CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025-2035 Perspectief sociale arbeidsmarktinfrastructuur E'de werkontwikkelbedrijf DCW

Raadsvergadering 27 oktober 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Kadernota 2025 - 2035: Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW14.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Binnen deze context zijn vier afdelingen onderdeel van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur: ▪ Werkzoekendenbegeleiding (WZB) ▪ Werkgeversdienstverlening en Detacheringen (Adviseurs werk en Detacheringsbegeleiders van extern geplaatste SW-medewerkers) ▪ Inburgering en Participatie (specifiek de regiefunctionarissen Inburgering) ▪ Onderwijs (Doorstroomcoaches en Jongerencoaches)

W&I is georganiseerd volgens een ketenaanpak, met acht afdelingen en twee teams. In elk stadsdeel werken multidisciplinaire teams samen om inwoners integraal te ondersteunen. In stadsdeel Zuid zijn vanwege de omvang van het bijstandsbestand twee ketens actief. Daarnaast zijn er specifieke ketens voor jongeren en statushouders, die aansluiten bij landelijk beleid zoals het Plan van aanpak Statushouders aan het werk (waarin extra middelen en aandacht beschikbaar zijn om statushouders sneller te laten participeren) en regionale afspraken zoals de Twentse

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

17

Belofte (inzet op preventieve ondersteuning van jongeren). Door deze gebiedsgerichte én doelgroepgerichte aanpak wordt de samenwerking met partners als Wijkteams, Wijkwijzers, Stadsbank en Stadsdeelmanagement versterkt. Dit maakt maatwerk mogelijk en zorgt voor een betere aansluiting bij de leefwereld van inwoners. De ketenaanpak stimuleert samenwerking tussen teams, verbetert de regie op het bijstandsbestand en draagt bij aan een efficiënte, mensgerichte dienstverlening. Door intensieve informatie-uitwisseling ontstaat beter zicht op de situatie van inwoners en kan ondersteuning breder worden ingezet; niet alleen op werk en inkomen, maar ook op andere leefdomeinen. Organisatie cluster Beschut Werk (DCW) DCW is het werkontwikkelbedrijf van de gemeente Enschede en biedt praktijkplekken en ontwikkeltrajecten voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt, zodat zij zich kunnen ontwikkelen en stappen kunnen zetten richting regulier werk. Voor inwoners die structureel ondersteuning nodig hebben, zijn er beschutte werkplekken. DCW vervult drie hoofdopgaven: ▪ Werkgeverschap: voor inwoners met een arbeidscontract (WSW, Nieuw Beschut en LKS-Bij), met ultimo 2024 circa 400 medewerkers. ▪ Ontwikkeltrajecten richting regulier werk via Werkroute, voor inwoners zonder arbeidscontract uit de brede Participatiewet-doelgroep (ultimo 2024: 250 trajectdeelnemers).

▪ HR-dienstverlening voor de doelgroepen WSW, Nieuw Beschut en LKS-Bij.

Voor inwoners met een indicatie beschut werk wordt binnen dit cluster een passende werkplek gerealiseerd. De afdelingen binnen dit cluster zijn: Groen, Productie (verpakken en assembleren), Textiel, HR (HR dienstverlening voor de doelgroepen WSW, Nieuw Beschut en LKS-Bij) en Bedrijfsvoering. Werkroute biedt vier ontwikkeltrajecten: 1. 2. 3. 4.

Diagnose voor inwoners van wie het arbeidsvermogen nog niet helder is; Arbeidsfit gericht op het opdoen van werkritme en werknemersvaardigheden; Z-route voor statushouders in het kader van inburgering en zelfredzaamheid; Re-integratie voor eigen medewerkers (SW of Nieuw Beschut) die opnieuw passend werk zoeken, binnen of buiten DCW.

Via het cluster W&I wordt ook dienstverlening geboden aan gedetacheerde WSW-medewerkers (ultimo 2024: 464) en inwoners die via LKS-Bij bij reguliere werkgevers werken (ultimo 2024: 520).

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

18

5.2 SWOT-ANALYSE VAN DE SOCIALE ARBEIDSMARKTINFRASTRUCTUUR Om inzicht te krijgen in de kansen en bedreigingen voor de komende jaren is een SWOT-analyse uitgevoerd. Daarbij zijn ook de sterke en zwakke punten van de huidige organisatie in kaart gebracht. Voor een objectieve en methodisch verantwoorde analyse is het onafhankelijke adviesbureau Berenschot ingeschakeld. Het onderzoek is gebaseerd op interviews met medewerkers van de gemeente Enschede, met een brede vertegenwoordiging van relevante afdelingen. De uitkomsten zijn gecombineerd met landelijke, regionale en lokale data, waardoor een integraal beeld van de huidige situatie is ontstaan. De analyse is uitgevoerd aan de hand van de arbeidsmarktfunctionaliteiten die de basis vormen voor een goed functionerende arbeidsmarktinfrastructuur. Deze functionaliteiten, variërend van het vinden en diagnosticeren van kandidaten tot het ontwikkelen van vaardigheden, het matchen met werkplekken, werkgeversbenadering, uitstroom naar regulier werk, begeleiding via LKS, beschut werk en de Wsw-regeling, zijn binnen de Enschedese arbeidsmarktinfrastructuur aanwezig en in kaart gebracht. De resultaten van deze analyse hebben richting gegeven aan het opstellen van deze kadernota. Op basis van deze analyse is onderstaande SWOT-tabel opgesteld, waarin de belangrijkste interne en externe factoren zijn samengebracht.

