Eschmarkerveld 2023_ aangepaste toelichting 6 juni 2024
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023
Status: Vastgesteld
Eschmarkerveld 2023
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 3 4 7 8
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
10 10 11 24
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Geomorfologie 3.2 Ruimtelijke structuur 3.3 Functionele structuur 3.4 Bestaande houtopstanden en groenelementen 3.5 Cultuurhistorie
35 35 36 39 39 39
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Masterplan en uitgangspunten nieuwe ontwikkeling 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.4 Welstand en beeldkwaliteit 4.5 Bestaande functies 4.6 Duurzaamheid
43 43 57 61 67 68 68
Hoofdstuk 5 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
Omgevingsaspecten
71 71 84 87
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
94 94 94 95 104
Hoofdstuk 7
105
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Het gebied Eschmarke is ooit ontwikkeld als een VINEX-locatie met verschillende deelgebieden. Sinds het begin van de eeuw zijn in dit gebied al ruim 2000 woningen gebouwd. Eén van de deelgebieden van de Eschmarke is het Eschmarkerveld. Het Eschmarkerveld beslaat ongeveer 33 hectare tussen het dorp Glanerbrug en Enschede-stad. De realisatie van het Eschmarkerveld stond voor de periode 2001 – 2011 gepland, maar werd uitgesteld als gevolg van de financiële crisis. Anno nu gonst het in Enschede van de bouwactiviteiten. De beschikbare kavels (voor particulier opdrachtgeverschap) zijn uitverkocht en er staan grote projecten op stapel, zoals Cromhoff, Centrumkwadraat, Kop Boulevard en Leuriks Oost. Toch blijft de druk op de woningmarkt toenemen, zoals overal in het land, met stijgende huizenprijzen als gevolg. We hebben meer woningen nodig, ook omdat Enschede wil groeien; het aantrekken en behouden van (jong) talent is een van onze strategische opgaven. Daar kunnen we aan bijdragen door wijken te ontwikkelen waar mensen graag komen wonen. Eschmarkerveld biedt kansen om die fijne omgeving te creëren, met een divers woningaanbod voor huurders en kopers. Daarom is het gebied zowel in het coalitieakkoord als in de woonvisie aangewezen als nieuwe woonlocatie. Voor de ontwikkeling van het Eschmarkerveld heeft de gemeenteraad op 25 oktober 2021 het Koersdocument vastgesteld.
Het Eschmarkerveld wordt een gedifferentieerde groene, gezonde en gemengde wijk. Het Koersdocument vormt het kader voor het uitwerken van de ontwikkeling door de globale opzet van de nieuw te bouwen wijk te schetsen. Het Koersdocument is verder uitgewerkt tot een Masterplan voor het Eschmarkerveld, waarin de ontwikkeling verder is uitgewerkt. Dat Masterplan vormt de basis voor het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 dat tot doel heeft de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Bestaande (woon)percelen in het gebied krijgen eveneens een passende bestemmingsregeling in dit bestemmingsplan.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 betrekking heeft, wordt globaal begrensd door de spoorlijn Enschede-Gronau in het noorden, de ecozone (ten westen van Glanerbrug) in het oosten, de Sleutelweg / Gronausestraat in het zuiden en de Euregioweg in het westen. Het plangebied ligt in stadsdeel Oost, in de wijk Glanerbrug e.o. Het plangebied vormt het grootste deel van de buurt Dolphia. Een gedeelte van de Cronjéstraat en Slankweg maken ook onderdeel uit van het plangebied, in verband met het realiseren van afsluitingen voor autoverkeer vanuit Eschmarkerveld. Zie de verbeelding voor de exacte grenzen van het plangebied.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
3
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied
1.3
Geldende juridische regelingen
Voor het plangebied gelden een aantal verschillende plannen. In deze paragraaf worden deze geldende plannen toegelicht. 1.3.1
BP De Eschmarke
Het gebied “Eschmarkerveld 2023” valt grotendeels onder het bestemmingsplan “De Eschmarke”. Dit bestemmingsplan, dat nog tot stand is gekomen onder de oude Wet Ruimtelijke Ordening, is op 18 maart 1996 door de Raad van de gemeente Enschede vastgesteld en op 5 november 1996 door Gedeputeerde Staten van Overijssel (gedeeltelijk) goedgekeurd. Op 15 juni 1998 is dit bestemmingsplan, na uitspraak van de Raad van State, onherroepelijk van kracht geworden. Het gedeelte waaraan goedkeuring is onthouden, heeft ook betrekking op gronden gelegen binnen de grenzen van bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023". Het gaat om gronden langs en ten zuiden van de spoorlijnverbinding Enschede-Gronau. Op het Euregio-bedrijventerrein was het ten tijde van het onthouden van de goedkeuring, nog mogelijk milieuhinderlijke bedrijven te vestigen die hinder veroorzaken voor de woonomgeving. Hierin is verandering gekomen door de vaststelling van het bestemmingsplan Euregio Bedrijvenpark 2013, vastgesteld op 11 november 2014.
