CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie landelijk gebied Enschede januari 2021

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Visie landelijk gebied Enschede16.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wel ligt een aantal bedreigingen op de loer, zoals de leegstand van voormalige agrarische gebouwen, het achterblijven van het toezicht ten opzichte van het (recreatieve) bezoek aan het landelijk gebied en het minder hecht worden van de gemeenschap met kansen op vereenzaming. Daarnaast staat dat het landelijk gebied een goed woon- en leefklimaat kent, dat veel mensen aantrekkelijk vinden.

2.3.5 Verkeer en vervoer Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “Stil, donker en autoluw zijn belangrijke kenmerken die behouden moeten worden. Deze gids biedt mogelijkheden voor nieuwe functies en initiatieven. Dat kan ook extra verkeersbewegingen, 22

parkeerdruk en verlichtingsbehoefte met zich meebrengen. Een initiatief zal dan ook getoetst worden aan het effect dat ze heeft op bovengenoemde waarden (stil, donder, autoluw). Uitgangspunten zijn: de toename van verkeer mag niet onevenredig groot zijn, parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden, met asfalteren van onverharde wegen wordt zéér terughoudend omgegaan en verlichting moet beperkt en sober zijn.” Beschrijving Het buitengebied van Enschede is afdoende ontsloten met (verharde) wegen. De wegen in het buitengebied zijn veelal niet ontworpen voor doorgaand verkeer, maar voor de ontsluiting van het landelijk gebied zelf. Toch komt op diverse wegen in het landelijk gebied, zoals in Twekkelo en op andere wegen, doorgaand (sluip)verkeer voor. Vanwege de overlast hoort dit verkeer niet op de plattelandswegen thuis. Doorgaand verkeer gaat niet goed samen met lokaal bestemmingsverkeer en langzaam verkeer (fietsen). Daarnaast worden landbouwvoertuigen (tractoren, machines) groter en breder. De wegen zijn daar niet op ontworpen. Bermen worden kapotgereden en de combinatie van landbouwverkeer met recreatief verkeer en schoolgaand fietsverkeer levert een knelpunt op voor de verkeersveiligheid. Onder recreatie en toerisme wordt ingegaan op het recreatieve routenetwerk (fiets- en wandelpaden).

Conclusie Vanuit het oogpunt van overlast en verkeerveiligheid zijn sluipverkeer en de combinatie van landbouwverkeer met fietsen en wandelen aandachtspunten.

2.3.6 Energietransitie Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “Komende jaren wordt daarom nog meer ingezet op het stimuleren en ondersteunen van organisaties, bedrijven en burgers om enerzijds het energieverbruik te verminderen en anderzijds duurzame energie op te wekken en te gebruiken. Gedacht kan worden aan het opwekken van winden zonne-energie en de inzet van biomassa. Initiatieven van burgers, bedrijven of samenwerkingsorganisaties op dit vlak worden positief ontvangen en zo goed mogelijk ondersteund. Beschrijving In 2020 is ongeveer 8% van het energieverbruik in Enschede gedekt vanuit hernieuwbare bronnen. Een groot deel van deze duurzame productie van warmte en elektriciteit komt van Twence en wordt volgens de aandeelhouderswaarde aan de gemeente Enschede toegerekend. Dat geldt ook voor de twee zonnevelden van Twence op het grondgebied van de gemeente Enschede met een totale oppervlakte van 24 ha: sinds 2017 4 ha aan de Tienbunderweg en sinds eind 2018 20 ha aan de Oude Hengelosedijk. In het landelijk gebied zijn door landbouwbedrijven en particulieren op diverse (landbouw)schuren en woonhuizen zonnepanelen op het dak aangebracht. In Enschede staan nog geen windturbines en -buiten het terrein van Twence- zijn voor de vergisting van mest of de verbranding van biomassa in het landelijk gebied geen voorzieningen aanwezig.

De ambitie van de gemeente is om de duurzame opwek tot 2030 te verdubbelen en in Enschede zonnevelden en windturbines toe te staan, deels in het landelijk gebied, deels aan de rand van de bedrijventerreinen. Deze ambitie legt beslag op ruimte in het landelijk gebied en vergt vanuit het oogpunt van landschap, natuur, landbouw en andere functies een zorgvuldige inpassing.

23

Conclusie Sinds het uitbrengen van de Gids buitenkans (2014) is de aandacht voor en de kennis over de energietransitie enorm toegenomen. Vanuit het oogpunt van het landelijk gebied staat de inpassing van maatregelen voor het duurzaam opwekken van elektriciteit met zon en wind centraal. Enschede heeft nog geen voldoende beleid voor de inpassing. De Visie landelijk gebied en in vervolg de nieuwe Gids buitenkans moeten daar regels voor uitwerken.

2.3.7 Niet-agrarisch werken Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) Voor niet-agrarisch werken bevat de Gids buitenkans (2014) geen ambitie. Beschrijving In het buitengebied komen diverse niet-agrarische bedrijven voor. Een deel daarvan heeft een relatie met de agrarische sector, zoals loonwerkers. De toeristisch-recreatieve bedrijven vormen een aparte categorie. Een aantal andere bedrijven heeft geen direct relatie met het landelijk gebied, zoals een bouwbedrijf, autobedrijf en architectenbureau. Veel bedrijven in die laatste categorie zijn klein begonnen en soms uitgegroeid, voor een deel in vrijkomende agrarische bebouwing. Dat kan bijdragen aan het behoud van karakteristieke panden. Keerzijde is de overlast die bedrijven met zich mee kunnen brengen, vanuit de locatie zelf of door het verkeer. Het beleid is om niet-agrarische bedrijvigheid, zonder binding met het landelijk gebied en zonder toevoeging aan kwaliteit, niet in het buitengebied toe te staan. Conclusie Op dit moment zijn geen grote problemen te onderkennen met niet-agrarisch werken in het landeljk gebied.

2.3.8 Gronddruk

Het grondgebruik in Enschede laat de afgelopen twintig jaar een aantal verschuivingen zien. De kaarten illustreren de voortschrijdende verstedelijking sinds 1950 en de grafiek toont voorbeelden van verschuivingen in het grondgebruik in Enschede sinds 1996. De oppervlakte bedrijventerrein en hoofdwegen (N18, A35) neemt tussen 1996 en 2015 met enkele tientallen hectaren toe (bedrijventerrein met meer dan 100%, hoofdwegen 15%). De oppervlakte bos groeit met circa 80 ha (4%) en de landbouw levert bijna 250 ha (4%) aan cultuurgrond in.

