Hoge Boekelerweg 399_vastgesteld_1_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Voor het onderzoek dient een zogenaamde raai binnen de onderzoekslocatie geplaatst worden. De vallen dienen onder de vegetatie op plekken met voldoende dekking worden geplaatst. Een vangplek bestaat bij voorkeur uit minimaal 20 vallen, die paarsgewijs, op onderlinge afstand van ongeveer 10 meter uit elkaar geplaatst worden. Voorafgaand aan de bemonstering dienen de vallen drie nachten ongebruikt in het veld geplaatst te worden, zodat aanwezige dieren aan de vallen kunnen wennen. Dit is de pre-bait periode. Aanslui-
21820.001 versie D1
25 / 34
tend aan deze periode dienen de vallen gedurende 2 nachten, zowel vroeg in de ochtend, als laat in de avond éénmaal bemonsterd te worden.
6.4 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën Voor de te verwachten algemene soorten geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden wanneer rust- of voortplantingslocaties worden aangetast. Het verwijderen van aanwezig groen en aanwezige materialen op het erf (zoals de boomstammen) dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust uitgevoerd te worden. De geschikte periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden betreft de periode september tot november. Dieren die gedurende de werkzaamheden worden aangetroffen dienen de gelegenheid te krijgen om veilig weg te komen.
6.5 Vissen Bij het dempen van de watergang kunnen zonder maatregelen vissen worden gedood, hetgeen een overtreding van de Wet natuurbescherming inhoudt. De te verwachten soorten vallen echter onder het provinciale soortenbeleid, zodat voor de werkzaamheden niet vooraf een ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Voor de te verwachten vissoorten geldt echter wel de zorgplicht. Dit houdt in dat het doden van individuen redelijkerwijs vermeden dient te worden. Dit kan door één kant op te werken of het afvangen van vissen voorafgaande aan de dempingswerkzaamheden en het verplaatsen van de vis in de te handhaven watergangen in de directe omgeving. Aanbevolen wordt om ten tijde van de uitvoering de werkwijze vast te leggen in een ecologisch werkprotocol, dat bij de uitvoerende partij onder de aandacht dient te worden gebracht. Aangezien een quickscan over het algemeen geen document is dat bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt geraadpleegd, wordt aanbevolen om voor de dempingswerkzaamheden een separaat ecologisch werkprotocol op te laten stellen. In het werkprotocol worden de benodigde maatregelen verwoord en de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen vastgelegd.
6.6 Verlichting Om verstoring van in de omgeving verblijvende of foeragerende dieren te voorkomen, dient het gebruik van kunstlicht te worden vermeden. Indien toch gebruik dient te worden gemaakt van kunstlicht, dient diervrien-
21820.001 versie D1
26 / 34
delijk licht te worden gebruikt. Diervriendelijk licht is amberkleurig, de armaturen zijn weggericht van omliggende bebouwing, watergangen en omliggend groen. Daarnaast veroorzaken de armaturen zo min mogelijk strooilicht.
21820.001 versie D1
27 / 34
7
TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING
In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen, op vanuit de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde gebieden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
7.1 Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Dinkelland, bevindt zich op circa 1,7 kilometer afstand ten oosten van de onderzoekslocatie (zie figuur 7.1).
Figuur 7.1 Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000.
De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet
21820.001 versie D1
28 / 34
te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de afstand en de voorgenomen ingreep op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een modelberekening (AERIUS-calculator).
7.2 Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk, maar de onderzoekslocatie is wel voor een klein deel onderdeel van de ‘Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten de NNN.’ In figuur 7.2 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.
Figuur 7.2
Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland.
De onderzoekslocatie is deels gelegen in de ‘Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten de NNN’. Binnen de Zone ONW is, mits deze buiten het NNN is gelegen, ruimte voor economische ontwikkelingen indien die in combinatie met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten plaatsvinden. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie (Omgevingsvisie Overijssel, 2017). In het akkoord ‘Samen Werkt Beter’ (SWB) is opgenomen dat in deze
21820.001 versie D1
29 / 34
zone ONW ruimte voor economische ontwikkelingen is onder de voorwaarde van het beleid voor de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (Natuurbeheerplan provincie Overijssel, 2021). Het is daarom van belang dat wordt nagegaan of aan deze voorwaarden wordt voldaan.
