Eindrapportage. Onderzoek ruimtebehoefte creatieve industrie Enschede 19-6-2023
Tekst van het document
ONDERZOEK RUIMTEBEHOEFTE C R E AT I E V E S E C TO R ENSCHEDE Eindrapportage
1
Onderzoek ruimtebehoefte creatieve sector Enschede
Auteur(s): Jaap Meijs Wouter Maat Nanne van der Struijs Projectnummer 1866
Eindrapportage Aangeboden aan: Gemeente Enschede Juni 2023
2
Inhoudsopgave 5.2
Kwantitatief: vraag vs aanbod creatief-technische sector
35
Conclusies en aanbevelingen
4
6
Beleidscontext
36
Conclusies en aanbevelingen over vraag en aanbod Conclusies en aanbevelingen over beleid
4 9
1
Inleiding
11
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Doel onderzoek Scope en definities Aanpak Leeswijzer
11 11 11 13 13
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Citymarketingvisie Enschede 2020 Coalitieakkoord 2022-2026: Samen trots op Enschede Visie Werklocaties en economische visie Ambitie & actie-agenda binnenstad (2022) Beleidskader vastgoed (2021) Agenda voor Twente 2023-2027
36 36 36 37 38 38
2
Vraag vanuit de creatief-culturele sector
14
2.1 2.2 2.3
Ontwikkeling van de creatief-culturele sector Vraagontwikkeling Overige kwalitatieve aspecten
14 16 19
3
Vraag vanuit de creatief-technische sector
21
3.1 3.2
Kwantitatieve vraagontwikkeling Kwalitatieve vraag
21 21
4
Aanbod huisvesting voor de sector
23
4.1 4.2 4.3
Definitie Het aanbod Gebruik en beoordeling van het aanbod
23 26 31
5
Vraag en aanbod tegen elkaar afgezet
33
5.1
Kwantitatief: vraag vs aanbod creatief-culturele sector
33
3
Conclusies en aanbevelingen Conclusies en aanbevelingen over vraag en aanbod De creatieve sector is in Enschede nog diverser dan elders De creatieve sector definiëren is in het algemeen lastig. Dit komt o.a. door een structurele mismatch tussen bedrijfsregistratie met SBI-codes en de flexibele, veranderende en interdisciplinaire activiteiten van ondernemers in de creatieve sector. Net als veel van de andere G9-cultuursteden (b.v. mode in Arnhem, design in Eindhoven, architectuur in Rotterdam) heeft ook Enschede een sterk eigen profiel binnen de – toch al diffuse – creatieve sector. Dat komt door de aanwezigheid van de UT en andere technische opleidingen, in combinatie met het industriële verleden. De sector is zowel technisch als cultureel georiënteerd, en bevat juist ook veel activiteiten op het snijvlak van techniek, creativiteit, cultuur en kennisontwikkeling (denk aan gaming, cross-media, e-culture). Tegelijkertijd voorziet bijvoorbeeld muziek, met zo’n 60 à 70 afgestudeerden per jaar, ook in een flink deel van de creatieve sector. We zien dit ook terug in de beschikbare huisvesting voor de sector in Enschede. Plekken als Connect-U, Spinnerij Oosterveld, WARP en de Performance Factory zijn een mix van techniek, cultuur, onderwijs, maatschappelijke organisaties, ander bedrijfsleven en andere functies.
En dat moet ook: een diverse doelgroep vraagt om zeer diverse huisvestingsmogelijkehden. Bovenstaande zorgt ervoor dat de sector aan zowel de vraag- als de aanbodkant definiëren in Enschede nog lastiger is dan elders. In het kader hiernaast is aangegeven hoe we daar in dit advies mee zijn omgegaan. We sluiten hiermee zo goed mogelijk aan bij het doel van het onderzoek: de structuur van de Enschedese creatieve sector vertalen naar een
huidige en toekomstige huisvestingsvraag van broedplaatsen binnen de gemeente. De creatief-culturele en creatief-technische sector en hun huisvesting In onderliggend rapport gaan we nader in op definiëringen van de vraagkant (creatieve ondernemers) als de aanbodkant (huisvesting). We volstaan hier met een kort weergave. Vraagkant De vraagkant hebben we als volgt gedefinieerd: • Creatief-cultureel. Denk aan o.a. beeldend kunstenaars, podiumkunstenaars, creatieve zakelijke dienstverlening, muzikanten, vormgevers en ontwerpers. • Creatief-technisch. We hebben in dit onderzoek gefocust op het deel van deze doelgroep dat een werkruimte gebruikt in de broedplaatsen. Dat is een breed areaal aan ondernemers in bijvoorbeeld web development, robotica, software, high tech. • We focussen op professionals: personen en ondernemingen voor wie deze activiteiten hun hoofd inkomstenbron (moet) zijn. Bijvoorbeeld (amateur) muziekverenigingen zijn hier dus niet in meegenomen. Aanbodkant De aanbodkant hebben we als volgt gedefinieerd: • We focussen op werkplekken waar bovenstaande doelgroepen van gebruik maken. Expositieruimten, podia, horeca, e.a. vallen hier buiten. Deze hebben overigens wel een belangrijke rol in het functioneren van de creatieve sector. • We focussen op de locaties waar de creatief-culturele doelgroep is gehuisvest. Dit gaat veelal om bedrijfsverzamelgebouwen.
In die verzamelpanden is vaak ook de creatief-technische sector gehuisvest, maar zijn ook vaak andere functies (zoals horeca, vergaderruimte, evenementenruimte), organisaties (zoals maatschappelijk middenveld) of bedrijven (denk b.v. aan een accountant of ingenieursbureau) gehuisvest. Die meters die deze functies en organisaties innemen, vallen buiten het onderzoek. • Als we conclusies over vraag en aanbod trekken, gaat het dus om werkruimtes die geschikt zijn voor de creatief-culturele of creatief-technische doelgroep.
4
Volledig aanbod van huisvesting is vereist; waarbij de nadruk nu ligt op huisvesting in het (relatief) hogere segment Voor de creatieve sector in het algemeen – en het specifieke karakter van de sector in Enschede in het bijzonder – is een compleet aanbod van huisvesting nodig. Immers, de creatieve sector bestaat uit gevestigde en startende ondernemers in verschillende disciplines (vormgeving, architectuur, muziek, theater, beeldende kunsten, industrial design, dans, film, fotografie, dienstverlening (zoals impresariaten), productie, tekst en geluid), met verschillende ervaringsjaren, verdienvermogen en verschillende huisvestingseisen. Daarbij komt de creatief-technische kant met starters, doorgroeiers en gevestigde ondernemers op gebied van bijvoorbeeld robotica, high tech en IT. De diversiteit van de sector vertaalt zich in zeer diverse huisvestingseisen: • Van rauw tot verfijnd; • Van goedkoop tot duur; • Van groot tot klein; • Gedeeld met anderen (binnen de sector), met anderen buiten de sector of solitair; • Van veeleisend tot niet-veeleisend op gebied van geluidsproductie/dichtheid, locatie en bereikbaarheid, omvang, technische eisen, etc.; • Van tijdelijk tot permanent (& van flexibel tot vast / kortdurend huren tot langdurend huren); • Van publieke functie tot minder publieke functie; • Van fysieke maak- en opslagruimten tot bureauwerkplekken.
Om de sector optimaal tot zijn recht te laten komen is daarom een compleet aanbod van huisvesting nodig. De aanbodanalyse in dit onderzoek laat zien dat de nadruk nu ligt op sterk gemengde locaties, van een wat hoger prijsniveau, met een publieke functie en een hoog afwerkingsniveau. In de bijlagen van dit onderzoek is een indicatief
overzicht gegeven van de eisen die verschillende subgroepen van de creatief-culturele sector stellen aan hun huisvesting. De creatief-culturele sector is succesvol en groeit harder dan de rest van de economie De werkgelegenheid in de creatief-culturele sector groeide de afgelopen jaren sterk: tussen 2012 en 2021 met ruim 30%; tegenover zo’n 10% werkgelegenheidsgroei in de Enschedese economie als geheel. De sector voorziet nu in zo’n 2,6% van de totale werkgelegenheid. Daarmee is de sector overigens alsnog relatief kleiner dan in bijvoorbeeld Utrecht (5 à 6%) of Arnhem (zo’n 3,5%). Er is een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch op gebied van huisvesting voor de creatief-culturele sector, en de mismatch wordt in de toekomst groter. Uit het onderzoek blijkt dat er een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch is tussen vraag naar en aanbod aan ruimte voor de creatiefculturele sector. Opvallend daarin is: • Dat de huisvestingsvraag (met ruim 21.400 m2) op dit moment al een stuk hoger ligt dan het geïnventariseerde aanbod (à 12.430 m2). De oorzaak hiervoor is tweeledig: er is een latente vraag (ondernemers huren nu geen ruimte, maar willen dat wel) en een deel van de creatief-culturele sector vindt zijn weg in andere vormen van huisvesting zoals marktconforme kantoor- of bedrijfspanden, tijdelijke leegstandsinvulling of anderszins.