24

Voor de toekomst zijn meer claims om ruimte dan grond beschikbaar is. In deze notitie is voor diverse functies verkend welke ontwikkeling en grondbehoefte de komende tien jaar kan bestaan om in maatschappelijke behoeften te kunnen voorzien en/of tot een goede functievervulling te komen. Het gaat om een schatting van de grondbehoefte, op basis van professional judgement. Hoe serieus de grondbehoefte is blijkt pas op het moment dat zich een aankoopmogelijkheid voordoet. Dan pas blijkt of een wens ook voldoende financieel-economische basis heeft. Zo zijn voorbeelden bekend waarin grond wel is aangeboden aan een partij die zegt de grond nodig te hebben, maar die toch niet afneemt. Denk aan grondtransacties in de landbouw, waarin de buurman niet in staat blijkt om de grond te kopen en een landbouwer van buiten de gemeente wel tot aankoop overgaat. Ook vanwege deze achtergrond zijn de inschattingen bewust niet voorzien van een optelling. Het overzicht illustreert vooral dat sprake is van behoefte aan ruimte – de getallen zijn niet meer dan een orde van grootte. Ruimteclaims vanuit de verschillende functies De onderstaande ruimteclaims zijn onversneden claims vanuit elke functie afzonderlijk voor de komende tien jaar. Het gaat om een inschatting, die de richting en de orde van grootte aangeeft. Een harde onderbouwing van het exacte aantal benodigde hectaren ontbreekt.

Ook is geen businesscase opgesteld om na te gaan of de grondkosten met deze nieuwe functie kunnen worden opgebracht. Circulaire landbouw: Een circulair agrarisch melkveebedrijf haalt zo min mogelijk veevoer van buiten het bedrijf of de regio en zet de mest ook weer lokaal af. Een volwaardig circulair melkveebedrijf moet naar verwachting beschikken over 60 ha landbouwgrond. Als de trendmatige afname van het aantal melkveebedrijven wordt gevolgd, dan zijn van de huidige 50 bedrijven met gemiddeld 40 ha in 2030 nog circa 40 hoofdberoepsbedrijven over. De extra grondbehoefte neemt met 400 ha toe: van 50 bedrijven met 40 ha = 2000 ha nu, naar 40 bedrijven met 60 ha =2400 ha in 2030. Bovendien moet rekening worden gehouden met een extra grondbehoefte van hoofdberoepsbedrijven uit de buurgemeenten. Deze wordt geschat op 20 bedrijven met een gronddruk in Enschede van gemiddeld 10 ha. Daarmee komt de grondbehoefte in de landbouw uit op 600 ha. Met deze inschatting is niet gezegd dat de oppervlakte landbouwgrond in Enschede ook met deze omvang moet toenemen. Een groot deel van deze oppervlakte is in te vullen door overname van grond van stoppende bedrijven of door meer grond buiten Enschede in gebruik te nemen dan wel het aandeel grond van buiten Enschede te verlagen. Energie Voor de energietransitie is grond nodig in het buitengebied.

De voetafdruk van windturbines is beperkt in omvang; de visuele en milieuruimte is (veel) groter. Voor zonnevelden is de claim die tot 2030 voortvloeit uit de Energievisie (tenminste) 150 ha voor de hele stad. Daarvan is 27 ha al vergund en 5 ha gerealiseerd (die 5 ha is onderdeel van 24 ha Twence-velden, die voor de aandeelhouderswaarde van Enschede meetellen voor de opgave van Enschede). Prioriteit wordt gegeven aan zonnepanelen op daken, boven parkeervoorzieningen en in overhoeken. Daarnaast komt een belangrijk deel van de zonnevelden in het landelijk gebied.

25

Bos Bij aanplant van 1 boom per inwoner, zoals de provincie voorstaat en in de Nota van uitgangspunten van de gemeente is opgenomen is ruimte nodig. Voor 170.000 bomen globaal 170 ha grond, deels in landelijk gebied en deels in de stad, bijvoorbeeld in de verhouding 100 ha landelijk gebied en 70 ha in de stad. Rekening wordt gehouden met een gemiddelde dichtheid bij planten van 1000 boompjes per hectare. Het gedeelte in het landelijk gebied kan zowel bestaan uit een grotere aaneengesloten oppervlakte als in houtwallen en bosschages in overhoeken, erfbeplanting etc. Landgoederen Nieuwe landgoederen hebben een oppervlakte van tenminste 10 ha, waarvan in praktijk circa 1 ha rond het landhuis en 3 ha nieuwe natuur. De overige 6 ha blijft vaak in gebruik bij de landbouw. Daarmee is de grondbehoefte bij realisatie van 5 nieuwe landgoederen in praktijk rond de 20 ha (en daarnaast blijft 30 ha in agrarisch gebruik). Waterberging Om het water van hoosbuiten niet tot ongewenste overstromingen te laten leiden én het water vast te houden voor benutting in droge perioden is waterberging nodig. Hiervoor wordt rekening gehouden met een extra oppervlakte van 50 ha. De mogelijkheden voor combinatie van watermaatregelen met landbouw, natuur en landschap zijn talrijk. Wonen Enschede is terughoudend voor nieuwbouw van huizen in het landelijk gebied.

De toevoeging voor experimenten zal dan ook beperkt zijn tot enkele hectaren. Wel kan de groei van de stad een aangesloten uitbreidingsgebied nodig maken. Samen is de grondbehoefte hier ingeschat op 25 ha tot 2030. Bedrijventerrein Bij de vaststelling van de Visie werklocaties en haar besluit om de bestemming van de Bolling en de Westkrans van de Usseler Es te veranderen van bedrijventerrein in landbouw, natuur en groen heeft de Gemeenteraad de opdracht gegeven op zoek te gaan naar alternatieve locaties als strategische voorraad voor in de toekomst te vestigen bedrijven en voor uitzonderlijke kansen. De herbestemming van de Bolling en de Westkrans betreft circa 45 ha bedrijventerrein. Infrastructuur Grote aanpassingen waaraan wordt gedacht zijn het opwaarderen van de N35 richting Duitsland tot autosnelweg met 2x2 rijbanen en een ongelijkvloerse aansluiting ter hoogte van de Oostweg en een verbinding met de Broekheurnering. Voor de railinfrastructuur heeft het Rijk gedachten over een noordelijke Betuwelijn met een mogelijk tracé parallel aan de N18. Het zal daarbij snel gaan om enkele tientallen hectaren. Recreatie en toerisme De toename van recreatie en toerisme is meer gedacht in kwaliteit dan in omvang. Toch zal ook voor kleinere toevoegingen extra grond nodig zijn. De schatting is 25 ha tot 2030.

