CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023_vastgesteld_5_Regels

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Getfert-Perik-Hogeland Noord 2023"20.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest

c.

d.

e.

f.

deze voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. de werken of werkzaamheden zijn aanwezig in of zijn zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied danwel hebben invloed op bouwwerken en andere werken die zichtbaar zijn vanaf het openbaar toegankelijk gebied; 2. het betreft werken of werkzaamheden die aanwezige cultuurhistorische waarden kunnen aantasten. Daar bij gaat het in ieder geval om: het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, paden of andere (half)verhardingen; het vellen, rooien of verwijderen van bomen, hagen en andere houtopstanden; het graven en/of dempen van waterlopen (met uitzondering van greppels); De onder a en b bedoelde verboden zijn niet van toepassing op werken of werkzaamheden: 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale gebruik, onderhoud en beheer betreffen, zoals vervanging van bestaande verharding en het snoeien van hagen en struiken; 4. anders dan bedoeld onder 1, 2 en 3 en die op basis van het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige geen invloed hebben op de 'cultuurhistorische structuur'. Het betreft bijvoorbeeld delen van een bouwwerk of van de buitenruimte die niet bijdragen aan de waarde van de 'cultuurhistorische structuur'.

De omgevingsvergunningen als bedoeld onder a en b worden geweigerd indien door de uitvoering van de daar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de aanwezige 'cultuurhistorische structuur' in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast, tenzij er een noodzaak bestaat vanuit zwaarwegende (andere) maatschappelijke belangen en er in dat geval geen redelijke alternatieven voorhanden zijn. De omgevingsvergunningen als bedoeld onder a en b worden in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de 'cultuurhistorische structuur' is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen worden hersteld danwel is in redelijkheid niet langer te handhaven; 2. het betreft delen van een bouwwerk of van de buitenruimte, die op zichzelf niet als een relevant onderdeel van de 'cultuurhistorische structuur' zijn aan te merken 3. de aantasting van de 'cultuurhistorische structuur', als bedoeld onder d, wordt voldoende weggenomen door bouwwerken (zoals nieuwbouw na sloop) of andere werken (zoals herplant van houtopstanden) die de herkenbaarheid en opzet van de oorspronkelijke structuur respecteren. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a en b wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.

Daarbij wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

29.1.4 Cultuurhistorisch Attentiegebied a. Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch attentiegebied' zijn de gronden tevens aangewezen voor het behoud, herstel en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden; b. Op de als “cultuurhistorisch attentiegebied” aangewezen gronden worden aanvragen omgevingsvergunning vooraf getoetst aan de beleidsregel "Koesteren cultuurhistorie" en de daarbij behorende kaart(en); c. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning als bedoeld onder b verplichten dat een cultuurhistorisch onderzoek wordt uitgevoerd zoals bedoeld in de beleidsregel "Koesteren cultuurhistorie" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel; d. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder b wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige; e. Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door: 1. de aanduiding "cultuurhistorisch attentiegebied” geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van nader cultuurhistorisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie geen cultuurhistorische waarden (meer) aanwezig zijn; 2.

aan gronden de dubbelbestemming “Waarde-Cultuurhistorie” toe te kennen ter bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden, indien op basis van cultuurhistorisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 55

Artikel 30 30.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan: a. voor het afwijken van de in het plan voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 10%; b. voor het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; c. voor het in geringe mate afwijken van de in het plan voorgeschreven maten, afmetingen, percentages, bouw- en bestemmingsgrenzen voor het realiseren van energiebesparende en/of andere voorzieningen in het kader van de klimaatadaptatie; d. voor het uitvoeren van een bouwplan, indien op grond van de definitieve uitmeting van het bouwperceel of in verband met de verkaveling of situering blijkt dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van de bouwgrens niet meer bedraagt dan 3 meter; e. voor het bouwen van antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie en overige antennes, zend- en sirenemasten, met uitzondering van antenne-installatie voor zendamateurs, tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; f. voor het bouwen van een antenne-installatie voor zendamateurs, tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; g.

