f-toelichting Ledeboerterrein
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Ledeboerterrein
Status: Vastgesteld
Ledeboerterrein
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 3 4 7 7
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
10 10 11 16
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur - functionele structuur plangebied 3.2 Cultuurhistorie
20 20 22
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Beleidsmatige uitgangspunten nieuwe ontwikkeling 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Stedenbouwkundig plan 4.4 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.5 Welstand en beeldkwaliteit 4.6 Duurzaamheid
26 26 26 28 30 30 31
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur 5.4 Explosieven 5.5 Bezonning en schaduw
34 34 41 44 46 48
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
49 49 49 51 57
Hoofdstuk 7
58
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
De woningnood in Nederland is hoog. Het Rijk trekt, samen met gemeenten en provincies, ruim 620 miljoen Euro uit om op korte termijn ruim 50.000 woningen te kunnen realiseren. Het gaat hierbij om sociale huurwoningen, midden huurwoningen en goedkope koopwoningen. De meeste bouwplannen zullen woningen bevatten voor starters, senioren en studenten waarvoor op de huidige woningmarkt nagenoeg geen, of te weinig aanb od is. Van de 620 miljoen euro draagt het Rijk hieraan als woningbouwimpuls 290 miljoen Euro rijksgeld b ij.
1.1
Aanleiding bestemmingsplan
Er is bij de Gemeente Enschede het plan ingediend om op een nog braakliggend terrein tussen de Ledeboerstraat en de Spelbergweg maximaal 120 woningen te realiseren. Het gaat hierbij om 12 zgn. beneden- bovenwoningen en maximaal 100 gestapelde woningen (appartementen) aan de zijde van de Ledeboerstraat en 8 grondgebonden woningen aan de zijde van de Spelbergsweg. Op het binnenterrein zal een zgn. 'stadstuin' worden aangelegd met o.a parkeer- en groenvoorzieningen. Aan de noordoostzijde van het plangebied bestaat, in aansluiting op de beoogde nieuwbouw, de mogelijkheid om hier een gebouwde parkeervoorziening in twee bouwlagen te realiseren. Het voor dit terrein op dit moment nog geldende bestemmingsplan "Hogeland-Getfert-Perik" laat een dergelijke ontwikkeling hier niet toe. Om medewerking te kunnen verlenen is het noodzakelijk om voor betreffende gebied een nieuw bestemmingsplan te vervaardigen. Het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" is daarvan het resultaat.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied van het bestemmingsplan “Ledeboerterrein” is gelegen in de wijk Hogeland dat deel uitmaakt van het stadsdeel "Centrum".
Afbeelding 1: Ligging plangeb ied t.o.v. de b innenstad van Enschede.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
3
Afbeelding 1a: globale aanduiding begrenzing plangebied ten zuiden van de binnenstad.
Het plangebied van dit bestemmingsplan wordt globaal begrensd door de Ledeboerstraat aan de noordzijde, achterterreinen van bestaande bebouwing langs de Perikweg aan de oostzijde, de Spelbergsweg en achterterreinen van bestaande bebouwing langs de Spelbergsweg en tenslotte aan de zuidzijde door achterterrein van bestaande bebouwing langs de Kuipersdijk. Betreffende gronden liggen al geruime tijd braak.
Afbeelding 2: b egrenzing plangeb ied.
1.3
Geldende juridische regelingen
1. Bestemmingsplan "Getfert-Perik-Hogeland Noord" Het gebied van het 'Ledeboerterrein' maakt nu nog deel uit van het bestemmingsplan “Getfert-Perik-Hogeland Noord", dat door de gemeenteraad van Enschede op 25 september 2006 is vastgesteld. Met ingang van 23 juni 2007 is het bestemmingsplan "Getfert-Perik-Hogeland Noord" onherroepelijk van kracht geworden. In het bestemmingsplan "Getfert-Perik-Hogeland Noord" hebben de gronden waarvoor nu het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" is ontworpen voor het grootste gedeelte, de geldende bestemming "Gemengde voorzieningen-1" ("GE1") en daarnaast voor een kleiner deel de bestemming "Gemengde voorzieningen-2" ("GE2") . Gemengde voorzieningen 1:
4
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
De gronden, op de kaart aangewezen voor "Gemengde voorzieningen 1", zijn bestemd voor gebouwen, waarvan de begane grondlaag mag worden gebruikt voor: 1. 2.