De inzichten uit deze analyse geven richting aan het formuleren van de actielijnen in hoofdstuk 6, waarmee de koers voor de komende jaren wordt bepaald. Kansen • Verzilveren van arbeidsmarktkrapte • Realiseren van integrale toegang tot hulp in het sociaal domein • Versterken van regionale binding en samenwerking • Investeren in inclusie bij ondernemers • Positioneren van DCW voor complexere doelgroep

Bedreigingen • Complexer wordende doelgroep • Hoge bijstandsafhankelijkheid • (Toekomstige) onvoldoende financiële middelen • Beperkte werkgeversbereidheid om inwoners uit de doelgroep een kans • te bieden • Hoge kans op uitval bij de LKS-doelgroep bij reguliere werkgevers

Sterktes • Kwetsbare doelgroep in beeld • Ketenaanpak • Veelzijdig arbeidsmarktinstrumentarium • Goede bestaande werkgeversrelaties • Goede basis interne sociale arbeidsmarktinfrastructuur

Zwaktes • Werktraject pas na instroom uitkering van start • Beperkte door- en uitstroom naar een externe werkplek • Statische werkgeversbenadering • Duurzame plaatsing uitdagend, onvoldoende (gestructureerde) nazorg • Geen duidelijke ontwikkeling (doelgroepen Beschut en LKS) naar werk

5.3 AANDACHTSPUNTEN PARTICIPATIEWET DOELGROEP In hoofdstuk 4.2 is een kwalitatieve beschrijving van de Participatiewet doelgroep gegeven. Ter verdieping zijn in sessies met de uitvoerende teams de belangrijkste aandachtspunten per doelgroep in kaart gebracht. Deze aandachtspunten geven inzicht in de uitdagingen en mogelijkheden bij plaatsing en begeleiding van de verschillende sub-doelgroepen, die beschikken over arbeidsvermogen, binnen de Participatiewet. Ze vormen samen met andere relevante elementen, zoals de uitkomsten van de SWOT-analyse, de basis voor de strategische visie en hieruit voortvloeiende actielijnen. Deze actielijnen worden in hoofdstuk 6 nader uitgewerkt. In de tabel op de volgende pagina is een overzicht van de uitwerking van deze aandachtspunten weergegeven.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

19

Doelgroep LKS-Via

Thema Plaatsing

Aandachtspunten • •

Begeleiding

•

•

LKS-Bij / LKS-detachering

Loonwaardemeting• Plaatsing • • • •

Nieuw beschut (LKS-NBW)

Loonwaardemeting• Plaatsing •

• •

Begeleiding

• • • •

Financiën

•

•

WSW

Plaatsing

• •

Begeleiding

•

•

Het vinden van geschikte en passende werkplekken is uitdagend Het behoud van medewerkers op bestaande banen vraagt inzet en ondersteuning, richting zowel werkgevers als kandidaten Begeleiding wordt geleverd door team WZB; kandidaten zijn opgenomen in de caseload, maar er is geen werkplekbegeleiding vanuit WZB; jobcoaching wordt waar nodig afzonderlijk ingezet. Werkgevers ontvangen financiële middelen van de gemeente en dienen begeleiding zelf te regelen Begeleiding is vooral reactief; er is behoefte aan een meer actieve en gerichte aanpak, maar beperkte capaciteit maakt dit moeilijk Capaciteit voor loonwaardemetingen is beperkt LKS-detachering: Tijdelijk karakter moet worden bewaakt: inzet als overbrugging naar LKS-via, niet als einddoel Onderzoeken of voor deze doelgroep een detacheringsfaciliteit noodzakelijk is Inzet op detachering is mogelijk financieel aantrekkelijker dan intern dienstverband; dit verdient nader onderzoek Analyseren wat de capaciteitsgevolgen zijn, onder meer voor de inzet van begeleiding en administratie Capaciteit voor loonwaardemetingen is beperkt Het vinden van externe plekken (detachering of regulier contract) is complex vanwege de intensieve begeleidingsbehoefte Collega’s die verantwoordelijk zijn voor externe plaatsing moeten hier goed voor toegerust zijn Doorgroei naar een werkplek buiten DCW moet prominenter op de agenda; ambitie 30% Caseloadnorm

DCW (1:45) staat onder druk gezien de intensiteit van begeleiding bij deze doelgroep Voldoende inhoudelijke deskundigheid bij interne teamleiders en externe begeleiders is cruciaal Begeleiding op de werkplek voor extern geplaatsten is essentieel; ervaringen variëren Onvoldoende zicht op de vorm en toereikendheid van externe begeleiding Uitplaatsen naar duurzame externe werkplekken vergt veel inzet; dit moet financieel worden afgezet tegen interne plaatsing bij DCW Inzicht nodig in kosten per type plaatsing (intern / detachering / regulier contract), inclusief begeleiding, werkplekaanpassing en inzet uren Er moeten voldoende werkplekken beschikbaar zijn voor de huidige groep medewerkers Er moet ruimte zijn voor instroom vanuit de externe groep (afstroom bij verslechterde belastbaarheid) Caseloadnorm blijft ongewijzigd: 1:45 voor interne medewerkers en 1:50 voor extern gedetacheerde medewerkers, passend voor de doelgroep Senior- en RVU-regelingen beïnvloeden werkplanning en inzetbaarheid van medewerkers

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

20

6. PERSPECTIEF 2025–2035 De arbeidsmarktkrapte is aanzienlijk en raakt veel sectoren: iedereen is nodig om bij te dragen aan een inclusieve arbeidsmarkt. Tegelijkertijd groeit de groep inwoners die meer ondersteuning nodig heeft om duurzaam en passend aan het werk te komen én te blijven. Dat vraagt om een aanpak die ruimte biedt voor maatwerk, ontwikkeling en begeleiding, zodat meer mensen volwaardig kunnen participeren en hun zelfredzaamheid kunnen vergroten. Het versterken van de sociale infrastructuur is daarom een urgente opgave. Werk levert hierbij zowel individueel als maatschappelijk rendement op; voor inwoners draagt het bij aan eigenwaarde, gezondheid en sociale verbondenheid en voor gemeenten een vermindering van de afhankelijkheid van ondersteuning en een aantoonbare besparing op uitkerings- en zorgkosten. Onderzoek en praktijkervaring laten zien dat investeringen in werk en participatie leiden tot hogere maatschappelijke opbrengsten dan de gemaakte kosten. De opdracht is tweeledig: 1. De doorontwikkeling van een robuuste en samenwerkende sociale arbeidsmarktinfrastructuur, gericht op het bieden van structurele ondersteuning aan meer inwoners. 2. De versterking van DCW als regionaal leer- en werkcentrum, in nauwe samenwerking met onderwijs, werkgevers en maatschappelijke partners.

