f-toelichting Ledeboerterrein
Tekst van het document
Geohydrologische situatie plangebied. Relatief recentelijk (2003) is ten noorden van het plangebied de Van Heekgarage gerealiseerd. Het gaat hierbij om een grootschalige, ondergrondse parkeervoorziening voor ca. 1700 auto's in twee bouwlagen. De parkeergarage heeft een langwerpige vorm waarbij de lengte vele malen groter is dan de breedte en is oost-west georiënteerd. De grondwaterstroming is globaal in westelijke richting. De projectlocatie bevindt zich dus niet direct in het gebied waar de meeste opstuwing dan wel daling van ten gevolge van de Van Heek garage (barrière) wordt verwacht (direct boven en benedenstrooms). In de nabijheid van de projectlocatie zijn geen peilbuizen in het gemeentelijk meetnet aanwezig met recente metingen. De dichtstbijzijnde peilbuizen met recente metingen betreffen de peilbuizen 764A (ten noorden van
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
21
de projectlocatie) en de peilbuizen 592A en 659A (ten oosten van de projectlocatie). De peilbuis 764A vertoont een in de tijd stijgende tendens, deze peilbuis bevindt zich aan de andere kant van de Van Heek garage (barrière), en is daarom mogelijk minder relevant voor de projectlocatie. De andere twee peilbuizen, beide bovenstrooms van de projectlocatie, vertonen geen stijgende tendens. Een eenduidige uitspraak over de invloed van de Van Heek garage op het grondwaterregime op de projectlocatie kan op basis van de beschikbare gegevens niet worden gedaan. In de analyse van de grondwaterstand uit 2003 (R656603-RH_1) is voor de oostkant een GHG van NAP +41,0 m herleid en voor de westkant NAP +39,2 m en een verwachtte extreme waarde (overschrijding 1/10 jaar) van NAP +41,3 m aan de oostzijde en NAP +39,7 m aan de westzijde. De op de projectlocatie gemeten grondwaterstanden (mei tot juli 2016) aan de oostzijde varieerden tussen NAP +40,5 m en NAP +40,8 m en aan de westzijde tussen NAP +39,6 m en NAP +39,8 m. Dit betrof een relatief natte periode met hoge grondwaterstanden (de grondwaterstanden in de peilbuizen uit het meetnet van de gemeente was globaal gelijk aan de GHG). Op basis van deze metingen wordt geconcludeerd dat de inschatting van de GHG aan de oostzijde met de metingen overeenkomt, de GHG aan de westzijde lijkt op basis van de metingen te laag te zijn ingeschat.
Zie ook Bijlage 1 van deze plantoelichting: Analyse grondwaterstand.
3.2
Cultuurhistorie
Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Enschede is als agrarische nederzetting ontstaan in de vroege Middeleeuwen en was het centrum van een reeks buurtschappen rond een aantal essen. In de toenmalige nederzetting stond een 'kasteel' (Het 'Herenhof') en een kleine kerk. In 1325 kreeg Enschede stadsrechten, waarna de toenmalige stad in opdracht van de Bisschop van Utrecht versterkt werd met een dubbele gracht en wallen met hagen. Het plangebied ligt ten zuiden van de oude nederzetting (huidige binnenstad) en ten noorden van een gehucht waar o.a. de familie Lutje Spelberg woonde. Mogelijk ging het hier om een buurtschap op of rond een es. De Kuijpersdijk, de weg langs de 'buurtschap' is op de kadastrale minuut al zichtbaar. Op de kadastrale minuut zijn binnen het plangebied enkele perceelsgrenzen aanwezig en is het land in gebruik als landbouwgrond, tuin of gaardengrond .Het plangebied is onbebouwd. In 1900 is het plangebied nog steeds onbebouwd. Vanaf 1920 is de uitbreiding van de bebouwing in het gebied goed te volgen en ligt het plangebied binnen de wegen Ledeboerstraat en Spelbergsweg. Vanaf 1980 is gehele plangebied bebouwd. Vanaf 2006 ligt een deel van het terrein vervolgens weer braak.
22
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
Afbeelding 9: Kadastrale minuut.
