ENS Zomernota 2023 - 15-6-2023 v0.9
Tekst van het document
Zomernota 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................................2 1. Beleidsbrief ........................................................................................................................................3 2. Strategische analyse.........................................................................................................................5 3. Middelenkader 2024-2027 .................................................................................................................8 3.1. Gemeentefonds ................................................................................................................................9 3.2. Loon- & prijscompensatie 2024 ......................................................................................................10 3.3. Knelpunten .....................................................................................................................................12 3.4. Prioriteiten ......................................................................................................................................24 3.5. Meevallers / Scherpe keuzes .........................................................................................................30 3.6.
Lokale belastingen..........................................................................................................................32 3.7. Structureel saldo.............................................................................................................................33 3.8. Weerstandsvermogen ....................................................................................................................33 3.9. Bezuinigingsmonitor .......................................................................................................................34 3.10. Investeringsagenda ......................................................................................................................34 3.11. Risico’s .........................................................................................................................................36 Bijlage 1: Toelichting onderwerpen niet meegenomen ...................................................................40
blz. 2 (van 47)
1. Beleidsbrief Samen trots op Enschede: blijven bouwen aan een gezonde toekomst Het college 2022-2026 heeft haar eerste Zomernota vastgesteld. Het afgelopen jaar zijn we voortvarend van start (en deels ook verder) gegaan met de ambities uit het coalitieakkoord. Immers, veel van wat er in de jaren hiervoor in gang is gezet, gaat ook deze coalitieperiode door. Bijvoorbeeld de strategische investeringsagenda, die in de periode 2018-2022 haar oorsprong vond. We werken volop aan de opgaven van de stad en blijven dat doen. Dat geeft ons, ook in deze onzekere tijden, het houvast om ons als gemeente te blijven ontwikkelen. In het coalitieakkoord ‘samen trots op Enschede’ staat beschreven dat de titel van dat akkoord zowel een opdracht als een oproep is. Een opdracht die het college voelt in het presenteren van haar plannen voor de periode 2024 en verder. Bij de keuzes die we maken staan bestaanszekerheid en het leefbaar houden van onze wijken en buurten centraal. Hierbij is het uitgangspunt dat we die keuzes maken die zorgen dat de stad ook voor toekomstige generaties nog aantrekkelijk is om in te wonen, werken en recreëren. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat we het geld van onze inwoners beheren en uitgeven. Daarom denken we goed na over de vraag waaráán we het uitgeven. We moeten kiezen, omdat de prijzen stijgen, maar dat wil niet zeggen dat we niets meer kunnen doen.
Met een begroting van meer dan 800 miljoen euro is daar geen sprake van. De opgaven van de stad vormen nog steeds de leidraad van ons handelen Via de opgaven van de stad (Inclusief Enschede, Groen & Duurzaam Enschede, Open Enschede en Aantrekkelijk Enschede) richten wij onze inzet op het bewaken en op pijl houden van de prettige leefomgeving die Enschede is. Ook wanneer de financiën ons dwingen keuzes te maken, helpen deze uitgangspunten om op lange termijn de juiste keuzes te maken voor onze stad. Dus blijven we geld vrijmaken om de stad verkeersveiliger te maken. We maken de stad groener en gaan door met haar verder klimaatbestendig maken. We zijn als gemeente, ondanks alle toegenomen risico’s, in staat gebleken om het maatschappelijk voorzieningenniveau in de stad op peil te houden. We zien dat het moeilijker wordt om die ambitie gestalte te doen. Tegelijkertijd zijn maatschappelijke voorzieningen belangrijke pijlers onder een levendige en prettige stad. Daarom is het goed dat we vervangende nieuwbouw voor het zwembad mogelijk hebben weten te maken. En dat we de sociale basis versterken met wijkwijzers en met Krachtige Verenigingen, Ook de investeringen in de Huiskamer van de Stad en de ijsbaan dragen bij aan een aantrekkelijke stad.
Het cultuurbeleid en het vrijmaken van middelen om ons huidige evenementenaanbod te kunnen blijven ondersteunen, zijn voorbeelden van keuzes die zijn gemaakt om de stad nu en voor de toekomst aantrekkelijk te houden. Ook de komende periode blijven we inzetten op het voorkomen van problemen zoals armoede of slechte gezondheid. Door bijvoorbeeld te werken aan onderwerpen als kansengelijkheid en de aandacht voor groen in combinatie met gezondheid. En natuurlijk via de inzet op de woningbouwopgave. Zo zorgen we ervoor dat onze inwoners een steeds gezondere, betere uitgangspositie hebben. In 2025 viert Enschede haar 700 jarig bestaan. Dat is een feest van, voor en door Enschede(ers), los van achtergrond, politieke kleur, herkomst of voorkeur. We vieren het samen. Daarom beginnen we nu al met voorbereidingen om van dat jaar het feest te maken waarmee we recht doen aan de veelzijdigheid van Enschede. Dat doen we samen met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Als gemeente dragen we financieel bij.
blz. 3 (van 47)
Het Rijk heeft grote plannen met de financiën voor gemeenten In de regeerakkoord en de voorjaarsnota heeft het Rijk aangekondigd dat er, met ingang van 2026, structureel minder geld is voor gemeenten om hun taken uit te voeren. Dat heeft ook voor Enschede gevolgen voor de structurele financiën. In VNG verband hebben gemeenten afgestemd dat deze ontwikkeling onacceptabel is. De VNG heeft een opdracht gekregen om bij het kabinet in te zetten op een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief. De gesprekken hierover zijn volop gaande. Druk op zorgbudgetten vraagt om bijsturen We zijn inmiddels begonnen met het uitwerken van een plan om de tekorten in de Jeugdzorg structureel te verminderen. Bij ongewijzigd beleid mogen we ook ongewijzigd grote tekorten van minimaal 10 miljoen per jaar verwachten. Daarnaast lopen we forse risico’s vanwege ontoereikende tarieven voor zorgaanbieders en aanvullende bezuinigingen vanuit het Rijk (op basis van het regeerakkoord). Die gevolgen zijn niet te dragen, ook omdat de reserve die we voor Jeugdzorg nog achter de hand hebben naar verwachting volgend jaar volledig benut zal worden. Effecten van genomen maatregelen worden op termijn zichtbaar. Daarom moeten we op korte termijn tot maatregelen en zelfs de implementatie van die maatregelen komen.
We verwachten bij de Zomernota 2024 structurele voorstellen aan de raad te kunnen voorleggen. Deze zullen aanvullend zijn op maatregelen in de uitvoering die we nu al kunnen treffen. Ook in onze inzet van WMO zien we de effecten van toenemende volumegroei en ontoereikende tarieven van zorgaanbieders. Daar komt bij dat de verwachting is dat er sprake is van verdere autonome groei door de “dubbele” vergrijzing. Ook deze effecten zijn vanuit het gemeentelijk middelenkader niet te dragen. Wij betrekken dit vraagstuk bij het vergrijzingsdebat en zullen vanuit dat debat tot een verder voorstel voor maatregelen komen. Inflatie en personeelstekorten hebben ook gevolgen voor de gemeente De trends die zich algemeen in de samenleving voordoen (inflatie, personeelstekorten) raken de gemeente Enschede ook. Om te beginnen treft die situatie natuurlijk de inwoners van onze stad, die niet altijd meer vanzelfsprekend rondkomen met hun inkomen. Maar tegelijkertijd merken wij het als organisatie ook; het is (steeds) moeilijker om goed personeel te vinden en dat personeel langdurig aan ons te binden. Daarnaast stijgen lonen en materiaalkosten, wat direct zijn impact heeft op de resultaten die we met bestaande budgetten kunnen realiseren.