In dit hoofdstuk worden de ambitie, kaders en uitgangspunten voor de koers tot 2035 uiteengezet. Deze zijn gebaseerd op de analyses en context uit de voorgaande hoofdstukken. De rol van het werkontwikkelbedrijf als pijler binnen de sociale arbeidsmarktinfrastructuur krijgt hierin nadrukkelijk aandacht. Enschede bouwt met deze koers verder aan een veerkrachtige infrastructuur die participatie en werk voor meer inwoners mogelijk maakt.

6.1 RICHTINGGEVEND KADER: AMBITIE De Gemeente Enschede streeft naar een inclusieve samenleving waarin bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid centraal staan. Een samenleving waarin iedereen volwaardig mee kan doen, met toegang tot passend werk, ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en een stabiel, voorspelbaar inkomen. Talentontwikkeling vormt de sleutel tot dit streven: door het potentieel van ieder individu te erkennen en te stimuleren, bouwen we samen aan een veerkrachtige en rechtvaardige samenleving11. Deze ambitie staat echter onder druk: al jaren blijkt dat relatief veel huishoudens in Enschede afhankelijk zijn van ondersteuning uit het sociaal domein. Enschede kent meer bijstandsgerechtigden dan het landelijk gemiddelde en ook het gebruik van zorgvoorzieningen ligt hoger. Bovendien groeit in Enschede een groter aandeel kinderen op in armoede, wat samenhangt met een lagere sociaaleconomische positie, gekenmerkt door achterstanden in financiële situatie, opleidingsniveau en arbeidsverleden. Tegelijkertijd neemt het aantal inwoners met meervoudige problematiek toe, ook onder jongeren. De complexiteit van deze doelgroep in combinatie met een mismatch met beschikbare vacatures bemoeilijkt de toeleiding naar passend werk.

Zonder gerichte en effectieve interventies zal de groep die langdurig afhankelijk is van inkomensondersteuning en gebruik maakt van zorgvoorzieningen verder toenemen. Dit maakt duidelijk dat duurzame, arbeidsmarktgerichte ondersteuning essentieel is om volwaardige participatie voor meer inwoners mogelijk te maken. Binnen de Enschedese Arbeidsmarktaanpak (EAA) zijn beleidslijnen en instrumenten ontwikkeld die bijdragen aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt. De sociale arbeidsmarktinfrastructuur vormt hierbij een essentieel fundament, opgebouwd uit de keten van werkzoekendebegeleiders, het werkontwikkelbedrijf DCW, werkgeversdienstverlening en andere betrokkenen. Deze keten vervult een sleutelrol in de toeleiding naar passend werk, met als streven (waar mogelijk) duurzame participatie op de reguliere arbeidsmarkt. Een belangrijke rol in deze infrastructuur is weggelegd voor het werkontwikkelbedrijf DCW, dat fungeert als springplank naar regulier werk en als vangnet voor wie meer tijd of ondersteuning nodig heeft. DCW vervult tevens een rol als centrum voor leren en werken: een toegankelijke praktijkomgeving waar werk, scholing en coaching samenkomen. Hoewel de bestaande infrastructuur een stevig fundament biedt, vraagt de toename van de ondersteuningsvraag om versterking en aanpassing.

Intensieve samenwerking tussen professionals en organisaties, met focus op duurzame begeleiding en nazorg, is essentieel. Door extra rijksmiddelen ontstaat ruimte voor investeringen in een toekomstbestendige en financieel houdbare arbeidsmarkt infrastructuur. Hiermee kunnen de uitdagingen van arbeidsmarktmismatch, groeiende ondersteuningsvraag en inclusieve participatie effectief worden aangepakt.

11

Visiedocument ‘Inclusief Enschede’

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

21

6.2 RICHTINGGEVENDE UITGANGSPUNTEN De onderstaande uitgangspunten vloeien voort uit de analyse en de bevindingen zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken. Zij dienen als leidraad voor de strategische keuzes die in deze nota worden gemaakt.

1. 2. 3.

Uitgangspunt

Toelichting

Ontwikkeling als uitgangspunt Vraaggerichte ondersteuning Rol van werkontwikkelbedrijf

Ondersteuning is gericht op ontwikkeling, doorstroom en nazorg, met als doel duurzame plaatsing in zo regulier mogelijk werk. Inzet wordt afgestemd op de ontwikkelmogelijkheden van inwoners en de behoeften van de arbeidsmarkt. Ontwikkelinstrumenten, zoals ontwikkelpaden, worden gericht ingezet. DCW is een ontwikkelvoorziening én een springplank naar regulier werk. Als uitstroom niet mogelijk is, bijvoorbeeld door lichamelijke of psychische beperkingen, neemt DCW de rol van werkgever op zich en biedt passend werk. De sociale arbeidsmarktinfrastructuur wordt wendbaar ingericht en kan opgeschaald of afgeschaald worden naar behoefte en middelen. Keuzes worden gemaakt binnen beschikbare financiële kaders. Bij schaarste worden prioriteiten gesteld, ook binnen de doelgroep bediening. Werkgevers krijgen een herkenbare, integrale en eenduidige aanpak, passend bij de regionale werkgeversdienstverlening Van instroom tot nazorg wordt ketenbreed en domein overstijgend gewerkt, in samenhang binnen het integraal sociaal domein.