21820.001 versie D1
30 / 34
8
HOUTOPSTANDEN
De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij gedeputeerde staten. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht conform artikel 4.2 en artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap. De bomen op de onderzoekslocatie vallen niet onder de definitie houtopstanden, als bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. De te vellen bomen op de onderzoekslocatie betreft een houtopstand op erven of in tuinen. Voor deze houtopstand geldt geen meldingsplicht en herplantplicht.
21820.001 versie D1
31 / 34
9
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Econsultancy heeft in opdracht van Coöperatie Landschapsplanning U.A. een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd aan de Hoge Boekelerweg 399 te Enschede. De quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De initiatiefnemer is voornemens de onderzoekslocatie te herontwikkelen. De koeienstal (gebouw 5) zal worden gesloopt. De paardenstal (gebouw 2) en de schuur ten oosten van de paardenstal (gebouw 3) zullen worden gerenoveerd. De andere schuur (gebouw 4) en het woonhuis (gebouw 1) zullen worden gerestaureerd. In het noorden van de onderzoekslocatie zullen twee nieuwe woningen worden gerealiseerd. De coniferen aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie zullen worden gekapt en de struiken en takkenhopen zullen worden verwijderd. De overige bomen zullen behouden blijven. De sloot in het noordwesten van de onderzoekslocatie zal worden gedempt. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 9.1.
In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel 9.1
Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.
Soortgroep
Broedvogels
Vleermuizen
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffingsaanvraag
Bijzonderheden / opmerkingen*
algemeen
ja
ja
nee
nee
werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren
jaarrond beschermd
ja
mogelijk
ja
mogelijk
nader onderzoek naar nestplaatsen van huismus (gebouw 1, 3 en 4), boerenzwaluw (gebouw 3, 4 en 5), torenvalk (gebouw 3 en 4), kerkuil, bosuil en steenuil (gebouw 2, 3 en 4), ransuil, sperwer en boomvalk (waargenomen nest of coniferen)
verblijfplaatsen
ja
mogelijk
ja
mogelijk
nader onderzoek naar verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis
foerageergebied
ja
nee
nee
nee
voldoende alternatief in de omgeving beschikbaar
21820.001 versie D1
32 / 34
Soortgroep
vliegroutes Grondgebonden zoogdieren
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffingsaanvraag
Bijzonderheden / opmerkingen*
nee
nee
nee
nee
-
ja
mogelijk
ja
mogelijk
aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten en nader onderzoek naar steenmarter en grote bosmuis voor de egel en kleine marterachtigen dient een ecologische functiekaart en mitigatieplan te worden opgesteld
Amfibieën
ja
ja
nee
nee
aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten
Reptielen
nee
nee
nee
nee
-
Vissen
ja
ja
nee
nee
aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten, werken volgens ecologisch werkprotocol
Libellen en vlinders
nee
nee
nee
nee
-
Overige ongewervelden
nee
nee
nee
nee
-
Vaatplanten
nee
nee
nee
nee
-
Gebiedsbescherming
Gebied aanwezig
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Vergunningplicht
Natura 2000
1,7 km
mogelijk
ja
mogelijk
uitvoeren AERIUS-berekening
Natuurnetwerk Nederland
deels in mogelijk Zone ONW
mogelijk
mogelijk
controleren of aan de voorwaarden van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving wordt voldaan
Houtopstanden
n.v.t
-
-
-
-
* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.
