CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit Laaresstraat 27 def

Raadsvergadering 27 oktober 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor het bouwen van een appartementencomplex met 27 appartementen op het perceel Laaresstraat 2714.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit is overeenkomstig het advies van de landelijke GGDwerkgroep (2 november 2020) om te komen tot een voldoende bodemkwaliteit voor de functie wonen met tuin met betrekking tot lood in bodem. Voor zink geldt de bodemkwaliteitskaart als terugsaneerwaarde. Conclusie De omvang deze bodemverontreiniging en de daaraan gekoppelde bodemsanering zal geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van de uitvoering van het initiatief.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

23

4.6 Waterhuishouding en klimaatadaptatie Gemeente Enschede en waterschap Vechtstromen hanteren het principe om water en bodem sturend te maken bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit principe wordt opgenomen in de Omgevingsvisie van de gemeente (vaststelling verwacht in 2025) en de Watervisie 2050 van het waterschap (vastgesteld 14 april 2021). Ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst op de gevolgen voor de waterhuishouding en de waterkwaliteit en dienen klimaatrobuust te worden ontworpen. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 (WEK) vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste en klimaatbestendige gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. Het waterschap heeft op 15 december 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het waterbeheerprogramma staan de uitgangspunten die het waterschap hanteert voor de inrichting en het beheer van het watersysteem en de afvalwaterzuivering, rekening houdend met een veranderend klimaat.

Deze uitgangspunten zijn ingebracht in het WEK van de gemeente Enschede. Er is bij de aanvraag een waterplan ingediend (d.d. 26 november 2024, versie 5). Daarin is aangegeven welke maatregelen worden genomen op het gebied van water. Hierbij zijn ook de benodigde oppervlaktes berekend en weergegeven. Hemelwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is de riolering en het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet derhalve op eigen terrein worden verwerkt. Voor nieuwbouw en hernieuwbouw geldt per vierkante meter verharding (daken en bestrating op openbaar en particulier terrein) een waterbergingseis van 55 millimeter. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken. Verder zijn de artikelen 22.142 tot en met 22.144 uit de Bruidsschat Omgevingswet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. Waterberging en van deze BOPA Het dakoppervlak van de appartementen sluit aan op de naastgelegen wadi en krattensysteem.

Het verharde oppervlak rond de nieuwbouw sluit aan op het krattensysteem. Vanuit de wadi en het krattensysteem kan het water infiltreren bij lage grondwaterstanden en/of vertraagd worden afgevoerd naar het hemelwaterstelsel in de openbare weg. Ter plaatse van het groenparkeren zal water deels infiltreren in de bodem. Bij hevige neerslag wordt het water via kolken afgevoerd naar het hemelwaterstelsel. De volgende bergingsvoorzieningen zijn opgenomen in het ontwerp: - Wadi, met drainage voor de leegloop van de wadi, met een slokop voor de maximale peilstijging. - Krattenveld, met inspectieputten voorzien van zandvang voor beheer én ontluchting. De nieuwe verhardingen aansluiten via kolken op het krattensysteem. - Groenparkeren met waterbergende fundering van 30 cm. Het hemelwatersysteem heeft 55 mm berging in voorzieningen en 80 mm berging in het systeem tot aan maaiveld (bij volledig gevulde wadi tot insteek). In het plangebied is ruim voldoende bergings- en infiltratiecapaciteit aanwezig om te voldoen aan de bergingsopgave van 55 millimeter over het verharde oppervlak. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd.

In principe zorgt de gemeente er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

24

Er is of komt niet overal in de openbare ruimte een systeem voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA) worden ingericht. Een decentrale zuiveringsvoorziening voor afvalwater van meerdere huishoudens is ook een optie. Bij IBA's en decentrale voorzieningen die lozen op oppervlaktewater of in de bodem worden eisen gesteld aan de kwaliteit van het geloosde water. Artikelen 22.145 tot en met 22.150 van de bruidsschat Omgevingsplan dat handelt over het lozen van huishoudelijk afvalwater zijn hierop van toepassing. Voor deze BOPA geldt dat het afvalwater kan worden afgevoerd naar het openbaar gemengde rioolstelsel. De appartementen worden aangesloten op de verzamelleiding ∅160 mm en deze wordt aangesloten op het riool in de Laaresstraat. Een ontstoppingsstuk wordt op de perceelgrens geplaatst. Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen leidend. Wijzigingen aan het bestaande watersysteem en de aanleg van nieuwe waterpartijen worden altijd afgestemd met gemeente en waterschap.

