Evaluatie landelijk gebied Enschede januari 2021
Tekst van het document
Evaluatie landelijk gebied Enschede Fysieke kenmerken, gebruik en gemeentelijke taakuitoefening
Gemeente Enschede, januari 2021 1
1.
2.
3.
De balans opmaken ......................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 3
1.2
Een evaluatie die omgaat met beperkingen ........................................................................... 3
1.3
Vraagstelling ............................................................................................................................ 4
1.4
Uitvoering en rapportage ........................................................................................................ 4
De ‘staat’ van het landelijk gebied van Enschede ........................................................................... 5 2.1.
Waarover gaat dit hoofdstuk .................................................................................................. 5
2.2
Fysieke kenmerken van het landelijk gebied .......................................................................... 5
2.3
Gebruik van het landelijk gebied ........................................................................................... 17
2.4
De balans opgemaakt ............................................................................................................ 27
Rol van de gemeente ..................................................................................................................... 30 3.1.
Taken gemeente .................................................................................................................... 30
3.2.
Beleidsinzet in het landelijk gebied ....................................................................................... 31
3.3.
Gids buitenkans ..................................................................................................................... 33
3.4.
Beheer en onderhoud ........................................................................................................... 35
3.5.
Overleg en samenwerking ..................................................................................................... 37
3.6.
De balans opgemaakt ............................................................................................................ 37
2
1.
De balans opmaken
1.1
Aanleiding
De gemeente Enschede stelt een Visie landelijk gebied op. Voorafgaand heeft de gemeente een Nota van uitgangspunten uitgebracht (januari 2020). Diverse raadsleden hebben bij de vaststelling van de uitgangspunten (raadsbesluit van 30 juni 2020) verzocht een ‘evaluatie’ van het bestaande beleid uit te voeren. Daarbij hebben ze gevraagd naar de ervaringen met de toepassing van de Gids buitenkans (2014). Het College heeft toegezegd een evaluatie uit te voeren en de resultaten te gebruiken bij het opstellen van de Visie landelijk gebied.
1.2
Een evaluatie die omgaat met beperkingen
Bij het opstellen van nieuw beleid voor het landelijk gebied is een logische eerste stap om te bekijken wat het geldende beleid heeft opgeleverd. De vraag van de Gemeenteraad naar een evaluatie als basis voor de nieuwe Visie landelijk gebied is dan ook in alle opzichten te rechtvaardigen. Om aan deze vraag tegemoet te komen is de voorliggende evaluatie ter hand genomen. Bij het opstellen van de evaluatie kwamen beperkingen naar voren. Het gevolg is dat het rapport de behoefte aan inzicht niet volledig kan waarmaken. Dat heeft twee oorzaken die elkaar versterken. De eerste reden gaat over de doelen. In de Gids buitenkans (2014) staan ambities voor het landelijk gebied. Die ambities zijn algemeen gesteld. Meetbare doelen om de mate van succes van het beleid aan te kunnen afmeten ontbreken grotendeels. De tweede reden is het ontbreken van kwantitatieve informatie over het landelijk gebied. Informatie bleek fragmentarisch beschikbaar, tijdreeksen ontbreken en de beschikbare informatie sluit niet aan bij de beleidsdoelen. De gemeente beschikt niet over een databank met informatie over het landelijk gebied. Ook de partners in het landelijk gebied konden dit gebrek aan informatie maar zeer ten dele opvullen. Dit alles betekent niet dat de Gemeenteraad met lege handen staat. Bij het opstellen van deze evaluatie is op drie manieren met de genoemde beperkingen omgegaan: 1.
Onderzoek naar het landschap, de landbouw en de landgoederen De gemeente heeft op drie terreinen nieuwe informatie verzameld. In onderzoek naar het landschap, de landbouw en de landgoederen is kennis verzameld om de Visie landelijk gebied te onderbouwen. Deze onderzoeken schetsen de huidige situatie en doen aanbevelingen voor toekomstig beleid. Méér onderzoek is niet beschikbaar en ook ontbreken de middelen om andere onderwerpen, zoals bodem, natuur en recreatie of leefbaarheid, te onderzoeken. Drie verdiepende onderzoeken in Enschede Voor drie onderwerpen heeft de gemeente met nader onderzoek het gebrek aan kennis opgevuld. Voor de landbouw is in opdracht van de gemeente en in samenwerking met Stawel een onderzoek uitgevoerd (Landbouwanalyse Enschede, Kadaster en Wageningen Economic Research, mei 2019); de gemeente heeft het landschap zo volledig mogelijk in beeld laten brengen (Waarderingskaart landschap Enschede, H+N+S, mei 2019) en in samenwerking met OPG zijn de landgoederen geïnventariseerd en geanalyseerd. (Landgoederen in Enschede, OPG, november 2020).
2. Kwalitatief beeld van de fysieke kenmerken en het gebruik Deze notitie schetst met de beperkte informatie toch zo goed mogelijk een beeld van de fysieke kenmerken én van het gebruik van het landelijk gebied in Enschede. De informatie is zoveel mogelijk geordend volgens de ambities uit de Gids buitenkans (2014). Dat maakt een vergelijking mogelijk tussen de toestand van het landelijk gebied en de gemeentelijke ambities. Zoals gezegd leidt dat niet tot scherpe conclusies. Dat komt omdat duidelijke cijfers over het landelijk gebied ontbreken en omdat de ambities niet meetbaar zijn geformuleerd.
3
3. Gemeentelijke taakuitoefening De vraagstelling van de Gemeenteraad is breder opgevat dan een ‘klassieke’ evaluatie, waarin beleidsdoelen langs de meetlat worden gehouden. Toegevoegd is een beschouwing over de rol en de taakuitoefening van de gemeente in het landelijk gebied. Het is de bedoeling met deze toevoegingen een brede basis te bieden voor de Visie landelijk gebied. Concluderend: Dit rapport is opgesteld met beperkingen die voortkomen uit de manier waarop het beleid is vastgelegd (in algemene woorden) en uit de beperkte beschikbaarheid van basisinformatie (kwalitatief en fragmentarisch). Binnen die beperkingen is toch veel gedaan: voor landschap, landbouw en landgoederen zijn drie eigen onderzoeken verricht. Voor de ambities uit de Gids buitenkans (2014) is systematisch onderzocht wat wel kan worden gezegd over het doelbereik. En tot slot is de rol van de gemeente in het landelijk gebied kritisch bekeken. Om in de toekomst tot een betere evaluatie te kunnen komen is daarover een aanbeveling gedaan in paragraaf 2.4.
1.3
Vraagstelling
Deze evaluatie is uitgevoerd om de Visie landelijk gebied te kunnen afstemmen op de onderwerpen die aandacht nodig hebben (attenderen en agenderen) én om richting te geven aan de keuzen (leren van ervaringen uit het verleden). Daaruit volgt een tweeledige vraagstelling: a. Wat is de huidige situatie in het landelijk gebied, welke ontwikkelingen zijn te verwachten en hoe passen die bij de ambities die de gemeente heeft voor het landelijk gebied? b. Welke rol speelt de gemeente in het landelijk gebied en hoe voert de gemeente haar taken uit? Bij de beantwoording van beide vragen speelt de Gids buitenkans (2014) een belangrijke rol: a. In de Gids bevat de gemeentelijke ambities, die centraal staan bij het beantwoorden van de eerste vraag. Kort gezegd: wat komt er van de ambities uit 2014 in praktijk terecht? b. De Gids bevat een ‘weegschaal’ en zes regelingen (rood voor rood, voormalige agrarische bebouwing, landgoederen, recreatie & toerisme, zorg en duurzaamheid), die gebruikt worden bij de uitvoering van het gemeentelijke beleid. Dit vormt een belangrijk deel van de gemeentelijke taakuitvoering, zoals die in het tweede deel van de vraagstelling aan de orde is.
