CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Ganzebosweg 250_Toelichting

Raadsvergadering 26 juni 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Ganzebosweg 250"22.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Ganzebosweg 250

Status: Vastgesteld

Ganzebosweg 250

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 4 5 6

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

8 8 9 14

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie

21 21 22 23

Hoofdstuk 4 Plan Ganzebosweg 250 4.1 Uitgangspunten nieuwe ontwikkeling en beschrijving plan 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Welstand en beeldkwaliteit 4.4 Duurzaamheid

26 26 31 32 32

Hoofdstuk 5 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

Omgevingsaspecten

35 35 42 43

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

46 46 46 47 52

Hoofdstuk 7

53

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

T oelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan “Ganzebosweg 250” heeft als doel de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Ganzebosweg 250 en de omliggende gronden, gelegen in het buitengebied van Boekelo (gemeente Enschede). Ter plaatse is momenteel een (voormalig) agrarisch bedrijf aanwezig. Het betreft een intensieve veehouderij. Hiervoor zijn verschillende schuren en een bedrijfswoning aanwezig. De oppervlakte aan voormalige agrarische schuren bedraagt 1.746 m 2. De wens van de initiatiefnemer is om op basis van de Rood voor Rood-regeling de landschapsontsierende schuren te slopen en op deze locatie twee nieuwe woningen te realiseren. De bestaande woning blijft gehandhaafd en wordt omgezet naar een reguliere woning. Er worden daarnaast verschillende investeringen in de ruimtelijke kwaliteit verricht door de toekomstige situatie landschappelijk in te passen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest" is deze ontwikkeling niet mogelijk, omdat dit niet past binnen de huidige planologische mogelijkheden. Doordat het vigerende bestemmingsplan geen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden bevat voor het mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling, is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Ganzebosweg 250, in het buitengebied van de gemeente Enschede. Het plangebied ligt op circa 1,6 km afstand ten westen van de kern Boekelo. In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven (rode pijl).

Figuur 1.1: Ligging van de planlocatie (bron: Google Maps). In figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven. Het plangebied wordt begrensd door agrarische gronden aan alle zijden. Daarnaast is op korte afstand ten westen van het plangebied een veehouderij gelegen. bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

3

Verderop liggen nog enkele woon- en bedrijfsfuncties. Zie de verbeelding die deel uitmaakt van het voorliggende bestemmingsplan voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.2: Begrenzing van het plangebied (bron: PDOK).

1.3

Geldende juridische regelingen

Voor het plangebied is het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Noordwest" van kracht. Dit plan is op 9 november 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Enschede en is onherroepelijk. Binnen het plangebied komen de enkelbestemmingen Agrarisch met waarden (met bouwvlak), Bos en Water voor. Ter plekke van het voormalige agrarisch erf is een bouwvlak en de functieaanduiding "intensieve veehouderij" aanwezig. Zie onderstaande afbeeldingen voor een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.

4

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

Figuur 1.3: Uitsnede van het bestemmingsplan " Buitengebied Noordwest", plangebied rood omkaderd (bron: http://ruimtelijkeplannen.nl).

Het plangebied valt onder het bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest”. In dit bestemmingsplan geldt voor het perceel een agrarische bestemming, inclusief een bouwvlak en een nadere aanduiding 'intensieve veehouderij'. Binnen dit perceel is daarmee een agrarisch bedrijf inclusief een intensieve veehouderij toegestaan. Daaraan ondergeschikt zijn de gronden tevens bestemd voor agrarisch natuurbeheer, extensieve recreatie, sloten beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen etc. Het plan is om de agrarische bestemming en bouwvlak van het perceel te verwijderen, landschapsontsierende bebouwing te slopen en twee nieuwe woningen te bouwen. De bedrijfswoning krijgt daarbij een reguliere woonbestemming. Daarbij wordt het plangebied landschappelijk ingepast en worden verschillende landschapsmaatregelen genomen. De plannen passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn in eerste instantie bestemd voor de houtproductie en voor de bescherming, instandhouding en verbetering van de landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en natuurlijke waarden en de voor 'Water' aangewezen gronden zijn in eerste instantie bestemd voor waterhuishouding, waterbeheer en waterberging. De bestemmingen Bos en Water wijzigen niet ten opzichte van het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest".