Onze inzet is erop gericht om de dienstverlening stabiel en op niveau te houden, te voldoen aan wettelijke termijnen en daarnaast ook onze andere afspraken met de gemeenteraad na te komen. Niet zelden vraagt dat veel van onze mensen. Bijvoorbeeld omdat er op sommige plekken in de organisatie simpelweg te weinig personeel is. Soms betekent dat dat we keuzes moeten maken en dat sommige taken (tijdelijk) blijven liggen. Inhuur is daarbij vaak maar deels een oplossing. Financieel gezond als uitgangspunt Het college hecht eraan om de raad een sluitend financieel middelenkader voor te leggen. Tegelijkertijd worden we vanuit het Rijk met een dermate grote teruggang in de rijksuitkering geconfronteerd dat dit vanaf 2026 sowieso nu niet mogelijk is. Wel is onze financiële uitgangspositie stevig waardoor we een remweg voor begrotingstekorten hebben. In het coalitieakkoord hebben we een aantal beloften aan onze inwoners gedaan, waarvan het nog steeds onze inzet is om die in te lossen. Dat vraagt om keuzes. We hebben erop ingezet om de begrotingsruimte die er is in 2024 en 2025 te gebruiken om beloften aan de stad in te lossen. Voor 2026 en verder moeten we bezien hoe de ontwikkelingen rondom het gemeentefonds uit gaan pakken. Mogelijk is op termijn een bijstellingen van de koers noodzakelijk om ook in de toekomst financieel gezond te blijven.
blz. 4 (van 47)
2. Strategische analyse De zomernota, begroting en jaarrekening zijn opgebouwd vanuit de strategische opgaven van onze stad: inclusief Enschede, groen & duurzaam Enschede, aantrekkelijk Enschede en open Enschede. Dit zijn lange termijn opgaven die nauw met elkaar verweven zijn. In het voorjaar van 2023 hebben we voor alle opgaven bekeken: waar staan we op dit moment? Liggen we op koers? Wat komt er op ons af? En: moeten we bijsturen? Achtergrond De strategische opgaven zijn onze houvast voor in ieder geval de komende 10 jaren. De opgaven zijn in 2022 herijkt, uitgewerkt in doelen en opgenomen in de gemeentebegroting 2023. De ruimtelijke vertaling van de opgaven krijgt een plek in de omgevingsvisie die op dit moment wordt gemaakt. Door te werken met strategische opgaven, een jaarlijkse check op de opgaven, een scenariostudie en een toekomstvisie houden we onze blik op de lange termijn. Ieder jaar maken we dit scherper, leren we en sturen we bij. Scenariostudie Grote maatschappelijke problemen en transities vragen om omgaan met onzekerheid. Om meer grip te krijgen op ons handelen in een onzekere toekomst is in 2021 een “Scenarioverkenning Enschede in 2030” opgeleverd. In 2021 hebben we verkend welke maatregelen we in iedere mogelijke toekomst moeten nemen. De zogenoemde “no regrets”.
De belangrijkste no regrets waren: anticyclisch investeren, groen herstel en plannen op de plank hebben liggen. Wat we doen, moet goed zijn voor de hele stad en bijdragen aan de brede welvaart. We zijn nu twee jaar verder. In 2021 zagen we als grootste onzekerheden met veel impact op de gemeente: de beweging van de economie (fossiel of richting een groene volhoudbare economie) en wie is aan zet (de overheid of de maatschappij). In 2023 zien we dat de wereld voorzichtig beweegt naar meer brede welvaart, meer zorg voor de planeet en meer samenleving aan zet. Maar we zien ook nog veel overheid aan zet. Enkele belangrijke externe ontwikkelingen die relevant zijn voor Enschede de komende jaren: • • • • • • •
Geopolitieke ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne Klimaatvluchtelingen, groei door migratie Afnemend vertrouwen in overheid/wereld, afgehaakt Enschede Klimaatverandering (inclusief zeespiegel, drinkwater) Energieprijzen, energiearmoede, schaarste grondstoffen Nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie Vergrijzing
Waar staan we met de opgaven, wat komt er op ons af en liggen we op koers? Op basis van cijfers, trends en ontwikkelingen hebben we bekeken hoe we ervoor staan in de opgaven: waar gaat het goed, waarover maken we ons zorgen? En we hebben gekeken of ontwikkelingen leiden tot wind mee of wind tegen voor de opgaven.
blz. 5 (van 47)
Waar gaat het goed met de opgaven: • • • • • • •
De aanpak van het klimaatbestendig maken van onze gemeente Het concretiseren van de doelstelling rondom circulariteit Corporaties blijven investeren en doorbouwen waardoor we in zekere mate nog doelen halen op wonen & zorg en op aantrekkelijke nieuwe woonmilieus We hebben relatief veel betaalbare huur- en koopwoningen in Enschede (37% corporatiehuur, lage WOZ waarde) Steeds meer mensen zijn aan het werk (en het aantal mensen in de bijstand daalt) De banen groeien al jaren (met uitzondering van de twee coronajaren 2020 en 2021. Toen was er sprake van een stabilisatie van de banengroei) De dienstverlening van de gemeente wordt hoog gewaardeerd
Ontwikkelingen die onze opgaven positief beïnvloeden: er zijn veel middelen beschikbaar op Europees en rijksniveau, we maken stappen in het gebiedsgericht werken, we werken meer samen met partners in de stad en de (Eu)regio, groei door buitenlandse migratie, kans op koppelen van opgaven (klimaat koppelen met vergroening en gezondheid, versterken leefbaarheid koppelen met bijdragen aan oplossing sociale problemen) en de corporaties kunnen weer meer doen in verduurzaming/bouwen voor doelgroepen. Waar hebben we zorgen en liggen we niet op koers: • • • • • • • • •
De woningbouwopgave komt in gevaar door terugtrekkende ontwikkelaars, krappe arbeidsmarkt, duurdere materialen, hogere hypotheekrente Zijn we wel voorbereid op de groei door buitenlandse migratie? Het RES bod wordt niet gehaald (de energietransitie gaat te traag) De biodiversiteit is in gevaar en daarmee onze voedselvoorziening De kwaliteit van natuur en bodem verslechtert Droogte en watertekort dreigen De gezondheid van onze inwoners neemt af, de vraag naar zorg en de vergrijzing neemt toe Bestaanszekerheid wordt minder door inflatie, energieprijzen en te trage verduurzaming panden/energietransitie Hoewel inwoners vertrouwen hebben in publieke instituties, zien we een afname in het vertrouwen in en de betrouwbaarheid van de overheid. Zeker in tijden van polarisatie en zogenaamd fake news.
Ontwikkelingen die onze opgaven negatief beïnvloeden: de krappe arbeidsmarkt (zorg, verduurzaming), terugtrekkende ontwikkelaars (woningbouw, zorg en wonen), tekort aan ruimte voor bedrijven, inflatie/energieprijzen, trage verduurzaming van woningen, gebrek aan experimenteerruimte, schaduwzijde van digitalisering (juist de groep die hulp nodig heeft moet de meest ingewikkelde aanvragen doen en bewijzen leveren), wijze van financiering rijk (specifieke uitkeringen) en de beweging dat hogere overheden meer over gaan nemen. Waar moeten we op bijsturen? In alle opgaven zitten onderdelen waar het goed gaat en waar het minder goed gaat. Er is sprake van wind mee en wind tegen op de opgaven. Er is ook een roep om scherpere keuzes. Maar hoe doen we dat in opgaven die zo met elkaar verweven zijn?
blz. 6 (van 47)
We zien dat “inclusief Enschede” eigenlijk dezelfde doelen heeft als de opgaven “aantrekkelijk” en “groen en duurzaam”. Denk aan een link tussen “bestaanszekerheid/voorspelbaar inkomen/fijn en betaalbaar wonen” versus “baankansen/aantrekkelijke woonmilieus”. En “gezondheid/fijne leefomgeving/kansengelijkheid/voedselzekerheid” versus “groen&biodivers/klimaatadaptief”. Het gaat om overleven versus leven, korte termijn versus lange termijn en weerbaarheid versus veerkracht. Maatregelen die wij nemen, moeten bijdragen aan meerdere opgaven en aan een goede verbinding tussen de korte en lange termijn. Maatregelen mogen niet ten koste gaan van toekomstige generaties. Het bijdragen aan de brede welvaart staat voorop. Advies Wetenschappelijke board Vanuit de Wetenschappelijke board hebben we adviezen meegekregen over veerkracht en onze koers. Bij veerkracht kunnen we kiezen tussen: ons voorbereiden op tegenslagen of juist het gebruik maken van de kracht van de stad. Werken aan veerkracht doen je vanuit de stad en euregio, maar ook vanuit organisaties en individuen. De board ziet dat de “social fabric” van onze stad onder druk staat (sportclubs, verenigingen, voorzieningen). Bescherm dit door meer in te zetten op ontmoetingen van mensen. Dit verbetert de aantrekkelijkheid en de sociale veerkracht van de stad.