Monumenten in het plangebied In het plangeb ied van het b estemmingsplan "Ledeboerterrein" bevinden zich geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten waarmee in dit b estemmingsplan rekening mee zou moeten worden gehouden. Het betreft hier een b raakliggend terrein waarop, sinds kort, geen bebouwing meer aanwezig is. Oerige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied Naast de afwezigheid van rijks- en/of gemeentelijke monumenten in het plangebied van dit bestemmingsplan, zijn hier ook geen overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren aanwezig waarmee b ij de planvorming rekening had moeten worden gehouden. Archeologisch erfgoed in het plangebied
Afbeelding 10: archeologisch b eleidskaart gemeente Enschede. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" geldt volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Enschede het gebiedstype "onderzoekssgebied type A". In dit type archeologisch gebied worden bewoningsresten verwacht van de eerste erven van Enschede. Het betreft gebieden met oude erven of verdwenen oude erven. Ook kunnen hier bewoningsresten uit eerdere periodes worden aangetroffen. Dergelijke gebieden zijn op de archeologische beleidskaart aangegeven met een 'okergele' kleur. Voor slechts een klein gedeelte van het plangebied (noordoostelijk deel) geldt het gebiedstype "onderzoeksgebied B". Dit gebiedstype betreft gebieden met hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Gebieden met het gebiedstype "onderzoeksgebied B" zijn op de archeologische beleidskaart met een lichtere kleur roze aangegeven. bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
23
Afbeelding 11: Schema gemeentelijk b eleid ten aanzien van archeologie
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling in het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen zijn verwoord in het rapport "Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek Ledeboerterrein Enschede". Dit rapport (Lycens d.d. 1 juli 2021) is als bijlage 2 bij deze plantoelichting gevoegd. De conclusie van dit onderzoek luidt: "Op basis van de resultaten van het onderzoek worden in het plangebied geen archeologische resten verwacht. De verwachting voor het plangebied kan naar laag worden bijgesteld. Hierbij wordt tevens de opmerking gemaakt dat ook in een vrijgegeven plangebied altijd de mogelijkheid bestaat dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Enschede . Conform het gemeentelijk beleid is het rapport vervolgens voor advies voorgelegd aan de regioarcheoloog. De regioarcheoloog heeft de conclusies in het uitgevoerde archeologisch onderzoek onderschreven.
Binnen het plangebied geldt geen archeologische verwachting meer op het aantreffen van archeologische vindplaatsen. Het plangebied kan, op basis van het uitgevoerde archeologische onderzoek, vrijgegeven worden. Mochten bij de graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen geldt, volgens de Erfgoedwet, art. 5.10 een meldingsplicht. Dit kan bij de gemeente Enschede, bij de regio-archeoloog of via het meldingsformulier van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Beschermwaardige bomen in het plangebied De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening Kwaliteit Leefomgeving. Op het bij deze verordening behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de Verorening Kwaliteit Leefomgeving. Het bij de Verordening Kwaliteit Leefomgeving behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die
24
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede.
afbeelding 12: fragment interactieve b omenkaart. op deze kaart zijn beschermwaardige b omen als 'groene stippen' aangegeven (zoals linksonder en middenrechts van deze afbeelding).
In het plangeb ied van het b estemmingsplan "Ledeboerterrein" komen volgens de 'bomenkaart' geen 'beschermwaardige' b omen voor waarmee in dit bestemmingsplan rekening mee moet worden gehouden.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
25
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Beleidsmatige uitgangspunten nieuwe ontwikkeling
Woonvisie. Het plangebied ligt op de overgang van binnenstad naar een woonwijk. Met de appartementen in blokken A, B en C aan de Ledeboerstraat/Mooienhof wordt aansluiting gezocht bij het stedelijke woonmilieu van de omgeving van de binnenstad. Met de grondgebonden woningen van blok D aan de Spelbergweg wordt aansluiting gezocht bij het stedelijke compacte woonmilieu van de wijk Perik. Met dit project wordt de begrenzing van dit deel van de binnenstad afgerond. Dit past in de gedachte van groeien vanuit het Hart, zoals deze in de RO Koers van 2018 is vastgesteld. Tegelijkertijd vormt het bouwen van woningen hier een impuls voor de bestaande voorraad en leefmilieu van de wijk Perik. Door te bouwen op dit braakliggende terrein aan de Spelbergweg wordt de wijk hier afgerond en komen er voor inwoners van de wijk nieuwe doorstroomkansen. *) Tubantia/Twentsche Courant 29 juli 2021: ENSCHEDE - Enschede is één van de snelst groeiende steden in Europa in het aantrekken van mensen in technische b eroepen. Uit een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie CompTia b lijkt dat de kleinere Europese steden de grotere inhalen als het gaat om de werving van 'techmensen'. Enschede staat in het vacature-overzicht op plaats twee. De vraag naar goed opgeleide softwareontwikkelaars domineert de vacatures.