Afbeelding 1.2: plankaart bestemmingsplan de Eschmarke Het bestemmingsplan De Eschmarke bevat zowel nog uit te werken bestemmingen als 'Wonen', maar ook definitieve bestemmingen als 'Wonen-B', 'Station' en 'Groengebied'.
4
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
De voor "Wonen", nader uit te werken door Burgemeester en Wethouders aangewezen gronden zijn in het bestemmingsplan "De Eschmarke" bestemd voor de handhaving van en/of het bouwen van woningen en het inrichten van standplaatsen voor woonwagens, met de daarbij behorende aanbouwen, -al dan niet aangebouwdebijgebouwen, uitbouwen en andere bouwwerken, voor verblijfsdoeleinden, groenvoorzieningen en waterwegen alsmede voor: a. wegen; b. voor het realiseren van een zogenaamde Hoogwaardig Openbaar Vervoerlijn, met de daarbij behorende voorzieningen; c. daar waar dit middels een aanduiding op de plankaart is aangegeven voor 'Buffer ecologische zone'; d. daar waar dit op de plankaart middels de aanduiding "B (met nummer)" is aangegeven voor bedrijfsactiviteiten, zoals voor het betreffende perceel met daarbij aangegeven categorie in bijlage II (Bedrijfsactiviteiten) behorende bij de bij het bestemmingsplan "De Eschmarke" behorende voorschriften is opgenomen; e. Het realiseren van een buurtvoorziening en winkels in het gebied ten zuid-oosten van de in het bestemmingsplan "De Eschmarke"meest oostelijk gelegen gronden met de bestemming "Ecologische verbindingszone" (het zogenaamde Oikos-gebied); f. binnen de op de plankaart aangegeven aanduiding "Zonering agrarisch bedrijf" mogen de gronden uitsluitend worden ingericht voor verblijfsdoeleinden, groenvoorzieningen en watergangen. g.
daar waar dit op de plankaart middels de aanduiding "Accentpunt" is aangegeven voor functies die van de hoofdbestemmingt afwijken, zoals bijzondere doeleinden, bedrijven categorie 1 en 2, kantoren en kunstwerken; h. daar waar op de plankaart de aanduiding "P" is opgenomen, is een parkzone toegestaan. Voor deze gronden geldt tevens dat, althans voor zover deze gronden gelegen zijn binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld", een minimale bebouwingsdichtheid van 20 woningen per hectare, een maximale bebouwingsdichtheid van 35 woningen per hectare en de restrictie dat hier niet hoger gebouwd mag worden dan in 4 bouwlagen. De op de plankaart van het bestemmingsplan "De Eschmarke" voor "Wonen-B" aangewezen gronden zijn bestemd voor het bouwen van woningen, met de daarbij behorende aanbouwen, -al dan niet aangebouwde- bijgebouwen, uitbouwen en andere bouwwerken, alsmede voor verblijfsdoeleinden en groenvoorzieningen en voor wegen. De op de plankaart voor "Groengebied" aangewezen gronden zijn in het bestemmingsplan "De Eschmarke" bestemd voor de handhaving (en/of de aanleg) van onder meer parken, plantsoenen, bospercelen, waterpartijen, bermstroken, toegangspaden, fietspaden en voetpaden. Volgens het bestemmingsplan "De Eschmarke" bevinden zich in het gebied waarvoor nu het bestemmingsplan "Eschmarkerveld" is vervaardigd, een tweetal aardgasleidingen.
Het betreft hier een 8 inch en een 12 inch aardgasleiding. Deze aardgasleidingen zijn middels een aanduiding op de plankaart van het bestemmingsplan "De Eschmarke" ingetekend. Tenslotte zijn in dit bestemmingsplan een 3-tal locaties aangegeven waar mogelijke toekomstige ontsluitingswegen voor het geplande woongebied kunnen worden gerealiseerd. 1.3.2
BP Buitengebied 1978
De onthouding van goedkeuring door Gedeputeerde Staten van Overijssel voor een deel van het bestemmingsplan “De Eschmarke” betekent dat voor deze percelen het daarvóór geldende bestemmingsplan van toepassing is. Dit plan is het bestemmingsplan Buitengebied, dat door de gemeenteraad op 21 december 1978 is vastgesteld. Op 13 mei 1980 hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel dit bestemmingsplan gedeeltelijk goedgekeurd. Op 12 januari 1987 heeft de Kroon een uitspraak gedaan over de bij haar tegen het bestemmingsplan ingestelde beroepen. Op die datum is het bestemmingsplan - voorzover goedgekeurd - onherroepelijk van kracht geworden. Een uitsnede van het plan is hieronder opgenomen.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
5
Afbeelding 1.3: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied 1978 De gronden waarvoor het bestemmingsplan Buitengebied 1978 geldt, hebben een agrarische bestemming, Agrarische doeleinden, Klasse A. Deze gronden zijn primair bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf en voor zover de uitoefening van het agrarisch bedrijf zich daartegen niet verzet voor de instandhouding van aanwezige waardevolle landschapselementen, zoals houtwallen, boomgroepen, fraaie alleenstaande bomen, beekdalen en wegen. 1.3.3
BP Herfstweg 151-153
Het gedeeltelijk onthouden van goedkeuring aan het bestemmingsplan “De Eschmarke” heeft o.a. betrekking op gronden langs en ten zuiden van de spoorlijnverbinding Enschede-Gronau, een strook grond met een afmeting van ± 65x1050 meter. Voor een deel van deze strook is op 24 september 2012 het "Bestemmingsplan Herfstweg 151-153" vastgesteld. Dit bestemmingsplan beoogt het planologisch mogelijk maken van twee nieuwe woningen in de vorm van een twee-onder-één-kapwoning. Het voorheen geldende bestemmingsplan voorzag niet in een bouwvlak op deze locatie.
