CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering BOPA permanente locatie d.d. 11 november 2025

Raadsvergadering 8 december 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor het realiseren van een modelvliegtuiglocatie met een schuilplek (t.b.v. TRMC) op het perceel Badweg tegenover nummer 55 te Enschede12.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 23

Afbeelding 4.1: ligging NNN, de NNN is de bruine kleur met zwarte randen (bron: pdok.nl) Op basis van voorgaande voldoet deze BOPA aan de instructieregels van de provincie voor omgevingsplannen in hoofdstuk 4 van de provinciale omgevingsverordening Overijssel 2024 (Afdeling 4.7: Landschap en Natuur). Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de BOPA.

3.4.9 Beschermde planten- en diersoorten Deze BOPA maakt het mogelijk om de projectlocatie te (blijven) gebruiken voor de activiteiten van de modelvliegtuigclub. Om te bepalen of de gewenste ontwikkeling effect heeft op beschermde soorten is Natuurbank Overijssel eerder, ten tijde van de eerdere aanvraag omgevingsvergunning, gevraagd onderzoek uit te voeren. Conclusie uit de rapportage “Effectenbeoordeling benutten terrein voor verenigingsactiviteiten De Twentse Radio Modelvlieg Club aan de Badweg (ongenummerd) te Enschede in het kader van soort- en gebiedsbescherming” d.d. 20-4-2022, nr. 3984) is dat de aangevraagde activiteiten geen wezenlijk negatieve of verstorende effecten hebben op mogelijk aanwezige vaste verblijf- en voortplantingsplaatsen of anderszins essentieel functioneel leefgebied van beschermde planten- en diersoorten. Het (opnieuw) uitvoeren van nader soortgericht onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit natuur is niet noodzakelijk.

3.4.10 Activiteiten en milieuzonering Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid en andere activiteiten die hinder kunnen veroorzaken, kan gebruik gemaakt worden van de 'VNG handreiking activiteiten en milieuzonering', zoals gepubliceerd in oktober 2024. Hiermee kan worden gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op een locatie en/of dat nabijgelegen bedrijven niet beperkt worden door deze ontwikkeling.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 24

Hinder en hulpmiddel handreiking De handreiking gaat niet (meer) uit van vaste richtafstanden, maar van daadwerkelijke hinder ten aanzien van alleen de aspecten geluid en geur. Wel bevat de notitie een hulpmiddel voor het inschatten of een activiteit past binnen de 'milieugebruiksruimte' voor geur en geluid. Er is een indicatieve lijst gemaakt met 'posities', oplopend van lichte activiteiten die in principe geschikt zijn voor functiemenging ('FM') tot zware activiteiten die in principe op een industrieterrein horen ('IT'). Daar tussenin liggen 'posities 1, 2, 3 en 4. Activiteiten met positie 1 kunnen potentie hebben voor functiemenging. Ook dat is aangegeven in de lijst. De lijst is nadrukkelijk indicatief. Met een geluid- of geuronderzoek kan de daadwerkelijke hinder/inpasbaarheid nauwkeuriger bepaald worden. Daarnaast moet uiteraard ook nog rekening gehouden worden met bestaande situaties van percelen in de omgeving waar op basis van een nog geldend bestemmingsplan (tijdelijk deel omgevingsplan) bijvoorbeeld bepaalde bedrijvigheid mogelijk is op basis van een milieucategorie. Twee typen woongebied De handreiking maakt onderscheid in twee typen woongebied waartussen onderscheid gemaakt kan worden in de mate van bescherming tegen hinder van geluid en geur: 'Rustig woongebied': Dit is een gebruikelijke woonwijk/-buurt. Hier staat een prettig, rustig woongenot als doel centraal.

