Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023_vastgesteld_5_Toelichting
Tekst van het document
In de rest van het plangebied is het lastiger om karakteristieke gebieden aan te wijzen. Ze zijn er wel degelijk – zoals de diverse stukken tuindorp - maar meestal zo klein dat ze geen naam mogen hebben. Op onderstaande afbeelding staan de gebieden met een vergelijkbare karakteristiek aangegeven, deze gebieden worden in paragraaf 3.3.2 (buurtkarakteristieken) behandeld.
Figuur 3.1 Overzicht bebouwingsstructuren
3.3
Functionele structuur
Een beschrijving van de bestaande functies in het plangebied (eventueel per te onderscheiden deelgebieden).
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 19
3.3.1
Specifieke kwaliteiten
Een belangrijke kwaliteit van het plangebied wordt gegenereerd door de ligging in de stad. Tegen het oude stadshart aan gelegen zijn de meeste stedelijke voorzieningen, inclusief het NS-station en het busstation, op korte afstand. Tegelijkertijd is het open buitengebied via de groene 'Wooldrik-Scheg' gemakkelijk te bereiken. De menging van diverse functies, zonder dat ze elkaar structureel hinderen, is een kwaliteit die het gebied een zekere levendigheid verschaft. De woonenclaves in overwegend 2 lagen zijn meestal rustig ondanks de functiemenging in de omgeving en de nogal centrale ligging in de stad. De veelal samenhangende, en soms zeer zorgvuldig ontworpen, architectuur en de uitgebalanceerde straatprofielen verlenen de woongebieden een harmonieus karakter. De historische linten met hun afwisselende, meestal lage bebouwing, en al dan niet gevarieerde functies geven het gebied extra kwaliteit en herkenbaarheid. De doorlopende singelring langs de oostelijke en zuidelijke plangrens ontleent zijn kwaliteit met name aan het brede profiel en de brede groene middenberm met, daar waar mogelijk, een dubbele rij bomen. Ook de bebouwing langs de singels heeft vaak een interessante kwaliteit. Als oriëntatiepunt hebben de singels een belangrijke functie: komend vanuit de buitenwijken richting centrum weet men bij het passeren van de singelring hoe ver het nog is naar het stadshart.
De oude fabriek van Jannink en het Blijdensteinpark vormen waardevolle elementen, die aan kwaliteit verliezen bij een onzorgvuldige bebouwing in de omgeving.
3.3.2
Karakteristiek van de verschillende milieus
In het plangebied zijn de volgende milieus te onderscheiden: a. b. c. d. e. f.
Dorps lint Tuindorp Erkerwijk Nieuwe stadshart Bedrijventerreinen Singelmilieu
De onder a. t/m f. genoemde milieus komen overeen met de categorieën in de Welstandsnota. Op enkele plaatsen is van de welstandsindeling afgeweken, wanneer de aan de bebouwing te stellen eisen niet overeenkomt met de realiteit van de omgeving. Bijvoorbeeld bij een van origine 'dorps lint' als de Getfertweg waar het grootste deel van de huidige en de toekomstige bebouwing al niet meer voldoet aan de welstandcriteria t.a.v. zo'n lint. Per categorie gelden dezelfde kwaliteitseisen t.a.v. de bestemming en de bebouwing en t.a.v. de mogelijk in de toekomst door burgers en bedrijven gewenste aanpassingen daarvan. De welstandscommissie beoordeelt bouwaanvragen in de categorieën a t/m c veelal kritischer dan elders, aangezien het hier gaat om historisch, architectonisch en/of stedenbouwkundig belangwekkende delen van de stad. Ook 'Sprekend Enschede, Gids voor ruimtelijke kwaliteit' biedt initiatiefnemers informatie over de door de gemeenteraad gewenste ontwikkelingen in de verschillende gebieden van de stad. Dit bestemmingsplan sluit hierop aan, maar is veelal gedetailleerder per deelgebied. Bij grotere projecten, bijvoorbeeld wanneer het uitdijende stadscentrum in de toekomst vraagt om extra ruimte ten koste van de bestaande bebouwing, wordt een expliciete nieuwe afweging gemaakt.
Een aantal gebieden blijft buiten de beschrijving omdat de huidige toestand niet relevant meer is aangezien er sprake is van nieuwe ontwikkelingen. Deze gebieden in ontwikkeling zijn genummerd van 1 t/m 5 en worden beschreven in hoofdstuk 5.
a. Dorps lint Tot deze categorie behoren de Haaksbergerstraat, de Kuipersdijk, de Wooldriksweg plus het verlengde ervan in de Javastraat, de Perikweg, de Brinkstraat, de Spelbergsweg, de Rietmolenstraat en de Hoogstraat. Met name de radialen, de Haaksbergerstraat, de Kuipersdijk, de Perikweg, de Brinkstraat en de Hoogstraat, die het buitengebied en de buitenwijken verbinden met het oude centrum zijn van groot belang voor de structuur van de stad. De bebouwing langs de historische linten dateert voor een belangrijk en beeldbepalend deel uit de periode van eind 19e eeuw tot ca. 1920. Andere van oorsprong historische linten als de Getfertweg, de Broekheurnerweg, de Sumatrastraat en de Ledeboerstraat zijn zodanig 'verbouwd' dat ze niet langer als historisch lint te herkennen zijn en daarmee hun karakteristieke kwaliteit zijn kwijtgeraakt. Het eerste deel van de Kuipersdijk, het deel dat aansluit bij het centrum, heeft zijn karakter als historisch lint inmiddels ingewisseld voor de typering 'stedelijk milieu'. Karakteristiek is de veelal net niet gesloten straatwand, bestaande uit kleinschalige bebouwing in 2, maximaal 3, lagen met kap. De diverse gebouwen, woningen, winkel e.a. bedrijfjes - al dan niet met woningen erboven – sluiten de straten ruimtelijk af, zonder dat ze zich strak houden aan een en dezelfde rooilijn en zonder dat ze altijd pal tegen elkaar aan zijn gebouwd.