Uit een analyse van bijna 900.000 techb anen met name in de ontwikkeling van software in tien Europese landen b lijkt, dat die b anen nu percentueel vooral worden aangeboden in de kleinere steden. Met name in die steden met hogescholen en universiteiten met een scala aan informaticaopleidingen. De Universiteit Twente en de hogeschool Saxion zorgen voor veel start-ups. Dat kleinere steden het in verhouding nu zoveel beter doen dan de grote is een trend die wordt aangewakkerd door de opkomst van het 'telewerken', denken de Amerikaanse onderzoekers. Sinds corona is werken op afstand veel gangbaarder geworden. Volgens onderzoekers leidt dat er toe dat b edrijven zich afvragen of ze wel zo nodig in de grote prestigieuze steden moeten zitten. In de Woonvisie (2019 met actualisatie in 2020) staan belangrijke thema's omschreven zoals het vasthouden van 'talent' en 'werken aan de inclusieve samenleving'. Met dit project wordt aan beide invulling gegeven. De binnenstad en het aangrenzend gebied is belangrijk voor het vasthouden van talent. Deze mensen hebben veelal een leefstijl waarbij een comfortabele woning in de nabijheid van voorzieningen van de (binnen)stad belangrijk is. Met dit project kan een bijdrage worden geleverd aan zowel woningen voor doorstromers vanuit een huur- naar een koopwoning, als ook voor startende talenten met de huurappartementen.
Daarnaast is binnen de woningvoorraad van de Enschedese woningcorporaties een kwaliteitsslag nodig om ook in de toekomst alle doelgroepen van beleid te kunnen blijven bedienen. Het is daarom belangrijk de voorraad te kunnen vernieuwen. De doelgroep van beleid is divers. Daarom is het in het kader van inclusieve samenleving belangrijk kwalitatief goede woningen in een goede woonomgeving te realiseren. Met dit project kunnen toekomstbestendige huurwoningen worden gerealiseerd waardoor zowel een bijdrage aan een inclusieve samenleving als ook het vasthouden van talent kan worden geleverd.
4.2
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd.
26
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt. Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.
Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.
'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" Het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" voorziet in de realisatie van maximaal 120 woningen waarbij geen andere ontwikkelingen plaatsvinden.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
27
Afbeelding 13: Beoogde ontwikkeling op het Ledeboerterrein- zijde Ledeboerstraat.
Ladder voor duurzame verstedelijking Dit project betreft een stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de woningbehoefte wordt gebruik gemaakt van de 'trendscenario' dat het bureau 'stec' (stadseconomie) voor de gemeente Enschede heeft ontwikkeld. Dit is in onze Woonvisie opgenomen. In 2021 heeft 'stec' dit scenario op basis van de nieuwste prognoses en de Regionale Woonagenda van de provincie Overijssel geactualiseerd. Dit geactualiseerde rapport is als bijlage 11 bij deze plantoelichting gevoegd (Stadsbrede laddertoets Enschede, d.d. 8 juni 2021). Hieruit komt naar voren dat er tot 2031, 3225 woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd. Pas voor een deel hiervan (1215 woningen per peildatum 1 januari 2021) is een bestemmingsplan gemaakt. De woningen binnen dit project passen dan ook binnen de behoefte. Het betreft hier een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt midden in de stad en had voorheen ook al een stedelijke functie.
4.3
Stedenbouwkundig plan
Met het plan voor het Ledeboerterrein ontstaat er weer een gesloten bouwblok door de beoogde nieuwbouw van woningen langs de Ledeboerstraat en Spelbergsweg. De overgang tussen binnenstad en luwte zie je terug in het type bebouwing. Langs de Ledeboerstraat is de maat fors met daarin appartementen en beneden-boven-woningen. Aan de Spelbergsweg wordt het huidige gat in de straatwand opgevuld met grondgebonden woningen. Alle nieuwe bewoners kunnen genieten van de luwte en elkaar ontmoeten in de stadstuin die aan de binnenzijde van het bouwblok wordt aangelegd. In deze stadstuin is ook ruimte voor de parkeer- en waterbergingsopgave van dit project.
28
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
Afbeelding 14: principe- oorspronkelijk stedenbouwkundig plan.
