CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering BOPA permanente locatie d.d. 11 november 2025

Raadsvergadering 8 december 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor het realiseren van een modelvliegtuiglocatie met een schuilplek (t.b.v. TRMC) op het perceel Badweg tegenover nummer 55 te Enschede12.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Motivering omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

TRMC-modelvliegtuiglocatie (Badweg, tegenover nr. 55)

Datum: november 2025

Inhoud HOOFDSTUK 1 INLEIDING EN PROJECTBESCHRIJVING ............................................................. 4 1.1 Aanleiding en locatie omgevingsvergunning ..............................................................................................4 1.2 Projectbeschrijving.....................................................................................................................................6 1.3 Geldende juridische regelingen ................................................................................................................ 10 1.4 Afwijken van het omgevingsplan met een BOPA ......................................................................................... 11 1.5 Conclusie.................................................................................................................................................. 11

HOOFDSTUK 2 PARTICIPATIE, PROCEDURE EN KOSTENVERHAAL ........................................... 12 2.1 Participatie............................................................................................................................................... 12 2.2 Procedure BOPA ....................................................................................................................................... 12 2.3 Kostenverhaal .......................................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 3 UITVOERBAARHEIDSTOETS ........................................................................... 14 3.1 Toetsing aan de instructieregels van het Rijk ............................................................................................ 14 3.2 Toetsing aan de instructieregels van de provincie Overijssel .................................................................... 14 3.3 Toetsing aan gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 15 3.3.1 Omgevingsvisie .................................................................................................................................. 16 3.3.2 Energievisie ....................................................................................................................................... 17 3.3.3 Visie Landelijk gebied ......................................................................................................................... 17 3.3.4 Gids Buitenkans ................................................................................................................................. 18 3.4 Omgevingsaspecten ................................................................................................................................

19 3.4.1 Welstand, beeldkwaliteit en landschappelijke waarden ...................................................................... 19 3.4.2 Cultuurhistorische waarden .............................................................................................................. 20 3.4.3 Archeologische waarden.................................................................................................................... 20 3.4.4 Verkeer ............................................................................................................................................. 20 3.4.5 Bodem- en grondwaterkwaliteit ........................................................................................................ 21 3.4.6 Waterhuishouding en klimaatadaptatie ............................................................................................ 21 3.4.7 Natura 2000-gebieden....................................................................................................................... 23 3.4.8 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ...................................................................................................... 23 3.4.9 Beschermde planten- en diersoorten .................................................................................................

24 3.4.10 Activiteiten en milieuzonering ......................................................................................................... 24 3.4.11 Luchtkwaliteit.................................................................................................................................. 26 3.4.12 Geluidhinder ................................................................................................................................... 26 3.4.13 Externe veiligheid ............................................................................................................................ 27

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 2

3.4.14 Overige fysieke veiligheid ................................................................................................................ 29 3.4.15 Sociale veiligheid en gezondheid...................................................................................................... 29 3.4.16 Sociale veiligheid ............................................................................................................................. 29 3.4.17 Gezondheid ..................................................................................................................................... 29 3.4.18 Milieueffectrapportage .................................................................................................................... 30

HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE................................................................................................... 30

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 3

Hoofdstuk 1 Inleiding en projectbeschrijving 1.1 Aanleiding en locatie omgevingsvergunning Er is een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ingediend (ook wel ‘BOPA’). Deze BOPA heeft betrekking op het realiseren van een modelvliegtuiglocatie met schuilplek op een locatie aan de Badweg, tegenover nummer 55. Het gebruik van de locatie voor een modelvliegtuigclub past niet binnen het geldende omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied Noordwest). Aanleiding aanvraag Door de komst van het luchthavenbesluit voor Vliegveld Twente in 2014 was de huisvesting van de Twentse Radio Modelvliegtuig Club (TRMC) op het vliegveld niet langer meer mogelijk. Het vliegen met modelvliegtuigen werd hiermee wettelijk beperkt binnen een straal van 3 kilometer vanaf Vliegveld Twente. Daarna is de TRMC samen met gemeente Enschede en de Area Development Twente (een organisatie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van het vliegveld) op zoek gegaan naar een alternatieve locatie voor de activiteiten van de TRMC. Er zijn destijds verschillende locaties bekeken. Er is eerder medewerking verleend middels een tijdelijke omgevingsvergunning. Bij besluit van 13 juni 2022 is een vergunning verleend voor 2 jaar.

Door verschillende bezwaar- en beroepsprocedures en handhavingsverzoeken heeft TRMC tot september 2023 geen gebruik kunnen maken/gemaakt van de vergunning van 13 juni 2022. Daarnaast heeft slecht weer in de winter van 2023/2024 ervoor gezorgd dat het terrein tot het voorjaar van 2024 niet gebruikt kon worden. Daarom is een nieuwe vergunningaanvraag ingediend voor het verlengen van de tijdelijke omgevingsvergunning Op 13 juni 2024 is deze omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten van de modelvliegtuiglocatie en schuilplek met een instandhoudingstermijn tot 31 december 2025. Zonder de verlenging was het niet mogelijk geweest om daadwerkelijk gedurende 1 jaar te vliegen. Vanaf augustus 2024 zijn de eerste vluchten uitgevoerd. Op 17 mei 2025 heeft de officiële opening plaatsgevonden De termijn van deze vergunning loopt binnenkort af. Om voortzetting van het gebruik van de locatie van de modelvliegtuigclub voort te kunnen zetten, de voorzieningen zoals de parkeerplaats, toegangsweg en de schuilplek te behouden is een aanvraag omgevingsvergunning (zonder eindtermijn) ingediend. Locatie De locatie van de modelvliegtuigclub is gelegen in het buitengebied, ten westen van de Haaksbergerstraat en ten zuidoosten van Boekelo. Preciezer gezegd is de locatie gelegen aan de Badweg (tegenover nummer 55), nabij het Rutbekerveld en de N18.