4.

Flexibele infrastructuur

5.

Financieel realisme

6.

Eén werkgeversaanpak

7.

Integrale ketenaanpak

6.3 DE VISIE OP DCW, HET WERKONTWIKKELBEDRIJF VAN ENSCHEDE De ingezette verandering van de rol van DCW, vastgesteld in de Kadernota Werken naar Vermogen 2016-2020, zetten we door. In de strategische koers 2025–2035 is de visie op DCW helder: het werkontwikkelbedrijf fungeert als ontwikkelvoorziening én vangnet, gericht op het versterken van vaardigheden en arbeidsfitheid van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit gebeurt door middel van persoonlijke begeleiding en leren in de praktijk, met doorstroom naar regulier werk als belangrijk doel waar mogelijk. De werkgeversrol van DCW blijft onverminderd essentieel. Vanuit de Rijksopdracht biedt DCW passende werkplekken voor inwoners die (nog) niet bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, en blijft het een vertrouwde en passende omgeving voor ontwikkeling. Door de structurele groei van het aantal inwoners met een ondersteuningsbehoefte ontstaat een tekort aan fysieke ontwikkel- en werkplekken bij DCW. Dit geldt vooral voor inwoners die nog niet de stap naar reguliere werkgevers kunnen maken en eerst moeten investeren in hun ontwikkeling. Reguliere werkgevers bieden onvoldoende geschikte ontwikkelplekken voor deze doelgroep. Om deze inwoners perspectief te kunnen blijven bieden, is uitbreiding van de interne faciliteiten noodzakelijk.

DCW opereert momenteel vanaf twee locaties: aan de Spoordijkstraat ligt de focus op inpak- en textielwerkzaamheden, terwijl de locatie aan de Blijdensteinbleekweg, ook bekend als locatie ‘Kwekerij’ (eigendom van de gemeente) ruimte biedt voor groene werkzaamheden. Locatie ‘Kwekerij’ biedt kansen voor uitbreiding. Door de locatie te vernieuwen en aan te passen, kunnen extra ontwikkelplekken worden gecreëerd en kan tevens ruimte worden geboden aan maatschappelijke functies die bijdragen aan het vergroten van kansen voor inwoners. Parallel aan deze kadernota wordt aan het college en de Raad een voorstel voorgelegd voor een (her)ontwikkeling van de locatie Kwekerij naar Stadskas Twente. Investeren in DCW betekent investeren in mensen: het biedt inwoners uitzicht op duurzaam werk, vergroot hun zelfredzaamheid, versterkt de sociale samenhang en bevordert bredere maatschappelijke participatie in de gemeente Enschede.

6.4 STRATEGISCHE KOERS RICHTING 2035: INRICHTING VAN DE SOCIALE ARBEIDSMARKTINFRASTRUCTUUR Zoals uit de interne analyse blijkt, beschikt Enschede over een stevige sociale arbeidsmarktinfrastructuur. De doelgroep is goed in beeld via onder meer de ketenaanpak en de inzet van de afdeling Werkzoekendebegeleiders (WZB). Het arbeidsmarktinstrumentarium is veelzijdig en het opgebouwde werkgeversnetwerk vormt een belangrijke rol. Ook het werkontwikkelbedrijf DCW, onderdeel van de gemeente, biedt een solide basis om inwoners, voor wie regulier werk nog een stap te ver is, een plek te bieden. Tegelijkertijd vraagt de groeiende en complexer wordende doelgroep, in combinatie met toenemende druk op capaciteit en middelen, om verdere optimalisatie van deze infrastructuur. In deze paragraaf wordt de koers vertaalt naar richtinggevende keuzes voor beleid en uitvoering.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

22

Strategische koers: duurzame ondersteuning Zoals beschreven in hoofdstuk 4, laat de prognose zien dat het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft stijgt. De groei zit vooral bij doelgroepen met een grotere ondersteuningsbehoefte. Zo neemt de groep LKS–Via toe van ongeveer 560 naar 940 personen en groeit ook LKS–Bij naar circa 200 personen. Bovendien is ook een groei te verwachten, door wijziging van het verdeelmodel Beschut Werk, van de groep mensen binnen de werkontwikkelbedrijven. Deze ontwikkelingen vragen om gerichte investeringen in begeleiding, capaciteit en samenwerking met verschillende partijen, en maken duidelijk dat een stevige, toekomstbestendige aanpak nodig is om iedereen zo regulier mogelijk aan het werk te krijgen én te houden, zodat inwoners duurzaam deelnemen aan de arbeidsmarkt. De kern van onze strategische koers is dat meer inwoners de stap zetten naar regulier werk, waarbij geldt: zo regulier als mogelijk. Om de doelgroep ook in de toekomst passend te kunnen blijven ondersteunen, is geen fundamenteel andere koers nodig. De basis staat. We zetten in op begeleiding en ondersteuning op maat, zodat iedere deelnemer de juiste route kan volgen en de juiste vaardigheden kan ontwikkelen. Aansluitend zorgen we voor structurele nazorg en jobcoaching, zodat mensen niet alleen instromen, maar ook duurzaam hun plek behouden.