Nieuw en bestaand oppervlaktewater wordt geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Voor deze BOPA geldt dat er een wadi wordt gerealiseerd. Deze wadi wordt eigendom van de gemeente en komt daarmee ook in gemeentelijk beheer. Grondwater, ontwateringsdiepte en ondergronds bouwen In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op het eigen perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van gebruik/toegestane functie van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Onderstaande tabel 4.4 bevat de minimale ontwateringsdieptes per functie. In gevallen waar de ontwateringsdiepte onvoldoende is voor de functie mag de grondwaterstand niet structureel worden verlaagd, maar moeten maatregelen als ophogen of kruipruimteloos bouwen worden toegepast. (water en bodem sturend, functie volgt peil). Het waterschap vraagt zich af of hier maatwerk toegepast kan worden om droogte tegen te gaan, bijv. het verondiepen van greppels langs wegen voor water vasthouden. Functie/gebruik

Ontwatering in m t.o.v. GHG

Primaire wegen

0,7

Secundaire wegen en erfontsluiting

0,5

Bouwwerken met kruipruimten

0,7

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5

Groen

0,5

Tabel 4.4: Minimale ontwateringsdieptes (gerelateerd aan de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG)) Voor deze BOPA geldt dat in de huidige situatie hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen in de omgeving van het plangebied. De Laares heeft ondiepe leemlagen waardoor grondwaterstanden sterk kunnen variëren. In natte perioden komen hoge grondwaterstanden voor en in droge perioden zakt het grondwater sterk. Het wadisysteem en het kratten systeem reguleren de grondwaterstand. In droge perioden kan grondwater infiltreren en in natte perioden worden grondwaterstandspieken afgetopt. Afwatering Om op perceelniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt, gelden de volgende adviezen: Het vloerpeil minimaal 0,20 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen; Plangebied/perceel zodanig inrichten dat water oppervlakkig kan afstromen zonder schade of overlast te veroorzaken aan aangrenzende particuliere percelen of openbare ruimte; Hitte Bestaande delen van groen blijven waar mogelijk behouden. Daarnaast zorgt de aanleg van de wadi’s en de aanplant van een aantal nieuwe bomen en het toepassen van groenparkeren voor het beperken van het risico op hittestress.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

25

Droogte In het plan worden wadi, krattensysteem en groene parkeerplaatsen toegepast. Bij deze voorzieningen wordt hemelwater geïnfiltreerd bij lage grondwaterstanden zodat het grondwater wordt aangevuld. Hierdoor neemt het risico op verdroging af. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat door de aanleg en instandhouding van waterbergende en afvoerende voorzieningen planologisch te waarborgen in voldoende mate rekening wordt gehouden met voor de toekomst noodzakelijke waterhuishouding. Daarmee vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgestelde BOPA. De BOPA voldoet ook aan de instructieregels van het Rijk uit paragraaf 5.1.3 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). Voor Enschede betekent dat dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor het watersysteem en dat het (belang van het) waterschap wordt betrokken (artikel 5.37; weging van het waterbelang). De overige instructieregels in paragraaf 5.1.3 van het Bkl zien op primaire waterkeringen, de kust, de grote rivieren en het IJsselmeer. Deze zijn niet gelegen op Enschedees grondgebied.

Er wordt ook voldaan aan de instructieregels van de provincie ten aanzien van 'Sturen op water en bodem (behouden en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem) in afdeling 4.4 van de provinciale verordening en de uitgangspunten voor water en bodem sturend uit de Omgevingsvisie van de gemeente Enschede en de Watervisie van het waterschap Vechtstromen.