Gemeentelijke visie en strategische keuzes kunnen niet bepaald worden door participatie. Participatie moet georganiseerd worden binnen politiek bepaalde kaders. Voor de koers van de stad pleit de board voor een goed onderscheid tussen een politiek perspectief op een vraagstuk, inbreng vanuit participatie en een wetenschappelijk perspectief. Bekijk vraagstukken vanuit een brede context. En probeer inzichtelijk te maken hoe maatregelen op de korte termijn bijdragen aan resultaten op de langere termijn. Hiernaast pleit de board voor een bredere blik, met niet alleen aandacht voor het individu en hulp aan mensen die dat nodig hebben, maar met daarnaast ook aandacht voor de gemeenschap en de kracht en samenredzaamheid die hier te vinden is. Geef de natuur een plek in de triple helix.
blz. 7 (van 47)
3. Middelenkader 2024-2027 In dit hoofdstuk wordt het middelenkader gepresenteerd voor de periode 2024 t/m 2027. Dit is de eerste zomernota van dit college. Direct staan wij daarbij voor een flink dilemma. Enerzijds willen we met volle vaart aan de slag met onze plannen en de opgaven in de stad. Tegelijkertijd worden we dit jaar geconfronteerd met enkele flinke financiële tegenvallers en verontrustende berichten vanuit het Rijk over de ontwikkeling van het gemeentefonds op de middellange termijn. We hebben hierin een balans gevonden.
Middelenkader 2024-2027 (x 1 miljoen euro) Saldo gemeentebegroting 2023-2026 Gemeentefonds Loon- en prijscompensatie 2024 Knelpunten Prioriteiten Meevallers / scherpe keuzes Lokale belastingen Saldo middelenkader 2024-2027 Ratio obv actuele middelenkader 2024-2027
2024
2025
2026
2027
4,0
13,8
-14,1
-14,1
8,7
19,0
21,5
13,2
-0,3
-0,2
0,1
-0,2
-23,6
-23,3
-23,7
-23,7
-5,6
-9,3
-7,7
-8,1
14,7
3,8
2,7
3,3
2,4
2,4
2,4
2,4
0,4
6,3
-18,8
-27,1
1,67
1,70
1,41
0,90
Voor 2024 en 2025 is sprake van een sluitende begroting waarbinnen ook ruimte is gevonden om met prioritaire beleidsonderwerpen aan de slag te gaan. Zo wordt geïntensiveerd op kansengelijkheid, ons groenambitieplan, evenementenbeleid, cultuur en verkeersveiligheid. Ook kiezen we ervoor budget vrij te maken voor maatschappelijke voorzieningen als de ijsbaan en de huiskamer van de stad. Aanvullend blijven we inzetten op investeringsprojecten die al op de strategische investeringsagenda stonden en hebben we er onlangs bij de actualisatie van de investeringsagenda ook 2 nieuwe projecten aan toegevoegd. Verder heeft het college in lijn met het coalitieakkoord besloten de OZB niet met het actuele inflatiepercentage te verhogen. In plaats daarvan een gemiddelde inflatie van de afgelopen jaren te hanteren. Het college ziet richting de begroting 2024 geen noodzaak om in te zetten op nieuwe bezuinigingen. Voor 2026 en verder kiezen we er bewust voor om de begroting op dit moment niet sluitend te maken. Het tekort in deze jaren wordt grotendeels veroorzaakt doordat het Rijk vanaf 2026 een uitname uit het gemeentefonds heeft gedaan van omstreeks 3 miljard euro. Dat betekent voor Enschede dat we ongeveer 30 miljoen euro per jaar minder uitkering krijgen. Het college vindt het niet opportuun om op dit moment al ingrijpende maatregelen te nemen op de tekorten in 2026 en verder.
Net als vrijwel alle andere gemeenten geven wij met deze zomernota een duidelijk signaal af naar de provincie en het Rijk. Aan de ene kant wordt van gemeenten verlangd dat ze steeds meer taken oppakken en aan steeds meer wettelijke verplichtingen voldoen. Aan de andere kant wordt het beschikbare budget voor gemeenten drastisch teruggeschroefd. Dit stelt gemeenten voor een onuitvoerbare opdracht. We gaan er vanuit dat het kabinet tot inkeer komt. Mocht daarvan onverhoopt geen sprake zijn beseffen we ons terdege dat bij de volgende zomernota wel andere afwegingen nodig zijn.
blz. 8 (van 47)
3.1. Gemeentefonds Onderstaande tabel geeft de mutaties in het gemeentefonds weer sinds de begroting 20232026. Het gaat om de saldi van de afgelopen september-, december- en meicirculaire. Conform standaard werkwijze wordt uit het accres voor het laatste jaar in de planperiode (2027) een reservering gedaan om de loon- en prijsstijging in dat jaar op te kunnen vangen. In lijn met de financiële verordening houden we daarbij rekening met de gemiddelde prijs- en loonstijging over de afgelopen 20 jaren. In dit geval gaat het om 1,89% prijs- en 2,89% loonstijging waarvoor totaal een bedrag gereserveerd wordt in 2027 van 10,7 miljoen euro. Gemeentefonds ontwikkeling (in 1.000 euro)
2024
2025
2026
2027
Septembercirculaire 2022
3.806
9.743
11.640
0
Decembercirculaire 2022
-2.374
-2.387
-2.415
855
Meicirculaire 2023
7.282
11.611
12.251
Reservering uit accres voor loon-prijsstijging 2027 Saldo accres gemeentefonds
23.040 -10.727
8.714
18.967
21.476
13.168
Op basis van bovenstaande tabel kan de indruk ontstaan dat de ontwikkelingen in het gemeentefonds sterk positief zijn. Het is van belang te beseffen dat op een eerder moment forse uitnames uit het gemeentefonds zijn gedaan. Zo heeft het kabinet nog steeds de opschalingskorting van 1 miljard euro vanaf 2026 volledig in de begroting staan. Ook is bij het regeerakkoord door het kabinet een forse structurele uitname uit het gemeentefonds gedaan. Dit onder de noemer dat een nieuwe financieringssystematiek zou worden uitgewerkt. Totaal is vanaf 2026 sprake van een korting op het gemeentefonds van 4 miljard euro per jaar. Bij de septembercirculaire 2022 is een incidentele reparatie van 1 miljard euro toegepast voor 2026. In de meicirculaire 2023 heeft het kabinet besloten om deze 1 miljard euro structureel toe te voegen aan het gemeentefonds waardoor deze ook vanaf 2027 doorloopt. Per saldo komen gemeenten daarmee echter nog steeds structureel 3 miljard euro tekort. Voor Enschede vertaalt zich dat in een bedrag van omstreeks 30 miljoen euro per jaar. Dat is ongeveer gelijk aan het tekort in onze meerjarenbegroting voor 2027 en verder. In VNG verband wordt een sterke lobby richting het kabinet gevoerd om dit alsnog volledig gerepareerd te krijgen.
Op het VNG congres van 14 juni is hiertoe een motie rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief voor gemeenten aangenomen met 97% van de stemmen. Inmiddels heeft het Rijk wat meer duiding gegeven aan de nieuwe financieringssystematiek die ze wil invoeren. Insteek is om het gemeentefonds vanaf 2027 te indexeren op basis van de prijsindex BBP. Daarmee bewegen gemeenten dus niet meer trap-op en trap-af met het uitgaveniveau van het rijk zelf maar met de omvang van de economie. Het rijk meent hiermee een stabiele, solide en duurzame financiële basis te bieden aan gemeenten. De gereserveerde budgetten hiervoor (150 miljoen euro voor 2027 en 300 miljoen euro voor 2028) zijn echter niet ruim te noemen. Daarbij zien gemeenten hierin een groot risico gerelateerd aan vergrijzing. Als gevolg van stijgende zorgkosten door vergrijzing stijgt het uitgaveniveau van het rijk de komende jaren. Gemeenten zouden daarmee ook meer budget krijgen dat ook nodig is voor de eigen kostenstijging gerelateerd aan vergrijzing. Deze koppeling wordt nu echter losgelaten. Sterker nog, als gevolg van vergrijzing zou de omvang van de economie kunnen dalen waardoor gemeenten volgens de nieuwe volume-indexatie wellicht zelfs gekort worden. Dit risico wordt vanuit de VNG met het kabinet besproken.
blz. 9 (van 47)
Het kabinet kijkt bij de aanpassing van de financieringssystematiek ook naar een uitbreiding van het eigen belastinggebied van gemeenten. Daarmee wil ze de autonomie van gemeenten vergroten en de afhankelijkheid van het Rijk verkleinen. Op zichzelf is dat niet verkeerd. We zien echter wel het risico dat het kabinet niet inzet op verschuiving van belastingen maar dat sprake kan zijn van stijging van de belastingdruk die gemeenten uit moeten leggen aan de burger. Specifiek voor Enschede is er ook het risico dat de mogelijkheden om extra lokale belastingen op te halen beperkter zijn dan in gemeenten waar burgers meer welvarend zijn. Per saldo is dus nog steeds sprake van een forse uitname door het kabinet uit het gemeentefonds vanaf 2026 en zien we ook aanvullende risico’s in het meerjarenbeeld. We kiezen ervoor daarop nu niet bij te sturen. Met andere gemeenten samen voeren we actief lobby richting het kabinet voor herstel van de onterechte uitname uit het gemeentefonds.