1.4
Uitvoering en rapportage
De gemeente heeft de evaluatie zelf opgemaakt door gegevens te verzamelen, partijen en andere bronnen te raadplegen. Ook is teruggekeken naar de evaluatie die in 2013 is uitgevoerd over de Gids buitenkans (2010). De drie uitgevoerde onderzoeken (landschap, landbouw, landgoederen) vormen belangrijke nieuwe bronnen voor de evaluatie. De evaluatie is samengevat in een compact rapport, dat op pragmatische wijze beschrijft hoe het landelijk gebied van Enschede ervoor staat en hoe de gemeente haar taken uitvoert. Door in een afzonderlijk rapport de balans op te maken is een scheiding aangebracht tussen (1) het constateren van feiten en ontwikkelingen en (2) de beleidskeuzen die de gemeente in vervolg daarop maakt en opneemt in de Visie. De evaluatie bestaat uit twee delen die direct aansluiten op de twee vragen: Hoofdstuk 2 gaat over de staat van het landelijk gebied en hoofdstuk 3 over de gemeentelijke rol en taakuitoefening.
4
2.
De ‘staat’ van het landelijk gebied van Enschede
2.1.
Waarover gaat dit hoofdstuk
Dit eerste deel van de evaluatie brengt in beeld in wat voor toestand het landelijk gebied van Enschede zich bevindt en welke ontwikkelingen zich naar verwachting in de komende jaren gaan voordoen. Het is een schets op basis van een veelheid aan beschikbare bronnen. De bevindingen worden ook van een beoordeling voorzien, soms aan de hand van landelijke normen, veelal in vergelijking tot de gemeentelijke ambities uit de Gids buitenkans (2014) en geplaatst tegen de achtergrond van de uitgangspunten uit de vastgestelde Nota van uitgangspunten. De evaluatie maakt gebruik van het onderscheid dat de nieuwe Omgevingswet maakt tussen beschermen en benutten. De analyse is gericht op de fysieke kenmerken en kwaliteiten van het landelijk gebied (beschermen) en op het gebruik in verschillende vormen (benutten). Bij de fysieke kenmerken gaat het om het beschermen van water, bodem, lucht, natuur & biodiversiteit, landschap & erfgoed. Bij het gebruik wordt gekeken naar de functies van het landelijk gebied, zoals landbouw, wonen, recreatie & toerisme en overig gebruik, waaronder de energietransitie. Voor veel van de gebruiksfuncties bestaan wensen voor ontwikkeling, die vaak tot uitdrukking komen in een grondbehoefte. Aan de gronddruk, die daaruit voortkomt, wordt afzonderlijk aandacht besteed.
De Gids buitenkans (2014) maakt het onderscheid, dat de Omgevingswet aanbrengt tussen beschermen en benutten, nog niet. Wel heeft de gemeente in het onderdeel ‘Visie en ambitie’ van de Gids voor veel van de fysieke kenmerken en gebruiksvormen een ambitie opgenomen. Waar dat kan wordt de ambitie (uit 2014) in deze evaluatie vermeld. De beschrijving van de huidige toestand en de verwachte ontwikkeling kan daardoor vergeleken worden met de ambitie die de gemeente in 2014 in de Gids buitenkans heeft opgenomen. Aan het slot van elke beschrijving is een afsluitende conclusie of aanbeveling opgenomen (cursief) voor het opstellen van de Visie landelijk gebied. Vaste indeling hoofdstuk 2 de ‘staat’ van het landelijk gebied: De ambitie uit de Gids buitenkans 2014 Een beschrijving van de huidige situatie, de resultaten of inspanningen Een conclusie, die ook een aanbeveling kan inhouden voor de op te stellen Visie landelijk gebied
Dit hoofdstuk gaat in op de fysieke kenmerken (§2.2), op het gebruik en de gronddruk (§2.3.) en aan het slot wordt de balans opgemaakt (§2.4). Deze balans is de schakel tussen dit deel van de evaluatie en de Visie landelijk gebied: het vat samen waar kansen en bedreigingen liggen.
2.2
Fysieke kenmerken van het landelijk gebied
De fysieke kenmerken van het landelijk gebied van Enschede zijn beschreven voor bodem, water lucht, natuur & biodiversiteit en voor landschap & cultureel erfgoed. Waar mogelijk zijn de ambities vermeld uit de Gids buitenkans (2014). De aansluiting is niet één op één. Voor bodem en lucht ontbreekt een ambitie in de Gids buitenkans, voor andere onderwerpen zijn verschillende ambities opgenomen. Aan het slot van elke paragraaf is een afsluitende conclusie opgenomen voor het opstellen van de Visie landelijk gebied.
2.2.1 Water Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “Voldoende en beleefbaar water van toereikende kwaliteit, nu en in de toekomst voor landbouw en natuur. Daarnaast hebben beken en natte terreinen zelf natuurwaarden. De taak die hierbij hoort is het langer vasthouden van water (infiltratie en retentie), de waterkwaliteit verbeteren en het verbeteren van de inrichting van beken en andere waterlopen ten behoeve van natuurwaarden en beleefbaarheid.” 5
Beschrijving van de staat van het water Enschede ligt op een stuwwal. Door het hoogteverschil en de aanwezigheid van ondoorlatende lagen van keileem is een divers en fijnmazig watersysteem ontstaan met veel kleine beken. De natuurlijke rijkdom in het buitengebied hangt nauw samen met de variatie in de waterhuishouding. Deze variatie is sterk afgenomen. Het watersysteem is sinds de jaren vijftig telkens aangepast aan de ontwikkeling in de landbouw. In de rationele en intensieve landbouw is drooglegging van percelen al vroeg in het voorjaar van belang. Dat heeft gezorgd voor een snelle waterafvoer, dalende grondwaterstanden en verlies aan waterafhankelijke natuurlijke soorten, ook in het bodemleven. Meer recent worden de gevolgen van klimaatverandering zichtbaar. Langere perioden van droogte en hitte maken dat naast de natuur ook de landbouw steeds vaker last heeft van watertekort. De vooruitzichten zijn dat droogte en hitte steeds meer invloed hebben op de veehouderij en inheemse natuur. De keerzijde van een snelle afvoer is bovendien dat bij extreme buien benedenstrooms wateroverlast optreedt. Een deel van de bodems is niet goed in staat het water op te nemen en vast te houden. In stedelijk gebied is dit effect door het grote verharde oppervlak nog groter.
Wat vindt u de grootste drie knelpunten? Ik weet niet of het de grootste zijn maar de eerste waar ik aan denk zijn: 1: Onze huidige vorm van landbouw wordt onmogelijk. Veehouderijen zoals de onze vind je niet in Zuid-Frankrijk. 2: De natuur zoals we die nu kennen zal verdwijnen. Die kunnen we niet handhaven. 3: In de steden zal het straks boven de 40 graden worden. Dat zal tot enorme hittestress leiden dus moeten die steden ook helemaal op de schop.’’ Hein Pieper, dijkgraaf Waterschap Rijn-IJssel over verdroging en klimaatverandering in Oost Nederland Stentor 13-08-2020
Naast de hoeveelheid water is ook de kwaliteit van het water een punt van zorg. Reststoffen van gewasbescherming in de landbouw, residu van afvalwater en uitspoeling van meststoffen belasten het natuurlijke systeem. Bij langdurige hitte en lage waterstanden kan blauwalg zich ontwikkelen. De kwaliteit van het oppervlaktewater voldoet niet overal aan de eisen van de hoogwaardige aquatische ecosystemen. Enschede heeft zelf geen drinkwaterbron, wel een intrekgebied voor een bron net over de grens in Haaksbergen. De productielocatie van Vitens aan de Weerselose weg (100 ha) ontvangt water van elders en levert jaarlijks circa 4 miljoen m3 kraanwater aan een groot deel van de inwoners en bedrijven in Enschede. Waterbeheer is een kwestie van samenwerken. Het waterschap is het bevoegd gezag voor het waterbeheer en is verantwoordelijk voor de peilbesluiten. Het waterschap zorgt ook voor de waterkwaliteit met onder meer rioolwaterzuiveringen. De gemeente is verantwoordelijk voor beheer en inrichting van bermsloten en is bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen voor het graven, dempen van sloten en aanleggen van drainages. Eigenaren beheren de sloten op hun gronden. Drinkwaterbedrijf Vitens heeft de zorg voor voldoende en schoon drinkwater. Het waterschap heeft in samenwerking met o.a. de gemeente een aantal maatregelen in gang gezet.