4.7 Natura 2000-gebieden Het gebied van deze BOPA ligt niet in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied “Aamsveen” ligt op ca. 5 kilometer van de planlocatie. De BOPA maakt het mogelijk om sloop van bestaande bebouwing en nieuwbouw van 27 appartementen te realiseren. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling(en) in relatie tot de afstand van de ontwikkelingslocatie(s) tot het Natura 2000 gebieden kunnen significant negatieve gevolgen voor de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden op voorhand worden uitgesloten voor zover het gaat om andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Hierna gaan we daarom alleen in op stikstofdepositie. Stikstofdepositie Voor de beoogde ontwikkeling is voor de aanleg- en de gebruiksfase een Aeriusberekening uitgevoerd, om te bepalen of er sprake is van stikstofdepositie. Voor de resultaten wordt verwezen naar het rapport Aeriusberekening Laaresstraat, Enschede (BJZ, 2 april 2025, versie 2).

Uit de stikstofdepositieberekeningen blijkt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project betreft, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, geen Natura 2000activiteit en is gezien artikel 5.1 van de Omgevingswet niet vergunningsplichtig.

4.8 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De regels met betrekking tot het NNN uit de provinciale verordening voor zover gelegen in het buitengebied zijn vertaald naar de Gids Buitenkans 2022. De Gids Buitenkans 2022 is van toepassing als toetsingskader als het gaat om het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het NNN en deze BOPA Het gebied van de wijziging van deze BOPA is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen op circa 1,6 kilometer ten noordoosten van het plangebied (zie onderstaande afbeelding). Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

26

Afbeelding 4.5: ligging NNN ten opzichte van projectlocatie (blauwe cirkeltje) (bron: atlasleefomgeving.nl) Op basis van voorgaande voldoet deze BOPA aan de instructieregels van de provincie voor omgevingsplannen in hoofdstuk 4 van de provinciale omgevingsverordening Overijssel 2024 (Afdeling 4.7: Landschap en Natuur). Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de BOPA.

4.9 Beschermde planten- en diersoorten De BOPA maakt het mogelijk om het perceel Laaresstraat te herontwikkelen. Hierbij vindt sloop van de bestaande bebouwing en de verwijdering van groen plaats. Daarvoor in de plaats wordt een gebouw met 27 appartementen gerealiseerd. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling(en) mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is een verkennend ecologisch onderzoek (quickscan) uitgevoerd. Uit de onderzoeksrapportage van Eelerwoude (Natuuronderzoek Laaresstraat 27, project 205864, versie 1 d.d. 18 oktober 2024) blijkt dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de beschermde soorten: vleermuizen, egel, steenmarter, huismus of gierzwaluw. Er dient rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht voor alle soorten en individuen als ook nesten van algemene broedvogels. Mits rekening gehouden wordt met in gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels, is het plan vanuit de eisen van de natuurbescherming en uitvoerbaar.

4.10 Activiteiten en milieuzonering Bij het wijzigen of afwijken van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hierbij is milieuzonering één van de te beschouwen aspecten, naast andere aspecten zoals stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, verkeersstructuur, bodemhygiëne, bescherming van ecologische, cultuurhistorische waarden etc.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

27

Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar andere milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met: • de bescherming van een goed woon- en leefklimaat, en • het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving door milieuhinderlijke activiteiten. Om te beoordelen of bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake is van de bescherming van een goed woon- en leefklimaat en het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving door milieuhinderlijke bedrijfsactiviteiten kan gebruik worden gemaakt van de nieuwe VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering zoals gepubliceerd in oktober 2024. Deze nieuwe Handreiking activiteiten en milieuzonering vervangt de voormalige VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van milieuhinderlijke bedrijfsactiviteiten in de omgeving waarbij uitsluitend de afstandsafhankelijke milieuaspecten geluid en geur worden beoordeeld. De handreiking gaat echter niet in op het toelaten van nieuwe milieugevoelige activiteiten (zoals wonen) nabij reeds bestaande bedrijvigheid.

