CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

g-toelichting bijlagen Ledeboerterrein

Raadsvergadering 11 juli 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Ledeboerterrein en vaststelling Wijziging 118 Welstandsnota Enschede, bouwen aan identiteit ‘-“Beeldkwaliteits-plan Stadstuin Ledeboer”.13.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Ledeboerterrein

Status: Vastgesteld

Ledeboerterrein

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Analyse grondwaterstand

4

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

16

Bijlage 3

Parkeren

53

Bijlage 4

Aanmeldnotitie vromvrije m.e.r.

59

Bijlage 5

Bedrijveninventarisatie

75

Bijlage 6

bodem

78

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek

190

Bijlage 8

Natuurwaardenonderzoek

236

Bijlage 9

Stikstof

264

Bijlage 10

Explosieven

298

Bijlage 11

'Stec' Laddertoets- kwantitatieve analyse

321

Bijlage 12

Schaduwstudie

334

2

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Analyse grondwaterstand

4

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

Betreft

:

Analyse grondwaterstand Plan Het Ledeboer te ENSCHEDE

Opdrachtgever

:

501 Dura Vermeer Bouw Hengelo BV T.a.v. Dhr. van Werven Postbus 877 7550 AW HENGELO OV

Behandeld door :

ir. D.P.J. Oostveen (088 - 51 30 218)

Kenmerk

:

R1601343-RH_2

Datum

:

20 juli 2016

MOS GRONDMECHANICA B.V. Correspondentieadres :

Postbus 801, 3160 AA Rhoon

Centraal telefoonnummer :

Hoofdkantoor Rhoon

Kleidijk 35

3161 EK

Rhoon

Vestiging Helmond

Vossenbeemd 90B

5705 CL

Helmond

Vestiging Almelo

Het Wendelgoor 13

7604 PJ

Almelo

Vestiging Halfweg

Haarlemmerstraatweg 149B

1165 MK

Halfweg

Vestiging Suriname

Ds Martin Luther Kingweg 150

District Wanica

Suriname

+31(0)88-5130200

Tel. +597-488188

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

Inhoudsopgave Pagina

1. INLEIDING ................................................................................................................................ 3 2. PROJECTBESCHRIJVING ............................................................................................................ 3 3. BESCHIKBAAR GRONDONDERZOEK .......................................................................................... 4 4. SCHEMATISERING VAN DE ONDERGROND ............................................................................... 4 4.1

Geotechnisch profiel...................................................................................................... 4

4.2

Grondwaterstanden en stijghoogten ............................................................................ 5

5. BESCHOUWING GEOHYDROLOGISCHE OMSTANDIGHEDEN ..................................................... 6

Bijlage A

Grondwaterstanden

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

-3-

1. INLEIDING Dit rapport betreft een her-analyse van de grondwaterstand in het plan 'Het Ledeboer' met het oog op het realiseren van een parkeerkelder met open bestrating. Onder opdrachtnummer 656603 is in het verleden (november 2003) reeds een analyse van de grondwaterstanden met het oog op het realiseren van een kelder met open bestrating opgesteld. Omdat ten opzichte van de toenmalige situatie de geohydrologische situatie mogelijk is gewijzigd door onder meer de realisatie van de parkeergarage onder het Van Heekplein is een herziening van dit advies gevraagd. Voor de projectlocatie zijn door Mos Grondmechanica in het verleden reeds de volgende rapporten uitgebracht: -

Geotechnisch grondonderzoek en funderingsadvies: R647102-RY_1, d.d. 18 december 2002;

-

Analyse grondwaterstanden: R656603-RH_1, d.d. 13 november 2003;

-

Infiltratieonderzoek: R672906-RH-1, d.d. 5 december 2006.

2. PROJECTBESCHRIJVING In het plan 'Het Ledeboer' (zie ook figuur 2-1) is een parkeerkelder voorzien met open bestrating. De kelder is met de lange zijde direct langs de Ledeboerstraat geprojecteerd. De bovenkant van de bestrating is deels voorzien op NAP +41,0 m (westelijk deel) en deels op NAP +41,5 m (oostelijk deel).

NAP +41,5 m NAP +41,0 m

Figuur 2-1

Projectlocatie

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

-4-

3. BESCHIKBAAR GRONDONDERZOEK In 2002 zijn door Mos Grondmechanica onder andere 14 sonderingen uitgevoerd tot een diepte van circa maaiveld -20,0 à -25,0 m (maximaal circa NAP +17,6 m). Naast de conusweerstand (qc) is de plaatselijke wrijving (fs) gemeten. Uit de plaatselijke wrijving en de conusweerstand is het wrijvingsgetal (Rf) berekend. Dit getal geeft inzicht in de aanwezige grondsoorten. Voor de sondeergrafieken wordt verwezen naar het rapport R647102-RY_1. Op 20 mei 2016 is door Mos Grondmechanica binnen het kader van de huidige opdracht aan beide kopse kanten van de kelder een boring uitgevoerd tot maaiveld -3,8 m (maximaal NAP +37,6 m). De boringen zijn afwerkt met een peilbuis. De tijdens het boren vrijgekomen grondslag is visueel geclassificeerd, conform NEN 5104, en tot boorprofiel verwerkt. Voor de resultaten van dit veldwerk wordt verwezen naar het werkverslag R1601343-RH_1, d.d. 25 mei 2016.

4. SCHEMATISERING VAN DE ONDERGROND 4.1

Geotechnisch profiel

De maaiveldhoogte ter plaatse van de sondeerlocaties (uitgevoerd in 2002) varieert van NAP +41,23 m (sondering 4) tot NAP +42,73 m (sondering 11). Ter plaatse van de boringen (uitgevoerd in 2016) bedroeg het maaiveldniveau NAP +41,4 m en NAP +42,6 m. Aan de hand van het uitgevoerde grondonderzoek is het volgende geotechnische profiel opgesteld: 

Vanaf maaiveld is tot NAP +33,0 m à NAP +34,0 m een wisselend pakket van zand en leem aangetroffen. De zandlagen zijn sterk wisselend van dikte en matig dicht tot zeer dicht gepakt. De conusweerstanden variëren van 6,0 MPa tot > 20,0 MPa. De aangetroffen leemlagen zijn overwegend matig zettingsgevoelig.

Vanaf NAP +33,0 m à NAP +34,0 m is tot NAP +25,2 m à NAP +23,7 m een overwegend zeer dicht gepakte zandlaag aangetroffen. In dit zandpakket zijn conusweerstanden geregistreerd van 20 MPa tot 30 MPa en hoger.

Hieronder is tot aan de maximaal verkende diepte van NAP +19,4 m een overgeconsolideerde leemlaag aanwezig. In dit leempakket zijn conusweerstanden gemeten van 2,5 à 3,0 MPa.

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

4.2

-5-

Grondwaterstanden en stijghoogten

In de boringen 1 en 2 is een peilbuis aangebracht. De waterstand in de peilbuizen is gepeild. De resultaten van de metingen zijn in tabel 4-1 opgenomen. Tevens zijn in de tabel de in dezelfde periode uitgevoerde metingen van drie peilbuizen uit het gemeentelijk meetnet opgenomen.