In landinrichtingsprojecten is een deel van de beken in Enschede hersteld met een meer natuurvriendelijke inrichting met beekbegeleidende natuur en retentiegebieden. In het westen van Enschede is met het Kristalbad een voorbeeldproject uitgevoerd. Dit zijn veelbelovende maatregelen, waar op voortgebouwd kan worden. De trend van verdroging is echter geenszins gekeerd.
6
Overdaad en tekort aan water In 2020 liggen nat en droog dicht bij elkaar. De maand februari was met een neerslagsom van gemiddeld 144 millimeter over het land de natste februarimaand sinds de metingen zijn gestart. In de maanden daarna heeft zich een neerslagtekort opgebouwd dat nooit groter is gemeten. Opvallend is de snelheid waarmee beken leeglopen en droog komen te staan. Deze cijfers illustreren de noodzaak van het zo goed mogelijk vasthouden van water. Niet langer zo snel mogelijk afvoeren, maar bufferen voor de droge periode die al heel snel kan volgen.
Conclusie De wateropgave is de komende jaren en vermoedelijk decennia een van de hardnekkigste problemen en belangrijkste thema’s in het oostelijk zandgebied en dus van Enschede. Zowel voor landbouw als natuur is het noodzakelijk om verdergaande verdroging te voorkomen. De verdroging in combinatie met de gemiddeld hogere temperaturen en perioden van hitte maken dat de huidige vorm van landbouw en de inheemse natuur beide onder grote druk staan. De getroffen maatregelen (landinrichting, Kristalbad) zijn onvoldoende om het tij te keren, maar laten wel zien dat er mogelijkheden zijn om het verdrogingsvraagstuk aan te pakken, ook met effect op de periodieke wateroverlast in stedelijk gebied. Maatregelen op de schaal van Enschede zelf zijn niet voldoende. De wateropgave vraagt om oplossingen vanuit de samenhang in het regionale systeem. Het watersysteem houdt zich niet aan de gemeentegrens. Voor oplossingen zal gezocht moeten worden naar de verbinding met diverse sectorale opgaven (bodemverbetering, biodiversiteit, kringlooplandbouw). Hieruit volgt dat de wateropgave om samenwerking vraagt op lokaal én op regionaal niveau; tussen stad én land; tussen de verschillende overheden én over de sectoren heen. Naast de opgave van verdroging en wateroverlast vraagt ook het verbeteren van de waterkwaliteit aandacht.
7
2.2.2 Bodem Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) Voor de bodem bevat de Gids buitenkans (2014) geen ambitie Beschrijving
Het gebruik van het landelijk gebied hangt met veel factoren samen, die grotendeels in en onder de bodem zijn verborgen: grondsoort, vruchtbaarheid, draagkracht, waterhuishouding, verontreiniging, delfstoffen etc. Als een bodem niet voldoende geschikt is voor het gewenste gebruik, volgen vaak maatregelen om de kwaliteit aan dat gebruik aan te passen. Voor het bouwen van een huis is dat bijvoorbeeld een fundering. In het streven naar opbrengstmaximalisatie in de landbouw zijn cultuurtechnische werken uitgevoerd (egalisatie, diepploegen, drainage), worden kunstmest en andere chemische middelen toegepast en worden telkens zwaardere machines ingezet. In natuurgebieden is de belasting met stikstof te hoog. Onder landbouwgrond spoelt een deel van de meststoffen uit naar het grondwater. Deze factoren hebben op termijn negatieve gevolgen voor de fysieke, biologische en/of chemische eigenschappen van de bodem. De laatste jaren is de landbouw zich meer bewust van de waarde van een gezonde bodem en wordt in de bedrijfsvoering meer rekening gehouden met de bodemkwaliteit. Dit leidt bijvoorbeeld tot het streven het humusgehalte van de bodem te verhogen. Dat is goed voor het bodemleven en de bodemvruchtbaarheid. Ook houdt een humusrijke bodem beter water vast.
Bron: Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden – Nederland als koploper in de kringlooplandbouw, Ministerie van LNV, september 2018
De grondsoort in Enschede is (net als elders in Nederland) in kaart gebracht. Toch heeft de gemeente beperkt zicht op de kwaliteit en de geschiktheid van bodem en ondergrond. De bodem speelt geen grote rol bij de beleidskeuzen die de gemeente maakt voor het grondgebruik in het landelijk gebied en het grondgebruik heeft op veel plekken geen duidelijke relatie meer met de bodemkwaliteit. Aan het landschap is daardoor minder goed te herkennen welke bodemeigenschappen ter plekke aanwezig zijn en welke variaties daarin voorkomen. 8
Bodemkwaliteit in Enschede voldoet aan de (milieu)normen; bedreigingen dienen zich aan De chemische kwaliteit van de bodems in Enschede voldoen over het geheel genomen (ruim) aan de normen. Dat neemt niet weg dat ook in Enschede verontreiniging voorkomt met bijvoorbeeld asbest, PFAS, reststoffen van gewasbescherming en andere stoffen die niet in de bodem thuishoren. Deze stoffen kunnen ziekten veroorzaken en het bodemleven verstoren.
Conclusie De gemeente heeft beperkte kennis over de kwaliteit van de bodem in het landelijk gebied van Enschede. Als de algemene trend in Nederland ook voor Enschede geldt, dan worden kansen gemist om met kennis over de bodem de kwaliteit van het landelijk gebied te behouden en te versterken en bij het grondgebruik gerichter in te spelen op de bodemkwaliteit. De op te stellen Visie bodem en ondergrond, die in samenwerking met Hengelo en Almelo wordt opgesteld, gaat die lacune opvullen.
2.2.3 Lucht Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) Voor lucht bevat de Gids buitenkans (2014) geen ambitie. Beschrijving De luchtkwaliteit in het landelijk gebied van Enschede is over het geheel genomen relatief gunstig om in te wonen en te verblijven. De effecten van luchtkwaliteit en geluid op de gezondheid zijn in de MilieuGezondheidsRisico-analyse (MGR) samengevat in één maatstaf. De kaart laat zien dat in grote delen van het landelijk gebied van Enschede de MGR-waarde rond de 3.5% tot 5% ligt. Dat is lager (gunstiger) dan gemiddeld in Nederland (5 á 6%). Langs wegen en bij bedrijventerreinen is de MGR hoger. Dat hangt samen met de emissies vanaf wegen en bedrijventerreinen. Milieugezondheidsrisico (MGR) in Enschede en omgeving
De belasting van de lucht komt van verschillende bronnen, voor geluidhinder is de oorzaak in de directe omgeving aanwezig. Het gaat vaak om verkeerslawaai. Voor de luchtkwaliteit (fijn stof, roet en stikstofdioxide) liggen de bronnen in een veel groter gebied. Hier is sprake van een diffuus achtergrondniveau vanuit vele bronnen, voor een groot deel van buiten de gemeente Enschede. 9
De GGD wijst op de gezondheidseffecten, ook als is voldaan aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. In Nederland is 3,5% van de ziektelast toe te schrijven aan de huidige luchtkwaliteit. Ook geluid, veelal afkomstig van wegverkeer, is slecht voor de gezondheid, bij de energietransitie moet worden opgepast voor neveneffecten op de gezondheid (geluid windturbines, fijnstof bij verbranden biomassa, geluid van warmtepompen). Voor de biodiversiteit is vooral de stikstofbelasting van belang. Voor de omvang van het landelijk gebied kent Enschede een bescheiden aantal landbouwbedrijven en beperkte veestapel. De veeteelt brengt dan ook een lage gemiddelde uitstoot van ammoniak per hectare met zich mee. Ook de depositie (de hoeveelheid stikstof die neerkomt) ligt -in landelijke vergelijking- op een laag niveau. Ammoniak depositie in Enschede
De stikstofbelasting op de Natura-2000 gebieden in en vlak bij Enschede is wel hoger dan de draagkracht van de daar aanwezige natuur. De belasting, waarbij de natuur geen schade ondervindt, wordt uitgedrukt in de Kritische Depositie Waarde (KDW). Die KDW wordt in de Natura 2000 gebieden in Enschede (Lonnekermeer, en Aamsveen) en rond Enschede (Landgoederen Oldenzaal, Dinkeland, Buurserzand & Haaksbergerveen en Witte Veen) met 50% of meer overschreden.