In de afbeeldingen hieronder (1.1 en 1.2) is de ligging van de locatie weergegeven.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 4

Afbeelding 1.1: ligging projectgebied in omgeving (rood kruisje is de projectlocatie)

Afbeelding 1.2: begrenzing projectgebied

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 5

1.2 Projectbeschrijving De locatie is met gebruikmaking van de tijdelijke omgevingsvergunning(en) reeds ingericht en bebouwd ten behoeve van de modelvliegtuigclub. De toegangsweg, parkeerplaats en schuilplek zoals nu aanwezig blijven daarbij behouden. Dit geldt ook voor de landschapsmaatregelen die zijn uitgevoerd. Deze blijven ook in stand. Er worden geen extra gebruiks- en bouwmogelijkheden toegestaan met deze BOPA. Beschrijving landschap projectlocatie Het buitengebied van Boekelo nabij de Badweg bestaat uit een kampenlandschap. Het is een groene omgeving met weilanden, bomenrijen en natuur. Het projectgebied ligt in een wat groter open stuk tussen de houtwallen/bomenrijen. De N18 ligt aan de zuid/zuidoostzijde van het projectgebied. De enige bebouwing nabij het projectgebied zijn de percelen aan de Badweg 55 en Badweg 65. Aan de westzijde van het projectgebied ligt een onverhard fietspad welke een toeristische route vormt door het Twentse landschap. Daar langs ligt een volgroeide houtwal met eikenbomen en onderbegroeiing. Afbeelding 1.3 geeft een impressie weer van de omgeving waarin het projectgebied ligt.

Afbeelding 1.3: impressie projectgebied

Afbeelding 1.4: zicht richting projectgebied vanaf kruising Badweg/Baltinkweg (met het begin van de toegangsweg en de houtwal met onderbegroeiing)

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 6

Afbeelding 1.5: Luchtfoto projectgebied april 2025 De aanvraag heeft betrekking op het gebruiken van de locatie voor de modelvliegtuigclub, met de daarbij behorende voorzieningen zoals een toegangsweg, parkeergelegenheid en schuilplek. In het kader van de eerder tijdelijke verleende vergunningen zijn deze al gerealiseerd. Een deel van de inrichtingstekening van het perceel (maakt onderdeel uit van de aanvraag) is hieronder weergegeven.

Afbeelding 1.6: gedeelte inrichtingstekening modelvliegtuiglocatie

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 7

Vanaf de lus aan de Badweg is de toegangsweg richting de modelvliegtuiglocatie aangelegd. Deze ontsluiting loopt parallel aan de bomenrij/houtwal. Aan het einde van deze toegangsweg is de parkeergelegenheid met 20 parkeerplaatsen gelegen. In de afbeelding 1.7 en 1.8 zijn de toegangsweg en parkeergelegenheid te zien. Deze bestaan uit een waterdoorlatende halfverharding vermengd met aarde en graszaden (menggranulaat).

Afbeelding 1.7: toegangsweg (bron: aanvrager)

Afbeelding 1.8 :Parkeerplaats (bron: aanvrager) Schuilgelegenheid De schuilplek bestaat uit houten kolommen en sandwichpanelen en heeft een hoogte van circa 4,5 meter. Het gebouw heeft de uitstraling van een Twentse kapschuur. In het gebouw worden een zeecontainer (voor opslag) en bouwunit (in het kader van het beheer en onderhoud van het veld) geplaatst. Tevens wordt een mobiel toilet geplaatst in het gebouw. De vrije ruimte in het gebouw wordt gebruikt als schuilplek. In de afbeeldingen hieronder zijn de aanzichten en de plattegrond van het gebouw weergegeven.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 8

Afbeelding 1.9: aanzichten gebouw

Afbeelding 1.10: plattegrond gebouw

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 9

Landschapsmaatregelen Er zijn reeds verschillende landschapsmaatregelen genomen in het kader van het project. Een talud nabij de Badweg en Baltinkweg is aangeplant met inheemse meidoorn, waardoor het inschijnen van de autoverlichting tegen wordt gegaan. Rondom de parkeerplaats en schuilgelegenheid zijn inmiddels inheemse struiken en insectvriendelijk groen aangeplant met als doel om de auto’s en de schuilgelegenheid uit het zicht te onttrekken en op te laten gaan in het landschap. Deze maatregelen zijn ook opgenomen op de tekeningen behorende bij de aanvraag.

1.3 Geldende juridische regelingen Voor het projectgebied gelden de volgende bestemmingsplannen (deze maken sinds 1 januari 2024 deel uit van het tijdelijk deel omgevingsplan van de gemeente Enschede): - Buitengebied Noordwest (vastgesteld op 9 november 2015); - Parkeren Enschede (vastgesteld op 11 maart 2019) - Buitengebied – zonnepanelen (vastgesteld op 2 juli 2018) - Cultuurhistorie (vastgesteld op 6 februari 2017); - Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid, vastgesteld 18 november 2014) De drie laatstgenoemde bestemmingsplannen (‘paraplu-bestemmingsplannen’) kennen geen relevante aanduidingen/inhoud in relatie tot het voornemen van TRMC. Bestemmingsplan ‘Buitengebied Noordwest’ Het projectgebied heeft binnen dit bestemmingsplan de bestemmingen “Agrarisch” en “Agrarisch met waarden” (de iets donkerder groene kleur) zonder agrarisch bouwperceel. Zie afbeelding 1.10 hieronder. Ter plaatse van het rode kruisje is de schuilplek gerealiseerd.

Afbeelding 1.11: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Noordwest (www.regelsopdekaart.nl) Samengevat geven de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’ het volgende aan in de bestemmingsomschrijving: deze gronden zijn aangewezen gronden zijn bestemd voor het weiden van vee en de exploitatie van een grondgebonden agrarisch bedrijf, alsmede het behoud van landschapselementen. Tevens zijn deze gronden (als dan niet ondergeschikt) bestemd voor het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden, agrarisch natuurbeheer, extensieve recreatie.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 10

Activiteit aanleggen De agrarische bestemmingen kennen een aanlegvergunningenstelsel (omgevingsvergunning voor de activiteit aanleggen van een werk geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden). Voor bepaalde activiteiten zoals het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen buiten een bouwvlak en met een oppervlakte van meer dan 50 m2 is een omgevingsvergunning nodig. Bestemmingsplan ‘Parkeren Enschede’ Dit bestemmingsplan geeft aan dat een omgevingsvergunning voor onder andere het wijzigen van het gebruik van een gebouw of onbebouwd terrein alleen verleend wordt als bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat op eigen terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor parkeren/stallen (auto's en fietsen; incl. invaliden) en laden en lossen. In het bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan afgeweken kan worden als aantoonbaar op andere wijze wordt voorzien in ruimte voor het parkeren en laden en lossen.