Natuur en landschap De grootste opgave voor de versterking van de natuur in Enschede ligt bij de verhoging van de kwaliteit van de bestaande natuurgebieden en het versterken van de bestaande ecologische verbindingen. Ook is enige ruimte nodig voor landschapsherstel: aanleg of versterking van houtwallen en singels. Voor de afronding van natuurgebieden, het invullen van ecologische verbindingen en landschapselementen is naar schatting 50 ha nodig tot 2030. Deze claim kan mogelijk deels worden ingevuld met de nieuwe natuur op nieuwe landgoederen en de aanplant van bos.

Conclusie: De ruimteclaims geven aan dat de gronddruk in Enschede groot is. Méér ruimte is niet beschikbaar. Daarom zullen andere oplossingen moeten worden gezocht. Een deel van de ruimtevraag zal niet hard gemaakt kunnen worden, omdat de grondkosten niet kunnen worden opgebracht. Alleen al om die reden zal gezocht worden om op andere wijze in de claim is te voorzien. Denk aan zon op dak in plaats van in een veldopstelling, samenwerking tussen bedrijven in de landbouw om grond efficiënt te gebruiken. Ook zal gezocht worden naar combinaties, die elkaar niet uitsluiten of elkaar zelfs versterken. Met meervoudig grondgebruik worden claims voor bijvoorbeeld natuur, landgoederen, landbouw en water op één plek gecombineerd. Aanbeveling is dan ook om te streven naar vernieuwing (andere oplossingen én nieuwe functiecombinaties) én met een integrale gebiedsgericht naar meervoudig ruimtegebruik op zoek te gaan.

26

2.4

De balans opgemaakt

Beleid is weinig meetbaar, monitoring ontbreekt Voordat de balans zelf wordt opgemaakt wordt hier geconstateerd dat: a. De ambities van de gemeente, die zijn opgenomen in de Gids buitenkans (2014), veelal in algemene bewoordingen zijn gesteld. Meetbare taakstellingen ontbreken. b. De toestand van het landelijk gebied in deze evaluatie voor diverse onderwerpen met kwalitatieve informatie of aan de hand van voorbeelden wordt geschetst. Kwantitatieve informatie is vaak niet beschikbaar of fragmentarisch aanwezig. Voor drie onderwerpen (landschap, landbouw, landgoederen) is een eigen onderzoek uitgevoerd. c. Voor de toekomstverwachtingen wordt aangesloten bij landelijke of regionale trends, waarvan niet zeker is of Enschede die volledig volgt. Zowel de doelen als de gegevens over de toestand van het landelijk gebied zijn niet in harde meetbare getallen uitgedrukt. Dat maakt dat de evaluatie geen ‘balans’ in cijfers bevat, maar een aanduiding van ontwikkelingen met kansen en bedreigingen. Conclusie: De aanbeveling is om in de op te stellen Visie naast inspirerende vergezichten en een ‘stip op de horizon’ ook gewenste opbrengsten aan te geven die meetbaar en afrekenbaar zijn. Dan ontstaat een mix van harde opbrengsten en meer zachte ambities. Dat zorgt voor behoud van inspiratie en ruimte voor eigen invulling aan de ene kant en doelgericht handelen aan de andere kant.

Bij harde opbrengsten hoort een vorm van monitoring, om na te gaan of de resultaten worden gehaald. Ook voor de andere onderwerpen is de aanbeveling om meer systematisch te volgen welke ontwikkelingen zich voordoen. De gemeente hoeft dat niet allemaal zelf te doen, maar zou wel afspraken kunnen maken met andere overheden en maatschappelijke organisaties om ieder voor een eigen onderwerp systematisch informatie te verzamelen en aan elkaar beschikbaar te stellen.

Pluspunten en kansen Het landelijk gebied van Enschede telt veel pluspunten. Aan de goede kant van de balans staan het kleinschalige fraaie landschap, de vrij goede kwaliteit van water, bodem en lucht, de aanwezigheid van zeer veel landgoederen, de grote hoeveelheid bos en natuur, afgewisseld met de melkveehouderij, het ontbreken van concentraties van intensieve veehouderij en de goede recreatieve ontsluiting van het landelijk gebied met paden voor wandelaars en fietsers. Het landelijk gebied vormt nog steeds het rustige en groene contrast met de drukke en bebouwde stad. Daardoor is Enschede een prettig gebied om in te wonen, te werken en te verblijven. De voorzieningen van de stad zijn dichtbij. Het landelijk gebied maakt de stad Enschede tot een complete stad met voor elk wat wils. De hoge kwaliteit van het landelijk gebied is een waarde in zichzelf en biedt kansen voor Enschede als woon-, werk-, en recreatiestad. De Raad heeft deze kwaliteiten in een motie onderstreept.

27

Constateringen en overwegingen uit de Motie aangenomen bij de behandeling van de Nota van uitgangspunten Visie landelijk gebied 30 juni 2020

Minpunten en bedreigingen De kwaliteit van het landelijk gebied staat echter ook onder druk. Dat uit zich in een geleidelijke achteruitgang, die niet altijd wordt opgemerkt. Hier volgt een opsomming van bedreigingen die al aanwezig zijn en die - bij ongewijzigd beleid- naar verwachting de komende jaren telkens sterker naar voren komen. •

•

• • •

De waterhuishouding is uit balans. De landbouw en natuur worden telkens meer geplaagd door (gort)droge perioden. Op langere termijn brengt dat zelfs continuïteit van de waterwinning in gevaar. Daarnaast leveren heftige buien lokaal meer water op, dan kan worden verwerkt. Dat heeft ook gevolg in stedelijk gebied. De gemeente heeft niet veel zicht op de kwaliteit van de bodem. Aanbevolen wordt om daar een inhaalslag te maken, omdat de kennis op dit moment beperkt is, maar wel het vermoeden van bestaat dat de bodemkwaliteit meer aandacht nodig heeft. De kwaliteit van de lucht voldoet grotendeels. Aandacht vragen geluid langs wegen, neerslag van stikstof op natuurgebied en verstoring van licht in het donkere buitengebied. De natuurlijke variatie wordt schraler. Bijzondere soorten hebben het moeilijk, algemene soorten komen daarvoor in de plaats. De achteruitgang moet worden gestopt. De eigenheid van het Twentse landschap springt minder naar voren. Het gebied is nog steeds aantrekkelijk, maar dreigt af te glijden naar een landschap dat doorsnee is voor het hele oostelijke zandgebied.

