CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020

Stedelijke commissie 7 juni 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Jaarstukken 2020 en ontwerpbegrotingen 2022 gemeenschappelijke regelingen15.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2020 Jaarverslag Jaarrekening

XL Businesspark is een project van het Openbaar Lichaam RBT

Inhoud Voorwoord van de directie

2

Deel I Jaarverslag 1. Inleiding 2. Voorstel aan het Algemeen Bestuur en Ontwerp Besluit 2.1 Voorstel aan het Algemeen Bestuur 2.2 Ontwerp besluit 3. Programmaverantwoording 3.1 Grondexploitatie 3.2 Realisatie openbare laad- en loskade 3.3 Parkmanagement 3.4 Erfpacht 3.5 Openbare ruimte 4. De paragrafen 4.1 Onderhoud kapitaalgoederen 4.2 Financiering 4.3 Bedrijfsvoering 4.4 Verbonden partijen 4.5 Grondbeleid 4.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3 4 5 5 6 7 7 10 11 14 15 16 16 16 20 21 21 25

Deel II Jaarrekening 1. De balans per 31 december 2. Overzicht baten en lasten in de jaarrekening 3. Toelichtingen 3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 3.2 Toelichting op de balans per 31 december 3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 3.4 Taakveldoverzicht (IV3)

28 29 30 31 31 33 37 43

datum 17-03-2021

bestemd voor Dagelijks Bestuur

XL Businesspark is een project van het Openbaar Lichaam RBT

pagina

2 van 43

Voorwoord van de directie In 2020 is begonnen met de bouw van een viertal prachtige nieuwe ontwikkelingen op het XL Businesspark. Dit betreft fase 2 van T-Port Logistics Campus (van Heylen Warehouses) en de nieuwbouw van Kees Smit Tuinmeubelen, Eurol en VDL Energy Systems. Deze projecten worden in de loop van 2021 opgeleverd en daarmee is dan ongeveer de helft van het bedrijventerrein bebouwd. De vooruitzichten voor komende jaren zijn eveneens positief. Er zijn overeenkomsten getekend over dertig procent van het terrein. Deze overeenkomsten zullen naar verwachting in 2021 en 2022 resulteren in afname van grond en start bouw. Het betreft hier bijvoorbeeld T-Port Waterside (naast de containerterminal) en de derde fase van T-Port Campus. Daarnaast wordt in 2021 gestart met de realisatie van een nieuwe openbare kade van circa 150 meter, zodat ruimte ontstaat voor uitbreiding van de containerterminal. Door bovenstaande ontwikkelingen is het XL Businesspark naar verwachting sneller uitgegeven dan eerder aangenomen. Daarnaast is inmiddels ook het merendeel van de infrastructurele werkzaamheden op het bedrijventerrein uitgevoerd. De kortere doorlooptijd en daarmee gepaard gaande lagere plankosten en lagere rentelasten resulteren in een beduidend beter financieel resultaat t.o.v. eerdere aannames.

Mede vanwege de hiervoor toegelichte ontwikkelingen zal ook het aantal werkenden op het XL Businesspark de komende jaren verder toenemen. Met de provincie, gemeente Almelo en Keolis wordt momenteel gesproken over een busverbinding over het bedrijventerrein. Ook op het gebied van duurzaamheid worden ontwikkelingen verwacht. Heylen Warehouses zal beginnen met het installeren van zonnepanelen op haar bedrijfsgebouwen en met OostNL, VDL, kennisinstellingen en andere partijen worden gesprekken gevoerd over het opzetten van een ontwikkel- en test locatie voor toepassingen voor de energietransitie. Tot slot wordt bij de entree van het bedrijventerrein een brandstofverkooppunt gerealiseerd, waar o.a. LNG, CNG en waterstof zal worden aangeboden. Hierover is in 2020 een erfpachtovereenkomst gesloten. De impact van Covid-19 is bij een aantal bedrijven merkbaar. Door de sluiting van winkelpanden is dit m.n. het geval in de logistieke sector; de negatieve gevolgen daarvan worden echter (deels) gecompenseerd door de sterke toename van e-commerce verkopen. Vanwege de voorspoedige uitgifte van kavels en de toenemende vraag uit de markt naar grote kavels heeft STEC in 2020 een onderzoek gedaan naar de vraag naar grote kavels. De uitkomsten en adviezen worden momenteel besproken door de 14 Twentse gemeenten, Twenteboard en de provincie Overijssel. Jan Geerdink Projectdirecteur

pagina

3 van 43

Deel I

Jaarverslag

pagina

1.

4 van 43

Inleiding

Voor u liggen de jaarstukken van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijventerrein Twente (RBT), waarin wordt teruggeblikt op het jaar 2020. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening en zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording en de Financiële Verordening van RBT. Via de jaarstukken legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de realisatie van de (vorig jaar) vastgestelde beleidsvoornemens (de herziene begroting 2020). Op basis hiervan kan het Algemeen Bestuur beoordelen of het Dagelijks Bestuur in overeenstemming met de in de begroting gestelde kaders heeft geopereerd. De jaarrekening wordt ter controle voorgelegd aan de accountant. In overeenstemming met artikel 21 van de gemeenschappelijke regeling worden de jaarstukken voor 15 april ter kennisname verzonden aan Provinciale Staten van Overijssel en aan de Raden van de deelnemende gemeenten. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarstukken vervolgens vast. Hierna zendt het Dagelijks Bestuur de jaarstukken (uiterlijk 15 juli) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die verantwoordelijk is voor het financieel toezicht op de gemeenschappelijke regeling.

pagina

2.

2.1

5 van 43

Voorstel aan het Algemeen Bestuur en Ontwerp Besluit

Voorstel aan het Algemeen Bestuur

Almelo, 24 maart 2021 Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 24 juni 2021 Onderwerp:

Jaarstukken 2020

Wij stellen u hierbij voor: 1. Kennis te nemen van de rapportage van de accountant; 2. De jaarstukken 2020 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp, inclusief: - De grondexploitatie per 1-1-2021 (een tekort van € 5,5 mln. op eindwaarde per 31-12-2028) - Het risicoprofiel per 1-1-2021 (een bandbreedte van - € 0,4 mln. tot € 10,4 mln. op eindwaarde per 31-122028) 3. Van het (batige) exploitatieresultaat van het erfpachtbedrijf ( € 710.768,-) € 454.455 te storten in de bestemmingsreserve erfpachtbedrijf en € 256.313 te storten in de algemene reserve 4. Het (batige) exploitatieresultaat dat samenhangt met het (tijdelijk) beheer van parkmanagementvoorzieningen (€ 201.260) te storten in de bestemmingsreserve parkmanagement. 5. Het Dagelijks Bestuur voor het dienstjaar 2020, voor zover het de daarin opgenomen baten en lasten betreft, décharge te verlenen, behoudens eventuele later in rechte gebleken onregelmatigheden. Overwegingen Hierbij bieden wij u de jaarstukken over 2020 aan, ter besluitvorming. De accountant heeft de jaarrekening gecontroleerd. Zijn rapportage treft u bijgaand aan. Met de vaststelling van de jaarstukken 2020 verleent u ons décharge voor het dienstjaar 2020, voor zover het de in de jaarstukken opgenomen baten en lasten betreft.

De opzet van de jaarstukken is gebaseerd op de Financiële Verordening van het RBT en het daarin aangegeven Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (B.B.V.). In de verschillenanalyse wordt een vergelijking gemaakt tussen enerzijds de “Jaarstukken 2020” en anderzijds de herziene Begroting 2020. Daarmee wordt duidelijk in hoeverre ons bestuur binnen de vastgestelde kaders heeft geopereerd. Het Dagelijks Bestuur,

Voorzitter M. Kotteman

Secretaris G. Kosters

pagina

2.2

6 van 43

Ontwerp besluit

Het Algemeen Bestuur van het RBT Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 24 maart 2021 Gelet op artikel 58, lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

BESLUIT 1. Kennis te nemen van de rapportage van de accountant; 2. De jaarstukken 2020 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp, inclusief: - De grondexploitatie per 1-1-2021 (een tekort van € 5,5 mln. op eindwaarde per 31-12-2028) - Het risicoprofiel per 1-1-2021 (een bandbreedte van - € 0,4 mln. tot € 10,4 mln. op eindwaarde per 31-122028) 3. Van het (batige) exploitatieresultaat van het erfpachtbedrijf ( € 710.768,-) € 454.455 te storten in de bestemmingsreserve erfpachtbedrijf en € 256.313 te storten in de algemene reserve 4. Het (batige) exploitatieresultaat dat samenhangt met het (tijdelijk) beheer van parkmanagementvoorzieningen (€ 201.260) te storten in de bestemmingsreserve parkmanagement. 5. Het Dagelijks Bestuur voor het dienstjaar 2020, voor zover het de daarin opgenomen baten en lasten betreft, décharge te verlenen, behoudens eventuele later in rechte gebleken onregelmatigheden. Aldus gedaan door het Algemeen Bestuur in haar openbare vergadering van 24 juni 2021.

