Oost Boswinkel_Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Oost Boswinkel
Status: Vastgesteld
Oost Boswinkel
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 4 5 6 7
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
9 9 10 14
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie
18 18 18 21
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Stedenbouwkundig plan 4.2 Welstand en beeldkwaliteit 4.3 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.4 Duurzaamheid
25 25 30 31 32
Hoofdstuk 5 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
Omgevingsaspecten
36 36 44 48
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
51 51 51 52 59
Hoofdstuk 7
60
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
T oelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” heeft als doel de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Boswinkel is deels nog een zogenaamde stempelwijk uit de jaren zestig, welke is gebouwd volgens het credo 'licht, lucht en ruimte' (CIAM-gedachtegoed). Het ontworpen patroon van verschillende bouwblokken in een rechtlijnige compositie wordt verschillende keren herhaald (het zogenaamde stempelen). Oost Boswinkel is gerealiseerd als zogenaamde stempelwijk, maar de woningen voldoen inmiddels niet meer aan de huidige woonwensen. Het plangebied zal worden vernieuwd, waarbij alle huidige woningen zullen worden gesloopt en de flatgebouwen en eengezinswoningen plaats maken voor grotendeels grondgebonden woningen. Dit resulteert in een herinterpretatie van de bebouwing en de openbare ruimte. En daar hoort een nieuwe/passende bestemming bij. Met de vaststelling van het bestemmingsplan Boswinkel Oost op 9 maart 2015 is de woonwijk in het zuiden al getransformeerd. In april 2019 was het laatste appartementencomplex in Boswinkel klaar. In totaal zijn 115 sociale huurwoningen en 92 koopwoningen teruggebouwd. De wijk kent nu verschillende woningtypes zoals eengezinswoningen, appartementen, seniorenwoningen en beneden bovenwoningen.
Aansluitend aan deze wijk ligt ten noorden van deze wijk het plangebied waar dit bestemmingsplan op toeziet. Vergelijkbaar zal ook deze wijk worden getransformeerd naar een moderne woonwijk met een pluriform aanbod aan woningtypen.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
3
Figuur 1.1 Foto-impressie bestaande woonwijk Boswinkel
In de bestaande situatie is afgesproken om huidige 384 woningen te reduceren naar 281 woningen. Onderhavig plan voorziet hierin. Voor een nadere beschrijving van de stedelijke invulling van het plangebied wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en 4.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” betrekking heeft, wordt globaal begrensd door de Wethouder Beverstraat in het noorden, de Utrechtlaan in het oosten, waarna de grens wordt gevormd door de Noordhollandstraat en de Gelderlanderstraat tot in het zuiden met de Kotmanlaan. Aan de westzijde vormt de Burgemeester M. Van Veenlaan de grens van het plangebied. Dit bestemmingsplan ligt in het stadsdeel West.
4
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Figuur 1.2 Globale ligging plangebied
1.3
Geldende juridische regelingen
Het gebied Oost Boswinkel valt onder het bestemmingsplan “Boswinkel 2018”, dat op 12 november 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede.
Figuur 1.3 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Boswinkel 2018"
Naast bovenstaande bestemmingsplan gelden ook de volgende parapluplannen voor het plangebied:
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
5
Kwalitatief sturen op appartementen
Het paraplu-bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen" heeft als doel dat de juiste appartementen voor de juiste doelgroepen op de juiste locaties worden gerealiseerd. Het realiseren van kwalitatief goede appartementen is nodig om belangrijke doelgroepen vast te kunnen houden in Enschede. Daarnaast willen we verder gaan met het versterken van Enschede vanuit het hart. Enschede heeft deze verstedelijking nodig voor het versterken van de agglomeratiekracht en het vestigingsklimaat. Voor het overgrote deel van het plangebied ligt de gebiedsaanduiding wetgevingszone - afwijkingsgebied 1. Onder voorwaarden zijn appartementen voor de middenhuur toegestaan, waarbij in afwijkingsgebied 1 woningen in de middenhuur met minimale gebuikersoppervlakte van 50 m² zijn toegestaan.