Tabel 4-1:

Gemeten grondwaterstanden Peilbuisgegevens [m + NAP]

nummer peilbuis

1

2

592A

659A

764A

maaiveld

+41,40

+42,60

+45,67

+46,95

+41,07

bovenkant peilbuis

+41,35

+42,55

+45,63

+46,92

+40,99

van

+38,80

+40,00

+43,17

+44,49

+37,57

tot

+37,80

+39,00

+42,67

+43,99

+37,07

diepte filter

Grondwaterstanden en stijghoogten [m + NAP] )

-

-

+44,94

+45,74

+39,89

(1)

+39,56

+40,52

-

-

-

15 juni 2016

+39,60

+40,54

+44,95

+45,77

+39,84

27 juni 2016

+39,72

+40,71

+45,02

+45,92

+40,08

13 juli 2016

+39,80

+40,76

+45,05

+45,92

+39,86

13 mei 2016 20 mei 2016

(1)

Direct na plaatsing van de peilbuis opgenomen en daardoor mogelijk minder betrouwbaar

Op basis van metingen uit het meetnet van de gemeente Enschede aangevuld met metingen uit DinoLoket zijn door Mos Grondmechanica voor maart 1997, april 2007 en januari 2011 isohypsenpatronen opgesteld. Een uitsnede hieruit voor de projectlocatie en omgeving is in bijlage B opgenomen. Hieruit wordt voor de locatie een grondwaterstand omstreeks NAP +39,5 à +41 m herleid. De grondwaterstand in januari 2011 was circa 0,5 m hoger dan in maart 1997 en april 2007. Uit het grondwaterarchief van de gemeente Enschede zijn de gegevens van peilbuizen in de omgeving van het project opgevraagd. Van enkele relevante peilbuizen zijn in het archief gegevens aanwezig, dit betreffen allemaal peilbuizen met recente metingen. De locaties van de peilbuizen zijn in bijlage B op een topografische ondergrond aangegeven. Ook zijn in bijlage B de tijdstijghoogtelijnen van de peilbuizen opgenomen. In tabel 4-2 is een aantal kenmerken van de peilbuizen aangegeven. Tevens is in deze tabel een aantal statistische grootheden van de gemeten grondwaterstanden opgenomen.

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

Tabel 4-2:

peilbuis

-6-

Statistische uitwerking van een aantal peilbuizen uit het meetnet van de gemeente Enschede maaiveld

filter

statistische eigenschappen

van

tot

HG

GHG

Gemiddelde

GLG

[m + NAP]

[m + NAP]

[m + NAP]

[m + NAP]

[m + NAP]

[m + NAP]

[m + NAP]

133A

+43,36

+41,25

+40,75

+42,03

+41,8

+41,5

+41,3

296A

+40,49

+35,65

+35,15

+38,75

+38,3

+37,7

+37,2

584A

+42,58

+40,04

+39,54

+41,1

o.g.

+40,5

o.g.

585A

+41,21

+38,62

+38,12

+39,6

o.g.

+38,8

o.g.

592A

+45,67

+43,17

+42,67

+45,27

+45,0

+44,8

+44,5

596A

+40,74

+38,17

+37,67

+40,67

+39,1

+38,7

+38,2

659A

+46,95

+44,49

+43,99

+46,11

+45,9

+45,5

+45,1

764A +41,07 +37,57 +37,07 +40,24 +39,9 +39,6 +39,2 o.g. = onvoldoende gegevens HG = hoogst gemeten grondwaterstand GHG = gemiddeld hoogste grondwaterstand GLG = gemiddeld laagste grondwaterstand Definitie gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): Om de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) te bepalen is een meetreeks noodzakelijk van ten minste acht hydrologische jaren, waarbij op of omstreeks de 14de en 28ste van iedere maand de grondwaterstand of stijghoogte is bepaald. Vervolgens wordt per hydrologisch jaar (van 1 april tot en met 31 maart) het rekenkundig gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden bepaald (HG3). De gemiddeld hoogste grondwaterstand is de gemiddelde waarde van tenminste de HG3's van acht jaren. De bepaling van de gemiddeld laagste grondwaterstand gaat identiek, alleen voor de laagste grondwaterstanden. Uit de definitie van de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste grondwaterstand valt af te leiden dat deze met een bepaalde frequentie worden over- en onderschreden. Dit betekent dat de GHG niet als absoluut maximum grondwaterstand kan worden gehanteerd. En de GLG kan niet worden gehanteerd als absoluut minimum grondwaterstand. Ook de hoogst gemeten grondwaterstand kan niet worden beschouwd als een absoluut maximum grondwaterstand.

Het is namelijk niet waarschijnlijk dat juist een meting van de grondwaterstand plaatsvindt als de grondwaterstand op het hoogste niveau staat.

5. BESCHOUWING GEOHYDROLOGISCHE OMSTANDIGHEDEN De Van Heek garage bevindt zich ten noorden van de projectlocatie. De grondwaterstroming is globaal in westelijke richting. De projectlocatie bevindt zich dus niet direct in het gebied waar de meeste opstuwing dan wel daling van ten gevolge van de Van Heek garage (barrière) wordt verwacht (direct boven en benedenstrooms). In de nabijheid van de projectlocatie zijn geen peilbuizen in het gemeentelijk meetnet aanwezig met recente metingen. De dichtstbijzijnde peilbuizen met recente metingen betreffen de peilbuizen 764A (ten noorden van de projectlocatie) en de peilbuizen 592A en 659A (ten oosten van de projectlocatie). De peilbuis 764A vertoont een in de tijd stijgende tendens, deze peilbuis bevindt zich aan de andere kant van de Van Heek garage (barrière), en is daarom mogelijk minder relevant voor de projectlocatie. De andere twee peilbuizen, beide bovenstrooms van de projectlocatie, vertonen geen stijgende tendens. Een eenduidige uitspraak over de invloed van de Van Heek garage op het grondwaterregime op de projectlocatie kan op basis van de beschikbare gegevens niet worden gedaan.

In de analyse van de grondwaterstand uit 2003 (R656603-RH_1) is voor de oostkant een GHG van NAP +41,0 m herleid en voor de westkant NAP +39,2 m en een verwachtte extreme waarde (overschrijding 1/10 jaar) van NAP +41,3 m aan de oostzijde en NAP +39,7 m aan de westzijde.

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

-7-

De op de projectlocatie gemeten grondwaterstanden (mei tot juli 2016) aan de oostzijde varieerden tussen NAP +40,5 m en NAP +40,8 m en aan de westzijde tussen NAP +39,6 m en NAP +39,8 m. Dit betrof een relatief natte periode met hoge grondwaterstanden (de grondwaterstanden in de peilbuizen uit het meetnet van de gemeente was globaal gelijk aan de GHG). Op basis van deze metingen wordt geconcludeerd dat de inschatting van de GHG aan de oostzijde met de metingen overeenkomt, de GHG aan de westzijde lijkt op basis van de metingen te laag te zijn ingeschat.

Op basis van de beschikbare gegevens wordt daarom de prognose voor de westkant naar boven bijgesteld, de prognose voor de oostkant blijft ongewijzigd: oostkant: GHG = NAP +41,0 m, verwachte extreme waarde NAP +41,3 m (overschrijding 1/10 jaar) westkant: GHG = NAP +40,0 m, verwachte extreme waarde NAP +40,4 m (overschrijding 1/10 jaar) Tussen de oost- en de westkant kan lineair worden geïnterpoleerd.

In het eerdere advies (R656603-RH_1) is, indien in perioden met hoge grondwaterstanden een beperkte afvoer naar een riool wordt toegestaan, een niveau van de bestrating geadviseerd op GHG + 0,5 m (NAP +41,5 m c.q. NAP +40,5 m), waarbij op 0,7 m onder het bestratingsniveau drains worden aangebracht (in een met goed doorlatend zand aangevulde sleuf). Indien in principe geen afvoer wordt toegestaan, dient het niveau van de bestrating op de extreme grondwaterstand + 0,3 m te worden gekozen (NAP +41,6 m c.q. NAP +40,7 m).

In de huidige plannen is de bovenkant van de bestrating voorzien op NAP +40,5 m (oostzijde) en NAP +40,0 m (westzijde). Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat op basis van bovenstaande analyse deze niveaus alleen kunnen worden aangehouden, indien bij hoge grondwaterstanden een beperkte afvoer naar het riool wordt toegestaan.

