CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2025 def

Stedelijke commissie - EWIO 12 januari 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Beeldvormend: Halfjaarlijkse rapportage Rondkomen met je inkomen december 202517.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Evenals bij alleenstaande ouders is bestedingsruimte van een paar met oudere kinderen op alle onderzochte inkomensniveaus lager dan van het paar met jonge kinderen. De hogere kinderbijslag en het hogere kindgebonden budget wegen niet op tegen de hogere uitgaven die oudere kinderen met zich meebrengen aan onder meer onderwijs, voeding en kleiding. Ook de vergoedingen voor kinderen uit het minimabeleid (die in zijn totaliteit voor oudere kinderen hoger liggen dan voor jonge kinderen) kunnen dit niet compenseren.

Ook valt op dat paren een lagere bestedingsruimte hebben dan eenoudergezinnen. Een belangrijke oorzaak van deze lagere bestedingsruimte ligt in het feit dat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder). 8. Alleenstaande met een licht verstandelijke beperking De alleenstaande met een licht verstandelijke beperking heeft op bijstandsniveau een bestedingsruimte van € 67 per maand. Op 110 procent is dit iets hoger met een saldo van € 74. Vanaf 120 procent is er sprake van een ruimere bestedingsruimte: € 201 op 120 procent, oplopend naar € 294 op 130 procent. Het verschil in bestedingsruimte vergeleken met een alleenstaande zonder zorgvraag loopt op naarmate het inkomensniveau hoger wordt: op 100 en 110 procent is het verschil € 35 per maand, op 120 procent is dit € 45 en op 130 procent € 101. Dat komt omdat de alleenstaande steeds meer zorgkosten zelf moet gaan betalen: vanaf 120 procent wordt draagkracht berekend voor zaken die via de bijzondere bijstand vergoed kunnen worden, op 130 procent speelt vooral het wegvallen van de collectieve zorgverzekering die onder meer de eigen bijdrage Wmo vergoedt. 9.

Alleenstaande oudere met een motorische beperking Ook de alleenstaande oudere met een zorgvraag heeft te maken met extra kosten, maar er zijn geen tekorten zichtbaar. De bestedingsruimte met alleen een AOW-uitkering zonder aanvullend pensioen is € 281 per maand. Dit loopt op naar € 387 per maand bij 130 procent. We zien dat de alleenstaande oudere steeds meer zorgkosten zelf moet betalen. Net als bij de alleenstaande onder de AOW-leeftijd speelt de draagkracht van de bijzondere bijstand en het wegvallen van vergoedingen vanuit de collectieve zorgverzekering hierin de belangrijkste rol. 10. Zelfstandig wonende 18-jarige Bij de zelfstandig wonende 18-jarige is niet doorgerekend met een percentage van de bijstandsnorm, maar is naar andere inkomensniveaus gekeken, te weten een bijstandsuitkering, het (netto) minimumjeugdloon en studiefinanciering. De resultaten zijn weergegeven in tabel 12. Tabel 12: Saldi zelfstandig wonende 18-jarige Situatie

Saldo

Bijstandsuitkering

- € 56

Minimumjeugdloon

- € 56

Studiefinanciering Mbo (BOL)

- € 582

De zelfstandig wonende 18-jarige kan in geen van de genoemde situaties de maandbegroting rondkrijgen. Een jongere met een fulltime baan die het minimumjeugdloon verdient, wat netto neerkomt op € 1.175, heeft een tekort van € 56. Met alleen een bijstandsuitkering zou dit tekort veel hoger uitkomen, aangezien de bijstandsnorm voor 18- tot 21-jarigen € 337,98 bedraagt. De gemeente Enschede kan dit bedrag aanvullen tot de hoogte van het netto minimumloon.

Voor kinderen tot 21 jaar geldt in zijn algemeenheid een onderhoudsplicht van de ouders. Dit betekent dat ouders verantwoordelijk zijn voor onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp voor hun kinderen. Niet alle jongeren tot 21 jaar kunnen op de onderhoudsplicht van hun ouders terugvallen. Daarom kunnen deze jongeren met een bijstandsuitkering in de gemeente Enschede in aanmerking komen voor een aanvulling vanuit de bijzondere bijstand. De hoogte van deze aanvulling is gelijk aan het verschil tussen de jongerennorm en de reguliere norm of het netto minimumjeugdloon (alle bedragen exclusief vakantietoeslag). Voor een 18-jarige wordt gekeken naar het verschil met het minimumloon. Echter, zoals hierboven is aangegeven is het minimumloon voor een 18-jarige te laag om rond te kunnen komen. Dit betekent dat ook een bijstandsuitkering die door de gemeente wordt aangevuld tot het niveau van het minimumloon, te weinig is om de maandbegroting rond te krijgen. Een zelfstandig wonende 18-jarige die studeert en studiefinanciering ontvangt heeft een nog groter tekort, namelijk € 582. Een student heeft nog wel de mogelijkheid om bij te lenen (dit kan tot een bedrag van maximaal € 226 per maand) en om een bijbaantje te nemen. Bovendien zal de situatie van een student vaak anders zijn dan waar we nu in de begrotingen van uitgaan.

Vanwege de vergelijkbaarheid zijn de uitgaven gelijk gehouden aan die van een alleenstaande boven de 21 jaar. Echter, studenten wonen vaak op kamers, waar bepaalde kosten gedeeld kunnen worden. Zo hebben studenten vaak een gezamenlijke wasmachine, internet en tv-abonnementen en (soms) gedeelde boodschappen of huishoudelijke artikelen wat kan leiden tot lagere uitgaven.