Conclusie Broedvogels Voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten geldt dat nader onderzoek noodzakelijk is voor vaste rustof voortplantingsplaatsen voor de huismus (gebouw 1, 3 en 4), boerenzwaluw (gebouw 3, 4 en 5), torenvalk (gebouw 3 en 4 en waargenomen nest), kerkuil, bosuil en steenuil (gebouw 2, 3 en 4), ransuil, sperwer en boomvalk (waargenomen nest en coniferen). Indien er op de onderzoekslocatie vaste rust- of voortplantingsplaatsen van een van deze soorten aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het
21820.001 versie D1
33 / 34
broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot eind augustus worden aangehouden. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient vooraf aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie te worden uitgevoerd. Zoogdieren Voor vleermuizen geldt dat nader onderzoek omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen noodzakelijk wordt geacht voor de bebouwing op de onderzoekslocatie. De bebouwing is geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. De werkzaamheden kunnen verstorend zijn voor aanwezige verblijfplaatsen. Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te laten voeren naar de functie van het plangebied voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. De verblijfplaatsen die onderzocht dienen te worden in het nader onderzoek aan de bebouwing zijn kraam-, zomer- en paarverblijfplaats van de bovengenoemde soorten. Voor de steenmarter en grote bosmuis geldt dat nader onderzoek noodzakelijk is voor hun vaste rust- of voortplantingsplaatsen. Indien er op de onderzoekslocatie vaste rust- of voortplantingsplaatsen van deze soorten aanwezig is, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming.
Door de provincie Overijssel is een ‘brochure soortenbescherming in Overijssel: bunzing, egel, hermelijn en wezel’ opgesteld. Volgens de brochure dient er allereerst een ecologische functiekaart voor habitatgeschiktheid van de egel en kleine marterachtigen in beeld te worden gebracht. Op basis van het projectplan en de ecologische functiekaart kan een mitigatieplan worden opgesteld waarmee vervolgens eventueel een ontheffing kan worden aangevraagd bij de provincie Overijssel. Zorgplicht Ook dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht met betrekking tot algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen, waarbij al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Aantoonbaar werken conform de zorgplicht kan gebeuren door te handelen middels een op maat gemaakt ecologisch werkprotocol dat bij de uitvoerende partij onder de aandacht dient te worden gebracht. Verlichting Tevens wordt er geadviseerd om diervriendelijk licht te gebruiken. Zo worden foerageergebieden en verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie niet in hun functie beperkt en worden dieren niet verstoord. Diervriendelijke verlichting is amberkleurig, de armaturen zijn weggericht van groen, watergangen en bebouwing en de verlichting is zo min mogelijk diffuus.
Gebiedsbescherming Ten aanzien van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden wordt geadviseerd een AERIUS-berekening te laten uitvoeren. Ten aanzien van de Zone ONW moet worden nagegaan of aan de voorwaarden van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving wordt voldaan. Econsultancy Zwolle, 11 mei 2023.
21820.001 versie D1
34 / 34
GERAADPLEEGDE BRONNEN BIJ12 (2022). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-KennisdocumentHuismus-1.0.pdf. BIJ12 (2017b). Kennisdocument gierzwaluw. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-KennisdocumentGierzwaluw-1.0.pdf. BIJ12 (2017c). Kennisdocument steenuil. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-019-KennisdocumentSteenuil-1.0.pdf. BIJ12 (2017d). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf. Limpens H. & Regelink J. (2017). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Natura 2000 gebieden. Geraadpleegd op 11 mei 2023 van https://www.natura2000.nl/gebieden. Nationale Database Flora en Fauna (z.d.). Uitvoerportaal; zoekgebied Enschede, periode 2018-2023. NDFF. Geraadpleegd op 11 mei 2023 van https://ndff-ecogrid.nl. Sovon (z.d.). Soortenoverzicht. Geraadpleegd op 11 mei 2023 van https://stats.sovon.nl/stats/soorten. Verspreidingsatlas (z.d.). NDFF Verspreidingsatlas.
Geraadpleegd op 11 mei 2023 van https://www.verspreidingsatlas.nl/. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol. Wet natuurbescherming (2015, 16 december). Opgehaald van: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-02-17.
Websites www.bij12.nl (Natuurbeheerplan Overijssel, 2021) www.eis-nederland.nl www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl
Provinciale bronnen www.overijssel.nl (NNB en beschermde gebieden in Overijssel) www.overijssel.nl/thema's/natuur/groenloket
Bijlage 1 toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd (zie tabel II). Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Tabel II. Zorgplicht Artikel 1.11. Zorgplicht 1.
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadeli ge gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
2.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aangegeven. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • • •
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).