In deze gevallen zal echter ook moeten worden beoordeeld of enerzijds de aanwezige milieuhinderlijke bedrijfsactiviteiten in de omgeving niet worden belemmerd door de nieuwe milieugevoelige activiteiten en anderzijds of ter plaatse van deze milieugevoelige activiteiten een aanvaardbaar geluids- en geurniveau aanwezig is. Milieuzonering en deze BOPA De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 27 woningen (appartementen). De beoogde woningen betreffen milieugevoelige functies. In het kader van milieuzonering is enerzijds beoordeeld of de eventueel nabijgelegen bedrijven niet worden belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling van de appartementen en anderzijds of ter plaatse van de appartementen een goed woon- en leefklimaat aanwezig is ondanks de omliggende bedrijven. Voor de beoordeling of de nabijgelegen bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd door de realisatie van de nieuwe appartementen moet worden gekeken naar de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden op de locatie van de bedrijven. Voor de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat is beoordeeld of de eventuele geluid- en geurbelasting afkomstig van de bedrijven ter plaatse van de appartementen aanvaardbaar is. De dichtstbijzijnde mogelijke milieuhinderlijke bedrijfsactiviteiten bevindt zich op een afstand van circa 70 meter van het plangebied.

Het betreft hier een locatie met de bestemming ‘gemengd-2’ waarbij alleen dienstverlening en bedrijvigheid mogelijk is en geschikt voor functiemenging. Dit zijn functies waarbij een beperkte afstand tussen de bedrijfsactiviteiten en de gevoelige objecten aanvaardbaar is. Tussen deze bestemming en het plangebied bevinden zich reeds woningen en andere gevoelige functies. Dit geldt ook voor de bedrijfsbestemmingen die verder van het plangebied liggen. De bestaande bedrijvigheid en planologische mogelijkheden op deze locaties worden derhalve niet belemmerd door de realisatie van de appartementen. De dichtstbijzijnde mogelijke milieuhinderlijke bedrijfsactiviteiten op een afstand van circa 70 meter van het plangebied zal geen onaanvaardbare geluids- of geurbelasting veroorzaken ter plaatse van de nieuwe appartementen. De geluids- en geurnormen waarmee een aanvaardbaar geluids- en geurniveau wordt bereikt gelden namelijk op de dichtstbijzijnde woningen nabij deze bedrijvigheid. Dit geldt ook voor de bedrijfsbestemmingen die verder van het plangebied zijn gelegen. Aangezien het plangebied op een grotere afstand is gelegen dan de bestaande woningen zal ter plaatse van de nieuwe appartementen zeker ook een aanvaardbaar geluids- en geurniveau aanwezig zijn.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'activiteiten en milieuzonering' geen belemmering vormt voor uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling.

4.11 Luchtkwaliteit Per 1 januari 2024 zijn de regels en normen voor luchtkwaliteit te vinden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (bkl). Voorwaarde voor nieuwe ruimtelijke plannen zijn: • Geen overschrijding van omgevingswaarden, of • Verslechtering luchtkwaliteit is ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Het toetsen van de luchtkwaliteit van een ruimtelijk plan hoeft alleen binnen de zogeheten aandachtsgebieden uit het bkl. De gemeente Enschede valt buiten deze aandachtsgebieden. Een uitzondering op deze aandachtsgebieden zijn: • Auto(snel)wegen en tunnels langer dan 100 meter. • Omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten. Bovenstaande twee uitzonderingen zijn niet van toepassing voor de projectlocatie. Een bouwplan voor 27 woningen valt onder de standaard categorieën uit het Bkl (artikel 5.54) die per definitie ‘niet in betekenende mate zijn’. De luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van de locatie.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

28

Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze BOPA voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor deze BOPA.

4.12 Geluidhinder Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van een BOPA die deze activiteiten toelaat, moet aan twee eisen voldoen: houd rekening met geluid; voorziet in aanvaardbaar geluid. Wegverkeerslawaai Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling worden er geluidsgevoelige gebouwen aan de omgeving toegevoegd. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort.