3.
4. 5.
woondoeleinden; het verrichten van bedrijfsmatige activiteiten, genoemd in categorie 1 van de hoofdrubrieken Bedrijven of Dienstverlening van de bij deze voorschriften behorende bijlage A, of het uitoefenen van beroepsmatige activiteiten, voorzover: dit gebruik ondergeschikt is aan de woonfunctie, niet meer dan 30 m² van de op het bouwperceel aanwezige bebouwing in gebruik is voor de uitoefening van het beroep of het bedrijf, en het gebouw, waarin het beroep wordt uitgeoefend, c.q. het bedrijf wordt geëxploiteerd, tevens kan worden aangemerkt als het hoofdverblijf van de exploitant of de beoefenaar van het beroep, danwel kan worden aangemerkt als het bij dit hoofdverblijf behorende bijgebouw; kantoren, met dien verstande dat, met in achtneming van de bouwvoorschriften van dit artikel, maximaal 350 m² bedrijfsvloeroppervlak per bouwperceel is toegelaten.
Indien ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan volgens het geldende recht een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 350 m² aanwezig is, dan geldt dat grotere oppervlak als maximum; maatschappelijke voorzieningen uit categorie 1 van de in bijlage A bij deze voorschriften onder de hoofdrubriek Maatschappelijke voorzieningen genoemde voorzieningen; bij woningen behorende voorzieningen, zoals bergingen en trappenhuizen en, voor zover de bepalingen van dit plan de realisatie van gebouwen in meer dan 1 bouwlaag toestaan, de verdiepingen voor woondoeleinden, tenzij op de kaart anders is aangegeven,
met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals tuinen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen, genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdrubriek Nutsvoorzieningen van de bij deze voorschriften behorende bijlage A, met dien verstande dat nutsvoorzieningen van het bedrijfstype "warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: blokverwarming" niet op een afstand van minder dan 30 meter van woningen of andere milieugevoelige bebouwing mogen worden gerealiseerd Voor een relatief klein gebied aan de oostzijde van het terrein met de enkelbestemming "GE1", is de realisatie van garageboxen toegestaan. De locatie waarbinnen betreffende garageboxen mogen worden opgericht is middels een medebestemming "Gb" op de plankaart aangegeven.
Afbeelding 3: Uitsnede plankaart b estemmingsplan "Getfert-Perik-Hogeland Noord". Tenslotte geldt voor het gebied met de bestemming "Gemengde voorzieningen-1", ter plaatse van het Ledeboerterrein, een maximale bebouwingshoogte van 19 meter en de restrictie dat niet hoger mag worden gebouwd dan in 5 bouwlagen.
"Gemengde voorzieningen 2" De gronden, op de kaart aangewezen voor "Gemengde voorzieningen 2", zijn bestemd voor gebouwen, waarvan de begane grondlaag mag worden gebruikt voor:
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
5
1. 2.
