Joan Coststraat_Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Joan Coststraat
Status: Vastgesteld
Joan Coststraat
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 3 3 5 5
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
7 7 8 11
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie
15 15 15 16
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Planbeschrijving 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Welstand en beeldkwaliteit 4.4 Duurzaamheid
18 18 19 20 21
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
24 24 30 31
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
34 34 34 35 42
Hoofdstuk 7
43
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Het bestemmingsplan “Joan Coststraat” heeft als doel de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om in het plangebied 16 woningen en een opslagruimte van 150 m 2 te realiseren. Het plangebied heeft nu nog de bestemming Bedrijf, waardoor woningbouw hier niet mogelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de hiervoor genoemde ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken. Voorliggende toelichting vormt de ruimtelijke verantwoording en onderbouwing van deze ontwikkeling.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan “Joan Coststraat” betrekking heeft, bestaat uit de kadastrale percelen zoals bekend gemeente Enschede, sectie K, nummers 3645, 3895 en 3897 (beiden volledig) en de nummers 3899 en 3900 (beiden gedeeltelijk). Het plangebied wordt globaal begrensd door de Joan Coststraat aan de noord/noordoostzijde, door de woonpercelen aan de Boddenkampstraat aan de oostzijde. Aan de zuid/zuidwest zijde wordt het plangebied begrensd door de percelen aan de Hengelosestraat 90 t/m 98. Aan de west/noordwest zijde wordt het plangebied begrensd door het perceel van het Kantorencentrum Schuttersveld aan de Hengelosestraat 100. Afbeelding 1.2 geeft de globale ligging van het plangebied weer.
Afbeelding 1.2: Glob ale ligging plangeb ied
1.3
Geldende juridische regelingen
Het plangebied valt onder het bestemmingsplan “Boddenkamp 2018”, dat op (8 april 2019) is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen 'Bedrijf', 'Woongebied', 'Maatschappelijk' en de gebiedsaanduiding 'Overige zone - archeologisch onderzoeksgebied b'. Binnen deze bestemmingen is de realisatie van een woningbouwlocatie niet toegestaan. De opslagruimte past dan ook niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Afbeelding 1.3 geeft een globale uitsnede weer van het vigerende bestemmingsplan.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
3
Afbeelding 1.3: Uitsnede vigerend b estemmingsplan Boddenkamp 2018
Naast het bestemmingsplan "Boddenkamp 2018" gelden ook twee parapluplannen:
Kwalitatief sturen op appartementen In dit bestemmingsplan is geregeld dat nieuwe appartementen niet zomaar zijn toegestaan. Het parapluplan "Kwalitatief sturen op appartementen" is de ruimtelijke vertaling van het beleidskader 'Urbaan Wonen' en heeft als doel om ongewenste ontwikkelingen op het gebied van toevoeging van studio's en appartementen tegen te houden. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod door verlening van een omgevingsvergunning voor nieuwe appartementen en studio's die voldoen aan de in het beleidskader 'Urbaan Wonen' neergelegde kwaliteitscriteria. Bij voorliggende wijziging worden geen nieuwe appartementen toegestaan. De regeling van dit parapluplan is overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.
Voorbereidingsb esluit onzelfstandige b ewoning 2021 Het voorbereidingsbesluit Onzelfstandige bewoning 2021 is op 27 september 2021 vastgesteld. Bij de gemeente zijn signalen bereikt dat de leefbaarheid in wijken onder druk staat. Om te voorkomen dat de balans tussen Enschede-inclusieve stad en de leefbaarheid (verder) wordt verstoord en om tegelijkertijd rust te creëren om een evaluatie uit te kunnen voeren heeft het college besloten de mogelijkheden voor het verlenen van vergunningen voor onzelfstandige bewoning tijdelijk (flink) te beperken tot nieuw beleid is vastgesteld. De relevante regels zijn door vertaald in voorliggend plan. In het plangebied is onzelfstandige bewoning niet toegestaan.
4
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.
Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Joan Coststraat” is het erkende wijkorgaan Lasonder-Zeggelt-Boddenkamp actief. Dit wijkorgaan is gevraagd schriftelijk advies uit te brengen. Van het wijkorgaan is een positieve reactie ontvangen. De plannen worden gezien als een verbetering van de bestaande situatie en het wijkorgaan stemt er graag mee in. Wel geeft het wijkorgaan in het algemeen een tweetal verbeteringspunten mee. Bij nieuwbouw vraagt men ten eerste meer aandacht voor speelvoorzieningen. Daarnaast maakt men zich in het algemeen zorgen over de toenemende verkeersdruk op de Singels, Deurningerstraat en Molenstraat als gevolg van de toename van het aantal bewoners in de wijk.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
5
Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het voorontwerp bestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie Overijssel. Het oordeel van de provincie luidt dat het bestemmingsplan past in het provinciaal ruimtelijk beleid. Er zijn dan ook, wat de provincie betreft, geen belemmeringen wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht. Aan het wettelijk verplichte vooroverleg is daarmee voldaan.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Joan Coststraat” in voorbereiding te nemen op 16 maart 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.
Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Joan Coststraat” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 8 juni 2022 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede, in het Gemeenteblad. Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken lag vervolgens van 9 juni 2022 tot en met 20 juli 2022 ter inzage.
Zienswijzen Tijdens de periode van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kon men zienswijzen kenbaar maken bij de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.
Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
6
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.
Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
7
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Met de realisatie van de woningen en de opslagruimte in het plangebied, worden geen rijksbelangen geraakt.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
8
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
9
ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. 2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Generieke beleiskeuzes De volgende artikelen van de provinciale verordening zijn van belang voor voorliggend plan: Artikel 2.1.2 Principe van concentratie: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van b edrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met b ijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de b ehoefte van b ijzondere doelgroepen. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het b estemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen: Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wab o, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de b ehoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.
Met voorliggende ontwikkeling, wordt een braakliggend terrein waar geen of nauwelijks onderhoud wordt gepleegd opnieuw ingericht. Met de nieuwe inrichting wordt aangesloten op de omgeving, waardoor een kwaliteitsverbetering voor de omgeving optreedt. In paragraaf 4.2 wordt nader onderbouwd dat in Enschede behoefte is aan de realisatie van nieuwe grondgebonden woningen zoals wordt gerealiseerd in het plangebied.
Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied is gelegen binnen de 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. In de verordening is opgenomen dat herstructurering en transformatie deze locaties aantrekkelijk en vitaal moeten houden en de diversiteit aan milieus versterken. Met voorliggend plan vindt een transformatie plaats van een braakliggend terrein waar bedrijvigheid en maatschappelijke functies gerealiseerd kunnen worden, naar een woongebied. Een woongebied is passend in de omgeving van het plangebied, dat recent is omgebouwd naar een woongebied.
Gebiedskenmerken Het plangebied is gelegen in het stedelijke gebied. De omgeving van het plangebied is bebouwd. De 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' zijn hier niet meer terug te zien. Daarom wordt bij de gebiedskenmerken alleen ingegaan op de 'Stedelijke laag' en de 'Laag van beleving'. Stedelijke laag: Beb ouwingsschil 1900-1955: Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaatsvinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900-1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en rime naar de omliggende bebouwing. De ontwikkeling van voorliggend plan, is een ontwikkeling op zichzelf. Er wordt een nieuw woonwijkje
10
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
gerealiseerd binnen de recent ontwikkelde wijk Boddenkamp. Deze nieuwe woningen in het plangebied hebben een eigen karakter, maar zijn wel passend in de nieuwe wijk Boddenkamp. Voorliggend plan voldoet aan de provinciale sturing in de bebouwingsschil 1900-1955.
Laag van b eleving: Fietsroutes/recreatieve routes: Als ontwikkelingen plaatsvinden in de buurt van recreatieve routes, dan dragen deze b ij aan de beleving van deze routes en de omgeving. De Joan Coststraat is aangewezen als fietsroute. De ontwikkeling in het plangebied zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het plangebied en het aanzicht van het plangebied. Voorliggend ontwikkeling draagt bij aan een aantrekkelijke fietsroute.
Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
11
2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
afbeelding: het 'RAR kompas'
2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor
12
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid.
Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. De visies die van belang zijn voor voorliggned plan worden hierna kort beschreven. Woonvisie De Woonvisie Enschede is in 2019 vastgesteld (en in 2020 en 2021 geactualiseerd). Deze woonvisie is recentelijk opgesteld om duidelijkheid te geven over Enschedese woonopgave. De Enschedese woonopgave is volop in ontwikkeling. De stad gonst van de bouwactiviteiten, kavels raken uitverkocht, huizenprijzen stijgen fors en grote projecten staan op stapel. Het zijn ontwikkelingen die passen bij de ambities van Enschede: een stad die door blijft groeien naar 170.000 inwoners. Op de achtergrond van deze ontwikkeling ligt een veelheid van uitdagingen. De realisatie van de 16 woningen past binnen deze woonopgave.
Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.
De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
13
Energievisie (2021) In 2015 kwam het Klimaatakkoord van Parijs tot stand. Daarin is vastgelegd dat de opwarming van de aarde tot 2 graden dient te worden beperkt ten opzichte van het pre-industriële tijdperk en dat er naar gestreefd moet worden om die opwarming tot 1,5 graad te beperken. Het akkoord van Parijs is inmiddels door bijna 200 landen ondertekend, waaronder Nederland. De afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs zijn voor Nederland uitgewerkt in een nationaal Klimaatakkoord. Dit nationale akkoord, dat op 29 november 2019 namens de Nederlandse gemeenten door de VNG werd ondertekend, beschrijft welke maatregelen Nederland in de gebouwde omgeving, in de industrie, in de landbouw en met betrekking tot mobiliteit en het opwekken van elektriciteit moet treffen om de uitstoot aan koolstofdioxide (CO2) in 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Enschede draagt bij aan de oplossing en ziet ook ruimte voor kansen Enschede wil een aantrekkelijke en leefbare gemeente zijn voor iedereen die er woont, werkt of op bezoek komt. Nu en in de toekomst. Daarom maken we ons sterk voor maatregelen die de opwarming van de aarde beperken.
Dit betekent onder meer een overstap van fossiele naar duurzame vormen van energie, de ‘energietransitie’.Deze transitie is niet alleen noodzakelijk om de opwarming van de aarde te beperken, zij biedt ook allerlei kansen, zoals een verbetering van de luchtkwaliteit, op meer comfortabele en zuiniger woningen, op werkgelegenheid en kansen voor onze bedrijven. De visie is van toepassing op dit bestemmingsplan door de pijler 3.1 Benutten van daken en onbebouwde ruimtes binnen de bebouwde kom voor het opwekken van zonne-energie. De voorkeur van de gemeente is dat zonnepanelen te leggen op locaties waar ze zo min mogelijk uit de toon vallen. In de meeste gevallen gaat het daarbij om situaties waarbij de grond dubbel wordt gebruikt (zoals daken, parkeerterreinen, water, bermen). Dit bestemmingsplan weerhoudt de realisatie van zonnepanelen op daken niet.
Water- en klimaatadaptatieplan gemeente Enschede 2022-2026 De gemeenteraad heeft 25 oktober 2021 unaniem het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 aangenomen. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Het voorliggende initiatief valt onder de overgangsregeling welke onderdeel is van het Water en Klimaatadaptatieplan.
2.3.5
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Joan Coststraat" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd, met uitzondering van het beleid omtrent wonen en water. In het plangebied wordt rekening gehouden met de benodigde waterberging, zie hiervoor paragraaf 5.2. De realisatie van de 16 woningen in het plangebied past binnen de voorwaarden uit de woonvisie. Voorliggend plan past binnen het gemeentelijk beleid.
14
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied. Doel is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen in de wijk of buurt kunnen worden getoetst.