Incidenteel komen ook niet-woonactiviteiten voor, zoals een buurtsuper en een school. Maar deze zijn beperkt in aantal, passen zich aan naar de rustige woonomgeving en veroorzaken doorgaans geen wezenlijke hinder voor de omwonenden. Verder gaat het vooral om beroepen en bedrijven aan huis. 'Gemengd gebied met wonen': Hier is een menging van milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten aanwezig of beoogd. Wonen (of ander milieugevoelig gebruik) is toegelaten, samen met activiteiten die geschikt zijn om te mengen met wonen, zoals detailhandel, horeca, onderwijs, zorg, dienstverlening, cultuur en lichte bedrijvigheid. Het zijn vaak levendige gebieden, zoals een centrumgebied met horeca en detailhandel op de begane grond en woningen op de verdiepingen. Andere voorbeelden die hieronder kunnen vallen: • Randen van gebieden die “verkleuren” van winkelgebied naar vooral woongebied. • Een voormalig bedrijventerrein zijn, dat tot gemengd woon-werkgebied is of wordt getransformeerd. • Lintbebouwing in het buitengebied met een menging van wonen met agrarische en andere bedrijvigheid. • Woongebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. Hoe gemeenten hier precies mee omgaan komt voort uit eigen beleid. Gemeente Enschede is bezig met een actualisatie van het geluidbeleid.

Voor het bepalen van de aanvaardbaarheid van mogelijke hinder sluiten wij aan bij de gedachte dat in een gemengd gebied gemiddeld minder streng wordt omgegaan met (lichte) effecten van geluid en geur dan in een rustig woongebied. Voor een gemengd gebied geldt in de basis de standaardwaarde van 50 dB(A) op gevels van gevoelige functies uit het Bkl (art. 5.65). Voor een rustig woongebied raadt de handreiking 45 dB(A) aan. Voor geur wordt geen onderscheid gemaakt tussen een rustig woongebied en een gemengd gebied. Milieuzonering en deze BOPA In de eerdere ruimtelijke onderbouwing (onderdeel uitmakend van vergunning met kenmerk V-2023-2947) is reeds ingegaan op aspect bedrijven/activiteiten en milieuzonering. Hierin is beschreven dat voor een modelvliegtuigveld in de Handreiking bedrijven en milieuzonering 2007 een richtafstand wordt aangehouden van 300 meter. Dichterbij de woonpercelen zijn loonwerkbedrijven gevestigd. Deze kennen een richtafstand van 30 meter ten opzichte van de omgeving/gevoelige functies. De projectlocatie ligt in het buitengebied nabij het Rutbekerveld. De meest dichtbijgelegen gevoelige functies ((bedrijfs)woningen) zijn gelegen aan de Badweg 55, Rutbekerveldweg 50 en Baltinkweg 60. Bij een modelvliegtuiglocatie wordt in verband met de vlieghoogte en landing gemeten vanuit het centrum van het vlieggebied.

De afstand tot het centrum van dit vlieggebied vanaf Badweg 55 is 370 meter, vanaf Rutbekerveldweg 50 410 meter en vanaf Baltinkweg 60 bedraagt deze afstand 380 meter. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie ook paragraaf geluid), waaruit blijkt dat de activiteiten van de modelvliegclub voldoen aan de geluidnormen ter plaatse van de gevoelige functies/woningen. Dit geldt voor het langtijdgemiddeld niveau, evenals voor de maximale geluidsniveaus. Door de beoogde activiteiten zal dan ook op de nabijgelegen gevoelige functies/woningen geen onaanvaardbare geluidshinder worden veroorzaakt. Voor het aspect ‘geur’ wordt in de indicatieve lijst van de Handreiking activiteiten en milieuzonering met betrekking tot de activiteit ‘modelvliegtuigvelden’ aangegeven dat deze in principe geschikt zijn voor functiemenging ('FM'). Vanuit de activiteit ‘modelvliegtuigvelden’ komen geen relevante geuremissies vrij. Gelet op de activiteiten en de afstanden tussen de projectlocatie en de nabijgelegen woningen zal geen onaanvaardbare geurhinder worden veroorzaakt door de beoogde activiteiten op deze woningen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'activiteiten en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 25