Naast het bestemmingsplan "buitengebied Noordwest" gelden voor de betreffende locatie een aantal paraplubestemmingsplan. Het gaat om de paraplubestemmingsplannen "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)", "Cultuurhistorie", "Buitengebied - zonnepanelen", "Parkeren Enschede". De relevante regels zijn door vertaald in voorliggend plan.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro). Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven".

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

5

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen.

Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de exploitatiekosten, waaronder voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Ganzebosweg 250" is de stichting Dorpsraad Boekelo actief. In het kader van het vooroverleg zijn de plannen aan de dorpsraad voorgelegd. De dorpsraad heeft een positieve grondhouding over het plan. Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien.

De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het plan is voor vooroverleg voorgelegd aan de Provincie. De Provincie heeft aangegeven dat het plan past in het provinciaal beleid. Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Ganzebosweg 250” in voorbereiding te nemen op 16 november 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede. Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een

6

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt voor een ieder de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt op elektronische wijze gepubliceerd in het Gemeenteblad, op de website van de gemeente Enschede en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis". Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt aan de gemeenteraad aangeboden bij het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan en wordt toegezonden aan eventuele indieners van zienswijzen. Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

7

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4.

Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de NOVI wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Daarnaast wordt in de NOVI gesproken over toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. Het beleid van de gemeente Enschede ten aanzien van rood voor rood (sloop landschapsontsierende bebouwing en daarvoor in ruil een bouwkavel) draagt bij aan een vitaal buitengebied. Dat is in lijn met de NOVI. Het plan past binnen de prioriteiten van de NOVI, waardoor geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. 2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven. Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen.

De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

9

ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

Figuur 2.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel). Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:

10

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voorliggend plan: Middels voorliggend plan wordt de realisatie van twee nieuwe woonkavels op het erf aan de Ganzebosweg 250 in Enschede mogelijk gemaakt. Hiervoor wordt een oppervlakte van circa 1.746 m² aan landschapsontsierende schuren gesloopt. Er is sprake van een herontwikkeling van een bestaand erf, waarbij geen ruimtebeslag op de groene omgeving plaatsvindt. Derhalve is voorliggend plan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Voor het landschappelijk goed inpassen van de erven is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan is opgesteld conform de geldende gebiedskenmerken, die later in deze paragraaf worden besproken.

Door de landschappelijke inpassing zal de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse worden vergroot. Hiermee voldoet het voorliggend plan aan artikel 2.1.5 uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel. artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3, artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: De gemeente Enschede heeft het vaststellen van de gids Buitenkans in mei 2022 een vertaalslag gemaakt van het provinciaal beleid met betrekking tot de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving naar gemeentelijk niveau. De uitgangspunten van deze gids worden in paragraaf 2.3.5 behandeld. Onderhavig bestemmingsplan maakt de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de realisatie van twee woningbouwkavels op een bestaand erf mogelijk. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt.

Verdere versterking van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats door het uitvoeren van verschillende landschapsmaatregelen die passen bij de landschapsstructuur ter plaatse. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.1.6 uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel. artikel 2.2.2 lid 1 e.v. Realisatie nieuwe woningen lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Doorwerking voor voorliggend plan: In paragraaf 2.3.4 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de Woonvisie c.q. woningbouwprogramma van gemeente Enschede. Daarbij wordt tevens ingegaan op de behoefte aan nieuwe woningen binnen de gemeente. Hieruit blijkt dat de bouw van de woningen binnen de woningbehoefte past. Hiermee voldoet het voorliggend plan aan artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In onderhavig geval is uitsluitend het ontwikkelingsperspectief voor de Groene Omgeving van belang, aangezien de planlocatie in het buitengebied is gelegen.

In figuur 2.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

11

Figuur 2.2: Ontwikkelingsperspectievenkaart 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (bron: provincie Overijssel). Volgens de ontwikkelingsperspectievenkaart geldt voor het plangebied het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' staat ook de ambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Daarnaast gelden bij alle ontwikkelingsperspectieven de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Doorwerking voorliggend plan: Het voorliggende plan past binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'.