We ontwikkelen inwoners gericht richting de reguliere arbeidsmarkt, voorkomen terugval en waarborgen duurzame plaatsingen. Daarnaast brengen we nieuwe groepen, zoals LKS–Bij, die nu nog onvoldoende in beeld zijn, in kaart en versterken we onze werkgeversbenadering zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten. Dit vraagt om een goed functionerende interne infrastructuur, waarbij samenwerking met onder meer werkontwikkelbedrijven, zorg- en welzijnsorganisaties en onderwijsinstellingen verder wordt versterkt, zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten en er onder andere een diversiteit aan werksoorten geboden kan worden. Deze (regionale) samenwerkingen, mede aangejaagd door de landelijke overheid, vergroot onze slagkracht om arbeidsparticipatie te verhogen, werkloosheid terug te dringen en sociale inclusie te bevorderen. Zo zorgen we ervoor dat iedereen in onze stad de kans krijgt om volwaardig mee te doen. Optimaliseren van de bestaande infrastructuur De huidige koers biedt voldoende basis om de doelgroep ook in de toekomst passend te ondersteunen. De opgave ligt bij het optimaliseren van de bestaande uitvoering. De strategische lijn vormt hiervoor het kader. Op basis van de uitkomsten van de SWOT-analyse en de strategische koers zijn concrete actielijnen opgesteld voor de komende vier jaar (zie onderstaande tabel).

Deze vormen de basis voor operationele verbeteringen en worden uitgewerkt in afzonderlijke implementatieplannen, waarin ook uitvoeringscapaciteit en caseloadnormen zijn meegenomen. De actielijnen geven richting aan de strategische keuzes en zorgen voor een samenhangende, uitvoerbare aanpak van inclusief en duurzaam werk in Enschede.

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Actielijn 1. Benutten van DCW als ontwikkelvoorziening 2. Facilitering van ontwikkel- en beschutte werkplekken 3. Optimalisering van beschut werk 4. Stimuleren van door- en uitstroom 5. Versterken van de werkgeversaanpak 6. Borgen van duurzame plaatsingen

Toelichting Het werkontwikkelbedrijf wordt optimaal ingezet als veilige en ondersteunende omgeving voor ontwikkeling én als vangnet bij terugval. Het werkontwikkelbedrijf beschikt over voldoende en geschikte werkplekken, zowel voor ontwikkelplekken als voor beschut werk. De organisatie en kwaliteit van beschutte werkplekken worden verbeterd om beter aan te sluiten bij zowel de doelgroep als werkgevers. Inwoners krijgen meer kansen om door te stromen naar werkplekken buiten het werkontwikkelbedrijf, met behoud van passende begeleiding richting regulier werk. Samenwerking met (potentiële) werkgevers wordt geïntensiveerd om duurzame arbeidsplaatsen te realiseren en participatie te bevorderen. Begeleiding en nazorg worden ingezet om ervoor te zorgen dat inwoners hun werk niet alleen verkrijgen, maar ook behouden op langere termijn.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

23

Externe factoren en risico’s voor realisatie van ambities De geformuleerde actielijnen bieden richting en houvast voor de komende jaren. Tegelijkertijd is de realisatie van deze ambities niet los te zien van externe factoren en risico’s die de uitvoering kunnen beïnvloeden. Ontwikkelingen op economisch of maatschappelijk vlak kunnen ertoe leiden dat de gekozen koers moet worden bijgesteld of dat de inhoud van de actielijnen aangepast wordt. Hieronder zijn de belangrijkste externe factoren en risico’s benoemd die van invloed kunnen zijn op de uitvoering en het behalen van de doelstellingen. ▪ Economische ontwikkelingen: Verslechteringen in de (regionale) economie kunnen leiden tot meer werkloosheid en minder passende banen, waardoor de druk op ondersteunende voorzieningen toeneemt. ▪ Landelijk beleid en wetgeving: Wijzigingen in beleidskaders en regelgeving kunnen uitvoering en financiering van lokale initiatieven beperken of bemoeilijken. ▪ Financiering en rijksmiddelen: Afhankelijkheid van rijksmiddelen brengt risico’s voor continuïteit en voorwaarden met zich mee. Demografische veranderingen vergroten daarnaast de financiële druk. ▪ Sociale en demografische trends: Toenemende ongelijkheid, diversiteit en bevolkingsveranderingen vergroten de complexiteit en omvang van de ondersteuningsvraag.

▪ Technologische ontwikkelingen: Snelle technologische en arbeidsmarkttransities beperken de inzetbaarheid van kwetsbare groepen.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

24

7. FINANCIEEL BEELD 7.1 SAMENVATTEND FINANCIEEL BEELD De begroting van het Werkontwikkelbedrijf, inclusief het onderdeel Detacheringen, is in 2025 financieel in balans. We zien daarbij dat de omvang van de doelgroepen en de bijbehorende financiering de komende jaren aanzienlijk veranderen. Daarom is een herijking van de financiële exploitatie, in samenhang met de ambities uit deze Kadernota, zowel wenselijk als noodzakelijk gebleken. De middelen die het Rijk beschikbaar stelt, blijken toereikend om de komende jaren de opdracht waarvoor Enschede staat uit te voeren. Dit betekent dat de gemeente in staat blijft voldoende ontwikkel- en beschutwerkplekken, evenals begeleiding, aan te bieden aan de groeiende groep inwoners die ondersteuning nodig heeft bij arbeidsmarktparticipatie. Een aantal ontwikkelingen is daarbij van belang: ▪ De uitstroom van de bestaande SW-doelgroep zorgt voor een geleidelijke afbouw van rijksbudgetten: de integratieuitkering daalt van bijna 30 miljoen euro nu naar nul in 2050. ▪ Tegelijkertijd nemen de nieuwe doelgroepen “Nieuw Beschut” en “Loonkostensubsidie (LKS)” in aantallen toe. Hiervoor stelt het Rijk oplopende subsidies beschikbaar. Naar verwachting levert dit in Enschede de komende jaren meer dan 1.200 extra werkplekken op, gefinancierd via verschillende rijksgeldstromen.

