Kadernota 2025-2035 Perspectief sociale arbeidsmarktinfrastructuur E'de werkontwikkelbedrijf DCW
Tekst van het document
KADERNOTA 2025-2035 PERSPECTIEF OP DE SOCIALE ARBEIDSMARKTINFRASTRUCTUUR IN ENSCHEDE EN HET WERKONTWIKKELBEDRIJF DCW
1
INHOUDSOPGAVE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
3
1. INLEIDING
5
2. HISTORISCH PERSPECTIEF
8
3. LANDELIJKE, REGIONALE EN LOKALE CONTEXT
9
3.1 Landelijke ontwikkelingen en wettelijke kaders 3.2 Regionale ontwikkelingen 3.3 Lokale ontwikkelingen
9 10 11
4. ONTWIKKELING VAN DE DOELGROEP IN ENSCHEDE
12
4.1 De Enschedese demografie 4.2 Kwalitatieve beschrijving van de Participatiewet doelgroep 4.3 Kwantitatieve ontwikkeling van de Participatiewet doelgroep
12 13 14
5. ANALYSE VAN DE ENSCHEDESE SOCIALE ARBEIDSMARKTINFRASTRUCTUUR
17
5.1 De uitvoeringspraktijk in Enschede 5.2 SWOT-analyse van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur 5.3 Aandachtspunten Participatiewet doelgroep
17 19 19
6. PERSPECTIEF 2025–2035
21
6.1 Richtinggevend kader: ambitie 6.2 Richtinggevende uitgangspunten 6.3 De visie op DCW, het werkontwikkelbedrijf van Enschede 6.4 Strategische koers richting 2035: inrichting van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur
21 22 22 22
7. FINANCIEEL BEELD
25
7.1 Samenvattend financieel beeld 7.2 Huidige situatie 7.3 Financieel perspectief
25 26 27
8. HOE WE VERDER GAAN
29
2
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Voor het bepalen van de strategische koers voor 2025–2035 is een brede analyse uitgevoerd. Daarbij zijn verschillende aspecten onderzocht: de huidige inrichting van de organisatie, een SWOT-analyse van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur, landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen, geldende wettelijke kaders en de kenmerken en ondersteuningsbehoeften van de doelgroepen binnen de Participatiewet. De doelgroepanalyse is zowel kwantitatief als kwalitatief uitgevoerd. Deze inzichten vormen gezamenlijk de basis voor de gekozen richting. Werk als fundament: visie en uitvoering in Enschede In Enschede geloven we in de kracht van werk. Niet alleen als bron van inkomen, maar als fundament voor eigenwaarde, gezondheid, sociale verbondenheid en zelfstandigheid. Voor onze inwoners betekent werk meedoen, ertoe doen. Uit onderzoeken en praktijkvoorbeelden blijkt dat elke geïnvesteerde euro in werk zich ruim terugverdient, met substantiële maatschappelijke baten. Daarmee is werk tegelijk een menselijke én economische investering. Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 hebben we als gemeente onze verantwoordelijkheid genomen voor de begeleiding van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben een sterke sociale arbeidsmarktinfrastructuur opgebouwd, met Werk & Inkomen en het werkontwikkelbedrijf DCW als stevige pijlers.
DCW heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld van een beschermde werkplaats tot een dynamische organisatie die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt perspectief biedt. Voor wie (nog) niet aan regulier werk kan deelnemen, blijft DCW een belangrijke werkgever. Tegelijkertijd richt DCW zich steeds meer op het ontwikkelen van arbeidsvaardigheden en het bevorderen van duurzame uitstroom naar regulier werk, passend bij ieders talenten en mogelijkheden. Voor inwoners die dit nodig hebben, biedt DCW - zolang als nodig - beschut werk binnen het werkontwikkelbedrijf.
CONCLUSIES Een stevige infrastructuur De Enschedese arbeidsmarktaanpak staat anno 2025 op een stevig fundament. Dankzij persoonlijke begeleiding, maatwerk en samenwerking is het bijstandsbestand verkleind en de participatiegraad gestegen. Binnen Werk & Inkomen versterkt de ketenaanpak de samenwerking tussen teams, waardoor ondersteuning breed inzetbaar is over werk, inkomen en andere leefdomeinen. DCW vervult een centrale rol als werkontwikkelbedrijf, met succesvolle trajecten voor de brede Participatiewet-doelgroep en sterke prestaties op het gebied van beschut werk. De taakstelling voor beschut werk wordt ruimschoots gehaald en dankzij instemming van de gemeenteraad kunnen we zelfs boven de rijksnorm plaatsen. Deze combinatie van mensgerichte aanpak en stevige structuur biedt een solide basis om voort te bouwen op bestaande successen. De sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede heeft een sterke basis. Met het werkontwikkelbedrijf als apart cluster binnen de eigen gemeente zijn korte lijnen, een gezamenlijke opdracht en gedeeld belang geborgd: iets waar we trots op mogen zijn. Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen. Landelijke hervormingen, regionale samenwerkingen en maatschappelijke trends zoals vergrijzing, (arbeids-)migratie en de groei van kwetsbare doelgroepen met ondersteuningsbehoefte vragen om een aanpak die meebeweegt.
Met de stevige basis die is gelegd, kunnen we vol vertrouwen de volgende stap zetten. We blijven inzetten op maatwerk, inclusie en samenwerking met onderwijs, werkgevers en het brede sociaal domein. Groeiende groep vraagt om meer ondersteuning Onze doelgroep is divers en groeiend. Van jongeren zonder startkwalificatie tot statushouders en mensen uit voormalige Wsw- en Wajongregelingen: iedereen verdient een kans. Tegelijkertijd zien we dat steeds meer inwoners intensieve begeleiding nodig hebben; niet alleen om aan het werk te komen, maar ook om werk vast te houden. Dit vraagt om een aanpak die niet alleen gericht is op duurzame ontwikkeling richting regulier werk, maar ook op intensieve begeleiding, maatwerk en structurele ondersteuning. Financieel in balans De begroting van het Werkontwikkelbedrijf, inclusief het onderdeel Detacheringen, is in 2025 financieel in balans. We zien daarbij dat de omvang van de doelgroepen en de bijbehorende financiering de komende jaren aanzienlijk veranderen. De middelen die het Rijk beschikbaar stelt, blijken toereikend om de komende jaren de opdracht waarvoor Enschede staat uit te voeren. Dit betekent dat de gemeente in staat blijft voldoende ontwikkel- en beschutwerkplekken, evenals begeleiding, aan te bieden aan de groeiende groep inwoners die ondersteuning nodig heeft bij arbeidsmarktparticipatie.
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
3
Samen vooruit: trots en vertrouwen We mogen trots zijn op waar we nu staan. Enschede heeft laten zien dat sociaal ondernemerschap werkt. Met deze kadernota zetten we vol vertrouwen de volgende gezamenlijke stap richting een inclusieve arbeidsmarkt waarin iedereen mee kan doen.
AANBEVELINGEN Strategische koers 2025-2035: van solide fundament naar toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur De strategische koers voor 2025-2035 richt zich op het verder uitbouwen van bestaande sterke punten en het toevoegen van vernieuwing waar dit noodzakelijk is. We zetten in op duurzame plaatsingen, intensieve begeleiding, jobcoaching en een sterke werkgeversbenadering. DCW speelt hierin een rol als regionale leer- en werkvoorziening én als plek waar mensen kunnen groeien. Door het uitbreiden van ontwikkelplekken op locatie ‘Kwekerij’ kunnen we inwoners van de gemeente Enschede nog beter ondersteunen in hun ontwikkeling richting werk. Deze uitbreiding sluit aan bij de groeiende behoefte aan passende (ontwikkelwerk)plekken en intensieve begeleiding. Tegelijkertijd versterken we onze rol als regionale leer- en werkvoorziening. Van visie naar uitvoering De strategische koers is vertaald naar onderstaande concrete actielijnen. De actielijnen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de interne en externe analyse (SWOT-analyse), en op de ontwikkelingen binnen de doelgroepen die gebruikmaken van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur. Belangrijke randvoorwaarden zijn capaciteit in de uitvoering en fysieke ruimte (zie hoofdstuk 6), structurele financiering voor begeleiding en matching (zie hoofdstuk 7) en duidelijke beleidskeuzes voor kwetsbare doelgroepen.