Parkeren Plan Ledeboer: Ten behoeve van het parkeren zijn parkeerberekeningen uitgevoerd. De uitgevoerde berekeningen zijn verwoord in een document dat als bijlage 3bij deze plantoelichting is gevoegd (Parkeren Plan Ledeboer). . Geconcludeerd wordt dat als uitkomst van de uitgevoerde berekeningen en ten behoeve van de beoogde ontwikkeling, minimaal 99 parkeerplaatsen nodig zijn. In dit getal zijn reductiefactoren, zoals het inzetten op deelmobiliteit en realisatie van een goede fietsenstelling, verwerkt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat een deel van het bezoekersparkeren in het openbare gebied wordt opgevangen. Hiermee kan de totale parkeercapaciteit binnen het plangebied worden beperkt ten gunste van de wens voor een duurzame en groene inrichting van het binnengebied. Het parkeren in de omliggende straten is overigens beperkt. In de Spelbergsweg zelf is voldoende parkeermogelijkheid aanwezig. In dit gebied is echter een vergunninghouderregime van kracht. Dit betekent dat er niet door bezoekers kan worden geparkeerd. Parkeren moet dan plaatsvinden in de nabijgelegen parkeergarages.
Verkeersgeneratie en ontsluiting Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijke zone: schil centrum Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk/ Gemeente Enschede (Bron: CBS Statline).
Woningen Ten aanzien van de beoogde woningen is uitgegaan van het programma met het daarbij behorende woningtype cf CROW-publicatie 381:
Programma
Woningtype CROW 381
8 grondgebonden woningen
Koophuis tussen/hoek
12 beneden-bovenwoningen
Huurhuis Sociale huur
41 appartementen
Huurhuis Sociale huur
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
29
59 appartementen-portiekflats
Koopappartement Goedkoop
Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Woningtype CROW 381
Verkeersgeneratie
Verkeersbewegingen
8 Koophuis tussen/hoek
6,8
54,4
12 Huurhuis Sociale huur
4,3
51,6
41 Huurhuis Sociale huur
4,3
176,3
59 Koopappartementen
4,3
253,7
Totaal
536
Verkeersbewegingen De totale verkeersgeneratie voor de voorgenomen ontwikkeling komt neer op afgerond 536 verkeersbewegingen per weekdag/etmaal. De doelstelling van het plan is dat de bewoners gericht zijn op alternatieve mobiliteitsvormen. Om die reden wordt ook ingezet op deelmobiliteit dat een plaats krijgt aan de Ledeboerstraat. Daarnaast ligt het projectgebied op een binnenstedelijke locatie waarbij veel mogelijkheden zijn ten aanzien van het openbaar vervoer. In dit opzicht kan worden verondersteld dat de norm ten aanzien van de verkeersgeneratie een worst-case benadering betreft. Het parkeerterrein voor de woningen wordt ontsloten vanaf de Ledeboerstraat. Aan de Ledeboerstraat zal het gaan om een inritconstructie naar het parkeerterrein en aan de Spelbergsweg een uitritconstructie. De Ledeboerstraat is een eenrichtingstraat die aansluit op de Brinkstraat/Perikweg. De Spelbergsweg is een tweerichtingenstraat die aansluit op de Perikweg en de Kuipersdijk. Beide straten en overige omliggende infrastructuur zijn in voldoende mate ingericht om de verkeersbewegingen behorend bij de voorgenomen ontwikkeling eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Gelet op het vorenstaande wordt het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie ingeschaald op neutraal.
4.4
Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Binnen het plangeb ied van het b estemmingsplan zijn geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten, andere cultuurhistorische waardevolle gebouwen, objecten en structuren aanwezig waarmee in dit bestemmingsplan rekening mee moet worden gehouden. Daarnaast heeft archeologisch onderzoek uitgewezen (zie ook paragraaf 3.2 en b ijlage bij deze plantoelichtiing) dat in het plangebied geen archeologische resten worden verwacht.
4.5
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota Enschede, "bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwwlannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" geldt de welstandsidentiteit "Modern Enschede".
Profiel "Modern Enschede" Modern Enschede ligt als een schil rond het historische stadshart en in kleinere stukken in het zuiden en oosten van de stad. Het is voornamelijk woongebied. Hier staan hoge flatgebouwen en appartementscomplexen met ruime balkons en parkeerplaatsen voor de deur. Ze zijn gebouwd in de jaren zestig, zeventig, tachtig, negentig en 2000 plus. De gebouwen verschillen van elkaar in architectuur, materiaalgebruik, hoogte
30
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
en oriëntatie. Samen ormen ze een staalkaart van veertig jaar eigentijdse opvattingen over hoge blokkenbouwarchitectuur. De gevelindelingen van de gebouwen zijn op zich rigide. Dat deze ijzeren ritmiek niet dominant is, komt door de balkons. Rood, geel of groen, uitkragend, trapsgewijs, inspringend of verspringend, rond, recht of driehoekig: in modern Enschede zijn de balkons de gevel van het gebouw. Zij, en de vaak in de architectuur meeontworpen gekleurde zonwering, zorgen ervoor dat de gebouwen een levendige en fleurige uitstraling hebben. Wel bestaat bij veel flats de onderste verdieping uit een blinde gevel, waarachter bergingen en parkeergarages zijn verstopt. In modern Enschede is op straatniveau niet veel te beleven. Er zijn geen parken en maar een paar winkels. Een enkel gebouw heeft een binnentuin, maar die is afgesloten en onzichtbaar vanaf de straat. De openbare ruimte bestaat overwegend uit straten met parkeervoorzieningen. Voor winkelen en recreëren leunt het gebied op aangrenzende delen van de stad, het Van Heekplein, het historische stadscentrum, het Volkspark en het Blijdensteinpark.