Opgemerkt wordt dat deze analyse is gebaseerd op actuele metingen en metingen uit het verleden. Door veranderende omstandigheden zoals bijvoorbeeld de aanleg van kelders of veranderende klimatologische omstandigheden kan in de toekomst het grondwaterregime veranderen.

Opgesteld door: ir. D.P.J. Oostveen (088 - 51 30 218)

Rhoon, 20 juli 2016 Mos Grondmechanica B.V.

Contr. : h.t.

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

Bijlage A Grondwaterstanden

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

36 01-01-72

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

01-01-76

01-01-80

01-01-84

01-01-88

01-01-92

Datum

01-01-96

01-01-00

01-01-04

01-01-08

01-01-12

Meetreeksen Grondwatermeetnet Enschede

01-01-16

01-01-20

764A

659A

596A

592A

585A

584A

296A

133A

Opdracht : 1601343 Plaats : Enschede Project : Plan Het Ledeboer

MOS GRONDMECHANICA B.V. Postbus 801, 3160 AA Rhoon - Telefoon: 010 - 50 30 200 - URL: www.mosgeo.com

Stijghoogte [m + NAP]

40

40,5

339,5 9,5

40

39

39

339, 8,55

38,5

39 38

38 38,5 37,5

40,5

41

41

41,5

▬▬ Isohypsen maart 1997 ▬▬ Isohypsen april 2007 ▬▬ Isohypsen januari 2011

5 454,5 45

44,545 44,5

44 44,5 44

43,5 44 43,5

43

43, 435

42,5

42,5 43

42

42 42,5

41,5

41,5

5 ,5 5, 45 4

37 38

46

37,5

661A 45

45

37,5

38,5

5

44 ,5 44, 5

44,

444 4

44

4433,5,5

43 43 43,5

42,5 4342,5

4242,5

42 41,5

41

41,5

40,5 40 ,5

41

40 40

40,5

39,5

39,5

439 0

38,5

39,5

38 38,5

39

38

37

37,5 38

37,5

36,5

45

37

37,5

41,5 41, 5

42,5

42,5

42,5

43,5 43,5

44 44

44

43 43 43,5

43

42

42

42 41,5

41

41

41 40 ,5

40,5

40 40 4 0,5

39,5 39,5

39

39,5

38,5

38,5 39 38

39

40

37

38,5

37

44,5

44,5

44,5

36,5

764A 45

133A

39

40

41

42

43

44

42

42 41

595A

41,5

40,5

594A

44

41

40

597A

43

39

434A 43

585A

42

38 296A

42

569A 41

38

599A

40

285A 527A 41

286A 40

37,5

433A 39

37,5

178T

38

38

36,5

37,5

334A

558A

570A

352A 567A 567B

568A 335A

280A

297A

locatie Project

584A 592A

660A

657A 591A

655A 596A 662A 659A

593A

4549

MOS GRONDMECHANICA B.V.

d

Hieronder treft u de dienstverlening van Mos Grondmechanica b.v. aan. Voor specifieke diensten die niet direct in het overzicht terug zijn te vinden kunt u uiteraard vrijblijvend contact met ons opnemen. VELDWERK

GEOTECHNISCH ADVIES

Sonderen op land, water en in beperkte ruimte, electrisch, waterspanning, dissipatie, seismisch, magnetisch, geleidbaarheid, Bolconus, T-bar en slagsonderen

Paalfundering Fundering op staal Grondkerende constructies Bouwputontwerp Omgevingsbeïnvloeding (Plaxis) Zettingsanalyse (bouwrijp maken, opslagtanks) Taludstabiliteit Tankbouwadvies Trillingsprognose Schade expertise Review en 2nd Opinion

Geotechnisch boren en (on)geroerde monstername Sonisch boren Peilbuizen en waterspanningsmeters plaatsen X, Y en Z metingen en Lintvoegmetingen Plaatdruk-, CBR- en CPM proeven In situ doorlatenheidsproeven LABORATORIUM Classificatie proeven (o.a. vol. gewicht, KVD, PI) Samendrukkingsproeven (Oedometer en CRS) Triaxiaalproeven DS en DSS-proeven Doorlatenheidsproeven Dichtheidsbepaling (Proctor en CBR) Cementbentoniet onderzoek GEOMONITORING Deformatiemeting (inclino- en extensometing) (Grond)waterspanningsmeting Zettingsmonitoring Trillingsmonitoring (SBR) Akoestische doormeten van palen (CUR 109) Online meetgegevens via portal Tankmonitoring (conform EEMUA 159)

GEOHYDROLOGISCH ADVIES Bemalingen (incl. retourbemalingen) Vergunningsaanvragen Pompproeven Warmte Koude Opslag Omgekeerde Osmose. Barrierewerking Drainage Infiltratie hemelwater BEMALINGEN (MOS GRONDWATERTECHNIEK B.V.) Bronbemaling Ondergrondse energie-opslag Pomp- en leidingsystemen Brandputten

MILIEU (MOS MILIEU B.V.)

OVERIG

Verkennend-, nader- en saneringsonderzoek Partijkeuringen besluit bodemkwaliteit (Bbk) Saneringsbegeleiding. Waterbodem onderzoek. Vergunning aanvragen. 2nd Opinion / Contra-Expertise Bodemonderzoeken.

Funderingsonderzoek (F3O), Heitoezicht, Uitvoeringsbegeleiding

Meer weten? Vragen? Offerte aanvragen?

Bezoek onze website www.mosgeo.com Mail ons op info@mosgeo.com Mail ons op offerte@mosgeo.com

Mos Grondmechanica opereert structureel vanuit 5 vestigingen in Nederland en in Suriname. Via het zusterbedrijf Mosgeo b.v. worden wereldwijd projecten uitgevoerd, daar waar onze specifieke kennis en ervaring wordt gevraagd. In Liberia heeft Mosgeo b.v. een dochtermaatschappij: Mosgeo Liberia Inc.

MOS GRONDMECHANICA B.V. Correspondentieadres :

Postbus 801, 3160 AA Rhoon

Centraal telefoonnummer :

Hoofdkantoor Rhoon

Kleidijk 35

3161 EK

Rhoon

Vestiging Helmond

Vossenbeemd 90B

5705 CL

Helmond

Vestiging Almelo

Het Wendelgoor 13

7604 PJ

Almelo

Vestiging Halfweg

Haarlemmerstraatweg 149B

1165 MK

Halfweg

Mosgeo B.V.

Kleidijk 35

3161 EK

Rhoon

Vestiging Suriname

Ds Martin Luther Kingweg 150

District Wanica

Suriname

+31(0)88-5130200

Tel. +597-488188

m

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

16

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

1.3.1. Begrenzing plangebied

1.3.2. Begrenzing onderzoeksgebied

Gemeentelijke beleidskaart

Archeologische waarden

Archeologische monumenten (AMK-terreinen)

Onderzoekslocaties en waarnemingen

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?

Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten?

Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?

Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?

Geraadpleegde websites

Bijlage 1

Maaiveldhoogte:

41,35

Maaiveldhoogte:

42,06

Referentievlak:

N.A.P.

Referentievlak:

N.A.P.

Boring: 1

Boring: 2 0

0 X:

258212,18

Y:

470802,57 25

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor, scherp, bouwvoor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken zand, licht grijsgeel, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond

50

0

0 X:

258248,03

Y:

470820,53

50

75

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken zand, matig puinhoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond 50

75

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken zand, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, vergraven 100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken zand, laagjes puin, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, scherp, vergraven Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken zand, donker grijsbruin, Edelmanboor, brokken Chor, scherp, vergraven

100

125

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken zand, licht grijsbruin, Edelmanboor, scherp, vergraven

150

200

150

200 220

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor, Chor, bodem, slecht, slecht

230 240

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Fluvioperiglaciale Afzettingen, slecht, slecht

250

250

Projectcode:

2021-0405

Boormeester: Projectleider:

Ron Boers Adriana Bakker

Projectnaam:

Enschede, Ledeboerterrein

Schaal:

1: 30

getekend volgens NEN 5104

Bijlage 1

Maaiveldhoogte:

42,59

Referentievlak:

N.A.P.