• Dat de vraag naar huisvesting door de groei van de sector en aanwezige latente vraag maar beperkt toeneemt met zo’n 1.000 m2 tot 22.300 m2; en het aanbod aan werkruimten in de toekomst juist afneemt met minimaal 1.800 m2. De kans is aanwezig dat deze daling nog scherper uitvalt, omdat onzeker is of een deel van het te ontwikkelen aanbod daadwerkelijk voor de doelgroep beschikbaar komt. De mismatch neemt hoe dan ook verder toe.
5
•
•
• •
Dat betaalbare huisvesting onder druk staat. De broedplaatsen die in de nabije toekomst dreigen te verdwijnen hebben huren van instapniveau. De ruimte in verzamelgebouwen die in de nabije toekomst wordt toegevoegd heeft juist een hoger prijsniveau. Bovendien zorgen de hoge energieprijzen in de betaalbare ruimtes – die ook vaak slecht geïsoleerd zijn – dat daar überhaupt al de betaalbaarheid onder druk staat. Dat er op korte termijn behoefte is aan zelfstandige ruimten als onderdeel van verzamelgebouwen, maar dat de vraag op termijn verschuift naar volledig zelfstandige ruimten. De vraag is of dit een realistische wens is. Dat er specifiek voor muzikanten te weinig geschikte ruimte is voor repetitie (voor b.v. bands) en productie (b.v. voor DJ’s). Dat er behoefte is aan permanente of langdurig beschikbare huisvesting: dat wil zeggen meer permanente betaalbare ruimtes en/of langdurig tijdelijke ruimtes met een ‘zekere’ einddatum die verder in de toekomst ligt. Veelal zijn er nu nog constructies waarbij huurders zeker tot een bepaalde periode in de nabije toekomst kunnen blijven huren (b.v. tot eind van kalenderjaar X), en dat dit vervolgens steeds met een kortdurende periode wordt verlengd. Dat beperkt ook de investeringen die gebruikers doen in het pand om het bijvoorbeeld energiezuiniger of aantrekkelijker te maken voor de omgeving.
Belangrijke notie daarbij is dat een klein deel van de respondenten (3,5%) aangeeft voor relatief minder geld een grotere ruimte te willen huren. Dat kan er in de praktijk toe leiden dat de partij toch een kleinere of duurdere ruimte betrekt. Dit betreffen echter individuele gevallen en keuzes, waardoor een inschatting hiervan maken niet mogelijk is.
1
Voor deze doelgroep zijn slechts beperkt kwantitatieve conclusies te trekken, omdat de respons onder deze doelgroep beperkt was, en alleen is gefocust op de
De vraag vanuit de creatief-technische sector neemt toe Ook vanuit de in de verzamelgebouwen gevestigde creatief-technische sector is extra vraag te verwachten, met name omdat een deel van de partijen graag meer ruimte betrekt. Het aanbod in de verzamelgebouwen voor deze doelgroep neemt in dezelfde periode ook toe.1 Uit de gesprekken met de beheerders van verzamelgebouwen volgt echter dat er een tekort is aan doorgroeiruimten en bedrijfsverzamelgebouwen voor high tech ondernemers. Met name voor jonge startups, die vanuit gesubsidieerde incubators willen doorstromen, is het lastig om een eigen locatie te vinden. De mismatch voor de creatief-culturele sector kan alleen worden opgelost door interventie; de markt lost het niet vanzelf op Initiatief en realisatie van huisvesting voor de sector wordt in Enschede vrijwel volledig aan partijen buiten de gemeente overgelaten, waarbij de gemeente incidenteel haar eigendom beschikbaar stelt (2 van de 16 verzamelgebouwen zijn in eigendom van de gemeente). Enkele verzamelgebouwen met instapniveau huurprijzen zijn in eigendom van een stichting, zoals de Minkmaatateliers. Meestal zijn dat historisch zo gegroeide constructies, waarbij – in geval van de Minkmaatateliers – het pand al lange tijd in gebruik was als ateliervoorziening, voordat het ruim 30 jaar later vanuit de gemeente werd overgedragen aan een opgerichte ideële stichting.
Twee verzamelgebouwen die volledig voor de creatief-culturele sector geschikt zijn, zijn in eigendom van corporaties. De huurprijzen zijn instapniveau. Daarnaast is een corporatie eigenaar van de Performance Factory, een locatie met een sterke mix van functies, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Hier liggen de huren iets hoger. partijen die nu een verzamelgebouw betrekken. Latente vraag is dus niet meegenomen.
6
Zichtbaar is dat het voor commerciële marktpartijen, met enig risico, mogelijk is verzamelgebouwen met het basis- tot marktconforme prijsniveau te realiseren, zeker als er verdiencapaciteit zit in bepaalde aanpalende functies zoals wonen, evenementen of commerciële bedrijfsruimten of als er niet-commerciële partijen zoals onderwijs participeren. Voorbeelden zijn Connect-U en Spinnerij Oosterveld. Commerciële partijen vragen marktconforme huurprijzen die slechts een deel van de creatief-culturele sector kan betalen. Uit de aanbodinventarisatie blijkt dat er wel constructies mogelijk zijn waarin de huurprijzen betaalbaar blijven, maar dat levert niet genoeg huisvesting op voor de sector. Het is voor dit deel van de sector lastig om het heft in eigen hand te nemen en huisvesting voor de sector te ontwikkelen. De wil en de ideeën zijn er wel, maar de financiële middelen zijn te beperkt en het verdienvermogen van de sector is te klein om volledig zelfstandig op de vastgoedmarkt te opereren om uiteindelijk betaalbare huisvesting voor te realiseren. Bovendien bestaat de sector uit veel kleine bedrijven en zzp’ers, dat maakt het lastig om een partij te vinden of te vormen die hierin een voortrekkersrol kan vervullen.
‘Concurrentie’ huisvesting vanuit andere sectoren Een groot deel van de Enschedese verzamelpanden focussen zich aldus niet zozeer op alléén de creatieve sector, maar ook op andere functies en bedrijvigheid. Er is ook geen vast deel van de werkruimten beschikbaar voor de creatieve sector. In de praktijk betekent dit dat ‘het aanbod’ voor de creatieve sector fluïde is, omdat bij vestiging en vertrek van partijen een partij uit een andere sector hierin kan plaatsnemen. Er wordt dus enige concurrentie ondervonden.
Hoofdaanbeveling 1: zet in op realisatie van hiaten in het aanbod Bovenstaande conclusies leiden tot onze eerste (gecombineerde) aanbeveling: zet in op de realisatie van hiaten in het aanbod. Het gaat meer specifiek om: • Betaalbare, langdurig beschikbare huisvesting voor de creatiefculturele sector (instap- en basisniveau) • Ruimte voor muziek • Op korte termijn toevoegen van (vervangings)ruimte voor instapniveau huren in de creatief-culturele sector. Met name voor het laatste punt zijn vooral korte termijn, praktische acties vereist voor de (vervangende) huisvesting voor de broedplaatsen Studio Complex, WARP Technopolis en Tankstation Cultureel Vulpunt. De route richting nieuw beleid (zie ook hierna) is hiervoor te tijdrovend. We zien (niet uitputtend) de volgende interventies om dit te bereiken: • Instellen projectteam en -budget dat moet zorgen voor het beschikbaar komen van (vervangende) huisvesting; in samenwerking met de broedplaatsen. • Afspraken met bestaande eigenaren maken over verlengen huurperiode, bij voorkeur voor minimaal 2 jaar per verlenging • Aankoop of aanhuur bestaande panden door/via gemeente • Zorgen voor ontwikkeling nieuwe ruimte in ConnectU, en afspraken daarover maken t.b.v. het ter beschikking stellen aan de creatiefculturele doelgroep en bijbehorende prijsniveaus.