Afbeelding 1.4: verbeelding bestemmingsplan Herfstweg 151-153 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
6
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
1.3.4
Overige plannen
Los van de hiervoor genoemde bestemmingsplannen zijn er verschillende paraplubestemmingsplannen in werking getreden die zien op een bepaald aspect van de ruimtelijke ordening: 1. Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid) (vastgesteld 18 november 2014) Dit plan bevat een regeling voor bedrijven met milieuzones op het gebied van risico en/of geluid (waaronder vuurwerkbedrijven en - verkooppunten). Doel hiervan is om gemeentebreed te komen tot een goede en actuele regeling; 2. Cultuurhistorie (vastgesteld 6 februari 2017) Dit plan borgt de bescherming van het in Enschede aanwezige cultuurhistorische erfgoed door middel van een sloopvergunningenstelsel; 3. Parkeren Enschede (vastgesteld 11 maart 2019) Dit bestemmingsplan is op 11 maart 2019 door de Raad vastgesteld en heeft voor veruit het grootste deel betrekking op het stedelijke gebied van Enschede. Middels dit bestemmingsplan worden regels gesteld met betrekking tot de parkeerbehoefte voor auto- en fietsparkeren, een en ander in overeenstemming met de Nota "Parkeernormen Enschede 2017". 4.
Kwalitatief sturen op appartementen (vastgesteld 30 januari 2023) Met dit bestemmingsplan wordt beoogd (mede) invulling te geven aan de gemeentelijke beleidsambities om talenten en andere voor de sociaal-economische structuur van Enschede belangrijke doelgroepen voor de stad te behouden en het verder groeien van Enschede vanuit het hart. Doel van dit bestemmingsplan is dat de juiste appartementen voor de juiste doelgroepen op de juiste locaties worden gerealiseerd. 5. Onzelfstandige bewoning (vastgesteld 5 april 2023) In 2020 is het beleid ten aanzien van onzelfstandige bewoning (kamerverhuur) geëvalueerd. Geconcludeerd werd dat aanpassing van regels noodzakelijk is, omdat de puur getalsmatige toetsing van vergunningaan- vragen voor nieuwe kamerverhuur, onvoldoende rekening houdt met andere aspecten in een buurt die van invloed zijn op de leefbaarheid. Op 5 april 2023 is het bestemmingsplan 'onzelfstandige bewoning 2022' vastgesteld.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.
Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
7
Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Eschmarkerveld 2023” is het erkende wijkorgaan wijkraad Eschmarke-Zuid actief. Deze wijkraad en de dorpsraad Glanerbrug zijn in een gesprek geinformeerd over het plan. Deze organen staan positief ten opzichte van de ontwikkelingen die onderhavig plan mogelijk maken. Er zijn enkele aandachtspunten meegegeven. Deze zien vooral op verkeerskundige aspecten in en nabij het plangebied (zoals de lage parkeernormen, verkeersdrukte en verkeersveiligheid), maar ook op punten ver buiten het plangebied (zoals de rotonde in de Oostweg - Keppelerdijk). De wijkraad Eschmarke-Zuid en de dorpsraad Glanerbrug gaan er vanuit dat zij in de toekomst nauw betrokken worden bij het zoeken naar oplossingen, mochten er zich problemen voor gaan doen. Deze zorgen worden meegenomen in het verdere proces en daarbij worden de betreffende wijkraad en dorpsraad ook betrokken.
Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Provincie Overijssel Het plan is voor vooroverleg voorgelegd aan de Provincie Overijssel. Zij hebben aangegeven dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid en dat zij in kunnen stemmen met het plan. Brandweer De Brandweer heeft in haar reactie een aantal maatregelen genoemd die ze adviseren mee te nemen in de afweging van het groepsrisico als gevolg van een tweetal gasleidingen in het plangebied.