Boring: 3 0

0 X:

258278,67

Y:

470846,07 30

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, matig grindhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, zwak grindhoudend, brokken zand, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, scherp, vergraven

50

95

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken zand, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor, scherp, vergraven

150

200

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, brokken zand, neutraalgeel, Edelmanboor, vergraven 230 240

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraal oranjegeel, Edelmanboor

Projectcode:

2021-0405

Boormeester: Projectleider:

Ron Boers Adriana Bakker

Projectnaam:

Enschede, Ledeboerterrein

Schaal:

1: 30

getekend volgens NEN 5104

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis

blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Bijlage 3 Parkeren

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

53

Parkeren Plan Ledeboer: Berekening totale parkeerbehoefte en rekening houdend met reductiefactoren. Reductiefactoren:  Toepassing deelauto-concept Een deelauto-concept kan worden toegepast. 1 deelauto vervangt 4 voertuigen. Hierbij geldt dat maximaal 20% van de totale parkeerbehoefte mag worden ‘vervangen' door deelauto’s. Het is wenselijk dat het deelauto-concept op een duurzaam wijze wordt vormgegeven (bijvoorbeeld elektrische voertuigen).  Realiseren goede fietsenstalling Bij realisatie van een goede fietsenstalling (volgens aanvullende voorwaarden) mag een reductiefactor van 10% worden toegepast op de parkeerbehoefte.  .Geen parkeervergunning voor bewoners Bij het toepassen van mogelijke reductiefactoren is er geen mogelijkheid voor bewoners om een parkeervergunning of bezoekersvergunning te krijgen.  Bezoekersparkeren Het bezoekersparkeren kan worden opgevangen in de openbare ruimte/omliggende parkeergarages.

Woningprogramma Het woonprogramma is recent (april 2020) enigszins aangepast. Het is de bedoeling dat het woonprogramma niet volledig ‘vast' wordt gelegd, maar dat er enige mate van flexibiliteit is. Om de parkeerbehoefte te bepalen is het woningprogramma vertaald naar de woningcategorieën conform de parkeernormering. In onderstaande tabel is het woningbouwprogramma vertaald voor de berekening van de parkeerbehoefte.

De 8 grondgebonden woningen krijgen de beschikking over een ‘privéparkeerplaats’ op het interne parkeerterrein. Hier wordt in het vervolg van de berekening ook rekening mee gehouden.

Parkeerbehoefte Op basis van het woningbouwprogramma is de totale parkeerbehoefte van het plan berekend. Deze berekening is gemaakt op basis van de “Nota Parkeernormen Enschede 2017”.  Ligging plangebied Het plangebied ligt in het “centrumgebied”. Voor de parkeernormen in het centrumgebied zijn gegevens over het gebruik van deelmobiliteit, fietsgebruik en gebruik van openbaar vervoer algemeen verdisconteerd in de parkeernormen. Om in het gebied uit te gaan van een duurzame (deel)mobiliteit is het wenselijk om uit te gaan van de parkeernormering in de schilwijken/binnensingelgebied. In deze parkeernormering zijn aspecten rondom collectief vervoer, deelmobiliteit beperkter van invloed op de parkeernormering.  Algemene parkeerbehoefte Bij het bepalen van de algemene parkeerbehoefte is - ook in het vervolg van de berekeningen - rekening gehouden met het gebruik van het parkeerterrein door medewerkers van de Stadsbank. Dit is onderdeel van een overeenkomst tussen de ontwikkelaars en de Stadsbank. Het gaat hierbij om het gebruik van 35 parkeerplaatsen overdag op werkdagen. In het vervolg van de parkeerberekening wordt hier in algemene zin rekening mee gehouden. Specifieke afspraken rondom het gebruik van het parkeerterrein zijn zaak tussen de ontwikkelaars en de Stadsbank. In onderstaande tabel is de totale parkeerbehoefte van het plan beschreven.

Parkeerbalans Verschillende gebruikers (doelgroepen) maken gebruik van de parkeervoorzieningen in het planLedeboer. Niet alle doelgroepen kennen op hetzelfde moment hun parkeerbehoefte. Daarom is gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages van de verschillende doelgroepen op de verschillende momenten van de dag/week. In onderstaande tabel zijn de aanwezigheidspercentages per doelgroep weergegeven. Deze aanwezigheidspercentages zijn gebaseerd op de richtlijnen van het CROW en zijn opgenomen in de “Nota Parkeernormen Enschede 2017”.

Bewoners:

Bewoners met een vaste parkeerplaats. Deze parkeerplaats is dus qua aanwezigheidspercentage op elk moment van de dag 'bezet'

Werknemers:

Met de Stadsbank zijn afspraken gemaakt dat de parkeerplaatsen voor de Stadsbank van 09.00 tot 17.00 uur beschikbaar zijn

In de volgende tabel is de parkeerbalans op de verschillende momenten van de dag/week beschreven. De maximale verwachte parkeerbehoefte ligt op een werkdagavond en op een zaterdagavond. Dan is er behoefte aan respectievelijk 113 en 114 parkeerplaatsen.

Reductiefactor: Fietsenstalling De reductiefactor voor de realisatie van een goede en makkelijk bruikbare fietsenstalling wordt ingeschat op 10%. Door een optimale fietsvoorziening te realiseren wordt het gebruik van de fiets als hoofdvervoersmiddel en als voor- en natransport bij openbaar vervoer gestimuleerd. Op basis van de huidige planvorming wordt een gezamenlijke fietsvoorziening gerealiseerd voor de gestapelde woningen. Dit betekent dus voor de bouwblokken A, B en C. De reductiefactor is dan ook van toepassing op de parkeerbehoefte van bewoners van deze bouwblokken. In onderstaande tabel is weergegeven wat de parkeerbehoefte van bewoners in de bouwblokken A, B en C is.

Op basis van de hierboven weergegeven parkeerbehoefte op de verschillende momenten op de dag/week, is de reductie berekend. In onderstaande tabel is dit doorgerekend voor de totale parkeerbalans.

Bij het toepassen van de reductiefactoren “goede fietsenstalling” is er sprake van een maximale parkeerbehoefte van 107 parkeerplaatsen op een werkdagavond. De zaterdagavond kent een parkeerbehoefte van 106 parkeerplaatsen.

Voor het toepassen van deze reductiefactor moet goed worden gekeken naar de daadwerkelijke invulling van de fietsenstalling. Eerder is geconcludeerd dat deze in elk geval gezamenlijk toegankelijk moet zijn. Daarnaast is het ook wenselijk dat deze erg gemakkelijk in het gebruik is. Het is aan de ontwikkelaar om eerst aan te tonen dat aan deze voorwaarde wordt voldaan en dat daarbij een extra ‘plus’ wordt gerealiseerd waardoor het fietsen meer wordt gestimuleerd. Dit kan pas worden getoetst wanneer de daadwerkelijke plannen meer definitief zijn. Reductiefactor: Deelauto's. Voor het toepassen van de reductiefactor voor het gebruik van deelmobiliteit wordt de aanname gehanteerd dat 1 deelauto 4 voertuigen vervangt. Hierbij geldt dat maximaal 20% van de totale parkeerbehoefte mag worden ‘vervangen' door deelauto’s. Hierbij is de parkeerbehoefte voor de privéparkeerplaatsen buiten beschouwing gelaten. In onderstaande tabel is weergegeven wat de parkeerbehoefte van de overige bewoners is.