Actielijnen:
Benutten van DCW als ontwikkelvoorziening Facilitering van ontwikkel- en beschutte werkplekken Optimalisering van beschut werk Stimuleren van door- en uitstroom Versterken van de werkgeversaanpak Borgen van duurzame plaatsingen
Om de strategische koers daadwerkelijk in de praktijk te brengen, wordt per actielijn een uitvoeringsplan opgesteld. Hierin worden de concrete acties, planning, benodigde middelen en betrokken verantwoordelijken uitgewerkt. Deze plannen worden opgenomen in de EAA-cyclus (Enschedese Arbeidsmarkt Aanpak) van 2026, jaarlijks geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. De afstemming vindt plaats met relevante afdelingen en (regionale) partners. Binnen de EEA wordt bovendien de inzet van impulsmiddelen gekoppeld aan de actielijnen uit deze kadernota.
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
4
1. INLEIDING De gemeente Enschede staat voor een urgente opgave: structurele arbeidsmarktkrapte, demografische verschuivingen, veranderende financiering vanuit het Rijk en een toenemende groep inwoners met meervoudige ondersteuningsvragen maken een actualisering en bestendiging van de koers van de bestaande arbeidsmarktinfrastructuur noodzakelijk. Deze kadernota geeft richting aan de langetermijnontwikkeling van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede tot 2035, met specifieke aandacht voor de rol van werkontwikkelbedrijf DCW. De nota biedt kaders voor beleidskeuzes en investeringen die nodig zijn om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt 1 duurzaam te ondersteunen richting werk. Daarbij wordt ook de inzet van het landelijke impulsbudget en de structurele infrastructurele opslag meegenomen. Het doel is om de sociale infrastructuur optimaal te benutten voor bredere participatie en maatschappelijke meerwaarde, en zo bij te dragen aan kansengelijkheid en bestaanszekerheid op de korte én langere termijn. De meerwaarde van werk: meer dan inkomen alleen Werk betekent voor mensen veel meer dan het ontvangen van een salaris. Het geeft structuur aan de dag, zorgt voor sociale contacten, vergroot eigenwaarde en draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid.
Mensen die actief deelnemen aan het arbeidsproces ervaren vaker een gevoel van zingeving en zijn over het algemeen gelukkiger en gezonder. Voor kwetsbare groepen kan werk daarnaast een belangrijke stap zijn richting zelfstandigheid en maatschappelijke participatie. Werk als investering met maatschappelijk en financieel rendement voor gemeenten Naast dit persoonlijke en menselijke belang heeft werk ook een brede maatschappelijke meerwaarde. Het bevordert zelfredzaamheid, vermindert de afhankelijkheid van sociale voorzieningen en levert substantiële baten op. Ook voor gemeenten zelf is dit effect zichtbaar. Werk biedt niet alleen sociale winst, zoals meer zelfredzaamheid en minder druk op zorg en ondersteuning, maar ook een financieel rendement van 1,6 2 (opbrengsten 1,6 maal hoger dan de kosten). Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van Cedris en Divosa, uitgevoerd door Berenschot, bevestigt dit beeld3. Zo blijkt dat een extra investering van € 250 miljoen in loonkostensubsidie 40.000 mensen met een arbeidsbeperking aan werk helpt én de samenleving € 400 miljoen oplevert, ruim meer dan de investering (Divosa, 2024). Elke geïnvesteerde euro verdient zich dus ruimschoots terug, met een maatschappelijk rendement van 60%.
Deze inzichten onderstrepen dat werk niet alleen bijdraagt aan individueel welzijn, maar ook economisch en sociaal rendement oplevert voor gemeenten, economie en samenleving. Aanleiding voor deze kadernota Sinds de invoering van de Participatiewet (Pw) in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een brede groep inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit betekent dat gemeenten deze inwoners ondersteunen in hun ontwikkeling, zodat ze stappen richting werk kunnen maken, bij voorkeur bij reguliere werkgevers. Gemeente Enschede geeft hier invulling aan via een brede sociale arbeidsmarktinfrastructuur, waarin meerdere partijen samenwerken aan toeleiding, begeleiding, plaatsing en nazorg. Belangrijke gemeentelijke uitvoerende partijen binnen deze infrastructuur zijn het werkontwikkelbedrijf DCW en het cluster Werk & Inkomen. De centrale opgave voor de komende jaren is om deze gemeentelijke infrastructuur zó in te richten dat zoveel mogelijk inwoners met een ondersteuningsbehoefte kunnen deelnemen aan zo regulier mogelijke arbeid. Dit is niet alleen van groot belang voor de inwoners zelf, maar ook voor de gemeente. Een sterke sociale arbeidsmarktinfrastructuur vergroot immers de zelfredzaamheid van inwoners, vermindert de druk op zorg en uitkeringen en levert daardoor aantoonbare maatschappelijke en financiële baten op.
Voor de versterking van deze infrastructuur stelt het Rijk vanaf 2025 middelen beschikbaar. Deze kadernota biedt richting en houvast voor de effectieve inzet van deze middelen, zodat ze bijdragen aan een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur.
1
Afbakening: deze kadernota richt zich op inwoners met een ondersteuningsbehoefte vanuit de gemeente die zelfstandig geen duurzame werkplek kunnen behouden of verwerven (de doelgroepen LKS-Via, LKS-Bij, Nieuw Beschut, WSW en de trajecten binnen DCW, zie hoofdstuk 4). Andere groepen vallen buiten de scope. 2 https://vng.nl/sites/default/files/2021-04/de-winst-van-het-sociaal-domein-verdieping_def.pdf & https://www.movisie.nl/artikel/sociaal-werk-rendeert-maar-dat-inzicht-verdient-wel-aanscherping 3 https://www.divosa.nl/nieuws/loonkostensubsidie-verdient-zich-dubbel-en-dwars-terug
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
5
Inrichting sociale arbeidsmarktinfrastructuur Het landelijke rapport Onderzoek infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven (Berenschot, 2023) onderstreept het belang van een goed georganiseerde sociale arbeidsmarktinfrastructuur met heldere verantwoordelijkheden. Een dergelijke inrichting stelt gemeenten in staat om hun doelgroep effectief te ondersteunen. Voor een goed functionerende infrastructuur zijn de hiernaast weergegeven functionaliteiten onmisbaar.
De sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede: clusters Werk & Inkomen en Beschut De sociale arbeidsmarktinfrastructuur van Enschede is stevig verankerd binnen de gemeentelijke organisatie. Centraal staan de clusters Werk & Inkomen en Beschut Werk (DCW), die samen zorgen voor een integrale aanpak van participatie, ontwikkeling en duurzame arbeidsdeelname. Wat Enschede hierin bijzonder maakt, is dat het werkontwikkelbedrijf DCW volledig onderdeel is van de gemeentelijke organisatie. In plaats van een aparte rechtsvorm of externe positionering, zoals in veel andere gemeenten, is dit in Enschede nadrukkelijk niet het geval. Dit zorgt voor korte lijnen, gedeelde verantwoordelijkheid en een gezamenlijk belang: inwoners ondersteunen in hun ontwikkeling richting werk en zelfstandigheid. Een nadere toelichting op de organisatie en werkwijze van beide clusters is te vinden in hoofdstuk 5.3 van deze nota. DCW, het werkontwikkelbedrijf van gemeente Enschede DCW is een belangrijk onderdeel in de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede. Met de invoering van de Participatiewet veranderden de wettelijke kaders en financiering ingrijpend, waardoor DCW haar traditionele rol als WSW-bedrijf in sterke mate moest aanpassen en zich is gaan richten op een bredere doelgroep met diverse en complexere ondersteuningsbehoeften.