Daarnaast vragen ze aandacht voor een aantal aspecten bij de uitwerking om te borgen dat voldaan wordt aan de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 van Brandweer Nederland. De gemeentelijke reactie hierop is dat, ten aanzien van het groepsrisico het zo is dat de brandweer tot taak heeft om zoveel mogelijk veiligheid te bieden. De gemeente heeft een bredere, integrale afweging te maken. Daarbij is het ook zo dat we aan de normen voor groepsrisico voldoen bij de ontwikkeling van Eschmarkerveld. De maatregelen die de Brandweer noemt, zien ook op de verdere uitwerking van het plan. De genoemde Handreiking is opgenomen in het Toepassingskader Openbare Ruimte van de gemeente Enschede en zal als zodanig ook een toetsingskader zijn bij de verdere uitwerking van het plan. Gasunie De Gasunie geeft in haar reactie aan dat ze graag een aantal inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd zou willen zien in de regels. De gemeentelijke reactie daarop is dat de inhoud van de standaardregels van de gemeente Enschede zijn afgestemd met de Gasunie en dat ook daarop akkoord is gegeven. De inhoudeljike wijzigingen wijken af van de met
8
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
de Gasunie gemaakte afspraken. De wijzigingen waar nu om verzocht worden, zullen dan ook niet worden gehonoreerd. Natuur- en Milieuraad Enschede Aanbevolen wordt een tweede ontsluiting op de Gronausestraat te realiseren om files te voorkomen die een milieulast geven op mensen en dieren. Daarnaast mist men in het ontwerp een centraal ontmoetingsplein voor de sociale samenhang. Als laatste vraagt de NMRE zich af of er enige samenhang mogelijk is van Eschmarkerveld met de Eekmaat-West die als prettige wijk wordt beleefd. De gemeentelijke reactie hierop is dat het niet duidelijk is waar de files verwacht worden die de NMRE noemt. Daarnaast is het ook zo dat de beide kruispunten nog een overcapaciteit hebben waardoor de verkeersafwikkeling, ook na realisatie van Eschmarkerveld, niet in het geding komt. Ten aanzien van het centrale ontmoetingsplein is het zo dat in Eschmarkerveld gelegenheid voor sociale ontmoetingen geboden wordt in de openbare ruimte. Daarnaast zal Eschmarkerveld zoveel mogelijk gebruik maken van al bestaande voorzieningen in de directe omgeving van het plangebied. Daaronder vallen ook voorzieningen in de Eekmaat-West waardoor de genoemde samenhang ontstaat.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Eschmarkerveld 2023” in voorbereiding te nemen op 20 september 2023 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede en het Gemeenteblad.
Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Eschmarkerveld 2023” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 18 oktober 2023 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en het Gemeenteblad. Zienswijzen Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan zijn zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan zijn opgenomen in het document 'Samenvatting en beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Eschmarkerveld' dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd.
Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
9
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4.
Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.
10
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Met de ontwikkeling van Eschmarkerveld voor woningbouw en bijbehorende voorzieningen wordt bijgedragen aan een sterk en gezonde stad Enschede en regio. Gesteld kan worden dat het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023" en de daarin opgenomen ontwikkelingen ten behoeve van de woningbouw, niet in strijd zijn met het Rijksbeleid.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Vanaf 2017 zijn verschillende visies en verordeningen vastgesteld. De actuele Omgevingsvisie en van toepassing zijnde Omgevingsverordening dateren uit 2023. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
11
Figuur 2.1: uitvoeringsmodel provincie Overijssel Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde.
In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.
12
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Generieke beleidskeuzes Het plan past binnen de generieke beleidskeuzes voor Overijssel zoals is verwoord in de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Bij de keuze voor de beoogde ontwikkeling zijn alle relevante belangen zorgvuldig afgewogen. De beoogde ontwikkeling is daarbij toekomstbestendig te noemen. Eschmarkerveld heeft met realisatie van woningbouw en bijbehorende voorzieningen in het grootste gedeelte van het plangebied geen uitbreiding van het stedelijk gebied tot gevolg (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik). In artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daarvoor is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voor wat betreft de behoefte aan woningen wordt gebruik gemaakt van het Trendscenario dat de Stecgroep voor de gemeente Enschede heeft ontwikkeld. Dit trendscenario is in de Woonvisie opgenomen. In 2021 heeft Stec dit scenario, op basis van de nieuwste prognoses en de Regionale Woonagenda van de provincie Overijssel, geactualiseerd.