De oorspronkelijke architectuur behoort tot diverse, veelal eclectische, stijlen, die in de betreffende tijd populair waren. Langs deze linten zijn in later tijden nieuwere architectuurstijlen toegepast. Het gaat overwegend om eveneens kleinschalige gebouwen zijn die zich gevoegd hebben in het historisch patroon. Op een aantal plaatsen is de kleinschalige karakteristiek genegeerd. Op andere plaatsen staan dertiger jaren 20 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
'erkerwoningen' in het bebouwingslint. Een en ander laat onverlet dat het historische lint als verbindende eenheid dient te worden behandeld, waarvoor dezelfde stedenbouwkundige uitgangspunten gelden: de oorspronkelijke, bovengeschetste ruimtelijke opbouw dient gehandhaafd te blijven en, daar waar ze is verstoord zoveel mogelijk in ere te worden hersteld. Met name het dichten van open (parkeer-)gaten in de bebouwing is cruciaal. Bebouwing van meer dan 12 meter hoog zal een verstorend effect kunnen hebben, e.e.a. afhankelijk van de breedtemaat, de architectuur en de massa van de bouwwerken in de directe omgeving.
b. Tuindorp In het plangebied is nergens sprake van een compleet afgerond tuindorp. Op diverse plekken treffen we - grotere en kleinere - stukken aan met het onmiskenbare karakter van een tuindorp: een stedenbouwkundig ensemble dat als een geheel is ontworpen in dezelfde architectuur, vrijwel altijd door dezelfde architect. De opdrachtgever voor de bouw was in de meeste gevallen een toegelaten instelling, een woningcorporatie, die bij uitstek in staat was om een opdracht van grotere omvang t.b.v. de huisvesting van de arbeidende klasse te realiseren. De architectuur en stedenbouw zijn meestal zorgvuldig en in onderlinge samenhang ontworpen, de woningen zijn vaak geschakeld tot grotere rijen of woonblokken, er is veel groen in de achtertuinen, op pleintjes en - indien aanwezig -in de voortuintjes. Voor de toekomst is het essentieel om de samenhang in ontwerp te bewaren. Nu de eigenaren, de woningcorporaties, hier en daar overgaan tot verkoop van hun huurwoningen aan bewoners, verdwijnt de vanzelfsprekendheid van een gezamenlijke en uitgebalanceerde aanpak. Het grootste tuindorpmilieu bevindt zich in het oostelijk deel van het plangebied: tussen Hogelandsingel en Batjanstraat (inclusief de westkant van deze straat) en in het gebied ten zuiden van de Rietmolenstraat tot aan de Javastraat met enkele uitlopers langs het Buitenzorgplein en de Molukkenstraat naar de Varviksingel.
In het midden van het plangebied bevindt zich een stukje tuindorp tussen de Varviksweg en de Madoerastraat en een cluster langs en ten noorden van de Delistraat.
c. Erkerwijken De erkerwoningen zijn voor het overgrote deel gebouwd in de jaren dertig van de 20e eeuw, alhoewel ook een aantal dateert uit de vroeg naoorlogse periode. Op diverse plekken in het plangebied komt dit type voor: langs de noordzijde van de Getfertsingel, in het gebied vanaf de Varviksingel tot aan de Varviksweg en nog een paar tussen het zuiden van de Brinkstraat en de Molukkenstraat. De naamgeving verwijst uiteraard naar de veelvuldig voorkomende erkers. Ook de hoge, overstekende kappen zijn zeer karakteristiek voor deze bouwstijl. De woningen zijn vrijstaand, twee-onder-een-kap of geschakeld tot een – in dit plangebied – maximum van vier woningen. Deze halfopen structuur is richtinggevend voor de toekomstige bebouwing.
d. Nieuwe stadshart Het stedelijk milieu bevindt zich in het noorden van het plangebied aan de uitdijende rand van het stadscentrum. Het gebied is duidelijk in een overgangsfase. Er resteren nog enkele overblijfselen uit het verleden in laagbouw, maar ook oudere gebouwen met een meer stedelijke maat. Tussen de oude bebouwing staan de nieuwe stedelijke complexen met bouwhoogtes tot 50 meter. In het stedelijk milieu zijn, conform de Stadsdeelvisie Binnensingelgebied, drie maximale hoogtes toegestaan. Voor het blok tussen de Burgemeester Edo Bergsmalaan en de Boulevard 1945 is 80 meter de maximale hoogte (met incidenteel hogere accenten). Ten oosten van de HTS-locatie geldt tot aan het appartementencomplex op de kop van het Blijdensteinpark een bouwhoogte 'overwegend tot 80 meter'. Tussen Brinkstraat, Spelbergsweg, de zuidzijde van de Beltstraat, de Burg. Edo Bergsmalaan en de Ledeboerstraat mag 'incidenteel tot 80 meter' worden gebouwd. Voor het hele gebied ten zuiden van de bovengenoemde gebieden geldt, volgens de stadsdeelvisie, 18 meter als maximale bouwhoogte. Kenmerkend voor het stedelijk milieu is de grote verscheidenheid en verwevenheid van functies. De begane grond wordt meestal gebruikt voor commerciële en publieksgerichte functies als detailhandel en zakelijke dienstverlening. Hogere etages worden vooral gebruikt als kantoor of woning.
Door de verschillende bouwperiodes en verschillende functies is de architectuur zeer divers, zij het dat de moderne architectuur als gevolg van het transformatieproces domineert en in de toekomst nog meer zal domineren. Het auto- en busverkeer trekt een wissel op het gebied. Hoewel de centrumring hier ter plekke van de Boulevard 1945 is 'geknipt' resteert een flinke stroom van verkeer naar en uit de richting van het stadscentrum. De brede, vrijliggende HOV-busbaan, is eveneens dominant aanwezig. Daardoor is het gebied wel zeer goed bereikbaar. De stedelijke bebouwing ten oosten van de HTS locatie bestaat uit solitaire gebouwen tussen 6 en 16 bouwlagen Ze bevatten commerciële functies, dienstverlenende instellingen en appartementen. Het appartementencomplex op de westelijke punt van het Blijdensteinpark vormt met z'n 16 bouwlagen een herkenbare afsluiting van het park én van het stedelijke gebied. De overgang van de hogere gebouwen, pal ten oosten van de voormalige HTS, naar de achterliggende laagbouw langs de Rietmolenstraat verdient in de toekomst meer aandacht.
e. Bedrijventerrein
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 21
Er bevinden zich drie bedrijfsmilieus in het plangebied: Ten noorden van de woningen langs de noordkant van de Getfertsingel, tussen de Haaksbergerstraat en de Cromhoffsbleekweg. Hier staan consumentgerichte en niet-consumentgerichte bedrijven door elkaar, meestal in 1 of 2 bouwlagen. De sobere architectuur, de stedenbouw (een verzameling op zichzelf staande 'dozen') en de daarmee verbonden sfeer zijn kenmerkend voor het gemiddelde perifere bedrijfsterrein. Met name de strook langs de Haaksbergerstraat vraagt om andere invulling die past bij de kleinschalige bebouwingskarakteristiek van de historische linten. Het aangrenzende bedrijventerrein ten oosten van de Cromhoffsbleekweg wordt projectmatig vernieuwd in het kader van het project Zuiderval en voldoet op dit moment aan de hierboven gegeven beschrijving van het bedrijfsgebied ten westen van de Cromhoffsbleekweg. Langs oostzijde van deze weg staan enkele woningen temidden van de bedrijvigheid – veel automobielbedrijven – en open gaten. Het derde bedrijventerrein, tussen Bleekweg en Sumatrastraat (Hardick en Seckel en omgeving), bestaat uit een aantal verschillende bedrijven in veelal oude gebouwen van 1 à 2 verdiepingen. De randen van het gebied, uitgezonderd langs de Bleekweg, vertonen grote gaten.
