Onderzoek Mulierinstituut sportacc
Tekst van het document
Vereniging
velden
zat
zon
zat
zon
zat
zon
2015
Rigtersbleek KV
2
7,1
4,0
1,0
0,4
1,0
1,6
Nääs
2
4,1
4,0
0,6
0,4
1,4
1,6
Ons Clubje
4
2,0
2,0
0,3
0,2
3,7
3,8
DOS WK
2
9,3
2,0
1,3
0,2
0,7
1,8
Rigtersbleek KV
2
7,0
3,9
1,0
0,4
1,0
1,6
Nääs
2
4,0
3,9
0,6
0,4
1,4
1,6
Ons Clubje
4
2,0
1,9
0,3
0,2
3,7
3,8
DOS WK
2
9,1
1,9
1,3
0,2
0,7
1,8
Rigtersbleek KV
2
6,9
3,7
1,0
0,4
1,0
1,6
Nääs
2
4,0
3,7
0,6
0,4
1,4
1,6
Ons Clubje
4
2,0
1,9
0,3
0,2
3,7
3,8
DOS WK
2
8,9
1,9
1,3
0,2
0,7
1,8
Rigtersbleek KV
2
6,9
3,7
1,0
0,4
1,0
1,6
Nääs
2
3,9
3,7
0,6
0,4
1,4
1,6
Ons Clubje DOS WK
4 2
2,0 8,8
1,9 1,9
0,3 1,3
0,2 0,2
3,7 0,7
3,8 1,8
2020
2025
2030
Capaciteit
Aantal normteams
Behoefte velden
Overschot/tekort
In bovenstaande tabel zijn de prognoses van de bevolkingssamenstelling meegenomen. Dat leidt al tot een krimp van het aantal korfballers. Echter, tussen 2008 en 2014 daalde landelijk het aantal korfballers met ongeveer 10.000, wat 10 procent is van het totaal (hoofdstuk 2). Wanneer dergelijke krimp zich verder doorzet, moet de overcapaciteit van de korfbalvelden (nog) verder naar boven worden bijgesteld. Mogelijk kan de overcapaciteit van korfbal worden benut om het tekort voor hockey op te lossen. Echter, hierbij zou sprake zijn van nieuwe aanleg van velden en niet van multifunctioneel gebruik omdat de afmetingen van beide sportvelden sterk uiteen lopen.
5.3
Honk- en softbal De situatie van honk- en softbal is naar verwachting stabiel (tabel 5.6). De huidige evenwichtssituatie waarbij de capaciteit bij de vraag aansluit blijft op basis van de bevolkingsontwikkeling de komende jaren in stand. Ondanks een lichte afname in de komende jaren, blijft de behoefte aan één honkbalveld en twee softbalvelden bestaan.
Tabel 5.6 Ontwikkeling van capaciteit minus vraag naar honk- (H.) en softbalvelden (S.) op basis van huidige capaciteit en bevolkingsprognoses Jaar
Vereniging
2015 Tex Town Tigers 2020 Tex Town Tigers 2025 Tex Town Tigers 2030 Tex Town Tigers
5.4
Aantal velden H. S. 1 2 1 2 1 2 1 2
Aantal normteams H. S. 4,5 19,5
Behoefte H. S. 0,6 2,0
Overschot / tekort H. S. 0,4 0,0
4,4 19,1 4,3 18,8 4,2 16,7
0,5 1,9 0,5 1,9 0,5 1,7
0,5 0,1 0,5 0,1 0,5 0,3
Tennis In de gemeente Enschede is in 2015 een overschot van in totaal 15 tennisbanen. Deze overdaad aan banen zal op basis van de bevolkingsontwikkeling en landelijk afnemende ledencijfers van de KNLTB vermoedelijk verder toenemen. Hoewel de tennisverenigingen in Enschede allen geprivatiseerd zijn, is de grond nog altijd eigendom van de gemeente. De gemeente kan er voorzichtig rekening mee houden dat tennisparken komen te vervallen door de afnemende vraag. In die situatie is het voor de gemeente Enschede relevant om de verenigingen met lokale worteling scherp in beeld te hebben. Op basis van kaart 5.4 is vast te stellen dat in de centrale stadsdelen relatief weinig tennissers actief zijn. De verenigingen TV Juliana en TEZ in deze centrale wijken hebben weinig leden vanuit de eigen wijk. In combinatie met de overcapaciteit bij TEZ lijkt dit een logische vereniging om naar een verhuizing of fusie te begeleiden. De verenigingen buiten de stad of aan de randen ervan hebben veel tennissers uit de directe omgeving. De Boekelose TC, Lonneker en Glanerbrug zijn hier enkele voorbeelden van. Kaart 5.4 Overzicht tennissers per wijk en herkomst ledenbestand per vereniging
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
41
De overcapaciteit van tennis die ontstaat is nauwelijks op een andere wijze te benutten dan voor tennisdoeleinden. Zowel de ondergrond als de afmetingen wijken sterk af van andere sporten die extra ruimte kunnen gebruiken (met name voetbal en hockey). Eventuele ruimte die ontstaat door het eventuele vrijvallen van tennisparken kan mogelijk wel een uitkomst zijn voor andere sportparken.
5.5
Atletiek en rugby Voor beide sporten geldt dat de redelijke stabiele bevolkingsprognoses in relatie tot de (lichte) landelijke groei geen verandering van verhouding tussen vraag en aanbod voorspellen. Hoewel beide sporten in de afgelopen jaren te maken kregen met een lichte groei, is op beide sportparken nog ruim voldoende ruimte voor een verdere groei. Een rugbyveld of atletiekaccommodatie (en dan met name het middenterrein) gebruiken voor andere sporten is nauwelijks wenselijk. Hoewel in beide gevallen met creatief lijnenwerk en verplaatsbare doelen een mogelijkheid ontstaat, is dit alleen in noodgevallen een serieuze optie. Wel kunnen atletieken honk- en softbalvelden door andere sporten multifunctioneler worden gebruikt dan in deze rapportage onderzocht. Hierbij valt te denken aan meer ongebonden sportbeoefening zoals bootcamp, hardloopgroepen, frisbee of bewegen voor ouderen. Daarnaast zijn beide typen accommodaties ook geschikt voor bewegingsonderwijs.
5.6
Configuratie buitensportcapaciteit Op weg naar 2030 lijkt de huidige overcapaciteit van ruim zes korfbalvelden in de gemeente Enschede niet af te nemen. Door samenwerking of fusie te stimuleren zou de gemeente het gebruik van korfbalvelden effectiever kunnen inrichten. In de toekomst is het eventuele vrijspelen van korfbalvelden bovendien een opening voor andere sporten om de eigen capaciteit uit te breiden. Dit geldt met name voor voetbalverenigingen met ondercapaciteit en hockeyvereniging PW. In beide gevallen geldt dat hierbij de velden ook vervangen moeten worden omdat de afmetingen en lijnen niet overeen komen. Bij het verkennen van de mogelijkheden van sporttakoverstijgende configuratie van velden valt Korfbalvereniging Nääs als eerste af omdat deze vereniging het sportpark niet deelt. Daarnaast geldt voor DOS WK dat deze als enige korfbalvereniging nu en in de toekomst geen overschot heeft aan velden. De gemeente Enschede zou met de ruimte van GKV Ons Clubje en KV Rigtersbleek wel een gedeelte van het capaciteitsprobleem bij nabijgelegen voetbalverenigingen kunnen oplossen. De velden van korfbalvereniging GKV Ons Clubje (sportpark Eilermark) zouden mogelijk ruimte kunnen bieden aan voetbalverenigingen Avanti op het naastgelegen sportpark Zoutendijk of Eilermark.
Daarbij is het verkennen van de eerste optie het meest logisch omdat Avanti met een tekort van twee wedstrijdvelden kampt. De ruimte van de korfbalvelden bij KV Rigtersbleek zou eventueel gedeeltelijk overgenomen kunnen worden door voetbalvereniging Rigtersbleek. Daarmee zou het tekort aan één wedstrijdveld kunnen worden opgelost. De gemeente Enschede zou bovengenoemde opties kunnen verkennen met de bewuste verenigingen.
42
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
6.
Binnensport
6.1
Introductie In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de huidige en toekomstige ruimtebehoefte voor de binnensport in Enschede. Daarbij wordt met name gekeken naar het huidige aanbod aan sporthallen en wordt dit aanbod afgezet tegen de huidige en toekomstige vraag naar sporthallen. We gaan niet in op de behoefte aan sportzalen en gymzalen omdat deze zalen vanwege hun beperkte formaat en/of voorzieningen (zoals ringen, belijning, materialen) niet voor alle binnensport geschikt zijn. Wel wordt rekening gehouden met de rol die sport- en gymzalen kunnen spelen in de vraag naar binnensport, bijvoorbeeld om voor trainingen naar uit te wijken. Verder wordt inzicht verschaft in de bezetting van sporthallen, sport- en gymzalen door het onderwijs en sportaanbieders dan wel -verenigingen. Sporthallen hebben minimaal drie vakken en hebben als afmeting 44 of 48 meter bij 28 meter. In sporthallen wordt ruimte geboden om zowel trainings- als competitievormen af te werken voor de volgende sporten: badminton, basketbal, boksen, judo/karate, korfbal, tafeltennis, tennis, volleybal, zaalhandbal, zaalhockey en zaalvoetbal, alsmede trainingsvormen voor klimsport en sporten zonder belijning (zoals gymnastiek en turnen). Sportzalen kunnen (afhankelijk van hun variabele afmetingen) in sommige gevallen een uitwijkmogelijkheid zijn voor de zaalsporten die geen hele sporthal nodig hebben.
Hierbij valt te denken aan vechtsporten, tafeltennis, badminton en gymnastiek/turnen. De draagvlakberekening houdt geen rekening met sport- en gymzalen, omdat deze zalen kleiner zijn dan sporthallen en niet toereikend zijn voor alle vormen van sportbeoefening. Sportzalen bieden vaak maar twee derde van de benodigde ruimte, en gymzalen een derde van de benodigde ruimte. Sportzalen hebben als afmeting 22 bij 28 meter en bieden voor de sporten badminton, basketbal, boksen, judo/karate, klimsport, korfbal, tafeltennis en volleybal in principe ook mogelijkheden voor training en competitie. Voor tennis, zaalhandbal, zaalhockey en zaalvoetbal is het echter niet mogelijk om in een sportzaal competitievormen te beoefenen. Sportzalen worden om die reden niet primair in de berekeningen meegenomen, maar dienen als buffer of opvang voor sportactiviteiten die door ruimtegebrek niet in de sporthallen terechtkunnen en die zich lenen voor beoefening in sportzalen. Gymzalen worden primair gebouwd om het bewegingsonderwijs van de (basis)scholen te faciliteren en zijn niet voor alle (verenigings)sporten geschikt. Het aantal en de locaties van de gymzalen wordt grotendeels bepaald door de aanwezigheid van onderwijslocaties (elke school dient binnen een normafstand een gymlocatie tot haar beschikking te hebben) en daarom worden de gymzalen niet in de draagvlakberekening meegenomen.
In de avonduren en de weekenden kunnen gymzalen (vaak) wel aan sportverenigingen ter beschikking worden gesteld.
Uitgangssituatie In de gemeente Enschede bevinden zich zeven sporthallen met in totaal negen afzonderlijke hallen (tabel 6.1). De accommodaties Diekmanhal en Universiteit Twente hebben twee sporthallen. De rest van het binnensportaanbod bestaat uit drie sportzalen en 31 gymzalen. Het aanbod aan sporthallen zoals gepresenteerd in tabel 6.1 vormt de uitgangspositie voor de prognose voor de behoefte aan binnensportaccommodaties in de gemeente Enschede.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
43
Tabel 6.1 Sporthallen in de gemeente Enschede Naam Diekmanhal (2 hallen)
Eigenaar Gemeente Enschede
Het Deppenbroek
Gemeente Enschede
Pathmoshal
Gemeente Enschede
De Brug
Gemeente Enschede
Zuidkamp
Gemeente Enschede
Universiteit Twente (2 hallen)
Universiteit Twente
ROC van Twente
ROC Twente
Draagvlakcijfers voor sporthallen De berekening van draagvlakcijfers is de meest basale behoefteberekening voor binnensportaccommodaties. Daarbij wordt de behoefte aan ruimte voor binnensport in de gemeente Enschede berekend aan de hand van draagvlakcijfers voor sporthallen. Uitgangspunt is daarbij het huidige aanbod van negen sporthallen. Door het huidige aanbod aan sporthallen tegenover de bevolkingsontwikkeling voor 2020, 2025 en 2030 te plaatsen, komen tekorten dan wel overschotten aan het licht. Bij de bevolkingsontwikkeling gaan we uit van de bevolking van zes jaar en ouder. In Enschede daalt het aantal inwoners (zes jaar en ouder) tussen 2016 en 2030 licht, met 1,5 procent tot bijna 140.000 inwoners (zie hoofdstuk 2). De draagvlakmethode gaat uit van een maximale en minimale variant. De maximale variant neemt als uitgangspunt één sporthal per 15.000 inwoners (zes jaar en ouder), de minimale variant één sporthal per 20.000 inwoners (zes jaar en ouder). Op basis van de minimumvariant voor 2016 heeft de gemeente Enschede ruim voldoende sporthallen (+1,9, zie tabel 6.2). Wanneer echter van de maximumvariant wordt uitgegaan, dan is er een klein tekort van 0,4 sporthal. Mogelijk dat dit tekort kan worden opgevangen door private sporthallen of door gemeentelijke sportzalen die trainingstijden of aangepaste wedstrijdvormen kunnen herbergen.
Tabel 6.2 Vraag-aanbodanalyse binnensport (2016) Minimumvariant
Maximumvariant
Draagvlakcijfers sporthallen
20.000
15.000
Aantal inwoners
141.640
141.640
7,1
9,4
Benodigd aantal sporthallen (onafgerond)
Huidig aanbod
9
9
Overschot/tekort
1,9
-0,4
* Bevolking van zes jaar en ouder.
Door de nagenoeg gelijkblijvende bevolking in de gemeente Enschede, verandert de komende jaren de behoefte aan sporthallen ook nauwelijks. In tabel 6.3 staat deze marginale verandering beschreven aan de hand van toekomstige draagvlakcijfers van sporthallen. De conclusies voor 2016 blijven bij de huidige capaciteit tot en met 2030 overeind. Hierbij is echter geen rekening gehouden met eventuele veranderingen in de demografische achtergronden van die bevolking of eventuele veranderende voorkeuren als het gaat om sportdeelname.
44
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Tabel 6.3 Vraag-aanbodanalyse binnensport (2020, 2025 en 2030) Minimumvariant Draagvlakcijfers sporthallen Aantal inwoners
Maximumvariant
2020 20.000 141.720
2025 20.000 141.680
2030 20.000 139.560
2020 15.000 141.720
2025 15.000 141.680
2030 15.000 139.560
7,1
7,1
7,0
9,4
9,4
9,3
8 0,9
8 0,9
8 1,0
8 -1,4
8 -1,4
8 -1,3
Benodigd aantal sporthallen (onafgerond) Huidig aanbodA Overschot/tekort
A Op dit moment zijn er 9 spothallen in Enschede, maar omdat 31-03-2017 sporthal de Zuidkamp wordt gesloten gaan we van ‘huidig’ aanbod uit van 8 sporthallen in de gemeente Enschede vanaf 2020.
6.2
Huidige bezetting van de binnensportaccommodaties Van de vijf gemeentelijke sporthallen, drie sportzalen en 31 gymzalen is de bezetting gedurende het jaar geanalyseerd. Hiervoor zijn bij de gemeente Enschede verhuurgegevens opgevraagd. Om inzicht te verkrijgen in de bezetting van de diverse sportaccommodaties is een aantal uitgangspunten gebruikt voor de openstelling:
maandag t/m vrijdag: 8:00 – 23:00 uur
zaterdag en zondag: 8:00 – 23:00 uur
40 weken per jaar
wintermaanden: december t/m maart
regulier seizoen: september t/m november, april t/m juni
Voor elke accommodatie is de bezetting bepaald door het aantal verhuurde uren af te zetten tegen het aantal uren openstelling. Omdat binnensportaccommodaties veelal in de wintermaanden intensiever worden gebruikt, zijn de bezettingscijfers van zowel de zomer- als de wintermaanden in beeld gebracht. In figuur 6.1 valt te zien dat sportzalen (61%) en gemeentelijke sporthallen (47%) tijdens de beschikbare tijd goed bezet zijn. Gymzalen zijn aanzienlijk minder bezet. Voor alle typen accommodaties geldt dat ze ook in Enschede in de zomermaanden nauwelijks zijn bezet.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
45
Figuur 6.1 Bezettingsgraden naar seizoensdeel, per type binnensportaccommodatie wintermaanden (dec-mrt)
reguliere seizoen (sep-nov/apr-jun)
zomer (jul-aug)
100%
80% 68%
68% 56%
60%
52%
40% 29%
28%
24% 16%
20%
10%
0% Gymzalen
Sportzalen
Sporthallen
Sporthallen De Diekmanhal heeft een gemiddelde bezetting van 86% gedurende het reguliere seizoen en heeft daarmee de hoogste bezetting van alle sporthallen (figuur 5.2). Met name sporthal Vliegbasis heeft in deze maanden een lage bezetting (14%). Met uitzondering van de Diekmanhal geldt dat alle sporthallen in de winter beter bezet zijn dan in het reguliere seizoen. Er zijn geen gegevens bekend van de sporthallen die niet in eigendom van de gemeente zijn (Universiteit Twente en ROC van Twente). Figuur 6.2 Bezettingsgraden naar seizoensdeel sporthallen wintermaanden (dec-mrt)
reguliere seizoen (sep-nov/apr-jun)
zomer (jul-aug)
100% 81%
86%
80%
60%
58%
61% 54%
54%
54% 52%
40%
20%
32% 13%
27% 17%
14%
14% 6%
0% De Brug
Deppenbroekhal
Diekmanhal
Pathmoshal
Vliegbasis
Voor sporthallen gelden niet alleen piek- en dalmomenten in de verhuur per seizoensdeel. Ook de voorkeuren per week kennen piekmomenten. In figuur 6.3 is te lezen dat in de drukste maanden (de wintermaanden waarbij ook beide hockeyverenigingen naar binnen gaan) met name het tijdslot tussen 19.00 en 21.00 uur zeer gewild is. Alle sporthallen zijn op alle doordeweekse dagen tijdens deze uren
46
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
volledig bezet. Andere piekmomenten zijn van 21.00 tot 23.00 uur (70%) en van 16.00 tot 19.00 uur (59%). De woensdag is het meest populair (80%), de donderdag het minste (73%). Wanneer de hockeyverenigingen geen gebruik maken van sporthal Vliegbasis, is deze nagenoeg volledig onbezet. Figuur 6.3 Percentage verhuurde uren ten opzichte van beschikbare uren op piekmomenten doordeweeks (tijdens de wintermaanden) 100%
100% 80%
70% 59%
60% 40% 20%
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
21-23
19-21
16-19
21-23
19-21
16-19
21-23
19-21
16-19
21-23
19-21
16-19
21-23
19-21
16-19
21-23
19-21
16-19
0%
Totaal
Sportzalen De bezetting van de sportzalen Esmarke en Helmerhoek ontloopt elkaar nauwelijks met bezettingen van 70 tot 77 procent in het reguliere seizoen (figuur 6.4). Alleen sportzaal Stroinkslanden blijft wat achter met een bezetting van 58 procent. In de wintermaanden is dit verschil echter kleiner (resp. 62% om 73%). Figuur 6.4 Bezettingsgraden naar seizoensdeel, sportzalen wintermaanden (dec-mrt)
reguliere seizoen (sep-nov/apr-jun)
zomer (jul-aug)
100% 80%
70%
73%
70%
77% 62%
60% 40% 26%
58%
28% 17%
20% 0% Esmarke
Helmerhoek
Stroinkslanden
De Sportzalen lijken door hun onvolledige bezetting nog wat ruimte te kunnen bieden wanneer de sporthallen volledig bezet zijn. Het is echter afhankelijk van de dag en het seizoensdeel of dit ook een vrij moment naar de behoefte van de vereniging is. Een dergelijke verdieping is geen onderdeel van dit onderzoek.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
47
Gymzalen De gymzalen zijn gemiddeld voor iets minder dan een derde van de verhuurbare tijd bezet gedurende het reguliere seizoen en de wintermaanden. Hoewel sommige gymzalen een stuk beter bezet zijn dan anderen, is geen enkele gymzaal meer dan de helft van de beschikbare tijd in gebruik (figuur 6.5). Figuur 6.5 Bezettingsgraden (tussen 8.00 – 23.00 uur) naar seizoensdeel, per sportaccommodatie (gymzalen) reguliere seizoen (sep-nov/apr-jun) wintermaanden (dec-mrt) Rijpstraat J.P. Coenstraat Gerard… Hogelandstraat Sch. Reimerstraat Mina Krusemanstraat Het Stroink 62 Schietbaanweg Diamantstraat Spinnerstraat Dr. Coppesstraat Varviksweg Straatsburglaan Het Riet Het Oosterveld Zeggeltlaan Zaanstraat Nieuwe Schoolweg De Posten Het Leunenberg Rozenstraat Floraparkstraat Hoge Boekelerweg Lijsterstraat Min de Sav.… Poolmansweg Het Bijvank Park de Kotten Haaksbergerstraat Jupiterstraat P. Moreelsestraat 0%
48
20%
40%
60%
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
80%
100%
Wanneer alleen naar huur door sportverenigingen wordt gekeken, vallen de onderlinge verschillen tussen de gymzalen op (figuur 6.6). Met name de Rijpstraat en Hogelandstraat zijn populair onder verenigingen met een jaarlijkse huur van respectievelijk 1174 en 914 uren. Daarnaast zijn nog een zestal gymzalen tussen de 500 en 700 uur door sportverenigingen bezet, terwijl de overige gymzalen niet of nauwelijks door de sportverenigingen wordt gebruikt. Een belangrijke sporttak voor het huren van gymzalen is tafeltennis. Voor de Rijpstraat geldt dat dit een wedstrijdlocatie voor tafeltennis is. Dit is ook het geval bij de andere relatief veel aan sportvereniging verhuurde gymzalen Krusemanstraat, Het Stroink 62 en Varviksweg. Voor Jupiterstraat zal worden voorgesteld om deze af te stoten. Nieuwe Schoolweg wordt in de zomer van 2016 gesloopt in verband met de ontwikkeling van Spoorzone. Figuur 6.6 Totaal verhuurde uren aan sportverenigingen in 2015, gymzalen die aan sportverenigingen verhuren 1400 1200 1000 Som van zomer (julaug)
800 600
Som van reguliere seizoen (sep-nov/aprjun)
400
Som van wintermaanden (decmrt)
200
De Posten Diamantstraat Dr. Coppesstraat Floraparkstraat Gerard Terborghstraat Het Leunenberg Het Oosterveld Het Riet Het Stroink 62 Hoge Boekelerweg Hogelandstraat J.P. Coenstraat Jupiterstraat Min de Sav. Lohmanlaan Mina Krusemanstraat Nieuwe Schoolweg Park de Kotten Rijpstraat Sch. Reimerstraat Schietbaanweg Spinnerstraat Straatsburglaan Varviksweg Zaanstraat Zeggeltlaan
0
Verenigingsgebruik niet-gemeentelijke accommodaties In Enschede zijn ook diverse niet-gemeentelijke sporthallen en –zalen waar verenigingen gebruik van kunnen maken. In een belronde met de beheerders van deze zalen is gecontroleerd in welke mate sportverenigingen in Enschede gebruik maken van deze alternatieven. Uit deze bevraging blijkt dat de sporthallen van Universiteit Twente overdag in gebruik zijn door de opleidingen en in de avond door de studentensportverenigingen. De sporthallen van ROC Twente worden niet door verenigingen gebruikt. De sportzalen Prismare, sportzaal brandweer en BC, en locatie Geessinkweg verhuren op wisselende tijden aan Enschedese sportverenigingen. Met name in de winter vindt regelmatige en incidentele verhuur plaats. De overige niet-gemeentelijke sportzalen verhuren niet of nauwelijks aan sportverenigingen.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
49
Verenigingen over de binnensportaccommodaties In een digitale enquête die door de gemeente Enschede is uitgezet aan alle binnensportverenigingen en buitensportverenigingen die gebruik maken van zalen, hebben 69 verenigingen hun visie gegeven op de kwaliteit en beschikbaarheid van de binnensportaccommodaties. Hierin is te zien dat ongeveer twee derde van de verenigingen tevreden is over de kwaliteit van de binnensportaccommodaties waarvan zij gebruik maken. Een vijfde van de verenigingsbestuurders geeft aan (helemaal) niet tevreden te zijn over de kwaliteit. Wanneer respondenten niet tevreden zijn over de sporthal dan heeft dit bij een overgroot gedeelte van hen te maken met de schoonmaak van de accommodatie. In de toelichting op deze vraag geven bestuurders vooral aan dat het vaak niet schoon (stof en zand in de zaal), hygiënisch (douche- en kleedgelegenheden) of opgeruimd (afval of materialen voorgangers) is in de accommodatie waar de vereniging gebruik van maakt. Daarnaast wordt melding gemaakt van het tekort aan materialen of voorzieningen zodat de betreffende sport niet of beperkt kan worden beoefend. Voorbeelden hiervan zijn het gebrek aan hockeybalken, zaalvoetbaldoeltjes of verouderde ringenstelsels. Als laatste wordt vaak melding gemaakt van niet-functionerende douches, geen stromend water of defecte warmtebronnen.
Twee derde van de bestuurders is (zeer) tevreden over de beschikbaarheid van de accommodaties op momenten dat het de vereniging goed uitkomt. En, net als bij de kwaliteit, is ook een vijfde (zeer) ontevreden met de beschikbaarheid. De meest genoemde bezwaren zijn een versnipperde wedstrijd- of trainingsplanning omdat de huurder in verschillende hallen op verschillende tijdstippen moet huren om ruimte te bieden aan de leden of de competitieplanning. Qua beschikbaarheid geven verenigingen aan dat het met name knelt in de periode dat hockey en/of korfbal ‘naar binnen komt’. Een vereniging geeft aan dat sloop van de Zuidkamphal voor hen ‘niet goed zou zijn’ omdat ze daarmee hun hoofdaccommodatie verliezen. Een klein aantal verenigingen denkt (verder) te kunnen groeien wanneer zij de beschikking zouden hebben over meer tijd en/of ruimte in de binnensportaccommodatie. De bestuurders die denken dat ze kunnen groeien, lijken vooral winst te zien in meer geconcentreerde capaciteit (één dag of één locatie) dan daadwerkelijk meer uren. Een voorbeeld hiervan is de beschikbaarheid van trainers: ‘indien de trainingen minder verspreid zouden zijn, hebben we makkelijker de beschikking over trainers, waardoor we beter nieuwe leden kunnen opvangen/begeleiden’.
6.3
Toekomstige behoefte aan binnensportaccommodaties Onderwijs Op basis van de leerlingenprognoses voor basis- en voortgezet onderwijs in de gemeente Enschede is vast te stellen dat naar verwachting de behoefte vanuit het onderwijs tot en met 2030 afneemt. In alle typen onderwijs is tussen 2015 en 2030 een afname te zien van de leerlingaantallen. Naar verwachting gaan in 2030 1.500 leerlingen minder naar school dan in het afgelopen jaar (hoofdstuk 2). Bij deze verwachte daling in de toekomstige leerlingenaantallen moet worden aangemerkt dat dit niet per definitie leidt tot een afname van de onderwijsbehoefte aan binnensportruimte. Immers, in veel gevallen leidt een afname van leerlingen eerder tot kleinere klassen, waarbij de vraag naar gymruimte gelijk blijft. Momenteel vindt een discussie plaats waarbij enkele partijen zich hard maken voor drie in plaats van twee gymuren per week. Deze kwestie ontstond in 2004 toen kamerlid Rijpstra een motie indiende die
50
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
de regering verzocht ‘plannen uit te werken hoe leerlingen in de leerplichtige leeftijd gegarandeerd drie uur per week lichamelijke opvoeding, gegeven door daarvoor gekwalificeerde personen, kunnen volgen’. Deze motie werd kamerbreed aangenomen. In het huidige regeerakkoord staat nog dat minimaal twee lesuren gymonderwijs gegeven worden, met ‘waar mogelijk’ drie lesuren gym. In januari van dit jaar diende Kamerlid Van Nispen (SP) een motie in voor een wetsvoorstel waarbij ‘ieder kind op de basisschool drie uur bewegingsonderwijs krijgt aangeboden van een gekwalificeerd vakdocent’ (Van Nispen, 2016). Voor deze motie is op dit moment geen Kamermeerderheid. Bij het toepassen van drie uren bewegingsonderwijs neemt de behoefte aan binnensportruimte toe, ondanks een dalend aantal leerlingen. Het is de vraag of en wanneer dit realiteit gaat worden, maar het is een mogelijke ontwikkeling die in de gaten moet worden gehouden. Een uitbreiding naar drie uur zal zeer vermoedelijk ruimtelijk problemen gaan geven omdat nu al bij ongeveer één op de vijf PO-scholen ruimtegebrek een knelpunt is (Lucassen et al. 2010). Hoe groot die problemen worden, hangt af van veel factoren die we nu niet hebben meegenomen5. Er is een voorzichtige mogelijkheid om huidige capaciteit beter te benutten (zie bezettingscijfers paragraaf 6.2).
Echter, voor de gemeente Enschede is het raadzaam om, wanneer het derde uur gym daadwerkelijk verplicht wordt, met het onderwijs in gesprek te gaan of en waar dit een capaciteitsprobleem geeft. Door een globale berekening van de invloed van het veranderende aantal leerlingen op het aantal groepen per school is berekend dat, uitgaande van een gelijkblijvende norm qua gymuren, in de gemeente Enschede een daling te verwachten is van de toekomstige behoefte aan sportruimte voor het onderwijs van 3 procent in 2020, 5 procent in 2025 en 6 procent in 2030.
Sportverenigingen en overige gebruikers Het landelijke sportdeelnamecijfer is na een aantal jaren groei inmiddels stabiel (circa 65%), evenals de mate waarin de Nederlander lid is van een sportvereniging (ca. 30%). Voor het gebruik van de sporthallen en sportzalen kan een prognose van het toekomstig aantal (unieke) gebruikers worden gemaakt op basis van landelijk beschikbare cijfers over het accommodatiegebruik per leeftijdscategorie (tabel 6.4) en de lidmaatschapscijfers voor de takken van sport.
5
Het is voor te stellen dat scholen ervoor kiezen om het derde gymuur anders in te vullen en geen binnensportaccommodatie te gebruiken. Bijvoorbeeld door naar buiten te gaan. Dit hangt ook af van de vraag in hoeverre de invulling van dit extra uur gym verplicht wordt opgelegd door het ministerie van OCW.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
51
Tabel 6.4 Gebruik sporthallen/sportzalen, naar leeftijdsgroep, percentage van de bevolking gebruik sporthal/sportzaal 6 - 79 jaar
14
6-11 jaar
29
12-17 jaar
36
18-24 jaar
26
25-34 jaar
16
35-49 jaar
9
50-64 jaar
7
65-79 jaar
5
Bron: OBiN 2013-2014.