Voorzitter M. Kotteman

Secretaris G. Kosters

pagina

3.

7 van 43

Programmaverantwoording

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de activiteiten van het RBT (de programma’s). Dit betreft grondexploitatie, de realisatie van een openbare kade, het parkmanagement, het erfpachtbedrijf en het beheer van de openbare ruimte. Per programma wordt een toelichting gegeven op de doelstelling zoals verwoord in de (herziene) begroting voor 2020 en de wijze waarop ernaar gestreefd is om het doel te bereiken. 3.1 Grondexploitatie Hoofddoel van het RBT is te voorzien in de behoefte aan bouwrijpe grond met bedrijfsbestemming, toegespitst op grote ruimtevragers (> 2 hectare). Dit omwille van behoud en uitbreiding van werkgelegenheid in Twente.

Werkgelegenheid Om inzicht te verkrijgen in de werkgelegenheid, is een uitvraag gedaan onder de op het terrein gevestigde bedrijven. Hieruit blijkt dat per 31-12-2020 circa 625 mensen in dienst zijn bij bedrijven op het XL Businesspark. Daarnaast is er (in seizoenen) sprake van een flexibele schil van circa 200 - 600 medewerkers (voornamelijk bij Bleckmann en Timberland). Het afgelopen jaar nam het aantal vaste banen toe met circa 125. Dit hangt voornamelijk samen met de verhuizing van Emergo en de groei van Bleckmann. Met de uitvraag is alleen inzicht gekregen in de directe werkgelegenheid. Tegelijkertijd brengt de bouw ook (tijdelijk) werkgelegenheid met zich mee en ontstaan er banen bij bijvoorbeeld toeleveranciers. Om bouwgrond te kunnen produceren, transformeert (en transformeerde) het RBT agrarische gronden naar bedrijfskavels en openbare ruimte.

Hiertoe voert (en voerde) het RBT een actief grondbeleid, waarbij de volgende activiteiten worden verricht: - het verwerven van ruwe bouwgrond (afgerond) - het slopen van opstallen en het saneren van de ondergrond (95% gerealiseerd) - de aanleg van openbare ruimte (bouw- en woonrijp maken) (80% gerealiseerd) - het tijdelijk beheer van gronden en opstallen (80% gerealiseerd) - planontwikkeling en begeleiding (75% gerealiseerd) - uitgifte van bouwgrond met bedrijfsbestemming (45% gerealiseerd) In het uitgifteproces wordt actief met bedrijven meegedacht over de mogelijkheden om hun bedrijfspand en bedrijfsproces te verduurzamen. Dit bijvoorbeeld door de inzet van zonnepanelen, warmtepompen en het gebruik van duurzame (en circulair inzetbare) materialen. Daarnaast faciliteert XL Businesspark VDL in haar ambities om op haar bedrijfskavel een test- en demolocatie te realiseren, waar bedrijven, onderzoekers en studenten kunnen experimenteren rond toegepast onderzoek op het gebied van het genereren, opslaan en transporteren van duurzame energie. Tot slot wordt bij de entree van het bedrijventerrein een brandstofverkooppunt gerealiseerd, waar o.a. LNG, CNG en waterstof zal worden aangeboden (duurzame brandstoffen). Daarover is in 2020 een erfpachtovereenkomst gesloten.

Zonnepanelen op daken In 2020 is een inventarisatie uitgevoerd naar de plannen van bedrijven met betrekking tot het realiseren van zonnepanelen op bedrijfsdaken. Uit deze inventarisatie blijkt dat vrijwel alle bedrijven de mogelijkheden hebben onderzocht. Twee bedrijven hebben zonnepanelen geplaatst en twee bedrijven starten in 2021 met de realisatie van zonnepanelen op daken. Heylen zal in 2021 14,2 MWp te realiseren op de daken van T-Port Logistic Campus en wil in een volgende fase nog 9,1 MWp realiseren. Knelpunt waar partijen tegenaan lopen, is dat de netcapaciteit tegen grenzen aanloopt. Daarover vindt afstemming plaats met Enexis.

pagina

8 van 43

Figuur 1: realisatie van zonnepanelen op T-Port Logistic Campus door Heylen Warehouses T/m 31-12-2020 is (per saldo) € 71 miljoen geïnvesteerd in de productie van bouwgrond. Alle investeringen zijn gefinancierd met vreemd vermogen (geleend geld). De grondexploitatiebegroting wordt jaarlijks opgesteld en geactualiseerd, om inzicht te verkrijgen in het eindresultaat van het project c.q. de terugverdiencapaciteit van de verrichte investeringen. Afgelopen jaar werd een tekort van € 14,8 miljoen begroot, op eindwaarde per 31-12-2030. De geactualiseerde grondexploitatie sluit op een tekort van € 5,5 miljoen op eindwaarde per 31-12-2028 en verbetert dus met € 9,3 miljoen. In onderstaande tabel wordt het resultaat van de grondexploitatie teruggerekend (verdisconteerd) naar het huidige prijspeil. Eindwaarde Grex 1-1-2020

14,8 mln. per 31-12-2030

Grex 1-1-2021

5,5 mln. per 31-12-2028

Verschil t.o.v. 2020:

9,3 mln.

Contante waarde Bij 1% discontering Bij 2% discontering 11,9 mln. per 1-1-2020 ( = 12,1 mln. per 1-1-2021) 5,0 mln. per 1-1-2021

4,7 mln. per 1-1-2021 7,4 mln. per 1-1-2021

Tabel 1: vergelijking grondexploitatie per 1-1-2021 met de grondexploitatie per 1-1-2020 De belangrijkste redenen voor verbetering van de grondexploitatie zijn als volgt: - Een (gedeeltelijke) herfinanciering, waardoor de gemiddelde rente substantieel is gedaald (zie paragraaf 4.2 voor een toelichting) - Afgelopen jaar is een aantal grote infrastructurele werken afgerond. Deze zijn goedkoper uitgevoerd dan geraamd en dat is tevens aanleiding om de raming van nog uit te voeren werken bij te stellen. - De uitgifte in 2020 is hoger dan verwacht (12,4 hectare i.p.v. 11,6 hectare) - De looptijd van het project is met twee jaar verkort. Dat heeft een positief effect op de begroting van rente-, plan- en beheerkosten. De verkorting van de looptijd hangt samen met de gunstigere uitgiftevooruitzichten.

pagina

9 van 43

Voor een uitgebreide toelichting op de grondexploitatie en de verschillen ten opzichte van afgelopen jaar wordt verwezen naar paragraaf 4.5.1. De risicoanalyse komt aan de orde in paragraaf 4.5.2. Op de volgende afbeelding wordt de actuele stand van zaken grafisch weergegeven.

Figuur 2: stand van zaken gronduitgifte per 31-12-2020 (de geleverde percelen zijn rood weergegeven, de percelen waarover overeenkomsten zijn gesloten zijn gearceerd) In 2020 is 12,4 hectare uitgegeven, aan Kees Smit (8,3 hectare) en VDL (4,1 hectare). In totaal is t/m 31-122020 59 hectare uitgegeven (45% van het terrein). Daarnaast zijn overeenkomsten gesloten met verschillende partijen, over een oppervlak van 34 hectare (28% van het terrein).

Bovenwijkse voorzieningen Conform artikel 4.6 van de gemeenschappelijke regeling wordt bij elke uitgifte € 6,- per m2 afgedragen aan de gemeente Almelo, ten behoeve van bovenwijkse voorzieningen. In 2020 is € 744.906 afgedragen (gebaseerd op de uitgifte van 12,4 hectare). In 2016 is (o.a. vanwege een wijziging van het BBV) afgesproken dat de bijdragen niet langer ten laste van de grondexploitatie wordt gebracht, maar rechtstreeks aan de deelnemers worden (door-)gefactureerd. De afdrachten lopen neutraal door de administratie van RBT: de afdrachten aan Almelo en de bijdragen van de deelnemers, vallen tegen elkaar weg. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van het verloop van het in de grondexploitatie geïnvesteerd vermogen (de boekwaarde). Dit betreft het saldo van de gerealiseerde investeringen en de opbrengsten uit gronduitgifte. Investeringen in de grondexploitatie

begroot

Geinvesteerd vermogen (boekwaarde) per 1-1-2020 (saldo) Totaal lasten in 2020 Totaal baten in 2020 Saldo lasten en baten Geinvesteerd vermogen (boekwaarde) per 31-12-2020