• Vanuit de enquête en gesprekken zijn verschillende suggesties gedaan voor leegstaande of onderbenutte panden: het pand tegenover Spinnerij Oosterveld (Rigtersbleek-Zandvoort 23), de vml. Bibliotheek (Pijpenstraat), (delen van) vml buurthuis De Kom, Ribbelerinkstraat 114 (NB: er is in het kader van dit onderzoek geen analyse gemaakt van de status en (on)mogelijkheden van deze suggesties uit de markt). • Afspraken maken over beschikbaarheid van huisvesting voor deze broedplaatsen met de herontwikkelende partijen.
7
Conclusies en aanbevelingen over beleid Beleidsambities hechten belang aan creatieve sector De gemeente Enschede geeft onder andere in het Coalitieakkoord 20222026, de Ambitie en actie-agenda binnenstad (2022) en de Citymarketingvisie (2020) aan veel waarde te hechten aan de creatieve sector in de stad. Het zit in het DNA van Enschede, heeft directe economische meerwaarde maar zorgt ook voor een aantrekkelijke stad voor bezoekers, een gunstig vestigingsklimaat en een goed en stads woon- en leefklimaat, dat van groot belang is in een stad van (straks) 170.000 inwoners. Er is beperkt huisvestingsbeleid voor de sector, dat werkt inefficiënt Enschede heeft op dit moment geen huisvestingsbeleid voor de sector (broedplaatsenbeleid), makelpunt en/of intermediaire organisatie. Dat is uniek in de G9 cultuursteden. Die keuze past niet bij de bovengenoemde beleidsambities. Het leidt ook tot een situatie waarin alle beheerders van panden ‘eigen’ beleid voeren. Er is behoefte aan helderheid over: • Welke rol de gemeente inneemt bij de realisatie van huisvesting, waarbij de sector vooral ook een actievere rol voor de gemeente ziet. Er is een tweetal panden in eigendom van de gemeente en er is een regionale broedplaatsenregeling voor het organiseren van activiteiten; maar geen structureel beleid. • (De rol van) het vastgoedbeleid van de gemeente.
Dit zet in op het ‘duurzaam bijdragen aan de doelen van de stad’. De doelen worden bepaald vanuit de beleidsafdelingen. Het lijkt logisch dat daar ook vanuit cultuur en/of economie voor de creatieve sector ambities moeten zijn waar het vastgoedbedrijf aan kan bijdragen; maar de sector ziet dit niet terug. • Waar vraag naar en aanbod aan ruimtes samenkomen en hoe huisvesting praktisch georganiseerd is op gebied van o.a. toelating en toewijzing, wachtlijsten, huurprijzen, kosten-verrekeningen, bezettingsgraad en professionaliteit en doorstroming.
Hoofdaanbeveling 2: Geef de waarde die de stad aan de sector hecht, handen en voeten in beleid De waarde die de gemeente hecht aan de creatieve sector, is nog niet vertaald in concreet, structureel beleid voor de creatieve sector. Dat vergroot de kwantitatieve en kwalitatieve mismatch. Onze aanbeveling luidt daarom: voeg daad bij het woord en richt concreet, structureel beleid in voor de creatieve sector. Dat kan via: • Broedplaatsenbeleid in enige vorm is belangrijk voor de positie van de sector in de stad en het komen tot voldoende (betaalbare) huisvesting. Hierin moet aandacht zijn voor de meerwaarde die de creatieve sector biedt voor de stad en het beleid moet de sector helderheid bieden over de toekomst. Het d moet ervoor zorgen dat de sector een betere positie krijgt binnen integrale (ruimtelijke) afwegingen, het vastgoedbeleid en gebiedsontwikkeling. Ook moet het beleid ons inziens uitspraken doen over in hoeverre de gemeente zelf inzet pleegt voor de huisvestingsopgave, met welke doelen, middelen (mensen, stenen, financiën), en rolverdeling. Zie voor inspiratie het Amsterdamse broedplaatsenbeleid, het Werkplan Huisvesting Creatieve Sector (Utrecht) en het Plan van Aanpak Huisvesting Creatieve en Culturele Sector (Arnhem). Tilburg heeft in hun Cultuurplan ambities en acties geformuleerd om te zorgen voor voldoende betaalbare werkruimte.
• Makelpunt: In deze en andere steden functioneren er ook vrij simpele, praktische, laagdrempelige organisaties zoals makelpunten, waar vraag en aanbod van maatschappelijk vastgoed bij elkaar komen. • Vastgoedbeheerstichting: in acht van de G9 cultuursteden hebben vastgoedbeheerstichtingen een belangrijke rol in het faciliteren van huisvesting voor de sector, bijvoorbeeld: SKAR (Rotterdam), SLAK (Arnhem e.o.) en DePlaatsmaker (Utrecht). Ook buiten de G9 steden functioneren zulke organisaties, zoals in Breda (Clib) en Tilburg (Ateliers Tilburg). Een lichte vorm is een organisatie die alleen tussenpersoon is tussen eigenaar van het pand en de huurders. Dit zorgt al voor veel helderheid aan de kant van huurders: één ingang en uniform beleid (en evt uniforme huurprijzen). Een voorbeeld is Clib in Breda: met slechts een beperkte inzet en subsidie beheren zij zo’n 15 panden. De meest vergaande vorm is een volledig zelf functionerende stichting die panden in eigendom heeft, deze verhuurt, aankoopt en bouwt. Welke vorm ook, deze organisaties hebben geen winstoogmerk en berekenen alleen een kostprijsdekkende huur aan de eindgebruikers. Zie ook onderstaand kader. Het is in onze ogen minimaal wenselijk om broedplaatsenbeleid op te zetten en een makelpunt in te richten, en daar ervaring mee op te doen.
Op termijn kan (opnieuw) overwogen worden een vastgoedbeheerstichting in enige vorm op te richten.
8
Atelierbeleid en -organisaties in andere steden Het Platform Beeldende Kunst (PBK) noteert in hun onderzoek ‘Geen stad zonder kunst’2 drie varianten van atelierbeleid: • Het gemeentelijk expertisebureau-model. In Amsterdam is het gemeentelijk “Bureau Broedplaatsen” verantwoordelijk voor het atelier- en broedplaatsenbeleid. Het valt direct onder de wethouder cultuur. Er functioneert ook de commissie die de wethouder cultuur gevraagd en ongevraagd adviseert, bepaalt of kunstenaars in aanmerking komen voor een atelier en broedplaatsen toetst op het voldoen aan de voorwaarden. Ook de kunstraad adviseert de wethouder cultuur als de raad daar aanleiding toe ziet. Drie wethouders: cultuur; wonen; en vastgoed-grond-ontwikkeling zijn politiek verantwoordelijk voor de regie op het aantal ateliers en atelierwoningen die in eigendom zijn van de gemeente of woningbouwcorporaties. De ontwikkeling en het beheer van broedplaatsen is in handen van een aantal verschillende stichtingen, die geen directe subsidierelaties met de gemeente hebben. Soms ontwikkelt een kunstenaarscollectief met Bureau Broedplaatsen een broedplaats via een tender. PBK noemt het Amsterdamse model politiek-bestuurlijk het meest complexe in Nederland, vanwege de vele partijen die met elkaar tot afspraken moeten komen voor het atelier- en broedplaatsenbeleid; met allerhande nadelen tot gevolg. • Het ‘Kunstinstellingsmodel.
In Den Haag is Stroom onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van het gemeentelijke atelierbeleid en medeverantwoordelijk voor het broedplaatsenbeleid. De wethouder Cultuur is politiek eindverantwoordelijk voor het atelierbeleid. Dit beleid wordt mede opgesteld door Stroom. Stroom is in het atelierbeleid een bemiddelaar en het bezit zelf geen ateliers. De organisatie bemiddelt ook bij de toewijzing van ateliers die in bezit zijn van corporaties. Er zijn o.a. afspraken over de maximale vierkante-meterprijs voor ateliers in gemeentelijk vastgoed. Stroom heeft een directe subsidierelatie met de gemeente en opereert in samenspraak met de broedplaatsmakelaar en gemeente in een broedplaatsen-overleg. Via dit overleg kan de gemeente Den Haag in samenwerking met Stroom, de broedplaatsmakelaar en kunstenaarscollectieven aansturen op het realiseren van (permanente) broedplaatsen. De wethouders Cultuur, Vastgoed, en Grond en Ontwikkeling zijn betrokken. In de afgelopen beleidsperiode waren de portefeuilles zo verdeeld dat cultuur en vastgoed bij dezelfde wethouder lagen; dit gaf meer bestuurlijke ruimte om broedplaatsen mogelijk te maken. • Het ‘Atelierbeheerstichtingmodel’. Hierbij is een stichting uitvoerder, bemiddelaar en aanspreekpunt. Dit komt o.a. voor in de steden Utrecht, Arnhem, Tilburg en Maastricht.