Bron: dossier stikstof: meten is weten van de provincie Overijssel
10
De stikstof op de Natura 2000 gebieden langs de grens is vooral afkomstig van bronnen uit het buitenland, ook voor het Lonnekemeer is dit nog bijna de helft. De landbouw draagt op het Aamsveen ongeveer een kwart bij en op het Lonnekemeer ongeveer een derde. Voor het Natura 2000 gebied Aamsveen is de stikstofbelasting geeft de gebiedsrapportage uit 2016 nadere cijfers. Daaruit blijkt dat in referentiejaar 2014 de stikstofbelasting overal boven de 1500 mol/ha/jaar ligt en in delen van het gebied boven de 2200 mol/ha/jaar. Dat is veel meer dan de natuur kan hebben. In het Aamsveen is de KDW voor het grootste deel van het gebied (hoogveen, circa 45 ha) 500 mol/ha/jaar. Aan de randen met minder gevoelige natuur loopt de KDW op tot 1800 mol/ha/jaar. De stikstofbelasting ligt naar verwachting in 2030 300 tot 400 mol/ha/jaar lager dan in het referentiejaar (2014). Ook dan ligt de belasting nog vrijwel in het gehele gebied boven de draagkracht van de natuur. De beheerder neemt overigens een groot aantal herstelmaatregelen om de kwaliteit te verbeteren. Bron: Gebiedsrapportage 2016 – Natura 2000 gebied nr. 55 PAS-bureau, februari 2017
Bron: beheerplan Lonnekermeer
11
Een indicatie voor licht en donker in het landelijk gebied geeft de kaart met de hemelhelderheid en het aantal zichtbare sterren. De kaart laat zien dat het stedelijk gebied beperkend is en dat op afstand van het stedelijk gebied -aan de randen van de gemeente- de nachten minder onder invloed staan van kunstmatige verlichting.
Het inademen van asbestvezels vormt op lange termijn een bedreiging van de gezondheid. Asbest zit vooral op daken. Uit een in 2018 in opdracht van de provincie uitgevoerde inventarisatie blijkt dat in Enschede 2041 asbestverdachte daken voorkomen: 657 daarvan liggen in het landelijk gebied. Het oppervlak aan asbestverdachte daken bedraagt 270.000 m2. Niet bekend is wat het aandeel in het landelijk gebied is. Het Rijk heeft in 2019 afgezien van het instellen van een verbod op asbestdaken. Sindsdien is de aandacht voor dit onderwerp verslapt. Via het project ‘zonnedaken voor asbestdaken’ wordt geprobeerd om eigenaren van asbestdaken in het landelijk gebied te stimuleren om hun asbestdak te vervangen door een dak met zonnepanelen. Bij dit project is ook de ervencoach betrokken. Door het rijk, een aantal provincies en gemeenten is een samenwerkingsverklaring getekend en wordt gewerkt aan een asbestsaneringsfonds. Enschede heeft deze samenwerkingsverklaring (nog) niet getekend en neemt (nog) niet deel aan het stimuleringsfonds. Conclusie De luchtkwaliteit in Enschede voldoet over het geheel genomen aan landelijke normen. Langs wegen komt wel geluidoverlast voor en het kunstlicht vanuit de (stedelijke) bebouwing vermindert de beleving van de donkere nachten. De voornaamste afwijking van de normen is te zien bij de stikstofbelasting van de natuur.
De bronnen van de stikstofbelasting zijn lang niet alleen lokaal en vooral (boven)regionaal. Maatregelen voor het terugbrengen van de stikstofbelasting zullen vooral in groter verband moeten worden genomen -ook over de grens met Duitsland- om effectief te zijn. De sanering van asbestdaken in Enschede verloopt heel traag.
2.2.4 Natuur en biodiversiteit Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “Het buitengebied is behalve productieruimte voor landbouw, ook leefgebied voor een zeer groot aantal plan- en diersoorten, zoals de boomkikker. In de toekomst moet deze functie versterkt worden. Het is de ambitie om op het gebied van biodiversiteit bij de dragen aan een duurzame leefomgeving. De natuur van het buitengebied wordt zoveel mogelijk verbonden met het stedelijk groen. Vermesting, verdroging en versnippering wordt tegengegaan, zodat planten en dieren zich beter kunnen verspreiden. Maatregelen ten behoeve van natuur en biodiversiteit liggen dan ook vooral op het gebied van het keren van deze invloeden. Dat gebeurt door aanleg, verbetering en verbinding van leefgebieden van diverse soorten (onder ander door het beleid voor de ecologische hoofdstructuur). Om ook op het gebied van ecologie de juiste maatregelen te kunnen nemen wordt een natuurkansenkaar voor het buitengebied gemaakt.” 12
Beschrijving Opmerkelijk is dat over de biodiversiteit in Enschede weinig structurele kwantitatieve informatie beschikbaar is gekomen. De gemeente heeft zelf geen databank of eigen inventarisatie die inzicht geeft in de biodiversiteit en de ontwikkeling daarin binnen de gemeente. De bronnen die beschikbaar zijn hebben niet of niet alleen betrekking op het grondgebied van Enschede of zijn fragmentarisch: een bepaalde dier- of plantensoort, een beperkt gebied of geen tijdreeks. Toch staat vast dat Enschede -in vergelijking tot andere Nederlandse hogere zandgronden- een soortenrijk grondgebied heeft met veel oppervlakte bos en natuur. Een groot deel van het landelijk gebied valt onder het Natuurnetwerk Nederland en Enschede kent aan de randen twee Natura 2000 gebieden (aan de zuidoostelijke grens het Aamsveen en noordwestelijk het Lonnekermeer). De grootste grondbezitter in het landelijk gebied van Enschede is Landschap Overijssel dat omstreeks 1.000 ha natuurgebied in Enschede in beheer heeft. Landschap Overijssel beheert ook enkele landgoederen in Enschede. Inclusief deze landgoederen is ruim eenderde (bijna 3.500 ha) van het landelijk gebied ondergebracht in een landgoed, waar natuurlijke kwaliteiten vaak een belangrijke plaats innemen. Op de landbouwgrond is de natuurlijke kwaliteit de afgelopen decennia over het geheel genomen afgenomen.
De intensieve landbouw en de schaalvergroting (minder microreliëf, afname van randen en houtwallen) laten minder ruimte aan natuurlijke kwaliteiten. De natuurlijke dooradering in het agrarische landschap is deels verdwenen en/of de kwaliteit ervan is mager. Boomkikker: kritische soort past in het Twentse landschap De Boomkikker is een kleine kwetsbare kikkersoort, die hoge eisen stelt aan zijn omgeving. Die omgevingseisen passen precies bij de kenmerken van het oude Twentse landschap: kleinschalig met afwisseling van poelen, houtwallen, ruigtes en grasland. De achteruitgang van de boomkikker geeft wel aan dat deze combinatie telkens minder voorkomt. De Boomkikker is in Twente nog maar op vier plekken te vinden, waaronder in het Aamsveen in Enschede. De gemeente Enschede heeft zich opgeworpen als ambassadeur van de Boomkikker. Bij het Aamsveen zijn poelen aangelegd en is voor bramenstruiken gezorgd, waar de Boomkikker in kan zitten. De agrarische natuurvereniging StalEsch zorgt voor het beheer. Aan de rand van het Aamsveen zijn inmiddels weer 25 roepende Boomkikkers gehoord. Om de geïsoleerde gebieden van Aamsveen en Witteveen in Haaksbergen te verbinden is een ‘stapsteen’ aangelegd. Ook dat lijkt succes te hebben. Bron: Natuurlijk Overijssel, uitgave van Landschap Overijssel – lentenummer 2020
Zoals gesteld, is de feitelijke -gedocumenteerde kennis- over Enschede beperkte aangetroffen. Aangenomen mag worden dat Enschede geen grote uitzondering is op de trend die het Planbureau voor de Leefomgeving schetst voor heel Nederland. Vanaf 1950 is een grote achteruitgang in biodiversiteit. Voor Nederland nog maar 40 % over van de biodiversiteit van destijds. De sterke daling is gestopt, maar echt herstel is heel beperkt. Zorgen bestaan om insecten en hun invloed op de hele keten en het samenstel van de ecosystemen. De impact van de landbouw, de doorsnijding van natuurlijke gebieden, de invasieve exoten, droogte, de snelle veranderingen die optreden onder meer in het klimaat. Kenmerkende soorten Enschede De opgestelde Natuurkansenkaart geeft inzicht aan bewoner in wat te doen voor natuur in de omgeving. Doelsoorten zij: wilde bij, das, ijsvogelvlinder, ijsvogel, kamsalamander, boomkikker, levendbarende hagedis, sleutelbloem. Voor erven zijn benoemd: steenuil, huismus, zwaluw, grote variëteit vleermuizen, kamsalamander.