Als reactie op deze veranderingen stelde de gemeente de kadernota Werken naar Vermogen (2016–2020) vast, waarmee de transformatie naar een marktgerichte, sociale onderneming werd ingezet. DCW vervult een cruciale maatschappelijke functie: het voorkomt dat inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de zijlijn blijven staan, biedt ontwikkelkansen en creëert werk voor wie buiten het reguliere bedrijfsleven niet of moeilijk aan de slag kan. Daarmee draagt DCW bij aan inclusie, zelfredzaamheid en economische participatie. De afbouw van de WSW, de instroom van nieuwe doelgroepen en veranderingen in de financiering zetten de organisatie en financiële houdbaarheid echter onder druk. Tegelijkertijd groeit de strategische waarde van werkontwikkelbedrijven als pijler van een inclusieve arbeidsmarkt. Dit maakt een actualisering van de rol, inrichting en financiering van DCW noodzakelijk, zodat zij haar maatschappelijke opdracht ook in de toekomst kan blijven vervullen. Landelijke versterking van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur Het belang van een robuuste sociale arbeidsmarktinfrastructuur, waarin werkontwikkelbedrijven een cruciale rol spelen, wordt landelijk breed erkend. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) stelt daarom voor de periode 2025–2034 impulsgelden beschikbaar om deze infrastructuur te versterken en te verduurzamen.
Deze middelen zijn bedoeld om structurele verbeteringen te realiseren, zoals het creëren van duurzame werkplekken, het bevorderen van de doorstroom naar regulier werk en het versterken van de organisatiestructuur van werkontwikkelbedrijven. Dit is van groot belang, aangezien er landelijk nog steeds circa 40.000 personen geregistreerd staan in het doelgroepregister, een bestand van mensen die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren, maar op dit moment geen werk hebben. Deze groep loopt risico op langdurige werkloosheid en maatschappelijke uitsluiting. Daarnaast ontvangen gemeenten vanaf 2025 een structurele infrastructurele opslag als tegemoetkoming in de kosten voor inwoners zonder indicatie beschut werk, maar die wel tijdelijk intensieve begeleiding behoeven. Deze financiële ondersteuning, voortgekomen uit het ‘10.000 banenplan’4, dekt echter slechts een deel van de daadwerkelijke kosten zoals begeleiding, overhead en huisvesting. Hoewel deze ondersteuning slechts een deel van de daadwerkelijke kosten dekt, draagt de structurele opslag vanaf 2025 bij aan het versterken van de vangnetfunctie van 4
Een extra (financiële) bijdrage aan de kosten voor de banen van mensen die niet vallen onder beschut werk, maar die tijdelijk aangewezen zijn op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Het betreft mensen zonder indicatie beschut werk, maar die baat hebben van de intensieve begeleiding en ondersteuning die vanuit een sociaal ontwikkelbedrijf wordt geboden (Gemeentenieuws van SZW 2024-5 | Actueel | Rijksoverheid.nl)
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
6
werkontwikkelbedrijven, die essentieel zijn om deze kwetsbare groepen te ondersteunen en hun arbeidsmarktpositie te verbeteren. Landelijke onderzoeken, waaronder rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Ministerie van SZW, benadrukken dat het behoud van deze infrastructuur en specialistische kennis noodzakelijk is om verdere uitstroom uit het doelgroepregister te stimuleren. Zonder een sterke sociale arbeidsmarktinfrastructuur bestaat het risico dat kwetsbare inwoners onvoldoende begeleiding krijgen en daardoor aan de zijlijn van de arbeidsmarkt blijven staan. Hierdoor groeit niet alleen sociale ongelijkheid, maar stijgen ook de maatschappelijke kosten op de lange termijn. Voor de inzet van impulsgelden en de infrastructurele opslag wordt van gemeenten verwacht dat zij samen met hun werkontwikkelbedrijven een inhoudelijk plan opstellen. Deze kadernota vormt de basis voor het gericht versterken van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur en het duurzaam ondersteunen van de doelgroep. Opbouw van deze kadernota Allereerst wordt de huidige situatie in kaart gebracht: landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen worden geanalyseerd, inclusief de kenmerken en groei van de doelgroep Participatiewet in Enschede.
Daarna volgt een analyse van de bestaande sociale arbeidsmarktinfrastructuur, waarvoor in samenwerking met bureau Berenschot, de interne en externe sociale arbeidsmarktinfrastructuur in kaart is gebracht. Voor het toekomstplan worden strategische kaders en een toekomstvisie tot 2035 geformuleerd, met specifieke aandacht voor de rol van DCW. De nota sluit af met de koers, uitgewerkt in concrete actielijnen voor het versterken van de infrastructuur, inclusief een financiële vertaling hiervan.
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
7
2. HISTORISCH PERSPECTIEF Een pioniersstad in sociaal werk Enschede kent een lange historie van het organiseren van aangepast werk voor inwoners met een beperking. Als één van de eersten in Nederland opende dokter Coppes in 1925 een ‘Nazorgwerkplaats’ voor herstellende longtuberculosepatiënten. In de jaren 50 kwam de landelijke regeling voor ‘Gemeentelijke Sociale Werkvoorziening’ en in 1972 besloot de gemeenteraad van Enschede tot het oprichten van de Dienst tot Complementaire Werkgelegenheid (DCW), waarin alle voorlopers van de DCW gebundeld onder één naam en bestuur verder gingen. Groei en verandering in een dynamisch landschap De omvang van DCW groeide in de jaren 80 sterk, tot circa 1.800 werknemers, wat leidde tot een aanzienlijke uitbreiding van zowel het aantal werksoorten als de omvang van de verschillende locaties. Niet alleen in Enschede nam het aantal medewerkers bij sociale werkplaatsen toe, maar ook in de rest van Nederland. Landelijk groeide dit aantal tot ongeveer 100.000 mensen. De kosten stegen evenredig mee en landelijk ontstond het besef dat deze inrichting van de sociale werkvoorziening niet langer houdbaar was. Met het rapport van de Commissie-De Vries uit 2008 werd een beleidswijziging op gang gebracht, met de focus op zoveel mogelijk regulier werk en een taakstelling voor het beperken van de omvang van de WSW.
In de periode 2003-2010 wordt in Enschede het naar buiten brengen van werksoorten en het daarbij detacheren van medewerkers actief opgepakt. Dit resulteert erin dat er rond 2012 nog zo’n 500 medewerkers bij DCW zelf in een beschutte werkomgeving werken en 1200 medewerkers bij externe bedrijven zijn gedetacheerd. Deze ontwikkeling vormde tevens de aanleiding voor een organisatorische splitsing van DCW. Taken en medewerkers werden verdeeld over twee onderdelen binnen de gemeente: de gedetacheerde medewerkers gingen over naar de afdeling Werkgeversdienstverlening en Detacheringen, waarmee SW-medewerkers die te detacheren waren onderdeel werden van de bredere werkgeversdienstverlening. Het beschutte deel ging verder als DCW (het beschutte bedrijf) en DCW bleef de HR-functie vervullen voor alle SW-medewerkers. Aansluitend gaat de WSW ‘op slot’; de medewerkers, die er dan werkzaam zijn, blijven deelnemen aan deze regeling, maar er komt geen nieuwe instroom meer. In 2015 wordt de nieuwe instroom voor beschut werken ondergebracht in de Participatiewet en krijgt deze meteen ook een taakstelling per gemeente mee. Van werkplaats naar ontwikkelplek Met de jaren verschoof de focus van DCW van uitsluitend het aanbieden van werkplaatsen voor WSW-medewerkers naar arbeidsontwikkeling en re-integratie voor een bredere doelgroep, mede als gevolg van veranderende wet- en regelgeving.