Deze stichtingen hebben in de meeste gevallen een directe subsidierelatie met de gemeente, waardoor de wethouder Cultuur politiek eindverantwoordelijk is. Deze organisaties zijn speciaal in het leven geroepen om ateliers te realiseren en te beheren en te bemiddelen tussen gemeente, vastgoedeigenaren en kunstenaars om goede afspraken met elkaar te maken. Daarnaast hebben de meeste van deze organisaties zelf vastgoed in bezit dat ze verhuren aan kunstenaars. DePlaatsmaker (Utrecht) verhuurt naast ateliers aan kunstenaars ook een ruim aantal werk- en presentatieruimtes aan Utrechtse culturele instellingen. Al deze organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de toewijzing van ateliers. De verschillende steden hebben ook de mogelijkheid om naast het atelierbeleid extra broedplaatsen of woon-werkpanden te realiseren in directe samenwerking met kunstenaars. In de meeste steden is er een aantal kunstenaarscollectieven dat een atelierpand heeft gerealiseerd. Het verschilt erg per stad hoe succesvol deze samenwerking tussen kunstenaars en gemeente is. De samenwerking is ook weer afhankelijk van de wethouders Cultuur, Vastgoed, en Grond en Ontwikkeling. PBK beoordeelt dit model als het meest stabiel lijkend, omdat de uitvoering duidelijk belegd is bij één partij: de atelierbeheerstichting die verantwoording aflegt aan de gemeente.
Deze organisaties zijn minder afhankelijk van de realisatie van ateliers dan bijvoorbeeld Stroom Den Haag, omdat ze vaak ook een eigen vastgoedportefeuille hebben. Daar staat tegenover dat deze organisaties het eigen belang soms moeten afwegen tegenover het belang van de kunstenaars. Verschillende steden werken naast – of binnen – deze organisaties en structuren met een ’makelpunt’: een online plek, met veelal ondersteuning van 1 à 2 fte, waar vraag naar en aanbod van vastgoed voor ‘maatschappelijke initiatieven’ bij elkaar komt. Zie bijvoorbeeld www.makelpunt.nl en www.makelpunt-utrecht.nl; dat overigens vaak breder actief is dan alleen op gebied van werkruimten voor de creatieve sector. 2
2 https://www.kunstenbond.nl/app/uploads/o/5e71f7e41b49e58ffd4102478bbb30460ac89500d0ae2.pdf
9
1 Inleiding
De focus ligt dus aan de vraagkant op de creatieve sector, en aan de aanbodkant op de broedplaatsen.
1.1 Aanleiding
1.3 Scope en definities
Enschede is een technologische, innovatieve en creatieve (TIC) stad met een grote creatieve sector die floreert, door de combinatie van creatieve makers en technologische clusters. Dit alles wordt ondersteund door een breed netwerk van onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Het optimaal faciliteren en functioneren van de culturele en creatieve sector is belangrijk voor de inclusie, cultuur, beleving en economie van de stad. Creatieve broedplaatsen spelen hierin een belangrijke rol.
Om de creatieve sector te duiden wordt in de creatief/culturele (beleids)wereld veelal gebruik gemaakt van een door TNO opgestelde definitie. Deze definitie is bij voorbaat discutabel, omdat de SBI-indeling, waar alle Nederlandse ondernemingen naar zijn ingedeeld, voor veel bedrijven en zeker voor creatieve sector niet toereikend is. Veel ondernemers hebben activiteiten die onder meerdere of juist geen enkele SBI-code kunnen vallen. De bedrijvenregistratie in Nederland biedt echter geen andere indeling dan SBI.
Er zijn signalen dat de beschikbaarheid van huisvesting voor de sector in Enschede, net als in veel andere steden, onder druk staat. Tegelijkertijd is er nog weinig zicht op wat precies de huisvestingswensen van de sector zijn, wat het aanbod is en hoe deze zich kwantitatief en kwalitatief tot elkaar verhouden. De gemeente Enschede heeft Bureau BUITEN gevraagd onderzoek te doen om een beter beeld te krijgen van de huisvestingsbehoefte van de creatieve sector.
1.2 Doel onderzoek De creatieve sector is landelijk gezien lastig af te bakenen, en in Enschede in het bijzonder. We hebben hierin keuzes gemaakt op basis van het door de gemeente gestelde doel van het onderzoek:
Doel: de structuur van de Enschedese creatieve sector vertalen naar een huidige en toekomstige huisvestingsvraag van broedplaatsen binnen de gemeente.
Mede daardoor is het ook niet gemakkelijk een uniform beeld van een sector of subsector te schetsen. Of dat nu gaat om de ontwikkeling ervan, de aard van de activiteiten of de huisvestingswensen. Net als veel van de andere G9-cultuursteden (b.v. mode in Arnhem, design in Eindhoven, architectuur in Rotterdam) heeft ook Enschede een sterk eigen profiel binnen de – toch al diffuse – creatieve sector. Dat komt door de aanwezigheid van de UT en andere technische opleidingen, in combinatie met het industriële verleden. Ook de kruisbestuivingen met instellingen zoals ArtEZ dragen bij aan dit profiel. Dat zorgt ervoor dat er in Enschede veel ondernemers actief zijn die zichzelf als creatieve sector zien, zo wellicht ook door de buitenwereld worden gezien, maar alsnog niet in deze TNO-definitie vallen. We zien dit ook terug in de Enschedese broedplaatsen. Plekken als Connect-U, Spinnerij Oosterveld en de Performance Factory zijn een mix van techniek, cultuur, onderwijs, maatschappelijke organisaties, ander bedrijfsleven en andere functies.
10
Bovenstaande zorgt ervoor dat de sector aan zowel de vraag- als de aanbodkant definiëren in Enschede nog lastiger is dan elders. Gegeven het doel van het onderzoek, hebben we in overleg met de opdrachtgever de scope van het onderzoek als volgt bepaald:
term broedplaats, omdat deze term bij veel mensen verschillende associaties oproept. • Zelfstandige ruimten: dit zijn panden waar één ondernemer is gehuisvest.
A. Creatief-culturele sector. Hierbij gaat het om o.a. beeldend kunstenaars, podiumkunstenaars, creatieve zakelijke dienstverlening, muzikanten, vormgevers en ontwerpers. Deze doelgroep valt volledig binnen de veel gehanteerde TNO-definitie van ‘de creatieve sector’. In de bijlage is die definitie opgenomen. B. Creatief-technische sector. Dat is een breed areaal aan ondernemers in bijvoorbeeld web development, robotica, software, high tech. Daarbij zijn er twee aandachtspunten voor wat betreft de scope: – In bedrijfsverzamelpanden waar de creatieve sector actief is, zijn ook veel andere, niet-creatieve bedrijven gevestigd zoals kinderopvang, horeca en sportscholen. Deze hebben we niet meegenomen. – Vanwege – wederom – de gebreken die de SBI-registratie oplevert, hebben we hierin gefocust op de creatieve bedrijven die in de bedrijfsverzamelpanden voor de creatieve sector gevestigd zijn.
In combinatie met bovenstaande definitie van de vraagkant, leidt dat tot verschillende typologieën, waar we in hoofdstuk 4 nader op in gaan. Figuur 1.1 geeft schematisch weer over welk deel van de economie en werkruimtes dit onderzoek wel en niet gaat. Figuur 1.1 is een schematische weergave van de scope van dit onderzoek.
We focussen op professionals: personen en ondernemingen voor wie deze activiteiten hun hoofd inkomstenbron (moet) zijn. Bijvoorbeeld muziekverenigingen zijn hier dus niet in meegenomen. Ook aan de aanbodkant is het belangrijk dat er geen begripsverwarring ontstaat. We hebben het in dit onderzoek over de volgende begrippen: • Verzamelgebouwen: dit zijn panden waar verschillende ondernemers bij elkaar zijn gehuisvest. Zo’n pand bestaat uit verschillende werkruimtes, die vast (door één gebruiker gehuurd); gedeeld (ruimtes of werkplekken die door meerdere gebruikers worden gehuurd en afwisselend worden gebruikt); of flexibel (huur op uur- of dag(deel)basis) zijn te huren. We gebruiken hierbij bewust niet de
11
1.4 Aanpak Voor dit onderzoek hebben we vijf hoofdactiviteiten uitgevoerd: • Open gesprekken met huisvesters uit de sector: twee rondes met 4 groepsgesprekken met eigenaren en/of beheerders van verzamelpanden in Enschede. Eén verkennende ronde aan het begin van het onderzoek, en één gespreksronde in de eindfase van het onderzoek om de voorlopige conclusies en aanbevelingen te toetsen. • Een analyse van het beschikbare aanbod aan huisvesting voor de geschetste doelgroepen in Enschede op basis van deskresearch, input uit hierboven genoemde gesprekken, en een uitvraag onder deze eigenaren. • Een data-analyse van de ontwikkeling van de creatief-culturele sector in Enschede. • Een enquête die is uitgezet onder alle ondernemers (met een kvkinschrijving) in de creatief-culturele sector in Enschede. Doel was de huisvestingssituatie en toekomstige wensen van deze ondernemers te achterhalen. Er zijn 2.084 ondernemers aangeschreven. Dit leidde tot een respons van 334, ofwel 16%. • Een enquête onder de overige gebruikers van de panden die in de aanbodanalyse naar voren zijn gekomen. Dit betreft met name ondernemers in de creatief-technische sector. Hiervoor zijn 430 ondernemers aangeschreven, waarvan er 43 hebben gereageerd, ofwel een respons van 10%.
Voor de creatief-technische sector is dus niet de gehele populatie bevraagd, maar alleen dat deel dat in de geselecteerde verzamelpanden is gehuisvest.
de aanbodinventarisatie weer; waarna we in hoofdstuk 5 vraag en aanbod tegen elkaar afzetten. In hoofdstuk 6 gaan we in op relevant beleid van de gemeente Enschede dat van invloed is op de huisvestingssituatie en (economische) ontwikkeling van de creatieve-culturele en creatief-technische sector. In het separate bijlagedocument zijn de ruwe enquêteresultaten, de vragenlijst en de deelnemers van de groepsgesprekken weergegeven.
1.5 Leeswijzer In dit rapport gaan we eerst in op de vraag: eerst van de creatief-culturele sector, vervolgens van (het in de verzamelpanden gehuisveste deel van) de creatief-technische sector. In hoofdstuk 4 geven we de resultaten van
12
2 Vraag vanuit de creatiefculturele sector 2.1 Ontwikkeling van de creatief-culturele sector Het belang van de creatief-culturele sector neemt toe De creatief-culturele sector in Enschede bestaat in 2021 uit 1.625 ondernemingen3 en 2.358 banen. De sector doet het goed en zelfs beter dan andere sectoren. Dat is zichtbaar in een aantal ontwikkelingen: • In 2012 bestond 2,2% van de werkgelegenheid in Enschede uit banen in de creatief-culturele sector. • Het belang van de sector is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. De werkgelegenheid in de creatief-culturele sector groeide tussen 2012 en 2021 met ruim 30%. De groei van de werkgelegenheid in de totale economie van Enschede was met 10% aanzienlijk minder sterk. De groei van de creatief-culturele sector maakt met name sinds 2016 een forse groei door. • In 2021 bestaat 2,6% van de werkgelegenheid in Enschede uit banen in de creatief-culturele sector.
•
figuur 2.2). Digitale toegepaste kunst en ontwerp is veruit de kleinste deelsector (0,1%). In de periode 2012-2021 ontwikkelde de deelsector Media en entertainment zich qua werkgelegenheid het sterkst met 54%, gevolgd door Scheppende kunst (38%; figuur 2.3).
Figuur 2.1: Ontwikkeling werkgelegenheid (indexcijfers) in Enschede (2012 = 100) 140
2.358
130 120
90.648
110
1.775 100 90
82.555
80 2012
2013
2014
2015
2016
2017
Creatief-culturele sector Enschede
2018
2019
2020
2021
Totaal Enschede
In iedere deelsector sprake van groei Binnen de sector zijn verschillen zichtbaar tussen de deelsectoren: • Met 43% van de werkgelegenheid is de deelsector Creatieve zakelijke dienstverlening (o.a. grafisch vormgevers, industrieel en productontwerp en architecten) het grootst, gevolgd door Podiumkunst incl. muziek (20%) en Media en entertainment (20%;
3
Voor de enquête is het meest actuele vestigingsregister gebruikt, d.d. november 2022. Voor de data-analyse is een uitgebreider bestand (met o.a. het aantal werknemers) benut, met peildatum 2021. Dit heeft te maken met de verwerkings- en verificatietijd die de
databeheerder, het Kennispunt Twente, nodig heeft voor zo’n gedetailleerder bestand. Het aantal vestigingen dat is aangeschreven verschilt daarom van het aantal vestigingen in het analysehoofdstuk.
13
Figuur 2.2 Opbouw werkgelegenheid creatief-culturele sector Enschede (2021) 12%
43%
20%
20%
Creatieve zakelijke dienstverlening Digitale toegepaste kunst en ontwerp Fysieke toegepaste kunst en ontwerp Media en entertainment
2.500
Podiumkunst incl. muziek
500
Scheppende kunst
5%
Figuur 2.3 Ontwikkeling werkgelegenheid deelsectoren creatief-culturele sector Enschede
2.000 1.500 1.000
0 2012
0,1%
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Creatieve zakelijke dienstverlening
Digitale toegepaste kunst en ontwerp
Fysieke toegepaste kunst en ontwerp
Media en entertainment
Podiumkunst incl. muziek
Scheppende kunst
Sterke groei van het aantal creatief-culturele ondernemingen Niet alleen de werkgelegenheid neemt toe, vooral ook het aantal ondernemingen in de creatief-culturele sector groeit: • Het aantal vestigingen in de creatief-culturele sector in Enschede groeide tussen 2012 en 2021 met 77%. In de volle breedte van de economie is deze stijging slechts 37%. In 2022 is 69% van de ondernemers in de creatief-culturele sector zzp’er. Landelijke onderzoeken en analyses4 laten zien dat het aantal zzp’ers in de totale creatief-culturele sector blijft doorstijgen, maar dat – aangejaagd door de coronapandemie, die waarschijnlijk nog beperkt in de cijfers t/m 2021 terug komt - vooral in de podiumkunsten het aantal 4
https://www.cultuurmonitor.nl/thema/beroepspraktijk/ en https://cultureelpersbureau.nl/2023/01/dramatische-afname-zzpers-in-culturelesector-cultuurmonitor-toont-groei-bij-architecten-en-deigners/#.ZFIK1HZByUk
14
•
(ondersteunende) zzp’ers is afgenomen. Denk aan technici die voorheen achter de schermen in theaters en podia werkten, en nu elders actief zijn. De stijging van het aantal ondernemingen is aanzienlijk sterker dan de stijging van het aantal banen. Het aantal zelfstandigen is toegenomen. Deze flexibilisering is een trend die we ook (in mindere mate) in de rest van de economie zien.