De maximale parkeerbehoefte die kan worden ‘ingezet’ voor deelmobiliteit is 15,5 parkeerplaatsen (20%). Dit betekent dat in de basis 4 deelauto’s kunnen worden ingezet om de totale parkeerbehoefte met 15,5 parkeerplaatsen te kunnen verminderen. De restbehoefte van 0,5 parkeerplaatsen kan, gezien het maximale afgesproken percentage, niet worden vervangen door deelmobiliteit. Dit betekent dat op het drukste moment (voor bewoners; nacht) een parkeerbehoefte 62,2 (63) parkeerplaatsen ontstaat. Dit is 81% van de oorspronkelijke parkeerbehoefte (exclusief de deelauto’s zelf). Om het effect van het gebruik van deelmobiliteit op de overige momenten van de dag/week in beeld te brengen, is de ‘oorspronkelijke’ parkeerbehoefte (na het toepassen van de reductiefactor ‘goede fietsenstalling’) op deze momenten ook gecorrigeerd met 19%. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte van bewoners in het plangebied weergegeven.

Voor het plangebied geldt dat in de nachtperiode in totaal een behoefte van 75 parkeerplaatsen ontstaat. Totale parkeerbalans Met het toepassen van bovengenoemde reductiefactoren ontstaat er voor het bouwplan een maximale parkeerbehoefte van 99 parkeerplaatsen op een zaterdagavond. Een gemiddelde werkdagavond kent een parkeerbehoefte van 98 parkeerplaatsen. Overdag is de parkeerbehoefte 52 parkeerplaatsen op basis van de aanwezigheid van bewoners en bezoekers op dat moment. Voor werknemers van de Stadsbank moeten er overdag echter nog 35 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit betekent dat de totale parkeerbehoefte overdag over 87 parkeerplaatsen ligt. De parkeerbehoefte op zaterdagavond ligt hoger dan overdag en is dan ook maatgevend. Dit betekent dat in het bouwplan rekening moet worden gehouden met 99 parkeerplaatsen.

Conclusie Op basis van hetgeen hiervoor is beschreven moet worden geconcludeerd dat met het voorliggende bouwprogramma 99 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. In dit getal zijn de reductiefactoren, het inzetten op deelmobiliteit en realisatie van een goede fietsenstelling, verwerkt.  Deel bezoekersparkeren in openbare ruimte Een deel van het bezoekersparkeren wordt in het openbare gebied opgevangen. Hiermee kan de totale parkeercapaciteit binnen het plangebied worden beperkt, gezien de wens voor een duurzame en groene inrichting van het binnengebied.

Gevolg hiervan is dat bezoekers parkeerruimte moeten zoeken in het openbare gebied. Hierbij wordt opgemerkt dat het parkeren in de omliggende straten beperkt is. In de Spelbergsweg is voldoende parkeermogelijkheid aanwezig. In dit gebied is echter een vergunninghouderregime van kracht. Dit betekent dat er niet door bezoekers kan worden geparkeerd. Parkeren moet dan plaatsvinden in de nabijgelegen parkeergarages (Parkeergarage Mooienhof en H.J. van Heekgarage). De druk op de parkeervoorzieningen in en rond de binnenstad is hoog en wordt in de toekomst nog hoger verwacht.

Bijlage 4 Aanmeldnotitie vromvrije m.e.r.

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

59

Aanmeldingsnotitie t.b.v. vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Ledeboerterrein

29 oktober 2021

-1-

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING Initiatiefnemer en het bevoegd gezag Aanleiding en doel van deze notitie Inhoud van de notitie

3 3 3 3

2 2.1 2.2

DE PLAATS EN DE KENMERKEN VAN HET PROJECT De plaats van het project De kenmerken van het project

4 4 5

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

KENMERKEN VAN DE POTENTIËLE EFFECTEN Referentiesituatie voor effectbeschrijving Natuur Water en bodem Landschap, cultuurhistorie en archeologie Verkeer Luchtkwaliteit Geluid Trillingen Geur Externe veiligheid Duurzaamheid en klimaat Sociale aspecten

7 7 8 9 10 10 11 11 12 12 12 12 14

4

CONCLUSIE

15

-2-

1

Inleiding

1.1

Initiatiefnemer en het bevoegd gezag Deze aanmeldingsnotitie is opgesteld door VOF Het Ledeboer namens: - Naam: VOF Het Ledeboer - Adres: Eeftinksweg 50, 7541 WE Enschede Hierna te noemen ‘initiatiefnemer’. Gemeente Enschede treedt op als bevoegd gezag om een besluit te nemen over de mogelijke m.e.r.plicht voor de benodigde bestemmingsplanherziening voor de beoogde ontwikkeling.

1.2

Aanleiding en doel van deze notitie Initiatiefnemer is voornemens om een perceel tussen de Ledeboerstraat en de Spelbergstraat in Enschede te herontwikkelen tot een terrein met maximaal 120 wooneenheden. Om de voorgenomen herontwikkeling mogelijk te maken wordt bestemmingsplan ‘Ledeboerterrein’ opgesteld. Op basis van de kenmerken van de voorgenomen activiteit geldt mogelijk een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de bestemmingsplanherziening. Voor de zekerheid wordt uitvoering gegeven aan deze mogelijk plicht. De voorgenomen activiteit is namelijk mogelijk te scharen onder activiteit D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.): 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De bijbehorende drempelwaarden (1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen en 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden ruimschoots niet overschreden. Dit vormt een eerste indicatie dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn.

Het doel van voorliggende aanmeldingsnotitie is om te beschrijven wat de aard en omvang van de ingreep en de aard en omvang van de milieueffecten van deze ingreep zijn en of deze zodanig zijn dat een m.e.r.procedure (het opstellen van een MER) nodig is. Op basis van voorliggende aanmeldingsnotitie kan het bevoegd gezag (gemeente Enschede) beoordelen en besluiten of zij voor de benodigde bestemmingsplanherziening een m.e.r.-procedure nodig acht. Het besluit om al dan niet een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen wordt verwerkt in de bestemmingsplantoelichting.

1.3

Inhoud van de notitie Voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt, evenals voor de ‘gewone’ m.e.r.-beoordeling, dat deze inhoudelijk in moet gaan op de criteria zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn inzake milieueffectbeoordeling (85/337/EEG zoals gewijzigd door de richtlijnen 97/11/EG en 2003/35/EG): 1. de kenmerken van het project: omvang, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico van ongevallen (m.n. door gebruikte stoffen of technologieën); 2. de plaats van het project (kwetsbaarheid van het omliggende milieu): bestaande grondgebruik, rijkdom, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen, opnamevermogen van het natuurlijke milieu (met name aandacht voor gebieden als wetlands, reservaten en natuurparken, speciale beschermingszones, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang); 3. de kenmerken van de potentiële effecten in samenhang met de kenmerken en plaats van het project: het bereik/grootte van het effect (afstand en getroffen bevolking), grensoverschrijdende effecten, complexiteit, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

Het is daarbij gebruikelijk om de effecten van het hele plan/project in beeld te brengen en niet alleen de effecten van de onderdelen waarvoor de plicht tot (vormvrije) m.e.r.(-beoordeling) geldt.

-3-

De kenmerken van het project en de plaats van het project (criteria 1 en 2) worden in hoofdstuk 2 beschreven. De potentiële milieu-/omgevingseffecten worden in hoofdstuk 3 beschreven. Op basis daarvan wordt vervolgens in hoofdstuk 4 aangegeven of belangrijke nadelige milieugevolgen uit zijn te sluiten. Het bevoegd gezag neemt op basis van de inhoud van deze notitie een besluit of er een (volledige) m.e.r.(-beoordeling) nodig is.

2

De plaats en de kenmerken van het project

2.1

De plaats van het project Het plangebied ligt in het centrum van Enschede en wordt globaal begrensd door de Ledeboerstraat aan de noordzijde, de Spelbergsweg aan de zuidzijde en achterterrein van bestaande bebouwing aan de west- en oostzijde. In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied indicatief weergegeven in haar wijdere omgeving. Afbeelding 2.1: Ligging plangebied in wijdere omgeving

In onderstaande afbeelding is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Het plangebied is circa 9.250 m² groot.