De mogelijkheid voor uitoefening van een agrarisch bedrijf/intensieve veehouderij verdwijnt, landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en daarvoor in de plaats komen twee extra woonkavels. Deze functie past binnen het ontwikkelingsperspectief. Daarnaast vindt ook middels een goede landschappelijke inpassing een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het plangebied en de directe omgeving plaats. Tevens levert het plan geen extra belemmeringen voor de functies in de nabije omgeving van het plangebied. Dit wordt in Hoofdstuk 5 van het voorliggende bestemmingsplan nader behandeld. Het plan past binnen de uitgangspunten van het ontwikkelingsperspectief voor de groene omgeving. Gebiedskenmerken Voor het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken: natuurlijke laag: 'Beekdalen en natte laagtes'; laag van het agrarisch cultuurlandschap: 'Jong heide- en broekontginningslandschap' Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Enschede. De stedelijke laag is niet zichtbaar, ondanks deze laag op de omgevingsvisiekaart van de provincie Overijssel wel wordt benoemd. De laag van de beleving is eveneens niet zichtbaar. Om die reden worden enkel de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap getoetst. Natuurlijke laag De natuurlijke laag kent het kenmerk 'Beekdalen en natte laagtes' en 'dekzandvlakte en ruggen' toe aan het plangebied.

In figuur 2.3 is de betreffende kaart weergegeven. Het plangebied is globaal aangegeven middels de rode markering.

12

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

Figuur 2.3: Natuurlijke laag 'Beekdalen en natte laagtes' (bron: provincie Overijssel). Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)-richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Beekdalen en natte laagtes Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen.

De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Voorliggend plan doet geen afbreuk aan het eigen karakter van de natuurlijke laag. Dit omdat voorliggend plan landschappelijk goed wordt ingepast en voor een vermindering van verharding en bebouwing zorgt, waardoor meer ruimte is voor het vasthouden van water. Daarnaast zorgt het plan voor een betere beleving van het water van de vijver die achter de woonkavels gelegen is door een bredere overgang tussen water en land te maken. In combinatie met meer licht door de boomlaag uit te dunnen, biedt dit kansen voor een rijke en gevarieerde vegetatie. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' toe aan de planlocatie. In figuur 2.4 is de betreffende kaart weergegeven. Het plangebied is globaal aangegeven middels de rode markering.

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

13

Figuur 2.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap 'Jong heide- en broekontginningslandschap' (bron: provincie Overijssel). Kenmerkend voor het jong heide- en broekontginningslandschap zijn de grote oppervlakte aan - voormalige - natte en droge heidegronden die oorspronkelijk functioneel verbonden was met het essen- en oude hoevenlandschap. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Middels voorliggend plan worden de bestaande structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen behouden en versterkt doordat het plangebied voorzien wordt van enkele kleine bospercelen en omdat de houtwal die aan de westzijde van het plangebied aangevuld wordt tot een stevige groenstructuur. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt.

14

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

2.3.2

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

Figuur 2.5: het 'RAR kompas' (bron: gemeente Enschede). 2.3.3

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden. Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie.

Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

15

aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 en de actualisatie van de Gids Buitenkans in 2022 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt. Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie In 2019 is de Woonvisie vastgesteld (en in 2021 geactualiseerd). Deze Woonvisie is opgesteld om duidelijkheid te geven over Enschedese woonopgave.

De Enschedese woonopgave is volop in ontwikkeling. De stad gonst van de bouwactiviteiten, kavels raken uitverkocht, huizenprijzen stijgen fors en grote projecten staan op stapel. Het zijn ontwikkelingen die passen bij de ambities van Enschede: een stad die door blijft groeien naar 170.000 inwoners. Op de achtergrond van deze ontwikkeling ligt een veelheid van uitdagingen. Het aantrekken en vasthouden van talent is de belangrijkste opgave die genoemd is in de Woonvisie. Het aanbieden van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is daarbij van belang. Voor wonen in het buitengebied is in de visie concreet opgenomen dat er geen woningen mogen worden toegevoegd, tenzij sprake is van een bijdrage aan de hoofdopgaven van de stad. Dit betreft vooral situaties waarin woningbouw ruimschoots wordt gecompenseerd door investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast.

Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Water en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 Het Water en Klimaatadaptatieplan beschrijft hoe de gemeente Enschede omgaat met water en riolering en wat er wordt gedaan om Enschede voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Het plan heeft de volgende doelen: Goede riolering is noodzakelijk voor de gezondheid van mens, dier en plant. Zij moeten zo weinig mogelijk in contact komen met afvalwater. Dit doet de gemeente door gebouwen aan te sluiten op de riolering en zoveel mogelijk te voorkomen dat water op straat komt te staan door overstroming van het rioolstelsel bij zware regen. De gemeente streeft naar een grondwaterstand die in balans is. Hij moet laag genoeg zijn om overlast bij gebouwen of gezondheidsklachten te beperken.