Ter verbetering van de kwaliteit ware het wenselijk om langs de Sumatrastraat, de Getfertweg en de Kuipersdijk de straatwand met de oorspronkelijke rooilijn en bouwhoogte (van 2 lagen plus kap) te herstellen. De in de wand te realiseren functies hangen mede af van de mate van milieuhinder die de bestaande bedrijven genereren. Het middengebied verdraagt een hogere bebouwing.
f. Singelmilieu Deze term heeft uitsluitend betrekking op de opeenvolging van singels: de Hogelandsingel, de Varviksingel en de Getfertsingel. Karakteristiek is de brede maat van het wegprofiel met tussen de beide weghelften een middenberm met, daar waar mogelijk, twee rijen bomen. Met deze karakteristiek dient zorgvuldig te worden omgegaan. De – voornamelijk – woonbebouwing van regelmatig hoge kwaliteit is voor het grootste deel gerealiseerd tussen 1920 en 1940, voor een kleiner deel na 1950. Ze valt vrijwel geheel onder de welstandscategorieën 'erkerwijk' en 'tuindorp' en telt overwegend twee woonlagen plus kap. Daar waar de tuindorpbebouwing langs de singel staat komt ook 1 laag plus kap voor. Aan de noordzijde van de Varviksingel bevindt zich tussen Molukkenstraat en Brinkstraat een naoorlogs gebouw in 3 lagen met appartementen boven bedrijfsbebouwing met voor de gevel een benzinepomp. Gezien de grote breedtemaat van de singels is een beperking van de bouwhoogte tot 2 lagen plus kap niet altijd nodig. Indien grotere volumes worden voorgesteld dient zorgvuldig te worden gekeken naar de relatie met de bebouwing in de directe omgeving, qua schaal, zon- en lichttoetreding. Buiten hierboven omschreven gebieden resteren er nog enkele restgebieden, die niet een duidelijk (welstands)kenmerk hebben.
Ze bestaan uit een mengeling van op zichzelf niet bovenmatig interessante bouwstijlen, van bouwhoogtes en van functies: wonen, bedrijven, detailhandel en voorzieningen, waarbij het wonen meestal de boventoon voert. De restgebieden zijn op de kaart niet ingekleurd en behoren ook niet tot het – eveneens niet apart ingekleurde – singelmilieu. Ofwel de huidige bebouwingshoogtes zijn op de plankaart vastgelegd (met name bij bedrijven of bebouwing van meer dan 2 bouwlagen), ofwel er staat aangegeven dat er in maximaal 2 bouwlagen tot maximaal 12 meter hoog gebouwd mag worden.
3.4
Cultuurhistorie
3.4.1
Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied
Voor het gebied plaatsmaakte voor de industrialisatie en de daarmee samenhangende ontwikkelingen bestond het uit een oud kleinschalige essenlandschap. De komst van een spoorlijn, (textiel)fabrieken en nieuwe wegen was het begin van een grote transformatie. Deze werd al snel gevolgd door de bouw van private woningen voor de meer gefortuneerde arbeiders, die prachtige woningen lieten bouwen aan o.a. de Javastraat en de Soendastraat. Planmatige woningbouw ontstond onder invloed van de woningwet en misschien ook wel door de sloop van de Krim (start 1924-1935) waar heel eenvoudige arbeiderswoningen stonden (ten oosten huidige ziekenhuis). Mogelijk dat de herhuisvesting van deze bewoners een aanjaagfunctie heeft gehad voor de ontwikkeling van meerdere buurtjes in de jaren ‘20 voor sociale woningbouw (tuindorpen). Allen op initiatief van een woningbouwvereniging. In de jaren ‘30 ‘40 en ‘50 zien we veel particuliere woningbouw ontstaan aan de oude linten en aan de Variksingel. Tegelijkertijd ontwikkelen allerlei bedrijven zich door op achterterreinen. Na de sluiting van textielfabrieken zien we in de jaren ‘70 en’80 veel sloop en inbreiding op deze voormalige fabrieksterreinen. Vaak ingevuld voor woningbouw, maar een enkele keer blijft het ook bestemd voor bedrijvigheid (zoals Hardick & Seckel).
In de meer recentere jaren zien we door de groei van de stad, in de nabijheid van het stadscentrum (omgeving Boulevard 1945) en parallel aan de belangrijke uitvalsweg Zuiderval, vernieuwing plaatsvinden met een grotere stedelijkheid.
22 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
3.4.2
Monumenten in het plangebied
In het plangebied hebben enkele bijzonder markante gebouwen, bouwwerken en terreinen een monumentale status verkregen, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Binnen het plangebied bevindt zich een rijksmonument, namelijk het Janninkscomplex (Haaksbergerstraat 147-149 annex Cromhoffsbleekweg 10-102).
Figuur 3.2 Het Janninkscomplex met bijbehorende monumentale muur.
De gemeentelijke monumenten in dit gebied zijn:
De panden Sumatrastraat 61, 63, 65, 67, 69 en 71 (afdakswoningen)
Het pand Javastraat 99/101 (dubbel woonhuis)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 23
Het pand Javastraat 38 (woonhuis)
De panden Rietmolenstraat 9/11, 13/15, 17/19, 21/23 en 25/27 (dubbele woningen)
Het poortgebouw tussen de panden Varviksingel 26 en 28
Het poortgebouw tussen de panden Buitenzorgplein 4 en 5
24 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
Het Postkantoor aan de Boulevard 1945 Aan de aangewezen monumenten is in dit bestemmingsplan geen juridische betekenis toegekend. De bescherming van deze objecten vindt plaats op grond van de Monumentenwet 1988 of de gemeentelijke Monumentenverordening. 3.4.3
Beschermwaardige bomen in het plangebied
In het plangebied van het bestemmingsplan "Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023" zijn diverse monumentale en daarmee beschermwaardige bomen aanwezig. De bescherming van bomen is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op het bij de APV behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de APV. Het bij de APV behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede (enschede.maps.arcgis.com).