4.2

Armoedeval

Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het minimuminkomen zijn inkomens op 110, 120 en 130 procent van het netto minimuminkomen gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kindregelingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen. Een armoedeval kan ontstaan door een stijging van het salaris, bijvoorbeeld als iemand meer uren gaat werken. Deze armoedeval wordt ook wel doorstroomval genoemd. Een andere situatie ontstaat wanneer huishoudens vanuit een uitkering uitstromen naar betaald werk. Deze armoedeval wordt ook wel de uitstroomval genoemd. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen. In figuur 1 is in één oogopslag te zien welke huishoudtypen te maken hebben met een uitof doorstroomval. Idealiter zie je over de hele linie een stijgende lijn. Dat betekent dat een hoger netto-inkomen ook leidt tot een hoger besteedbaar inkomen.

Figuur 1: Ontwikkeling saldo naar inkomensniveau

4.2.1 Uitstroomval Een uitstroomval ontstaat als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op bijstandsniveau. In de gemeente Enschede doet zich dit voor bij het eenoudergezinnen met oudere kinderen: op 110 procent van de norm is de bestedingsruimte lager dan op bijstandsniveau. De uitstroomval wordt in de eerste plaats veroorzaakt door werkgerelateerde kosten. Bij huishoudens met een inkomen hoger dan bijstandsniveau gaan we er in de begrotingen van uit dat sprake is van een betaalde baan en daarmee van werkgerelateerde kosten. Hiervoor rekenen we een bedrag van € 67 per maand. Daarnaast is er geen recht meer op kwijtschelding van lokale belastingen, wat bijdraagt aan de uitstroomval.

Bij het eenoudergezin met jonge kinderen spelen dezelfde factoren. Hier zien we geen uitstroomval omdat het eenoudergezin met jonge kinderen nog voor gedeeltelijke kwijtschelding van lokale lasten in aanmerking komt. Dit komt doordat waterschap de Vechtstromen bij de berekening van de betalingscapaciteit rekening houdt met de kosten van kinderopvang. Ook bij de andere onderzochte huishoudtypen zien we geen uitstroomval, maar de bestedingsruimte op 110 procent neemt niet evenredig toe met het netto inkomen. Ook hier zijn het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale lasten en werkgerelateerde kosten de oorzaak. 4.2.2 Doorstroomval Van een doorstroomval is sprake als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau. In de gemeente Enschede is bij de huishoudens met oudere kinderen een doorstroomval zichtbaar bij een overgang van het inkomen van 120 naar 130 procent van het minimum. Deze doorstroomval wordt grotendeels veroorzaakt door het wegvallen van de tegemoetkomingen vanuit de Stichting Leergeld. Deze tegemoetkomingen zijn voor oudere kinderen hoger dan voor jonge kinderen en daarom zien we geen doorstroomval bij de huishoudens met jonge kinderen. Daarnaast krijgen paren te maken met een afbouw van landelijke toeslagen.

De huurtoeslag en de zorgtoeslag worden vanaf 120 procent lager, terwijl bij eenoudergezinnen de toeslagen tot en met 160 procent van hun norm gelijk blijven. Daarom is de doorstroomval bij paren met oudere kinderen groter dan bij eenoudergezinnen met oudere kinderen.

4.3

Huishoudens met langdurig een laag inkomen

Huishoudens in de gemeente Enschede onder de AOW-gerechtigde leeftijd, die gedurende 60 maanden of langer een inkomen hebben dat niet hoger is dan de geldende bijstandsnorm, komen in aanmerking voor de Individuele inkomenstoeslag (IIT). De hoogte van de toeslag varieert per huishoudtype. In tabel 13 staan de saldi van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met de IIT. Tabel 13: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand, inclusief IIT Huishoudtype

100

110

120

130

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

112

109

246

395

02. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

109

147

302

405

03. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

411

435

558

708

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

554

548

611

725

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

407

370

507

466

06. paar met 2 jonge kinderen

360

388

543

612

07. paar met 2 oudere kinderen

240

257

413

324

08. alleenstaande tot AOW-leeftijd met licht verstandelijke beperking

77

74

201

294

09. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met motorische beperking

281

341

365

402

De IIT kan een extra armoedeval veroorzaken: een huishouden met recht op IIT kan een hogere bestedingsruimte hebben dan een huishouden op een hoger inkomensniveau, zonder recht op IIT. In de gemeente Enschede zien we dit gebeuren bij de alleenstaande tot de AOW-leeftijd (zowel zonder als met extra zorgkosten) en bij het eenoudergezin met jonge kinderen. Deze armoedeval wordt niet alleen veroorzaakt door de IIT. Ook zonder IIT neemt de bestedingsruimte tussen 100 en 110 procent niet evenredig toe met het netto inkomen. Zoals in de vorige paragraaf al is aangegeven wordt dit veroorzaakt door enerzijds werkgerelateerde kosten en anderzijds het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale lasten. Dat resulteerde alleen bij het eenoudergezin met oudere kinderen in een armoedeval, bij de overige huishoudens niet. Echter, als de alleenstaande of de alleenstaande ouder met jonge kinderen bij een inkomen op bijstandsniveau ook in aanmerking komt voor de IIT ontstaat wel een armoedeval. Bij paren, die een hogere bijstandsnorm kennen, is de inkomenstoename tussen 100 en 110 procent groot genoeg om een armoedeval te voorkomen. Overigens kan erover gediscussieerd worden in hoeverre er gesproken kan worden van een armoedeval wanneer het saldo inclusief IIT vergeleken wordt met een hoger inkomensniveau waar geen recht op de IIT bestaat.

De IIT is immers bedoeld voor huishoudens die langdurig op het minimum leven en zeer weinig kans hebben om hun inkomen te verhogen.

5 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de gemeente Enschede.

5.1

Voorwaarden

De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden: 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen. Of voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat dus eigenlijk om de meest ideale situatie. De daadwerkelijke situatie van huishoudens kan hiervan afwijken. Om hoeveel huishoudens het gaat en in welke mate is niet bekend, hierover zijn geen individuele data beschikbaar. Het Nibud adviseert de gemeente Enschede om actief de betreffende huishoudens te (blijven) helpen aan deze voorwaarden te kunnen voldoen.