woondoeleinden; het verrichten van bedrijfsmatige activiteiten, genoemd in categorie 1 van de hoofdrubriek Bedrijven van de bij deze voorschriften behorende bijlage A, of het uitoefenen van beroepsmatige activiteiten, voorzover: dit gebruik ondergeschikt is aan de woonfunctie, niet meer dan 30 m² van de op het bouwperceel aanwezige bebouwing in gebruik is voor de uitoefening van het beroep of het bedrijf, en het gebouw, waarin het beroep wordt uitgeoefend, c.q. het bedrijf wordt geëxploiteerd tevens kan worden aangemerkt als het hoofdverblijf van de exploitant of de beoefenaar van het beroep, danwel kan worden aangemerkt als het bij dit hoofdverblijf behorende bijgebouw; kantoren, met dien verstande dat, met in achtneming van de bouwvoorschriften van dit artikel, maximaal 200 m² bedrijfsvloeroppervlak per bouwperceel is toegelaten. Indien ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan volgens het geldende recht een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 200 m² aanwezig is, dan geldt dat grotere oppervlak als maximum; dienstverlening; bij woningen behorende voorzieningen, zoals bergingen en trappenhuizen, voor zover de bepalingen van dit plan de realisatie van woningen op de verdiepingen toestaan, en, voorzover de bepalingen van dit plan de realisatie van gebouwen in meer dan 1 bouwlaag toestaan, de verdiepingen voor woondoeleinden,
3.
4. 5.
met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals tuinen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen, genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdrubriek Nutsvoorzieningen van de bij deze voorschriften behorende bijlage A, met dien verstande dat nutsvoorzieningen van het bedrijfstype "warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: blokverwarming" niet op een afstand van minder dan 30 meter van woningen of andere milieugevoelige bebouwing mogen worden gerealiseerd. Ter plaatse van de bestemmings "GE2" geldt, voor zover gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" een maximale bouwhoogte van 15 meter en de restrictie dat hier niet hoger mag worden gebouwd dan in 3 bouwlagen.
2. Overige plannen. Daarnaast gelden voor dit gebied een aantal zgn. 'paraplu-bestemmingsplannen'. Een 'paraplubestemmingsplan' is een bestemmingsplan met een specifieke thema die als een 'paraplu' over andere, reeds bestaande bestemmingsplannen heen hangt Op het plangebied van het bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory" zijn, naast het bestemmingsplan "De Bothoven 2016", de volgende 'paraplu-bestemmingsplannen' van toepassing: het b estemmingsplan "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)". Dit bestemmingsplan, door de Raad vastgesteld op 18 november 2014, geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede en stelt regels ten aanzien van detailhandel en groothandel in consumentenvuurwerk, alsmede regels ten aanzien van risicovolle en geluidzoneringsplichtige inrichtingen. het b estemmingsplan "Cultuurhistorie". Dit op 6 februari 2017 door de Raad vastgestelde betemmingsplan beoogt voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede een planologisch-juridische regeling te geven voor bestaande cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken en ruimtelijke structuren. het b estemmingsplan "Onzelfstandige b ewoning". Dit op 13 november 2017 door de Raad vastgestelde bestemmingsplan heeft betrekking op het stedelijke gebied van de stad en richt zich op de regulering van onzelfstandige bewoning in de stad.
Regulering vindt plaats om ongewenste concentratie van onzelfstandige bewoning tegen te gaan. het b estemmingsplan "Parkeren". Dit bestemmingsplan is op 11 maart 2019 door de Raad vastgesteld en heeft voor veruit het grootste deel betrekking op het stedelijke gebied van Enschede. Middels dit bestemmingsplan worden regels gesteld met betrekking tot de parkeerbehoefte voor auto- en fietsparkeren, een en ander in overeenstemming met de Nota "Parkeernormen Enschede 2017". het b estemmingsplan " Kwalitatief sturen op appartementen". Dit bestemmingsplan dat op het stedelijke gebied van Enschede betrekking heeft, is op 30 september 2019 door de Raad vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd (mede) invulling te geven aan de gemeentelijke beleidsambities om talenten en andere voor de sociaal-economische structuur van Enschede
6
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
belangrijke doelgroepen voor de stad te behouden en het verder groeien van Enschede vanuit het hart. Doel van dit bestemmingsplan is dat de juiste appartementen voor de juiste doelgroepen op de juiste locaties worden gerealiseerd. Voorbereidingsb esluit "Onzelfstandige bewoning" In 2020 is het beleid ten aanzien van onzelfstandige bewoning (kamerverhuur) geëvalueerd. Geconcludeerd werd dat aanpassing van regels noodzakelijk is, omdat de puur getalsmatige toetsing van vergunningaanvragen voor nieuwe kamerverhuur, onvoldoende rekening houdt met andere aspecten in een buurt die van invloed zijn op de leefbaarheid. Het college heeft besloten de beleidsregel 'Onzelfstandige bewoning Enschede' vast te stellen en vervolgens heeft de raad op 27 september 2021 besloten het voorbereidingsbesluit 'Onzelfstandige bewoning 2021" vast te stellen. Hiermee is het mogelijk om medewerking te verlenen aan nieuwe kamerverhuur als wordt voldaan aan voorwaarden en wordt voorkomen dat nieuwe kamerverhuurpanden worden gerealiseerd waar dit uit het oog van leefbaarheid niet gewenst is.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro). Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.
Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
7
Wijkorganen en Adviesafspraken. Het plangebied van het bestemmingsplan “Ledeboerterrein” was tot voor kort tot het werkgebied van het erkende wijkorgaan Zuid-Oost. Op dit moment is dat niet meer het geval. Wel is hier inmiddels een nieuw wijkorgaan actief maar betreft het geen wijkorgaan die met betrekking tot dit bestemmingsplan om advies moet worden gevraagd. Wel zal dit wijkorgaan met betrekking tot het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" en de daarin verwoorde beoogde ontwikkeling, worden geïnformeerd.
Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Voorafgaand aan het ter visie leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan "Ledeboerrterrein" is de Provincie Overijssel hiervan in kennis gesteld. Per email van 3 november 2021 hebben zij aangegeven met de inhoud van dit b estemmingsplan te kunnen instemmen en er geen provinciale belangen in het geding zijn. Ook is het Waterschap Vechtstromen van de terinzagelegging van dit bestemmingsplan in kennis gesteld. Met het waterschap is de afspraak gemaakt dat zij alleen reageren indien de inhoud van bestemmingsplannen daartoe aanleiding geven.
Van het waterschap is geen reactie terug ontvangen waardoor geconcludeerd kan worden dat zij met deze ontwikkeling kunnne instemmen. Met betrekking tot de inhoud van het b estemmingsplan "Ledeboerterrein" is deze van dien aard dat overleg met andere (betrokken) gemeenten en/of Rijksdiensten niet aan de orde is.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" in voorbereiding te nemen op 15 september 2021 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis", het Gemeenteblad en op de website van de gemeente Enschede.
Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan "Ledeboerterrein" en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen zal worden gepubliceerd in de "Huis aan Huis", het Gemeenteblad en op de website van de gemeente Enschede. Het bestemmingsplan "Ledeb oerterrein" heeft van 2 december 2021 tot en met 12 januari 2022 als ontwerp ter inzage gelegen. Hiervan is kennis gegeven middels publicaties op 1 december 2021.
Zienswijzen
8
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan zijn in totaal 7 zienswijzen binnengekomen waarvan twee zienswijzen ruim buiten genoemde termijn. Laatstgenoemde zienswijzen zijn vanwege een termijnsoverschrijding, in de beantwoording van de zienswijzen in de nota "Samenvatting en beantwoording zienswijzen b estemmingsplan "Ledeboerterrein", buiten beschouwing gelaten.
Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
9
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 6. 7. 8. 9.
Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde stedenen regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
10
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Gesteld kan worden dat het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" en de daarin opgenomen ontwikkelingen ten behoeve van de woningbouw, niet in strijd zijn met het Rijksbeleid.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
11
Afbeelding 4: Generieke b eleidskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen. Ontwikkelingsperspectieven Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde.
In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.
