is dit het geval. Het gaat om de woningen langs de Wethouder Beversstraat. Op deze woningen bedraagt de gecumuleerde geluidsbelasting ten hoogste 61 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh). Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de ten hoogste vast te stellen waarde vanwege wegverkeer van 63 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh). Volgens de Geluidsnota is in dat geval sprake van een aanvaardbare situatie. Omdat op 30 km-wegen de Wgh niet van toepassing is hoeft de geluidsbelasting vanwege deze formeel niet bij de cumulatie betrekken te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is echter wel gekeken naar de gecumuleerde geluidsbelasting van alle wegen. Voor alle woningen is volgens de Geluidnota sprake van een aanvaardbare situatie Conclusie wegverkeerslawaai De realisatie van de woningen die vanwege het wegverkeer op de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat een geluidsbelasting van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) ondervinden is alleen mogelijk als daarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota,
40
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Gelijktijdig met de procedure voor dit bestemmingsplan wordt een procedure gestart voor het vaststellen van de hogere waarden. Het gaat daarbij om een hogere waarde voor 82 woningen vanwege het wegverkeer op de Burgemeester Van Veenlaan en om een hogere waarde voor 49 woningen vanwege het wegverkeer op de Wethouder Beversstraat. Door het vaststellen van de hogere waarde worden op grond van het Bouwbesluit eisen aan de gevelwering gesteld waardoor het binnenniveau is gegarandeerd.
Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn.
Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" is niet gelegen in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden. Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege industrielawaai kan daarom achterwege blijven.
Conclusie Wet geluidhinder Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de wet geluidhinder wel/geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.5
Luchtverkeerslawaai
Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.
Conclusie Luchtverkeerslawaai Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.6
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; b. een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; d. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); e. een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (Besluit NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
41
luchtkwaliteit van het betreffende project niet in betekenende mate is. 'Niet in betekenende mate' is in het besluit gedefinieerd als 3% van de in de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarden. Daarbij gaat het uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10, er vindt geen toetsing plaats aan andere in de wet genoemde luchtverontreinigde stoffen. In de Regeling Niet in betekenende mate bijdragen (Regeling NIBM) is een lijst met categorieën en gevallen van ruimtelijke ontwikkelingen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen waaran de realisatie in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: de realisatie van 1.500 woningen met één enkele ontsluitingsweg; de realisatie van 3.000 woningen met twee ontsluitingswegen; de realisatie van 100.000 m2 bruto vloeroppervlak kantoorruimte met één enkele ontsluitingsweg. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet is genoemd in de categorieën van gevallen als bedoeld in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. Aangetoond moet dan worden dat de bijdrage aan NO2 en PM10 minder is dan de grenswaarde van 3%.
Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen beoogt mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. In het besluit zijn zones opgenomen die voor 'gevoelige bestemmingen' minimaal dienen te worden aangehouden ten opzichte van rijkswegen en provinciale wegen. Onder 'gevoelige bestemmingen' worden in het besluit begrepen: scholen, kinderdagverblijven, verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen of klinieken zijn nadrukkelijk geen gevoelige bestemmingen als bedoeld in dit besluit. Bij rijkswegen geldt voor gevoelige bestemmingen een zone van 300 meter en bij provinciale wegen geldt een zone van 50 meter. Indien gevoelige bestemmingen als bedoeld in het besluit binnen deze zones moeten worden gerealiseerd is een toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen noodzakelijk.
Luchtkwaliteit en het plangebied “Oost Boswinkel” In de huidige situatie zijn binnen het plangebied 384 gasgestookte woningen aanwezig. De bestaande woningen worden gesloopt en vervangen door 281 gasloze woningen. In de nieuwe situatie neemt het aantal woningen met ruim honderd af. Het aantal verkeersbewegingen neemt daarmee ook af. Tevens vinden vanwege de gasloze bouw er geen luchtemissies vanuit het plangebied meer plaats voor het verwarmen van de woningen. Ten opzichte van de bestaande situatie zullen in de nieuwe situatie de luchtemissies vanuit het plangebied afnemen. Het plan leidt daarmee tot een verbetering van de luchtkwaliteit. In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2021 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan.
Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6).
42
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt. Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.
Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Bovendien wordt de vestiging van risicovolle inrichtingen in het bestemmingsplan expliciet uitgesloten. Een nadere toetsing aan het Bevi en/of het BRZO kan daarmee achterwege blijven.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Ten zuiden van het plangebied zijn 2 buisleidingen gelegen waarop het Bevb van toepassing is. De leidingen, A-646-deel-1 en A-670-deel-1, zijn gelegen ten zijden van de wijk Boswinkel en ten noorden van en parallel aan de A35. Ter hoogte van het plangebied wordt geen plaatsgebondenrisico-contour 10-6 berekend en door het afnemende aantal woningen van 350 naar 280 neemt ook het groepsrisico af. Beide vormen nu en na realisatie van het plan, overeenkomstig het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Enschede, geen belemmering. Geconcludeerd kan worden dat het Bevb geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg. Basisnet Weg Ten zuiden van het plangebied is de Rijksweg A35 gelegen. De weg is in het Basisnet Weg aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. De weg kent, zie onderstaande tabel, geen plaatsgebonden risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied reikt niet over het plangebied. Ook ligt het plangebied buiten de 200 meter zone van het Basisnet weg. Voor wat betreft het groepsrisico vinden binnen het invloedsgebied geen bestemmingswijzigingen plaats die een toename in het aantal aanwezigen voorziet. Gezien het toekomstige extensievere gebruik van het gebied mag verondersteld worden dat onderhavig plan een positief effect, een afname, heeft op het groepsrisico. Het Basisnet Weg vormt dan ook, overeenkomstig het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Enschede, geen belemmering voor dit plan.
Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
43
waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Een nadere toetsing aan het Basisnet Water kan daarmee achterwege blijven.
Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Een nadere toetsing aan het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven.
Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, vooral bij het opstijgen en landen. Het plangebied van het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” is hemelsbreed op ca. 6,7 kilometer van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.
Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voor het advies ten aanzien van bereikbaarheid en bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het advies van de Brandweer Twente. Dit advies is opgenomen in bijlage 2 als vooroverlegreactie.
5.2
Water
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buien. In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is als beleidsuitgangspunt vastgelegd dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet op doelmatige wijze mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving. Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen in de openbare ruimte. De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied tenminste 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak.
In het buitengebied en bij uitbreiding van bebouwd oppervlak in bestaand stedelijk gebied bedraagt de tijdelijke bergingsopgave tenminste 40 millimeter, oftewel 40 liter per vierkante meter verhard oppervlak. Om een goede en doelmatige afvoer naar voorzieningen in de openbare ruimte te kunnen garanderen hanteert het waterschap Vechtstromen een maximum norm van 2,4 liter per seconde per hectare. Alleen wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is om op eigen terrein op doelmatige wijze hemelwater te bergen kan dit (deels) in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken.