Onderzoek Mulierinstituut sportacc
Tekst van het document
Ruimte voor sport in Enschede Onderzoek naar de behoefte aan binnen- en buitensportvoorzieningen in de periode 2015, 2020, 2025 en met 2030
David Romijn Koen Breedveld
2
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Ruimte voor sport in Enschede Onderzoek naar de behoefte aan sportvoorzieningen in de periode 2015, 2020, 2025 en 2030
in opdracht van gemeente Enschede
David Romijn Koen Breedveld
© Mulier Instituut Utrecht, juni 2016
Mulier Instituut sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek Postbus 85445 | 3508 AK Utrecht Herculesplein 269 | 3584 AA Utrecht +31 (0)30 721 02 20 | www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl | @mulierinstituut
4
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Inhoudsopgave 1.
Inleiding Onderzoeksvragen Werkwijze Leeswijzer
7 7 7 8
2.
Uitgangspunten Bevolkingsprognose Leerlingenprognose Ontwikkeling ledentallen van sportbonden Zaalsporten Toekomst
9 9 10 10 16 16
3.
Buitensport Inleiding Voetbal Hockey Korfbal Honk- en softbal Tennis Atletiek en rugby
17 17 17 24 24 25 25 26
4.
Toekomst van het voetbal Capaciteitsberekeningen Verschuiving zondagvoetbal Nabijheidsanalyse Modellen configuratie capaciteit wedstrijdvelden
27 27 28 30 34
5.
Toekomst van diverse buitensporten Hockey Korfbal Honk- en softbal Tennis Atletiek en rugby Configuratie buitensportcapaciteit
37 37 40 40 41 42 42
6.
Binnensport Introductie Huidige bezetting van de binnensportaccommodaties Toekomstige behoefte aan binnensportaccommodaties
43 43 45 50
Conclusies
55
Literatuur
59
Bijlage 1 Normteamberekening voetbal
61
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
5
6
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
1.
Inleiding Deze rapportage brengt de huidige en toekomstige behoefte aan sportruimte in beeld voor de georganiseerde buitensport (voetbal, hockey, korfbal, rugby, atletiek en honk- en softbal) en de binnensport in de gemeente Enschede. De gemeente Enschede heeft in juni 2015 nieuw beleid vastgesteld waarin de ontwikkeling van het sportbedrijf, het vereenvoudigen van subsidies en tarieven en het optimaliseren van het gebruik van sportaccommodaties centraal staat. De gemeente Enschede wil daarom in 2016 beschikken over inzicht in de huidige en toekomstige behoefte aan ruimte voor binnensport, buitensport en zwembaden om gefundeerd het accommodatiebeleid te kunnen herijken en een visie op zwemwater op te kunnen stellen. Tegen deze achtergrond heeft de gemeente Enschede het Mulier Instituut gevraagd een voorstel te doen voor een breed ruimteonderzoek dat moet bijdragen aan het nemen van gefundeerde besluiten aangaande het optimaliseren van het sportaccommodatiebeleid in de gemeente Enschede met betrekking tot de binnensport, de buitensport en zwemmen. In voorliggende rapportage vindt u de onderdelen binnensport en buitensport. De uitkomsten van de zwemaccommodaties worden separaat gepresenteerd in een aparte rapportage.
1.1
Onderzoeksvragen In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 1.
Wat is in de huidige situatie in de gemeente Enschede de vraag naar velden voor voetbal, hockey, korfbal, honk- en softbal, tennis, handbal, rugby en atletiek en wat is de verwachte vraag in 2020, 2025 en 2030, en welke overschotten/tekorten kunnen zich voor gaan doen uitgaande van het aanbod in 2015?
2.
Waar zijn per voetbal-, hockey- en tennisvereniging in de gemeente Enschede de betreffende leden woonachtig, en hoe ver reizen zij gemiddeld naar hun vereniging?
3.
Wat is de huidige en toekomstige (2020, 2025 en 2030) vraag naar sporthallen en sportzalen in de gemeente Enschede en hoe verhoudt dit zich tot het huidige aanbod?
1.2
Werkwijze Buitensport Voor de vraag-aanbod analyses van de buitensporten gebruiken we ons ruimte-instrument. Dit instrument is eerder gebruikt in verschillende vergelijkbare onderzoeken in Alkmaar (WezenbergHoenderkamp & Hoekman, 2015), Oss (Romijn et al., 2014) en Groningen (Hoenderkamp et al., 2012). Dit rekeninstrument is toepasbaar op de sporten voetbal, hockey en korfbal. Voor deze sporten wordt op basis van teamaantallen en door Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en NOC*NSF vastgestelde planningsnormen, het benodigde aantal velden berekend. Op basis van de verwachte bevolkingsgroei en de veranderende bevolkingssamenstelling bepalen we wat de vraag naar velden is in 2020 en in 2030. Eventuele tekorten of overschotten in 2020 of in 2030 worden zichtbaar door de toekomstige behoefte te vergelijken met het huidige aanbod.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
7
Voor rugby en atletiek zijn geen algemeen geldende planningsnormen beschikbaar. Wel zijn er vuistregels die worden gebruikt om de ruimtebehoefte te bepalen. Dit is eveneens op basis van demografische ontwikkelingen bepaald.
Binnensport Voor de vraag-aanbodanalyse van sporthallen werken we met draagvlakcijfers op basis van inwoner- en leerlingenaantallen, nu en in de toekomst. De berekening heeft betrekking op het gebruik van deze accommodaties door verenigingen, onderwijs en particulieren. De draagvlakcijfers geven een bandbreedte aan waarbinnen de werkelijke behoefte ligt. Door de huidige bezettingsgraden en eventuele overloopmogelijkheden naar sport- en gymzalen te betrekken bij de vraag-aanbodanalyse, wordt beschreven of de minimale of maximale variant het meest van toepassing is. Daarnaast gaan we in op de bezetting in verschillende tijdvakken waarbij aandacht is voor piek- en dalmomenten. Zowel binnen een jaar als binnen een reguliere verhuurweek.
Bronnen Ter beantwoording van de onderzoeksvragen is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Uitgangspunten
Demografische gegevens van de gemeente Enschede
Bevolkingsprognoses van de gemeente Enschede tot en met 2030
Leerlingprognoses voor scholen in de gemeente Enschede tot en met 2030
Accommodatieoverzichten gemeente Enschede
Landelijke ledentallen primaire binnen- en buitensporten
Adresgegevens onderwijslocaties en binnensportaccommodaties gemeente Enschede
Diverse gebruiksnormen uit handboek sportaccommodaties (update 2016)
Binnensportanalyses
Verhuurgegevens van binnensportaccommodaties (gymzalen, sportzalen en sporthallen)
Uitkomsten digitale vragenlijst binnensportaccommodaties onder sportverenigingen
Analyse/informatie bezetting particuliere hallen
Buitensportanalyses
1.3
Teamaantallen buitensporten
Ledenontwikkeling voetbalverenigingen 2010-2015
Postcodes ledenbestand hockey-, voetbal- en tennisverenigingen
Leeswijzer Allereerst gaan we in hoofdstuk 2 in op de uitgangspunten die binnen dit onderzoek zijn gehanteerd. Vervolgens komt de situatie in Enschede in de hoofdstukken 3 en 4 aan bod. In hoofdstuk 3 staat de ruimte voor buitensport centraal, waarbij wordt gekeken naar de huidige vraagaanbodverhouding op de sportparken in de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de toekomstige behoefte van voetbal geanalyseerd, waarbij het huidige en het toekomstige aanbod tegen elkaar worden afgezet. In hoofdstuk 5 doen we dit voor diverse buitensporten. Hoofdstuk 6 gaat in op de vraag en het aanbod van binnensportaccommodaties nu en in de toekomst. Hoofdstuk 7 geeft tot slot de belangrijkste resultaten uit de voorgaande hoofdstukken weer.
8
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
2.
Uitgangspunten In dit hoofdstuk beschrijven we de uitgangspunten die bij het onderzoek zijn gebruikt. Het gaat daarbij om bevolkings- en leerlingenprognoses en de ontwikkeling van het aantal leden bij sportbonden.
2.1
Bevolkingsprognose Voor de berekening van de behoefte aan sportvelden in 2020, 2025 en 2030 maken we gebruik van de bevolkingsprognose. De bevolking van de gemeente Enschede blijft in de periode 2015-2030 nagenoeg gelijk. Er is een lichte afname van ongeveer 2.000 inwoners (tabel 2.1). Binnen die ontwikkeling is te zien dat de bevolking tot 24 jaar ongeveer gelijk blijft, de 25- tot 49-jarigen relatief sterk afnemen en dat de groep 50-plussers juist toeneemt. Tabel 2.1 Aantal inwoners per leeftijdsklasse in 2015, 2020, 2025 en 2030 6-11 jaar 12-17 jaar 18-24 jaar 25-34 jaar 35-49 jaar 50-64 jaar 65-79 jaar
2015 10.040 11.160 16.440 23.000 32.200 28.700 20.100
2020 10.000 10.920 16.900 21.400 30.300 30.300 21.900
2025 10.200 10.800 16.980 19.900 29.800 30.800 23.200
2030 Verschil 2015-2030 9.880 -160 10.740 -420 16.140 -300 20.400 -2.600 28.600 -3.600 29.800 1.100 24.000 3.900
Totaal
141.640
141.720
141.680
139.560
-2.080
Bron: Gemeente Enschede, januari 2016
In figuur 2.1 wordt de ontwikkeling per leeftijdsklasse in procentuele ontwikkeling beschreven. Daar valt in af te lezen dat het aantal 65-plussers in 2020 is toegenomen met 9 procent, in 2025 met 15 procent en in 2030 met bijna met een vijfde (19%). Figuur 2.1 Inwonersontwikkeling per leeftijdsklasse per jaar, in procenten ten opzichte van 2016 2020
2025
2030
25% 20% 15% 10% 5% 0% -5% -10% -15% -20% 6-11 jaar
12-17 jaar
18-24 jaar
25-34 jaar
35-49 jaar
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
50-64 jaar
65-79 jaar
9
Voor de doorrekening van buitensporten hanteren we de prognoses per speelcategorie die in de meeste sporten worden gehanteerd. Deze prognoses zijn naar indexcijfer gepresenteerd in tabel 2.2. Tabel 2.2 Bevolkingsontwikkeling in Enschede tot 2020, 2025 en 2030, per leeftijdscategorie (indexcijfer, 2015 = 100)
2.2
2020
2025
2030
Pupillen (4-11 jaar)
100
101
98
Junioren (12-17 jaar)
98
97
96
Senioren (18-35 jaar)
97
94
93
35+/45+ (35-54 jaar)
97
94
89
Leerlingenprognose Voor de leerlingenprognose maken we gebruik van de prognoses van Pronexus (december 2014). Het valt op dat het aantal leerlingen in het basisonderwijs afneemt met ongeveer 800 leerlingen, terwijl tegelijkertijd de bewuste leeftijdsklasse nagenoeg gelijk blijft. De verklaring hiervoor ligt in de leerlingen die van buiten Enschede naar scholen binnen de gemeentegrens komen. Dit zijn er in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid minder dan dat op dit moment het geval is. Tabel 2.3 Waargenomen (2015) en geschatte (2020, 2025 en 2030) aantal leerlingen naar onderwijstype gemeente Enschede 2015
2020
2025
2030
Verschil '15/'30
Basisonderwijs
13.117
12.453
12.156
12.386
-731
Voortgezet onderwijs
7.952
7.934
7.688
7.305
-647
Speciaal onderwijs (PO)
503
478
466
475
-28
Speciaal onderwijs (VO)
593
590
557
527
-66
Speciaal onderwijs
669
623
605
615
-54
Bron: Pronexus, 2014
2.3
Ontwikkeling ledentallen van sportbonden In deze paragraaf gaan we in op de ledentalonwikkelingen per sportbond. Bij de presentatie hiervan hebben we gebruik gemaakt van wisselende y-assen in de grafieken. De ontwikkeling van de ledencijfers is daarmee visueel uitvergroot. In werkelijkheid is de geschetste ontwikkeling soms maar een fractie van het totale ledenbestand. Het totaal aantal lidmaatschappen bij alle sportbonden in Nederland is in de periode 2006-2012 gestegen tot ruim 4.8 miljoen1, maar sindsdien is sprake van een daling van ruim 100.000 lidmaatschappen (figuur 2.2). Deze daling wordt in belangrijke mate veroorzaakt door een daling bij de tennisbond.
1
10
Dit is exclusief de lidmaatschappen van Sportvisserij Nederland (sinds 2013 aangesloten bij NOC*NSF)
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Figuur 2.2 Totaal aantal lidmaatschappen bij sportbonden, 2006-2014, aantallen x 1.000 5.000
4.800
4.600
4.716
4.729
4.743
4.748
2007
2008
2009
2010
4.840
4.796
4.776
4.736
4.656
4.400
4.200 2006
2011
2012
2013
2014
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut.
In de periode 2006-2014 heeft de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) te maken gehad met een lichte groei tot 1.214.000 lidmaatschappen in 2014 (figuur 2.3). Deze groei is met name te danken aan de toenemende populariteit van het meisjesvoetbal. Figuur 2.3 Aantal lidmaatschappen bij voetbalbond KNVB, 2006-2014, aantallen x 1.000 1.400
1.300
1.200 1.179
1.189
1.206
1.209
1.209
1.214
2011
2012
2013
2014
1.153 1.130
1.100 1.089
1.000 2006
2007
2008
2009
2010
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut.
De ontwikkeling van het aantal lidmaatschappen bij de Koninklijke Nederlandse Hockeybond (KNHB) toont een blijvend sterke groei aan. In de periode 2006-2014 was sprake van een stijging van het aantal lidmaatschappen van 187.000 in 2006 naar 249.000 in 2014 (figuur 2.4).
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
11
Figuur 2.4 Aantal lidmaatschappen bij hockeybond KNHB, 2006-2014, aantallen x 1.000 300
250
200
210 187
223
227
231
2009
2010
2011
233
2012
241
249
197
150
100 2006
2007
2008
2013
2014
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut.
De stijging is zelfs zo sterk (gemiddeld 3,6% per jaar in de afgelopen jaren), dat we later in de prognose een aparte analyse maken voor de hockeysport in Enschede (paragraaf 3.7). Het Koninklijke Nederlandse Korfbalverbond (KNKV) heeft in de afgelopen jaren te maken met een stelselmatige daling van het aantal lidmaatschappen. In 2010 had de KNKV nog 101.000 lidmaatschappen; in 2014 is dat aantal geslonken tot 90.000 lidmaatschappen (figuur 2.5). Deze ontwikkeling zal beschrijvend terugkomen in de gemeentelijke prognoses voor de ruimte voor de korfbalsport in Enschede.
Figuur 2.5 Aantal lidmaatschappen bij de korfbalbond KNKV, 2006-2014, aantallen x 1.000 110 105 100
101
95 90
101
101 98
97
96
95
92
85
90
80 2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut.
De Nederlandse Rugbybond (NRB) maakt sinds 2006 een gestage groei door (figuur 2.6). Het aantal leden is inmiddels gestegen naar bijna 12.000 terwijl dit in 2006 nog 7.400 was. Hoewel de procentuele groei van deze sport erg groot is, is het aantal rugbyspelers nog steeds gering in vergelijking met bijvoorbeeld voetbal en hockey. De gevolgen van deze groei op de ruimtebehoefte worden daarom alleen in beschrijvende vorm meegenomen in de behoefteprognose voor rugby.
12
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Figuur 2.6 Aantal lidmaatschappen bij de rugbybond NRB, 2006-2014, aantallen x 1.000
20
15
11,9
10
5
7,4
8,0
8,3
2007
2008
8,9
8,8
2009
2010
9,7
10,3
10,5
2012
2013
0 2006
2011
2014
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut
De Atletiekunie laat sinds 2006 een sterke groei van het aantal leden zien, maar in 2014 is een lichte daling opgetreden (figuur 2.7). De groei is voornamelijk veroorzaakt door een toename van het aantal lopers en minder door een toename van het aantal baanatleten. In het brancherapport Atletiek in Nederland (Breedveld en Hover, 2016) wordt aangenomen dat deze daling naar alle waarschijnlijkheid een incident betreft. De auteurs stellen dat atletiek juist zeer leeft van top (Dafne Schippers) tot breedtesport (grote toename van (informele) loopgroepen). De gevolgen voor de ruimtebehoefte zullen daarom zeer gering zijn en worden alleen in beschrijvende vorm meegenomen. Figuur 2.7 Aantal lidmaatschappen bij de Atletiekunie, 2006-2014, aantallen x 1.000 150 145 143
140
140 135 133
130 125 120
126
138
137
2011
2012
134
128
123
115 110 2006
2007
2008
2009
2010
2013
2014
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
13
Ondanks een tussentijdse groei rond 2009 verloor de KNLTB tussen 2006 en 2014 ruim 75.000 leden (figuur 2.8). Dat is ruim tien procent van het volledige ledenbestand. Echter, nog altijd is de tennisbond in omvang met ruim 623.000 leden de tweede sportbond van Nederland, na de KNVB. Figuur 2.8 Aantal lidmaatschappen bij de tennisbond KNLTB, 2006-2014, aantallen x 1.000 750
725 700 699
691
693
690 669
650
675
626
623
2013
2014
600
550 2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut
Het aantal honk- en softballeden neemt landelijk langzaam maar zeker af (figuur 2.9). Tussen 2006 en 2014 zag de KNBSB haar ledental dalen met bijna 3.000 leden naar bijna 22.000. Voor een relatief kleine sportbond is dat een aanzienlijke daling. Net als de tennisbond verloor de KNBSB ruim tien procent van haar leden. Figuur 2.9 Aantal lidmaatschappen bij de honk- en softbalbond KNBSB, 2006-2014, aantallen x 1.000 26 24
25
22
24
23
23
23
23
23
22
22
2013
2014
20 18 16 14 12 10 2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
Bron: NOC*NSF 2006-2014, bewerking Mulier Instituut
14
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
De ontwikkelingen van het aantal lidmaatschappen bij de buitensporten die in deze paragraaf zijn gepasseerd, zijn in figuur 2.10 nogmaals weergegeven, maar dan in procentuele groei/afname in de periode 2006 tot en met 2014. Hierbij is het jaar 2006 als uitgangsjaar genomen: de procentuele verandering geldt dus ten opzichte van 2006. Ter vergelijking is ook de ontwikkeling van de Nederlandse bevolking in de periode 2006-2014 weergegeven. Uit figuur 2.10 blijkt dat met name de hockeybond KNHB, de rugbybond NRB en de Atletiekunie een groei in ledentallen hebben doorgemaakt, die de groei in bevolking sterk overstijgt. De Korfbalbond KNKV is een negatieve uitschieter. Figuur 2.10 Ontwikkeling lidmaatschappen bij diverse buitensportbonden in de periode 2006-2014 (met 2006 als uitgangsjaar), afgezet tegen de ontwikkeling van de Nederlandse bevolking in diezelfde periode 2008
2010
2012
2014
80% 60% 40% 20% 0% -20% -40%
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
15
2.4
Zaalsporten Kijken we naar typische binnensporten, dan zien we dat de meeste zaalsporten afnemende ledenaantallen hebben, met uitzondering van basketbal (figuur 2.11). Voetbal maakt in zijn geheel als sport wel een groei door, maar het zaalvoetbal (5% van alle voetballers) heeft te maken met een afname van het aantal leden (niet in figuur). Figuur 2.11 Ontwikkeling lidmaatschappen bij diverse binnensportbonden in de periode 2006-2014 (met 2006 als uitgangsjaar), afgezet tegen de ontwikkeling van de Nederlandse bevolking in diezelfde periode 2008
2010
2012
2014
20%
10%
0%
-10%
-20%
-30%
-40% Nederlandse bevolking
badminton
basketbal
gymnastiek
tafeltennis
volleybal
Bron: NOC*NSF 2009-2014, bewerking Mulier Instituut
2.5
Toekomst In het afgelopen decennium viel te zien dat de sportdeelname in Nederland na een periode van groei inmiddels stabiel is. De ledentallen van diverse grote sportbonden zijn dat zeker niet. In de buitensport vielen hockey en rugby als stijgers op en korfbal als daler. Bij de binnensport is – tegen de bevolkingsontwikkeling in - een meer algemene tendens van dalende ledentallen te zien. De uitzondering hierop vormt het basketbal. Het is niet gezegd dat de ontwikkeling van het laatste decennium een-op-een op toepasbaar is op de tien jaar die gaan komen. Echter, het ligt niet in de lijn der verwachting dat de sporten die de afgelopen jaren consequent met een afname te maken hebben gehad, ineens de weg naar boven inslaan. Evenmin zullen sporten die een fors aandeel aan leden zagen verdwijnen, in dezelfde mate blijven slinken op weg naar volledige verdwijning. Het lijkt aannemelijk dat de groei van hockey en rugby in de afgelopen jaren zich verder doorzet. Het blijft daarentegen de vraag of en wanneer deze groei afvlakt.
16
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
3.
Buitensport In het vorige hoofdstuk zijn de uitgangspunten met betrekking tot de vraag naar sportaccommodaties in Enschede besproken. Daarvoor zijn zowel lokale demografische kengetallen gebruikt als landelijke ontwikkelingen op het gebied van sportdeelname. Met deze uitgangspunten gaan we in dit hoofdstuk in op de huidige vraag naar en capaciteit van buitensportaccommodaties.
3.1
Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht in de ruimtebehoefte voor de buitensporten voetbal, hockey, honk- en softbal, korfbal, rugby, tennis en atletiek. De huidige situatie qua aantallen teams is in verhouding tot het aantal velden c.q. banen in kaart gebracht. Op basis van de bevolkingsontwikkeling (samenstelling en aantal) zijn de veranderingen in overschotten en tekorten voor 2020 en 2030 weergegeven. Voor hockey is een berekening uitgevoerd op basis van de groei van het aantal leden van de sportbond (KNHB) omdat deze groei veel sterker is dan de bevolkingsmatige ontwikkeling. Voor de overige sporten is in de berekeningen niet gewerkt met de procentuele daling/stijging van het aantal leden bij de sportbonden, omdat deze een bevolkingsmatige trend in de afgelopen jaren laten zien of omdat de absolute ledenaantallen gering zijn waardoor de gevolgen voor de ruimtebehoefte ook gering zullen zijn. Wel is in beschrijvende vorm op de landelijke trend in ledentalontwikkeling bij deze sporten ingegaan. De behoefteberekening van het aantal velden in de toekomst geschiedt op basis van de gemeentelijke bevolkingsprognose en de teamaantallen van seizoen 2014-2015. De teamaantallen worden naar de toekomst toe verhoogd of verlaagd met de verwachte ontwikkeling van de bevolking.
Hierbij wordt per leeftijdscategorie de ontwikkeling van het aantal inwoners ten opzichte van 2015 (hoofdstuk 2) gebruikt om het aantal teams in 2020 en 2030 te bepalen. Aan de hand van het verwachte aantal teams in 2020 en 2030 is vervolgens via de planningsnormen berekend hoeveel velden in 2020 en 2030 nodig zijn. Dit aantal is vervolgens afgezet tegen het beschikbare aanbod. In dit hoofdstuk worden per paragraaf een aantal primaire buitensporten beschouwd. Tot slot beschouwen we de capaciteit in het licht van de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bevolkingssamenstelling en recente ledentalontwikkeling.
3.2
Voetbal In Enschede zijn in het seizoen 2015/2016 607 voetbalteams in de bondscompetitie actief (tabel 3.1). Niet alle teams belasten wedstrijd- en trainingsvelden in dezelfde mate. Om te corrigeren voor kleinere teams heeft de KNVB in samenwerking met de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) een bespelingsnorm opgesteld die ‘terugrekent’ naar het equivalent van volledige seniorenteams, te weten ‘normteams’. Een voorbeeld hiervan is dat twee pupillenteams op één wedstrijdveld terecht kunnen en dat maximaal vier van deze pupillenteams één trainingsveld delen. Voor een verdere toelichting van deze bespelingsequivalenten per leeftijd-/speelcategorie zie bijlage 1. Op basis van deze equivalenten spreken we in het seizoen 2015/2016 over bijna 400 ‘normteams’.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
17
Tabel 3.1 Aantal voetbalteams in Enschede seizoen 2015/2016 Totaal aantal teams
607
Totaal normteams wedstrijd
394
De voetbalteams van de gemeente Enschede zijn verdeeld over 24 voetbalverenigingen die samen zeventien sportparken bespelen. In tabel 3.2 staat het aantal teams, normteams voor wedstrijd en normteams voor training beschreven. Deze uitkomsten worden gebruikt voor de berekening van de benodigde capaciteit. Tabel 3.2 Huidig aantal teams naar wedstrijd- en trainingsnorm per vereniging Naam sportpark Rigtersbleek Emos Achilles Wethouder HP
LSV Scheurserve
FC Centrum Bultserve Eilermark Zoutendijk Phenix Vogido Diekman Oost
Diekman West
Wess.brink Midden
Wess.brink Zuid
De Zweede Totaal
18
Naam vereniging Rigtersbleek Emos Achilles TVV SVV Totaal LSV Sparta Vosta Totaal FC 't Centrum Sportlust Glanerbrug Eilermark Avanti Phenix Vogido Zuid Eschmarke Tubanters Totaal SC Enschede PW Totaal UDI Suryoye/Medit Totaal Victoria Ensch. Boys Aramea Totaal BSC Unisson
Teams 50 32 23 7 6 13 32 58 12 70 3 28 16 67 9 64 6 39 45 27 8 35 11 19 30 49 15 3 67 23
Normteams 30,1 20,8 16,5 6,5 6,0 12,5 20,7 33,5 9,9 43,5 3,0 18,8 11,5 37,1 7,4 40,1 5,5 24,0 29,5 16,3 7,7 24,0 7,4 12,9 20,2 28,8 11,1 3,0 42,8 15,2
607
393,6
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Huidige capaciteit Tabel 3.3 beschrijft de huidige capaciteit van wedstrijd- en trainingsvelden per vereniging. Onafgeronde cijfers betreffen delen van hele velden. Dit kan zowel een velddeling met een andere vereniging op hetzelfde sportpark betreffen – bijvoorbeeld het gedeelde trainingsveld op sportpark Wethouder HP. Daarnaast kan het ook een zogenaamde ‘oefenhoek’ betreffen – bijvoorbeeld het trainingsveld van LSV. De veldcapaciteit per vereniging is vastgesteld op basis van de huidige vaste bespeler. Tabel 3.3 Aantal huidige wedstrijd- en trainingsvelden per vereniging Naam sportpark
Naam vereniging
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix Wethouder HP
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix TVV SVV Totaal Wethouder HP* LSV FC ’t Centrum Sportlust Glanerbrug Victoria Ensch. Boys Aramea Totaal Wess.brink Zuid Eilermark Avanti Sparta Vosta Totaal Scheurserve UDI Suryoye/Medit Totaal Wess.brink Midden Zuid Eschmarke Tubanters Totaal Diekman Oost** SC Enschede PW Totaal Diekman West Vogido BSC Unisson
LSV FC Centrum Bultserve Wess.brink Zuid
Eilermark Zoutendijk Scheurserve
Wess.brink Midden
Diekman Oost
Diekman West
Vogido De Zweede
Huidige capaciteit velden Natuurgras Kunstgras Training Wedstrijd 1 2 2 3 0,7 2 0,8 2 0,5 1 0,5 1 1 3 0,5 1 0,7 1 1 1 1 1 1 2 1,3 2 2 0,8 3 1 0,8 4 0,35 1 0,35 1 0,7 2 1 1 1 2 2 5 1 2 0,7 1 1,7 3 2 1 1
1 1
1 1 2 2 2 4 2 1,6 0,4 2 1 1 1 2 1 1 2 1
* Wethouder HP heeft een braakliggend voetbalveld dat niet in de capaciteit van de verenigingen, maar wel in de capaciteit van het sportpark wordt meegenomen. ** Diekman Oost heeft twee braakliggende voetbalvelden die niet in de capaciteit van de verenigingen, maar wel in de capaciteit van het sportpark wordt meegenomen.
Huidige behoefte In de eerder genoemde normberekening van de KNVB en de VSG wordt gewerkt met normteams omdat daarmee ‘teruggerekend’ wordt naar benodigde hele velden/speelvelden. In tabel 3.4 is het aantal benodigde trainingsvelden in beeld gebracht per vereniging. Daarbij is de behoefte aan trainingsvelden onafgerond gepresenteerd. Voor trainingsvelden zijn drie bespelingsnormen vastgesteld, (zie bijlage 1) die horen bij een lage kwaliteit natuurgrasveld (hier wordt veel op getraind), hoge kwaliteit
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
19
natuurgrasveld (hier wordt iets minder op getraind) en een kunstgrasveld (hier wordt maximaal op getraind). In tabel 3.4 beschrijven we de benodigde capaciteit voor ieder normscenario. Indien alle velden van kunstgras zouden zijn, hebben alle sportparken samen een behoefte van 24,7 velden om te kunnen trainen. Wanneer juist alle velden gras zouden zijn en deze gedurende het seizoen een hoge kwaliteit moeten hebben, zijn 30,9 velden benodigd. Wanneer de gemeente en de verenigingen genoegen nemen met minder kwaliteit op de trainingsvelden, dan is de behoefte 27,1. Tabel 3.4 Aantal benodigde trainingsvelden per vereniging op basis van normteams Benodigde velden naar verschillende normscenario’s training
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix Wethouder HP
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix TVV SVV Totaal Wethouder HP LSV LSV FC Centrum FC ’t Centrum Bultserve Sportlust Glanerbrug Wess.brink Zuid Victoria Ensch. Boys Aramea Totaal Wess.brink Zuid Eilermark Eilermark Zoutendijk Avanti Scheurserve Sparta Vosta Totaal Scheurserve Wess.brink Midden UDI Suryoye/Medit Totaal Wess.brink Midden Diekman Oost Zuid Eschmarke Tubanters Totaal Diekman Oost Diekman West SC Enschede PW Totaal Diekman West Vogido Vogido De Zweede BSC Unisson Totaal
Hoge kwaliteit gras Normale kwaliteit gras Kunstgras 2,4 2,1 1,9 1,6 1,4 1,3 1,3 1,1 1,1 0,6 0,5 0,5 0,5 0,4 0,4 0,5 0,4 0,4 1,0 0,9 0,8 1,6 1,4 1,3 0,2 0,2 0,2 1,5 1,3 1,2 2,3 2,0 1,8 0,9 0,8 0,7 0,2 0,2 0,2 3,4 2,9 2,7 0,9 0,8 0,7 2,9 2,5 2,3 2,6 2,3 2,3 0,8 0,7 0,6 3,4 3,0 2,7 0,6 0,5 0,5 1,0 0,9 0,8 1,6 1,4 1,3 0,4 0,4 0,3 1,9 1,7 1,5 2,3 2,0 1,8 1,3 1,1 1,0 0,6 0,5 0,5 1,9 1,6 1,5 3,1 2,8 2,5 1,2 1,0 1,0
Enschede
30,9
27,1
24,7
Voor de wedstrijdvelden geldt dat er zowel een organisatorische als een cultuurtechnische behoefte is aan speelvelden. De eerste behoefte is op basis van de vraag of alles op wedstrijd- en trainingsdagen wel past getuige de veldafmetingen en speelminuten van de teams. Cultuurtechnische behoefte betreft de mate waarin de velden redelijkerwijs belast kunnen worden. In de uiteindelijke behoefteberekening van een wedstrijd geldt uiteindelijk het hoogste getal omdat aan beide behoeftecijfers voldaan moet worden. De hoogste waarde is om die reden voorzien van een asterisk. In Enschede is bij de meeste verenigingen het organisatorische aspect het meest veeleisend.
20
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Tabel 3.5 Aantal benodigde wedstrijdvelden per vereniging op basis van normteams
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix Wethouder HP
LSV FC Centrum Bultserve Wess.brink Zuid
Eilermark Zoutendijk Scheurserve
Wess.brink Midden
Diekman Oost
Diekman West
Vogido De Zweede
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix TVV SVV Totaal Wethouder HP LSV FC ’t Centrum Sportlust Glanerbrug Victoria Ensch. Boys Aramea Totaal Wess.brink Zuid Eilermark Avanti Sparta Vosta Totaal Scheurserve UDI Suryoye/Medit Totaal Wess.brink Midden Zuid Eschmarke Tubanters Totaal Diekman Oost SC Enschede PW Totaal Diekman West Vogido BSC Unisson
Benodigd aantal wedstrijdvelden Organisatorisch Cultuurtechnisch 4,2* 3,3 2,5* 2,3 2,9* 1,8 0,8* 0,8 0,9* 0,7 0,9* 0,7 1,8* 1,4 2,8* 2,3 0,5* 0,3 2,7* 2,1 4,7* 3,2 1,3* 1,2 0,5* 0,3 6,0* 4,8 1,3* 1,3 5,8* 4,1 6,3* 3,7 1,0 1,1* 6,9* 4,8 0,7 0,8* 1,2 1,4* 1,9* 2,2 0,7* 0,6 3,5* 2,7 4,2* 3,3 2,5* 1,8 0,7 0,9* 3,0* 2,7 5,6* 4,5 1,5 1,7*
Capaciteit in relatie tot de behoefte Na vaststelling van de huidige capaciteit en de behoefte op basis van teamaantallen, beschouwen we in deze paragraaf in welke mate de huidige capaciteit daadwerkelijk voldoet aan de vraag. Dit gebeurt op basis van de normberekeningen zoals deze in het rekenmodel2 staat, vastgesteld door KNVB, VSG en NOC*NSF. Tabel 3.6 beschrijft per verenigingen en sportpark in welke mate er een overcapaciteit aan velden is, dit zijn de positieve getallen. Uitschieters bij de wedstrijdvelden zijn hier Aramea (+2,5) en sportpark Diekman Oost (+2,8). Wanneer de huidige capaciteit onvoldoende is, valt dit te lezen in negatieve getallen. Hier zijn de uitschieters Avanti (-1,8), Sparta en Victoria (beide -1,7). Qua trainingsvelden heeft Vogido het grootste tekort als de strengste norm gevolgd wordt (-1,1) en Aramea het grootste
2
Dit rekenmodel is een handreiking voor gemeenten en verenigingen om te toetsen of het aantal velden conform de behoefte van de bespelende vereniging is op basis van de vastgestelde norm.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
21
overschot (+1,8). Wanneer volgens de ruimste norm word gerekend (kunstgras) dan valt het totale overschot van 9,5 velden op met als uitschieters Diekman Oost (+2,2) en Vogido (-0,5).
Tabel 3.6 Resultaat huidige capaciteit en benodigde capaciteit per vereniging Huidige minus benodigde velden (onafgerond) Wedstrijd
Vogido De Zweede
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix TVV SVV Totaal Wethouder HP LSV FC ’t Centrum Sportlust Glanerbrug Victoria Ensch. Boys Aramea Totaal Wess.brink Zuid Eilermark Avanti Sparta Vosta Totaal Scheurserve UDI Suryoye/Medit Totaal Wess.brink mid. Zuid Eschmarke Tubanters Totaal Diekman Oost SC Enschede PW Totaal Diekman West Vogido BSC Unisson
-1,2 0,5 0,1 1,2 0,1 0,1 1,2 -0,8 0,5 -0,7 -1,7 1,7 2,5 0,0 0,7 -1,8 -1,7 0,3 -0,9 1,2 -0,4 0,8 0,3 -0,5 2,8 0,5 0,1 1,0 -1,6 0,3
Training hoge kwaliteit -0,4 0,4 0,4 0,2 0,0 0,0 0,0 -0,1 0,5 0,5 -0,3 1,1 1,8 0,6 0,4 -0,9 -0,2 -0,4 -0,6 0,8 -0,7 0,1 0,6 0,1 1,7 0,7 0,1 0,8 -1,1 0,8
Enschede
Totaal
2,0
3,3
Rigtersbleek Emos Achilles Phenix Wethouder HP
LSV FC Centrum Bultserve Wess.brink Zuid
Eilermark Zoutendijk Scheurserve
Wess.brink Midden
Diekman Oost
Diekman West
Training normale kwaliteit -0,1 0,6 0,6 0,3 0,1 0,1 0,1 0,1 0,5 0,7 0,0 1,2 1,8 1,1 0,5 -0,5 0,1 -0,3 -0,2 0,8 -0,5 0,3 0,6 0,3 2,0 0,9 0,2 1,1 -0,8 1,0
Kunstgras
7,1
9,5
0,1 0,7 0,6 0,3 0,1 0,1 0,2 0,2 0,5 0,8 0,2 1,3 1,8 1,3 0,6 -0,3 0,1 -0,2 0,1 0,9 -0,5 0,4 0,7 0,5 2,2 1,0 0,2 1,2 -0,5 1,0
Op basis van de normen zoals deze worden voorgeschreven, ronden we de veldbehoefte naar boven af bij een getal van 0,25 of hoger. In de praktijk betekent dit: wanneer er een kwart veld of meer tekort is, beschouwen we dit als de behoefte aan een volledig extra veld. Wanneer de overschrijding van de capaciteit minder is dan een kwart veld, gaan we ervan uit dat er dan mogelijk wat ruimer met de minimale kwaliteitseisen (zie bijlage 1) of de planning op wedstrijddagen kan worden omgesprongen. Op basis van de onafgeronde verschillen tussen behoefte en capaciteit en de genormeerde afrondingen beschrijven we in tabel 3.7 de situatie per sportpark. Dit doen we niet per vereniging omdat velden bij onder- of overcapaciteit op hetzelfde sportpark uitwisselbaar zijn.
22
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Tabel 3.7 Conclusies per sportpark conclusies na afronding per sportpark
onafgerond wedstrijd
tekort van 2 wedstrijdvelden en 1 trainingsveld tekort van 2 wedstrijdvelden en 1 trainingsveld tekort van 1 wedstrijdveld tekort van 1 wedstrijdveld tekort van 1 wedstrijdveld tekort van 1 wedstrijdveld conform behoefte conform behoefte conform behoefte conform behoefte overschot van 1 trainingsveld overschot van 1 trainingsveld overschot van 1 wedstrijdveld overschot van 1 wedstrijdveld overschot van 1 wedstrijdveld overschot van 1 wedstrijdveld en 1 trainingsveld overschot van 3 wedstrijdvelden en 2 trainingsvelden
-1,8 -1,6 -1,2 -0,9 -0,8 -0,7 0,1 0,7 0,5 0,5 0,0 0,3 0,8 1,2 1,2 1,0 2,8
onafgerond training normaal gras -0,5 -0,8 -0,1 -0,2 0,1 0,7 0,6 0,5 0,6 0,5 1,1 1,0 0,3 0,3 0,1 1,1 2,0
2,0
7,1
Sportpark Zoutendijk Vogido Rigtersbleek Scheurserve LSV Bultserve Achilles Eilermark Emos FC Centrum Wess.brink Zuid De Zweede Wess.brink Midden Phenix Wethouder HP Diekman West Diekman Oost Totaal saldo
Wanneer alle onafgeronde saldi bij elkaar worden opgeteld dan is gemeentebreed 2,0 wedstrijdveld over en is op basis van de middelste norm (normale kwaliteit gras) een overschot van 7,1 trainingsveld. In dit rekenkundig ideaal wordt ervan uitgegaan dat alle teams in Enschede verdeeld worden over de beschikbare sportparken. Bij dit rekenkundig ideaal wordt geen rekening gehouden met de huidige verenigingssamenstelling, dag van spelen of de reisafstand van de leden. Het betreft hier een zuiver rekenkundige ideaalsituatie omdat verenigingen zich in de praktijk niet laten opsplitsten om over de gemeente te worden herverdeeld en te voetballen waar plek is. Een meer realistische beschouwing van de capaciteit is de afronding per sportpark. Wanneer de conclusies per sportpark bij elkaar worden opgeteld, dan stellen we vast dat in de gemeente Enschede op dit moment een tekort van 8 wedstrijdvelden en 2 trainingsvelden (tabel 3.8). In dit scenario zijn tegelijk 7 wedstrijdvelden over op andere complexen en bestaat er een overschot van 5 trainingsvelden. Het saldo van wedstrijdvelden is zodoende -1 (=tekort) en een overschot van 3 trainingsvelden. Tabel 3.8 Speelvelden saldo naar scenario
Tekort wedstrijdvelden Overschot wedstrijdvelden Saldo wedstrijdvelden
Rekenkundig ideaal (onafgeronde totalen) 7,0 9,0 +2,0
Praktijkscenario (afgeronde totalen) 8 7 -1
Tekort trainingsvelden Overschot trainingsvelden Saldo trainingsvelden
1,6 8,7 +7,1
2 5 +3
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
23
3.3
Hockey In de gemeente Enschede zijn twee hockeyverenigingen actief. Samen hebben zij 117 teams, die gelijk staan aan 85,3 normteams (tabel 3.10). Beide verenigingen hebben een behoefte aan 4 velden. Alleen bij EHV is deze capaciteit ook daadwerkelijk aanwezig. Bij PW zijn slechts twee velden aanwezig waardoor op dit moment een tekort van 2 hockeyvelden bestaat. Het grote overschot op zondag is een gevolg van het feit dat senioren in hockey uitsluitend op zondag spelen en de jeugd uitsluitend op zaterdag. De KNHB biedt voor beide leeftijdsgroepen ook op andere dagen geen competities aan. Tabel 3.8 Huidige capaciteit hockeyverenigingen Naam vereniging
3.4
Aantal teams
Aantal normteams
Huidig aantal velden
Voorlopige conclusies
Aantal normvelden Zaterdag
Zondag
Behoefte aan velden
Overschot / tekort
EHV
61
44,3
4,0
3,9
1,0
4
0
PW
56
41,0
2,0
3,4
1,1
4
-2
Korfbal De vier korfbalverenigingen die de gemeente Enschede rijk is, hebben gezamenlijk 44 teams. Omgerekend zijn dat 34,5 normteams die behoefte hebben aan 4,4 korfbalvelden, afgerond 5. Op basis van de nieuwe normen van de KNKV3 hebben alle verenigingen te maken met overcapaciteit van velden. Dit geldt eveneens voor de relatief gewilde zaterdag. Met name Ons Clubje heeft een ruim overschot aan velden, 3,7 op zaterdag. Tabel 3.9 Huidige capaciteit korfbalverenigingen Vereniging
Capaciteit
Aantal normteams
Behoefte velden
Overschot / tekort
velden
zat
zon
zat
zon
zat
zon
Rigtersbleek KV
2
7,1
4,0
1,0
0,4
1,0
1,6
Nääs
2
4,1
4,0
0,6
0,4
1,4
1,6
Ons Clubje
4
2,0
2,0
0,3
0,2
3,7
3,8
DOS WK
2
9,3
2,0
1,3
0,2
0,7
1,8
Totaal
10
22,5
12,0
3,2
1,2
6,8
8,8
3
24
Nieuwe veldafmetingen zijn vanaf 2014 ingevoerd met een overgangstermijn van 12 jaar, tot en met 2026.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
3.5
Honk- en softbal De honk- en softbalvereniging Tex Town Tigers heeft 18 teams en voor deze teams bestaat een capaciteit van in totaal drie velden. Op basis van de geldende normen sluit dit aanbod goed aan op de vraag en is er geen overschot of tekort voor deze sport. Tabel 3.10 Huidige capaciteit honk- (H.) en softbalvereniging (S.) Vereniging
Aantal velden H. S.
Aantal teams H. S.
Aantal normteams H. S.
Behoefte H. S.
Scheurserve
Tex Town Tigers
1
3
4,5
0,6
2
15
19,5
1,9
Overschot / tekort H. S. 0
0
Tennis De negen Enschedese tennisverenigingen hebben samen ruim 3.500 leden. Ruim drie kwart van hen is jeugdlid. Om aan al deze tennissers in de gemeente ruimte te bieden, zijn in totaal 45 tennisbanen benodigd. Deze vraag wordt ruimschoots gedekt door de capaciteit van 61 tennisbanen, verdeeld over negen tennisverenigingen. Er zijn echter wel grote verschillen. T.V. Het Wooldrik en TVVS hebben een tekort van 1 baan terwijl T.V. Topspinners vijf banen over heeft. Tabel 3.11 Huidige capaciteit tennisverenigingen Huidig aanbod
5
-0,7
-1
5
5
3,7
3
3
8
8
4,9
5
4,3
5
6
6
1,7
1
3,0
3
5
6
3,0
3
90
2,9
3
6
6
3,1
3
90
5,2
5
5
5
-0,2
0
43 45
59
2 61
18
16
T.V. Het Wooldrik
177
836
1.013
70
90
11,7 12
11
T.E.Z.
115
351
466
68
88
5,6
6
8
T.V.V.S.
119
365
484
70
90
5,7
6
E.L.T.C.
7
110
117
70
90
1,3
2
T.V. Topspinners
39
230
269
70
90
3,1
T.V. Glanerbrug
99
268
367
70
90
T.C. Diekman
56
194
250
67
87
Boekelose T.C.