3.2. Loon- & prijscompensatie 2024 Bij het opstellen van de begroting voor 2024 moeten aannames worden gedaan met welke prijs- en loonkostenstijging rekening te houden. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe hoog deze zal zijn. We sluiten normaliter aan bij de inschattingen die in het Centraal Economisch Plan (CEP) in het voorjaar worden gedaan. Het Rijk hanteert dezelfde percentages om te bepalen welke prijsindexatie op het gemeentefonds toe te passen. Voor 2024 houdt het CEP rekening met 3,9% prijsontwikkeling en 5,2% loonontwikkeling. Dit jaar besluiten wij daar toch enigszins van af te wijken omdat we het niet opportuun vinden om op voorhand zo’n hoge loonontwikkeling te begroten. Vandaar dat is gerekend met 4,2% loonontwikkeling. Elk jaar wordt ook vooraf een loon- en prijscompensatie aan Gemeenschappelijke Regelingen toegekend. Achteraf wordt obv de werkelijke loon- en prijsstijging een nacalculatie gedaan op basis waarvan dan een correctie (positief of negatief) wordt toegepast. Door de hoge inflatie van afgelopen jaar is dit keer sprake van een nadeel. De dekking voor de loon- en prijscompensatie kan worden gevonden in de stelpost loonprijscompensatie in de begroting. Daarin wordt elk jaar een reservering gedaan om inflatie effecten op te vangen (zie bijvoorbeeld in paragraaf 3.1 de reservering die we voor 2027 nu doen).
Omdat de inflatie in 2024 aanzienlijk hoger uitvalt dan een aantal jaren terug was voorzien hebben we in de stelpost onvoldoende ruimte voorzien om deze inflatie effecten voor 2024 op te vangen. Dit kan echter worden opgevangen met de egalisatiereserve loonprijs welke enkele jaren terug juist is ingesteld voor deze situaties. In jaren dat de inflatie laag is zetten we middelen opzij om nadelen op te vangen in de jaren met een hoge inflatie. Per saldo gaan we er vanuit dat met de stelpost in de begroting en de egalisatiereserve loon-prijs de komende jaren de loon- en prijsstijgingen zijn op te vangen. De aanname daarbij is dan wel dat de inflatie zich na 2024 weer normaliseert.
Loon- en prijs ontwikkelingen 2024 (in 1.000 euro)
2024
2025
2026
2027
1. Prijs ontwikkeling 2024 (obv 3,9%)
-6.630
-6.630
-6.630
-6.630
2. Loonkosten ontwikkeling 2024 (obv 4,2%)
-10.920
-10.920
-10.920
-10.920
0
0
0
0
4. Loon-prijscompensatie Gemeenschappelijke Regelingen
-1.653
-1.653
-1.653
-1.653
5. Dekking uit stelpost loon-prijs voor LPO 2024
3. Pensioen premiestijging ABP (obv 0%)
18.550
18.550
18.550
18.550
6. Treasury
380
430
790
490
Saldo
-273
-223
137
-163
blz. 10 (van 47)
Toelichting op loon- en prijsontwikkelingen 2024 1. Prijs ontwikkeling 2024 Het CPB gaat in de prognoses van het Centraal Economisch Plan uit van een inflatie van 3,9% in 2024 (prijs van de materiele overheidsconsumptie). Op basis van een beoordeling van alle prijsgevoelige begrotingsposten leidt dit tot een nadeel van 6,6 miljoen euro. 2. Loonkosten ontwikkeling 2024 Het CPB gaat in de prognoses van het Centraal Economisch Plan uit van een loonstijging van 5,2% vanaf 2024. De CAO gemeenten voor 2024 moet echter nog worden vastgesteld en we vinden het niet opportuun om nu al te anticiperen op een dergelijke hoge loonstijging. Vandaar dat voor 2024 wordt gerekend met een loonstijging van 4,2%. Op basis van een beoordeling van alle loongevoelige begrotingsposten leidt dit tot een nadeel van 10,9 miljoen euro. Op basis van de daadwerkelijke CAO gemeenten zal bepaald worden of op een later moment een correctie nodig is. 3. Pensioenpremie stijging ABP Voor 2024 wordt geen rekening gehouden met een stijging van pensioenpremies. 4. Loon- prijscompensatie Gemeenschappelijke Regelingen De loon- prijs compensatie voor Gemeenschappelijke regelingen valt dit jaar hoog uit. Dit komt doordat obv nacalculatie nog een compensatie verrekend wordt over de hoge inflatie van afgelopen jaar. Gemeenschappelijke regelingen stellen al vroeg in het jaar hun begrotingen op.
In 2022 hebben ze daardoor nog gerekend met een lage inflatie die naderhand aanzienlijk hoger uitviel. Conform de in Twents verband gemaakte afspraken over de loon- en prijsindexatie vindt achteraf een verrekening plaats op basis van een vergelijk tussen de begrote en werkelijke inflatie. 5. Dekking vanuit de stelpost loon-prijscompensatie In de begroting 2024 wordt een last opgenomen van 18,55 miljoen euro op de stelpost loonprijscompensatie. Dit om het grootste deel van de loon- en prijsontwikkeling in 2024 op te kunnen vangen. De stelpost die in 2024 nog beschikbaar is bedraagt slechts 14,2 miljoen euro. Dit verschil is op te vangen met de egalisatiereserve loon-prijs. Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 blijft op deze manier voldoende financiële ruimte over in de stelpost en egalisatiereserve om een gemiddelde inflatie op te vangen. Aanname daarbij is dan wel dat de inflatie na 2024 weer normaliseert. 6. Treasury Het positieve verschil t.o.v. de gemeentebegroting 2023-2026 ontstaat door verlaging van de verwachte herfinanciering. Wel wordt rekening gehouden met een stijging van de rente voor de nieuwe benodigde leningen in de komende jaren. De omslagrente is overigens ongewijzigd en blijft 1,5%. De gemiddelde rente van de leningenportefeuille blijft laag nu voorlopig geen nieuwe leningen aangetrokken zullen worden.
De rentebaten vanuit de kapitaallasten zijn naar beneden bijgesteld nu blijkt dat de omvang van de activa lager is dan waarmee eerder rekening is gehouden. De investeringen blijven achter bij de prognoses mede vanwege de gestegen kosten door hoge inflatie alsook door het tekort aan personeel in vele sectoren.
blz. 11 (van 47)
3.3. Knelpunten Het college acht de onderstaande onderwerpen absoluut noodzakelijk om mee te nemen in de financiële opgave. De onderwerpen zijn onder te verdelen in 4 categorieën: • Knelpunten die zijn ontstaan door de hoge inflatie van afgelopen jaren. De daadwerkelijke inflatie in 2022 en 2023 is aanzienlijk hoger uitgevallen dan waar bij de begroting rekening mee werd gehouden. Op de genoemde onderwerpen is dit niet op te vangen binnen bestaande budgetten. • Knelpunten gerelateerd aan volumeontwikkeling. Door een onontkoombare toename van het volume bij bijvoorbeeld jeugd of WMO nemen de kosten ook toe. • Knelpunten gerelateerd aan personeel. Het betreft uitbreiding van personeel die onontkoombaar is vanuit extra (wettelijke) taken of eerder genomen raadsbesluiten. • Overige knelpunten, waaronder digitalisering / IT en bij verbonden partijen. Programma Knelpunt (in 1.000 euro) V&S 1. Tariefstijging 2023 obv extra index 2022 OVA - Jeugd V&S 2. Tariefstijging 2023 vergoeding pleegzorg (2,45%) V&S 3. Tariefstijging 2023 obv extra index 2022 OVA - Wmo (BG) V&S 4. Tariefstijging Hulpmiddelen 2023 (CEP vs gemeentelijke indexatie) V&S 5. Loon- en prijsstijging Vervoer 2023 (NEA vs gemeentelijke indexatie) V&S 6. Loon- en prijsstijging Huishoudelijke Ondersteuning 2023 V&S 7. Aanbesteding Vervoer (zorgvervoer en CVV vervoer) V&S 8. Aanbesteding Leerlingenvervoer
I/S S
2024 -490
2025 -490
2026 -490
2027 -490
S
-25
-25
-25
-25
S
-170
-170
-170
-170
S
-360
-360
-360
-360
S
-130
-130
-130
-130
S
-500
-500
-500
-500
S
-300
-300
-300
-300
S
-800
-800
-800
-800
V&S
9.