En hoog genoeg zijn om verdroging van de grond tegen te gaan. De kwaliteit van het grondwater moet goed genoeg zijn om het zonder risico te gebruiken. Wat ‘goed genoeg’ is hangt, af van de plek en het gebruik van het grondwater. De gemeente maakt ruimte voor groen en water en zorgen goed voor onze beken, sloten en vijvers. Dit wordt gedaan op een natuurvriendelijk manier zodat er steeds meer verschillende soorten planten en dieren in de gemeente komen. Ook de gemeente water zo veel mogelijk zien en maken het water en zijn omgeving

16

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

aantrekkelijk met groen. Dit vergroot de kwaliteit van de omgeving en dat nodigt mensen uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Om de gevolgen van extremer weer op te vangen pakt de gemeente gebieden aan die een groot risico op wateroverlast lopen. Nieuwbouw richten we direct klimaatbestendig in. Als er iets in de openbare ruimte wordt, dan moet ook meteen de klimaatbestendigheid van dat gebied veranderen en verbeteren. Ook moedigt de gemeente, door middel van voorlichting en subsidies, inwoners, ondernemers en organisaties in die wijken aan om hun gebouwen en terreinen aan te passen aan het weer van de toekomst. Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. 2.3.4

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Ganzebosweg 250" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Ten aanzien van het beleid uit de Woonvisie geldt dat met voorliggend plan de sloop van landschapsontsierende bebouwing en verwijdering van de agrarische bestemming mogelijk wordt gemaakt. In ruil daarvoor mag de initiatiefnemer twee extra woningen realiseren en worden landschapsmaatregelen genomen die de ruimtelijke kwaliteit vergroten. Middels de landschapsmaatregelen worden de aanwezige kwaliteiten van het landschap ter plaatse behouden en versterkt. Het plan past daarmee binnen de uitgangpunten van de Woonvisie. 2.3.5

Gids Buitenkans 2022

De Gids Buitenkans 2022 is het beleidskader voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. Bij de toetsing van nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde “weegschaal”. D die gebaseerd is op het gedachtengoed van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De volgende twee principes van de KGO vormen de basis van de gids: Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; De ontwikkelingsruimte die een initiatiefnemer krijgt moet in evenwicht zijn met de investering in de ruimtelijke kwaliteit. Deze twee principes zijn tevens het uitgangspunt voor de Rood voor Rood-regeling die onderdeel uitmaakt van de Gids Buitengkans. De ontwikkeling bestaat uit het realiseren van één of meerdere bouwkavels en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de sloop van landschapsontsierdende bebouwing en de investering in het landschap. Hierna wordt verder ingegaan op de Rood voor Rood-regeling. Rood voor Rood-regeling De uitgangssituatie voor Rood voor Rood is een locatie met gebouwen (schuren) in het landelijk gebied die niet meer in gebruik zijn voor de landbouw of een andere bedrijfstak. De bedoelde locatie en de gebouwen hebben geen bijzondere landschappelijke en/of cultuurhistorische waarde.

De Rood voor Rood-regeling houdt in dat minimaal 850 m² van de niet waardevolle vrijkomende bedrijfsbebouwing wordt gesloopt in ruil voor een bouwkavel op een ontwikkellocatie. Voor de sloop geldt de Sloop-regeling, waarin onder meer staat dat de slooplocatie geheel moet worden gesaneerd en heringericht. Ook bouwwerken die geen gebouw zijn en niet meetellen voor het sloopoppervlak, zoals sleufsilo's, mestkelders, kuilvoerplaten en erfverhardingen, moeten gesloopt worden. Voor de sloop van minimaal 850 m² van de niet waardevolle vrijkomende bedrijfsbebouwing wordt één bouwkavel op een ontwikkellocatie verkregen. Voor twee bouwkavels geldt een sloopnorm van 1.700 m². Een bouwkavel heeft een standaard oppervlakte van 1.000 m² en geeft recht op een woning met een inhoud van maximaal 750 m³ en een bijgebouw van 100 m². De nieuwbouw vindt in principe op/aansluitend op de slooplocatie plaats. Bij Rood voor Rood gaat het om de sloop van niet waardevolle voormalige bedrijfsgebouwen in ruil voor een bouwkavel voor één of meer (compensatie)woningen. Hoofdzaak hierbij is dat het belang van de initiatiefnemer bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