Natuur is specialisme geworden en zit bij een groot deel van de mensen niet meer in hun belevingswereld. Toch hebben organisaties als Natuurmonumenten en Landschap Overijssel tal van leden in Enschede, ook in stedelijk gebied. Het omliggende landelijk gebied kan grote betekenis vervullen voor de natuurbeleving van veel inwoners van Enschede.
13
Conclusie De natuurlijke variatie in het buitengebied is afgenomen, maar steekt nog vrij gunstig af ten opzichte van veel andere delen van het oostelijk zandgebied. Dat is niet voldoende. Ook omdat de gemeente(raad) prioriteit geeft aan het behoud en de versterking van de natuur is het nodig om in actie te komen en maatregelen te treffen. Een waarborg voor het behoud en de versterking van de natuur op lange termijn is het vergroten van het ‘besef van waarde’ bij de inwoners van de gemeente en bij de beheerders en gebruikers van het landelijk gebied. Het behoud en de versterking bestaat niet uit enkelvoudige maatregelen. Voor effectieve maatregelen is een samenhangende aanpak van natuur, water, landschap nodig met de voornaamste grondgebruikers, zoals de landbouw, de landgoederen en de natuurbeheerders.
2.2.5 Landschap en cultureel erfgoed Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “Het buitengebied van de toekomst is een gebied waarin de landschappelijke identiteit behouden en versterkt is. Het landschap is herkenbaar doordat historische kenmerken als het oude cultuurlandschap, de oude ervan en de landgoederen bewaard zijn gebleven. En het landschap is ecologisch interessant door de aanwezigheid van veel natuur- en bosgebieden, maar ook veel kleine landschapselementen die in goede conditie verkeren. Doordat er veel aantrekkelijke wandel-, fietsen verpozingsmogelijkheden zijn, is het landschap ook voor de stedeling van grote betekenis. Daartoe dient de zorg voor het beheer en eventuele aanleg van de kleine elementen te worden gestimuleerd.” “De opdracht is om de cultuurhistorische waarde van het buitengebied te behouden en waar mogelijk te versterken. Maatregelen voor cultuurhistorie kunnen bijvoorbeeld bestaan uit behoud, herstel en terugbrengen van waardevolle bebouwing, maar ook uit het herstellen van oude landschappelijke patronen in de vorm van houtwallen, landweren en kerkenpaden. Zeker is dat cultuurhistorisch waardevolle panden niet zomaar gesloopt kunnen worden.” “De historische en grotere landgoederen dragen in belangrijke mate bij aan de waarden van het buitengebied.
Eigenaren worden met de mogelijkheden die de Gids buitenkans biedt, in staat gesteld om hun landgoed ook in de toekomst duurzaam te beheren. Bij gebruikmaking van de gids op deze landgoederen zijn recreatief medegebruik, het ontstaan van nieuwe natuur en openstelling voor publiek belangrijke zaken op te helpen de balans in evenwicht te brengen als het gaat om ‘rode’ ontwikkelingen (bebouwing). Het herstel van (cultuur)historische ruimtelijke samenhang is belangrijk. We stimuleren het gezamenlijke (meerder landgoederen/eigenaren) creëren van mogelijkheden en ruimtelijke verbeteringen van een gebied.” Beschrijving Aanvankelijk had de gemeente over landschap en landgoederen onvoldoende actuele en gebiedsdekkende kennis. Om die lacune te vullen is een tweetal onderzoeken uitgezet: naar het landschap en naar de landgoederen. De landschapsstudie inventariseert het oorspronkelijke landschap, schaalt de gebieden naar kwaliteit in en beveelt een strategie aan voor toekomstige ontwikkeling. De landgoederenstudie bevat een inventarisatie en categorisering van alle landgoederen in Enschede. De studie beschrijft de maatschappelijke waarde van de landgoederen voor de Enschedese gemeenschap, benoemt kansen en bedreigingen, gaat in op de rol van de gemeente én van de landgoederen zelf en sluit af met aanbevelingen.
14
Landschap De landschapsstudie kenmerkt het overgrote deel van het landelijk gebied als (zeer) waardevol. Het landschap in het gebied Twekkelo is bijvoorbeeld in goede staat, net als veel andere delen van het buitengebied. Zie daarvoor ook de bijgevoegde kaart.
De studie geeft geen informatie over de ontwikkeling van het landschap in de afgelopen jaren of over de mate van succes van het gemeentelijke beleid. Aanvullend op de landschapsstudie wordt daarom hier -met eigen gemeentelijke kennis- gesteld dat sinds halverwege de 20e eeuw een enorme aanslag op het landschap heeft plaatsgevonden door onder meer het ruimen van landschapselementen, het normaliseren van beken en het vergroten van de agrarische percelen. Als gevolg van gericht beleid is de laatste jaren het aantal landschapselementen gestabiliseerd en op diverse plekken ook weer aan het toenemen. Een kwart van de landschapselementen kent een langjarige beheerovereenkomst. Bij het onderhoud van het landschap zijn diverse partijen en personen betrokken, zoals de dorpsraden, de beheerders van het Landschapsfonds, Stalesch en vrijwilligers van En Hoe, Landgoederen De landgoederenstudie inventariseert in Enschede 83 historische landgoederen met een gezamenlijke oppervlakte van bijna 2.500 ha. Daarnaast zijn ook na 1960 nog eens 111 landgoederen toegevoegd met een oppervlakte van 1.000 ha. Daaronder zitten zes zogenoemde nieuwe landgoederen die na 1995 zijn ontstaan met een Groen-voor-Rood-regeling. De historische landgoederen hebben op één landgoed na hun oorsprong in de textielindustrie. Daarin én in de enorme concentratie aan landgoederen is Enschede uniek in Nederland.
De studie maakt duidelijk dat de landgoederen belangrijk bijdragen aan de kwaliteit van het landelijk gebied, door de samenhang die zij aanbrengen tussen natuur, landschap, landbouw en buitenplaatsen én door hun historische context. De landgoederen liggen als een bijna gesloten ring rondom het stedelijk gebied van Enschede. De samenloop tussen de landgoederen en het Natuur Netwerk Nederland is frappant.
15
Voor de betekenis van de landgoederen voor de (stedelijke) bevolking zijn de herkenbaarheid en toegankelijkheid van de landgoederen van belang. Een aantal landgoederen, vooral de jongere, onderscheidt zich niet of nauwelijks van een bos-, natuur- of landbouwgebied dat niet als landgoed staat geregistreerd. Een centraal gebouw ontbreekt dan, de samenhang van verschillende functies is niet zichtbaar en aan het ontstaan van het landgoed is geen bijzonder verhaal verbonden. Het rapport stelt het landgoed (de eigenaar) zorg draagt voor het beheer van deze kwaliteiten en daarvoor beperkt een beroep kan doen op de collectieve middelen. Dat bekostigingsmodel was in het verleden gebaseerd op de opbrengsten die de eigenaar verkreeg in de textielfabrieken. Na de teloorgang van de textielindustrie maken veel landgoedeigenaren zich zorgen over de ongunstige verhouding tussen kosten om een landgoed in stand te houden en onder meer de natuurlijke kwaliteiten te beheren en de teruglopende opbrengsten. Over de manier waarop de gemeente zich verhoudt tot de landgoederen wordt teruggekomen in het volgende hoofdstuk. Conclusie Het landschap in de gemeente Enschede heeft, in vergelijking met overeenkomstige gebieden in het oostelijk zandgebied, nog steeds hoge kwaliteit. De uitgevoerde landschapsstudie heeft de kwaliteiten en de waarden gedetailleerd in beeld gebracht.