Eigenheid van het landschap Het beeld van het Twentse landschap verliest aan eigenheid. Dat komt door de schaalvergroting, het verdwijnen van landschapselementen, grootschalige landbouwschuren en de verstedelijkte architectuur van nieuwe huizen en aanbouwen met hekken en coniferen rond de erven. Dat is een beweging die overal heeft plaatsgevonden en het landschap uniformer heeft gemaakt en minder karakteristiek voor een bepaald gebied.

• •

De voor Enschede karakteristieke landgoederen maken zich zorgen over hun voortbestaan. De agrarische sector wordt kleiner en kleiner. Dat betekent dat telkens minder bedrijven bijdragen aan het agrarische beheer van het landelijk gebied. De bedrijfseconomische wetten sturen de landbouw in een richting die de kwaliteit van het landelijk gebied niet ondersteunt. De omslag naar kringlooplandbouw en verkorting van de ketens tussen productie en consumptie komt te langzaam op gang. 28

•

• • • •

De woningdichtheid in het landelijk gebied behoort tot de hoogste van Overijssel. Ondanks het succesvolle beleid om de verstening van het landelijk gebied te beperken, schuift de grens van de stad op diverse plekken op. Ook leggen tal van stedelijke voorzieningen druk op het landelijk gebied, zoals in de vorm van verharde wegen, leidingen, zonnepanelen en windturbines, recreatievoorzieningen en zandwinning. De bezoekers uit Enschede zijn overwegend positief over hun bezoek aan het buitengebied. De ambitie om recreatie en toerisme te laten groeien is echter nog niet geslaagd. Kansen zijn er wel. De leefbaarheid kan onder druk komen te staan door ondermijning (achteruitgang van de landbouw, vrijkomende gebouwen). De energietransitie vraagt ruimte in het landelijk gebied met zonnepanelen en windturbines die vragen om een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Gronddruk is hoog, waardoor grote concurrentie om grond optreedt en de hoogste bieder bepalend is voor het toekomstige grondgebruik. Dat hoeft niet altijd de maatschappelijk meest gewenste gebruiksvorm te zijn. Meervoudig grondgebruik komt vaak niet vanzelf tot stand.

29

3. Rol van de gemeente 3.1.

Taken gemeente

De gemeente vervult uiteenlopende taken in het landelijk gebied: Uitvoering van wettelijke taken, uitvoering van eigen beleid en medewerking beleid andere overheden Bij het opstellen van een bestemmingsplan, het verlenen van vergunningen, toezicht en handhaving e.d. voert de gemeentelijk wettelijke taken uit, waarin -afhankelijk van de taak- meer of minder ruimte zit voor het maken van eigen gemeentelijke keuzen. Bijvoorbeeld: een bestemmingsplan (onder de Omgevingswet: omgevingsplan) wordt verplicht vastgesteld, bij de inhoud van het plan heeft de gemeente veel vrijheden om eigen afwegingen en keuzen te maken. Vaak haakt de gemeente aan bij beleid van andere overheden en partners. Voor bijvoorbeeld landschap, recreatie & toerisme heeft de gemeente relatief veel eigen beleidsruimte, voor landbouw en natuur daarentegen laten de andere overheden weinig over aan de gemeenten. Voor de landbouw regels het (inter)nationale landbouwbeleid welke kaders gelden voor de agrarische bedrijfsvoering en de gemeente heeft bijvoorbeeld weinig tot geen inbreng bij de aanwijzing en het beheer van een Natura 2000 gebied. Ook voeren Rijk, provincie, waterschap en terreinbeheerders eigen projecten uit op het grondgebied van de gemeente. Enschede verleent daaraan medewerking, vanuit het belang van de inwoners en bedrijven van Enschede.

Het kan gaan om wegen van Rijkswaterstaat, waterbeheer door het waterschap, inzet van provinciale gronden of natuurbeheer door terreinbeherende organisaties. Gids buitenkans Een deel van de gemeentelijke taken in het landelijk gebied komt tot uiting bij de toepassing van de Gids buitenkans. Het gaat daarbij vooral om de afweging van nieuwe initiatieven en projecten in het landelijk gebied. De gemeente bewaakt met het model van de ‘weegschaal’ uit de Gids het evenwicht tussen ontwikkeling en bescherming. Elk initiatief moet bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de ontwikkelruimte die een initiatiefnemer krijgt moet in evenwicht zijn met de investering in ruimtelijke kwaliteit. De Gids buitenkans geeft de regels daarvoor aan. Beheer en onderhoud De gemeente heeft in het landelijk gebied eigen gronden en gebouwen in beheer. Het gaat onder meer over berm- en slootbeheer, wegbeheer en beheer van de openbare verlichting. De gemeente beschikt ook over gronden (en opstallen) die zijn gekocht met het oog op een functieverandering. Niet al die veranderingen blijken in praktijk (direct) door te gaan. Ook zijn hele agrarische bedrijven of percelen gekocht, terwijl maar een deel nodig is voor de beoogde functieverandering. De gronden, waarvoor de toekomstige functie (nog) niet is gerealiseerd, wordt vaak in pacht uitgegeven.

Aan de uitgifte worden in de huidige praktijk geen bijzondere eisen gesteld vanuit een oogpunt van landschap of biodiversiteit. Het gaat meestal op landbouwgrond, de totale oppervlakte is beperkt en is versnipperd over kleinere percelen. Uitzondering is de Usseler Es, waar de gemeente wel een forse bezitting heeft. Overleg en contact met de inwoners en bedrijven in het landelijk gebied. De gemeente heeft over ontwikkelingen in het landelijk gebied overleg met inwoners en bedrijven. Daarvoor is geen afzonderlijk overlegorgaan voor het landelijk gebied ingesteld. Het overleg maakt onderdeel van de wijk- en dorpsraden, waarin veelal de vraagstukken van het bebouwd gebied de meeste tijd en aandacht vragen. Voor specifieke projecten betrekt de gemeente de omwonenden. De gemeente heeft voorts een aantal vaste overlegpartners in het landelijk gebied, zoals Stawel, het 30

Groenberaad, OPG en Landschap Overijssel. Voor tal van initiatieven ligt het voortouw bij inwoners, landgoederen of bedrijven. De gemeente moet dan met bijvoorbeeld een vergunning toestemming geven voor een activiteit, zoals bouwen. In een aantal gevallen is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Maatregelen voor de energietransitie kunnen door de overheid of door particulieren in gang worden gezet. De gemeente coördineert of neemt als partner deel aan samenwerkingsprojecten. Daarnaast int de gemeente diverse vormen van belastingen en heffingen en treedt de gemeente op als toezichthouder en handhaver, om toe te zien op de naleving van gemaakte afspraken en regels. Evaluatie van de gemeentelijke taakuitoefening In de volgende paragrafen wordt nagegaan hoe de gemeentelijke taakuitoefening verloopt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in hiervoor benoemde onderdelen. Paragraaf 3.2 gaat in op de beleidsinzet van de gemeente Enschede in het landelijk gebied en bij het inspelen en gebruik maken van beleid van andere overheden. Paragraaf 3.3 is geheel gewijd aan de toepassing van de weegschaal en instrumenten van de Gids buitenkans (2014). Paragraaf 3.4 behandelt de manier waarop de gemeente haar beheer- en onderhoudstaken uitvoert en paragraaf 3.5 gaat over de wijze waarop het overleg tussen gemeente en samenleving vorm krijgt. Tot slot maakt paragraaf 3.6 de balans op.