Deze ontwikkeling leidde tot een integrale aanpak waarbij arbeidsontwikkeling, sociale begeleiding en re-integratie werden samengebracht binnen één organisatie. Binnen DCW worden door de jaren heen verschillende collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s) toegepast die de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt regelen. De CAO Sociale Werkvoorziening (CAO SW) is specifiek gericht op werknemers met een WSW-indicatie. Voor nieuw Beschut Werk wordt in 2021 een nieuwe CAO geïntroduceerd, de CAO ‘Aan de Slag’, welke zich richt op re-integratie en participatie. Daarnaast geldt voor medewerkers van de uitvoeringsorganisatie de ambtelijke CAO, die de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van deze medewerkers regelt. Een rijke traditie als fundament voor de toekomst In 2015 kiest de gemeenteraad van Enschede, aan de hand van het IROKO-rapport, voor een duidelijke lijn van behoud en toekomst van DCW en de bijbehorende financiële kaders. De verhuizing van de Kuipersdijk naar de Spoordijkstraat in 2018 is hier het gevolg van. DCW heeft anno 2025 twee locaties: aan de Spoordijkstraat en de Blijdensteinbleekweg (De ‘Kwekerij’). DCW kent intussen een moderne uitleg van de afkorting met ‘Deze Combinatie Werkt’ en blijft sinds 2015 binnen de financiële kaders die afgesproken zijn met de gemeenteraad.
Het historische verloop van DCW illustreert het belang van flexibiliteit, regionale samenwerking en aandacht voor werknemersrechten als fundamenten voor een duurzame sociale arbeidsmarktinfrastructuur. Met trots kunnen we terugkijken op meer dan vijftig jaar waarin DCW betekenisvol werk biedt aan honderden inwoners die anders buiten de arbeidsmarkt zouden staan. Deze rijke geschiedenis vormt een solide basis voor de toekomst, waarin sociale inclusie, arbeidsontwikkeling en maatwerk centraal staan. Het is een mooie traditie waar we met recht trots op mogen zijn.
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
8
3. LANDELIJKE, REGIONALE EN LOKALE CONTEXT De gemeente Enschede opereert in een veranderende wereld. Maatschappelijke, demografische, economische en technologische ontwikkelingen op nationaal en regionaal niveau beïnvloeden de lokale arbeidsmarkt en de uitvoering van de Participatiewet. Denk aan trends als vergrijzing, digitalisering en de krapte op de arbeidsmarkt. Deze externe factoren zijn grotendeels buiten de directe invloedssfeer van de gemeente, maar hebben wel invloed op de vormgeving van beleid en de uitvoering van dienstverlening. In dit hoofdstuk worden deze ontwikkelingen in kaart gebracht. Ook wordt beschreven hoe de landelijke en regionale ontwikkelingen vertaald zijn naar de Enschedese arbeidsmarktaanpak en verankerd zijn in lokale bestaande visies en beleidsstukken.
3.1 LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN EN WETTELIJKE KADERS Binnen het gemeentelijk beleid spelen landelijke wetten en wetsvoorstellen een grote rol. Voor de sociale arbeidsmarktinfrastructuur gaat het vooral om de belangrijkste kaders die direct doorwerken in uitvoering en lokale praktijk. In onderstaande tabel staan deze wetten en voorstellen, met per onderdeel het doel en de gevolgen voor de gemeente. Wet Breed offensief (2023)
Doel
Enschede
Meer inwoners met een beperking aan een baan helpen en hen duurzaam aan het werk houden
Participatiewet in Balans (gefaseerde inwerkingtreding, streefdatum 1-1-2026)
1) zorgen dat iedereen voldoende inkomen heeft om in de basisbehoeften te voorzien (bestaanszekerheid) 2) inwoners helpen om (weer) aan het werk te gaan, passend bij hun mogelijkheden (reintegratie) 3) het vereenvoudigen van regels en procedures om de wet eerlijk en effectief uit te voeren (handhaving)
Nieuwe Wet Inburgering (NWO, 2022)
Nieuwkomers zo snel mogelijk laten deelnemen aan de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt
Nieuw Beschut Werk (onderdeel Participatiewet, 2015)
Inwoners met veel ondersteuningsbehoefte van werk voorzien in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden. Gemeenten krijgen een jaarlijkse taakstelling van het Rijk.
Simpel Switchen (Werkwijze gestart in 2019 “Het Breed Offensief”) Wetvoorstel Van school naar duurzaam werk (beoogde ingangsdatum 1 januari 2026)
Overgang tussen uitkering en werk vergemakkelijken in de participatieketen
De gemeente Enschede heeft haar Reintegratieverordening aangepast (en de bijhorende nadere regels). Dit houdt onder andere in dat inwoners expliciet een aanvraagmogelijkheid hebben voor maatwerkondersteuning en dat de processen rond het instrument loonkostensubsidie zijn vereenvoudigd. De datum van invoering van de wet is nog niet definitief. Eerdere berichten vanuit SZW noemden 2026, maar inmiddels wordt gesproken over mogelijke vertraging. De gemeente Enschede is al bezig door onder andere de vertaling te maken van nieuwe maatregelen naar beleid. Daarbij staat Enschede ook stil bij het risico dat er meer inwoners in de bijstand terechtkomen, omdat het doel van de Participatiewet zal verbreden. Enschede heeft de door het Rijk verplichte leerroutes (B1-, Onderwijs- en Z-route) geborgd binnen haar sociale arbeidsmarktinfrastructuur. In Enschede is de uitvoering van Nieuw Beschut sinds 2016 opgepakt. Inmiddels is de taakstelling behaald en zijn extra plekken nodig: voor 2025 heeft het rijk een taakstelling van 138 beschutte werkplekken van 31 uur vastgesteld, een groei van 9 plekken ten opzichte van 2024. Daarnaast heeft de Raad de Re-integratieverordening gewijzigd, waardoor in 2025 en 2026 jaarlijks 15 extra plekken boven de taakstelling kunnen worden gerealiseerd. Reden hiervoor is dat een wachtlijst dreigde te ontstaan.
Dit betekent voor Enschede een focus op de wisselwerking tussen de (uitvoering van de) Wmo (arbeidsmatige dagbesteding) en de Participatiewet (werk).
Het verbeteren van de overgang van school naar werk voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Jongeren tot 27 jaar beter ondersteunen bij het vinden en behouden van werk of vervolgonderwijs.
Enschede anticipeert op de nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’ door te onderzoeken wat de wet concreet voor Enschede betekent. Gemeenten krijgen een belangrijke rol in de uitvoering van de wet. Ze ontvangen extra financiële middelen, zijn
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
9
De wet richt zich op jongeren uit het praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso), mbo-niveau 1 (entreeopleiding), mbo-niveau 2 (basisberoepsopleiding) en voortijdige schoolverlaters tot 27 jaar.
Verbeteragenda Beschut Werk (vermoedelijke ingangsdatum 2026)
De Verbeteragenda Beschut Werk is een initiatief van het ministerie van SZW om de uitvoering van beschut werk voor mensen met een arbeidsbeperking te optimaliseren. Het doel is om knelpunten in de huidige situatie aan te pakken en de instroom in en het behoud van beschut werk te bevorderen.
verantwoordelijk voor passende begeleiding van jongeren naar werk of opleiding, moeten samenwerken met scholen en doorstroompunten in regionale programma’s, kunnen maatwerk bieden aan jongeren buiten de hoofddoelgroepen en leggen in een verordening vast hoe zij de nieuwe taken uitvoeren. Enschede is bezig met het analyseren van de consequenties om tijdig te kunnen inspelen op deze agenda: gemeenten krijgen door het flexibele verdeelmodel meer ruimte om beschutte werkplekken af te stemmen op de lokale instroom, zijn verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende plekken en het ondersteunen van werkontwikkelbedrijven, werken samen met partners zoals UWV en scholen, hebben de beschikking over vereenvoudigde financiering en een vaste loonkostensubsidie van 68% van het wettelijk minimumloon en moeten rekening houden met een toename van de groep mensen binnen de werkontwikkelbedrijven.