30-9-2019
Parkeren Enschede
Het paraplu-bestemmingsplan "Parkeren Enschede", zorgt ervoor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied.
11-3-2019
Voorbereidingsbe sluit onzelfstandige bewoning 2021
Met dit besluit wordt een voorbereidingsbescherming beoogd, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Bij de beoordeling tot een aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van onzelfstandige bewoning wordt betrokken of er naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een kwetsbaar woon- en leefklimaat in de omgeving.
27-9-2021
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.
Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
6
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Oost Boswinkel” is het erkende wijkorgaan Bewonersteam Boswinkel actief. De Bewonersteam Boswinkel is gevraagd advies uit te brengen. Ook is aangeboden het voorontwerpbestemmingsplan mondeling toe te lichten in een vergadering van de wijkraad. Van de wijkraad is geen reactie ontvangen.
Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. In het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied kunnen ook andere belangen spelen. Als gevolg zijn de erkende overlegpartners provincie Overijssel, Waterschap Vechtstromen en Brandweer Twente gevraagd voor advies. Van de binnengekomen reacties en het gemeentelijk commentaar daarop is een verslag vervaardigd, dat als bijlage 2 aan de plantoelichting is toegevoegd. Zij hebben aangegeven zich te kunnen vinden in het plan of er is geen (inhoudelijke) reactie ontvangen.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Oost Boswinkel” in voorbereiding te nemen op 30 maart 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.
Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Oost Boswinkel” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in de Gemeenteblad.
Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan. bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
7
8
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde stedenen regio's; 4.
Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
9
2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Voorliggend plan voorziet in een nieuwe ruimtelijke kwaliteit op een woonomgeving met technisch gedateerde woningen, en draagt daarmee bij aan de woon- en leefomgeving voor Enschede. De realisatie van 281 woningen valt niet onder één van de in het beleid en de regels van het Rijk genoemde nationale belangen. De ladder duurzame verstedelijking, die voortvloeit uit het Bro, wordt nader wordt behandeld in paragraaf 4.3 Er is veel aandacht voor de diverse thema’s, waaronder bereikbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid en cultuurhistorie. In navolgende hoofdstukken worden deze thema's toegelicht.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
10
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Figuur 2.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
11
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Het plangebied omvat een gebied dat een transformatie zal ondergaan. De huidige woningen zullen verdwijnen, en hiervoor zullen 251 nieuwe woningen worden gerealiseerd.
Toets Generieke beleidskeuzes (of) Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De generieke beleidskeuzes komen terug in de beleidskeuzes integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Integraliteit De beleidskeuze 'Integraliteit' is voor het opstellen van een bestemmingsplan al vereist vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toekomstbestendigheid Dit betekent dat initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat dan om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden. De nieuwe ontwikkelingen moeten ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. In de Omgevingsverordening (artikel 2.1.4) komt de eis van toekomstbestendigheid terug als een motiveringseis. Het aspect duurzaamheid is nader beschreven in paragraaf 4.4. Hiermee wordt voldaan aan de motiveringseis. Concentratiebeleid Het concentratiebeleid is in de omgevingsverordening in artikel 2.1.2 verankerd.
Hierin staat dat het sturen op ruimtelijke kwaliteit dient plaats te vinden door stedelijke opgaven zoveel mogelijk te concentreren in stedelijke netwerken. Het ontwikkelingsplan vindt plaats in bestaand bebouwd gebied. Bestaand bebouwd gebied is gedefinieerd als de gronden die op grond van geldende bestemmingsplannen benut kunnen worden voor stedelijke functies. Hiermee wordt voldaan aan concentratieopgave. (Boven)regionale afstemming De verplichting tot (boven)regionaal afstemmen van het aanbod voor wonen, werken en voorzieningen is geregeld in enkele specifieke bepalingen in de Omgevingsverordening (artikel 2.2 wonen, 2.3 werklocaties en artikel 2.4 detailhandel). Zo is in artikel 2.2.2 van de Omgevingverordening Overijssel aangegeven dat bestemmingsplannen voorzien in de totstandkoming van nieuwe woningbouwlocaties voor zover de nieuwe woningbouwlocatie naar aard, omvang en locatie in overeenstemming dient te zijn met een woonvisie waarover overeenstemming is bereikt met de buurgemeenten en met Gedeputeerde Staten van Overijssel. Bij voorliggend plan is hier sprake van, zie ook de toetsing aan het gemeentelijke beleid. Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. Die visie is aangevuld met het vaststellen van de Woonvisie op 17 juni 2019.