3.4.11 Luchtkwaliteit Per 1 januari 2024 zijn de regels en normen voor luchtkwaliteit te vinden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (bkl). Voorwaarde voor nieuwe ruimtelijke plannen zijn: • Geen overschrijding van omgevingswaarden, of • Verslechtering luchtkwaliteit is ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Het toetsen van de luchtkwaliteit van een ruimtelijk plan hoeft alleen binnen de zogeheten aandachtsgebieden uit het bkl. De gemeente Enschede valt buiten deze aandachtsgebieden. Een uitzondering op deze aandachtsgebieden zijn: • Auto(snel)wegen en tunnels langer dan 100 meter. • Omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten. Deze BOPA heeft geen betrekking op deze uitzonderingen. Een modelvliegtuiglocatie valt niet onder de standaard categorieën uit het Bkl. Gezien de categorieen die wel onder de standaardcategorieën vallen, kan worden geconcludeerd dat ook de activiteiten van een modelvliegtuigclub als NIBM kunnen worden aangemerkt. Volledigheidshalve is hieronder een berekening weergegeven.

Afbeelding 4.2: nibm-tool (iplo.nl) Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechterd en ruim onder de grenswaarden blijft. Daarmee vormt de luchtkwaliteit ook geen belemmering als in 2030 de luchtkwaliteitsnormen worden aangescherpt. Conclusie Het plan draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze BOPA voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor deze BOPA.

3.4.12 Geluidhinder Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van een BOPA die deze activiteiten toelaat, moet aan twee eisen voldoen: houd rekening met geluid; voorziet in aanvaardbaar geluid. Volgens de bij het Gebiedsgerichte geluidbeleid behorende gebiedstypenkaart zijn de locatie waar de activiteiten van TRMC plaatsvinden, en het invloedsgebied ervan, gelegen in het gebiedstype “Buitengebied”. De richtwaarde voor dit gebiedstype bedraagt 45 dB(A) in de dagperiode, 40 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode.

De richtwaarde geldt ter plaatse van geluidsgevoelige objecten of op een afstand van 50

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 26

meter van de grens van de locatie indien binnen die afstand geen sprake is van geluidsgevoelige objecten. De grens van het bedrijf is bij TRMC niet goed definieerbaar omdat het hier naast grondgebonden activiteiten ook om activiteiten in de lucht gaat. Daarom is ervoor gekozen om alleen te toetsen op geluidsgevoelige bestemmingen. Bij voorliggend project is er een onderzoek uitgevoerd door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, afdeling modelvliegsport. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in het rapport ‘Akoestisch rapport ten behoeve van de voorbereiding van een vergunningaanvraag voor het modelvliegterrein van de Twentse Radio Modelvliegclub TRMC gelegen aan de Badweg nabij de N18’ d.d. 15 mei 2020. Met dit rapport wordt aangetoond dat met goed uitvoerbare en controleerbare maatregelen en voorwaarden modelvliegen op het beoogde terrein de aangegeven geluidsnormen niet overschreden zullen worden. Dit geldt zowel voor de langtijdgemiddelde norm als voor de maximale geluidniveaus. Door de Omgevingsdienst Twente zijn controlemetingen uitgevoerd naar aanleiding van klachten van omwonenden over de modelvliegtuigen van TRMC. De resultaten daarvan zijn vastgelegd in het adviesdocument ‘Bronmetingen model luchtvaartuigen TRMC, weiland tegenover Badweg 55 in Enschede.’ d.d. 3 september 2025.

Uit dit rapport blijkt dat de activiteiten van TRMC voldoen aan de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek van 15 mei 2020 en aan het maatwerkvoorschrift van 5 oktober 2021. Op basis van het akoestisch onderzoek en de controlemetingen kan worden geconcludeerd dat het door de modelvliegtuigen geproduceerde geluid geen belemmering oplevert om een omgevingsvergunning te verlenen. Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De BOPA voldoet aan de instructieregels in de paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.2a van het Bkl.