5.2

Bestedingsruimte en armoedeval

Bestedingsruimte In de gemeente Enschede kunnen alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rondkrijgen, ook als sprake is van extra zorgkosten. Dit is opvallend gelet op de sterke inflatie, die al enige tijd aanhoudt. De landelijke koopkrachtreparaties van de afgelopen jaren doen hier duidelijk hun werk. Echter, er blijft er grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen in de komende jaren. Weten waar je financieel aan toe bent, is nodig om te kunnen begroten en uit te kunnen rekenen hoeveel budget er is voor andere uitgavenposten. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting om te kunnen schuiven met uitgavenposten en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen meestal niet hebben. In de huidige situatie is de bestedingsruimte van alleenstaanden onder de AOW-leeftijd met een zorgvraag het laagst: € 67 op bijstandsniveau en € 74 op 110 procent van de norm. Dat maakt dit huishouden kwetsbaar. Als er sprake is van hogere kosten, bijvoorbeeld meerkosten in verband met de zorgvraag, dan zal dit tot tekorten kunnen leiden. Ook alleenstaanden zonder zorgvraag en paren zonder kinderen onder de AOW-leeftijd hebben een relatief lage bestedingsruimte. Deze huishoudens profiteren het minst van de koopkrachtreparaties van de afgelopen jaren, die vooral gericht zijn op huishoudens met kinderen.

Daarnaast laten de resultaten van deze rapportage zien dat alleenstaande ouders een hogere bestedingsruimte hebben dan paren met kinderen. Dit komt doordat paren de kosten van twee volwassenen moeten dragen, terwijl het bijbehorende inkomen in verhouding lager ligt: een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. Paren ontvangen 100 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Op bijstandsniveau houden alleenstaande ouders met twee oudere kinderen per maand € 376 over tegenover € 205 per maand voor paren met oudere kinderen. Ten slotte zien we dat jongvolwassenen (18-jarigen) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen zonder maandelijks te kort te komen, of ze nu een bijstandsuitkering ontvangen, werken tegen het minimumloon of studeren. In de gemeente Enschede wordt de jongerennorm aangevuld tot de reguliere norm of tot het netto minimumjeugdloon, wanneer geen beroep gedaan kan worden op de onderhoudsplicht van de ouders.

Door deze gemeentelijke aanvulling valt het tekort van de zelfstandig wonende 18-jarige met een bijstandsuitkering aanzienlijk lager uit dan wanneer alleen de landelijke norm zou worden toegepast. Armoedeval Van een armoedeval is sprake als er op een bepaald inkomensniveau minder bestedingsruimte is dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau. Hierbij maken we onderscheid tussen een uitstroomval (er blijft minder over dan op bijstandsniveau) en een doorstroomval (op een bepaald inkomensniveau blijft minder over dan op het voorliggende inkomensniveau). In de gemeente Enschede zien we een uitstroomval bij eenoudergezinnen met oudere kinderen; dit wordt vooral veroorzaakt door werkgerelateerde kosten. Daarnaast speelt ook het wegvallen van het recht op (volledige) kwijtschelding van lokale lasten een rol. Bij de huishoudens met oudere kinderen is sprake van een doorstroomval op 130 procent. Hier speelt vooral het wegvallen van tegemoetkomingen vanuit de Stichting Leergeld. Paren hebben bovendien te maken met lagere landelijke toeslagen, zij ontvangen vanaf een inkomensniveau van 120 procent minder huurtoeslag en minder zorgtoeslag.

5.3

Aanbevelingen

Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek én de voorwaarden die wij hierbij gesteld hebben, volgen hieronder een aantal aanbevelingen. Houd oog voor het verhaal achter de cijfers Ook in voorgaande jaren heeft de gemeente Enschede een Minima-effectrapportage laten opstellen. Deze huidige cijfers geven de impressie dat de situatie steeds verder verbetert. Hierbij moet het in gedachten worden gehouden dat het niet per definitie gemakkelijker is geworden om rond te komen. In paragraaf 5.1 is een aantal voorwaarden benoemd waaraan voldaan moet worden om tot de bestedingsruimte te komen zoals die in dit rapport berekend is. Nu is het de laatste jaren zeker niet gemakkelijker geworden om aan deze voorwaarden te voldoen.

De G40 merkt in het manifest “Geen pleisters meer” op, dat inwoners afhankelijk zijn geworden van lokale inkomensondersteuning in een stelsel dat te ingewikkeld is en waarbij het vertrouwen in de overheid laag is: “Het is voor inwoners lastig om bekend te zijn met de veelheid van alle lokale en landelijke regelingen. Het is complex om ze vervolgens aan te vragen, als het taboe op geldzorgen hen al niet heeft tegengehouden. Gelijktijdig speelt nu ook mee dat inwoners minder vertrouwen hebben in de overheid en onder andere terughoudend zijn in het aanvragen van regelingen en toeslagen. Bijvoorbeeld doordat ze bang zijn dat ze het ontvangen budget weer terug zullen moeten betalen. Dit geldt zeker niet alleen voor de lokale regelingen, maar voor het landelijke inkomensstelsel in het geheel.”7 Ook het Nibud constateerde in de analyse van het hoofdlijnenakkoord dat huishoudens steeds afhankelijker worden van toeslagen: “De maatregelen in het hoofdlijnenakkoord zorgen volgens het CPB voor een lichte gemiddelde stijging van de koopkracht van alle huishoudens en een afname van de armoede. Daarvoor wordt voor huishoudens met lage inkomens teruggegrepen op toeslagen om hun koopkracht op peil te houden. (…) Tegelijkertijd hebben we gezien dat het stelsel van toeslagen vaak tot problemen en onzekerheid bij huishoudens leidt.