17

(waarde bouwkavel) en het maatschappelijk belang (betere ruimtelijke kwaliteit) in evenwicht zijn met elkaar. Behalve de sloop van het minimale aantal m² aan niet waardevolle voormalige bedrijfsgebouwen gelden kwalitatieve eisen en voorwaarden. De geboden ontwikkelruimte moet in balans zijn en blijven met de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarde van de locatie en de directe omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: Op het erf aan de Ganzebosweg 250 worden bestaande schuren gesloopt en worden twee extra woningen met bijbehorende erven gerealiseerd. Op het erf is circa 1.750 m² aan voormalige agrarische bebouwing aanwezig (zie stippellijn in figuur 2.6). Een klein deel van een voormalige agrarische schuur is in het verleden gerenoveerd, inclusief asbestsanering, en verbouwd tot mantelzorgwoning bij de bedrijfswoning. Dit deel is 100 m² en is in figuur 2.6 gemarkeerd met een gele stippellijn. Door de renovatie is dit deel van de schuur niet meer landschapsontsierend en zal deze behouden blijven als mantelzorgwoning/bijgebouw bij de voormalige bedrijfswoning. De totale oppervlakte aan te slopen landschapsontsierdende, en voor een groot deel asbesthoudende, bebouwing bedraagt 1.650 m². In principe wordt daarmee 50 m² te weinig gesloopt om te voldoen aan de vereiste sloopoppervlakte voor twee extra woningen.

Echter, zou het gerenoveerde bijgebouw ook gesloopt (moeten) worden (om aan de 1.750 m² sloop te komen), dan bestaat de mogelijkheid om vervolgens alsnog een nieuw bijgebouw van 100 m² bij de bestaande woning te realiseren. In de eindsituatie zou er dan na sloop-nieuwbouw alsnog eenzelfde oppervlakte aan gebouwen ontstaan als bij behoud van het huidige bijgebouw. Omdat het bestaande bijgebouw niet landschapsontsierende is en in gebruik is als mantelzorgwoning is dit niet logisch en tevens niet duurzaam.

Figuur 2.6: Luchtfoto van het voormalig agrarisch erf aan de Ganzebosweg 250

18

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

Figuur 2.7: Zijaanzicht van de te slopen landschapsontsierende bebouwing (bron: Google Maps, streetview). De toekomstige woningen/erven worden landschappelijk goed en zorgvuldig ingepast. De bestaande houtsingels en bosperceel worden versterkt en vergroot. Daarnaast worden de oevers van de achterliggende vijver natuurvriendelijk ingericht. Dit wordt gedaan door een bredere overgang te maken tussen water en land, in combinatie met meer licht door de boomlaag uit te dunnen, wat kansen kan bieden voor een rijke en gevarieerde vegetatie. In figuur 2.8 is de huidige en toekomstige situatie van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.8: Huidige situatie en toekomstige situatie Ganzebosweg 250 te Enschede (bron: Landschapsplan Ganzebosweg 250). Het plan aan de Ganzebosweg 250 past binnen de Rood voor Rood-regeling uit de 'Gids Buitenkans 2022' van de gemeente Enschede. bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

19

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de bovengenoemde gemeentelijke beleidsstukken verwoorde gemeentelijk ruimtelijk beleid.

20

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Gebiedsbeschrijving

Ruimtelijke structuur

Het perceel 'Ganzebosweg 250' ligt in het buitengebied van de gemeente Enschede. De locatie ligt op circa 1,6 km ten westen van de kern Boekelo. Zoals reeds beschreven in paragraaf 2.2.3 ligt de locatie binnen het jong heide- en broekontginningslandschap. De locatie grenst aan het oude hoevenlandschap. Kenmerkend voor het jong heide- en broekontginningslandschap zijn de grote oppervlakte aan - voormalige - natte en droge heidegronden die oorspronkelijk functioneel verbonden was met het essen- en oude hoevenlandschap. Behalve op de essen, is er sprake van een kleinschalige grillige verkaveling, deels omzoomd door houtwallen. Essen zijn opvallende grote ruimten in het landschap. Wegen veelal krom, kronkelend, zich voegend naar de erven, soms over een erf. Op het perceel 'Ganzebosweg 250' is een voormalige intensieve veehouderij aanwezig met een groot oppervlak aan schuren en verharding. De voormalige agrarische bebouwing heeft een oppervlakte van circa 1.750 m². Een klein deel van een voormalige agrarische schuur is in het verleden gerenoveerd, inclusief asbestsanering, en verbouwd tot mantelzorgwoning bij de bedrijfswoning. Dit deel is 100 m² en is in figuur 2.6 gemarkeerd met een gele stippellijn. Door de renovatie is dit deel van de schuur niet meer landschapsontsierend.