Een groot deel van de Enschedese creatief-culturele n heeft geen verhuiswens De meerderheid van creatief-culturele n geeft aan niet te willen of te moeten verhuizen (75%). Voor het deel van de sector dat aangeeft wel te willen verhuizen, wil het grootste deel binnen nu en twee jaar verhuizen (16%). Slechts 9% geeft aan te willen verhuizen over twee tot vijf jaar. Figuur 2.5: Verhuiswens creatief-culturele ondernemers
Figuur 2.4: Ontwikkeling aantal vestigingen (indexcijfers) van ondernemingen in Enschede (2012 = 100)
16%
200
1.625
180
9%
160
14.472
140
75%
120
Ja, binnen nu en twee jaar Ja, over twee tot vijf jaar
920
Nee
100
10.556 80
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Creatief-culturele sector Enschede
2018
2019
2020
2021
Totaal Enschede
2.2 Vraagontwikkeling Groot deel van de sector is aan huis gevestigd 54% van de sector is aan huis gevestigd; en 15% van de sector werkt niet vanuit een vaste werkruimte. Dat betekent dat slechts ca 30% een separate werkruimte gebruikt voor hun activiteiten (zie tabel 2.1)
Ruimtegebrek (of overschot) is de belangrijkste redenen om te verhuizen, gevolgd door de faciliteiten die het pand biedt (figuur 2.6). In de meeste gevallen is noodgedwongen verhuizen het gevolg van tijdelijke huurcontracten. Binnen de categorie ‘anders, namelijk’ wordt ruimtegebrek als voornaamste reden genoemd. Gewenste huisvesting in de toekomst Uit de enquête blijkt dat een deel van de creatief-culturele ondernemers die nu een ruimte huren in een verzamelpand of eigen bedrijfsruimte, graag naar een grotere ruimte zouden willen of een eigen ruimte zouden
15
willen hebben. Een groot deel van de extra ruimtevraag komt daarmee uit bestaande ondernemers in de sector. Een deel van de ondernemers die nu vanuit huis werken, zou liever een bedrijfsruimte willen huren. Nu werkt 54% vanuit huis; in de toekomst zou 46% vanuit huis willen werken. Datzelfde geldt voor ondernemers zonder vaste werkruimte: een deel daarvan wil het liefst een ruimte huren (zie tabel 2.1). Qua type ruimten verschillen de toekomstige huisvestingswensen van creatief-culturele ondernemers dus van de huidige situatie. Meer ondernemers willen een ruimte huren, er is meer behoefte aan een eigen ruimte in verzamelpanden en eigen, zelfstandige ruimten. In hoofdstuk 4 en 5 gaan we nader in op hoe zich dat verhoudt tot de (ontwikkeling van) het aanbod. Opvallend is dat de creatief-culturele ondernemers aangeven het belangrijk te vinden om met hun (nieuwe) bedrijfsruimte dichtbij andere ondernemers gevestigd te zijn (en interactie te hebben met collega ondernemers, figuur 2.7), terwijl de vraag in de toekomst verschuift van verzamelpanden naar het hebben van een eigen bedrijfsruimte Ondanks dat het prijsniveau niet als voornaamste reden wordt genoemd om te verhuizen blijkt wel uit de enquête dat de respondenten bij voorkeur iets goedkoper gehuisvest willen zijn (figuur 2.8).
Figuur 2.6: Redenen om te verhuizen Anders, namelijk Noodgedwongen, mijn huurcontract loopt af Locatie Ik wil dichter bij collega ondernemers zitten Prijsniveau Faciliteiten van pand Kwaliteit van pand Ruimtegebrek of -overschot 0%
10%
20%
30%
Tabel 2.1: Verdeling creatief-culturele ondernemers over typen huisvesting, 2021 en 2030 huidige situatie 2021
toekomstige (wens) 2030
Geen vaste werkruimte
15%
11%
Aan huis gehuisvest
54%
46%
Eigen ruimte in verzamelpand
12%
20%
Gedeelde ruimte in verzamelpand
7%
6%
Eigen bedrijfsruimte (niet aan huis)
11%
16%
16
Figuur 2.7: belangrijke aspecten voor de toekomstige huisvesting
De vraag naar vierkante meters in de centrumgebieden is het grootst De binnenstad is populair, maar zichtbaar is dat ook gemengde stadswijken in opmars zijn. Ook bij de categorie ‘anders’ wordt meermaals genoemd dat reuring, aanloop en mix van functies belangrijk is. Ook valt op dat voor een deel van de respondenten de locatie niet belangrijk is (zolang het in Enschede is), zolang beschikbaarheid en betaalbaarheid in orde is. Ook geeft een deel van de respondenten aan ook Hengelo, vanwege de beperkte beschikbaarheid van ruimten in Enschede, te overwegen als vestigingsplaats.
De uitstraling van het pand Dichtbij horeca Goede autobereikbaarheid Ruimte om overlast te creëren Gedeelde voorzieningen Interactie met collega-ondernemers,… Interactie met de omgeving Dichtbij mijn klantenkring/ netwerk Dichtbij goed Openbaar Vervoer Dichtbij andere ondernemers gevestigd 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16%
Figuur 2.9: gewenste toekomstige locatie 20%
Figuur 2.8: Verdeling huurprijzen respondenten nu t.o.v. de toekomst (totale kale huur)
26%
Weet niet € 1.500 of meer
17%
Tussen € 1.000 en € 1.500 Tussen € 501 en € 1.000
5%
Tussen € 201 en € 500
32%
In de binnenstad In een gemengde stadswijk (wonen, werken, voorzieningen) In een woonwijk In het buitengebied Op een bedrijventerrein of kantorenpark
Tussen € 101 en € 200 Tussen de € 51 en € 100 Minder dan € 50 0%
5% Huidig
10%
15%
Toekomstig
20%
25%
30%
35%
De vraag naar huisvesting komt niet alleen van creatief-culturele ondernemers die nu in Enschede zijn gevestigd. Ook starters uit Enschede (zie kader) en nieuwe makers van buitenaf kunnen voor ruimtevraag zorgen. In tabel 2.2 is de totale ruimtebehoefte op dit moment en voor de toekomst (2030) weergegeven, volgens de in de inleiding weergegeven
17
definities. Daarbij zijn de creatief-culturele ondernemers met een korte termijn verhuisbehoefte, gerekend tot de huidige vraag.
Beeld alumni opleidingsinstellingen zeer beperkt In het kader van dit onderzoek hebben we bij ArtEZ/AKI en creatieve opleidingen aan de universiteit en andere hogescholen uitgevraagd of er een beeld is van de (huisvestings)kansen en -behoeften van alumni. Daar is weinig respons en daarmee geen helder beeld uitgekomen.
Tabel 2.2: Huidige en toekomstige kwantitatieve ruimtebehoefte creatiefculturele sector Huidig m2 (2021-2023)
Toekomst m2 (2030)
Ontwikkeling vraag m2
Eigen ruimte in verzamelpand
13.600
10.700
-2.900
Gedeelde ruimte in verzamelpand
6.800
3.200
-3.600
Eigen ruimte (niet aan huis)
1.000
8.400
7.400
Totaal
21.400
22.300
900
Wat hierin sterk opvalt is de verschuiving van de behoefte van een ruimte in een verzamelpand naar een eigen ruimte. Uiteraard is deze raming een inschatting en in de toekomst afhankelijk van veel verschillende factoren: de ontwikkeling van de economische conjunctuur, sectorale ontwikkelingen, ontwikkelingen in de vraag-aanbod verhoudingen in andere steden in Nederland en de uitstroom uit opleidingen. Zo is het aantal creatief-culturele ondernemers in Enschede de afgelopen jaren sterk gegroeid. De sector is de afgelopen 10 jaar gemiddeld met 6,6% gegroeid. De toekomstige vraag is berekend (in tabel 2.2) aan de hand van het gemiddelde groeipercentage van de afgelopen 10 jaar.
Wel is er een beeld van de conservatorium-studenten. ArtEZ geeft aan dat een groot deel van de 60 à 70 afgestudeerden per jaar werk vinden in de sector, waarbij de docenten muziek in de regio actief blijven, maar afgestudeerden uit de andere opleidingen (pop en mediamusic, muziektherapie) vertrekken grotendeels naar elders. Voor pop en Mediamusic speelt daar de soms beperkte mogelijkheden in Twente een rol: er is beperkte ruimte (repetitieplekken, broedplaatsen) en ‘scene’. Opvallend daarbij is de aantrekkelijkheid van Deventer voor deze groep.
2.3 Overige kwalitatieve aspecten In paragraaf 2.1 zijn de verschillende deelsectoren van de creatiefculturele sector beschreven. Er is in de huisvestingsbehoefte duidelijk onderscheid te maken tussen die verschillende gebruikers: • De omvang van de benodigde ruimte verschilt sterk. Uitersten zijn digitale ontwerpers (die vaak aan één bureauplek voldoende hebben), tegenover autonome beeldend kunstenaars (al snel 100 m2 pp) en ensembles en theater- en dansgroepen (150 m2 of meer). • Niet elke creatief-culturele ondernemer heeft continu hetzelfde type ruimte nodig. Op bepaalde momenten is een bureau en een laptop voldoende, terwijl op andere momenten spullen voor langere tijd opgeslagen of juist gepresenteerd moeten worden; of er is een bouwof repetitieruimte nodig. • Vrijwel alle creatief-culturele ondernemers stellen enige geluidseisen. Een aantal typen beeldend kunstenaars – zoals beeldhouwers – en toegepaste fysieke kunstenaars willen juist lawaai kunnen maken. Analoge muzikanten – versterkt en onversterkt – hebben een geluidsdichte ruimte nodig.