Tabel 2: ontwikkeling geïnvesteerd vermogen grondexploitatie

7.684.252 -15.088.997 -7.404.745

realisatie

afwijking

82.365.866 5.054.048 -16.440.815 -11.386.767 70.979.099

2.630.204 1.351.818 3.982.022

pagina

10 van 43

De boekwaarde nam in 2020 af met € 11,4 miljoen, terwijl in de begroting werd aangenomen dat de boekwaarde zou afnemen met € 7,4 mln. Belangrijkste reden hiervoor is dat uitgaven zijn uitgesteld, projecten goedkoper zijn uitgevoerd en de uitgifte voorspoediger verloopt. Voor een uitgebreide toelichting op de verschillen ten opzichte van de begroting, wordt verwezen naar paragraaf 3.3 van de jaarrekening. 3.2 Realisatie openbare laad- en loskade In 2013 is op het XL Businesspark een openbare laad- en loskade en containeroverslagterrein opgeleverd. Deze laad- en losfaciliteiten versterken het internationale vestigingsklimaat en worden intensief gebruikt, door logistieke én technologische bedrijven. Het Algemeen Bestuur heeft bij vaststelling van de begroting 2020 besloten om de openbare kade met 150 meter uit te breiden, om de verwachte groei van containerstromen van en naar het XL Businesspark op te kunnen vangen. Er wordt een nieuwe openbare kade gerealiseerd, zodat (daarna) de bestaande openbare kade kan worden verhuurd aan CTT (onder marktconforme condities). De nieuwe kade wordt, evenals de huidige kade, geschikt gemaakt voor het laden en lossen van klasse Va schepen met een diepgang van 2,80 m. Hierdoor kan het binnenvaartschip maximaal worden beladen en wordt vervoer over water nog aantrekkelijker.

Daarbij wordt aandacht besteed aan de benodigde havenfaciliteiten (zoals walstroom) en voorzieningen voor verduurzaming van de binnenvaart en het vooren natransport vanaf de terminal. Door goederenstromen over het water af te wikkelen, wordt de A1 bovenregionaal ontlast. Zo wordt een bijdrage geleverd aan regionale, provinciale en nationale duurzaamheids-doelstellingen. Deze ‘modal shift’ leidt tot een verbeterde bereikbaarheid van Overijssel en een beperking van de CO2 uitstoot. Daarnaast draagt het project bij aan een versterking van het internationale vestigingsklimaat. Zo ontstaan nieuwe banen, vooral in een doelgroep waarbinnen in Twente werkloosheid heerst.

Figuur 3: visualisatie uitbreiding van de laad- en loskade en mogelijke toekomstige uitbreiding

pagina

11 van 43

De voorbereiding van het project verloopt volgens planning. In 2020 is het schetsplan uitgewerkt tot voorlopig ontwerp, op basis waarvan nu een definitief ontwerp en bestek wordt opgesteld. Dit in afstemming met o.a. Container Terminal Twente, de gemeente Almelo en het Havenbedrijf Twente. Het gewijzigde bestemmingsplan is besproken met belanghebbenden en heeft in ontwerp ter inzage gelegen. De vergunning voor het kappen van de bomen is verleend. Over het aanvragen van de vergunningen (bouw en waterwet) en ontheffing (Nb wet) vindt afstemming plaats met het bevoegd gezag. Tevens vindt er overleg plaats met Rijkswaterstaat over de samenloop met het project van Rijkswaterstaat ‘Verruiming Twentekanelen’. De uitvoering kan starten na het onherroepelijk worden van desbetreffende vergunningen en verwerving van de ondergrond van de staat. Met het project gaat een investering gemoeid van circa € 4,6 miljoen en deze investering wordt volledig gedekt uit subsidies. Vanuit de Regiodeal Twente is een bijdrage van € 2,3 miljoen toegekend en daarnaast hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel besloten om (vanuit het vermogen van de inmiddels geliquideerde stichting Containerterminal Hengelo) eveneens € 2,3 miljoen beschikbaar te stellen.

Naast de investering is sprake van een verlies aan uitgeefbaar terrein, omdat ontsluitingswegen nodig zijn op gronden die voorheen voor uitgifte waren bestemd. Dat verlies wordt gecompenseerd door de inkomsten uit verhuur van de bestaande openbare kade (de ondergrond wordt binnen het erfpachtbedrijf geactiveerd). Door deze verhuur en de ter beschikking gestelde subsidies, heeft het project een neutraal effect op de grondexploitatie. In onderstaande tabel worden de in 2020 gerealiseerde lasten en baten weergeven en afgezet tegen de begroting. Van de totale projectsom is per 31-12-2020 0,1 miljoen gerealiseerd. Investeringen in de laad- en loskade Totaal lasten in 2020 Totaal baten in 2020 Saldo lasten en baten

begroot

realisatie

afwijking

343.205 -346.292 -3.087

102.004 -102.004 -

241.201 -244.288 -3.087

Tabel 3: investeringen in de laad- en loskade De uitgaven bleven achter op de planning. Belangrijkste reden daarvoor is dat de verwerving van de benodigde gronden nog niet heeft plaatsgevonden. Het Rijksvastgoedbedrijf (eigenaar van de gronden) heeft aangegeven deze grondtransactie na vergunningverlening (door Rijkswaterstaat) in behandeling te kunnen nemen. 3.3 Parkmanagement Door middel van parkmanagement wil het RBT op een zo goed mogelijke wijze beheer, onderhoud en kwaliteit van het gebied waarborgen. Een gezamenlijk parkmanagement biedt bedrijven de volgende voordelen: 1. Door voorzieningen collectief te realiseren zijn de investeringslasten per bedrijf lager; 2. Diensten kunnen gezamenlijk worden ingekocht en daardoor is mogelijk sprake van inkoopvoordelen; 3. Bedrijven kunnen gezamenlijk invloed uitoefenen op de kwaliteit van het bedrijventerrein. Daardoor wordt een mogelijke veroudering/verloedering voorkomen en is sprake van een waardevaste(re) investering. In 2008 is de Coöperatieve Vereniging Parkmanagement XL Businesspark opgericht. In de statuten van de Coöperatie, de algemene uitgiftevoorwaarden van het RBT en de gesloten erfpachtovereenkomsten is verwoord dat de vereniging de volgende diensten en voorzieningen zal aanbieden:

pagina

-

12 van 43

de (terrein) beveiliging van het XL Businesspark Twente (camera toezicht) een bewegwijzeringsysteem een centrale bluswatervoorziening een glasvezelnet onderhoud en beheer van de openbare ruimte

Figuur 4: foto van de centrale blusvoorziening Investeringen De voorzieningen zijn en worden door het RBT aangebracht. Per 31-12-2020 is hier (per saldo) € 5,8 miljoen in geïnvesteerd (met geleend geld). De investeringen (en de rente hierover) worden gedekt uit de (bij gronduitgifte te vergoeden) eenmalige bijdrage van (gevestigde en te vestigen) bedrijven (van € 5,95 per m2) en een jaarlijkse bijdrage van de deelnemers aan het RBT (de provincie Overijssel en de gemeenten Almelo, Borne, Enschede en Hengelo).

Afwaardering investeringen in parkmanagement In 2016 is afgesproken dat de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling RBT jaarlijks € 300.000,bijdragen (t/m 2036), om de investeringen in parkmanagement af te waarderen. Dit o.a. ingegeven door een wijziging van het BBV. Naar de huidige inzichten is de investering in 2030 afgewaardeerd (6 jaar sneller dan oorspronkelijk verwacht). Reden hiervoor is dat de uitgifte sneller verloopt dan gepland en de rente die RBT gemiddeld betaalt is gedaald. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het verloop van het in parkmanagement geïnvesteerd vermogen.

pagina

13 van 43

Investeringen in parkmanagementvoorzieningen

begroot

Geinvesteerd vermogen (boekwaarde) per 1-1-2020 Totaal lasten in 2020 Totaal baten in 2020 Saldo lasten en baten

realisatie

afwijking

6.076.437 588.404 -1.020.439 -432.035

Geinvesteerd vermogen (boekwaarde) per 31-12-2020

724.617 -1.041.732 -317.114

-136.213 21.293 -114.921

5.759.323

Tabel 4: ontwikkeling geïnvesteerd vermogen parkmanagement voorzieningen Het geïnvesteerd vermogen nam in 2020 af met € 0,3 miljoen, terwijl in de begroting werd aangenomen dat de boekwaarde zou afnemen met € 0,4 mln. Belangrijkste verklaring voor het verschil is dat werkzaamheden aan de uitbreiding van de blusvoorziening duurder uitvielen. Voor een toelichting op de verschillen ten opzichte van de begroting wordt verwezen naar paragraaf 3.3 van de jaarrekening. Onderhoud en beheer parkmanagement voorzieningen In de overeenkomsten met bedrijven, algemene uitgiftevoorwaarden en statuten van de coöperatie is aangegeven dat de voorzieningen op termijn in erfpacht worden uitgegeven aan de coöperatieve vereniging parkmanagement. Tot die tijd is RBT verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gerealiseerde voorzieningen (de blusvoorziening en de camera’s) en verzorgt RBT de inning van de jaarlijkse contributiebijdrage (Deelcanon B). Deze bijdrage is vastgesteld op € 0,89 per m2. Bij vaststelling van de jaarstukken 2019 is besloten om een bestemmingsreserve parkmanagement in te stellen, waarmee het verschil tussen de door bedrijven betaalde contributie en de gerealiseerde uitgaven wordt verrekend. Dit omdat het gesprek met bedrijven over de overdracht van voorzieningen nog moet worden gevoerd.