57
189
246
70
T.C. Lonneker
94
355
449
70
Totaal
763
2.898
3.661
624 804
Onverlicht
5
Verlicht
3
Afgerond
3,4
Banen *
9
Jeugd
-1
Senioren
-0,7
Totaal
11
Vereniging
Jeugd
Afgerond
Resultaten
Overschot / tekort
Behoefte
Banen
Planningnorm **
Aantal leden
Senioren
3.6
Sportpark
1
1
Nb. TC Ludica (studentensportvereniging, geen gemeentelijke bemoeienis) en TV Juliana (22 leden) zijn niet meegenomen in bovenstaande berekening.
In totaal hebben 6 verenigingen een overschot aan banen, en 2 verenigingen een tekort. Bij een vereniging is de capaciteit conform de huidige behoefte. Per saldo is in de gemeente Enschede een overschot van 16 tennisbanen.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
25
3.7
Atletiek en rugby Atletiek Voor atletiek geldt dat de richtlijn vanuit de Atletiekunie is dat iedere gemeente met 40.000 inwoners of meer een volwaardige atletiekbaan kan hebben, mits er een vereniging aanwezig is die deze regelmatig gebruikt. Aan beide voorwaarde wordt in Enschede voldaan en dus is de aanwezigheid van de atletiekaccommodatie conform de behoefte. Er bestaan geen landelijke normen over het maximaal aantal leden per baan. Een richtlijn die vaker gevolgd wordt – onder andere in Groningen (een gemeente vergelijkbaar met Enschede) – is die van maximaal 1.000 leden per accommodatie. Op dit moment heeft atletiekvereniging AC TION ongeveer 650 leden. Om die reden is aan een nieuwe accommodatie geen acute behoefte.
Rugby & American football Er zijn geen vaste normen voor het aantal spelers of teams dat op een veld kan spelen, maar om het aantal benodigde velden te bepalen gebruikt de rugbybond wel van het voetbal afgeleide normen. Op basis van één seniorenteam en drie jeugdteams heeft ERC ‘69 voldoende aan één veld waarop in het weekend de wedstrijden kunnen worden gespeeld. De drie jeugdteams zijn allen een samenkomst van vier verenigingen waarbij de trainingen en wedstrijden per sportpark rouleren. In principe is qua veldbelasting zodoende sprake van drie kwartteams. Voor de trainingen volstaat één veld, dit kan een veld zijn waarop in het weekend wedstrijden plaatsvinden. In totaal heeft de vereniging daarmee een behoefte aan één (kwalitatief goed) rugbyveld. Daar past het American footballteam van de Enschede Broncos nog bij.
26
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
4.
Toekomst van het voetbal In hoofdstuk 3 stelden we de huidige capaciteit ten opzichte van de huidige vraag vast. In hoofdstuk 4 gaan we in op de huidige capaciteit van voetbalaccommodaties in relatie tot de verwachte ontwikkeling van de vraag. Deze verwachte ontwikkelingen beschrijven we aan de hand van de bevolkingsontwikkeling en de verschuiving van zondagvoetbal naar zaterdagvoetbal. De verwachte gevolgen van deze ontwikkelingen worden met behulp van een nabijheidsanalyse van de verenigingsleden in een perspectief geplaatst voor de volledige gemeente Enschede. Hierbij is aandacht voor een optimale configuratie van het totale voetbalaanbod.
4.1
Capaciteitsberekeningen De berekeningen zoals deze in de paragraaf 3.2 voor 2015 zijn uitgevoerd, zijn in de context van bevolkingsontwikkeling ook uitgevoerd voor de jaren 2020, 2025 en 2030. Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvende vraag naar voetbal per leeftijdsklasse. Dit wil zeggen: als het aandeel spelende leden per leeftijdsklasse gelijk blijft. Voor de veldbehoefte is gewerkt met de aanname dat de behoefte per normteam gelijk blijft. Deze ontwikkeling van normteams en de behoefte aan speelvelden staat per speeldag gepresenteerd in tabel 4.1. Voor de totale voetbalpopulatie is het aantal wedstrijdvelden enigszins aan de ruime kant. Voor trainingsvelden geldt dat het overschot ruimer is. Het huidige overschot aan trainingsvelden lijkt in de komende jaren door de bevolkingsontwikkeling in de gemeente Enschede verder toe te nemen. Doordat de meest dominante ‘voetbalbevolking’ (4-35 jaar) afneemt (zie ook hoofdstuk 2), zijn steeds minder velden vereist om aan de vraag te voldoen. Op deze wijze zal, wanneer het huidige aanbod gelijk blijft, de overcapaciteit van wedstrijdvelden in 2030 verder gegroeid zijn naar +6. Ook de overcapaciteit van de trainingsvelden zal verder toenemen door de afname van het aantal voetballers (+9,8 in 2030).
Tabel 4.1 Ontwikkeling van capaciteit minus vraag naar normvoetbalvelden op basis van huidige capaciteit en bevolkingsprognoses, rekenkundig ideaal (norm normaal natuurgras) Sportpark
2015 wedstrijd training
2020 wedstrijd training
2025 wedstrijd training
2030 wedstrijd training
Achilles Bultserve De Zweede Diekman Oost Diekman West Eilermark Emos FC Centrum LSV Phenix Rigtersbleek Scheurserve Vogido Wess.brink Midden Wess.brink Zuid Wethouder HP Zoutendijk
0,1 -0,7 0,3 2,8 1,0 0,7 0,5 0,5 -0,8 1,2 -1,2 -0,9 -1,6 0,8 0,0 1,2 -1,8
0,6 0,7 1,0 2,0 1,1 0,5 0,6 0,5 0,1 0,3 -0,1 -0,2 -0,8 0,3 1,1 0,1 -0,5
0,2 -0,7 0,3 2,9 1,0 0,7 0,5 0,5 -0,7 1,2 -1,2 -0,9 -1,5 0,8 0,1 1,3 -1,8
0,6 0,7 1,0 2,0 1,1 0,5 0,6 0,5 0,1 0,3 0,0 -0,1 -0,7 0,3 1,1 0,2 -0,5
0,3 -0,6 0,4 3,0 1,1 0,7 0,5 0,5 -0,7 1,2 -1,1 -0,7 -1,4 0,9 0,2 1,4 -1,7
0,6 0,8 1,0 2,1 1,2 0,6 0,6 0,5 0,2 0,3 0,0 -0,1 -0,6 0,4 1,2 0,2 -0,5
0,4 -0,5 0,5 3,1 1,2 0,8 0,6 0,6 -0,6 1,3 -1,0 -0,5 -1,2 1,0 0,4 1,5 -1,6
0,7 0,8 1,1 2,2 1,2 0,6 0,7 0,5 0,2 0,4 0,1 0,1 -0,5 0,5 1,3 0,3 -0,4
Totaal
2,0
7,1
2,7
7,7
3,9
8,6
6,0
9,8
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
27
Zoals in paragraaf 3.2 beschreven, gaat bovenstaand rekenkundig ideaal onterecht uit van maximale ‘kneedbaarheid’ van de totale voetbalpopulatie in Enschede. Dit zou inhouden dat huidige hele en halve teams verdeeld zouden moeten worden over verschillende sportparken. Voor een meer realistisch beeld is ook een berekening op basis van afronding per sportpark gemaakt (tabel 4.2). Deze prognoses laten zien dat de kleine ondercapaciteit van wedstrijdvelden steeds verder afneemt tot een configuratie die voldoet aan de vraag in 2030 met een lichte overcapaciteit (+1). De overcapaciteit van trainingsvelden blijft in min of meer dezelfde mate bestaan en neemt met een veld toe naar 4 velden in 2030. Tabel 4.2 Ontwikkeling van capaciteit minus vraag naar normvoetbalvelden op basis van huidige capaciteit en bevolkingsprognoses, praktijkscenario (norm normaal natuurgras) Sportpark
4.2
2015 2020 2025 2030 wedstrijd training wedstrijd training wedstrijd training wedstrijd training
Achilles Bultserve De Zweede Diekman Oost Diekman West Eilermark Emos FC Centrum LSV Phenix Rigtersbleek Scheurserve Vogido Wess.brink Midden Wess.brink Zuid Wethouder HP Zoutendijk
0 -1 1 2 1 0 0 0 -1 1 -1 -1 -2 1 0 1 -2
0 0 1 2 1 0 0 0 0 0 0 0 -1 0 1 0 -1
0 -1 0 3 1 0 0 0 -1 1 -1 -1 -2 1 0 1 -2
0 0 1 2 1 0 0 0 0 0 0 0 -1 0 1 0 -1
0 -1 0 3 1 0 0 0 -1 1 -1 -1 -2 1 0 1 -2
0 1 1 2 1 0 0 0 0 0 0 0 -1 0 1 0 -1
0 -1 0 3 1 1 0 0 -1 1 -1 -1 -1 1 0 1 -2
0 1 1 2 1 0 0 0 0 0 0 0 -1 0 1 0 -1
Totaal
-1
+3
-1
+3
-1
+4
1
+4
Verschuiving zondagvoetbal Traditioneel bestaat in Nederland de tweedeling van zaterdag- en zondagvoetbal. Waar de jeugd vrijwel alleen op zaterdag speelt, zijn het de senioren die op beide dagen actief zijn. Dit is mede afhankelijk van de oorspronkelijke religieuze grondslag. Echter, deze strikte scheiding neemt landelijk steeds verder af. De landelijke tendens is dat steeds meer verenigingen ook met hun senioren van zondag naar zaterdag gaan. Deze ontwikkeling heeft een invloed op de over- en ondercapaciteit omdat op zaterdag de planning steeds krapper wordt en op zondag steeds vaker dezelfde sportparken onbezet blijven. Om deze reden gaan we in deze paragraaf in op de verschillen tussen de zaterdag- en de zondagcapaciteit en de verschuiving binnen de gemeente Enschede. Voor de toekomstige ontwikkeling van teamaantallen en de bijbehorende veldbehoefte kijken we in eerste instantie naar de ontwikkeling van teamaantallen in de afgelopen jaren. Voor 13 van de 17 sportparken is bekend wat de teamaantallen waren in het seizoen 2005/2006. Voor deze sportparken is gekeken naar de normteams van tien jaar geleden en de normteams in het huidige seizoen (tabel 4.3).