▪ Een van die geldstromen betreft de financiering van de kosten die gemaakt worden voor uitvoering en begeleiding van de nieuwe groep LKS. Vanwege de toenemende aantallen verhoogt het Rijk jaarlijks de bijdrage aan gemeenten. Sinds vorig jaar heeft het Rijk deze bijdrage echter financieel-technisch omgezet van een zogeheten Integratie-Uitkering naar een uitkering in het Gemeentefonds. Daarmee is dit onderdeel geworden van de Algemene Middelen van Enschede en maakt dit niet standaard onderdeel meer uit van de budgetten van de sociale arbeidsmarkt infrastructuur van het Sociaal Domein. De uitvoeringsbudgetten hebben deze bijdrage vanaf 2030 wel nodig. Daarom wordt voorgesteld om de benodigde financiering hiervoor aan te vullen met een bijdrage uit de Algemene Middelen. Dit heeft per saldo geen effect op het huidige totale middelenkader van de Gemeente Enschede omdat het nieuw, nog door het Rijk toe te voegen, budget betreft waarmee de Algemene Middelen worden opgehoogd en die nog niet opgenomen zijn in de huidige begroting 2026-2029. Het gaat om een jaarlijkse groei van ongeveer 40 werkplekken, met een structurele extra rijksbijdrage van ongeveer 0,3 – 0,5 miljoen euro per jaar. De groei tot en met 2029 kan opgevangen worden binnen de beschikbare budgetten. ▪ Om deze groei mogelijk te maken investeert het Rijk aanvullend in de versterking van de sociale infrastructuur.

Enschede ontvangt hiervoor tien jaar lang jaarlijks ongeveer 0,4 miljoen euro. In toekomstige actie- en jaarplannen worden de in de Kadernota opgenomen actielijnen concreet uitgewerkt welke maatregelen hiermee gefinancierd worden. Omdat deze plannen nog in ontwikkeling zijn, stellen we voor om de middelen via een bestemmingsreserve beschikbaar te houden. Dat stelt ons in staat om flexibel in te spelen op de daadwerkelijke uitgaven per jaar. ▪ Daarnaast is er landelijk meer aandacht voor mensen in het doelgroepenregister die nog niet aan het werk zijn. Landelijk gaat het om 10.000 extra banen; voor Enschede betekent dit 150 extra banen (zie hoofdstuk 4). Hiervoor ontvangt de gemeente 0,3 miljoen euro in 2025, oplopend naar 0,5 miljoen euro structureel. ▪ Om de extra werkplekken in Enschede te kunnen realiseren is extra huisvestingscapaciteit nodig. In de Kadernota is hiermee rekening gehouden. De vernieuwing van de kwekerij door het Facilitair en Vastgoedbedrijf Enschede geeft hier invulling aan. Al deze ontwikkelingen zijn financieel doorgerekend en passen binnen de bestaande kaders, mede dankzij de aanvullende rijksmiddelen. Daarbij geldt: ▪ In de Zomernota 2024 is het budget van de SW taakstellend verlaagd met 1,5 miljoen euro structureel. De taakstelling is hiermee nu definitief ingevuld.

▪ Tegelijkertijd is een risico opgenomen ten behoeve van het benodigde weerstandsvermogen met eenzelfde bedrag voor het geval deze niet ingevuld kon worden. Ook dat risico kan verlaagd worden naar nul. Dat verbetert de weerstandsratio. ▪ De voordelen die worden verwacht in 2026-2029 kunnen in de eerstvolgende Zomernota 2026 / Gemeentebegroting 2027-2030 terugvloeien naar de algemene middelen. Met deze financiële kaders en reserveringen is Enschede goed voorbereid op de komende jaren. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt nader toelichting gegeven op de huidige situatie en het financiële perspectief van de toekomst.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

25

7.2 HUIDIGE SITUATIE De huidige financiering ziet er als volgt uit: Begroting in euro x 1.000

2025

Omzet

6.025

Operationele kosten

-11.382

Operationeel resultaat

-5.357

Loonkosten doelgroep

-29.554

Subsidies

29.303

Subsidieresultaat

-251

Exploitatieresultaat

-5.608

Bijdrage Algemene Middelen

4.159

Offensief begroten (Zomernota 2024)

-1.500

Bijdrage Participatiebudget

2.949

Totaal dekking

5.608

Saldo

0

De sociale arbeidsmarkt kent, zoals hiervoor toegelicht, meerdere doelgroepen. Elke doelgroep heeft een eigen kosten- en opbrengstenstructuur en wordt op een andere manier door het Rijk gefinancierd. De omvang en ontwikkeling van het aantal personen in deze groepen verschilt daarbij ook. De doelgroep WSW (Wet sociale werkvoorziening) neemt de komende jaren af, omdat er sinds 2015 geen instroom meer mogelijk is in deze wet. Binnen deze groep vallen de onderdelen Beschut (nu circa 220 personen) en Detachering / Begeleid Werken (nu circa 450 medewerkers) en maakt een aantal gebruik van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU, circa 40 personen). Financieel gezien is deze groep structureel verliesgevend voor de gemeente. Dit is in de begroting meegenomen: het tekort wordt gecompenseerd met een bijdrage uit de algemene middelen. Wel is er een positieve ontwikkeling: het Rijk verhoogt stapsgewijs de subsidie per medewerker. Daardoor wordt het tekort geleidelijk kleiner, al blijft de exploitatie negatief. De doelgroep Nieuw Beschut neemt geleidelijk de plaats in van de groep SW Beschut en kent nu ruim 150 personen. Voor deze nieuwe doelgroep geldt een andere financieringssystematiek vanuit het Rijk. Hoewel ook hier sprake is van een tekort, blijft dit relatief beperkt en is ook dit in de begroting opgevangen via een bijdrage uit het participatiebudget.