3.2 REGIONALE ONTWIKKELINGEN Ontwikkelingen arbeidsmarkt In de opdracht die gemeenten hebben om meer inwoners aan het werk te helpen, speelt de arbeidsmarkt, waarop de gemeente zelf nauwelijks invloed heeft, een cruciale rol. Hoewel de vraag naar werknemers onverminderd blijft, sluit het aanbod van werkzoekenden daar lang niet altijd op aan. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht voor 2025 een gematigde economische groei van 1,6%, met een landelijke en regionale toename van de werkgelegenheid. In Twente groeit het aantal banen met 2.300 tot bijna 329.000, een stijging van 0,7% die gelijk is aan het landelijke gemiddelde. De relatief beperkte banengroei hangt samen met de sectorstructuur in de regio, waarin zorg, groothandel en detailhandel sterk vertegenwoordigd zijn. Tegelijkertijd verwacht het CPB richting 2035 een structureel landelijke krappe arbeidsmarkt, mede door vergrijzing en beperkte groei van de beroepsbevolking. In Twente focussen we ons op professionals in de zorg, techniek en ICT5. In deze sectoren worden gerichte initiatieven ontwikkeld om de mismatch tussen vraag en aanbod te verkleinen, in nauwe samenwerking tussen gemeenten, werkontwikkelbedrijven, vakbonden, onderwijs en het bedrijfsleven. Daarbij is er ook nadrukkelijk aandacht voor het activeren van groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Regionale Werkcentra en de centrumpositie van Enschede Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zet in op het versterken van de arbeidsmarktinfrastructuur in de 35 arbeidsmarktregio’s, onder meer via de toekomstige wettelijke verankering van de RWC’s (Regionale Werkcentra) per 1 januari 2026. Deze centra zijn bedoeld om regionale taken rondom begeleiding van werkzoekenden, van-werk-naar-werktrajecten en initiatieven voor Leven Lang Ontwikkelen te bundelen. Het jaar 2025 is een transitiejaar waarin het Regionaal Werkcentrum in de Regio Twente vorm krijgt; het betreft een nog lopend traject, waarbij stap voor stap wordt toegewerkt naar de ontwikkeling van het werkbedrijf. Gemeente Enschede ondersteunt als centrumgemeente de samenwerking en afstemming tussen partners. Het RWC is bedoeld om arbeidsmarktinitiatieven, onderwijs, overheid en werkgevers beter te verbinden en zo de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Twentse samenwerking werkontwikkelbedrijven Daarnaast wordt op regionaal niveau ingezet op een nauwere samenwerking tussen gemeenten en werkontwikkelbedrijven om de uitvoering van beschut werk effectiever te maken en inwoners meer kansen te bieden voor doorontwikkeling.
In de regio wordt momenteel gewerkt aan het vormgeven van een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Oldenzaal en Losser en de werkontwikkelbedrijven SWB en DCW (gemeente Enschede), met als doel op termijn duurzame werk- en leertrajecten te realiseren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
5
In de Agenda voor Twente en het Strategisch Plan focust Twenteboard op drie maatschappelijke opgaven: slimme energie, circulariteit & duurzaamheid en innovatie in de zorg. Twenteboard heeft dat onder andere vertaalt naar projecten gericht op de ontwikkeling van professionals in de techniek, ICT en zorg.
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
10
3.3 LOKALE ONTWIKKELINGEN De Enschedese aanpak van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur is verankerd in landelijke wetgeving én in lokale visies en beleidsstukken. In deze paragraaf schetsen we het wettelijk kader van de Participatiewet en de manier waarop deze in Enschede is vertaald naar lokale beleidsdocumenten. De Participatiewet en daarbij behorende lokale visies en beleidsstukken als fundament De Participatiewet vormt het landelijke wettelijke kader voor de ondersteuning van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en het bieden van passende ondersteuning, gericht op het vergroten van kansen op werk en maatschappelijke participatie. Lokale vertaling: van strategische visie naar beleid In Enschede wordt de uitvoering van de Participatiewet vertaald in strategische en beleidsmatige kaders: ▪ Visiedocument ‘Inclusief Enschede’ (2023): Het visiedocument Inclusief Enschede benoemt het belang van een samenleving waarin bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid centraal staan. Dit betekent dat elke inwoner volwaardig kan deelnemen, met als basisvoorwaarden: zekerheid van passend werk, de mogelijkheid om mee te doen en een voldoende en voorspelbaar inkomen. Daarnaast biedt een inclusieve samenleving ruimte voor talentontwikkeling, zodat iedereen zijn of haar potentieel volledig kan benutten.
Voor volwassenen ligt de nadruk op participatie en het toegroeien naar werk binnen de arbeidsmarkt. ▪ Beleidskader Enschedese Arbeidsmarktaanpak (EAA) (2019): Vertaalt bovengenoemde in concrete beleidslijnen en instrumenten. Voor inwoners voor wie kansen op de arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend zijn, biedt Enschede gerichte ondersteuning om volwaardig mee te kunnen doen en zich persoonlijk te ontwikkelen. In het beleidskader Enschedese Arbeidsmarktaanpak zijn hiervoor duidelijke beleidslijnen opgesteld: 1. Activeren en participeren; toegroeien naar werk, want iedereen is nodig 2. Meer passend werk; de beste match voor werknemers én werkgevers 3. Behoud van werk; vaardigheden om aan het werk te blijven De beleidslijnen zijn vertaald naar concrete instrumenten en middelen, zodat inwoners die ondersteuning nodig hebben zich kunnen ontwikkelen en, naar vermogen, kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt. ▪ Kadernota Werken naar Vermogen DCW (2016–2020): Deze nota6, vastgesteld door de gemeenteraad in 2015, beschrijft de uitgangspunten voor de ontwikkeling van de sociale werkvoorziening in Enschede. De focus ligt op de doorontwikkeling van de Sociale Werkvoorziening (SW) naar een marktgerichte sociale onderneming. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande kennis en infrastructuur om ook de bredere doelgroep van de Participatiewet te bedienen.
Het uiteindelijke doel is om zoveel mogelijk inwoners te ontwikkelen richting regulier werk, in lijn met het principe van inclusie en het motto ‘werken naar vermogen’. ▪ Visiedocument ‘Doorontwikkeling DCW als sociaal ontwikkelbedrijf’ (2023): DCW heeft zich, voortbouwend op de Kadernota, ontwikkeld tot een werkontwikkelbedrijf dat aansluit bij de behoeften van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het visiedocument beschrijft vijf thema’s die bijdragen aan het realiseren van deze ambities: Doorlopende leerlijnen, binnen kansrijke sectoren, voor duurzame ontwikkeling Klantgericht en passend dienstverleningspakket (trajecten Werkroute) Optimaliseren van de overgang tussen dagbesteding en beschut werk Gerichte ontwikkeling en begeleiding van jongeren (<27 jaar) Eén diagnosemodel als basis ▪ Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Enschede 2023 (geldend van 07-03-2025 t/m heden): Deze verordening regelt de gemeentelijke kaders en verplichtingen rondom de re-integratie van arbeidsongeschikte en werkzoekende inwoners. De verordening bepaalt onder meer de rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente en de deelnemers, de inzet van middelen en voorzieningen en de criteria voor ondersteuning gericht op terugkeer naar (betaald) werk of participatie. Hiermee wordt een duidelijke structuur geboden voor effectieve re-integratie.
▪ Nadere regels re-integratie Participatiewet gemeente Enschede 2024 (geldend van 13-09-2024 t/m heden): Deze regels vormen de praktische uitwerking van de Re-integratieverordening. Ze geven nadere richtlijnen over de uitvoering van re-integratieactiviteiten, de toewijzing van middelen, de inzet van trajecten en ondersteuning en de wijze van monitoring en evaluatie. De regels zorgen voor eenduidigheid en transparantie bij de toepassing van de Re-integratieverordening.