In onderstaande tabel wordt de in 2020 gerealiseerde uitgaven afgezet tegen de door bedrijven betaalde contributie. Onderhoud en beheer parkmanagement

begroot

Bestemmingsreserve per 1-1-2020 (na resultaatbestemming 2019) Totaal lasten in 2020 Totaal baten in 2020 Saldo lasten en baten Voorstel: dotatie aan bestemmingsreserve parkmanagment Bestemmingsreserve per 31-12-2020 (na besluitvorming)

333.835 -390.835 -57.000

realisatie

afwijking

53.311 267.390 -468.650 -201.260

66.445 77.815 144.260

201.260 254.571

Tabel 5: onderhoud en beheer parkmanagement In 2020 is een positief exploitatiesaldo gerealiseerd van € 201.260,-. De opbrengsten liggen hoger en de kosten vallen lager uit dan begroot (zie paragraaf 3.3 van de jaarrekening voor een nadere toelichting). Voorgesteld wordt om dit exploitatiesaldo ten gunste van de bestemmingsreserve parkmanagement te brengen.

pagina

14 van 43

3.4 Erfpacht De grond op het XL Businesspark wordt uitgegeven in eeuwigdurende erfpacht (landlease). Het RBT heeft om twee redenen voor deze landlease constructie gekozen: 1. Juridisch: met de uitgifte in erfpacht worden partijen verplicht lid te worden én te blijven van de “Coöperatieve Vereniging Parkmanagement” (een soort vereniging van eigenaren). Zo worden ‘free riders’ (bedrijven die wel mee profiteren echter niet meebetalen) voorkomen. 2. Financieel: het biedt partijen de volgende keuze: a. afkoop van de grondprijs in één keer; in dat geval is er, economisch gezien, geen verschil met eigendom; b. afkoop van de grondprijs in (maximaal) vijftig termijnen; deze vorm heeft het karakter van financiering door het RBT en is aantrekkelijk voor ondernemers om reden van het vermogensbeslag (liquiditeit). Bedrijven betalen daarbij een jaarlijkse canon (annuïteit), die is afgeleid van de grondwaarde en een rentepercentage1. Wanneer bedrijven kiezen voor betaling van een jaarlijkse canon (optie b) geldt, in overeenstemming met de in 2008 vastgestelde en in 2011 gewijzigde Algemene Erfpachtvoorwaarden, een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen basisrente, verhoogd met een opslag voor risico van 1,50%.

De basisrente wordt bepaald op basis van (1) de rente die RBT gemiddeld betaalt, (2) het rendement dat andere in erfpacht uitgevende instanties hanteren en (3) beleggingen met een vergelijkbaar risicoprofiel. Uitgangspunt is dat de totale canon (inclusief risico-opslag) marktconform is en derhalve aan de Europese staatssteunregels wordt voldaan. Voorraad erfpachtbedrijf Indien een bedrijf opteert voor betaling van een jaarlijkse canon (optie b) wordt het perceel (tegen de economische waarde) ondergebracht in het ‘erfpachtbedrijf’. T/m 31-12-2020 is € 40,9 miljoen in het erfpachtbedrijf geïnvesteerd (op basis van vreemd vermogen c.q. geleend geld). Het betreft hier in erfpacht uitgegeven gronden (31,5 hectare) waarvan de toekomstige canonverplichtingen niet ineens zijn afgekocht (€ 36,5 miljoen) en de investering in de laad- en loskade (€ 4,5 miljoen, bestaande uit € 3,1 miljoen grondwaarde en 1,4 miljoen overslagterrein). In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het verloop van het in het erfpachtbedrijf geïnvesteerd vermogen. Erfpachtbedrijf - ontwikkeling voorraad Geinvesteerd vermogen (boekwaarde) per 1-1-2020 Gronduitgiften / verhuur Afwaardering en afschrijving in 2020 Geinvesteerd vermogen (boekwaarde) per 31-12-2020

huur

erfpacht

totaal

4.549.862

25.913.312

30.463.174

-97.655

10.792.990 -244.366

10.792.990 -342.021

4.452.207

36.461.936

40.914.143

Tabel 6: ontwikkeling geïnvesteerd vermogen erfpachtbedrijf Het geïnvesteerd vermogen nam in 2020 toe met € 10,8 miljoen, doordat een bedrijf heeft gekozen voor betaling van een jaarlijkse canon. De erfpachtgronden worden in vijftig jaar afgewaardeerd. Bedrijven zijn daarna geen vergoeding meer verschuldigd voor de grond. 1

Overeenkomstig de Algemene Erfpachtvoorwaarden is de rente voor tien jaar vast. Na afloop van deze tienjaarstermijn

hebben bedrijven (opnieuw) de mogelijkheid om te kiezen voor afkoop van de (resterende) grondwaarde, of kunnen zij opnieuw voor betaling van een canon opteren (te berekenen op basis van de dan actuele rente).

pagina

15 van 43

Jaarexploitatie erfpachtbedrijf In onderstaande tabel worden de lasten en baten in verband met de exploitatie van het erfpachtbedrijf weergegeven. Erfpachtbedrijf - exploitatie begroot realisatie afwijking Bestemmingsreserve per 1-1-2020 (na resultaatbestemming 2019) Totaal lasten in 2020 Totaal baten in 2020 Saldo lasten en baten

915.714 -1.315.241 -399.527

Voorstel: dotatie aan bestemmingsreserve erfpachtbedrijf Bestemmingsreserve per 31-12-2020 (na besluitvorming) Voorstel: dotatie aan de algemene reserve Algemene reserve per 31-12-2020 (na besluitvorming)

545.545 909.718 -1.620.486 -710.768

5.996 -305.245 -299.249

454.455 1.000.000 256.313 256.313

Tabel 6: ontwikkeling geïnvesteerd vermogen erfpachtbedrijf Het afgelopen jaar resulteerde de exploitatie van het erfpachtbedrijf in een positief resultaat van € 0,7 miljoen. Dat is, door een uitbreiding van de voorraad in mei 2020, € 0,3 miljoen meer dan begroot. Voorgesteld wordt om van het (batige) exploitatieresultaat van het erfpachtbedrijf ( € 710.768,-) € 454.455 te storten in de bestemmingsreserve erfpachtbedrijf en € 256.313 te storten in de algemene reserve. Bij de voorgestelde dotatie aan de bestemmingsreserve erfpachtbedrijf, is deze reserve op het gewenste niveau (zie paragraaf 4.6 voor een toelichting daarop). 3.5 Openbare ruimte In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd (in artikel 4.15) dat het onderhoud en beheer van de openbare ruimte wordt gedekt door de gemeente Almelo. Het gaat hierbij om de reguliere kosten van beheer, onderhoud en vervanging. Tevens is in de gemeenschappelijke regeling afgesproken dat de gemeente Almelo jaarlijks inzage geeft in de ontvangen onroerende zaakbelasting (als referentiekader). De uitgaven aan onderhoud en beheer worden per kwartaal aan de gemeente Almelo gefactureerd. In onderstaande tabel wordt een weergave gegeven van de uitgaven aan onderhoud en beheer. Alle uitgaven zijn door de gemeente Almelo voldaan en daarmee is voor het RBT sprake van een neutraal exploitatiesaldo.

Onderhoud en beheer openbare ruimte Totaal lasten in 2020 Totaal baten in 2020 Saldo lasten en baten

begroot

realisatie

afwijking

282.130 -282.130 -

246.714 -246.714 -

35.416 -35.416 -

Tabel 8: onderhoud en beheer openbare ruimte De uitgaven blijven ruim binnen de door de gemeente Almelo opgestelde begroting. In plaats van € 282.130,is € 246.714,- uitgegeven (€ 35.416,- minder). Het verschil wordt verklaard doordat RBT de werkzaamheden openbaar aanbesteedt, terwijl in de (door de gemeente Almelo opgestelde) begroting wordt uitgegaan van uitvoering door de gemeentelijke groendienst.