1.4 Afwijken van het omgevingsplan met een BOPA Het gebruik van de locatie als locatie voor de modelvliegtuigclub, de realisatie van een schuilplek en parkeerplaatsen waarvoor de vergunning is aangevraagd is in strijd met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Noordwest’ (omgevingsplan tijdelijk deel). Deze strijd is tijdelijk opgeheven door verlening van de tijdelijke omgevingsvergunning tot 31 december 2025. Na afloop van deze termijn is er echter weer sprake van strijd met het bestemmingsplan Buitengebied Noordwest als de bebouwing en voorzieningen dan nog aanwezig zijn/het gebruik van de modelvliegtuiglocatie nog plaatsvindt. Voor het opheffen van deze strijdigheden en het permanent mogelijk maken van de bebouwing, de aanleg van de voorzieningen en het gebruiken van de locatie voor de modelvliegtuigclub is een nieuwe, reguliere omgevingsvergunning nodig. Middels deze BOPA wordt toestemming verleend voor het bouwen en aanleggen van de verschillende voorzieningen (zoals parkeergelegenheid en toegangsweg) en het gebruiken van de projectlocatie voor de activiteiten van de modelvliegtuigclub. Deze BOPA is zonder instandhoudingstermijn. De onderliggende bestemmingen met daarbij behorende bouw- en gebruiksmogelijkheden vervallen door de verlening van deze BOPA niet.

1.5 Conclusie Met deze motivering is aangetoond dat deze omgevingsvergunning voor de BOPA in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de geldende beleids- en toetsingskaders van Rijk, provincie, waterschap en gemeente geen belemmeringen vormen voor de uitvoerbaarheid van de activiteiten.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 11

Hoofdstuk 2 Participatie, procedure en kostenverhaal 2.1 Participatie Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA moet de gemeente aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken door de initiatiefnemer en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij moet worden aangegeven op welke wijze het gemeentelijke participatiebeleid is toegepast. Gemeente Enschede heeft de 'Participatieverordening gemeente Enschede 2022' en de op basis daarvan opgestelde "handreiking participatie voor initiatieven Omgevingswet". De gemeenteraad van Enschede heeft de lijsten adviesrecht en participatieplicht Enschede 2022 vastgesteld. In deze lijst is opgenomen in welke gevallen advies van de raad verplicht is, evenals participatie. Het realiseren van een modelvliegtuiglocatie met schuilgelegenheid valt onder categorie 10 genoemd in de lijst. Participatie is onder meer gericht op het beeld brengen van de verschillende belangen in het kader van een ontwikkeling. Naar aanleiding van de tijdelijke omgevingsvergunning hebben verschillende bezwaar- en beroepsprocedures plaatsgevonden, en er zijn handhavingsverzoeken ingediend. Hierop is uitspraak gedaan, waaruit is gebleken dat de omgevingsvergunningen terecht en op goede gronden zijn verleend en er geen handhavingsgrond bestaat.

De verschillende belangen zijn in deze procedures al op tafel gekomen en beoordeeld. De initiatiefnemer heeft de omwonenden per brief van 9 oktober 2025 geïnformeerd over het indienen van de aanvraag voor de permanente omgevingsvergunning. Terugkoppeling/evaluatie met dorpsraad Boekelo Er zijn door de gemeenteraad nieuwe samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en dorps- en wijkraden vastgesteld. Deze afspraken zijn het resultaat van een coproductieproces tussen de gemeente en de buurtkringen, dorpsraden en wijkraden van Enschede. In 18 wijken in Enschede is een wijkorgaan actief die gesubsidieerd wordt door de gemeente. Er zijn 3 samenwerkingsniveaus vastgelegd. Voor alle wijkorganen geldt dat tijdig informeren over ontwikkelingen een uitgangspunt is. In de periode tussen 2017 en heden zijn diverse gesprekken met de Dorpsraad Boekelo gevoerd. De Dorpsraad heeft daarbij negatief over het plan geadviseerd. Ook zijn in het voortraject gesprekken gevoerd met de omwonenden. In april 2025 hebben wij het voornemen om een permanente omgevingsvergunning aan de TRMC te verlenen met de Dorpsraad Boekelo besproken. De Dorpsraad heeft aangegeven graag vooraf een evaluatierapport van de tijdelijke omgevingsvergunningen te ontvangen. Wij hebben het conceptevaluatierapport, op 30 oktober 2025 met de Dorpsraad besproken.

De Dorpsraad heeft een aantal vragen en opmerkingen ten aanzien van het evaluatierapport gemaakt. Deze worden in het rapport verwerkt. Uit de evaluatie blijkt dat de TRMC voldoet aan de uitgangspunten die in de evaluatie zijn opgenomen. Uit de evaluatie blijkt onder meer dat de TRMC de regels van het maatwerk milieu naleeft, evenals de afspraken met Airport Twente en de registratie van de vliegbewegingen.

2.2 Procedure BOPA Reguliere voorbereidingsprocedure Voor de ingediende aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op de modelvliegtuiglocatie tegenover Badweg nummer 55 is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Dat betekent dat burgemeester en wethouders binnen 8 weken na ontvangst van een volledige en ontvankelijke aanvraag moeten beslissen omtrent de vergunningverlening. Deze beslistermijn kan eenmaal met maximaal 6 weken worden verlengd. Bij overschrijding van de beslistermijn ontstaat geen vergunning van rechtswege. Rechtsbescherming De verleende omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure. Belanghebbenden kunnen als volgt bezwaar en beroep instellen: 1. Bezwaar maken tegen de verleende omgevingsvergunning bij burgemeester en wethouders; 2. Beroep instellen tegen de beslissing op bezwaar bij de Rechtbank; 3. Hoger beroep instellen tegen de uitspraak van de Rechtbank bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 12

2.3 Kostenverhaal De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden moet de gemeente kosten maken. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor de aanleg van openbare voorzieningen en het wijzigen van het omgevingsplan. De gemeente is verplicht om in bepaalde gevallen deze kosten te verhalen. Het sluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet gelukt is een overeenkomst af te sluiten, dan verhaalt de gemeente de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. Kostenverhaal en deze BOPA De beoogde ontwikkeling betreft geen bouwplan zoals bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit waarvoor kostenverhaal wettelijk verplicht is. De -reeds uitgevoerde- werkzaamheden in het kader van het project zijn bekostigd door de aanvrager. De Legesverordening is van toepassing ten aanzien van de kosten van de vergunningaanvraag/BOPA.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 13

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheidstoets 3.1 Toetsing aan de instructieregels van het Rijk In deze paragraaf wordt de aangevraagde omgevingsvergunning voor een BOPA getoetst aan beleid en regelgeving van het Rijk, zoals benoemd in de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl; afdelingen 5.1, 5.2 en 5.3). Die instructieregels zijn gesteld met het oog op een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL) in het omgevingsplan. Ook een BOPA moet hier aan voldoen, omdat dit een ‘afwijking’ van het omgevingsplan is die later verplicht opgenomen moet worden in het omgevingsplan. Deze motivering gaat alleen in op instructieregels die mogelijk relevant zijn voor deze omgevingsplanwijziging. Het gaat in deze paragraaf ook alleen om instructieregels voor onderwerpen die niet aan bod komen in paragraaf 3.5 (omgevingsaspecten). Hoogspanningsverbinding Artikel 5.159 van het Bkl (par 5.1.7) bevat instructieregels ten aanzien van het waarborgen van de functionaliteit van hoogspanningsverbindingen van 220 Kv en meer (vitale rijksinfrastructuur). De BOPA voldoet aan de instructieregels, aangezien de projectlocatie niet is gelegen nabij een dergelijke hoogspanningsverbinding. Conclusie Deze BOPA voldoet aan de instructieregels van het Rijk.