28
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Tabel 4.3 Ledenontwikkeling in laatste 10 jaar, naar sportpark Vereniging
Normteams 2005/2006 zat. zon.
Normteams 2015/2016 zat. zon.
Ontwikkeling (absoluut) zat. zon.
Achilles Bultserve De Zweede Diekman Oost Diekman West Eilermark Emos FC Centrum LSV Phenix Rigtersbleek Scheurserve Vogido Wess.brink Midden Wess.brink Zuid Wethouder HP Zoutendijk
* 11,0 6,2 24,4 18,8 * 9,1 2,0 7,2 4,1 13,1 29,7 19,8 6,8 30,3 * *
* 4,0 9,0 19,0 11,0 * 9,0 4,0 7,0 6,0 10,0 7,0 11,0 13,0 15,0 * *
* 15,3 7,2 23,5 17,3 * 13,4 0,0 15,5 1,4 25,1 38,0 26,3 10,0 32,6 * *
* 3,0 8,0 7,0 6,7 * 8,0 3,0 5,0 5,7 8,7 6,0 10,0 11,0 11,0 * *
* 4,3 1,1 -0,8 -1,6 * 4,3 -2,0 8,3 -2,7 12,0 8,3 6,5 3,2 2,3 * *
* -1,0 -1,0 -12,0 -4,3 * -1,0 -1,0 -2,0 -0,3 -1,3 -1,0 -1,0 -2,0 -4,0 * *
Totaal*
182,2
125,0
225,5
93,1
43,3
-31,9
* De totale aantallen zijn slechts indicatief omdat niet van alle sportparken de gegevens uit 2005/2006 beschikbaar waren. Voor een eerlijke vergelijking zijn deze ook niet meegenomen in de totalen van 2015/2016.
Bij lezing van tabel 4.3 valt direct op dat het voetbal in Enschede verschuift van de zondag naar de zaterdag. Het aantal normteams op zaterdag nam toe met 43,3 terwijl op zondag juist 31,9 normteams vertrokken. Daarmee verschuift de verhouding van zaterdag- en zondagvoetbal van 60/40% in 2005/2006 naar 70/30% tien jaar later. In deze ontwikkeling staat de gemeente Enschede niet alleen. Landelijk neemt de vraag naar zaterdagvoetbal al jaren toe ten koste van het zondagvoetbal4. Wanneer deze trend zich ook in Enschede verder doorzet, zal de benodigde capaciteit op zaterdag minder snel dalen dan de bevolkingsontwikkeling doet vermoeden. Mogelijk stijgt, ondanks de demografische afname van voetballers, toch de behoefte aan voetbalvelden omdat het gebruik zich op één dag concentreert. De landelijke trend van het relatief populaire zaterdagvoetbal is ook zichtbaar binnen de gemeente Enschede (zie figuur 4.1). Op zaterdag zijn 281 normteams actief terwijl dit er op zondag 113 zijn. Op zaterdag neemt het aantal normteams op basis van de bevolkingsprognoses met 21 af, terwijl dit op zondag 18 teams minder zullen zijn in 2030. Voor de veldbehoefte houdt dit voor beide dagen een afname van 3 wedstrijdvelden in.
4
Diverse media maken met regelmaat melding van zondagverenigingen die ‘verhuizen’ naar zaterdag. Er zijn hier geen officiële landelijke cijfers van beschikbaar.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
29
Figuur 4.1 Ontwikkeling normteams in Enschede en behoefte aan speelvelden obv bevolkingsprognoses, per speeldag 300 250
281
277
270
200
259 (indexcijfer tov 2016: 92) zaterdag
150
zondag 100
113
110
103
95 (indexcijfer tov 2016: 84)
2016
2020
2025
2030
50 -
4.3
Nabijheidsanalyse Wanneer de gemeente Enschede over wil gaan op herindeling van voetbalverenigingen zodat de huidige capaciteit optimaal benut wordt, loont het de moeite om de lokale worteling van de verenigingen in de besluitvorming te betrekken. Om de lokale afkomst van een vereniging in beeld te brengen hebben we de adressen van de ledenbestanden van de voetbalverenigingen geanalyseerd. Deze analyse wijst uit dat gemiddeld zeventig procent van de voetballende leden in Enschede op minder dan drie kilometer van de voetbalclub woont. Slechts 10 procent van de voetballende leden woont op meer dan vijf kilometer van de club. Er zijn onder de verenigingen echter grote verschillen, deze staan gepresenteerd in figuur 3.2. Daaruit blijkt dat LSV Lonneker het grootste aandeel leden heeft dat binnen de eigen wijk woont. Bijna de helft (48%) van de leden van deze vereniging woont binnen één kilometer over de openbare weg. FC Aramea (44%) en SVV ’91 (37%) trekken juist relatief de meeste leden die op meer dan vijf kilometer van de vereniging wonen.
30
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Figuur 4.2 Samenstelling ledenbestand, naar afstand in meters van woonhuis tot vereniging (in procenten) Minder dan 1000
Tussen 1000 en 3000 0
Tussen 3000 en 5000 20
40
Meer dan 5000 60
Meer dan 20000 80
100
LSV Lonneker F.C. het Centrum RKSV Vogido Avanti Wilskracht SV Vosta G.V.V. Eilermark RKSV EMOS VV Zuid-Eschmarke CVV Sparta Enschede v.v. Rigtersbleek SV Sportlust Glanerbrug SV De Enschedese Boys FC Suryoye-Mediterraneo E.V. & A.C. De Tubanters 1897 BSC Unisson V.V. Victoria '28 EVV Phenix vv UDI FC Aramea Sportclub Enschede CVV Achilles EFC PW 1885 TVV Enschede S.V.V.'91
Op de volgende pagina’s is de opbouw van het ledenbestand per vereniging en de voetbaldichtheid op kaart weergegeven. Tussen haakjes staat het aantal leden van de vereniging. De kaarten bieden een inzicht in de ruimtelijke spreiding van de voetbalverenigingen en de adressen van hun spelende leden. Hierin valt te zien dat relatief veel voetballers uit de kernen en wijken buiten het centrum komen.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
31
Kaart 4.1 Voetballers per wijk en herkomst ledenbestand per vereniging (Enschede-Noord)
Kaart 4.2 Voetballers per wijk en herkomst ledenbestand per vereniging (Enschede-Zuid)
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
33
4.4
Modellen configuratie capaciteit wedstrijdvelden In paragraaf 3.2 stelden we vast dat op sommige sportparken sprake is van overcapaciteit terwijl op andere sportparken juist te weinig velden zijn. Het saldo van het totaal aantal benodigde wedstrijdvelden zal in 2030 tussen de +6 (onafgerond) en +1 (afgerond) liggen. Zonder direct nieuwe velden of sportparken te bouwen zou een gedeelte van de huidige sportparkterkorten opgelost kunnen worden door effectiever met de ruimte om te gaan. In deze configuratiemodellen bieden wij enkele opties. Bij het bestuderen van verhuismogelijkheden voor een optimale configuratie verdient het de aanbeveling om bij verenigingen met een relatief groot aandeel leden ‘van buiten’ als eerste mogelijkheden te verkennen. Bij deze verenigingen kan het juist in het voordeel van de eigen leden zijn om naar een ander sportpark te verhuizen. Het is afhankelijk van de lokale situatie wat wel en niet tot ‘van buiten’ kan worden gerekend. Onderstaande adviezen zijn uitsluitend tot stand gekomen door de kengetallen die eerder in deze rapportage zijn gepresenteerd. Eerdere investeringen, sociale context of andere externe factoren, zijn hierbij niet meegenomen. Bij verenigingen zijn deze opties ook niet gepeild of is gevraagd of hier draagvlak voor is, noch hebben we onderzocht wat nodig zou zijn om dit draagvlak te verkrijgen.