-4-

Afbeelding 2.2: Begrenzing plangebied (rood omkaderd)

Het is nu een overwegend braakliggend terrein met enkele gebouwen. Op het terrein zijn een bestaande hal, een woning en enkele garageboxen aanwezig. Deze zullen gesloopt worden. Voor de hal en de garageboxen zijn gebruiksovereenkomsten gesloten voor tijdelijk gebruik. Het gebied wordt aan alle zijden omgeven door stedelijk gebied (bebouwing en wegen). In de nabije omgeving bevinden zich geen gebieden met hoge landschappelijke- of ecologische waarden (zie verder paragraaf 3.2 voor het onderwerp natuur).

2.2

De kenmerken van het project Motivering activiteit Het gaat vooral om het toevoegen van een geschikt woonprogramma (huur en koop) aan de stad Enschede op een terrein met langdurig braakliggende gronden en verouderde bebouwing. Kenmerken van de activiteit Initiatiefnemer is voornemens om een perceel tussen de Ledeboerstraat en de Spelbergstraat in Enschede te herontwikkelen. Het betreft de ontwikkeling en bouw van twee appartementencomplexen, beneden-bovenwoningen en grondgebonden woningen met bijbehorende parkeerplaatsen en groen. In totaal zullen er maximaal 120 wooneenheden komen. Om de voorgenomen herontwikkeling mogelijk te maken moet bestaande bebouwing gesloopt worden. Zie onderstaande afbeeldingen voor de beoogde inrichting van het plangebied en een impressie van de beoogde bebouwing. De bebouwingshoogtes voor de weergegeven onderdelen A, B, C en D zijn naar huidig inzicht respectievelijk maximaal 15 meter, 21 meter, 30 meter en 13 meter. In de bestemmingsplantoelichting wordt het plan/project in meer detail beschreven.

-5-

Afbeelding 2.3: beoogde inrichting plangebied en impressie bebouwing

C

B

A

Planning en tijdsduur activiteit Als het bestemmingsplan is vastgesteld hoopt initiatiefnemer kort daarna te kunnen beginnen met de bouw van het project. Verwachting is dat het binnen twee jaar na aanvang afgerond kan worden. De gebruiksfase is voor onbepaalde tijd. Cumulatie met andere projecten Het plangebied ligt in het centrum van Enschede. Daar zijn altijd ontwikkelingen gaande. Een grote verwachte ontwikkeling op circa 300 meter ten noordwesten van het plangebied is ‘Kop Boulevard’. In dit project worden naar verwachting circa 550 appartementen ontwikkeld. Voor dit plan wordt nieuwbouw opgericht, deels als vervanging van bestaande bebouwing. Op gebied van verkeer kan er in theorie cumulatie van effecten met andere ontwikkelingen in de binnenstad optreden. De netto toename van gemotoriseerd verkeer als gevolg van de projecten is echter klein ten opzichte van de grote hoeveelheid

-6-

verkeer die nu al rond en in het centrum rijdt. Ook wordt de infrastructuur rond het centrum fors verbeterd op dit moment. Er is geen sprake van relevante cumulatieve effecten ten gevolge van projecten in de omgeving. Dit geldt daarmee ook voor de cumulatie van eventuele milieueffecten als gevolg van verkeer. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling vergt bouwstoffen en energie voor de bouw. Als gevolg van het nieuwe plan wordt verder geen bijzonder nieuw beslag op natuurlijke hulpbronnen gelegd. Ook vindt er geen relevante productie van gevaarlijke of milieubelastende (afval)stoffen plaats. Verontreiniging en hinder Bij zowel de aanleg als bij de ingebruikname van het project zijn ten aanzien van verontreiniging/hinder voornamelijk de aspecten verkeer, geluid en luchtkwaliteit van belang. Deze aspecten worden nader beschreven in hoofdstuk 3 (kenmerken van de potentiële effecten). Risico van ongevallen en veiligheid De beoogde activiteiten in en rond het plangebied zorgen niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Externe veiligheid en verkeersveiligheid komen verder aan bod in hoofdstuk 3.

3

Kenmerken van de potentiële effecten In dit hoofdstuk worden de potentiële effecten van het project aangegeven. Per (milieu)aspect wordt in samenhang met de kenmerken en de locatie van het project bezien of zich bijzondere omstandigheden voordoen met betrekking tot potentiële milieueffecten. Daarbij gaat het niet alleen de effecten van de onderdelen waarvoor de plicht tot (vormvrije) m.e.r.(beoordeling) geldt, maar om effecten van het plan als geheel.

3.1

Referentiesituatie voor effectbeschrijving Algemeen De effecten in een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling worden beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is de situatie die in de toekomst ontstaat als het project/plan niet doorgaat, bestaande uit de huidige situatie plus ‘autonome ontwikkelingen’. Of meer precies (Commissie m.e.r., 20181): • huidige, feitelijke situatie: alle vergunde activiteiten die zijn gerealiseerd (of direct geactiveerd kunnen worden zonder nieuwe gebruiks- of bouwvergunning), uitgezonderd illegale activiteiten. • toekomstige ontwikkelingen binnen en buiten het plangebied (het studiegebied): dit zijn activiteiten die met enige zekerheid zullen plaatsvinden, ook al gaat de voorgenomen activiteit/het plan niet door. • Generieke, planoverstijgende ontwikkelingen: bijvoorbeeld normen/grenswaarden die binnen de planperiode moeten worden bereikt op grond van wetgeving (bijv. max uitstoot van stallen of vrachtwagens) of een autonome groei van het verkeer. Uitzondering Natura 2000: de referentiesituatie voor effecten op Natura 2000-gebieden bestaat alleen uit de feitelijke, huidige situatie. Referentiesituatie voor studiegebied van bestemmingsplan Ledeboerterrein Het plangebied is nu een braakliggend terrein met wild-parkeren en leegstaande panden die deels tijdelijk worden verhuurd.

Onderstaande vogelvluchtfoto geeft een beeld van de feitelijke situatie (maart 2021). In de autonome ontwikkeling ziet het plangebied er nog hetzelfde uit. Wellicht nog wat meer verouderd/verwaarloosd.

1 Zie verder: http://www.commissiemer.nl/documenten/00000263.pdf

-7-

Afbeelding 3.1: vogelvluchtfoto plangebied maart 2021

3.2

Natuur Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden Het plangebied van het bestemmingsplan is niet gelegen binnen de grenzen dan wel in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is op ca. 4,3 km van het plangebied gelegen. De invloedsfeer van de voorgenomen fysieke activiteiten is lokaal. Uitvoering van de voorgenomen fysieke activiteiten hebben geen negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000. Het enig mogelijke relevante effect is dat van stikstofdepositie. Er is een berekening van stikstofdepositie gedaan. Deze is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Daaruit blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Conclusie en mitigerende maatregelen Met voldoende zekerheid kan worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten optreden. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig. Ook is het project niet vergunningsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

Wet natuurbescherming: beschermde planten- en diersoorten Er is een natuurwaardenonderzoek verricht om te bepalen of de realisatie van de ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied vermoedelijk behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Deze benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied. Daarnaast zijn er aanwijzingen gevonden dat verschillende vogelsoorten in het plangebied nestelen, dat sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingslocatie bezetten en dat sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats bezetten. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaatsen bezetten in het plangebied. In het plangebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor

-8-

het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Werkzaamheden moeten daarom afgestemd worden op de voortplantingsperiode van vogels. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en/of amfibieënsoorten, die een rust- en/of voortplantings- locatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor vogels, amfibieën, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, niet aangetast. Mits bezette vogelnesten beschermd worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot overtredingen van de verbodsbepalingen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming te overtreden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Conclusie en mitigerende maatregelen Op grond van het voorgaande kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde soorten op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Mitigerende/preventieve maatregelen om effecten te verminderen zijn niet nodig, anders dan dat bezette vogelnesten beschermd worden in het broedseizoen. Daarnaast heeft het project mogelijk positieve effecten op natuurwaarden ten opzichte van de huidige braakliggende situatie. Zie paragraaf 3.11 voor groenmaatregelen. NNN: Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS genoemd) Op 1,8 kilometer afstand liggen gronden die tot het NNN behoren. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op het NNN. Er worden geen mitigerende maatregelen getroffen om de effecten te verminderen. Afbeelding 3.2: Ligging NNN t.o.v. plangebied

3.3

Water en bodem Waterkwantiteit Er zal per saldo een afname plaatsvinden van het verharde oppervlak ten opzichte van de situatie waarin de oorspronkelijke bebouwing er nog stond. Een groot deel van de bebouwing is inmiddels gesloopt.