Daarmee heeft Enschede een handvat verkregen om per deelgebied de ruimtelijke ontwikkeling toe te spitsen op de aanwezige waarden en de kwaliteiten van het landschap. Voor het landschap, de natuur en de cultuurhistorie zijn de landgoederen van grote waarde. De landgoederen zijn deel van de identiteit van Enschede. Het aantal landgoederen, de ligging in een ring om de stad en de grotendeels uniforme achtergrond in verband met de textielindustrie zijn uniek in Nederland. Zorgpunt is de financiële basis en daarmee de bestaansgrond van de landgoederen. Omdat goede kennis over de landgoederen ontbrak is in een studie meer kennis 16
verzameld. Die kennis maakt het mogelijk om het gemeentelijk beleid beter te richten op de specifieke situatie van de landgoederen. Daarbij komt ook naar voren dat een deel van de landgoederen zich weinig onderscheid van een ander natuur-, bos- of landbouwgebied. In die gevallen heeft de aanmerking als landgoed geen duidelijke toegevoegde maatschappelijke waarde.
2.3
Gebruik van het landelijk gebied
Het gebruik van het landelijk gebied van Enschede is beschreven voor landbouw, wonen, recreatie & toerisme, verkeer & vervoer, energietransitie en niet agrarisch werken. Waar mogelijk zijn de ambities vermeld uit de Gids buitenkans (2014), waarbij de indeling soms iets afwijkt van de indeling in deze evaluatie. Aan het slot van elke paragraaf is een afsluitende conclusie opgenomen voor het opstellen van de Visie landelijk gebied.
2.3.1 Landbouw Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “De ambitie is dat de nu aanwezig agrarische ondernemers hun bedrijf zo goed als mogelijk kunnen voortzetten. Het liefst op een toekomstbestendige, duurzame wijze. De door schaalvergroting vrijkomende agrarische bebouwing kan voor nieuwe functies worden gebruikt. De verbreding van de landbouw, waardoor meer bedrijven voor de toekomst behouden blijven, wordt ondersteund.” “Stadslandbouw heeft Enschede veel te bieden, zoals een flexibel gebruik van tijdelijk vrijkomende bouwgrond, behoud van een aantrekkelijk landschap, nieuwe markten voor ondernemers, lokale werkgelegenheid, vers en gezond eten om de hoek en noaberschap. Uiteraard op een manier die past bij de uitstraling van het buitengebied. Dit is bij de volkstuinen helaas niet altijd het geval. Eventuele nieuwe volkstuincomplexen dienen landschappelijk goed ingepast te worden.” Beschrijving Met het oog op het opstellen van de Visie landelijk gebied heeft de gemeente de ‘Landbouwanalyse Enschede’ (Kadaster en Wageningen Economic Research, mei 2019) laten opstellen. Deze studie geeft veel informatie over de landbouw in Enschede. Ruim 4.700 ha van de 10.000 ha landelijk gebied van Enschede is als cultuurgrond (weiland en akkers) in gebruik bij 327 agrarische bedrijven (cijfers 2017).
De helft van de bedrijven (164) is gevestigd buiten de gemeente Enschede en heeft 1.231 ha grond in gebruik binnen Enschede. Omgekeerd gebruiken de 163 Enschedese bedrijven 276 ha grond buiten de gemeentegrens. Enschede telt volgens de studie 56 voltijds agrarische bedrijven. Dat zijn allemaal veehouders, 52 melkveehouders en 4 intensieve veehouders. Dat waren er rond 2000 nog twee keer zoveel. Het grondgebruik bestaat in hoofdzaak uit grasland (80%) en maisteelt (18%) ten behoeve van de veehouderij. De CBS-landbouwtelling geeft als vijfjarig gemiddelde (20122016) in de gemeente Enschede een bedrijfsgrootte van de melkveehouderij van 41 ha met 68 melkkoeien. In die periode is een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf 51 ha groot met 90 melkkoeien. De kostprijs van de melk is 3 Euro per 100 kg hoger dan gemiddelde in Nederland (48 om 43 Euro/100kg). Het inkomen in de melkveehouderij in Enschede is afgeleid van deze cijfers en komt circa 20% lager uit dan gemiddeld in Nederland. De veehouderij (melkvee en overig graasdieren) levert directe werkgelegenheid van circa 220 arbeidsjaareenheden. Het aantal landbouwbedrijven dat aan agrarisch natuurbeheer doet, is lager dan elders in Nederland. Dat geldt ook voor verkoop aan huis (6% in Enschede - 14% landelijk); agrotoerisme (5% versus 10%) en zorglandbouw (1% versus 3%).
Deze schets wil niet zeggen dat de Enschedese landbouw geen betekenis heeft voor Enschede. Wel blijkt dat het economische gewicht (in productie en werkgelegenheid) bescheiden is en dat de verbinding met de stad groeimogelijkheden kent. Stadslandbouw is nog niet van de grond gekomen. 17
De Nederlandse landbouw produceert goed en goedkoop voedsel voor een mondiale markt. Om te kunnen concurreren op de wereldmarkt moeten de landbouwbedrijven rationeel te werk gaan en kosten verlagen. Ook in Enschede heeft de landbouw hier jarenlang op ingezet. Op telkens minder grond en met minder mensen en bedrijven wordt zuivel en vlees geproduceerd voor de wereldmarkt. De wijze van produceren heeft gevolgen voor de omgeving, zoals voor de bodemvruchtbaarheid, de waterhuishouding, het milieu (zoals uitstoot van stikstof) en de biodiversiteit. De schaalvergroting in de landbouw heeft afbreuk gedaan aan het kleinschalige karakter van het Twentse landschap. Een eerlijke prijs voor ons voedsel moet een aantrekkelijk landschap opleveren “Bijna alle Nederlandse landschappen zijn gemaakt door boeren en dat ging goed tot na de Tweede Wereldoorlog. Over honderd jaar kijken we terug en zien we dat we tussen 1950 en 2040 niet wisten hoezeer we de weg kwijt waren. Als onze boeren blijven produceren voor de wereldmarkt zullen ze het uiteindelijk afleggen, omdat de grondprijzen hier zo hoog zijn. Je kunt ook in andere landen melkvee houden. De boeren zijn uiteindelijk beter af met kortere ketens, dichtbij huis. Tussen boer en consument verdwijnt nu het meeste geld. Als je rechtstreeks bij de boer koopt, of met zo min mogelijk tussenhandel, betaal je hetzelfde en verdient de boer veel meer.
Kijk hoeveel geld we als samenleving in de landbouw steken. Elk jaar alleen al ruim 800 miljoen euro in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Dat gaat vooral naar inkomenssteun voor boeren. En nu vijf miljard voor stikstofmaatregelen. Ik vind het prima dat we belastinggeld uitgeven aan de landbouw, maar laten we dan wel zorgen dat we de boeren helpen om de transitie naar een duurzame, landschapsinclusieve landbouw te maken. Voor dat geld mogen we wel wat terugverwachten.” “Ja, die omslag vraagt wel wat. We moeten een systeem ontwikkelen zodat er geld is voor landschapsdiensten en boeren moeten zich bijscholen en investeringen terugverdienen. Alle boeren die ik spreek, die de omslag al hebben gemaakt, willen nooit meer terug. Het zijn blije boeren, die minder risico lopen.” Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Berno Strootman in een interview in Trouw 29 oktober 2020
De landbouw staat in heel Nederland voor de keuze de trend van schaalvergroting en rationalisatie door te zetten naar de toekomst of op zoek te gaan naar aanpassingen in de productiewijze. De Nederlandse overheid zet in op kringlooplandbouw (Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden - Nederland als koploper in kringlooplandbouw, Ministerie LNV, september 2018) en een structurele aanpak van de stikstofproblematiek (Kamerbrief 24 april 2020). Ook de landbouw in Enschede staat voor de keuze. De betrokken landbouwers (zie de uitgevoerde landbouwanalyse) onderkennen de uitdagingen waar zij en de hele sector voor staan. Afhankelijk van hun eigen situatie kiezen ze voor het doorzetten van de geleidelijke groei van de laatste decennia of voor een andere koers gericht op verbreding en verduurzaming. De bedrijven voelen zich daar zelf verantwoordelijkheid voor. Bij een keuze voor verbreding verwachten de bedrijven een vergoeding voor de publieke dienstverlening, zodat zij deze onderdeel kunnen maken van hun verdienmodel. Hun tegenprestatie voor de samenleving bestaat uit de toevoeging van waarde voor landschap, waterbeheer en/of biodiversiteit. Van essentieel belang voor de toekomst van de landbouw is de beschikking over voldoende grond, om te groeien en te verduurzamen.