Wijziging Welstandsnota Enschede, "bouwen aan identiteit". Met betrekking tot de gewenste beeldkwaliteit is voor het plangebied van het bestemmingsplan "Lededeboerterrein" het beeldkwaliteitsplan "Stadstuin-Ledeboer" opgesteld. Reden voor de vervaardiging van dit beeldkwaliteitsplan is dat de huidige, voor het plangebied nog van toepassing zijnde welstandscriteria behorende bij 'Modern Enschede', te algemeen zijn. Om in het plangebied tot een hogere mate van beeldkwaliteit te komen dient de Welstandsnota Enschede, "bouwen aan identiteit" te worden gewijzigd. Door deze wijziging van de welstandsnota, de wijziging 118, zullen de welstandscriteria uit het beeldkwaliteitsplan "Stadstuin-Ledeboer" in de plaats treden van die van "Modern Enschede". Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen in het plangebied van dit bestemmingsplan, kunnen dan aan deze nieuwe welstandscriteria worden getoetst.
Procedure wijziging 118 Welstandsnota Enschede, "bouwen aan identiteit" De procedure van de wijziging 118 van de Welstandsnota Enschede, "bouwen aan identiteit" zal gelijk oplopen met de bestemmingsplanprocedure.
4.6
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.6.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
31
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.
Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.
WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal. Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag. Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken. Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen. Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.).
Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.6.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan "Ledeboerterrein"
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden
32
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress. De nieuwb ouw van woningen op het Ledeboerterrein zijn voor veruit het grootste gedeelte, met uitzondering van een aantal appartementen in de woontoren, specifiek zongericht gericht. Daarnaast wordt het onb eb ouwde b innenterrein in het plangebied ingericht als 'stadstuin' met zowel parkeer- als ook groenvoorzieningen. Het terrein zal zodanig daarbij zodanig worden ingericht dat deze een bijdrage levert aan het voorkomen van een 'hitte-eiland' in dit gebied. Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist.
Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen.
Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren. Het b estemmingsplan "Ledeb oerterrein" voorziet in de aanleg van een stadstuin tussen de beoogde nieuwbouw aan de Ledeb oerstraat aan de noordzijde en de nieuwbouw aan de Spelbergsweg aan de zuidzijde. Dit terrein heeft naast een parkeerfunctie, tevens een functie als groengebied en een verblijfsfunctie voor toekomstige b ewoners. Er zullen hier nieuwe bomen worden geplant en groenvoorzieningen worden aangelegd. Het gebied moet als een rustgevende oase in het bebouwde geb ied ten zuiden van de b innenstad gaan dienen alsmede 'hittestress' voorkomen. Met de aanleg van een stadstuin wordt tevens b eoogd de b iodiversiteit hier te vergroten.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
33
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
5.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 10. het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. 11. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; 12. m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; 13.
vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.
Aanmeldnotitie ruimtelijke ontwikkeling Ledeboerterrein Toetsing bestemmingsplan "Ledeboerterrein" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan maakt realisatie van 120 wooneenheden mogelijk op een binnenstedelijk perceel tussen de Ledeboerstraat en de Spelbergstraat in Enschede. De voorgenomen activiteit is mogelijk te scharen onder activiteit D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.): 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De bijbehorende drempelwaarden (1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen en 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden ruimschoots niet overschreden. Dit vormt een eerste indicatie dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn. Op basis van de kenmerken van de voorgenomen activiteit geldt daarmee mogelijk een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor het bestemmingsplan. Voor de zekerheid en zorgvuldigheid is uitvoering gegeven aan deze mogelijke plicht.