I
-113
0
0
0
V&S
I
-250
I
-250
S
-1.030
-1.130
-1.230
-1.355
DWLW
10. Herindicaties nieuwe inkoop Wmo-BG (nieuwe regionale inkoop per 1-1-2025) 11. Herindicaties nieuwe inkoop Jeugd (nieuwe regionale inkoop per 1-1-2025) 12. Prijsstijging wegen en infrastructurele kunstwerken 13. Prijsstijging stadsdeelbeheer
S
-590
-590
-590
-590
DWLW
14. Prijsstijging openbare verlichting
S
-419
-319
-319
-319
S&B
15. VNG-GGU
S
-50
-50
-50
-50
S&B
16. Fraudebestrijding aan de balie
S
-32
-32
-32
-32
F&O
17. Indexatie Onderwijshuisvesting
S
0
0
0
-250
F&O
18. Indexering licenties 2023
S
-498
-498
-498
-498
F&O
19. Landmeetinstrumenten
S
-44
-44
-44
-44
V&S DWLW
Energieprijzen Sportaal
-6.051
-5.438
-5.538
-5.913
V&S
Totaal knelpunten inflatie voorgaande jaren 20. Structurele impact woonplaatsbeginsel
S
-3.500
-3.500
-3.500
-3.500
V&S
S
-1.475
-1.625
-2.125
-2.125
S
-1.325
-1.475
-1.975
-1.975
V&S
21. Autonome ontwikkeling Jeugdhulp: toename gemiddelde kosten per cliënt 22. Autonome ontwikkeling Jeugdhulp: toename volume 2e lijns zorg 23. Volumegroei Wmo
S
-440
-440
-440
-440
DWLW
24. Areaaluitbreiding
S
-480
-480
-480
-480
F&O
25. Volume groei bedrijfsvoering
S
-1.594
-1.594
-1.594
-1.594
-8.814
-9.114
-10.114
-10.114
V&S
Totaal knelpunten volume
blz. 12 (van 47)
Programma Knelpunt (in 1.000 euro) V&S 26. Autonome groei Jeugd en Wmo op uitvoeringscapaciteit wijkteams V&S 27. Clustermanager en afdelingshoofd
I/S S
2024 -150
2025 -200
2026 -250
2027 -300
S
-268
-268
-268
-268
DWLW
28. Managementcapaciteit Stadsingenieurs en Gebieds- en Projectontwikkeling 29. Ondergrondse infrastructuur
S
-400
-400
-400
-400
S
-300
-300
-300
-300
S
-500
-500
-500
-500
S&B
30. Extra inzet in beleid en uitvoering ten gevolge van Nationale woon- en bouwagenda en daaruit volgende wetten en landelijk beleid 31. Coördinatie WOO en AVG verzoeken
S
-105
-105
-105
-105
S&B
32. Opleidingsbudget Juridische Zaken
S
-60
-60
-60
-60
S&B
33. KCC (Burgerzaken, Werk & Inkomen, Stadserfontheffing/parkeren/vergunningen) 34. Beveiliging mobiele hardware
S
-424
-424
-424
-424
S
-49
-49
-49
-49
I
-190
F&O
35. Testcapaciteit implementatie software en applicaties 36. Datagedreven Werken
S
-311
-311
-311
-311
F&O
37. Uitbreiding capaciteit team Geoinformatie
S
-118
-118
-118
-118
F&O
38. Bridge
S
-900
-900
-900
-900
F&O
39. Inbesteding catering
S
-130
-130
-130
-130
Diverse
40. Decentrale Privacy Officers (DPO)
S
-315
-315
-315
-315
-4.220
-4.080
-4.130
-4.180
DWLW DWLW
F&O F&O
Totaal knelpunten personeel V&S
41. Aanbesteding Huishoudelijke Ondersteuning - effect P*Q, implementatie nieuw normenkader 42. Aanbesteding Huishoudelijke Ondersteuning - prijseffect harmonisering uurtarief 43. Aanbesteding Huishoudelijke Ondersteuning - Herindicaties, projectbudget 44. Wet op de lijkbezorging
S
-1.100
-1.100
-1.100
-1.100
S
-950
-950
-950
-950
I
-500
-500
S
-50
-50
-50
-50
I
-61
pm
pm
pm
I
-50
V&S
45. Later realiseren taakstelling clustering sportparken 46. Bestrijding vogelgriep/vervoer gewonde/dode vogels 47. IJsbaan
S
-446
-494
-295
-250
V&S
48. Stadsbank dienstverleningsmodel
S
-550
-550
-550
-550
V&S
49. Gezamenlijke huisvesting armoedepartners S
-100
-100
-100
-100
DWLW
50. Hogere bijdrage recreatieschap
S
-155
-155
-155
-155
DWLW
S
-100
pm
pm
pm
DWLW
51. Uitwerken en uitvoeren urgentieverordening 52. Partnerschap novel-t continueren
-275
-275
S&B
53. Gemeentelijke bijdrage Buurtbemiddeling
I
-69
-78
-81
F&O
54. Disaster recovery
S
-250
-250
-250
-250
F&O
55. Arc GIS Software
S
-117
-117
-117
-117
Totaal knelpunten overig
-4.498
-4.619
-3.923
-3.522
Totaal alle knelpunten
-23.583
-23.251
-23.705
-23.729
V&S V&S V&S V&S V&S
F&O
56. Afronding realisatie platform Cloud en omzetten applicaties naar Cloudomgeving
blz. 13 (van 47)
I
I
Reserveoverboeking 1,2 miljoen euro in 2024 en 1,46 miljoen euro in 2025 van algemene reserve naar reserve transitiefonds IT
Toelichting op de knelpunten 1. Tariefstijging 2023 obv extra index 2022 OVA – Jeugd Op basis van nacalculatie op de OVA 2022 is een regionaal besluit genomen om de tarieven met 0,76% extra te verhogen. Deze extra tariefstijging is niet verwerkt in de structurele begroting vanaf 2023 en kan niet worden opgevangen binnen de bestaande middelen. 2. Tariefstijging 2023 vergoeding pleegzorg (2,45%) Op basis van landelijke wettelijke afspraken worden pleegzorgouders extra (2,45%) gecompenseerd voor de gestegen lasten. Dit kan niet worden opgevangen binnen de bestaande middelen. 3. Tariefstijging 2023 obv extra index 2022 OVA - Wmo (BG) Op basis van nacalculatie op de OVA 2022 is een regionaal besluit genomen om de tarieven met 0,76% extra te verhogen. Deze extra tariefstijging is niet verwerkt in de structurele begroting vanaf 2023 en kan niet worden opgevangen binnen de bestaande middelen. 4. Tariefstijging Hulpmiddelen 2023 (CEP vs gemeentelijke indexatie) Indexatie vindt plaats op basis van de gemeentelijke loon- en prijsindexatie. Voor 2023 was dit 2,3% (obv 100% prijsgevoeligheid). Aanvullend is er gecompenseerd voor de verwachte stijging van 10% in 2023. De feitelijke indexering is gekoppeld aan de CEP index September '22 (hulpmiddelen) en deze bedraagt ca. 15%. Dit tekort in percentage (5%) kan niet binnen de bestaande budgetten voor Wmo worden opgevangen. 5.
Loon- en prijsstijging Vervoer 2023 (NEA vs gemeentelijke indexatie) Indexatie vindt plaats op basis van de gemeentelijke loon- en prijsindexatie. Voor 2023 was dit 2,3% (obv 100% prijsgevoeligheid). Aanvullend is er gecompenseerd voor de verwachte stijging van 3,5%. De feitelijke indexering in 2023 is gekoppeld aan de NEA-index (hulpmiddelen) en deze bedraagt 13,7%. Dit tekort in percentage (7,9%) kan niet binnen de bestaande budgetten voor Wmo worden opgevangen. 6. Loon- en prijsstijging Huishoudelijke Ondersteuning 2023 Indexatie vindt plaats op basis van de gemeentelijke loon- en prijsindexatie. Voor 2023 was dit 2,3% (obv 100% prijsgevoeligheid). Aanvullend is er gecompenseerd voor de verwachte stijging van 5,76%. De feitelijke indexering in 2023 bedraagt 8,6% op basis van het normatieve kader voor de reële prijs. Dit tekort in percentage (2,84%) kan niet binnen de bestaande budgetten voor Wmo worden opgevangen. 7. Aanbesteding Vervoer (zorgvervoer en CVV vervoer) De verwachting is dat de aanbesteding zal leiden tot ca 16,3% kostenstijging op basis van de eerder uitgevoerde marktconsultatie en het vorig jaar afgesloten vervoerscontract op "grote bussen". Dat is ruim hoger dan de gemeentelijke prijsindexatie. Dit tekort in percentage kan niet binnen de bestaande budgetten voor Wmo worden opgevangen. 8.