[Daardoor weten huishoudens] op de langere termijn niet waar zij aan toe zijn en blijven ze overgeleverd aan een complex systeem.”8 Het is dus belangrijk dat de gemeente zich ervan bewust is en blijft dat veel inwoners met een laag inkomen moeite hebben om rond te komen en daarbij afhankelijk zijn van verschillende vormen van inkomensondersteuning. Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van de inboedel. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. Verminder niet-gebruik regelingen In deze rapportage wordt ervan uitgegaan dat alle regelingen waarop men recht heeft ook worden aangevraagd! Uit diverse onderzoeken 9 blijkt echter dat dit niet altijd gebeurt en ____________________

dat er een behoorlijke mate van niet-gebruik is. Voor de groep die niet alle regelingen gebruikt waarop recht is, geldt dat de bestedingsruimte in deze rapportage lager is. Het Nibud adviseert dan ook in het beleid sterk de nadruk te leggen op het verminderen van niet-gebruik. Bijvoorbeeld door gerichte communicatie te stimuleren met hulp van verschillende lokale organisaties, waaronder die in de gezondheidzorg. En zorg voor eenvoudige procedures met betrekking tot toekenning, bijvoorbeeld door aanvragen te combineren. Het niet-gebruik is vooral groot onder werkenden. Dat versterkt de armoedeval. In de handreiking Het beter bereiken van werkende armen (Platform31, 2022)10 staan suggesties om het niet-gebruik van voorzieningen door werkenden tegen te gaan. Ook bij net gepensioneerden is het niet-gebruik in eerste instantie hoger. Als zij te maken krijgen met een inkomensterugval kunnen zij voor het eerst recht krijgen op toeslagen. Help energielasten verlagen De afgelopen periode zijn de energielasten sterk gestegen. Het kabinet heeft in 2023 de gevolgen voor alle huishoudens gedempt met het prijsplafond op de energietarieven. Voor huishoudens met een laag inkomen is de energietoeslag in het leven geroepen. Deze zijn in 2024 weer afgeschaft. Omdat de energieprijzen weer gedaald zijn, is dit niet meer nodig voor elk huishouden.

Het is misschien niet meer voor iedereen noodzakelijk, maar wonen in een huis met een slecht energielabel veroorzaakt wel degelijk persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Het Nibud adviseert om voor die huishoudens die vanwege een slecht geïsoleerde woning moeite hebben met rondkomen, de mogelijkheid van bijzondere bijstand open te houden. Hetzelfde geldt voor huishoudens met een bovengemiddeld hoog noodzakelijk elektriciteitsverbruik, bijvoorbeeld als gevolg van een medische aandoening of een energieonzuinige woning. Ook voor deze huishoudens blijft een (extra) tegemoetkoming vanuit de gemeente zeer wenselijk. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de energiekosten per label en per woningtype. Hieruit wordt duidelijk wat het effect van een hoger energielabel is op de bestedingsruimte van diverse huishoudtypen. Bij een- en tweepersoonshuishoudens gaan we in deze rapportage uit van een flatwoning, voor meerpersoonshuishoudens rekenen we met de energielasten van een tussenwoning. Tabel 12: Gaskosten in euro’s naar cluster van energielabel AB CD rij-tussenwoning 139 160 flatwoning 109 127

EFG 176 145

Ook in 2025 is er een Noodfonds voor Energie, waar mensen met een laag inkomen en een hoge energierekening ondersteuning kunnen krijgen. Omdat het fonds vrijwel direct was uitgeput, is deze bijdrage niet meegenomen in deze rapportage. Inmiddels is bekend geworden dat het kabinet werkt aan een publiek energiefonds voor de komende jaren. Dit fonds gaat huishoudens in een financieel kwetsbare positie ondersteunen bij het betalen van de energierekening. Het gaat om meerjarige inkomenssteun, in combinatie met hulp bij de verduurzaming van woningen. Het Nibud adviseert de gemeente om actief de ontwikkelingen rondom dit energiefonds te volgen. ____________________

Daarnaast adviseert het Nibud de gemeente Enschede huishoudens te ondersteunen bij het verlagen van de energielasten. Ten aanzien van energieverbruik en isolatie, blijkt uit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen en daardoor een hoger dan gemiddeld verbruik hebben. De energielasten zullen een groter deel van de woonlasten, en daarmee ook van de totale begroting, gaan innemen. De toekomstige energietransitie zal ook de nodige kosten met zich meebrengen. Daarbij is het voor bewoners van een huurwoning niet duidelijk of de woningbouwcorporaties dit gaan doorberekenen aan hun huurders. Het Nibud adviseert de gemeente om hierin samen op te trekken met de verhuurders en ook samen middelen in te zetten om de energieverbetering van woningen door te voeren. Huishoudens met een laag inkomen kunnen mogelijk hulp van energieadviseurs of gratis en goedkope energieboxen aangeboden krijgen. Producten zoals ledlampen en isolatiefolies, waarvan de aanschafkosten voor deze doelgroep vaak te hoog zijn maar met een snelle terugverdientijd hebben, zijn dan het meest effectief. Houd aandacht voor de inkomenspositie van huishoudens zonder kinderen Van de onderzochte huishoudtypen in dit onderzoek hebben de huishoudens onder de AOW-leeftijd zonder kinderen de laagste bestedingsruimte.