3.4.13 Externe veiligheid Externe Veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Het betreft onder andere regels over het plaatsgebonden, risico, aandachtsgebieden, belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Tot slot bevat paragraaf 4.10.4 van de provinciale omgevingsverordening ook instructieregels ten aanzien van externe veiligheid. Deze gaan onder andere over het provinciaal routenetwerk voor transport van gevaarlijke stoffen. Hierna gaan wij in op de diverse risicovolle activiteiten in relatie tot deze BOPA. Stationaire risicovolle activiteiten In de gemeente Enschede liggen bedrijven waar risicovolle stationaire activiteiten plaatsvinden, zoals opslag van (verpakte) gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit kunnen er levensbedreigende effecten ontstaan, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Veel van deze activiteiten kennen daarom aandachtsgebieden waarbinnen we rekening houden met de bescherming van mensen tegen deze effecten. Voor sommige activiteiten moeten de aandachtsgebieden per geval worden berekend. Voor andere activiteiten staan er vaste afstanden in bijlage VII tot en met X van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals voor LPG-tankstations en propaantanks. Voor deze BOPA zijn stationaire activiteiten niet relevant. Er liggen namelijk geen risicobronnen nabij de projectlocatie.

Daarnaast is er geen sprake van de toevoeging van een (beperkt) kwetsbaar gebouw of (beperkt) kwetsbare locatie zoals opgenomen in het Bkl. De BOPA voldoet daarmee ook aan de instructieregels van het Rijk. Ook voldoet de BOPA aan de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening. Zoals gezegd wordt er met deze BOPA geen (beperkt) kwetsbare bebouwing of locatie toegevoegd en daarnaast ligt de locatie ook niet in het effectgebied van incidenten met brand of explosies.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 27

Transportactiviteiten door buisleidingen In de gemeente Enschede bevinden zich meerdere hogedruk aardgasleidingen. De hogedruk aardgasleidingen liggen in de bodem en zijn daardoor in de basis goed beschermd. Door bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden kan er een breuk ontstaan. Het aardgas stroomt dan onder hoge druk uit de leiding. Het brandbare gas zal waarschijnlijk ontsteken, waardoor een fakkelbrand optreedt met een hoge hittestraling. Omdat een fakkelbrand het enige denkbare scenario is, hebben alle hogedruk aardgasleidingen een brandaandachtsgebied, maar geen explosie- en gifwolkaandachtsgebied. Het Rijk regelt in het Bkl de reservering van gebieden voor de eventuele aanleg van nieuwe buisleidingen van nationaal belang. Binnen de reserveringsgebieden worden geen nieuwe activiteiten toegelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van deze buisleiding. In de gemeente Enschede ligt in het zuidwesten een reserveringsgebied (zie bijlage III van de Omgevingsregeling). Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) het wettelijk kader. Binnen het projectgebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bkl van toepassing is. Wel loopt het tracé van de buisleidingenstrook uit artikel 2.32 en bijlage III van de Omgevingsregeling op 200 meter van het plangebied.

Het betreft een reserveringsstrook. Het is nog niet bekend waar en wat voor leidingen hierin aangelegd zullen worden. Omdat de stof(fen), de condities en het aantal leidingen niet bekend zijn kan er geen onderzoek naar veiligheidsaspecten van de reserveringsstrook gedaan worden. Dat betekent dat als de leidingen aangelegd en in gebruik worden genomen er onderzoek gedaan moet worden naar de veiligheidsaspecten. Er zal aan de wettelijke regels moeten worden voldaan (Besluit kwaliteit leefomgeving § 5.1.6.3.). Zo nodig zullen er op kosten van de leidingeigenaar maatregelen getroffen moeten worden. De strook is derhalve geen belemmering voor onderhavig plan.