In tabel III t/m V worden deze artikelen nader toegelicht.
Tabel III. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.1 Wet natuurbescherming Artikel 3.1. Soorten van de Vogelrichtlijn Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
1. 2. 3. 4. 5.
Toelichting Alle inheemse vogelsoorten in Nederland vallen onder de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn is een richtlijn vanuit de Europese Unie uit 1979 en heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lid staten waarop het Verdrag van toepassing is. De lijst met soorten is niet limitatief.
Tabel IV. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.5 Wet natuurbescherming Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn
1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten uit de Habitatrichtlijn of het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Toelichting Het gaat bij artikel 3.5 over in het wild levende dieren van verschillende soortgroepen. In de wet wordt voor vogelsoorten uit bijlage II van het verdrag van Bern geen uitzondering gemaakt. Van de vogelsoorten die in Nederland voorkomen is hieronder een selectie gemaakt. Van de overige soortengroepen zijn alle soorten genoemd. Soorten Planten
drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm, zomerschroeforchis
Zoogdieren
bever, hamster, hazelmuis, lynx, Noordse woelmuis, otter, wolf, wilde kat
Walvisachtigen
bruinvis, bultrug, butskop (hille), dwergpotvis, dwergvinvis, gestreepte dolfijn, gewone dolfijn, gewone spitsdolfijn, gewone vinvis, griend, grijze dolfijn, kleine zwaardwalvis, narwal, Noordse vinvis, orka, potvis, spitsdolfijn van Gray, tuimelaar, walrus witflankdolfijn, witsnuitdolfijn, witte dolfijn
Vleermuizen
Bechsteins vleermuis, bosvleermuis, Brandts vleermuis, franjestaart, gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, grote hoefijzerneus, grote rosse vleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, kleine hoefijzerneus, laatvlieger, meervleermuis, mopsvleermuis, Noordse vleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, vale vleermuis, watervleermuis
Amfibieën
boomkikker, geelbuikvuurpad, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad, vroedmeesterpad
Reptielen
dikkopschildpad, gladde slang, Kemps’ zeeschildpad, lederschildpad, muurhagedis, soepschildpad, zandhagedis
Vissen
houting, steur
Vlinders
apollovlinder, boszandoog, donker pimpernelblauwtje, grote vuurvlinder, moerasparelmoervlinder, monarchvlinder, pimpernelblauwtje, teunisbloempijlstaart, tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje
Libellen
bronslibel, gaffellibel, gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, mercuurwaterjuffer, Noordse winterjuffer, oostelijke witsnuitlibel, rivierrombout, sierlijke witsnuitlibel
Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn Insecten
brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, oeveraas, vermiljoenkever
Overig
Bataafse stroommossel, platte schijfhoren
Vogels
appelvink, baardman, beflijster, bergeend, bergfluiter, bijeneter, blauwborst, blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, bonte strandloper, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, boompieper, boomvalk, bosrietzanger bosruiter, bosuil, braamsluiper, brandgans, bruine kiekendief, buizerd, casarca, Cetti’s zanger, draaihals, duinpieper, dwergmeeuw, dwergstern, Engelse kwikstaart, Europese kanarie, fitis, fluiter, geelgors, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, geoorde fuut, glanskop, goudhaan, grasmus, graspieper, graszanger, grauwe kiekendief, grauwe klauwier, grauwe vliegenvanger, griel, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, grote karekiet, grote stern, grote zilverreiger, havik, heggenmus, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, klapekster, klein waterhoen, kleine barmsijs, kleine bonte specht, kleine karekiet, kleine plevier, kleine zilverreiger, kleinst waterhoen, kluut, kneu, koolmees, koereiger, kraanvogel, krekelzanger, kortsnavelboomkruiper, kruisbek, kuifmees, kwak, kwartelkoning, lepelaar, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, Noordse stern, oehoe, oeverloper, oeverpieper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paapje, pestvogel, pimpelmees, poelruiter, porseleinhoen, purperreiger, putter, ransuil, rietgors, rietzanger, rode wouw, roerdomp, roodborst, roodborsttapuit, roodhalsfuut, rouwkwikstaart, sijs, slangenarend,
slechtvalk, smelleken, snor, sperwer, spotvogel, sprinkhaanzanger, steenuil, steltkluut, strandplevier, taigaboomkruiper, tapuit, tjiftjaf, torenvalk, tuinfluiter, velduil, visarend, visdief, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal, winterkoning, witbandkruisbek, witte kwikstaart, witwangstern, nachtzwaluw, woudaap, zeearend, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte specht, zwarte stern, zwarte wouw, zwartkop, zwartkopmeeuw
Tabel V. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming Artikel 3.10. Andere soorten Het is verboden om: 1. 2. 3.