Overzicht OZB Inkomsten De gemeente Almelo heeft ons bericht dat men (in 2020) in totaal € 914.550,11 aan OZB heeft opgelegd. Dit is inclusief de aanslag die is opgelegd aan het RBT, vanwege de waarde van de geproduceerde bouwterreinen en de blusvoorziening (€ 155.586.62). In totaal is € 758.963,49 opgelegd aan de gevestigde bedrijven.

pagina

16 van 43

4. De paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat in het jaarverslag in afzonderlijke paragrafen wordt toegelicht in hoeverre is gehandeld in overeenstemming met de beleidslijnen die zijn vastgelegd in de begroting. Hierna wordt ingegaan op de voor RBT relevante paragrafen. Dit betreft onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, grondbeleid en weerstandsvermogen (van lokale heffingen is geen sprake). 4.1 Onderhoud kapitaalgoederen In lijn met de in 2018 vastgestelde begroting is in 2018 gestart met de opbouw van een voorziening voor groot onderhoud aan de openbare ruimte (zie paragraaf 3.5) en de centrale blusvoorziening (zie paragraaf 3.3). In onderstaande tabel worden de in 2020 gerealiseerde toevoegingen aan de voorzieningen weergegeven. Er vonden geen onttrekkingen plaats.

Verloopoverzicht voorzieningen: 1 Voorziening groot onderhoud Parkmanagement: 2 Voorziening groot onderhoud Openbare Ruimte: Totaal:

Boekwaarde 31-12-19 Toevoeging 224.590 112.295 321.215 162.967 545.805 275.262

Onttrekking

-

Boekwaarde 31-12-20 336.885 484.182 821.067

Tabel 9: voorzieningen voor groot onderhoud De toevoeging aan de voorziening groot onderhoud openbare ruimte (1) is gebaseerd op de door de gemeente Almelo opgestelde onderhoudsbegroting, op basis van het huidige areaal. Inmiddels is 80% van de openbare ruimte gerealiseerd. De voorziening (€ 0,5 mln. per 31-12-2020) wordt enkel aangewend voor groot onderhoud aan de openbare ruimte. RBT is daarvoor verantwoordelijk, totdat de openbare ruimte (en daarvoor opgebouwde voorziening) aan de gemeente Almelo wordt overgedragen (zie artikel 3.8 van de gemeenschappelijke regeling). De toevoeging aan de voorziening groot onderhoud parkmanagement (2) is gebaseerd op een door adviesbureau Deerns opgesteld meerjarig onderhoudsplan (MJOP) voor de centrale blusvoorziening. Uit dit MJOP blijkt dat gedurende de levensduur van de blusvoorziening jaarlijks € 41.765 nodig is om de uitgaven aan groot onderhoud en vervanging te kunnen dekken. Omdat in de eerste jaren (2010 t/m 2017) geen voorziening is opgebouwd, vond in de periode 2018 t/m 2020 een inhaalslag plaats. Per 31-12-2020 is de voorziening op het geplande niveau. De voorziening voor groot onderhoud Parkmanagement wordt enkel aangewend voor (levensduur verlengend) groot onderhoud aan de blusvoorziening. Voor de op het bedrijventerrein gerealiseerde camera’s wordt geen voorziening opgebouwd.

Deze hebben een relatief korte technische levensduur. Indien sprake is van een vervanging, wordt dat uit de reguliere beheerbegroting gedekt. 4.2 Financiering Het beleid op het gebied van treasury is vastgelegd in het treasurystatuut, welke door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 6 juli 2017. Er is een werkgroep ingesteld, bestaande uit deskundigen op het gebied van treasury van de deelnemende gemeenten en de provincie. Deze werkgroep adviseert over de aan te trekken leningen en de renterisico’s. Per 31-12-2020 heeft het RBT voor € 88 miljoen aan langlopende leningen. Daarnaast is er een kredietfaciliteit met een limiet van € 35 miljoen. In de volgende tabel wordt een overzicht van de geldleningen gegeven.

pagina

17 van 43

Geldleningen en kredietfaciliteiten per 31-12-2020 Leningen

bedrag

BNG BNG BNG BNG BNG NWB BNG BNG

10.000.000 8.500.000 6.500.000 10.000.000 10.000.000 15.000.000 10.000.000 18.000.000 88.000.000

Kredietfaciliteiten (limiet) BNG 35.000.000 35.000.000

looptijd

van

tot

6 1-11-2016 1-11-2022 10 10-7-2014 10-7-2024 10 23-12-2014 23-12-2024 9 1-11-2016 3-11-2025 12 5-11-2014 5-11-2026 7 2-11-2020 2-11-2027 12 1-11-2016 1-11-2028 15 29-12-2016 29-12-2031

1-10-2009

1-1-2024

percentage 0,335% 2,010% 1,320% 0,685% 1,700% -0,337% 1,025% 1,270%

maand euribor + 0,4%

Tabel 10: geldleningen en kredietfaciliteit (limiet) Per 31-12-2020 is van de kredietfaciliteit bij BNG € 23.241.930,- benut. De kredietfaciliteit komt in paragraaf 4.2.3 aan de orde. In paragraaf 4.2.2 wordt ingegaan op de langlopende schulden. Afgelopen jaar is de rente die RBT gemiddeld betaald gedaald, van 1,74% (2019) naar 1,5% (2020). Dit hangt samen met de herfinanciering van een relatief grote en dure lening in november 2020. In 2021 zet die daling voort. Over huidige (vaste) lening portefeuille wordt gemiddeld 0,9% rente betaalt. 4.2.1 Risicobeheer Het RBT verleent geen krediet. Derhalve beperkt het risico zich tot het renterisico. 4.2.2 Renterisico In de wet Fido wordt voorgeschreven dat aflossingen en renteherzieningen worden getoetst aan de zgn. renterisiconorm. Deze norm is voor gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. In de volgende tabel vindt deze toetsing plaats. De toetsing is wettelijk voorgeschreven, maar geeft voor het RBT een enigszins vertekend beeld. Dit omdat het RBT zich in hoofdzaak bezighoudt met de ontwikkeling van een bedrijventerrein (lees: grondexploitatie) en daardoor feitelijk geen structurele jaarbegroting maar grondexploitatiebegroting kent (die beheersmatig is opgedeeld in jaarschijven).

pagina

18 van 43

Renterisico

werkelijk 2020

Rente herziening lening Afgesloten geldlening

-15.000.000

Betaalde aflossingen

32.000.000

Renterisico op vaste schuld

17.000.000

Renterisiconorm

2020

2019

Begrotingstotaal

18.713.900

15.685.044

Ministerieel vastgesteld %

20%

20%

3.742.780

3.137.009

Renterisiconorm

3.742.780

3.137.009

Renterisico op vaste schuld

17.000.000

0

Ruimte + Overschrijding -

-13.257.220

3.137.009

Renterisiconorm Toets Renterisiconorm

Tabel 11: toets aan de renterisiconorm (voor opbouw begrotingstotaal, zie paragraaf 2 van de jaarrekening) In 2020 heeft het RBT een langlopende lening afgelost van € 32 mln. en een nieuwe lening afgesloten van € 15 mln.. Per saldo is sprake van een renterisico op vaste schuld van € 17 miljoen en zoals uit de tabel blijkt wordt de bij ministeriele regeling voorgeschreven norm overschreden. Ter beperking van renterisico’s zijn de volgende maatregelen getroffen: - Uitgangspunt bij het aantrekken van leningen is dat spreiding wordt aangebracht in de lening portefeuille - Nieuwe leningen worden zoveel mogelijk afgestemd op de renteherzieningsdata in erfpachtcontracten - RBT sluit kasgeldleningen af. Dat zijn leningen met een korte looptijd (bv. 1 - 3 maanden). RBT speelt daarmee flexibel in op de actuele financieringsbehoefte, welke in belangrijke mate volgt uit de uitgiftevooruitzichten. 4.2.3 Kasbeheer In de wet Fido wordt voorgeschreven dat korte financieringen worden getoetst aan de zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet is voor gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 8,2% van het begrotingstotaal. In de volgende tabel wordt de gemiddelde korte financiering (per kwartaal) getoetst aan de kasgeldlimiet. De toetsing is wettelijk voorgeschreven, maar geeft voor het RBT een enigszins vertekend beeld.