voor het bouwen van een ondergrondse voorziening voor het bergen van hemelwater in openbaar toegankelijk gebied en/of om te kunnen voldoen aan het bepaalde in artikel 33.2; h. voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen op aangekocht voormalig openbaar groen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aangekochte terrein grenst aan het perceel waarop het hoofdgebouw is gesitueerd en is te beschouwen als 'erf'; 2. er wordt voldaan aan de bouwregels voor gebouwen van de bestemming die geldt voor het hoofdgebouw. i. voor het realiseren van luifels, brandtrappen, balkons, galerijen en andere ondergeschikte bouwdelen aan gebouwen, voor zover deze geheel of gedeeltelijk zijn gelegen boven een bestemming die dit niet toelaat; j. voor het realiseren van vlaggenmasten, tot een maximum bouwhoogte van 15 meter; k. voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een maximum bouwhoogte van 10 meter, met uitzondering van erf- en perceelsafscheidingen en bouwwerken als bedoeld onder h, i en j.

30.2 a.

b.

c.

Toepassingscriteria Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 30.1 onder e wordt getoetst aan de volgende criteria: 1. De installatie is noodzakelijk voor het kunnen (blijven) garanderen van 100% dekking; 2. Medegebruik van bestaande installaties is redelijkerwijs niet mogelijk; 3. Plaatsing op woongebouwen is alleen toegestaan indien er redelijkerwijs geen andere geschikte hoge gebouwen beschikbaar zijn; 4. Een antennemast met bijbehorende installatie dient op een zorgvuldige wijze landschappelijk en stedenbouwkundig te worden ingepast; 5. Er wordt voor het overige voldaan aan de bepalingen in het Antenneconvenant 2010 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een nieuw convenant, aan het gewijzigde respectievelijk nieuwe convenant. De onder 30.2 onder a genoemde omgevingsvergunning wordt niet verleend voor plaatsing van een antennemast en/of antenne-installaties op de hierna genoemde locaties: 1. Op en/of nabij monumenten, indien daardoor (het zicht op) het monument wordt of kan worden geschaad; 2. In of nabij natuurgebieden; 3. In landschappelijk waardevolle gebieden en open landschappen; 4. In of nabij historische stadsparken; 5. Op of nabij begraafplaatsen.

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 30.1 onder f wordt getoetst aan de beleidsregel 'Beleid Antenne Installaties Zendamateurs' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

56 eld)

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest

Artikel 31 31.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen: a. voor een wijziging in de situering van bestemmingsgrenzen en bouwvlakken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuivingen in verband met ingekomen bouwplannen wenselijk of noodzakelijk zijn, mits de bestemmingsgrenzen of bouwgrenzen niet meer dan 5 meter worden verschoven; b. door het wijzigen van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 20%; c. door het verwijderen van een in dit plan genoemde functieaanduiding; d. voor het bouwen van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie en overige antennes, zend- en sirenemasten, met uitzondering van antenne-installaties voor zendamateurs, met een maximum bouwhoogte van 50 meter; e. door aan een gebouw de bouwaanduiding 'karakteristiek' toe te kennen, indien op basis van cultuurhistorisch onderzoek dan wel een wijziging van het cultuurhistoriebeleid is aangetoond dat het betreffende gebouw cultuurhistorische waarde heeft. 31.2 a.

b.

c.

Toepassingscriteria Aan de in lid 31.1 onder c genoemde wijzigingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders uitsluitend toepassing geven indien aan tenminste één van onderstaande criteria is voldaan: 1. de betreffende activiteit ter plaatse is gedurende tenminste een jaar beëindigd en er zijn geen redenen om aan te nemen dat de activiteit zal worden voortgezet; 2. met de eigenaar is overeenstemming bereikt over het beëindigen van de betreffende activiteit. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 31.1 onder d wordt getoetst aan de volgende criteria: 1. De installatie is noodzakelijk voor het kunnen (blijven) garanderen van 100% dekking; 2. Medegebruik van bestaande installaties is redelijkerwijs niet mogelijk; 3. Plaatsing op woongebouwen is alleen toegestaan indien er redelijkerwijs geen andere geschikte hoge gebouwen beschikbaar zijn; 4. Een antennemast met bijbehorende installatie dient op een zorgvuldige wijze landschappelijk en stedenbouwkundig te worden ingepast; 5. Er wordt voor het overige voldaan aan de bepalingen in het Antenneconvenant 2010 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een nieuw convenant, aan het gewijzigde respectievelijk nieuwe convenant.