Aanbesteding Leerlingenvervoer Het vervoerscontract loopt in juni 2023 af. Aanbesteding loopt momenteel. Inschatting op basis van eerdere gunning vervoerscontract 'grote bussen' (kostenstijging van 40% en NEA-index 2023 is 13,7%) leidt tot een kostenstijging van 800.000 euro. 9. Energieprijzen Sportaal In de begroting 2023 was voor energiekosten Sportaal 500.000 euro opgenomen, obv nieuwe berekening is dit bijgesteld naar 613.000 euro. Het verschil van 113.000 euro is een knelpunt.
blz. 14 (van 47)
10. Herindicaties nieuwe inkoop Wmo-BG (nieuwe regionale inkoop per 1-1-2025) Hierbij gaat het om projectbudget (extra uitvoeringsinzet) om in geval van lopende indicaties en eventuele overgang naar andere zorgaanbieder te herindiceren; de hoogte is afhankelijk van wel/geen keukentafelgesprek en/of administratieve omzetting. Deze kosten worden gedekt uit de investeringsreserve sociaal domein (zie meevallers). 11. Herindicaties nieuwe inkoop Jeugd (nieuwe regionale inkoop per 1-1-2025) Hierbij gaat het om projectbudget (extra uitvoeringsinzet) om in geval van lopende indicaties en eventuele overgang naar andere zorgaanbieder te herindiceren; de hoogte is afhankelijk van wel/geen keukentafelgesprek en/of administratieve omzetting. Deze kosten worden gedekt uit de investeringsreserve sociaal domein (zie meevallers). 12. Prijsstijging wegen en infrastructurele kunstwerken De beheer-, onderhouds- en vervangingskosten van wegen en infrastructurele kunstwerken stijgen fors door loon- en prijsstijgingen. Op basis van de CBS grond-, weg en waterbouw (GWW) is berekend wat de werkelijke prijsstijgingen zijn in de markt van 1 januari 2020 t/m 2023. Over deze periode is de GWW loon- en prijsstijging ruim 25% en het verschil met onze gemeentelijke prijscompensatie is ruim 18%.
Er is dus vanaf 2024 ruim 18% meer budget nodig om onze wegen, fietspaden, trottoirs en infrastructurele kunstwerken op het afgesproken onderhoudsniveau te houden. We hebben daarvoor nodig: * stijging kapitaallasten (rente en afschrijving) voor vervanging van o.a. wegen, fietspaden en trottoirs (2024: 100.000 euro, 2025: 200.000 euro, 2026: 300.000 euro, 2027: 425.000 euro) * 850.000 euro voor groot en klein onderhoud van o.a. de wegen, trottoirs en fietspaden. * 80.000 euro voor beheer en onderhoud van de infrastructurele kunstwerken (o.a. bruggen). 13. Prijsstijging stadsdeelbeheer We zien forse prijsstijging door hogere loon- en materiaalkosten en (stijgende) energieprijzen. Deze middelen zijn nodig om de kosten te compenseren en het beheer en onderhoud uit te kunnen blijven voeren. 590.0000 euro is als gevolg van loonstijgingen, dit is structureel. 14. Prijsstijging openbare verlichting We zien een forse prijsstijging als gevolg van hogere loon- en materiaalkosten en (stijgende) energieprijzen. Deze middelen zijn nodig om de kosten te compenseren en het beheer en onderhoud uit te kunnen blijven voeren. 219.000 euro is als gevolg van stijgende energieprijzen in 2024 en in de jaren daarna structureel 119.000 euro. 200.000 euro is als gevolg van loon en materiaalkostenstijging. 15. VNG-GGU Dit betreft een verhoging van de verplichte contributie aan de VNG m.b.t.
de GGU (Gemeentelijke Gezamenlijke Uitvoering). Dit bedrag wordt bepaald o.b.v. aantal inwoners. 16. Fraudebestrijding aan de balie Het knelpunt dat was opgenomen in de vorige begroting bleek niet voldoende. De opdracht is uiteindelijk iets duurder geworden door o.a. inflatie. 17. Indexatie Onderwijshuisvesting O.b.v. eerdere afspraken worden conform voorgaande jaren de kapitaallasten van onderwijshuisvesting geïndexeerd. Op deze manier kan gegarandeerd worden dat er na afloop van de afschrijvingstermijn kan worden herbouwd. Tevens zijn deze middelen onderdeel van het door de Raad vastgestelde Integraal HuisvestingsPlan (IHP).
blz. 15 (van 47)
18. Indexering licenties 2023 De kosten voor licenties en software nemen aanzienlijk toe. De toegepaste indexatie bedroeg voor materiële kosten bedroeg slechts 2,3% in 2023. Gehanteerde indexcijfers door leveranciers voor licentiekosten liggen op 7% of hoger. De meerkosten hiervoor zijn 498.000 euro (incl. personeelsinformatiesysteem van P&O). 19. Landmeetinstrumenten Landmeetkundige instrumenten van het team GEO informatie zijn sterk verouderd en moeten worden vervangen om de wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren. Vervangingsbudget is niet beschikbaar.
20. Structurele impact woonplaatsbeginsel In 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel ingevoerd. Dat leidt tot een toename van het aantal cliënten Jeugdhulp voor Enschede. Enschede heeft hier ook budget voor gekregen maar de feitelijke gemiddelde prijs per cliënt ligt veel hoger dan dit budget. 21. Autonome ontwikkeling Jeugdhulp: toename gemiddelde kosten per cliënt De gemiddelde kosten per cliënt zijn in 2022 sterk gestegen door toenemende zorgzwaarte en oplopende zorgduur. Deze stijging kan niet worden opgevangen binnen de bestaande structurele budgetten. Er is daarbij sprake van een oplopende reeks doordat in het budget de extra middelen vanuit de hervormingsagenda dalen. 22. Autonome ontwikkeling Jeugdhulp: toename volume 2e lijns zorg In de laatste 3 jaren is het volume van Jeugdhulp (exclusief het woonplaatsbeginsel) met 6% gestegen, met name doordat de zorgduur is opgelopen en daardoor kinderen minder snel uitstromen. 6% volumestijging betekent +250 unieke cliënten tegen gemiddeld 12.500 per cliënt. Er is daarbij sprake van een oplopende reeks doordat in het budget de extra middelen vanuit de hervormingsagenda dalen. 23. Volumegroei Wmo Het betreft de autonome volumestijging voor het beroep op de Wmo vanuit enerzijds de demografische ontwikkeling en anderzijds het daadwerkelijke beroep op zorg.
Hierbij wordt de groei/daling per leeftijdsklasse over de afgelopen 5 jaar berekend en toegepast op het Wmo-volume voor die betreffende leeftijdsklasse. Het gaat hier niet om de effecten van volumegroei Wmo door gewijzigde externe omstandigheden. 24. Areaaluitbreiding Betreft de jaarlijkse optelsom van uitbreiding en krimp van de openbare ruimte. De benodigde kosten voor beheer en onderhoud van alle assets betreffen materiële kosten, kosten inzet derden, kosten vanuit fte inzet eigen personeel en fte inzet vanuit Onderhoud Enschede BV. Door toevoeging van het areaal Vaneker, diverse herinrichtingen en inmeten speelplekken Zuid is het te onderhouden areaal van wegen en groen vergroot. 25. Volume groei bedrijfsvoering De afgelopen periode is de organisatie gegroeid ruim 150 fte. De budgetten voor dekking van de uitgaven van ondersteuning en bedrijfsvoering voor deze medewerkers groeien nog niet automatisch mee. Dat zou wel moeten. Meer medewerkers betekent immers automatisch hogere kosten voor hardware (laptops, telefonie, i-pads, andere IT-voorzieningen), voor de thuis- of kantoorwerkplek als bureau en stoel, etc., voor softwarelicenties (w.o. Microsoft, beveiliging, etc.), en ook voor ondersteuning en opleidingen (salarisverwerking, inkoop, personeelsadvies, aansturing, etc.). Uw Raad heeft daarom in de Gemeentebegroting 2023-
blz. 16 (van 47)
2026 via een actiepunt opgedragen om een financieringsmechanisme in te voeren, waarmee het budget voor bedrijfsvoering automatisch mee kan ademen met de omvang van de organisatie (bij groei en krimp). Dat wordt met ingang van deze zomernota via dit knelpunt ingevoerd. Een deel van dit budget wordt in deze zomernota daarnaast aangewend om een aantal specifieke knelpunten in de bedrijfsvoering op te lossen, te weten: uitbreiding directeur Bedrijfsvoering, uitbreiding Clustermanager IT/Interne Dienstverlening, capaciteit voor rechtmatigheidsverantwoording Inkoop en P&O en voor Contractmanagement Inkoop/IT (totaal circa 870.000 euro). Daarnaast is er in de periode 2010-2020 fors bezuinigd op de organisatie en is een inhaalslag nodig om de opgelopen werkdruk te beheersen (zie rapport Compact Flexibele Organisatie). In het belang van de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening en beheersbare werkdruk, zijn er afgelopen jaren al kosten gemaakt die als incidenteel via de jaarrekening zijn opgevangen, maar de facto structureel zijn, gegeven de groeiende omvang van de organisatie en de vraagstukken die voorliggen. Als dit knelpunt niet wordt toegekend dan leidt dat wederom tot een overschrijding op bedrijfsvoering budgetten van verschillende afdelingen. Dit is ongewenst. Zeker ook gegeven de gewijzigde regelgeving omtrent rechtmatigheidsverantwoording. 26.