34
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten en al of niet sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. De criteria hebben betrekking op de kenmerken van het project, de locatie van de activiteit en de kenmerken van het potentiële effect. Bij de kenmerken van het project gaat het onder andere om de omvang en de cumulatie met andere projecten. Bij de locatie van de activiteit gaat het onder andere om de mate van kwetsbaarheid van het milieu in gebieden waarop de activiteit van invloed zou kunnen zijn. Bij de kenmerken van het potentiële effect gaat het onder ander om het bereik van de effecten.
Conclusie vormvrije m.e.r.-b eoordeling Voor de ontwikkeling van het Ledeb oerterrein is door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-b eoordeling aangeleverd, welke in bijlage 4 bij deze plantoelichting is opgenomen. Uit de notitie b lijkt dat de b eoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Op basis van de notitie heb ben b urgemeester en wethouders besloten het besluit te nemen dat het niet noodzakelijk is om een (formele) m.e.r.-b eoordeling uit te voeren of een milieueffectrapport op te stellen.
5.1.2
Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen in- en rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied als ook aangrenzende gebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar.
Het Bestemmingsplan Ledeboerterrein en milieuhinder van bedrijven en voorzieningen. In verband met de realisering van wooneenheden op het Ledeboerterrein heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van bestaande bedrijvigheid en voorzieningen in de omgeving van het plangebied, die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Er is onderzoek gedaan naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijven en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende contouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. Verder is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en zijn voor de bedrijven en voorzieningen de indicatieve hindercontouren aangegeven (zie bijlage 5).
Milieuhinder van bedrijfsactiviteiten in het plangebied. Er zijn binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" geen bedrijven aanwezig. Ook worden middels dit bestemmingsplan geen bedrijven planologisch mogelijk gemaakt.
Bedrijvigheid omgeving plangebied. Het 'Ledeboerterrein' wordt globaal begrensd door de Ledeboerstraat, de Spelbergsweg en door achterpercelen van bestaande bebouwing langs de Perikweg, respectievelijk Kuipersdijk. In de omgeving van het plangebied zijn diverse bedrijven gelegen. Van een aantal bedrijven zijn de indicatieve hindercontouren gelegen binnen het plangebied. Het betreffen de volgende bedrijven: Bakkerij aan de Kuipersdijk 21-21A; Sportzaak aan de Kuipersdijk 23-25; Moskee aan de Ledeboerstraat 56; Zorginstelling-kinderdagverblijf De Speelberg aan de Spelbergsweg 30; Bank aan de Spelbergsweg 35 Met uitzondering van de zorginstelling-kinderdagverblijf aan de Spelbergsweg 30 worden deze bedrijvenals ingedeeld in milieucategorie 1. Bedrijven in milieucategorie 1 zijn toelaatbaar in de onmiddellijke nabijheid
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
35
van woningen. Deze bedrijven leveren daarom geen knelpunten op voor de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. De zorginstelling-kinderdagverblijf De Speelberg aan de Spelbergsweg 30 wordt ingedeeld in milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 m voor het aspect geluid. De grens van het plangebied is op ca. 14 m van De Speelberg gelegen. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtafstand. In de onmiddellijke nabijheid van De Speelberg zijn echter reeds bestaande woningen gelegen. Op de gevels van deze woningen dient te worden voldaan aan de geldende geluidnormen Wet geluidhinder. Indien op de gevels van deze bestaande woningen aan deze geluidnormen kan worden voldaan, ligt het voor de hand te concluderen dat de geluidnormen ook voldoen op de gevels van de te realiseren woningen. De Speelberg levert daarom geen knelpunt op voor de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Conclusie Op b asis van het b ovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen b elemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.3
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland richt zich op het slim gebruiken van bodem en ondergrond. Onder voorwaarden is het saneren van verontreinigde bodem niet altijd noodzakelijk. Het uitgangspunt is dat bij de nieuwe functie van een locatie geen onaanvaardbare risico's aanwezig zijn. De Wet ruimtelijke ordening beschrijft dat de bodemkwaliteit geschikt moet zijn voor de bestemming en het toegestane gebruik. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan is het noodzakelijk dat een plan ook uitvoerbaar is. Dit staat in het Besluit ruimtelijke ordening in artikel 3.1.6. Op de locatie is een bodemverontreiniging aanwezig In 2016 heeft de firma Envita een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek (Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Ledeboerstraat/Spelbergsweg in Enschede, rapportnr. 204600-10/R1, d.d. 27 oktober 2016) is als bijlage 6 bij deze plantoelichting gevoegd.) Daaruit blijkt dat de bodem op een deel van de locatie verontreinigd is.