Generieke beleidskeuzen Het plan past binnen de generieke beleidskeuzes voor Overijssel zoals is verwoord in de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Bij de keuze voor de beoogde ontwikkeling zijn alle relevante belangen zorgvuldig afgewogen. De beoogde ontwikkeling is daarbij toekomstbestendig te noemen en heeft geen uitbreiding van het stedelijk gebied tot gevolg (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik). In artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daarvoor is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 12
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
Voor wat betreft de behoefte aan woningen wordt gebruik gemaakt van het Trendscenario dat STEC (bureau voor STadsEConomie) voor de Gemeente Enschede heeft ontwikkeld. Dit trensdscenario is in de Woonvisie opgenomen. In 2021 heeft STEC dit scenario, op basis van de nieuwste prognoses en de Regionale Woonagenda van de provincie Overijssel, geactualiseerd. Hieruit komt naar voren dat in Enschede 3225 woningen tot 2031 aan de voorraad kunnen worden toegevoegd. Er is pas voor een deel hiervan (1215 woningen op de peildatum 1 januari 2021) een bestemmingsplan gemaakt. De woningen binnen dit project passen dan ook binnen deze behoefte. (Zie ook paragraaf 4.2: Ladder Duurzame Verstedelijking van deze plantoelichting).
Ontwikkelingsperspectief voor de stedelijke omgeving Met Stedelijke Omgeving worden de stedelijke netwerken, steden, dorpen en hoofdinfrastructuur bedoeld. De Stedelijke Omgeving en de Groene Omgeving versterken elkaar: door de verscheidenheid in aanbod dragen stad en land samen bij aan het creëren van een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven. Er zijn in Overijssel drie stedelijke netwerken te benoemen nl: Enschede/ Hengelo/ Almelo/ Oldenzaal/ Borne, alsmede Zwolle/ Kampen en Deventer, die als motor van de Overijsselse economie en cultuur gelden. Binnen de stedelijke netwerken vervullen de vijf grote steden (Enschede, Zwolle, Deventer, Hengelo en Almelo) een centrumfunctie die van (boven)regionale betekenis is. Hier is de werkgelegenheid geconcentreerd en vind je de ‘massa’ en het creatieve en innovatieve klimaat dat zo belangrijk is voor de concurrentiepositie van Overijssel. Aanwezige dynamiek en lokale energie moeten worden benut om de verscheidenheid in identiteit en kenmerken van de stedelijke netwerken en de steden daarbinnen te versterken. Dit laatste bijvoorbeeld door hoogwaardige woon-, werk- en mixmilieus te bieden in stadscentra, oude wijken, stadskwartieren, campussen, tuindorpen, nieuwbouwwijken en villawijken. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" geldt het ontwikkelingsperspecief van woon- en werklocaties.
Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Het plangebied ligt in de wijk "Perik", in het overgangsgebied van de 'drukte' van de binnenstad naar de 'luwte' van de wijk. Met de b eoogde nieuwb ouw van woongebouwen aan de zijde van de Ledeboerstraat is aansluiting gezocht b ij het b estaande stedelijke woonmilieu in de directe omgeving. Voor wat betreft de beoogde nieuwb ouw van grondgeb onden woningen aan de Spelbergsweg is aansluiting gezocht bij het stedelijke compacte woonmilieu dat hier kenmerkend is. Met dit project wordt de begrenzing van dit deel van de binnenstad afgerond.
In het tussengeb ied, het geb ied gelegen tussen de woongebouwen aan de Ledeboerstraat en de grondgebonden woningen aan de Spelbergsweg zal, ten behoeve van de toekomstige bewoners, een stedelijk vormgegeven 'stadstuin' worden gerealiseerd met parkeer- en groenvoorzieningen alsmede verblijfsruimten. Ook zal dit geb ied een functie gaan vervullen voor wat betreft de waterhuishouding in het gebied. Tegelijkertijd vormt het b ouwen van woningen op deze locatie een impuls voor de bestaande voorraad en leefmilieu in dit deel van de stad. Door te b ouwen op het braakliggende terrein aan de Spelbergweg wordt de wijk hier afgerond en komen voor de inwoners van de stad, met name die van omliggende wijken, nieuwe doorstroomkansen. Het b eoogde plan past in de gedachte van groeien vanuit het Hart, zoals deze in de RO Koers van 2018 is vastgesteld.