Een alleenstaande met een inkomen op bijstandsniveau houdt onder de streep € 102 over. Heeft deze alleenstaande extra zorgkosten dan resteert € 67. Voor het paar zonder kinderen is de bestedingsruimte op bijstandsniveau € 95 . Dit maakt deze huishoudens kwetsbaar. Voor deze groepen is het extra van belang dat zij aan de eerder genoemde voorwaarden voldoen: goed met geld om kunnen gaan, alle inkomensondersteuning aanvragen en geen persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben. Als deze huishoudens met hogere kosten te maken hebben dan waar we in dit onderzoek rekening mee hebben gehouden (bijvoorbeeld een combinatie van een hogere huur en een onzuinige woning) dan kan het positieve saldo omslaan in een tekort. Het Nibud adviseert de positie van huishoudens zonder kinderen onder de AOWgerechtigde leeftijd, goed in de gaten te houden. Deze huishoudens profiteren het minst van de landelijke maatregelen en daarom is juist voor deze groep de gemeentelijke ondersteuning van belang. Onderzoek de mogelijkheid om sociale participatie voor volwassenen te vergoeden Een van de mogelijkheden om huishoudens zonder kinderen te ondersteunen is het vergoeden van sportieve, culturele of recreatieve activiteiten voor volwassenen.

De gemeente Enschede zet sterk in op de ondersteuning van kinderen: vanuit de Stichting Leergeld worden diverse kosten vergoed voor kinderen tot 18 jaar en jongeren tussen de 18 en 23 jaar met een laag inkomen kunnen jaarlijks in aanmerking komen voor een bijdrage aan sportieve, culturele of educatieve activiteiten. Het Nibud beoordeelt dit als zeer positief. Voor volwassenen kent de gemeente Enschede geen tegemoetkoming voor sportieve of culturele activiteiten. Echter, ook voor volwassenen is sociale participatie belangrijk. Sociale uitsluiting kan zo worden tegengegaan, wat de kansen op de arbeidsmarkt zou kunnen vergroten. Financiële ondersteuning voor volwassenen kan hier een positieve rol spelen. Daarom adviseert het Nibud om ook aan inwoners vanaf 18 jaar een vergoeding voor sociale participatie te verstrekken.

Houd aandacht voor huishoudens met zorgkosten Chronisch zieken en gehandicapten hebben te maken met een aantal meerkosten. In de twee huishoudens met extra zorgkosten die we hebben doorgerekend, wordt een deel daarvan zichtbaar. Van de onderzochte huishoudtypen in dit onderzoek heeft de alleenstaande onder de AOWleeftijd met zorgkosten de laagste bestedingsruimte: met alleen een bijstandsuitkering resteert slechts € 67 per maand. Dit maakt dit huishouden zeer kwetsbaar; mochten er onverwacht meer (zorg)kosten zijn, dan zal dit al snel leiden tot een tekort. Hoewel in de gemeente Enschede veel kosten worden vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering, de Wmo en de bijzondere bijstand, blijven er toch nog kosten over die het huishouden met een zorgvraag zelf moet bekostigen. De gemeente kan daarom overwegen een (forfaitaire) vergoeding in het leven te roepen, waarmee huishoudens deze kosten deels zelf kunnen opvangen zonder dit steeds te hoeven indienen als bijzonderebijstandsaanvraag. Laat (meer) werken lonend zijn Een uitstroomval ontstaat als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op bijstandsniveau. In de gemeente Enschede doet zich dit voor bij de het eenoudergezin met oudere kinderen. Bij de overige huishoudtypen zien we dat de bestedingsruimte op 110 procent niet evenredig toeneemt met het inkomen.

Naast het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale heffingen, spelen vooral werkgerelateerde kosten hierbij een rol. Bij een inkomen boven het minimum wordt er in deze rapportage van uitgegaan dat er sprake is van een (parttime) baan die extra (vervoers)kosten met zich meebrengt. Deze kosten zijn in de begrotingen boven bijstandsniveau opgenomen. Het gaat om een gemiddeld bedrag. In de praktijk kunnen deze kosten hoger liggen of juist lager, bijvoorbeeld als deze kosten door de werkgever vergoed worden of als er geen reiskosten zijn omdat het werk op loop- of fietsafstand gesitueerd is. Het Nibud adviseert per situatie te bekijken of werkgerelateerde kosten tot financiële problemen kunnen leiden en zo nodig een vergoeding te verstrekken. De gemeente kan inwoners ook ondersteunen bij het vinden van werk in de buurt, waardoor er geen of minder reiskosten zijn. Stimuleer paren met oudere kinderen bij het verhogen van hun inkomen Paren met oudere kinderen hebben het minder ruim dan eenoudergezinnen met oudere kinderen en dan paren met jonge kinderen. In het onderzoek gaan we uit van de minst gunstigste situatie waarbij een van de volwassenen werkt. Inzetten op de begeleiding naar werk van beide partners levert extra op.

Zo blijkt een klein baantje van de andere partner veel meer op te leveren dan alleen het maandelijks bruto-inkomen: fiscaal houdt een stel meer over als beide partners parttime werken dan als één persoon fulltime werkt11. Houdt oog voor de situatie van jongvolwassenen, met name studenten in studentenstad Enschede In een studentenstad als Enschede is het belangrijk dat de gemeente ook extra aandacht heeft voor de financiële kwetsbaarheid van jongvolwassenen, met name studenten.

____________________

Studenten leven vaak op een krap budget, en naast een (fulltime) studie bijverdienen kan leiden tot extra stress en verminderde studieprestaties. In dit onderzoek hebben we gekeken naar de zelfstandig wonende 18-jarige student, die al snel een gat in de begroting heeft van ruim € 580 per maand. Dat gat kan worden opgevuld met een bijbaan en/of een rentedragende lening. Het minimumjeugdloon voor een 18-jarige komt neer op ongeveer € 7,20 per uur (voor een 21-jarige is dat ca. € 14 per uur). Voor een zelfstandig wonende 18-jarige student die 12 uur per week werkt tegen minimumjeugdloon, is dat ongeveer € 371 per maand. Dat is nog steeds niet genoeg om het gat volledig te dichten. Daarbij adviseren meerdere universiteiten om niet meer dan 40 uur per week aan studie én werk te besteden om overbelasting te voorkomen.12 De rentedragende lening kan een deel van het tekort opvangen, en tijdelijk een stabielere situatie geven. Wel is het goed om te realiseren dat ook als de student wel precies kan rondkomen er niet gespaard kan worden en dat onverwachte kosten de student alsnog kwetsbaar maken. Ook moet een lening later terugbetaald worden, wat betekent dat er op termijn wel aflossing nodig is. In dit onderzoek gaan we uit van een aanvullende beurs, de ouders zijn niet in staat om financieel bij te dragen aan de levensbehoeften van de 18jarige.