Het betreft hier een verontreiniging met de stoffen PAK, PCB en de zware metalen lood, nikkel en zink. Deze verontreinigingen zijn met name in de bovenste halve meter aangetoond. In het grondwater is plaatselijk een verontreiniging met zink aangetoond. Mogelijk heeft deze verontreiniging een relatie met de voormalige bedrijfsactiviteiten. Het deel van de locatie waar de bodemverontreiniging tot nu toe is aangetoond krijgt de functie infrastructuur. Specifiek gaat het hier om een toegangsweg en parkeer- plaatsen. Mogelijk is ook ter plaatse van de bouwblokken A en B en bij de groenstrook ten zuiden van bouwblok A een verontreiniging aanwezig. De uitvoering van een aanvullend onderzoek moet dit duidelijk maken. Zodra de omvang van de verontreiniging bekend is stelt men een saneringsplan op. Daarin staat de werkwijze om op een verantwoorde manier met de verontreiniging om te gaan.
De b odemverontreiniging staat de uitvoerbaarheid van het (bestemmings)plan niet in de weg De initiatiefnemer zal b ij de plannen tot herontwikkeling rekening moeten houden met de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Daartoe is uiteindelijk een saneringsplan nodig waarin een beschrijving staat hoe op een verantwoorde manier met de verontreiniging wordt omgegaan. De betreffende bodemverontreiniging vormt of geen b elemmering of kan functiegericht en kosteneffectief worden gesaneerd.
36
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
5.1.4
Geluid
Binnen het plangebied van het bestemmingsplan Ledeboerterrein is woningbouw voorzien. Binnen het gebied zal de mogelijkheid worden geboden om maximaal 120 woningen te realiseren, waarvan 12 beneden/bovenwoningen, 41 galerij-appartementen, maximaal 59 portiekappartementen en 8 grondgebonden woningen. Dit betekent dat binnen het plan nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt. 5.1.4.1 Wegverkeerslawaai Het plangebied is gelegen binnen de zones van de Boulevard 1945, Kuipersdijk en Oldenzaalsestraat. Tussen deze wegen en het plangebied is bebouwing gelegen. Dichterbij en deels grenzend aan het plangebied zijn 30 km-wegen gelegen. Het betreft de Brinkstraat, Kuipersdijk, Ledeboerstraat, Mooienhof en Spelbergsweg. Op wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Ondanks dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad van State bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh).
Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het ook noodzakelijk zijn dat akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd in situaties dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is. In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur.
Krachtens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het college van Burgemeester en Wethouders verplicht om voor nieuwe situaties bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan, of van een wijzigings- of uitwerkingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 74, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die binnen de zone zijn gelegen, ondervinden van het verkeer op die weg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen, om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de weg optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten, de ten hoogste toelaatbare waarden te boven zou gaan. De voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een geluidszone bedraagt 48 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. In stedelijk gebied langs een aanwezige weg bedraagt de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 63 dB. Voor vervangende woningen bedraagt de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 68 dB.
Vanwege de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen biedt artikel 110g van de Wet geluidhinder de bevoegde autoriteit de mogelijkheid tot het toepassen van een aftrek op de berekende geluidsbelastingen. Deze aftrek bedraagt 5 dB bij wegen met een snelheid van minder dan 70 km/u. Voor wegen met een snelheid van 70 km/u en hoger is de aftrek afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting zonder aftrek ex. artikel 110 g Wgh. De aftrek bedraagt 4 dB bij een geluidsbelasting van 57 dB, 3 dB bij een geluidsbelasting van 56 dB en 2 dB bij andere waarden van de geluidsbelasting. Voor de bepaling van de geluidwering ter plaatse van de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen mag geen aftrek worden toegepast. Voor de geluidsbelasting vanwege de 30 km-wegen geldt volgens de Wet geluidhinder geen grenswaarde. Door de gemeente Enschede wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening voor de 30 km-wegen aangesloten bij het toetsingskader van de Wet geluidhinder en de Geluidnota Enschede.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
37
Hogere waarde Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidsnota Enschede 2009-2012 (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld.