Gebiedskenmerken Stedelijke Laag De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen,
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
13
maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ontstaansgeschiedenis is medebepalend voor de huidige identiteit en terug te vinden in de ruimtelijke opbouw van de kernen, maar ook in de economische en sociale dynamiek. Daarnaast hebben door de tijd heen veranderende ideeën over de ideale vormgeving van de stad invloed gehad op de ruimtelijke opbouw. Cultuurhistorisch of architectonisch waardevolle gebouwen en structuren zijn hierbij vaak bepalend voor de stedelijke identiteit en de belevingswaarde voor bewoners en bezoekers. Zo is in Overijssel een rijk palet ontstaan aan onderscheidende steden en dorpen. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteit. In de omgevingsvisie Overijsssel is het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" binnen de stedelijke laag aangeduid met het gebiedskenmerk 'historische centra, binnensteden en landstadjes'. Historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afstand.
Funcioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg etcetera een belangrijk deel vormt. Lokaal en streekgebonden varieren de historische centra, binnensteden en landstadjes sterk van elkaar. Onder andere zijn te herkennen: Hanzesteden, de kernen van de Stedenband Twente en de landstadjes.
-Ambitie: Vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Het eigen karakter van het centrum wordt opgezocht en versterkt. Het patroon van straten, pleinen en andere openbare ruimten wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt of hersteld. Archeologische en historische waarden worden zichtbaar gemaakt en ingezet ter versterking van de eigen identiteit van gebieden. Cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende gebouwen krijgen waar nodig nieuwe functies en economische dragers. Bijzondere condities (waterfront, stationsgebied) worden benut. Behouden en versterken van de leefbaarheid van de centra door het behouden en versterken van de mix van functies (bijvoorbeeld door het stimuleren van wonen boven winkels) en integrale oplossingen voor de functionele claim op de openbare ruimte (bijvoorbeeld door het toepassen ‘shared space’ concept: een integrale herinrichting van weg en omgeving met minimaal gebruik van verkeersborden, belijning, gescheiden rijbanen, drempels etc ).
-Richting Als ontwikkelingen plaats vinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, dan dragen deze bij aan behoud en versterking de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren. De b eoogde ontwikkeling van woningb ouw in het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein", aan de rand van de b innenstad op een lokatie dat momenteel braak ligt, draagt o.i. bij aan de ambitiedoelstelling in de stedelijke laag om te komen tot een vitaal stadscentrum, waarmee tevens een b ijdrage wordt geleverd aan een vergroting van het draagvlak van stedelijke voorzieningen in de binnenstad. Ook wordt met dit project door het creeren van een groene ruimte in het plangbied van dit bestemmingsplan een b ijdrage geleverd aan een goed woon- en leefklimaat.
'Natuurlijke laag' De 'Natuurlijke laag' is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne sediment (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het plangebied wordt in de natuurlijke laag aangemerkt met het gebiedskenmerk van stuwwallen. De 14
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiare (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. De verschillende stuwwallen in de provincie hebben zich in de loop van de tijd allemaal anders ontwikkeld. In de occupatiegeschiedenis zijn sommige stuwwallen betrekkelijk ongemoeid gelaten. Op andere kwamen grote en kleinere escomplexen tot ontwikkeling. De hoge delen werden vaak als extensieve heidevelden in gebruik genomen, later zijn grote delen ervan bebost. De inzijging is afgenomen door oppervlakkige afwatering, waterwinning en het op grote schaal bebossen met naaldhout. -Ambitie: De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken.