De doelgroep Loonkostensubsidie (LKS) neemt de plaats in van SW Detachering. Op dit moment zijn er in Enschede al zo’n 550 inwoners die bij reguliere werkgevers een arbeidscontract hebben met een LKS-vergoeding voor de werkgever. Dat aantal loopt de komende jaren gestaag op. Hoewel het in Enschede goed loopt, blijft de landelijke ontwikkeling op deze doelgroep achter. Daarom heeft het ministerie de ambitie uitgesproken om 10.000 extra banen te creëren en stelt hiervoor ook extra middelen ter beschikking; de zogeheten infrastructurele opslag. Enschede onderschrijft deze ambitie in deze kadernota en faciliteert de groei van deze doelgroep. Voor deze doelgroep ontvangt de gemeente een bijdrage uit het cluster Participatie van het Gemeentefonds. Deze financiering is toereikend, waardoor inzet op deze groep financieel haalbaar is. Momenteel zijn er ongeveer 300 kandidaten in een traject, waarvan zo’n 260 bij de DCW. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren nog iets toeneemt. De uitvoering is op dit moment kostendekkend dankzij een bijdrage uit het Participatiebudget. In de afgelopen jaren is in de jaarrekening telkens een positief resultaat gerealiseerd op het begrotingsproduct.

Dit komt vooral doordat het Rijk diverse subsidiebedragen voor doelgroep medewerkers heeft verhoogd en langzaamaan ook in bredere zin de financiering van de sociale arbeidsmarkt meer passend maakt op wat gemeenten hiervoor aan kosten maken. Mede hierdoor is in de Zomernota 2024 besloten om in het kader van 'offensief begroten' voor structureel 1,5 miljoen euro de bijdrage uit de algemene middelen te verlagen. Dit besluit is wel onder voorbehoud van toekomstige ontwikkelingen. Hierop wordt later in dit hoofdstuk nog teruggekomen.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

26

7.3 FINANCIEEL PERSPECTIEF Zoals eerder geschetst, verschuiven de doelgroepen: sommige groepen nemen af, andere groeien. In totaal verwachten we dat het aantal inwoners, dat met een vorm van begeleiding werkt of via een traject re-integreert, inburgert of arbeidsfit wordt gemaakt, toeneemt. We hebben per doelgroep in kaart gebracht welke kosten en opbrengsten hiermee gemoeid zijn en in hoeverre deze door het Rijk worden vergoed. Door deze gegevens door te rekenen op basis van de verwachte ontwikkeling per doelgroep, ontstaat er inzicht in de financiële gevolgen op de langere termijn. Voor het kunnen faciliteren van deze groei aan benodigde werkplekken zijn de huurkosten, behorende bij de verbouwing van de locatie Kwekerij, meegenomen in deze begroting. Goedkeuring van deze plannen en investering volgt een eigen spoor richting College en Raad. Uit alle doorrekeningen blijkt dat de voorgestelde strategische koers financieel uitvoerbaar is binnen de bestaande financiële kaders. Dit ervan uitgaande dat de Raad instemt met het voorgelegde beslispunt om de aanvullende financieringsbehoefte die ontstaat vanaf 2030 te dekken met een bijdrage uit de algemene middelen. Hiervoor zijn Rijksmiddelen beschikbaar. Per saldo is dit voor de Gemeente als totaal financieel neutraal. Dit biedt vertrouwen. Onderstaande tabel toont de verwachte financiële ontwikkeling tot en met 2050.

Dat is het moment dat de oude SWgroep volledig is uitgestroomd. Vanaf 2030 is de ontwikkeling in de tabel weergegeven met sprongen van 5 jaar. ONTWIKKELING FINANCIEEL RESULTAAT SOCIALE ARBEIDSMARKT INFRASTRUCTUUR 2025-2050 ( bedragen in euro x 1.000)

Kosten / dekking

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2035

2040

2045

2050

Variabele kosten, opbrengsten en subsidies basis = 2025

1.159

1.159

1.159

1.159

1.159

1.159

1.159

1.159

1.159

1.159

Ontwikkelingen:

Effect ontwikkeling aantallen Verhoging subsidie SW Overige effecten (w.o. landelijk ontw.) Impulsbudget infrastructuur 2025 t/m Uitgaven Impulsbudget infrastructuur subtotaal ontwikkelingen

-1.134 -1.380 -1.572 -1.871 -2.167 -3.348 -3.966 -4.493 -4.964 931 1.642 2.223 2.764 2.550 1.609 1.143 749 0 499 -4 -174 -293 -309 -590 -715 -817 -1.041 471 471 471 471 471 471 0 0 0 0 -471 -471 -471 -471 -471 -471 0 0 0 0 0 296 257 477 600 74 -2.329 -3.538 -4.562 -6.004

Vaste kosten (+300 huisvesting v.a.

-6.767 -6.767 -6.767 -7.067 -7.067 -7.067 -7.067 -7.067 -7.067 -7.067

Saldo exploitatie Bijdrage gemeentebegroting Offensief begroten Zomernota 2024 Bijdrage P-budget NB Bijdrage P-budget AW Bijdrage P-budget SW

-5.608 -5.312 -5.351 -5.432 -5.308 -5.835 -8.237 -9.447 -10.470 -11.913 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 -1.500 -1.500 -1.500 -1.500 -1.500 -1.500 -1.500 -1.500 -1.500 -1.500 360 360 360 360 360 360 360 360 360 360 1.669 1.669 1.669 1.669 1.669 1.669 1.669 1.669 1.669 1.669 920 920 920 920 920 920 920 920 920 920

Saldo dekking

5.608

5.608

5.608

5.608

5.608

0

296

257

177

300

296

257

177

300

Resultaat productbegroting Bijdrage aan algemene middelen Bijdrage uit algemene middelen (gedekt via Rijksbijdrage) Saldo sociale arbeidsmarktinfrastructuur