3.2 Toetsing aan de instructieregels van de provincie Overijssel In deze paragraaf wordt de BOPA getoetst aan beleid en regelgeving van de provincie Overijssel, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen (en BOPA) in hoofdstukken 4 en 7 van de provinciale omgevingsverordening Overijssel 2024.Het gaat alleen om de instructieregels die relevant zijn voor deze BOPA. Het gaat in deze paragraaf ook alleen om instructieregels voor onderwerpen die niet aan bod komen in paragraaf 3.5 (omgevingsaspecten). In paragraaf 3.4 wordt ingegaan op de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking (afdeling 4.2 van de omgevingsverordening). Ruimtelijke kwaliteit In afdeling 4.3 van de omgevingsverordening is opgenomen dat omgevingsplannen een onderbouwing moeten bevatten waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet het plan getoetst worden aan het 'uitvoeringsmodel' uit de Omgevingsvisie Overijssel. In het uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: • Generieke beleidskeuzes (of); • Ontwikkelingsperspectieven (waar); • Gebiedskenmerken (hoe). Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. Deze zijn normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

Het gaat hoofdzakelijk om de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Deze is vastgelegd in Afdeling 4.2 (artikelen 4.3 t/m 4.6) van de verordening. Het plan is hier niet mee in strijd en verder ingaan op de artikelen van deze afdeling is niet vereist (alleen toets aan artikel 4.6). Het project betreft geen stedelijke ontwikkeling. Daarnaast is de bebouwing die wordt toegevoegd ten behoeve van het project slechts beperkt (schuilhut circa 95 m2). Wat betreft gebiedsspecifieke beleidskeuzes geldt dat direct aan de westzijde van het projectgebied gronden liggen die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Deze gronden vallen buiten het projectgebied en de ontwikkeling heeft geen invloed daar op.

• • •

Toekomstbestendigheid (artikel 4.6) Een omgevingsplan/BOPA mag alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken als aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toets aan dit plan

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 14

Het plan voor de modelvliegtuiglocatie betreft een kleinschalige ontwikkeling die de behoefte van toekomstige generaties niet in het gevaar brengt. De functie draagt bij aan het welzijn van mensen (vrije tijd en hobby) en een toekomstbestendig buitengebied. Op de lange termijn heeft het project ook toegevoegde waarde. Onder andere draagt het bij aan kennisoverdracht en het enthousiast maken van mensen voor techniek. Afdeling 7.1 Luchthavenbesluit Twente Airport In afdeling 7.1 van de Omgevingsverordening van Overijssel zijn regels opgenomen ten aanzien van Luchthavenbesluit Twente Airport. Deze BOPA voldoet aan deze instructieregels, omdat wordt voldaan aan de regels zoals genoemd in afdeling 7.1. Overigens heeft het ILT (Inspectie Transport en Leefomgeving) bij besluit van 5 december 2024 een vergunning afgegeven voor het gebruik van het luchtruim tot 300 meter. Ontwikkelingsperspectief (waar) De planlocatie ligt binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.

Het gebruik van de planlocatie voor de TRMC is een recreatieve functie die past in dit ontwikkelingsperspectief waarbij verschillende functies in het buitengebied naast elkaar bestaan. De functie doet geen afbreuk aan de omgeving en de daar aanwezige functies. Gebiedskenmerken (hoe) In de motivering bij het plan wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken zijn beschreven in meerdere lagen. Uit navolgende blijkt dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken. ‘Laag van agrarisch cultuurlandschap’ De gebiedsaanduiding heeft de ambitie ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. Onderhavige BOPA heeft geen betrekking op een erf, maar op agrarische gronden. Het plan maakt een modelvliegtuiglocatie met slechts beperkte bebouwing in de vorm van een schuilplek mogelijk.

Er is rekening gehouden met de rechtlijnige structuren van het landschap. De kleuren en materialen van de schuilplek zijn daarbij onderdeel zijn van de landschappelijke jas. Er zijn stroken met inheemse planten en struiken aangelegd ten behoeve van de locatie, in verhouding tot het landschap. De projectlocatie en schuilplek gaan daardoor passend op in de omgeving. Ook bevat de omgevingsverordening het kader 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' (artikel 4.11). Gemeente Enschede heeft in lijn met dat kader de Visie landelijk gebied en de Gids Buitenkans opgesteld. Zoals in paragraaf 3.3 toegelicht past de BOPA in dit beleid. Daarmee voldoet de ontwikkeling ook aan de omgevingsverordening op dit punt. Conclusie Deze BOPA voldoet aan de instructieregels van de provincie.

3.3 Toetsing aan gemeentelijk beleid In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst aan gemeentelijk beleid dat relevant is voor deze BOPA. In paragraaf 3.5 (Omgevingsaspecten) komen, voor zover relevant voor deze wijziging, sectorale beleidsstukken aan bod, zoals het Water- en Klimaatadaptatieplan (WEK) en het archeologiebeleid.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 15

3.3.1 Omgevingsvisie In juli 2025 is de Omgevingvisie van de gemeente Enschede in werking getreden. De Omgevingswet (en daarmee de Omgevingsvisie) heeft als doel het bereiken van een balans. Een balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie is een lange termijnvisie die inzicht in en richting geeft aan de samenhang tussen alle aspecten die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Het begrip fysieke leefomgeving omvat alle elementen die de kwaliteit van de ruimte bepalen voor mens, plant en dier. Denk aan bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Er is ook een sociale leefomgeving. Denk aan hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar ontmoeten, de voorzieningen die er zijn in een buurt, de werkgelegenheid die er is, bereikbaarheid van voorzieningen en het veiligheidsgevoel van inwoners. En aan de organisaties die onze sociale leefomgeving ondersteunen. Bijvoorbeeld zorg- en welzijnsinstellingen, buurtcentra en andere voorzieningen die welzijn stimuleren en sociale contacten mogelijk maken.