6
Deze kadernota ‘Werken naar Vermogen DCW’ is, met de invoering van de EAA, opgevolgd in de EAA
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
11
4. ONTWIKKELING VAN DE DOELGROEP IN ENSCHEDE Gemeenten zijn sinds de invoering van de Participatiewet verantwoordelijk voor een bredere groep inwoners met een arbeidsbeperking, waaronder ook de voormalige Wajong-doelgroep. Deze kadernota biedt kaders en actielijnen om de sociale infrastructuur tot 2035 te versterken, met als doel deze brede doelgroep, waar mogelijk, duurzaam te ondersteunen richting passend werk. In dit hoofdstuk staan we stil bij de inwoners voor wie we deze infrastructuur bouwen en onderhouden. Het gaat om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt die ondersteuning nodig hebben vanuit de gemeente bij hun ontwikkeling richting werk. Denk aan inwoners met een arbeidsbeperking, jongeren zonder startkwalificatie, statushouders, langdurig werkzoekenden en inwoners in de bijstand met ontwikkelpotentieel. We schetsen eerst de demografie van Enschede. Vervolgens beschrijven we de kenmerken van de verschillende sub-doelgroepen en de verwachte groei richting 2035. Deze groei heeft directe gevolgen voor de rol en capaciteit van de interne arbeidsmarktinfrastructuur (clusters W&I en DCW). De inzichten uit dit hoofdstuk vormen daarmee een belangrijke basis voor het bepalen van de beleidsrichting en een effectieve inzet van ondersteuning.
4.1 DE ENSCHEDESE DEMOGRAFIE De demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen in Enschede geven aanleiding tot zorg. Uit lokale analyses van o.a. bureau Berenschot, waar interviews met de gemeentelijke uitvoering onderdeel van uitmaken, komt een duidelijk beeld naar voren: de gemeente kent een relatief hoge uitkeringsafhankelijkheid, een snel groeiende vergrijzing en toenemende problematiek onder zowel jongeren als inwoners met een migratieachtergrond. Op meerdere indicatoren scoort Enschede hierbij minder gunstig dan het landelijke gemiddelde, met uitzondering van het aantal her-instromers in de Participatiewet. Tegelijk zien we dat de ontwikkeling van de bijstand (groei - daling) de afgelopen jaren gemiddeld beter was dan de landelijke ontwikkeling. Ondanks de zwakke sociaal-economische structuur en het daarmee samenhangende niveau van het aantal bijstandsgerechtigden realiseert Enschede dus qua ontwikkeling goede resultaten. De onderstaande tabel biedt een beknopt overzicht van een vergelijking met het landelijke gemiddelde. Indicator Huishoudens met bijstand Ingezette reintegratievoorzieningen Kinderen in bijstandsgezinnen Huishoudens met ondersteuning sociaal domein Jongeren (18-27 jaar) in de bijstand Her-instromers Participatiewet
Toelichting
Enschede
Landelijk
Geeft aan welk percentage huishoudens afhankelijk is van bijstandsinkomen Maatregelen die worden ingezet om inwoners te helpen naar werk
7,5%
4,7%
21,2%
18,9%
Percentage kinderen dat opgroeit in een gezin met een bijstandsuitkering
9%
6%
Aandeel huishoudens dat gebruik maakt van voorzieningen zoals Wmo, jeugdzorg of participatie
24,7%
19,5%
Laat zien in hoeverre jongeren afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering
11,8%
9,7%
Inwoners die eerder uitstroomden, maar opnieuw instromen in de bijstand
20%
23%
Nadere toelichting ▪ Vergrijzing en arbeidsmarkt: De regio Twente kent een toenemende vergrijzing. In 2024 zijn er per 2 ouderen nog 5,3 volwassenen tussen 20 en 65 jaar. In 2033 is dit gedaald naar 4,3. Dat betekent 20% minder ‘productieve volwassenen’, met mogelijke gevolgen voor zowel de lokale economie als de beschikbaarheid van (mantel)zorg. Deze ontwikkeling zien we ook terug in de bijstandspopulatie: in 2025 is al 47% van de bijstandsgerechtigden ouder dan 50 jaar, tegen 33% in 2015. ▪ Toenemende complexiteit bij specifieke groepen: uit de analyse van Berenschot is gebleken dat er groepen zijn die vaker te maken hebben met meervoudige problematiek en moeite ondervinden om betaald werk te behouden. Deze ontwikkelingen vragen om intensieve begeleiding en maatwerk. - Stijging van jongeren in de bijstand: Opvallend is de toename van jongeren met een bijstandsuitkering. In Nederland steeg het aantal jongeren (18–27 jaar) in de bijstand van 36.000 in 2023 naar 39.000 in maart 2024. In Enschede ligt het aandeel jongeren in de bijstand inmiddels op 11,8%, ruim boven het landelijke gemiddelde van 9,7%. - Inwoners van Enschede met een herkomst buiten Europa: dit aandeel steeg van circa 20,0% in 2020 naar ongeveer 22,3% in 2024, een groei van 2,3 procentpunt (CBS, bewerking AlleCijfers.nl, 2024).
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
12
▪ Her-instromers en re-integratie: Landelijk is 23% van de mensen in de Participatiewet her-instromer. In Enschede ligt dit met 20% iets lager, maar het percentage ingezette re-integratievoorzieningen (21,2%) ligt juist boven het landelijke gemiddelde (18,9%). In Enschede maakt de inzet van (persoonlijke) begeleiding door de gemeente onderdeel uit van het re-integratie instrumentarium. ▪ Stijgende druk op het sociaal domein: Het percentage huishoudens dat zorg en ondersteuning ontvangt vanuit het sociaal domein bedraagt 24,7% en ligt daarmee ruim boven het landelijke gemiddelde van 19,5%. De druk op het sociaal domein blijft hoog, mede door de samenloop van sociale, economische en demografische factoren. Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat Enschede aanzienlijke sociaaleconomische uitdagingen kent, wat vraagt om een gerichte aanpak. Het is essentieel om inwoners niet alleen naar werk te begeleiden, maar hen ook duurzaam aan het werk te houden, gezien de toegenomen problematiek. Daarbij is het belangrijk breder te kijken dan alleen werk: ook zorg, welzijn en schulddienstverlening blijken van invloed op het verkrijgen en behouden van werk.
4.2 KWALITATIEVE BESCHRIJVING VAN DE PARTICIPATIEWET DOELGROEP Inzicht in de doelgroep is een essentiële voorwaarde voor een effectieve en doelgerichte inrichting van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur. Binnen de Participatiewet zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor het ondersteunen van inwoners met een beperking richting (passend) werk. Het gaat om inwoners met een ondersteuningsbehoefte voor wie werk, op termijn, in zicht is. Deze brede doelgroep omvat zowel inwoners met een Participatiewet-uitkering als inwoners uit de voormalige WSW-doelgroep. Landelijk wordt zowel op beleidsniveau als bij de financiering onderscheid gemaakt tussen subdoelgroepen zoals LKS-Via, LKS-Bij, LKS-NBW en WSW. Dit helpt om de ondersteuning gerichter af te stemmen. Gemeenten zetten hiervoor een scala aan instrumenten in, zoals loonkostensubsidie, beschut werk, jobcoaching en proefplaatsingen. In deze paragraaf worden deze subgroepen met de bijbehorende kenmerken beschreven. Beschrijving doelgroepen LKS-Via (met LKS, via de gemeente, bij een reguliere werkgever)
LKS-Bij (met LKS in dienst bij het werkontwikkelbedrijf)
Nieuw Beschut (LKSNBW)
Kenmerken
Fictieve inwoner
Gemeenten zijn vanuit de Participatiewet wettelijk verplicht deze groep te ondersteunen. Het betreft inwoners die bij reguliere werkgevers werken, maar door een ziekte of beperking niet het wettelijke minimumloon kunnen verdienen, ondanks dat zij wel kunnen werken. Met loonkostensubsidie (LKS) voor werkgevers en, waar nodig, aanvullende begeleiding zoals jobcoaching, kunnen zij toch deelnemen aan de arbeidsmarkt. De ondersteuning is gericht op zoveel mogelijk zelfstandigheid en minder afhankelijkheid van gemeentelijke hulp. Gemeenten zijn vanuit de Participatiewet wettelijk verplicht deze groep te ondersteunen. Het gaat om inwoners die (nog) niet duurzaam bij een reguliere werkgever kunnen werken en niet in aanmerking komen voor beschut werk, omdat beschut werk niet aansluit bij hun mogelijkheden. De gemeente biedt drie vormen van ondersteuning via het werkontwikkelbedrijf (DCW): 1) tijdelijke ontwikkelbanen als overbrugging naar LKSdetachering of regulier werk, al dan niet met LKS, 2) LKSdetachering met als doel uitstroom naar regulier werk en 3) structurele werkplekken bij het DCW voor het vervullen van sleutelfuncties. De tijdelijke trajecten zijn gericht op ontwikkeling en doorstroom naar regulier werk.