In de omgeving van het plangebied zijn geen provinciale- of rijkswegen gesitueerd. Ook komen er geen 50 km/u gemeentewegen voor. De Laaresstraat betreft een 30 km/u weg met klinkerverharding. Daarnaast dienen in het kader van wegverkeerslawaai in een onderzoek alle wegen betrokken te worden die een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 verkeersbewegingen per etmaal kennen. Dat is hier niet het geval, de Laaresstraat is namelijk voor verkeer een rustige straat met een etmaalintensiteit van (ruim) minder dan 1000 verkeersbewegingen per etmaal. Het is daardoor aannemelijk dat voldaan wordt aan de standaardwaarde voor gemeentelijke wegen. Er is daarom geen onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig. Conclusie wegverkeerslawaai Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Railverkeerslawaai Er geldt van rechtswege voor elke spoorlijn een zone die moet worden aangemerkt als 'geluidaandachtsgebied'. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. Conclusie railverkeerslawaai De hoofdspoorweg Enschede-Gronau heeft een zonebreedte van maximaal 75 meter. De planlocatie ligt buiten deze zone (afstand is ongeveer 200 meter) waardoor toetsing van railverkeerslawaai achterwege kan blijven.

Industrielawaai Zoals vastgesteld in paragraaf 3.5.10 zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen aanwezig die mogelijk voor geluidhinder ter plekke van de beoogde woningen aan de Laaresstraat 27 kunnen zorgen. Onderzoek naar effecten van industrielawaai op de beoogde woningen is daarom niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen ook geen effect op omliggende gevoelige functies. Conclusie industrielawaai Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Overig geluid Er is een berekening opgesteld om (rapport Tideman, d.d. 9 mei 2025, rapport 25.078.02 versie 01), waarin de geluidbelasting van de warmtepompen op de erfgrens van de aangrenzende woonfunctie is weergegeven/berekend. De geluidbelasting dient te voldoen aan artikel 4.107 en 4.108 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Uit de berekening volgt dat hieraan wordt voldaan. Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De BOPA voldoet aan de instructieregels in de paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.2a van het Bkl.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

29

4.13 Trillinghinder Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl. Trillinghinder en deze BOPA Er zijn in de directe omgeving van de planlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De BOPA voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl.

4.14 Geurhinder In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 Bkl. De geur van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Geurhinder en deze BOPA Zoals vastgesteld in paragraaf 3.5.10 zijn er in de omgeving van het projectgebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geurhinder ter plekke van de beoogde woningen kunnen zorgen. Verder onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies. De BOPA voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl.

4.15 Externe veiligheid Externe Veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Het betreft onder andere regels over het plaatsgebonden, risico, aandachtsgebieden, belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Tot slot bevat paragraaf 4.10.4 van de provinciale Omgevingsverordening ook instructieregels ten aanzien van externe veiligheid. Deze gaan onder andere over het provinciaal routenetwerk voor transport van gevaarlijke stoffen. Hierna gaan wij in op de diverse risicovolle activiteiten in relatie tot deze BOPA. Het plan heeft betrekking op de bouw van een gebouw met woonfunctie(s). Volgens bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is er bij de ontwikkeling sprake van een kwetsbaar object. Aan hand van de Atlas Leefomgeving en het register externe veiligheid is gekeken of er in de directe omgeving (binnen een straal van 1.500 meter) van het plangebied relevante risicobronnen aanwezig zijn. Stationaire risicovolle activiteiten In de gemeente Enschede liggen bedrijven waar risicovolle stationaire activiteiten plaatsvinden, zoals opslag van (verpakte) gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit kunnen er levensbedreigende effecten ontstaan, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Veel van deze activiteiten kennen daarom aandachtsgebieden waarbinnen we rekening houden met de bescherming van mensen tegen deze effecten. Voor sommige activiteiten moeten de aandachtsgebieden per geval worden berekend.