Afbeelding 3.1: toekomstbeeld Enschede Toets De projectlocatie is gelegen in een gebied die in de Omgevingsvisie is aangemerkt als ‘Bossen en landgoederen’. Het landelijke gebied van de gemeente Enschede is gevarieerd en rijk aan natuur. Het gebied heeft houtwallen, houtsingels, bossen en beken. Allemaal voorbeelden van bouwstenen van het landschap. In het Natuur- en Landschapsplan noemen we deze bouwstenen de landschapselementen. Deze elementen bepalen in het buitengebied van Enschede het karakter van het landelijke gebied. En ze zijn van groot belang voor planten en dieren. De landschapselementen zijn belangrijke leefgebieden voor planten en dieren, en ze zorgen voor de verbinding tussen leefgebieden. Voor alle inwoners van Enschede is het buitengebied dichtbij en is voor velen een belangrijk gebied om in te verblijven en te recreëren. We zijn zuinig op onze unieke groene kwaliteiten, ons landelijk gebied en onze landgoederen. Typisch voor landgoederen is de mix van maatschappelijke, economische, agrarische, ecologische en recreatieve functies. Het vergroten van de biodiversiteit is belangrijk. Met het toestaan van de modelvliegtuiglocatie wordt een recreatieve functie mogelijk gemaakt. De groene kwaliteiten van het buitengebied blijven behouden.

in het kader van de eerdere verleende vergunningen zijn reeds een aantal landschapsmaatregelen genomen waardoor een goede inpassing in het landschap tot stand is gekomen. Tevens is de planlocatie gelegen in het landschapstype ‘veldontginning met een hoge waarde’. Landschapselementen in dit gebiedstype worden onderhouden en waar nodig hersteld. Ook nieuwe landschapselementen worden aangelegd. Jonge ontginningsgronden hoge waarde betekent dat strategie 'aanpassen' van toepassing is. Dit landschap vraagt om herstel en het weer herkenbaar maken van structuren en lijnen die het landschapstype versterken. Veldontginningen zijn met name heidegebieden die omgevormd zijn tot landbouwgrond. Je herkent ze aan rechte wegen. Langs die rechte wegen staan laanbomen of soms ook houtsingels. De veldontginningen bestaan uit grote rechthoekige agrarische percelen. Ook kun je hier bossen en bosjes aantreffen. Deze bossen zijn blokvormig met strakke randen. Er is maar weinig bebouwing in de veldontginning.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 16

De ruimtelijk impact van de ontwikkeling is gering. De enige bebouwing die wordt toegevoegd is een schuilplek, die op dit moment reeds aanwezig is. Daarnaast is een parkeerplaats en toegangsweg aangelegd. De toegangsweg ligt parallel aan de bomenrij. De inrichting van de locatie met schuilplek en parkeergelegenheid wordt aan het zicht onttrokken door aanplant van inheemse struiken waardoor het geheel ‘wegvalt’ tegen de achtergrond van de achterliggende bomen en struiken/het landschap. Gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling, de aanwezige kenmerken van het landschap en de landschapselementen die reeds aanwezig zijn en intact blijven is het plan in lijn met de Omgevingsvisie.

3.3.2 Energievisie De gemeente Enschede zet in op een duurzame ontwikkeling van de stad. Onder een duurzame ontwikkeling wordt in dit verband een ontwikkeling verstaan, waarbij in de behoeften van de huidige generatie wordt voorzien, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Bij een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van de stad onderscheiden we de volgende facetten van duurzaamheid: • Energie- en klimaatbeleid • Behoud van biodiversiteit. • Kwaliteit van bodem, water en lucht Er wordt door de modelvliegtuigclub alleen motorloos of met behulp van een geluidarme elektromotor gevlogen. Hierdoor wordt verspilling van energiegebruik tegengegaan en hoeven er voor het vliegen geen fossiele brandstoffen ingezet te worden. Het gebruik van de gronden ten behoeve van de modelvliegtuigclub gaat niet ten koste van de biodiversiteit of de andere aanwezige kwaliteiten. Door het gebruik van inheemse en insectenvriendelijke struiken levert het een een (kleine) bijdrage aan de biodiversiteit, die in verhouding is tot de grootte van de ontwikkeling. Daarnaast wordt opgemerkt dat er zonnepanelen op het gebouw worden geplaatst.

3.3.3 Visie Landelijk gebied In het landelijk gebied is veel groen, zoals bos en weilanden. In Enschede willen we deze groene omgeving zoveel mogelijk behouden. Er blijft nog wel ruimte voor plannen en ontwikkelingen, bijvoorbeeld recreatie en landbouw. In de nieuwe visie landelijk gebied is opgenomen dat een nieuw initiatief is toe te staan indien voldaan wordt aan de vier ontwikkelprincipes, de vier V’s: 1) de ontwikkeling leidt tot een versterking van de groenblauwe structuur, 2) uitgaat vanuit de kwaliteit van het landschap, 3) de band tussen stad en landelijk gebied versterkt en er 4) vernieuwing van de ruimtelijke, economische, sociale en bestuurlijke banden. De vestiging van de TRMC levert een bijdragen aan deze vier ontwikkelingsprincipes: Versterking groenblauwe structuur In het kader van het project zijn verschillende landschapsmaatregelen genomen om de functie in te passen. Het gaat om het aanplanten van extra groen/streekeigen beplanting aan de voormalige maisakker, de inpassing van de parkeergelegenheid en schuilgelegenheid middels groen passend bij de landschapsstructuur. De parkeerplaats en toegangsweg hebben een natuurlijke uitstraling en gaan op deze manier ook op in de omgeving.