Tevens is in 2023 het rapport 'actualisatie WBO (=woningbouwonderzoek) gemeente Enschede' opgesteld, waaruit ook blijkt dat het woningbouwprogramma passend is. Zie hiervoor ook paragraaf 4.3 van deze toelichting. Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied is gelegen in de Stedelijke omgeving, in het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Zie hiervoor ook afbeelding 2.2. In de Stedelijke Omgeving staat de volgende uitdaging centraal: het optimaal in verbinding laten zijn van de stedelijke netwerken met de andere stedelijke netwerken (connectiviteit) en zorgen dat de stedelijke netwerken (en de steden daarbinnen) elkaar onderling versterken en aanvullen (complementariteit). Daarnaast gaat het in de Stedelijke Omgeving vooral om: het behouden/vergroten van de kwaliteit van woonomgevingen en werklocaties, het bereikbaar houden van de grote steden en streekcentra, ontwikkelingsmogelijkheden voor kennisintensieve maakindustrie, mkb, logistiek, topsectoren, start-ups en zzp'ers, het behouden en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit, het versterken van de natuur in de stad en het bevorderen van energie-efficiency en opwekking van hernieuwbare energie. Het waterbeheer wordt in de Stedelijk Omgeving afgestemd op de functie wonen en werken.
Aanpassing aan de klimaatverandering is bij dit alles een belangrijke overkoepelende opgave. Dat geldt overigens voor alle kwaliteitsambities die we voor de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit (zie paragraaf 4.1 Rode draden) hebben benoemd. Het accent kan daarbij wel verschillen. Voor de Stedelijke Omgeving gelden de volgende ruimtelijke kwaliteitsambities: - brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus; elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur - het contrast tussen luwe en dynamische gebieden versterken - zichtbaar en beleefbaar mooi landschap - sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel - continu en beleefbaar watersysteem Voor de woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken geldt dat deze rond de binnensteden liggen, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast.
Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
13
Afbeelding 2.2: ontwikkelingsperspectief werklocaties binnen de stedelijke netwerken Toets Door de ontwikkeling van het plangebied voor woningbouw worden 750 extra woningen toegevoegd aan het woningaanbod binnen Enschede. Het aanbod is afgestemd op de behoefte aan woningen en binnen de wijk worden verschillende woonmilieus gerealiseerd. Naast de toevoeging van woning worden ook een aantal andere functies en voorzieningen mogelijk gemaakt die passend zijn binnen een woonwijk en wordt de stationszone van station de Eschmarke versterkt. Het dooraderen van groen en natuur is een uitgangspunt van de wijk en duurzaamheid en circulariteit zijn belangrijke thema's bij de uitwerking van het ontwerp van de woonwijk. Bij de ontwikkeling en keuzes voor inrichting zijn wateraspecten als uitgangspunt genomen (zie hiervoor ook hoofdstuk 5 en het waterhuishoudkundig plan). Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in de NNN (Natuurnetwerk Nederland). . Het plangebied grenst wel direct aan de NNN. Binnen de NNN staan in Overijssel de kwaliteitsambities 'Natuur als ruggengraat' en 'Continu en Beleefbaar watersysteem' voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk.
Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Het huidige karakter van dit deel van de NNN, de ecozone, blijft intact. Met de ontwikkeling van het plangebied en het aanbrengen van nieuwe groenstructuren wordt aangesloten op de NNN en worden de verbindingen verbeterd. Meer informatie hierover is opgenomen in paragraaf 4.1. Stedelijke laag- stationsomgeving binnen de stedelijke netwerken Ter plaats van station de Eschmarke geldt het ontwikkelingsperspectief 'Stationsomgeving binnen de stedelijke netwerken'. Dit is een ontwikkelingsperspectief binnen de Stedelijke laag.
14
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Afbeelding 2.3: stedelijke laag-stationsomgeving binnen de stedelijke netwerken
Met de stations-omgevingen binnen de stedelijke netwerken wordt de directe omgeving van de intercitystations in de vijf grote steden bedoeld. Kortom: de omgeving van de stations van Enschede, Zwolle, Deventer, Hengelo en Almelo. Deze overstappunten voor verschillende vervoersvormen zien we als voorkeurslocaties voor publieks- en arbeidsintensieve bedrijven en voorzieningen. In dit geval betreft het geen intercitystation. Met de ontwikkeling van de woonwijk Eschmarkerveld wordt het draagvlak en aantal reizigers voor het aanwezige station vergroot. In de directe nabijheid van het station worden ook voorzieningen mogelijk gemaakt die zorgen voor versterking van de stationszone. Het gaat daarbij om stationsgerelateerde functies, een knooppunt voor deelmobiliteit en bijvoorbeeld ook om maatschappelijke, dienstverlenende, sociaal-medische en sociaal-culturele functies. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag - Stuwwallen De 'Natuurlijke laag' is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen.
Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne sediment (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het plangebied wordt in de natuurlijke laag aangemerkt met het gebiedskenmerk 'stuwwallen'.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
15
Afbeelding 2.4: Natuurlijke laag Stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwwallen voor een groot deel uit tertiare (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. De verschillende stuwwallen in de provincie hebben zich in de loop van de tijd allemaal anders ontwikkeld. In de occupatiegeschiedenis zijn sommige stuwwallen betrekkelijk ongemoeid gelaten. Op andere kwamen grote en kleinere escomplexen tot ontwikkeling. De hoge delen werden vaak als extensieve heidevelden in gebruik genomen, later zijn grote delen ervan bebost. De inzijging is afgenomen door oppervlakkige afwatering, waterwinning en het op grote schaal bebossen met naaldhout. De ambitie van deze laag is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwallen te behouden en versterken.
De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Als norm is opgenomen dat stuwwallen een beschermende bestemmingsregeling krijgen, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving en de versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied). Toets Het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023" ligt op de oostelijke flank van de stuwwal Enschede-Oldenzaal, met z’n hoogste punt aan de oostelijke kant van de stad. Door deze ligging is het hoogteverschil zichtbaar en voelbaar, zo ook in Eschmarkerveld. Het gebied loopt af van west naar oost en zoals te zien is aan de hoogtelijnen op de kaart. Er is maar liefst 8 meter verloop aanwezig in het gebied. Het hoogteverschil is een belangrijk uitgangspunt bij het vormgeven van het watersysteem, de stedenbouwkundige opzet en de inrichting van de openbare ruimte. Typisch voor de stuwwal is de aanwezigheid van keileemlagen die lokaal erg ondiep aanwezig kunnen zijn. Dit geldt ook voor Eschmarkerveld in en rondom het deelgebied Boswonen.
De aanwezigheid van keileem zorgt ervoor dat regenwater moeilijk kan infiltreren en water langer blijft staan op het maaiveld. Dit is een belangrijk gegeven voor verdere uitwerking van het plan. In paragraaf 4.1 wordt hier nader op ingegaan. Laag van het agrarisch cultuurlandschap - jong heide- en broekontginningslandschap In de Laag van het agrarisch cultuurlandschap heeft het plangebied het kenmerk 'jong heide- en broekontginningslandschap'.
16
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Afbeelding 2.5: Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden -en worden- gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, etcetera. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit en beleving van het landschap.
Het plangebied is wordt in de laag van het agrarisch cultuurlandschap gekenmerkt als 'jong heide- en broekontginningslandschap'. De grote oppervlakte aan -voormalige- natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Daarnaast zijn vanaf 1750 vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht en houtproductie bebost. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat.
De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. De ambitie is verder de landschappelijke karakteristieken voor weidevogels in stand te houden en te versterken. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Norm bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
17
De jonge heide- en broekontginningslandschappen krijgen in gebieden met weidevogels een beschermende bestemmingsplanregeling, gericht op instandhouding van de openheid. Toets Het ontwerp van de ontwikkeling die het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023" mogelijk maakt houdt rekening met de bestaande lineaire structuren en versterkt deze structuren waar mogelijk in de stedenbouwkundige opzet van het plan. Meer informatie hierover is opgenomen in paragraaf 4.1. Er is geen sprake van een gebied dat is aangemerkt voor weidevogels. Een beschermende bestemmingsplanregeling daarvoor is niet aan de orde. Stedelijke laag - informele trage netwerk De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ligging van een stad of dorp in het landschap, op een kruispunt van infrastructuur of in de nabijheid van grondstoffen speelt een belangrijke rol in het functioneren ervan. Efficiëntie en bereikbaarheid zijn belangrijke vestigingsfactoren, maar daarbij wordt de kwaliteit, eigenheid en het onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker.
De ontstaansgeschiedenis is medebepalend voor de huidige identiteit en terug te vinden in de ruimtelijke opbouw van de kernen, maar ook in de economische en sociale dynamiek. Daarnaast hebben door de tijd heen veranderende ideeën over de ideale vormgeving van de stad invloed gehad op de ruimtelijke opbouw. Cultuurhistorisch of architectonisch waardevolle gebouwen en structuren zijn hierbij vaak bepalend voor de stedelijke identiteit en de belevingswaarde voor bewoners en bezoekers. Zo is in Overijssel een rijk palet ontstaan aan onderscheidende steden en dorpen. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteit. Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en de natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Van oudsher verbonden deze routes vaak de kernen met het ommeland en met elkaar. Zo vormde het dorpsplein, de dorpsstaat, de weg naar buiten en uiteindelijk de zandpaden door de velden, een samenhangend netwerk. De maaswijdte van dit netwerk is sterk afhankelijk van het type landschap.