Autonome groei Jeugd en Wmo op uitvoeringscapaciteit wijkteams De toegenomen groei van Jeugd en Wmo wordt niet "automatisch" vertaald in toegenomen capaciteit voor de wijkteams. Er is ingezet op procesoptimalisatie om zo efficient mogelijk te kunnen werken. Echter de populatie en vraag naar ondersteuning stijgt zodanig veel dat er geen inverdieneffecten meer mogelijk zijn. 27. Clustermanager en afdelingshoofd Het overdragen van rijkstaken naar gemeenten heeft geleid tot een toename van 35% van het aantal beleidsmedewerkers. Het management is echter niet meegegroeid waardoor de span of care te groot is geworden. Om de span of care te normaliseren is een afdelingshoofd aangetrokken. Verder is enkele jaren geleden besloten om de functie van clustermanager Strategie Beleid Sociaal (SBS) niet in te vullen en deze te gebruiken voor het invullen van een personele taakstelling. Gelet op de groei van het aantal taken in en de verdere ontwikkeling van het cluster SBS is een clustermanager noodzakelijk voor de integrale afstemming en sturing binnen en buiten het sociaal domein voor de duur van 4 jaar. Na 4 jaar vindt een evaluatie plaats. De kosten bedragen 122.000 euro structureel voor afdelingshoofd en 146.000 euro voor clustermanager (2024 t/m 2027). 28.
Managementcapaciteit Stadsingenieurs en Gebieds- en Projectontwikkeling De afdelingen Stadsingenieurs & Ontwerp (SIO) en Gebieds- en Projectontwikkeling (GPO) maken beide onderdeel uit van het fysieke domein, cluster Ruimtelijke Ontwikkeling & Beheer. Beide afdelingen groeiden de afgelopen jaren sterk door diverse in- en externe ontwikkelingen. SIO naar ruim 60 medewerkers en GPO naar bijna 100 medewerkers. Daarmee werd de span of care voor de afdelingshoofden te groot. In goed overleg met de medewerkers en rekening houdend met de sturingsfilosofie en het beleid van de gemeente is per afdeling gekozen voor een nieuwe passende aansturingsstructuur. Voor SIO betekende dit de opdeling van de afdeling per 1 januari 2023 in 2 afdelingen: de afdeling Ontwerp en de afdeling Stadsingenieurs. En daarmee een uitbreiding van 1 afdelingshoofd naar 2 afdelingshoofden. Voor GPO betekent dit de opdeling van de afdeling in 3 teams, waarvan 2 teams onder leiding van een teamleider komen. Zo wordt bij beide afdelingen ruimte gecreëerd voor sturing op het gewenste resultaat, de ontwikkeling van de afdeling en de aansturing en begeleiding van medewerkers. Voor de uitbreiding van managementcapaciteit met 1 afdelingshoofd en 2 teamleiders is structureel 400.000 euro nodig.
blz. 17 (van 47)
29. Ondergrondse infrastructuur Door wetgeving (o.a. energiewet, avoi, warmtewet en de omgevingswet die er aan komt) en toenemende taken die erbij gekomen zijn op het gebied van ondergrondse infrastructuur door o.a. energietransitie en duurzaamheid moet Enschede regie nemen op de ondergrond en de ondergrondse infrastructuur om belangen veilig te stellen in ruimtelijke keuzes, projecten, beleid en operationele processen. Daarvoor moeten structureel een aantal nieuwe specifieke functies worden ingericht voor ondergrondse infrastructuur: een regisseur voor strategische afstemming en relatiebeheer met stakeholders, een senior technisch adviseur voor projectafstemming en de inhoudelijke kennis, een senior beleidsadviseur en een toezichthouder. 30. Extra inzet in beleid en uitvoering ten gevolge van Nationale woon- en bouwagenda en daaruit volgende wetten en landelijk beleid De uitwerking van de nationale woon- en bouwagenda in wetten en beleid zorgt voor een stevige toename van diverse gemeentelijke werkzaamheden mbt "wonen", zowel in beleid als uitvoering. Denk aan de uitwerking van woondeals, de wet versterking regie volkshuisvesting en werkzaamheden mbt wonen en zorg (programma's "een thuis voor iedereen" en "wonen en ouderen").
Voor beleid is het knelpunt 240.000 euro per jaar, voor uitvoering in de vorm van account- en projectmanagement wonen en zorg en huisvesting aandachtsgroepen 260.000 euro jaarlijks. Tezamen: 500.000 euro. De uitvoeringskosten urgentieverordening zijn als apart punt hierboven opgenomen. Het gaat daarbij tevens om de samenhang met het op korte termijn versneld toevoegen van woningen (flexwoningen/modulaire woningen). 31. Coördinatie WOO en AVG verzoeken De wetgeving rond AVG (en WOO) vereist veel meer van onze organisatie, dan we nu hebben georganiseerd. Dit speelt zowel voor de centrale coördinatie als voor de afhandeling binnen het primaire proces. Wat betreft het laatste wordt dit overgelaten aan de betreffende managers. (bij omvangrijke verzoeken kan inhuur zelfs noodzakelijk zijn). Het aantal AVGverzoeken groeit erg hard. Coördinatie op centraal niveau op dit moment is hiervoor ontoereikend en extra capaciteit is noodzakelijk. Financiering vanuit het Rijk hiervoor ontbreekt. Het niet organiseren van deze coördinatie leidt tot het niet (adequaat) afdoen van privacy vraagstukken en WOO-verzoeken met alle juridische en financiële consequenties (boetes AP) van dien. Dit is onwenselijk. 32. Opleidingsbudget Juridische Zaken Bijblijven op wet en regelgeving en andere actuele ontwikkelingen is een vereiste voor juridisch adviseurs binnen de Gemeente.
De laatste drie jaren was het tekort op het opleiden van de medewerkers gemiddeld 90.000 euro per jaar. Taakstellend wordt het knelpunt vanaf 2025 met 30.000 euro verlaagd met de opdracht om in regionaal verband te kijken naar schaalvoordelen door opleidingen voor een grotere groep aan te bieden. 33. KCC (Burgerzaken, Werk & Inkomen, Stadserfontheffing/parkeren/vergunningen) Het beleid is dat we 80% van onze telefoontjes binnen 30 seconden opnemen. Niet beschikbaar stellen van middelen betekent: - Norm naar 60% binnen 30 seconden - Lange wachttijden (van 1-12 naar 3-23 minuten) 34. Beveiliging mobiele hardware Door Corona en de versnelling van de digitalisatie heeft iedereen nu mobiele devices. Hierdoor zijn beveiligingsvereisten verzwaard. De beheerlast is hierdoor toegenomen. Hiervoor is aanvullende capaciteit nodig.
blz. 18 (van 47)
35. Testcapaciteit implementatie software en applicaties Niet (goed) testen van software of platformen veroorzaakt veel problemen m.b.t. bedrijfscontinuïteit. Daarnaast zijn de kosten van herstel hoog. Ongeteste functionaliteit kan en mag niet worden toegevoegd op de productie omgeving. Om dit goed en professioneel te organiseren is 2 fte nodig. Momenteel wordt hiervoor ingehuurd en ontbreekt het budget hiervoor bij IT. Voor 2024 wordt dit vanwege al lopende projecten voor het laatste jaar op centraal niveau afdekt. Voor 2025 en verder is het voorstel om bij nieuwe projecten het "dwingend testen" op te laten nemen in de projectplannen door de lijn (o.b.v. een opgave door IT). Financiering moet dan geregeld worden vanuit de beschikbare projectbudgetten. Dit vergt dan wel het goed vastleggen van deze afspraken. De benodigde bezetting wordt dan wel permanent aangetrokken, maar deze moeten zichzelf dan terugverdienen. 36. Datagedreven Werken Datagedreven werken is eigenlijk al lang geen keuze meer, willen we mee kunnen met de ontwikkelingen in onze omgeving. We moeten steeds meer data gebruiken om de taken van de gemeente te verrichten en diensten te kunnen verlenen aan inwoners. Door analyse van data kunnen we dat gerichter. Daarnaast vragen medeoverheden ook steeds meer (verantwoordings-) data.