3.1
Ruimtelijke structuur
Het plangebied maakt deel uit van de wijk Boddenkamp dat is gelegen in het binnensingelgebied van de stad Enschede, ten noordwesten van het stadscentrum. Door diverse stadsuitbreidingen en de snelle toename van het inwonertal van de stad vanaf het einde van de 19e eeuw, ontwikkelde het binnensingelgebied zich tot het centrale stadsdeel van Enschede. Zowel functioneel als ruimtelijk is het binnensingelgebied het samenbindende element tussen de naar buiten uitwaaierende woonwijken en industriegebieden enerzijds en het stadscentrum anderzijds. Het gebied vervult een aantal centrale, verzorgende taken wat betreft bestuur en administratie, detailhandel, cultuur en ontspanning, medische dienstverlening, educatie, verkeer en vervoer. Het plangebied bevindt zich nabij de Hengelosestraat en de Boddenkampsingel, twee belangrijke structuurdragers van Enschede. Het plangebied zelf wordt ontsloten door de Joan Coststraat, een zijstraat van de Boddenkampsingel.
3.2
Functionele structuur
Algemeen Het gebied Boddenkamp, waar het plangebied deel van uitmaakt, is in hoofdlijnen in te delen in drie gebiedsthema's. Langs de radialen is de diversiteit aan functies groot. Het gebied waar hoofdzakelijk wordt gewoond, concentreert zich meer afgeschermd ten opzichte van de hoofdverkeerswegen in het middengebied. Tot een aantal jaren terug kende het gebied Boddenkamp twee grote bedrijfslocaties die verschillend van aard zijn: één op de locatie op de hoek van twee belangrijke verkeersradialen en één gelegen op een binnenterrein (dit is deels het plangebied). De voormalige bedrijfsbebouwing in het plangebied (één van de hiervoor genoemde bedrijfslocaties) is in 2012 afgebrand en sindsdien is het plangebied niet meer voor bedrijvigheid in gebruik. Afbeelding 3.1 geeft de voormalige bebouwing in het plangebied weer.
Afbeelding 3.1: Voormalige b eb ouwing in het plangebied De bedrijvenlocatie op het binnengebied (deels plangebied) is deels al omgebouwd naar wonen en het andere deel betreft het plangebied. Het plangebied wordt met voorliggend bestemmingsplan ook omgezet naar een woongebied. Deze aanpassing sluit aan bij de structuur van gemengde functies aan de singels en woningen in het binnengebied. Afbeelding 3.2 geeft deze structuur aan in kaart.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
15
Afbeelding 3.2: Functies in Boddenkamp
Wonen De verscheidenheid in architectuur, stedenbouwkundige karakteristiek en schaal leidt in de wijk Boddenkamp tot sterk uiteenlopende sferen per straat. Aan de Hengelosestraat en Boddenkampsingel zijn luxere 'burgerwoningen', stadsvilla's en appartementencomplexen gesitueerd. In het middengebied met grondgebonden woningen geldt een hoge woningdichtheid. Hierbij is onderscheid te maken in het 'oude' en het 'nieuwe' deel van de Boddenkamp. Het oude deel (grenzend aan het plangebied) van het middengebied bestaat uit smalle straatjes met een mix van vrijstaande en rijwoningen. De bouwstijl is zeer divers door de verschillende periodes waarin de woningen gebouwd zijn. In het ontwerp van de openbare ruimte is na de laatste nieuwbouw in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw rekening gehouden dat parkeren grotendeels niet op eigen terrein kan plaatsvinden. In de huidige tijd wordt de parkeercapaciteit als een knelpunt ervaren. Het nieuwe deel van Boddenkamp kan worden omschreven als een stedelijke woonbuurt met allure door grote grondgebonden panden met relatief veel binnenruimte. De buurt kenmerkt zich als rustig met aanwezigheid van groen maar ook met de levendigheid van de stad in de nabijheid. Dus ook auto's in de straat en af en toe een bedrijfje, praktijk, crèche of andere (culturele) functies aan huis die zich met het wonen verhouden.