In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Toelichting Het gaat bij artikel 10 om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers. Dieren zijn opgenomen in bijlage onderdeel A1. Planten zijn opgenomen in bijlage onderdeel B2 van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal zoogdieren, amfibieën en reptielen geldt per provincie een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden. Dit verschilt per provincie. De betreffende soorten zijn aangegeven met een sterretje. Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook ‘eigen’ beschermde soorten hanteren, als aanvulling op het landelijke. Soorten Dieren
Zoogdieren
aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat*
Amfibieën
Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker*, middelste groene kikker*, vinpootsalamander, vuursalamander
Reptielen
adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang
Vissen
beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal
vlinders
aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan
Libellen
beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer
Overige soorten
Europese rivierkreeft, vliegend hert
Artikel 3.10. Andere soorten Planten
akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, de nnenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, stijve wolfsmelk, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam
Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen in tabel VI. Tabel VI. Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Artikel 4.1
De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden bestaande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Artikel 4.2
1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
Artikel 4.3 lid 1 en 2
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.
Artikel 4.4 lid 1
De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer
Artikel 4.5
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.
Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras.
Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen.
In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening.
Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
Bijlage 2 Stikstof Aerius
bestemmingsplan Hoge Boekelerweg 399 (vastgesteld)
53
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rombou B.V. Hoge Boekelerweg 399, 7532 RE Enschede Johannahoeve Referentie en beoogde situatie.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RPfSC8XEUZGM 08 november 2023, 04:17 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Referentie - Referentie Beoogd - Beoogd Referentie - Referentie Beoogd - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
2023 2023 -
0,2 kg/j 3,3 kg/j
4,1 kg/j 69,9 kg/j
2/9
Projectberekening
Beoogd (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,0 kg/j 1,3 kg/j
50,4 kg/j 19,5 kg/j
3/9
Projectberekening
Referentie (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1
Anders... | Anders... | CV ketel Johannahoeve Verkeersnetwerk
RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j
2,1 kg/j 2,0 kg/j
4/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
5/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogd" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
6/9
Projectberekening
Beoogd, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Verkeer en vervoer X:261367,04 Y:471922,02 6.144,59 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
1.160,0 /jaar 0,0 /jaar 386,0 /jaar 0,0 /jaar
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Mobiele werktuigen X:262309,9 Y:473258,28 1,59 ha
betonstorter
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 469 l/j SCR: ja
Naam
Stageklasse
NOₓ NH₃
9,3 kg/j 2,6 kg/j 0,3 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
50,4 kg/j 2,0 kg/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
24 u/j
28 l/j
NOₓ 2,7 kg/j
compactors/walsen Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja
100 l/j
16 u/j
6 l/j
NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 0,6 kg/j
graafmachine
402 l/j
40 u/j
24 l/j
NH₃ 24,0 g/j NOₓ 2,4 kg/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
graafmachine
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 782 l/j SCR: ja
40 u/j
46 l/j
NH₃ 96,5 g/j NOₓ 4,8 kg/j
graders
Stage-V, >= 2019 , 56-75 kW, diesel, 50 l/j SCR: ja
8 u/j
3 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 0,3 kg/j
kiepbakken
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
241 l/j
24 u/j
14 l/j
NH₃ 12,0 g/j NOₓ 1,6 kg/j
trilplaten
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
36 l/j
24 u/j
verreikers
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
2410 l/j
240 u/j 144 l/j
hijskraan
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 1251 l/j SCR: ja
64 u/j
75 l/j
hijskraan
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 2771 l/j SCR: ja
64 u/j
166 l/j
RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
NH₃ 57,8 g/j NOₓ 0,8 kg/j NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 14,5 kg/j NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 7,1 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 15,4 kg/j NH₃ 0,7 kg/j 7/9
Projectberekening
3
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
Vervoersbewegingen nieuwe woningen X:262393,41 Y:471800,84 Type scherm 4.156,21 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
-
Aantal voertuigbewegingen
21,5 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Vervoersbewegingen nieuwe woningen X:261374,29 Y:473888,57 Type scherm 2.342,70 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
21,5 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
6,5 kg/j 1,3 kg/j 0,6 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
3,7 kg/j 0,7 kg/j 0,3 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8/9
Projectberekening
Referentie, Rekenjaar 2023 1
Anders... | Anders...