Afbeelding 4.3 ligging projectlocatie in relatie tot reserveringsstrook buisleiding (www.regelsopdekaart.nl) Transportactiviteiten over de weg Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg kan in een gemeente plaatsvinden over rijkswegen (basisnetroutes), provinciale en gemeentelijke wegen. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen variërend van klein verpakkingen tot bulktanks. Afhankelijk van de frequentie, de aard en het verpakkingsvolume van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan het risico van een wegvak op het gebied van externe veiligheid worden bepaald. Door de gemeente Enschede loopt de rijksweg A1, A35 en N18 (basisnetroutes). Er is bij alle drie de wegen sprake van een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter. Binnen het projectgebied is geen weg aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. In de directe nabijheid, op ca. 200 meter, is de (nieuwe) N18 gelegen. Een weg die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. In het kader van de MER van deze ontwikkeling is een risicoanalyse gemaakt waaruit blijkt dat er op dit deel van het tracé geen PRcontour, geen plasbrandaandachtsgebied en geen (significant) groepsrisico (< 0,1 keer de oriëntatiewaarde) heerst.

Het plangebied ligt net buiten de onderzoekszone voor het groepsrisico. Het Basisnet Weg is derhalve geen belemmering voor onderhavig plan. In paragraaf 4.10.4 van de provinciale omgevingsverordening staan instructieregels ten aanzien van ontwikkelingen ten opzichte van externe veiligheid. Daar voldoet deze BOPA aan. Transportactiviteiten over het spoor Binnen het projectgebied of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 28

aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Transportactiviteiten over het water Binnen het projectgebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water.

3.4.14 Overige fysieke veiligheid Ten aanzien van bereikbaarheid geldt dat de planlocatie wordt ontsloten via de Badweg/Baltinkweg. Dit is een doorgaande weg waarmee de planlocatie aangesloten is op het regionale wegennet. Hulpdiensten kunnen goed ter plaatse komen.

3.4.15 Sociale veiligheid en gezondheid De komst van de Omgevingswet biedt een kans om in de fysieke leefomgeving de verbinding te maken tussen de thema’s fysieke veiligheid, sociale veiligheid en gezondheid. De inrichting van de fysieke leefomgeving heeft daar veel invloed op. Voor zover relevant komen bovenstaande onderwerpen in deze paragraaf aan bod. Op een aantal onderdelen is er ook een grote overlap met andere omgevingsaspecten en verwijzen wij naar de specifieke paragrafen over die aspecten, zoals verkeersveiligheid, klimaat (hittestress), geluid, luchtkwaliteit en geur.

3.4.16 Sociale veiligheid De komst van de Omgevingswet biedt een kans om in de fysieke leefomgeving de verbinding te maken tussen de thema’s fysieke veiligheid, sociale veiligheid en gezondheid. De inrichting van de fysieke leefomgeving heeft daar veel invloed op. Ten aanzien van sociale veiligheid gaat het bijvoorbeeld om criminaliteit, ondermijning, overlast, terrorisme/radicaliseren. In het kader van deze BOPA spelen deze aspecten geen rol en is een nadere beschouwing daarop niet vereist.

3.4.17 Gezondheid De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het omgevingsplan. Gezondheid en deze BOPA Een gezonde leefomgeving wordt beïnvloed door zowel fysieke als sociale factoren, die onderverdeeld kunnen worden in gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. Gezondheidsbescherming Voor de aspecten die vallen binnen gezondheidsbescherming zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd die in hoofdstuk 3 zijn getoetst. Hierbij valt te denken aan aspecten, zoals verkeersveiligheid, geluid, luchtkwaliteit en geur.

Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema's zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving. Gezondheidsbevordering In een gezonde leefomgeving is niet alleen sprake van gezondheidsbescherming, maar ook van gezondheidsbevordering. Dit betekent dat de omgeving uitnodigt tot gezond gedrag met invloed op zowel de fysieke als de mentale gezondheid. De volgende aspecten dragen bij aan onder andere ontspanning, beweging en ontmoeting. Bevorderen van de gezondheid sluit aan bij de Handreiking 'Gezonde leefomgeving in het omgevingsplan' uit mei 2021 van de GGD. - ontspannen Groen en water in de leefomgeving hebben een positief effect op de gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Het projectgebied ligt in een groene omgeving. Het kunnen uitoefenen van de recreatieve functie en hobby (uitoefenen van activiteiten met betrekking tot modelvliegtuigen) draagt bij aan ontspanning van mensen en daarmee aan een gezonde leefstijl. - bewegen