Dit omdat het RBT zich in hoofdzaak bezighoudt met de ontwikkeling van een bedrijventerrein (lees: grondexploitatie) en daardoor feitelijk geen structurele jaarbegroting maar grondexploitatiebegroting kent (die beheersmatig is opgedeeld in jaarschijven).

pagina

19 van 43

KASGELDLIMIET overzicht 2020 Kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari 2020

18.713.900

Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag

8,20%

Kasgeldlimiet in bedrag

1.534.540 REALISATIE Kwartaal 1: jan-mrt

2: apr-jun

3: jul-sep

4: okt-dec

Jaar

Vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar

0

0

0

6.333.333

1.583.333

Schuld in rekening-courant

-7.138.360

-5.664.260

-6.228.858

-3.204.635

-5.559.028

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld

0 -7.138.360

-5.664.260

-6.228.858

3.128.698

-3.975.695

Contante gelden in kas

0

0

0

0

0

Tegoeden in rekening-courant

0

0

0

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

1.147.378

1.077.808

909.656

176.679

827.880

Totaal vlottende middelen

1.147.378

1.077.808

909.656

176.679

827.880

-8.285.738

-6.742.069

-7.138.514

2.952.019

-4.803.575

Vlottende middelen Uitgeleende gelden < 1 jaar

0 0

Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet

1.534.540

1.534.540

1.534.540

1.534.540

1.534.540

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

-6.751.199

-5.207.529

-5.603.974

4.486.559

-3.269.036

Tabel 12: kasgeldlimiet per kwartaal2 Uit de tabel blijkt dat het RBT het afgelopen jaar niet voldeed aan de voorgeschreven limiet. De minister van BZK (belast met het financieel toezicht op de gemeenschappelijke regeling) heeft daarvoor een ontheffing verleend (voor het begrotingsjaar 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022). In de volgende tabel wordt de korte financiering afgezet tegen de lange financiering. Hieruit blijkt dat een relatief groot aandeel van het vreemd vermogen langjarig is gefinancierd.

Verhouding financiering kort ten opzichte van langlopende leningen ultimo 2020

ultimo 2019

Langlopende leningen

88.000.000

79%

105.000.000

94%

Kort lopende leningen

23.241.930

21%

6.819.227

6%

Totaal

111.241.930

100%

111.819.227

100%

Tabel 13: verhouding financiering kort ten opzichte van lang (stand van zaken per 31-12-2020)

2

In december 2020 is het RBT een deel van de afgeloste langlopende lening met kasgeld en rekening courant krediet gaan financieren. Het effect hiervan op deze tabel is beperkt omdat het om slechts 1 maand in het 4e kwartaal gaat.

pagina

20 van 43

De afgelopen jaren werd circa 95% van de financieringsbehoefte ingevuld met langlopende geldleningen en werd circa 5% kort gefinancierd (vanuit rekening courant en door middel van kasgeldleningen; in 2019 lag dit percentage op 6%). Wij hebben besloten om het aandeel lang lopende leningen te beperken tot circa 80%. Dit omdat de komende periode (2021 – 2022) veel uitgiften worden voorzien. Wanneer deze exact plaatsvinden is onzeker en ook is op voorhand niet altijd duidelijk of de grondwaarde wordt afgekocht of partijen kiezen voor betaling van een jaarlijkse canon. Gelet hierop is het wenselijk om flexibel te blijven en niet vast te zitten aan langlopende leningen die niet tussentijds afgelost kunnen worden. 4.3 Bedrijfsvoering In de gemeenschappelijke regeling wordt (in hoofdstuk 2 en 3) een beschrijving gegeven van de organisatie van het RBT en de taken en verantwoordelijkheden van het personeel. In aanvulling daarop wordt de administratieve en financiële organisatie beschreven in de financiële verordening, welke op 6 juli 2017 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door leden van de colleges van B&W en GS van de deelnemers, welke hiervoor zijn aangewezen door en verantwoording afleggen aan raden en staten. Het Algemeen Bestuur benoemt, vanuit haar midden, de leden van het Dagelijks Bestuur.

Het bestuur wordt ondersteund door een secretaris (4 uur per week), die alle uitgaande stukken mede ondertekent en verantwoordelijk is voor de controlling van besluiten van de directeur. Het RBT heeft geen personeel in dienst: werkzaamheden worden verricht door ambtenaren van de deelnemende gemeenten en op detacheringsbasis ingehuurde medewerkers. De projectorganisatie is gevestigd in een voormalig woonhuis in het projectgebied (Columbus 17, Almelo). Per 31-12-2020 kende de projectorganisatie de volgende bezetting: Projectdirecteur Projectmanager / casemanager / secretaris Planeconoom Projectadministrateur Officemanager -

24 uur per week 36 uur per week 20 uur per week 12 uur per week 20 uur per week

Totaal (3 FTE)

112 uur per week

Figuur 5: organisatieschema

-

pagina

21 van 43

Naast de projectorganisatie is er een flexibele schil. De civieltechnische begeleiding wordt (op regiebasis) verzorgd door het (intergemeentelijk) ingenieursbureau van de gemeente Almelo en daarnaast wordt (op regie of opdrachtbasis) gebruik gemaakt van diverse externe deskundigen, zoals juridische adviseurs, duurzaamheid deskundigen, taxateurs, ICT-begeleiding, accountants, fiscalisten en archiefondersteuning. Tot slot is op het XL Businesspark een parkmanager actief (4 uur per week), in opdracht van de coöperatieve vereniging parkmanagement. De projectorganisatie werkt nauw samen met andere organisaties om potentiële klanten voor XL Businesspark aan te trekken. De communicatie en marketing vindt mede plaats onder de merknaam Port of Twente. Port of Twente bundelt alle kracht van logistiek Twente om de sector te versterken, te verduurzamen en de Twentse economie te ondersteunen. Port of Twente is belangenvereniging, havenbeheerder, grondbedrijf en vestigingsloket in één. Tot slot wordt samengewerkt met de andere topwerklocaties in Twente (Kennispark Twente, High Tech Systems Park en Technology Base) aan een gezamenlijke profilering. In het kader van de Regiodeal Twente is een kwaliteitsimpuls gegeven aan deze samenwerking.

4.4 Verbonden partijen Het Regionaal Bedrijventerrein Twente heeft stemrecht en zeggenschap in het ‘Coöperatief Parkmanagement XL Businesspark Twente u.a.” en daarmee een bestuurlijk belang in deze organisatie. De coöperatie zetelt in Almelo en is op 23 oktober 2008 opgericht om parkmanagement te voeren op het XL Businesspark. Dit om ‘op een creatieve en innovatieve wijze vorm te geven aan de wens om de kwaliteit van het XL Businesspark Twente duurzaam te bevorderen en daarmede een courante vestigingsplaats in stand te houden’. Vanuit deze doelstelling zal de coöperatie zich bezig houden met (bijvoorbeeld) het beheer van camera’s en de blusvoorziening. Door uitgifte in erfpacht (landlease) is het lidmaatschap van bedrijven op lange termijn geborgd. In geval van verkoop van het erfpachtrecht, gaat het lidmaatschap aan de coöperatieve vereniging en de hiermee samenhangende betalingsverplichting, over naar de volgende eigenaar. In contracten met gevestigde bedrijven en algemene uitgiftevoorwaarden is opgenomen dat de parkmanagement voorzieningen op termijn in erfpacht worden uitgegeven aan de coöperatie, waarbinnen bedrijven dan zelf de jaarlijkse contributie bepalen. Tot op heden is het RBT verantwoordelijk voor het beheer van de gerealiseerde voorzieningen (zie ook paragraaf 3.3) en kent de coöperatieve vereniging feitelijk een slapend bestaan (onder regie van het RBT).

De afgelopen periode vonden gesprekken plaats met de op het terrein gevestigde bedrijven. Deze hebben uit hun midden een bestuur gevormd en een parkmanager aangesteld. Afgesproken is dat de verantwoordelijkheid voor het beheer van de gerealiseerde parkmanagement-voorzieningen gefaseerd wordt overgedragen aan de coöperatieve vereniging. Tot die tijd is RBT verantwoordelijk voor het beheer van de gerealiseerde voorzieningen. Wel vindt hierover continu afstemming plaats met het bestuur van de coöperatie, om te komen tot een warme overdracht. 4.5

Grondbeleid

4.5.1 De grondexploitatie Belangrijk doel van RBT is het voorzien in de behoefte aan bouwgrond voor met name grote ruimtevragers ( > 2 hectare). Dit omwille van het behoud en uitbreiding van werkgelegenheid in Twente. Bij start van het project is er voor gekozen om daartoe een actief grondbeleid te voeren. Inmiddels is alle benodigde grond in bezit van RBT. In deze paragraaf wordt ingegaan op de actuele waardering van de in het kader van het grondbeleid verrichte investeringen en daarbij gehanteerde uitgangspunten. De risicoanalyse en gevoeligheidsanalyse komen in paragraaf 4.5.2 aan de orde.

pagina

22 van 43

Actuele waardering en daarbij gehanteerde uitgangspunten T/m 31-12-2020 is (per saldo) € 71 miljoen geïnvesteerd in de productie van bouwgrond. Alle investeringen zijn gefinancierd met vreemd vermogen (geleend geld). De grondexploitatiebegroting wordt jaarlijks opgesteld en geactualiseerd, om inzicht te verkrijgen in het eindresultaat van het project c.q. de terugverdiencapaciteit van de verrichte investeringen. Overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling staan de deelnemers garant voor het eindresultaat van de grondexploitatie. Dit resultaat wordt genomen nadat het project is afgewikkeld. Afgelopen jaar werd een tekort van € 14,8 miljoen begroot, op eindwaarde per 31-12-2030. De geactualiseerde grondexploitatie sluit op een tekort van € 5,5 miljoen op eindwaarde per 31-12-2028 en verbetert dus met € 9,3 miljoen. In onderstaande tabel wordt het resultaat van de grondexploitatie teruggerekend (verdisconteerd) naar het huidige prijspeil. Eindwaarde Grex 1-1-2020

14,8 mln. per 31-12-2030

Grex 1-1-2021

5,5 mln. per 31-12-2028

Verschil t.o.v. 2020:

9,3 mln.