Naam CV ketel Uittreedhoogte Johannahoeve Warmteinhoud Locatie X:262283,87 Y:473214,57 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
6,0 m 0,000 MW
NOₓ
Vervoersbewegingen bestaande woning X:262355,94 Y:471772,19 Type scherm 4.059,59 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
4,3 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Vervoersbewegingen bestaande woning X:261374,29 Y:473888,57 Type scherm 2.342,70 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
2,1 kg/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
4,3 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
1,3 kg/j 0,3 kg/j 0,1 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,7 kg/j 0,1 kg/j 68,4 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RPfSC8XEUZGM (08 november 2023)
9/9
Bijlage 3 Inrichtingsrapport
bestemmingsplan Hoge Boekelerweg 399 (vastgesteld)
63
Herman Kok
Inrichtingsplan en beeldkwaliteitplan Johannahoeve Enschede Bijlage bij Bestemmingsplan
202107 9 november 2023
Ing. M. Opgenoort, ir. B.J.J. Taken, ir. T. Thus
Landschapsplanning Coöperatie U.A. • Kasteel Daelenbroeckstraat 60 • 6043 XR Roermond www.landschapsplanning.nl • info@landschapsplanning.nl • KvK 62860682
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 2
Inhoudsopgave
1.
Inrichtingsplan
3
1.1. Samenhang 1.2. De vloer 1.3. Waterhuishouding 1.4. Johannahoeve, energieopwek- en opslag 1.5. Hagen en struwelen 1.6. Bomen 1.7. Beplantingsplan
5 7 9 11 13 15
2.
Beeldkwaliteitplan
20
2.1. Bestaande situatie 2.2. Richtlijnen bebouwing 2.3. Richtlijnen terreininrichting
20 26 29
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 3
1.
Inrichtingsplan
Situatie Johannahoeve, weergave eigendom binnen de wegen Hoge Boekelerweg en Bonekampweg.
Bestaand erf Johannahoeve aan de Hoge Boekelerweg.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 4
De Johannahoeve, ambitie: een sterke groene enclave in het landschap.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 5
1.1.
Samenhang
Trefwoorden: - eenheden gebonden binnen een groen kader van lanen ten noorden en zuiden en te versterken erfbeplantingen; - heldere ontsluiting middels 3 entrees voor auto’s; - ontsluiting op de Hoge Boekelerweg ten zuiden. Het bestaande hoofdgebouw behoudt reguliere ontsluiting.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 6
De Johannahoeve, ambitie: terughoudendheid bij toepassing verhardingen.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 7
1.2.
De vloer
Trefwoorden: - halfverharding toegepast in wegen en parkeerplaatsen; - gebakken materiaal in aansluiting op de woningen, evt. Schellevistegels of gelijkwaardig voor aanleg terrassen; - maximaliseren grazige oppervlakken.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 8
De Johannahoeve, ambitie: vertaalslagen duurzaamheid aspecten gebruik- en vasthouden regenwater.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 9
1.3.
Waterhuishouding
Trefwoorden: - dempen bestaande sloot; - graven nieuwe greppel in het middendeel, west-oost gericht en aansluiten op bestaande sloot; - minimaliseren verhardingsvlakken; - dakwater gebouwen via drainagebuizen (infiltratie) aansluiten op afgedamde zaksloot middendeel.
Johannahoeve: te graven sloot middendeel, aantakken op bestaande sloot westzijde terrein.
1.4.