Bij de uitwerking van de woonvisie is nadrukkelijk rekening gehouden met de eisen uit de Omgevingsverordening Overijssel en is tevens overleg gevoerd met de provincie Overijssel en buurgemeenten. Het plan maakt het mogelijk om minder woningen terug te bouwen dan de bestaande situatie. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de regionale woningbouwafspraken. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik In het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) is het van belang dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Voorliggend plan voldoet aan het streven van de provincie naar bouwen in bestaand bebouwd gebied, zoals dat onder andere is uitgewerkt in het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De herstructurering van Oost Boswinkel ligt in bestaand stedelijk gebied. Extra ruimtebeslag op de groene omgeving is niet aan de orde. In verband hiermee is het voorliggende plan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Toets Ontwikkelingsperspectieven (waar)
12
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
De provincie heeft in zes ontwikkelingsperspectieven op hoofdlijnen haar beleidsambities neergelegd ten aanzien van de sociaal-economische en maatschappelijke ontwikkelingen die leiden tot claims op de fysieke leefomgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 2.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 2.2 Kaart Ontwikkelingsperspectieven van de Omgevingsverordening (Bron: Provincie Overijssel) Het plangebied valt binnen het ontwikkelingsperspectief 'woon-en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Hieronder wordt verstaan: "Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten)." Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In voorliggend geval is er sprake van een herstructureringsopgave.
Door de ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien in een beperkt deel van de woningbehoefte in de stad Enschede. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling goed aansluit op de ambities binnen het perspectief en een versterking van de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving oplevert. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. Toets gebiedskenmerken (hoe) Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is het van belang dat de locatie is gelegen in een stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven, aangezien deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van de beleving" geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve buiten beschouwing worden gelaten. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype "Woonwijken 1955-nu”: "De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen.
De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Lokaal zijn kleine eenheden die afwijken van het systeem, zoals ‘goudkustjes’ aan de rand van de wijk. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Er is aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk, maar vaak minder op fietsaansluitingen naar het buitengebied. Soms zijn herkenbare relicten van het oude cultuurlandschap (zoals boerderijen, (zand)wegen of beplantingsstructuren) opgenomen in de wijken. De tijdsgeest van de bouwperiode is af te lezen in de stedenbouwkundige structuur en architectuur. De wederopbouwwijken worden bijvoorbeeld vaak gekenmerkt door een repeterende stempelstructuur in de bouwblokken, de ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details zoals deuromlijstingen pergola’s boven de entrees, siermetselwerk e.d. Nieuwbouwwijkjes bij kleinere plaatsen zijn niet altijd afgeronde eenheden, omdat de bouwopgave daarvoor te klein was.
Vaak is er een buurtje aangeplakt aan de oudere bebouwingsstructuur, zonder relatie met de oorspronkelijke structuur van het dorp of het voormalige agrarische cultuurlandschap."
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
13
Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Met het realiseren van de nieuwe woningen in Oost Boswinkel wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. De hoofdstructuur bij de nieuwe opzet van Boswinkel Oost is voor een groot deel al vastgelegd met de randvoorwaarde behoud van bestaande infrastructuur. Het versterken van de aanwezige kwaliteiten, zoals de aanwezige groenstructuur, met het herkenbaar maken van de randen en het behoud van het geometrische stratenpatroon vormt het belangrijkste structurerende element in het plan. De voorgenomen invulling van het plangebied is in overeenstemming met het ter plaatse geldende gebiedskenmerk van de 'Stedelijke laag'. Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie is ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
14
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Figuur 2.3 het 'RAR kompas' 2.3.3
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.
Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
15
De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. Die visie is aangevuld met het vaststellen van de Woonvisie op 17 juni 2019. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen.De Enschedese woonopgave is volop in ontwikkeling. De stad gonst van de bouwactiviteiten, kavels raken uitverkocht, huizenprijzen stijgen fors en grote projecten staan op stapel. Het zijn ontwikkelingen die passen bij de ambities van Enschede: een stad die door blijft groeien naar 170.000 inwoners. Op de achtergrond van deze ontwikkeling ligt een veelheid van uitdagingen. Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro. Er wordt geen detailhandel in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt.
Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed.
Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.
16
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. Specifiek voor de gebiedsontwikkeling van de voormalige militaire vliegbasis Twenthe heeft de raad op 14 december 2009 de Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. vastgesteld. Op verzoek van Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen. Deze commissie onderzoekt de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en welke rol de voormalige luchthaven Twente daarbij kan spelen.
Energievisie (2021) In 2015 kwam het Klimaatakkoord van Parijs tot stand. Daarin is vastgelegd dat de opwarming van de aarde tot 2 graden dient te worden beperkt ten opzichte van het pre-industriële tijdperk en dat er naar gestreefd moet worden om die opwarming tot 1,5 graad te beperken. Het akkoord van Parijs is inmiddels door bijna 200 landen ondertekend, waaronder Nederland. De afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs zijn voor Nederland uitgewerkt in een nationaal Klimaatakkoord. Dit nationale akkoord, dat op 29 november 2019 namens de Nederlandse gemeenten door de VNG werd ondertekend, beschrijft welke maatregelen Nederland in de gebouwde omgeving, in de industrie, in de landbouw en met betrekking tot mobiliteit en het opwekken van elektriciteit moet treffen om de uitstoot aan koolstofdioxide (CO2) in 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Enschede draagt bij aan de oplossing en ziet ook ruimte voor kansen Enschede wil een aantrekkelijke en leefbare gemeente zijn voor iedereen die er woont, werkt of op bezoek komt. Nu en in de toekomst. Daarom maken we ons sterk voor maatregelen die de opwarming van de aarde beperken.
Dit betekent onder meer een overstap van fossiele naar duurzame vormen van energie, de ‘energietransitie’.Deze transitie is niet alleen noodzakelijk om de opwarming van de aarde te beperken, zij biedt ook allerlei kansen, zoals een verbetering van de luchtkwaliteit, op meer comfortabele en zuiniger woningen, op werkgelegenheid en kansen voor onze bedrijven. De visie is van toepassing op dit bestemmingsplan door de pijler 3.1 Benutten van daken en onbebouwde ruimtes binnen de bebouwde kom voor het opwekken van zonne-energie. De voorkeur van de gemeente is dat zonnepanelen te leggen op locaties waar ze zo min mogelijk uit de toon vallen. In de meeste gevallen gaat het daarbij om situaties waarbij de grond dubbel wordt gebruikt (zoals daken, parkeerterreinen, water, bermen). Dit bestemmingsplan weerhoudt de realisatie van zonnepanelen op daken niet.
Water- en klimaatadaptatieplan gemeente Enschede 2022-2026 De gemeenteraad heeft 25 oktober 2021 unaniem het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 aangenomen. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog ‘groener’ en ‘blauwer’ om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke ‘duurzame en groene stad’ waar mensen graag wonen, leven en werken! Doorwerking in het bestemmingsplan: In het plan zijn niet de nieuwe waterbergingsnormen opgenomen gezien het plan al geruime tijd in voorbereiding is. Tussen de start enerzijds en de uitvoering van het project (beginnend met het bestemmingsplan) anderzijds, zit geregeld een periode van meerdere jaren. In de tussenliggende periode is in deze het beleid gewijzigd. Al gevolg is er een overgangsregeling vastgesteld waaronder dit bestemmingsplan valt. Paragraaf Water 5.2 gaat in op oa. de waterbergingsaspecten.