In de overgang naar het oude woongebied van Boddenkamp wordt aansluiting gezocht in maat en schaal van de nieuwe woningen. Het plangebied ligt tegenover het oude deel. Aan de zuid/zuidoostzijde van het plangebied is oude bebouwing omgebouwd naar appartementen van deze tijd. Deze bebouwing grenst aan de nieuwbouw.
3.3
Cultuurhistorie
Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Enschede ontstond in de vroege middeleeuwen als agrarische nederzetting rond een versterkte en met een gracht omgeven boerderij. Binnen het ei-vormige grachtenstelsel dat in de loop van de jaren ontstond, vond ook de uitbreiding van de bebouwing plaats. Door de stadsbrand van 1862 werd bijna de hele stad in de as gelegd. Bij de opbouw werd de kenmerkende ei-vormige structuur gehandhaafd. De uitwaaierende uitvalswegen naar de omliggende plaatsen zorgen voor het typerende 'spinnenweb' patroon. De Hengelosestraat is één van deze uitvalswegen. Aan de Hengelosestraat staat een aantal voormalige fabrikantenvilla's. De Boddenkampsingel is aangelegd in de periode 1916-1929 en is nog steeds een belangrijk element en herkenningspunt in de stad.
Archeologisch erfgoed in het plangebied 16
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
Op de archeologische beleidskaart is het plangebied aangeduid als 'Onderzoeksgebied B'. Dit zijn gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Dit betekent dat plannen waarbij de bodem over een grotere oppervlakte dan 2500 m 2 en dieper dan 50 cm wordt geroerd, een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Het plangebied is vele malen groter dan 2500 m 2. Het is niet duidelijk hoeveel m 2 is verstoord op een diepte dieper dan 50 cm. Het is onduidelijk hoe diep de fundering van de eerdere bebouwing is gegaan. Archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. Door Arcadis is in januari 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd met kenmerk AAR 345. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek geldt er binnen het plangebied een lage archeologische verwachting voor het aantreffen van relevante archeologische resten. De kans is klein dat er bij de geplande werkzaamheden een behoudenswaardige vindplaats wordt geschaad. Daarom adviseert de regioarcheoloog het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling.
Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Joan Coststraat" waren een aantal bomen aanwezig. Geen van deze bomen zijn van een dermate kwaliteit dat ze behouden kunnen blijven en ingepast moeten worden in het ontwerp. Alle bomen zijn inmiddels dan ook gekapt.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
17
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Planbeschrijving
Alle bestaande begroeiing in het plangebied is verwijderd. Daarvoor in de plaats worden zestien vrijstaande grondgebonden woningen en een opslagruimte van 150 m 2 in het plangebied gebouwd. Vier woningen worden met de voorzijde aan de Joan Coststraat gebouwd. Eén woning zal met de zijgevel richting de Joan Coststraat worden gebouwd. De andere woningen komen achter op het terrein waar ook een nieuwe straat wordt aangelegd, zie afbeelding 4.1 voor een impressie van de toekomstige inrichting. De opslagruimte wordt in de zuidoosthoek van het plangebied gebouwd en is bereikbaar via de nieuw aan te leggen weg. Achter de bestaande appartementen, nabij de opslagruimte, worden 14 parkeerplaatsen aangelegd. Een deel van de parkeerplaatsen en de opslagruimte wordt groen ingepast. Dit zorg voor een groene afscherming tussen de appartementen, opslagruimte en parkeerplaatsen met het woongebied.