Wanneer we op basis van landelijke gegevens kijken naar welke leeftijdsgroepen de voornaamste gebruikers zijn van sporthallen (tabel 6.4), dan zien we dat het gebruik afneemt met de leeftijd. Door de accommodatiegebruikprofielen van de diverse leeftijdsgroepen te koppelen aan de demografische verschuiving in Enschede (hoofdstuk 2), is vast te stellen dat de gemeente Enschede in de toekomst waarschijnlijk niet zozeer te maken krijgt met een lager aantal gebruikers van sporthallen en sportzalen, als wel van een verschuiving van de leeftijden van de gebruikers (figuur 6.9). Meer gebruikers zullen komen uit de categorieën 25-34 en 65-79 jaar, terwijl het aantal gebruikers uit de categorieën 12-17 en 35-49 jaar zal teruglopen. Dat de leeftijdsverdeling van de gebruikers van de sporthallen gaat verschuiven, kan een gunstige invloed hebben op de bezetting van de accommodaties. 50-plussers sporten relatief gezien meer overdag dan andere leeftijdsgroepen omdat deze groep onder andere minder vaak overdag werkzaam is. Dit biedt kansen voor de gemeente om een hogere bezettingsgraad in de binnensportaccommodaties te realiseren. Figuur 6.9 Verwacht aandeel gebruikers sporthal/sportzaal per leeftijdscategorie 30%
25%
20%
15%
10%
5%
0% 6-11
12-17
18-24 2015
25-34 2020
35-49 2030
Bron: Rapportage Sport, 2014
52
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
50-64
65-79
Nabijheidsanalyse onderwijs Voor de toegankelijkheid van gymaccommodaties is het van belang dat een ruimte om lichamelijk onderwijs (LO) te geven, binnen bereikbare afstand van de school gelegen is. Dit geldt met name voor het primair onderwijs waar leerlingen nog niet zelfstandig de weg naar deze locatie kunnen vinden. In figuur 6.8 valt te zien dat 73 van 74 basisschoollocaties binnen een kilometer over de openbare weg een gymaccommodatie hebben. Voor 61 van hen geldt dat dit zelfs binnen 500 meter is. In Enschede is de maximale afstand van onderwijs- tot gymlocatie gekoppeld aan het aantal lesuren. Met de bevonden afstanden voldoet iedere locatie aan deze gemeentelijke verordening6. Figuur 6.10 Dichtstbijzijnde gymaccommodatie voor locaties primair onderwijs, in absolute aantallen naar afstand over de openbare weg 2 11
20 Binnen 100 meter 100 - 500 meter 500 - 1.000 meter 1.000 meter of meer 40
6
Afstand van onderwijs- tot gymaccommodatie: Binnen één km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren. Bron: Verordening onderwijshuisvesting, 2004
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
53
54
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Conclusies De gemeente Enschede heeft in juni 2015 nieuw beleid vastgesteld, waarin de ontwikkeling van het sportbedrijf, vereenvoudigen van subsidies en tarieven en het optimaliseren van het gebruik van sportaccommodaties centraal staan. Tegen deze achtergrond heeft de gemeente Enschede het Mulier Instituut gevraagd een breed ruimteonderzoek te doen dat moet bijdragen aan het nemen van gefundeerde besluiten aangaande het optimaliseren van het sportaccommodatiebeleid. Deze rapportage brengt de huidige en toekomstige behoefte aan sportruimte in beeld voor de georganiseerde buitensport (voetbal, hockey, korfbal, rugby, atletiek en tennis) en de binnensport in de gemeente Enschede. Voor dit onderzoek hebben we gebruik gemaakt van de huidige leden- en teamaantallen van de Enschedese sportverenigingen in relatie tot de gebruiksnormen van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en NOC*NSF. Daarnaast baseren we ons op de huidige gebruikersaantallen van sportaccommodaties in combinatie met leerlingenprognoses, bevolkingsontwikkelingen en sportdeelnamecijfers.
Huidige situatie velden en banen: wisselend beeld Voetbal is de grootste sport in Enschede. De 607 Enschedese teams spelen dit seizoen verdeeld over 25 verenigingen op 72 velden van 17 sportparken in de gemeente. Deze totale capaciteit zou in een perfecte verdeling net genoeg zijn om iedereen op basis van de geldende normen voldoende voetbalruimte te bieden. Echter, in de praktijk hebben zes verenigingen een ondercapaciteit, oplopend tot een tekort van acht wedstrijdvelden en vier trainingsvelden. Tegelijk hebben zeven sportparken één of meer velden over. Per saldo komt het huidige tekort van de totale voetbalcapaciteit in Enschede daarmee neer op één wedstrijdveld. Er zijn drie trainingsvelden over. Dit saldo is op basis van een gemiddelde trainingsnorm op normaal natuurgras. Het tekort aan wedstrijdvelden is met name van toepassing op de zaterdag. Op zondag is voldoende ruimte. Enschede heeft twee hockeyverenigingen die samen acht velden nodig hebben. Er zijn op dit moment echter slechts zes velden beschikbaar waardoor er een tekort van twee hockeyvelden is. De capaciteit knelt vooral bij de vereniging PW en op zaterdag, de dag dat de jeugd hockeyt. Voor hockeyers die op zondag willen spelen, is nog ruim voldoende capaciteit. Enschede is vier korfbalverenigingen rijk. Samen hebben zij de beschikking over tien velden.
Drie van deze verenigingen ervaren een (ruim) overschot aan velden. Slechts DOS WK heeft capaciteit die aansluit bij het teamaantal. In totaal is het overschot aan korfbalvelden in Enschede op zaterdag bijna zeven en op zondag bijna negen velden. Het grootste overschot van capaciteit in de buitensport zijn de tennisbanen. Zes verenigingen hebben een overschot van één tot vijf banen. De verenigingen Het Wooldrik en TVVS hebben als enige juist een baan tekort. In totaal hebben de 3.661 tennissende leden behoefte aan 45 banen, terwijl er in Enschede 61 banen liggen. De overige buitensportverenigingen (honk- en softbal, atletiek, rugby en American football) hebben op dit moment een capaciteit die conform de bestaande normen naar team- of ledentallen is.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
55
Huidige situatie zalen en hallen: voldoende ruimte In Enschede zijn zeven sporthallocaties met in totaal negen afzonderlijke hallen. Twee van deze hallen zijn in beheer van Universiteit Twente en een bij ROC Twente. Daarnaast zijn er drie gemeentelijke sportzalen en 31 gymzalen. De draagvlakberekening gaat uitsluitend uit van sporthallen omdat hier alle binnensporten kunnen worden beoefend. Dezelfde draagvlakberekening vertelt dat per 15.000 (maximumvariant) tot 20.000 (minimumvariant) inwoners eens sporthal benodigd is. Op basis hiervan is in Enschede een behoefte aan zeven (min.) tot negen (max.) sporthallen. Jaarlijks zijn de sporthallen 47 procent van de verhuurbare tijd bezet. Dit lijkt een ruim overschot. Echter, wanneer gekeken wordt naar de meest gewenste momenten dan valt dit tegen. In de wintermaanden, wanneer buitensporten zich in de zaal melden, is de bezetting aanzienlijk hoger. Zeker wanneer ook naar de meest gewenste momenten (doordeweekse avonden) gekeken wordt, lijkt het allemaal net te passen. Tussen 19.00 en 21.00 uur zijn alle sporthallen in deze periode zelfs volledig bezet. Er is nog wel wat uitwijkmogelijkheid naar de tijdvakken daarvoor en daarna omdat de bezetting in deze periode gemiddeld 59 tot 70 procent is.