Voor andere activiteiten staan er vaste afstanden in bijlage VII tot en met X van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals voor

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

30

LPG-tankstations en propaantanks. Er liggen binnen een straal van 1.500 meter van het plangebied geen relevante risicobronnen (milieubelastende activiteiten) in het kader van externe veiligheid. Transportactiviteiten door buisleidingen In de gemeente Enschede bevinden zich meerdere hogedruk aardgasleidingen. De hogedruk aardgasleidingen liggen in de bodem en zijn daardoor in de basis goed beschermd. Door bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden kan er een breuk ontstaan. Het aardgas stroomt dan onder hoge druk uit de leiding. Het brandbare gas zal waarschijnlijk ontsteken, waardoor een fakkelbrand optreedt met een hoge hittestraling. Omdat een fakkelbrand het enige denkbare scenario is, hebben alle hogedruk aardgasleidingen een brandaandachtsgebied, maar geen explosie- en gifwolkaandachtsgebied. Er liggen binnen een straal van 1.500 meter van het plangebied geen relevante risicobronnen (hogedruk aardgasbuisleidingen) in het kader van externe veiligheid. Deze vormen dus geen belemmering voor uitvoering van deze BOPA. Transportactiviteiten spoor en water Binnen het projectgebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen spoorwegen of waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Binnen een straal van 1.500 meter liggen geen relevante risicobronnen.

Een nadere toetsing aan het Basisnet Water en het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven. Transportactiviteiten over de weg Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg kan in een gemeente plaatsvinden over rijkswegen (basisnetroutes), provinciale en gemeentelijke wegen. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen variërend van klein verpakkingen tot bulktanks. Afhankelijk van de frequentie, de aard en het verpakkingsvolume van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan het risico van een wegvak op het gebied van externe veiligheid worden bepaald. Door de gemeente Enschede loopt de rijksweg A1, A35 en N18 (basisnetroutes). Er is bij alle drie de wegen sprake van een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter. De gemeenteraad van Enschede heeft de routering van het transport van gevaarlijke stoffen voor het wegverkeer en een systeem van ontheffingen voor transporteurs vastgesteld. De hierboven genoemde wegen liggen op grote afstand van het projectgebied en niet binnen het invloedsgebied. Hiermee voldoet het plan ook aan de uitgangspunten van de Omgevingsverordening Overijssel (paragraaf 4.10.4). Afweging groepsrisico De voorgenomen ontwikkeling ligt niet binnen een aandachtsgebied.

Dit betekent dat er volgens artikel 5.15 van het Bkl geen rekening hoeft te worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van 10 personen of meer per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval (groepsrisico). Bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid en geneeskundige hulpverlening Naast de afweging van het groepsrisico moet, volgens artikel 5.2 Bkl, voor deze ontwikkeling beoordeeld worden of: 1. er voldoende mogelijkheden zijn voor het voorkomen, beperken en bestrijden van relevante scenario’s door de hulpdiensten (bestrijdbaarheid); 2. er voldoende mogelijkheden zijn voor de personen in het gebouw om zich in veiligheid te brengen (zelfredzaamheid), en; 3. er voldoende mogelijkheden zijn voor de geneeskundige hulpverlening. De Veiligheidsregio Twente (VRT) moet in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen in het kader van bereikbaar-, bestrijdbaar- en zelfredzaamheid. Er is advies uitgebracht door Brandweer Twente. Er is een positief advies gegeven. Overige fysieke veiligheid De Brandweer heeft in het advies ook aangegeven dat het aannemelijk wordt geacht dat het bouwwerk voor het onderdeel brandveiligheid voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Bereikbaarheid De planlocatie wordt ontsloten via de Laaresstraat. Dit is een doorgaande weg waarmee de planlocatie aangesloten is op het regionale wegennet.

Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Hulpdiensten kunnen goed ter plaatse komen.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

31

Zelfredzaamheid Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS), het luchtalarm. Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Ter plaatse van de planlocatie wordt woningbouw mogelijk gemaakt. De planlocatie ligt op ruime afstand van risicobronnen. Daarbij geldt dat de aanwezige personen over het algemeen zelfredzaam zullen zijn.