Doordat bepaalde schakels in dit netwerk in de loop van de tijd zijn verdwenen (ruilverkaveling, opwaardering tot hoofdinfrastructuur en individuele ingrepen door particuliere grondeigenaren) is er sprake van discontinuïteit. Onderdelen van het langzame netwerk zijn opgenomen in de nationale en provinciale ruiter-,fiets, wandel- en vaarroutes. De ambitie is om te zorgen voor een verschuiving in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets, waarbij de discontinuïteiten in het padennetwerk worden opgeheven. Ten aanzien van een schaalniveau hoger geldt dat het fiets- en wandelpaden netwerk wordt op niveau van de regio geïntegreerd tot een compleet systeem onder andere door de aanleg van fietssnelwegen. De informele routes en routenetwerken worden in beeld gebracht en krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op de continuïteit van routes (vaarwegen, kleine paadjes, zandpaden, kerkepaden, fiets- en wandelpaden en -routes, etc). Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij doorgaande zandwegen, wandel- en fietsroutes worden discontinuïteiten in het netwerk van paden en vaarroutes voorkomen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (b.v. bedrijventerreinen, woonwijken) , dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk.
Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut. Toets In lijn met de provinciale ambitie vormt het doortrekken van de fietssnelweg F35 langs de spoorlijn Enschede Gronau een onderdeel van de ontwikkeling van het Eschmarkerveld. Daarnaast worden logische ontsluitingen gerealiseerd op de omliggende wegenstructuur. Vanuit mobiliteit wordt gewerkt met het STOMP-principe (zie paragraaf 4.1.6), waarbij wordt ingezet op verplaatsing per voet (stappen), fietsen (trappen), openbaar vervoer en als laatste de personenauto. Er wordt daarbij een wegen- en padenstructuur ontwikkeld, zodat de wijk voor verschillende modaliteiten ontsloten wordt. Stedelijke laag - woonwijken 1955 tot nu In de Stedelijke laag heeft het plangebied in zijn geheel de aanduiding 'woonwijken 1955 - nu'. In de Catalogus gebiedskenmerken is hierover het volgende opgenomen: de woonwijken van 1955 tot nu zijn plan matig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningen centra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezins woningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes.
Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Nieuwe functies voor markante gebouwen zoals
18
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
leegkomende kerken dragen bij aan behoud van het karakter van de van de wijk. Herstructurering van de wijk borduurt voort op de bestaande kwaliteiten van de bebouwing en het stedenbouwkundig ontwerp en verwijst naar de voormalige natuurlijke laag en die van het agrarisch cultuurlandschap door b.v. nog resterende sloten- en beplantingspatronen te benutten danwel te herintroduceren.
Afbeelding 2.6: Stedelijke laag - woonwijken 1955 - nu Toets De gebiedskenmerken gaan met name in op situaties ten aanzien van herstructurering van wijken. Met de ontwikkeling van Eschmarkerveld voor woningbouw is sprake van nieuwbouw van een woonwijk. Bij het ontwerp van de woonwijk zijn bestaande structuren als uitgangspunt gebruikt. Bestaande groenstructuren blijven zo veel mogelijk behouden en worden ingepast in het ontwerp. Ook worden nieuwe groenstructuren toegevoegd. De te realiseren beekzone is een belangrijke drager binnen het gebied. Bestaande percelen en functies in het gebied krijgen een passende bestemmingsregeling. Stedelijke laag- spoor met stations Ter plaatse van en rondom station Eschmarke geldt het het kenmerk 'spoor met stations'. De (inter)nationale en regionale spoorwegen zijn herkenbaar als lijnen in het landschap. In stedelijk gebied en dorpen vormen ze barrières in verband met hun geringe oversteekbaarheid. Tegelijkertijd vormen de stations het hart van een radiaal netwerk in de steden en dorpen. Er is een duidelijke hierarchie te ontdekken in OV knooppunten; hoofd knooppunten, regionale knooppunten en lokale stations. Rond de stations zijn intensieve woon-, werken voorzieningenmilieus ontstaan.
De ambitie is het versterken van stations als ‘brandpunten’: goed georganiseerde overstappunten tussen (inter)nationale- (OV), regionale- (OV, auto, fiets) en lokale (OV, auto, fiets en voetganger) netwerken. De verdichtingsmogelijkheden in stationsomgevingen worden benut, bijvoorbeeld ook ondergronds. Er ontstaan mixgebieden van voorzieningen, werken en wonen met een uitnodigende en aantrekkelijke kwaliteit, die met de aard en de positie van het station (‘groene’ halte, dorpsstation, voorstadhalte, regionaal station, intercitystation, HSL station) in overeenstemming is. Verbetering van de ‘spinstructuur’ van het fietsnetwerk rondom stations. Als ontwikkelingen plaats vinden in de stationsomgeving, dan dragen deze bij aan versterking van de ‘brandpunt’werking van stations. Aandachtspunten: bereikbaarheid van stationsgebieden, vergroting van de kwaliteit van publieke ruimtes en benutting van erfgoed en architectonische waarden. Toets Met de ontwikkeling van de woonwijk Eschmarkerveld wordt een woongebied gerealiseerd waarbij op logische punten, onder meer in de nabijheid van het station Eschmarke verschillende functies een plek krijgen (stationsgerelateerde functies, daghoreca, dienstverlening, sociaal-culturele functies e.d.). Hiermee wordt de aantrekkelijkheid van het stationsgebied vergroot.