3.2.

Beleidsinzet in het landelijk gebied

Eigen gemeentelijke beleidsinzet In overeenstemming met het aantal inwoners en bedrijven (>95%) gaat de meeste aandacht van de gemeente Enschede uit naar vraagstukken in het stedelijk gebied. De verdeling van aandacht kan afgemeten worden aan de personele inzet en budgetten voor het landelijk gebied. Bij het opstellen van deze evaluatie was de personele capaciteit speciaal voor het landelijk gebied ongeveer 1 tot maximaal 1,5 fte (full-time-eenheid) en het budget voor specifieke aandachtspunten in het landelijk gebied bedraagt circa € 80.000 per jaar. Daarmee bedient de gemeente ongeveer 70% (10.000 ha) van het grondgebied (14.000 ha). Bij die beperkte inzet is het niet vreemd dat het landelijk gebied en vraagstukken in het landelijk gebied de afgelopen decennia nogal eens aan de aandacht ontsnappen. Toch zijn enkele bijzondere resultaten behaald in het landelijk gebied, veelal in samenwerking met partners. Voor specifieke projecten komen wel projectgebonden budgetten beschikbaar, voor een belangrijk deel van derden. Resultaten van het gemeentelijk beleid – vaak in samenwerking met derden Beleid voor groene diensten en een lokaal uitvoerend landschapsfonds. Een kwart van de kleine landschappelijke elementen in het buitengebied is onder langjarig beheer gebracht.

Rondje stad: 53 km fiets en wandelroute langs de rand van Enschede (kans om veel meer recreatieve/economische voorzieningen aan vast te knopen) Vernieuwend ruimtelijk beleid met de Gids buitenkans Twee landinrichtingen hebben gezorgd voor extra natuur, verbeterde inrichting waterlopen, herverkaveling en recreatieve ontsluiting. Ecozone Eschmarke, Kristalbad Natuurkansenkaart

Een deel van de aandacht van bestuur en de beschikbare gemeentelijke capaciteit is gericht op het oplossen van incidenten. Gerichte aandacht bij incidenten kan snel tot resultaat leiden, zoals bij het uitbannen van het bestrijdingsmiddel glyfosaat bij het scheuren en opnieuw inzaaien van gras in weilanden. De incidenten drukken wel het reguliere beleid nog verder naar de achtergrond. 31

Specialistische kennis De specifieke en vaak complexe regelgeving voor het landelijk gebied vergt specialistische kennis, die met de beperkte personele capaciteit niet voldoende aanwezig is. Daardoor kan de gemeente weinig aandacht geven aan structurele ontwikkelingen in het landelijk gebied, zoals aan de gevolgen van klimaatverandering, de veranderingen in de landbouwsector, de noden van de landgoedeigenaren, behoud van biodiversiteit, leefbaarheid en ondermijning. Een deel van deze beperkte specialistische kennis vangt de gemeente op door haar contact en samenwerking met Stawel. Deze organisatie ontvangt structurele financiële ondersteuning vanuit de gemeente. Beleidskeuzen De gemeente heeft in het eerste deel van de Gids buitenkans (2014) een aantal ambities verwoord. Deze zijn in hoofdstuk 2 van deze evaluatie telkens opgenomen bij de verschillende onderdelen van het beleid. De ambities zijn over het geheel genomen kwalitatief van aard en geven een richting aan. De vervolgstap richting realisatie is veelal niet uitgewerkt. Zoals hiervoor is gesteld, zijn de middelen voor vervolgstappen heel beperkt. Begeleiding, overleg, toezicht en handhaving De capaciteit en prioriteit voor begeleiding van initiatieven, toezicht en handhaving in het landelijk gebied is gering.

Het gevolg is dat ruimtelijke randvoorwaarden en verplichtingen niet goed onder de aandacht gebracht worden van initiatiefnemers met kwaliteitsverlies in het landschap tot gevolg. De inwoners van het landelijk gebied voelen zich niet altijd gezien en gehoord door de gemeente. De gemeente heeft immers weinig menskracht om op een zorgvuldige wijze in overleg te treden en vervolg aan afspraken te geven. Financiering Met gerichte inzet van geld en mensen kan veel bereikt worden in het landelijk gebied. De gemeente beschikt over zeer beperkte eigen middelen. Om het budget voor het landelijk gebied te vergroten zijn drie mogelijkheden onderkend: -

Verhoging van het budget op de eigen begroting. Dit is de meest direct manier om het budget voor het landelijk gebied te verhogen en de gemeentelijke inzet te versterken. De uitgaven in het landelijk gebied moeten concurreren met andere prioriteiten van de gemeente. Het huidige budget bedraagt omgerekend € 8.- per ha.

-

Fondsvorming Net als voor het stedelijk gebied kan een fonds worden gevormd om kwaliteit aan het landelijk gebied toe te voegen. De vulling van het fonds kan plaatsvinden door een verplichte bijdrage te vragen vanuit investeringen die in het landelijk gebied plaatsvinden, zoals bouwen en het aanbrengen van energiemaatregelen. De omvang van een dergelijk fonds zal naar verwachting bescheiden van omvang zijn, omdat het aantal activiteiten in het landelijk gebied beperkt is én de beschikbare ruimte binnen de sluitende businesscase van die activiteiten veelal niet groot is.