4.16 Sociale veiligheid Ook de sociale leefomgeving staat onder invloed van de fysieke leefomgeving. Het gaat dan vooral over de inpassing van ontmoetingsplekken. Zowel binnenruimten als buitenruimten kunnen een belangrijke verbindende functie hebben voor de wijk. Op deze plekken leren mensen elkaar kennen, waardoor ze vaker naar elkaar omkijken. Het zorgt voor sociale cohesie, wat weer invloed heeft op de sociale veiligheid. Mensen voelen zich veiliger en er is minder sprake van overlast en criminaliteit. Op die manier heeft de fysieke leefomgeving dus indirect invloed op de sociale veiligheid. Naast een indirect verband (via ontmoetingsplekken en sociale cohesie), bestaat er ook een direct verband tussen de inrichting van de fysieke leefomgeving en sociale veiligheid. Hier zijn bijvoorbeeld de ZETA -richtlijnen van toepassing, waarmee het gebruik en de waardering van de leefomgeving kan worden beïnvloed: ZICHTBAARHEID overzichtelijkheid, zichtlijnen en verlichting EENDUIDIGHEID zonering en markering van ruimten TOEGANKELIJKHEID bereikbaar voor bedoeld gebruik en voor hulpdiensten AANTREKKELIJKHEID zichtbare zorg en aandacht voor de leefomgeving Toets Het plan maakt de bouw van 27 appartementen mogelijk. Dit betreffen levensloopbestendige appartementen. Het perceel heeft een eenduidige entree/ingang. Het perceel en gebouw zijn daarmee goed toegankelijk.

De entrees van de woningen zijn elk aan de zijde van de parkeerplaatsen gesitueerd. Dit geeft de mogelijkheid voor contactmomenten. Rondom de bebouwing worden verschillende groenelementen en parkeerplaatsen in halfverharding aangelegd, waardoor de uitstraling van de locatie wordt versterkt.

4.17 Gezondheid De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het omgevingsplan. Gezondheid en deze BOPA Voor deze BOPA geldt dat de bestaande bebouwing gesloopt wordt. Asbesthoudende delen worden daarbij ook verwijderd. Het verwijderen van asbesthoudend materiaal draagt bij aan een gezondere fysieke leefomgeving. In voorgaande paragrafen is onderzocht welke effecten de aanvraag ondervindt van aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving, zoals geluid, geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema’s zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving.

Het bestaande speelplaatsje blijft behouden en worden groenvoorzieningen, wadi’s en bomen gerealiseerd op het perceel Laaresstraat 27. Deze hebben een belangrijke functie in kader van klimaatadaptatie, het creëren van een fijne woonomgeving en het voorkomen van hittestress.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

32

4.18 Milieueffectrapportage Bij een BOPA moet beoordeeld worden of er eventueel een milieueffectrapportage (m.e.r.), een m.e.r.beoordeling of geen van deze twee nodig is. In hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit en de bijbehorende Bijlage V is geregeld voor welke ontwikkelingen en besluiten een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden. M.e.r. en deze BOPA Deze BOPA maakt de realisatie van 27 woningen mogelijk. Deze ontwikkeling is niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject en is geen activiteit die genoemd is als bijlage V van het Omgevingsbesluit. Er is sprake van een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Rondom de planlocatie zijn woningen gelegen. Op de locatie is bestaande bebouwing aanwezig die wordt gesloopt. De nieuwe invulling van de locatie past stedenbouwkundig en qua functie in de omgeving. Er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling nodig voor deze Bopa.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

33

4.19 Schaduw en bezonning Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het in voorkomende gevallen een onderdeel van het beoordelen van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan en voor bopa’s. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. De gemeente Enschede heeft geen beleid vastgesteld omtrent schaduw en bezonning. Het onafhankelijke onderzoeksinstituut TNO heeft een norm voor bezonning: de bezonningsliniaal – Een nieuw eenvoudig hulpmiddel voor de beoordeling van de bezonning en de dagverlichting. TNO kent een 'lichte' en een 'strenge' norm: -

de 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam de 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