De gemeente Enschede biedt enkele regelingen ter ondersteuning van jongvolwassenen met een laag inkomen: • • •

Studietoeslag: voor studenten met een medische beperking; Extra geld cultuur en sport: voor niet-studerende jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar met een laag inkomen (100 euro per jaar); Bijzondere bijstand: voor noodzakelijke kosten (bijv. inrichting woning en elektrische apparaten e.d.), voor deze kosten moet wel zelf geleend worden.

Reguliere studenten kunnen vaak geen direct gebruik maken van de eerste twee regelingen. Ook is het de vraag of studenten weten dat ze bijzondere bijstand kunnen aanvragen, bijvoorbeeld voor de aanschaf van een koelkast of andere essentiële apparaten. Hier kan de gemeente extra aandacht aan besteden, bijvoorbeeld door gerichte informatievoorziening op onderwijsinstellingen en via onlinekanalen. Daarbij zijn er ook internationale studenten die vaker geen aanspraak kunnen maken op en niet op de hoogte zijn van regelingen13. De situatie voor een zelfstandig wonende 18-jarige, die relatief zeldzaam is, is daarmee financieel uitdagend. Hier kan de gemeente ook gericht op inspelen, vooral op de relatief jonge uitwonende student.

____________________

Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen van de pakketten die leiden tot de begrotingsposten. De bedragen in de posten zijn de bedragen voor juli 2025. De inhoud van de uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en aangepast.

Huur Voor een- en twee-persoonshuishoudens is gerekend met een huur van € 682. Voor meerpersoonshuishoudens bedraagt de huur € 731. Alle genoemde bedragen zijn inclusief servicekosten. Voor het berekenen van de huurtoeslag is uitgegaan van de deze huurprijzen. Energie Dit is de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype met een opslag van 10 procent voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd en voor de huishoudens met een zorgvraag. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 2 GB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Voor huishoudens die voldoen aan de voorwaarden zijn de tarieven voor de collectieve basisverzekering en de aanvullende verzekering (incl. tand) gehanteerd.

Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor. Het betreffen onder andere de vrijwillige schoolbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten.

Kinderopvang/peuteropvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. Bij de alleenstaande huishoudens met jonge kinderen en een inkomen boven de bijstandsniveau gaan we uit van 20 uur werk bij 110 procent inkomen en 30 uur werk bij een inkomen op 120 en 130 procent van de norm. Voor een alleenstaande ouder met jonge kinderen op bijstandsniveau en voor een paar met jonge kinderen bij alle onderzochte inkomens gaan we ervan uit dat gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Voor huishoudens met zorgkosten zijn de kosten van een fiets niet meegerekend. Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met kosten in verband met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding). Hiervoor houden we een vast bedrag aan. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inboedel en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Dit betreft o.a.

de stoffering, keukeninventaris en huishoudelijk apparatuur. Zelfzorgmiddelen In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. Eigen risico Dit bedrag is gebaseerd op € 385, waarbij we ervan uitgaan dat het gehele bedrag gereserveerd moet worden. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek. Persoonlijke verzorging Uitgegaan is van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven.

Pakket voor sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staat hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand €

Bron: SCP/Nibud 2024, CBS 2024, berekeningen Nibud 2024

Bijlage 2 | Begrotingen In de volgende tabellen zijn de begrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. In de begrotingen zijn de landelijke toeslagen opgenomen bij de inkomsten, de lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente zijn verrekend met de betreffende uitgaveposten. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.369 1.506 1.643 1.780 Voorlopige aanslag 0 0 0 0 Zorgtoeslag 131 131 131 131 Huurtoeslag 411 411 411 411 Kinderbijslag 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 1.911 2.048 2.185 2.322 VASTE LASTEN Huur 682 682 682 682 Energie 143 143 143 143 Water 17 17 17 17 Lokale lasten 0 63 63 63 Telecom 64 64 64 64 Zorgverzekering 191 191 191 179 Overige verzekeringen 26 26 26 26 Onderwijs 0 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 0 Contributies en abonnementen 3 3 3 3 Vervoer 26 26 26 26 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 67 67 67 Totaal vaste lasten 1.152 1.282 1.282 1.270 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 62 62 62 62 Inboedel 88 88 88 88 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 6 6 6 6 Eigen risico 32 32 32 32 Eigen betalingen zorg 0 0 0 0 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 219 219 219 219 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 272 272 272 272 Was- en schoonmaakartikelen 7 7 7 7 Persoonlijke verzorging 26 26 26 26 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 5 5 5 5 Totaal huishoudelijke uitgaven 310 310 310 310 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 128 128 128 128 TOTAAL Totaal uitgaven 1.809 1.939 1.939 1.927 Saldo inkomsten min uitgaven 102 109 246 395

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.956 2.151 2.347 2.543 Voorlopige aanslag 0 0 0 0 Zorgtoeslag 251 251 221 176 Huurtoeslag 413 413 403 331 Kinderbijslag 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 2.620 2.815 2.970 3.050 VASTE LASTEN Huur 682 682 682 682 Energie 163 163 163 163 Water 21 21 21 21 Lokale lasten 0 76 76 76 Telecom 74 74 74 74 Zorgverzekering 381 381 381 358 Overige verzekeringen 42 42 42 42 Onderwijs 0 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 0 Contributies en abonnementen 10 10 10 10 Vervoer 52 52 52 52 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 67 67 67 Totaal vaste lasten 1.425 1.568 1.568 1.545 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 123 123 123 123 Inboedel 100 100 100 100 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 10 10 10 10 Eigen risico 64 64 64 64 Eigen betalingen zorg 0 0 0 0 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 328 328 328 328 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 495 495 495 495 Was- en schoonmaakartikelen 8 8 8 8 Persoonlijke verzorging 52 52 52 52 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 7 7 7 7 Totaal huishoudelijke uitgaven 562 562 562 562 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 210 210 210 210 TOTAAL Totaal uitgaven 2.525 2.668 2.668 2.645 Saldo inkomsten min uitgaven 95 147 302 405