Conclusie Bij de vervaardiging van het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" is rekening gehouden met het gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
17
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied. Doel is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen in de wijk of buurt kunnen worden getoetst.
3.1
Ruimtelijke structuur
Oost Boswinkel ligt in het stadsdeel West van de gemeente Enschede, ten westen van de invalsweg Zuiderval, die de stad met de A35 verbindt. Ten westen van het gebied loopt de Burgemeester M. Van Veenlaan. Deze hoofdweg verbindt het binnensingelgebied dan wel centrum met de Wesselerbrink en de overige zuidelijke wijken van Enschede. Langs deze hoofdweg liggen wijkvoorzieningen, zoals het winkelcentrum van Boswinkel. Via de Burgemeester M. Van Veenlaan en de Zuiderval is Boswinkel Oost minder dan 2 km vanaf het centrum van Enschede gelegen.
Figuur 3.1 Luchtfoto plangebied Oost Boswinkel Na de oorlog kampte Nederland met grote woningnood en werden er in rap tempo nieuwe woonwijken gebouwd. Ook Boswinkel is een naoorlogse wijk die snel en met schaarse middelen moest worden gerealiseerd. Het resultaat is een zogenaamde ‘stempelwijk’, een wijk met stroken bebouwing die zich in een ritmisch patroon herhalen. Het oostelijke deel, ook bekend als Oost-Boswinkel, bestaat uit portiekflats met daartussen rijen laagbouw. De woonwijk was opgezet om woonruimte te bieden aan gewenste arbeiders uit Spanje, Italie en Griekenland en nog later ook uit Turkije en Marokko, die in de textielindustrie kwamen werken.
3.2
Functionele structuur
Een beschrijving van de bestaande functies in het plangebied opgedeeld naar groen/blauwe-structuur, infrastructuur en bebouwing.
18
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Groen/blauwe structuur Boswinkel heeft een groen karakter. De hoofdgroenstructuur van Oost Boswinkel bestaat naast het centrale wijkpark uit een brede noordzuid-verbinding die het plangebied scheidt van de woonwijk Kotmanpark. Deze structuur heeft vooral een verbindende functie voor het langzaamverkeer en voor de waterhuishouding van Boswinkel en de Zuiderval. Aan zuidoostkant ligt een grote vijver met wandelpaden. Deze structuur gaat ten zuiden ervan over in een brede groenstructuur langs de A35. Over deze groenstructuur loopt een hoogspanningstracé. Aan de westzijde van het langebied loopt de Burgermeester M. van Veenlaan. Deze laan is als singel/ radiaal in de beleidsnotitie "Plantwijs" opgenomen. Het groenadvies hierbij is laanbomen met een diameter van 7 tot 10 meter. De centrale groenvoorzieing van het Boswinkel Park is overwegend ingevuld met gras. Daarnaast bestaat de groenvoorziening aan de randen en rondom de bebouwing uit bomen.