Dat kan eigen (pacht)grond zijn, maar ook kan de samenwerking met de talrijke nevenbedrijven voorzien in voldoende grond voor de hoofdberoepsbedrijven. De concurrentie om grond is echter groot (zie onder gronddruk). Conclusie Uit de uitgevoerde studie naar de landbouw in Enschede blijkt dat het aantal bedrijven nog steeds afneemt (Gids buitenkans (2014) telt nog 70 hoofdberoepsbedrijven, de Landbouwstudie enkele jaren later nog maar 56). Het agrarische draagvlak en de impact op het landelijk gebied wordt daarmee kleiner. De verduurzaming en verbreding voltrekken zich langzaam. De omslag is denken en doen is niet duidelijk zichtbaar. Om een positieve bijdrage te kunnen leveren aan behoud en 18
ontwikkeling van de brede kwaliteit van het landelijk gebied moet de landbouw zich sneller omvormen. De studie constateert ook dat de landbouw in Enschede beduidend minder verbinding heeft met de stedelijke samenleving dan elders in Nederland. Dat is teleurstellend, omdat de fysieke afstand tussen landelijk- en stedelijk gebied, tussen productie en consumptie heel klein is. Andersom geredeneerd: er bestaan veel mogelijkheden om wel verbinding te leggen en de ketens korter te maken, in beider voordeel. De gemeente speelt een bescheiden rol. Het beleid wordt bepaald door EU, Rijk en provincie. De landbouwers zijn ondernemers die eigen keuzen maken. Dat maakt de gemeentelijke rol nog niet onbelangrijk. De gemeente kan initiatieven, die provinciaal en regionaal verband en/of vanuit de sector opkomen, naar Enschede toetrekken, voorbeeldbedrijven op weg te helpen en samenwerking te steunen.
2.3.2 Wonen Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “De ambities is om verdere verstening in het buitengebied tegen te gaan. Het bouwen van nieuwe woningen is daarmee in strijd en kan alleen in gevallen waarbij sprake is van een belangrijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, zoals bij de Rood voor Roodregeling.” Beschrijving In het landelijk gebied van Enschede woonden anno 2019 in totaal 4.740 personen in 2.365 woningen. Daarbij worden de bewoners en de woningen binnen de bebouwde kom van Lonneker en Boekelo/Usselo niet tot het landelijk gebied gerekend. Enschede telt met gemiddeld 23 woningen per vierkante kilometer (100 ha) een van de meest dicht bebouwde buitengebieden van Overijssel. De woningen zijn niet gelijkmatig verspreid, bij natuurgebieden zijn nauwelijks huizen aanwezig en op andere plekken zijn concentraties aanwezig in bijvoorbeeld lintbebouwing, zoals langs diverse wegen in Boekelo. De woonbebouwing bestaat vooral uit burgerwoningen (deels in voormalige boerderijen) en verder uit agrarische bedrijfswoningen en enkele niet-agrarische bedrijfswoningen. Ook staan in het Enschedese landelijk gebied ca 60 (voormalige) recreatiewoningen, die permanent mogen worden bewoond. Daarnaast zijn er circa 190 recreatiewoningen, waar dat niet is toegestaan, maar waar wel permanente bewoning plaatsvindt. Permanente bewoning van zomerwoningen op campings.
In het landelijk gebied van Enschede wordt gedurende langere tijd gewoond op de aanwezige campings. Permanente bewoning is hier niet toegestaan en is vanuit zowel het woonbeleid als het toeristisch recreatieve beleid ongewenst. Veelal betreft dit huishoudens die om diverse redenen (tijdelijk) geen geschikte woonruimte in de reguliere woningvoorraad kunnen vinden. Het is een breed samengestelde groep, variërend van arbeidsmigranten tot gebroken gezinnen.
Onzelfstandige bewoning komt in het buitengebied, voor zover bekend niet veel voor. Enschede wil het contrast tussen stad en landelijk gebied behouden. Daarom staat Enschede heel terughoudend tegenover verdere woningbouw in het landelijk gebied. Dit beleid is in grote lijn effectief. Bouwen in het landelijk gebied is alleen in uitzonderingssituaties toegestaan. Voorwaarde is dat een stevige compensatie plaatsvindt, in de vorm van versterking van de landschappelijke kwaliteit. Verder kent het bestaande beleid voor agrarische bouwblokken en bedrijfswoningen nog veel ruimte en hebben enkele bestaande buitenplaatsen in een beperkte uitbreiding.
19
Beperkte toestemming voor agrarische bedrijfswoning en bouwen op enkele buitenplaatsen In het landelijk gebied staan circa 200 (agrarische) bedrijfswoningen. Het bijplaatsen van een tweede agrarische bedrijfswoning is mogelijk als voldaan wordt aan bedrijfseconomische normen en zal daardoor in praktijk zeer beperkt plaatsvinden. Bovendien hebben zes buitenplaatsen bebouwingsmogelijkheden gekregen ter grootte van de helft van het volume van het aanwezige hoofdgebouw op het landgoed. Dat is nog beperkt ingevuld.
De druk op het landelijk gebied is onverminderd groot. De signalen zijn dat vooral senioren en plattelandsjongeren in het buitengebied willen blijven wonen. Een geschikte en betaalbare woning is vaak niet voorhanden. Daarnaast vindt een aantal mensen, die nu nog niet in het landelijk gebied wonen, het aantrekkelijk om daar naartoe trekken. Daarvoor worden onder meer rust, ruimte en groen als redenen genoemd. Senioren In 2019 wonen 1065 65-plussers in het landelijk gebied van Enschede en 1785 mensen zitten in de leeftijdscategorie van 4565 jaar. Een deel van deze groepen zal in de toekomst een kleinere of aangepaste woonruimte wensen. Het is (rijks)beleid om ouderen zo lang mogelijk in hun eigen woonomgeving te laten wonen. Als de boerderij naar de volgende generatie overgaat, kan dit betekenen dat de ouders in de gesplitste boerderij (mits groter dan 1000 m3) blijven wonen. Soms gaat de wens uit naar een aparte kleine 2e woning op het bedrijf. Het bestemmingsplan staat dat lang niet altijd toe. Wel kan een mantelzorgwoning een tijdelijke oplossing bieden. Na afloop van de zorg moet deze woning weer verdwijnen. Jongeren Een deel van de jongeren (18-30 jaar), die zijn opgegroeid in het landelijk gebied, willen daar blijven wonen in een eigen huis. Geschikte, betaalbare woonruimte is schaars. De behoefte is naar schatting enkele tientallen jongeren-huishoudens.