Deze normen zijn alleen van toepassing op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen nooit direct zonlicht. Er is in dit geval getoetst aan de lichte norm. Vanwege de ligging van de projectlocatie in een stedelijke omgeving kan toepassing van deze norm als uitgangspunt worden genomen. Dit wordt bevestigd door jurisprudentie (o.a. ABRS, 15 november 2023, 202200070/1/R4). De onderzoeksdata zijn 21 maart (begin van de lente, qua bezonning vergelijkbaar met 21 september - begin van de herfst), 21 juni (de langste dag, zon staat het hoogst) en 21 december (de kortste dag, zon staat het laagst). Voor toetsing aan de 'lichte' TNO Bezonningsnorm zijn de onderzoeksdata 19 februari en 21 oktober gebruikt. Aangezien de bezonning op laatstgenoemde data vergelijkbaar is, is alleen 19 februari als onderzoeksdatum gebruikt. In de huidige situatie is er op het perceel Laaresstraat 27 aan de zijde van de Laaresstraat bestaande bebouwing aanwezig. Binnen het aanwezige bouwvlak is in de huidige situatie een bouwhoogte van 12 meter toegestaan. De grens van deze bouwhoogte is gelegen ter hoogte van de noordelijke perceelsgrens van Zwanensteeg nummer 4. Buiten het bouwvlak mogen op grond van het geldende omgevingsplan/bestemmingsplan bijbehorende bouwwerken van maximaal 4,5 meter worden gebouwd.

De huidige (te slopen) bebouwing binnen het bouwvlak is feitelijk lager, maar het geldende omgevingsplan staat hier wel maximaal 12 meter toe. Met andere woorden: op grond daarvan van het geldende omgevingsplan zou er al een effect met betrekking tot eventuele schaduwwerking kunnen plaatsvinden op de betreffende percelen aan de Zwanensteeg door de realisatie van hogere bebouwing tot 12 meter. Er is een zonnestudie ingediend door initiatiefnemer. In het rapport van 28 augustus 2025 (rapport Zonnestudie, rapportage zonnestudie.nl, complex Laaresstraat 27 Enschede projectnummer 2025497, 28 augustus 2025) is het effect van het nieuwbouwplan op omliggende percelen beschouwd. Het rapport is als bijlage bijgevoegd. Het gaat om een vergelijking van de bezonning in de huidige situatie en de nieuwe situatie voor verschillende percelen aan de Zwanensteeg (nummer 2 tot en met 16), Leliestraat (nummer 2) en Minkmaatstraat 32 tot en met 50. De conclusies zijn opgenomen in het rapport. Samengevat is de conclusie dat de bezonning op de onderzochte adressen in alle gevallen meer dan 2 uur bedraagt, waardoor wordt voldaan aan de ‘lichte’ TNO-norm. Vanuit bezonning zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van het plan.

Daglichttoetreding omliggende woningen De bestaande omliggende woningen voldoen, ongeacht de bouw van het nieuwe appartementengebouw, aan de daglichttoetredingseisen zoals bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Randvoorwaarden bij een daglichtberekening volgens het Bbl zijn dat het daglicht alleen kan worden belemmerd door bouwwerken op het eigen perceel.

Hoofdstuk 5 Eindconclusie Met deze motivering wordt aangetoond dat deze BOPA in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de geldende beleids- en toetsingskaders van Rijk, provincie, waterschap en gemeente geen belemmeringen vormen voor de uitvoerbaarheid van de activiteit(en). Daarmee bestaat er geen belemmering voor uitvoering van het plan.

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

34

Bijlagen bij motivering 1. Cultuurhistorische quickscan en waardenstelling, Belfort ‘Laaresstraat 27 in Enschede, cultuurhistorische quickscan en waardestelling’, d.d. 1 december 2022 2. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek (Bodemportaal, project BO223LA03, 31 oktober 2023). 3. Aanvullend bodemonderzoek (Bodemportaal, briefrapportage BO223LA03b, 29 juli 2024). 4. Waterplan (d.d. 26 november 2024, versie 5). 5. Aeriusberekening, Aeriusberekening Laaresstraat, Enschede (BJZ, 2 april 2025, versie 2)) 6. Ecologische quick scan, natuuronderzoek Laaresstraat 27, project 205864, versie 1 d.d. 18 oktober 2024) 7. Zonnestudie, rapportage zonnestudie.nl complex Laaresstraat 27 Enschede projectnummer 2025497, 28 augustus 2025

Omgevingsvergunning Laaresstraat 27 (ontwerp)

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=dad06179-be48-47fc-8c9b-5d4f32337e6d