Figuur 3.2 fragment interactieve bomenkaart
3.4.4
Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied
In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren zonder monumentstatus in het plangebied. Naast de hiervoor (paragraaf 3.4.2) genoemde monumenten bevinden zich in het plangebied diverse andere cultuurhistorisch waardevolle objecten/panden en gebieden (structuren/complexen). Hoewel het geen monumenten bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 25
zijn, kunnen deze toch erg belangrijk zijn als dragers van de cultuurhistorische identiteit van gebieden. Gemeente Enschede beschermt deze waarden via het bestemmingsplan en de welstandsnota (zie paragraaf 3.6). De basis voor deze bescherming ligt in de Cultuurhistorische WaardenKaart (CHWK) van de gemeente Enschede. Panden en objecten die op de CHWK staan, zijn van maatschappelijk belang voor de identiteit van Enschede en dus de moeite van het behouden waard. Niet álle panden op de CHWK hebben echter een beschermde status in een bestemmingsplan. De CHWK is dynamisch. De gebouwen en objecten zijn ten behoeve van de CHWK in eerste instantie op basis van vrij algemene criteria gewaardeerd, maar niet specifiek beoordeeld. Bij de vertaling van de CHWK naar bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' (vastgesteld in 2016) is deze beoordeling en vertaling naar gebieds- en bouwaanduidingen eveneens globaal gebeurd. Bij ieder nieuw bestemmingsplan is het dan ook de intentie om de analyse nogmaals en nauwkeuriger te doen. Dit kan leiden tot zowel het aanvullen van de CHWK als tot het verwijderen van bepaalde panden/objecten van de CHWK. De te beschermen panden/objecten (en structuren/complexen) worden vertaald in het bestemmingsplan. Ten behoeve van voorliggend plan is een grondige inventarisatie en analyse van de cultuurhistorische waarden in het plangebied uitgevoerd.
Om te komen tot een selectie van te beschermen panden en structuren is enerzijds een inventarisatie in opdracht van de gemeente uitgevoerd. Anderzijds is tegelijkertijd een inventarisatie uitgevoerd door een samenwerking van lokale cultuurhistorische verenigingen. Vervolgens zijn deze inventarisaties naast elkaar gelegd en is een definitieve selectie gemaakt door een cultuurhistorisch deskundige van de gemeente. Deze selectie bestaat enerzijds uit waardevolle structuren/complexen en anderzijds uit objecten/panden die op zichzelf waardevol (beeldbepalend) zijn. Uit de inventarisatie blijkt onder andere dat de naoorlogse wijkontwikkeling tot nog toe onvoldoende gewaardeerd was (zowel objectmatig als in zijn structuur). De inventarisatie heeft geleid tot het opnemen van de aanduiding 'karakteristiek' op veel extra panden en een nieuwe gebiedsaanduiding voor structuren. Daarmee is het onderwerp cultuurhistorie nader uitgewerkt. Een deel is niet nader onderzocht gezien de beperkte schaal van het plangebied. Op deze gebeid zal de aanduiding attentiewaarden worden opgenomen. In het navolgende worden de waardevolle gebieden en panden/objecten beschreven en wordt aangegeven hoe deze beschermd worden in voorliggend bestemmingsplan.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende manieren van bescherming: Gebiedsaanduiding 'Cultuurhistorische structuur': een nieuwe gebiedsaanduiding waarmee enerzijds de structuur van de bebouwing wordt beschermd en anderzijds de buitenruimte. Bebouwing mag alleen worden gesloopt als bij nieuwbouw de structuur gerespecteerd wordt. Ook kunnen er panden/objecten binnen de structuur liggen, die op zichzelf waardevol (beeldbepalend) zijn. Deze krijgen aanvullend de aanduiding 'karakteristiek'. Aanduiding 'karakteristiek': individuele beeldbepalende panden. Deze liggen verspreid in het gebied en kunnen, zoals hiervoor aangegeven, ook voorkomen binnen de gebiedsaanduiding 'Cultuurhistorische structuur'. Gebiedsaanduiding 'cultuurhistorisch attentiegebied': De aanduiding geeft aan dat de gronden ook zijn aangewezen voor aanwezige cultuurhistorische waarden. Bij aanvragen omgevingsvergunning dient de cultuurhistorisch deskundige van de gemeente te adviseren. De gebiedsaanduiding was al opgenomen in bestemmingsplan 'Cultuurhistorie'. De gebiedsaanduiding zal als gevolg enkel op het singelgebied worden gelegd. Gebiedsaanduiding 'Cultuurhistorische structuur' Navolgende gebieden hebben de aanduiding 'cultuurhistorische structuur' gekregen.
26 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
Figuur 3.3 Samenhangende cultuurhistorisch waardevolle stedenbouwkundige structuren
Tuindorpcomplexen 1. Wooldriksweg-Borneostraat (1925) Dit tuindorpensemble is in 2 fasen gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging Ons Huis. De eerste fase werd in 1924 als bouwplan ingediend als bouwplan ‘2e groep’ en betrof 36 woningen. Wellicht wordt hiermee een link gelegd met de sloop van onder andere de Krim. In januari 1925 volgt een tweede aanvraag voor 40 woningen. Beide plannen zijn ontworpen door Joh. Sluijmer. Het plan uit 1925 kent Amsterdamse school kenmerken die deels verloren zijn gegaan bij de renovatie in de jaren 80. Zo zijn oorspronkelijke detaillering van ramen en deuren en plantenbakken verdwenen. Dakpannen zijn vervangen door betonnen dakpannen, soms rood, soms gesmoord. Het gehele complex kenmerkt zich door een hoofdopzet met één bouwlaag met mansarde kap parallel aan de weg. De dakkapellen maakten oorspronkelijk onderdeel uit van het plan en komen in twee typen voor (enkel en in geschakelde vorm). De meeste woningen hebben een bescheiden voortuin. Aan de zijde van de Woldriksweg zijn de 2 vooruit springende van oorsprong winkelpanden markant. De panden kennen een veelhoekig grondvlak en waaiervormige mansardekap. Het buurtje kent samenhang rondom de Borneostraat waarbij een oorspronkelijk groentje (nu speeltuin) een centrale plek vormt. Verder vallen de verspringende rooilijnen en de kappen met lage goot op.