-

Bijdragen van andere overheden De Europese, landelijke, provinciale overheden en het waterschap zetten fors in op opgaven in het landelijk gebied. De EU heeft een omvangrijk programma in ontwikkeling gericht op duurzaamheid, de Rijksoverheid heeft langjarig middelen beschikbaar voor kringlooplandbouw, natuur en stikstofmaatregelen, de provincie heeft onder meer stimuleringsfondsen voor landgoederen en aanplant van bomen en het waterschap zet vanuit zijn primaire taak in op integraal waterbeheer. Deze geldstromen zijn omvangrijk en krachtig en gaan vaak in precies dezelfde richting en hebben dezelfde doelstelling als de gemeente zelf heeft. 32

De programma’s en subsidiestromen van de andere overheden gaan vrijwel zonder uitzondering uit van cofinanciering. Een bijdrage van de EU, Rijk, provincie of waterschap komt alleen beschikbaar vanuit het project en/of de gemeente zorgt voor daarbij horende cofinanciering. Op die manier kan de gemeente in beginsel veel meer bereiken dan het op eigen kracht kan. Met het jaarlijkse bedrag van € 80.000 kan de gemeente echter maar een beperkt deel van het bij andere overheden beschikbare budget naar projecten in de gemeente Enschede toe trekken. Als vuistregel kan gelden dat de cofinanciering een kwart van de totale investering moet bedragen. Met het huidige budget kunnen weinig van de beschikbare budgetten naar Enschede toe worden geleid. Om meer fondsen naar Enschede toe te halen is een verhoging van het eigen gemeentelijke budget nodig.

3.3.

Gids buitenkans

De ‘werking’ van de Gids De Gids buitenkans kent met de weegschaal een methodiek om het privébelang van een (commercieel of door een private partij ingezet) initiatief af te zetten tegen het publiek belang van een goede omgevingskwaliteit in het landelijk gebied. Naarmate een initiatief meer invloed heeft op de omgeving, door bijvoorbeeld geluid, verkeer, verlies aan cultuurhistorie en landschappelijke kwaliteit moet hier ook een grotere kwaliteitsimpuls tegenover staan. Die tegenprestatie kan bestaan uit een bijdrage aan landschap, natuur, ecologie en biodiversiteit (landschapselementen, beekherstel), aan recreatief medegebruik (openstelling privébezit, wandelpaden), aan behoud van cultuurhistorie (erfinrichting, behoud karakteristieke panden) en/of een bijdrage aan een fonds Versterking buitengebied, voor het geval de initiatiefnemer niet in de eigen of directe omgeving van het initiatief kan investeren. Voor het bouwen in het landelijk gebied zijn drie specifieke regelingen van toepassing, die duidelijk maken wat wordt bedoeld met ‘evenwicht’. De Rood voor Rood-regeling geeft de regels voor de omvang van de sloop van landschapsontsierende schuren, die tegenover de bouw van een nieuw bouwwerk moet staan.

In de regeling voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing staat welke tegenprestatie moet worden geleverd in de vorm van de verbetering van erven om een vrijkomend agrarisch gebouw een nieuwe functie te mogen geven. In de Rood voor Groen-regeling zijn de voorwaarden opgenomen voor vestiging van een nieuw landgoed, met eisen voor onder meer het tot stand brengen van nieuwe natuur. Daarnaast zijn nog regelingen voor recreatie & toerisme, zorg en duurzaamheid in de Gids verwoord. De Gids bevat ook een processchema voor de behandeling van nieuwe initiatieven met intake, verdieping en beoordeling van de voorstellen. Wat gaat goed De werking van de Gids is in 2013 geëvalueerd (JA een buitenkans, evaluatie van de Gids Buitenkans 2010) en op basis daarvan is de Gids in 2014 aangepast. In aansluiting op de constateringen in de evaluatie uit 2013 wordt ook nu weer vastgesteld dat de Gids een bruikbare methodiek bevat om initiatieven af te wegen. Daarmee wordt bedoeld dat de weegschaal helpt om het private belang van de initiatiefnemer en het algemeen maatschappelijk belang van een goede leefomgeving te presenteren, naast elkaar te zetten en vervolgens tot een conclusie te komen. De initiatiefnemer krijgt een handvat om het plan op te stellen, de gemeente kan met de Gids heel ongelijksoortige initiatieven toch langs eenzelfde soort maatlat leggen.

De Gids stimuleert ook om tot creatieve oplossingen te komen en bevat een waarborg voor het behoud van de kwaliteit van het landelijk gebied. Een aantal initiatieven haalt de eindstreep niet. Dat kan worden gezien als een indicatie dat de Gids selectief is. Daar is reden voor. Niet alles kan en mag in Enschede. Echter ook 33

veel initiatieven halen de eindstreep wel, omdat ze voldoen aan de gestelde criteria en daarmee op evenwichtige wijze balanceren tussen het eigen voordeel en het maatschappelijk belang. Op basis van deze algemene indruk is de conclusie dat de Gids moet worden voortgezet. Het is namelijk een goede manier om initiatieven af te wegen. Wat kan beter De indruk dat de Gids moet worden voortgezet betekent zeker niet dat de Gids volmaakt is. De praktijk laat ook zaken zien die niet gebeuren, onvoldoende werken of beter kunnen en moeten. Deze constateringen zijn opgeschreven in de vorm van mogelijke aanpassingen. Verbeteringen van de Gids zijn denkbaar langs de volgende lijnen. -

Schrappen van de ambities / relatie met de Visie leggen De ambities in de Gids zijn (vrij) abstract geformuleerd en zijn vooral opgesteld bij het ontbreken van een Visie landelijk gebied. Nu deze Visie wordt opgesteld, kan bij de herziening van de Gids buitenkans dit deel verdwijnen, met verwijzing naar de Visie. De Visie brengt ook met zich mee dat de Gids geen op zichzelf staand document meer is, doordat de Gids volgt op de beleidskeuzen in de Visie landelijk gebied. Dat versterkt de basis van de Gids.

-

Transparante en objectieve criteria Bij de toepassing van de weekschaalmethodiek worden verschillende belangen tegen elkaar afgewogen: het publieke belang van (sterk samengevat) ruimtelijke kwaliteit en het private belang, dat onder meer een economische achtergrond kan hebben. Voor elk concreet geval moet die afweging worden gemaakt, liefst zo transparant en eenduidig mogelijk. Wie bij de gemeente de afweging ook maakt, het streven is erop gericht dat de uitkomst telkens hetzelfde is. De ervaringen met de toepassing moeten helpen om de spreekwoordelijke ‘appels en peren’ objectief te vergelijken en de persoonlijke smaakverschillen uit te bannen. In de volgende versie van de Gids moet dit punt weer een stap verder worden gebracht.