0

0

0

0

0

5.608

5.608

5.608

5.608

5.608

-226 -2.629 -3.838 -4.862 -6.304

226

2.629

3.838

4.862

6.304

0

0

0

0

0

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

27

Vanwege de toenemende aantallen verhoogt het Rijk jaarlijks de bijdrage aan gemeenten. Sinds vorig jaar heeft het Rijk deze bijdrage echter financieel-technisch omgezet van een zogeheten Integratie-Uitkering naar een uitkering in het Gemeentefonds. Daarmee is dit onderdeel geworden van de Algemene Middelen van Enschede en maakt dit niet standaard onderdeel meer uit van de budgetten van de sociale arbeidsmarkt infrastructuur van het Sociaal Domein. De uitvoeringsbudgetten hebben deze bijdrage vanaf 2030 wel nodig. Daarom wordt voorgesteld om de benodigde financiering hiervoor aan te vullen met een bijdrage uit de Algemene Middelen. Waarbij we vanaf de volgende Zomernota 2026 / Gemeentebegroting 2027–2030 structureel borgen dat vanaf 2030 de benodigde financiering jaarlijks wordt bijgedragen vanuit algemene middelen. En dit ieder jaar te herhalen in elke volgende begroting voor de nieuw toe te voegen jaarschijf op basis van een actuele raming van dat moment. Dit heeft per saldo geen effect op het huidige totale middelenkader van de Gemeente Enschede omdat het een nieuw, nog door het Rijk toe te voegen, budget betreft waarmee de Algemene Middelen worden opgehoogd en dat nog geen onderdeel uitmaakt van het huidige middelenkader 2026-2029.

Het gaat om een jaarlijkse groei van ongeveer 40 werkplekken, met een structurele extra rijksbijdrage van ongeveer 0,3 – 0,5 miljoen euro per jaar. Uit deze tabel blijkt ook dat in de eerste jaren de extra middelen nog niet nodig zijn. Dat komt hoofdzakelijk omdat de subsidiebedragen voor WSW tot en met 2029 nog oplopen. Vanaf 2030 keert het beeld om. Wanneer bovengenoemde aanpassingen worden doorgevoerd, ontstaat een financieel kader waarbinnen de in deze nota geschetste ontwikkelingen kunnen worden bekostigd. Dat betekent ook dat: ▪ In de Zomernota 2024 is het budget van de SW taakstellend verlaagd met 1,5 miljoen euro structureel. ▪ Tegelijkertijd is een risico opgenomen t.b.v. het benodigde weerstandsvermogen met eenzelfde bedrag voor het geval deze niet ingevuld kon worden. Ook dat risico kan verlaagd worden naar nul. Dat verbetert de weerstandsratio. ▪ De voordelen op het product SW en Nieuw Beschut die worden verwacht in 2026-2029 in de eerstvolgende Zomernota 2026 / Gemeentebegroting 2027-2030 kunnen terugvloeien naar de algemene middelen. Zie tabel hierboven. Het realiseren van de ambities in deze nota vraagt om aanpassingen aan de sociale infrastructuur. Dat betreft zowel fysieke voorzieningen, zoals geschikte werkplekken en huisvesting, als aanpassingen in werkprocessen en versterking van de beweging ‘naar buiten’.

Het Rijk stelt voor deze transitie gedurende tien jaar jaarlijks een Impulsbijdrage beschikbaar. In toekomstige actieen jaarplannen, zie hoofdstuk 8, wordt uitgewerkt welke maatregelen hiermee gefinancierd worden. Omdat deze plannen nog in ontwikkeling zijn, stellen we voor om de middelen via een bestemmingsreserve beschikbaar te houden. Zo geven we vervolg aan het besluit van de Raad in de Tussenrapportage 2025 om de impulsbijdrage voor dat jaar te reserveren. Jaarlijks wordt dan bij de begroting inzichtelijk gemaakt welk bedrag nodig is voor het komende jaar en welk deel van de reserve wordt ingezet.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

28

8. HOE WE VERDER GAAN Met deze kadernota wordt de richting voor de komende jaren bepaald. De volgende stap is het vertalen van deze koers naar concrete acties, het organiseren van de uitvoering en het borgen van de randvoorwaarden. Organisatie en regie De uitvoering vindt plaats in een integrale samenwerking tussen clusters W&I en het cluster Beschut Werk (DCW). Hoewel actielijnen formeel bij één cluster zijn belegd, worden zij in overleg opgepakt en afgestemd. Zo ontstaat een samenhangende aanpak. Cluster W&I Cluster Beschut Werk (DCW) Actielijn 5: Versterken van de werkgeversaanpak Actielijn 6: Borgen van duurzame plaatsingen

Actielijn 1: Benutten van DCW als ontwikkelvoorziening Actielijn 2: Facilitering van ontwikkel- en beschutte werkplekken Actielijn 3: Optimalisering van beschut werk Actielijn 4: Stimuleren van door- en uitstroom

Van strategie naar uitvoeringsagenda Per actielijn wordt een uitvoeringsplan opgesteld, waarin acties, planning, middelen en verantwoordelijken worden benoemd. Deze uitvoeringsplannen: ▪ worden opgenomen in de EAA-cyclus 202612; ▪ worden jaarlijks geëvalueerd en, waar nodig, geactualiseerd; ▪ worden afgestemd met betrokken afdelingen en (regionale) partners, en ▪ in de EEA worden ook de inzet van de impulsmiddelen gekoppeld aan de actielijnen uit de kadernota. Proces, monitoring en bijsturing Het uitvoeringsplan per actielijn wordt opgesteld in samenwerking met betrokken clusters en partners, en bevat kernstappen, fasering, verantwoordelijkheden en ambtelijke besluitmomenten. De voortgang wordt systematisch gevolgd via de jaarlijkse EAA-cyclus, die inzicht biedt in acties, resultaten en knelpunten. Deze informatie vormt de basis om de aanpak te optimaliseren, prioriteiten te stellen en regie te behouden. Veranderende economische of maatschappelijke omstandigheden kunnen daarbij aanleiding geven om koers of inhoud van actielijnen bij te stellen.

12

De EAA bevat geen volledige plannen; uitsluitend de samengevatte kernpunten worden hierin opgenomen.

Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=60bccc9d-2108-4fe9-b0f1-081828f55ce6