Johannahoeve, energieopwek- en opslag
Trefwoorden: - ambitie treffen maatregelen om te komen tot energieneutraliteit; - aspecten planning betreffen het wat: vormen van opwek en opslag-, en het waar: dak- en/of grondgebonden; - rekening houden met monumentaliteit oudbouw en schaduwwerking bestaand groen;
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 10
-
reserveren strook, plus minus 5 meter breed aan de westzijde voor vormen van opwek- en opslag, ingebonden middels lage hagen; nieuwbouw: goede isolatie, alsmede gebruik daken voor opwek.
Johannahoeve: schema potentie en ambities m.b.t. energieneutraliteit.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 11
1.5.
Hagen en struwelen
Trefwoorden: - geschoren hagen op terrein bestaande uit beukenhagen, 1 m. breed / 1,20m. – 1,50m. hoog; - struweelhagen op de flanken, minimaal drie meter breed, beheerhoogte drie à vier meter; - ten zuiden en noorden bestande houtwallen uitbreiden en versterken; - groepen rododendrons onder het middenrif van geboomte ter privacy; aan de noordzijde in houtwallen- en ter weerszijden in het beheer ‘zichtvensters’ uitsparen t.b.v. in te passen woningen.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 12
De Johannahoeve, ambitie vertaalslagen groen raamwerk: organisatie, plaatsing type bosschages en hagen.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 13
1.6.
Bomen
Trefwoorden: - lanen noord (Bonenkampweg) en zuid (Hoge Boekelerweg) aanvullen met inlandse eik; - linker en rechterflank bestaande uit kers, vruchtdragend; - middenrif bestaande uit bomen 1e orde zoals eik, linde, tamme kastanje en esdoorn; - clumbs bomen op terrein bestaande uit walnoot en magnolia.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 14
De Johannahoeve, ambitie vertaalslagen groen raamwerk: organisatie, plaatsing bomen en boomgroepen.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 15
1.7.
Beplantingsplan
Trefwoorden: - Hoge Boekelerweg en Bonekampweg bestaande eenzijdige laanbeplanting aanvullen: Quercus robur, laanboom 18/20 met 2 palen, band en watergeefmanchet, 1 per 10 m; -
idem houtwallen aanvullen: 30% Frangula alnus, 30% Alnus glutinosa, 20% Quercus robur, 5% Evonymus europeus, 5% Cornus sanguinea, 10% Ilex aquifolium; minimaal 5 rijen op 150 cm; in de rij 2 m Mengen per 20 stuks. Om de 10 à 15 jaar op de voet terugzetten; vensters iedere 2 jaar terugzetten of bijsnoeien;
-
stuweelhagen Noord-Zuid 50% Crataegus monogyna, 30% Cornus mas, 10% Euonymus europeus, 10% Ligustrum vulgare atrovirens ; 2 rijen op 60 cm, in de rij 60 cm, mengen per 10 stuks. Om de circa 5 jaar terugzetten op 100 X 100 hoog en breed; vensters ieder jaar in hoogte bijsnoeien op 100 cm hoog. Prunus avium (geen plena), laanboom 16/18 met paal, band en watergeefmanchet, 1 per 8 m.;
-
scheerhagen tussen de percelen, op rondeel voor de boerderij en naast parkeren: Fagus sylvatica, 2 rijen op 50 cm, in de rij 4 per m.;
-
solitaire bomen voor de 3 percelen: 9 Juglans regia, hoogstam, 14/ 16, met paal, band en watergeefmanchet 11 agnolia kobus, hoogstam 14/16, met paal, band en watergeefmanchet;
-
centrale as aanvullen met 12 bomen, onderbeplanting: strook rhododendron 6 Quercus robur, 3 Tilia cordata ’Greenspire’, 1 Castanea sativa, 3 Acer saccharinum ‘Lacineatum’ laanboom 18/20 met paal, band en watergeefmanchet Rhododendron catawbiense ‘Grandiflora’ 4 rijen, in de rij 2 m., tussen de rijen 1,50 m.