-

Nieuwe andersoortige activiteiten Een van de redenen en ideeën achter de Gids is in het buitengebied nieuwe ontwikkelingen te bevorderen om het teruglopen van de landbouw op velerlei manieren te compenseren. De Gids biedt bewoners van het buitengebied kansen en helpt hen deze kansen om te zetten in initiatieven voor nieuwe economische dragers. Het resultaat over de jaren heen stelt op dit punt teleur. Het zijn vooral aanvragen om woningen te bouwen. De brede waaier aan nieuwe initiatieven die de makers van de Gids in eerste instantie voor ogen stond is dan ook geen werkelijkheid geworden. De aanpassing van de Gids kan dit meer aandacht krijgen.

-

Toevoegen van nieuwe onderwerpen, aanscherpen van bestaande regelingen De Gids buitenkans op een aantal punten worden geactualiseerd omdat nieuwe kennis en inzichten zijn ontstaan. o De meer precieze waardering van het landschap uit de landschapsstudie en de daaraan verbonden strategie geldt als het nieuwe uitgangspunt voor het behoud en de versterking van het landschap. o Actuele onderwerpen, als de energietransitie komt in de huidige Gids te beperkt aan bod. Ook hier is een aanvulling wenselijk. o De regelingen voor Rood voor Rood en Vrijkomende Agrarische Bebouwing moeten worden aangepast als de Visie daarvoor nieuwe inzichten geeft en keuzen maakt.

34

o

De al eerder naar voren gebrachte aanbeveling om een Fonds buitengebied in te stellen moet – in wisselwerking met de Visie- worden gerealiseerd.

Ja, mits Waar dat kan geeft de gemeente ruimte aan de samenleving om het landelijk gebied in te richten en te gebruiken. Vanuit het algemeen belang geeft de gemeente daarvoor de kaders aan: de grenzen waarbinnen initiatieven tot stand moeten komen. Het beginsel is ‘ja, mits’ – in aansluiting op de Omgevingswet. Deze benadering heeft twee risico’s. De eerste is dat het vertrouwen dat de samenleving krijgt, te ruim wordt opgevat. Initiatieven kunnen dan schade opleveren voor het algemeen belang, voor het landschap bijvoorbeeld. Het andere risico is dat een initiatiefnemer lange tijd meent binnen de vastgestelde kaders te opereren en veel tijd en geld besteedt aan het uitwerken van een initiatief. Pas in de eindfase blijkt dat de gemeente(raad) toch geen toestemming verleent. Sturing en duidelijkheid vooraf had veel tijd en geld bespaard. Dit risico zal worden ingedamd door grote projecten meer gefaseerd te behandelen en tussentijds te checken of binnen de kaders wordt geopereerd.

-

Procesmatig en consequent toepassen Bij de toepassing van de Gids buitenkans komt naar voren dat de gemeente het proces van intake, verdieping en besluitvorming nog onvoldoende consequent en efficiënt doorvoert. Het is niet de bedoeling dat een initiatief langer in onzekerheid verkeert dan nodig is. De reactietijd van de gemeente op een initiatief moet kort zijn (als dat kan) en de boodschap moet duidelijk zijn. Een goede aanvraag helpt vanzelfsprekend om tot snelle besluitvorming over te gaan. Voorkomen moet worden dat na een lang en positief verlopen ambtelijk gevoerd plantraject een initiatief uiteindelijk toch geen bestuurlijke goedkeuring krijgt. Vanzelfsprekend ligt de uiteindelijke keuze bij het bestuur. Een initiatiefnemer moet tijdens een langdurig en kostbaar plantraject wel inzicht kunnen krijgen in de haalbaarheid en risico’s van het initiatief. Voor grote initiatieven is een vroegtijdige en sturende consultatie van College en/of Raad wenselijk.

-

Controle en handhaving als sluitstuk De gemeente hanteert een ketenbenadering. De keten bestaat uit: ‘visie > realisatie > beheer > handhaving’. De gemeente volgt de hele keten, waarbij de zwakste schakel bepalend is voor het resultaat. De praktijk van de afgelopen jaren heeft geleerd dat de aandacht afneemt verderop in de keten. Over het idee vindt goed overleg plaats aan de hand van bijvoorbeeld een artist impression. De uitwerking in een Definitief Ontwerp ziet de gemeente al vaak niet meer en handhaving heeft in het landelijk gebied geen prioriteit gehad in de afgelopen jaren. Voor de toepassing van de Gids betekent de ketenbenadering dat de gemeente de afspraken met initiatiefnemers van een vervolg moet voorzien en na moet gaan hoe deze afspraken worden nagekomen. Als dat niet het geval is, moet de gemeente consequent zijn en handhavend optreden. Hiermee wordt voorkomen dat de afspraken wel juist zijn en passen binnen de Gids, maar dat de uitvoering te wensen overlaat. De gemeente heeft daar op dit moment onvoldoende personele en financiële mogelijkheden voor.

3.4.

Beheer en onderhoud

Beheer en onderhoud van wegen, waterlopen en openbare ruimte In het landelijk gebied beheert de gemeente openbare ruimte, wegen en waterlopen. Het beheer is in de eerste plaats gericht op de functie die deze openbare ruimte, weg of waterloop vervult. De veilige en goede functievervulling staat voorop; een kostenefficiënte uitvoering is daaraan gekoppeld. Vanuit het oogpunt van de doelstellingen in het landelijk gebied kunnen hier nog extra oogmerken aan worden toegevoegd, zoals het vergroten van de biodiversiteit van de bermen en slootkanten en andere openbare ruimten, de toegankelijkheid van onderhoudspaden langs waterlopen voor wandelaars, het vasthouden van water in het slotenstelsel, het plaatsen van zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen, het gebruik van onderhoudsmethoden die het milieu zo 35

min mogelijk belasten (kwaliteit van bodem en water, geluid e.d.). Het ontbreekt op dit moment aan een structurele en planmatige aanpak. Landschapselementen De gemeente spant zich in om landschapselementen in het landelijk gebied in stand te houden. In samenwerking met andere partijen is een fonds in het leven geroepen van circa 4 miljoen euro, waarmee onderhoudsafspraken zijn gemaakt voor ongeveer een kwart van de houtwallen in het landelijk gebied voor een periode van drie keer zeven jaar (totaal 21 jaar). Dit betekent ook dat voor driekwart van de landschapselementen geen middelen beschikbaar zijn voor behoud. Eigen grond De gemeente heeft eigen gronden in het landelijk gebied. De kaart geeft de ligging aan.