Tevens wordt met de ontwikkeling van Eschmarkerveld het aantal bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
19
potentiële reizigers voor station de Eschmarke vergroot. Laag van de beleving - stads- en dorpsrandgebieden De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied. Hier is sprake van twee elkaar overlappende invloedssferen. De randen zijnbepalend voor de identiteit van zowel de steden- en dorpen als het landschap eromheen. De (potentiële) kwaliteit is die van de ‘best of both worlds’; stedelijke voorzieningen, verspreid liggende (gewilde) woon- en werkfuncties, padennetwerk in een landschappelijk raamwerk. Dichtbij stad en dorp en toch buiten. Randen gaan niet alleen over de ‘functionele mix’, maar vooral ook over herkenbaarheid, duidelijkheid, silhouetten (kerktorens, markante gebouwen, bruggen, ed) het je thuis voelen. Markante zichtlijnen op dorpen versterken de randkwaliteit. In de stadsen dorpsranden sluiten recreatieve en utilitaire routes van buiten de stad/het dorp aan op de binnenstedelijke/dorpsstructuur. In deze gebieden komen veel opgaven en belangen samen zoals dorpsen stadsuitbreidingen, infrastructuur, landbouw, landschapsontwikkeling, water en natuur.
Afbeelding 2.7: Laag van de beleving-stads- en dorpsrandgebieden De ambitie is om ontwikkeling van woon-, werk- en recreatiemilieus in de stads- en dorpsranden aan hun omgeving met landschappelijke structuren en routes te verbinden. Stimuleer integrale projecten waarin stedelijke programma’s en landschappelijk raamwerk gelijktijdig worden ontwikkeld en gerealiseerd. Tegengaan van verrommeling in de randzones en bijdragen aan aantrekkelijke mix woon-, werk en recreatiemilieus zijn eveneens ambities. Het behoud, herstel en aanleg van landschappelijke recreatieve routes tussen stad/dorp en land is van belang. - Slecht barrières tussen stad en land. Verbind de opgaven van dorps- en stadsuitbreidingen en infrastructuur aan de opgaven in de groene stadsranden op een wijze dat de identiteit van dorp of stad en landschap worden versterkt. - Biedt plaatselijk ruimte voor ontwikkelingen, mits deze voortbouwen aan de versterking vande stad-land relatie Toets De noordzijde van het plangebied, globaal ter plaatse van de spoorlijn, is aangemerkt als stads- en dorpsrandgebied. Dit geldt ook voor delen die net buiten het plangebied gelegen zijn, zowel ten westen, oosten, als zuiden van het plangebied. Met de ontwikkeling van Eschmarkerveld wordt een woonwijk met verschillende typen woningen en aanverwante functies gerealiseerd. Hiermee wordt een aantrekkelijk woon- en werkmilieu gecreëerd.
Het bestaande landschappelijke raamwerk is daarbij opgenomen in de stedenbouwkundige structuur. Met de ontwikkeling van de woonwijk worden ook infrastructuur en recreatieve routes aangelegd, waardoor er verbindingen tussen Eschmarkerveld, rondom gelegen wijken en de rest van Enschede ontstaan. Met de ontwikkeling van het plangebied wordt tevens een impuls gegeven aan de ontwikkeling van de zone rondom het spoor.
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd.
20
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. Voor toetsing van bestemmingsplannen die voor 1 januari 2024 als ontwerp ter inzage zijn gelegd kan de verordening die geold op 31 december 2023 worden gehanteerd. In het kader van onderhavig bestemmingsplan zijn de navolgende regels uit de verordening relevant. Principe van concentratie In artikel 4.4 'principe van concentratie' is vastgelegd dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in woningbouw, bedrijventerreinen, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte of de behoefte van bijzondere doelgroepen.
Hiervan kan worden afgeweken indien bestemmingsplannen voorzien in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen en het realiseren van stedelijke voorzieningen om te voldoen aan een bovenregionale behoefte voor zover deze bestemmingsplannen gebieden betreffen die onderdeel uitmaken van stedelijke netwerken. Eenzelfde bepaling geldt voor voorzien in een regionale behoefte voor zover dit past binnen de regionale programmering van de regio. In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toets Middels onderhavig bestemmingsplan worden stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en voorzieningen gerealiseerd. Hiermee wordt bijgedragen aan het voldoen aan de lokale behoefte van woningen in Enschede. Zo is in de Woonvisie is opgenomen dat er tot 2030 9300 woningen worden gebouwd om te voorzien in de Enschedese behoefte. In artikel 1.1 van de Omgevingsverordening zijn onder meer de volgende begrippen opgenomen.