Contante waarde Bij 1% discontering Bij 2% discontering 11,9 mln. per 1-1-2020 ( = 12,1 mln. per 1-1-2021) 5,0 mln. per 1-1-2021

4,7 mln. per 1-1-2021 7,4 mln. per 1-1-2021

Tabel 14: vergelijking grondexploitatie per 1-1-2021 met de grondexploitatie per 1-1-2020 De belangrijkste redenen voor verbetering van de grondexploitatie zijn als volgt: - Een (gedeeltelijke) herfinanciering, waardoor de gemiddelde rente daalt tot < 1% - Afgelopen jaar is een aantal grote infrastructurele werken afgerond. Deze zijn goedkoper uitgevoerd dan geraamd en dat is tevens aanleiding om de raming van nog uit te voeren werken bij te stellen. - De uitgifte in 2020 is hoger dan verwacht (12,4 hectare i.p.v. 11,6 hectare) - De looptijd van het project is met twee jaar verkort. Dat heeft een positief effect op de begroting van rente-, plan- en beheerkosten. De verkorting van de looptijd hangt samen met de gunstigere uitgiftevooruitzichten. Er is bijvoorbeeld overeenstemming bereikt met een logistieke dienstverlener, over een perceel van 7 hectare. Over alle kavels worden gesprekken gevoerd met potentiële gegadigden. In onderstaande tabel wordt de actuele grondexploitatie vereenvoudigd weergegeven. Grondexploitatiebegroting Boekwaarde per 31-12-2020 Kosten nominaal 2% Kostenstijging Nog te maken kosten (K)

15.051.296 764.364

Opbrengsten nominaal 1% Opbrengstenstijging Nog te realiseren opbrengsten (O)

82.099.803 1.659.880

Op EW

Op NCW

70.979.100

70.979.100

15.815.660

15.423.947

83.759.683

81.360.310

1% Rente

2.425.486

Economische waarde (Opbr. - Kosten op NCW) 2028 Resultaat op Ew per 31-12-2028 2021 Resultaat op NCW per 1-1-2020 (bij 1% rente) 2021 Resultaat op NCW - teruggerekend op basis van 2% inflatie conform BBV richtlijnen

Tabel 15: Vereenvoudigde weergave van de grondexploitatie

65.936.362 5.460.562 5.042.737 4.660.537

pagina

23 van 43

Het tekort is berekend op basis van een begroting van (op eindwaarde) € 15,8 miljoen aan nog te maken kosten en € 83,7 miljoen aan nog te realiseren opbrengsten. In het rekenmodel wordt uitgegaan van 2% kostenstijging, 1% opbrengstenstijging en 1% rente. De onderbouwing hiervoor is als volgt: • De rentekosten zijn begroot op basis van de huidige lening portefeuille, afgerond naar 1% (gemiddeld betaalt RBT 0,9% rente over de aangetrokken leningen). • De kostenstijging is begroot op basis van de inflatiedoelstelling van de ECB (2%). In verhouding tot de afgelopen tien jaar wordt daarmee een behoedzaam scenario gevolgd: de prijzen voor grond-, weg- en waterbouw (50% van de nog te realiseren kosten) stegen de afgelopen tien jaar gemiddeld met 1,5% en de lonen (40% van de nog te realiseren kosten) stegen de afgelopen tien jaar gemiddeld met 1,97%. • Voor de begroting van opbrengststijging is uitgegaan van een jaarlijkse stijging met 1% (vanaf 2022). In verhouding tot de afgelopen tien jaar wordt daarmee een behoedzaam scenario gevolgd: in die periode bedroeg de reële inflatie gemiddeld 1,25%. De grondprijs is vastgesteld op € 130,- per m2. Uitgifteprognose In onderstaande grafiek wordt de in de grondexploitatie gehanteerde uitgifteprognose grafisch weergegeven en afgezet tegen de over de gerealiseerde uitgiften.

Figuur 6: Uitgifteprognose in m2, afgezet tegen de afgelopen jaren gerealiseerde uitgiften. In de berekening wordt uitgegaan van de uitgifte van 11,5 hectare in 2020 en 22,5 hectare in 2021, gebaseerd op de gesloten overeenkomsten en de actuele schatting wanneer deze resulteren in afname. Voor de periode vanaf 2023 is rekenkundig uitgegaan van een uitgifte van 5 hectare per jaar, gebaseerd op de gemiddelde uitgifte tot en met heden. In dat tempo wordt het project in 2028 afgerond. De volgende uitgiften zijn in 2021 en 2022 verwerkt. In 2023 is, bovenop het langjarig gemiddelde, rekening gehouden met een uitgifte aan Eurol, gebaseerd op de daarover gemaakte afspraken in de eerdere uitgifteakte. Overeenkomsten

Uitgifte in m2 in jaar (prognose) 2021

Heylen Waterside

52.812

Heylen (deelgebied Noord)

62.472

2022

Type overeenkomst 2023 erfpachtovereenkomst (akte op 15-2 gepasseerd)

62.472

Eurol

erfpachtovereenkomst 8.000

afspraak in eerder gepasseerde akte

Brandstofverkooppunt

13.666

erfpachtovereenkomst

Jalo Biopellets

35.391

erfpachtovereenkomst

Timberland

40.698

reserveringsovereenkomst

Logistieke dienstverlener

69.338

Totaal gecontracteerd

115.284

221.565

Tabel 16: overzicht gesloten overeenkomsten.

ontwikkelingsovereenkomst 8.000

pagina

24 van 43

Alle voor 2021 en 2022 gecontracteerde partijen betalen een reserveringsvergoeding. Hoewel dit enig comfort biedt (de vergoeding vervalt indien de vestiging niet door gaat aan RBT), geven de overeenkomsten géén zekerheid op afname van de gronden. 4.5.2 Risicoanalyse en gevoeligheidsanalyse grondexploitatie In de GR is afgesproken (in artikel 22) dat jaarlijks een risicoprofiel wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Ter bepaling van dit profiel is een financiële risicoanalyse uitgevoerd, waarmee de grondexploitatiebegroting (en daarmee het begrote resultaat) in een breder perspectief wordt geplaatst. Uit deze (rekenkundige) analyse volgt dat het tekort zich in een bandbreedte begeeft van + € 5,1 miljoen (een tekort van € 0,4 miljoen) en - € 5,0 miljoen (een tekort van € 10,4 miljoen), op eindwaarde per 31-12-2028. Daarbij zijn de meest extreme scenario’s buiten beschouwing gelaten. In onderstaande tabel wordt de bandbreedte weergegeven. Dit op eindwaarde per 31-12-2028 en op netto contante waarde per 1-1-2021, berekend op basis van de rente die RBT (afgerond) gemiddeld betaalt (1%) en op basis van inflatie zoals voorgeschreven in het BBV (2%). op eindwaarde

op ncw per 1-1-2021

per 31-12-2028

1% discontering

2% discontering

Bovenkant bandbreedte

0,4

0,3

0,0

Opwaarts risico (kans)

5,1

4,7

4,7

Grondexploitatie per 1-1-2021

5,5

5,0

4,7

Neerwaarts risico

5,0

4,8

4,7

Onderkant bandbreedte

10,4

9,8

9,3

(tekort en risico's, in miljoenen euro's)

Tabel 17: risicoprofiel. Bedragen x 1 miljoen euro. Naast de risicoanalyse is een zogenaamde gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Dit is een vorm van scenario denken, waarmee inzicht wordt gegeven in het financieel effect van een (beperkte) aanpassing van één van de in de berekening gehanteerde rekenkundige uitgangspunten. In de volgende grafiek wordt het financieel effect van bijstelling van de gehanteerde parameters weergegeven (op eindwaarde per 31-12-2028). Hieruit wordt duidelijk dat de grondprijs verhoudingsgewijs de grootste impact heeft op het resultaat van de grondexploitatie.