Beschut werk is een wettelijke gemeentelijke taak onder de Participatiewet, bedoeld voor inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking die intensieve begeleiding en/of werkplekaanpassingen nodig hebben, waardoor regulier werk niet mogelijk is. In Enschede voert het werkontwikkelbedrijf DCW deze taak uit. Er worden drie vormen onderscheiden: beschut werk bij DCW, beschut werk via detachering bij reguliere werkgevers en beschut werk met een contract bij reguliere werkgevers. De werkplekken bieden een beschermde omgeving met aangepaste ondersteuning.
Jan (32) heeft een verstandelijke beperking. Werkt drie dagen per week als magazijnmedewerker met loonkostensubsidie bij een reguliere werkgever. Krijgt hulp van een jobcoach en ontwikkelt zich richting meer zelfstandigheid.
Sabrina (27) heeft psychische klachten en werkt via een ontwikkelbaan tijdelijk bij DCW in de catering. Ze krijgt begeleiding om werkritme op te bouwen en stroomt door naar een reguliere baan via LKS-detachering of LKSVia.
Ahmed (45) heeft een verstandelijke beperking en is in dienst bij de gemeente via het werkontwikkelbedrijf DCW. Hij werkt onder aangepaste omstandigheden met intensieve begeleiding, wat hem een stabiele en veilige werkplek binnen beschut werk biedt. Op termijn wordt bekeken of Ahmed door kan stromen naar een werkplek buiten DCW, waarbij dezelfde mate van
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
13
WSW (Wet sociale werkvoorziening)
De Wsw-doelgroep bestaat uit inwoners die vóór de sluiting van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) zijn ingestroomd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun ondersteuning. Ze werken beschut bij het werkontwikkelbedrijf (DCW) of extern via detachering of begeleid werken bij reguliere werkgevers. De groep neemt jaarlijks af. De meesten blijven tot hun pensioen op hun werkplek, soms met terugkeer naar een interne beschutplek bij afnemende belastbaarheid. Een deel maakt gebruik van de seniorenregeling of Regeling Vervroegde Uittreding (RVU).
Bijstand populatie
Inwoners met uiteenlopende demografische kenmerken (o.a. leeftijd, migratieachtergrond en opleidingsniveau). Meervoudige (multi)problematiek is niet onbekend (schulden, gezondheids- en psychosociale vragen). Door het aanscherpen van de instroomvoorwaarden voor de Wajong is een grotere groep naar gemeenten gekomen: personen die voorheen in de Wajong terecht zouden komen en nu onder gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen. Het gaat daarbij om mensen met (tijdelijke) psychische of lichamelijke beperkingen, veel in combinatie met stapeling van problemen7, waardoor reintegratietrajecten complexer zijn en, dus ook, langer duren en plaatsing lastiger is dan bij de ‘reguliere’ bijstandspopulatie van vóór de Participatiewet. De groep bestaat uit mensen met én zonder vastgesteld arbeidsvermogen. Voor wie het arbeidsvermogen nog onbekend is, biedt DCW een diagnostisch traject; op basis van de uitkomst wordt, waar mogelijk, toegewerkt naar een passende plek: vrijwilligerswerk, dagbesteding, LKStrajecten (LKS-NBW, LKS-Bij, LKS-Via) of (stapsgewijs) regulier werk.
stabiliteit en veiligheid gewaarborgd moet blijven. Peter (58) werkt via een WSWdetachering al jaren als facilitair medewerker bij een middelbare school. Hij is formeel in dienst bij de gemeente (CAO-WSW), maar werkt dagelijks bij de school, met begeleiding. Peter is tevreden met zijn werkplek en verwacht daar tot zijn pensioen te blijven. Mocht zijn belastbaarheid afnemen, dan wordt samen gekeken naar een passende interne plek bij DCW. Johan (52) ontvangt een bijstandsuitkering en heeft te maken met psychische problematiek en mantelzorgtaken voor zijn moeder. Op dit moment is een diagnostisch traject richting werk niet passend. Om toch structuur te behouden en actief te blijven in de samenleving, doet Johan vrijwilligerswerk bij een buurthuis. Dit biedt hem sociale contacten en een zinvolle daginvulling, terwijl op een later moment opnieuw bekeken wordt of een traject richting werk haalbaar is.
4.3 KWANTITATIEVE ONTWIKKELING VAN DE PARTICIPATIEWET DOELGROEP In de voorgaande paragraaf zijn de sub-doelgroepen kwalitatief beschreven, in deze paragraaf wordt ingezoomd op de kwantitatieve ontwikkeling voor de komende jaren (bron: Berenschot8). De grafiek hiernaast toont de ontwikkeling in aantallen van de groepen waarvoor de gemeente Enschede de dienstverlening binnen de sociale arbeidsmarktinfrastructuur organiseert. Naast de doelgroepen LKS-Via, LKS-Bij, LKS-NBW en WSW is in deze grafiek ook de groep bijstandsgerechtigden weergegeven (paarse en gele categorie). De geschetste ontwikkelingen per doelgroep zijn, evenals de doorvertaling hiervan naar het werkontwikkelbedrijf (pag. 15), gebaseerd op prognoses en aannames. In werkelijk zal de doelgroepontwikkeling van deze prognoses kunnen afwijken. Voor deze kadernota is de ontwikkeling in aantallen van de doelgroepen LKS-Via, LKS-Bij, LKS-NBW en WSW met name van belang. Voor de bijstand (paarse en gele categorie) is er ook landelijk, noch lokaal, een harde voorspelling te maken. Tegelijk zien we wel dat de ontwikkeling van de bijstand (groei - daling) de afgelopen jaren gemiddeld beter was dan de landelijke ontwikkeling. Ondanks de zwakke sociaal-economische structuur en het daarmee samenhangende niveau van het aantal bijstandsgerechtigden realiseert Enschede dus qua ontwikkeling goede resultaten.
Voor de verdere berekeningen in deze nota zijn deze categorieën minder relevant. We gaan wel in op de problematiek om op basis daarvan de ondersteuningsvraag goed te kunnen duiden.