Figuur 3.2 Groen/blauwe structuur Oost Boswinkel Infrastructuur De straten binnen het plangebied zijn 30 km/uur wegen. Door de Overijssellaan en de Kotmanlaan zijn de woongebieden met de 50 km/uur hoofdweg Burgemeester M. Van Veenlaan verbonden. Langs de Burgemeester M. Van Veenlaan liggen ook twee bushaltes. Aan de noordzijde kan via de Gelderlanderstraat, de Groningerstraat en de Utrechtlaan de Wethouder Beverstraat worden bereikt. Op de Wethouder Beverstraat mag maximaal 50 km/uur worden gereden en liggen ter hoogte van het plangebied twee bushaltes. Er lopen geen buslijnen door het plangebied zelf. Om sluipverkeer tussen de Burgemeester M. Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat te matigen is de Utrechtlaan ter hoogte van het wijkpark voor autoverkeer geknipt. Langs de redelijk brede rijbanen in oost-west richting liggen brede stoepen en af en toe parkeerplaatsen. Hier wordt ook op de rijbaan geparkeerd hetgeen in de huidige situatie geen problemen oplevert. Langs de noord-zuid georiënteerde woonstraten liggen langsparkeerplaatsen. Bij het buurthuis en speelvoorziening in de centrale groenvoorziening wordt op de oost-west verbinding haaks geparkeerd.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
19
Figuur 3.3 Openbare verharding / infra in en rond Oost Boswinkel
Bebouwing De Boswinkel valt binnen de stempelbouw. Dit zijn planmatige woongebieden, tot stand gekomen tussen de jaren ’50 en ’70 van de 20ste eeuw, met incidenteel latere invullingen en vernieuwingen. Het type is karakteristiek voor de wederopbouwperiode. Van oorsprong gaat het om corporatiebezit. Het achterliggende idee bij de bouw was dat blokken (gestapelde) woningen, georiënteerd op de zon en vrijstaand in het groen, licht, lucht en ruimte in huis konden brengen. Aan de clustering van bijzondere functies en voorzieningen als kerken en scholen en de differentiatie in de woningtypologie ligt de naoorlogse wijkgedachte ten grondslag; de wijk is de primaire, veilige woonomgeving, waarbinnen voor alle bewoners de dagelijkse voorzieningen aanwezig moeten zijn. Die voorzieningen zijn centraal gelegen. De hoofdstructuur bestaat uit doorgaande wegen op stedelijk niveau, met daaraan gekoppeld winkelstraten, woonstraten, woonhoven, winkelpleinen en bedrijfsgebieden. De bebouwing staat vrij in een openbaar toegankelijke omgeving en varieert van stroken hoogbouw tot blokjes laagbouw. Identieke configuraties kunnen worden herhaald, zodat sprake is van stempels. Vaak zijn combinaties van speciale functies (kerken, scholen, speel- en sportvelden e.d.) en bedrijfshoven in de stedenbouwkundige plattegrond opgenomen, met name in de groenstroken.
Winkelvoorzieningen Binnen het plangebied zijn geen detailhandelvoorzieningen aanwezig. Buiten het plangebied ligt een buurtwinkelcentrum aan de Burg. Van Veenlaan. Maatschappelijke voorzieningen Op de hoek Noordbrabantstraat en de Utrechtlaan staat een muziekschool. Diagonaal tegenover de muziekschool ligt in de centrale groenvoorziening op de kruising Noordhollandstraat en de Gelderlandstraat ligt het buurthuis 't Ni-je Terphoes. Speel- en sportvoorzieningen In de centrale groenvoorziening ligt een voetbalkooi, klimtoestellen en een veld met voetbalgoals. Zij vormen een onderdeel van het buurtgroen met speelvoorzieningen voor kinderen van 0-12 jaar en sportkooi voor jongeren in de
20
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
leeftijd van 12 t/m 16 jaar. De speelplekken hebben eveneens de functie als sociale ontmoetingsplaats voor de kinderen.
3.3
Cultuurhistorie
Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Rond 1900 was Boswinkel een kleinschalig kampenlandschap met routes, weilanden met een aantal boerderijen en bos. Ten noorden van Boswinkel lag een textielfabriek met zijn bleekvelden. Bij de aanleg van de wijk Boswinkel is de landschappelijke structuur vervangen door een orthogonaal verkavelingspatroon van straten en velden. Alleen de Kotmanlaan is als een belangrijke historische route herkenbaar gebleven. Boswinkel Oost is een naoorlogs woongebied met veel licht en lucht, zo kenmerkend voor die tijd ontworpen door Van Embden, die veel in Enschede heeft gewerkt. Sobere, toen ruime en doelmatige arbeiderswoningen en portiekflats werden in een groene omgeving geplaatst. De verkaveling heeft een strak herhalingspatroon, de zogeheten "stempel". Deze zijn niet specifiek kenmerkend voor Enschede, maar wel voor Nederland in de jaren 60 en 70. De hechte stempel is tevens zeldzaam geworden in Enschede. Veel naoorlogse bouw is in Enschede inmiddels vernieuwd. Hierdoor zijn de stempelstructuren grotendeels verdwenen. De cultuurhistorische waarde van Boswinkel Oost ligt vooral in de ensemblewaarde tussen het stempelpatroon en de ontworpen groenstructuur. De architectuur van de gebouwen is relatief arm aan kwaliteit en vooral functioneel. Voor behoud van de stempelstructuur was van begin af aan weinig draagvlak.