Op belangrijke plekken wordt een topgevel geïntroduceerd. 2. Varikweg-Madoerastraat (1924) Een eenvoudig tuindorpensemble gebouwd in 1924 in opdracht van ‘Licht en Lucht’. Het ontwerp is van H.Klomp uit Zwolle. Het complex kenmerkt zich door rijen arbeiderswoningen met verspringende rooilijnen. Het plan kent 3 woningtypen op een totaal van 45 woningen. Daarbij zijn de woningen aan de Madoerastraat en Perikweg overeenkomstig met uitzondering van de hoekwoningen aan de Perikweg. Daar waar de woningen aan de Madoerastraat telkens gespiegeld zijn ontworpen wordt aan de Varikweg gekozen voor een variant met een kleinere hal en daarmee grotere woonkamer. Ook zijn de individuele dakkappelen iets groter. Het complex kent een hoofdopzet van 1 bouwlaag onder een mansardekap met rode betonnen golfpannen die niet oorspronkelijk zijn. Door renovatie zijn de oorspronkelijke kozijnindelingen verloren gegaan en zijn de deuren vervangen door meer transparante deuren. Het complex heeft een sterke verwantschap met het Baliplein e.o. 3. Bouwplan Varvik (1929) bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 27
Het Varvik werd in 1929 gebouwd in opdracht van De Volkswoning, naar een ontwerp van architect A. Th. Blom. Karakteristiek voor het wijkje zijn de twee poortgebouwen waarvan één aan de Singel. Het Varvik bestaat uit zo’n 170 kleine arbeiderswoningen die in blokjes van twee tot zes woningen langs de straten staan opgesteld. De huizen zijn opgetrokken in rode baksteen onder rode zadeldaken met dakkapellen. Ter afwisseling van het straatbeeld hebben sommige huizen een topgevel met dwars geplaatst zadeldak. De huizen hebben vierkante witte kozijnen en de groene voordeuren zijn voorzien van bovenlichten. De woningen zijn uitgevoerd in verschillende varianten, alle voorzien van een entree met trapopgang, woonkamer, keuken en drie slaapkamers. De grotere huizen hebben een voorkamer en aangebouwde keuken met bijkeuken. De wijk wordt getypeerd door twee poortgebouwen die zijn geconstrueerd met bakstenen kruisribgewelven. Wanneer men vanaf het plantsoen bij het Buitenzorgplein door de Bataviastraat naar de Varviksingel loopt, komt men onder deze twee poorten door die worden geflankeerd door bronzen beelden. Deze beelden, aan de zijde van het Buitenzorgplein, verbeelden twee kalkoenen en bij de Varviksingel twee arenden. Ze zijn ontworpen door W. Brouwer. Het complex kent een groot aantal verschillende woningtypen die een vertaling zijn van de specifieke stedenbouwkundige situatie.
Zo zijn daar de poortgebouwen maar ook aan de Singel zijn de hoekpanden maatwerk. Terwijl aan de noordzijde van de Javastraat juist weer voor eenvoud is gekozen. Aan de Floresstraat wordt gekozen voor kortere rijwoningen en aan de Soerabajastraat volgt de bebouwing de rondlopende weg wat resulteert in uitwaaierende plattegronden. Daarnaast is het Buitenzorgplein onlosmakelijk verbonden met de stedenbouwkundige opzet evenals kleinere groenstructuren langs de verschillende straten. 4. Bouwplan Hoogeland - Patrimonium & Eigen haard (1928) Deze woningen zijn eind jaren 20 gebouwd in opdracht van Patrimonium en Eigen Haard. De architect was Van der Lijke & Mink. Na de oplevering werd het eigendom opgedeeld in een noordelijk deel en zuidelijk deel. Het complex is eenvoudig van opzet met rechtlijnige stratenpatroon met verspringende voorgevelrooilijnen. De woningen kennen overwegend één bouwlaag met masardekap (met originele pannen) met mee-ontworpen dakkapellen. Daarnaast komen er ook topgevels voor die de lange straatwanden onderbreken en accenten vormen op stedenbouwkundige plekken. Bijzonder zijn de winkelwoningen aan de Rietmolenstraat-Heutinkstraat waar aan weers-zijde, 4 geschakelde woningen zijn ontworpen met een versnijdingen in het blok. Op deze manier wordt de Molukkenstraat, wat een belangrijke doorgaande route is, aangezet.
Dat geldt ook voor de entree van deze weg aan de zuidzijde waar aan de singel een meer bescheiden maar uitgesproken blokje van 4 rijwoningen is ontworpen. Het complex kent ook een collectief groen plein (Baliplein). Bijzonder is het 2-laagse woon-winkelpand met kap aan de Javastraat. Weliswaar is de plint van het gebouw door latere ingrepen wat kwaliteit verloren maar bijzonder in haar opzet is met trapezium vormige plattegronden en meeontworpen winkelruimte. De luifel/het balkon is oorspronkelijk maar door latere renovaties aan detail verloren. 5. Bouwplan ‘t Hoogeland - Ons Huis (1931) Een sterk samenhangend tuindorpcomplex met een duidelijk front aan de Heutinkstraat en de Hogelandsingel. Daarmee introduceren zijn een woonbuurt uit de jaren 30 die in opdracht van Ons huis is gebouwd. Het ontwerp is van de Lijke van Mich Architecten. De rijwoningen zijn overwegend in 2 lagen met kap gebouwd en kennen afwisselend rode en gesmoorde pannen. De woningen aan de singel kennen ook een voortuin die met een meeontworpen tuinmuur is omzoomd. De kenmerkende verspringingen in de voorgevelrooilijn, de introductie van overhoeks groen en collectieve plantsoentjes maken onderdeel uit van het ensemble. Binnen dat ensemble wordt op een aantal hoeken gekozen voor een meer bescheiden volume met mansardekap wat vaak een mooie overgang vormt naar kruisende straten.
De schoorstenen op het dak vormen een mooi ritme en geven de woningen statuur. Bijzonder zijn ook de meeontworpen bloembakken boven de gebundelde entrees van 2 woningen. Bijzonder is het ruime woonwinkelpand op de hoek aan de singel. Deze is als voorziening meeontworpen, met een sterke verwantschap met de overige woningen uit het complex.
6. Samenhangende bebouwingselementen In de nabijheid van de fabrieken, spoor en de binnenstad werden door meer welvarende textielarbeiders woningen in eigen beheer gebouwd (1908-1915). De woningen aan de Soendastraat en het meer westelijke deel van de Javastraat zijn hiervan goede voorbeelden. De mooie details, goede materialen en individuele expressie (vaak in dubbele woningen) maken dat nog steeds zichtbaar. Beide straten lopen parallel ten opzichte van elkaar langs de noord- en zuidzijde van het Perikplein en worden begrensd door de Kuipersdijk en Perikweg. De lintbebouwing is onderling vaak gescheiden door smalle gangetjes. Dat de Javastraat van west naar oost is ontwikkeld zien we terug in de architectuur die zich van meer neorenaissance ontwikkelt naar Jugendstil.