7 8
https://www.uwv.nl/assets/files/7819302d-c8d4-4da0-a059-3c99c238114e/feiten-en-cijfers-over-de-wajong.pdf Rapport: Interne en externe analyse Enschedese sociale-arbeidsmarkt-infrastructuur, april 2025
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
14
Toelichting op de grafiek ▪ Gele categorie: Trajecten Trajecten (2024: 2.482 personen) Bijstandsgerechtigden in trajecten gericht op arbeidsmarkttoeleiding Inclusief het instrument ‘Maatschappelijke banen’9 ▪ Paarse categorie: Bijstand en begeleiding Bijstand excl. Re-integratietraject (2024: 4.079 personen) Bijstandsgerechtigden die begeleiding krijgen van een inkomensconsulent, maar niet deelnemen aan reintegratietrajecten. Deze inwoners worden dus wel begeleidt en waar mogelijk geactiveerd. Activatie bestaat onder meer uit vrijwilligerswerk, mantelzorg etc. Omvat unieke personen: hoofduitkeringsgerechtigden plus partners Gemeentelijke inkomensdienstverlening ▪ Blauwe categorie: WSW (Wet sociale werkvoorziening) Afnemende groep door stopzetting landelijke instroom sinds invoering Participatiewet Neemt geleidelijk af en verdwijnt op termijn volledig Bij invoering Participatiewet: verwacht dat 1/3 doorstroomt naar beschut werk en 2/3 via loonkostensubsidie naar regulier werk ▪ Oranje categorie: Beschut werk (LKS-NBW) Gericht op inwoners die niet direct regulier werk kunnen vinden, maar wel begeleid kunnen werken Nieuw instrument van de Participatiewet ter vervanging van de WSW ▪ Groene en Rode categorieën: Loonkostensubsidie (LKS) Groene categorie: LKS voor reguliere werkgevers (LKS-Via) Groeiende groep inwoners geplaatst bij reguliere werkgevers met ondersteuning
(loonkostensubsidie, jobcoaching, proefplaatsingen) Past binnen uitgangspunt Participatiewet voor duurzame participatie Valt onder de banenafspraak (landelijk doelgroepregister) Rode categorie: LKS-Bij Relatief nieuwe groep voor gemeenten, vaak ex-Wajongers (voorheen UWV) Vallen niet onder beschut werk, maar ook niet onder direct regulier werk Extra ontwikkeltijd nodig om deel te kunnen nemen aan regulier werk, vaak via een ontwikkelbaan bij werkontwikkelbedrijven Valt onder de banenafspraak (landelijk doelgroepregister) De grafiek laat een duidelijke beweging zien: van langdurige voorzieningen zoals de WSW naar tijdelijke, ontwikkelgerichte ondersteuning. Het doel is en blijft duurzame plaatsing op de reguliere arbeidsmarkt. Inwoners met uiteenlopende ondersteuningsbehoeften worden stap voor stap begeleid met passende instrumenten, zoals loonkostensubsidies, beschut werk en ontwikkelbanen. Deze ontwikkeling vraagt om een sterke en flexibele sociale arbeidsmarktinfrastructuur, waarin instrumenten slim gecombineerd en afgestemd worden op de individuele situatie van de inwoner. Gevolgen voor de fysieke infrastructuur van DCW De grafiek op de volgende pagina vertaalt de prognose van Berenschot naar het werkontwikkelbedrijf DCW, inclusief een tabel met bijbehorende aantallen per doelgroep die gebruik maken van de fysieke infrastructuur van DCW10.
De grafiek laat twee belangrijke ontwikkelingen zien: de behoefte naar ontwikkel- en werkplekken bij DCW neemt toe en de rol van DCW verandert de komende jaren. Waar DCW voorheen vooral een werkgever was voor inwoners met een WSW- of beschut-werkindicatie, ontwikkelt het zich steeds meer tot een plek waar ook begeleiding richting regulier werk centraal staat. DCW vervult daarmee twee rollen: als werkgever én als uitvoerder van ontwikkel- en doorstroomtrajecten. Naar verwachting maakt in 2028 een grotere groep tijdelijk gebruik van deze ontwikkelinfrastructuur dan er duurzaam in dienst is via WSW of LKS-NBW (zie figuur hiernaast).
9
Een instrument voor inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en kan worden gezien als sociale activering richting vrijwilligerswerk 10 Het aantal inburgeringstrajecten (Z-route) is in de prognose constant gehouden, vanwege de grote onzekerheid hierover als gevolg van mondiale en landelijke politieke ontwikkelingen
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
15
DCW komt fysieke werkplekken te kort Uit voorgaande grafieken is gebleken dat een toenemend aantal inwoners een beroep zal doen op de infrastructuur van DCW bij het toewerken naar en het vervullen van passend (beschut) werk. De grafiek hieronder toont de doorrekening van het aantal personen ten opzichte van het aantal benodigde werkplekken. Hierbij geldt dat niet iedere inwoner structureel één volledige werkplek benut, onder meer door bijvoorbeeld parttime werken. De cijfers zijn gebaseerd op een uitgebreide analyse met onderliggende uitgangspunten, waarmee een reële inschatting is gemaakt van de benodigde werkplekken die op termijn nodig zijn in het werkontwikkelbedrijf. De benodigde werkplekken zijn afgezet tegen de thans beschikbare capaciteit (489 werkplekken, voorjaar 2025). Er kan geconcludeerd worden dat de vraag naar werkplekken groter zal zijn dan het huidige aanbod binnen DCW. De bestaande sociale arbeidsmarktinfrastructuur, en specifiek het werkontwikkelbedrijf, beschikt daarmee op dit moment niet over voldoende werkplekken. Extra capaciteit kan echter worden gecreëerd door uitbreiding op de locatie aan de Blijdensteinbleekweg (de ‘Kwekerij’), waarvoor separaat aan deze Kadernota reeds een traject loopt.
Perspectief op de sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede en het werkontwikkelbedrijf DCW
16
5. ANALYSE VAN DE ENSCHEDESE SOCIALE ARBEIDSMARKTINFRASTRUCTUUR Om toekomstbestendige keuzes te maken, is het essentieel eerst goed zicht te krijgen op de huidige inrichting van de organisatie. In paragraaf 5.1 wordt gestart met een beschrijving en visuele weergave van de huidige uitvoeringspraktijk in Enschede. Deze schets fungeert als vertrekpunt voor de daaropvolgende analyse. Vervolgens gaat paragraaf 5.2 in op de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen (SWOT-analyse) van de sociale arbeidsmarktinfrastructuur. Hierin worden zowel externe ontwikkelingen als interne aandachtspunten meegenomen, zodat een volledig beeld ontstaat van de huidige situatie en de uitdagingen die voorliggen. Tot slot zoomt paragraaf 5.3 in op de belangrijkste doelgroepen binnen de Participatiewet. Het gaat hierbij onder meer om LKS-Via, LKS-bij, Nieuw Beschut en de Wsw-doelgroep. Waar in hoofdstuk 3 reeds de omvang en samenstelling van deze groepen cijfermatig zijn belicht en in hoofdstuk 4 op hun specifieke kenmerken is ingegaan, worden hier de aandachtspunten weergegeven die van invloed zijn op de uitvoering en toekomstige beleidskeuzes.
5.1 DE UITVOERINGSPRAKTIJK IN ENSCHEDE De sociale arbeidsmarktinfrastructuur in Enschede rust op twee stevige pijlers: het cluster Werk & Inkomen (W&I) en het cluster Beschut Werk (DCW). Samen vormen zij het fundament voor een integrale aanpak van participatie, ontwikkeling en duurzame arbeidsdeelname. Wat de organisatie van Enschede bijzonder maakt, is dat het werkontwikkelbedrijf (DCW, vallend binnen het cluster Beschut Werk) volledig onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke organisatie. Waar in andere gemeenten vaak sprake is van een afzonderlijke rechtsvorm of externe positionering van een werkontwikkelbedrijf, is dit in Enschede nadrukkelijk niet het geval. Hierdoor is er geen sprake van een scheiding tussen de gemeentelijke organisatie en het werkontwikkelbedrijf; beide functioneren als één geheel. Met de integrale inrichting wordt samengewerkt vanuit een gezamenlijke visie op de ontwikkeling en participatie van de inwoner. Organisatie cluster Werk & Inkomen Dit cluster heeft een breed takenpakket op het gebied van werk, inkomen (P-wet uitkeringen), onderwijs (leerplicht en doorstroompunt), inburgering, vroegsignalering van schulden en beschermd wonen. In deze nota ligt de focus op de onderdelen die bijdragen aan arbeidsdeelname: ondersteuning naar werk, begeleiding en matching, werkgeversadvies, inburgering en onderwijs (het voorkomen van vroegtijdige schooluitval).