De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. -Richting a. b.
Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het bet er zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Het b ouwplan voor de realisatie van woonb ebouwing in het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" ligt op de uiterste, westelijke flank van de stuwwal Enschede-Oldenzaal waarbij hoogteverschillen, alhoewel nog steeds marginaal aanwezig, nauwelijks waarneembaar zijn. Bij het ontwerpen van het plan voor het Ledeb oerterrein is, voor zover van toepassing, hiermee rekening gehouden en worden hoogteverschillen middels keermuren e.d. geaccentueerd en zichtbaar gemaakt.
De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Voor wat b etreft dit geb iedskenmerk zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" geen specifieke doelen gesteld waarmee in dit bestemmingsplan rekening mee moet worden gehouden.
De 'Laag van de beleving' In de 'Laag van de beleving' komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Voor wat b etreft dit geb iedskenmerk zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Ledeboerterrein" geen specifieke doelen gesteld waarmee in dit best6emmingsplan rekening mee moet worden gehouden.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
15
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. Eén van de belangrijke uitgangspunten van de omgevingsverordening is een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Dat laat zich onder meer vertalen in ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Vrijkomende locaties in stedelijk gebied moeten zoveel mogelijk ingevuld worden met stedelijke voorzieningen. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling op het Ledeboerterrein voor wat betreft zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, in overeenstemming is met de omgevingsverordening.
Voor wat b etreft de b eoogde woningb ouw in het plangebied van dit bestemmingsplan gaat het hier om een stedelijke ontwikkeling in het b estaande stedelijke gebied van Enschede, op een locatie dat sinds geruime tijd b raak ligt. Er is hier sprake van een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik waarbij geen uitb reiding van het stedelijke geb ied aan de orde is. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de provinciale Omgevingsvisie verwoorde -en in de Omgevingsverordening verankerde- provinciaal ruimtelijk beleid .
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt.
16
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
afbeelding 5.: het 'RAR kompas'
2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
Structuurvisie Enschede
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
17
De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.
Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld.
Woonvisie Recentelijk is de Woonvisie Enschede 2019 vastgesteld (en in 2020 geactualiseerd). Deze woonvisie is recentelijk opgesteld om duidelijkheid te geven over Enschedese woonopgave. De Enschedese woonopgave is volop in ontwikkeling. De stad gonst van de bouwactiviteiten, kavels raken uitverkocht, huizenprijzen stijgen fors en grote projecten staan op stapel. Het zijn ontwikkelingen die passen bij de ambities van Enschede: een stad die door blijft groeien naar 170.000 inwoners. Op de achtergrond van deze ontwikkeling ligt een veelheid van uitdagingen.
Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro.
Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het
18
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed.
Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. 2.3.5
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Geconcludeerd kan worden dat de b eoogde ontwikkeling in het plangebied van het b estemmingsplan "Ledeboerterrein" b innen het gemeentelijk beleid past zoals o.a. is verwoord in de Woonvisie Enschede 2019 (geactualiseerd in 2020), en hiermee niet in strijd is.