Figuur 7: gevoeligheidsanalyse: effect van bijstelling uitgangspunten grondexploitatie (op eindwaarde per 31-12-2028, bedragen x 1 miljoen euro) Ten opzichte van afgelopen jaar een vertraging van het uitgiftetempo een veel beperktere financiële impact. Dit hangt samen met de daling van de rente die RBT gemiddeld betaalt (tot onder de actuele inflatie).

pagina

25 van 43

4.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Conform artikel 22 en 27 van de gemeenschappelijke regeling staan de deelnemers garant voor alle verplichtingen van RBT, overeenkomstig de vastgelegde verdeelsleutel. Het resultaat van de grondexploitatie wordt aan het einde van de looptijd genomen, voor de afwaardering van parkmanagement voorzieningen en bovenwijkse voorzieningen wordt jaarlijks een bijdrage voldaan en de overige activiteiten kennen jaarlijks een resultaat. Hierna wordt een toelichting gegeven op de risico’s per programma en de mate waarin eventuele tegenvallers kunnen worden opgevangen.

Grondexploitatie Het resultaat van de grondexploitatie wordt genomen bij afwikkeling van het project (thans voorzien per 3112-2028). In de gemeenschappelijke regeling wordt toegelicht (in artikel 22), dat jaarlijks een risicoprofiel wordt opgesteld. Dit als hulpmiddel voor de deelnemers, ter bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. In de volgende tabel wordt het tekort en de gekwantificeerde risico’s per deelnemer weergegeven. Grondexploitatie

Totaal

Almelo

Borne

Enschede

Hengelo

Provincie

100%

23%

8%

23%

23%

23%

Tekort op eindwaarde per 31-12-2028

5.460.562

1.255.929

436.845

1.255.929

1.255.929

1.255.929

Tekort op NCW per 1-1-2021 bij discontering

5.042.737

1.159.830

403.419

1.159.830

1.159.830

1.159.830

4.660.537

1.071.923

372.843

1.071.923

1.071.923

1.071.923

Op eindwaarde per 31-12-2028

4.959.438

1.140.671

396.755

1.140.671

1.140.671

1.140.671

Op NCW per 1-1-2021 bij discontering

4.667.263

1.073.470

373.381

1.073.470

1.073.470

1.073.470

4.663.900

1.072.697

373.112

1.072.697

1.072.697

1.072.697

Verdeelsleutel:

tegen 1% rente Tekort op NCW per 1-1-2021 bij discontering tegen 2% inflatie (conform BBV richtlijnen) Neerwaarts risico grondexploitatie

tegen 1% rente Op NCW per 1-1-2021 bij discontering tegen 2% inflatie (conform BBV richtlijnen)

Tabel 18: resultaat grondexploitatie en neerwaarts risico per deelnemer (in euro’s) Binnen RBT is geen eigen vermogen beschikbaar om tegenvallers binnen de grondexploitatie op te vangen. De grondexploitatie wordt jaarlijks geactualiseerd en deelnemers treffen op basis daarvan een voorziening, overeenkomstig hun eigen financieel beleid.

Investeringsbudget In 2016 hebben de deelnemende gemeenten en de provincie Overijssel een investeringsbudget ter beschikking gesteld van € 9 miljoen. Daarvan is/wordt € 4,5 miljoen ingelegd door de gemeenten en € 4,5 miljoen door de provincie. Binnen het Algemeen Bestuur en met raden en staten is afgesproken dat het investeringsbudget (door het Dagelijks Bestuur en gemotiveerd) wordt aangewend voor maatwerk in acquisitie en investeringen die het duurzame karakter van het XL Park versterken. Daarbij geldt dat aan een aantal criteria moet worden voldaan. In de volgende tabel wordt de inleg per deelnemer weergegeven.

pagina

26 van 43

Voeding investeringsbudget

Totaal

Almelo

Borne

Enschede

Hengelo

Provincie

Totaal ter beschikking gesteld

9.000.000

1.344.156

467.532

1.344.156

1.344.156

4.500.000

Voldaan in 2017

1.436.604

536.604

0

0

0

900.000

Voldaan in 2018

1.890.849

201.888

116.883

336.039

336.039

900.000

Voldaan in 2019

1.890.849

201.888

116.883

336.039

336.039

900.000

Voldaan in 2020

1.890.849

201.888

116.883

336.039

336.039

900.000

Verschuldigd in 2021

1.890.849

201.888

116.883

336.039

336.039

900.000

Tabel 19: voeding investeringsbudget per deelnemer Per 31-12-2020 is de reserve € 3,7 miljoen. Het Algemeen Bestuur heeft op 14 december 2016 het Dagelijks Bestuur opdracht gegeven om in jaarstukken aandacht te besteden aan de besteding van het investeringsbudget. Dit in uitvoering van in de gemeenteraden van Borne en Enschede aangenomen moties. T/m 2019 is € 3,4 miljoen besteed. In 2020 kwamen er geen bijdragen ten laste van het investeringsbudget.

Parkmanagement investeringen en bovenwijkse voorzieningen Conform artikel 4.21 van de gemeenschappelijke regeling wordt bij elke uitgifte € 6,- per m2 afgedragen aan de gemeente Almelo, ten behoeve van bovenwijkse voorzieningen. In 2016 is afgesproken dat de afdracht aan het fonds jaarlijks wordt door gefactureerd aan de deelnemers (op basis van de werkelijke uitgifte in het jaar) en de deelnemers jaarlijks € 300.000,- bijdragen om de investeringen in parkmanagement voorzieningen af te waarderen (t/m 2036). Naar de huidige inzichten is – met genoemde bijdrage - het geïnvesteerd vermogen naar verwachting in 2030 afgewaardeerd. In de volgende tabel worden de in 2020 ontvangen bijdragen per deelnemer weergegeven. Bovenwijkse voorzieningen en parkmanagement Verdeelsleutel: Compensatie Bovo 2020

124.151 m2

Afwaardering parkmanagement 2020 Totaal

Totaal

Almelo

Borne

Enschede

Hengelo

Provincie

100%

23%

8%

23%

23%

23%

744.906

171.328

59.592

171.328

171.328

171.328

300.000

69.000

24.000

69.000

69.000

69.000

1.044.906

240.328

83.592

240.328

240.328

240.328

Tabel 20: bijdragen parkmanagement en bovenwijkse voorzieningen per deelnemer

Erfpachtbedrijf Het erfpachtbedrijf kent jaarlijks een resultaat. Bij vaststelling van de begroting 2018 is besloten om een bestemmingsreserve op te bouwen, waaruit (eventuele) tegenvallers uit de erfpachtexploitatie kunnen worden gedekt. De financiële risico’s zijn overigens relatief beperkt. Indien een erfpachter gedurende twee achtereenvolgende jaren in verzuim is de canon te betalen, kan het erfpachtrecht worden opgezegd door RBT. De erfpachter is in dat geval verplicht om het perceel grond terug te leveren, inclusief het daarop gerealiseerde gebouw. Vervolgens zal RBT een openbare verkoping organiseren en wordt de opbrengst uit deze verkoop uitgekeerd aan de (hypotheekhouder van) erfpachter (na aftrek van het bedrag dat erfpachter nog verschuldigd is aan RBT). De bestemmingsreserve dient om de canon voor te schieten, totdat de verkoopopbrengst wordt uitgekeerd. Daarnaast is het denkbaar dat de opbrengst onvoldoende is om het aan RBT verschuldigde bedrag te dekken. Dat speelt bijvoorbeeld indien de opstallen nog in aanbouw zijn of

pagina

27 van 43

indien sprake is van een zeer ernstige bodemverontreiniging. De kosten van sloop en/of sanering kunnen dan uit de bestemmingsreserve worden gedekt. Op dit moment is voor 6 kavels (31,5 ha) gekozen voor betaling van een jaarlijkse canon en daarnaast verloopt de verhuur van de ondergrond van de containerterminal (2,5 ha.) via het erfpachtbedrijf. Om inzicht te krijgen in de benodigde omvang van de risicoreserve is een risico-inschatting uitgewerkt. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat een risicoreserve van € 1 miljoen volstaat. Per 31-12-2020 bedraagt de reserve 545.545. Voorgesteld wordt om van het (batige) exploitatieresultaat van het erfpachtbedrijf ( € 710.768,-) € 454.455 te storten in de bestemmingsreserve erfpachtbedrijf. Na resultaatbestemming is de reserve dan € 1.000.000,- en dit lijkt voldoende om risico’s binnen de portefeuille op te kunnen vangen. Impact COVID-19 Het afgelopen jaar zijn we in ons land geconfronteerd met het COVID-19 (corona) virus. Het Rijk nam vanaf dat moment maatregelen om de gezondheid van de burgers te beschermen. De impact van deze maatregelen is bij een aantal bedrijven merkbaar. Door de sluiting van winkelpanden is dit m.n. het geval in de logistieke sector; de negatieve gevolgen daarvan worden echter (deels) gecompenseerd door de sterke toename van e-commerce verkopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=a247550c-6ba6-41fd-9863-c4babfded8f7