7. Singel
28 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
De Singel kent een ruim profiel met groen/bomen die ondanks veranderend gebruik nog altijd goed afleesbaar is als ‘Ring’ om de stad. Niet in de laatste plaats door de herkenbare ‘erkerbebouwing’ die het profiel begeleid. Vaak gebouwd in de jaren 30 van de vorige eeuw, maar ook als vroeg naoorlogse variant volop aanwezig. De ontwikkelingsgeschiedenis, de ruimtelijke opzet en kwalitatief hoogstaande architectuur van de begeleidende bebouwing maken deze structuur op de schaal van de stad zeer waardevol en uniek.
Aanduiding 'karakteristiek' De eerdere genoemde monumenten in paragraaf 3.4.2 worden beschermd tegen sloop op basis van de monumentenstatus. Op basis van de inventarisatie is gebleken dat aanvullend daarop nog veel beschermwaardige panden verspreid in het gebied liggen. Deze krijgen allen de aanduiding 'karakteristiek'. Een aantal van deze panden ligt binnen de gebiedsaanduiding 'cultuurhistorische structuur'. Deze zijn dus niet alleen 'structuurbepalend', maar ook 'beeldbepalend' en zijn daarmee strenger beschermd dan panden zónder aanduiding 'karakteristiek' binnen de gebiedsaanduiding 'cultuurhistorische structuur'.
In het geldende bestemmingsplan zijn ook karakteristieke panden opgenomen. De bestaande karakteristieke panden zijn weergegeven op de verbeelding, maar ook te vinden in bijlage 1 bij de toelichting. Bij ieder nieuw bestemmingsplan wordt gekeken of er nog meer panden zijn die waardevol (karakteristiek) zijn en of de eerder aangewezen panden terecht zijn aangewezen. Als gevolg zijn de bestaande panden in het plangebied aan de hand van uitvoerige inventarisatie hergewaardeerd. Enkele panden (3) blijken na inventarisatie niet meer karakteristiek te zijn. Dit betreffen Kuipersdijk 118, Brinkstraat 107 A en Varviksweg 2. Tevens zijn er meerdere panden (210) adressen toegevoegd die cultuurhistorisch waardevol zijn voor de geschiedenis van Enschede. In bijlage 2 bij het bestemmingsplan wordt een lijst toegevoegd, waarbij voor elke woning genoemd is op basis waarvan deze als karakteristiek wordt genoemd.
Gebiedsaanduiding 'cultuurhistorisch attentiegebied Zoals hiervoor aangegeven is de singelstructuur een belangrijk onderdeel in de ontstaansgeschiedenis van Enschede en is nog steeds een zeer kenmerkend onderdeel van de structuur van de stad. Daarmee wordt niet alleen gedoeld op het wegprofiel met de centrale groenberm, maar juist ook de herkenbare vooroorlogse bebouwing die op veel plaatsen de wanden vormt van deze structuur. Binnen het plangebied ligt een deel van de singel, namelijk de Hogelandsingel, Varviksingel en Getfertsingel. Dit gebied behoeft aanvullend onderzoek om niet alleen op wijkniveau, zoals er nu vanuit dit bestemmingsplan naar gekeken is, maar op stadsniveau, zodat de gehele gebied waar alle singels in liggen onderzocht wordt naar hun cultuurhistorische waarde voor Enschede. Als gevolg zijn de singels op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als attentiegebied. De aanduiding attentiegebied is overgenomen uit het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' uit 2016. De aanduiding regelt dat indien er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd in dit gebied, dat een cultuurhistorisch deskundige van de gemeente over de aanvraag adviseert.
3.5
Archeologie
3.5.1
Algemeen
In 1992 ondertekenden twintig Europese staten, waaronder Nederland, het Verdrag van Malta, of – zoals het officieel heet – het 'Europees Verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed'. Het verdrag werd in 1998 door een goedkeuringswet bekrachtigd, maar het verdrag is nog niet vertaald in nieuwe wetgeving (wetsvoorstel ligt bij Tweede Kamer). Het verdrag kent de volgende uitgangspunten: Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren; Vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie; Bodemverstoorders betalen archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Dat er veelal al gewerkt wordt in de geest van Malta komt doordat veel provincies hieromtrent beleid hebben geformuleerd. Met het nieuwe archeologische bestel heeft de provincie een toetsende en kaderstellende rol. De provincie Overijssel heeft in de nota Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen hierover aangegeven: bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 29
De archeologische en cultuurhistorische elementen worden in een vroeg stadium van de ruimtelijke planvorming meegenomen. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met aardkundige waarden. Gesteld kan worden dat tot de middeleeuwen nederzettingen meestal gelegen waren op de hooggelegen gronden (stroomruggen en oeverwallen). In de middeleeuwen en daarna heeft zich op een deel van deze gronden een esdek gevormd. Op deze hoger gelegen gebieden zijn resten van nederzettingen uit diverse periodes te verwachten. De geologie, de geomorfologie en de aard van de bodem zijn zeer bepalend voor de archeologische verwachtingswaarde en de trefkans dat waardevolle archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. 3.5.2
Plangebied
Het plangebied “Getfert-Perik-Hogeland Noord” ligt in het oostelijke deel op de hoger gelegen stuwwal. Twee-derde deel ligt links van de stuwwal. In 1846 was het oostelijk deel van het gebied in gebruik als bouwland. Het overige deel was woeste grond afgewisseld met stukken gebied in gebruik als grasland. In de onbebouwde delen en onder de bebouwing kunnen in de ongestoorde bodem archeologische waarden aanwezig zijn. Op basis van deze kennis kan een indicatie gegeven worden over hoe groot de kans is dat ergens waardevolle zaken in de bodem aanwezig zijn. Deze indicaties staan op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Enschede. Op de archeologische verwachtingskaart zijn archeologische vondsten, archeologisch waardevolle terreinen en de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge en een lage verwachtingswaarde weergegeven. In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Het plangebied is grotendeels aangeduid als 'onderzoeksgebied B', voor een kleiner gedeelte als 'onderzoeksgebied A' (rond oude hoeven) of 'Lage verwachting'.