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
19
Hoofdstuk 3 3.1
Gebiedsbeschrijving
Ruimtelijke structuur - functionele structuur plangebied
Afbeelding 6: plangeb ied gezien vanuit een voormalige kantoortoren aan de Boulevard 1940-45. (70er jaren)
Het Ledeboerterrein grenst direct aan de zuidkant van de binnenstad van Enschede en maakt deel uit van het 'binnensingelgebied' van de stad. Dit gebied wordt begrensd door de kenmerkende ring van singels rondom het centrale deel van de stad en waar de binnenstad deel van uitmaakt. Het binnensingelgebied voor zover gelegen buiten de binnenstad, wordt gekenmerkt door een grote mix aan functies zoals wonen, kleinschalige bedrijvigheid, detailhandel, horeca en andere stedelijke voorzieningen. Het terrein van het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het centrale deel van het gebied dat wordt omsloten door de Ledeboerstraat, Brinkstraat, Spelbergsweg en Kuipersdijk. Het gebied ligt op de overgang van stadse drukte naar stedelijke luwte. Dit merk je zowel aan de omliggende bebouwing als aan de sfeer. Aan de noordkant is de maat van de gebouwen groot en voel je de bruisende binnenstad. Aan de zuidkant staan grondgebonden woningen in een rustig straatje. Ook de Stadsbank Oost Nederland is hier gehuisvest. Langs de Kuipersdijk als aanloopstraat naar de binnenstad bevinden zich op de begane grond detailhandel- en horecabedrijvenen. Dit geldt in mindere mate voor de Brinkstraat waar tevens een maatschappelijke voorziening aanwezig is. De locatie waar men voornemens is te gaan bouwen, ligt al jaren braak.
Van aanwezige ecologisch- en landschappelijk waardevolle groenstructuren is in dit gebied geen sprake. Ook zijn hier geen waterlopen, vijvers of andere vormen van oppervlaktewater aanwezig. In de periode dat het Van Heekplein aangepakt is, is ook voor het Ledeboerterrein een plan gemaakt voor een nieuwe invulling. Het betrof hier o.a. een plan met woningen in de vorm van hoogbouw in het verlengde van de bestaande Alphatoren op de hoek van de Brinkstraat en de Boulevard 1940-1945. Alhoewel dit plan niet tot 20
bestemmingsplan Ledeboerterrein (vastgesteld)
ontwikkeling is gekomen zijn, toendertijd, op voorhand verschillende gebouwen in het gebied gesloopt. Inmiddels zijn alle gebouwen in het plangebied gesloopt. Op dit moment is het een relatief groot en onbebouwd terrein die op invulling met een nieuwe functie (wonen) wacht. De hoofdopzet van het omliggende stratenpatroon bestaat minstens honderd jaar. De loop van de Ledeboerstraat is door de jaren heen wel iets veranderd. Vroeger stond er bebouwing uit verschillende tijdslagen langs de straten. Een mix van wonen en werken. Op de hoek Brinkstraat/Spelbergsweg stond op het voormalige erve Spelberg een molen (Rietmolen).
Afbeelding 7: Rietmolen: ook genoemd de Heusinkveldmolen of de Reetmölle. De Rietmolen is omstreeks 1860 gebouwd. De molen stond op erve Spelberg hoek Brinkstraat–Spelbergsweg. Op deze plek staat nu een markant kerkgebouw. Het was een stelling- windkorenmolen met een achtkante bovenkruier. De molen stond op een belt. Vanaf 1918 raakte deze molen in verval. Na het bombardement in 1943 werd het een ruïne en is in 1947, gedurende de wederopbouwperiode, opgeruimd.
Bodem plangebied- geotechnisch profiel De maaiveldhoogte varieert van NAP +41,23 m tot NAP +42,73 m. Vanaf maaiveld is tot NAP +33,0 m à NAP +34,0 m een wisselend pakket van zand en leem aangetroffen. De zandlagen zijn sterk wisselend van dikte en matig dicht tot zeer dicht gepakt. Boringen hebben uitgewezen dat de conusweerstanden variëren van 6,0 MPa tot > 20,0 MPa. De aangetroffen leemlagen zijn overwegend matig zettingsgevoelig. Vanaf NAP +33,0 m à NAP +34,0 m is tot NAP +25,2 m à NAP +23,7 m een overwegend zeer dicht gepakte zandlaag aangetroffen. In dit zandpakket zijn boringen conusweerstanden geregistreerd van 20 MPa tot 30 MPa en hoger. Hieronder is tot aan de maximaal verkende diepte van NAP +19,4 m een overgeconsolideerde leemlaag aanwezig. In dit leempakket zijn conusweerstanden gemeten van 2,5 à 3,0 MPa.