Afbeelding 4.1: Impressie toekomstige inrichting plangebied
De woningen worden gebouwd in een strak ontwerp. Ze bestaan uit twee of drie lagen met een plat dak waarbij de derde laag maximaal 60% van de oppervlakte van de woning beslaat. Het overige deel van het dak van de tweede bouwlaag wordt bij de woningen van 3 lagen ingericht als dakterras en/of daktuin. Het hoogste dakoppervlak zal bij alle woningen worden ingericht als groendak en worden voorzien van zonnepanelen. De woningen met twee lagen krijgen een hoogte van ongeveer 6 meter. De woningen met drie lagen krijgen een hoogte van ongeveer 9 meter. Ook al worden de woningen met 2 lagen 6 meter, in het bestemmingsplan wordt voor het hele plangebied een maximale hoogte van 7 meter toegestaan. Dit biedt ook enige flexibiliteit bij de realisatie van het initiatief. Bij de bepaling over de maximale bouwhoogte wordt aangegeven dat 11 van de 16 woningen een maximale hoogte mogen hebben van 10 meter. In het beeldkwaliteitplan wordt geregeld op welke wijze dit nader uitgewerkt kan worden. Afbeelding 4.2 geeft een impressie van de architectuur van de nieuwe woningen. In de bijlage 4 bij deze toelichting is het Beeldkwaliteitplan Joan Coststraat Enschede opgenomen. Daarin is een impressie van de verdere uitwerking van het plangebied weergegeven.
18
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
Afbeelding 4.2: Impressie architectuur woningen
Op twee woningen na hebben alle woningen plek op eigen terrein voor het parkeren van twee auto's. Naast de parkeerplaatsen op de percelen, worden in het oostelijk deel van het plangebied 5 nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. In dit deel van het plangebied zijn al 9 parkeerplaatsen gerealiseerd in verband met de parkeerbehoefte van het aangrenzende appartementengebouw. Helemaal in de zuidoosthoek van het plangebied wordt een opslagruimte gebouwd van maximaal 150 m 2. In deze ruimte wordt uitsluitend opslag toegestaan. Dit betreft opslag van een nabijgelegen bedrijf. De hal krijgt een maximale hoogte van 4 meter.
4.2
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.
Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
19
Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn. Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden.
Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.
'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Joan Coststraat" In het bestemmingsplan "Joan Coststraat" worden 16 woningen en een opslagruimte mogelijk gemaakt in het plangebied. De opslagruimte is al mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. De realisatie van 16 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling die moet worden getoetst aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Toets Ladder duurzame verstedelijking Voor de woningbehoefte wordt gebruik gemaakt van het 'trendscenario' dat het bureau Stec (stadseconomie) voor de gemeente Enschede heeft ontwikkeld. Dit is in onze Woonvisie opgenomen. In 2021 heeft 'Stec' dit scenario op basis van de nieuwste prognoses en de Regionale Woonagenda van de provincie Overijssel geactualiseerd. Dit geactualiseerde rapport is als bijlage 3 bij deze plantoelichting gevoegd (Stadsbrede laddertoets Enschede, d.d. 8 juni 2021). Hieruit komt naar voren dat er tot 2031, 3225 woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd. Hiervan waren op 1-1-2022 ongeveer 1.238 opgenomen in een bestemmingsplan. Er bestaat dan ook nog een behoefte aan ongeveer 2000 woningen. De woningen binnen dit project passen dan ook binnen de behoefte. Het betreft hier een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt midden in de stad en had voorheen ook al een stedelijke functie.
Conclusie Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.3
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Joan Coststraat" gelden de welstandsidentiteiten 'Verborgen en enclaves' en 'Buitenplaatsen/landgoederen'. Beeldkwaliteitplan De beoogde ontwikkeling van de 16 woningen past niet binnen deze welstandsidentiteiten. Het is een ontwikkeling met een eigen identiteit en architectuurvorm. Daarom is een beeldkwaliteitplan opgesteld voor de woningen in het plangebied. Dit beeldkwaliteitplan is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd en wordt los van het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvergunning bouwen voor de nieuwe woningen wordt getoetst aan dit beeldkwaliteitplan.
20
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
4.4
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.4.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.
Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.
WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
bestemmingsplan Joan Coststraat (vastgesteld)
21
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.4.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. In het beoogde plan worden de woningen voorzien van zonnepanelen op de daken.
Klimaatadaptatie Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. In het beoogde plan 22