Conclusie Het beleid om van verstening in het landelijk gebied tegen te gaan is succesvol. Een terughoudend beleid blijft nodig met duidelijke spelregels en strikte voorwaarden voor wonen in het landelijk gebied. Met strikte regels en een goede naleving kan een toename van het wonen en de verstening van het landelijk gebied, conform het beleid, worden ingeperkt. Het beleid kan op onderdelen worden verfjjnd: -
De regelingen voor bouwen in relatie tot slopen (zoals Rood voor Rood) Een aantal recreatiewoningen wordt permanent bewoond Voor het landelijk gebied bestaat geen regeling die onzelfstandige bewoning reguleert De handhaving is niet altijd stringent en consequent (zie ook hoofdstuk 3)
2.3.3 Recreatie & toerisme Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) “Enschede wil groeien met haar vrijetijdssector, maar dan wel op een manier die kwaliteit uitstraalt en bijdraagt aan een leefbare en duurzame stad. Door sterk in te zetten op het behoud en versterken van (culturele) voorzieningen, de promotie van de regio en de stad en het stimuleren en faciliteren van ondernemers binnen deze sector. Het is belangrijk om het toeristisch aanbod te versterken door kleinschalige initiatieven positief te benaderen. Kleinschaligheid en kwaliteit zijn aspecten die bij uitstek passen bij de ontwikkeling van toerisme in het buitengebied. De planologische procedures hiervoor zullen eenvoudiger worden gemaakt.” “Het doel is de stadsrand nog meer tot een belevingsgebied te maken: een gebied dat mensen uitnodigt om te komen, wandelen, spelen, joggen, ontspannen, fietsen, tuinieren, kunst zien en beleven, uitrusten en eten. Met de aanleg van ‘Rondje Enschede’ (een wandel- en fietsroute rondom Enschede en Boekelo, dwars door de brede groene stadsrandzone) is de toegankelijkheid en beleefbaarheid van de stadsrand al sterk verbeterd. Nieuwe initiatieven aan dit ‘rondje’, die de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid nog verder vergroten, zullen worden gestimuleerd.” 20
Beschrijving Recreatie & toerisme zijn belangrijke gebruiksfuncties in het landelijk gebied van Enschede. Wat verstaan wij onder recreatie & toerisme Onder recreatie vallen allerlei vormen van vrijetijdsbesteding in het landelijk gebied: van wandelen, fietsen, sporten, luieren, spelen, genieten van natuur, landschap en cultuur(historie) en educatie tot bezoek aan evenementen en horeca. Zowel bewoners uit het landelijk gebied zelf, de stad als de regio recreëren dag(del)en in het landelijk gebied. Van toerisme is sprake bij een meerdaags bezoek, inclusief overnachting. Toeristen zullen tijdens hun verblijf in Enschede of omgeving recreëren in het buitengebied, vaak in combinatie met bezoek van het stedelijk gebied.
Het Enschedese landelijk gebied kent een aantrekkelijk en gevarieerd landschap met een uitgebreid routenetwerk voor wandelen, fietsen en ruitersport. De talrijke landgoederen voegen daar een cultuurhistorisch interessante dimensie aan toe. Het buitengebied heeft geen grote permanente publiekstrekker. De stadspeiling laat een positieve score zien over het bezoek aan het buitengebied. Stadspeiling: positief over bezoek aan het buitengebied Een stadspeiling onder ruim 1.000 inwoners van Enschede leert dat de afgelopen tien jaar: • Bijna de helft van de respondenten (2019: 48%) zegt het buitengebied elke week tenminste 1 keer te bezoeken • Een zeer groot en toenemend deel van de deelnemers aan de peiling de voorzieningen in het buitengebied ‘voldoende’ vindt voor wandelen en fietsen (bijna 100%), voor recreatie (90%), rustplaatsen (80%) en eenvoudige horeca (70%) • De ondervraagden de kwaliteit van het buitengebied beoordelen met een rapportcijfer van bijna 8 (2019: 7,8)
Toch wordt het recreatieve aanbod nog niet ten volle benut. Het gebruik van het (fiets- en wandel)rondje, langs de stadsrand, is niet volledig gesloten en biedt groeimogelijkheden. De horeca langs deze route en elders en de voorzieningen voor dagrecreatie zijn wat beperkt in omvang en niet overal van hoge kwaliteit. Het routenetwerk in heel Enschede is uitgebreid, maar het onderhoud is mede door de grote lengte van de paden- niet overal goed op niveau te houden. Enschede heeft geen specifieke terreinen met recreatiewoningen, wel staan recreatiewoningen op enkele campings. In het recreatiepark Rutbeek worden ca 250 nieuwe recreatiewoningen gerealiseerd. Op enkele van de bestaande campings komt -tegen de regels in- permanente bewoning voor. Dat is een ongewenste situatie, omdat permanente bewoning de plaats inneemt van toerisme en door de aard van de bewoning verrommeling optreedt. Ook het toeristische potentieel van het buitengebied is nog niet volledig benut. Enschede staat weinig bekend om haar buitengebied. Conclusie De ambitie om recreatie & toerisme te laten groeien is nog niet geslaagd. Het Rondje Enschede bestaat, maar blijkt nog geen ruggengraad voor recreatieve versterking. De kwaliteit van het aanbod aan voorzieningen is niet toegenomen en Enschede heeft geen groter aandeel kunnen verwerven in de sector recreatie & toerisme.
Wel zijn de bezoekers uit Enschede positief over hun bezoek aan het buitengebied. Kansen zijn aanwezig voor groei bij de eigen stedelijke bevolking en specifieke doelgroepen in de combinatie van recreatie in de stad én het buitengebied. Inzet op verbetering van de kwaliteit en sanering van illegale verblijfrecreatie.
2.3.4 Leefbaarheid Ambitie uit de Gids buitenkans (2014) Voor leefbaarheid bevat de Gids buitenkans (2014) geen ambitie. Beschrijving De leefgemeenschap van het landelijk gebied is van oudsher hecht. Naoberschap staat hoog in het vaandel. Het aantal bewoners van het landelijk gebied, dat niet afkomstig is vanuit de agrarische gemeenschap is de laatste jaren enorm toegenomen. De betrokken plattelandscultuur verandert 21
mee en is minder agrarisch gericht. In bijvoorbeeld Esmarke en Twekkelo bestaat een nieuwe vorm van sociale cohesie tussen de agrarische en nieuwe bewoners. Doordat jonge mensen wegtrekken naar de stad of naar elders verliest de gemeenschap wel een deel van haar vernieuwingskracht. Het landelijk gebied is aantrekkelijk om te wonen. Het fraaie landschap, de rust en ruimte trekt mensen. Met de korte afstanden en snel internet is de verbinding met de stad en de rest van de wereld goed. Mensen ervaren vrijheid, met als tegenhanger dat het toezicht soms tekortschiet. De provincie Overijssel heeft een analyse gemaakt van de leegstand van agrarisch vastgoed. Voor de hele provincie is de verwachting dat tussen 2019 en 2030 circa 3,2 mln m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen vrijkomen en dat de helft daarvan leeg komt te staan. Enschede behoort niet tot de provinciale hot spots. Wel is de verwachting dat in aan de westrand en in oost-Enschede relatief veel agrarische bedrijfsgebouwen vrijkomen.
Uitsnede uit kaart van de provincie Overijssel: Dichtheid vrijkomend agrarisch vastgoed (exclusief glas) in het landelijk gebied van Overijssel (Bron: BAG 2018, GIAB 2018, bewerking WENR
Leegstaande agrarische bedrijven lopen kans op verloedering en op gebruik voor niet legale activiteiten (ondermijning). Meer algemeen vormen teruglopende inkomsten in de landbouw een voedingsbodem voor ondermijning. Ook het landelijk gebied kent vereenzaming, mensen met sociale en relationele problemen en te beperkte inkomsten. Het kan lastig zijn om deze mensen te bereiken; Naoberschap biedt hiervoor niet altijd een oplossing. Nieuwe middelen (sociale media, buurt-app) worden benut om contact tussen bewoners op een eigentijdse manier in te vullen. Met onder meer de inzet van erfcoaches, die de bewoners van het landelijk gebied op tal van manieren terzijde kunnen staan, wordt de leefbaarheid van het landelijk gebied ondersteund. Het bezoek van recreanten en toeristen heeft een keerzijde voor de leefbaarheid. De rust verminderd op plekken met grotere drukte. Overlast wordt ervaren van zwerfafval, dumpen van afval, loslopende honden, mountainbikers en wandelaars die zich buiten de paden begeven. Onder meer de landgoederen zeggen in tijden van Corona dat de druk op hun terreinen en de overlast fors toenemen. Het toezicht neemt niet toe en het gebrek daaraan wordt telkens meer ervaren. Conclusie Voor leefbaarheid bestaat geen duidelijke doelstelling. Of de leefbaarheid voldoet valt daarmee niet vast te stellen.