Uitgaat van de kwaliteit van het landschap In de Visie Landelijk gebied Enschede hebben de betreffende gronden het landschapstype betreft ‘jonge ontginningsgronden’ met een hoge kwaliteit (zie afbeelding 3.2). Bij de beoordeling van de landschappelijke inpassing is uitgegaan van deze “hoge” kwaliteit.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 17

Afbeelding 3.2: landschapstypen in Enschede (visie Landelijk gebied)

De ontwikkelstrategie die hierbij hoort is ‘aanpassen’. Zoals het weer herkenbaar maken van structuren en lijnen die het landschapstype versterken. Typisch voor het ontginningenlandschap zijn de grootschalige kavels en de heldere structuur. Op deze locatie zal deze karakteristiek intact blijven. Zo ook de reeds aanwezige landschapselementen als randen van de kavel benadrukken de structuur. De ruimtelijk impact van de ontwikkeling is gering. De enige bebouwing die wordt toegevoegd is een schuilplek. Daarnaast een toegangsweg en parkeerplaats. Deze inrichting wordt aan het zicht onttrokken door aanplant van inheemse struiken rondom waardoor het geheel ‘wegvalt’ tegen de achtergrond van de achterliggende bomen en struiken. De parkeerplaats en toegangsweg krijgen een groen karakter door de aanwezigheid van graszaad in het mengsel. Versterking band platteland en stad Ten aanzien van de ambitie m.b.t. recreatie en toerisme wil Enschede zich profileren als ‘groene leefstad’ met aantrekkingskracht voor de specifieke doelgroepen die in dat profiel passen. Dat zijn zowel ‘onze’ eigen inwoners als bezoekers van buiten de gemeente. Het ‘ommetje’ in het buitengebied maakt Enschede als woonstad meer compleet en attractief. Het buitengebied lokt gezond bewegen en ontspannen uit.

De inwoners moeten vanuit elk deel van de stad op korte afstand een route aantreffen voor wandelen, fietsen en een plek voor sport, spel of luieren. De komst en behoud van de modelvliegtuigclub draagt hieraan bij. Vernieuwing van de ruimtelijke, economische, sociale en bestuurlijke banden Tenslotte draagt de ontwikkeling bij aan vernieuwing met als nevendoel om met name jonge mensen te enthousiasmeren voor techniek om Enschede als technische kennisstad op de kaart te zetten.

3.3.4 Gids Buitenkans De Gids Buitenkans 2022 is een verdere uitwerking van de Visie Landelijk Gebied voor nieuwe ontwikkelingen. Ten aanzien van recreatie en toerisme is opgenomen dat in elk deel van de stad op korte afstand een route voor wandelen, fietsen en een plek voor sport, spel of relaxen aanwezig is. In de Gids Buitenkans 2022 zijn enkele uitgewerkte regelingen opgenomen zoals Rood-voor-rood en het VABbeleid. Deze uitgewerkte regelingen zijn niet van toepassing op de onderhavige vestiging van een modelvliegtuigclub. Ook paragraaf 4.1.5 van de Gids Buitenkans welke betrekking heeft op het toevoegen van niet bedrijfsmatige bouwwerken of hobbymatige functies bij woningen in het landelijk gebied, zoals tennisbanen, zwembaden, paardenpakken en andere sportvoorzieningen is niet van toepassing. Tennisbanen of andere sportvoorzieningen zijn volgens deze paragraaf bij woningen in het landelijk gebied niet toegestaan, tenzij bij sportparken. Er is geen sprake van een ‘andere sportvoorziening’ bij een woning. Zelfs als het modelvliegen als een ‘andere sportvoorziening’ in de zin van de Gids Buitenkans aangemerkt zou kunnen worden – wat hier nadrukkelijk niet het geval is – dan is medewerking aan een dergelijk initiatief in de Gids niet op voorhand uitgesloten.

In paragraaf 4.1.5 staat immers dat kleinschalige niet-commerciële andere sportvoorzieningen onder voorwaarden en op verzoek kunnen worden toegestaan.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 18

Niet alle initiatieven passen binnen de kaders en beleidsregels van deze Gids Buitenkans. Toch kunnen ook deze initiatieven gewenst zijn en bijdragen aan de door de gemeente gewenste ontwikkeling van het landelijk gebied. In paragraaf 5.1 van de Gids wordt aangegeven dat de gemeente daarom ook de initiatieven die buiten de vaste kaders vallen positief tegemoet wil treden vanuit het beginsel ‘ja, mits’. De beoordeling van deze initiatieven kan aangemerkt worden als ‘maatwerk’. De beoordeling vindt niet plaats door toetsing aan de regelingen en regels van hoofdstuk 3 en 4 van de Gids, maar door rechtstreeks na te gaan of het initiatief aansluit bij de doelen van het gemeentelijke beleid. De Visie landelijk gebied, andere gemeentelijke visies en diverse gemeentelijke beleidsdocumenten vormen de inhoudelijke maatstaf. Bij een ontwikkeling wordt gekeken of het initiatief bijdraagt aan de kwaliteit en het aanbod voor recreatie, sport en toerisme in Enschede en is het plan inpasbaar op de locatie (toets op ruimte, landschap, milieu, verkeer etc.). Toets Bij de realisatie van een baan voor modelvliegtuigen is er geen sprake van de aanleg van sportvelden, zoals dat bij een tennisbaan of een voetbalveld gebruikelijk is. Een sport kan verschillende varianten hebben, die qua ruimtelijke impact verschillen.

Modelvliegen valt inderdaad onder de noemer van sport, maar het behoort tot recreatief gebruik, zoals bijvoorbeeld fietsen. De onderhavige ontwikkeling draagt bij aan het verbeteren van recreatieve waarden en het verbeteren van sociale en/of maatschappelijke waarden. Daarnaast betreft het een duurzaam gebruik omdat er gebruik gemaakt wordt van motorloos of met behulp van een geluidarme elektromotor vliegen met modelvliegtuigen. Het is een plek voor sport en spel en relaxen. Ook heeft de modelvliegtuigclub een meerwaarde voor Enschede gezien hun bijdrage in laagdrempelige activiteiten voor kinderen en overige geïnteresseerden op technologisch gebied.

3.4 Omgevingsaspecten In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst op de omgevingsaspecten die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling.

3.4.1 Welstand, beeldkwaliteit en landschappelijke waarden De instructieregels in paragraaf 5.1.5 van het Bkl, over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, zijn niet van toepassing op Enschede. Deze gaan over de Waddenzee en de kust. Welstand en beeldkwaliteit In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het gebied van deze BOPA geldt de welstandsidentiteit 'vrije landelijke bebouwing, nieuw landschap'. In het gevarieerde landschap rond Enschede staan behalve boerderijen en landgoederen ook her en der vrije, landelijke woningen en gebouwen met een bijzondere functie. Ruimtelijk spelen ze een bescheiden rol: de gebouwen staan min of meer ‘toevallig’ verspreid in het landschap, in het bos, tussen de open weiden, aan een boerenerf, langs een weg of op een kruispunt, eenzaam en alleen of in een kleine buurtschap bij elkaar. Bij nieuwbouw toetst de stadsbouwmeester de landschappelijke bijdrage van gebouw en kijkt daarbij naar de locatie, de positie en oriëntatie van gebouw. De stadsbouwmeester toetst of de architectuur inspeelt op de landschappelijke situatie en of materiaalgebruik en kleuren harmoniëren met de omgeving. Vanuit welstand is het plan beoordeeld.