-9-

De omgang met hemelwater zal voldoen aan de uitgangspunten van de gemeente Enschede. Dit is uitgewerkt in het waterhuishoudkundig rapport ten behoeve van het bestemmingsplan (‘Waterparagraaf Stadstuin Ledeboer’). Er is een duurzame waterhuishouding ontworpen, gebaseerd op een gescheiden stelsel. In het centrale gebied ontstaat een stadstuin waar ruimte is om het hemelwater van de kavels en de verhardingen te infiltreren. De bodemgesteldheid en grondwaterstanden laten infiltratie toe. Bij de nadere uitwerking zal nog een keuze worden gemaakt voor de exacte invulling van de bergingsvoorzieningen voor het regenwater. Dat kan bijvoorbeeld deels via een wadi en deels via een infiltratieleiding naar een krattenveld. Vuilwater wordt gescheiden van regenwater aangeboden bij de perceelgrenzen. Het vuilwater kan worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel.in de Spelbergsweg en Ledeboerstraat. Er is een onderzoek gedaan naar de grondwaterstand. Dit is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Daaruit blijkt dat de grondwaterstand voldoende diep onder maaiveld staat zodat voldaan kan worden aan de vereiste ontwateringsdiepte. Met uitvoeren van de benodigde waterbergings-/infiltratievoorzieningen treden er geen relevante effecten op. Bodem- en grondwaterkwaliteit Er is een bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bij het bestemmingsplan gevoegd.

De uitkomst daarvan is dat de bodem deels vervuild is en deze plaatselijk gesaneerd zal moeten worden. Deze werkzaamheden zullen voorgaand aan de bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd. 3.4

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschap en cultuurhistorie Het is een positieve ontwikkeling ten aanzien van landschap/stedenbouw. Het is nu een overwegend braakliggend terrein waar geparkeerd wordt. Daarnaast staat er verouderde, (deels) leegstaande bebouwing. Dit gebied wordt ontwikkeld tot een hoogwaardig woonmilieu met veel aandacht voor de gemeenschappelijke (groene) omgeving. Er zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Archeologie Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit is bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek komt naar voren dat de bodem is verstoord tot in de fluvioglaciale afzettingen. Er zijn geen relevante archeologische indicatoren of archeologisch relevante bodemlagen waargenomen. Op basis hiervan kan de hoge tot middelhoge archeologische verwachting naar laag worden bijgesteld voor alle perioden. Het plangebied kan vrijgegeven worden. Mochten bij de graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt volgens de Erfgoedwet nog wel een meldingsplicht.

3.5

Verkeer Verkeersintensiteit en -bereikbaarheid Voor ‘standaard’ huurwoningen bedraagt de verkeersgeneratie volgens het CROW (‘Toekomstbestendig parkeren’, publicatie 38; december 2018) 3,2 verkeersbewegingen per appartement per dag (heen en terug door 1 auto geldt als 2 bewegingen). Voor 120 woningen komt dit neer op 384 verkeersbewegingen. Op deze plek, aan de rand van de binnenstad, wordt ingezet op minder (privé) autobezit. Voor een deel van de woningen worden dan ook minder parkeerplaatsen aangelegd dan volgens de standaard norm (zie hierna). Het extra verkeer zal dan ook lager zijn dan bij 120 woningen op een locatie verder van de binnenstad. De parkeervoorziening is zowel via de Spelbergsweg als de Ledeboerstraat te bereiken. Het verkeer zal zich dan ook direct vanuit het plangebied verspreiden, waardoor het extra verkeer niet op één enkele weg wordt toegevoegd.

- 10 -

De geringe toename van de verkeersintensiteit in de omgeving van het plangebied heeft naar verwachting geen relevante gevolgen voor de verkeersafwikkeling in de omgeving. Verkeersveiligheid Tijdens de bouwfase zal er tijdelijk zwaarder bouwverkeer naar en van de locatie rijden. Er wordt een bouwinrichtings- en verkeersplan opgesteld om gevolgen voor de veiligheid te voorkomen/zoveel mogelijk weg te nemen. Parkeren Uit het uitgevoerde parkeeronderzoek (bijlage bij het bestemmingsplan) blijkt dat er 99 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Daarbij is rekening gehouden met ‘reductiefactoren’, zoals inzet op deelmobiliteit en realisatie van een goede fietsenstelling. Een deel van het bezoekersparkeren wordt in het openbare gebied opgevangen, zodat het een groene inrichting van het binnengebied mogelijk is. Dat gebeurt naar huidig inzicht in de nabijgelegen parkeergarages (Parkeergarage Mooienhof en H.J. van Heekgarage). Met deze uitgangspunten is er binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid voorzien. 3.6

Luchtkwaliteit Met de NIBM-rekentool is nagegaan of de ontwikkeling binnen de getalsmatige begrenzing van het criterium “niet in betekenende mate (NIBM)” valt. Uitgangspunt voor de NIBM-rekentool is de verkeersaantrekkende werking van het plan. Uit de berekening blijkt dat de bijdrage van de ontwikkeling, onder de geldende grenswaarden blijft (dat is het geval tot ca 1400 personenwagenbewegingen per dag), daarmee als ‘niet in betekenende mate’ wordt beschouwd en dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Ook blijven de concentraties verontreinigende stoffen ruimschoots onder de grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties voor fijn stof (PM10 en PM 2,5) en stikstofdioxide (NO2) en wordt voldaan aan het aantal toegestane overschrijdingen van de uurgemiddelde concentraties voor NO2 en 24uursgemiddelde concentraties voor PM10. Er is geen sprake van relevante effecten op de luchtkwaliteit.

3.7

Geluid In de gebruiksfase zullen er geen negatieve effecten zijn in de omgeving wat betreft geluidsproductie vanuit het plangebied. Tijdens de bouwfase kunnen er tijdelijke effecten optreden als gevolg van heien en/of bouwverkeer. Omgekeerd zijn er geen bedrijven/instellingen in de omgeving aanwezig die zorgen voor mogelijk relevante geluidbelasting op de nieuw te bouwen woningen. De toegestane geluidemissie van een nabijgelegen zorginstelling-kinderdagverblijf wordt al beperkt door bestaande woningen waar ook voldaan moet worden aan de geldende geluidnormen. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van wegverkeer op de nieuwe woningen. Hieruit blijkt dat op alle woningen/appartementen vanwege de zoneringsplichtige wegen, Boulevard 1945, Kuipersdijk, Oldenzaalsestraat, aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt voldaan. Het wegverkeer op de 30 km-wegen nabij/aan het plangebied zorgt er echter wel voor dat op alle woningen/appartementen de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede. Dat is het geval.