18
• Andere specifieke eisen die meespelen zijn opslagruimte voor ensembles, presentatieruimte voor de meeste muzikanten en theater en dans, een hoog plafond en goede vloeren bij autonome beeldend kunstenaars en fysieke toegepaste kunst (draagkracht van vloeren) en theater en dansgezelschappen (groot en goed afgewerkt). Beeldend kunstenaars en toegepaste kunstenaars stellen geen hoge eisen aan het afwerkingsniveau, want dat biedt hen vaak ook de gelegenheid er hun eigen plek van te maken. • Een bijzonder aspect bij de ruimtevraag zit bij theater- en dansgroepen (podiumkunsten): een vaste werkplek om het hele jaar te benutten is daar minder van belang: een grote repetitieruimte voor enkele maanden per jaar is wel een must. In het kader van eerdere onderzoeken brachten we dergelijke eisen – veralgemeniseerd- samen in een indicatief overzicht van enkele kwalitatieve eisen per doelgroep. Deze zijn weergegeven in bijlage 1.5 van dit rapport.
19
3.2 Kwalitatieve vraag
3 Vraag vanuit de creatieftechnische sector 3.1 Kwantitatieve vraagontwikkeling In tabel 3.1 is de ruimtebehoefte van de creatief-technische ondernemers die reeds gevestigd zijn in de geïnventariseerde panden weergegeven, op dit moment en voor de toekomst weergegeven5. Tabel 3.1: Huidige en toekomstige kwantitatieve ruimtebehoefte creatieftechnische sector Huidige m2 (2023)
Toekomst m2 (incl. extra vraag verhuizers)
Ontwikkeling vraag m2
Eigen ruimte in verzamelpand
3.876
4.216
340
Gedeelde ruimte in verzamelpand
1.148
752
-396
Eigen bedrijfsruimte (niet aan huis)
431
927
497
5.455
5.895
440
Totaal
De vraag naar huisvesting vanuit deze ondernemers in de creatieftechnische sector neemt beperkt toe. Dat komt doordat de respondenten verwachten in de toekomst meer ruimte te willen afnemen.
Vanwege de beperkte steekproef én respons kunnen we beperkt conclusies trekken. We geven enkele hoofdlijnen weer die uit de enquête komen: • De bevraagde creatief-technische ondernemers zijn in de meerderheid (2/3e) tevreden over hun huisvestingssituatie. Slechts 14% is ontevreden. • 18 respondenten willen of moeten de komende 5 jaar verhuizen. Dat lijkt een groot deel van de 43 ondernemers, maar de respons is beperkt (en gaat om een klein aantal ondernemers) en goed denkbaar is dat de ondernemers die willen of moeten verhuizen meer geneigd zijn de enquête in te vullen. • Zichtbaar (figuur 3.1) is dat ondernemers een goede autobereikbaarheid, en interactie met collega-ondernemers erg belangrijk vinden in hun huisvesting. Dat is opvallend, omdat tegelijkertijd de vraag naar eigen, zelfstandige bedrijfsruimten het hardst stijgt. In dat type huisvesting is interactie met andere ondernemers minder voor de hand liggend. • Een deel van de respondenten mist in het totale huisvestingsaanbod in Enschede voor deze sector. Ook vanuit de groepsgesprekken met beheerders kwam e.e.a. naar voren. Hier is niet één centraal beeld uit te destilleren. Genoemd zijn: – Vergaderplekken – Een qua kwalitatieve uitstraling ‘middencategorie’ ruimtes: zakelijker dan de verzamelpanden voor kunstenaars, maar wel geschikt voor ontwerpers/techneuten – Betaalbare grote ruimtes
5 Voor deze doelgroep zijn slechts beperkt kwantitatieve en kwalitatieve conclusies te
trekken, omdat de respons onder deze doelgroep beperkt was, en alleen is gefocust op de partijen die nu een verzamelgebouw betrekken. Latente vraag en eventuele groei van de sector is dus niet meegenomen.
20
– Doorgroeimogelijkheden: de stap van incubator/start-up achtige ruimtes naar reguliere bedrijfsruimte is te groot zowel qua financiën als qua uitstraling en dynamiek. Figuur 3.1: Kwalitatieve wensen toekomstige huisvesting creatieftechnische sector Kwalitatieve wensen toekomstige huisvesting
De uitstraling van het pand Dichtbij horeca (lunch-, koffie-, eetgelegenheden) Goede autobereikbaarheid Dat ik mijn werk kan doen zonder overlast te creëren… Gedeelde voorzieningen zoals machines,… Interactie met collega-ondernemers,… Interactie met de omgeving (bijvoorbeeld… Dichtbij mijn klantenkring/ netwerk Dichtbij goed Openbaar Vervoer Dat ik dichtbij andere ondernemers in mijn sector… Anders, namelijk 0
5
10
15
20
21
4 Aanbod huisvesting voor de sector 4.1 Definitie Onder het aanbod verstaan we de huisvesting die geschikt is voor de in dit onderzoek meegenomen doelgroepen. Om hierachter te komen voerden we een inventarisatie uit (zie kader). Ook de huisvesting kent – net als de sector – veel overlap met andere doelgroepen en activiteiten. Er zijn panden die één van onze doelgroepen bedienen, maar waar (ook) de andere doelgroep terecht kan; waar (ook) horeca is gevestigd; waar (ook) vergader- en evenementenruimtes worden verhuurd; waar (ook) werkruimtes zijn voor maatschappelijke organisaties (zoals sociaal werk); waar (ook) bedrijvigheid in andere sectoren is gevestigd; waar (ook) ruimtes voor amateurkunst of kunsteducatie zijn; waar (ook) ruimte is voor exposities, concerten of voorstellingen; waar (ook) een sportschool of onderwijsinstelling is gevestigd; of een combinatie van deze zaken. Veelal kunnen ruimtes door verschillende doelgroepen worden gehuurd. Waar bijvoorbeeld een accountant vertrekt, kan een architect voor in de plaats komen. Of een ruimte die eerst werd gehuurd door een judoschool, wordt nu gebruikt door een theatergezelschap. In de kwantitatieve weergave in dit onderzoek focussen we, tenzij anders vermeld, op vaste werkruimten voor de creatief-culturele en creatieftechnische doelgroep.
Denk aan ateliers, werkplaatsen en kantoorruimten die via huur of koop kunnen worden gebruikt door deze doelgroepen. Erbuiten vallen bijvoorbeeld flexibele werkruimten (zoals op uur- of
dagbasis te huren kantoorruimen), expositieruimten (zoals een museum of podium), ruimtes voor amateurkunst en kunsteducatie. Voor de doelgroep zijn overigens deze ruimten, net zoals open werkplaatsen waar bijvoorbeeld 3D-printers, drukapparatuur of gereedschappen voor metaalbewerking staan, wel belangrijk. Deze – en eventuele andere ruimten zoals tijdelijke opslaglocaties – nemen we wel mee in de kwalitatieve conclusies als dat relevant is. Gevolg van bovenstaande is dat aanbod en vraag één op één tegen elkaar afzetten altijd met nuanceringen gepaard gaat. Om dit toch zo goed mogelijk te doen, hebben we een categorisering aangebracht in het aanbod op basis van prijs en gedeelde/zelfstandige ruimten. De tabel op de volgende pagina geeft die categorisering weer. Hoe het aanbod zich verhoudt tot de vraag, komt terug in hoofdstuk 5. Werkwijze inventarisatie Voor het samenstellen van een overzicht van het aanbod geschikt voor de creatief-culturele en creatief-technische sector ondernamen we de volgende stappen: • Inventarisatie aanwezige broedplaatsen d.m.v. gesprekken met beleidsmedewerkers economie en cultuur van de gemeente; input vanuit het Kennispunt van de gemeente, input uit de groepsgesprekken met broedplaatsbeheerders, en online deskresearch. Dit leidde tot een longlist. • Dataverzameling van de panden op de longlist.
We gebruikten hiervoor de Basisadministratie Gebouwen, input van het kennispunt, input uit de bezoeken aan de broedplaatsen, input uit een enquête onder broedplaatsbeheerders en online deskresearch. • Categorisering van de informatie: het categoriseren van de panden (en meters binnen de panden) naar functies (werkruimten, overige ruimten) en doelgroep.