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 2.228 2.304 2.514 2.723 Voorlopige aanslag 0 0 0 0 Zorgtoeslag 251 242 212 180 Huurtoeslag 413 413 389 338 Kinderbijslag 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 2.892 2.959 3.115 3.242 VASTE LASTEN Huur 682 682 682 682 Energie 174 174 174 174 Water 21 21 21 21 Lokale lasten 0 43 76 76 Telecom 74 74 74 74 Zorgverzekering 381 381 381 358 Overige verzekeringen 19 19 19 19 Onderwijs 0 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 0 Contributies en abonnementen 10 10 10 10 Vervoer 43 43 43 43 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 0 0 0 Totaal vaste lasten 1.404 1.447 1.480 1.457 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 123 123 123 123 Inboedel 100 100 100 100 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 13 13 13 13 Eigen risico 64 64 64 64 Eigen betalingen zorg 0 0 0 0 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 331 331 331 331 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 481 481 481 481 Was- en schoonmaakartikelen 8 8 8 8 Persoonlijke verzorging 53 53 53 53 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 7 7 7 7 Totaal huishoudelijke uitgaven 549 549 549 549 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 197 197 197 197 TOTAAL Totaal uitgaven 2.481 2.524 2.557 2.534 Saldo inkomsten min uitgaven 411 435 558 708

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.369 1.452 1.581 1.710 Voorlopige aanslag 0 54 62 70 Zorgtoeslag 131 131 131 131 Huurtoeslag 445 445 445 445 Kinderbijslag 194 194 194 194 Kindgebonden budget 701 701 701 701 Kinderopvangtoeslag 0 1.045 1.568 1.568 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 2.840 4.022 4.682 4.819 VASTE LASTEN Huur 731 731 731 731 Energie 202 202 202 202 Water 25 25 25 25 Lokale lasten 1 24 77 77 Telecom 64 64 64 64 Zorgverzekering 191 191 191 179 Overige verzekeringen 33 33 33 33 Onderwijs 12 12 12 15 Kinderopvang 11 1.089 1.633 1.633 Contributies en abonnementen 3 3 3 3 Vervoer 34 34 34 40 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 67 67 67 Totaal vaste lasten 1.307 2.475 3.072 3.069 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 124 124 124 132 Inboedel 109 109 109 109 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 6 6 6 6 Eigen risico 32 32 32 32 Eigen betalingen zorg 0 0 0 0 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 302 302 302 310 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 404 404 404 404 Was- en schoonmaakartikelen 8 8 8 8 Persoonlijke verzorging 60 60 60 60 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 8 8 8 8 Totaal huishoudelijke uitgaven 480 480 480 480 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 217 217 217 235 TOTAAL Totaal uitgaven 2.306 3.474 4.071 4.094 Saldo inkomsten min uitgaven 534

548 611 725

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.369 1.506 1.643 1.780 Voorlopige aanslag 0 0 0 0 Zorgtoeslag 131 131 131 131 Huurtoeslag 445 445 445 445 Kinderbijslag 278 278 278 278 Kindgebonden budget 838 838 838 838 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 3.060 3.197 3.334 3.471 VASTE LASTEN Huur 731 731 731 731 Energie 202 202 202 202 Water 25 25 25 25 Lokale lasten 1 77 77 77 Telecom 74 74 74 84 Zorgverzekering 191 191 191 179 Overige verzekeringen 33 33 33 33 Onderwijs 61 61 61 144 Kinderopvang 0 0 0 0 Contributies en abonnementen 3 3 3 3 Vervoer 44 44 44 69 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 67 67 67 Totaal vaste lasten 1.365 1.508 1.508 1.614 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 176 176 176 193 Inboedel 114 114 114 119 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 6 6 6 6 Eigen risico 32 32 32 32 Eigen betalingen zorg 0 0 0 0 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 359 359 359 381 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 631 631 631 631 Was- en schoonmaakartikelen 8 8 8 8 Persoonlijke verzorging 73 73 73 78 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 7 7 7 8 Totaal huishoudelijke uitgaven 719 719 719 725 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 241 241 241 285 TOTAAL Totaal uitgaven 2.684 2.827 2.827 3.005 Saldo inkomsten min uitgaven 376 370 507 466

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.956 2.151 2.347 2.543 Voorlopige aanslag 0 0 0 0 Zorgtoeslag 251 251 221 176 Huurtoeslag 445 445 435 363 Kinderbijslag 194 194 194 194 Kindgebonden budget 418 418 418 418 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 3.265 3.460 3.615 3.695 VASTE LASTEN Huur 731 731 731 731 Energie 214 214 214 214 Water 31 31 31 31 Lokale lasten 1 77 77 77 Telecom 74 74 74 74 Zorgverzekering 381 381 381 358 Overige verzekeringen 47 47 47 47 Onderwijs 12 12 12 15 Kinderopvang 11 11 11 11 Contributies en abonnementen 10 10 10 10 Vervoer 61 61 61 66 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 67 67 67 Totaal vaste lasten 1.573 1.716 1.716 1.701 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 185 185 185 193 Inboedel 123 123 123 123 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 10 10 10 10 Eigen risico 64 64 64 64 Eigen betalingen zorg 0 0 0 0 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 413 413 413 421 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 542 542 542 542 Was- en schoonmaakartikelen 9 9 9 9 Persoonlijke verzorging 86 86 86 86 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 10 10 10 10 Totaal huishoudelijke uitgaven 647 647 647 647 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 296 296 296 314 TOTAAL Totaal uitgaven 2.929 3.072 3.072 3.083 Saldo inkomsten min uitgaven 336 388 543 612