Geluid en het bestemmingsplan Ledeboerterrein. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen is vanuit de Wet geluidhinder onderzoek naar de geluidsbelasting noodzakelijk indien de bestemmingen zijn gelegen binnen een wettelijke zone. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan Ledeboerterrein is woningbouw voorzien. Binnen het gebied zal de mogelijkheid worden geboden om maximaal 120 woningen terealiseren, waarvan 12 beneden/boven- woningen, 41 galerij-appartementen, 59 portiekappartementen en 8 grondgebonden woningen.Dit betekent dat binnen het plan nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen is vanuit de Wet geluidhinder onderzoek naar de geluidsbelasting noodzakelijk indien de bestemmingen zijn gelegen binnen een wettelijke zone. Het plangebied is gelegen binnen de zones van de Boulevard 1945, Kuipersdijk en Oldenzaalsestraat. Tussen deze wegen en het plangebied is bebouwing gelegen. Dichterbij en deels grenzend aan het plangebied zijn 30 km-wegen gelegen. Het betreft de Brinkstraat, Kuipersdijk, Ledeboerstraat, Mooienhof en Spelbergsweg. Op wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt is de Wet geluidhinder niet van toepassing.
Ondanks dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad vanState bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. Om na te gaan of de milieuhygiënische situatie geluidsgevoelige bestemmingen toelaat is door de afdeling Bestemmen van de Gemeente Enschede een akoestisch onderzoek verricht waarin de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de nog te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen is bepaald. Daarbij is zowel de geluidsbelasting vanwege de zoneringsplichtige wegen als vanwege de 30 km-wegen rond het plangebied bepaalt. Dit akoestisch onderzoek is als bijlage 7 bij deze plantoelichting gevoegd.
Conclusies akoestisch onderzoek: Uit het akoestisch onderzoek b lijkt dat op alle woningen/appartementen vanwege de zoneringsplichtige wegen, Boulevard 1945, Kuipersdijk, Oldenzaalsestraat, aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt voldaan. Vanwege het wegverkeer op de 30 km-wegen, waarop de Wet geluidhinder niet van toepassing is, wordt op alle woningen/appartementen de voorkeursgrenswaarde overschreden. De gecumuleerde geluidsb elasting vanwege al het wegverkeer tezamen bedraagt ten hoogste 56 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh). Een geluidsb elasting hogere dan de voorkeursgrenswaarde is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede. Uit het akoestisch onderzoek b lijkt dat aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede wordt voldaan, te weten: de geluidsb elasting is lager dan de ten hoogste toegestane waarde van 63 dB. alle te realiseren b ouwb lokken heb ben een geluidluwe gevel. verblijfsruimten en b uitenruimten kunnen aan de geluidluwe zijde gesitueerd worden. Omdat de geluidsb elasting op de woningen/appartementen wordt veroorzaakt door het wegverkeer op 30 km-wegen, waarop de Wet geluidhinder niet van toepassing is, kan geen hogere waarde worden vastgesteld. Doordat geen hogere waarde kan worden vastgesteld is op grond van het Bouwbesluit de b innenwaarde niet gegarandeerd.
Om ervoor te zorgen dat het binnenniveau in de woningen/appartementen ten hoogste 33 dB bedraagt zijn in de regels van het b estemmingsplan hiervoor aanvullende eisen gesteld voor wat betreft de gevelwering.
38
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
5.1.4.2 Luchtvaarverkeerslawaai Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Ledeboerterrein” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.
Conclusie Luchtverkeerslawaai: Op b asis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.5
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wm en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: 1. 2. 3. 4.
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Luchtkwaliteit en het plangebied “Ledeboerterrein” Met het bestemmingsplan worden maximaal 120 woningen (maximaal 112 appartementen en 8 grondgebonden woningen) mogelijk gemaakt. De woningen zijn deels bestemd voor verkoop en deels voor verhuur. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate zijn aan te merken. Het plan voor het Ledeboerterrein voldoet hier ruimschoots aan. Voor de luchtkwaliteit zijn uitsluitend de verkeersbewegingen relevant. Emissies vanwege stookinstallaties zijn er niet omdat alle woningen gasloos zullen zijn. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de CROW-publicati Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)'. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk/ gemeente Enschede (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: schil centrum In de CROW-publicatie is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In het navolgende is uitgegaan van het gemiddelde. Volgens de CROW-publicatie bedraagt voor huurwoningen de verkeersgeneratie 3,2 verkeersbewegingen per appartement per dag.
Voor 120 woningen komt dit neer op 384 verkeersbewegingen. Dit is ruimschoots lager dan de 4.800 verkeersbewegingen voor 1.500 woningen die als niet in betekenende mate worden aangemerkt. Niet in betekenende mate zou een aantal van 4.800 verkeersbewegingen per dag zijn (1.500 woningen x 3,2 verkeersbewegingen per woning per dag). Het plan kan daarmee gezien worden als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
39
In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2020 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2019, 2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan.
Conclusie: Uit het oogpunt van luchtkwaliteit (art 5.16 WM, lid 1 onder b) ligt er geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 5.1.6
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen, die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.
Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.