De totale oppervlakte aan te slopen landschapsontsierdende, en voor een groot deel asbesthoudende, bebouwing bedraagt daarmee 1.650 m². De locatie wordt aan alle zijden omringd door bomen, struiken, beplanting en andere groenvoorzieningen en ten noorden van het plangebied ligt een vijver. Verder ligt ten westen van Ganzebosweg 250 een intensieve veehouderij en ten oosten enkele woonfuncties. De ontsluiting van het perceel 'Ganzebosweg 250' vindt plaats via de Ganzebosweg. Dit betreft een weg, waarbij een maximumsnelheidsregime van 60 km/u geldt. De weg is voornamelijk bedoeld voor bestemmingsverkeer. Voor het bereiken van de bestaande woning op het erf aan de Ganzebosweg 250 is een inrit gerealiseerd met aan weerszijden beplanting en solitaire bomen. Zie ook onderstaande luchtfoto voor de huidige situatie van het perceel aan de Ganzebosweg 250 te Enschede.

Figuur 3.1: Luchtfoto Ganzebosweg 250 te Enschede (bron: Google Maps).

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

21

3.2

Functionele structuur

Het perceel aan de Ganzebosweg 250 is een vrijgekomen agrarische locatie. Het perceel heeft een agrarisch bouwvlak en ligt in een agrarische omgeving onderbroken door groenstructuren. Het achterliggende perceel waar de vijver staat heeft de bestemming 'Water 'met daaromheen de bestemming 'Bos'. Op het perceel aan de Ganzebosweg 250 is een bedrijfswoning aanwezig en een groot oppervlak aan agrarische schuren. In de onderstaande figuren 3.2 t/m 3.4 zijn aanzichten opgenomen van het betreffende perceel.

Figuur 3.2: Vooraanzicht van het perceel Ganzebosweg 250 (bron: Google Maps).

Figuur 3.3: Zijaanzicht van het perceel Ganzebosweg 250, vanuit het oosten (bron: Google Maps).

22

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

Figuur 3.4: Zijaanzicht van het perceel Ganzebosweg 250, vanuit het westen (bron: Google Maps).

3.3

Cultuurhistorie

Er zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen of monumenten binnen het plangebied of in de directe omgeving aanwezig. In onderstaand fragment is de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Enschede weergegeven. Het plangebied bevindt zich ter plaatse van de rode cirkel.

Figuur 3.5: Fragment cultuurhistorische waardenkaart gemeente Enschede (bron: gemeente Enschede). Archeologisch erfgoed in het plangebied Voor de gronden binnen het plangebied geldt volgens de archeologische verwachtingskaart (zie figuur 3.6) van de gemeente Enschede een middelhoge en lage archeologische verwachting waarbij de gronden verstoord zijn. Voor wat betreft de achterliggende vijver zijn ontgrondingsvergunning verleend. Een ontgronding is een verlaging van het maaiveld of de onderwaterbodem. Door een ontgronding treden mogelijk ongewenste effecten en hinder op voor de omgeving. Om dit te voorkomen zijn er voorwaarden verbonden voor de aanpak van een ontrgronding. Wanneer bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

23

voldaan wordt aan de voorwaarden, dan wordt door de provincie een ontgrondingsvergunning verleend.

Figuur 3.6: Uitsnede archeologische verwachtingskaart gemeente Enschede (bron: gemeente Enschede, bewerking Ad Fontem). Voor elke verstoringslocatie met een verstoring groter dan 1 ha en dieper dan 50 cm is een archeologisch onderzoek vereist. Het plangebied is kleiner dan 1 ha waardoor archeologisch onderzoek achterwege kan blijven. Bovendien zijn de gronden reeds verstoord waardoor de aanwezigheid van archeologische waarden klein wordt geacht. Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Ganzebosweg 250" zijn geen beschermwaardige bomen aanwezig. Voor gronden buiten de bebouwde kom geldt bescherming van bomen op basis van de Wet natuurbescherming. Daarnaast is voor het vellen van bomen de Verordening kwaliteit leefomgeving van de gemeente Enschede van toepassing. Als gevolg van het plan zullen geen bomen worden gekapt of geveld, waardoor toetsing aan de Wet natuurbescherming of Verordening kwaliteit leefomgeving achterwege kan blijven.