Figuur 3.4 Uitsnede Archeologische verwachtingskaart Op basis van het beleid geldt voor deze gebiedstypen het volgende: 'Waardevol gebied A': Voor elke verstoringslocatie waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt verstoord, dient contact met de gemeente Enschede te worden opgenomen; 'Waardevol gebied B': Voor elke verstoringslocatie waarbij de bodem dieper dan 40 cm en omvang heeft groter dan 50 m² wordt verstoord, dient contact met de gemeente Enschede te worden opgenomen; 'Onderzoeksgebied A': bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 250 m2 en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld, moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd. 'Onderzoeksgebied B'. bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 2.500 m2 en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld, moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd. 'Verstoord gebied met een middelhoge of hoge verwachting': vrijgesteld van archeologisch onderzoek voor 'bouwen' of 'slopen'. Bij een omgevingsvergunning voor aanleg of een bestemmingsplanherziening/-wijziging
30 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 1 ha (10.000 m2) en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld. 'Lage verwachting': vrijgesteld van archeologisch onderzoek voor 'bouwen' of 'slopen'. Bij een omgevingsvergunning voor aanleg of een bestemmingsplanherziening/-wijziging moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 10 ha (100.000 m2) en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld. 3.5.3
Vertaling naar het bestemmingsplan
Het bestemmingsplan is overwegend consoliderend van aard, het gebied voor het merendeel bebouwd is en er geen sprake is van een nieuwe (stedelijke) ontwikkeling is als gevolg hiervan geen nader archeologisch onderzoek ten behoeve van dit bestemmingsplan of ten behoeve van een (stedelijke) ontwikkeling noodzakelijk. Ten behoeve van de bescherming van (mogelijke) archeologische waarden in het gebied zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen, overeenkomstig met het archeologisch beleid en de daarin opgenomen regels voor uit te voeren onderzoek: "archeologisch onderzoeksgebied a" "archeologisch onderzoeksgebied b" De gebieden met een lage verwachtingswaarde en de verstoorde gebieden hebben geen gebiedsaanduiding ten behoeve van archeologie gekregen. De gebieden die zijn vrijgegeven op basis van archeologisch onderzoek hebben eveneens geen aanduiding meer gekregen in het bestemmingsplan. Mochten in het gebied bij activiteiten met bodemverstoring toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt op grond van de monumentenwet de meldingsplicht bij de gemeente. Het archeologische onderzoeksproces treedt dan alsnog in werking.
3.6
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Iedere identiteit kent zijn eigen specifieke criteria waaraan eventuele nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan gelden veel verschillende welstandsidentiteiten, zoals zichtbaar is onderstaande afbeelding. Het betreft onder andere 'regenboogwijken' (rood), 'stratenrijtjes' (lichtroze), 'stempelwijken' (felroze/lichtpaars), 'erkerwijken' (groen-bruin), 'tuinstedelijke ensembles' (rood-bruin), dorpse linten' (paars), 'vrije landelijke bebouwing' (lichtgroen) en specifieke beeldkwaliteitsplannen (grijs).
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 31
Figuur 3.5 Uitsnede welstandskaart De kaart met de geldende welstandsidentiteiten en bijbehorende 'folders' is raadpleegbaar via de website van gemeente Enschede (ten tijde van opstelling van voorliggend plan op deze locatie: https://www.enschede.nl/wonen-bouwen/bouwen/welstandsnota). De begrenzing van de identiteiten is enigszins indicatief en komt niet altijd overeen met bestemmingsgrenzen. De geldende identiteiten geven geen rechten voor het ontwikkelen van functies die niet in de ter plaatse geldende bestemming passen. Aanvullend op de locatiespecifieke welstandsidentiteiten bevat de Welstandsnota ook een folder over cultuurhistorie. Deze is van toepassing zodra er sprake is van cultureel erfgoed zonder monumentenstatus. Voor monumenten gaan (ver)bouwplannen altijd langs de monumentencommissie. In het plan zijn op voorhand geen ontwikkelingen voorzien die niet of slechts ten dele passen binnen de geldende welstandsidentiteit(en). Een wijziging van de Welstandsnota is niet nodig.
3.7
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 3.7.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
32 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
Energie Verhogen van het op eigen grondgebied opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie.
Eigen organisatie Zelf het goede voorbeeld geven.
Biodiversiteit Groene groei Behoud en versterken van de verscheidenheid aan Groei van de economie zonder dat dit nadelig is dier- en plantsoorten in de leefomgeving voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit. Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door Negatieve gevolgen die gepaard gaan met afvalpreventie en het beter scheiden van restafval. klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten. Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal Bewoners in Enschede dragen in collectief aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik verband actief bij aan een of meer van de van het openbaar vervoer en stimuleren van het duurzame gebruik van elektrische auto's. doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 3.7.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 33
Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.
Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
34 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
Hoofdstuk 4
Nieuwe initiatieven
Binnen het plangebied van het bestemmingsplan zijn enkele ontwikkelingslocaties gelegen. Deze worden hierna beschreven.
Uitbreiding Supermarkt Op het perceel Slijpsteen 11 te Enschede wil de bestaande supermarkt uitbreiden om zo het bedrijfspand op het perceel Broekheurnerweg 55 bij de bestaande vestiging te betrekken. Dit perceel heeft de bestemming Bedrijven, zonder aanduiding ‘detailhandel’. Het beoogde plan past daarom niet binnen de gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Middels een zienswijze op dit ontwerpbestemmingsplan heeft de Lidl richting de gemeente kenbaar gemaakt de beoogde uitbreiding in deze bestemmingsplanherziening mee te willen nemen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient deze te voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing van de uitbreiding is als bijlage aan deze toelichting opgenomen (bijlage 9).
Figuur 4.1 Luchtfoto locatie uittbreiding Supermarkt Slijpsteen
De huidige winkel heeft een omvang van 1.438 m² bvo met een winkelvloeroppervlak (wvo) van 1.096 m². Het nieuw te betrekken pand en de uitbouw die nodig is de twee panden met elkaar te verbinden heeft een gezamenlijk oppervlakte van ca. 472 m2 bvo. Dit zou betekenen dat de winkel wordt uitgebreid naar ca. 1.910 m2. In de regels is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de uitbreiding. Namelijk dat er vanuit de vereisten gesteld in de gemeentelijke beleidsregel Water-en klimaatadaptatieplan ontwikkelingen mogelijk zijn indien de opslag voor waterretentie wordt verruimd. De nieuwe erfinrichting beoogt dat bestaande verharding voor enkele parkeerplaatsen zal plaatsmaken voor open verharding, meerdere parkeerplaatsen zullen worden vervangen voor vergroening met ruimte voor bomen, het plaatsen van een insectenhotel en ter plaatse van het laad- en losdock zal deze afgeschermd worden met vechtgaas en klimop. Naast waterretentie zal de vergroening ook bijdrage leveren om hittestress te voorkomen.
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 35
Audiologisch centrum 36 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
Op het perceel Cromhoffsbleekweg 138 te Enschede is het voornemen dat een audiologisch centrum zich op deze locatie wil vestigen. Het audiologisch centrum richt zch op een onderwijsinstelling specifiek voor kinderen met gehoor- en spraakproblemen.