Eisen plantmateriaal Trefwoorden: - bos en haagplantsoen: Maat 80-100, bossig/1+2; - Plantmateriaal volgens Rassenlijst Sl (autochtoon), moet voldoen aan NEN 7412 en geleverd worden onder keurmerk HBN. Maatregelen te nemen in het veld.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 16
Johannahoeve: te handhaven- en vrij te stellen eiken zuidelijk van de bestaande schuren aan de Hoge Boekelerweg.
Johannahoeve: te handhaven- en vrij te stellen eiken zuidelijk van de bestaande schuren aan de Hoge Boekelerweg.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 17
Johannahoeve: te verwijderen coniferen parallel Hoge Boekerweg, te vervangen door rij inlandse eik.
Johannahoeve: te verwijderen coniferen parallel Hoge Boekerweg, te vervangen door rij inlandse eik. FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 18
Johannahoeve: te verwijderen coniferen parallel Hoge Boekerweg, te vervangen door rij inlandse eik.
Johannahoeve: intact deel houtwal langs de Bonekampweg, oostelijke deel. FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 19
Johannahoeve: te ontwikkelen deel houtwal langs de Bonekampweg, middendeel.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 20
2.
Beeldkwaliteitplan
2.1.
Bestaande situatie
De bestaande hoeve en bijbehorende schuur zijn karakteristieke gebouwen uit het begin van de vorige eeuw. Het erf heeft nog een bosje met zware eiken en voor de hoeve drie grote bomen, twee lindes en een eik Ook de eikenbeplanting langs de wegen aan noord- en zuidkant, is nog grotendeels aanwezig.
Johannahoeve gezien vanaf de Bonekampweg, boerderij en beplantingen als samenhangende geheel.
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 21
Johannahoeve als complex gezien vanaf de hoek Glanerbruggeweg, weg- en erfbeplantingen als samenhangende geheel.
Johannahoeve, gebouwen en beplanting als geheel gezien vanaf de Bonekampweg, westelijk deel, een intacte omlijsting middels eikenbeplanting. FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 22
Johannahoeve als complex gezien vanaf de Hoge Boekelerweg, twee linden en een eik flankeren het huis aan de westkant, bomen en huis zijn van dezelfde leeftijd..
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 23
Johannahoeve westzijde, bedrijfszijde.
Johannahoeve, binnenerf met zware eiken, op de achtergrond links de oorspronkelijke boerderij, nu stal /schuur
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 24
De Johannahoeve, noordzijde
De Johannahoeve, straatzijde
De oude boerderij, nu schuur
Oude boerderij, nu schuur
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 25
Overzicht huidige bebouwing in relatie tot toe te voegen- en te renoveren eenheden, het oude in een samenhangende (besloten) erfcompositie, het nieuwe ten noorden. Het totaal gebonden door groene patronen omlijst door de beplante Bonekampweg in het noorden en de Hoge Boekelerweg in het zuiden..
FF ADVIES • Goudeseune • OPG Landscape bv • PaulvanKan Natuur & Landschap • Taken bv • Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
9 november 2023 projectnummer 202107 Johannahoeve Enschede 26
2.2.
Richtlijnen bebouwing
Trefwoorden: • • • • • • • • • • • • • •
Bouwvlak waarbinnen gebouwd moet worden is 12 x 24 m Heldere hoofdbouw massa (één volume), waarbij overheersend dak het verbindende element vormt, met in principe een goothoogte van 3 m Breedte gebouw tussen 9 en 12 m, lengte tussen 18 en 24m; dakhelling 45 graden Berging is onderdeel van hoofdgebouw, maximaal 6 m van de lengte is berging Breedtes mogen in de lengte wisselen, mits smalle deel in breedte en lengte ondergeschikt aan brede deel Nieuwbouw verwant/familie van elkaar Materiaal en kleuren natuurlijk en rustig, zwarte gevels of daken alleen toepassen in combinatie met andere kleuren Zinvolle gootdoorbrekingen toegestaan Gesloten pannenvlak (rood of blauw) Geen dakkapellen maar dakvensters om dak niet te breken Topgevels in hout of doorgemetseld Puien donker hout, aluminium en glas Inpandig terras aanbevolen Natuurinclusief bouwen en renoveren; afstemmen op gierzwaluw, huismus en vleermuis.