Om dit te kunnen - in navolging van andere 100.000+ -gemeenten verankert Enschede nu datagedreven werken in de organisatie. 37. Uitbreiding capaciteit team Geoinformatie De backoffice heeft al lange tijd capaciteitstekort bij het team GI. Dit team is verantwoordelijk voor alle registraties rondom Geo informatie en doet werkzaamheden voor de gehele organisatie. Er is 0,5 FTE schaal 10 (44.000 euro) adviseur Geo Informatie die in 2023 incidenteel is gedekt vanuit CIO in het kader van datagedreven werken (satellietorganisatie), en moet voor 2024 en verder structureel gedekt worden. Daarnaast is er uitbreiding geweest met 1 FTE schaal 8 (70.000 euro) voor het uitvoeren van de wettelijke taak rondom BAG/BGT. Als laatste is er structureel budget (4.000 euro) nodig ter vergoeding van uren van een GIS-specialist die werkzaamheden verricht voor andere afdelingen binnen Enschede die niet te koppelen zijn aan een project. Hiervoor zijn geen middelen binnen de backoffice. 38. Bridge Binnen Bridge lopen twee sporen. Enerzijds is dat het wegwerken van de achterstanden in de archivering (1.300 meter archief), anderzijds het inrichten van een lijnorganisatie voor informatiebeheer om te zorgen dat er geen nieuwe achterstanden ontstaan. Zolang de nieuwe lijnorganisatie niet staat, blijven de achterstanden bestaan of oplopen.
Hiermee voldoen we niet aan de Archiefwet en bepalingen rond de Burgerlijke stand. Met de aangegeven middelen kunnen we starten met het inrichten van de lijnorganisatie op dit onderdeel, op basis van een extern ingewonnen advies. Vanuit praktische overweging (personele arbeidsmarkt) starten we met 50% van de normcapaciteit van het advies. Mede op basis van de ervaringen die we komende periode opdoen, moet blijken of en wat aanvullend nodig is. Eventuele vervolgacties en verdere investeringen volgen in een volgende begroting. Tegelijkertijd worden de achterstanden weggewerkt. Hierop wordt toezicht gehouden door de archiefinspectie. Dit wordt grotendeels uitbesteed, omdat de staande lijnorganisatie dat er niet bij kan doen. Dit brengt incidenteel extra kosten met zich mee, waarvan de omvang afhankelijk is van de snelheid waarmee de nieuwe lijnorganisatie wordt opgebouwd. Hier is dan ook sprake van een aflopende reeks. Deze extra kosten zijn nu nog niet exact in te schatten en worden zoveel als mogelijk opgevangen binnen de reguliere exploitatie. Een eventuele overschrijding zal betrokken worden bij de Tussenrapportage en Jaarrekening.
blz. 19 (van 47)
39. Inbesteding catering De Raad heeft op 5 april jl een motie aangenomen waardoor het College de opdracht heeft gekregen het cateringpersoneel in vaste dienst te nemen. Momenteel onderzoeken we hoe we de catering vorm willen gaan geven. Over de uitvoering van de motie wordt de raad binnenkort geïnformeerd. Afhankelijk van deze keuze kan er een betere inschatting van de meerkosten gemaakt worden. In dit knelpunt is alleen een schatting opgenomen van de meerkosten van medewerkers en aansturing. Dat kan betekenen dat we de hoogte van het knelpunt moeten herzien, dit zal betrokken worden bij de zomernota 2024 40. Decentrale Privacy Officers (DPO) Taken voor de AVG groeien enerzijds door verplichte wet- en regelgeving (maken dpia’s verwerkingsregister, bewerkersovereenkomsten e.d.) en anderzijds door een toenemende stroom inzageverzoeken van inwoners. Wettelijk gezien moeten we alle verzoeken afhandelen en DPIA ’s opstellen en controleren. Hiervoor is meer capaciteit benodigd. Niet uitvoeren zal bij controle door de AP leiden tot het opleggen van boetes. 41. Aanbesteding Huishoudelijke Ondersteuning - effect P*Q, implementatie nieuw normenkader De contracten voor ondersteuning huishouden lopen af per 31-12-2023. Op dit moment wordt geïndiceerd op basis van het normenkader 2017 (HHM). Per 01-01-2024 gaan de nieuwe contracten in.
Volgens jurisprudentie moet bij het aangaan van nieuwe contracten het meest recente normenkader gehanteerd worden. Er zit een verschil in ureninzet voor de basismodule in deze normenkaders, namelijk een ophoging van 3 uren per jaar per cliënt. 42. Aanbesteding Huishoudelijke Ondersteuning - prijseffect harmonisering uurtarief Op dit moment worden er twee tarieven gehanteerd voor ondersteuning huishouden. Er wordt een ander tarief gehanteerd wanneer sprake is van regieproblemen bij de inwoner. Verondersteld werd dat er dan andere expertise/inzet noodzakelijk is. Omdat in de praktijk blijkt dat er geen ander soortige ondersteuning wordt ingezet, wordt in de nieuwe contracten 1 tarief afgesproken. Aangezien meer dan 90% tegen het lage tarief werd gecontracteerd leidt de harmonisatie van het tarief tot een extra kostenstijging die niet binnen de bestaande budgetten kan worden opgevangen. 43. Aanbesteding Huishoudelijke Ondersteuning - Herindicaties, projectbudget In de overeenkomsten is afgesproken dat iedere inwoner met een lopende indicatie op 01-012025 geherindiceerd is, dat wil zeggen volgens het normenkader 2019. Dit gebeurt gedeeltelijk via administratieve omzetting en gedeeltelijk via een nieuw onderzoek. Binnen de bestaande bezetting is hiervoor onvoldoende ruimte en daarom is extra capaciteit nodig. 44.
Wet op de lijkbezorging Er is minder betaalcapaciteit bij inwoners waardoor er meer beroep op gemeentelijke begrafenissen wordt gedaan. 45. Later realiseren taakstelling clustering sportparken Ongeveer de helft van de besparingsopgaven kan gelet op de planning van de sluiting van de sportparken uit het raadsvoorstel wel gerealiseerd worden in 2024. De planning van het realiseren van de taakstelling vanaf 2025 is onzeker en hangt af van de uitkomsten van de haalbaarheidsonderzoeken en het vervolg daarop.
blz. 20 (van 47)
46. Bestrijding vogelgriep/vervoer gewonde/dode vogels In de afgelopen periode heeft de dierenambulance veel extra werk verzet rondom het ruimen van dode vogels. Deze toename leidt enerzijds tot extra benodigde personele inzet die niet opgelost kan worden met meer vrijwilligers en anderzijds tot de inzet van extra materialen voor de aanschaf van speciale materialen en het vaker ontsmetten van de ambulance. Er is een incidenteel bedrag voor 2024 opgenomen. Voor de jaren daarna bekijken we hoe de vogelgroep zich verder ontwikkelt. 47. IJsbaan Het externe onderzoek naar het naar het toekomstperspectief van de ijsbaan is onlangs afgerond. Op voorhand was duidelijk dat er een hogere bijdrage vanuit de gemeente moet komen voor een exploitant van de ijsbaan bij een sluitende exploitatie. Dat blijkt ook uit het externe onderzoek. Er is een meerjarenbegroting opgesteld waarbij is onderzocht welke interventies doorgevoerd kunnen worden voor een financiële verbetering van de exploitatie. Daarbij is een kostendekkende huur van het VFBE in de meerjarenbegroting verwerkt. Daaruit blijkt een aanvangstekort van 595.000 euro waarvan 100.000 euro reeds is gedekt in de begroting zodat een tekort resteert van 495.000 euro.