De conclusie is dat het plan voldoet aan de criteria van redelijke eisen van welstand. Daarnaast is de uitvoering en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen als voorwaarde aan deze BOPA gekoppeld zodat het gewenste eindbeeld in stand blijft. Landschappelijke waarden Ten aanzien van landschappelijke waarden in relatie tot het project is reeds ingegaan in hoofdstuk 3. Hieruit blijkt dat het plan past binnen de uitgangspunten van het landschap ter plaatse en hieraan geen afbreuk doet. Beschermwaardige bomen De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (VKL). Op het bij de VKL behorende bomenkaart zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. De gronden binnen het gebied van deze BOPA vallen buiten de bebouwde kom. Afdelingen 3.5 en 4.7 van de Omgevingsverordening Overijssel zijn mogelijk van toepassing. In het gebied van deze BOPA zijn geen beschermwaardige bomen aanwezig en in het projectgebied is geen sprake van een vergunningplichtig gebied zoals opgenomen in de VKL en bijlage. Overigens worden er in het kader van deze BOPA ook geen bomen gekapt.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 19

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en is niet in strijd met redelijke eisen van welstand.

3.4.2 Cultuurhistorische waarden Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels in artikel 5.130 (par 5.1.5.5; behoud cultureel erfgoed). Ook de Omgevingsverordening van de provincie bevat instructieregels voor cultureel erfgoed (artikel 4.12). Waarden en deze BOPA In het gebied van deze BOPA komen geen cultuurhistorisch waardevolle objecten, elementen en structuren voor. Conclusie Cultuurhistorische waarden vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de BOPA. Daarmee wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk (Bkl) en de provincie (Omgevingsverordening).

3.4.3 Archeologische waarden In de gemeente Enschede is een archeologisch beleidskaart opgesteld. Op basis van deze kaart valt het gebied van deze BOPA onder de aanduiding ‘archeologische onderzoeksgebied B’. Dit betreffen gebieden met hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Indien werkzaamheden leiden tot een verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 cm en met een oppervlakte van meer dan 2500 m2 dient de aanvraag te worden voorgelegd aan de archeologisch adviseur van de Gemeente Enschede. De reeds gerealiseerde schuilhut is ruim kleiner dan 2500 m². Ten tijde van de eerdere vergunningverlening is reeds geconstateerd dat archeologisch onderzoek daarom niet nodig was/is. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de archeologische waarde(n) geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van de BOPA. Daarmee wordt ook voldaan aan de instructieregels van het Rijk in artikel 5.130 (par 5.1.5.5) van het Bkl (behoud cultureel erfgoed).

3.4.4 Verkeer Bereikbaarheid/ontsluiting plangebied Het plangebied is ontsloten via een toegangsweg vanaf de Badweg/Baltinkweg. Deze toegangsweg is op eigen terrein aangelegd (halfverharding). In de omgevingsonderzoeken (akoestisch, stikstof) zijn uitgangspunten opgenomen ten aanzien van het gemiddeld aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie van 200 per week -die verdeeld plaatsvinden over verschillende dagen- kan via de bestaande wegenstructuur worden afgewikkeld. Parkeren Er is een parkeergelegenheid aangelegd nabij de schuilgelegenheid. Dit betreft een parkeerplaats op eigen terrein, met 20 parkeerplaatsen. Voor een modelvliegtuiglocatie zijn geen parkeernormen opgenomen in de Nota parkeernormen gemeente Enschede 2025. Er zijn ook geen vergelijkbare functies opgenomen in deze nota. Daarom is een eigen invulling gegeven van de (verwachte) aanwezigheid. De parkeerplaatsen zijn benodigd voor het stallen van auto’s voor de leden van de modelvliegtuigclub. Op basis van het maximale aantal leden dat gelijktijdig aanwezig is (worst case 20 leden die ieder afzonderlijk met de auto naar de locatie komen) en gebruik maakt van de parkeerplaats, zijn er met 20 parkeerplaatsen voldoende parkeerplaatsen. Conclusie Vanuit verkeer en parkeren zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van de BOPA.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 20

3.4.5 Bodem- en grondwaterkwaliteit De beoogde ontwikkeling die deze BOPA mogelijk maakt is getoetst aan beleid en regelgeving van het Rijk, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen in hoofdstuk 5 Bkl (paragraaf 5.1.4.5) . Ook is het getoetst aan de instructieregels van de provincie voor omgevingsplannen. Voor bodem- en grondwaterkwaliteit zijn deze grotendeels uitgewerkt in het provinciaal 'Voorbereidingsbesluit Omgevingsverordening 2021'. Verder staan in Afdeling 4.12 (Ondergrond) van de omgevingsverordening onder andere regels over zout- en zandwinningslocaties. Bodem- en grondwaterkwaliteit en deze BOPA Deze BOPA maakt het mogelijk om de planlocatie te blijven gebruiken voor het laten vliegen van modelvliegtuigen. In dat kader is een schuilgelegenheid gerealiseerd en zijn voorzieningen als een parkeergelegen en toegangsweg aangelegd. De schuilgelegenheid betreft geen bodemgevoelige functie. Er wordt geen verblijfsruimte gerealiseerd c.q. dit bouwwerk voldoet niet aan de definitie voor een verblijfsruimte. Voor het (blijven) gebruiken van de overkapping met mobiele containers is dan ook geen bodemonderzoek nodig. Het door TRMC toegepaste menggranulaat voor de parkeerplaatse en toegangsweg bestaat uit asfaltgranulaat.

In paragraaf 4.123 (toepassen van bouwstoffen) van het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) staan de eisen beschreven voor het toepassen van bouwstoffen. In art. 4.1258 lid 1 Bal staat beschreven welke soorten bouwstoffen meldingsplichtig zijn. Als AVI-bodemassen of immobilisaten worden toegepast, worden gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag. Voor het op de locatie toegepaste asfaltgranulaat gelden geen aanvullende eisen uit het Bal. Wel moet de kwaliteit van het toegepaste materiaal aangetoond worden. Dat is door de TRMC gedaan aan de hand van de aangeleverde productcertificaten. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA. De BOPA voldoet aan de instructieregels.