Het vele openbare groen binnen de bouwvelden had zijn functie verloren. De binnenterreinen hadden nog slechts veel kijkgroen met hoge onderhoudskosten. Dat gepaard met de kwaliteit van de woningen, en de opzet met veel appartementenblokken, waren zwaar wegende belangen om de wijk compleet te vernieuwen.
Monumenten in het plangebied In het plangebied, en de directe nabijheid daarvan, bevinden zich geen monumenten die zijn aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument.
Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied In het plangebied bevinden zich geen aanwezige cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en bouwwerken met monumentstatus.
Archeologisch erfgoed in het plangebied In 2008 is het plangebied archeologisch onderzocht (Baac rapport V-08.0267, juli 2008). Conclusie uit deze rapportage was dat de delen met een hoge verwachting door proefsleuven onderzoek gewaardeerd dienen te worden. Hoge verwachtingen zijn op de verbeelding hiernaast met de bruine kleur aangegeven.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
21
Figuur 3.5 Onderzoek archeologie (Bron: BAAC) Vervolgens is dit proefsleuvenonderzoek in zuid oost Boswinkel uitgevoerd. In april 2014 is de bijbehorende rapportage opgeleverd (Antea Group Archeologie 2014/53 IVO-O (karterend) en IVO-P Enschede Boswinkel). Het proefsleuvenonderzoek heeft zich echter beperkt tot het plangebied dat het zuiden van voorliggend plangebied ligt. Uit het proefsleuvenonderzoek kwam naar voren dat de bodem in het plangebied in de zones die op basis van het booronderzoek uit 2008 zijn aangeduid met redelijk intacte bodemprofielen over het algemeen toch sterker geroerd zijn dan op basis van de genoemde boringen is verondersteld. Het onderzochte plangebied is hierdoor vrijgegeven. Een deel van het plangebied dat nu wordt ontwikkeld heeft dus een hoge archeologische verwachting en het rapport uit 2008 geeft hierover aan dat er proefsleuven onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit geldt alleen voor dat deel met een hoge archeologische verwachting. Dus de uiterste zuidpunt van de planlocatie. De verwachting is ook dat het deel met een hoge verwachtingswaarde voor zover gelegen binnen huidig plangebied is geroerd.