Voor een gedeelte kan de gemeente de spreiding over de tijdvakken stimuleren door piek- en/of daltarieven te hanteren voor dezelfde sportruimte. Een andere uitwijkmogelijkheid zijn de sport- en gymzalen of niet-gemeentelijke sportruimtes. Deze zijn ook met regelmaat vrij op gewenste momenten. De tafeltennissport maakt daar onder andere effectief gebruik van. Sportzalen en gymzalen hebben niet altijd de juiste afmetingen om aan alle zaalsporten ruimte te kunnen bieden. De niet-gemeentelijke hallen en zalen worden nauwelijks door verenigingen gebruikt. De sporthallen van de Universiteit Twente vormen hier de uitzondering op. Deze hallen zijn in de avonden vrijwel alle dagen geheel gevuld door studentensportverenigingen. Een meerderheid van bestuurders van verenigingen die gebruikmaken van binnensportaccommodaties is tevreden over de kwaliteit en de beschikbaarheid van de accommodaties. Een op de vijf is ontevreden over de kwaliteit. Dit komt met name door schoonmaak, hygiëne en gebrek aan voorzieningen of materialen. Een vijfde van de bestuurders geeft aan niet tevreden te zijn met de beschikbare tijd. Hierbij gaat het vooral om clustering van de eigen uren die nu nog te vaak versnipperd zijn over de week of over de stad.
Vergrijzende bevolking en veranderende sportvoorkeur Tussen nu en 2030 is de verwachting dat de bevolking van Enschede licht zal dalen met 2.000 inwoners, ca. 1 procent van de huidige bevolking. De verwachting is dat vooral in de leeftijdscategorie 25-49 jaar de grootste daling te zien is (6.000). Het aantal 65-plussers neemt juist toe met 4.000 inwoners. De bevolking van Enschede zal in de komende vijftien jaar vergrijzen. De leerlingenprognoses ondersteunen dit beeld. Het aantal leerlingen in PO en VO neemt nog verder af dan het aantal kinderen in dezelfde leeftijdsklasse in Enschede. Het aantal lidmaatschappen van sportbonden groeide in de periode 2006-2012 tot 4,8 miljoen Nederlanders. Sindsdien is juist een lichte daling te zien. Deze ontwikkeling geldt niet voor alle sportbonden in dezelfde mate. Zo groeide de hockeybond (KNHB), de Atletiekunie en de rugbybond (NRB) juist gestaag en verwelkomde de KNVB bijna 200.000 nieuwe leden, met name voetbalsters. De bonden van korfbal, honk- en softbal en tennis zagen juist de nodige leden vertrekken. Ook de binnensport zag de ledentaantallen afnemen. Basketbal was met een groei van bijna 20 procent hier in de afgelopen vijf jaar de uitzondering op.
56
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Voetbal 2030: voldoende ruimte effectiever benutten Hoewel de voetbalbevolking de komende jaren mogelijk licht afneemt, zal dat geen oplossing zijn om de capaciteitsproblemen bij diverse verenigingen op te lossen. De verwachting is dat wanneer het huidige aanbod in stand blijft, ook het tekort bij een aantal verenigingen blijft bestaan. De meest vergaande maatregel voor de gemeente is om op de plekken met tekorten de capaciteit te vergroten. Bijvoorbeeld door natuurgrasvelden te vervangen door kunstgras of nieuwe velden aan te leggen. Echter, we stellen ook vast dat in de toekomst verenigingen met overcapaciteit te maken hebben. Voor de gemeente Enschede bestaan drie opties om met de huidige en toekomstige capaciteitsproblemen kosteneffectiever om te gaan, te weten:
Organische groei afwachten De gemeente Enschede kan kiezen om geen beleid te ontwikkelen om een betere verdeling van Enschedese voetballers te stimuleren. Daarmee ontstaat mogelijk een organische groei van het aantal leden op sportparken of speeldagen waar ruim voldoende velden zijn. In combinatie met de verwachting dat het totaal aantal voetballers in Enschede ongeveer gelijk blijft, wordt hiermee het veldentekort bij andere verenigingen teruggedrongen.
Actief sturen op zondagvoetbal of sportparken met ondercapaciteit De afgelopen jaren is het voetbal in Enschede steeds verder verschoven van zondag naar zaterdag. Daarmee volgt de ontwikkeling in Enschede de landelijke trend waarbij zaterdagvoetbal steeds populairder wordt. Hierdoor ontstaat een situatie waarop op zaterdag velden schaars zijn, terwijl het merendeel van dezelfde velden op zondag onbespeeld blijft. De gemeente kan – al dan niet in samenwerking met de KNVB – zondagvoetbal stimuleren, ter bevordering van effectief veldgebruik. Eventueel zou hier met gunstige tarieven gestuurd kunnen worden naar gebruik op de zondagen.
Verhuizing van verenigingen Naast de verenigingen met ondercapaciteit zijn er ook verenigingen die juist velden onbespeeld (moeten) laten. Met de verhuizing van enkele verenigingen kan een deel van het capaciteitsprobleem elders opgelost worden of wordt een volledig sportpark ‘vrijgespeeld’. Hiervoor zijn in hoofdstuk 4 enkele rekenkundige opties benoemd. De gemeente moet in gesprek met verenigingen om te verkennen of hier bij de bewuste verenigingen draagvlak voor bestaat.