22
Tabel 4.1: overzicht doelgroepen en type huisvesting Doelgroepen/gebruikers Creatiefculturele sector Werkruimte in bedrijfsverzamelgebouwen A: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatief-culturele sector A: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatief-culturele sector A Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatief-culturele sector B: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatief-culturele en creatief-technische sector B: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatief-culturele en creatief-technische sector C: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatief-technische sector, gemengd met andere bedrijvigheid D: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatief-culturele en -technische sector, gemengd met andere bedrijvigheid en organisaties Zelfstandige ruimten E: Zelfstandige ruimte voor de creatieftechnische sector Zelfstandige ruimte voor de creatieftechnische sector
Creatieftechnische sector
Andere functies (vergaderen, evenement, etc)
Maatschappelijke en zorgorganisaties
X
x
X
x
x
x
x
X
x
x
Instapniveau
Tankstation cultureel vulpunt Spinnerij Oosterveld
x
WARP Technopolis
Basisniveau
x
x x
Robson, Minkmaat, B93
Instap- tot Basisniveau
x
Voor de technisch- creatieve sector (reguliere bedrijfsruimte)
Instapniveau
Instapniveau
x
x
Voorbeelden
Andere bedrijvigheid (buiten creatieve sector)
x x
Prijsniveau
x
x
Marktconform
CeeCee
x
Basisniveau tot marktconform
Performance Factory
Instapniveau
TKKRlab
Instapniveau
Niet aanwezig in Enschede
Marktconform
Niet meegenomen in dit onderzoek
Overige ruimten (niet meegenomen in dit onderzoek) Presentatieruimte Atelierwoningen Gedeelde werkruimte
Poppodium metropool, Villa de Bank, etc. Divers, Fablab Tetem en Saxion Fablab
23
4.2 Het aanbod Op basis van bovenstaande definiëring hebben we het aanbod verdeeld in zelfstandige ruimten en vier verschillende typen verzamelpanden. Daarbij hebben we gefocust op de beschikbare werkruimten in die panden. 4.2.1 Huidig aanbod Er zijn in totaal 16 panden met werkruimten voor de creatieve sector, met een omvang van in totaal ca 19.600 m2. Daarvan is het grootste deel te vinden in gemengde bedrijfsverzamelgebouwen (D), waar de doelgroepen cultureel-creatief, technisch-creatief en andere bedrijvigheid en organisaties gehuisvest zijn. Een tweede grote categorie is de puur op de creatief-culturele sector gerichte bedrijfsverzamelgebouwen (A). Zie ook figuur 4.1 hiernaast. Opvallend is, ook in vergelijking met andere steden, dat er weinig zelfstandige werkruimten voor de creatief-culturele sector beschikbaar zijn. Naar prijs De precieze huurprijzen van de verschillende panden zijn slechts beperkt bekend. Op basis van de gesprekken, input vanuit de sector, doelgroepen en marktscan hebben we een inschatting gemaakt, die in tabel 4.2 en figuur 4.2 zijn weergegeven. We maken onderscheid in: • Instapniveau: laagste categorie huurprijzen, betaalbaar voor een groot deel van de creatief-culturele sector. Gaat veelal om ateliers. Deze categorie is veelal verbonden aan tijdelijke panden. Maximaal € 50 per m2 per jaar, maar veelal minder.
• Basisniveau: middencategorie huurprijzen. Voor delen van de creatief-culturele sector met hogere verdiencapaciteit (b.v. in de creatieve zakelijke dienstverlening) en voor grote delen van de creatief-technische sector. Tussen € 51 en € 99 per m2/jr. • Marktconform: hoogste categorie in dit onderzoek. Veelal geschikt voor delen van de creatieve sector met hogere verdiencapaciteit zoals architectenbureaus. € 100 of meer per m2/jr
Figuur 4.1: Voorraad van werkruimten voor de creatief-culturele en creatief-technische sector, naar type panden, in m2* 20.000
18.000
A: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatiefculturele sector
16.000
B: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatiefculturele en creatieftechnische sector
14.000
12.000
C: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatieftechnische sector, gemengd met andere bedrijvigheid
10.000
8.000
D: Verzamelgebouw met ruimtes voor de creatiefculturele & creatief-technische sector, gemengd met andere bedrijvigheid en organisaties
6.000
E: Zelfstandige ruimte voor de creatief-technische sector
4.000
2.000
0 m2
*omdat voor de meeste panden detailinformatie ontbreekt, is een onderbouwde inschatting gemaakt van hoeveel m2 van die ruimte beschikbaar is voor de creatief-culturele en/of creatief-technische sector. De in deze figuur weergegeven getallen betreffen alléén die werkruimten; de ruimte voor podium, horeca en in gebruik door andere organisaties is hierin dus niet meegenomen.
24
Hierbij gaat het om de kale huurprijs. Servicekosten (GWL) zijn – zeker gezien de energieprijzen op moment van schrijven – vaak nog grotere kostenposten zijn dan de kale huurprijs. Zeker als het gaat om tijdelijke, niet of slecht geïsoleerde panden. Zichtbaar is dat een groot deel van de werkruimten in de basis- tot marktconforme huurprijscategorie zit. Over het algemeen kan gezegd worden dat de creatief-culturele sector meer in instap- en basisniveau huisvesting te vinden is, terwijl dat voor de creatief-technische sector meer verspreid ligt. Echter, er zijn ook uitzonderingen. Zo vinden we in WARP Technopolis (instapniveau) jonge ondernemers in de creatief-technische sector, en kunnen bijvoorbeeld architecten (creatief-culturele sector) marktconforme huurprijzen betalen. Naar locatie In figuur 4.3 op de volgende pagina zijn twee kaartjes weergegeven met de spreiding van het aanbod over de stad. Zichtbaar is dat de huisvesting is geconcentreerd in het binnensingelgebied en rondom de ring van Enschede.
Tabel 4.2: Type panden en huurprijzen €/m2/jr
Type pand
Huurprijscategorie
A
Ruimte in verzamelgebouw creatief-culturele sector
Instapniveau
< € 50
B
Ruimte in verzamelgebouw creatief-culturele & -technische sector
Instap- tot Basisniveau
< € 50 - € 99
C
Ruimte in verzamelgebouw creatief-technische sector, gemengd met andere bedrijvigheid
Marktconform
> € 100
D
Ruimte in verzamelgebouw creatief-culturele & -technische sector, gemengd met andere bedrijvigheid en organisaties
Basisniveau tot marktconform
> € 50
E
Zelfstandige ruimte voor de creatief-culturele sector
Instapniveau
< € 50
Figuur 4.2: Verdeling huisvesting in huurprijscategorieën, in aantal m2 20.000 18.000 16.000 14.000
Marktconform
12.000 10.000
Basis/marktconform
8.000
Basisniveau
6.000
Instapniveau
4.000 2.000 0 aantal m2
25
Figuur 4.3a: Aanbod huisvesting voor de creatieve sector in Enschede
Figuur 4.3b: Aanbod in en rondom het centrum
Legenda figuur 4.3a en 4.3b A Verzamelgebouw creatief-culturele sector B
Verzamelgebouw cultureel- & creatief-technische sector
C
Verzamelgebouw technisch creatieve sector, gemengd met andere bedrijvigheid Verzamelgebouw cultureel- & creatief-technische sector, gemengd met andere bedrijvigheid en organisaties Zelfstandige ruimte voor de creatief-technische sector
D E
26
Naar eigendom In tabel 4.3 zijn de eigendomsverhoudingen weergegeven van de panden. Waar ‘atelierstichting’ genoemd is, gaat het om drie verschillende stichtingen die elk één verzamelgebouw in beheer hebben.
20.000 18.000 16.000
Tabel 4.3: Eigendomssituatie aanbod Type eigenaar
Figuur 4.4: Verdeling huisvestingsaanbod naar doelgroep (indicatief), 2022, in m2
14.000
Aantal
Atelierstichting
3
Gemeente Enschede
2
Privaat eigendom
6
VVE
2
Woningstichting
3
Naar doelgroep Zoals aangegeven is het, vanwege de grote wisselwerking tussen de creatief-culturele en creatief-technische sector en de mix van functies en bedrijvigheid in verzamelgebouwen, onmogelijk een volledig sluitende en eenduidige toedeling te maken van het aanbod aan de doelgroepen. Toch is het voor dit onderzoek belangrijk een zo goed mogelijke verdeling te maken. Figuur 4.4 geeft de toedeling naar doelgroepen weer. Daarbij zijn we er vanuit gegaan dat de werkruimten in de categorie A volledig aan de creatief-culturele sector toe komen; en de werkruimten in type C volledig aan de creatief-technische sector. Voor de categorieën B en D hebben we een inschatting van de toedeling gemaakt op basis van de huidige huurders en een inschatting van de door hen gehuurde meters in de betreffende panden. Zichtbaar is dat het grootste deel van de meters gericht is op de creatiefculturele sector; ca 12.500 m2.