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 29

Hiervoor is de laag beweegvriendelijkheid benadert van de website Atlas Leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl). Stedelijke gemeenten scoren hoger dan overige gemeenten in de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving. Dit komt vooral doordat ze hoger scoren op de nabijheid van voorzieningen, de aanwezigheid van sport- en speelplekken en de aanwezigheid van sportaccommodaties. Daar staat tegenover dat de niet-stedelijke gemeenten hoog scoren op de aanwezigheid van recreatief groen en blauw. Het plangebied ligt buiten de stedelijke omgeving en scoort laag op aanwezigheid van voorzieningen, maar hoog op recreatief groen en blauw. Daarbij wordt aangetekend dat de activiteiten van de modelvliegtuigclub bijdragen aan beweging buitenshuis. - ontmoeten Een sociaal duurzame leefomgeving is een aantrekkelijke leefomgeving die inclusief en toegankelijk is en waar de mogelijkheid wordt geboden om te ontmoeten. De activiteiten van de modelvliegtuigclub dragen bij aan ontmoeting van mensen en daarmee ook aan sociale controle en sociale veiligheid. Conclusie Tot slot is in voorgaande paragrafen onderzocht welke effecten het planvoornemen ondervindt van aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving, zoals geluid, geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema’s zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving.

Bij de planvorming is rekening gehouden met het belang van bescherming van de gezondheid. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project/de BOPA.

3.4.18 Milieueffectrapportage Bij een BOPA moet beoordeeld worden of er eventueel een milieueffectrapportage (mer), een mer-beoordeling of geen van deze twee nodig is. In hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit en de bijbehorende Bijlage V is geregeld voor welke ontwikkelingen en besluiten een mer-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden. Daarnaast geeft artikel 16.36 lid 4 van de Omgevingswet aan dat een planmer-beoordeling nodig is als een plan een kader vormt voor een project met mogelijk aanzienlijke milieueffecten, maar dat project niet in Bijlage V van het Omgevingsbesluit staat. Tot slot kan een planmer of planmer-beoordeling aan de orde zijn als een passende beoordeling (i.v.m. mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden) moet worden gemaakt voor een plan (artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet). M.e.r. en deze BOPA De BOPA maakt de activiteiten van de modelvliegtuigclub mogelijk. Dit is geen activiteit die is genoemd of bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit of in artikel 16.36 lid 4 van de Omgevingswet. Ook is er geen passende beoordeling nodig voor dit plan. Er is geen mer of mer-beoordeling nodig voor deze BOPA.

Hoofdstuk 4 Conclusie Met hetgeen in deze onderbouwing staat beschreven tonen wij aan dat het initiatief voor de modelvliegtuiglocatie aan de Badweg (tegenover nummer 55) voldoet aan de geldende beleids- en toetsingskaders van Rijk, provincie, waterschap en gemeente. Vanuit het oogpunt van milieu, gezondheid en sociale veiligheid, etc. bestaan geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. Het initiatief is in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Er kan een omgevingsvergunning verleend worden op grond van artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 30

Bijlagen bij motivering 1.

2. 3.

Akoestisch onderzoek (Akoestisch rapport ten behoeve van de voorbereiding van een vergunningaanvraag voor het modelvliegterrein van de Twentse Radio Modelvliegclub TRMC gelegen aan de Badweg nabij de N18) d.d. 15 mei 2020. Aeriusberekening, Natuurbank Overijssel ‘stikstofberekening gebruiks- en ontwikkelfase Badweg ongenummerd Enschede’ d.d. 13 oktober 2025, project 8007, versie 1.0.’ 8007A_Briefnotitie_Badweg ong. Enschede, Natuurbank Overijssel d.d. 11 november 2025.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=347c564f-da03-4396-82f6-4ab2bf1dcf99