De gemeente geeft deze gronden via een pachtovereenkomst uit, veelal aan landbouwbedrijven die hun grondgebied willen vergroten. Het gaat veelal om kortlopende pacht, waarbij de gemeente streeft naar zo hoog mogelijke pachtvergoedingen. Gronden, waar de gemeente geen plannen voor heeft worden na verloop van tijd verkocht. Van diverse kanten wordt gevraagd om de gronden in te zetten vanuit een meer maatschappelijke doelstelling, waarin naast de pacht- of verkoopprijs ook of overwegend maatschappelijke doelen worden gediend. De gemeente kan de grond bijvoorbeeld uitgeven aan bedrijven die zich actief inzetten voor het sluiten van de kringloop op hun agrarische bedrijf en/of die zich inzetten voor een vorm van verbreding met natuurbeheer, landschapsonderhoud, afzet van producten direct aan de stedelijke consument, educatie etc.

36

3.5.

Overleg en samenwerking

Rolvaste overheid De gemeente vervult verschillende rollen in het landelijk gebied. Voor initiatieven van derden biedt de gemeente een helpende hand. Dat kan op enige afstand, als regisseur, maar ook als actieve partner in samenwerking met anderen. De andere belangrijke rol van de gemeente is optreden als bevoegd gezag. De gemeente beoordeelt of een initiatief toestemming kan krijgen en ziet bij realisatie toe op het naleven van de gestelde voorwaarden. Die beide rollen moeten niet door elkaar heen lopen. Door beide rollen goed te onderscheiden treedt meer duidelijkheid op voor initiatiefnemers en betrokkenen. Overlegplatform De gemeentelijke organisatie voor het buitengebied is toegedeeld aan vier stadsdelen. Door deze versnippering wordt het geluid uit het landelijk gebied in praktijk regelmatig overstemd door stedelijke vraagstukken. Dat de wensen en noden uit het landelijk gebied toch doorklinken komt doordat het landelijk gebied eigen sterke netwerken kent, waar de gemeente aan deelneemt. Netwerken in het landelijk gebied Stawel (stichting voor duurzame plattelandsontwikkeling) biedt een goed ingebed en deskundig ondersteund netwerk, waar de gemeente mee samenwerkt. De gemeente ondersteunt Stawel met financiële middelen.

De relaties met provincie, waterschap, Landschap Overijssel, Overijssels Particulier Grondbezit, Natuur- en Milieuraad en andere partijen biedt een goede basis voor overleg en betrokkenheid Talrijke actieve lokale organisaties en dorpsraden: stichting voor Vrijwillig natuurbeheer En Hoe, Stichting voor agrarisch landschapsbeheer Eschmarke, Stichting Landschapsfonds Enschede, Stichting Behoud Twekkelo. Ook de gemeentelijk lijntjes met deze clubs zijn sterk en onderling verbonden. Groene metropool: samenwerkingsverband voor het landelijk gebied van Twentse gemeenten

De gemeente kan overwegen om een andere overlegvorm in het landelijk gebied te gaan hanteren, waarin de vraagstukken van het landelijk gebied. In zowel het rapport over de landbouw als de landgoederen komt naar voren dat de gemeente niet beschikt over een aanspreekpunt, dat met kennis van zaken in gesprek kan met deze belangrijke grondgebruikers in het landelijk gebied.

3.6.

De balans opgemaakt

In overeenstemming met het aantal inwoners en bedrijven (>95%) gaat de meeste aandacht van de gemeente uit naar vraagstukken in het stedelijk gebied. De omvang van het landelijk gebied (10.000 ha; 70% van het grondgebied) en de aard van de vraagstukken rechtvaardigt echter dat de gemeente ook aan het buitengebied op passende wijze, in voldoende omvang en gericht aandacht besteedt. De huidige personele capaciteit (1-1,5 fte) en het jaarbudget van € 80.000 voor specifieke aandachtspunten in het landelijk is ontoereikend. Met improviseren, heel selectief werken en het benutten van partners buiten de gemeente lukt het om een aantal activiteiten te begeleiden en in goede banen te leiden. De gemeente komt beperkt toe aan het zelf nemen van initiatieven. Het beleid wordt meer door incidenten geleid dan door structurele aandacht, waarin kansen worden benut. De gemeente beschikt over te weinig capaciteit en middelen om de kennis over het landelijk gebied op peil te houden, beleid van andere overheden goed te volgen en te benutten, bij samenwerkingsprojecten aan te haken en of initiatieven van derden naar Enschede te halen.

37

Het opstellen van een Visie landelijk gebied is een goed moment om het eigen functioneren tegen het licht te houden. Het meeste rendement valt te behalen door: -

-

-

-

Extra fondsen beschikbaar te stellen, waardoor met cofinanciering gelden van andere overheden naar Enschede kunnen worden gehaald. Dan kan de gemeente ambities beter waarmaken die de gemeente wel heeft, maar waarvoor de middelen ontoereikend zijn. De gemeente kan met meer mensen en middelen ook beter en geloofwaardiger regie voeren over alle (deels tegenstrijdige) belangen die in het landelijk gebied spelen. Met budget kan de gemeente bijvoorbeeld de samenwerking met partner Stawel verstevigen en gebiedsgerichte projecten doorvoeren. Invoeren van een Fonds landelijk gebied, waarmee overigens beperkt middelen worden verkregen, maar wel het principe van voor wat hoort wat verder wordt doorgevoerd. Bijstellen (actualiseren) van de Gids buitenkans, zodat de effectiviteit nog groter wordt. De grootste klappen worden niet gemaakt door de regels nog beter te formuleren, maar door (1) het proces te verbeteren, waarin initiatieven worden begeleid en beoordeeld en (2) controle en handhaving bij de realisatie steviger te organiseren. Bij beheer en onderhoud van eigen wegen, waterlopen en openbare ruimte én bij de uitgifte (in pacht en bij verkoop) van eigen gronden een breder maatschappelijk oogmerk hanteren. Natuur, landschap, verbreding van de landbouw, waterbeheer e.d.

kunnen effectief worden ondersteund door de eigen bezittingen van de gemeente ook vanuit dat brede maatschappelijke perspectief in te zetten. Dat geldt ook voor het benutten daarvan in gebiedsgerichte projecten. Versterking en uitbreiding van het landschapsbeheer en het opzetten van een landschapsplan voor structureel en planmatig beheer en onderhoud. Een scheiding van verantwoordelijkheden, in projecten waar de gemeente meer rollen vervult. Het bezien hoe het overleg met inwoners, bedrijven en organisaties in het landelijk gebied kan worden toegespitst op de vraagstukken die in het landelijk gebied spelen. De gemeente moet een betrouwbare en aanspreekbare partner zijn in het landelijk gebied.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=3775d98c-d126-4b6b-9833-a39ce757dd4a