24

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

Figuur 3.7: Fragment van de kaart voor beschermwaardige bomen (bron: gemeente Enschede).

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

25

Hoofdstuk 4 4.1

Plan Ganzebosweg 250

Uitgangspunten nieuwe ontwikkeling en beschrijving plan

Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Ganzebosweg 250 en het realiseren van twee rood voor rood woningen in Enschede. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden en krijgt een reguliere woonbestemming. Bij de woningen worden bijgebouwen gerealiseerd met een toegestane oppervlakte van maximaal 100 m². Er worden verschillende investeringen in de ruimtelijke kwaliteit verricht. In figuur 4.1 en 4.2 zijn de te slopen schuren weergegeven (oranje kleur) en in figuur 4.3 zijn impressies opgenomen van de toekomstige woningen.

Figuur 4.1: De te slopen schuren (bron: atlasvanoverijssel).

Figuur 4.2: De te slopen schuren, vanuit Streetview (bron: Google Maps).

26

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

Figuur 4.3: Impressies van de beoogde woningen (bron: Ellen Klein Gunnewiek ruimtelijk advies & omgevingsmanagement ). In het kader van de landschappelijke inpassing heeft de initiatiefnemer een landschapsplan laten opstellen. Dit plan is als Bijlage 3 opgenomen bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan is de uitvoering van de landschapsmaatregelen gewaarborgd.

Landschappelijke inpassing Het landschapsplan bestaat uit het realiseren van een bosrijk raamwerk. Dit raamwerk is een voortzetting van het karakter van het lokale landschap, bestaande uit houtwallen, kleine bospercelen met een gevarieerd spel van doorzichten en besloten ruimtes. Van de twee extra woningen met bijbehorende tuinen/erven wordt er één woning aan de noordzijde bij de vijver en één woning in de knik van de Ganzebosweg gerealiseerd. De drie erven (bestaand + 2 nieuwe) krijgen elk een vergelijkbare opzet. De erven vormen samen een 'knooperf'. Een knooperf is geïnspireerd op een erfruimte met daaromheen meerdere gebouwen. Oorspronkelijk waren dit dan voornamelijk schuren, die in dit nieuwe archetype een woonfunctie krijgen. Een ander kenmerk van de knooperven is de onderlinge verwevenheid met elkaar, doordat diverse erven in elkaars nabijheid een netwerk van informele paden vormden. In de huidige tijd is dit een goed principe om enerzijds de (nieuwe) bebouwing te clusteren en daarmee tegelijk het landschap op een informele manier toegankelijk te maken. De ruimtes tussen de erven en de bospercelen blijven open, nu benoemd als 'weides'. Deze krijgen een agrarische functie. Centraal op het perceel aan de Ganzebosweg worden enkele kleine bospercelen aangelegd.

Deze zijn ecologisch gezien ook interessant als steppingstone tussen de twee wat grotere natuurgebieden Asbroek (zuidelijk) en het Strootman (noordelijk). Aan de westzijde van het perceel wordt de houtwal aangevuld tot een stevige groenstructuur. De (natuurlijke) potentie van de vijver wordt gebruikt door de oevers natuurvriendelijk in te richten. Door een bredere overgang tussen water en land te maken, in combinatie met meer licht door de boomlaag uit te dunnen, biedt dit kansen voor een rijke en gevarieerde vegetatie. In figuur 4.4 is een uitsnede opgenomen van het landschapsplan opgenomen.

bestemmingsplan Ganzebosweg 250 (vastgesteld)

27

Figuur 4.4: Uitsnede landschapsplan (bron: Ellen Klein Gunnewiek ruimtelijk advies & omgevingsmanagement ). Landschappelijke verbeteringen Het landschapsplan is zo opgezet dat de kenmerkende landschappelijke structuren versterkt en/of hersteld worden. Deze ingrepen zijn samengevat in 3 onderdelen: 1. Houtwal 2. Bosperceel 3. Oever van de vijver 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=2a575117-631a-41b1-9bb8-46afef7ce38b