Buitensport 2030: overschotten en tekorten De toekomst van de buitensport in Enschede kent twee dominante toekomstverwachtingen. Ten eerste is er het vraagstuk van ruimtetekort. Een vergelijkbaar probleem als bij het voetbal bestaat voor hockey. Met als kanttekening dat bij deze bond het aantal leden landelijk jaarlijks sterk groeit. Op dit moment is er een tekort aan velden en dit lijkt bij de beide verenigingen alleen maar verder toe te nemen. Zonder dat hier iets gebeurt lijkt het onvermijdelijk dat de groei in Enschede stagneert door het gebrek aan ruimte. Tenzij de mogelijkheden voor juniorenhockey op zondag worden verkend want op deze speeldag is ruim voldoende capaciteit. Het tweede dominante toekomstbeeld bestaat uit de overcapaciteit bij korfbal en tennis die – mede met het oog op de landelijke trend dat deze bonden leden verliezen – alleen maar zal toenemen. Hierbij is de verwachting dat op termijn velden en accommodaties niet meer nodig zijn. Daarnaast heeft de vergrijzende bevolking van Enschede mogelijk tot gevolg dat het gebruik van tennisbanen verschuift naar overdag, waardoor de overcapaciteit mogelijk nog verder toeneemt dan voorspeld. Het kan de
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
57
moeite lonen voor de gemeente Enschede om met de korfbalverenigingen in gesprek te gaan over verhuizing of fusie, om op deze manier de overcapaciteit van korfbalvelden te gebruiken voor het tekort bij naastgelegen voetbalverenigingen. De overige buitensporten honk- en softbal, atletiek, rugby en American football lijken ook in de toekomst voldoende ruimte te hebben. Een lokale stabiele bevolking in combinatie met landelijke groeicijfers van de sportbonden voorspelt een (lichte) groei van de Enschedese verenigingen in deze takken van sport. Echter, de huidige sportaccommodaties bieden ook in de toekomst voldoende ruimte voor deze verenigingen en hun leden. De overcapaciteit op deze accommodaties is niet inzetbaar voor sporten waar door hun sportspecifieke afmetingen tekorten zijn.
Binnensport 2030: situatie stabiel De toekomst van de vraag naar binnensportruimte is voornamelijk gebaseerd op de ontwikkeling van leerlingenaantallen (behoefte vanuit onderwijs) en die van de sportende bevolking (behoefte vanuit sportverenigingen). In beide gevallen is sprake van een stabiele of zeer licht dalende vraag naar binnensportruimte. Alleen wanneer het aantal uren lichamelijk onderwijs als uitkomst van de huidige discussie van twee naar drie uur wordt bijgesteld, ontstaat mogelijk een tekort aan binnensportruimte. Het lijkt raadzaam om deze ontwikkeling nauwgezet te volgen en daarover in gesprek te blijven met het onderwijs. Op dit moment hebben nagenoeg alle scholen een binnensportaccommodatie bereikbaar binnen 1.000 meter over de openbare weg. Alleen wanneer de gemeente Enschede in de toekomst ooit beslist dat 500 of 750 meter de kritieke grens is, ontstaat voor een deel van de onderwijslocaties een probleem. Hockey en korfbal zijn de meest dominante seizoensgebonden binnensporten. Wanneer voor hen het buitenseizoen bezig is, volstaat de binnensportruimte in Enschede ruimschoots. Echter, wanneer deze sporten in de wintermaanden binnen spelen, is de capaciteit beduidend krapper. In de huidige situatie wordt in deze periode door andere verenigingen uitgeweken naar niet-gemeentelijke accommodaties.
Mogelijk dat de groei van hockey in de komende jaren hier voor een toenemende belasting gaat zorgen. Deze toenemende vraag zou (deels) opgevangen kunnen worden door het afnemende aandeel korfballers. Een andere mogelijkheid om de druk in de populaire avonduren te verzachten is door de verwachte vergrijzing de mogelijke verschuiving naar het gebruik overdag.
58
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Literatuur Breedveld, K. & P. Hover (2016). Brancherapport Atletiek in Nederland. Nieuwegein: Arko Sports Media. Hoenderkamp, K., Hakkers, S., Bakker, S. & Hoekman, R. (2012). Ruimte voor sport in Groningen. Een vraag-aanbodanalyse van buitensport- en binnensportaccommodaties, 2012-2030. Utrecht: Mulier Instituut. Lucassen, J., Wisse, E., Smits, F., Beth, J. & H. van der Werff (2010). Sport, Bewegen en Onderwijs: kansen voor de toekomst. Brede analyse 2010. ’s-Hertogenbosch: W.J.H. Mulier Instituut Nispen, van (2016). Voorstel van wet van het lid Van Nispen tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES ter invoering van regels over de kwalificatie van docenten en het vaststellen van een minimum aantal uren voor wat betreft het bewegingsonderwijs. Den Haag: Tweede Kamer. Romijn, D., Wezenberg-Hoenderkamp, K. & R. Hoekman (2014). Voetbal in Oss. Onderzoek naar toekomstmogelijkheden voetbalverenigingen binnen gemeente Oss. Utrecht: Mulier Instituut. Tiessen-Raaphorst, A. (red.) (2015). Rapportage Sport 2014. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Wezenberg-Hoenderkamp, K. & R. Hoekman (2015). Ruimte voor sport in Alkmaar. Onderzoek naar de behoefte aan sportvoorzieningen in de periode 2015 tot en met 2030. Utrecht: Mulier Instituut.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
59
60
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Bijlage 1 Normteamberekening voetbal Tabel b.1 Normteamberekening senioren Senioren heren en dames Za Equivalent normteams wedstrijd Equivalent normteams training
1,00 0,50
Za Za vet. 35+/45+ 0,70 0,50
1,00 0,50
Zo
Zo 35+/45+
Zo vet.
1,00 0,50
0,70 0,50
1,00 0,50
Tabel b.2 Normteamberekening junioren Junioren
Equivalent normteams wedstrijd Equivalent normteams training
A
B
C
O14 ( C)
1,00 0,50
0,75 0,50
0,75 0,50
0,75 0,50
Tabel b.3 Normteamberekening pupillen Pupillen zaterdag D Equivalent normteams wedstrijd Equivalent normteams training
O12 (D)
D-7
O10 (D)
E-9
E-7
F-7 Mini
0,50 0,50 0,35 0,50 0,43 0,35 0,25 0,15 0,50 0,50 0,25 0,50 0,50 0,25 0,25 0,25
Kader b.1 opbouw trainingsbehoefte De opbouw van de trainingsbehoefte is op basis van het handboek sportaccommodaties (laatste update 2016). Deze norm die is opgesteld door NOC*NSF en VSG gaat uit van het volgende: Per normteam 40 weken per jaar 110 trainingsminuten per week Capaciteit van de velden Natuurgras (min. Kwal)
700 uur
Natuurgras (max. Kwal)
800 uur
Kunstgras
880 uur
Alleen zaterdagver. Kunstgras
800 uur
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
61
62
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
63