Omdat de geluidsbelasting op de woningen/appartementen wordt veroorzaakt door het wegverkeer op 30 km-wegen, waarop de Wet geluidhinder niet van toepassing is, kan geen hogere waarde op grind van de Wet geluidhinder worden vastgesteld. Om ervoor te zorgen dat het binnenniveau in de woningen/appartementen ten hoogste 33 dB bedraagt is het noodzakelijk om in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor de gevelwering op te nemen. Met het treffen van deze maatregel zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen van het plan.

- 11 -

3.8

Trillingen In de gebruiksfase zullen er geen negatieve effecten in de omgeving zijn voor wat betreft trillingen. Tijdens de bouwfase kunnen er tijdelijke effecten optreden als gevolg van bouwwerkzaamheden en/of bouwverkeer.

3.9

Geur Vanuit het plangebied is er geen sprake van een relevante geuremissie. Andersom zijn er ook geen relevante geurbronnen in de omgeving die een zorgen voor een relevant geureffect op de nieuwe woningen in het plangebied.

3.10

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten (Bevi), transportroutes (Basisnet) of buisleidingen (Bevb). Met het plan worden geen risicobronnen toegevoegd. Ook zijn er geen relevante risicobronnen in de buurt aanwezig. Daarmee is er ook geen relevante wijziging in het aantal aanwezigen binnen invloedsgebieden van risicobronnen (met oog op groepsrisico). Het project brengt geen belangrijke nadelige gevolgen met zich mee op gebied van externe veiligheid.

3.11

Duurzaamheid en klimaat Het ontwerp is uiteraard conform Bouwbesluit. Daarnaast wordt extra aandacht besteed aan maatregelen op gebied van duurzaamheid (inclusief natuur) en klimaat. Dit is weergegeven in onderstaande afbeeldingen. We ontwikkelen en bouwen zowel de gebouwen als het binnenterrein met aandacht voor klimaat, mens, natuur en economie. Denk hierbij o.a. aan slimme waterberging, een groen binnenterrein maar ook op en aan de gebouwen waar dat kan ten gunste van een betere biodiversiteit.

- 12 -

Afbeelding 3.3: maatregelen duurzaamheid, groen/natuur en klimaat

- 13 -

3.12

Sociale aspecten Het is een positieve ontwikkeling dat dit grotendeels braakliggende terrein wordt ontwikkeld tot hoogwaardig woongebied. Braakliggende terreinen zijn immers zwakke plekken als het gaat om sociale veiligheid.

- 14 -

4

Conclusie Deze notitie gaat in op de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn vanwege de aard van het voornemen (bestemmingsplan Ledeboerterrein), de kenmerken van de omgeving of de impact van het voornemen op de omgeving, die aanleiding geven om een m.e.r.-procedure te doorlopen voor het nieuwe bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de mogelijke effecten van het voornemen beschreven en zijn waar nodig mogelijkheden aangegeven om de mogelijke negatieve effecten te mitigeren, compenseren of anderszins op te lossen. Het gaat bijvoorbeeld om het treffen van maatregelen ten behoeve van waterberging, het niet verwijderen van eventueel aanwezige vogelnesten zolang deze bezet zijn en het aanbrengen van voldoende gevelwering ten aanzien van geluid. Ook treden er positieve effecten op, zoals een betere uitstraling van het gebied en worden er duurzaamheidsmaatregelen getroffen. Met het treffen van de in hoofdstuk 3 beschreven maatregelen zijn er - mede gelet op een integrale beoordeling van alle relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn - geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten.

Oftewel, voor alle beschreven (milieu)aspecten (zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang) zijn er, bezien in samenhang met de kenmerken van het project en de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving /locatie van het project, geen belangrijke nadelige effecten voor het milieu te verwachten. Op basis van de informatie in voorliggende aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag (het college van B&W van gemeente Enschede) een m.e.r.-beoordelingsbesluit waarin zij aangeeft of een volledige m.e.r.procedure nodig is. Het besluit wordt mede gedeeld aan de initiatiefnemer.

- 15 -

Bijlage 5 Bedrijveninventarisatie

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

75

BIJLAGE: Bedrijveninventarisatie Ledeboerterrein e.o.

Adres

Omschrijving

Cat

Milieuaspect

activiteit

Indicatie-

Afstand tot

Invloed op

ve afstand

plangebied

plangebied

1

(in m )

Brinkstraat 70

Kerkgebouw

2

Geluid

30 m

Ca. 40 m

Nee

Brinkstraat 83-83A

Café

1

Geluid

10 m

95 m

Nee

Brinkstraat 87-87A

Beauty and wellness-

1

Geluid

10 m

105 m

Nee

Detailhandel

1

Geluid

10 m

50 m

Nee

Restaurant

1

Geluid, geur en 10 m

Ca. 80 m

Nee

salon Burgemeester Edo Bergsmalaan 1 H.J. van Heekplein 62

gevaar Kuipersdijk 3A

Zonnestudio

1

Geluid

10 m

Ca. 30 m

Nee

Kuipersdijk 3B

(Afhaal)restaurant

1

Geluid, geur en 10 m

Ca. 30 m

Nee

Ca. 25 m

Nee

Ca. 20 m

Nee

Ca. 15 m

Nee

10 m

0m

Ja

gevaar Kuipersdijk 5

(Afhaal)restaurant

1

Geluid, geur en 10 m gevaar

Kuipersdijk 5A

(Afhaal)restaurant

1

Geluid, geur en 10 m gevaar

Kuipersdijk 7

(Afhaal)restaurant

1

Geluid, geur en 10 m gevaar

Kuipersdijk 21-21A

Detailhandel brood en

1

banket

Geluid, geur, stof en gevaar

Kuipersdijk 23-25

Detailhandel

1

Geluid

10 m

0m

Ja

Kuipersdijk 37

Detailhandel

1

Geluid

10 m

Ca. 20 m

Nee

Kuipersdijk 43

(Afhaal)restaurant

1

Geluid, geur en 10 m

Ca. 30 m

Nee

gevaar Kuipersdijk 59

Detailhandel

1

Geluid

10 m

Ca. 65 m

Nee

Ledeboerstraat 56

Bijeenkomstgebouw

1

Geluid

10 m

0m

Ja

Mooienhof 8-10

Kantoren

1

Geluid

10 m

Ca. 50 m

Nee

Mooienhof 12-56/H.J.

Detailhandel

1

Geluid

10 m

Ca. 35 m

Nee

Mooienhof 70

Parkeergarage

2

Geluid

30 m

Ca. 45 m

Nee

Mooienhof 70

Detailhandel

1

Geluid

10 m

Ca. 50 m

Nee

Spelbergsweg 3

Praktijk Hypno- en

1

Praktijk

10 m

Ca. 20 m

Nee

Zorginstelling/kinderda 2

Geluid

30 m

Ca. 14 m

Ja

van Heekplein 62-79

PDS-Therapeut Spelbergsweg 30

gverblijf Spelbergsweg 35

Kantoorgebouw

1

Geluid

10 m

0m

Ja

Spelbergsweg 44

Dansschool

2

Geluid

30 m

30 m

Nee

Bijlage 6 bodem

78

bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Ledeboerstraat / Spelbergsweg in Enschede

ONDERDEEL VAN ENVITA NEDERLAND B.V.

Envita Almelo B.V. Einsteinstraat 12a • 7601 PR ALMELO Tel. +31(0)546 - 53 20 74 info@envita-almelo.nl • www.envita-almelo.nl IBAN NL89 RABO 0368 8801 41 K.v.K. nr. 08153381 BTW-nr. NL 8173.16.851.B.01

WWW.ORTAGEO.NL

Envita Nijmegen B.V. Metaalweg 18 • 6551 AD WEURT Tel. +31(0)24 - 397 57 62 info@envita-nijmegen.nl • www.envita-nijmegen.nl IBAN NL83 RABO 0132 4716 55 K.v.K. nr. 09176867 BTW-nr. NL 8187.94.239.B.01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=427b952a-0ca8-458c-92e5-a510f288349a