Optie 1: SVV, TVV verhuizen naar Achilles Op het Wethouder Horstman Park is op dit moment een overcapaciteit van één veld ondanks de bezetting door twee verenigingen (SVV en TVV). Beide verenigingen zijn voornamelijk op zondag actief en laten een braakliggend veld onbenut. Op relatief korte afstand bevindt zich Achilles. Hoewel hier slechts een lichte overcapaciteit is, ligt hier een optie om effectiever met de ruimte om te gaan. De kans ligt in het feit dat SVV en TVV voornamelijk op zondag spelen en Achilles uitsluitend op zaterdag. SVV en TVV hebben samen 1,2 veld nodig en dat is ruimschoots aanwezig op het sportpark van Achilles. Er ligt op zaterdag zelfs een kunstgrasveld vrij. Kanttekening bij deze verhuizing is dat de ledentalontwikkeling van SVV, TVV en Achilles niet bekend is. Wanneer deze verenigingen een grote groei verwachten kan het op termijn toch krap worden op het betreffende sportpark. Overigens is ook dit op te lossen door een grasveld te vervangen door een extra kunstgrasveld. De ondercapaciteit is door gebruik van beide speeldagen immers vooral cultuurtechnisch van aard. Daarnaast maken op dit moment ook de rugbyvereniging en de American footballvereniging gebruik van het Wethouder Horstman Park. Om het sportpark geheel vrij te maken, zouden deze verenigingen mee moeten verhuizen of een andere plek in de gemeente moeten krijgen.
Optie 2: FC ’t Centrum verhuist FC ’t Centrum is een kleine zondagclub met een eigen sportpark van 0,7 trainingsveld en één wedstrijdveld. Dit is een ruime overcapaciteit die eenvoudig vrijgespeeld kan worden omdat er veel sportparken zijn die op zondag meer dan genoeg ruimte bieden of zelfs compleet onbespeeld blijven. Kanttekening bij de verhuizing van FC ’t Centrum is dat een derde van de leden binnen een kilometer van het sportpark woont. Er lijkt dus relatief veel sociale binding te zijn. Het is daarom raadzaam om te zoeken naar een sportpark in de buurt. Het sportpark van Phenix lijkt daarbij een logische kandidaat omdat ook hier sprake is van een overcapaciteit van een heel wedstrijdveld. Wat verder weg bestaat ook de optie van Diekman Oost en Diekman West waar de overcapaciteit ‘opgelost’ kan worden.
Optie 3: Phenix verhuist De vereniging Phenix kent relatief veel leden van buiten de eigen wijk. Daarnaast is het de enige bespeler van een sportpark met overcapaciteit. Het is bovendien een zondagvereniging. Deze ingrediënten maken de vereniging tot een aantrekkelijke verhuisoptie. Bijvoorbeeld naar Diekman Oost of Diekman West waarmee ook meteen de overcapaciteit van respectievelijk één en twee wedstrijdvelden effectiever wordt benut. Gezien de ruime afstand tussen woning en vereniging van Phenix is het aannemelijk dat veel van hen met de auto naar de club komen. Het is daarom bij een eventueel nieuw onderkomen raadzaam om de parkeermogelijkheden en toegankelijkheid in de gaten te houden.
Optie 4: Verenigingen met capaciteitstekort niet verplaatsen Voor de sportparken Bultserve (Glanerbrug), LSV (LSV), Vogido (Vogido), Rigtersbleek (Rigtersbleek) en Zoutendijk (Avanti) geldt dat de bespelende verenigingen de enige gebruikers zijn. Om de ondercapaciteit op te lossen zou – naast uitbreiding van de capaciteit op het sportpark zelf - verhuizing naar een groter sportpark de enige oplossing zijn. Voor Scheurserve ligt dit iets anders omdat er twee bespelers zijn (Vosta en Sparta). Echter, het vertrek van één van beide lost het capaciteitsprobleem nog niet op waardoor ook voor hen verhuizing geen relevante oplossing is. Een extra complicerende factor is dat alle genoemde verenigingen voornamelijk zaterdagvoetbal aanbieden waardoor onderlinge samenwerking of –smelting ook geen optie blijkt. Daarom geldt voor alle verenigingen waar op dit moment een tekort is, dat alleen verhuizing naar een vrijgespeeld sportpark een optie lijkt om zonder uitbreiding van de capaciteit toch aan de vraag te voldoen. In de eerdere adviesscenario’s zijn mogelijkheden besproken om de sportparken Wethouder Horst Park, FC ’t Centrum en Phenix vrij te spelen. Van deze zou alleen Wethouder HP (totale capaciteit drie wedstrijdvelden en een trainingsveld) een reële optie zijn. Maar ook hiervoor geldt dat alle verenigingen er ten opzichte van hun huidige capaciteit op achteruit zouden gaan.
Kanttekening bij niet verhuizen is dat voor alle genoemde verenigingen en sportparken geldt dat de ondercapaciteit tot en met 2030 niet verdwijnt. Ook noteerden de sportparken met hun bespelers allen een groei in het afgelopen decennium, variërend van 33 tot 117 procent. Naar alle waarschijnlijkheid lost het capaciteitsprobleem zichzelf dus waarschijnlijk ook niet op.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
35
36
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
5.
Toekomst van diverse buitensporten In hoofdstuk 3 stelden we de huidige capaciteit van sportruimte ten opzichte van de huidige vraag vast. In dit hoofdstuk gaan we in op de huidige capaciteit van diverse buitensportaccommodaties in relatie tot de verwachte ontwikkeling van de vraag. Deze verwachte ontwikkelingen beschrijven we aan de hand van de bevolkingsontwikkeling en relevante sportdeelnameverwachtingen.
5.1
Hockey Hoofdstuk 3 beschreef het huidige tekort van twee velden op basis van het aantal hockeyteams in de gemeente Enschede. Dit tekort doet zich voor bij PW en zal in de komende jaren blijven bestaan, ondanks de verwachte lichte afname van hockeyers (door de vergrijzing). De overcapaciteit van de andere hockeyvereniging EHV is minimaal en kan dus geen rol spelen in het oplossen van de ondercapaciteit. Tabel 5.4 Ontwikkeling van capaciteit minus vraag naar hockeyvelden op basis van huidige capaciteit en bevolkingsprognoses Jaar
Vereniging Capaciteit velden EHV 4 PW 2
Aantal normteams zat zon 35,3 9,0 31,0 10,0
2020
EHV PW
4 2
34,8 30,7
8,7 9,7
3,9 3,4
1,0 1,1
0,1 -1,4
3,0 0,9
2025
EHV PW
4 2
34,3 30,4
8,2 9,1
3,8 3,4
0,9 1,0
0,2 -1,4
3,1 1,0
2030
EHV PW
4 2
33,3 29,5
7,6 8,4
3,7 3,3
0,8 0,9
0,3 -1,3
3,2 1,1
2030 (+3,6%) EHV PW
4 2
60,0 52,7
15,3 17,0
6,7 5,9
1,7 1,9
-2,7 -3,9
2,3 0,1
2015
Behoefte velden zat zon 3,9 1,0 3,4 1,1
Overschot / tekort zat zon 0,1 3,0 -1,4 0,9
Op basis van de bevolkingsprognoses lijkt de verwachting dat de groep potentiële hockeyers zal slinken. Daarmee zou de huidige overcapaciteit bij EHV verder toenemen en het tekort bij PW licht dalen. Voor de laatste vereniging zou in deze situatie het probleem met een verschuiving naar zondag verholpen kunnen worden. Echter, in hoofdstuk 2 viel te lezen dat hockey in het afgelopen decennium een ruime groei doormaakte. De verwachting is dat de ontwikkeling van het aantal hockeyers op basis van bevolkingsprognose naar boven moet worden bijgesteld. We volgen daarbij de gemiddelde landelijke jaarlijkse groei in het afgelopen decennium (+3,6%). Als deze groei zich verder doorzet dan stijgt het aantal normteams naar 102,7. Deze groei heeft tot gevolg dat de veldtekorten van PW verder oplopen (naar 3,9) en dat er een nieuw capaciteitsprobleem bij EHV ontstaat (2,7 veld tekort). Om het tekort op zaterdag op te lossen zouden verenigingen een gedeelte van de jeugd op zondag moeten laten spelen. Deze aanpassing zou verder verkend moeten worden bij de KNHB. Vermoedelijk zou verplaatsing van jeugdwedstrijden van zaterdag naar zondag niet voldoende zijn om de ondercapaciteit op te lossen omdat – zeker bij PW – het tekort op zaterdag groter is dan het overschot op zaterdag.
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
37
Hoewel beide hockeyverenigingen leden vanuit de hele stad trekken, en dan met name uit de buitenste schil, hebben ze onderling een verdeling van leden uit Noord- en Zuid-Enschede (kaart 5.3). PW is er vooral voor de noordelijke wijken en EHV voor de zuidelijke wijken van Enschede. Extra velden of een hockeyvereniging op een andere locatie zou voor de leden van PW een optie zijn. De helft van hen reist namelijk nu al meer dan drie kilometer tot de vereniging.
38
Ruimte voor sport in Enschede | Mulier Instituut
Kaart 5.3 Herkomst hockeyleden per vereniging, naar wijk
5.2
Korfbal De huidige overcapaciteit van korfbalruimte zal op basis van demografische ontwikkelingen op weg naar 2030 verder toenemen. In tabel 5.5 is te zien dat de overcapaciteit bij alle verenigingen verder toeneemt, zeker op zondag maar ook op de meer dominante speeldag zaterdag. Alleen bij DOS WK zal in 2030 geen overschot van minimaal één veld zijn. Tabel 5.5 Ontwikkeling van capaciteit minus vraag naar korfbalvelden op basis van huidige capaciteit en bevolkingsprognoses Jaar