3.4.6 Waterhuishouding en klimaatadaptatie Gemeente Enschede en waterschap Vechtstromen hanteren het principe om water en bodem sturend te maken bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit principe wordt opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente (vaststelling verwacht in 2025) en de Watervisie 2050 van het waterschap (vastgesteld 14 april 2021). Ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst op de gevolgen voor de waterhuishouding en de waterkwaliteit en dienen klimaatrobuust te worden ontworpen. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 (WEK) vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste en klimaatbestendige gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. Het waterschap heeft op 15 december 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het waterbeheerprogramma staan de uitgangspunten die het waterschap hanteert voor de inrichting en het beheer van het watersysteem en de afvalwaterzuivering, rekening houdend met een veranderend klimaat.

Deze uitgangspunten zijn ingebracht in het WEK van de gemeente Enschede. Hemelwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is de riolering en het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet derhalve op eigen terrein worden verwerkt. Voor nieuwbouw en hernieuwbouw geldt per vierkante meter verharding (daken en bestrating op openbaar en particulier terrein) een waterbergingseis van 55 millimeter. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken. Verder zijn de artikelen 22.142 tot en met 22.144 uit de Bruidsschat Omgevingswet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 21

Waterberging en deze BOPA In de nieuwe situatie is een gebouw van circa 90 m2 aanwezig/verhard oppervlak aanwezig. De aangelegde parkeerplaats bestaat uit waterdoorlatende halfverharding, vermengd met aarde en graszaden (schotterrasen). Er is ruim voldoende oppervlakte aanwezig op de planlocatie om het hemelwater op te vangen. Conclusie hemelwaterberging In het plangebied is ruim voldoende bergings- en infiltratiecapaciteit aanwezig om te voldoen aan de bergingsopgave van 55 millimeter over het verharde oppervlak. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. In principe zorgt de gemeente er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. Er is of komt niet overal in de openbare ruimte een systeem voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA) worden ingericht. Een decentrale zuiveringsvoorziening voor afvalwater van meerdere huishoudens is ook een optie. Bij IBA's en decentrale voorzieningen die lozen op oppervlaktewater of in de bodem worden eisen gesteld aan de kwaliteit van het geloosde water.

Artikelen 22.145 tot en met 22.150 van de bruidsschat Omgevingsplan dat handelt over het lozen van huishoudelijk afvalwater zijn hierop van toepassing. In het projectgebied is op redelijke afstand geen vuilwaterriool. Voordat dit type afvalwater via een andere route geloosd mag worden moet men het eerst lokaal zuiveren. Dit kan met een IBA, een Individuele Behandeling van Afvalwater. Verder is er geen sprake van afvalwater. In dit geval wordt een mobiel toilet geplaatst waarbij het afvalwater wordt opgevangen en afgevoerd naar een verwerker. Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen leidend. Wijzigingen aan het bestaande watersysteem en de aanleg van nieuwe waterpartijen worden altijd afgestemd met gemeente en waterschap. Nieuw en bestaand oppervlaktewater wordt geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Op de projectlocatie is voor en na het realiseren van de ontwikkeling geen sprake van gewijzigd oppervlaktewater.

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd in voldoende mate rekening wordt gehouden met voor de toekomst noodzakelijke waterhuishouding Daarmee vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgestelde BOPA. De BOPA voldoet ook aan de instructieregels van het Rijk uit paragraaf 5.1.3 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). Voor Enschede betekent dat dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor het watersysteem en dat het (belang van het) waterschap wordt betrokken (artikel 5.37; weging van het waterbelang). De overige instructieregels in paragraaf 5.1.3 van het Bkl zien op primaire waterkeringen, de kust, de grote rivieren en het IJsselmeer. Deze zijn niet gelegen op Enschedees grondgebied. Er wordt ook voldaan aan de instructieregels van de provincie ten aanzien van 'Sturen op water en bodem (behouden en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem) in afdeling 4.4 van de provinciale verordening en de uitgangspunten voor water en bodem sturend uit de omgevingsvisie van de gemeente Enschede en de watervisie van het waterschap Vechtstromen.

Omgevingsvergunning TRMC modelvliegtuiglocatie (Badweg, nabij nr. 55) 22

3.4.7 Natura 2000-gebieden Het gebied van deze BOPA ligt niet in een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden Buurserzand en Haaksbergerveen ligt op circa 2 kilometer van de projectlocatie. Deze BOPA maakt het mogelijk om een modelvliegtuiglocatie te realiseren/in stand te houden. Als gevolg van het benutten van het terrein, voor de modelvliegtuigclub TRMC, neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied toe. Directe verstoring of aantasting van natuurwaarden in Natura 2000 gebieden kan worden uitgesloten als gevolg van de grote afstand van het plangebied tot deze Natura 2000 gebieden. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling(en) in relatie tot de afstand van de ontwikkelingslocatie(s) tot de Natura 2000 gebieden Buurserzand en Haaksbergerveen kunnen significant negatieve gevolgen voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand met voldoende zekerheid worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden kan daarom achterwege blijven.

Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling in relatie tot de afstand van de ontwikkelingslocatie tot het Natura 2000 gebieden kunnen significant negatieve gevolgen voor de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden op voorhand worden uitgesloten voor zover het gaat om andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie. Hierna gaan we daarom alleen in op stikstofdepositie. Stikstofdepositie Voor de beoogde ontwikkeling is voor de aanleg- en de gebruiksfase een Aeriusberekening uitgevoerd. Deze zijn vervat in het rapport van Natuurbank Overijssel ‘stikstofberekening gebruiks- en ontwikkelfase Badweg ongenummerd Enschede’ d.d. 13 oktober 2025, project 8007, versie 1.0.’ Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van significante depositie van stikstofverbindingen op Natura 2000 gebied. Het rapport is gecontroleerd op de gehanteerde uitgangspunten, alsmede de rekenbestanden in Aerius Calculator. De uitgangspunten gaan uit van volledige realisatie van de inrichting van het terrein van de modelvliegtuigclub. In de praktijk is een deel al gerealiseerd.

De berekening kan dan ook als een worst-case scenario worden beschouwd. Conclusie Vanuit Natura 2000 is er geen belemmering voor verlening van de BOPA.

3.4.8 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De regels met betrekking tot het NNN uit de provinciale verordening voor zover gelegen in het buitengebied zijn vertaald naar de Gids Buitenkans 2022. De Gids Buitenkans 2022 is van toepassing als toetsingskader als het gaat om het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het NNN en deze BOPA Het gebied van deze BOPA niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen direct ten westen van het plangebied. Er vinden geen ontwikkelingen plaats binnen de NNN. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=347c564f-da03-4396-82f6-4ab2bf1dcf99