De in lid 31.1 onder d genoemde wijzigingsbevoegdheid wordt niet verleend voor plaatsing van een antennemast en/of antenne-installaties op de hierna genoemde locaties: 1. Op en/of nabij monumenten, indien daardoor (het zicht op) het monument wordt of kan worden geschaad; 2. In of nabij natuurgebieden; 3. In landschappelijk waardevolle gebieden en open landschappen; 4. In of nabij historische stadsparken; 5. Op of nabij begraafplaatsen.

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 57

Artikel 32 32.1

Algemene procedureregels

Procedureregels wijziging

Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals bedoeld in deze regels, gelden de procedureregels zoals voorgeschreven in artikel 3.9a, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening, met dien verstande dat: a. indien het een besluit op aanvraag betreft, burgemeester en wethouders de aanvrager zo nodig in de gelegenheid stellen te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen; b. indien tegen het ontwerp-besluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, het besluit tot het al dan niet vaststellen van het wijzigingsplan met redenen wordt omkleed; c. burgemeester en wethouders het besluit tot het al dan niet vaststellen van het wijzigingsplan bekend maken aan de aanvrager en eventuele indieners van zienswijzen. 32.2

Afwegingskader voor afwijkingen en wijzigingen

Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of een wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld in deze regels, geldt als voorwaarde dat geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van: het woon- en leefklimaat; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de parkeersituatie in de openbare ruimte; de sociale veiligheid; de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; de milieusituatie; de cultuurhistorische waarde; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

58 eld)

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest

Artikel 33 33.1

Overige regels

Parkeren

33.1.1 Parkeerregels algemeen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw dan wel het onbebouwd terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren van auto's; 2. het stallen van fietsen. b. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd. 33.1.2

Afwijken van de parkeerregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 33.1.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 33.1.3

Beleidsregels

Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 33.1.1 en 33.1.2 wordt getoetst aan de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

33.2 a.

b. c. d.

e. f.

Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de oppervlakte van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in voorzieningen voor het bergen en/of in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van bebouwing, bij voorkeur in combinatie met drainage. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op, aan of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. de minimum bergingsopgave als bedoeld onder a bedraagt tenminste 0,055 m; in aanvulling op het bepaalde onder c geldt voor vervangende nieuwbouw met een groter grondoppervlak dan de oorspronkelijke bebouwing de volgende bergingsopgave: 1. tenminste 0,02 m voor het te bebouwen oppervlak dat gelijk is aan het voorheen bebouwde oppervlak; 2. tenminste 0,055 m voor het ten opzichte van het voorheen bebouwde oppervlak aanvullend te bebouwen oppervlak.

de onder a bedoelde berging of infiltratie van hemelwater dient het (teveel aan) water af te wateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a indien berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein redelijkerwijs niet op doelmatige wijze mogelijk is.

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 59

Hoofdstuk 4 Artikel 34

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

34.1

Overgangsrecht bouwwerken

34.1.1

Overgangsbepaling

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 34.1.2

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 34.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 34.1.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 34.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 34.2

Overgangsrecht gebruik

34.2.1

Overgangsbepaling

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 34.2.2

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 34.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 34.2.3

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 34.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 34.2.4

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 34.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 34.3

Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan grond en bouwwerken gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan met het oog op beëindiging op termijn van die met het plan strijdige situatie, ten behoeve van die persoon of personen bij een omgevingsvergunning van dat overgangsrecht worden afgeweken.

60 eld)

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest

Artikel 35

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023".

bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 61

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Mei 2023, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=86230b92-8a73-4f3b-9dc3-f46516aefa5a