Figuur 4.2 Luchtfoto locatie Cromhoffsbleekweg 138 In het geldende bestemmingsplan heeft het perceel een bedrijfsbestemming met aanduiding ten behoeve van een kantoorfunctie als medegebruik. In het nieuwe bestemmingsplan dat ter vaststelling aan de raad aangeboden dient te worden, ligt op dit perceel de bestemming Gemengd - Slijpsteen met toevoeging dat de gronden ter plaatse ook gebruikt kunnen worden voor een audiologisch centrum (onderzoek en advisering bij hoor-, spraak- en taalproblemen), kinderopvang met bijbehorende speelvoorziening. Binnen het vigerende bestemmingsplan is de realisatie van de geluidgevoelige functie, niet mogelijk. Medewerking aan de toevoeging van de functieaanduiding ten behoeve van het audiologisch centrum in het nieuwe bestemmingsplan kan plaatsvinden, indien aangetoond wordt dat deze functie niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. Onderdeel van deze goede ruimtelijke ordening is dat de milieugevolgen inzichtelijk moeten worden gemaakt. In deze zijn de aspecten van bedrijf- en milieuzonering en geluid relevant.
Geluid - Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Op geluidgevoelige bestemmingen bedraagt de voorkeurgrenswaarde 48 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidsnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door burgemeester en wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld. - Toetsing wegverkeerslawaai Naar de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer is door ZRI een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 37
van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Kentalis Cromhoffsbleekweg Enschede, Akoestisch onderzoek Wet Geluidhinder, KCE2102R001 d.d. 12-08-21”. Het rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd (bijlage 7) . Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de geluidgevoelige functie vanwege het wegverkeer op de Cromhoffsbleekweg een geluidsbelasting zal ondervinden van meer dan 48 dB. Daarmee wordt de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschreden. De geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 52 dB vanwege het verkeer op de Cromhoffsbleekweg l. Daarmee wordt voldaan aan de ten hoogste toegestane waarde van 63 dB. - Hogere waarde Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde op een nieuwe geluidgevoelige bestemming is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidsnota. In het akoestisch onderzoek zijn mogelijkheden van bron- en overdrachtsmaatregelen beoordeeld.
Geconcludeerd kan worden dat het terugbrengen van de geluidsbelasting door middel van bron- of overdrachtsmaatregelen stuit op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële aard en zijn daardoor niet uitvoerbaar. Hiermee wordt aan de eerste eis om een hogere waarde te kunnen vaststellen voldaan. In de Geluidsnota is bepaald dat om een hogere waarde te kunnen vaststellen: een woning ten minste één geluidluwe gevel heeft. Een gevel is geluidluw indien de geluidsbelasting ten gevolge van elk van de afzonderlijk te onderscheiden bronnen op grond van de Wet geluidhinder niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde die voor elk van de afzonderlijk te onderscheiden geluidbronnen geldt. verblijfsruimten en buitenruimten (indien beschikbaar) bij voorkeur gelegen zijn aan de geluidluwe zijde van een woning. Het onderhavige pand betreft een bestaand bedrijfspand. De behandelruimten kunnen in principe in elke ruimte worden gerealiseerd. Omdat het geluidbeleid niet expliciet toeziet op een geluidgevoelige functie wordt hier wel aansluiting bij gezocht. Het pand heeft een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte. Gezien voorgaande wordt de functieverandering acceptabel geacht. Verder blijkt uit de rapportage dat kan worden voldaan aan de eis uit de Geluidnota ten aanzien van de maximale binnenwaarde van 33 dB.
Aan de uitgangspunten voor een goed verblijfsklimaat wordt voldaan. - Conclusie geluid De locatie is niet gelegen in de nabijheid van spoor, luchthaven of gezoneerd industrieterrein en behoeven als gevolg niet nader onderzocht te worden. Vanwege het wegverkeer op de Cromhoffsbleekweg bedraagt de geluidsbelasting op de gevel van de te herbestemmen maatschappelijke bestemming ten hoogste 52 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. Aan de voorwaarden uit de Geluidnota voor het vaststellen van een hogere waarde kan worden voldaan. Op grond van de Geluidnota dient de gevelwering dusdanig te zijn dat aan de eisen voor het geluidniveau in de geluidgevoelige bestemming wordt voldaan. Dat is het geval. Hierdoor wordt in de geluidgevoelige bestemming een goed verblijfsklimaat gegarandeerd. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de herbestemming van het bedrijfspand in een geluidgevoelige maatschappelijke bestemming.
Bedrijven- en milieuzonering Kentalis wil een audiologisch centrum vestigen aan de Cromhoffsbleekweg 138 in Enschede. Om voor het aspect geluid te kunnen bepalen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening is door ZRI een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport Kentalis Cromhoffsbleekweg Enschede, Geluiduitstraling naar en -instraling van de omgeving, KCE2102M001 d.d. 12-08-21” (bijlage 6) . Voor inrichtingen heeft de gemeente Enschede gebiedsgericht geluidbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgenomen in de Geluidnota Enschede, welke bij besluit van 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) is vastgesteld. In de Geluidnota zijn voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau per gebiedstype de toegestane geluidsniveaus (richt- en grenswaarden) vastgesteld. Volgens de bij de Geluidnota behorende gebiedstypenkaart zijn de inrichting en het invloedsgebied ervan gelegen in de maatgevende gebiedstypen “Gemengd gebied” en “Ongezoneerd industrieterrein”. Voor deze gebiedstypen
38 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
bedraagt de richtwaarde respectievelijk 55 en 55 dB(A) etmaalwaarde. Voor de gebiedstypen geldt de richtwaarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten of op een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting indien binnen die afstand geen sprake is van geluidsgevoelige objecten. Binnen 50 meter van de inrichting bevinden zich geluidsgevoelige bestemmingen. De dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen zijn woningen gelegen aan de Getfertsingel en de Cromhoffsbleekweg. In het uitgevoerde akoestisch onderzoek is de geluidsbelasting op de omgeving vanwege de directe hinder bepaald. De directe hinder wordt veroorzaakt door de spelende kinderen op het buitenterrein, installaties van het gebouw en het komen en gaan van voertuigen. De indirecte hinder is beoordeeld maar als niet relevant beschouwd. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt het volgende: Het centrum met speelterrein is, behoudens de installaties op het dak, uitsluitend gedurende de dagperiode in gebruik Op de woningen kan voldaan worden aan de richtwaarden voor de gebiedstypen “Gemengd gebied” en “Ongezoneerd industrieterrein”. Op de woningen wordt voldaan aan de grenswaarden van het maximale geluidsniveau. In de tuinen van de omliggende woningen wordt voldaan aan richtwaarden voor de betreffende gebiedstypen.