22
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Figuur 3.6 Werkputten proefsleuvenonderzoek Uit proefsleuf (WP4) uitgevoerd in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde, is het volgende geconstateerd. Ook hier is de ondergrond grotendeels verstoord. Min of meer in het midden van de sleuf is een grote, aaneengesloten verstoring aanwezig, met zeer scherpe grenzen en een vulling met veel (sloop)puin, waaronder ook plastic. Aan weerszijden hiervan is het vlak in iets mindere mate verstoord en gaat het om kleinere vergravingen, waartussen plaatselijk nog de C-horizont dagzoomt. Het schone zand is matig, plaatselijk sterk roesthoudend, maar er is hier geen sprake van een beekeerdbodem. Er is in ieder geval sprake van grootschalige antropogene verstoring. Het is echter niet met zekerheid te stellen dat bij afwezigheid van deze verstoringen wel een of meer archeologische vindplaatsen zouden zijn aangetroffen. De hoger verwachtingswaarde blijkt niet overeen te komen met de reultaten uit het proefsleuvenonderzoek. Gezien proefsleuf WP4 dicht op het deel dat voor onderhavig plangebied een hoge verwachtingswaarde heeft, en er ter plaatse geen archeologische vondsten zijn waargenomen, alsmede de mate van verstoring en de relatief geringe omvang, behoeft er geen nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Oost Boswinkel" zijn diverse beschermwaardige bomen aanwezig.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
23
Figuur 3.7 Inventarisatie beschermwaardige bomen De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (Vkl). Op het bij de Vkl behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de Vkl is vereist. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten wordt in bestemmingsplannen zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt. De vele waardevolle bomen in de wijk dragen bij aan het geliefde groene karakter. In het stedenbouwkundig plan is nadrukkelijk aandacht besteed om zo veel mogelijk waardevolle bomen te behouden. De woningen zijn zo gepositioneerd om zo veel mogelijk ruimte te maken voor de bomen. Voor vijf bomen (1 beschermwaardige boom, 2 waardevolle boom en 3 interessante bomen) valt echter het doek. In overleg met de gemeente wordt gekeken in hoeverre zij verplaatst danwel vervangen kunnen worden.
24
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
4.1
Planbeschrijving
Stedenbouwkundig plan
In deze paragraaf wordt ingegaan op de toekomstige ruimtelijk-stedenbouwkundige hoofdopzet en invulling van de nieuwe ontwikkeling.
4.1.1
Stedenbouwkundige opzet
Het stedenbouwkundig plan van Oost Boswinkel zet in op een groene wijk. Het centrale park wordt vergroot door deze te verlengen tot aan de Burgemeester Van Veenlaan. Hiermee wordt het groene hart van Boswinkel van buiten al zichtbaar. Daarnaast wordt het park vergroot door de woningblokken aan de noordzijde op een grotere afstand te plaatsen. Hierdoor komen meer woningen direct aan het park te liggen. De woningen aan de twee doorgaande wegen, de Burgemeester Van Veenlaan en de Wethouder Beversstraat krijgen een stedelijker karakter. Op de kruising van deze twee wegen en ter hoogte van de Utrechtlaan komt een appartementengebouw van vier à vijf lagen. Ter plaatse van de entree van Oost Boswinkel wijkt de straat naar binnen waardoor een uitnodigende ruimte ontstaat rondom een tweede appartementencomplex. De positie van de woningblokjes aan de binnenzijde van de wijk zijn informeler van opzet. De gevarieerde korte rijwoningen verspringen ten opzichte van elkaar en aan de parkzone staan zij licht gedraaid ten opzichte van elkaar. De ruime bouwblokken hebben groene hoven en zijn ruim genoeg om ook binnenin te parkeren. Daarnaast kan er ook in de woonstraten geparkeerd worden. De hoven zijn met elkaar verbonden via informele routes.
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
25
Figuur 4.1 Stedenbouwkundige plan Oost Boswinkel (bron: Stedenbouwkundigadviesbureau MUST)
4.1.2
Woonkwaliteit
Het stedenbouwkundig plan voor Oost Boswinkel zet in op een gevarieerd aanbod van woningtypes, die zo veel mogelijk gemengd in de wijk staan. De stedelijke straatwand aan de Burgemeester Van Veenlaan bestaat uit beneden-bovenwoningen. De stedelijke rand wordt aan de Wethouder Beversstraat voortgezet met grote eengezinswoningen, die aan de straatzijde drie verdiepingen hoog zijn.
26
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Figuur 4.2 Woningtypologiën Oost Boswinkel (bron: Stedenbouwkundigadviesbureau MUST) Binnen in de bouwblokken staan rijwoningen. Elk bouwblok kent een mix van middelgrote (twee lagen met een kap) en kleine (één laag met kap) rijwoningen. Op vier locaties worden appartementen gerealiseerd. Op de kruising van beide doorgaande wegen, ter hoogte van de Utrechtlaan, bij de entree van de wijk en een kleiner appartementenblok gelegen aan het park.