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.956 2.151 2.347 2.543 Voorlopige aanslag 0 0 0 0 Zorgtoeslag 251 251 221 176 Huurtoeslag 445 445 435 363 Kinderbijslag 278 278 278 278 Kindgebonden budget 555 555 555 555 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 3.484 3.679 3.835 3.914 VASTE LASTEN Huur 731 731 731 731 Energie 214 214 214 214 Water 31 31 31 31 Lokale lasten 1 77 77 77 Telecom 83 83 83 93 Zorgverzekering 381 381 381 358 Overige verzekeringen 47 47 47 47 Onderwijs 61 61 61 144 Kinderopvang 0 0 0 0 Contributies en abonnementen 10 10 10 10 Vervoer 70 70 70 96 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 67 67 67 Totaal vaste lasten 1.629 1.772 1.772 1.868 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 237 237 237 254 Inboedel 128 128 128 133 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 10 10 10 10 Eigen risico 64 64 64 64 Eigen betalingen zorg 0 0 0 0 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 470 470 470 492 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 742 742 742 742 Was- en schoonmaakartikelen 9 9 9 9 Persoonlijke verzorging 99 99 99 104 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 9 9 9 10 Totaal huishoudelijke uitgaven 859 859 859 865 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 321 321 321 365 TOTAAL Totaal uitgaven 3.279 3.422 3.422 3.590 Saldo inkomsten min uitgaven 205 257 413 324

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.369 1.506 1.643 1.780 Voorlopige aanslag 0 0 0 0 Zorgtoeslag 131 131 131 131 Huurtoeslag 411 411 411 411 Kinderbijslag 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 1.911 2.048 2.185 2.322 VASTE LASTEN Huur 682 682 682 682 Energie 143 143 143 143 Water 17 17 17 17 Lokale lasten 0 63 63 63 Telecom 64 64 64 64 Zorgverzekering 217 217 217 208 Overige verzekeringen 26 26 26 26 Onderwijs 0 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 0 Contributies en abonnementen 6 6 6 6 Vervoer 31 31 31 31 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 67 67 67 Totaal vaste lasten 1.186 1.316 1.316 1.307 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 62 62 62 62 Inboedel 88 88 88 88 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 6 6 6 6 Eigen risico 0 0 0 32 Eigen betalingen zorg 8 8 18 39 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 195 195 205 258 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 272 272 272 272 Was- en schoonmaakartikelen 7 7 7 7 Persoonlijke verzorging 26 26 26 26 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 5 5 5 5 Totaal huishoudelijke uitgaven 310 310 310 310 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 153 153 153 153 TOTAAL Totaal uitgaven 1.844 1.974 1.984 2.028 Saldo inkomsten min uitgaven 67 74 201 294

uitgavenposten

100

110

120

130

INKOMEN Netto inkomen 1.623 1.683 1.836 1.989 Voorlopige aanslag 0 0 0 2 Zorgtoeslag 131 131 131 131 Huurtoeslag 448 448 435 382 Kinderbijslag 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 Lokale tegemoetkomingen 0 0 0 0 Netto besteedbaar inkomen 2.202 2.262 2.402 2.504 VASTE LASTEN Huur 773 773 773 773 Energie 154 154 182 182 Water 17 17 17 17 Lokale lasten 0 0 63 63 Telecom 64 64 64 64 Zorgverzekering 217 217 217 195 Overige verzekeringen 17 17 17 17 Onderwijs 0 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 0 Contributies en abonnementen 6 6 6 6 Vervoer 19 19 19 19 Levensonderhoud anderen 0 0 0 0 Betalingsverplichtingen 0 0 0 0 Werkgerelateerde kosten 0 0 0 0 Totaal vaste lasten 1.267 1.267 1.358 1.336 RESERVERINGSUITGAVEN Kleding 62 62 87 93 Inboedel 88 88 88 88 Onderhoud 31 31 31 31 Zelfzorgmiddelen 9 9 9 9 Eigen risico 0 0 0 32 Eigen betalingen zorg 8 8 8 51 Vrijetijdsuitgaven 0 0 0 0 Totaal reserveringsuitgaven 198 198 223 304 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding 264 264 264 264 Was- en schoonmaakartikelen 7 7 7 13 Persoonlijke verzorging 26 26 26 26 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 0 Huisdieren 0 0 0 0 Roken 0 0 0 0 Diversen 5 5 5 5 Totaal huishoudelijke uitgaven 302 302 302 308 SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie 154 154 154 154 TOTAAL Totaal uitgaven 1.921 1.921 2.037 2.102 Saldo inkomsten min uitgaven 281 341 365 402

uitgavenposten INKOMEN Netto inkomen Voorlopige aanslag Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven Saldo inkomsten min uitgaven

Bijstand

Minimumloon

Studiefinanciering

338 0 131 276 0 0 0 770 1.515

1.175 0 131 276 0 0 0 0 1.582

794 0 131 276 0 0 0 0 1.201

475 143 17 0 64 168 26 0 0 3 26 0 0 0 922

475 143 17 0 64 168 26 0 0 3 26 0 0 67 989

475 143 17 0 64 168 26 238 0 3 11 0 0 0 1.145

62 88 31 6 32 0 0

62 88 31 6 32 0 0

62 88 31 6 32 0 0

219

219

219

272 7 26 0 0 0 5

272 7 26 0 0 0 5

272 7 26 0 0 0 5

310

310

310

120

120

109

1.571

1.638

1.783

-56

-56

-582

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=a45eeaae-8daa-421a-990d-19a6091a5d17